kom
Ingrid Lenaerts
kom
sparrenbosIn het sparrenbos
deemstert winters laag de zon
een vriesnacht blauwt kou.
Ingrid Lenaerts
eiland
verwording aarde
soms
donkere dagenDonkere dagen
het licht slechts op een pitje
leeft er hoop op zon
Ingrid Lenaerts
afscheidHet afscheid is voor altijd
en daarna is er niets meer
ternzij de urne met zijn assen
de neerslag van wie eens mijn vader was
nu geborgen in een betonnen blok
het postume huis
over enkele vierkante decimeters
een huis dat nooit meer went
met een strooiweide ervoor
en de altijd ruisende wind
in de hoge populieren.
Ingrid Lenaerts
twijfel
hoekstenen
oorEen luisterend oor
het woord in ruisende wind
rust diep in het hart.
Ingrid Lenaerts
wilde ganzenSoms sta ik te turen
hoog in de lucht
naar een vlucht wilde ganzen
Soms denk ik
laat mij ook meevliegen
ver weg
van al deze beslommeringen
naar een ander land
waa rik weer kan schuilen
als een jong dat weer uit het ei breekt.
Helaas,éénnmaal niet andermaal
Ingrid Lenaerts
nooitNooit ben ik kapitein geweest
stond niet aan het roer
van een zinkend schip.
Ik sprong uit de boot
zover het water ging
het me dragen kon
tot de laatse snik.
Nu ben ik aangeland
met de buik op het land
kan eindelijk weer opstaan.
Ingrid Lenaerts
haatNiet op mensenmaat gemaakt
is haar haat een laaiend vuur
dat ze aan onze schenen legt
als een ongelooflijke misdaad.
de vraag draagt een waarom
waarop alleen waanzin
toepasselijk is.
Ingrid Lenaerts
onder het wit
veilig nest
niets dan klachten
rimpelend waterEr zwemt een zwaan voorbij
ze trekt een diepliggend spoor
over het wateroppervlak
het water deint uit naar de kanten
gestroomlijnd zijn de rimpels
die elkaar opvolgen
tot de laatste verdwijnt
aan de oever van het meer.
Ingrid Lenaerts
op de bruine akkers
de kachel van toen
ruwe diamant