Naar de inhoud

Islaam

Moge Allah ‘azza wa djal onze kennis doen vermeerderen, Ameen. Moge Allah ons leiden naar de waarheid en ons weerhouden van het slechte, Ameen. Moge Allah ons sieren met de schoonheid van Imaan & Taqwa, Ameen.
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

De juiste tijdsbenadering

De juiste tijdsbenadering

 

Allah zegt: “Bij de tijd. Voorzeker, de mens is te midden van verlies. Behalve degenen die geloven en goede werken doen, en elkander tot waarheid, en geduld aansporen.” [Surah Al-Asr]

 

Een dichter zei: “Als de dood het einde van het leven is, dan maakt het niet uit of het leven lang of kort is.”

 

Hassan Al-Basri zei: “Oh zoon van Adam. Je bent slechts een bundeltje dagen. Terwijl iedere dag voorbij gaat, verdwijnt daarmee een deel van jou.”

 

Een dichter zei: “De mens geniet zolang de nachten voortduren en voorbijgaan. Zoals zij verdwijnen, zal ook hij stap voor stap vergaan.”

 

Imam Ibn Djawzi zei: “Iedere ademhaling van de mens is een voetstap naar zijn dood.” [Laftatul Kabd]

 

De Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] heeft het volgende citaat ontleend aan de boeken van Ibrahim ['alayhi selaam]: “Een intelligent mens moet zijn tijd in vier perioden opdelen: [1] Een periode waarin hij praat met zijn Heer. [2] Een periode waarin hij zichzelf onderzoekt. [3] Een periode waarin hij nadenkt over de Schepping van Allah, de Verhevene. [4] Een periode waarin hij zich wijdt aan zijn behoeften van eten en drinken.” [Gerapporteerd door Ibn Hibbaan in zijn collectie sterke ahadeeth in een lange hadeeth verhaalt door Abu Dhar]

 

Mu'aadh Ibn Jabbal verhaalt dat de Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] heeft gezegd: “De mens zal op de Dag der Opstanding niet eerder worden vrijgesproken en niets zal hem eerder worden kwijtgescholden, voordat hij is ondervraagt over vier gunsten: [1] Zijn leven, met welke bezigheden heeft hij het doorgebracht? [2] Zijn jonge jaren, voor welke bezigheden gebruikte hij deze periode? [3] Zijn bezit, hoe vergaarde hij het en wat gaf hij ervan uit en waaraan? [4] Zijn kennis, welk nut heeft het gedient?” [Overgeleverd door Al-Bazaar en At-Tabarani met een Saheeh isnaad]

 

Ibn 'Abbas verhaalt dat de Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] heeft gezegd: “Benut vijf dingen voor vijf anderen: [1] Je leven voordat je dood gaat. [2] Je goede gezondheid voordat je ziek wordt. [3] Je vrije tijd voordat je in beslag word genomen. [4] Je jeugd voordat je oud wordt. [5] Je rijkdom voordat je arm wordt.” [Overgeleverd door Haakim en Al-Bayhaqi]

 

Ibn 'Abbas verhaalt dat de Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] heeft gezegd: “Veel mensen verliezen op het gebied van twee gunsten; gezondheid en vrije tijd.” [Saheeh Bukhari]

 

In deze context zei Abu 'Atahiyah in zijn gedicht: “Jeugd, te veel vrije tijd en geld zijn een ramp. Inderdaad voor de mens een ramp.”

 

Een geleerde zei eens tegen een jongere: “Werk voordat je niet meer in staat bent om te werken. Ik wil werken maar ik kan het niet [meer].”

 

Hafsah bint Sirin was gewend te zeggen: “Oh jullie groep van jeugdigen! Werk, want werkelijk, echt werken vindt plaats in de jeugd.”

 

Een gezegde, dat populair is onder de Moslims luidt: “Werk voor de geneugten van de wereld alsof je eeuwig zult leven; en werk voor de geneugten van de hiernamaals alsof je morgen zult sterven.”

 

Hassan Al-Basri zei: “Ik heb geleefd onder mensen die op hun tijd zuiniger waren dan jullie mensen zijn op jullie geld.”

 

Een dichter zei: “Mijn bezigheden van de dag zal ik niet, vanwege luiheid, uitstellen tot morgen. Want werkelijke de dag van een luiaard is altijd morgen.”

 

Een geleerde man zei: “Voor ieder mens zijn er slechts vier momenten.. Momenten van vrome daden, van comfort, het plegen van zonden en van droefenis. En tijdens elk van deze momenten is er een vereist deel van dienstbaarheid van jou tot Allah. Dit is een plicht van jou krachtens Zijn heerschappij.

 

Dus op het moment van het verrichten van een vrome daad behoort de mens zijn dienstbaarheid aan Allah te tonen. Door de gunsten voor hem te waarderen en er zich tevens van bewust te zijn, dat het Allah is, Die hem heeft geleid tot zijn vrome daden en hem de kans heeft gegeven deze te verrichten.

 

En op een moment van comfort behoort de mens zijn dienstbaarheid tot Allah te tonen door dankbaarheid. Want dat is de vreugde over datgene, dat Allah teweeg heeft gebracht; die door het hart word opgenomen.

 

En als de mens zich bezighoudt met het verrichten van een slechte daad, behoort hij zijn dienstbaarheid tot Allah te tonen, door het hebben van berouw en het vragen van vergeving.

 

En als de mens zich bevindt in een moment van droefenis behoort hij zijn dienstbaarheid tot Allah te tonen door deze smart te accepteren en door het hebben van geduld.”

 

Een dichter zei: “De tijd is niet meer dan twee momenten; je peinst over het verleden en je speculeert over de toekomst.”

 

Al-Ghazali zei: “Er zijn drie soorten uren: [1] Het uur, dat voorbij is gegaan en dat niet langer inspanning vergt van een deel van de mens. Onafhankelijk van hoe het is verbracht, in luxe of in moeilijke omstandigheden. [2] Het uur, dat in de toekomst ligt en dat nog niet is gearriveerd. De mens kan niet weten of hij lang genoeg zal leven om erin te verblijven, ook weet hij niet wat Allah [Subhanahu wa Ta'ala] ervoor heeft bepaald. [3] Het uur van dit moment, waarvoor hij zich tot het uiterste behoort in te spannen om zijn plicht tot de Heer te volbrengen, zodanig dat hij geen reden had om er spijt van te hebben als hij het volgende en het daaropvolgende uur niet zou kunnen beleven.” [Ihya 'Ulumu Deen]

 

Imam Hassan Al-Basri zei: “Pas op voor het uitstellen van zaken en deze dan voor je uitschuiven. Je maakt jezelf volledig en vernieuwt jezelf door middel van vandaag en niet door middel van morgen..”

 

Shawqi zei: “De hartslag van de mens zegt steeds tegen hem, het leven is slechts minuten en seconden van tijd..”

 

Imam Ibn Qayim zei: “Het verknoeien van tijd is rampzaliger dan de dood. Want het verknoeien van tijd snijdt je af van de goede geneugten van Allah en van het goede leven in het hiernamaals. Terwijl de dood je van het leven en van zijn inwoners afsnijdt.” [Al-Fawaa'id]

 

Een vrome dichter zei: “Laat voorziening zijn een vroom geloofsleven, want je weet niet of je, als de nacht valt, de volgende dag zult beleven. Want vele stierven zonder enige kwaal, en velen leefden lang, maar met een ziekteverhaal. Vele jongeren bleven leven, in vertrouwen, tot aan een zekere dag. Want op die dag, zonder dat ze het wisten, was er hun doodskleed dat voor hen klaar lag.”

 

Er werd gezegd: “We zoeken de fout in onze eeuw, terwijl die ligt bij ons. Onze eeuw kent geen gebreken, behalve die van ons. We geven af op de Eigenaar van de Tijd, terwijl schuldig is niet Hij. Als de tijd tot ons zou spreken, wie zouden er dan worden bespot? Wij!”

 

Hoe vind je dit bericht? 16 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 10:13 Reageer op dit bericht Stuur door

Liefde en haar bezegeling

Liefde en haar bezegeling

 

Ibn Jawzi zei: “Als je niet hartstochtelijk lief hebt gehad en niet weet wat verlangen betekend sta dan op en ga hooi eten want je bent niet meer dan een ezel.” En: “Jij en een harde steen zijn hetzelfde.” [Dhaamul Hawaa]

 

Ibn Hazm zei: “Liefde is in werkelijkheid een verbazende kwaal; het is een heerlijke kwaal, een meest wenselijke ziekte. Wie er vrij van is houdt er niet van om er immuun voor te zijn, en wie erdoor gekweld is verlangt er niet naar ervan te genezen. Onder mijn kennissen heb ik een jongen gekend die verzonken was in liefde, en zat vast in haar netten, passie had hem zwaar getroffen, ziekte had hem versleten. Desondanks vond zijn ziel er geen troost in om Allah te smeken deze ellende van hem te verwijderen; zijn tong was niet vrij om verlossing te verzoeken. Zijn enige smeekbede was verenigd en bezeten te worden met degene van wie hij hield, ondanks de enorme omvang van zijn lijden en lang voortdurende zorgen.” [Tawq Al-Hamama]

 

Ibn Hazm zei: “Liefde heeft een aantal kenmerken, welke de intelligente persoon snel herkent, en de slimme persoon gemakkelijk herkent. De zwoele blik is hiervan is de eerste; het oog is de poort van het ziel, het kijkglas tot haar geheimen, welke haar meest intieme gedachten ontbloot, en uitdrukking geeft van haar diepst verborgen gevoelens. Je zult de minnaar naar zijn geliefde zien staren zonder te blinken; zijn ogen volgen elke beweging van de geliefde, trekt zich terug wanneer zij terugtrekt, beweegt met haar mee wanneer zij beweegt, net zoals de blik van een kameleon die meebeweegt met de verschuiving van de zon. De minnaar zal zijn gesprekken tot de geliefde richten, zelfs wanneer hij toch oprecht beweert een ander te adresseren; de genegenheid is duidelijk voor iedereen met ogen die zien. Wanneer de geliefde speekt, luistert de minnaar met intense aandacht naar elk woord; hij verwondert zich over alles wat de geliefde zegt, hoe buitengewoon en absurd de opmerkingen ook mogen zijn, hij gelooft dit vanzelfsprekend zelfs wanneer het een duidelijke leugen is, en is het ermee eens hoewel diegene duidelijk fout zit, getuigd in het voordeel van de geliefde zelfs in mogelijk onrecht, en volgt de geliefde op elk pad en in elke opinie. De minnaar spoedt zich naar de plek waar de geliefde zich op dat moment begeeft, streeft ernaar zo dicht mogelijk bij de geliefde te zitten en schuift zich dicht aan, verzaakt elke bezigheid die eisen zijn gezelschap te verlaten, maakt elke zaak die om zijn afscheid eist licht hoe zwaar deze ook mag zijn, en is zeer langzaam in bewegen wanneer hij zijn afscheid neemt. Andere kenmerken van liefde zijn de plotselinge verwarring en opwinding die de minnaar verraden wanneer hij de geliefde onverwachts ziet naderen, de onrust die hem overmeestert wanneer hij iemand ziet die op de geliefde lijkt, of wanneer de naam van de geliefde plots word uitgesproken.” [Tawq Al-Hamama]

 

Ibn Hazm zei: “Een man in liefde zal verspillend uitgeven tot aan de grens van zijn vermogen, op een wijze die hij voorheen zou weigeren; alsof hij degene is die de gift ontvangt. Dit alles zodat hij zijn goede kanten kan vertonen, en zichzelf begeerlijk maakt. Hoe vaak heeft de gierigaard zijn portemonnee geopend, de chagrijn zijn frons ontspannen, de lafaard heldhaftig ten strijde sprong, de lomperd opeens scherpzinnig werd, de boer in een perfecte heer veranderde, de viezerik zichzelf veranderde in een elegante ijdeltuit, de slungel zich optooide, de uitgeleefde zijn verloren jeugd heroverde, de vrome en respectabele losbandig werd, en dit alles vanwege liefde.” [Tawq Al-Hamama]

 

Ibn Hazm zei: “Er zijn vijf fasen in de groei van liefde: de eerste fase is aangenaam denken over iemand, dat wil zeggen, iemand vind diegene leuk of is gecharmeerd door het karakter van diegene. Dit is onderdeel van het aangaan van vriendschap. Dan is er bewondering, dat is het verlangen om dicht in de buurt te zijn van diegene die men bewondert. Dan is er hechte vriendschap, wanneer je de ander vreselijk mist wanneer deze afwezig is. Dan is er verliefde genegenheid, wanneer je volledig geobsedeerd bent door de beminde. In de woordenschat van liefde wordt dit 'Ishq genoemd; de slavernij van liefde. Ten slotte is er passie, wanneer men niet meer kan slapen, eten of denken. Dit kan je ziek maken tot het punt van psychose of zelfs de dood.” [Al-Akhlaaq Wa siyar]

 

Ibn Taymiyah zei: “...Het hoogste niveau van liefde is At-Tatayyum. Haar eerste niveau is Al-‘Alaaqah (verbondenheid) vanwege de verbinding van de harten met de geliefde. Daarna komt het niveau van de As-Sabaabah (verlangen en begeren), wanneer het hart begint te snakken naar de geliefde. Hierna komt de liefde van Al-Gharaam (beminnen en passie), welke de liefde is die onlosmakelijk is verbonden met het hart. Daarna komt Al-‘Ishq (vurige en passionele liefde) en haar uiteindelijke niveau is At-Tatayyam (slavernij, gevangenschap en aanbidding). Men zegt, taymullaah (slaaf van Allah). Dus de mutayyam is de slaaf van zijn geliefde.” [Al-‘Uboodiyyah]

 

Ibn Qayyim zei: “De dronkenschap van liefde is erger dan de dronkenschap veroorzaakt door wijn, want de dronkenschap veroorzaakt door wijn zal vergaan, maar de dronkenschap van liefde vergaat zelden, totdat men in de greep van de dood ligt.” [Rawdat Al-Muhibbeen, p. 104]

 

Ibn Hazm zei: “Weet dat liefde een doeltreffende autoriteit en een beslissende soevereiniteit over het ziel uitoefent, haar bevelen kunnen niet worden bestreden, haar verordeningen en regels mogen niet worden overtreden, en tegen haar heerschappij is geen beroep mogelijk. Liefde draait de hechtste vlechten los, maakt de strakste strengen los, lost het meest solide op, en ontbindt het meest stevige; het dringt tot het diepste van het hart.” [Tawq Al-Hamama]

 

Ibn Qayyim zei in Jawaab Al-Kaafi: “Wat betreft het houden van vrouwen, de persoon die liefde voor hen voelt kan niets kwalijk worden genomen. Integendeel, het is onderdeel van zijn volmaaktheid (als mens) want Allah zegt: “En onder Zijn tekenen, is dat Hij voor jullie uit jullie zelf echtgenoten schiep, zodat jullie rust in haar vinden, en Hij heeft liefde en tederheid tussen jullie (harten) geplaatst.” [Surah Ar-Room, aya 21]

 

En hij zei: “Wanneer we spreken over de voorschriften betreffende liefde, dan moeten we twee zaken onderscheiden. De ene is vrijwillig en de andere niet. Vrijwillige liefde is datgene wat leidt tot liefde (kijken en omgang) en dit is de liefde waarvoor je moet oppassen. De onvrijwillige liefde, wanneer dit gebeurt door een (toevallige, onbedoelde) plotselinge blik, of natuurlijke verlangen die ontwikkelen, dan kun je hier niet kwalijk voor worden genomen, maar hoe je hierop reageert is wat Allah jou aanrekent.”

 

Ibn Al-Qayyim zei: “Als liefde ontstaat vanwege een reden die niet haraam is, dan is de persoon niets te wijten.. Zoals een (onbedoelde) plotselinge blik en hij zijn blik hierna afwende, maar liefde greep zijn hart zonder zijn bedoeling..” [Rawdat Al-Muhibbeen 147]

 

Ibn Taymiyah zei: “Als dat niet het gevolg is van onzorgvuldigheid of overtreding van zijn kant, dan is er geen zonde op hem voor wat hem overkomen is.” [Madjmoo’ Al-Fataawa, 11/10]

 

Ibn Al-Jawzi zei: “Een persoon kan worden blootgesteld aan de oorzaken van liefde dus wordt hij verliefd, en je kunt iemand op het eerste gezicht zien zonder dat dit liefde zal creëren, maar herhaaldelijk kijken naar deze persoon en het mengen met hem of haar kan leiden tot wat ondenkbaar was. Sommige mensen kunnen kijken naar een persoon en dat schept een soort van liefde, maar dan keren zij weg en deze liefde verdwijnt, omdat continue kijken liefde kan doen groeien. Zoals een tuin beplant met zaden die, indien zij wordt verwaarloosd, zal verschrompelen en sterven, maar als het wordt bewaterd zal floreren.” [Dhamm Al-Hawa p. 237]

 

Ibn Qayyim zei: “Hoe meer blikken elkaar opvolgen, hoe meer het hart gehecht raakt, zoals water waarmee een boom wordt geïrrigeerd.” [Rawdat Al-Muhibbeen, p. 94]

 

Zoals de asceet dichte: “Als jij jouw blik laat ronddwalen, zal het je tot veel hartverdriet leiden. Je zult zaken zien die je verlangt maar niet kunt winnen, en u bent niet in staat dat met geduld te verdragen. Hoeveel blikken zijn fataal geweest voor het hart van degene die keek, zo fataal als een pijl zonder boog noch pees.”

 

Ibn Al-‘Uthaymeen zei: “Als het zo gebeurt dat er liefde tussen een man en een vrouw is ontstaan, dan is trouwen de meest effectieve manier om fitnah en immoraliteit af te weren voor hen, omdat zijn hart aan haar gehecht zal blijven als hij haar niet huwt, en dit kan leiden tot fitnah.” [As-ilat Al-Baab Al-Maftooh, vraag nr. 868]

 

Er is van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] overgeleverd: “Wij denken dat er niets beter is voor degene die van elkaar houden dan het huwelijk.” [Ibn Maadjah 1847, Saheeh geclassificeerd door Al-Busayri en door Shaykh Al-Albaani in As-Silsilah As-Saheehah 624]

 

In een andere overlevering: “Er is niets zoals het huwelijk voor twee mensen die van elkaar houden.” [Ibn Maadjah 1847, Saheeh geclassificeerd door Al-Albaani in Saheeh Sunan Ibn Maadjah]

 

As-Sindi zei, zoals genoteerd in Haamish Sunan Ibn Maadjah: “Wat dit betekend is dat wanneer er liefde leeft tussen twee mensen, deze liefde niet zal verder groeien of langer zal voortleven door iets behalve door het huwelijk. Als er een huwelijk is samen met deze liefde, dan zal deze liefde groeien en sterker worden met de dag.”

 

Abu Hurayrah heeft van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] overgeleverd: “Drie mensen hebben bij Allaah het recht om door Hem geholpen te worden: De Mujaahid op het pad van Allaah, de schuldenaar die een lening wil afbetalen en degene die van plan is om te trouwen omdat hij kuis wil blijven.” [Sunan At-Tirmidhi 1655, Hassan]

 

Al-Mubaarakfoori zei: “Degene die van plan is om te trouwen omdat hij kuis wil blijven.” Betekent kuisheid van ontucht. At-Teebi zei: De reden waarom hij dit zei is omdat dit moeilijke zaken zijn die zwaar op een persoon wegen en zijn nek kunnen breken, tenzij Allah hem helpt is hij niet in staat om ze te verrichten. De meest moeilijke van hen is kuis blijven, want dit betekend het onderdrukken van het verlangen welke in de mens is geschapen, want het is een dierlijke verlangen dat je naar beneden kan trekken tot het laagste niveau, maar als hij kuis blijft met de hulp van Allah, dan zal hij de status van engelen bereiken en het hoogste deel van ‘Illiyeen (het Paradijs).” [Tuhfat al-Ahwadhi, 5/242]

 

‘Abdullah ibn Mas’ood zei: “Waarlijk, genegenheid komt van Allah en haat van de Shaytaan, die wenst gehaat te maken wat Allah heeft toegestaan (d.w.z het huwelijk).” [Ibn Abi Shaibah, At-Tabaraani en ‘Abdur-Razzaaq: Saheeh. Zie Adaab Az-Zafaaf van Al-Albaani]

 

An-Nawawi zei: “Wanneer een man naar een vrouw kijkt en zijn hart heeft het verlangen naar geslachtsgemeenschap, dan zal het huwelijk met haar resulteren in verder groeiende liefde. Dit is vermeld door At-Teebi. En nog correcter is de uitspraak dat het huwelijk de grootste remedie is waarmee je verlangen en passie voor gemeenschappelijke relaties kunt behandelen. Want het is een remedie welke geen enkele andere gelijke heeft.. Allah vermeld dat hij onze last wenst te verlichten toen hij over dit onderwerp sprak en informeerde ons over de zwakheid van de mens (Surah An-Nisaa, aya 28). Dit bewijst dat de mens te zwak is om deze verlangens te dragen, en dat Allah deze zaak voor hem verlicht heeft door het toestaan van reine vrouwen.. Wanneer hij het voornemen heeft om een vrouw ten huwelijk te vragen, en hij ziet haar en voelt liefde voor haar, dan is het toegestaan om een huwelijk te plannen gebaseerd op wat hij zag.” [Faydul Qadeer]

 

Er is overgeleverd van Al-Mugheerah ibn Shu’bah dat hij een vrouw ten huwelijk wilde vragen, en de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Ga haar zien, want dan zal de kans groter worden dat er liefde tussen jullie zal ontstaan.” [At-Tirmidhi 1087, Hassan geclassificeerd door An-Nasaai 3235]

 

Ibn Hazm zei: “Elegantie bestaat uit fijne gelaatstrekken, soepele bewegingen, sierlijke gebaren, een ziel in harmonie met het figuur welke het lot haar heeft gegeven, zelfs wanneer er geen zichtbare schoonheid is. Allure is de schoonheid van elke trek afzonderlijk beschouwd. Maar iemand wiens trekken als mooi beschouwd worden wanneer ze afzonderlijk genomen worden kan alsnog koud zijn, niet opwindend, zonder charme, verleidelijkheid of elegantie. Verleidelijkheid is het aura van de zichtbare delen, ook wel bekend als elegantie en aantrekkelijkheid. Charme is een zekere iets wat geen andere woord kent om het te verklaren. Het is de ziel die het waarneemt, en iedereen weet wat het is, wanneer ze het zien. Het is als een sluier over het gezicht, een stralend licht dat alle harten naar haar toe trekt, waardoor iedereen het erover eens is dat het mooi is, zelfs als het niet gepaard gaat met fraaie kenmerken. Iedereen die het ziet wordt erdoor verleid, gecharmeerd, verslaafd, maar wanneer je naar elke trek apart kijkt, zou u desondanks niets bijzonders vinden. Men zou kunnen zeggen dat er een bepaald geheimzinnig iets is wat je ziet wanneer je kijkt in het ziel. Dit is de piek van schoonheid. Echter, smaken verschillen. Sommigen geven de voorkeur aan verleidelijkheid, anderen geven de voorkeur aan sierlijkheid. We noemen schoonheid opwindend wanneer er een combinatie is van sommige van deze kwaliteiten.” [Al-Akhlaaq Wa Siyar]

 

Jaabir ibn ‘AbdAllah overlevert van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] dat hij zei: “Wanneer iemand van jullie een vrouw ten huwelijk wil vragen, als hij naar haar kan kijken om datgene te zien wat hem zal aanmoedigen om met haar te trouwen, laat hem dit dan doen.” Jaabir zei: “Ik vroeg een jong meisje ten huwelijk, en was gewend me te verstoppen vanwaar ik haar kon zien, totdat ik datgene zag wat mij aanmoedigde om met haar te trouwen, dus deed ik dit.” [Saheeh Abi Dawud, nr. 1832]

 

Imam An-Nawawi zei: “Wanneer iemand wil trouwen, is het gewenst (musta7ab) om naar haar te kijken zodat hij geen spijt zal hebben. Volgens een andere mening is het niet gewenst maar toegestaan. De eerste opinie is correct vanwege de hadeeth, en het is toegestaan om herhaaldelijk te kijken, met of zonder haar toestemming. Als het niet gemakkelijk is om naar haar te kijken, dan mag hij een vrouw naar haar sturen om haar te bekijken en aan hem te omschrijven. Een vrouw mag ook kijken naar een man als zij met hem wil trouwen, want zij zal ook in hem wensen wat hij in haar wenst. Wat toegestaan voor hem is om te zien zijn; het gezicht en de handen, haar voorkant en achterkant.” [Rawdat At-Taalibeen wa ‘Umdat Al-Mufteen, 7, 19-20]

 

Ibn Hadjar zei: “De meerderheid van de geleerden zeiden dat het toegestaan is om naar haar te kijken als hij wenst, zonder haar toestemming.” [Fath al-Baari 9/157]

 

Al-Albaani ondersteunde deze opinie en zei: “Dergelijk bewijs vinden we in de woorden van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] in de hadeeth “Zelfs als zij het niet weet.” Dit word ondersteunt door de daden van de Sahaabah in overeenstemming met de Sunnah, zoals Muhammad ibn Muslimah en Jaabir ibn ‘AbduAllah, beiden verborgen zich zodat ze dat van hun verloofden konden zien wat hun zou aanmoedigden om met hun te gaan trouwen..” [As-Silsilat As-Saheehah 1/156]

 

Ibn Hazm zei: “Als de oorzaak van liefde slechts fysieke schoonheid was, zou het gevolg zijn dat er geen enkele lichaamsgebreken in welke vorm dan ook bewondering zou aantrekken, maar toch kennen wij velen die eigenlijk liever het minder begeerlijke wensen en volstrekt niet in staat zijn om hun hart ervan af te keren, ondanks dat ze bewust zijn van het meer begeerlijke. We concluderen daarom dat de oorzaak van liefde iets is wat zich in de ziel zelf bevind. Het is waar, soms ontstaat liefde als gevolg van een bepaalde oorzaak buiten de ziel, maar dan overlijdt het wanneer deze oorzaak verdwijnt; iemand die om je geeft vanwege een bepaalde omstandigheid, zal zijn rug toe keren wanneer dit motief niet meer bestaat.” [Tawq Al-Hamama]

 

Ibn Hazm zei: “Om liefde haar vrije gang te laten gaan is het essentieel dat de twee geliefden niet verveeld moeten raken, dit is een negatief gevoel welke ruimte geeft voor het groeien van afkerigheid. Perfecte liefde zou zijn wanneer de twee geliefde vergeten werden door het lotsbestemming terwijl zij van elkaar genieten. Maar waar zou dat kunnen gebeuren behalve het Paradijs? Alleen daar kan liefde verzekerd zijn van bescherming, want dit is het tehuis van eeuwige stabiliteit en duurzaamheid. Op de wereld zijn zulke gevoelens daarentegen niet beschermd tegen ongeluk en tegenslagen, en gaan we door dit leven heen zonder ooit volledige welbehagen te proeven.” [Al-Akhlaq wa Siyar]

 

Abu Hurayrah heeft van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] overgeleverd: “Geen enkele gelovige man zou een gelovige vrouw dienen te haten. Als hij een hekel heeft aan een bepaalde eigenschap van haar, zal hij tevreden zijn met een andere.” [Saheeh Muslim 2672]

 

Thaabit Al-Banaanee zei: “Ik was met Annas ibn Maalik en een dochter van hem was aanwezig. Hij zei: “Een vrouw kwam naar de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] en bood haarzelf aan voor een huwelijk met hem. Ze zei: “Oh Boodschapper van Allah heb je enige behoefte aan mij (d.w.z wens je met mij te trouwen)?” De dochter van Annas zei hierop: “Hoe weinig was haar schaamte, schaamteloos, hoe schaamteloos!” Annas zei tegen haar: “Zij was beter dan jij, ze had een verlangen voor de Profeet dus bood ze haarzelf voor een huwelijk aan met hem.” In een andere overlevering: “Zij is beter dan jij want zij presenteerde haarzelf voor de Profeet.” [Saheeh Bukhari, 5120 & 6123]

 

Imaam Al-Bukhari vermelde deze hadeeth onder het hoofdstuk: “Een vrouw die haarzelf ten huwelijk aanbied voor een rechtgeschapen man.”

 

Ibn Hadjar zei: “Ibn Al-Munayyir zei in Al-Haashiyyah: één van de subtiele punten van de kennis van Al-Bukhaari is dat hij uit dit specifieke verhaal van de vrouw die haarzelf aanbood in een huwelijk met de Profeet een algemene beginsel ontleedde, hij begreep dat het toegestaan was voor de vrouw om haarzelf aan te bieden voor een huwelijk met een rechtschapen man wiens rechtschapenheid ze bewondert, en als hij haar ook leuk vindt mag hij met haar trouwen, conform de voorwaarden van het huwelijk waaraan moet worden voldaan. Deze twee ahadeeth – De hadeeth van Sahl ibn Sa’d en de hadeeth van Annas, die beide een melding maakten van een vrouw die haarzelf aanbod voor een huwelijk met de Profeet – geven aan dat het toegestaan is voor een vrouw om haarzelf ten huwelijk aan te bieden voor een man, en hem te laten weten dat zij een voorkeur aan hem heeft, en er is niets mis met haar om dit te doen. En degene aan wie een vrouw haarzelf aanbied ten huwelijk heeft de keuze om dit te accepteren of te weigeren, maar hij hoeft zijn weigering niet regelrecht te uiten, in plaats daarvan volstaat het voor hem om slechts te zwijgen.” [Fathul Baari, vol. 9/175]

 

Al-‘Aynee zei: “De woorden van Annas tegen zijn dochter “Zij is beter dan jij..” geven aan dat het toegestaan is voor een vrouw om haarzelf ten huwelijk aan te bieden voor een rechtschapen man, en hem van haar voorkeur te vertellen vanwege zijn rechtschapenheid en deugd, of vanwege zijn kennis en eer, of vanwege bepaalde karaktereigenschappen of religieuze toewijding, en er geen schaamte op haar rust indien zij dat doet, eerder is dat een teken van haar deugd. De dochter van Annas keek naar de buitenkant en begreep dit niet goed totdat Annas zei: “Zij is beter dan jij.” Wat betreft vrouwen die henzelf ten huwelijk aanbieden aan een man voor enig wereldse redenen, dit is iets wat in het uiterste wordt verafschuwd.” [Umdatul Qaari Sharh Saheeh Al-Bukhari, 20/113]

 

Ibn Qayyim Al-Jawziyyah zei: “Verenigbaarheid tussen twee zielen is één van de sterkste oorzaken van liefde. Elk persoon wordt aangetrokken tot datgene wat verenigbaar is met hem. Elk ziel verlangt naar een ander ziel welke overeenkomstig is met haar, want iets dat overeenkomt met iets, zal er vanuit nature aangetrokken tot voelen. Dit is waarom sommige mensen zeggen dat liefde niet alleen veroorzaakt wordt door uiterlijke schoonheid, en het gebrek aan uiterlijke schoonheid niet hoeft te betekenen dat er geen liefde kan zijn, eerder is het overeenkomstigheid tussen zielen en overeenkomstigheid in hun karakters welke in hun zijn gecreëerd dat er toe doen. De realiteit van liefde is dat het vergelijkbaar is met een spiegel in welke de minnaar zijn eigen karaktereigenschappen en vriendelijkheid ziet in het evenbeeld van zijn geliefde, dus in werkelijkheid heeft hij zichzelf lief en zijn karaktereigenschappen en degene die vergelijkbare karaktereigenschappen bezit.

 

Dus nobele, pure en verheven zielen hebben in het specifiek karaktereigenschappen van perfectie lief, de meest geliefde zaken voor hen zijn kennis, moed, waardigheid, vrijgevigheid, vriendelijkheid, geduld en standvastigheid, want deze karaktereigenschappen zijn overeenkomstig met de essentie van deze zielen, in tegenstelling tot lage en gemene zielen welke ver verwijderd zijn van het liefhebben van deze karaktereigenschappen. Veel mensen zijn gemotiveerd om vrijgevig en vriendelijk te zijn vanwege hun grote liefde voor deze karaktereigenschappen en de voldoening die zij vinden in het doen van deze zaken, het is daarom dat Al-Ma’moon zei: “Vergiffenis is zo geliefd voor mij gemaakt dat ik bang ben dat ik niet voor beloond zal worden.” En er wordt gezegd dat er aan Imaam Ahmad ibn Hanbal gevraagd werd of hij zijn kennis omwille van Allah op had gedaan, en hij antwoordde: “Iets omwille van Allah doen is zeer zeldzaam, het was iets wat geliefd voor mij werd gemaakt, dus deed ik het.” Iemand anders zei: “Ik geniet ervan om te geven, meer dan degene geniet van hetgeen hij van mij aanneemt en ik hem heb gegeven.”

 

Als de liefdesrelatie is gebaseerd op overeenkomstigheid en harmonie, dan zal het versterkt en hechter worden, en niets zou het kunnen verwijderen behalve iets dat sterker is dan de oorzaak hiervan. En als het niet gebaseerd is op overeenkomstigheid en harmonie, dan is het niets meer dan liefde voor een reden, welke zal verdwijnen wanneer de reden verdwijnt. Als je naar de schepping kijkt, dan zul je zelden twee mensen vinden die van elkaar houden behalve dat er enige overeenkomstigheid tussen hun is of zij hebben iets gemeen wat betreft daden, karaktereigenschappen en doelen. Als de doelen, karaktereigenschappen, daden of manieren verschillen, dan kan er alleen afkeer en afstand bestaan tussen hun harten. Het is voldoende om de Saheeh Hadeeth van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] op te noemen: “De gelovigen zijn in hun onderlinge barmhartigheid, liefde en mededogen vergelijkbaar met één lichaam, als een deel ervan pijn voelt dan zal het gehele lichaam meelijden doormiddel van slapeloosheid en koorts.” [Rawdat al-Muhibbeen 66-74]

 

Er is van ‘Aisha overgeleverd dat de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Zielen zijn zoals (groepen) gerekruteerde soldaten, welke zij herkennen daarmee kunnen zij opschieten, en welke zij niet herkennen daar kunnen zij niet mee opschieten.” [Saheeh Bukhari]

 

Ibn Hadjar verzamelde in zijn commentaar op deze hadeeth, betreffende de uitspraak “Zielen zijn zoals gerekruteerde soldaten..” dat Al-Khataabi zei: “Dit kan refereren naar hun overeenkomsten wat betreft goed of kwaad, rechtschapenheid of verderfelijkheid. Goedaardige mensen zijn geneigd tot andere goedaardige mensen, en kwaadaardige mensen zijn gelijkerwijs geneigd tot andere kwaadaardige mensen. Zielen voelen verbondenheid met elkaar volgens hun aard in welke ze geschapen zijn; goed of kwaad. Als het natuur van de zielen overeenkomstig is, dan zullen ze met elkaar opschieten, in andere gevallen zullen zij niet goed met elkaar kunnen opschieten. Het zou kunnen zijn dat er gerefereerd word naar het begin van de schepping in de wereld van het ongeziene, waar de zielen, zoals overlevert, eerder geschapen werden dan het lichaam, en zij elkaar gewend waren te ontmoeten en hun pessimisme met elkaar deelden over de toekomst. En toen de zielen hun lichamen binnen traden (in de fysieke wereld) ze elkaar kunnen herkennen uit het verleden, en goede verstandhoudingen met elkaar hebben of niet, op basis van hun voorgaande ervaring.”

 

An-Nawawi zei: “De geleerden zeiden dat de betekenis hiervan verzamelde groepen van verschillenden soorten betekend. Zij schieten met elkaar op vanwege iets dat ze gemeen met elkaar hebben welke Allah (in hen) heeft geschapen.”

 

Ibn Al-Jawzi zei: “Wat we uit deze hadeeth leren is dat wanneer een persoon ontdekt dat hij afkeer voelt tegenover iemand die bekend staat voor zijn deugdzaamheid en rechtvaardigheid, de oorzaak zou moeten proberen uit zoeken hiervoor, zodat hij zich kan inzetten om zichzelf van iets ongewenst te verlossen. Hetzelfde geld voor het tegenovergestelde (iemand lief hebben die bekend staat om zijn kwaad).”

 

Al-Qurtubi zei: “Alhoewel het allen zielen zijn, verschillen zij op meerdere gebieden, dus een persoon zal verbondenheid voelen met zielen van een bepaalde soort, en zal met hun op kunnen schieten vanwege een bepaalde eigenschap die zij gemeen hebben.”

 

Allah heeft geopenbaard: “Slechte vrouwen zijn voor de slechte mannen, en de slechte mannen zijn voor de slechte vrouwen. En goede vrouwen zijn voor de goede mannen en de goede mannen zijn voor de goede vrouwen..” [Surah An-Noor, aya 26]

 

Shaykh ‘AbuRahmaan As-Sa ‘di zei: “Dit betekend dat alle kwaadaardige mannen, vrouwen, woorden en daden geschikt zijn voor het kwade en ermee in overeenstemming zijn of het vergezellen en ermee in harmonie zijn. En alle goedaardige mannen, vrouwen, woorden en daden geschikt zijn voor het goede en ermee overeenstemming zijn of het vergezellen en ermee in harmonie zijn. Deze uitleg is van algemene zin en exclusief uitzonderingen. Één van de grootste toepassingen hiervan betreft de Profeten, vooral de Boodschappers van Ulul ‘Azm -en vooral hun leider Muhammad, SalAllahu ‘alayhi wa selam, de beste onder de goede schepsels- slechts de beste vrouwen zijn geschikt voor hen. [Tafsir Al-Sa’di, p. 563]

 

‘Abdur-Rahman bin Zayd bin Aslam zei: “Kwaadaardige vrouwen zijn voor kwaadaardige mannen, en kwaadaardige mannen zijn voor kwaadaardige vrouwen. En goedaardige vrouwen zijn voor goedaardige mannen, en goedaardige vrouwen zijn voor goedaardige mannen.”

 

‘Abu Allah ibn Mas’ud en Anas ibn Malik hebben van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] overgeleverd: “Een persoon zal met degenen zijn waarvan hij houdt.” [Saheeh Bukhari 6169, Saheeh Muslim 2640 en 2639]

 

Abu Hatim zei: “De reden waarom mensen eensgezindheid en harmonie vinden onder elkaar ligt verborgen in de herkenning van twee zielen. En eveneens ligt hun onenigheid en scheiding verborgen in hun onderlinge afkeer. Dus als twee zielen elkaar herkennen zullen ze vertrouwen en genegenheid onder elkaar vinden en als er afkeer is tussen de twee zielen zullen ze onenigheid en scheiding onderling vinden.”

 

Mujahid verteld dat Ibn ‘Abbas een man zag zei: “Voorzeker hij heeft mij lief.” Hij werd gevraagd hoe hij dit wist. En antwoordde: “Want ik houd van hem en zielen zijn zoals gerekruteerde soldaten, zij die elkaar herkennen verenigen in harmonie en zij die elkaar niet herkennen leven in onderlinge afkeer.”

 

Abu Hatim zei: “Het grootste teken dat duidelijk maakt hoe een persoon is in zijn dagelijkse aangelegenheden, wordt uitgedrukt door wie hij bevriend en wie hij vijandig is, omdat een persoon zich op het pad van zijn vriend bevind en soortgelijke vogels vliegen in zwermen. Ik heb nog nooit iets gezien wat elkaar meer aanduid, nog meer dan rook brand aanduidt, dan een metgezel die zinspeelt op de realiteit van zijn metgezel. De verstandige vermijdt het vergezellen van verdachte mensen en blijft uit de buurt van degene wiens religie twijfelachtig is, want een mens word herkent aan zijn gezelschap en degene die samen leeft met iemand zal uiteindelijk aan hem toegeschreven worden. Men bevriend niemand met uitzondering van degene die op hem lijkt of van soortgelijk karakter is.”

 

Abu Hurayrah overleverde dat de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Een persoon zal het pad volgen van zijn hechte vrienden, dus kijk uit wie je als hechte vrienden neemt.” [Saheeh geclassficieerd door Al-Albaani in Saheeh At-Tirmidhi]

 

Al-Ghazaali zei: “Zitten en mengen met iemand die geïnteresseerd is in wereldse profijten, zal jou ook wereldse profijten achterna laten jagen. Zitten en mengen met een zaahid zal jou ook weinig laten doen geven om wereldse profijten, want karaktereigenschappen worden makkelijk gekopieerd en iemand kan een karaktereigenschap kopiëren zonder dat hij dit zichzelf beseft.” [Tuhfat Al-Ahwadhi]

 

Er is van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] overlevert: “Een vrouw kan gehuwd worden vanwege vier zaken: haar rijkdom, haar afkomst, haar schoonheid of haar religieuze toewijding. Kies de vrouw die religieus toegewijd is, moge je welslagen.” [Saheeh Bukahri en Muslim]

 

As-San’aani zei: “Deze hadeeth geeft aan dat de omgang met religieus toegewijde mensen in alle zaken de voorrang genieten, want met het vergezellen van hen kan men profiteren van hun goede houding, deugden en manieren, vooral iemands echtgenote. Zij is de eerste wiens religieuze toewijding in beschouwing genomen moet worden, want zij wordt zijn naaste metgezel, de moeder van zijn kinderen, de ene wie hij vertrouwd met zijn huis en zijn rijkdom en haarzelf.” [Subul As-Salaam 1/46]

 

Al-Haafidh ibn Hadjar zei: “Wat dit betekend is dat een man die religieus toegewijd is en van nobele karakter is, religie tot zijn focus zou moeten maken in alle zaken, met name lange termijn zaken. Dus de Profeet beval het zoeken naar een vrouw die religieus toegewijd is, dat is het ultieme doel.” [Fath Al-Baari, 9/135]

 

Er is overgeleverd dat ‘Abd Al-Rahman ibn Abzâ [Radiya Allahu ‘anhu] zei: “Een rechtschapen vrouw met een man, is als een grote goud gebladerde kroon op het hoofd van een koning. En een slechte vrouw is als een zware last op een oude man.” [Ibn Abi Al-Shaybah, Al-Musannaf artikel 17428.]

 

Sa´d ibn abi Waqqas overleverde van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam]: “Er zijn drie redenen voor menselijk geluk; een rechtschapen vrouw, een ruim huis en een goed rijdier. En er zijn drie redenen voor menselijk ellende; een kwaadaardige vrouw, een krap huis en een slecht rijdier.” [Marfoo’ Hadeeth, verzameld door Ahmad. En Saheeh bij Ibn Hibbaan en Al-Haakim.]

 

En in een andere versie: “Er zijn drie redenen voor menselijk ellende; een vrouw die je niet behaagt wanneer je naar haar kijkt, die je pijn doet met haar tong, en die jij niet vertrouwt wat betreft jouw eer en bezittingen wanneer je haar alleen achter laat. En een rijdier dat je lastig valt wanneer je het slaat, en als je het niet slaat assisteert het je niet om je reisgenoten bij te houden. En een krap huis met weinig uitrustingen.” [Al-Haakim]

 

Het is overgeleverd dat ‘Umar ibn Khattab [Radiya Allahu ‘anhu] de mensen een keer toesprak en zei: “Geen enkele man kan iets beters hebben na Imaan, dan een vrouw met een rechtschapen karakter, teder en vruchtbaar. En geen enkele man kan iets slechter hebben na ongeloof, dan een scherp getongde vrouw met een slecht karakter.” [Al-Hafidh Abul-Qasim Al-Asbahani, Al-Targhib wa Al-Tarhib artikel 1528.]

 

Ibn Hazm zei: “Een man die ongelukkig is vanwege de aanwezigheid van een persoon waar hij een afkeer van heeft, is net zoals een man die ongelukkig is vanwege de afwezigheid van een persoon die hij lief heeft. Er valt niet tussen beide te kiezen.” [Al-Akhlaq wa Siyar]

 

De Profeet werd gevraagd naar de beste echtgenotes, en antwoordde: “Ze gehoorzaamt hem als hij iets vraagt, ze maakt hem gelukkig als hij (naar haar) kijkt en ze beschermt haarzelf en zijn bezittingen voor hem (wanneer hij afwezig is).” [Vermeld in An-Nasaai, Saheeh]

 

Ibn ‘Abbaas heeft van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] overgeleverd: “Zal ik jullie informeren over de beste schat die een man kan verkrijgen; een rechtschapen vrouw.” [Verzameld door Al-Haakim in al-Mustadrak 2/363, no. 3281]

 

Ibn ‘Umar verhaalt dat slechte voortekenen werden besproken in het bijzijn van de Profeet, en de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] zei hierop: “Als slechte voortekenen zouden bestaan, dan zouden deze in een huis, een vrouw en een paard te vinden zijn.” [Saheeh Bukhari 5094, en Saheeh Muslim 2252]

 

Al-Khattaabi zei: “Deze uitsluiting is bedoeld om het geloof in slechte voortekenen op te heffen welke heerste in het pre-islamitische tijdperk. Het is alsof hij zei: “Als iemand van jullie een hekel heeft aan een bepaald huis, een bepaalde vrouw of een bepaald rijdier, dan zou hij dit moeten verlaten.”

 

De auteur van ‘Awn Al-Ma’bood zei, ‘Al-Haafidh ibn Hadjar zei, ‘Abdul Razzaaq verhaalde in Al-Musannaf op het gezag van Ma’mar: “Ik heb sommige mensen deze hadeeth horen interpreteren, en zeiden dat het slechte voorteken van een vrouw onvruchtbaarheid is, het slechte voorteken van een paard dat hij niet word gebruikt voor Jihaad en het slechte voorteken van een huis dat de buren slecht zijn.”

 

Andere zeiden dat een huis als slechte voorteken beschouwd kan worden wanneer het te klein en krap is, of er zijn slechte buren welke problemen veroorzaken. Een vrouw kan als slechte voorteken beschouwd worden als zij onvruchtbaar is of zij heeft een scherpe tong of gedraagt zich op een verdachte manier. Een paard kan als slechte voorteken beschouwd worden als het niet word gebruikt in Jihaad, of als het moeilijk handelbaar of te duur is. En een bediende kan als slechte voorteken beschouwd worden als hij een slecht karakter heeft en niet betrouwbaar en deugdzaam is. [Sharh An-Nawawi ‘ala Muslim]

 

Abu Sa’eed heeft van de Profeet [SalAllahu 'alayhi wa selam] overgeleverd: “Wees gewaarschuwd voor het groene mest.” Groen mest is vruchtbaar en ziet er mooi en fris uit, maar is in werkelijkheid vies en het stink. De metgezellen vroegen: “Wat is het groene mest?” Hij zei: “Een mooie vrouw met een slechte opvoeding.” [Ad-Daraqunti in Al-Afraad; Hadeeth Marfoo'. En door Al-‘Ajaloonee mentioned in Kashf-ul-Khafaa 1/319, no. 855]

 

Er is overgeleverd: “Er zijn drie mensen van wie de smeekbede, wanneer zij Allah smeken, niet beantwoord wordt; een man die een vrouw heeft met een slecht karakter maar hij scheidt niet van haar, een man die geld van iemand tegoed heeft maar hij heeft daar geen getuigen van en een man die geld geeft aan een zwakzinnig persoon.” [Verzameld door Al-Haakim, Abu Nu'aym, en anderen. Geauthentiseerd door Al-Albani in Sahih ul Jaami’ no. 3075 & As-Sahihah no. 1805]

 

Abu Hurayrah overlevert van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam]: “Er zijn drie serieuze zaken, of ze nu serieus worden uitgesproken of als grap, ze blijven serieus; Het huwelijk, scheiding en het terugnemen van je gescheiden vrouw.” [In andere versies wordt het bevrijden van een slaaf eraan toegevoegd. Verzameld in het hoofdstuk over scheiding door Abu Dawud, At-Tirmidhi en Ibn Madjah. Hadeeth Hassan Gharib, en is goedgekeurd door Al-Albaani]

 

Er is van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] overgeleverd: “Kies (een goede moeder) voor jullie nakomelingen, want voorzeker voorplanten is een strategie.” En in een andere versie van ‘Aicha: “Kies (een goede moeder) voor jullie nakomelingen, huw de geschikte (vrouwen) en huw (jullie kinderen) aan hen. [Ibn Madjah 1986]

 

En Ibn ‘Umar leverde het over met de bewoordingen: “En kijk naar het nest waarin jij jouw kind plaatst, want voorzeker voortplanten is een strategie.” [Verzameld door Al-Qadaa’ee in Musnad-ush-Shihaab 1/370, no. 638. Zie ook Kashf-ul-Khafaa 1/358, no. 960]

 

Een man bracht zijn zoon naar Umar ibn Khattaab [Radiya Allahu ‘anhu] en zei: “Mijn zoon is mij ongehoorzaam.” En begon over hem te klagen. Toen ‘Umar ibn Khattaab dit hoorde zei hij: “Jongeman, weet jij niet wat de rechten van je vader zijn?” En begon ze op te sommen. De jongen zei: “Oh Amirul Mu’mineen, hebben kinderen ook rechten ten opzichte van hun vader?” ‘Umar antwoordde: “Jazeker. Kinderen hebben ook rechten ten opzichte van hun vader.” De jongen vroeg naar deze rechten. ‘Umar antwoordde: “Dat hij ten eerste een goede moeder voor zijn kind uitzoekt. Hij dient een deugdzame vrome vrouw te huwen, en geen vrouw met een dubieus karakter. Ten tweede moet hij hem een goede naam geven. Ten derde dient hij hem religieuze kennis en de Quran te onderwijzen.”

 

De jongen zei: “Oh Amirul Mu’mineen, mijn vader heeft aan geen enkel van deze plichten voldaan, en is mij tekortgeschoten in deze rechten. Mijn moeder is ten eerste een slavin die hij voor vierhonderd dirhams heeft gekocht. Zij was een vuuraanbidster en is onwetend wat betreft religieuze kennis, Islamitische moralen en manieren. Ik ben in haar schoot opgegroeid, en ze heeft mij geen religieuze kennis meegegeven, dus wat kan ik hieraan doen? Ten tweede heb ik ook geen mooie naam gekregen, ik ben Ju’al (biet) genoemd. Ten derde heb ik geen enkele religieuze kennis meegekregen, en ken geen woord uit de Quran.” ‘Umar ibn Khattaab zei hierop tegen zijn vader: “Jij bent tekort geschoten in jouw plichten en nu kom jij klagen over je zoon? Jij bent degene die ongehoorzaam is.” [Verzameld door Abul Laith Samarqandi in Tanbihul Ghafileen]

 

Abul-Aswad Ad-Du’alee zei eens tegen zijn kinderen: “Ik was goed voor jullie toen jullie kinderen waren, toen jullie opgroeiden, en zelfs voordat jullie geboren werden.” Ze vroegen: “En hoe ben je goed voor ons geweest voordat we geboren werden?” Hij zei: “Ik koos een goede moeder voor jullie uit die jullie niet slecht zou behandelen.”

 

Ahmad bin Harb zei: “Als zes eigenschappen zich in een vrouw bevinden, dan is haar goedheid volmaakt; Het waken over de vijf (gebeden), het gehoorzamen van haar man, de tevredenheid van haar Heer zoekt, het waken over haar tong zodat zij niet roddelt en lastert, haar rug toekeert aan wereldse genietingen en geduldig is bij een tragedie.” [Min Akhlaaq As-Salaf]

 

‘Ali ibn Abi Talib [Radiya Allahu 'anhu] zei: “Wat een persoon tevreden stelt zijn vijf zaken: Dat zijn vrouw behaaglijk is, zijn kinderen loyaal zijn, zijn broeders vroom zijn, zijn buren deugdzaam zijn en zijn provisies bij Allah.” [Min Akhlaaq As-Salaf]

 

Abu Haatim al-Muzani heeft van Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] overlevert: “Als iemand tot jullie komt met wiens religieuze toewijding en karakter jullie tevreden zijn, huw jullie dochters dan aan hem, als jullie dit niet doen dan zullen er veel rampspoeden en onheil in het land onstaan.” Ze zeiden: “Oh Boodschapper van Allah, en als er een bepaald bezwaar tegen hem is?” Hij antwoordde: “Als er iemand tot jullie komt met wiens religieuze toewijding en karakter jullie tevreden zijn, huw jullie dochter dan aan hem.” En herhaalde dit drie keer. [Overgeleverd door At-Tirmidhi 1085, Hassan geclassificeerd door Al-Baani in Saheeh Sunan At-Tirmidhi, 866]

 

Abu Hurayrah heeft van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] overgeleverd dat hij zei: “Een maagd kan niet gehuwd worden zonder haar instemming, en een gescheiden vrouw kan niet gehuwd worden zonder haar instemming.” [Saheeh Bukhari 5136 en Muslim 1419]

 

Ibn Taymiyah zei: “De ouders hebben het recht niet om hun kind tot een huwelijk met iemand te dwingen die hij niet wenst. Als hij weigert is hij niet ongehoorzaam; het is alsof hij word gedwongen iets te eten wat hij niet wil.” [Al-Ikhtiyaraat, p. 344]

 

Shaykh Muhammad ibn Ibraheem zei: “Wanneer een vrouw de pubertijd bereikt, en er komt iemand met wiens religieuze toewijding en karakter zij tevreden is en geschikt is voor haar, en de wali (zorgdrager, voogd, ouder) heeft geen bewijs dat hij niet geschikt is voor haar, dan moet de wali gehoor geven aan dit verzoek en haar met hem laten huwen. Als hij weigert dit te doen, dan zou hij op zijn verantwoordelijkheden gewezen moeten worden. Als hij hierna nog steeds weigert, dan verliest hij het recht van voogdij en gaat dit naar de volgende dichtstbijzijnde verwant aan de vaders kant.” [Uit zijn Fataawa, 10/97]

 

Er is van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] overleverd: “Er is geen huwelijk behalve middels een voogd.” [At-Tirmidhi 1011, Saheeh] En er is ook overgeleverd: “Een vrouw die huwt zonder de toestemming van haar voogd, haar huwelijk is ongeldig, haar huwelijk is ongeldig, haar huwelijk is ongeldig.” [Saheeh Al-Jamee’ 2709]

 

Shaykh Ibn ‘Uthaymeen zei: “Zouden we het niveau maar bereiken waarbij een vrouw, indien haar vader weigert haar te laten huwen met iemand die geschikt is wat betreft religieuze overtuiging/toewijding en karakter, naar de qaadi (Islamitische rechter) zou durven te gaan zodat hij tegen haar vader kan zeggen: Regel haar huwelijk of ik zal het zelf regelen, of een andere voogd dan jij zal het regelen. Want dit is het recht van het meisje indien haar vader weigert haar huwelijk te regelen. Dit is haar recht volgens de Shariah. Zouden we dit niveau maar bereiken, maar de meeste meisjes worden hiertoe weerhouden door verlegenheid.” [Uit Al-Liqaa Ash-Shahri]

 

Shaykh Ibn ‘Uthaymeen zei ook: “Als de wali weigert de vrouw te laten trouwen met een man wiens religieuze toewijding en karakter goed zijn, dan gaat de voogdij naar de volgende dichtstbijzijnde mannelijke familielid aan de vaders kant, en de dichtste na hem enzovoorts. Als zij weigeren haar huwelijk te regelen, zoals meestal gebeurt, dan gaat de voogdij over naar de qaadi, en de qaadi dient het huwelijk van de vrouw dan te regelen. Als de zaak naar hem wordt verwezen en hij weet dat de voogden weigeren haar huwelijk te regelen, dan dient hij dat te doen, want hij is de wali in gevallen waarbij er geen specifieke wali is. De fuqaha (Islamitische rechtsgeleerden) vermelden dat wanneer de wali herhaaldelijk huwelijk aanzoeken van geschikte mannen weigert, hij een faasiq is (grote zondaar) en niet langer wordt beschouwd als iemand van goede karakter of het zijn van een wali, eerder volgens het best bekende standpunt van de madhab van Imam Ahmad, verliest hij ook het recht om het gebed te leiden en is het niet geldig om het gezamenlijk gebed achter hem te bidden. Dit is een ernstige zaak.

 

Sommige mensen, zoals wij hierboven hebben vermeld, weigeren huwelijksaanzoeken van geschikte mannen, maar het meisje kan zich te verlegen voelen om naar de qaadi te gaan om haar huwelijk te regelen. Dit is iets wat gebeurt. Maar zij zou de voor- en nadelen moeten overwegen, en beslissen welke de meeste schadelijke gevolgen heeft; zonder echtgenoot blijven en haar wali over haar leven laten regeren volgens zijn stemmingen, buien en verlangen, totdat ze oud word en niet langer meer wenst trouwen en hij haar uithuwelijk. Of naar de qaadi gaan en vragen om haar huwelijk te regelen want dat is haar recht volgens de Shariah. Ongetwijfeld geniet het tweede alternatief de voorkeur, welke is; dat ze naar de qaadi zou moeten gaan en vragen haar huwelijk te regelen, want zij heeft hiertoe het recht, en omdat het gaan naar de qaadi en het regelen van haar huwelijk door hem ook de belangen van anderen dient.. Dit dient drie doelen: De belangen van de vrouw zelf, zodat ze niet zonder echtgenoot blijft. De belangen van anderen, omdat dit de deur voor vrouwen zal openen die op iemand wachten die het voorbeeld zal geven welke ze kunnen volgen. En het voorkomen van dergelijk onderdrukkende voogden die beslissingen nemen voor hun dochters of andere vrouwen onder hun voogdij volgens hun eigen stemmingen of wat zij zelfs wensen.. Het dient ook een specifiek belang, namelijk het regelen van huwelijken voor zij die geschikt zijn wat betreft religieuze toewijding en karakter, en dus worden ze beschermd tegen dwaling en het vallen in haraam (ontucht en verboden relaties).” [Genomen uit Fataawa Islamiyyah, 3/148]

Hoe vind je dit bericht? 22 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 15:56 Reageer op dit bericht Stuur door

Deel 1 - Tussen de ahzaab van toen en nu

Deel 1 - Tussen de ahzaab van toen en nu

 

De nasleep van Uhud

 

Laten we ons even focussen op een periode in de tijd van de Profeet [SallAllahu ´alayhi wa selam] die in zekere zin vergelijkbaar is met die van ons. Een periode waarin de Moslims met veel obstakels, tegenslagen en teleurstellingen te kampen hadden. Een periode van verraad, en waarin de vijanden zich verzamelde en samen spanden tegen de Moslims. Zoals de naties zich nu verzamelen en tegen ons samenspannen, verzamelde en spanden de stammen zich destijds tegen de Moslims. Het was een periode van zwakte en onzekerheden, ondanks het enigszins groter geworden aantal Moslims. En wanneer we de Seerah bestuderen is het noodzakelijk om er praktische lessen uit te halen die wij zelf ook kunnen en dienen te gebruiken. Dit is wat we hier ook zullen proberen.

 

Ali ibn Hussayn, Rahimahu Allah, zei: “Wij waren gewend de veldslagen van de Profeet te onderwijzen evenveel als we de hoofdstukken van de Quran onderwezen.” En Imam Az-Zuhri, Rahimahu Allah, zei: “In het bestuderen van de veldslagen (van de Profeet) ligt kennis van deze wereld zowel als van het hiernamaals.” We zullen hier namelijk de veldslag van Al-Ahzaab eens nader gaan bekijken, en enkele gebeurtenissen hier rond omheen. Dit was zo een cruciale veldslag dat er een hoofdstuk in de Quran over is te vinden, Surah Al-Ahzaab. Het begon allemaal na de tweede veldslag; de slag van Uhud. Deze tweede slag hadden de Moslims verloren, na hun overwinning in de eerste slag bij Badr.

 

Hierover werd geopenbaard: “En (gedenk) toen een ramp jullie trof (bij Uhud), hoewel jullie (uw vijand) met een dubbele ramp getroffen hebben (bij Badr) – zeggen jullie: “Vanwaar komt dit?” Zeg: “Het Komt van jullie zelf (zij verlieten hun posities).” Voorwaar, Allah is Machtig over alle Zaken. En wat jullie trof op de dag dat de twee legers elkaar ontmoetten (Uhud), was met de toestemming van Allah, zodat Hij de gelovigen toetst. En zodat Hij degene die huichelen herkend deed worden, en er werd tegen hun gezegd: “Kom en vecht op het Pad van Allah, of verdedig (jullie zelf ten minste).” Zei zeiden: “Zouden wij geweten hebben dat er een gevecht zou plaats vinden (bij Uhud), dan zouden wij jullie zeker gevolgd hebben.” Zij waren die dag dichter bij ongeloof dan bij geloof. Zij zeiden met hun lippen wat niet in hun hart aanwezig was. En Allah weet goed wat zij verbergen. (En zij zijn) degenen die tegen hun broeders zeiden, terwijl zij zelf waren achterbleven: “Hadden zij maar naar ons geluisterd (en waren zij ook maar thuis gebleven), dan waren zij niet gedood.” Zeg: “Weerhoudt de dood dan van jullie af, indien jullie waarachtig zijn.” [Surah Ali-Imraan, aya 165 t/m 168]

 

Laten we als eerst eens even kijken naar hoe de Moslims dit verlies van Uhud verwerkten, wat zij deden nadat ze gedwongen werden terug te trekken naar Medina. Was het jammeren? Elkaar de schuld geven voor de fouten die tot dit verlies leidde? De hoop opgeven en terneergeslagen rondlopen? Elkaar demotiveren? Of uitrusten? Integendeel, de volgende dag al maakte zij zich klaar voor een nieuwe veldslag met Quraiysh! De slag bij Hamraa Al-Asad. De Moslims vestigden hier enkele dagen hun kamp, maar de uitgeputte Quraiysh daagden niet op. Het waren de Moslims die de dag daarvoor de slag van Uhud hadden verloren, maar de ongelovigen waren degene die de volgende dag van zich af liet weten! En dit uitstel gaf de Moslims een strategisch voordeel, ze wonnen hiermee tijd om voor te bereiden op de volgende grote veldslag tegen Quraiysh; de tweede Badr die vier jaar na de eerste slag bij Badr zou plaats vinden, zoals afgesproken. Kijk dus wat de vruchten zijn wanneer je na het vallen gelijk weer opstaat, en je zwakte niet laat zien tegenover de vijand noch deze de overhand laat nemen. Want zij begrepen dat jammeren en weeklagen hun situatie niet zou verbeteren. We zouden hier een voorbeeld aan moeten nemen. Het is nu al 45 jaar geleden sinds de zesdaagse oorlog tegen de illegale staat Israël, maar wij hebben dit verlies nog steeds niet weten te verwerken. De Moslims destijds confronteerde hun vijanden de volgende dag nog, terwijl hun wonden zelfs nog niet waren geheeld!

 

Over de slag bij Hamraa Al-Asad werd geopenbaard: “Degenen die (aan de oproep van) Allah en de Boodschapper gehoor gaven nadat zij gewond waren (geraakt bij Uhud); voor degenen onder hen die goed doen en godsvrees hebben is er een geweldige beloning. En (dit zijn) degene tegen wie de mensen zeiden: “Voorwaar, de mensen hebben zich tegen jullie verzameld, vreest hen dus.” Hun geloof werd erdoor versterkt en zij zeiden: “Allah is ons genoeg en Hij is de beste Beschermer.” En zij keerden terug (van de veldslag) met de genietingen van Allah en (Zijn) Gunst; geen kwaad heeft hen aangeraakt, want zij volgden het welbehagen van Allah en Allah is Bezitter van de Geweldige Gunst. Voorwaar, het was slechts Satan die (jullie) bang maakt met zijn volgelingen. Weest daarom niet bang voor hen, maar weest bang voor Mij, indien jullie gelovigen zijn.” [Surah Ali-Imraan, aya 172 t/m 175]

 

Het Joodse verraad

Maar nadat de andere vijandige stammen over het verlies van de Moslims bij Uhud te horen kregen, gaf hen dit enig moed en zagen zij een moment van zwakte welke ze konden misbruiken. Hierdoor moesten de Moslim verschillende aanvallen zien te verduren, en hebben ze een aantal kleinere veldslagen moeten leveren tegen meerdere vijandige stammen. Hierbij werden honderdvijftig nobele metgezellen gedood in enkele maanden. Dit zijn in totaal meer slachtoffers dan in de slag van Badr en Uhud bij elkaar, waarin totaal minder dan negentig Moslims werden gedood. Dus dit was een relatief groot getal. En in slechts één maand werden er tachtig metgezellen vermoord, in de tragedie bij Ar­-Rajee’ waar tien Suhaba werden gedood, en de bron Ma’una waar zeventig Suhaba werden gedood.

 

Hierbij kwam ook nog het verraad van de Joodse stam Banu Nadhir kijken die een aanslag op de Profeet wilde beramen. Waarop de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] hen een ultimatum van tien dagen gaf om uit Medina te vertrekken, vanwege het vredesverdrag dat ze hiermee verbroken hadden. Dit was al de tweede Joodse stam dat het vredesverdrag verbrak. De eerste Joodse stam was Banu Qanynuqa’ welke het verdrag al voor de slag van Uhud verbrak, en werd ook uit Medina verbannen na een militaire confrontatie van vijftien dagen. En we zien hoe de geschiedenis zich herhaalt, en de Joden vandaag ook elk verdrag aan hun laars lappen. Israël heeft een waslijst aan VN resoluties geschonden. Men moet inzien dat er geen enkel verdrag met de Joden mogelijk is. Het is niet voor niets dat de Profeet, na vele conflicten later met de Joden, heeft gezegd dat de Joden uit het Arabische schiereiland gedreven moeten worden. Maar helaas heeft de Ummah hier vandaag geen gehoor aan gegeven. Terwijl de ervaringen van onze voorgangers (met de Joden) een bron van lessen voor ons zou moeten zijn. Zij hebben bewezen geen enkel verdrag na te zullen leven met de Moslims.

 

De hypocrieten bemiddelden de eerste keer ook al voor Banu Qaynuqa’ toen ze werden verdreven, maar dit keer probeerde ze echter roet in het eten te gooien door Banu Nadhir de steun van de vijandige Arabische stam Ghatafaan en Joodse stam Banu Quraydha te beloven als ze in Medina bleven. Dus weigerde de Joden van Banu Nadhir te vertrekken. Ondanks het grote risico op een hevig conflict dat de Moslims hiermee riskeerde, besloten ze hen toch te verdrijven. Dit ging met minimaal geweld en zonder doden gepaard, zoals de eerdere uitdrijving van Banu Qaynuqa’. Dit was vanwege de militaire wijsheid van de Moslims aan de ene kant, en de lafheid van de Joden aan de andere kant. En op de steun die ze werd voorgelogen hoefden ze ook niet te rekenen.

 

Hierover werd geopenbaard: “Zie jij degene die huichelen niet? Zij zeggen tegen hun broeders die ongelovig zijn, van onder de lieden van het Boek (de Joden, Banu Nadhir): “Als jullie verdreven worden (uit Medina), dan zullen wij met jullie vertrekken. En wij zullen nooit iemand (tegen jullie) volgen. En als jullie bestreden worden, zullen wij jullie zeker helpen.” Maar Allah getuigd dat zij zeker leugenaars zijn. Als zij worden verdreven, dan zullen zij niet met hen wegtrekken; en als zij worden bestreden, dan zullen zij hen niet helpen. En als zij hen helpen (door te strijden), dan zouden zij op de vlucht slaan, en zullen zij (alsnog) niet geholpen worden. Zij hebben in hun hart zeker meer angst voor jullie (Moslims) dan voor Allah. Dat is omdat zij een volk zijn dat niet begrijpt. Zij (de Joden) bestrijden jullie (zelfs) niet gezamenlijk, behalve in versterkte steden of achter muren. Hun vijandschap onderling is hevig, jullie denken dat zij een eenheid vormen, maar hun harten zijn verdeeld. Dat is omdat zij een volk zijn dat niet begrijpt. Zoals het geval was met degenen die hen kort daarvoor voorafgingen (Banu Qaynuqa’). Zij hebben het kwaad van hun wandaden geproefd (ze werden verdreven). En voor hen is er een pijnlijke bestraffing. (De huichelaars zijn) zoals de duivel, toen hij tot de mens zei: “Wees ongelovig.” Maar wanneer hij ongelovig wordt, dan zegt hij: “Voorwaar, ik ben niet verantwoordelijk voor jullie. Voorwaar, ik vrees de Heer der werelden.” Daarom zal het einde van beiden (de huichelaars en Joden) wezen, dat zij samen eeuwig in het Vuur zullen verblijven; dit is de vergelding voor de onrechtvaardigen.” [Surah Al-Hashr, aya 11 t/m 17]

 

Het was dus pas nadat de Moslims hun macht vertoonde en hen zes dagen lang omsingelde, dat de Joden van Banu Nadhir Medina besloten te verlaten, zoals dit ook het geval was met hun voorgangers Banu Qaynuqa’. En dit laat het belang van kracht tonen tegenover vijanden zien. Maar ondanks hun verraad en vijandschap, mochten ze al hun bezittingen meenemen, op hun wapens na, zoals hun voorgangers Banu Qaynuqa’. De Moslims bleven rechtvaardig, zelfs tegenover hun vijanden, en zelfs in deze moeilijke zware periode waarbij velen anderen hun beheersing zouden verliezen. Wederom een mooie les voor ons. Desondanks ging hun uittocht niet zonder het geduld van de Moslims voor de zoveelste keer op de proef te stellen. De Joden provoceerde hen door met hun duurste kleding in een parade van festieve muziek en gezang Medina te verlaten. In een groot spektakel dat de aandacht van iedereen opeiste.

 

Een belangrijk punt om overigens stil bij te staan bij de eerdere uitdrijving van Banu Qaynuqa’ is de oorzaak hiervoor. Namelijk een Moslim vrouw die door hen werd onteerd, door haar kleding omhoog te trekken. Dit was de doorslag gevende reden voor de Moslims om de Joden militair te confronteren. Ondanks het feit dat de leden van deze Joodse stam hevig bewapend waren, gezien de ambacht van wapens hun beroep was. Zoals Israël vandaag overigens ook één van de grootste wapen fabrikanten en exporteurs is in de wereld. Hieruit kunnen we een belangrijke les trekken. Want hoeveel zusters worden er vandaag wel niet onteerd door de vijanden, en wat is onze passieve houding hiertegenover? En vergelijk onze reactie met de reactie van de Moslims destijds, die een heel leger prepareerde en op lieten rukken voor de eer van slechts één Moslim vrouw! Ondanks hun materiele zwakte, en ondanks de materiele kracht van de vijand. Zij begrepen wat de waarde en prijs was van een Moslim, en vooral die van een vrouw. Helaas tolereren wij dit soort onrecht tegenover onze moeders en dochter wel, en deze tolerantie is de grote oorzaak achter onze huidige ondergang.

 

Maar naast al deze conflicten hadden de Moslims nog een afspraak staan voor een veldslag die aan was gebroken. De tweede Badr, ook wel de kleine Badr. Maar Abu Sufyan liet het nogmaals afweten, zoals bij Hamraa Al-Asad. De Moslims vestigden hun kamp acht dagen lang bij Badr zoals afgesproken, maar Abu Sufyan en zijn leger lieten het halverwege afweten, en trokken terug. Onder het excuus dat er een droogte heerste en dit in hun nadeel zou wegen. Dit leger zou het papleger werden genoemd door de Mekkanen, omdat zij slechts uit waren gerukt om pap te gaan eten, en weer terug kwamen.

 

De bondgenoten

Na de slag van Uhud en al deze confrontaties, besloten verschillende Arabische en Joodse stammen samen te spannen met Quraiysh in één grote veldslag, bekend als Ghazwat Al-Ahzaab, ook wel bekend als Ghazwat Al-Khandak. De Joden die onder anderen verdreven werden naar Khaiybar, met Banu Nadhir aan kop, namen het initiatief om een bondgenootschap met meerdere Arabische stammen te sluiten, en één laatste vernietigende aanval tegen de Moslims van Medina te lanceren. De twee grootste Arabische stammen waren Quraiysh en Ghatafaan. Zoals de naties tegenwoordig ook tegen de Ummah worden verzameld onder het initiatief van de Joodse lobby’s, gebeurde dit destijds ook onder het initiatief van de Joden. De Arabische stammen zouden Medina van voren aanvallen, terwijl Banu Qaraydha; de laatste Joodse stam in Medina, de Moslims in een verrassingsaanval vanuit achteren zouden aanvallen. Dit was al het derde verraad van de Joden. Een lafhartige aanval waarbij ze de vrouwen en kinderen van de Moslims in Medina, die onbeschermd achter zouden blijven, wilden aanvallen. Zoals de Joden tegenwoordig ook lafhartig onschuldige vrouwen en kinderen in Palestina bombarderen. De Joden zijn uitermate laf, zoals we eerder lazen in Surah Al-Hashr “Zij (de Joden) bestrijden jullie (zelfs) niet gezamenlijk, behalve in versterkte steden of achter muren.” Dit doet ons denken aan de Palestijnse muur, een muur van 620 kilometers lang! Zij durven de Moslims alleen aan te vallen vanuit een veilige positie, van hoog boven in een gevechtsvliegtuig of vanuit een dik gepantserde tank. De vraag is; hoe kan het dat zo een ontzettend laf volk ons te sterk is? Wat zegt dit over ons?

 

De Arabieren beschouwden de Joden destijds als wijze geleerde mannen, vanwege het feit dat ze onderricht waren in de Goddelijke geschriften. Dus toen de Joden naar de ongelovige Arabieren van Mekka gingen om een bondgenootschap te sluiten met hen, en tegen de Moslims wilde samenspannen, vroegen de Arabieren aan hen; “Jullie zijn de eerste lieden van het geschrift, en zijn bekend met de aard van onze conflict met Muhammad. Is onze religie beter of die van hem?” De Joden antwoordden dat hun religie beter was, en dat zij beter geleid waren dan de Moslims. Terwijl de Joden meer in gemeen hebben met de Moslims dan met deze polytheisten. De Moslims geloven in de Profeten van de Torah en zijn monotheïsten, zoals de Joden. Terwijl de ongelovige van Quraiysh afgodsbeelden, zoals Hubal, Laat en Al-‘Uzza aanbaden. De Joden prezen hun afgoden dus boven Allah.

 

Allah openbaarde hierover: “Heb jij degenen (de Joden) niet gezien die een gedeelte van het Boek gegeven was (de Torah)? Zij geloven in djibt (afgodsbeelden) en de taghut (alles wat naast Allah aanbeden word) en zij zeggen tegen (en over) de ongelovigen: “Dezen zijn beter geleid op het pad dan de gelovigen.” Zij zijn degenen die Allah heeft vervloekt. En wie door Allah vervloekt is: voor hem vindt je nooit een helper.” [Surah An-Nisaa, aya 51, 52]

 

En Allah openbaarde: “U zult zeker vinden dat de mensen die het meest hardnekkig zijn in hun vijandschap tegenover de gelovigen, de Joden zijn en degene die afgoden aanbidden. En u zult zeker vinden dat degene die het dichts bij vriendschappelijkheid tot de gelovigen, diegenen zijn die zeggen: “Voorwaar wij zijn Christenen.” Dat is omdat er onder hen priesters en monniken zijn en omdat zij niet hoogmoedig zijn.” [Surah Al-Maaidah, aya 82]

 

Hun toenadering tot de Mushrikeen van Mekka is enigszins vergelijkbaar met de toenadering van de Christenen tot de Joden vandaag de dag. En dit is een recentelijke bondgenootschap, welke gesloten is onder initiatief van de Joden, die voorheen altijd door de Christenen werden vervolgd. De Christenen hebben meer gemeen met de Moslims dan met de Joden. En toch is hun vriendschap met de Joden hechter dan met de Moslims. Sterker nog, ze zijn de Moslims vijandig. De Joden geloven niet in Jezus als Profeet, ze beschuldigen hem van bedrog, en zijn moeder voor ontucht. De Christenen zijn er zelfs van overtuigd dat de Joden Jezus hebben gekruisigd. De Moslims daarentegen geloven in Jezus als Profeet, en spreken slechts goed over hem en zijn moeder, vrede zij met hen. Dit is een belangrijk punt om bij stil te staan. We zien dat de verschillende naties al hun onenigheden onderling opzij leggen wanneer het aankomt op een bondgenootschap tegen de Moslims. Zelfs de eens zo gehate communistische landen worden dan een bondgenoot waarmee samen wordt gewerkt, onder het mom van terrorisme bestrijding. Zelfs de eens zo gehate onderdrukkende dictaturen worden dan een bondgenoot waarmee samengewerkt wordt. En nu zijn het allemaal geprezen bondgenoten.

 

De Joden benaderden verschillende Arabische stammen, en spoorden hun broeders in Medina aan om de Moslims van achteren aan te vallen, en zo werd er een sterk leger van ruim tienduizend soldaten uitgerust tegen de drieduizend moslims in medina (inclusief vrouwen en kinderen), een ongekend aantal vijanden destijds. Bij de slag van badr waren de vijanden slechts duizend in getal, en bij de slag van Uhud waren dit er drieduizend, en nu meer dan tienduizend! Bij alle drie de veldslagen waren de Moslims overigens in de minderheid, en dit is vrijwel altijd het geval geweest in de geschiedenis. Dit keer waren het ongeveer duizend Mujahideen tegenover tienduizend vijanden!

 

Het graven van de gracht

Maar de moslims bleven niet stil zitten zoals wij dat doen. Zij bereidde zich hierop voor, bedachten gezamenlijk in overleg een strategie en maakte hier plannen voor, die ze later ten uitvoer brachten door de bekende succesvolle gracht rondom medina te graven. Salman Al-Farisi, Radiya Allahu ‘anhu, kwam met het idee. En zei dat ze dit gewend waren te doen in Perzië. De Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] accepteerde dit idee, en dit laat zien dat we tolerant moeten zijn tegenover nieuwe ideeën en technologieën. Het was een grote onderneming waar iedereen een handje in bij droeg, zelfs de Profeet hielp hieraan mee. Hij was de leider, maar hij was niet vies van zwaar werk, hij was niet bang om zijn handen vuil te maken. Er is overlevert dat zijn buik zo vuil zou worden van het zand dat je niet kon uitmaken wat zijn huidskleur was. Vergelijk dit met ons wanneer wij een positie bekleden als leiders, we delen de orders uit en gaan zelf vervolgens languit achterover zitten, zo beelden wij ons het leiderschap in. Maar wanneer een zaak de Moslim gemeenschap destijds aanging zouden zij allen hun handen uit de mouwen steken en hier een steentje in bijdragen. En de mentaliteit van tegenwoordig “ach iemand anders zal het wel doen” bestond niet bij hun. Hier zien wij dus een prachtig voorbeeld in leiderschap, overleg, samenwerking, planning en vooral productiviteit. Wij hebben een te grote liefde voor luiheid en ontspanning, en dit is één van de oorzaken welke ons tot deze huidige ondergang naar beneden heeft geslagen. Kijk eens om je heen, de Ummah van productiviteit en inspanning is nu één van de meest luie gemeenschappen! En minst producerende naties! En het grote getal aan overwicht in onze gemeenschap getuigt sterk over onze luiheid. Gelukkig zijn er nog wel sportieve Moslims die van bewegen houden, maar laten we ze een vraag stellen; wat heb jij aan die spieren die je loopt te kweken als jij deze niet gebruikt voor de gemeenschap, en als jij deze niet inzet omwille van Allah? Wat zijn deze spieren dan waard? Hetzelfde geld overigens ook voor het intellect, wat is dit intellect wat jij aan voeden bent waard als jij dit niet inzet voor de gemeenschap en voor Allah?

 

Naast leiderschap, planning, overleg, samenwerking en productiviteit zien wij hier ook een prachtig voorbeeld in organisatie, efficiëntiebeheer, orde en structuur, en dit valt in principe ook onder leiderschap. De Moslims die deze gracht zouden graven werden in pelotons van 10 man verdeeld, en elke groep kreeg de opdracht om ruim 37 meter te graven. Waarbij een deel van de groep zou graven en een ander deel van de groep het zand uit de gracht zou dragen. Het was duidelijk wat het hoofddoel was, maar om dit te bereiken moet er ook een duidelijke collectieve en individuele cohesieve rolverdeling zijn, welke naast orde en structuur ook efficiëntie biedt. Dit toont het immense belang van (goede centrale) coördinerende leiderschap in onze Ummah aan. Want zonder leiderschap werkt en loopt de massa maar langs en door elkaar heen. En het gebrek aan leiderschap, naast het gebrek aan overleg, samenwerking en productiviteit, is één van de grote oorzaken voor de chaos en wanorde die in onze gemeenschap heerst. Er zijn tegenwoordig zoveel groepjes, die als paddenstoelen uit de grond schieten, en elkaar alleen maar lijken tegen te werken in plaats van de krachten te bundelen en samen te werken aan een gezamenlijk doel, onder één centrale leiderschap.

 

En we zien in deze samenwerking en productiviteit ook een prachtig voorbeeld in geduld en vastberadenheid. Want toen zij deze lange wijde diepe gracht aan het graven waren hadden zij drie dagen lang niet gegeten! Kun jij het je voorstellen om zo een grote onderneming op een lege maag te verrichten? Een gracht te graven van enkele kilometers lang, enkele meters breedte, en enkele meters diep met simpele sikkels, spaden en soortgelijk gereedschap? Zij klaarden deze klus binnen enkele dagen met hun blote handen, in deze schaarse omstandigheden, terwijl je dit vandaag machinaal misschien niet zo snel voor elkaar zou krijgen vanwege de hardheid van dat grond. Zij werden niet weerhouden door de obstakels, de tegenslagen, en zelfs niet door de verliezen, die wij tegenwoordig als excuus gebruikten. Nee, zij bleven productief. De hongersnood was in deze tijd zo erg dat zij gedwongen waren rottende broodkruimels te eten, en als ze geluk hadden een gerecht dat werd omschreven als een onsmakelijke pap welke gekookt werd in stinkend dierenvet, wat in de keel bleef plakken. De Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] bond zelfs stenen om zijn buik om de honger te stillen. En tel hierbij op dat Medina in deze periode ook nog eens getroffen werd door een extreme kou, en de winterse kou hier is niets vergelijken met de extreme winterse kou van de sahara. Maar nogmaals, dit deed hen niet stil doen zitten. Zij waren niet bang om hun allerlaatste koolhydraten te verbruiken, wij daarentegen verbruiken megabytes en zijn zuinig op onze calorieën. De Moslim Ummah is een gemeenschap van productiviteit! Dus laten wij hiernaar leven. De hypocrieten daarentegen voerden geen snars uit en verlieten het werk zonder het fatsoen hier toestemming voor te vragen of op zijn minst dit aan te geven.

 

Hierover openbaarde Allah: “Voorwaar, de gelovigen zijn slechts degenen die in Allah en Zijn Boodschapper geloven. En wanneer zij met hem zijn in een gemeenschappelijke zaak (dan) gaan zij niet weg voordat zij hem (de Profeet) om toestemming hebben gevraagd. Voorwaar, degenen die jou (Muhammad) om toestemming vragen; zij zijn degenen die in Allah en Zijn Boodschapper geloven. En als zij jou om toestemming vragen voor een bepaalde zaak die hen aangaat; geef dan toestemming aan wie jij wenst onder hen en vraag Allah om hun vergeving. Voorwaar, Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig.” [Surah An-Noor, aya 62]

 

Zie verder - vervolg deel 2 - Tussen de ahzaab van toen en nu

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 08:46 Reageer op dit bericht Stuur door

Vervolg deel 2 - Tussen de ahzaab van toen en nu

Vervolg deel 2

 

Tussen de ahzaab van toen en nu

 

Tijdens het graven van deze gracht maakte de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] een aantal voorspellingen aangaande overwinningen die de Moslims zouden bereiken, welke ook allen uit zijn gekomen. Er stond een enorme rots in de weg die de Moslims maar niet kapot kregen. Ze riepen de Profeet erbij om hem hierover te informeren. De Profeet pakte een spade, en terwijl hij deze enorme rots aan het treffen was met deze simpele spade, waarmee het onmogelijk was om zo een rots kapot te krijgen, zei hij: “Bismillah, Allahu Akbar de sleutels van Ash-Shaam (Groot-Syrië, de Levant) zijn van mij.” Bij de tweede slag zei hij: “Allahu Akbar, Perzië is van mij, ik zweer bij Allah ik kan het witte paleis van Madian nu al zien.” Bij de derde slag, verkruimelde deze rots in kleine steentje, en zei: “Allahu Akbar, ik ben de sleutels van Yemen geschonken, ik zweer bij Allah ik kan de poorten van San’aa vanaf hier zien.” De metgezellen waren overtuigd van deze profetieën, ondersteunt met de Goddelijke wonderen die ze aanschouwden. Maar, het grote verschil tussen hun overtuiging en die van ons is dat dit hen aanzette tot handelen! Deze profetieën motiveerden hen om hunzelf nog harder in te spannen om dit doel te bereiken. Zij wisten dat inspanningen en opofferingen de wegen zijn tot deze overwinningen. En zagen dit niet als excuus om te relaxen en het af te wachten, want ach die beloofde overwinning komt toch wel. Zoals wij dat vandaag doen.

 

En zo zien we dat de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] met meer wonderen werd bijgestaan in deze moeilijke tijden, om het geloof van de Moslims te versterken en om hun hoop en motivatie hoog te houden. Tijdens het graven van deze gracht, te midden van deze productiviteit, nobele samenwerking, zware inspanning en opofferingen probeerde de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] de Moslims ook op te vrolijken en te troosten met lof- en strijdliederen. Hierin is een prachtig voorbeeld voor ons. Wij daarentegen amuseren ons met zulke liederen, terwijl die samenwerking, productiviteit, inspanning en opoffering die hiermee gepaard hoort te gaan ontbreekt! Laten we ze dus in hun juiste context plaatsen. Een mooie qaseeda die de Profeet toen opdroeg:

 

 

 

والله لولا الله ما اهتدينا ولا صمنا ولا صلينا فأنزلن سكينة علينا

وثبت الأقدام إن لاقينا والمشركون قد بغوا علينا

إذا أرادوا فتنة أبينا

 

 

“Bij Allah, indien het niet voor Allah was zouden we niet geleidt zijn. Noch zouden wij vasten of bidden. Dus doe rust en vrede over ons neerdalen. En maak ons standvastig wanneer we tegenover onze vijanden staan. Want de ongelovigen zijn in overtreding tegen ons. En als zij ons onheil wensen dan weigeren wij.”

 

De ontmaskering

Deze periode wordt ook gekenmerkt als een periode van verheldering. In dit stadium werden de gelovigen en huichelaars duidelijk van elkaar gescheiden; het was nu duidelijk waar de hypocriet en de gelovige stond, en wat hun posities waren. Terwijl de gelovige op dit moment standvastig bleef, werd de valsheid van de hypocrieten en hun groeiende aantal duidelijk. In Surah Al-Ahzaab zal je de verzen vinden die dit onderscheidt tussen de gelovigen en hypocrieten benadrukt. Dit hoofdstuk in de Quran behandelt dit belangrijke moment. Het groeiende aantal huichelaars bedachten allerlei excuusjes om niet deel te nemen aan de oorlog, zoals ze dit eerder deden bij de slag van Uhud. En ze probeerde andere Moslims ook te demotiveren en te laten twijfelen aan de belofte van Allah en Zijn Boodschapper [SalAllahu ‘alayhi wa selam]. En dit zal altijd hun kenmerk blijven.

 

En Allah maakte ook aan hen (en ons) duidelijk: “Allah zal de gelovigen niet in de toestand laten waarin zij nu verkeren totdat Hij de slechte van de goede scheidt.” [Surah Ali-Imraan, aya 179]

 

Dit soort beproevingen die zich in de Ummah blijven herhalen onderscheiden de oprechte gelovigen dus van de huichelaar. Zo stapelde de beproevingen zich destijds ook op tot het stadium welke gekenmerkt wordt Mar7alat Az-Zilzaal, het stadium van hevig geschokt worden middels zware beproevingen. Het stadium welke de gelovigen en Boodschappers moeten doorstaan. Besef je dit wanneer we naar onze huidige situatie kijken, en de beproevingen waarmee de Ummah nu te kampen heeft, weet dat deze beproevingen noodzakelijk zijn zoals ze destijds ook noodzakelijk waren.

 

Zoals geopenbaard in de Quran: “Denken jullie dat jullie het Paradijs zullen binnengaan, terwijl de toestand van degene die voor jullie zijn geweest nog niet over jullie heen is gekomen? Rampen en tegenspoed troffen hen en zij werden zo hevig geschokt dat de Boodschapper en de gelovigen met hem zeiden: “Wanneer komt de hulp van Allah?” Weet; voorwaar, de hulp van Allah is nabij.” [Surah Al-Baqarah, aya 214]

 

De sfeer werd grimmig en de Moslims in Medina werden steeds zwaarder beproefd en hadden steeds meer te verduren. Naast de erbarmen strenge omstandigheden werden de vijanden steeds sterker, de moslims werden van voren aangevallen en omsingeld door de Mushrikeen, daarnaast van binnenuit tegengewerkt door de hypocrieten, en ook nog eens van achter aangevallen door de Joden; die het verdrag tussen hen en de Moslims verbraken en de inwoners van Medina hiermee verraden. Vergelijkbaar met hoe de Moslims tegenwoordig vanuit alle hoeken op de wereld worden aangevallen, de fysieke aanval van Europa en Rusland vanuit het noorden, Amerika vanuit het Westen, en de resterende knechten die achter hun aanhuppelen in de VN. Naast het gezwel van hypocrisie dat ons van binnenuit wegvreet, en de ideologische oorlog die tegen ons gelanceerd word in het politieke arena, in de media en zelfs het educatieve systeem. We worden werkelijk van alle kanten aangevallen. De geschiedenis herhaalt zich.

 

Allah openbaarde over de Ahzaab die zich tegen de Moslims in Medina samen spanden: “Toen zij tot jullie kwamen, van boven jullie en van onder jullie en toen de ogen zich (uit angst voor de vijand) afwendden en de harten in de kelen schoten, en jullie (het slechte) over Allah veronderstelden. Toen werden de gelovigen beproefd en hevig geschokt.” [Surah Al-Ahzaab, aya 10 & 11]

 

Over de standvastige gelovigen lezen we: “En (gedenk) toen de gelovigen de bondgenoten (ahzaab) zagen, zeiden zij: “Dit is wat Allah en Zijn Boodschapper ons hebben beloofd, en Allah en Zijn Boodschapper hebben gelijk.” En het doet hun slechts toenemen in geloof en onderwerping.” [Surah Al-Ahzaab, aya 22]

 

Terwijl we echter over de huichelaars lezen: “En (gedenk) toen de huichelaars en degene in wier harten een ziekte is zeiden: “Allah en Zijn Boodschapper hebben ons slechts een misleidende belofte gedaan.” [Surah Al-Ahzaab, aya 12]

 

De hypocrieten die ook zouden worden aangevallen in Medina bij de slag van Al-Ahzaab, weigerde mee te participeren in de strijd. Het minst wat je van een mens kunt verwachten is dat hij zichzelf en zijn gezinsleden zou verdedigen in zo een situatie, waarbij er geen uitweg lijkt te zijn en je als een kat in het nauw word gedreven. Er was geen enkel Goddelijk gebod waarbij de maskers van de huichelaars zo hard viel als bij de Jihaad. Dit is het kenmerk van de huichelaars waar veel nadruk op word gelegd in de Quran. Bij alle andere geboden konden ze nog enigszins de schijn hoog houden, maar wanneer hun eigen leven op het spel gezet moest worden in een strijd, kwam hun ware aard duidelijk naar boven. Met allerlei smoesjes proberen zij er dan onderuit te wurmen. Toen de Moslims erachter waren gekomen dat de Joden van achteren zouden aanvallen, en dit nieuws de inwoners van Medina bereikten, gebruikten de huichelaars dit als excuus om thuis te blijven, om hun bezittingen te beschermen tegen de Joden die uit het zuiden zouden aanvallen. Terwijl de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] al plannen had gemaakt voor de bescherming van de Moslims en hun bezittingen in het centrum van Medina.

 

Zo is er geopenbaard: “..En een groep onder hun vroeg de Profeet om vrijstelling, zeggende: “Voorwaar, onze huizen staan onbeschermd bloot.” Terwijl deze niet onbeschermd waren, zij wensen slechts te vluchten. En als (Medina) langs alle kanten binnengevallen zou worden, en zij (door de vijand) gevraagd zouden worden onrust te veroorzaken, dan zouden zij zeker ingestemd hebben, en zij zouden slechts even hebben geaarzeld. En voorzeker, zij hadden Allah daarvoor een belofte gedaan; dat zij de rug niet zouden toekeren. En het verbond met Allah zal ondervraagd worden. Zeg: “Vluchten zal jullie niet baten. Als jullie zouden vluchten voor de dood of het doden (in strijd), dan zouden jullie slechts voor een korte tijd (van jullie leven kunnen) genieten.” Zeg: “(Bovendien) wie is het die jullie tegen Allah kan beschermen als Hij de vernietiging voor jullie wenst?” En zij (de huichelaars) zullen voor henzelf buiten Allah geen beschermer noch helper vinden. Waarlijk, Allah kent degene onder jullie die de mensen belemmeren, en die tot hun broeders zeggen: “Kom naar ons toe.” En zij nemen geen deel aan de strijd, behalve even.” [Surah Al-Ahzaab, 13 t/m 18]

 

En dit is hun verraderlijke standpunt altijd geweest, dit zal ook zo blijven, en hieraan kunnen zij te allen tijde herkend worden. Zo lezen we bijvoorbeeld weer in de Quran over hun verraderlijke standpunt, in de slag bij Tabuk welke drie jaar na de slag van Al-Ahzaab plaatsvond, het volgende: “Voorwaar, degenen die niet in de Allah en de Laatste Dag geloven vragen jou (Muhammad) om vrijstelling (van oorlog) en diens harten twijfelen waardoor zij in hun twijfel heen en weer geslingerd worden. En als zij (met jou ten strijde) wensten te vertrekken, dan zouden zij daartoe zeker voorbereidingen hebben getroffen. Maar Allah was afkerig van hun vertrek, dus hield Hij hen achter. En er werd gezegd: “Blijf thuis met de thuisblijvers.” Als zij met jullie (ten strijde) zouden trekken, dan zouden zij jullie niets meer dan wanorde hebben toegevoegd. En zij zouden zeker heen en weer tussen jullie in rennen om onrust tussen jullie te zaaien, en onder jullie zijn er die naar hen luisteren. En Allah kent de onrechtplegers. Voorzeker, voorheen (zoals bij Uhud en in Al-Ahzaab) probeerden zij ook al onrust te zaaien en zij smeden complotten tegen u, totdat de Waarheid kwam (de overwinning) en het bevel van Allah zegevierde, terwijl zij er afkeer van hadden.” [Surah At-Tawbah, aya 45 t/m 48]

 

We zien vandaag dat het ene Islamitische land na het andere word bezet en geplunderd, en toch blijven we helaas dezelfde smoesjes van deze huichelaars in onze gemeenschap na horen galmen. Maar er is een ander punt welke nog veel kwalijker is wanneer we naar onze situatie kijken. De hypocrieten destijds konden de schijn van alle andere geboden namelijk nog hoog houden. Dit hield in dat zij dagelijks te vinden waren in de Moskee, en zelfs het Fadjr gebed met de Moslims meebaden. Terwijl een groot deel van de Moslims vandaag helemaal niet bidt! Laat staan op de vastgestelde tijdstippen en in de Moskee. Dus hoe kan het zijn dat de hypocrieten van destijds dit wel verrichte en wij Moslims niet? Dit is een zeer kwalijke zaak waarvoor we ons diep en diep zouden moeten schamen.

 

Hassan Al-Basri, Rahimahu Allah, maakte de volgende uitspraak over hypocrisie: “Niemand behalve de gelovige is er bang voor, terwijl slechts de hypocriet zich er veilig voor voelt.” En Hij zei: “Er is geen enkele gelovige uit het verleden of heden behalve dat hij bang is voor hypocrisie. En er is geen enkele hypocriet uit het verleden of heden behalve dat hij zich veilig voelt voor hypocrisie.” Als wij de kenmerken van hypocrieten dus nagaan dan zouden we het niet moeten houden bij het gevoel van afkeer en haat, maar we zouden ook angst moeten voelen, want wie weet behoor jij wel tot deze groep en heb je het zelf niet door. Het streven naar oprechtheid en zuiverheid van hart is een strijd, waan jezelf dus niet als zijnde een oprechte gelovige, maar wees bang voor het tegenovergestelde. Wanneer Allah spreekt over de kenmerken van hypocrisie dan waarschuwt Hij ons hiermee, zodat wij onze oprechtheid ondervragen en proberen te streven naar oprechtheid en zuiverheid van hart.

 

De bijdrage van één man

Laten we kijken naar een belangrijke les die de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] ons heeft geleerd. Toen Sa’d ibn Mu’adh, Khawwat ibn Jubair en andere metgezellen het verraad herbevestigde van Banu Quraydha, bedroefde dit de Profeet zo erg dat hij zijn hoofd bedekte. Want mede hun forten zouden de vrouwen en kinderen verdedigen voor aanvallen vanuit het zuiden in Medina. En nu bleek dus dat zij zelf de vrouwen en kinderen in een verassingsaanval wilden belegeren. De situatie was nog erger dan de Moslims dachten en de Profeet werd gedwongen zijn plannen aan te passen, hij stuurde legereenheden en ruiters naar het centrum van medina, ter versteviging voor deze zuidelijke dreiging. En dus werd hun getal tegenover de tienduizend die vanuit het noorden zou aanvallen nog kleiner dan deze al was, en groeide het aantal vijanden met dit verraad nu ook nog eens met een aantal honderd man. Maar ondanks dit verzocht de Profeet de verkenningstroepen dit slechte nieuws niet te verspreiden, zodat hier geen wanhoop in de harten van de moslims mee werd gezaaid en veroorzaakt. En dit is een belangrijke les voor ons. We moeten leren elkaar niet te demotiveren met allerlei negatief nieuws, en elkaar juist moed en hoop in spreken. Hoe vaak zien wij dit terug in onze gemeenschap? We bereiken er niets mee als we anderen in wanhoop en zelfbeklag laten wegzinken door hen alsmaar te ontmoedigen. Dit zal niet leiden tot opleving, hervorming en beweging.

 

Met dat gezegd te hebben is het wel belangrijk om op de hoogte te blijven van actuele gevaren, zoals de politieke en ideologische oorlog die tegen de Ummah worden beraamd en gelanceerd. Als wij kijken naar de veldslag van Al-Ahzaab dan zien we dat inlichtingen van levensbelang zijn. Indien de verkenningstroepen niet met het nieuws waren gekomen dat een bondgenootschap van plan was de Moslims in Medina te aanvallen, dan hadden zij hier geen maatregelen tegen kunnen treffen, en waren zij een makkelijke prooi geweest. En indien de verkenningstroepen niet met het nieuws waren gekomen van de verrassingsaanval die de Joden van Banu Quraydha hadden gepland, dan hadden zij hier ook geen maatregelen op hebben kunnen voorbereiden. En we zien dat de Moslims zich niet lieten ontmoedigen, en bij het nieuws van het bondgenootschap tegen Medina direct met een onderscheppende reactie kwamen. En we zien ook dat er direct een reactie werd voorbereid op het verraad van de Joden in zuiden. Het is belangrijk dat we hier stil bij staan, want deze Ummah word vandaag zowel fysiek als ideologisch belaagd, maar een tegenreactie die deze aanvallen onderscheppen laat op zich wachten. Als wij niet proactief zijn, laten we dan op zijn minst reactief zijn.

 

Toen dit nieuws over het Joodse verraad alsnog uitlekte, en de kansen tegen de Moslims alsmaar groter leken te worden, kwam de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] met een voorstel. Ghatafaan was een stam dat zich slechts bij deze bondgenootschap had gevoegd vanwege financiële belangen. Zij hadden niets persoonlijks tegen de Moslims. De Joden hadden hen omgekocht, door hen een deel van hun oogst te beloven. Ze werden hiermee ingehuurd. Vergelijkbaar met de corrupte bandieten en schooiers die de vijanden vandaag omkopen met smeergeld, bandieten en schooiers die alles doen voor geld, zelfs het verraden van hun eigen volk. Uit zorg voor zijn Ummah stelde de Profeet dus voor om deze stam ook een deel van hun oogst aan te bieden, in de hoop dat zij hiermee af zullen zien van het bondgenootschap. Dit zou betekenen dat het bondgenootschap vierduizend man kleiner zou worden. Dit zou het bondgenootschap enigszins neutraliseren. En hieruit kunnen we leren dat het niet verplicht is om de samenspannende vijand als één geheel te confronteren, men kan zich ook slechts op een deel ervan concentreren. En dit behoort tot militaire wijsheid en leiderschapsinzicht. Maar toen de Profeet dit voorstel overlegde met de Moslims, vroegen zij hem: “Is dit slechts een plan of is het een Goddelijk bevel?” De Profeet antwoordde: “Het is mijn plan om jullie te beschermen tegen de geallieerde troepen.” Toen zij begrepen dat dit slechts een plan was van de Profeet uit zorgzaam, gaven zij aan liever tegen hen te willen strijden dan hun oogst aan hen te geven, welke Ghatafaan niet verdiende. Zie wat de heldhaftigheid van deze Ummah was! Zelfs op dit extreme moment van zwakte, en ondanks al deze zware tegenslagen en beproevingen wilde ze geen concessies en compromissen sluiten. En dit is een hele belangrijke les voor ons. Zij waren in een enorme minderheid en alle kansen leken tegen hen te zijn, maar zij kozen niet voor de makkelijke weg, en hielden voet bij stuk. Vergelijk dit eens met de vele concessies en compromissen die wij tegenwoordig sluiten? En wat hebben deze toegevingen ons opgeleverd? We moeten leren niet alsmaar voor die makkelijke weg te kiezen.

 

Het was op dit moment dat Allah het hart van Nu’aim ibn Mas’ud verzachte, en hij bekeerde zich tot de Islam. Nu’aim ibn Mas’ud was één van de stamleiders van Ghatafaan. Hij verliet de sterkere groep, die op dat moment leek te winnen, en sloot zich aan bij de zwakkere groep, die op dat moment in het nauw werd gedreven en leek te verliezen! Toen hij bij de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] aankwam, stelde hij zichzelf gelijk ten dienste van de Islam. Hij bleef niet stil zitten! Hij bedacht een plan om het bondgenootschap uiteen te breken. Door wantrouwen onder hen te zaaien. Nu’aim ibn Mas’ud hield zijn bekering tot de Islam geheim, en gebruikte zijn vroegere goede banden met de Joden en Quraiysh, en het vertrouwen dat hij bij hen genoot. Hij ging naar de Joden van Medina en zei tegen hen, dat hij hen wilde adviseren. De Joden vertrouwden hem en ze waren bereid naar dit advies te luisteren. Hij zei tegen hen dat indien de Arabische stammen zouden falen in hun aanval tegen de Moslims, de Joden als eerst ten prooi zullen vallen in de wraakactie van de Moslims, aangezien zij het meest dichtbij de Moslims wonen. En zij alleen zonder de Arabische stammen niets konden beginnen tegen de Moslims in Medina. De Joden zagen dit ook in en gaven hem gelijk. Als de Arabische stammen zouden falen of afzien, dan stonden de Joden er alleen voor. Nu’aim adviseerde hen toen om op zijn minst een aantal gijzelaars als onderpand te vragen van de Arabische stammen, mocht hun aanval falen. En hun onvoorwaardelijke steun tegen Moslims hiermee gegarandeerd werd. En hiermee gegarandeerd werd dat zij tot het bittere einde aan hun zijde mee bleven vechten. Dit vonden de Joden een goed plan.

 

Toen ging Nu’aim ibn Mas’ud naar de Arabische stammen en zei tegen hen dat hij met belangrijk en discreet nieuws kwam. De Arabische stammen van Quraiysh en Ghatafaan die hem in aanzien hadden en vertrouwden leenden hem hun aandacht. Hij zei tegen hen, dat er nieuws tot hem gekomen was over de Joden. Namelijk dat zij van hun bondgenootschap en verraad af wilde zien, en spijt hebben gekregen van het verbreken van het verdrag. En zei tegen hen dat zij hun goede wil zouden laten blijken aan de Moslims door gijzelaars aan hen te overhandigen. En adviseerde de Arabische stammen om hier op hun hoede voor te wezen. Zo plantte hij het zaad van argwaan en wantrouwen onder de vijanden. Hij wist goed dat verdeeldheid één van de grootste verzwakkingen is dat een leger kon treffen. Zoals onze vijanden heel goed weten dat onderlinge verdeeldheid ons alleen zal verzwakken. En wij zien ook dat deze verdeeldheid onder ons wordt verspreid. Als verdeeldheid de oorzaak is van verzwakking, dan is eenheid een bron van kracht. Laten we dus streven naar deze eenheid.

 

Zoals Allah heeft geopenbaard: “En gehoorzaamt Allah en Zijn Boodschapper en twist niet onderling (wees niet verdeeld), waardoor jullie ontmoedigd raken en jullie kracht verdwijnt. En weest geduldig: voorwaar, Allah is met de geduldigen.” [Surah Al-Anfaal, aya 46]

 

Dus toen het eindelijk zover kwam en de Arabische stammen Medina wilde aanvallen kwamen ze voor een onaangename verassing te staan, een ingenieus plan die het hen onmogelijk maakte om Medina binnen te dringen. Dit frustreerde hen enorm, zij konden maar geen weg vinden om Medina binnen te dringen. Ze stonden oog in oog tegenover de Moslims, maar een fysieke strijd was onmogelijk. Het conflict beperkte zich voornamelijk tot een pijlen regen die heen en weer werd afgevuurd. De Arabische stammen leden hevige verliezen, zo raakten veel van hun rijdieren gewond en stierven. Ze hielden koppig kamp bij deze gracht, met het gebrekkige rantsoen en provisie die ze op dat moment hadden. Want zij rekenden op een snelle beslissende aanval, en hadden zich niet voorbereid op een langdurig kamp. Dit was dus een enorm nadeel voor hen. Toen de wanhoop en frustratie zijn piek bereikte en hun rantsoen en provisie opraakte en de verliezen alsmaar groter werden, gingen zij naar de Joden in Medina en zeiden tegen hen dat het cruciaal was dat zij de Moslims de volgende dag in een verassing van achteren aan moesten vallen. In de hoop om in een laatste poging de Moslims nog enige schade aan proberen te richten. Maar de Joden weigerden dit want de volgende dag was zaterdag, de Sabbath voor hen. Een dag waarop werken en strijden verboden is voor hun. De reeds gegroeide argwaan en wantrouwen werd nu nog groter voor de Arabieren.

 

Ze gaven de Joden een ultimatum, en dreigden hen zelfs. De Joden bleven bij hun standpunt, en op dit wankelende moment, nu ze in het nauw werden gedreven, eisten ze de gijzelaars als onderpand van de Arabieren. Hiermee werden de vermoedens al helemaal bevestigd voor de Arabieren, en dit was tevens ook het definitieve einde van hun bondgenootschap met de Joden. Quraiysh werd gedwongen krachten te bundelen met Ghatafaan, in een laatste poging deze belegering definitief af ronden, maar Ghatafaan dat in was gehuurd door de Joden begon nu ook af te zien van een oorlog. Zij deden het voor geld, en aangezien de Joden die hen de oogst hadden beloofd nu uit het plaatje waren en de aanval niet zo eenvoudig was als ze hadden verwacht, leek het geen zin meer voor hen te hebben om hiermee verder te gaan. Ze waren uitgeput, en de honger en extreme kou eisten een te hoge tol.

 

Zie wat Nu’aim ibn Mas’ud heeft kunnen doen voor de Ummah, in enkele dagen nadat hij Moslim werd. Hij heeft de Ummah weten te beschermen tegen tienduizend man! Hoeveel jaren zijn wij al Moslim, en hoeveel hebben wij weten te betekenen voor de Ummah? Hij heeft een bondgenootschap van tienduizend man uit elkaar weten te scheuren en te verzwakken. Hij had hier geen grote mankracht noch krachtige wapens voor nodig, zonder geweld noch slachtoffers. Nee, hij gebruikt slechts zijn verstand en kunde. Dit bewijst wat voor een grote bijdrage jij alleen als Moslim kunt leveren, hoe klein en zwak je ook mag zijn. Kijk je dus niet uit op materiaal en mankracht. Wij zien hier hoe één enkele man het voor elkaar kreeg om een bondgenootschap van tienduizend man uit elkaar te drijven, maar dit is helaas wat de vijanden nu met ons doen. Wij zijn een gemeenschap van twee miljard, maar eenheid is nergens te bespeuren. Onze vijanden hebben ons succesvol weten te verdelen, en wij lijken niet naar eenheid toe te werken.

 

En er is nog een situatie waarvan we wat kunnen leren. Tijdens de slag van Al-Ahzaab verschuilden enkele vrouwen en kinderen zich in het fort van Hassan ibn Thabbit. De Joden wilden dit fort binnen dringen en de vrouwen verkrachten en de kinderen als slaven nemen. Dus omringde de Joden het fort. Maar vanwege hun lafheid durfden ze niet gelijk naar binnen te dringen, want ze waren bang dat er binnen wellicht Mujahideen op hen stonden te wachten. Ze wilde eerst iemand naar binnen laten gaan om de boel te verkennen. En als de kust veilig was, zouden zij naar binnen dringen. Dus een Jood drong het fort binnen, terwijl de Moslims op dit moment nog bij de gracht waren. Hij ging stiekem naar binnen en verkende al sluipend de boel om zich heen. Safiyah bint ‘Abdul Mutalib, de tante van de Profeet en de zus van Hamza, stond toevallig op het balkon en zag hem terwijl hij op de binnenplaats aan het rondsluipen was, en dat de rest van de laffe Joden buiten het fort op hem aan het wachten waren. Ze begreep dat als zij dit uitschreeuwde er paniek ontstond onder de vrouwen en kinderen. Maar als zij stil bleef en deze Jood erachter kwam dat de kust veilig was, dan zouden de Joden de vrouwen en kinderen in een aanval verrassen en ze kwaad aandoen. Ze kwam met een idee. Ze pakte een balk en verraste deze Jood met een vernietigende klap langs de oren. Toen hij bewusteloos op de grond viel, pakte ze een mes en sneed zijn hoofd eraf. Ze pakte het hoofd en gooide het over het fort heen, als waarschuwing voor de Joden buiten die nu elk moment binnen zouden kunnen dringen. En toen zij dit hoofd naar hun toe zagen vliegen dachten zij dat een leger van Mujahideen binnen op hen aan het wachten was, dus namen gauw de staart tussen de benen! Want dit kon alleen het werk zijn van een Mujahid dachten ze. Ze heeft in haar eentje een heel leger laten vluchten met haar heldhaftige daad.

 

Kijk naar de wijsheid en onbevreesde moed van deze vrouw. Terwijl de zusters tegenwoordig niet eens de moed hebben om henzelf te bedekken. Sterker nog, zij was zelfs moediger en heldhaftiger dan de meeste mannen tegenwoordig zijn. Namen slechts onze mannen maar een voorbeeld aan haar, laat staan onze vrouwen. En dit was niet zomaar een vrouw. Zij was op dit moment een oude vrouw van drieënzestig jaar! De leeftijd van onze oma’s. Dus niet slechts een vrouw is heldhaftiger dan de meeste mannen tegenwoordig, een bejaarde vrouw nog wel die onze oma had kunnen zijn! Maar het zijn niet de spieren en botten die kracht geven aan een persoon, het is de kracht van Imaan. Wanneer iemand op Allah vertrouwt en op Hem rekent, dan schenkt Hij hem kracht die zelfs een jeugdige sterke man niet heeft. Dus nogmaals, laten we niet uitkijken op materiaal en mankracht.

 

De Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] smeekte Allah het volgende: “Oh Allah de Openbaarder van Het Boek, degene die snel is in het verrekenen, vernietig de bondgenoten. Oh Allah vernietig hen en schud hen uitelkaar (Allahuma munzil al-kitaab, saree’ al-hisaab, ahzim al-ahzaab. Allahuma ahzimhum wa zalzilhum).”

 

En aangezien we ons in een soortgelijke situatie bevinden vandaag de dag, en omringd en aangevallen worden door een bondgenootschap dat zich tegen ons heeft gekeerd. Is het passend om deze dua te maken. En dit is het minste wat we kunnen doen voor deze gemeenschap. In de hoop dat Allah deze beantwoord, zoals Hij deze toen der tijd heeft beantwoord. De nacht van vrijdag op zaterdag toen Quraiysh de volgende dag in een laatste wanhoopspoging van plan was aan te vallen, stuurde Allah een koude verwoestende wind dat hun kamp geheel verwoestte. Hun tenten vlogen in de lucht en al hun provisie waaide in een vlaag weg. Hierop zat er niets anders in dan vernederd terug te trekken.

 

Allah openbaarde hierover: “Oh jullie die geloven, gedenk de genade van Allah aan jullie, toen een leger tot jullie was gekomen. Wij zonden toen een (verwoestende) wind tegen hen en een leger (van Engelen) dat jullie niet zagen. En Allah is Alziende over wat jullie doen.” [Surah Al-Ahzaab, aya 9]

 

Het evenwicht van macht en kracht verandert, en de overwinning van een volk kan onverwachts komen. Alle kansen wezen erop dat de Moslims zouden verliezen. Maar Allah wilde hiermee duidelijk maken dat Hij met de gelovigen is. We moeten wel inzien dat Allah al deze naties tegenwoordig tegen de Moslims laat keren, zodat wij er uiteindelijk als winnaars uitkomen, nadat de verhoudingen en zwakke toestand het tegendeel bewezen. Zoals dit het geval was bij de slag van Al-Ahzaab. Nadat de vijanden zo sterk en groot in getal zijn, en de gelovigen er ontzettend zwak uitziet, en het onmogelijk lijkt dat zij ooit van hen zouden kunnen winnen, komen de gelovigen er uiteindelijk toch als winnaars uit. En word het voor iedereen duidelijk dat zij onder de hoede van Allah leven. Want niets of niemand zou het hebben kunnen toestaan voor hun om uit zo een situatie te komen, behalve de Hulp van Allah.

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 08:44 Reageer op dit bericht Stuur door

Het beschermen van onze bronnen

Het beschermen van onze bronnen

 

Het woord ‘bronnen’ is een woord dat om wat uitleg vraagt. Wij hebben als doel een opleving te bewerkstelligen. De geleerden zeggen dat er twee vormen van opleving zijn:

 

1. Accumulatieve opleving: Elke generatie bereikt een deel van de opleving en geeft deze door aan de volgende generatie, die vervolgens het werk verder voltooit. Deze opleving kan 150 jaar duren en is het resultaat van de accumulatie van het werk.

 

2. Ingrijpende opleving: alle krachten, al het verstand en bronnen worden gebundeld en heel snel en in zeer korte tijd gemobiliseerd. Deze oplevering vindt in een rap tempo plaats.

 

Wij willen een ingrijpende opleving bereiken. Dit is het soort opleving dat de Profeet Muhammed [SallAllahu ‘alayhi wa selam] heeft bereikt. De Profeet Muhammed [SallAllahu ‘alayhi wa selam] heeft samen met zijn metgezellen een dergelijke opleving in slechts dertig jaar bereikt. Dit is waar we naar uitkijken en hopen te bereiken, door alle bronnen te bundelen en te verzamelen. Eigenlijk is er nooit een opleving bereikt zonder dat alle bronnen werden verzameld en gebundeld. Allen volgden hetzelfde patroon. Er zijn twee soorten bronnen:

 

1. Menselijke bronnen: verwijst naar het menselijke vermogen.

 

2. Natuurlijke bronnen: verwijst naar water, lucht, mineralen, olie, landbouwgronden, dieren, planten etc.

 

We zullen het één en ander uiteenzetten om dit onderwerp begrijpelijk te maken.

 

Alle bronnen zouden erkend en verzameld moeten worden, zodat de opleving kan plaats vinden. ´Umar ibn Khattab [Radhiya Allahu ‘anh] wist maar al te goed hoe belangrijk de bronnen waren om een opleving te bewerkstelligen. Hij begreep ook dat de menselijke bronnen belangrijker waren dan de natuurlijke bronnen. Op een dag zat hij met de metgezellen en zei: “Kan ieder van jullie een wens doen?” Één van hen zei: “Ik wens dat dit huis vol is met geld [bronnen] om het te gebruiken voor het verstevigen van de positie van de Islam.” ‘ Umar antwoordde met: “Dat is niet de wijste wens.” Iemand anders zei: “Ik wou dat dit huis vol was met paarden die we konden gebruiken om de overwinning voor de Islam te behalen.” ‘Umar antwoordde: “Niet de wijste wens.” Ze zeiden: “Amirul mu'mineen, vertel ons wat wel wijs is om te wensen?” Hij antwoordde: “Ik zou wensen dat dit huis vol was met mannen zoals Abu Ubaidah ibn Al-Jarrah, Usama ibn Zaiyd, Khaleed ibn Waleed en Bilal [Radhiya Allahu ‘anhum]. Zij zouden in staat zijn om het geld en de paarden bij elkaar te krijgen om de overwinning voor de Islam te behalen.” Dit geeft duidelijk aan hoe helder de zaken zowel in de gedachten van ‘Umar als de metgezellen waren.

 

Er zijn vele theorieën verschenen die de rijkdom van een land berekenen; sommigen zeggen dat het gemiddelde bruto nationaal product de maatstaf is, andere stellen dat dit het gemiddeld individueel inkomen is. De meest recente theorie zegt, dat je de rijkdom van een land kunt meten aan de hand van de beschikbare bronnen en in welke mate deze worden geëxploiteerd. Het gevolg is, dat onze status-quo welke opleving dan ook in de weg staat. Onze bronnen worden namelijk of niet geëxploiteerd of op een verkeerde wijze geëxploiteerd.

 

De Arabische wereld beschikt over 60% van de bronnen in de wereld, we zijn echter de armste bevolking. Hoe komt dit? Dat is omdat wij niet van onze bronnen profiteren. Een voorbeeld zijn de gigantische vruchtbare landbouwgronden in Sudan, die niet worden benut. Een ander voorbeeld is de gigantische braindrain [migratie van het intellect], die momenteel gaande is om ergens anders het succes te bereiken. Bovendien hebben we de beste bronnen, maar ook die laten we onbenut. We hebben: de jeugd!

 

En de bronnen die we wel hebben misbruiken we, zoals water en elektriciteit. Er wordt dagelijks geld uitgegeven aan sms-jes om Miss Universe, de beste speler, of het beste lied te kiezen. Geld wordt aan luxe uitgegeven, cosmetica, en mode die elke dag verandert. Het wordt uitgegeven aan kleding en auto’s die regelmatig vervangen worden. Er worden fortuinen gespendeerd. We moeten ontwaken. Onze bronnen worden of door ons vernietigd of door onze vijanden gestolen. We moeten onze bronnen beschermen, we moeten leren hoe we onze bronnen kunnen behouden.

 

Toen Allah alles schiep, creëerde hij ook de bronnen en noemde deze zegeningen. Het gaat om; water, lucht, mineralen, olie, dieren, planten etc. Al deze bronnen worden gereguleerd met accuratesse en precisie volgende het Goddelijke balans.

 

Mensen ademen zuurstof in en produceren kooldioxide, terwijl planten kooldioxide opnemen en zuurstof uitstoten. Dit zorgt ervoor, dat de wereld niet vervuild raakt. De zon komt op, zeewater verdampt, wolken worden gevormd, er valt regen en uiteindelijk nemen planten dat water op om te groeien. Dieren eten deze planten, en van hun uitwerpselen wordt weer mest geproduceerd. Dat wordt weer gebruikt om planten te laten groeien. Daarom betekend het uitsterven van welk levend organisme dan ook, het uitsterven van een reeks aan organismen dat daarvan afhankelijk is. Als vogels die de nectar van een bepaalde bloem eten uitsterven, zullen de bloemen ook uitsterven. SubhanuAllah, Die een dergelijke uitgebalanceerd universum heeft geschapen. Deze balans blijft gehandhaafd, zolang de mens rechtvaardig en vredelievend is. Zodra ze onrechtvaardig is, in tirannie en hebzucht vervalt, zal het hele universum uit zijn balans raken en zal de wereld verwoest worden.

 

Ze kopen onze bronnen op tegen hele lage prijzen of stelen ze gewoon. Ze kochten onze grondstoffen tegen hele lage prijzen in, bewerkten deze en verkochten ze terug aan ons tegen aanzienlijke prijzen. Aangezien inhaligheid altijd groter wordt, begonnen ze ons van onze bronnen te ontdoen. Oorlogen, kolonisatie en bezettingen, allen een middel om dat doel te bereiken.

 

Het wordt nog erger, terwijl wij aan het wegsuffen waren, beroofden zij onze arme landen ook van onze brainpower. We zorgen voor onze kinderen en spenderen veel geld, zodat ze een goede opleiding krijgen. En wanneer ze afstuderen en iets kunnen terugdoen worden ze uit hun landen weggehaald en kunnen anderen volledig van hen profiteren. We verliezen miljarden om deze hoogopgeleiden te scholen, en aan de andere kant besparen zij miljarden omdat zij deze mensen niet hebben hoeven op te leiden. Dit is allemaal gaande en onze grootste droom is om de meest recente beltoon op ons mobieltje te hebben.

 

De Boodschapper van Allah [SallAllahu ‘ alayhi wa selam] liep voorbij terwijl Sa’ d ibn Abbi Waqqas [Radhiya Allahu ‘anhu] de wassing aan het verrichten was en zei: “Waarom deze verkwisting Sa’d?” Sa’ d zei: “Is het gebruik van water verkwisting, oh Profeet van Allah?” De Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Ja Sa’d, verspil geen water, zelfs niet wanneer je aan de oever van een stromende rivier staat.” De Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] sprak niet alleen tegen Sa’d maar tegen ons allen.

 

‘Umar ibn Khattab [Radhiya Allahu ‘anhu] zag op een keer dat een man op de markt een stuk vlees kocht. Na een tijdje kocht hij een ander product en nog een ander. Elke keer als hij ergens naar verlangde, dan kocht hij het. ‘Umar hield hem tegen en vroeg hem: “Koop je alles waar je zin in hebt?” De man antwoordde: “Ja.” ‘Umar pakte zijn staf en raakte hem eenmaal, zeggende: “Dit is niet wat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] ons geleerd heeft.”

 

We weten niet hoe we onze bronnen moeten gebruiken en we misbruiken ze. We gebruiken onze bronnen niet: bijvoorbeeld ons verstand dat lui is, bijvoorbeeld de tijd die we verspillen, is dat niet onze grootste bron? Onze tijd heeft zijn waarde verloren. Hoe brengt onze jeugd haar zomervakantie door? Tijd word verspild, water word verspild, kleding word verspild, etc. We moeten onze slechte management en verspilde bronnen erkennen, en deze behouden en beschermen. Ik wil een opleving en dat we ons bewust worden van onze bronnen. We moeten onze gedrag veranderen.

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 03:17 Reageer op dit bericht Stuur door

Da'wah doen met weinig kennis

Da'wah doen met weinig kennis

 

De da'wah van Dimam ibn Tha'labah

 

Nadat de Profeet [SalAllahu ’alayhi wa selam] de Boodschap had verspreid in Medina, stuurde hij de metgezellen [Ridwan Allahu ’alayhim] naar andere omringende landen om de Islam te verkondigen. De ene naar Egypte, de andere naar Ash-Shaam, naar Yemen, Iraq enzovoorts. En hij stuurde een aantal metgezellen naar de Nu’maan vallei, welke tussen Mekka en At-Taaif ligt. Hier woonden bedoeïenen die afgoden aanbaden, zoals Al-Laat en Al-’Uzza. Ze kwamen daar simpele bedoeïenen tegen die zich slechts bezig hielden met schapen, kamelen en het woestijn leven. Uit meer dan dit bestond hun leven niet. Toen ze hen wilde uitnodigen tot de Islam weigerde zij dit koppig, ze wilden het geloof van hun voorouders niet verlaten en dit verruilen voor een nieuwe onbekende religie. Iedereen weigerde deze Boodschap te accepteren, behalve één man. Toen hij deze Boodschap hoorden besteeg hij zijn Kameel en vertrok richting Medina. En reisde meer dan vijfhonderd kilometer vanaf At-Taaif naar Medina. Dit was de eerste keer dat hij in Medina aankwam, en vroeg om zich heen naar de man die zich een Profeet noemde. Ze zeiden tegen hem dat deze man, de Profeet Muhammad in de Moskee was.

 

Hij ging naar de Moskee, bond zijn kameel vast, en schreeuwde met een luide stem maar onduidelijke taal uit: “Wie van jullie is degene die beweert een Profeet te zijn?”. De metgezellen riepen: “Hier is hij!”. En wezen naar waar hij zat. Dus deze man liep richting de Profeet toe, en vroeg aan hen: “Wie van jullie is Muhammad?”. De Profeet antwoordde en maakte zich bekend. De man vroeg hem “Dus jij bent degene die beweert een Profeet te zijn?” De Profeet antwoordde bevestigend. De man zei: “Dan zal ik je een aantal vragen stellen, en ik zal bot zijn in mijn vragen dus word niet boos.” Het was een ruwe bedoeïenen man, die niet al teveel omgangsvaardigheden mee had gekregen. En dit wist hij van zichzelf. Hij sprak de Profeet aan, zoals hij zijn eigen volk ook aansprak. En vroeg hier geduld mee te hebben. De Profeet gaf hem de kans om te vragen wat hij wenste. De man vroeg: “Wie heeft de hemel verheven?” De Profeet antwoordde met “Allah”. De man vroeg: “Wie heeft de aarde uitgestrekt?” De Profeet antwoordde hetzelfde. De man vroeg verder: “Wie heeft de bergen erop gevestigd?” De Profeet antwoordde weer met hetzelfde.

 

Toen zei de man tegen hem: “Ik vraag jou in de Naam van Degene die de hemel heeft verheven, de aarde heeft uitgestrekt, en de bergen erop heeft gevestigd. Heeft Allah jouw werkelijk als Boodschapper naar ons toegestuurd?” De Profeet antwoordde: “Bij Allah, jazeker.” De man vroeg verder “Bij degene in wiens Naam jij gestuurd bent, ik vraag jou, heeft Allah jou gestuurd om de mensen te gebieden de idolen te verwerpen die onze voorvaderen aanbaden, en slechts Allah alleen te aanbidden?” De Profeet antwoordde: “Bij Allah, inderdaad.” De man vroeg verder: “Ik vraag jou bij Degene die jou Heeft gezonden, Heeft Allah jou gestuurd om ons de vijf gebeden in de dag en nacht te gebieden? En om de Ramadaan te vasten, en aalmoezen uit te geven, en de bedevaart te verrichten als we hiertoe in staat zijn? Heeft Allah jou dit geboden?” Dus zo vroeg hij naar alle pilaren van de Islaam. En de Profeet zou dit telkens bevestigen. Toen de man uitgevraagd was zei hij: “Ik ben Dimam ibn Tha’labah, de broer van Banu Sa’d ibn Bakr. Ik getuig dat niets of niemand het waard is om aanbeden te worden behalve Allah, en dat jij de Boodschapper van Allah bent. En bij Degene die jou Heeft gestuurd met de waarheid. Ik zal mijn volk hierover berichten. En ik zal niets toevoegen aan datgene wat jij mij hebt verteld, noch zal ik hier wat van verminderen.” Toen de man wegliep naar zijn kameel, wees de Profeet naar hem en zei tegen de metgezellen: “Indien hij de waarheid sprak, zal hij zeker welslagen en het Paradijs binnen treden.”

 

Deze man had de Profeet enkele minuten ontmoet, maar uit slechts dit kleine moment heeft hij een groot profijt kunnen halen. En deze enkele woorden van de Profeet hebben een groot effect op zijn hart gehad. Hij besteeg zijn kameel en keerde terug naar zijn volk. Toen hij daar aankwam, na een reis van twintig dagen lang heen en twintig dagen lang terug, was zijn vrouw erg blij hem weer te zien. Ze wilde naar hem toe gaan om hem te begroeten. Maar hij gebood haar te blijven staan, en vervloekte de idolen die ze aanbaden. Zijn vrouw was gechoqueerd en waarschuwde hem tegen de bestraffingen van deze idolen, zoals lepra en krankzinnigheid. Destijds geloofden ze dat degene die de idolen vervloekte door dit soort ziekten en kwalen getroffen zou worden. Maar Dimam zei tegen haar, deze idolen kunnen niemand baten noch schaden. En begon haar te overtuigen van de Islam, totdat ze bekeerde en de Islam omarmde. Toen ging Dimam naar zijn vader. Zijn vader wilde hem verwelkomen en begroeten, maar zodra Dimam hem zag begon hij weer de idolen die ze aanbaden te vervloeken. Zijn vader was net zo gechoqueerd als zijn vrouw dit was, en waarschuwde hem net zoals zijn vrouw hem had gewaarschuwd. Dimam zei echter weer tegen hem, zij baten noch schaden de mens. En begon hem te overtuigen van de Islam, totdat zijn vader ook bekeerde en de Islam omarmde.

 

En zo ging Dimam de huizen van zijn volk af. En riep hen op tot het aanbidden van Allah en het verwerpen van hun idolen. Hij wees hen op de waarheid, en waarschuwde hen voor de valsheid. Voordat de zon onderging die dag, was zijn hele stam bekeerd tot de Islam vanwege zijn actieve en gezegende uitnodiging! Kun jij het je voorstellen? Die dag nog, voordat de zon onder was gegaan bleef er geen enkele ongelovige meer over in zijn stam? Laten we ons de volgende vraag stellen, wat waren de educatieve kwalificaties van Dimam voor zijn Da’wah? Had hij afgestudeerd op de universiteit van Medina? Had hij jarenlang onder geleerden gestudeerd? Heeft hij een getuigenschrift behaald in Islamitisch rechten? Nee, hij had al deze zaken niet behaald, en was geen prominente geleerde, prediker of zelfs student. Hij was geen belangrijk figuur, noch had iemand hem ooit geleerd hoe hij de mensen moest uitnodigen tot de Islam. Sterker nog, hij heeft geen boek gelezen, en geen enkele lezing beluisterd noch khutba bijgewoond. Maar weerhield dit alles hem van het verspreiden van de Islam? Nee, hij was ijverig de mensen te overtuigen van de waarheid waar hij van getuigde. Slechts het weinige aantal woorden die hij van de Profeet te horen heeft gekregen waren voldoende motivatie en inspiratie voor hem. En hij heeft met zijn gebrekkige kennis datgene bereikt wat de andere metgezellen voor hem niet hebben kunnen bereiken; het uitnodigen van zijn volk tot de Islam, totdat zij hiertoe bekeerde en deze omarmde.

 

Abdullah ibn Amr heeft van de Profeet [salAllahu ‘alayhi wa selam] overgeleverd: “Geef mijn boodschap door aan de mensen, al is het maar één zin.” [Saheeh Bukhari]

 

En hoeveel lezingen, boeken en artikelen hebben wij daarentegen beluisterd en gelezen nu al deze jaren, maar hoeveel mensen hebben wij weten uit te nodigen en te overtuigen van de Islam? Of hoe vaak zien wij onze mede Moslims allerlei verwerpelijkheden verrichten, maar spreken hun hier niet op aan? En gebieden datgene wat goed is en verwerpen datgene wat slecht is? Wat doen wij om deze mensen tot de Islam te roepen, en deze verwerpelijkheden achter hen te laten? Of hebben wij hier opleidingen en tazkiyaat van geleerden voor nodig? Nee, dus adviseer je mede Moslim in het verwerpen van zonden, en roep hem op tot het verrichten van goede daden, en motiveer elkaar hiertoe! Het is een individuele verplichting om het slechte te verbieden en het goede te gebieden, of je nu bundels aan kennis bezit of niet. En nodig de mensen uit tot de Islam met datgene aan kennis wat je bezit! Zoals Dimam ibn Tha’labah dit deed. En laat je niet ontmoedigen door het gebrekkige kennis dat jij hebt als simpele dienaar, zoals Dimam ibn Tha’labah zich niet liet ontmoedigen. En neem hetzelfde standpunt als Dimam, door niets toe te voegen of te verminderen aan en van datgene wat jij weet van de waarheid, in de hoop dat jij net zoals hem zult welslagen! En begin eerst met de overtuiging en uitnodiging van jezelf, je eigen gezinsleden, familieleden en eigen volk zoals Dimam dit deed!

Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 05:49 Reageer op dit bericht Stuur door

De Moslim in een spiegelbeeld

De Moslim in een spiegelbeeld,

 

Al-Mu'minu Miraatu Al-Mu'min

Er is overgeleverd van de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] dat hij zei; “De gelovige is een spiegel voor andere gelovigen.” [Verzameld in o.a de Sunan van Abu Dawud, Hassan verklaard door Al-Baani. Meerdere overleveringen zijn verzameld in At-Tirmidhi, Al-Bazaar en At-Tabarani]

 

De gelovige is het spiegelbeeld van zijn broeder/zuster, de moslim ziet zichzelf in een andere moslim. Deze hadeeth in het Arabisch [al-mu’minu miraatul mu’min] bevat slechts drie woorden, maar uit deze drie woorden kunnen wij talloze leerzame punten opsommen. En dit hebben de geleerden ook gedaan:

 

1.) Wat is het eerste dat we op kunnen merken wanneer je in de spiegel kijkt? Dit is het feit dat het ons helpt in het perfectioneren van onszelf. Het laat ons zien dat er een knoopje los zit, een stofje op onze haren ligt, en noem de voorbeelden maar op. Dit is hoe het ook bij moslims onderling hoort te zijn, wij wijzen elkaar op onze fouten, van de kleinere tot de grotere.

 

2.) Het tweede wat we opmerken is dat de spiegel altijd eerlijk is tegenover ons, wanneer iets klein is dan zul je dit ook zien als klein, wanneer iets groter is dan zul je dit ook zien als groter. Het zal onze fouten niet vergroten of verkleinen, maar het zal deze laten zien zoals deze aanwezig zijn. Zo zou de moslim ook moeten zijn in het wijzen op de fouten van de ander, hij maakt geen berg van een mierennest, en geen mierennest van een berg.

 

De spiegel is ook zo eerlijk dat het nooit iets zal laten zien wat er niet is. Je zult geen vlekje op jouw shirt zien in de spiegel, als het vlekje ook niet daadwerkelijk op je shirt aanwezig is. De spiegel liegt nooit wat dat betreft, en het zal je alleen laten zien wat ook daadwerkelijk aanwezig is, in jouw spiegelbeeld. Zo zou de moslim ook moeten zijn tegenover moslims. Hetgeen waarover je adviseert moet niet gebaseerd zijn op een vermoeden of veronderstelling, maar het moet ook daadwerkelijk aanwezig zijn.

 

De spiegel is ook eerlijk en oprecht in de zin dat het niet zal discrimineren, bang zijn of aan vriendjespolitiek zal doen. Hoe hoog je ook in aanzien bent bij de mensen, en wat je status ook moge zijn, het wijst iedereen op datgene wat aan gebreken aanwezig is. Zo dient de moslim ook consequent te zijn en is zodoende een spiegel voor iedereen, ongeacht zijn status en positie, en hoort hierin niet te discrimineren door iemand voor te trekken of iemand te vrezen en te vermijden.

 

3.) Een ander punt wat we op kunnen merken is dat wanneer je je van de spiegel scheid, en vertrekt, je spiegelbeeld ook niet meer achter blijft en andere die langs komen lopen het ook kunnen zien. Wat vertelt dit ons? Wanneer je een spiegel raadpleegt gebeurt dit in discretie, en wanneer je weg gaat is het alsof je er nooit bent geweest. En de spiegel zal weer door iemand anders geraadpleegd worden in discretie. Het is niet zo dat de spiegel nadat je vertrokken bent, anderen op de hoogte zal gaan stellen over welke punten deze spiegel bij jou heeft opgemerkt. Zo zou een moslim tegenover andere moslims moeten zijn; discreet, loyaal en betrouwbaar.

 

4.) Wat we nog meer op kunnen merken is dat de spiegel uiterst vriendelijk is; het wijst ons op onze gebreken zonder ook maar een woord te uiten. We zien datgene wat we reflecteren terug in het spiegelbeeld en corrigeren dit, zonder dat de spiegel ons ook maar op enige wijze heeft gedenigreerd of vernederd. Nee, het vertelt ons slechts op een hele subtiele tactvolle wijze hoe we eruit zien. En zo zouden wij ook tegenover elkaar moeten zijn. Adviseer anderen op een uiterst tactvolle subtiele wijze zonder ronduit expliciet en confronterend te zijn.

 

5.) Nog iets wat we op merken is dat hoe dichter wij bij de spiegel komen, hoe meer de gedetailleerde zaken ons op zullen vallen, en hoe verder je van de spiegel staan, hoe minder details we waarnemen. Op grote afstanden zul je alleen dat zien wat iedereen in je omgeving zal opmerken, maar hoe dichter je bij de spiegel komt en intiemer, hoe meer je over jezelf zult ontdekken. En hoe meer je tenslotte ook aan jezelf kunt corrigeren. Zo is hoort het ook onder moslims te zijn, hoe intiemer het contact, hoe meer we wat aan elkaar hebben.

 

6.) De spiegel vertelt ons verder ook niet alleen datgene wat gecorrigeerd dient te worden, maar het verteld ons ook hoe goed we eruit zien, en complimenteert ons op dat wat er goed uit ziet. Het zal je niet alleen laten zien dat je haar er droog uit ziet, maar ook dat mooie overhemd wat je aan hebt bijvoorbeeld. Zo zouden wij moslims elkaar onderling moeten complimenteren en adviseren.

 

7.) De spiegel doet haar taak zonder erover op te scheppen of er een vergoeding of complimenten voor terug te vragen van degene die gebruik van haar diensten maakt. Zo zou de moslim zijn taak als spiegelbeeld voor anderen ook moeten vervullen zonder er wat voor terug te verwachten, behalve van Allâh.

 

8.) Een spiegel zal je op je gebreken wijzen zonder dat je ook maar enige wrok tegenover deze spiegel zult voelen, omdat het slechts de waarheid en realiteit reflecteert, zonder enige bijbedoelingen. De spiegel zal zich ook niet beter voelen en hoger in status doordat zij anderen op hun defecten wijst, noch voelt de spiegel ook enig wrok tegenover degene die voor haar staat. Zo zouden wij als moslims ook tegenover elkaar dienen te staan.

 

9.) Aan de spiegel is een dagelijkse behoefte, en hoe meer je door deze spiegel word gecorrigeerd, hoe belangrijk de spiegel is in je leven. Des te vaker zul je deze spiegel dus ook raadplegen. Zie elkaar als moslims dus ook als zodanig, wij dienen dagelijks behoefte te hebben aan elkaar. En hoe meer de ander ons terecht wijst en corrigeert, hoe belangrijker die persoon hoort te zijn in je leven.

 

10.) De spiegel zal je alleen wijzen op datgene wat aan de buitenkant duidelijk zichtbaar is, het zal je nooit wijzen op datgene wat verborgen is. Zo zouden de moslims elkaar ook slechts op datgene wat duidelijk zichtbaar is moeten wijzen, en niet datgene wat verborgen is. Zoals bijvoorbeeld de zaken die in afwezigheid van mensen gebeuren en alleen tussen diegene en Allâh plaats vinden, en zo ook de innerlijke intenties van een mens.

 

11.) Alleen als een spiegel schoon is kan het als een helder en duidelijk spiegelbeeld dienen, wanneer het vuil is dient het eerst schoon gemaakt te worden wil je er goed gebruik van kunnen maken. Zo zouden wij ons best moeten doen onze zielen en intenties te reinigen alvorens we als een helder en duidelijk spiegelbeeld kunnen dienen voor anderen.

 

Er zijn meer wijsheden die we hieruit kunnen halen, maar inshâ'Allâh zal dit ons alvast iets geven om over na te denken, en zullen we hier naar streven. En zullen we ook dieper nadenken over de woorden van Allâh en de Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam].

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 04:22 Reageer op dit bericht Stuur door

Consumentisme:

Consumentisme:

een obstakel in de weg tot hervorming

 

De wijze waarop wij leven nu als jeugdige generatie, zal een invloed uitoefenen op de Ummah, niet alleen vandaag maar nog belangrijker is dat onze levenswijze een invloed zal hebben op de toekomst, en wij degenen zijn die deze toekomst van de Ummah zullen vormen en beeld geven. Of we dit nu willen of niet, bewust of onbewust, positief of negatief. De invloed en het werk van de vorige generatie is al alweer ten einde gekomen. Ze zijn hier als gastarbeiders gekomen, hebben gedaan wat zij voor ogen hadden, hebben hun gezinnen opgevoed, hebben moskeeën gebouwd om het gezamenlijke gebed in te verrichten en als hoekstenen in de Islamitische gemeenschap, hebben familie leden in de landen van herkomst financieel bij gestaan, en noem maar op. Ongeacht of zij nu fouten hebben gemaakt, ongeacht of zij ons nu Islamitisch juist hebben opgevoed of niet, dit alles is voor ons nu irrelevant. Het is nu onze beurt om het werk van de vorige generatie voort te zetten, dit is een taak die nu op onze schouders rust, een verantwoordelijkheid waarvan wij niet kunnen vluchten.

 

Statistisch gezien bestaat deze Ummah vandaag de dag voor meer dan de helft uit jeugdigen. Het is wij als jeugd die een verantwoordelijkheid dragen, de verantwoordelijkheid om deze Ummah vandaag en de komende decennia vorm te geven. Wees je bewust van deze collectieve rol en verantwoordelijkheid. Denk niet dat het de vorige generatie of de volgende generatie zal zijn die deze last voor je zal dragen. Nee.

 

In deze verantwoordelijkheid botsen we tegen een aantal obstakels en worden we door een aantal kettingen vastgeketend, vaak zien wij dit kwaad niet eens voor wat het is. Een obstakel waar ik in het specifiek op wil wijzen is consumentisme, je kunt het ontkennen of bevestigen, maar we leven vandaag in een consumenten maatschappij. Koop jij, spendeer jij, dan voel jij je gelukkig, en heb je het gevoel dat je een onderdeel van de maatschappij maakt en ergens bij hoort. Heb jij daarentegen het geld niet om onderdeel te zijn van deze maatschappij, waarbij iedereen koopt en zo een gemeenschap van consumenten vormt, dan zul jij je buitengesloten en op den duur depressief voelen. Studies hebben dit uitgewezenen, dit zuig ik niet uit mijn duim. De mens leeft er vandaag de dag voor om te kopen, te consumeren, in de hoop gelukkiger te worden, en men moet blijven kopen en consumeren om gelukkig te blijven. En moet de nieuwste trends bij proberen te benen. Immers, anders hoor je er niet meer bij.

 

Doe de televisie aan, sla de krant open, surf op het internet, of loop slechts op straat. Overal zul je zien dat jij benaderd word als consument, en dat er van alles aan je verkocht probeert te worden. We leven in een commerciële maatschappij, en jij bent een segment binnen een markt, binnen een doelgroep, een percentage en een getal binnen een omzet. Je kunt er niet omheen, bewust of onbewust word je door de marketing wereld geconfronteerd. Een marketing wereld die steeds agressiever word tegenover de consument. Maar ook erg subtiel en vernuft kan zijn, zonder dat je het door hebt, word je van alles aangesmeerd. Producten die een lifestyle, een trend, een karakter, een cultuur, representeren.

 

Wij beseffen niet dat het onze eigen broeders en zusters zijn, niet ouder dan zestien jaar, die in landen als Maleisië en Bangladesh als slaven werken, en die producten produceren die wij hier voor bedragen kopen welke zij niet eens in een jaar lang werken verdienen. Hun potentie, hun leven, hun ambities, gaan verloren, ze worden uitgebuit door een kapitalistische wereld, die onze landen leegzuigt, een kapitalistische entiteit die steeds groter en sterker word, en ons vijandig is. Een kapitalistische entiteit die wij als consumenten zelf voeden.

 

En wij beseffen ons niet dat het onze eigen broeders en zusters om ons heen zijn die opgeslokt worden in deze commerciële wereld, opgeslokt zijn in deze dunya, consumeren is hun enige doel voor ogen. Ze moeten die nieuwe schoenen hebben om erbij te horen, die nieuwe spelcomputer, die nieuwe jas, die nieuwe telefoon, en ga zo door. Ze leven in een realiteit van verlangen naar producten, en consumeren. Een realiteit waar geen plaats is voor het besef van de akhira, een realiteit waar geen plaats voor is ‘ibadah, een realiteit waar geen plaats is voor dhikr, en toenadering zoeken tot hun Schepper, een realiteit waar de dood vergeten is. Omdat al deze producten hen hiervan afleiden en weghouden.

 

Wie zal deze Ummah doen herleven, wie zal de wonden van deze Ummah helen, wie zal deze Ummah weer doen ontwaken, als het hart van deze Ummah, de jeugd, verdwaalt is in consumentisme? Als hun enige doel voor ogen consumeren is? Consumeren om gelukkig te worden, consumeren om er bij te horen. Onze ouders kwamen naar het westen om de levensomstandigheden te verbeteren, zodat we zonder honger, en zonder gescheurde kleren en blote voeten zouden hoeven leven, en niet op jonge leeftijd zwaar uitputtend werk zouden hoeven verrichten. Maar zodat we geschoold zouden raken, zodat we eerlijk onze brood konden verdienen, gezonde gezinnen konden oprichten en deze onderhouden. Maar hadden zij hetgeen waar we nu in zijn gezonken voor ons gewild? Was dit hun doel? Verdwaalt en opgeslokt raken in het constant willen consumeren, als parasieten die de wereld uitputten? Hoe zal het dan zijn met onze kinderen? Als wij het product zijn van zulke ouders, hoe zullen onze kinderen dan zijn? Zonder twijfel zullen zij nog verder verdwalen en zinken in het consumentisme waar wij nu al in vast zitten.

 

Dit is een obstakel, een ketting die ons in de weg staat en vastbind, waardoor wij de verantwoordelijkheid en de last die wij dienen te dragen in deze Ummah, veronachtzamen. Wie gaat deze verantwoordelijkheid voor de Ummah dragen als wij dit niet doen? Niemand. We zouden zo nog vele obstakels op kunnen noemen, en een ieder van ons dient bij zichzelf na te gaan wat hem vast ketent, en wat voor hem een obstakel is welke hij dient te overbruggen.

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:03 Reageer op dit bericht Stuur door

Enkele Islamitische zeden

Enkele Islamitische zeden

 

Barmhartigheid en genade

 

Iets waar vandaag de dag vaak gebrek aan heerst is het genade hebben jegens elkaar, kortom Ar-Rahma, welke één van de Namen en Eigenschappen is van Allah [Subhanhu wa ta’ala]. En onder genade word verstaan zachtmoedigheid, barmhartigheid, vergevensgezindheid, vrijgevigheid en meer. En wie is hier een beter menselijk voorbeeld van dan de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam], die als een genade is gestuurd tot de mensheid.

 

Abu Hurairah heeft overgeleverd dat mensen de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] vroegen een vloek af te roepen op een groep ongelovigen, maar de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Ik ben niet gestuurd om vloeken af te roepen, maar ik ben gestuurd als Genade.” [Sahih Muslim]

 

Ik zal proberen enkele voorbeelden van genade te noemen om een beeld te geven van deze zede zodat wij deze inshaAllah kunnen toepassen. Moge Allah onze harten hiertoe verzachten.

 

Er was een kind in Medina, Al-Umair genaamd. Hij had een kleine vogel waar hij mee speelde. De Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] noemde de vogel An-Nughair. Dus elke keer als de Profeet langs het kind liep, vroeg hij aan hem: “Umair, hoe gaat het met Nughair”? Op een keer trof de Profeet Umair huilend aan omdat zijn vogel was gestorven. De Profeet speelde een uur lang kinderspelletjes zoals verstoppertje met hem, alleen om hem blij te maken. De metgezellen [Radhiya Allahu ‘anhum] zagen de Profeet dit doen en waren benieuwd naar wat er gebeurde. De Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] antwoordde: “Nughair is gestorven dus wilde ik met Umair spelen.”

 

De Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] was een uitstekend voorbeeld van zachtaardigheid tegenover mensen, en dus ook tegenover kinderen. Hij zou zijn gebed kort maken als hij een kind hoorde huilen. Zijn kleinkinderen Hassan en Husaiyn [Radhiya Allahu ‘anhum] zaten vaak op zijn rug ruitertje te spelen, en wanneer ze dit deden tijdens het gebed van de Profeet in zijn sujuud, dan verlengde hij de sujuud net zo lang totdat zij klaar waren met het spelen op zijn rug.

 

Hij verbood zelfs het onschuldig lijkende lokken van je kind met een leugentje. De Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zat een keer bij het huis van één van de metgezellen. De zoon van de Suhabi werd door zijn moeder geroepen, ze zei: “Kom, laat me je iets uit mijn hand geven.” De Profeet vroeg haar: “Wat zit er in jouw hand, wat ga je hem geven?” Zij antwoordde: “Ik heb een dadel in mijn hand en die wil ik hem geven.” De Profeet zei: “Als je niets in je hand had, dan zou het als een leugen worden opgeschreven.” Ook een kind heeft zijn rechten en mag niet op zo een wijze bedrogen worden.

 

We weten verder hoe belangrijk het is om een wees met zachtaardigheid en genade te behandelen. De Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] heeft zelfs volgens Sahl ibn Sa'ad gezegd: “Ik en degene die voor een wees zorgt en hem voorziet, zullen zoals dit in het Paradijs zijn.“ En hij zette zijn middelvinger en wijsvinger dicht bij elkaar. [Sahih Bukhari] Willen wij allen niet dicht bij de Profeet zijn in het hiernamaals? Een wees met zachtheid behandelen is hiertoe een weg, het slechts aaien over het hoofd van een wees verzacht het hart zoals de Profeet ons heeft verteld.

 

In de volgende ahdeeth zullen we opmerken hoe belangrijk het tonen van Rahma tegenover anderen wel niet is. Het is een voorwaarde dat je genade aan andere toont om zelf aanspraak te kunnen maken op de Alomvattende Genade van Allah.

 

Al-Aqra Ibn Habis zag een keer dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] Hassan [Radhiya Allahu ‘anhu] kuste. Hij zei: “Ik heb tien kinderen, maar ik heb nog nooit één van hen gekust.” De Boodschapper van Allah zei: “Degene die geen genade [in dit geval aan zijn kinderen] toont, word zelf geen genade getoond.”

 

Aicha [Radhiya Allahu ‘anha] heeft overgeleverd dat een heiden naar de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] kwam en zei: “Kussen jullie de kinderen?” Hij antwoordde: “Wij doen dat niet!” De Profeet zei tegen hem: “Ik kan geen liefde in je hart werpen, nadat Allah het heeft weggenomen!” [Sahih Bukhari]

 

Abdullah ibn Amr heeft overgeleverd dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Degenen die geen genade tonen aan onze jongeren en die geen respect tonen aan onze ouderen, behoren niet tot ons.” [Abu Dawud]

 

Jabir ibn Abdullah heeft overgeleverd dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Allah is niet Genadig tegen degenen die geen genade tonen aan de mensen.” [Sahih Bukhari]

 

Abdullah ibn Amr heeft de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] horen zeggen: “De Barmhartige is Genadig tegen degenen die genadig zijn. Als je genade toont aan degenen die op aarde zijn, zal Degene die in de hemelen is, jou Genade tonen.” [Abu Dawud]

 

Abu Hurairah heeft de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] horen zeggen: “Genade wordt alleen weggenomen uit de harten van de ellendelingen.” [Abu Dawud]

 

Vaak word het Westen geschetst als een diervriendelijk volk welke de dieren hun rechten geeft, maar wat men vaak niet weet is dat de Islam hen hier ver in voor was, en wij allen een voorbeeld kunnen nemen aan wat de Islam ons leert betreffende de behandeling van dieren.

 

Er is overgeleverd dat een man naar de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] kwam en hij had een mantel bij zich, waar hij iets in gevangen had. De man zei tegen de Profeet: “O Boodschapper van Allah, ik hoorde in de bomen het geluid van pasgeboren vogeltjes. Ik pakte ze en gooide ze in mijn mantel. Toen kwam hun moeder en draaide rondjes boven mijn hoofd. Ik liet haar die kuikentjes zien en zij dook ook in de mantel, dus nu heb ik ze allemaal gevangen genomen.” De Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Laat ze gaan.” Dus de man liet ze gaan, maar de moeder bleef nog steeds bij haar kuikentjes. Toen vroeg de Profeet aan zijn metgezellen: “Zijn jullie verrast over de liefde van deze moeder voor haar kuikentjes?” Ze antwoordden: “Ja, O Boodschapper van Allah.” Toen zei de Profeet: “Ik zweer bij Degene die mij met de waarheid stuurde, Allah houdt meer van Zijn dienaren dan een moeder van haar kinderen. Breng ze terug en leg ze neer waar je ze vandaan had gepakt.” [Abu Dawud]

 

Abd Ar-Rahmaan ibn Abdullah ibn Masud zei: “Wij waren op een reis met de Boodschapper van Allah [SallAllahu 'alayhi wa selam] en hij liet ons [alleen] voor een moment. Tijdens zijn afwezigheid zagen we een vogel genaamd Hoemmara met haar twee kuikens en dus namen we haar kuikens. De moeder was boven ons hoofd aan het cirkelen, en sloeg haar vleugels [tegen elkaar] uit verdriet, toen de Profeet kwam vroeg hij: “Wie heeft deze vogel verdrietig gemaakt door haar kuikens te pakken? Breng ze onmiddellijk terug naar haar!” [Saheeh Muslim & Abu Dawud]

 

De Boodschapper van Allah [SallAllahu 'alayhi wa selam] had gezegd: “Laat de vogels [kuikens] in hun nesten.’’ [Abu Dawud]

 

Er is overgeleverd door Abu Hurairah dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Een mier had een van de Profeten van vroeger gebeten en in zijn woede beval hij dat de hele mierennest in brand gestoken moest worden. Toen openbaarde Allah aan hem: “Omdat een mier jou heeft gestoken, heb jij een hele gemeenschap vernietigd die Mij verheerlijkte.” [Sahih Muslim]

 

Naar een overlevering van Abu Huraira heeft de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] gezegd: “Een man werd erg dorstig toen hij op een weg liep. Hij vond een put, klom erin, dronk en kwam eruit. Hij zag een hijgende hond aankomen, die aarde vrat van de dorst en zei: ‘Deze hond heeft net zoveel dorst als ik heb gehad.’ Hij ging de put weer in en vulde zijn schoen met water en gaf de hond te drinken tot dit zijn dorst leste. Allah prees zijn daad en heeft hem vervolgens Zijn vergeving getoond.” De Suhaba vroegen de Profeet: worden wij dan beloond voor het behandelen van dieren? Hij [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Je wordt voor elk levend schepsel beloond.” [Saheeh Bukhari en Muslim]

 

Abdullah Ibn Umar heeft overgeleverd: “De Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] heeft gezegd: “Een vrouw werd bestraft omdat zij een kat had opgesloten totdat deze dood ging. De vrouw kwam in de hel terecht omdat zij de kat niet te eten en te drinken had gegeven tijdens de opsluiting en omdat zij de kat ook niet liet weggaan om zelf voor eten te zorgen.” [Saheeh Bukhari en Muslim]

 

Wederom word het Westen geschetst als een beschaving die erg natuur bewust is en erop uit is deze te beschermen, maar laten we eens naar de houding van de Islam tegenover de natuur kijken welke al ver voor de vestiging van de Westerse democratie en haar houding tegenover de natuur is geopenbaard, 1400 jaar geleden.

 

Abu Rafi ibn Amr Al-Ghifari zei: “Toen ik nog een kind was, gooide ik vaak stenen tegen de palm bomen van de Ansaar. Dus ik werd gepakt en ze brachten me naar de Profeet. Toen zei hij: “O kind, waarom gooi je stenen tegen de palm bomen?” Ik antwoordde: “Ik eet ze [de dadels].” De Profeet zei: “Gooi geen stenen tegen palm bomen, maar eet wat op de grond valt.” Toen aaide hij met zijn hand op mijn hoofd en zei: “O Allah, vul zijn buik.” [Abu Dawud]

 

Zelfs in tijden van oorlog is het niet alleen verboden onschuldigen te schaden maar ook zonder reden bomen te vernietigen. Abu Bakr [Radhiya Allahu 'anhu] legde de volgende tien regels van oorlogsvoering op: “Dood geen vrouwen. Dood geen kinderen. Dood geen bejaarden. Dood geen zieken. Hak geen bomen om of verbrand ze niet, vooral als het fruit dragende bomen zijn [ook de oogst mag niet vernield worden]. Verniel geen onbewoonde plaatsen. Dood geen dieren behalve voor voedsel. Verbrand geen bijen en drijf hen niet uiteen. Steel niets van de zaken die in beslag genomen werden gedurende de strijd. En handel niet laf.” [Al-Muwatta van Imaam Maalik]

 

In een andere overlevering in Saheeh Muslim word er o.a het verbod op het verminken van lijken aan toegevoegd, de Moslim is zelfs genadig tegenover een lijk! Laat staan een levend schepsel.

 

Imaam Abu Hanifah hield ervan om het nachtgebed te bidden, maar zijn buurman was een dwalende jongeman die gewend was om elke avond dronken thuis te komen, zingend, hetgeen de Imaam in zijn gebed stoorde. De Imaam wist dat als hij hem zou adviseren terwijl hij in deze staat was, hij niet zou luisteren. De jongeman was gewend te zingen: “Ze hebben me in de steek gelaten, ze hebben me in de steek gelaten.” Op een nacht hoorde de Imaam zijn stem niet en dus vroeg hij naar hem. Hij werd opgepakt omdat hij dronken was. De Imaam besloot hem op te zoeken en ging naar de autoriteiten en vroeg hen: “Zouden jullie hem omwille van mij willen laten gaan?” Ze antwoordden dat hij altijd dronken was, maar de Imaam hield vol totdat ze hem lieten gaan. De Imaam liet hem achter zich op de ezel zitten en hij bleef de hele weg stil. Toen ze thuis kwamen vroeg hij hem: “Hebben we je in de steek gelaten, vriend?” Hij antwoordde: “Nee, ik zweer bij Allah dat ik nooit meer zal drinken.” Zie je het effect van genade, zachtaardigheid en vriendelijkheid is?

 

Op een dag werd een man gebracht bij de Boodschapper van Allah [SallAllahu ‘alayhi wa selam], om hem de straf die geldt voor het gebruik van wijn toe te passen, terwijl hij voordien al verschillende keren zweepslagen gekregen had voor hetzelfde misdrijf. Een van de metgezellen zei: “Moge Allah hem vervloeken! Hoeveel keer brengen we hem nu al hierheen voor hetzelfde misdrijf?” De Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Help satan niet tegen hem.” [Saheeh Bukhari en Abu Dawud]

 

In een andere versie: “Wees geen helpers van satan tegen jullie broeder.” [Saheeh Bukhari]In een andere versie: “Vervloek hem niet, want bij Allah ik ken hem slechts als iemand die houdt van Allah en Zijn Boodschapper.” [Saheeh Bukhari]

 

Vaak zien we dat we zondige Moslims verachten en belasteren. Dit terwijl er van de Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] overgeleverd is door Thirmidhi dat je jouw vijand niet excessief dient te haten, maar op een gepaste, gebalanceerde, begrensde en gematigde wijze. Omdat deze persoon op een dag wellicht je vriend zou kunnen worden. Als dit onze houding is tegenover onze vijanden, die ons bestrijden, bevechten en haten, wat zou onze houding dan moeten zijn tegenover onze zondige broeders en zusters? Als wij onze eigen broeders slechts met dezelfde rechtvaardigheid en genade zouden behandelen als de Profeet en de metgezellen hun vijanden behandelden, dan zou deze gemeenschap al een stuk vooruit komen.

 

Lees de volgende hadeeth en wees gewaarschuwd, en pas op met het beoordelen van je zondige broeders en zusters! Er is van de Boodschapper van Allah [SallAllahu 'alayhi wa selam] overgeleverd: “Er waren twee mannen onder het volk Banu Israel, die streefde voor het zelfde doel. Eén van hen beging zonden en de andere streefde ernaar om zijn best te doen in deze wereld. De man die volledig opging in aanbidding zag hem [de andere man] continu zondigen. Hij zei dan; “Zondig nou niet [blijf daar van weg].” Op een dag zag hij hem weer zondigen en zei tegen hem; “Zondig nou niet.” Hij zei dan terug; “Laat me alleen met mijn Heer. Ben jij gezonden als een bewaker over mij?” Hij zei dan; “Ik zweer bij Allah, Allah zal jou niet vergeven, en Hij zal jou het paradijs niet binnen laten gaan.” Een tijdje later toen de zielen terug werden genomen door Allah, ontmoette ze elkaar in bijzijn van hun Heer van de werelden. Allah zei tegen de man die zijn best had gedaan met aanbidding: “Had jij kennis over mij of had jij de macht over iets dat in Mijn hand is?” Hij zei tegen de man die zondigde: “Ga en treed het paradijs binnen vanwege Mijn genade.” Hij zei tegen de andere: “Neem hem mee naar het hellevuur.”Abu Hurayrah [Radhiya Allahu 'anhu] zei: “Bij degene in Wiens Hand mijn ziel is, hij zei een woord waardoor deze wereld [dunya] en het hiernamaals [akhira] van hem werden vernietigd.” [Overgeleverd door Abu Dawud]

 

Er is overgeleverd door Abu Hurairah dat de Boodschapper van Allah [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Toen Allah Zijn schepping volmaakt had, schreef Hij in een boek dat bij Hem is op de Troon; Mijn Genade overtreft mijn Woede.” [Saheeh Bukhari]

 

Er is overgeleverd door Abu Hurairah dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Als de ongelovige wist hoeveel Genade in God's Handen is, dan zou zelfs hij de hoop niet verliezen op het intreden van het Paradijs. En als een gelovige wist, hoe streng Allah is in het Straffen, dan zou hij zich niet veilig voelen voor het Vuur.” [Sahih Bukhari]

 

Salman heeft overgeleverd dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Waarlijk, op dezelfde Dag waarop Allah de hemelen en de aarde schiep, heeft Hij 100 delen van Zijn Genade geschapen. Elke deel van Zijn Genade kan de leegte tussen de hemel en de aarde vullen. En een deel van zijn Genade zond Hij naar de aarde en daarom behandelt een moeder haar kind met liefde en barmhartigheid. Zelfs de dieren en vogels behandelen elkaar daarmee met medelijden en barmhartigheid. En op de Dag des Oordeels zal Allah gebruik maken van al Zijn Genade [i.e. tijdens het oordelen].” [Sahih Muslim]

 

Ga na dat miljarden mensen [gelovig en ongelovig], djin en dieren nu al duizenden jaren gebruik maken van deze ene procent aan genade die op de wereld is nedergezonden, hoe groot is de genade dan wel niet van Allah op slechts die ene dag, De Dag Der Opstanding?

 

Jandub heeft overgeleverd dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Iemand zei, 'Allah zal die en die persoon nooit vergeven!' Toen zei Allah, 'Wie is hij die bepaalt wie ik wel en niet vergeef? Ik heb die en die Genade getoond en zijn zonden al vergeven.” [Sahih Muslim]

 

Abu Musa heeft overgeleverd dat de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] zei: “Deze natie van mij zal grote Genade worden getoond. In het Hiernamaals zullen zij niet worden gestraft, maar tijdens het wereldse leven zullen zij wel worden gestraft, met beproevingen, aardbevingen en moord.” [Abu Dawud]

 

Onbaatzuchtigheid en generositeit

De volgende zede in de Islam die we onder de loep zullen nemen is Al-Ithaar, hetgeen overeenkomt met altruïsme, wat inhoud dat je het geluk en welzijn van anderen op de eerste plaats zet en belangrijker vind, en onbaatzuchtigheid, wat inhoud dat je niet op eigen belang gericht bent en eigen voordeel uit bent. Dit betekend dat je genietingen afstaat aan anderen, en zij ervan mogen genieten en jij ze kwijt raakt. Om niet al te lang in te gaan op de inhoud ervan, zal ik er enkele voorbeelden van geven in de hoop dat wij ook naar deze zede zullen streven. En deze zeden weer zullen doen herleven inshaAllah.

 

Op een dag kwam er een man naar de Profeet [‘alayhi selatu wa selaam]. Hij kwam in de periode nadat de Moslims Mekka en Khaiybar hadden overwonnen, 23 jaar nadat de Boodschap tot Muhammed was gekomen. Bij deze overwinning waren heel veel rijkdommen verworven. De Profeet en zijn metgezellen leefden voor die tijd in grote armoede. De Profeet had toen zo’n honger, dat hij twee stenen om zijn buik bond, om het hongergevoel een beetje te verminderen. De Profeet kreeg na al deze overwinningen een deel van de rijkdommen en dat deel was genoeg om de ruimte tussen twee bergen te vullen. Stel je nu eens voor dat jij in grote armoede leefde en opeens net zoveel rijkdommen als de Profeet zou krijgen. Wat zou je er dan mee doen? De Profeet streefde niet voor deze wereld, maar voor het hiernamaals. De man kwam en zag al die rijkdommen. De Profeet zei toen tegen hem: “Vind je het mooi?” De man antwoordde natuurlijk met ja. De Profeet zei daarna: “Je mag het hebben.” De man geloofde hem niet en zei: “Muhammed, meen je dat nu echt?” Toen zei hij: “Ja echt waar, neem het maar mee als je wilt.” Kun je het voorstellen tot hoever Al-Ithaar kan gaan? De man haastte zich toen naar de rijkdommen. Hij nam de rijkdommen mee en ging toen terug naar zijn volk. Daar aangekomen vertelde hij zijn volk wat hem was overkomen en zei: “Word allen Moslim, want ik was net bij de beste man op aarde. Muhammed geeft geschenken weg alsof hij armoede niet vreest.”

 

De Profeet [‘alayhi selatu wa selaam] gaf alles aan eenieder die hem ernaar vroeg. Hij zei ook dat als hij een berg aan goud had het hem zou plezieren deze binnen drie dagen te verspreiden. Een bekend voorbeeld van zijn vrijgevigheid vermeld in Saheeh Bukhari, is toen de Profeet na het beëindigen van het ‘Asr gebed haastig wegging en de Moslims achter hem in het gebed zich hierover verbaasden. Eenmaal terug verklaarde de Profeet zich en zei: “Ik herinnerde me een stukje goud dat thuis lag en ik wil niet dat het me afleidt van de aanbidding, dus heb ik het laten verspreiden [onder de mensen].” De Profeet haastte zich om weg te geven omwille van Allah, opdat het niet zou afleiden van de ‘Ibadah en het hiernamaals. Hij was het perfecte voorbeeld van onbaatzuchtigheid en altruïsme.

 

Maar de mens kan niet alleen Al-Ithaar uitoefenen door middel van het weggeven van eigendommen, maar ook door het opofferen van je eigen lichaam en ziel voor een ander. Abu Dujanah [Radhiya Allahu ‘anhu] was hier een mooi voorbeeld van. Tijdens de slag van Badr kwamen de pijlen van alle kanten op de Profeet [‘alayhi selatu wa selaam] af. Abu Dujanah zag dit en omhelsde de Profeet om hem zo tegen de pijlen te beschermen. Abu Dujanah heeft het belang van de Profeet boven dat van zichzelf gesteld. Abu Bakr [Radhiya Allahu ‘anhu] vertelde dat de rug van Abu Dujanah op die dag te vergelijken was met de rug van een egel, door de vele pijlen die daarin zaten. Abu Dujanah was zwaar gewond maar toch bleef hij in zijn onbaatzuchtigheid volharden. Waar blijven wij met onze onbaatzuchtigheid voor de Profeet door o.a zijn Sunnah te volgen?

 

Zo zijn er vele voorbeelden van Suhaba die hun leven opofferden voor de Profeet [‘alayhi selatu wa selaam] op het slagveld. We horen over individuen die Ithaar toepasten, maar we moeten het voorbeeld niet vergeten van de Ansaar, die als een gehele collectieve gemeenschap van een stad [Madina] uitmuntend Ithaar toepasten. Hoe zij de Muhadjireen, de metgezellen die vanuit Mekka naar Medina emigreerden, opvingen en hoe zij hun huizen en eigendommen met hen deelden was ongelofelijk. De Suhaba vertelden dat voor elke Muhadjir die naar Medina kwam, geloot moest worden, omdat iedereen hem te gast wilde nemen! Vergelijk dit eens met ons. Vandaag de dag komt het voor dat een moeder oud is geworden en verzorging nodig heeft, maar er niemand is die haar als gast wil opnemen. En dit zijn onze eigen moeders en schoonmoeders. De Ansaar daarentegen, ondanks hun armoede [en het feit dat zij vele faciliteiten en gunsten, zoals ruime woningen, niet hadden zoals wij die hebben] namen zij de Muhadjireen op. Die niet hun moeders waren noch enige andere verwanten.

 

Bij elke emigratie in de geschiedenis is er veel bloed vergoten bij het proces, of werden deze minderheden van immigranten op zijn minst wel gekleineerd en buiten gesloten. De beste emigratie was liefdevol en zeer rijk aan onbaatzuchtigheid; de emigratie van de Muhadjireen naar Medina. De Ansari werkte het hele jaar door om uiteindelijk, als hij ging oogsten, de dadels met de Muhadjireen te delen. Hij deelde het voordat hij ermee thuis kwam, dus hij ging er niet de beste voor zichzelf tussenuit halen om de restjes aan de Muhadjir over te laten. In plaats daarvan ging hij naar de Muhadjir toe en zei: “Kies maar uit wat je wilt en ik je geef je daar een uur de tijd voor.” Hij deed dit zodat degene die mocht kiezen niet verlegen zou worden. Toen hij daarna terug kwam zag hij dat de Muhadjir de slechte dadels had uitgekozen. Daarover bleven ze dan ruziën, want een ieder van hen wilde het beste voor de ander. Dit terwijl wij nu de dag, op zijn best, datgene weggeven wat wij kunnen missen en niet meer nodig hebben.

 

Zij deden dit zonder er wat voor terug te verwachten, behalve de tevredenheid van Allah en het paradijs. Op een gegeven moment kwam er veel geld uit Bahrein. De Profeet [‘alayhi selatu wa selaam] zei toen dat al het geld naar de Ansaar zou gaan, als dank voor wat ze gegeven en gedaan hadden. De Ansaar zeiden toen: “Boodschapper van Allah, wij nemen niets van dit geld aan totdat het tussen ons en de Muhadjireen wordt verdeeld.” En zo kunnen we doorgaan over de prachtige Ithaar van de Ansaar. Wij kunnen als Ummah weer zo een samenleving worden, en dit begint bij onze vrijgevigheid, onbaatzuchtigheid en altruïsme.

 

Akramah Ibn Abu Djahl, was één van de vijanden van de Profeet [‘alayhi selatu wa selaam], en vocht 22 jaar lang tegen de Profeet. Na deze periode van vijandschap werd hij uiteindelijk toch Moslim. En stierf zelfs als martelaar vechtend voor de waarheid. Allah leidt werkelijk wie Hij wenst te leiden. Tijdens de slag van Jarmuk werden alle gewonden naar een bepaalde plaats gebracht totdat de strijd afgelopen was. Akramah was een van de gewonden en werd dus ook samen met alle andere gewonden naar die plek gebracht. De neef van Akramah was één van de personen die de gewonden te drinken gaf. Zijn neef vertelde dat hij op zoek naar Akramah ging. Hij zei dat hij Akramah op de grond zag liggen, kreunend van de pijn. Naast hem lagen nog tien andere Moslims. Zijn neef haastte zich toen naar hem om hem te drinken te geven, want hij was er slecht aan toe. Op het moment dat Akramah wilde gaan drinken, hoorde hij iemand zeggen dat hij dorst had. Akramah zei toen: “Nee, ik drink niet totdat mijn broeder heeft gedronken.” Zijn neef ging daarna naar de ander om hem te laten drinken. Maar die hoorde zijn buurman kreunen van de pijn en zei toen ook dat hij niet zou drinken totdat zijn broeder had gedronken. Zo ging het alsmaar verder, totdat hij bij de laatste aankwam en die zei op zijn beurt weer dat hij niet dronk voordat Akramah dronk. Zijn neef ging terug naar Akramah en zag dat hij al overleden was. Akramah paste Ithaar zelfs tijdens zijn laatste levensadem toe . Dit terwijl wij gierig zijn in het weggeven van een beetje geld..

 

De Ithaar van AbduAllah Ibn Ummar was wonderbaarlijk. Hij vond de volgende aya uit de Quran mooi: “Jullie zullen de vroomheid niet bereiken totdat jullie van wat jullie liefhebben bijdragen geven. En wat jullie ook van iets bijdragen: voorwaar, Allah is daarover Alwetend.” [Surah Al-Imraan, aya 92] Hij gaf dingen die hij daarom zelf lief had graag weg. Op een dag kwam hij erachter dat hij erg veel van zijn kameel hield. Hij stapte van zijn kameel af en ging er midden op de weg naast staan. Er kwam toen een oude man langs en AbuAllah zei tegen hem: “Ga er maar op reiden meneer, want hij is nu van u.”

 

AbduAllah kreeg eens een vis cadeau en hij was hier erg gek op. Zijn vrouw had de vis voor hem gebakken en bracht het naar hem toe. AbuAllah was er erg blij mee. Maar opeens klopte er een arme man op de deur, die om eten vroeg. Hij zei toen tegen zijn vrouw: “Geef hem deze vis maar.” Zijn vrouw antwoordde: “Maar we hebben thuis ook brood, graan en vlees.” AbduAllah zei: “Wat moet ik dan met het vers waarin staat dat je zaken die je lief hebt weg moet geven? Geef de man de vis.” Nadat zijn vrouw de vis aan de man had gegeven, vroeg ze of hij de vis voor één dirham aan haar wilde verkopen. De arme man ging hiermee akkoord. De vrouw van AbuAllah gaf de vis weer aan haar man. Hij was er blij mee en wilde het net gaan eten, toen de arme man weer op de deur klopte. Hij vroeg hen voor de tweede keer om hem iets mee te geven. AbduAllah zei toen: “Geef hem de vis.” Zijn vrouw zei tegen hem dat ze dat al een keer had gedaan. Hij antwoordde haar: “Allah [Suhanahu wa Ta’ala] heeft het niet één keer gezegd, maar meerdere malen.” Zijn vrouw ging hierna nog een keer met de vis naar de man en vroeg weer of ze het mocht kopen. Hij ging hier voor de tweede keer mee akkoord. Voordat hij wegging zei de vrouw van AbduAllah: “Ik smeek je om niet voor de derde keer terug te komen.” Ze nam de vis uiteindelijk mee terug en gaf deze aan AbduAllah. Niet alleen de standvastige Ithaar van AbduAllah is hier opmerkelijk, maar ook de liefdevolle en zorgzame vrouw van AbduAllah die de vis steeds terug kocht omdat ze graag zag dat haar man de vis opat omdat hij hier zo van hield. Voorbeelden voor ons allen.

 

Zo zijn er veel voorbeelden van het onbaatzuchtige en altruïstische karakter van de Selefu Salih, waaraan wij allen een voorbeeld van zouden moeten nemen. Het karakter welke Moslims hoort te sieren. Laten we bijvoorbeeld kijken naar Aicha [Radhiya Allahu ‘anha] en haar Ithaar. Toen Umar Ibn Khattab [Radhiya Allahu ‘anhu] op zijn sterfbed lag, na de aanslag van Abu Lu’Lu [de vervloekte magiër]. En tegen zijn zoon AbduAllah zei: “AbduAllah, ga naar Aicha, Umm Al-Mumineen, en zeg tegen haar dat Omar Ibn Khattab haar toestemming wil om naast zijn twee vrienden [de Profeet en Abu bakr] in het huis van Aicha begraven te worden.” Toen Aicha dit bericht kreeg, zei ze: “Eigenlijk had ik deze plek voor mezelf vrijgehouden, maar ik zal het afstaan aan Umar.” Aicha zou eigenlijk naast haar man, de Profeet [‘alayhi selatu wa selaam], en haar vader, Abu Bakr [Radhiya Allahu ‘anhu], begraven worden, maar uit onbaatzuchtigheid heeft ze deze eervolle begrafenis afgestaan aan Umar Ibn Khattab. En ze werd zelf op een begraafplaats in Medina begraven.

 

Een laatste voorbeeld: Tijdens de slag van Mut’a overleed Djafar Ibn Abu Talib [Radhiya Allahu ‘anhu]. Hij liet zijn vrouw en drie kleine kinderen achter, zij waren zwak en arm. De Profeet [‘alayhi selatu wa selaam] stond toen op en zei: “Wie neemt de verantwoordelijkheid van de kinderen van Djafar op zich?” De overleveraar van de hadeeth zei dat drie van de metgezellen ruzie maakten over de kinderen, eenieder wilde de kinderen verzorgen. Alle drie waren arm en ondanks dat wilden ze drie weeskinderen opvoeden. Tegenwoordig gebeurt het wel eens dat een broer overlijdt en dat zijn kinderen door niemand van de familieleden opgenomen en verzorgd worden. Hoe fantastisch zou het zijn als we terug konden gaan die samenleving van de Selef? Waarin deze kinderen opgevangen zouden worden door de Ummah. Niet alleen de gemeenschap zal zich door onbaatzuchtigheid genezen, maar ook de baraka van Allah zal vermeerderen.

 

Trouwhartigheid en loyaliteit

Een Moslim houd zich aan zijn woord, hetzij tegenover de Moslims of tegenover de ongelovigen. De Profeet Muhammed [SallAllahu 'alayhi wa selam] zei: “Moslims houden zich aan hun gegeven woord.” Ook zei hij [SallAllahu 'alayhi wa selam]: “Degene die zich niet aan beloften houdt, heeft geen religie.” En Allah zegt tevens in de Quran: “..en komt de belofte na. Voorwaar, over de belofte worden jullie ondervraagt.” [Surah Al-Israa, aya 34] En zo zijn er vele Ahadeeth en Ayaat die ons op het belang hiervan wijzen. De beloften en het gegeven woord niet nakomen is een teken van nifaaq [hypocrisie], zoals de Profeet ons duidelijk heeft gemaakt. Het is als Moslim niet alleen belangrijk dat we onze beloften na dienen te komen, maar het is tevens ook belangrijk dat we trouwhartig de beloften van anderen Moslims dienen te vervullen in hun plaats als zij hiertoe niet in staat zijn, zoals wanneer diegene komt te overlijden. Omdat een belofte vergelijkbaar is met een [onbetaalde] schuld, en dus door de nabestaanden [in eerste instantie] vervuld dient te worden, en in het geval van een geldschuld ook afgelost dient te worden. Zelfs de martelaar word niet van zijn schulden gevrijwaard, ondanks dat al zijn zonden worden vergeven. De Profeet heeft gezegd: “Allah vergeeft iedere zonde van de martelaar met uitzondering van hun schulden aan andere mensen.” Om deze reden ging de aanvoerder van het leger, wanneer een Islamitische leger klaar stond voor de strijd, voor het leger staan en riep: “Als iemand van jullie een schuld heeft dan moet hij teruggaan.” En dient dus eerst zijn schuld af te lossen.

 

Het is dus belangrijk om de schulden en beloften van overledene als nabestaanden af te lossen en te vervullen. Zo ging er een man naar de Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] en vroeg hem: “Geliefde Profeet, mijn zuster heeft gezworen om op bedevaart te gaan, maar ze is gestorven voordat zij haar belofte kon vervullen, wat moet ik nu doen?” De Profeet zei: “Als je zuster schulden zou hebben, zou je die dan aflossen?” De man antwoordde: “Ja.” Hierop zei de Profeet: “Los haar schuld aan Allah dan af, want de schuld aan Allah verdient het meest om te worden afgelost.” De eerste beloften en schulden die in het bijzonder dus afgelost dienen te worden zijn die aan Allah, door zijn Quran en Boodschap te volgen, wat je ook beloofd te doen door Moslim te worden. En dit is tevens ook een vorm van trouwhartigheid. De tweede die jouw trouwhartigheid verdient is aan de Profeet, dit door zijn Sunnah te volgen. Op de derde plaats komt onze trouwhartigheid naar de rest van de mensen, met name zij die ons het meest geliefde zijn, zoals onze ouders en huwelijkspartners. Er kwam eens een man naar de Profeet toe en vroeg hem: “Geliefde Profeet, mijn ouders zijn allebei overleden. Zijn er nog verplichtingen tegenover hen die ik moet vervullen?” De Profeet antwoordde: “Ja, bid voor hen en vraag Allah om vergiffenis voor hen, vervul de beloften die ze hebben gemaakt, blijf in contact met hun familieleden en respecteer hun vrienden.” De trouwhartigheid aan je vrouw is tevens ook uiterst belangrijk. De Profeet zei: “Datgene wat het meest verdient om te worden nagekomen, is dat wat je belooft tijdens je huwelijkscontract.” [Saheeh Bukhari] De Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] zei ook: “Als een man een vrouw trouwt, met als voorwaarde een bepaalde bruidsschat te betalen, en de man heeft niet de intentie aan haar rechten te voldoen, dan ontmoet hij Allah als een schuldige man.” [Overgeleverd door Tabaraani]

 

Ik wilde met de trouwhartigheid van de Suhabi Anas Ibn Al-Nadr [Radhiya Allahu 'anhu] ten opzichte van Allah beginnen. Omwille van zijn trouwhartigheid heeft Allah de aya geopenbaard: “Er zijn mensen onder de gelovigen die trouw gebleven zijn aan het verbond dat zij met Allah hebben gesloten. Er zijn enigen onder hen die hun eed hebben gehouden, en anderen die nog wachten en geenszins veranderd zijn.” [Surah Al-Ahzaab, aya 23] Dit zou ons genoeg moeten zeggen over hem.

 

Deze metgezel, Annas Ibn Al-Nadr [Radhiya Allahu 'anhu] kon omdat hij op reis was, niet meedoen met de strijd in Badr. Na de veldslag zei hij: “Als Allah mij toestaat om deel te nemen aan een andere strijd tegen de ongelovigen, dan zal Hij zien wat ik zal doen.” [Hij bedoelde hiermee dat hij zijn uiterste best zal doen om de Islaam te verdedigen en de ongelovigen te bevechten.] Op de dag van Uhud, toen de Moslims verzwakten en zich in de richting van Medina terugtrokken, ging Annas Ibn Al-Nadr juist de richting van de ongelovigen op. Onderweg ontmoette hij Sa'd Ibn Mu'adh [Radhiya Allahu 'anhu], die hem vroeg: “Waar ga jij heen, Annas?” Annas antwoordde: “Naar het paradijs, ik kan haar geur bij de berg Uhud ruiken.” Na afloop van de strijd werd hij bij de berg Uhud dood aangetroffen. Hij was meer dan tachtig keer gestoken. Geen van de metgezellen kon hem identificeren want zijn lichaam was zwaar verminkt. Zijn zus was de enige die hem kon identificeren, ze herkende hem aan zijn hand waaraan hij een vinger miste. Hij had voor de slag zijn vinger moeten laten amputeren.

 

Tegenwoordig leggen velen beloften aan Allah af die zij niet nakomen. Een voorbeeld hiervan zijn mensen die zeggen: “Als ik getrouwd ben dan zal ik mijn blik neerslaan.” Of: “Wanneer de zomer komt dan zal ik beginnen met het bidden van het ochtend gebed.” Vrouwen zeggen ook wel eens: “Als ik getrouwd ben dan zal ik mijn hijaab gaan dragen.” En zo zijn er vele beloften die men zou kunnen bedenken die men tegenover Allah maakt, zonder deze na te komen. Wij allen zouden dus een voorbeeld aan Anas Ibn Al-Nadr moeten nemen die zijn belofte aan Allah tot aan de dood toe heeft vervuld, daar waar wij helaas onachtzaam zijn.

 

Ik zal proberen nog een aantal incidenten te vermelden als voorbeelden van trouwhartigheid ten opzichte van de Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam]. In dit geval de trouwhartigheid van de Suhaba. De Suhaba hadden zulk een uitmuntende trouwhartigheid tegenover de Profeet, dat zij zelfs hun leven opofferden. Maar de volgende twee incidenten die ik heb geselecteerd uit de Seerah tonen ons de trouwhartigheid van de Suhabah aan ten opzichte van de Profeet op het gebied van het vervullen van de beloften en schulden na zijn overlijden. Wij hebben nu net zo de kans om onze trouwhartigheid ten opzichte van onze Profeet te vervullen, door namelijk zijn Sunnah te volgen en na te leven.

 

Tijdens de Hidjra, werd de Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] door Abu Bakr [Radhiya Allahu 'anhu] vergezeld. Tijdens deze tocht werden ze gevolgd door Suraqah, die van plan was om de Profeet te vermoorden. Toen Suraqah in de buurt van de Profeet kwam en hij hem bijna te pakken had, zei de Profeet: “O Allah, bescherm me tegen hem door de middelen die U wilt en op de manier die U wilt. U bent de Almachtige.” Op dat moment viel Suraqah van zijn paard. Dit was heel ongewoon voor Suraqah, want Suraqah was een uitmuntende ruiter en viel zelden van zijn paard. Suraqah ondernam nog een poging om de Profeet te pakken te krijgen en toen hij weer in de buurt van de Profeet kwam, zei de Profeet weer dezelfde duaa: “O Allah bescherm me tegen hem door de middelen die U wilt en op de manier die U wilt.” Op dat moment viel Suraqah weer van zijn paard. Hij deed vervolgens voor de derde keer een poging en toen de Profeet zijn duaa herhaalde, viel Suraqah weer van zijn paard af. Toen wist Suraqah dat de Profeet door een grote macht werd beschermd. Dus stond Surqah op en zei: “Muhammed, ik vraag om uw bescherming.” [Zie je nu wie om wiens bescherming vraag!] Suraqah wilde de Profeet voor een beloning van honderd kamelen vermoorden, die hij van zijn stam Quraish zou krijgen. Hij was erachter gekomen dat het voor hem onmogelijk was om de beschermde Profeet te vermoorden. Daarom vroeg hij de Profeet: “Geef mij wat geld!” Hoe antwoordde de Profeet hierop? De Profeet zei: “Ik beloof jou de ketting van Khurus [Kisra, die was destijds de keizer van Perzie] te geven.”

 

Vele jaren na de dood van de Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] en van de eerste Khalif Abu Bakr [Radhiya Allahu 'anhu], werd Umar [Radhiya Allahu 'anhu] de tweede Khalif. Tijdens de heerschapij van Umar werd het Perzische leger verslagen en werden de juwelen van de Khurus overgedragen aan de moskee van de Profeet in Medina. Suraqah was toen al bekeerd tot de Islam. De trouwe Umar stond op de preekstoel van de Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] terwijl hij huilend zei: “Waar is Suraqah Ibn Malik? Kom hier Suraqah.” Vervolgens pakte Umar de kettingen van Khurus en gaf ze aan Suraqah, terwijl hij zei: “Dit is wat aan je is beloofd.”

 

De Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] liep eens met Djabir Ibn AbduAllah [Radhiya Allahu 'anhu], wat een arme metgezel was. De Profeet zei tegen Djabir: “Djabir, als we de buit van Al-Bahrein in handen krijgen dan zal ik je daar een groot deel van geven, zo groot als dit en dit en dit [hiermee bedoelde hij drie handen vol].” Toen de Profeet overleed, werd Abu Bakr [Radhiya Allahu 'anhu] Khalif. Abu Bakr zei tegen de Moslims: “Als de Profeet iemand iets schuldig is, dan moet hij naar mij toekomen.” Djabir ging naar Abu Bakr en zei: “De Profeet beloofde me, dat als we de buit van Al-Bahrein zouden krijgen, ik er een grote hoeveelheid van zou krijgen, zo groot als dit en dit en dit.” Abu Bakr gaf hem toen een handvol geld. Djabir telde het geld en kwam uit op vijfhonderd dirham. Djabir stond op het punt om weg te gaan, toen Abu Bakr tegen hem zei: “Neem nog tweemaal zoveel als je de eerste keer hebt genomen.” Djabir vroeg waarom en Abu Bakr legde uit: “Omdat de Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] jou een grote hoeveelheid van de buit beloofde, zo groot als dit en dit en dit. Dit bekent drie handen vol. ”

 

De volgende gebeurtenis deed zich voor tijdens het Khalifaat van Umar [Radhiya Allahu 'anhu]. Een van de metgezellen had een vrouw met een erg luidruchtige stem. De vrouw schreeuwde zo vaak tegen haar man dat hij er op een gegeven moment genoeg van kreeg en besloot om er bij Umar over te gaan klagen. Hij ging naar het huis van Umar en toen hij op het punt stond om op de deur van Umar te kloppen, hoorde hij de stem van de vrouw van Umar. Ze verhief haar stem tegen Umar. De man zei tegen zichzelf: “Zelfs de vrouw van Umar schreeuwt tegen hem!” Dus besloot hij om terug naar huis te gaan. Op dat moment deed Umar de deur open en zag hij de man. Umar vroeg hem waarvoor hij was gekomen. De man vertelde hem het verhaal en eindigde door te zeggen: “Ik zei tegen mezelf, als de Khalif de luide stem van zijn vrouw accepteerd dan moet ik er niet over gaan klagen!” Umar Antwoordde: “Mijn vrouw heeft mijn kinderen gebaard, ze wast mijn kleding en onderhoudt mijn huis terwijl ze dit niet verplicht is te doen. Zij doet dit allemaal met geduld. Kan ik na dit alles dan niet accepteren dat ze haar stem verheft?”

 

We weten dat voornamelijk grote delen van de Aziatische wereld bekeerd zijn tot de Islam na het aanschouwen van de trouwhartigheid en eerlijkheid van de eerste generatie Moslims in hun goederen handel met hen. Zo hebben er zich gelijksoortige incidenten van trouwhartigheid voorgedaan in de geschiedenis die grote groepen mensen hebben doen bekeren tot de Islam. Een voorbeeld hieruit was toen het Islamitische leger Homs [Syrie] had veroverd. De bewoners van Homs bleven Christelijk, zij bekeerden zich niet tot de Islaam en zij betaalden belasting aan de Moslims. De Romeinen besloten toen een groot leger te vormen om de Moslims in Homs aan te vallen. Toen Moslims hierover hoorden, besloten ze om Homs te verlaten en een groot Islamitische leger te vormen met soldaten uit verschillende Islamitische gebieden, en dan de Romeinen aan te vallen en hen te verslaan. Toen de Moslims gereed waren om Homs te verlaten, gaven zij het belastinggeld terug aan de inwoners van Homs. Toen de inwoners deze eerlijkheid aanschouwden en de trouw van de Moslims zagen, bekeerden zij zich tot de Islaam! Met als resultaat dat het Islamitische leger in Homs bleef en de inwoners van Homs het leger hielpen met het beschermen van de stad.

 

Een bekende zin die een Moslim eens uitsprak toen hij bekeerde tot de Islam, en later in aanraking kwam met het foute gedrag van de Moslims luidt: “Elhamdulilah die mij naar de Islaam heeft geleid voordat ik Moslims ontmoette.” Onze manieren zijn erg belangrijk in het uitnodigen van de mensen tot de Islam, en onze eerlijkheid en trouwhartigheid hierin is erg belangrijk. Veel Moslims houden zich niet aan hun beloften waardoor wij velen van ons en deze religie doen afkeren. Vooral in deze tijd zijn zeden [akhlaaq] erg belangrijk voor mensen, en zien deze dan ook graag terug in een religie, willen ze hier enigszins interesse voor krijgen. Het is onze taak als Moslims deze Islamitische zeden aan hen te presenteren. Hierin hebben wij over de jaren heen erg tekort geschoten, en dienen wij dus hard aan te werken.

 

Onder de vele overleveringen over zeden noem ik er een paar op. De Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] zei: “Je zult nooit in staat zijn de mensen met je huizen te bevangen, noch met je geld, dus bevang hen met een glimlachende gezicht en goede zeden.” [Al-'Iraqi, Takhridj Al-Ihya 62/3] Zeden zijn erg belangrijk in de Islam, de Profeet heeft ons dit duidelijk gemaakt, en zei: “Ik verzeker een verblijfplaats op het hoogste punt van de hemel voor degene met goede zeden.” [Ibn Dawud] Ook zei hij: “Niets is zwaarder op de weegschaal van een dienaar op de dag des oordeels, dan goede zeden.” [At-Tirmidhi] Ook zei hij: “De beste onder jullie zijn degene die de beste zeden en karakter hebben.” [Ahmed] En hij zei: “Degene met de beste zeden zijn degene met het volmaaktste geloof.” [Ahmed en Bukhari] Hij zei ook: “Degene die het dichtst bij mij in de hemel zijn, zijn degenen met de beste zeden.” [Ahmed] Hij zei tevens: “Hetgeen mensen naar de hemel leidt is vrees voor Allah en goede zeden.” [At-Thirmidhi] Ook zei hij: “De gelovige bereikt met zijn goede zeden het niveau van een Moslim die dag en nacht bidt en vast.” [Ibn Dawud] De Profeet was het ultieme voorbeeld van een Mu'min met achlaaq, hij zei: “Ik ben slechts gestuurd om de edelste zeden te voltooien.” [Ibn Rajab, Lata' ef Al-Maaref 305] En de Allah getuigd hier meerdere malen van in de Quran.

 

Nu volgen er enkele voorbeelden van de trouwhartigheid van de Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam], en zo zijn er talloze incidenten die van zijn uiterst sterke trouwhartigheid getuigen. Laat dit dus slechts een kleine glimp zijn als voorbeeld van zijn trouwhartigheid, die geen mens heeft weten te evenaren. Al voor zijn Profeetschap had hij de bijnaam As-Sadeequ Al-Ameen gekregen van de Mekanen, wat de eerlijke, de vertouwenswaardige betekend. En hij stond hier bekend om.

 

We weten van de Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] dat hij gedurende de nacht zo lang bleef bidden dat zijn voetzolen open barsten. En hij last kreeg van zijn benen. Waarop zijn vrouw Aicha [Radhiya Allahu 'anha] uit bezorgdheid aan hem vroeg waarom hij zoveel bad aangezien Allah hem reeds beloofd had al zijn zonden te vergeven, uit het verleden en alle toekomstige zonden. Waarop de trouwhartige Profeet antwoordde: “Moet ik dan geen dankbare dienaar zijn?” Vergelijk dit eens met onze zwakke trouwhartigheid tegenover Allah voor al Zijn gunsten die wij nu de dag kennen, die zij niet hadden.

 

Het volgende incident toont ons aan hoe trouw de Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] was in zijn afspraken. De metgezel AbdulAllah Ibn Abdul Khansaa [Radhiya Allahu 'anhu] heeft gezegd: “Ik legde voor de Hidjrah [migratie naar Medina] de eed van trouw af aan de Profeet, maar ik had de eed niet in zijn geheel kunnen afleggen, dus ik beloofde dat ik de volgende dag zou komen om de eed af te maken. Ik vergat dit compleet. Ik herinnerde me dit pas na drie dagen, dus ging ik naar de plaats waar we hadden afgesproken en ontmoette de Profeet die daar nog op mij wachtte! Toen hij mij zag, zei hij: “Jongeman, je hebt het moeilijk voor mij gemaakt. Ik wacht hier al drie dagen op jou.”

 

Tevens is het belangrijk om trouw te blijven aan degene die jou gunsten heeft getoond, ook wanneer dit een vijandige kafeer is. De volgende situatie laat ons zien hoe trouw de Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] was tegenover de kufaar, na tientallen jaren, zelfs op het slagveld wanneer ze beiden tegenover elkaar kwamen te staan als vijanden. Toen de Profeet namelijk nog in Mekka woonde, waar hij aan kwaad en vernederingen blootgesteld werd, was er een ongelovige man, Abdul Bukhturi Ibn Hisham genaamd. Hij was een van de leiders van Quraiysh. Deze man stond in zeer ernstige tijden aan de zijde van de Moslims en verdedigde de Moslims, ondanks het feit dat hij een ongelovige was en ook bleef. Vele jaren na dit voorval migreerde de Profeet naar Medina. Na ongeveer een periode van tien jaar, brak de dag van de slag van Badr met de ongelovige Quraiysh aan. Terwijl de Profeet Muhammed bezig was met het gereedmaken van het leger, ging hij voor het leger staan en zei luid: “Als een van jullie Abdul Bukhturi Ibn Hisham tegenkomt, dood hem dan niet want hij heeft ons tijdens die en die gebeurtenis in mekka verdedigd.” Tijdens de veldslag van Badr, zag een van de metgezellen Abdul Bukhturi Ibn Hisham. Deze metgezel vertelde: “Ik zag een andere ongelovige achter Abdul Bukhturi Ibn Hisham staan, dus liet ik Abdul Bukhturi met rust en ging met de man achter hem vechten. Dit verbaasde Abdul Bukhturi en hij vroeg aan de metgezel: “Waarom laat je mij met rust?” De metgezel antwoordde: “De Profeet beval ons om jou niet te vermoorden.” Abdul Bukhturi vroeg: “Waarom?” De metgezel antwoordde: “Omdat jij ons in Mekka hebt verdedigd.” Abdul Bukhturi zei vervolgens: “En wat gebeurt er als ik je vraag om deze man ook te sparen?” De metgezel antwoordde: “Nee, dat zal ik niet doen, de Profeet heeft ons alleen bevolen om jou te sparen. ” Toen zei Abdul Bukhturi: “Dan zal ik met jou vechten!” De metgezel antwoordde: “Dan zal ik jou ontwijken.” Abdul Bukhturi ging toen achter de metgezel aan om hem te vermoorden, terwijl de metgezel voor Abdul Bukhturi vluchtte! Zie je hoe trouw de metgezellen waren? Abdul Bukhturi bleef hem achtervolgen en dacht dat de metgezel een lafaard was. Toen Abdul Bukhturi in de buurt van de metgezel kwam en op het punt stond om hem te vermoorden, had de metgezel geen andere keus meer dan zichzelf te verdedigen. Abdul Bukhturi werd door de metgezel gedood. Na deze gebeurtenis ging de metgezel trillend naar de Profeet toe en zei tegen hem: “Geliefde Profeet, ik zweer dat ik niet plan was om Abdul Bukhturi te doden, maar hij stond op het punt mij te vermoorden dus ik had geen andere keus dan mezelf verdedigen.” De Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] antwoordde: “Het is in orde, moge Allah je vergeven.”

 

De Profeet [SallAllahu 'alayhi wa selam] was zo uitmuntend in zijn trouwhartigheid, dan hij niet alleen trouw was aan zijn levende vrouwen maar zelfs zijn overleden vrouw Khadija [Radhiya Allahu 'anha] trouwhartig bleef. Zelfs veertien jaar na haar overlijden. Ik heb het over de gebeurtenis op de dag van de verovering van Mekka. Op die dag had de Profeet het erg druk met mensen die hem wilden spreken. Sommige wilden de Islamitische rituelen weten, anderen vroegen de Profeet of hij Allah om vergiffenis voor hen wilde vragen en mensen van verschillende plaatsen waren gekomen om de Profeet te ontmoeten.. Gedurende deze drukke dag merkte de Profeet een oude vrouw op die hem naderde. De Profeet Muhammed liet alle mensen achter en ging naar deze dame toe, hij trok zijn mantel uit en legde het op de grond zodat de vrouw erop kon zitten. De Profeet ging naast haar zitten en bleef een heel uur met haar praten. Zijn vrouw Aicha [Radhiya Allahu 'anha] stond vanaf een afstand naar hen te kijken en toen het gesprek was afgelopen vroeg Aicha [Radhiya Allahu 'anha]: “Geliefde Profeet, wie was die vrouw?” De Profeet antwoordde: “Zij was een vriendin van Khadija. Ze bezocht ons vaak toen Khadija nog leefde.” Aicha vroeg toen: “Waar hebben jullie een heel uur lang over gesproken?” De Profeet antwoordde: “We waren herinneringen aan het ophalen over de mooie dagen met Khadija.” Dit maakte onze moeder Aicha jaloers en dus zei ze: “Denk je nog steeds aan die oude vrouw, zelfs na haar dood? En dit terwijl Allah je iemand heeft gegeven die beter is dan zij [daar bedoelde ze haarzelf mee].” Een man zou in die situatie bevestigen wat zijn vrouw zegt, om zo problemen te vermijden. Maar luister naar het antwoord van onze trouwe Profeet: “Ik zweer bij Allah dat ik geen betere vrouw dan haar heb gekregen. Zij troostte me toen de mensen hard tegen me waren en zij geloofde in mij toen er niemand in mij geloofde.”

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 05:19 Reageer op dit bericht Stuur door

Tips in de Islamitische opvoeding Deel 1

Tips in de Islamitische opvoeding Deel 1

 

Begin bij een gezonde thuissituatie

 

Om het kind gezond op te voeden, is het belangrijk dat er ten eerste een gezonde huiselijke sfeer heerst waarin het kind opgroeit, hier hoort de opvoeding mee te beginnen, dit is de basis van opvoeding. Als het kind zijn ouders steeds ziet kibbelen en ruziën, dan zal dit een schadelijk effect op het kind hebben. Vooral als dit ten koste gaat van de aandacht die het kind vraagt, het kind wenst deze depressieve sfeer te ontsnappen, en kan hierdoor toevlucht zoeken in negatieve uitlating; hetzij vrienden die een slechte invloed hebben, wangedrag waarmee (negatieve) aandacht word opgeëist, of in de ergste gevallen (op een latere leeftijd) zelfs toevlucht en troost zoekt in drugs. Een groot deel van de opvoeding, zo niet het grootste deel, bestaat niet uit de les voorlezen over goed gedrag, maar zelf het voorbeeld geven van goed gedrag. Hieronder valt ook het gedrag ten opzichte van uw partner (de vader of moeder van het kind), en hier gaan vele de mist in. We zien dat papa mama voor de ogen van het kind uitscheldt en naschreeuwt, of op zijn minst tegen haar loopt te kibbelen. Of we zien hoe mama zich negatief uitlaat over papa in het bijzijn van het kind. En dit soort zaken meer. Weet dat u als ouder een enorm voorbeeld voor uw kinderen bent, ook in de omgang met uw partner. In het ergste geval word het kind zelfs (door één van de- of beide partners) gestookt en opgezet tegen zijn of haar eigen ouders. Wanneer het huwelijk uitloopt in een scheiding door al deze onderlinge onenigheden tussen de partners, dan is het einde al helemaal zoek. Stelt u zich voor wat dit met een kind doet, en wat voor schade het kan veroorzaken? Het is daarom dat de opvoeding begint bij een gezond huwelijksrelatie en thuissituatie.

 

Wij zien dat veel van onze kinderen bijvoorbeeld heel vaak buiten te vinden zijn, en we horen helaas geregeld dat er over de overlast die zij zouden veroorzaken wordt geklaagd in de wijk. Maar indien een kind het thuis naar zijn zin heeft, en er thuis een prettige gezellige leuke sfeer heerst, dan zal een kind vaker thuis willen zijn in plaats van de straat opzoeken. Creëer die prettige sfeer dus voor uw kinderen. Hierbij is het ook belangrijk om op te merken dat kinderen vaak veel vrije tijd hebben, en een kind kan dit zelf niet indelen, als het aan een kind ligt vult hij of zij dit geheel met spelen en ontspanning in. En helaas is dit ook wat er met veel van onze kinderen gebeurt, zij hebben de vrijheid om deze vrijetijd naar wens in te vullen. Maar het is de taak van de ouders dit te reguleren, of het nu vakantieperiode is of niet. We moeten niet vergeten dat we geschapen zijn met een belangrijk doel en verantwoordelijkheid op deze wereld, en het niet passend is om onze kinderen dus ten prooi over te laten aan hun vrijetijd, welke een val tot allerlei fout gedrag en zonden is. Nee, we dienen onze kinderen te leren zuinig om te gaan met hun kostbare tijd, als het iets is waar je als Moslim gierig mee mag zijn dan is het wel vrije tijd. Laat dit dus een karaktereigenschap zijn welke onze kinderen siert, en hun kostbare tijd niet de hele dag buiten verspillen. We horen en zien soms helaas dat onze kinderen s ’avonds laat nog buiten te vinden te zijn! Dit is buitengewoon schandalig, dat van alle gemeenschappen de Moslims zulke idiote fouten maken. Regulier het gebruik van de televisie, een spelcomputer en het internet ook, en laat dit niet over aan het kind. Spreek tijdstippen af, houd het internet gedrag van het kind in de gaten, en beperk het inhoudelijk bekijken van de televisie. We kunnen onze kinderen niet over laten aan al het verderf waarmee zij vol worden gespoten en geconfronteerd.

 

Zorg dat de slaapkamer van het kind prettig en knus is, maar vooral ook pedagogisch verantwoord is. U kunt er wel een televisie neer zetten, een spelcomputer, internet en dat soort dingen meer, om het gezellig te maken. Maar in hoeverre draagt dit bij aan de gezonde ontwikkeling van het kind? Helaas zien wij dat vele ongelovige dit beter begrijpen dan vele Moslims, en houden vele kinderen er bij hen een boekenkast op na en allerlei andere hobby’s waarin zij hun tijd kunnen steken, waar hun ouders ook niet te gierig voor zijn om in te investeren. Men hoort gierigheid tegenover zijn kinderen te schuwen. Er is van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] overgeleverd: “Het is zondig genoeg dat je datgene aan levensonderhoud onthoudt voor degene die onder je hoede vallen.” [Saheeh Muslim]

 

Hoe verwachten wij dat onze kinderen zich gaan ontwikkelen als er geen enkele boek in hun kamer te vinden is, laat staan een boekenkast? Investeer hier dus in, en nog belangrijker, wees hierin een voorbeeld! Als het kind papa en mama altijd met een opengeslagen Quran ziet, dan zullen zij ook gemakkelijker een boek openslaan. Het is algemeen bekend dat kinderen het gedrag van anderen kopiëren, en vooral dat van ouderen, en al helemaal dat van hun eigen ouders. Zorg dus naast een prettige gezellige leefomgeving en sfeer ook voor religieuze en educatieve kennis, dhikrullah en Quran in huis. Zodat uw kind hier te midden in opgroeit.

 

Waar we vele ouders ook de mist in zien gaan is dat er geen eensgezindheid bestaat tussen beide partners, ouders dienen de handen ineen te slaan en een eenheid te vormen. Soms vraagt het kind bijvoorbeeld iets aan de vader, en hij verbiedt dit. Daarna gaat het kind het ook nog eens proberen bij de moeder, en zij staat dit vervolgens wel toe. Of andersom voor hetzelfde geld. Nee, beide ouders dienen gezamenlijk sterk te staan en één resoluut besluit te nemen. Een kind beseft het zich goed wanneer er onenigheid en verdeeldheid tussen de beide ouders heerst, en maakt hier voordelig gebruik van. De moeder dient het besluit van de vader te respecteren, en andersom. En om dit soort gemengde en tegenstrijdige boodschappen en besluiten te vermijden, is het verstandig dat beide partners eerst van te voren overleggen voordat ze tot een besluit komen. Dit hoeft niet elke keer te gebeuren wanneer het kind vraagt om buiten te mogen spelen, maar als het kind bijvoorbeeld vraagt om dit weekend bij een vriendje of vriendinnetje te mogen logeren is het wel verstandig om dit eerst te overleggen met de partner. Zo zijn er meer denkbare situaties. En als er niet van te voren overlegd wordt, kunt u aan het kind vragen of dat het ook mag van papa of mama, en of zij het al aan papa of mama hebben gevraagd, voordat uzelf toestemming geeft voor iets. En wanneer u een besluit neemt, laat je dan vooral niet overhalen door het kind, wanneer het toch door blijft zeuren. Want hiermee opent u de deuren voor ongehoorzaamheid, en zal het kind uw ouderlijke gezag en autoriteit elke keer ondermijnden. Het kind zal er dan elke keer onderuit proberen te wurmen. Het is dus niet alleen belangrijk dat u het kind geduld leert, maar het is ontzettend belangrijk dat uzelf als ouder ook geduldig blijft, want kinderen zullen u en uw ouderlijke gezag zeker meer dan vaker op de proef stellen.

 

Geef hen de tijd en oprechte aandacht

Het is belangrijk dat u het kind serieus neemt en het aandachtig uw luisterend oor geeft, want ondanks dat het nog maar een kind is, het blijft een mens met gevoelens en emoties. Zoals u als volwassene iets dwars kan zitten, kan een kind dit ook. Zoals u als volwassene verdrietig en terneergeslagen bent over iets, kan een kind dit ook. Zoals u met gedachten zit die u graag met andere wil delen die er oprecht naar luistert, kan een kind dit ook. En soms leer je zelfs iets van een kind, wat je van een volwassen persoon niet kunt, omdat een volwassene de wereld slechts in een begrensd kader ziet en een kind er met een ruimdenkende vrije fantasierijke blik naar kijkt. Dus de communicatie tussen u en het kind dient niet slechts te bestaan uit een monoloog van uw kant, sta ook oprecht open om het kind aan te horen. Wanneer het kind het gevoel heeft dat u er echt voor hem of haar bent en klaar staat, dan zal dit de band en het vertrouwen tussen beide ten goede komen en doen groeien, en zal het kind uw ouderlijk gezag ook accepteren en niet in twijfel trekken. Want het is overtuigd dat u werkelijk het beste wenst voor hem of haar. Vaak zien we helaas dat de informatie slechts van één kant komt; vader of moeder geven de opdrachten en instructies en daarmee is het einde verhaal, en het kind weet niks en heeft verder niets zinnigs te vertellen, wordt er gedacht.

 

Zelfs wanneer het kind vragen stelt krijgt het vaak geen aandacht. Vele ervaren dit maar als irritante domme vragen en hebben er geen tijd of geduld voor. Maar nogmaals, geduldig blijven is essentieel in de opvoeding. Kinderen zijn ook een beproeving en vragen om geduld. Zoals Allah heeft geopenbaard aan ons: “En weet, dat uw bezittingen en uw kinderen slechts een beproeving zijn en dat voorzeker bij Allah een grote beloning is.” [Surah Al-Anfaal, aya 28]

 

En hierbij wil ik de ouders een kleine troost bieden. Veel ouders worden helemaal gek van hun hyperactief drukke kind, en klagen hierover. Vaak word dit zelfs gezien als een kwaal waar het kind behandeld voor moet worden. Maar een kind dat veel beweegt en speelt, en weinig stil zit, zal hoogstwaarschijnlijk snel ontwikkelen en ontplooien, en opgroeien tot een intelligent persoon. Heb hier dus geduld mee, want zoals er van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] is overgeleverd: “De hyperactiviteit van een kind in zijn jeugd zal bijdrage aan een grotere mate van intelligentie in zijn volwassenheid.” [At-Tirmidhi, Saheeh geclassificeerd door As-Suyuti]

 

En niet alleen is het belangrijk om het kind de tijd te geven voor zijn of haar zegje, schenk uw kind ook de tijd en speel met hem of haar. Raak hier niet door verveeld. Schaam jezelf hier ook niet voor, de Profeet zou in het openbaar met kinderen spelen, en zijn tong bijvoorbeeld spelend uitsteken naar zijn kleinzoon. ‘Umar ibn Khattab zou gezegd hebben: “Een man zou zoals een kind moeten zijn met zijn vrouw en kinderen, vrolijk en speels, maar wanneer hij met volwassen mannen zit, dan zou hij zich zoals hen moeten gedragen.” Spelen is vaak ook een manier van communiceren, het communicatie kanaal van een kind. En u kunt het kind zo ook spelenderwijs bijleren en opvoeden. Spelen biedt namelijk een kader waarbij u het kind binnen zijn of haar bevattingsvermogen kunt onderwijzen. En wat is nu beter, dat het kind met zijn of haar eigen leeftijdsgenoten speelt waar het kind in geringe mate wat van leert en het vooral om spelen draait, of dat het kind met een volwassen persoon speelt en hier veel van leert, en zijn of haar kennis en wijsheid hier sterk door toeneemt. U als ouder bent het beste speelmaatje van uw eigen kind, bevriend uw kind en wees niet slechts een autoritair figuur in het leven van het kind. Bovendien kunt u hier zelf ook enorm van genieten. De hechte band tussen de ouders en het kind is zo belangrijk dat de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa Selam] het verbood om tussen een vader en zijn zoon in te zitten tijdens een bijeenkomst. Hij zei: “Het is niet toegestaan voor iemand om tussen een kind en zijn vader in te zitten.” [Saheeh At-Tirmidhi, en Ibn maadjah]

 

De vrijetijd welke u met uw kinderen spendeert, zal Allah u niet aanrekenen, en is zeker niet verspild. De Profeet was hier een perfect voorbeeld in. Hij gaf kinderen de tijd en speelde soms wel uren met hen. Zijn wij beter dan de Profeet? Is onze vrijetijd meer waard dan zijn vrijetijd? Anas ibn Malik overleverde: “De Boodschapper van Allah was gewend om zich met ons (kinderen) te mengen.” [Saheeh Bukhari, en At-Tirmidhi]

 

Er is een bekende uitspraak van een vrome voorganger: “Speel met jullie kinderen voor zeven jaar, en onderwijs hen zeven jaar, en bevriend hen zeven jaar.” De opvoeding tot eenentwintig jaar is hiermee samengevat in één enkele zin. Bouw een spelende relatie op in de kinderjaren, en wanneer de pubertijd nadert intensiveer het onderwijs, en wanneer de adolescentie nadert wees dan een goede vriend voor hen en begin hen als een volwassene te behandelen en zien.

 

Groet uw kinderen met de Selaam bij binnenkomst, geef ze een knuffel en toon ze genegenheid. Laat ze weten dat ze gemist en geliefd geworden. Thaabit heeft overgeleverd: “De Boodschapper van Allah was gewend om de Ansār te bezoeken, hun kinderen te groeten en over hun hoofden te aaien en smeekbeden voor hen te verrichten.” [As-Silsilah As-Saheeha, 1278]

 

En roep uw kinderen bijvoorbeeld aan met leuke koosnaampje die het zelfvertrouwen doen opkrikken, zoals de Profeet dit ook bij kinderen deed. Deel geheimpjes met hen, en geef hen hiermee het gevoel van wederzijds vertrouwen en verantwoordelijkheid. Zo deelde de Profeet ook geheimpjes met kinderen zoals ‘Abdullah ibn Dja‘far en Anas ibn Maalik. En gaf hen de opdracht om dit niet door te vertellen. Dit versterkt de band tussen de ouders en het kind enorm, en bouwt zelfvertrouwen en ontwikkeld verantwoordelijkheidsbesef. Het kind krijgt het gevoel dat het ook serieus word genomen. Vraag bijvoorbeeld eerst ook toestemming van uw kind wanneer u iets wenst te pakken dat van hem of haar is, slechts zodat u het kind hiermee een gevoel van eigenwaarde en verantwoordelijkheid geeft, want het kind ervaart hiermee het besef van beheer over eigendommen. En krijgt het besef dat het ook rechten heeft. Zelfs de Profeet, de beste der schepsels, vroeg toestemming aan kinderen. En overleg ook met het kind en vraag naar zijn of haar mening, zodat u het kind hiermee een gevoel van verantwoordelijkheid, vertrouwdheid en volwassenheid geeft.

 

Probeer tot het verstandelijk niveau het kind te dalen wanneer u met een kind spreekt of speelt, en houdt rekening met de leeftijd en de beperkte verstandelijke capaciteit van een kind. Overbelaad een kind ook niet met informatie, maar blijf bij de fundamentele basis. Geef het kind gradueel en mondjesmaat de juiste hoeveelheid en noodzakelijke informatie die zijn of haar verstand kan bevatten en verwerken. Zodat deze zich makkelijk in het karakter van een kind kunnen verwezenlijken, en hierdoor informatie en de (directe) uitvoer met elkaar verenigd worden. Laat de eerste woorden die uw kind uitspreken Laa ilaha illa Laah zijn, zoals dit de laatste woorden van een persoon in het sterfbed horen te zijn. Begin bij het zeggen van Bismillah voor het eten en allerlei andere handelingen. Het zeggen van Alhamdullilah na het eten en niezen. Het groeten met As-Salamu ‘alaykum. Toevlucht bij Allah zoeken tegen de shaytaan ar-radjeem. De Salawaat uit te spreken bij het horen van de Profeet. De Adhaan en Iqamah, Al-Fatiha en de kleine verzen uit de Quran. Het Arabische alfabet. En stapsgewijs verder werkt naar de pilaren van Islam, en de takken van Imaan, al-wudhu en later het gebed, enzovoorts. Lees het kind ook onderscheid te kunnen maken tussen zaken die haram en halal zijn, en geliefde of gehaat. Maar maak er geen zwart/wit Islam van door slechts zaken te verbieden of toe te staan, maak daarentegen duidelijk dat sommige dingen ook meer geliefd of niet minder goed zijn, en probeer ze vooral zoveel mogelijk uit te leggen waarom, dit is erg belangrijk. Zonder te vroeg en teveel op de meningsverschillen, de details en uitzonderingen in te gaan natuurlijk, maar houdt het bij de essentiële basis, en begin bij de prioriteiten. Creëer desnoods een curriculum waar u zich als ouder aan kunt houden.

 

Er is overgeleverd dat ‘Utbah ibn Abi Soufyaan tegen de zedenleraar van zijn kind zei: “O ‘AbduSamad, het eerste waarmee je dient te beginnen is je eigen goede gedrag. Want hun ogen zijn gericht op uw doen en laten. Het goede bij hen is wat u als goed ervaart. Het slechte bij hen is wat u als slechts ervaart. Leer hen het boek van Allah. Wees gematigd hierin: niet teveel waardoor zij er vermoeid van raken, en niet te weinig waardoor zij het nalaten. Leer ze de beste poëzie, en van de overleveringen de meest belangrijke. Laat hen niet overstappen van de ene tak kennis naar de andere, zonder dat zij dit eerst goed onder de knie hebben gekregen. Teveel bewoordingen voor het gehoor zijn een struikelblok voor het begrip..” [Nasihat Al-Mulk, Imaam Al-Mawardi]

 

Balanceer tussen belonen en berispen

Wanneer het kind een goede kwaliteit of talent bezit, of een goede daad verricht, dan dient de ouder het kind te prijzen en het een geschenk te geven, het kind blij te maken en deze goede kwaliteit te prijzen in het bijzijn van andere mensen. Om het kind trots te maken, en het kind te motiveren en stimuleren deze kwaliteit verder te voeden en benutten. En als het kind een keer het tegenovergestelde vertoond, dan is het verstandig dit te negeren en het kind niet ten schande te zetten of deze fout te benadrukken, maar deze tekortkoming juist probeert te bedekken. Vooral als het kind deze fout zelf ook probeert te verbergen. Want de fout bekend maken en benadrukken, kan het kind doen wennen aan het gegeven dat dit nu bekend is bij het publiek, en zal het geleidelijk accepteren tot op het punt dat het kind er niet meer wakker van ligt dat deze fout bekend is bij het publiek. Waardoor de drempel tot het begaan van deze fout ook kleiner wordt, en terughoudendheid tot het begaan van deze fout geleidelijk verdwijnt. En geef het kind ook eerder het voordeel van de twijfel als het een fout maakt, en excuusjes geeft voor zijn of haar foute daad. Echter als het kind dit vaker herhaalt dan dient het kind in vertrouwen onder vier ogen op de fout gewezen te worden, en het kind te waarschuwen voor de kwade gevolgen ervan, zonder deze fout bekend te maken bij anderen. En straal gezag uit wanneer u het kind aanspreek op een fout die doelbewust tegen beter weten in is gemaakt. Maak hierbij wel onderscheidt tussen de fout en het kind, en vermijd uitspraken zoals “Jij bent een slecht kind” want hiermee koppelt u de fout aan het kind. In plaats daarvan kunt u zeggen: “Jij bent nu heel slecht bezig.”

 

Maar straf een kind nooit voordat u duidelijk heeft gemaakt dat de gemaakte fout niet toegestaan is; straf het kind dus niet bij de eerste keer dat het een bepaalde fout maakt. Wanneer u het kind bij de eerste keer al straft, dan zal dit een oorzaak kunnen vormen in de stagnatie van de ontwikkeling van het kind. Omdat het kind terughoudend zal worden in het ondernemen van zaken, uit angst dat het hiervoor gestraft zal worden. Vooral wanneer het kind nog jonger is dan tien jaar, en het kind nog geen duidelijke onderscheidt tussen goed en kwaad kan maken. De grenzen zouden eerst gesteld moeten worden, voordat hier een straf op kan volgen. Dit is een basis principe in de Islam. En dit is ook hoe Allah zijn dienaren opvoed.

 

Er is van de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] overgeleverd: “Gebied uw kinderen om het gebed te verrichten als zij de zevenjarige leeftijd bereiken. En geef ze billenkoek op hun tienjarige leeftijd.” [Abu Dawud, Hassan] Uit deze hadeeth leren wij dat een kind eerst opgevoed moet worden met een handeling, en nadat de nodige tijd is genomen en er de energie in is gestoken om duidelijke grenzen te stellen, het toegestaan is om het kind desnoods te straffen met een corrigerende tik, of elk ander effectief en toegestane methode. De ene methode van straffen zal beter werken bij een bepaald kind dan de andere. We zien dat de leeftijd voor een corrigerende tik op de tienjarige leeftijd is vastgesteld. En het afgeraden is om dit voor deze leeftijd te doen, omdat het kind niet zo goed verschil kan maken tussen goed en kwaad. Er moet eerst alle moeite en geduld voor worden genomen om het kind ergens mee op te voeden en te onderwijzen, en duidelijke grenzen te stellen. Hierna kan het kind er pas op gecorrigeerd worden als het de fout herhaaldelijk blijft begaan.

 

Men zou op moeten passen het kind niet bij elke fout te moeten berispen, en een overdaad aan afkeur te tonen waardoor het kind hier op een gegeven moment aan zal wennen, en de waarde van berispingen en afkeur bij het kind verloren gaan. Deze waarschuwingen zullen hem in dat geval na verloop van tijd niets meer doen. Het is noodzakelijk dat u ontzag blijft behouden tegenover het kind wanneer u als ouder afkeur laat blijken en het kind waarschuwt. Daarom dient men zuinig en gematigd te zijn in het berispen en waarschuwen, en dit slechts in bepaalde gevallen te doen. De ouders dienen doorgaans vriendelijk en liefdevol te blijven, dit zou de basis van de relatie moeten vormen tussen ouders en kind; slechts binnen dit kader en op deze grond kunnen berispingen en waarschuwen hun beoogde effect behalen. Maar het matigen van waarschuwingen en berispen dient een weloverwogen gebalanceerde opvoedingsmethode te zijn, men moet vooral niet uit gemakzucht laks worden in waarschuwen en berispen, hiermee geeft u het kind groen licht tot buitensporig gedrag. En het is overigens belangrijk dat tegenover berispingen en waarschuwen ook beloningen en complimenten staan, deze balans is essentieel. Anders zal het kind het gevoel krijgen dat het niets goeds kan, dit zal het zelfvertrouwen en eigenwaarde van een kind enorm beschadigen.  

 

Stimuleer fysieke en intellectuele gezondheid

Het is belangrijk dat het kind zich fysiek en mentaal sterk dient te ontwikkelen. Dus beweging, een goed en gezond eet- en slaappatroon dienen o.a gestimuleerd te worden, en zijn noodzakelijk voor zowel de fysieke als geestelijke gezondheid van het kind. Leer het kind bijvoorbeeld om niet op zijn of haar buik te slapen, zoals de Profeet ons heeft geleerd. En een kind zou het niet later mogen dan het ‘Ishaa gebed, na dit laatste gebed zou het kind in bed moeten liggen. Maak hierbij ook gebruik van de toegestane vergemakkelijking en vrijstelling door het kind de twee avondgebeden Al-Maghreb en ‘Ishaa bij elkaar te laten voegen, zodat het kind vroeg naar bed gaat, vroeg opstaat, en geen slaap tekort komt. Leer het kind vooral vroeg opstaan, of het kind nu naar school moet of niet, dit speelt een belangrijke rol in een gezond bioritme. En de vroege ochtend is een gezegd moment, de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] zou gezegd hebben: “De vroege ochtend is gezegend voor mijn Ummah.” [Abu Dawud]

 

Het kind dient ook niet teveel verwent en vertroeteld te worden, op de wenken gediend worden en overladen te worden met luxe. Dit is de oorzaak van vele kwalen die we vandaag zien, zoals obesitas, luiheid, verveling, en dit soort zaken meer die typerend zijn voor deze generatie. Vaak word het kind uit liefde verwend en vertroeteld, maar indien u het kind werkelijk lief hebt denkt u ook aan de toekomst en de ontwikkeling van het kind. Ook is het ongepast voor een Moslim om een kind bijvoorbeeld constant verwennen met de nieuwste speeltjes, of de duurste en mooiste kleding. Dit zal niet bijdrage aan de ontwikkeling van bescheidenheid en gematigdheid, bovendien zal het besef van gunsten en hun waarde bij een kind verloren gaan als het in overmaat wordt verwend en vertroeteld met allerlei geschenken. We zien hoe dit gebeurt bij ongelovigen, en wij zijn hun hier helaas in gaan volgen. Het kind word ook zacht en zwak door overdadige verwennerij en vertroeteling, en zal een gebrek aan geduld, discipline, vastberadenheid, opofferingen, moed en heldhaftigheid vertonen. Kortom ze zullen de moeilijkheden en obstakels van het leven niet kunnen trotseren. En niet alleen is het belangrijk om uw kinderen niet overmatig te verwennen en te vertroetelen, ook is het geadviseerd om uw kinderen niet om te laten gaan met andere kinderen die overdreven verwend worden, en luxe en weelde gewend zijn.Want zij zullen hen hiermee besmetten.

 

Gebruik geschenken en traktaties eerder als beloningen om het goede gedrag van een kind te stimuleren. Een kind bijvoorbeeld slechts constant te eten geven wat lekker, en niet zozeer wat gezond en voedzaam is, zal op langere termijn alleen schade opleveren. Nee, leer het kind gezond en matig te eten. Op te merken is overigens dat in de ergste gevallen het kind helaas niet eens word verwend uit liefde, maar uit pure gemakzucht en tijdgebrek. Ouders hebben geen tijd om een kwalitatief gezonde maaltijd voor te bereiden dus gooien ze maar een zak friet of wat frikadellen in de frituurpan, daar hoor je het kind toch niet over klagen. Maar wie is uw energie en tijd meer waard dan uw eigen kind? Waarin kunt u uw energie en tijd beter investeren dan uw eigen kind? Leer het kind dus niet alleen gezond en gematigd eten, maar maak hier zelf ook de nodige opofferingen voor. En nog belangrijker is dat u het kind met halal voedsel opvoed. Zorg ervoor dat uw inkomen halal is, en vergiftig uw kind niet eigenhandig met haram onderhoud! Beperk dit niet slechts tot het vermijden van varkensvlees, want er komt veel meer bij kijken. Leer het kind ook dat wij van voedsel zijn voorzien door Allah zodat we hiermee de energie opbouwen om te studeren, te spelen en sporten, te aanbidden, te werken; kortom leer het kind de gunsten van Allah te zien en waarderen. En creëer een verbondenheid tussen het kind en de gunsten van Allah, zodat het besef van de Schepper die ons onderhoudt groeit bij een kind. Want we leven helaas in tijd waarin de wortel tot gunsten is afgesneden; melk komt niet meer van een koe maar uit een pak, al onze voedsel komt rechtstreeks uit de fabriek in zakken en dozen, waardoor de verbondenheid met de Razaaq voor mensen vervaagt, vooral voor kinderen natuurlijk.

 

Ook is het belangrijk om het kind als baby te zogen met borstvoeding, tot aan zijn of haar tweede jaar, zoals Allah ons heeft geopenbaard in de Quran. Onderzoeken hebben uitgewezen dat borstvoeding erg veel voordelen heeft voor zowel het kind als de moeder. Zo schijnt het dat je zelden zwanger raakt in de zoogperiode van die twee jaar. Dus de kans word klein dat u er negen maanden later weer een kind bij hebt. Het schijnt zelfs dat het kind met borstvoeding zogen de kans op borstkanker verminderd, en allerlei medische voordelen voor zowel het kind als de moeder heeft. Kortom het is vele malen beter voor het kind dan babymelkpoeder. Wat we nu zien is dat vele ouders hun kinderen helaas babymelkpoeder geven in plaats van borstvoeding. Een vrouw zou zelfs tijdens de zwangerschap al rekening moeten houden met wat ze eet, en beseffen dat ze hier ook het kind mee voedt. We zien bijvoorbeeld hoe vele ongelovige onzorgvuldig omgaan met hun kind voordat het überhaupt geboren word, en roken sigaretten of drinken zelfs alcohol tijdens de zwangerschap. Laten we niet zulke idiote fouten maken, en vanaf het prille begin (in de baarmoeder) voedzaam gezond voedsel met het kind delen.

 

Beweging is verder een aspect in de opvoeding welke eigenlijk voor zich spreekt, wij horen een proactieve Ummah te zijn zoals onze voorgangers dit waren, en dit begint allemaal bij het opvoeden van onze kinderen met beweging en productiviteit, zodat dit zich tot een karaktereigenschap ontwikkelt welke een kind zich eigen maakt. Hierbij kan gezocht worden naar sportieve interesses van het kind, om deze verder te stimuleren. En wees niet gierig in het investeren hierin, want sportverenigingen, sportkleding en dergelijke kosten soms inderdaad behoorlijk wat. Maar u investeert hiermee in het welzijn en de ontwikkeling van uw kind, als dit uw hard verdiende centen niet waard is, wat dan wel? Zoals overlevert; de sterke dienaar is geliefder bij Allah dan de zwakke dienaar. Omdat een sterke dienaar o.a veel meer kan betekenen voor de gemeenschap. Dus probeer als ouder zelf ook mee te bewegen met het kind, en te werken aan een goede gezondheid. Stimuleer competitie onder elkaar, door bijvoorbeeld kleine wedstrijdjes te houden tussen de kinderen, hetzij op sportief of intellectueel gebied. En de winnaar een klein presentje te schenken. Zo zette de Profeet [SalAllahu ‘alayhi wa selam] kinderen naast elkaar, en zei tegen hen: “Degene die het eerst bij mij is krijgt iets.”

 

Abu Umaamah ibn Sahl heeft overgeleverd, dat ‘Umar een brief schreef naar Abu ‘Ubaydah met de woorden: “Leer jullie kinderen zwemmen, en jullie strijders boogschieten.” [Musnad Ahmad] Zo moedigde de Profeet de sporten boogschieten, hardlopen, zwemmen en paardrijden aan. Hij leerde de Moslims hun vrije tijd hiermee te vullen, en er is van de Profeet overgeleverd: “Alles waar het gedenken van Allah aan ontbreekt is nutteloos en achteloos, behalve boogschieten, het bereiden en africhten van paarden, het flirten en vermaken van uw echtgenote, en het leren zwemmen.” [Silsilah As-Saheeha, 315] Zo zijn er meerdere overleveringen die ons wijzen op het belang van bewegen en sporten, en het feit dat dit een gezonde toegestane besteding is van uw vrijetijd. Het is overigens wel interessant om te merken dat zij te midden van een woestijngebied leefden en er geen wateren waren waarin gezwommen kon worden, en toch werd er toe gestimuleerd te zwemmen (in zwembaden). Dit onderdrukt het enorme belang van bewegen en sporten des te meer.

 

Zorg er dus voor dat het kind niet thuis vastgekluisterd zit achter de spelcomputer, televisie, of internet, maar zorg ervoor dat het kind zijn ontspanning na schooltijd zoekt in het buiten spelen en bewegen. En spreek tijden af, maak duidelijke afspraken, er is een tijd voor spelen en ontspanning, en er is een tijd voor studeren, aanbidding en tijd doorbrengen met het gezin. Deze balans is erg belangrijk. Gebruik ontspanning ook als beloning, om hiermee de andere noodzakelijke dagbestedingen (taken en verplichtingen) te stimuleren. En naast fysieke sport en ontspanning is het ook raadzaam om denkspelletjes met het kind te spelen zoals schaken, dammen, boter kaas en eieren, en vier op een rij; welke het analyserende en oriënterend vermogen van het kind versterken. Of denk aan puzzels, zoals woordpuzzels om de woordenschat te vergroten. Stimuleer het organisatorisch vermogen ook van het kind, laat het kind u bijvoorbeeld helpen met het ordenen van de klerenkast, door de sokken bij de sokken, de broeken bij de broeken, en de truien bij de truien te leggen. Bedenk zulke kleine leerprocessen die u kunt gebruiken bij de opvoeding van het kind.

 

Stimuleer mentale en psychologische gezondheid

Naast het kind fysiek en intellectueel gezond opvoeden is het ook van groot belang om het kind psychologisch gezond op te voeden, en het kind naast fysiek en intellectueel ook mentaal en psychologisch sterk in zijn of haar schoenen staat. Anders zal het kind ten prooi vallen voor minderwaardigheidscomplexen, schichtigheid, angst, jaloezie, woede, enzovoorts. Vooral gezien we als Moslims in een vijandig milieu leven waarbij we psychologisch worden aangevallen, en ons allerlei minderwaardigheidscomplexen en schuldgevoelens worden aangesmeerd. We dienen onze kinderen hiertegen te beschermen, en hen trots te maken op wie ze zijn; trots op hun religie, trots op hun relatie met Allah, trots op hun achtergrond, trots op hun geschiedenis, enzovoorts. Laat u kinderen weten dat zij iets hebben wat vele andere niet hebben, en dat zij dit enorm dienen te koesteren: Al-Imaan, en de leiding van Allah. Iets waarop andere jaloers zijn, en van hen af willen pakken. Maar vaak smeren we deze minderwaardigheidscomplexen onze kinderen helaas zelf aan, en beschimpen hun bij de geringste fout. Vertel een kind vaak genoeg dat het slecht is, en het zal hierin gaan geloven, en hier zelfs naar handelen. Dit is waar het vaak mis gaat bij velen. In de ergste gevallen word het kind beschimpt vanwege gebreken waaraan het niet zoveel tot niets kan doen, het kind is bijvoorbeeld traag en sloom, en word hier telkens hard mee geconfronteerd.

 

Schichtigheid vinden wij van nature bij veel kinderen, en de beste manier om dit te behandelen is het kind te laten wennen aan mensen. Neem het kind mee naar de Moskee, vooral op vrijdag, en bijeenkomsten van dhikr. Ga op bezoek naar familieleden met het kind, vooral naar speciale feestelijke gelegenheden zoals trouwfeesten, en maak het kind bekend met mensen om hem of haar heen. Het is ook belangrijk het kind te leren voor zijn of haar rechten op te komen, en deze niet alsmaar te laten varen wanneer deze geschonden worden. Leer het kind te vechten voor zijn rechten, want niemand zal deze je zomaar toereiken indien jij deze als persoon zelf niet toe-eigent. Vooral in deze maatschappij. Leer het kind niet te schamen voor de waarheid, en niet terughoudend te zijn, maar zich erover uit dient te spreken. Zonder hierbij uiteraard respectloos te zijn tegenover anderen, vooral ouderen. Dit hoort binnen het kader van respect geplaatst te worden en met wijsheid gepaard te gaan. Helaas zien wij twee extremen: het kind is te schichtig om voor de waarheid en zijn of haar rechten op te komen, of doet dit op een brutale onbeschofte manier. Dus hierin moet een balans bestaan.

 

Wanneer u het kind schichtigheid wenst af te leren, is het ook belangrijk om het kind hierbij niet onder druk te zetten, want dat zal alleen maar averechts werken. Heb geduld en geef het kind de ruimte en tijd om dit te ontwikkelen, als het kind hier traagheid in vertoond. Want zoals gezegd, vele kinderen hebben dit van nature, en dus kan het niet zomaar van de ene op de andere dag verdwijnen. Probeer deze schichtigheid naar een gezonde schaamte te kanaliseren. Veel ouders verwarren schichtigheid met schaamte, het laatstgenoemde is prijzenswaardig, het eerste niet. Dus probeer dit om te laten schakelen tot schaamte. Schaamte hoort een kind, en een volwassene, te sieren bij het plegen van zonde en het vertonen van fout gedrag, en niet bij het opstaan voor de waarheid en zijn of haar rechten. Schichtigheid ligt ook in het verleng van een minderwaardigheidscomplex, dus kijk niet verbaasd op als het kind schichtigheid vertoond nadat u het kind als ouder de grond in boort en loopt te beschimpen.

 

En één van de oorzaken voor een minderwaardigheidscomplex en jaloezie is de ongelijke behandeling tussen kinderen. Trek het ene kind niet voor het andere, toon niet meer genegenheid voor het ene kind dan het andere, en schenk het ene kind niet meer (giften, energie, tijd en aandacht) dan het andere. Hier heeft de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] ons voor gewaarschuwd. Het kan voorkomen dat een kind uw hart meer heeft veroverd dan een ander kind, omdat het bijvoorbeeld uw eerste kind is geweest. Maar bedenkt u zich eens wat voor schade dit het benadeelde kind aanricht, als een ander kind meer aandacht en liefde krijgt? Dit kan onbewust gebeuren, en men dient hiervoor op de hoede te zijn. Als zij deze aandacht niet bij hun ouders vinden dan zullen zij dit ergens anders zoeken. Als zij deze rechtvaardigheid niet bij hun ouders vinden dan zullen zij dit ergens anders zoeken. En anderen hebben helaas niet altijd het beste voor met uw kinderen, en vormen vaker een slechte invloed dan een goede. Een andere fout die de ouders kunnen maken is andere kinderen boven hun prijzen, hetzij kinderen binnen hetzelfde gezin of uit de buiten omgeving. Uitspraken zoals “Kijk naar jouw broertje hoe slim hij is en hoe goed hij het doet op school, waarom kun jij niet zoals je broertje jouw best doen!?” zijn een grote oorzaak voor zowel jaloezie als een gebrek aan zelfvertrouwen. Pas hiermee op, veel ouders maken deze fout.

 

En wanneer uw kinderen een keer ruzie hebben pas er dan mee op dat u niet partijdig bent, wees onpartijdig en neutraal en oordeel in eerlijkheid en rechtvaardigheid tussen, dit is van uiterste noodzaak. Discrimineer ook niet tussen uw kinderen door de jongen of het meisje voor te trekken. De Profeet zou zelfs opstaan voor zijn eigen dochter Fatima, en haar op zijn plek laten zitten. Kijk wat voor een enorme liefde en respect hij toonde tegenover zijn dochter. En men moet erbij stil staan dat wanneer een dochter niet de nodige emotionele aandacht zal krijgen van haar ouders, voornamelijk haar vader, het vaak voorkomt dat zij dit later zal gaan zoeken bij de aandacht van jongens. Een man zat een keer bij de de Profeet [SallAllahu ‘alayhi wa selam] en er kwam een zoontje van hem binnen lopen. De man kuste en omhelsde zijn zoon en liet hem op zijn schoot zitten. Daarna kwam er een dochtertje van hem naar binnen en hij liet haar voor hem zitten, en niet op zijn schoot. De Profeet merkte dit op en zei tegen hem: “Zou je hen niet gelijkwaardig behandelen?!” [Al-Haytami, in Madjma' Az-Zawaaid 8/156]

Zie verder deel 2

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:40 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Islaam

↑ Terug naar de berichten