Naar de inhoud

Islamitische verhalen

Moge Allah ‘azza wa djal onze kennis doen vermeerderen, Ameen. Moge Allah ons leiden naar de waarheid en ons weerhouden van het slechte, Ameen. Moge Allah ons sieren met de schoonheid van Imaan & Taqwa, Ameen.
akke.beakke.be

Archief

Abdul Jabbar van der Ven

Abdul Jabbar van der Ven

 

Sinds Allah mij elf jaar geleden uit Zijn Barmhartigheid de zoetheid
van de Islaam heeft laten proeven, is mij letterlijk honderden keren
gevraagd hoe ik nou eigenlijk moslim ben geworden en zal het mij
misschien nog wel honderden keren gevraagd worden in de toekomst.
Ik begrijp dat al die nieuwsgierige vragenstellers deze vraag alleen
maar stellen vanuit hun vreugde een "bekeerde" moslim te zien en
vanuit hun liefde voor de Islaam en daarom heb ik al die jaren
geduldig antwoord gegeven op die vraag alsof het de eerste keer was
dat ik die vraag hoorde. Ik heb er echter wel een standaard
verhaaltje van gemaakt dat ik kort samengevat binnen een minuut
vertel, waardoor eigenlijk een hoop mooie punten achterwege blijven.
Het is echter noodzaak geworden wanneer je niet een fulltime
verteller wilt worden van je eigen biografie. Vandaar dat ik nu voor
het eerst in mijn leven mijn verhaal op papier zet, zodat ik in alle
rust mijn herinneringen, ervaringen en gedachten met jullie kan delen.
Vaak vraagt men mij wat nou dé reden was dat ik moslim werd en mijn
antwoord daarop is zeer kort: dat was de Leiding van Allah, die Hij
geeft aan wie Hij wil. Maar natuurlijk ging er aan die leiding een
speurtocht vooraf, een speurtocht die mij uiteindelijk weer met mijn
eigen "Fitrah" (natuurlijke aanleg) zou herenigen. Sommige Westerse
oriëntalisten en antropologen beweren wel eens dat het merendeel van
de bekeerde Europese moslims uit probleemgezinnen zou komen, alsof
de Islaam alleen een keuze zou kunnen zijn uit wanhoop en niet uit
goed beredeneerde overwegingen. Ik ben in ieder geval een voorbeeld
van een kind dat niet is opgegroeid in een probleemgezin; geen
gescheiden ouders, geen drugsverslaafde als vader en geen jeugdjaren
van tuchtscholen of jeugdgevangenissen.
Ik groeide op in het katholieke Brabant, in een katholieke familie,
op een katholieke basisschool. Ik werd als kleine baby gedoopt in de
kerk, toen ik daar nog niks over kon zeggen en ik heb rond mijn
achtste mijn communie gedaan, al was het meer voor de cadeautjes dan
vanuit overtuiging. Welke standvastige overtuiging kan een
achtjarige kind nou hebben? De enige plek waar ik echt veelvuldig
met het geloof in aanraking kwam, was op school, want ook mijn
familie was buiten kerstmis niet erg praktiserend. Op school openden
wij elke dag de les met een gebed en minstens eens per week kregen
we godsdienstles. Wat me ervan is bij gebleven is dat ik altijd
onder de indruk was van de verhalen over onze profeet 'Iesa
(Jezus - de vrede en zegeningen van Allah zijn met hem). Ik probeerde me
altijd voor te stellen hoe hij met zijn volgelingen leefde, iets dat
met mijn grote fantasie niet moeilijk was voor me te zien. Ik ken
'Iesa as uit al die verhalen als een dapper man, die zijn brood
deelde met de armen onder een boom, de melaatsen genas en met het
simpele volk in het stof zat.
Maar aan de andere kant zag ik een paus, die beweerde 'Iesa as te
volgen, maar ondertussen in het Vaticaan woonde in een paleis van
marmer en kogelvrije ramen, ver weg van het gewone volk. Ik kan me
herinneren dat dit één van de eerste dingen was die aan mij begonnen
te knagen in de laatste klas van de basisschool en waarover ik mijn
leraar begon te vragen. Nu, veertien jaar later, kan ik nog zijn
rode gezicht voor me zien, dat lachte als een boer met kiespijn. Ik
kreeg een antwoord dat de Paus zo moet leven omdat hij de
plaatsvervanger zou zijn van God op aarde en ik moest er maar verder
niet teveel over vragen. Maar was de paus dan hoger dan de profeet
die hij beweerde te volgen? De paus deed me eerder denken aan de
Romeinse keizer dan aan 'Iesa...
Het was rond deze tijd dat ik mijn vormsel kon doen; dat is, zeg
maar, na je doop en communie de derde stap op weg naar een
voorbeeldig katholiek. Toen ik er achter kwam dat ik bij mijn
vormsel niet zoveel cadeautjes kreeg als voor mijn communie, heb ik
er dan ook maar van afgezien. Het was rond deze tijd dat ik de
bekende serie "Roots" op TV zag, waarin het onthutsende verhaal

vertelt wordt van een zwarte Afrikaanse slaaf die naar Amerika wordt
getransporteerd. Ik was als beginnende puber geschokt door de
brutaliteit en hebzucht van die blanke, christelijke Europeanen, die
onze zwarte medemensen verhandelden als vee. Via de rapmuziek van
zwarte Afro-Amerikanen leerde ik steeds meer over deze geschiedenis
en begin ik steeds meer in te zien dat de Europese rijkdom voor een
groot deel te danken was aan de blanke plundertochten in Afrika en
Azië. Ik begon me af te vragen waarom wij daarover nooit iets
geleerd hadden in de geschiedenislessen, of over de Nederlandse
plunderingen in Indonesië en Suriname. En hoe kon het zijn dat
Columbus Amerika had ontdekt, terwijl er al lang Indianen woonden?
Hadden die Indianen dan niet Amerika ontdekt, of werd het pas
belangrijk toen de blanke, christelijke Columbus dat deed? En wat er
daarna met die arme Indianen gebeurd is, is ook iets waar nooit over is gesproken.

Ik begon steeds kritischer tegen mijn "eigen" christelijke Westen
aan te kijken en begon steeds meer sympathie te ontwikkelen voor die
onderdrukte volkeren. Dat was toch de boodschap van 'Iesa as die ik
jaren lang op school had geleerd; kom op voor de onderdrukten en
wees niet met de onderdrukkers? Ik begon steeds meer de enorme kloof
te zien tussen deze profeet 'Iesa as en de mensen die met veel trots
beweerden hem te volgen. Ik begon de gouden kelkjes en kandelaars in
de kerk te zien als geroofd goud uit Afrika. Al die schilderijen,
beelden en muziek in de kerk waren alleen maar een afleiding van de
werkelijke sobere aanbidding van God, terwijl zelfs volwassen mensen
niet eens mijn fundamentele vragen over het geloof konden beantwoorden.
Toen pas begon ik terug te denken aan al die gebeden op de
basisschool, waarin wij zeiden: "Wees gegroet Maria, moeder van
God.." Ik begon mij af te vragen hoe God een moeder kon hebben en
wie dan zijn opa en oma waren? Natuurlijk wist ik dat met God Jezus
werd bedoeld, maar hoe kon Jezus nou God zijn als hij door
mensenhanden gekruisigd was (zoals ik toen nog geloofde)? Kan de
Schepper worden gedood door Zijn eigen schepselen? En waarom ging
'Iesa as dan in gebed tot God? Bidt God soms tot zichzelf?
Ik voelde gewoon aan mijn Fitrah (geboorterecht, iedereen heeft het
geloof in God in zich, alleen is het bij velen bedekt door
materialisme en begeertes etc.) en met mijn gezonde, jeugdige
verstand, dat dit alles niet klopte en dat al die mensen waarmee ik
sprak dat eigenlijk ook wel wisten. Vandaar dat ze vaak zelfs mijn
vragen en discussies uit de weg gingen. Ik heb zelfs geprobeerd
hierover met pastoors te praten, maar tevergeefs. Toen ik dus alleen
maar halve, paniekerige reacties kreeg op mijn vragen, besloot ik
zelf maar te gaan lezen en zo begon ik in de bibliotheek
verschillende boeken te lezen over het Christendom, Boeddhisme,
Jodendom en Hindoeïsme, maar eigenlijk nog niet zo over de Islaam.
In het christendom bleef ik, in welke stroming dan ook, vele
tegenstrijdigheden vinden. Ook het Jodendom sprak mij om meerdere
redenen niet aan; onder andere omdat ik niet van het Joodse ras was
en omdat zij 'Iesa as verwierpen als een leugenaar. Het Hindoeïsme
vond ik wel mysterieus, maar het klonk mij allemaal te
ongeloofwaardig toen ik las over goden die er uitzagen als blauwe
olifanten en elkaar de oorlog verklaarden vanwege een vriendinnetje.
Ook het discriminerende kastenstelsel en het levend verbranden van
weduwen kon ik niet accepteren als goddelijk. Vooral de soberheid en
éénvoudigheid van het Boeddhisme sprak me aan en ik zag grote
overeenkomsten tussen de boodschap van Boeddha en die van 'Iesa.
Maar ook bij het Boeddhisme bleef ik dingen vinden waar ik het niet
mee eens kon zijn. Ik denk dat één van de belangrijkste punten was
die ik niet kon accepteren, dat ook zij, net als de christenen, een
schepsel aanbaden in plaats van de Schepper. Ik geloof tot op de dag
van vandaag dat Boeddha een ware profeet van Allah kan zijn geweest,
maar dat de mensen na hem zijn boodschap hebben verdraaid, net zoals
de christenen dat met de oorspronkelijke boodschap van 'Iesa
vrede zij met hem hebben gedaan.
Uiteindelijk begon ik me toch steeds meer in de Islaam te verdiepen
vanwege verschillende redenen. Ten eerste was ik niet tevreden met
de religies die ik tot nu toe had onderzocht; ik vond er geen totale
rust in. Ten tweede had ik in deze tijd een Algerijnse oom, die ik
rond mijn puberteit steeds interessanter begon te vinden. Deze oom
was echter het tegenovergestelde van een goede moslim; hij woonde
ongehuwd samen met mijn tante, dronk wijn, verrichte zijn gebeden
niet en vastte niet in de Ramadan. Hij maakte de moslims en hun
religieuze gewoontes vaak zelfs belachelijk. Maar via hem begon ik
wel steeds meer geïnteresseerd te raken in Algerije en zodoende kwam
ik al vlug op de Islaam uit. Ik begon te lezen over de Franse
bezetting van Algerije en hoe de Fransen daar met enorm veel
bloedvergieten en onderdrukking hebben geprobeerd die Algerijnse
moslims het "beschaafde christendom" bij te brengen.
Mijn interesse voor de Islaam kwam nog eens in een stroomversnelling
door de eerste Golfoorlog tussen Irak en Amerika; een tijd waarin de
media bol stonden van de anti-islamitische en anti-Arabische
propaganda. Hoe vreemd het ook klinkt; juist hierdoor werd mijn
sympathie voor de moslims en het Irakese volk alleen maar vergroot
en begon de Islaam mij aan te trekken als een magneet. Ik had totaal
geen moslimvrienden waar ik bij terecht kon en ik kende maar één
moskee, waar ik bang was zomaar naar binnen te gaan. Ik wist niet
hoe men zou reageren als er een Nederlandse jongen zomaar bij hen
naar binnen zou lopen, maar ik wou graag één van hen zijn! Dus trok
ik op een vrijdagmiddag naar die moskee en ging voor de ingang
zitten en keek naar de mensen die naar binnen gingen. Een
vriendelijke oude man liep op mij af en aaide mij glimlachend over
mijn hoofd, waarna hij naar binnen ging. Zo ben ik nog één of twee
keer op een vrijdagmiddag voor die ingang gaan zitten, zonder met
iemand te spreken of naar binnen te gaan. Pas toen ik daarna
telefonisch een afspraak met ze had gemaakt, ging ik op mijn
veertiende verjaardag voor het eerst echt die moskee in en schudde
ik handen met enkele Turkse broeders.
Ik voelde me meteen thuis; mijn hele geest vertelde mij dat dit
hetgeen was waar ik naar op zoek was! Dat klinkt achteraf misschien
wat raar, maar ik kan het niet anders uitleggen, en ik neem aan dat
veel bekeerde Nederlanders begrijpen wat ik bedoel.
De islamitische Fitrah, die ik al vanaf mijn geboorte in mij droeg
(en elk mens), begon te ontwaken toen ik daar zat met mijn broeders,
op de simpele grond van de moskee. Geen schepsels die aanbeden
werden, maar alleen de Schepper. Wat klonk het allemaal éénvoudig!
Spoedig daarna ben ik nog één of twee keer terug gegaan, waarna ik
de Shahaadah heb afgelegd, el-hamdoelillah. Vanaf dat moment, vanaf
het moment dat ik mij in de salaat (het gebed) met hen neerboog voor
Allah, begon er een gevoel te branden in mijn hart, dat er tot op de
dag van vandaag in zit. Dat gevoel heet imaan, maar dat wist ik toen
nog niet. Ik wist alleen dat ik dit nog nooit eerder had gevoeld en
dat ik dit gevoel nooit meer kwijt wou raken. Een enorme brandende
liefde voor Allah, waardoor je angsten verdwijnen en er rust voor in
de plaats komt. Een liefde die je soms alleen kan uitschreeuwen met
"Allaahoe Akbar!" - Allah is de Grootste! - De zoetheid van imaan,
die mij er soms toe bracht om midden in de nacht neer te knielen
voor Allah, om vervolgens zo een kwartier neergeknield te blijven op
mijn gezicht. Ik was na een hele zoektocht eindelijk weer thuis...


Abdul-Jabbar van der Ven

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:19 Reageer op dit bericht Stuur door

De dag dat de Profeet SAW huilde

De dag dat de Profeet SAW huilde

 

 

Voor de tijd dat de Profeet Mohammed (vzmh) begon met het verkondigen van Allah’s woord, waren er veel Arabieren die liever een zoon dan een dochter hadden.
Zonen waren sterk en konden hard werken. Zij hadden veel voordelen voor hun ouders en familie. Maar dochters waren zwak, dachten de Arabieren. En dat niet alleen, meisjes waren vervelend en een last en een kostenpost voor de familie.

Veel Arabische vaders konden geen meisjes gebruiken en wanneer er een dochter geboren werd in plaats van een zoon, dan waren zij helemaal niet blij. Sommigen werden erg boos door de geboorte van een dochter en begroeven haar levend.
Gelukkig was er een vader die naar de Profeet (vzmh) ging en hij biechtte deze verschrikkelijke misdaad op.

Deze vader was ooit een fanatieke afgod aanbidder, zoals alle Arabieren voordat de Profeet Mohammed (vzmh) tot hen kwam en hun de weg naar de Islam wees.
Voordat hij een moslim werd, had deze Arabier een dochter. Een lief klein meisje die hem altijd kuste.
Wanneer haar vader haar riep, kwam het kleine meisje naar hem toegerend en stond altijd klaar om haar liefde voor haar vader te tonen.

Op een dag riep de vader haar en natuurlijk kwam zij snel aanrennen. Hij nam haar mee op een lange wandeling en het meisje rende en huppelde blij naast haar vader op weg, het arme kleine ding.
Ze had nooit gedacht dat een vreselijk lot haar te wachten stond.
Na een tijdje kwamen vader en dochter bij een waterbron. Plotseling, zonder waarschuwing pakte hij haar op en gooide haar in de bron. Het kleine meisje was vreselijk bang en gilde in angst: “Papa oh Papa!”
Maar de vader weigerde om naar haar smeken en hulpgeroep te luisteren. In plaats daarvan gooide hij een lading aarde in de bron om zijn dochter te begraven en toen ging hij naar huis, haar achterlatend om te sterven.

Het was een hartverscheurend verhaal. De vader was vol van wroeging door de vreselijke moord die hij had gepleegd. De vader zou de rest van zijn leven moeten lijden onder dit schuldgevoel.

Natuurlijk was de Profeet (vzmh) vervuld van afschuw toen hij hoorde wat de vader had gedaan. Zijn hart deed zeer van verdriet. Tranen welden op in zijn ogen en liepen over zijn gezicht en zijn baard in. De Profeet (vzmh) moest zo huilen dat zijn gezicht en baard helemaal nat werden.
Toen zijn vrienden de Profeet (vzmh) zo zagen huilen, werden zij allen erg ongelukkig en ook hen ogen vulden zich met tranen.
Zij wisten dat het terecht was dat de Profeet (vzmh) zoveel tranen vergoot voor het kleine meisje die zo’n vreselijke dood was gestorven. Want had hij zijn volk niet geleerd dat zij lief moesten hebben? Alle kinderen, jongens en meisjes?
En had hij niet gezegd: “Allah houdt van diegene die zorgt voor zijn familie, speciaal diegenen die zorgen voor meisjes”

En was de Profeet (vzmh) niet de grootste kindervriend die de wereld ooit gezien heeft?

 

 

 

 

Voor de tijd dat de Profeet Mohammed (vzmh) begon met het verkondigen van Allah’s woord, waren er veel Arabieren die liever een zoon dan een dochter hadden.
Zonen waren sterk en konden hard werken. Zij hadden veel voordelen voor hun ouders en familie. Maar dochters waren zwak, dachten de Arabieren. En dat niet alleen, meisjes waren vervelend en een last en een kostenpost voor de familie.

Veel Arabische vaders konden geen meisjes gebruiken en wanneer er een dochter geboren werd in plaats van een zoon, dan waren zij helemaal niet blij. Sommigen werden erg boos door de geboorte van een dochter en begroeven haar levend.
Gelukkig was er een vader die naar de Profeet (vzmh) ging en hij biechtte deze verschrikkelijke misdaad op.

Deze vader was ooit een fanatieke afgod aanbidder, zoals alle Arabieren voordat de Profeet Mohammed (vzmh) tot hen kwam en hun de weg naar de Islam wees.
Voordat hij een moslim werd, had deze Arabier een dochter. Een lief klein meisje die hem altijd kuste.
Wanneer haar vader haar riep, kwam het kleine meisje naar hem toegerend en stond altijd klaar om haar liefde voor haar vader te tonen.

Op een dag riep de vader haar en natuurlijk kwam zij snel aanrennen. Hij nam haar mee op een lange wandeling en het meisje rende en huppelde blij naast haar vader op weg, het arme kleine ding.
Ze had nooit gedacht dat een vreselijk lot haar te wachten stond.
Na een tijdje kwamen vader en dochter bij een waterbron. Plotseling, zonder waarschuwing pakte hij haar op en gooide haar in de bron. Het kleine meisje was vreselijk bang en gilde in angst: “Papa oh Papa!”
Maar de vader weigerde om naar haar smeken en hulpgeroep te luisteren. In plaats daarvan gooide hij een lading aarde in de bron om zijn dochter te begraven en toen ging hij naar huis, haar achterlatend om te sterven.

Het was een hartverscheurend verhaal. De vader was vol van wroeging door de vreselijke moord die hij had gepleegd. De vader zou de rest van zijn leven moeten lijden onder dit schuldgevoel.

Natuurlijk was de Profeet (vzmh) vervuld van afschuw toen hij hoorde wat de vader had gedaan. Zijn hart deed zeer van verdriet. Tranen welden op in zijn ogen en liepen over zijn gezicht en zijn baard in. De Profeet (vzmh) moest zo huilen dat zijn gezicht en baard helemaal nat werden.
Toen zijn vrienden de Profeet (vzmh) zo zagen huilen, werden zij allen erg ongelukkig en ook hen ogen vulden zich met tranen.
Zij wisten dat het terecht was dat de Profeet (vzmh) zoveel tranen vergoot voor het kleine meisje die zo’n vreselijke dood was gestorven. Want had hij zijn volk niet geleerd dat zij lief moesten hebben? Alle kinderen, jongens en meisjes?
En had hij niet gezegd: “Allah houdt van diegene die zorgt voor zijn familie, speciaal diegenen die zorgen voor meisjes”

En was de Profeet (vzmh) niet de grootste kindervriend die de wereld ooit gezien heeft?

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 07:36 Reageer op dit bericht Stuur door

Het is voorbij

Het is voorbij

 

Al vanaf mijn jeugd kreeg ik het benauwd in krappe ruimtes en ik verliet schreeuwend zulke plaatsen. Op latere leeftijd kwam ik erachter dat dit een ziekte was, maar ik kwam er jammer genoeg niet van af. Helaas moest ik of ik het nu wilde of niet, eindelijk in zo'n krappe ruimte komen.........

Ze hadden mij helemaal ingepakt met doeken en me geplaatst in een lange doodskist. De stemmen van de mensen om me heen kon ik heel goed horen en ondanks het feit dat mijn ogen gesloten waren kon ik ze op de een of andere manier zien
"Hij is gestorven op jonge leeftijd," zeiden ze. "Terwijl hij nog zoveel wilde doen." Ik wilde inderdaad nog heel veel doen. Ik had bijvoorbeeld nog geen eigen zaak voor mijn zoon kunnen beginnen, het geld van de t.v. en de auto had ik nog niet afbetaald. Een groot bedrijf beginnen en al mijn vrienden uitnodigen was nu slechts een droom. Bovendien had ik nog geen kolen en hout kunnen kopen voor de naderende winter en ik had de lekkende plaatsen op de zolder nog niet kunnen repareren.

Toen ik bezig was met het op een rijtje zetten van alles wat ik niet had afgekregen schrok ik van een luidruchtige stem. Alsof deze door een microfoon kwam, weergalmde het in mijn hoofd. "Het is voorbij," zei de stem. Was het nog maar niet voorbij, dacht ik bij mezelf. Hoe heeft zo'n ongeluk mij kunnen treffen? Terwijl ik zo goed auto kon rijden. Ik probeerde te herinneren wat er was gebeurd; mijn vrienden waren om me heen en probeerde de deksel van mijn doodskist te sluiten. Om ze te stoppen wilde ik zo hard mogelijk schreeuwen maar ik kon me niet bewegen nog iets fluisteren. Een poosje later bevond ik me in het donker en keek naar een lichtstraal, die door de planken van de kist scheen. Paniekerig zei ik: "Mijn god, wat zal er nu van mij terecht komen?" Ik kon niet nadenken uit angst. Ondertussen bevond ik me op de schouders van mijn vrienden en al schommelend werd ik voort gedragen.

Door de geluiden die van buitenaf kwamen kon ik opmaken dat het regende. Het geluid van de druppels verenigde zich met het gekraak van mijn doodskist. We gingen hoogst waarschijnlijk naar de moskee voor het Djanâzah-gebed (begrafenisgebed).
"Moskee": dat deed me aan iets denken. Hoewel het dichtbij huis was en ik vijfmaal per dag werd uitgenodigd voor het gebed, maar steeds had ik geen tijd kunnen vinden om er heen te gaan. Zoals ik altijd al had gezegd zou ik na mijn vijftigste beginnen met bidden en al mijn slechte eigenschappen waar iedereen zich over ergerde verlaten. Inderdaad, als dit ongeluk niet was gebeurd zou ik in de toekomst een perfecte moslim zijn geweest.

De stem die ik voor de tweede keer hoorde (maar niet wist waar hij vandaan kwam) zei weer: "Het is voorbij. Alles is afgelopen." Iets later werd mijn begrafenisgebed gebeden en ik werd weer op schouders gedragen. We kwamen langs het café waar we voorheen met vrienden dagelijks kaartten en ik hoorde ze vrolijk lachen en dacht: "Waarschijnlijk hebben ze niet gehoord dat ik gestorven ben." Toen de stemmen bijna niet meer te horen waren, voelde ik dat ik op een schuine manier gedragen werd. Zo wist ik dat we de helling af gingen naar de begraafplaats. De druppels van de regen, die met bakken uit de hemel vielen druipte door de gaten van mijn doodskist en maakten de doek waarmee ik bedekt was nat. Ondanks dit luisterde ik naar de stemmen die van buiten kwamen. Sommige vrienden hadden het over de effectenbeurs die gedaald was en anderen verheerlijkten de laatst gespeelde wedstrijd van het nationale voetbalelftal. Een van de personen die mijn kist droeg, fluisterde in het oor van degene naast hem: "Net iets voor hem om op zo'n ongelukkige dag te sterven, we zijn kletsnat geworden." Het was toch niet waar wat ik hoorde. Het waren toch mijn vrienden!
Mijn reis was na een tijdje afgelopen en mijn doodskist werd op de grond gelegd. Een paar armen pakten mijn lichaam beet en legden mij in een kuil. Liggend bekeek ik mijn omgeving. Oh, mijn god, was dit nu het graf? Waarom had ik er nooit eerder bij stil gestaan dat ik hier ooit terecht zou komen. Mijn stille hulpkreten kon ik niemand laten horen en ik voelde dat mijn vrienden zich haastten met het bedekken van mijn graf. Weer bevond ik me in het donker en ik begon hulpeloos te bidden. "Mijn god, krijg ik echt geen kans meer om te worden zoals u wilt en om mijn graf te veranderen in een hemelse tuin. " Weer herhaalde dezelfde stem, nog luider dan eerst: "Het is voorbij, alles is afgelopen." Met een laatste poging kwam ik van mijn plaats, en deed mijn ogen open. Ik lag in mijn heerlijke warme bed. Ik had dus een vreselijke nachtmerrie gehad. De dokter die een deur verder woonde probeerde mij wakker te schudden. "Het is voorbij," schreeuwde hij steeds. "Kijk maar het is voorbij. Je hebt niets meer." Ik probeerde langzaam rechtop te zitten. Ik was nat van het zweten en het leek alsof ik twintig kilo was afgevallen. Het regende buiten pijpenstelen, de bliksem en onweer schudden als het ware het hele huis. Ik probeerde tot mezelf te komen terwijl verbaasde blikken me aankeken en zei: "Mijn god, ik ben u dankbaar tot in het diepste van mijn hart. Wat als u me nu geen nieuwe kans had gegeven om een goed mens te worden........?

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 07:07 Reageer op dit bericht Stuur door

Levensarchief

Levensarchief

 

In de korte periode tussen ontwaken en dromen bevond ik me in een kamer. Er was niets bijzonders te zien, behalve die ene muur... Daar stond een enorme archiefkast, zo één als je in bibliotheken wel ziet met van die lades met kleine indexkaartjes erin, waar de auteurs en titels of onderwerpen alfabetisch zijn gerangschikt.

Maar dit archief, dat zich uitstrekte vanaf de grond tot aan het plafond en in iedere richting oneindig leek, bevatte iets heel anders. Terwijl ik de kast naderde, was het eerste dat mijn aandacht trok, een laatje waarop stond: "Mensen die ik aardig vond". Ik opende het laatje en bladerde snel door de kaartjes heen. Snel sloot ik het weer, geschokt als ik was, toen ik alle namen die op de kaartjes stonden, herkende... Op dat moment, zonder dat iemand het me had verteld, wist ik precies waar ik was.

Deze levenloze kamer vol met zijn kleine laatjes was als een catalogus van mijn eigen leven. Hier waren al mijn daden van ieder moment, groot of klein, opgeslagen, zó gedetailleerd, dat mijn geheugen het niet kon evenaren. Een gevoel van verwondering en afgrijzen begon in me te borrelen, terwijl ik in het wilde weg laden opentrok en hun inhoud bekeek. Sommige laden brachten vreugde en zoete herinneringen, andere een gevoel van schaamte en spijt, zo intens, dat ik over mijn schouder wilde kijken of er niemand stond mee te kijken.

Een la met de titel "Vrienden" was naast een la met de naam "Vrienden die ik heb verraden". De titels varieerden van alledaagse dingen tot aan het bizarre. "Boeken die ik heb gelezen", "Leugens die ik heb verteld", "Troost die ik heb gegeven", "Grappen waar ik om heb gelachen". Sommige titels waren bijna overdreven in exactheid: "Dingen die ik naar mijn broers heb geroepen". Andere waren niet om te lachen: "Dingen die ik woede heb gedaan", "Dingen die ik naar mijn ouders heb gemompeld". Ik bleef me verbazen over de inhoud. Vaak waren er meer kaartjes dan ik had verwacht, soms minder dan ik had gehoopt.

Ik was overdonderd door het enorme volume van het leven dat ik tot nu toe had geleefd. Zou het mogelijk zijn dat ik tijdens de dertig jaar van mijn leven tijd had gehad om al deze duizenden of zelfs miljoenen kaartjes te schrijven? Tóch leek het erop dat elk kaartje dit bevestigde! Want elk kaartje was geschreven in mijn eigen handschrift en alles was door mij persoonlijk ondertekend.

Bij het openen van het laatje met "Liedjes waar ik naar luisterde", realiseerde ik me dat de laatjes groter werden, naarmate de inhoud meer ruimte in beslag nam. De kaartjes waren strak samengepakt, en zelfs na twee of drie meter, had ik het einde van het laatje nog niet bereikt. Ik sloot het snel, niet zo zeer beschaamd over de kwaliteit van de muziek, maar meer over de enorme hoeveelheid tijd die ik aan het luisteren besteed had.. Aangekomen bij een laatje waarop stond "Onlustgevoelens", voelde ik een huivering door mijn lichaam gaan. Ik trok het bakje maar een klein stukje uit de kast, niet bereid de omvang van de la te zien, en ik trok er een kaartje uit. Ik rilde door de nauwkeurigheid van de tekst. Ik voelde me ziek worden bij de gedachte dat zo'n moment op deze manier was vastgelegd. Een bijna dierlijke woede borrelde in me op... Eén gedachte domineerde: "Niemand mag ooit deze kamer ontdekken!" In een moment van razernij, trok ik de complete la uit de kast. De afmeting ervan deed er opeens niet meer toe. Ik móest het leeg maken en de kaarten verbranden...!

... Maar toen ik probeerde de kaartjes los te halen uit de la, lukte dit niet. Ik bonkte de la op de vloer, probeerde alles om de kaartjes los te krijgen, maar alles was tevergeefs. In enorme wanhoop moest ik constateren dat de kaartjes zo sterk waren als staal. Verslagen en hopeloos plaatste ik uiteindelijk de lade terug. Met mijn hoofd tegen de kast gedrukt slaakte ik een enorme zucht vol zelfmedelijden.

En dan opeens zag ik het. Een lade waarvan het handvat meer glimmend was dan dat van alle andere, en waarop stond "Momenten dat ik aan Allah dacht". Het handvat zag er nieuwer uit, bijna als ongebruikt. Ik trok aan het handvat en er opende zich een klein laatje van maar een paar centimeter diep. De kaartjes erin waren te tellen op de vingers van één hand.

Daarop volgden de tranen, ik begon te snikken. Het huilen kwam van zo diep dat het me pijn deed in mijn maag en een overweldigend verdriet maakte zich van mij meester. Ik viel op mijn knieën en bleef huilen. Ik huilde uit schaamte, uit de enorme schaamte die ik voelde over alles dat ik even daarvoor had ervaren. De rijen van kaartjes en laatjes dwarrelden voor mijn met tranen gevulde ogen. Niemand mocht ooit weten van het bestaan van deze kamer.....

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 04:41 Reageer op dit bericht Stuur door

Ik kwam terug van een reis

Ik kwam terug van een reis

 

Ik kwam terug van een lange reis en Allah oordeelde dat mijn
zitplaats op het vliegtuig naast een groep zorgeloze jonge mannen
zou zijn, wiens luid gelach en luide stemmen te veel voor mij waren
en de lucht was gevuld met wolken van rook afkomstig van hun
sigaretten. Door de wijsheid van Allah was het vliegtuig compleet
vol en kon ik mijn zitplaats niet veranderen. Ik probeerde van het
probleem te ontsnappen door te gaan slapen, maar dat was onmogelijk.
Toen ik hun herrie helemaal zat was, pakte ik mijn Moeshaf (Koran),
en begon op een zachte toon zoveel mogelijk Koran te lezen. Snel
hierna begonnen de jonge mannen rustiger te worden. Sommige egonnen
een krant te lezen en sommige vielen in slaap.

Plotseling zei één van hen met harde stem, terwijl hij naast me zat:
"Genoeg! Genoeg!" Ik dacht dat ik hem stoorde doordat mijn stem te
hard was, dus ik verontschuldigde me en ging verder met lezen op een
fluistertoon die alleen ik kon horen. Ik zag hem zijn hoofd met zijn
handen vasthouden Hij zat onrustig op zijn zitplaats en bewoog veel.
Toen hief hij zijn hoofd en zei boos tegen mij: "Alstublieft, hou
ermee op, ik kan er niet tegen!!" Hij stond op van zijn zitplaats en
bleef een tijdje weg. Toen kwam hij terug, groette hij mij met de
salaam en verontschuldigde zich. Hij viel stil en ik begreep niet
wat er aan de hand was. Maar na verloop van tijd richtte hij zich
naar mij met zijn ogen gevuld met tranen en zei op een fluistertoon:
"Drie jaar lang of meer heb ik mijn voorhoofd niet op de grond
geplaatst, en ik heb niet eens één aya gelezen! Ik ben nu al een
hele maand bezig met deze reis, en er is niet één slechte daad die
ik niet deed. Toen ik jou de Koran hoorde lezen, werd mijn hele
wereld zwart en mijn hart vulde zich met wanhoop. Ik voelde me alsof
iemand me wurgde. Ik voelde elke ayah die je las op mijn lichaam
neer komen als een zweep. Ik zei tegen mijzelf: ,,Hoe lang zal deze
verwaarlozing nog doorgaan? Waar zal dit pad je naar toe leiden? Wat
zal er gebeuren na al dit dwaze gespeel?” Toen ging ik naar de
toilet, weet je waarom? Ik had een sterke behoefte om te huilen, en
ik kon geen andere plaats vinden om te vluchten van de blikken van
de mensen die hier aanwezig zijn!”

Ik sprak met hem in algemene termen over Tauwbah (berouw) en het
terugkomen tot Allah, daarna viel hij stil. Toen het vliegtuig
geland was, hield hij me aan en het leek alsof hij weg wou blijven
van zijn vrienden. Hij vroeg me, met een serieuze uitdrukking op
zijn gezicht: "Denk je dat Allah mijn berouw zal accepteren?" Ik
zei: "Als je oprecht en serieus in jouw berouw bent, dan zal Allah
al jouw zonden vergeven." Hij zei: "Maar ik heb verschrikkelijke
dingen gedaan, heel verschrikkelijk." Ik zei: "Heb je niet gehoord
dat Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

”Zeg: ,,O mijn dienaren, die buitensporig zijn tegenover zichzelf
(door zonden te begaan), wanhoopt niet aan de Genade van Allah.
Waarlijk, Allah vergeeft alle zonden. Hij is de Vergevensgezinde, de
Meest Barmhartige” (Soerah az-Zoemar: 53)

Ik zag hem glimlachen van blijdschap. Zijn ogen waren gevuld met
tranen, toen zei hij vaarwel en vertrok. SoebhaanAllahil cAdhiem!
Het maakt niet uit hoe groot het kwaad en de zonde is van een
persoon, in zijn hart is een zaad van goedheid aanwezig. Als we het
alleen maar kunnen bereiken en het laten groeien, zal het zijn
vruchten dragen, inshaa’Allah. Dit zaad van goedheid is altijd aan
het vechten in het hart van mensen, ook al is het bedekt met lagen
van grilligheid en verlangens. Wanneer Allah het goede wil voor Zijn
dienaar laat Hij een licht van leiding schijnen in zijn hart en
leidt Hij hem naar het pad van degenen die geleid zijn. Allah zegt
wat als volgt vertaald kan worden:

"En wie Allah wil leiden, Hij stelt zijn borst open (en wijd) voor
de Islam en wie Hij wil doen dwalen, Hij maakt zijn borst (zo) nauw
en beklemd alsof hij moeizaam de hemel (probeert) in te stijgen."
(Soerah al-An'aam: 125)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 07:39 Reageer op dit bericht Stuur door

Hij reciteerde de Koran

Hij reciteerde de Koran

 

Een persoon reed met zijn auto en onderweg kreeg hij autopech. De man stapte uit zijn auto en toen hij zijn reservewiel uit de achterbak wilde pakken, kwam er een auto met hoge snelheid aan en reed de man aan waardoor hij ernstig gewond raakte. Een medewerker van de wegenwacht vertelt: “Ik en een collega van mij droegen hem in onze auto en namen vervolgens contact op met het ziekenhuis. Het was een jongeman in de bloei van zijn leven. Uit zijn uiterlijk viel op te maken dat hij een praktiserende moslim was. Toen wij hem droegen, hoorden wij hem iets neuriën. Maar omdat wij druk bezig waren konden wij niet opmaken wat hij zei… Toen wij hem echter in de auto plaatsten hoorden wij heel duidelijk dat hij met zijn mooie stem de Koran reciteerde. Verheven zij Allah, je zou niet zeggen dat deze persoon gewond was. Hij zat helemaal onder het bloed en alle botten in zijn lichaam waren gebroken. Het werd ons duidelijk dat hij niet lang meer te leven had.

Hij bleef doorgaan met het reciteren van de Koran met zijn mooie stem. Nooit in mijn leven heb ik ooit zo een mooie recitatie gehoord. Ik voelde de rillingen door mijn lichaam heen gaan. Ineens hield hij op met reciteren. Ik draaide mij om en zag hoe hij zijn wijsvinger de hemel in wees en de geloofsgetuigenis uitsprak waarna zijn hoofd inzakte. Ik sprong naar achteren, onderzocht vervolgens zijn hand, zijn hart en zijn ademhaling…. niks… Hij had het leven verlaten.

Ik keek lang naar hem en een traan rolde over mijn wang, maar ik hield dit verborgen voor mijn collega. Ik draaide mij vervolgens naar hem toe en vertelde hem dat de jongeman was gestorven waarna hij begon te huilen. En ik…ik haalde een diepe zucht en de tranen stroomden over mijn wangen. Het was een aangrijpend moment.

Toen wij in het ziekenhuis aankwamen, vertelden wij iedereen die wij tegenkwamen het verhaal van deze jongeman. Velen waren zeer onder de indruk, aangeslagen en moesten huilen. Eén persoon ging zelfs naar de jongeman toe en kuste zijn voorhoofd. Velen van hen wilden weten wanneer het dodengebed voor hem verricht zou worden, zodat zij dit bij konden wonen. Eén van de ziekenhuismedewerkers belde naar de familie van de overledene om hen over dit verlies te informeren. Degene aan de andere lijn was de broer van de overledene. Hij vertelde dat zijn broer iedere maandag zijn oma bezocht in een dorp en dat hij altijd zorgde voor de weduwen, weeskinderen en armen. Alle dorpsbewoners kenden hem… Hij bracht hen altijd Islamitische boeken en cassettebandjes. Zijn auto was altijd volgeladen met rijst en suiker die hij uitdeelde aan de behoeftigen. Hij vergat zelfs niet snoepgoed voor de kinderen. En altijd als er aan hem werd gevraagd hoe hij het uithield om deze lange afstand steeds heen en weer af te leggen, antwoordde hij: “Ik breng de tijd die ik in de auto zit door met het leren en reciteren van de Koran en het beluisteren van Islamitische bandjes en ik hoop dat elke stap die ik in het kader hiervan zet door Allah beloond zal worden.”

De volgende dag liep de moskee vol met mensen die het dodengebed voor hem kwamen verrichten. Ik verrichte samen met vele anderen het dodengebed, waarna wij hem naar zijn begraafplaats droegen. Wij plaatsten hem in de nauwe grond om zijn eerste dag van het Hiernamaals tegemoet te gaan. Aan de andere kant was het voor mij alsof ik de eerste dag van mijn leven tegemoet ging…”  

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:57 Reageer op dit bericht Stuur door

Het verhaal van Amina

Het verhaal van Amina

 

Het is nu alweer bijna 5 jaar geleden dat ik mij heb bekeerd tot de islam, hamdoelilah.
Het was echt een van de mooiste tijden van mijn leven.

Het is eigelijk heel gek begonnen.
Ik kwam uit een erg vrij gezin. Leve de lol was wel mijn levensmotto.
Mijn vader is alcoholist en blowt alsof het sigaretten zijn. Dit alles was voor mij dus niet meer dan normaal.
Een voor mij logisch gevolg was dat ik op mijn 13e al rookte en op mijn 15e begon met blowen en drinken.
Vriendjes? Dat hoorde erbij,je moest je eigelijk schamen als je op je 15e nog geen vriendje had!!

In die tijd had ik veel islamitische vriendinnen en niet te vergeten vriendjes.
Door hen kwam mijn eerste contact met de islaam. Al was het toen voornamelijk het door hun overtreden van de regels wat ik zag.
Hun geloof intrigeerde mij enorm omdat ze zich altijd bewust waren van de dingen die ze eigelijk fout deden en wel streefden naar het goede.
Ik had al wat relaties achter de rug en toen kwam ik Mohamed tegen. Ik kende hem al maar was opeens helemaal verliefd, bijna te verliefd.Ik zou alles voor hem gedaan hebben (bijna alles er zijn natuurlijk grenzen.Zelfs voor een niet moslim).
Het werd een relatie van bijna 3 jaar met wat ups maar vooral veel downs.Ik besef nu pas dat al onze ruzies voortkwamen uit onbegrip voor elkaars cultuur.Ik was nog zo jong eigelijk.En op zoek naar mezelf.
Mijn normen en waarden strookte niet met die van hem en in plaats van erover te praten voelde hij de behoefte mij wat hardhandiger aan te pakken.Ik zat geregeld onder de blauwe plekken en mijn vriendinnen vreesden af en toe voor mijn leven.O mijn arme moeder.
Na drie jaar had ik er genoeg van. Eindelijk had ik er echt genoeg van!!
Ik heb mij toen een jaar helemaal teruggetrokken uit het uitgaans leven.Ik wilde rust. Ik wilde mijzelf leren kennen. Ik ben mij toen gaan verdiepen in de islaam. Ben alle boeken gaan lezen die er maar bestonden en voelde een enorme drang om de stap als moslim te zetten. Ondanks die drang duurde het nog even.

Op een dag zat ik met een vriendin in mijn huis toen plots haar nicht gesluierd binnen kwam (dit was nogal een los typje dus de schock was groot).Toen knapte er iets in mij.Waar ben ik nu mee bezig. Ik was niet gelukkig dus waar wachtte ik nog op.
Halfnaakt was ik s ochtends de deur uit gegaan en gesluierd kwam ik binnen. Wederom o mijn arme moeder, die schrok zich in eerste instantie wezenloos. Desondanks werd ik geaccepteerd. Ik werd er alleen maar beter op. Vanaf die dag ben ik gestopt met roken,blowen en drinken zonder enkel probleem.
De vader van een vriendin van mij heeft me leren bidden en soeras geleerd in het Arabisch. Heerlijk voelde ik me. Om die verveelde periode als niet moslim achter mij te laten wilde ik perse mijn naam veranderen en dit ook officieel. De vader van mijn vriendin vond Amina een mooie naam en zo heb ik mij ook genoemd.

Na ongeveer 6 maanden moslim te zijn voelde ik de behoefte om in contact te komen met Mohammed. Het was niet afgesloten naar mijn gevoel. Ik wilde hem (hoe gek dat ook mag klinken) laten weten dat ik nooit een slecht meisje was geweest. En hoe goed ik nu wel niet was.
Na heel vaak aan de telefoon te hebben gezeten hebben wij elkaar een aantal keren gezien. Het gevoel van liefde was weer terug en halal probeerde wij onze relatie vorm te geven. Erg moeilijk!! Hij was nog erg in het uitgaans leven en ondanks dat hij me niet meer geslagen heeft rolde wij gauw weer in ons oude patroon. Ik wilde het liefst zo snel mogelijk trouwen, maar hij was nog druk op zoek naar een verloren koffer met miljoenen euro s erin. (een droom die volgens mij veel Marokkaanse jongens hebben)
Ik wilde best op hem wachten maar verdiende ook respect.
Na een aantal maanden kregen we een keer ruzie waarna hij mij uitschold. Toen bedacht ik me dat onze relatie ook nu niet gezond was. Ik wilde dit niet en verdiende beter.

Ik heb, toen ik net moslim was, een aantal keer gezegd dat ik met een imaam wilde trouwen en subhanallah. De dag dat ik besloot dat ik toch echt niet met Mohammed kon trouwen (hoe graag ik het ook wilde) vertelde een vriendin mij dat de neef van haar man een imaam!! wilde trouwen.
Ik voelde gewoon dat ik deze man moest ontmoeten en dat heb ik gedaan. Hij was illegaal en sprak nauwelijks Nederlands. Het voelde zo goed dat ik na een week besloot om met deze man te trouwen.
En nu 5 jaar later ben ik nog steeds super gelukkig getrouwd en heb ik twee prachtige kinderen.

Mohammed zal ik nooit vergeten, maar ik heb absoluut de juiste beslissing gemaakt.
Voor jullie zusters. Kijk niet naar materiele zaken, maar volg je hart.
Terwijl jij denkt dat je de ware hebt gevonden heeft Allah hele andere plannen met jou.

Dit was mijn verhaal insjallah doet het wat met jullie!!

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:52 Reageer op dit bericht Stuur door

Je vriendinnen zullen je niet redden

Je vriendinnen zullen je niet redden

 

Ik ben een meisje van 16 jaar alhamdoelilah en ik zou graag aan jullie mijn verhaal willen meedelen incha'allah. Gewoon vanwege het feit dat vele zusters in dezelfde positie hebben gezeten en zullen zitten. Hidjaab opdoen was een van de moeilijkste beslissingen die ik ooit in mijn leven had moeten nemen.

Ik had als persoon zelf helemaal niks tegen een hoofddoek. Ik had altijd algedacht dat een hoofddoek verplicht(een Hidjaab is verplicht!!) was en dat dat de enige reden was om een hoofddoek op te doen. Verder wist ik er niet zoveel van. Op een bepaalde moment ging ik meer dingen lezen over de islaamen over de hidjaab. Ik had zoveel vragen, waarom?? Op welke leeftijd?? etc etc.. ik vond alle antwoorden op mijn vragen, maar dat zorgde er niet voor dat ik mijn hidjaab ging opdoen. Want er waren andere dingen die er ook meespeelden zoals mijn vriendinnen, school etc etc..astagfirullah, ik besloot om hem niet te gaan dragen op dat moment..astagfirullah maar elke keer als ik naar buiten ging, voelde ik me zo schuldig. Het gevoel dat ik kreeg kan ik niet beschrijven. Elke dag als ik thuis kwam en in mijn bed ging liggen en nadacht over wat ik allemaal had gedaan, kon ik niets bedenken wat er echt uitstak. Ik had mijn tijd verspild. Ik wilde mijn hoofddoek zo graag opdoen, maar het lukte niet. Elke ochtend ging ik voor de spiegel staan net voordat ik naar school moest en dan wou ik mijn Hidjaab opdoen.. maar het enige wat ik kon is huilen, omdat ik de kracht niet had. Ik ging een tijdje naar school zonder hidjaab, ik voelde me niet meer mezelf alsof ik iets miste in mijn leven. Ik miste ook inderdaad iets, ik wist niet precies wat, want het ging niet alleen maar om een doek. Het ging om meer dan dat, om Allah ta3ala! Vroeger dacht ik er niet zoveel aan astaghfirullah, totdat de maand ramadan in zicht was subhanallah; die maand heeft mij echt veranderd. Alle lof en dank zij aan Allah ta3ala.

Ik ging me steeds meer verdiepen in dingen, in de salaat, hidjaab, het leven van de profeet(s) etc etc.. De maand Ramadan naderde en ik besloot om te gaan leren bidden, ik had het meerdere malen geprobeerd maar tevergeefs niet volgehouden. Ik gaf het elke keer op astaghfirullah. Toen de maand was begonnen had ik net geleerd hoe je moest bidden.. Alleen ik miste wat dingen aan mijn gebed, de houdingen waar ik in zat, mijn zuivere intentie. Dus ik probeerde daar aan te werken. Tot de dag van vandaag verbeter ik nog steeds elke dag mijn gebed; dat probeer ik tenminste. Alhamdoelilah. Maar toen de maand Ramadan was afgelopen en wij het vasten hadden verbroken wou ik mijn hidjaab dragen, maar alweer had ik hem niet opgedaan. Hoewel ik niet zo vaak negatieve reacties van buitenaf kreeg; maar toch de negatieve reacties die ik kreeg die onthield ik en de positieve die vergat ik. Ik deed alles omgekeerd; i.p.v dat ik Allah ta3ala ging tevredenstellen, ging ik een aantal mensen om me heen tevredenstellen, terwijl ik Allah's woorden moest onthouden, onthield ik die van de mensen om mij heen. Op een gegeven moment had ik een keer na mijn gebed een doe3a? gedaan. Ik vroeg om Allah's hulp, kracht en leiding. Subbhanallah de volgende ochtend werd ik wakker en ik besloot mijn hidjaab op te doen zonder twijfel. Ik deed hem op en ging naar school. Op dat moment voelde ik me het gelukkigste meisje op de wereld totdat ik op school aankwam. Niemand van mij vriendinnen waren er totdat ze één voor één arriveerden. Toen ze mij zagen schrokken ze echt (want dit hadden ze van mij nooit verwacht)ik kreeg veel positieve reacties, zelfs zo positief dat ik moest huilen omdat ik dat totaal niet had verwacht. Ik zag dat sommige mensen me best raar aankeken, maar het deed me niets. Toen ik naar de lessen ging kreeg natuurlijk van Nederlandse leerlingen wat sarcastische opmerkingen maar die deden mij niets. Ik voelde me heel gelukkig ( gelukkig is nog niets eens het juiste woord). Dit is wat ik jullie wilde vertellen vanwege het feit dat andere zuster dit ook meemaken. Ik heb spijt dat ik het niet eerder had opgedaan. Stel je voor ik was een week daarvoor overleden en dan wat?? Al-hamdoelilah

Heb ik hem wel opgedaan alle lof en dank zij aan Allah ta3ala. Ik hoop datdoor mijn verhaal meer zusters hun hidjaab gaan opdoen. Want een hidjaab is zeer belangrijk in het leven van een vrouw. Het is niet zomaar een doek. Het is een bescherming voor jou tegen het kwaad. Het zal jullie goed doen!!!!!
Je vriendinnen zullen jou niet redden van de hel, jouw school, jouw diploma

zorgt er niet voor dat je 1,2,3 het paradijs betreedt. Fouten maken is menselijk, maar Allah ta3ala vergeten is wel een hele grote fout die ik heb gemaakt en die wel velen maken. Ik hoop dat Allah ta3ala jullie de kracht, leiding en hulp geeft die jullie nodig hebben. Amien. Ik hou van jullie omwille van Allah soebhannahoe wa ta3ala. Vergeet je dien niet waar je ook bent en in welke positie je ook bent en dit geld net zo goed voor mij als voor jullie..!!!

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:24 Reageer op dit bericht Stuur door

Het licht van de leiding

Het licht van de leiding

 

Ik kwam terug van een lange reis, en Allah oordeelde dat mijn zitplaats op het vliegtuig naast een groep zorgeloze jonge mannen zou zijn, wiens luid gelach en luide stemmen te veel voor mij waren, en de lucht was gevuld met wolken van rook afkomstig van hun sigaretten. Door de wijsheid van Allah was het vliegtuig compleet vol en kon ik mijn zitplaats niet veranderen.

Ik probeerde van het probleem te ontsnappen door te gaan slapen, maar dat was onmogelijk… Toen ik hun herrie helemaal zat was, pakte ik mijn Moes-h’af (Qor’aan), en begon op een zachte toon zoveel mogelijk Qor’aan te lezen. Snel hierna begonnen de jonge mannen rustiger te worden. Sommige begonnen een krant te lezen en sommige vielen in slaap.

Plotseling zei een van hen met een harde stem, terwijl hij naast me zat, “Genoeg! Genoeg!”

Ik dacht dat ik hem stoorde doordat mijn stem te hard was, dus ik verontschuldigde me en ging verder met lezen op een fluistertoon die alleen ik kon horen. Ik zag hem zijn hoofd met zijn handen vasthouden, toen onrustig op zijn zitplaats zitten en veel bewegen. Toen hief hij zijn hoofd en zei boos tegen mij, “Alstublieft, hou ermee op, ik kan er niet tegen!!”

Toen stond hij op van zijn zitplaats en bleef een tijdje weg, toen kwam hij terug, groette mij met de Salaam en verontschuldigde zich. Hij viel stil, en ik begreep niet wat er aan de hand was. Maar na verloop van tijd richtte hij zich naar mij met zijn ogen gevuld met tranen en zei op een fluistertoon, “Drie jaar lang of meer heb ik mijn voorhoofd niet op de grond geplaatst, en ik heb niet eens één aya gelezen!

Ik ben nu al een hele maand bezig met deze reis, en er is niet één slechte daad die ik niet deed. Toen ik jou Qor’aan zag lezen, werd mijn hele wereld zwart en mijn hart vulde zich met wanhoop. Ik voelde me alsof iemand me wurgde… Ik voelde elke aya, die je las, op mijn lichaam neer komen als een zweep.

Ik zei tegen mijzelf, hoe lang zal deze verwaarlozing nog doorgaan? Waar zal dit pad je naar toe leiden? Wat zal er gebeuren na al dit dwaze gespeel? Toen ging ik naar de toilet, weet je waarom?

Ik had een sterke behoefte om te huilen, en ik kon geen andere plaats vinden om te vluchten van de blikken van de mensen, die hier aanwezig zijn!

Ik sprak met hem in algemene termen over tawbah (berouw) en terug te komen tot Allah, daarna viel hij stil.

Toen het vliegtuig geland was, hield hij me aan, en het leek alsof hij weg wou blijven van zijn vrienden. Hij vroeg me, met een serieuze uitdrukking op zijn gezicht, “Denk je dat Allah mijn berouw zal accepteren?” Ik zei, “Als je oprecht en serieus in jou berouw bent, dan zal Allah je vergeven voor al jou zonden.”

Hij zei, “Maar ik heb verschrikkelijke dingen gedaan, heel verschrikkelijk.”

Ik zei, “Heb je niet gehoord dat Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

‘Zeg: O mijn dienaren wie tegen zichzelf zondig is geweest (door slecht daden en zonden te begaan)! Wanhoop niet over de barmhartigheid van Allah, waarlijk, Allah vergeeft alle zonden. Hij is de Vergevensgezinde, Meest Barmhartige’ (Az-Zoemar 39:53)”

Ik zag hem glimlachen van pret, met zijn ogen gevuld met tranen, toen zei hij vaarwel en vertrok. Soebh'aan Allaah Al-‘dheem !

Het maakt niet uit hoe groot het kwaad en zonde is van een persoon, in zijn hart is een zaad van goedheid aanwezig. Als we het alleen maar kunnen bereiken en het laten groeien, zal het zijn vruchten dragen, in sha Allah.

Dit zaad van goedheid is altijd aan het vechten in het hart van mensen, ook al is het bedekt met lagen van grilligheid en verlangens. Wanneer Allah het goede wil voor Zijn dienaar, Hij laat een licht van leiding schijnen in zijn hart en leidt hem naar het pad van diegene die geleid zijn. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En als God iemand op het goede pad wenst te brengen, dan stelt Hij diens hart open voor de Islaam en als Hij iemand tot dwaling wil brengen dan maakt Hij diens borst zo nauw en beklemd dat het is alsof hij moeizaam naar de hemel opklimt” (Al-An’aam 6:125).

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 08:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De gave van gehoorzaamheid

De gave van gehoorzaamheid


Twee jongens gingen eens op weg om een leraar te zoeken. Zij reisden vele dagen en nachten. Een van hen was de zoon van een bedelaar. Hij heette Mahmud en wilde alles over zijn geloof leren. Hij was erg enthousiast om een Sjaikh te vinden die hem les zou geven. De ander was de zoon van een rijke zakenman. Zijn naam was Hakiem en zijn verlangen om te leren was niet van hemzelf, maar van zijn vader. Deze wilde dat hij een geleerde zou worden en had al zijn hele loopbaan voor hem uitgestippeld.

Op de twintigste dag van hun reis stonden ze voor de eenvoudige woning van de Sjaikh Ahmad. Hakiem klopte ongeduldig op de deur. Toen de Sjaikh de deur opende, kuste Mahmud met respect zijn hand, en zei: “O meester, we willen uw leerlingen worden. Aanvaard ons alstublieft.” De Sjaikh bekeek hen van top tot teen en zei: “Voor jullie mijn huis binnen mogen komen, moeten jullie die berg beklimmen en mij het ei van een arend brengen.”

De jongens gingen op weg en zochten naar het nest van de arend. Maar toen zij de voet van de berg bereikten, zei Hakiem: “ Ik weiger deze berg te beklimmen voor één ei. Ik wacht hier wel op je tot je terugkomt.” Mahmud keek naar zijn vriend en zei: “Wees gehoorzaam Hakiem, dan kunnen we allebei leerlingen worden van deze wijze Sjaikh.” Maar Hakiem ging tegen een boomstam zitten en deed alsof hij meteen in slaap viel.

Mahmud klom en klom en op zijn tocht kwam hij zelfs wilde dieren tegen en kreeg steeds meer honger. Hij hield echter vol totdat hij werkelijk het nest van een arend zag. Er lag één ei in. Hij nam het onmiddellijk en begon aan de lange afdaling, terug naar het huis van de Sjaikh.

Toen hij uiteindelijk de boom bereikte waar Hakiem tegen zat te slapen, rende hij naar hem toe en riep: “Kijk, Hakiem, ik heb inderdaad een arendsei gevonden.” Hakiem vroeg of hij het even mocht zien en Mahmud gaf het aan hem. “Mahmud”, zei Hakiem, “Je zult wel erg moe zijn van die klim. Waarom ga je niet even wat rusten onder die boom?”

Daar had Mahmud eigenlijk wel zin in. “Heel even dan”, zei hij en toen hij zich uitstrekte werd hij overmand door de vermoeienissen van de klim en viel in een diepe slaap.

Hakiem grijnsde en liet hem daar achter, waarna hij het ei naar de wijze Sjaikh bracht. Deze liet hem binnen en terwijl Hakiem het ei voor zich uit hield, liep hij naar de Sjaikh toe. Hij zei: “Ik heb gedaan wat u van ons vroeg, vertel me nu alstublieft de geheimen van alle dingen zodat mijn vader tevreden over mij kan

zijn.”

De Sjaikh vroeg zachtjes: “Hoeveel eieren waren er in de nest?” Hakiem werd nerveus, want hij had deze vraag niet verwacht. Hij loog snel dat er twee eieren hadden gelegen. Toen zei de Sjaikh tegen hem: “Dit is niet het ei dat ik wil hebben. Breng het terug naar het nest en breng me het andere ei.” Hakiem werd kwaad en riep: “Ik ga die berg nooit van mijn leven voor jou beklimmen, oude man.” En hij gooide het ei op de grond.

Op dat moment kwam Mahmud helemaal overstuur aan de deur. “Meester, ik heb gefaald mijn taak te volbrengen”, zei hij. Maar de Sjaikh antwoordde: “Nee, je hebt het heel goed gedaan, want de schrammen op je benen en de scheuren in je kleren zijn voldoende bewijs dat jij je taak hebt volbracht. Mahmud werd door de Sjaikh naar zijn madrassa (school) gebracht, waar hij hem voorstelde aan de andere leerlingen.


Godbewustzijn

Al gauw bleek hij de oogappel van de Sjaikh te worden. De andere leerlingen waren een beetje jaloers op hem. Maar omdat ze geleerd hadden dat afgunst een slechte eigenschap is, vroegen ze openlijk aan de Sjaikh waarom hij meer van Mahmud hield dan van zijn andere leerlingen. “Ik zal het jullie laten zien waarom”, zei hij. De volgende morgen gaf hij al zijn leerlingen een kip en een scherp mesje. “Ieder van jullie moet zijn kip slachten op een plaats waar hij door niemand gezien kan worden”, zei hij, en alle leerlingen vertrokken met hun kip.

Mahmud liep en liep, maar hij vond geen enkele geschikte plaats. Alle leerlingen waren al terug bij de Sjaikh en hadden hun geslachte kippen op de binnen plaats gelegd. Uiteindelijk kwam Mahmud aanlopen. Treurig hield hij zijn kip, die nog springlevend was, onder zijn arm en liep langzaam naar de Sjaikh. “Waar kom jij vandaan, Mahmud”, zei de Sjaikh, “iedereen heeft zijn kip al geslacht en jij loopt nog te treuzelen?”

“Ik ben overal geweest”, verzuchtte Mahmud, “maar ik kan géén plek vinden waar Allah Soebhanahoe wa Ta’aala mij niet kan zien…”

“Begrijpen jullie nu waarom ik van Mahmud hou?”, vroeg de Sjaikh.


Beheers je tong

Mahmud was nu al jaren leerling van zijn Sjaikh, toen hij de Sjaikh hoorde vertellen over het misbruik van worden. Hij zei: “De zwaarste last die we van de ene naar de andere plaats kunnen dragen bestaat uit worden. Als we iets horen en we vertellen het door aan iemand anders, is dat een zware last. Waarom praten wij graag over anderen? Misschien denken wij dat het ons macht geeft iets te weten over iemand anders. Maar het is vals gevoel.

Waarom zeggen we met dezelfde tong waarmee we Allah Subhana wa ta’Ala herdenken, “ik haat je”, tegen iemand? Is dat niet het domste wat we kunnen doen?”


Zoet en bitter

Toen de oudste dochter van de Sjaikh de huwbare leeftijd had bereikt waren er veel huwelijkskandidaten. De Sjaikh besloot hen op de proef te stellen. Hij vroeg hen: “Ik wil dat jullie mij het zoetste brengen dat er op deze wereld bestaat.” Iedereen kwam met iets zoets.

De een bracht honing, de ander zoet geurende bloemen of gebak. Al het zoete dat verkrijgbaar was, werd voor de Sjaikh neergezet. Natuurlijk had Mahmud weer iets bijzonders. Hij kwam met een tong binnen die hij bij een slagerij had gekocht.

“Wat is dat?”, vroeg de Sjaikh, “Is dit een grap, wat bedoel je hier mee?” Mahmud zei: “O Sjaikh de tong is het zoetste ding ter wereld. De woorden die van een tong komen kunnen een gebroken hart heel maken en een zieke kunnen ze genezen. Zij kunnen een ongelukkig mens blij maken en de waarde van het leven weer doen inzien. Werkelijk de tong is het zoetste dat bestaat.” De Sjaikh knikte en zei: “Deze ronde heb jij gewonnen.”

Hij richtte zich tot het hele gezelschap en zei: “Ik wil dat jullie mij morgen het bitterste ter wereld brengen.”

De volgende morgen werd de kamer van de Sjaikh vol gezet met bittere dingen.

Bittere groenten, kruiden, planten, uien, zaden, etc. Uiteindelijk kwam Mahmud binnen met een doos. Toen hij die openmaakte haalde hij er dezelfde tong van de vorige dag uit.

Verbaasd vroeg de Sjaikh: “Hoe kan het ding dat je gisteren het zoetste van de wereld hebt genoemd vandaag het bitterste zijn?” Nederig sprak Mahmud: “Mijn Sjaikh, als de tong bittere woorden spreekt kan het een gelukkig persoon verdrietig maken. Het kan een hart breken en giftig zijn als van een slang.”

Aarzelend sprak de Sjaikh: “Ik krijg de indruk dat je de tweede ronde ook hebt gewonnen. Kom jij maar met mij eens mee naar binnen.”

Toen zij binnen waren, vroeg de Sjaikh hem koffie te maken. Nadat Mahmud koffie, suiker en water in een koffiekannetje had gedaan, begon het water te koken boven het houtskoolvuurtje. “Nu ga ik je de derde vraag stellen”, zei de Sjaikh, “Wat heeft dit water te vertellen?” Voor het eerst zweeg Mahmud en stond perplex.

“Denk goed na en kom mij morgen het antwoord brengen”, zei de Sjaikh. Peinzend verliet Mahmud zijn Sjaikh.


Wat mij brandt is van mij…

Hier komt de romantiek om de hoek kijken, want het bleek dat de dochter van de Sjaikh al enige tijd een oogje op deze arme maar intelligente leerling van haar vader had.

Tijdens deze test bevond zij zich in de kamer ernaast en had het gesprek gevolgd.

“Vader”, zei ze poeslief, toen ze voor hem een kopje koffie maakte, “Wat een interessant geluid maakt dat borrelende water toch, wat zou dat kunnen betekenen?”

Hij bekeek haar een paar seconden met opgetrokken wenkbrauwen en zei toen: “Goed, ik zal het je vertellen. Het water vertelt, “Ik was een druppel in een wolk, daarna viel ik op de aarde. In de aarde kwam ik bij een zaadje. Dat zaadje werd een plantje en dat groeide uit tot een boom. Een houthakker hakte de boom om en maakte er brandhout van.

Toen werd dat brandhout hier in dit houtskoolkomfoortje gedaan, het werd aangestoken en doet nu het water koken. En dat water zegt: “Dat wat mij verhit is van mij.”

“Wat een prachtige verhaal”, zei de dochter en trok zich terug in haar eigen kamer waar ze alles opschreef en via een dienstmeisje naar Mahmud stuurde.

De volgende morgen vond weer het koffieceremonieel plaats. Terwijl Mahmud het steelpannetje langzaam heen en weer bewoog boven de vlam, vroeg de Sjaikh: “En, Mahmud, kan je me nu vertellen wat het water vertelt?”

Mahmud deed alsof hij in diepzinnige gedachten verzonken was en vertelde toen langzaam het verhaal van de brief die hij ontvangen had.

“Dus”, zei hij: “Het water zegt, dat wat mij brandt is van mij.” Het gezicht van de Sjaikh had een lichte blos gekregen. “Ja”, zei hij, “en dat wát mij brandt is van mij.”

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 08:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Islamitische verhalen

↑ Terug naar de berichten