Naar de inhoud

Islaam

Moge Allah ‘azza wa djal onze kennis doen vermeerderen, Ameen. Moge Allah ons leiden naar de waarheid en ons weerhouden van het slechte, Ameen. Moge Allah ons sieren met de schoonheid van Imaan & Taqwa, Ameen.
akke.beakke.be

Archief

Verhalen van de Sahaba - Jabir's enthousiasme om te vechten

Verhaal: Jabir's enthousiasme om te vechten


Toen de veldslag van Uhud voorbij was, keerden de overgebleven Sahabah, vermoeid en gebroken, terug naar Medina. De Quraish waren ook op hun terugtocht naar Mekka en kampeerden op een plaats genaamd Hamra al Asad. Hun leider, Abu Sufyan, zat in overleg met zijn luitenanten. Ze zeiden tegen elkaar:

"De moslims hebben een nederlaag geleden in Uhud. Hun moreel zal zeer laag zijn. Dit is de beste tijd om Muhammad af te maken."

Daarom besloten zij om terug te keren en Medina aan te vallen. Toen de Profeet (saw) ingelicht werd over deze plannen, gaf hij de opdracht aan al de Sahabah die deelgenomen hadden aan de slag in Uhud en net teruggekeerd waren, om uit Medina te vertrekken en de vijand onderweg op te vangen.

Jabir (radiallaho anho) kwam bij de Profeet (saw) en zei:

"O Profeet van Allah! Ik was zeer enthousiast om te vechten in Uhud, maar mijn vader verhinderde mij om te gaan, met de verontschulkdiging dat er geen ander familielid zou zijn om te passen op mijn zusters. Vandaar dat alleen 1 van ons kon deelnemen aan de strijd. Omdat hij zich voorgenomen had om te gaan, beval hij mij achter te blijven met de familie. Hij kreeg het meest begeerde einde (martelaarsdood) in Uhud. Nu ben ik erg enthousiast deze keer met u mee te gaan en de Quraish te bevechten."

De Profeet (saw) gaf hem toen toestemming om te gaan. Hij was de enige persoon in die veldslag die niet in Uhud gevochten had.

Moraal:

Jabir's vader stierf de martelaarsdood in Uhud. Hij liet een grote familie achter voor jabir om voor te zorgen, niets om van te leven en groete schulden om te betalen. De schulden waren gemaakt bij een van de joden, die zoals wij weten geen zwak plekje in hun hart hadden voor degenen die hun geld schuldig waren. ook zijn zeven zusters om wie hij niet toegestaan werd om naar Uhud te gaan, waren er om verzorgd te worden. Kijk nu, ondanks al deze moeilijkheden, verzoekt Jabir (ra) de Geliefde Profeet (saw) om naar het slagveld te gaan. Zijn geest is werkelijk wonderlijk! Dit is toch werkelijk een schitterend voorbeeld.

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 05:34 Reageer op dit bericht Stuur door

De eervolle behandeling van vrouwen en de verantwoording die hun echtgenoten zullen afleggen

De eervolle behandeling van vrouwen en de verantwoording die hun echtgenoten zullen afleggen

De verplichting om naar het goede van de gelovige echtgenotes te kijken

«....En behandelt hen (vrouwen) volgens de voorschriften. En wanneer jullie
een afkeer van hen hebben, dan kan het zijn dat jullie een afkeer hebben van iets, terwijl Allah daarin veel goeds gelegd heeft.» (4:19)

Haafidh Ibn Kethier heeft gezegd: "....door vriendelijke woorden tegen hen te spreken, hen vriendelijk te behandelen en je verschijning aantrekkelijk voor hen te maken, net zoals je ervan houdt dat zij dat voor jullie doen......" (Tafsieroel Qor´aan al-´Adhiem)

Er is overgeleverd dat de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) zei: "Een gelovige man moet geen afkeer hebben van zijn gelovige vrouw. Als hij van sommige zaken die zij doet niet houdt, zal hij zeker van andere zaken wel houden." (Moeslim)

«....En voor de vrouwen zijn er rechten overeenkomstig hun plichten,
volgens wat redelijk is.....» (2:228)


De hoge positie van vrome vrouwen

Aboe Hoerairah (radiAllahoe ´anhoe) heeft verteld dat de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) zei: "Waarlijk, de doenja (het wereldse leven) is slechts een genieting en er is geen betere genieting in de doenja dan een vrome vrouw." (Moeslim nr.3465 en Ibn Maadjah)


De verplichting om rekening te houden met de delicate aard van vrouwen

Aboe Hoerairah (radiAllahoe ´anhoe) overleverde van de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem): "Hij die gelooft in Allah en de Laatste Dag moet zijn buurman niet tot last zijn en neem mijn advies aan wat betreft de goede behandeling van vrouwen. Want ze zijn geschapen uit een rib en het meest gebogen deel van de rib is het bovenste gedeelte. Als je probeert om het recht te krijgen, zul je het breken. En als je het met rust laat, zal het gebogen blijven. Neem dus mijn advies aan wat betreft de goede behandeling van vrouwen." (Boechari)

En in de versie van Moeslim: "....Als je van haar geniet dan zal dat zijn wanneer er iets gebogens in haar blijft, maar als je probeert haar recht te buigen dan breek je haar. En haar breken is haar scheiden."

Vriendelijkheid tegenover echtgenotes is fard (verplicht)

Djabir (radiAllahoe ´anhoe) vertelde dat de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem)
tijdens de Afscheidsbedevaart zei: "Wees vriendelijk voor de vrouwen, want je hebt hen genomen door het verbond met Allah en hebt het recht op seksuele omgang met hen gekregen door het Woord van Allah." (Moeslim)

´Aisjah (radiAllahoe ´anha) vertelde: "De Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) sloeg nooit zijn vrouwen of zijn slaven. In feite hief hij nooit zijn hand naar iemand op, behalve voor de Zaak van Allah of wanneer de verboden van Allah werden overtreden en hij wraak nam namens Allah." (An-Nasaa´i)


De privé-zaken van de vrouw mogen niet doorverteld worden

Aboe Sa´ied al-Khoedri (radiAllahoe ´anhoe) overleverde dat de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) zei: "De slechtste positie van de mensen voor Allah op de Dag der Opstanding is de man die gemeenschap heeft met zijn vrouw en zij met hem en daarna verspreidt hij haar geheimen." (Moeslim)

Het verbod om vrouwen te negeren en aan hun lot over te laten

Haakim ibn Moeawiyah vertelde dat zijn vader vroeg: "O, Boodschapper van Allah, wat zijn de rechten van de vrouw van één van ons op haar echtgenoot?" Hij antwoordde: "Je moet haar te eten geven wanneer je zelf eet, haar kleden wanneer je jezelf kleedt, haar niet in haar gezicht slaan en haar niet uitschelden of alleen laten behalve in het huis." (Ahmed, Aboe Dawoed, an-Nasaa´i, Ibn Maadjah. Sahieh volgens Ibn Hibbaan en al-Haakim)

Hoeveel mannen zijn er die een afkeer hebben van hun vrouw en haar wegsturen naar een vergelegen plaats en zich niet druk maken om haar welzijn noch om haar Dien? In plaats van haar vrij te laten zodat ze een beter leven kan hebben, willen ze van haar genieten zonder haar op haar beurt haar rechten te geven. Het Islamitische sociale systeem staat boven deze onderdrukking en zulke mannen zullen ter verantwoording worden geroepen omdat ze tegen de voorschriften van de Qor´aan en Soennah handelen. Allah (soebhanahoe wa ta´ala) zegt:

«En jullie zullen nooit in staat zijn rechtvaardig te zijn voor de vrouwen, hoezeer jullie ook willen. Geeft echter niet geheel toe aan jullie neiging....» (4:129)


Het verbod op het gebruiken en misbruiken van vrouwen

"Niemand van jullie mag zijn vrouw slaan zoals een slaaf wordt geslagen, en dan aan het eind van de dag gemeenschap met haar hebben." (Ahmed en een soortgelijke hadieth van Boechari)

Ibn ´Omar (radiAllahoe ´anhoe) overleverde van de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem):
"Van de zaken die toegestaan (halaal) zijn, is de echtscheiding het meest gehaat door Allah." (Aboe Dawoed, Ibn Maadjah, sahieh volgens al-Haakim, moersal volgens Aboe Haatim)

"Het verspillen van het levensonderhoud van degenen die van hem afhankelijk zijn, is genoeg zonde voor een man." (Aboe Dawoed, an-Nasaa´i, al-Haakim)


Dochters behoren beschermd te worden tegen slechte mannen

Ibn ´Abbaas (radiAllahoe ´anhoe) overleverde van de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem): "Wanneer een man wiens dien jou tevreden stelt naar je toe komt en je vraagt om je dochter te mogen trouwen, laat haar dan met hem trouwen, anders zal corruptie zich over de aarde verspreiden." (Tirmidhi)


Het huwelijk is bedoeld voor liefde en rust

«En het behoort tot Zijn Tekenen dat Hij van jullie eigen soort echtgenotes heeft geschapen, opdat jullie rust bij haar vinden en Hij bracht tussen jullie liefde en barmhartigheid....» 30:21)


De man is verplicht om de dien van zijn vrouw te beschermen en mag haar niet belemmeren in Shari´ah-kennis en daden

«O, jullie die geloven! Behoedt julliezelf en jullie gezinsleden voor de Hel, die als brandstof mensen en stenen heeft, waarover strenge en hard optredende Engelen zijn aangesteld, die Allah niet ongehoorzaam zijn in wat Hij hen beveelt, en die uitvoeren wat hen is bevolen.» (66:6)


Een onrechtvaardige behandeling van echtgenotes in een polygaam huwelijk is verboden

´Aisjah (radiAllahoe ´anha) overleverde: "RasoelAllah (sallallahoe ´aleihi wa sallem) verdeelde zijn bezoeken aan zijn vrouwen op rechtvaardige wijze en zei: "O Allah, dit is de verdeling van wat ik bezit, hou me niet verantwoordelijk voor hetgeen onder Uw controle is en niet onder de mijne. (Aboe Dawoed, Tirmidhi, Ibn Maadjah, an-Nasaa´i, sahieh volgens al-Haakim en Ibn Hibbaan en moersal volgens Tirmidhi)

Oerwah overleverde dat ´Aisjah (radiAllahoe ´anha) zei: "O, mijn neef. RasoelAllah (sallallahoe ´aleihi wa sallem) gaf niet aan één van ons de voorkeur boven de anderen wat betreft de tijd die hij met ons doorbracht. Het kwam zelden voor dat hij ons niet allemaal bezocht en zijn vrouwen benaderde zonder gemeenschap met ze te hebben, totdat hij tenslotte de vrouw bezocht wiens dag het was en de nacht met haar doorbracht." (Ahmed, Aboe Dawoed, sahieh volgens al-Haakim)

Aboe Hoerairah (radiAllahoe ´anhoe) overleverde van de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem): "Eenieder die twee vrouwen heeft en ze niet rechtvaardig behandelt, zal op de Dag der Opstanding verschijnen terwijl hij een deel van zijn lichaam dat naar beneden hangt, met zich mee sleept." (Ahmed, Aboe Dawoed, Tirmidhi, an-Nasaa´i, Ibn Maadjah, Ibn Hibbaan, al-Haakim, sahieh volgens Ibn Hajar al-Asqalani

Het kan zijn dat een man zijn ene vrouw behandelt als een moeder en de andere als een geliefde. Of hij geeft veel van zijn aandacht aan de één, terwijl hij de andere alleen maar het huishouden laat doen. In de Islaam hebben alle echtgenotes vaste Shari´ah-rechten. De Shari´ah staat niet toe dat één vrouw continue een hogere positie heeft en dat persoonlijke voorkeur duidelijk blijkt in de behandeling. Eerdere of latere echtgenotes hebben geen privileges. Iedere echtgenote heeft juist haar status in de Shari´ah waar rechten aan verbonden zijn. Als er sprake is van meerdere vrouwen, mag het niet zo zijn dat één van hen wordt beschouwd als een slavin of bediende.


De man is verantwoordelijk voor zijn echtgenotes op de Dag der Opstanding

Ibn ´Omar (radiAllahoe ´anhoe) overleverde dat de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) zei: "..... een man is raa´in (leider, verantwoordelijke) over zijn familie en is verantwoordelijk voor zijn leiderschap." (Boechari en Moeslim)


De goede behandeling van vrouwen is een sleutel tot het Paradijs

Aboe Hoerairah (radiAllahoe ´anhoe) vertelde dat de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) zei: "De besten onder jullie zijn degenen die het beste voor hun vrouwen zijn." (Soeyoeti in "Djaami´oes- Saghier" en Tirmidhi)

Anas (radiAllahoe ´anhoe) overleverde van de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem): "Zal ik jullie vertellen wie de besten onder jullie zijn? De vriendelijke man en degene met een goed karakter die zijn vrouw eervol behandelt wanneer hij ertoe in staat is." (Daylami)

Djabir (radiAllahoe ´anhoe) overleverde dat de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) zei: "De meest geliefde aanbiddende dienaar is voor Allah degene die het beste is voor zijn familie." (´Abdoellah ibn Ahmed in "Zawaaid-oez-Zoehd" en Tabarani in "Rawdah an-Nadier")

Aboe Sa´ied (radiAllahoe ´anhoe) overleverde dat de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) zei: "Er is niemand van jullie die drie dochters of zusters heeft en goed voor hen is, zonder dat hij het Paradijs binnengaat." (Aboe Dawoed, Tirmidhi en Boechari in ´Adaboel Moefrad no. 79)

Dergelijke ahadieth laten duidelijk zien dat het de bedoeling van de Shari´ah is, dat vrouwen eervol worden behandeld, worden beschermd en verzorgd.


Onderdrukking van vrouwen is een weg die naar het Vuur leidt

Aboe Oemaamah (radiAllahoe ´anhoe) overleverde dat de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) zei: "De slechtste man is degene die zijn familie depressief maakt." Ze vroegen: "O, RasoelAllah! Hoe maakt een man zijn familie depressief?" Hij antwoordde: "Wanneer de man zijn huis binnengaat, wordt zijn vrouw nederig, rent zijn kind weg en verstopt zijn bediende zich.
Maar wanneer hij zijn huis verlaat, lacht zijn vrouw en zijn familie wordt vrolijk en komt tezamen." (At-Tabarani in "Moedjam al-Awsaat")

Oem Koelthoem bint ´Oeqbah (radiAllahoe ´anha) overleverde dat de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) zei: "Waarlijk, ik haat de man die kwaad is en die over zijn vrouw neergebogen staat met zijn slagaderen opgezwollen, terwijl hij haar slaat." (Daylami)

Iyaas ibn ´Abdoellah (radiAllahoe ´anhoe) vertelde dat de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) zei over degenen die hun vrouwen slaan: "Zij zijn zeker niet de besten van jullie." (Ahmed, Aboe Dawoed, an-Nasaa´i, sahieh verklaard door al-Haakim en Ibn Hibbaan)

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:56 Reageer op dit bericht Stuur door

Verhalen van de Sahabah - Umar (Radhiallaho anho) en zijn vrees voor Allah

Verhaal: Umar (Radhiallaho anho) en zijn vrees voor Allah

 

Umar (Radiallaho anho) zou vaak een strohalm in zijn hand houden en zeggen:

 

"Ik wenste dat ik een strohalm als deze was."

 

Soms zou hij zeggen:

 

"Ik wenste dat mijn moeder mij niet gebaard had."

 

Eens was hij met belangrijk werk bezig toen iemand bij hem kwam en klaagde over een onbeduidende grief en hem verzocht om vergoeding. Umar (Radiallaho anho) legde een zweep over zijn schouders en zei:

 

'Wanneer ik voor dat doel zit, kom je niet bij mij, maar wanneer ik bezig ben met ander belangrijk werk, kom je met je grieven om me te onderbreken."

 

De persoon ging weg, maar Umar (Radhiallaho anho) liet hem terugroepen, overhandigde hem zijn zweep en zei:

 

"Zweep mij nu om de zaak gelijk te maken"

 

Hij zei: "Ik vergeef je omwille van Allah."

 

Umar (Radiallaho anho) ging naar huis, verrichtte een Salaat van twee Raka'at in berouw en verweet zichzelve, zeggende:

 

"0, Umar (Radiallaho anho) , je was laag maar Allah heeft jou verheven. Je was aan het dwalen maar Allah leidde je. Je was laag maar Allah veredelde je en gaf je oppergezag over Zijn mensen. Nu komt een van ze en vraagt je voor vergoeding voor het verkeerde dat hem is aangedaan, en je zweept hem? Welk antwoord heb je om Allah te geven?"

 

Hij bleef zich zeer lang berispen.

In de tijd dat hij Khalifah was geworden, ging Umar (Radiallaho anho) voor zijn gewone rondreis in de richting van Harrah (een voorstad van Medina) met zijn slaaf Aslam, toen hij op een afstand vuur zag in de woestijn. Hij zei:

 

"Daar lijkt een kamp te zijn. Misschien is het een karavaan die de stad niet binnen kon vanwege het invallen van de nacht. Laten wij naar hun gaan kijken en hun bescherming gedurende de nacht regelen."

 

Toen hij daar aankwam, zag hij een vrouw en enkele kinderen. De kinderen huilden. De vrouw had een ketel met water op het vuur. Umar (Radiallaho anho) groette haar met Salaam en met haar toestemming ging hij dichterbij.

 

Umar: "Waarom huilen deze kinderen?"

 

De vrouw: "Omdat ze honger hebben?"

 

Umar: "Wat is in de pan?"

 

De vrouw: "Alleen water om de kinderen te kalmeren zodat ze kunnen slapen met de gedachte dat eten voor hun bereid wordt. Ah! Allah zal oordelen tussen Umar(Radhiallaho anho) en mij, op de Dag des Oordeels, voor het verwaarlozen van mij in mijn ellende."

 

Umar(wenend): "Moge Allah genadig voor je zijn! Hoe kan Umar kennis hebben van jouw ellende?"

 

De vrouw: "Als hij onze Amir is, moet hij zich laten informeren over ons."

 

 

Umar (Radiallaho anho) keerde terug naar de stad en ging onmiddellijk naar de Baitul-Mal om een zak met meel te vullen, dadels, vet en kleren te verzamelen, en hij nam ook wat geld mee. Toen het pakket gereed was, zei hij aan Aslam:

 

"Zet het pakket nu op mijn rug, Aslam."

 

Aslam: "Neen, alstublieft, Amir-ul-Momineen! Ik zal de zak dragen."

 

Umar weigerde te luisteren naar Aslam, zelfs op zijn aandringende verzoeken hem toe te staan de zak te dragen, en merkte op:

 

"Wat? Ga jij mijn last dragen op de Dag des Oordeels? Ik moet deze zak dragen, daar ik gevraagd zal worden (in het Hiernamaals) over deze vrouw."

 

Aslam plaatste met erg veel tegenzin de zak op de rug van Umar (Radiallaho anho) die deze met snelle stappen rechtstreeks naar de tent van de vrouw bracht. Aslam volgde hem op de hielen. Hij zette een beetje meel en enkele dadels en vet in de pan en begon te roeren.

 

Aslam:

 

"Ik zag de rook door zijn dikke baard passeren."

 

Na enige tijd was het eten klaar. Hij serveerde het zelf aan de familie. Toen zij volop gegeten hadden, gaf hij hun het restant dat over was voor de volgende maaltijd. De kinderen waren zeer blij na hun maaltijd en begonnen vrolijk te spelen.

De vrouw was erg dankbaar en merkte op:

 

"Moge Allah je belonen voor je vriendelijkheid! In feite verdien jij de plaats in te nemen van Khalifah in plaats van Umar."

 

Umar troostte haar en zei:

 

"Als je komt om de Khalifah te zien, zal je me daar vinden."

 

Hij zat een poosje daar en bleef naar de kinderen kijken. Hij keerde toen terug naar Medina. Op zijn terugweg zei hij aan Aslam:

 

"Weet je waarom ik daar zat, Aslam? Ik had ze in ellende zien huilen. Ik vind het daarom prettig hun een poosje lachend en gelukkig te zien."

 

Het wordt gezegd dat Umar terwijl hij de Fajr Salaat leidde gewoon was Soerah Kahf, Taha en andere soortgelijke Suras in zijn Salaat te reciteren en hij zou daarbij zoveel wenen dat zijn gehuil tot de achterste rijen hoorbaar was. Eens reciteerde hij Sura Yusuf in het Fajr-gebed. Toen hij bij dit vers kwam:

 

"Voorwaar, alleen bij Allah klaag ik over mijn ellende en verdriet…"(12:86)

 

, huilde hij zoveel dat hij niet verder kon reciteren. Tijdens de Tahajjud, viel hij soms op de grond en zou hij flauwvallen door buitensporig wenen.

 

Moraal:

 

Zo was de vrees voor Allah in Umar (Radiallaho anho) wiens naam angst aanjaagde in de harten van de machtigste monarchieën van zijn tijd. Zelfs vandaag zijn de mensen met ontzag vervuld als zij over hem lezen. Is er heden ten dage iemand met macht aan te wijzen die bereid is een dergelijke vriendelijkheid te tonen aan mensen onder zijn gezag?

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:51 Reageer op dit bericht Stuur door

60 Manieren om de liefde van je vrouw te houden,uit de Koran en de Soennah.

60 Manieren om de liefde van je vrouw te houden,
uit de Koran en de Soennah.


1. Geef haar een veilig gevoel.
2. Groet haar met ‘Assalaamualeikum".
3. Beschouw je vrouw als broos
4. Adviseer haar in een liefdevolle, romantische en prive sfeer
5. Wees gul naar je vrouw
6. Bied haar je plaats aan waar jij zit
7. Vermijd Boosheid.
8. Verzorg je zelf, ruik lekker.
9. Gedraag je als man niet als meerdere
10. Luister naar je vrouw. Wees een goede luisteraar.
11. Maakt geen ruzie of kibbelen.
12. Roep je vrouw met namen die ze graag wil horen. Koosnamen.
13. Verras haar met dingen waar ze van houdt
14. Scheld haar niet uit
15. Accepteer haar tekortkomingen.
16. Uit je liefde naar je vrouw toe.
17. Moedig haar aan in goed gedrag naar haar familierelaties toe
18. Praat met haar over een onderwerp waar haar interesse in ligt
19. Uit naar haar familie toe dat ze een goed persoon is
20. Geef haar een geschenk.
21. Haal af en toe de routine uit de relatie.
22. Denk goed over je vrouw.
23. Als je kleine dingen ziet of hoort die je niet bevallen, zeg er dan niets van en vergeet het
24. Wees geduldig
25. Respecteer dat ze jaloers kan zijn.
26. Wees nederig
27. Zet de liefde voor je broeders, niet boven de liefde van je vrouw.
28. Help in de huishouding.
29. Dwing haar niet om van je moeder/vader te houden. Help haar wel hiermee.
30. Beschouw haar als de ideale vrouw en laat haar dat merken.
31. Doe een doa voor je vrouw
32. Haal geen oude koeien uit de sloot. Het verleden is voor Allah.
33. Zeg niet "Ik doe dit en dat voor jouw".
34. Beschouw je vrouw niet als vijand. Sjatan is de vijand.
35. Geef je vrouw te eten met de hand. Het eten gaat naar haar hart
36. Beschouw haar als een dure diamand
37. Laat haar je lach zien
38. Smoor kleine problemen in de kiem, voordat ze grote problemen zijn.
39. Wees niet humeurig naar haar toe
40. Respecteer haar gedachte en denkwijze.
41. Help haar om in haar hart te kijken.
42. Respecteer de intieme relatie en de grenzen ervan
43. Help haar om de kinderen op te voeden en te verzorgen.
44. Zeg dat ze er mooi uitziet. Gift met de tong.
45. Eet samen.
46. Laat haar weten wanneer je thuis komt of weggaat
47. Verlaat niet het huis voor langere tijd als er onenigheid is
48. Hou geheimen van het gezin binnen het gezin. Maak ze niet publiekelijk
49. Moedig elkaar aan in ibada (Handelingen voor Allah)
50. "Graveer" haar rechten in je hart.
51. Behandel je vrouw met liefde en goedheid. Ook in slechtere tijden
52. Geef haar een kus.
53. Deel problemen met je vrouw niet met andere.
54. Bescherm de gezondheid van je vrouw. Laat je bezorgdheid zien over haar gezondheid.
55. Denk niet dat je altijd gelijk hebt
56. Deel je vreugde en verdriet met je vrouw.
57. Heb benade met haar zwakke punten.
58. Geef haar steun in moeilijke tijden.
59. Accepteer zoals ze is
60. Heb altijd een goede intentie tenopzichte van je vrouw

Hoe vind je dit bericht? 12 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:49 Reageer op dit bericht Stuur door

Verhaal van de Sahabah - Het martelaarschap van Khubaib, Zaid en Asim

Verhaal: Het martelaarschap van Khubaib, Zaid en Asim

 

De Quraish waren verbolgen door woede en wraak bij het verlies van enkele van hun voornaamste mannen in Uhud. Sulaifah wiens twee zonen gevallen waren in gevecht , had plechtig gezworen dat ze wijn zou drinken in de schedel van Asim (radiallaho anho) die haar beide zonen had gedood, als zij in bezit zou komen van zijn hoofd. Ze had een prijs van 100 kamelen uitgeloofd (gigantisch hoog in die periode) voor de persoon die het hoofd van Asim  voor haar zou brengen. Sufyan bin Khalid werkte een plan uit om de prijs te verzekeren. Hij stuurde een aantal mannen van Adhal Waqarah naar Medina, die zich zogenaamd tot de Islam hadden bekeerd. Zij smeekten de Heilige Profeet (sallalaho alaihi wasallam) om enkele personen aan te wijzen om hun te vergezellen naar hun plaats om de Islam te preken aan het gewone volk. Zij deden een speciaal verzoek om Asim  (radiallaho anho) en zeiden:

 

“Onze mensen zullen zijn wijze van toespreken heel erg appreciëren.”

 

De Profeet van Allah (sallalaho alaihii wasallam) vaardigde tien (in sommige overleveringen zes) van zijn metgezellen af om met hun mee te gaan en Asim  (radiallaho anho) was er natuurlijk ook bij. Zij begonnen in alle rust aan de terugweg van Medina, maar verraad wachtte hun onderweg; zij werden door niet minder dan twee honderd vijanden aangevallen, waaronder honderd geselecteerde eerste klas boogschutters. De Sahabah klommen op een heuvel, Fadfad. De vijanden schreeuwden naar hun:

 

“Geven jullie je over, wij willen jullie niet vermoorden. We zullen jullie alleen naar Mekka brengen en aan de Quraish verkopen.”

 

De Sahabah wezen deze onderhandeling af en verkozen te vechten tot het bittere einde. Toen zij een tekort kregen aan pijlen, vielen ze de vijanden met hun speren aan. Asim  (radiallaho anho) alarmeerde zijn metgezellen:

 

“Het lijdt geen twijfel dat jullie verraden zijn door deze mensen, maar je moet de moed niet opgeven; omdat martelaarschap op zichzelf het hoogtepunt is van jullie streven. Allah de meest geliefde, is met jullie, en jullie hemelse echtgenoten wachten op dit moment op jullie.”

 

Met deze woorden stortte hij zich in het heetst van de strijd en toen zijn speer brak, vocht hij door met zijn zwaard. Zo vocht hij door tot het laatst. Zijn laatste gebed was:

 

“O Allah, breng de Heilige Profeet (sallalaho alaihi wasallam) op de hoogte van onze dood.”

 

Allah verhoorde medelijdend dit gebed en openbaarde het nieuws aan de Profeet (sallalaho alaihi wasallam). Toen Asim  (radiallaho anho) had gehoord van de eed van Sulaifah om wijn te drinken uit zijn schedel, bad hij ook als volgt:

 

“O Allah! Ik heb mijn leven aan Uw zaak gegeven; O Allah, bescherm mijn hoofd tegen de heiligschennende handen van deze ongelovigen.”

 

Dit gebed werd ook verhoord. Na zijn dood nestelde een zwerm bijen (wespen in een andere overlevering) zich op zijn lichaam en bracht alle pogingen van de vijand om zijn hoofd meedogenloos af te scheiden, in de war. Zij lieten het lichaam achter met de bedoeling hun vuile taak gedurende de nacht te doen, wanneer de bijen weg waren. Maar gedurende de nacht brak er een wolkbreuk los, die het lichaam weg spoelde.

 

Toen zeven van de tien Sahabah (radiallaho anhum) het martelaarschap hadden verworven, waren de overgebleven drie, Khubaib, Zaid bin Wathnah en Abdullah bin Tariq (radiallaho anhum) nog steeds op hun post op de heuveltop. De vijanden riepen weer naar hun:

 

“Jullie drie kunnen naar beneden komen. Wij zullen jullie geen kwaad doen.”

 

De drie vertrouwden hun en kwamen van de heuveltop, maar de vijanden wierpen zich onmiddellijk op hun en overmeesterden hun. Hierop protesteerde Abdullah bin Tariq (radiallaho anho):

 

“Zo dit is jullie eerste woordbreuk van jullie plechtige belofte. Ik zal me liever aansluiten bij mijn martelaarbroeders dan levend met jullie mee te gaan.”

 

Hij weigerde hen toen in gevangenschap te volgen. Ze dwongen hem op allerlei manieren mee te lopen, maar toen ze merkten dat niets mocht baten en Abdullah zich geen centimeter zou verroeren, maakte zij hem ter plekke dood. De twee overgebleven gevangenen werden meegenomen naar Mekka en verkocht aan de Quraish. Safwan bin Umayyah betaalde vijftig kamelen voor Zaid om hem te doden en zich te wreken op de dood van zijn vader in Uhud en Hujair bin Abiahab kocht Khubaib voor honderd kamelen om zich ook te wreken voor zijn vader in dezelfde veldslag.

 

Safwan droeg Zaid (radiallaho anho) over aan zijn slaaf om buiten de grenzen van Haram gedood te worden. Een menigte volgde hun om te kijken hoe Zaid (radiallaho anho) zijn einde tegemoet zou gaan en Abu Sufyan behoorde ook tot één van de toeschouwers. Toen Zaid (radiallaho anho) voorbereid stond de dood tegemoet te treden, vroeg Abu Sufyan hem aldus:

 

“Zou je niet wensen dat de Heilige Profeet Muhammad (sallalaho alaihi wasallam) vandaag in jouw plaats zou zijn en je vrijgelaten zou worden om verder met je familie te genieten van het leven?”

 

Het antwoord van Zaid verbaasde hun allen:

 

“Bij Allah!” zei hij, “de gedachte van het genieten van het leven met mijn familie zou ondraaglijk voor mij worden als de Heilige profeet (sallalaho alaihi wasallam) zou moeten lijden voor zelfs een doornprik in zijn voet.”

 

De Quraish konden dit antwoord eenvoudig niet begrijpen en Abu Sufyan (radiallaho anho) maakte de opmerking:

 

“Er is absoluut geen ander voorbeeld mogelijk, waar ook ter wereld, van de liefde die de metgezellen van de Heilige profeet (sallalaho alaihi wasallam) voor hem koesteren.”

 

Zaid (radiallaho anho) stierf toen de marteldood.

 

Khubaib (radiallaho anho) bleef een tijdlang gevangen bij Hujair. Een slavin van Hujair (die zich later bekeerde tot de Islam) vertelt:

 

“Toen Khubaib (radiallaho anho) bij ons in gevangenschap was, merkte ik op dat hij druiven at van een tros zo groot als een hoofd van een mens, ofschoon het op dat moment in Mekka geen seizoen was voor druiven. Toen de dag van zijn executie naderde, vroeg hij naar een scheermes dat hem overhandigd werd. Ondertussen kwam een spelend kind dichtbij Khubaib. Alle huisgenoten werden hierop gealarmeerd. Ze dachten dat niets Khubaib zou kunnen verhinderen het kind met het schreermes te doden, aangezien hij toch al tot de doodstraf was veroordeeld. Maar om hun gerust te stellen zij Khubaib toen hij hun schrik opmerkte: “Denk je dat ik mij zou vernederen om een onschuldig kind te doden? Zo een afschuwelijke misdaad kan ik eenvoudigweg niet begaan.”

 

Toen hij naar de galg werd geleid en gevraagd werd om zijn laatste wens kenbaar te maken, verzocht hij:

 

“Sta mij toe twee rakaat Salaat te verrichten, daar het tijd voor mij is de wereld te verlaten en mijn Allah te ontmoeten.”

 

Zij lieten hem zijn Salaat verrichten. Bij het beeindigen van zijn twee rakaat zei hij weer kalm:

 

“Volgens jullie ban ik bang voor de dood, als dat het geval zou zijn, zou ik nog twee rakaat hebben verricht.”

 

Hij werd toen gebonden en naar de galg gebracht. Hij zei toen:

 

“O Allah! Er is niemand om mijn laatste ‘Salaam’ over te brengen naar Uw Profeet (sallalaho alaihi wasallam).”

 

Maar Allah liet zijn ‘Salaam’ aan de Heilige Profeet (sallalaho alaihi wasallam) door een engel overbrengen. De Heilige Profeet (sallalaho alaihi wasallam) antwoordde:

 

“Wa-alaikumus-salaam! O Khubaib.”

 

En hij zei aan de Sahabah:

 

“Khubaib wordt nu door de Quraish gemarteld.”

 

Bij de galg, doorboorden veertig Quraish hem tegelijkertijd met speren. Een van hun plaagde hem:

 

“Zeg bij Allah, dat je nu zou wensen dat de profeet Muhammad (sallalaho alaihi wasallam) in jouw plaats zou zijn en jij vrijgelaten werd.”

 

Hij antwoordde:

 

“Bij Allah de Allerhoogste, ik zou het niet verdragen dat zelfs een doorn de Heilige Profeet (sallalaho alaihi wasallam) zou prikken voor het verlossen van mijn leven.”

 

Moraal:

 

Elk woord van dit verhaal is een les voor ons allen. De toewijding en liefde van de Sahabah die hierin beschreven worden, is werkelijk iets wat het beschouwen en begeren waard is. Zij zouden hun leven liever opofferen dan te verdragen dat zelfs een doorn de Heilige Profeet (sallalaho alaihi wasallam) zou prikken. Kijk weer naar Khubaib’s laatste wens. Hij denkt noch aan zijn familieleden noch wenst hij ze te zien. Wat hij wenst is zijn ‘Salaam’ te sturen naar voor de Heilige Profeet (sallalaho alaihi wasallam) en het verrichten van een laatste rakaat Salaat.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 06:36 Reageer op dit bericht Stuur door

Khaleed Ibn Al-Waleed, radiya Allaahu '˜anhu - Een Militair Genie

Khaleed Ibn Al-Waleed, radiya Allaahu ‘anhu

Een Militair Genie

Het was twee maanden nadat Khaleed Ibn Al-Waleed, radiya Allaahu ‘anhu, de Heilige Islamitische Religie had geaccepteerd, dat hij deelnam aan zijn eerste veldslag, de Slag van Muutah. Het Moslimleger was met slechts 3000 man, waarvan velen welbekende Sahaabah waren, radiya Allaahu ‘anhum. Zij hadden niet voorzien dat zij weldra tegenover 100000 Romeinse soldaten* zouden komen te staan.


Naarmate de strijd voortduurde, verloor het Moslimleger de drie Commandanten die door de Profeet, salla Allaahu ‘alayhi wa sallam, waren aangesteld. De Moslims kozen Khaleed Ibn Al-Waleed, radiya Allaahu ‘anhu, met overweldigende meerderheid als hun Commandant.


Khaleed, radiya Allaahu ‘anhu, voerde het bevel en hij deed wat men het beste kon doen in zo een situatie; veilig terugtrekken. Zijn plan liet zijn tactische en militaire begaafdheid zien. Eerst liet hij de vijand geloven dat de Moslims niet van plan waren om zich over te geven maar om aan te vallen. En het Moslimleger weerde de tegenstander af tot de avond aanbrak. Tijdens de duisternis van de nacht, liet Khaleed Ibn Al-Waleed, radiya Allaahu ‘anhu, verplaatste hij de rechterdivisie van het leger naar links en de linkerdivisie naar rechts. En hij verving de achterste bataljons van het leger met de voorste en vice versa. Hij isoleerde vervolgens een deel van het leger zodat zij stof konden doen opwaaien achter de Moslimtroepen en opschudding konden veroorzaken bij de dageraad. Toen de zon opkwam, zagen de Romeinse soldaten de nieuwe strijders die tegenover hen stonden en het stof en het lawaai dat opsteeg uit het Moslimleger, dus zij dachten dat de Moslims versterking hadden ontvangen voor hun troepen. Khaleed, radiya Allaahu ‘anhu, begon toen aan zijn tactische terugtrekking naar de woestijn. De Romeinen volgden de Moslims niet in hun terugtrekking, uit angst dat het een val was die voor hen was gezet in de droge woestijn.


Die dag was Khaleed Ibn Al-Waleed, radiya Allaahu ‘anhu, de laatste om zich terug te trekken aangezien hij de rugdekking was voor zijn strijders. Door dit te doen, brak hij, radiya Allaahu ‘anhu, negen zwaarden af in het afweren van de Romeinse aanvallers.


Toen het Moslimleger Al-Madeenah bereikte, kwamen de mensen hen tegemoet met beschuldigingen over het wegvluchten van de strijd tegen de vijand maar de Profeet, salla Allaahu ‘alayhi wa sallam, besefte dat dit het beste was wat enige Commandant had kunnen doen en hij, salla Allaahu ‘alayhi wa sallam, verklaarde daarop dat het een leger van moedige, gelovige strijders was die zich hadden terug getrokken om te hergroeperen en om vervolgens nogmaals tegen de vijand te strijden.


*In andere verhalen en overleveringen worden 200000 Romeinse soldaten genoemd.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 13:47 Reageer op dit bericht Stuur door

De hoge plaats van de moeder en de vader

De hoge plaats van de moeder en de vader


Aboe Hoerairah (r.a.) verhaalt dat er een man naar de Boodschapper van ALLAH Sallalahu 'alaihi wasalam ging en vroeg: 'O Boodschapper van ALLAH, wie van de mensen heeft het meeste recht op goed gezelschap van mij?'

Hij Sallalahu 'alaihi wasalam antwoordde: 'Je moeder.' De man vroeg: 'En wie dan?' Hij antwoordde: 'Je moeder' De man vroeg: 'En wie dan? Hij antwoordde: 'Je moeder' De man vroeg: ' En wie dan?' Hij antwoordde: 'Je vader.' (overgeleverd door Boechaarie en Moeslim)

Aboe Hoerairah (r.a.) vertelde dat de Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei: "Geen zoon kan voor zijn vader terugdoen (wat de vader voor hem deed), behalve als hij zijn vader als slaaf zou worden en hem dan vrij zou kopen.? (Overgeleverd door Moeslim)

Asmaa bint Abie bakr As-Saddieq (moge ALLAH tevreden met hen beiden zijn), vertelde: 'Mijn moeder kwam om mij te bezoeken, toen zij nog ongelovige was in de periode van de Boodschapper van ALLAH. Ik vroeg de Boodschapper van ALLAH Sallalahu 'alaihi wasalam: 'Mijn moeder is mij komen bezoeken en zij vraagt iets van mij. Mag ik haar gehoorzamen?' Hij Sallalahu 'alaihi wasalam antwoordde: 'Ja, wees vriendelijk naar je moeder toe.' (overgeleverd door Boechaarie en Moeslim)

Hoe vind je dit bericht? 16 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:17 Reageer op dit bericht Stuur door

Wat is de weg naar al-Ikhlaas (oprechtheid)?

Wat is de weg naar al-Ikhlaas (oprechtheid)?

 In het hart gaan oprechtheid (Ikhlaas), de liefde om geprezen te worden en hebzucht naar datgene wat de mensen bezitten niet samen, behalve zoals water en vuur (of een hagedis en vis) samengaan.

Dus als jouw nafs (eigen-ik) jou zegt dat jij oprechtheid moet zoeken, wend je dan eerst tot ‘hebzucht’ en slacht deze met het mes van de wanhoop. (1) Wend je vervolgens tot de liefde om geprezen te worden en verlaat deze zoals degenen die houden van deze wereld, het Hiernamaals verlaten.

Als jij er in bent geslaagd de hebzucht te ’slachten’ en de liefde om geprezen te worden te verlaten, dan wordt oprechtheid gemakkelijk voor jou.

En als jij mij vraagt: ‘En wat zal het gemakkelijk voor mij maken om hebzucht te slachten en de liefde om geprezen te worden te verlaten?’

Zeg ik: ‘Wat betreft het slachten van hebzucht; dit wordt gemakkelijk voor jou gemaakt door overtuigd te zijn van het feit dat de schatten van alles wat er verlangd wordt zich in de Hand van Allah alleen bevinden. Niemand naast Hem bezit deze en de dienaar ontvangt hier alleen door Hem iets van. Wat betreft het verlaten van de liefde om geprezen te worden; dit wordt gemakkelijk voor jou gemaakt door te weten dat niemands lof van nut is of eert. En dat niemands kritiek schaadt of onteert, behalve de lof en kritiek van Allah. Dit is te begrijpen uit het verhaal van de bedoeïen die tegen de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - zei: ‘Voorzeker, degene die ik prijs is geëerd en degene die ik bekritiseer is onteerd.’ De Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - zei: ‘Dat is (voor) Allah - de Almachtige en Majesteitelijke.’‘ [Tirmidhi 3266, Kitab Tafseer al-Qur'an, Saheeh verklaard]

Verlaat daarom (de liefde voor) de lof van degene wiens lof jou niet eert en de kritiek van degene wiens kritiek jou niet onteerd en verlang naar de lof van Degene in Wiens lof alle eer zich bevindt en in Wiens kritiek alle ontering zich bevindt. Hier is men alleen toe in staat met behulp van geduld en overtuiging. Wanneer geduld en overtuiging ontbreken, dan ben jij gelijk aan iemand die een reis wenst te maken over de zee zonder boot.

De Verhevene heeft gezegd:

Wees daarom geduldig. Voorzeker, de Belofte van Allah is waar en laat degenen die niet overtuigd zijn (van het geloof) jou niet ontmoedigen (van het overbrengen van Allah’s boodschap) [Soerah ar-Roem 30:60]

En Hij heeft gezegd:

En Wij stelden onder hen leiders aan die leiding gaven volgens Ons bevel toen zij geduldig waren en van Onze Tekenen overtuigd waren [Soerah as-Sadjdah 32:24]

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 07:14 Reageer op dit bericht Stuur door

Verhaal van de Sahabah - Het lijden van Abu Bakr voor de Islam.

Verhaal: Het lijden van Abu Bakr voor de Islam.

 

In den beginne moesten degenen die zich tot de Islam hadden bekeerd zoveel als mogelijk hun geloof geheim houden. Daar de Moslims voortdurend vervolgd werden door de Quraysh, adviseerde zelfs de Heilige Profeet(Salallaho alaihi wasallam) alle nieuwe bekeerlingen de Islam heimelijk te praktiseren, zodat zij niet hoefden te lijden van de Quraysh. Toen het aantal Moslims evenwel 39 werd, deed Abu Bakr (Radhiallaho anho) een voorstel om de Islam openlijk te prediken en te praktiseren. De Profeet(Salallaho alaihi wasallam) stemde niet toe, maar toen Abu Bakr (Radhiallaho anho) volhield, gaf hij zijn toestemming en zo gingen zij allen naar de Haram voor Tabligh. Abu Bakr (Radhiallaho anho) begon te spreken en de Khutba die door hem gegeven werd, was de eerste die ooit geleverd werd in de annalen van de Islam. Hamzah (Radhiallaho anho), de oom van de Heilige Profeet(Salallaho alaihe wasallam) als ook de leider van de Martelaren, bekeerden, zich op diezelfde dag tot de Islam, terwijl Umar (Radhiallaho anho) op de derde dag van deze toespraak in de schoot van de Islam kwam. Nauwelijks begon Abu Bakr (Radhiallaho anho) te spreken of de afgodendienaren en ongelovigen van de Quraysh vielen de Moslims van alle kanten aan. Ondanks het feit dat hij als de nobelste en meest respectabele van alle mensen in Mekka beschouwd werd, werd Abu Bakr (Radhiallaho anho) zodanig afgetakeld dat zijn neus en oren en zijn gehele gezicht met bloed besmeurd werden. Hij werd geschopt, getrapt en ruw en wreed behandeld. Hij raakte buiten bewustzijn en bleef halfdood liggen; niemand dacht dat hij ooit deze brute en woeste aanval zou kunnen overleven. De Banu-Teem, de mensen van zijn stam, kwamen en droegen hem naar zijn huis. Zij maakten ook in de Haram bekend dat als Abu Bakr (Radhiallaho anho) zou bezwijken aan zijn letsels, zij als vergelding het leven van Utbah-bin-Rabiah zouden nemen, die het actiefste was. Abu Bakr (Radhiallaho anho) bleef de gehele dag bewusteloos. De mensen om hem heen noemden zijn naam keer op keer om te weten of hij bij bewustzijn kwam, maar hij sprak niet. Laat in de avond, opende hij zijn ogen en kwam hij langzaam weer bij bewustzijn. Zo gauw hij in staat was te spreken, vroeg hij:

 

"Hoe is het met de Heilige Profeet (Salallaho alaihi wasallam)?"

 

De mensen waren zeer teleurgesteld in hem en zeiden:

 

"Hoe komt het dat hij, ondanks al deze ellende en na feitelijk de gehele dag tussen leven en dood te hebben gezweefd - door toedoen van de Profeet (Salallaho alaihe wasallam) - over niets anders spreekt, dan over de Heilige Profeet (Salallaho alaihi wasallam)."

 

Zij lieten Abu Bakr (Radhiallaho anho) achter, met grote wrevel voor zijn toewijding voor de Heilige Profeet (Saiallaho alaihi wasallam), terwijl ze tevreden waren dat hij buiten gevaar was. Ze adviseerden Umm Khair, zijn moeder, om hem wat eten te geven. Maar Abu Bakr (Radhiallaho anho) had geen aandacht voor zijn voedsel en stelde zijn moeder onophoudelijk en ongeduldig keer op keer dezelfde vraag:

 

"Hoe is het met de Heilige Profeet(Salallaho alaihi wasallam)?"

 

Toen ze liet doorschemeren dat zij onbekend was over de toestand van de Heilige Profeet(Salallaho alaihi wasalIam) verzocht Abu Bakr (Radhiallaho anho) haar dringend om naar Umm Jamil te gaan (de zuster van Umar) en haar het laatste nieuws over de Heilige Profeet (Salallaho alaihi wasallam) te vragen. De moeder kon het verzoek van haar zoon in deze meelijwekkende toestand niet weigeren, en haastte zich naar Umm Jamil's huis om te informeren naar het welzijn van de Heilige Profeet Muhammad (sallalaho alaihi wasallam). Nel als de andere Moslims uit die tijd, hield Umm Jamil haar geloof ook geheim. Daarom deed ze alsof ze niets wist over de Heilige Profeet (Salallaho alaihi wasallam) door te zeggen:

 

"Wie is Muhammad en wie is Abu Bakr? Waarom zou ik iets over hun weten? Ik ben, evenwel, bedroefd te vernemen over de toestand van je zoon. Als u wilt, kan ik met u meegaan om hem te zien."

 

Umm Khair stemde toe en beiden gingen naar Abu Bakr (Radhiallaho anho). Bij het zien van Abu Bakr (Radhiallaho anho) in die miserabele toestand, kon Umm Jamil zich niet beheersen. Ze begon te huilen en zei:

 

"Wee voor de schurken wat ze iemand als Abu Bakr (Radhiallaho anho) aangedaan hebben. Moge Allah hun straffen voor dit wangedrag."

 

Zonder te letten op wat Umm Jamil zei, had Abu Bakr (Radhiallaho anho) steeds weer dezelfde woorden op zijn lippen, nl.:

 

"Hoe is het met de Heilige Profeet (Salallaho alaihe wasallam)?"

 

Umm Jamil wees naar Umm Khair en vroeg:

 

"Is het veilig iets in haar bijzijn te zeggen?"

 

Abu Bakr: "Maak je geen zorgen over haar. Zeg me vlug hoe de Heilige Profeet (Salallaho alaihi wasallam) het maakt?"

 

Umm Jamil: "Hij maakt het vrij goed."

 

Abu Bakr: "Waar is hij op dit moment?"

 

Umm Jamil: "Hij is bij Arqam."

 

Abu Bakr: "Bij Allah! Ik zal niets eten voordat ik hem gezien heb."

 

Umm Khair maakte zich zorgen over de voeding van haar zoon, omdat zij wist dat als Abu Bakr (Radhiallaho anho) eenmaal bij Allah had gezworen hij deze eed niet zou verbreken, en onder geen enkele omstandigheid zou eten. Daarom stemde zij toe om hem bij Arqam te brengen.

 

Ze wachtte totdat er geen drukte meer was op straat en zij in staat was hem onopgemerkt naar Arqam te brengen. Daar aangekomen ontmoette Abu Bakr (Radhiallaho anho) de Heilige Profeet (Salallaho alaihi wasallam) klemde zich vast aan hem en huilde overvloedig. De Heilige Profeet (Salallaho alaihe wasallam) deed hetzelfde en alle Moslims die daar aanwezig waren, begonnen ook bitter te huilen over de toestand van Abu Bakr (Radhialliaho anho). Abu Bakr (Radhiallaho anho) introduceerde toen zijn moeder aan de Heilige Profeet (Salallaho alaihi wasallam), en zei:

 

"Zij is mijn moeder, 0, Profeet van Allah! Bid voor haar en beweeg haar de Islam te accepteren."

 

De Heilige Profeet (Salallaho alaihi wasallam) bad eerst voor haar en daarna preekte hij voor haar. Zij bekeerde zich toen ter plekke tot de Islam.

 

Moraal:

 

Vele mensen gaan er prat op dat zij minnaars zijn terwijl zij gemak en comfort kennen. Dat was vroeger zo en ook nu nog steeds. De ware minnaar is pas degene die in tijden van ellende, beproeving en opsluiting en marteling in staat is zijn liefde te tonen. Liefde was een grote dynamische kracht in de levensloop van de Sahabah. Door deze kracht negeerden zij hun kwellingen en kenden zij geen vrees voor de dood. 

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:07 Reageer op dit bericht Stuur door

Onze ouders

Onze ouders

Wat zegt ALLAH (s.w.t.) in de Qoraan over de plichten t.o.v. de ouders:

In Soerat al-Baqarah zegt Hij (s.w.t.) over de Bani Israiel:

En (gedenkt) toen Wij het verbond van de Kinderen van Israel aanvaardden (zeggend): Aanbidt niets dan ALLAH, en betracht goedheid jegens de ouders, en de verwant, en de wees, en de behoeftige, en spreekt het goede tot de mensen en onderhoudt de salaat en geeft de zakaat. "vervolgens onttrokken jullie je er aan, behalve een klein aantal van jullie, terwijl jullie je afwendden (al-Baqarah 2 ayah 83)

Ook in het testament hebben de ouders een belangrijke plaats: In Soerat al-Baqarah zegt ALLAH (s.w.t.) hierover:

"het is jullie verplicht wanneer de dood een van jullie nabij is, als hij bezit nalaat, een testament te maken voor de ouders en de verwanten, volgens wat redelijk is, dit is een verplichting voor de Moetaqoen (zij die ALLAH (s.w.t.) vrezen)? (al-Baqarah 2 ayah 180)

En over de bijdragen die wij moeten geven zegt Hij (s.w.t.):

Zij vragen jou wat het is dat zij als bijdrage moeten geven. Zeg: "Wat jullie aan goeds geven (als bijdrage) is bestemd voor de ouders en de verwanten en de wezen en de armen en de reiziger zonder proviand. "En wat jullie aan goeds doen: voorwaar. ALLAH is daarover Alwetend.? (al-Baqarah 2 ayah 215)

De ouders staan vooraan, van degenen voor wie je goede daden moet doen en moet geven van wat je van ALLAH (s.w.t.) hebt gekregen.

ALLAH (s.w.t.) zegt in de Qoraan dat wij Hem moeten aanbidden en onze ouders goed moeten behandelen: deze twee staan naast elkaar, als horende bij elkaar, en de een kan niet goed gedaan worden zonder dat de andere word gedaan:

"En aanbidt ALLAH en kent Hem in niets een deelgenoot toe, en weest goed voor de ouders en de verwanten en de wezen en de behoeftigen de verwante buren en de niet-verwante buren en de goede vrienden en de reiziger en de slaven waarover jullie beschikken Voorwaar, ALLAH houdt niet van de trotse hoogmoedigen?

Als wij onze ouders niet goed behandelen dan zijn wij trots- we denken immers dat wij die plicht niet hebben- en wij zijn hoogmoedig- we denken dat het niet uitmaakt of wij naast hen staan of niet.

De heel bekende ayah uit de Qoraan waar ALLAH (s.w.t.) ons zegt:

"En jullie Heer heeft bepaald dat jullie niets dan Hem alleen aanbidden, en goedheid betrachten (goed doen) tegenover de ouders. Als een van de twee of beiden de ouderdom bereiken in jouw aanwezigheid, zeg dan nooit 'foei/oef' tegen hen, snauw hen niet af en spreekt tot hen een vriendelijk woord.

En wees zachtmoedig voor beiden, en nederig en liefdevol, en zeg: O mijn Heer, schenk hun Genade, zoals zij mij opvoedden toen ik klein was" (Al-Israa 17 : 23-24)

Lees in de Qoraan de ayaat over de Profeten, die voor hun ouders aan ALLAH (s.w.t.) het goede vragen en gehoorzamen aan het bevel van Hem om goed met hun ouders om te gaan. En zeker zijn de Profeten naar ons gestuurd als voorbeelden van goed gedrag en leiding voor de mensheid.

Lees over de Profeten Loeqmaan, Jachjaa, Iesaa en Noeh (vrede zij met hen), dat ALLAH (s.w.t.) hen beschrijft als goed zijnde voor hun ouders. En dit laat ons zeker zien wat voor hoge positie dit bij ALLAH (s.w.t.) heeft, dat Hij (s.w.t.) Zijn profeten (vrede zij met hen) hiermee beschrijft.

Lees wat ALLAH (s.w.t.) zegt in Soerat Loeqmaan, de Soerah waarin staat dat de Profeet Loeqmaan ('alaihi asalaam) zoveel goede kennis doorgaf aan zijn zoon. En ALLAH (s.w.t.) zegt hier:

"En wij bevolen de mens (goedheid) jegens zijn ouders. Zijn moeder droeg hem in zwakheid op zwakheid, en het zogen van hem duurde twee jaren. Wees daarom mij en jouw ouders dankbaar. Tot mij is de terugkeer.

En als zij jou dwingen dat jij iets aan Mij toekent, zonder dat jij er kennis over hebt: gehoorzaam hen dan niet. En vergezel hen vriendelijk op de wereld. En volg de weg van degenen die zich tot Mij hebben gewend. Daarna is tot Mij jullie terugkeer. Dan zal Ik jullie op de hoogte brengen van wat jullie plachten te doen " (Loeqmaan 31 : 14-15)

ALLAH (s.w.t.) spreekt in de Qoraan over de Profeten Jachjaa en Iesaa (vrede zij met hen). Lees in Soerat Maryam:

?En hij (Jachjaa) was goed voor zijn ouders en hij was niet arrogant en ongehoorzaam.?

"Hij (Iesaa) zei: "Voorwaar, ik ben een dienaar van ALLAH. Hij heeft mij het Schrift gegeven en mij tot Profeet gemaakt. En Hij heeft mij gezegend waar ik ook ben en Hij heeft mij bevolen de salaat te verrichten en de zakaat (te betalen) zolang ik leef. En om goed te zijn voor mijn moeder. En Hij heeft mij niet als een arrogante ongehoorzame gemaakt... ."

De Profeet Noeh ('alaihi asalaam) vroeg ALLAH (s.w.t.) om vergeving voor zijn ouders:

'Mijn Heer, vergeef mij en mijn ouders en wie mijn huis binnentreedt als gelovige, en de gelovige mannen en de gelovige vrouwen... .' (Noeh 71 : 28)

Zoals jullie hierboven kunnen lezen, wordt ALLAH s (s.w.t.) gebod om goed te zijn voor de ouders vaak gevolgd door het gebod om goed te zijn voor je verwanten (familie) en je buren. Ook in de ahadieth worden vaak goedheid aan de ouders en aan de familie en de buren samen genoemd. Over de familie, meestal wordt deze genoemd als 'baarmoederbanden', 'silla-t-ul-rahm', die wij goed horen aan te houden. In ahadieth wordt duidelijk gemaakt wat de veroordeling is van degene die zijn ouders en zijn familie en buren niet goed behandelt.

Welke hoge plaats heeft ALLAH (s.w.t.) gegeven aan 'Birr-ul-waalidein', de goede omgang met de ouders?!

Abdoellaah ibn Mas'oed (r.a.) verhaalt: "Ik vroeg de Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam: 'Welke handeling is het meest geliefd bij ALLAH?' Hij Sallalahu 'alaihi wasalam antwoordde: 'Het gebed op de daarvoor gegeven tijd verrichten' Ik vroeg: 'En daarna?' Hij antwoordde: 'goedheid betrachten tegenover de ouders' Ik vroeg: 'En daarna?' Hij antwoordde: ?Djihaad op de weg van ALLAH'. (overgeleverd door Boechaarie en Moeslim)

Abdoellaah ibn Amroe ibn Al-'aas (r.a.) vertelde, dat een man bij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam kwam en zei: 'Ik wil plechtig de eed bij u afleggen, dat ik zal emigreren en voor de zaak van ALLAH zal strijden om Zijn beloning te krijgen.' Hij Sallalahu 'alaihi wasalam zei: 'En leeft een van jouw ouders nog?' De man zei: 'Ja, zij leven allebei nog' Hij Sallalahu 'alaihi wasalam zei: 'Zoek jij de beloning van ALLAH?' Hij zei: 'Ja.' Hij Sallalahu 'alaihi wasalam zei: ' Ga terug naar jouw ouders en wees de beste metgezel voor hun.' (overgeleverd door Boechaarie en Moeslim)

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 08:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Islaam

↑ Terug naar de berichten