VERHALEN Aboe Bakr As-siddieq
VERHALEN
Aboe Bakr As-siddieq
Gij zijt onze Meester, help ons daarom tegen het ongelovige volk.”
Hier volgt een lezing over één van de Metgezellen van Profeet Mohammed . Zijn naam is Aboe Bakr as-Siddiq (Moge Allah tevreden met hem zijn) en heeft een zeer belangrijke rol gespeeld in de opbouw van de Islamitische gemeenschap en de voortzetting ervan na de dood van de Profeet . Aboe Bakr as-Siddiq (Moge Allah tevreden met hem zijn) was één van de metgezellen van de Profeet aan wie het Paradijs was beloofd. Hij was tevens de eerste Khaliefa(1).
Enkele uitspraken van de Profeet over Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn): Iemand vroeg aan de Profeet : Wie hem het meest geliefd was? Hij zei: “ Aisha” (de vrouw van de Profeet en dochter van Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn). Ik vroeg toen: “en onder de mannen?” Hij zei “ Haar vader” Ik vroeg en wie dan? Hij zei: “ Dan ‘Oemar ibn Al-Khattab”. Daarna noemde hij nog een aantal personen.
De Profeet zei verder over Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn): “ Ik nodigde de mensen uit tot de Islam, maar een ieder had de tijd nodig om erover na te denken of ze deze stap wel wilden zetten, alleen bij Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) was dit niet het geval. Vanaf het moment dat ik hem uitnodigde tot de Islam, accepteerde hij de boodschap zonder enige twijfel.”
De Profeet zei ook tijdens zijn laatste Khoetbah (laatste rede): “ Niemand had een betere metgezel voor mij kunnen zijn dan Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn)”.
Hieruit kunnen we opmaken hoeveel Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) betekende voor de Profeet Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) was zeer dierbaar voor de Profeet en dat was wederzijds. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) hield zoveel van de Profeet dat hij bereid was zijn leven te geven zolang de Profeet maar veilig en tevreden was. We zullen straks zien dat Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) alles voor zijn religie en voor de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) overhad en dat hij nooit terugweek het woord van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) uit te voeren.
Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) en de andere metgezellen van de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) vormden de basis van de Oemmah (Islamitische gemeenschap). Iedere metgezel had wel een unieke karaktereigenschap, welke een belangrijke rol zou spelen bij de opbouw van de Oemmah. Zo had Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) ook zeer mooie eigenschappen waaruit wij zeer zeker lering kunnen trekken.
Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) werd zeer gewaardeerd en gerespecteerd door de mensen vanwege het feit dat hij behoorde tot de heersende klasse maar ook door zijn uitmuntende gedrag. Hij was altijd vriendelijk en hartelijk tegenover zowel bekenden als vreemden. Hij was bereid de mensen te helpen en te ondersteunen en was zéér fel gekant tegen onrechtvaardigheid. Men beschouwde hem als één van de belangrijkste intellectuelen van Qoraysh, iemand met een zuiver en rechtvaardig beoordelingsvermogen, die vaak om raad werd gevraagd. Daarnaast deed hij nooit mee aan de nachtelijke braspartijen en was totaal niet geïnteresseerd in de afgodsbeelden van Qoraysh.
Profeet Mohammed en Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) kende elkaar vanaf hun jeugd en waren opgegroeid als broers. Toen de Profeet de eerste openbaring kreeg op de berg Hira, vertelde hij Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) wat er was gebeurd en dat Allah hem had uitgekozen zijn boodschap te verkondigen. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) luisterde aandachtig naar wat zijn dierbare vriend vertelde en wist na al die jaren van vriendschap dat de Profeet hem nooit zou misleiden en hem nooit zou uitnodigen tot het slechte. Hij accepteerde de Islam zonder enige twijfel en was hierdoor de eerste volwassen man die de Islam aanvaardde. Sindsdien week hij nooit van de zijde van de Profeet en zette zich volledig in voor de Islam.
Nadat de Profeet de boodschap van de Islam openlijk begon te verkondigen, voelde Qoraysh zich bedreigd. Deze man zou hun stad een slechte naam geven en op deze manier zouden de zaken slechter gaan.
De volgende gebeurtenis laat zien welke haat Qoraysh jegens de Profeet voelden: Op een dag verrichtte de Profeet van Allah het gebed bij de Kaba. Hij was totaal opgenomen in zijn gebed. Enkele leiders van Qoraysh zaten op de binnenplaats van de Kaa'ba, waaronder één van de meest bittere tegenstander van de Islam. Hij had er genoeg van dat de Profeet hun goden verafschuwde en de mensen opriep tot het aanbidden van één God waardoor hun handel gevaar liep. Hij zei: “ Ik zal vandaag eens en voor altijd afrekenen met Mohammed”. Zo gezegd , zo gedaan. Uqba ibn abi Mu´ait ging met een reep stof naar de Profeet en wikkelde het om zijn nek en begon hem te wurgen. De rest van de leiders begonnen hartelijk te lachen. Op dat moment passeerde Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) en zag wat Uqba ibn abi Mu´ait probeerde te doen. Hij snelde naar de profeet en duwde Uqba ibn abi Mu´ait weg. Hij bevrijdde de Profeet uit zijn benarde situatie en zei toen tegen Uqba ibn abi Mu´ait: “ Wil je een man doden omdat hij zegt: ´Mijn Heer is Allah, en hij duidelijke tekenen van zijn Heer aan jullie kenbaar heeft gemaakt´.
Hier zien we nogmaals hoe Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) opkomt voor de Profeet zonder te denken aan zijn eigen veiligheid.
Qoraysh probeerde op allerlei mogelijke manieren de Moslims het leven zuur te maken en te weerhouden hun religie uit te voeren. Daarnaast probeerde ze ook door middel van martel praktijken andere af te schrikken toe te treden tot de Islam. Het was uiteraard een zware tijd voor de jonge Oemmah (Islamitische gemeenschap) Maar velen van hun waren zo standvastig dat zelfs de ergste martelingen hen er niet van weerhielden, de eenheid van Allah te bevestigen en openlijk te verklaren dat ze moslims waren. Voornamelijk de slaven hadden het hard te verduren omdat zij geen enkele bescherming genoten tegen hun wrede meesters.
Voor sommige was er echter een bevrijding door middel van Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) die zijn vermogen gebruikte om slaven op te kopen en hun vrij te laten.
Één van die slaven heette Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn), hij kwam uit Abessinië (Ethiopië). Zijn meester was Omaya ibn Khalaf. Toen deze erachter kwam dat Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn) moslim was geworden, liet hij Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn) ontkleden en beveelde om Bilal op het hete zand te leggen. Ondanks dat Omaya hem ook nog met de zweep sloeg, bleef Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn) standvastig en herhaalde steeds “Er is maar één God, Er is maar één God”. Omaya werd woest, want zijn straffen haalde niets uit en liet daarom een zware rots op Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn) kantelen, ondanks de pijn en uitputting bleef Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn) standvastig.
Hij had zoveel kracht gekregen van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) dat hij de zwaarste straffen kon doorstaan omwille van Allah . Allah was hem genadig. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) passeerde en zag hoe Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn) werd gemarteld, hij deed een bod aan Omaya om Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn) van hem te kopen. Omaya ging akkoord, Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) liet Bilal daarna (Moge Allah tevreden met hem zijn) meteen vrij.
Bilal (Moge Allah tevreden met hem zijn) werd later één van de meest geleerde personen van de Oemmah en was een voorbeeld van nederigheid en wijsheid. Ook hij stond altijd klaar om de Islam te dienen. Hij werd voor zijn standvastigheid beloond en werd gekozen tot de eerste Moe-addhien(2). Een voorbeeld voor de wereld die tot op de dag van vandaag nog steeds indruk maakt op zowel moslims als niet moslims.
In het tiende jaar van zijn missie werd de Profeet geëerd door Allah door middel van Isra wal miraj. De profeet werd op een nacht door Jibriel (Gabriël) (vrede zij met hem) naar de Al-Aqsa moskee in Jeruzalem gebracht en verrichtte daar gezamenlijk het gebed met de andere profeten die hem waren voorgegaan in deze zware missie.
Daarna werd hij meegevoerd naar de zeven hemelen en kreeg daar o.a. de opdracht het gebed vijf keer per dag te verrichtten. In de ochtend keerde hij weer terug naar Mekka. Toen de Mekkanen hoorden over deze wonderbaarlijke reis waren ze gevuld met vreugde, omdat ze dachten dat dit het bewijs was dat de Profeet loog en dat dit zijn ondergang zou betekenen. Zelfs enkele Moslims begonnen te twijfelen en vertelde het verhaal aan Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) wat de Profeet had meegemaakt.
Toen Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) dit hoorde zei hij: “ Als de Profeet dit heeft gezegd dan is het de waarheid.” Verder zei hij dat de openbaringen van Allah aan de Profeet wonderbaarlijker waren dan een reis naar Jeruzalem.
Toen de Profeet hoorde over de standvastigheid van zijn geliefde metgezel, noemde hij Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) sindsdien “Siddiq” - de waarheids-getrouwe.
Qoraysh ging door met het vervolgen en martelen van de Moslims waarna er toestemming werd gegeven om te emigreren. Een gedeelte van de Moslims emigreerde naar Abbessinië waar een rechtvaardige christelijke koning heerste. Een andere groep emigreerde naar Medina waarvan de bewoners zich hadden bekeerd tot de Islam en de Moslims uit Mekka met open armen ontvingen.
Alleen de Profeet , Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) en enkele andere Sahabah (metgezellen) bleven achter in Mekka. De Mekkanen hadden er genoeg van en ze smeedde een plan om Mohammed te doden, maar Allah gaf de Profeet toestemming om Mekka te verlaten. De Profeet vertrok samen met Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) op de avond waarbij Qoraysh van plan waren hem te doden, naar Medina. Dit was een hele eer voor Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn), dat hij de Profeet mocht vergezellen op deze belangrijke tocht.
Onderweg naar Medina verbleven ze in de Grot Thawr. Voordat ze de grot binnen gingen zei Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn): “ Ik zweer bij Allah dat je niet eerder de grot binnen gaat voordat ik heb gekeken of het veilig is.” Daarna ging hij de grot binnen en maakte de grot schoon en vulde enkele gaten met stukjes stof van zijn kleding. Toen er nog enkele gaten open waren stopte hij zijn tenen erin en zei tegen de Profeet dat het veilig was de grot binnen te gaan.
De Profeet legde zijn hoofd op de schoot van Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) en viel in slaap. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) werd in de tussen tijd door een schorpioen in zijn teen gebeten maar roerde zich niet, zodat hij de Profeet niet in zijn slaap zou storen.
De Mekkanen waren woedend toen ze ontdekten dat de Profeet was ontsnapt terwijl ze dachten dat ze hem in hun greep hadden. Nu wilden ze de Profeet meer dan ooit te pakken krijgen en verzamelde de beste speurders. Er werd zelfs een beloning van 1000 kamelen uitgeloofd aan degene die de Profeet zou vinden. Uiteindelijk kwamen een aantal speurders aan bij de grot waar de Profeet en Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) verbleven. Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) die constant op zijn hoede, was, hoorde de mensen buiten praten. Hij vreesde voor het leven van de Profeet en niet eens voor zijn eigen leven.
Allah vertelt ons hierover in de Qor’aan: “ Als gij hem (de Profeet ) niet helpt, voorzeker Allah hielp hem, toen de ongelovigen hem verdreven - toen hij één van de twee was en zij beiden in de grot waren en hij tot zijn metgezel ziedde: Treur niet, want Allah is met ons. Toen zond Allah zijn vrede op hem neder en versterkte hem met zijn scharen die gij niet zaagt en vernederde het woord van de ongelovigen en Allah's woord is het allerhoogste. En Allah is Almachtig, Alwijs.”
Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde hierover: “ Ik zei tegen de Profeet . Toen wij in de Grot waren “ Als één van hun nu bukt om onder zijn voeten te kijken dan zal hij ons zeker zien” De Profeet zei: “ O Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn)! Wat denk je van twee personen waarvan Allah de derde is?”.
Toen Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) dit hoorde was hij gerustgesteld want Allah was met hun. De mannen van Qoraysh kwamen dichter bij de grot. Maar Allah beschermde Zijn dienaren en Qoraysh kon de Grot niet betreden door Allah’s wil.
Zo redde Allah zijn Boodschapper en metgezel Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) en Allah is Almachtig, Alwijs. Na drie dagen kwamen de mannen aan in Medina en werden hartelijk ontvangen door de Ansar alsmede de Moehadjirien. Ook in Medina verbleef Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) constant aan de zijde van de Profeet .
De Moslims hadden nu een eigen stad van waaruit ze verder gingen met het verspreiden van de islam. In de talloze gevechten die kwamen vocht Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) zij aan zij met de Profeet en liet het nooit afweten.
De liefde die Aboe Bakr (Moge Allah tevreden met hem zijn) voelde voor de Profeet kwam onder andere tot uiting tijdens een vredesoverleg bij Hudaibiya. Tijdens het overleg, raakte de woordvoerder van Qoraysh zo af en toe de baard van de Profeet aan. Aboe Bakrs (Moge Allah tevreden met hem zijn) liefde voor de Profeet

