toen zakte hij ineen bij een muur
Ingrid Lenaerts

is dit doemdenken?we trekken niet meer over de ijsblauwe vlakte
nu kan het al niet meer echt jammer
de lente komt steeds sneller over
een warme wind uit het zuidergat
beduvelt de seizoensverandering
het smeltwater vult de oevermonding
sleurt de losse schotsen mee stroomafwaarts
Zo vergaat het onze winterdromen
die sneeuw en ijs herinneren
weldrals het land van ooit
ergens uit een ver verleden
toen we medio december hier
nog niet onder de palmen zaten
ngrid Lenaerts
vijverJe kan me vinden
daar waar de vijver droomt
onder de grote treurwilg
die nu zijn blaren laat warrelen
in het water
Snaterende eenden in hun winterdons
peddelen door de vijver zonder zorgen
kikkers zijn verdwenen
wachten andere seizoenen.
De rietkragen dragen winterkleuren
wuiven hun gefluister
als een mediatie in open natuur
Ik beluister.
Ingrid Lenaerts
dorpsbluesHet dorp taant in zijn geschiedenis
de glorie van wat het was
drijft weg samen met de winterbeek
nu gekanaliseerd en gerecht
de meanders zijn nu dode kreken
waar stiekem vuil wordt gedumpt
de boerderijen liggen te wachten
op andere bestemmingen dan voorzien
ze zijn een beetje gedegenereerd
treuren in hun onmacht
het verdriet van het vierkantserf.
nu de pronksite van nieuwe rijken
het coccon der dagen
Nog lege velden worden bebouwd
flats schieten als brandnetels uit de grond
leegstand heeft zijn intrede gedaan
De grote kerk waakt nog over het plein
maar stilaan verschuift de ziel
van dit boerendorp
Ingrid Lenaerts
vroege morgenMorgen zet me uit het bed
regen roffelt ritmisch op het dak

eksterveldIn diepe voren
scharrelen eksters zaden
krassende drukte
dreigend de wolken
windvlagen jagen hen weg
zwermen ze uiteen
Ingrid Lenaerts

Stilte in het bos
vergeelde blaren zwijgen
tot een eikel ploft
vogels ritsen weg
verschrikt in eengedoken
op een kale tak
een eekhoorn hamstert
springt bedrijvig in het rond
vult wintergaten
Ingrid Lenaerts
v erweesdZij voelt zich verweesd
vecht tegen werldvreemde gedachten
die ze wil ontkennen
ze wordt gepest om haar onwrikbaarheid
ze wil niet niet buigen zegt hij
de aanvoerder van het ontij
zijn gezicht brandt op tekens van haat
Hij zal haar vinden wanneer de avond valt
als een grote laffaard.
Ingrid Lenaerts
guur weerGuur weer en een snijdende wind
bakken water over de wegen
omgeploegde velden eenzaam stil
volle grachten vol bruine smeurie
een lucht van varianten grijs benauwt
zoals een liftkoker even licht laat zien
de rivier zwelt aan dreigt over te lopen
de dijk wordt bedreigd door zware druk
een kolkende watermassa raast voorbij.
Laat het tij keren met grote spoed !
Ingrid Lenaerts
paddestoeleneters
Koude voeten
het regent....
doodsangstOp zoek naar de overkant van het leven
door het bos van paddenstoelen en zwammen
die ruiken naar vergankelijkheid en dood
Op zoek tussen verre geesten en verwanten
van dit onbekende verblijf dat samenvalt
met het niets ,brult hij scheurend
door de geheimen van de nacht
die 's morgens nog nasmeulen
wanneer de overkant van het leven in zicht is
nog slechts één ademtocht
wil hij niet vertrekken met geen paarden
Mijn vader klemt zich aan zijn lakens vast
stampt de schipper plat in zijn boot
wil opnieuw deze kant van het leven zien.
En wonder boven wonder haalt hij weer winst.
wij willen hem alle tegoed nog gunnen.
Ingrid Lenaerts

Wij alsof we zitten prinsheerlijk onder de sterren
de nacht te bevragen naar zijn charmes
zijn parfum en omfloerste stem in de hals
een mand boordevol zomers verlangen denken
we weten dat het nog winter is nu het sneeuwt
in onze verzen het bos wit als poedersuiker
spinnenwebben als kanten kragen aan de boom
wellicht schaatsers in onze droom op het ijs.
Morgen vieren we onze helden in rondelen
Einstein die het heelal uit zijn hoofd haalde
die de formules doorzag en klaarstoomde
de wetenschap in dienst sprak van relatviteit
Wij hebben kriebels van zoveel gedachten vleugels
woorden die ons stuwen tot behoefte of begeerte
de wens wie durft zich in liefde waden of dompelen
vrede hopen want wij geen helden van het laatse uur
hebben nu alleen slaap.
Ingrid Lenaerts
in dit lege huisWeet dat ik in dit lege huis iets zoek
maar weet niet wat of waar in hoeken
of op kanten de waarheid op haar kop.
Ooit was dit lege huis mijn thuis
dat de volle waarheid sprak
maar zij moordde woorden in mijn hoofd
dreef me tot de rand in wanhoop
die voorbijtrok als een school vissen
die hier in schoonheid voorbijzwom.
Ze sloot ramen en deuren
ontkende ons bestaan
tot ik nu alle herinneringen bevel gaf
haar te vermorzelen.
Vandaar deze onwerkelijke tocht
weet dat ik in dit lege huis iets zoek
iets meer dan mijn geborgenheid
Ingrid Lenaerts
en ik mis jeEn ik mis je even erg
als zou je alle pannen van het dak halen
als zou je de glimlach in je ogen doven
en nooit meer knipogen
als boogschutter die zijn laatste pijlen mist
en ik mis je nog altijd
over alle rotspartijen heen
bij woelige zee
zal ik glibberen tot houvast
en trouw aan onze wetten
zwijgen dat ik zweet, zo zegt men
en ik mis je even erg
als de boom in winter zijn blaren.
Ingrid Lenaerts
we sprekenWe spreken tien jaar voorheen
was hij nog ad rem der dagen
geen warhoofd met trieste blik
een treurige hond die schotel likt
en smikkelt pannenkoek met bruine suiker
de man die nu rondzwalpt
de nachtzuster grijpt op schunnige wijze
we spreken gewoon één dag heden.
Ingrid Lenaerts
toen ik...