Naar de inhoud

Islamitische verhalen

Moge Allah ‘azza wa djal onze kennis doen vermeerderen, Ameen. Moge Allah ons leiden naar de waarheid en ons weerhouden van het slechte, Ameen. Moge Allah ons sieren met de schoonheid van Imaan & Taqwa, Ameen.
akke.beakke.be

Archief

Het was maar een droom, maar het veranderde wel zijn leven!


Het was maar een droom, maar het veranderde wel zijn leven!


Bissmillahi rahmani rahiem

Al vanaf mijn jeugd kreeg ik het benauwd in krappe ruimtes en ik verliet
schreeuwend zulke plaatsen. Op latere leeftijd kwam ik erachter dat dit een
ziekte was, maar ik kwam er jammer genoeg niet van af. Helaas moest ik of ik
het nu wilde of niet eindelijk in zo'n krappe ruimte komen.........
Ze hadden mij helemaal ingepakt met doeken en me geplaatst in een lange
doodskist. De stemmen van de mensen om me heen kon ik heel goed horen en
ondanks het feit dat mijn ogen gesloten waren kon ik ze op de een of andere
manier zien.
Hij is gestorven op jonge leeftijd, zeiden ze. Terwijl hij nog zoveel wilde doen. Ik wilde inderdaad nog heel veel doen. Ik had bijvoorbeeld nog geen eigen zaak voor mijn zoon kunnen beginnen, het geld van de t.v. en de auto had ik nog niet afbetaald.Een groot bedrijf beginnen en al mijn vrienden uitnodigen was nu slechts een droom. Bovendien had ik nog geen kolen en hout kunnen kopen voor de naderende winter en ik had de lekkende plaatsen op de zolder nog niet kunnen repareren. Toen ik bezig was met het op een rijtje zetten van alles wat ik niet had afgekregen schrok ik van een luidruchtige stem. Alsof deze door een microfoon kwam weergalmde het in mijn hoofd. Het is voorbij, zei de stem.
Was het maar nog niet voorbij, dacht ik bij mezelf. Hoe heeft zo'n ongeluk
mij kunnen treffen? Terwijl ik zo goed auto kon rijden. Ik probeerde te
herinneren wat er was gebeurd; mijn vrienden waren om me heen en
probeerde de deksel van mijn doodskist te sluiten. Om ze te stoppen wilde ik
zo hard mogelijk schreeuwen maar ik kon me niet bewegen nog iets
fluisteren. Een poosje later bevond ik me in het donker en keek naar een
lichtstraal, die door de planken van de kist scheen. Paniekerig zei ik: Mijn god,
wat zal er nu van mij terecht komen? Ik kon niet nadenken uit angst.
Ondertussen bevond ik me op de schouders van mijn vrienden en al schommelend werd ik voort gedragen. Door de geluiden die van buitenaf kwamen kon ik opmaken dat het regende. Het geluid van de druppels verenigde zich met het gekraak van mijn doodskist. We gingen hoogstwaarschijnlijk maar de moskee voor het Djanazagebed. Moskee , dat deed me aan iets denken, Hoewel het dichtbij huis was en ik vijf maal per dag werd uitgenodigd voor het gebed, maar steeds had ik geen tijd kunnen vinden om er heen te gaan. Zoals ik altijd al had gezegd zou ik na mijn vijftigste beginnen met bidden en al mijn slechte eigenschappen waar iedereen zich over ergerde verlaten. Inderdaad, als dit ongeluk niet was gebeurd zou ik in de toekomst een perfecte moslim zijn geweest.
De stem die ik voor de tweede keer hoorde (maar niet wist waar hij
vandaan kwam) zei weer: Het is voorbij. Alles is afgelopen. Iets later werd
mijn gebed gebeden en ik werd weer op schouders gedragen. We kwamen
langs het caf? waar we voorheen met vrienden dagelijks kaartten en ik hoorde
ze vrolijk lachen en dacht: Waarschijnlijk hebben ze niet gehoord dat
ik gestorven ben. Toen de stemmen bijna niet meer te horen waren,
voelde ik dat ik op een schuine manier gedragen werd. Zo wist ik dat we de
helling af gingen naar de begraafplaats. De druppels van de regen, die met
bakken uit de hemel vielen druipten door de gaten van mijn doodskist en
maakten de doek waarmee ik bedekt was nat.
Ondanks dit luisterde ik naar de stemmen die van buiten kwamen.
Sommige vrienden hadden het over de effectenbeurs die gedaald was en
anderen verheerlijkten de laatst gespeelde wedstrijd van het nationale
voetbalelftal. Een van de personen die mijn kist droeg, fluisterde in het
oor van degene naast hem: Net iets voor hem om op zo'n ongelukkige dag te
sterven, we zijn kletsnat geworden. Het was toch niet waar wat ik hoorde.
Het waren toch mijn vrienden! Mijn reis was na een tijdje afgelopen en mijn
doodskist werd op de grond gelegd. Een paar armen pakten mijn lichaam beet
en legden mij in een kuil. Liggend bekeek ik mijn omgeving. Oh, mijn god,
was dit niet het graf? Waarom had ik er nooit eerder bij stil gestaan dat
ik hier ooit terecht zou komen. Mijn stille hulpkreten kon ik niemand laten horen en ik voelde dat mijn vrienden zich haastten met het bedekken van mijn graf. Weer bevond ik me in het donker en ik begon hulpeloos te bidden. Mijn god, krijg ik echt geen kans meer om te worden zoals u wilt en om mijn graf te veranderen in een hemelse tuin.
Weer herhaalde dezelfde stem, nog luider dan eerst: Het is voorbij,
alles is afgelopen. Met een laatste poging kwam ik van mijn plaats en deed
mijn ogen open. Ik lag in mijn heerlijke warme bed. Ik had dus een vreselijke
nachtmerrie gehad. De dokter die een deur verder woonde probeerde
mij wakker te schudden. Het is voorbij, schreeuwde hij steeds. Kijk maar het
is voorbij. Je hebt niets meer. Ik probeerde langzaam rechtop te zitten. Ik was nat van het zweten en het leek alsof ik twintig kilo was
afgevallen.
Het regende buiten pijpenstelen, de bliksem en onweer schudden als
het ware het hele huis. Ik probeerde tot mezelf te komen terwijl verbaasde
blikken me aankeken en zei: Mijn god, ik ben u dankbaar tot in het diepste van mijn hart. Wat als u me nu geen nieuwe kans had gegeven om een goed mens te worden........?

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:34 Reageer op dit bericht Stuur door

De oude man en de Engelen.

De oude man en de Engelen.


Het was tijdens een koude Ramadannacht dat Amar na een hevige woordenwisseling met zijn vader, zijn ouderlijk huis verliet om behalve een brief nooit meer van zich te laten horen. Vannacht, één nacht na 'Lailaat oulqadr' precies twee jaar geleden...

Wanneer de oude man de moskee betreedt ziet hij om zich heen mannen die met hun kinderen zijn meegekomen. Vaders en hun zonen. De Ramadan is bijna afgelopen dus de gebedsruimte is niet zo vol meer als aan het begin van de vastenmaand. De oude man heeft dit ook gemerkt tijdens het ochtendgebed. De laatste ochtenden nam het aantal mensen dat komt bidden snel af. De afgelopen dagen heeft hij zelfs alleen gebeden. Hij heeft zich voorgenomen alleen de komende ochtenden lfjar in de moskee te bidden. Na het suikerfeest zal hij God voortaan thuis dienen. Zoals voorheen. Afgezonderd neemt hij plaats en ziet in zijn herinnering zijn eigen zoon naar binnen lopen om naast hem te komen zitten. Zijn weggelopen zoon Amar. Ooit het toonbeeld voor zijn Marokkaanse leeftijdsgenoten. Al zijn vrienden keken tegen hem op. Atheneum met uitstekende punten, artistiek, veelbelovend op vele vlakken en bescheiden maar vol overgave in het belijden van de Islam. Een lieve zachtaardige jongen die iedereen zou wensen als zoon. Tot hij in aanraking kwam met de verkeerde jongens... Gezwind ging hij over van sigaret naar joint richting fles. Levend in de illusie om op die manier zijn doelloosheid te lenigen. Elke week raakte hij wel in aanvaring met de politie. De eens geprezen jongen in verval geraakt en zich nagenoeg elke dag afzettend tegen God en ouders.
Weemoedig vervloekt de oude man de duivel, staat op en bidt twee rak3aat. De imam is nog niet binnen. Na de tarawie7 wil hij snel naar huis. Hij praat na het bidden niet meer met de andere mannen buiten de moskee. Het leven is anders dan vroeger. Hij voelt dat men het hem kwalijk neemt dat zijn zoon weg is. De oude man voelt dat hij met andere ogen wordt aangekeken. En niets is erger voor een mens dan van je medemens het gevoel te krijgen dat je minder bent. De regen zorgt ervoor dat hij haastig loopt. Bij binnenkomst kust zijn vrouw hem op zijn voorhoofd. 'Wil je thee maken, het water kookt,' vraagt ze hem waarop hij bevestigend antwoordt. Na de thee reciteert hij samen met zijn zoontje Lahcen soeraats uit de Koran.

Enige uren later wordt hij wakker op bed. Hij merkt dat zijn vrouw niet naast hem ligt. De slaapkamerdeur staat op een kier en hij hoort haar stem stilletjes wenen vanuit de woonkamer. Sinds haar Amar weg is staat ze 's nachts vaak op, om in haar eentje de leegte in haar hart te laten spreken. Langzaam gaat hij de trap af en in de hal vallen ze elkaar in de armen. 'Waarom? Waarom moet ik zo lijden? Mijn God, waaraan heb ik dit verdiend? Waar is mijn Amar, ik wil mijn Amar...' De oude man probeert haar te troosten zoals hij de afgelopen twee jaar vrijwel elke nacht heeft gedaan. 'Het is de wil van God, en in Hem geloven wij,' zegt hij drie maal waarna ze weer trachten te slapen.

De laatste dag van de Ramadan is aangebroken. De vrouw van de oude man en zijn dochter Fatima staan de gehele dag in de keuken verschillende soorten koekjes te bakken voor morgen. Heel het huis ruikt naar rozenwater en gebakken koekjes. Die avond, tijdens de laatste tarawie7 voelt de oude man dat een gevoel van besluiteloosheid hem bespeelt. Hij voelt zich ondanks zijn leeftijd vrij goed als hij in de vroege ochtenduren de kou en wind trotseert om naar de moskee te komen. Toch weet hij dat de aanbrekende ochtend zijn laatste zal zijn waarin hij lfjar in de moskee zal bidden... Hij bedenkt dat als slechts een enkeling ook de moeite zou nemen om in de ochtend in het huis van God te verschijnen, hij zou blijven komen.
'Asalaam a3laykoum, asalaam a3laykoum,' hoort hij de imam de gebedsgroet ter afsluiting van het gebed luid uitspreken waarna de menigte in de moskee zijn woorden eensgezind herhaalt.

Die nacht voor het suikerfeest slapen de oude man en zijn vrouw sinds lange tijd weer goed. Zijn vrouw blijft dit maal de hele nacht op bed. Als hij wakker wordt om zich op te maken voor het ochtendgebed merkt hij dat al het licht in het huis aan staat. Vol verbazing loopt hij door het huis en vraagt zich af of één van zijn kinderen op is gestaan. Zowel zijn dochter Fatima als zijn zoon Lahcen slapen nog. Enigszins verward en mompelend doet hij alle lichten uit en loopt de badkamer in. Na zijn wassing opent hij de badkamerdeur en ziet tot zijn ontsteltenis dat nu het licht in de kamer van Amar brandt. Het vertrek ziet er verlaten en kil uit. Maar zodra hij de kamer binnengaat overmant een gevoel van rust hem waardoor hij besluit zich er verder niet druk over te maken. Hij maakt zijn vrouw wakker en haast zich naar de moskee. Zodra hij de moskee in zicht heeft, ziet hij er licht branden. 'Nouqta b nouqta ie7mel lwad! Allah oumma lakal7amd, vandaag ben ik niet de enige,' roept de oude man glimlachend. Bij het betreden van de gebedsruimte merkt hij dat er toch niemand is. Verbaasd en vol ongeloof vervloekt hij de duivel een aantal maal en begint zijn gebed. Nadat hij zijn laatste 'asalaam a3laykoum' uit heeft gesproken hoor hij van achteren in eentonig gezang 'asalaam a3laykoum, asalaam a3laykoum' klinken... Bang als hij is kijkt hij snel om zich heen. Niemand. Met het angstzweet op zijn voorhoofd loopt hij door de lege ruimte maar hij ziet werkelijk niemand. Toch voelt hij de aanwezigheid van iets of iemand in de moskee. In het midden van de ruimte hoort hij zacht geroezemoes dat steeds luider klinkt. Het zijn de verzen van 'ayaat al koersi' die worden voorgedragen. Maar door wie? Hij wordt bang en wil weggaan, maar zijn benen blijven stijf op de grond staan. Opeens hoort hij een zachte stem spreken:

'Wees niet bang, wij zijn reine dienaren zoals u.'
'Wees niet bang, wij zijn hier voor u namens God, zoals u hier bent voor onze Heer.'
'Als u bidt, weet dan dat u nooit alleen bidt. Ook al bent u alleen.'
'Als u de gebedsgroet uitspreekt, weet dan dat u altijd wordt teruggegroet.'

'God, de Enige, de Vredelievende, de Barmhartige, de Rechtvaardige, verlos deze dienaar van zijn pijn. God, verlos deze broeder van zijn pijn.'
'Het derde gedeelte van de nacht is voor aanbidders die Uw Licht zoeken. Het derde gedeelte van de nacht is voor smeekbedes van Uw dienaren.'
'Het derde gedeelte van de nacht is voor verheerlijking van Uw Verhevenheid boven alles en iedereen. U bent alwetend, Heerser der werelden.'
'God, de Enige, de Vredelievende, de Barmhartige, de Rechtvaardige, verlos deze dienaar van zijn pijn.'

Na deze zinnen valt de oude man op de grond en begint zachtjes te huilen. Als hij vragen stelt aan de stem, krijgt hij geen antwoord. Opnieuw hoort hij koranverzen vanuit het midden van de ruimte... Snikkend neemt hij zich voor elke lfjar in de moskee te bidden. Slechts de dood zal hem in de ochtenden die hij nog te leven heeft tegenhouden, om de grond waarop hij loopt getuige te laten zijn van zijn bestemming. Plots ziet hij in een waanvoorstelling zijn zoon Amar de gebedsruimte betreden om naast hem te komen zitten. Het geroezemoes wordt steeds zachter en even later hoort de oude man enkel zijn hart bonken. Op de terugweg naar huis, dwalen vele vragen door zijn hoofd. Zal hij zijn vrouw vertellen over het licht of niet? Zal hij de imam raadplegen over de gebeurtenis in de moskee?

Als de oude man in de buurt van zijn huis staat ziet hij wederom licht in zijn huis branden. Hij opent de voordeur en ziet in de keuken zijn vrouw staan met een betraand gezicht. De glimlach op haar gezicht vertelt hem dat de tranen tranen van vreugde zijn. 'Kijk eens in de huiskamer,' zegt ze zachtjes. Wanneer hij in de woonkamer kijkt ziet hij Amar op de bank slapen. Doorvoeld en vol blijdschap loopt hij naar binnen en gaat in tranen uitbarstend op zijn knieën zitten om zijn zoon te kussen.

'Mijn zoon, ik heb je zo gemist. Als ik ooit iets verkeerds heb gezegd of gedaan, weet dan dat mijn bedoeling altijd goed is geweest.
'God is mijn getuige, mijn zoon. Iets waar ik alleen van dromen kon, is echt! God is groot, God is groot, God is groot.'

De oude man en zijn vrouw hebben Amar heel de ochtend vastgehouden. De familie had een onvergetelijk suikerfeest. Drie dagen later overleed de oude man. Zijn plotselinge dood werd door iedereen in zijn omgeving betreurd. Amar was maandenlang ontroostbaar. Voor veel mensen werd snel duidelijk dat de oude man een grote plaats achter had gelaten. Een eenvoudige, bescheiden en vrome man die iedereen zachtaardig bejegende is heengegaan en laat een vrouw en drie kinderen achter...

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:25 Reageer op dit bericht Stuur door

Dit zijn de tekenen van Allah. Wij dragen ze u voor naar waarheid.

In Naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle,

Dit zijn de tekenen van Allah. Wij dragen ze u voor naar waarheid.

In een grote stad waren de filosoof Badra en imam Mahdoeb niet alleen naaste buren maar ook elkaars beste vrienden. Op een dag zaten ze beide in de achtertuin en zoals gewoonlijk bespraken ze elkaars gebeurtenissen.
Op een gegeven moment zei Badra: “Imam zoals je weet, twijfel ik aan het bestaande en ik koester twijfels over hun ontstaan. Mogelijk kun jij enig licht werpen in deze duisternis”.
”Laat maar horen, dan kan ik zien of ik een antwoord weet”.
Daarop stelde Badra de volgende drie vragen:
1_ Als God onzichtbaar is, hoe weet je dan dat Hij bestaat?
Als God regeert en voor alles verantwoordelijk is, waarom zou de mens dan gestraft kunnen worden?
3_ Satan is uit vuur geschapen, hoe kan het vuur hem dan pijnigen?
”Wat wil je: abstracte of concrete antwoorden?”
”Liefst concrete”; zei Badra
Mahdoeb zei niets, bukte, raapte een stevige aardkluit van de grond en sloeg er zijn vriend mee op het hoofd. De wond bloedde en er groeide een bult op zijn hoofd. Hij was zo kwaad dat hij besloot om naar de rechter te stappen om een klacht in te dienen wegens mishandeling.
De rechter vroeg aan de Imam: “heb jij Badra geslagen met een aardkluit?”.
”Ja, dat heb ik gedaan”.
”En waarom?”, vroeg de rechter.
”Hij wilde antwoord hebben op zijn drie vragen, en die heb ik hem gegeven. En wel op zijn verzoek, want hij wilde concrete antwoorden!”.
De rechter vroeg aan Badra; “heb jij drie vragen gesteld en een concreet antwoord verlangd?”.
”Ja, dat heb ik maar ik heb hem niet gevraagd om mij te mishandelen!”.

De rechter vroeg aan de Imam, “U zegt dat u met een slag al zijn antwoorden hebt beantwoord, terwijl niemand U om slaag heeftgevraagd!”
“Dan wil ik nu graag weten welke vragen je hebt beantwoord met die harde kluit”.
Hierop antwoordde de Imam, “Deze manier was de enige juiste reactie op zijn stomme vragen”. “Hij zegt, dat ik hem pijn heb gedaan. Ziet hij die pijn, of heeft hij hem gezien?”.
De rechter vroeg Badra of hij de pijn heeft gezien?
“Nee, maar ik heb hem gevoeld !”, antwoordde Badra.
“Dat is het antwoord op de eerste vraag. We hoeven onze God niet te zien, want wij voelen zijn aanwezigheid”.
En de tweede vraag: “als Allah voor alles verantwoordelijk is, waarom beschuldigt Hij dan mij?”. “En omgekeerd: waarom Allah verantwoordelijk stellen voor de ellende die we zelf aanrichten.
Het is juist Zijn wens dat wij ons van de ellende bevrijden. Met andere woorden: wij zijn niet geschapen om te lijden maar om in vrij– en blijheid te leven en wij moeten geen ongewenste problemen over ons heen halen”.
En nu de derde vraag. “Uit aarde is de mens geschapen en met een aardkluit sloeg ik hem. Hoe kan hij dan pijn voelen als aarde, aarde slaat. Zo zal Satan de pijn voelen van het hellevuur”.
”Alles is mij duidelijk geworden”; antwoordde Badra. “Ik trek mijn klacht in”.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:23 Reageer op dit bericht Stuur door

Allah ziet alles

Allah ziet alles



Hasan had 3 zoons: Faroeq, Abdoellah en Qasim. Hij hield veel van ze. Hij wilde graag dat ze goede moslims zouden worden. Hasan was zelf een goede moslim. Hij deed zijn best om alle bevelen van Allah te volgen.

Op een dag wilde Hasan zijn 3 zonen testen. Hij gaf ze elk een beetje snoep en zei: “Eet jullie snoep op een plaats waar je denkt dat niemand je kan zien, en als je dat hebt gedaan moet je terugkomen”.

Faroeq nam zijn snoepjes en ging naar zijn kamer. Hij deed zijn kamer van binnen op slot en ging zijn snoepjes opeten, terwijl hij dacht dat niemand hem daar kon zien.

Abdoellah ging naar de kelder van het huis en hij was zeker dat niemand daar was. Hij at zijn snoepjes in het donker.

Qasim dacht steeds over een plek waar hij zijn snoepjes kon eten zonder dat iemand hem kon zien. Hij kon niet zo’n plek bedenken. Elke keer als hij een plek had bedacht, herinnerde hij zich dat Allah hem kon zien. Qasim at zijn snoepjes dus niet op.

Faroeq en Abdoellah gingen terug naar hun vader en vertelden wat ze hadden gedaan. Qasim kwam ook terug en gaf de snoepjes terug aan zijn vader. Hij zei: “Er is geen plaats die geheim is voor Allah, dus ik heb de snoepjes niet opgegeten”.

Hasan was erg blij met Qasim. Hij zei tegen Faroeq en Abdoellah dat ze van hun broer Qasim moesten leren. Hasan zei ook: “Lieve zoons van me, bedenk altijd dat Allah alles weet en dat Hij alles ziet. Hij is altijd met ons. Dus we mogen nooit iets slechts doen, ook niet stiekem!”

 

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:16 Reageer op dit bericht Stuur door

Ik wil jullie een waar gebeurd (Allahoe a3laam) verhaal vertellen,

Salaamoe Alaikoem broeders en zusters,

Ik wil jullie een waar gebeurd (Allahoe a3laam) verhaal vertellen, waardoor insha Allah iedereen bewuster wordt van keuzes die die maakt.

Er was eens een oude Man die in zichzelf dacht ik ga nu eens een goede moslim worden, dus hoe hij dacht, ging hij hoog in een berg helemaal alleen wonen om alleen Allah swt te aanbidden.
De duivels (shitaans) die probeerden alles en nog wat om hem af te leiden, maar het lukt gewoon niet want die man had een sterke Imaan. De duivels die kregen hem niet van zijn plaats. De duivels die gingen naar de grootse 'duivelkoning' (Ibliss) en zeiden over die man. Ibliss zei ik zal jullie laten zien hoe het echt moet. De Ibliss die vermomde zich ook in een oude man en die kwam bij de man langs. Hij klopte aan en zei: Mag ik aub bij jou komen logeren want ik ben op reis en weet niet waar ik kan slapen? De man met een open hart die zei Marhaba je bent welkom kom binnen mijn vriend. Ze dronken samen thee en baden samen. De volgende dag vroeg de man (Ibliss) weer: zou ik aub nog een dag bij jou kunnen slapen, want ik vind het echt gezellig bij jou. De man die was blij en zei: ik heb zo lang geen bezoek gehad blijf maar tot jij weg wilt gaan. De man (Ibliss) die zei jij bent echt een goede man ik denk doordat jij zo gelovig bent dat jij mensen beter kunt maken met de hulp van Allah
er is hier een dochter van de koning die bezeten is door de duivel misschien kun je haar helpen, je zult dan veel worden beloond door de koning. Ondertussen had de Ibliss tegen de andere duivels gezegd: jullie moeten in de dochter gaan en 'bezet' haar lichaam. De Ibliss is naar de koning gegaan en zei: Oh koning, ik ken een hele goede man die goed gelovig is misschien kan hij jou dochter genezen. Die dag ging Ibliss met de koning, dochter, en zijn leger naar de berg om de dochter te laten genezen, maar de Ibliss had de andere duivels gewaarschuwd als de man een Doe'a zegt moeten jullie gelijk uit de lichaam van de dochter van de koning gaan.
De koning klopte aan bij de man en zei: ik heb gehoord dat jij mensen weer beter kunt maken.
De man zei: ik kan het proberen Allah (swt) zou mij misschien helpen. Ibliss zei: De man heeft dagen nodig ga terug Koning met je leger en de volgende dag zal de man jouw dochter brengen. De koning vertrouwde de man en ging terug met zijn leger. Toen de man Doe'a en wat Soera zei gingen de duivels uit haar lichaam. De Ibliss die zei tegen de man: Oh gelovige je bent hier nu jaren in de berg, Allah
aan te bidden. Kun je niet 1 keer met de dochter van de koning gaan? Na een tijdje is het Ibliss toch gelukt om de gelovige man over te halen. Dus de man deed het met de dochter van de koning. Na afloop had hij spijt, heel veel spijt. Hij vroeg om raad aan de man (Ibliss) en vroeg wat hij moest doen. De man zei: De koning zal er achter komen en jou vermoorden, vermoord de dochter en begraaf haar hier en zeg tegen de koning dat zij naar huis is gelopen, misschien dat zij is verdwaald. Zo gezegd zo gedaan. Na 2 dagen kwam de koning met zijn leger naar de gelovige man toe en vroeg waar zijn dochter was. De man loog en zei: jouw dochter is gisteren naar huis gelopen. De Ibliss zei: NEEE hij liegt, hij heeft haar vermoord en daar begraven! De koning graafde op de plek die aangewezen werd en daar zag hij zijn dochter liggen. Hij heeft de gelovige man gekruist en zei: dit is je verdiende loon je zult doodgaan en naar de Hel gaan. De koning ging weer weg met zijn leger. De man die daar hing vroeg aan de man (Ibliss) om hem te helpen. De man (Ibliss): zei ik help je alleen als je in plaats van Allahoe Akbar (Allah is de grootste) zegt, zeg je Ibliss Akbar ( Ibliss is de grootste) de man dacht, Ik zeg het ff en dan kan ik Allah swt vergeving vragen en verder gaan met Hem te aanbidden. Zo gezegd zo gedaan, de man zei 'Ibliss Akbar' en de man (Ibliss) heeft hem daar vermoord. De man is direct naar de Hel gegaan, met veel zondes.
1) hij heeft de dochter verkracht
2) hij heeft de dochter vermoord
3) hij heeft tegen de koning gelogen
4) en het ergste, hij zei 'Ibliss Akbar'

4 grote zonden, zoveel jaren Allah
aanbidden, heeft ook geen nut aan gehad. Hierbij wil ik zeggen, denk goed na wat je wilt (doen) en houd altijd deze voorbeeld in je hoofd, want de man heeft wel die zondes gepleegd met (denk ik) de gedachten: insha Allah als dit voorbij is ga ik Allah (swth) vergevenis vragen en Hem extra aanbidden, (maar ondertussen ging hij gewoon nog door met de zonden om zo gauw van de problemen af te zijn), maar daar kan het dan te laat voor zijn, want je weet nooit wanneer jij dood gaat.

Dus denk goed na wat je wilt doen en je moet niet denken van oh later word ik een goede moslim, want misschien leef je niet meer en dan heb je ook een grote probleem. Realiseer je dat de Dag Des Oordeels bijna zover is.

Ya moqaliboel qoloeb tabiet qoloebena 3alaa dienek,

Wa alaikoem Salaam wa rahmatoelahie wa barakatoeh

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:28 Reageer op dit bericht Stuur door

Hebben jullie ooit zo'n vriend gehad ?

Hebben jullie ooit zo'n vriend gehad ?

Hij dacht steeds na. Hij zweeg meer dan hij sprak. Hij sprak nooit zomaar. Wanneer hij sprak, gebruikte hij nooit te veel of te weinig woorden.

Hij werd nooit kwaad omwille van wereldlijke aangelegenheden, noch omwille van persoonlijke zaken. Hij dacht nooit aan wraak nemen. Hij sprak nooit kwaad. Hij was van nature vergevingsgezind.

Niet alleen vergaf hij zijn vijanden, maar hij respecteerde en waardeerde hen tevens.

* Hij onthield zich van 3 dingen:

Hij discussieerde met niemand, hij sprak nooit veel, hij hield zich niet bezig met nutteloze dingen.

Hij brak nooit de hoop van hen die hoopten. Hij uitte nooit openlijk zijn afkeur.

Hij berispte niemand, noch in het bijzijn van die persoon, noch in diens afwezigheid. Hij onderzocht nooit de fouten van anderen. Hij luisterde zo aandachtig naar diegene die het laatst sprak, alsof deze de eerste was die het woord voerde.

Wanneer men lachte om iets, lachte hij mee en wanneer men zich verwonderde over iets, verwonderde hij zich mee.

Hij weigerde om lofbetuigingen aan zijn adres te aanvaarden, indien deze niet op waarheid berustten. Hij was steeds vastberaden en charismatisch. Wanneer hij sprak, luisterde iedereen. Zijn woorden waren zo helder en zo betoverend als parels en diamanten.

Wanneer hij een wandeling maakte met anderen, liep hij altijd in de achterhoede. Zijn stappen waren levendig en vastberaden. Hij wankelde niet bij het lopen. Zijn passen waren groot en krachtig. Hij boog zich een klein beetje naar voor, alsof hij een helling afdaalde. Hij liep rustig, met grote zelfzekerheid en harmonie.

Hij weigerde niemand die hem om hulp vroeg. Ooit had hij een vriend die jonger was dan hem bij diens schouders vastgepakt en gezegd: " wees nederig en bescheiden, zoals een reiziger".

Hij had steeds een rustige en glimlachende uitstraling. Hij gebruikte zelfs geen slechte woorden, hoewel die in het dagelijks taalgebruik van zijn tijd ingeburgerd waren. Zelfs op zeer woelige en stressvolle momenten bleef hij beleefd en verhief hij zijn stem niet.

Hij at samen met de armste mensen. Men kon hem zelfs niet onderscheiden van hen. Hij at wat hij kreeg. Hij maakte geen onderscheid. Hij droeg besheiden en onopvallende kledij. Hij onthield zich van opschepperij en van pracht en praal.

Hij wendde nooit zijn hoofd af wanneer hij sprak of aangesproken werd. Hij zat nooit op een geprivilegieerde plaats.

Wanneer hij zijn huis verliet, zei hij: "God, behoed mij ervoor de juiste weg te verlaten of gedwongen worden te verlaten, behoed mij ervoor onrecht aan te doen en aan onrecht te worden blootgesteld, behoed mij ervoor onrespectvol te zijn en onrespectvol behandeld te worden."
Hij was geen gewone mens, maar hij leefde wel als een gewone mens.


Hij was de profeet...."Mohammed"!!!!!

 

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:49 Reageer op dit bericht Stuur door

De dag in het graf koud en eenzaam!?




De dag in de graf, koud en eenzaam!?

Gewassen en naakt onder een symbolische wit doek wordt je gedragen van de Moskee naar je graf.
De hele tocht lang zullen de aanwezigen de (shahadaat) blijven oproepen.
Eenmaal aangekomen bij jouw graf zullen alle aanwezigen zwijgen en een iemand zal nog een paar (Ayat) uit de heilige Quran reciteren, en gezamelijk zullen zij om jouw vergiffenis aan Allah vragen
Schep voor schep zal er zand van het grond waarvan je bent gemaakt door de Schepper op je gegooid worden.

Langzaam zal je verdwijnen onder de grond met niets anders dan je daden, op de achtergrond horend wegsleurende voetstappen...
Plots voel je je weer levend en wil je opstaan en stoot je je hoofd tegen de grond, telleurstellend besef je dat het te laat is...
Je denkt bij jezelf waarom heb ik niet nagedacht over deze dag, en waarom heb ik me zelf niet voorbereidt op deze eenzame dag.....
die nog lang niet afgelopen is.........

Daar komen ze dan de 2 engelen van allah Monkir en Monakir, deze 2 engelen zullen jou 3 vragen stellen die je in de praktijk makkelijk zou kunnen beantwoorden.
Maar nee hoor op deze dag zullen deze antwoorden uit je hart moeten komen, en owee als je een van deze fout beantwoordt. Zij zullen jou hiervoor straffen met een knuppel waarin alle kracht van het universum zit, en daarmee slaan. Zo hard dat je kilometers dieper de grond inzakt...
En de aarde zal jou dan vragen waarom je deze daden op haar rug hebt gezondigd.
Na deze afstraffing zal jouw graf krimpen en krimpen todat je helemaal geen ruimte hebt om te bewegen, hierbij zal elke dood begraven persoon een metgezel krijgen in zijn graf.
Als jij goed ben geweest zal deze metgezel heel lichtvol zijn, en zal schijnen met (Nor).... Hierbij krijg jij een beeld van de entree van het Paradijs te zien. MAAR ben jij SLECHT geweest dan zal jij een onvoortstelbaar vuile, vieze, lelijke, onuitstaanbare, exotische, uitheemse wezen met jou in de graf krijgen die jouw zal treiteren met vele scherpen voorwerpen, kortom heel afschuwlijk.......
Samen met dit wezen zal jij een beeld voor je krijgen naar een plek in HEL........
Al schreewend en huilend moet jij wachten op de Dag des Oordeels, wachtend op de vonnis van Allah swt.

Is deze dag aangebroken dan zullen wij allemaal rijzen vanuit de grond waarbij sommige van ons zullen lijden in de graf....
Allemaal gelijk en even oud zullen wij zonder kleding of enig beschermend voorwerp wachten tot Allah swt zal dalen met zijn (Arsch) macht en troon....
Allah zal ons een vraag stellen, Ik ben de koning en waar zijn de andere koningen....
Allemaal, ik jij en Bush Pamela anderson wij zullen allemaal met open monden zwijgen en kijken naar deze wonderbaarlijke vertoning....
God zal de zon laten dalen tot ongeveer 1 potlood boven ons, de bergen worden zand het water wordt vuur...
alles zal worden verwoest door de hitte, de goede moslims en moemin zullen een beschermend kap over zich heen krijgen, de andere gelovigen zullen verdrinken in hun eigen zweet...
keer op keer want de echte dood is voorbij....

Wij vragen Allah om vergiffenis en flikken alles daarna weer nog een keer, dat is spelen met de God allemachtig.
Dit is ten strengste verboden, veel van onze broedres en zusters vooral weten dit nog niet, Vergeet niet : Wij komen van Allah en tot Hem is onze terugkeer.



Wees in de wereld alsof je een vreemdeling
of reiziger bent...
Als het avond word verwacht dan niet dat het weer ochtend wordt...
En als het ochtend word verwacht dan niet dat het weer avond word... Gebruik je gezondheid voordat je ziek bent en je leven voordat je ziek bent en je leven voordat je dood gaat.






Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:06 Reageer op dit bericht Stuur door

Shaytan stelt voor om naar de waarzegger te gaan.

Shaytan stelt voor om naar de waarzegger te gaan.

 

Daar aangekomen zien ze veel bezoekers in de wacht ruimte. Ze lachen zich een breuk om de mensen hun verzoeken. Beide shaytans vertellen leugens in de oren van de waarzegger, en die laat de mensen nog meer dwalen.
De shaytan met het kroontje vraagt opeens aan de ander “Wanneer is de laatste keer dat je werd achtervolgt door een vuur vlam?” De ander antwoord “Oh laatst nog, ik wilde afluisteren wat er gezegd werd tussen hemel en aarde en toen zag ik een onwijs grote engel die een vuurbal naar me toe schoot. Ik ben nog nooit zo bang geweest! Grappig hé, dat de mensen op aarde denken dat het een vallende ster is en dat sommigen dan nog wensen doen ook! Hahaha!”
De shaytan met kroontje krijgt honger en ze gaan samen de wachtkamer in. Daar zit iemand met zijn linkerhand te eten. De shaytans eten met diegene mee en vullen er lekker hun buikje mee.

Ze praten een poosje over hun projecten. De shaytan kent een jongen die drugs handelt en erover denkt om te stoppen. De andere shaytan zegt “Je moet ze pakken met armoede. Zeg dat hij arm word als hij stopt, dat doe ik altijd. Laatst ook weer, een jongen werkte in een club aan de bar. Hij hoorde van iemand dat het niet goed was en wilde er mee stoppen, maar ik maakte hem zo gek met armoede, en dat het werk was en dat werken goed was en zo, tot hij besloot er te blijven werken. Oh alcohol is zo gruwelijk slecht. Als iemand drinkt is het echt feest, dan treed zijn imaan uit zijn lichaam en dan weet hij niet meer wat goed of slecht is!”

Ze nemen afscheid van elkaar. De shaytan met het kroontje gaat proberen mensen van het avondgebed af te houden door ze zo moe te maken dat ze het over willen slaan. De shaytan met het kroontje denkt opeens na over een jongen die geld wil geven aan een goed doel. Shaytan wil de tip van zijn vriend nu in de praktijk brengen. Hij sprint naar die jongen die nog een beetje twijfelt over het bedrag wat hij op de acceptgiro van islamic relief wil schrijven en fluistert hem in “Je bent nog een student, je hebt niet zo veel geld, en je hebt al een hele tijd geen nieuwe schoenen meer gekocht. Als je gaat werken laten kan je wel geld geven maar nu niet!” De jongen verscheurt de acceptgiro en de shaytan is helemaal blij! Hij sprint naar de andere shaytan en bedankt hem voor de tip! Hij zegt ook “Als hij wel de acceptgiro had ingevuld dan zou hij dat geld teruggekregen hebben op een andere manier, of in hasanaat, maar wij moeten ze laten dwalen. Stel je voor dat hij wel geld had gegeven dan was een zonde uitgewist of had hij een extra punt erbij, en dan was hij dichterbij het paradijs en verder van de hel!” De shaytan met het kroontje bedacht opeens dat hij nog iemand van het avondgebed moest weerhouden. Hij trok een sprintje maar zag dat hij al te laat was, het gebed was al voltooid. Hij baalde als een stekker. Toen de man de Qur'an op wilde pakken fluisterde de shaytan hem in “Je moet slapen joh, je kan de Qur'an ook morgen nog lezen” maar de man zei voor het reciteren “a'oedzoe billahi mina shaytan irajiem” en de shaytan kreeg echt overal pijn. Hij ging gauw een eindje verderop staan. Shaytan kon het niet uitstaan dat de man Qur'an reciteerde, hij kon niet meer dichtbij komen wat hij ook probeerde. Toen kwam de man bij een aya waarin je sudjud moet doen, de shaytan hoopte dat hij het niet zou doen maar toen de man meteen na de sudjud aya ging knielen werd de shaytan helemaal gek. Hij ging huilen en zei “Dan, toen Allah mij vroeg om te knielen voor Adam weigerde ik en deze man moet knielen voor Allah en weigert niet!” Huilend ging hij weg!

Op zoek naar slachtoffers loopt hij door de straat en gaat een kamer binnen. Hij ziet een jongen in bed liggen die voor het slapen gaan geen woedoe heeft gedaan en geen dou’a heeft gezegd en geen surah heeft gereciteerd. Shaytan denkt 'Ik ga zijn ziel pakken en laat hem dwalen in een nachtmerrie!' De jongen zijn ziel is in angst, zijn ademhaling is onregelmatig van zijn droom, en de shaytan ligt dubbel van het lachen. De jongen heeft de gehele nacht last van nachtmerries, de ene na de andere. Hij word niet wakker voor het Fajr gebed en de shaytan begint in zijn oor te plassen. De shaytan lacht keihard en zegt “Ik ben manneke pis, en ik pis in de oren van degenen die niet opstaan voor het ochtendgebed. Ik ben manneke pis en ik gebruik de oren als toilet, blijf maar lekker in je bed.” De jongen staat vermoeid en kapot op en begint te gapen zonder zijn hand voor zijn mond te doen en maakt daar geluid bij. De shaytan moet keihard lachen om het geluid. Shaytan heeft wel zin om bij hem te blijven. De jongen loopt naar de keuken en begint te eten zonder Bismillah te zeggen. Shaytan eet lekker mee. De jongen denkt na over het sollicitatie gesprek wat hij straks heeft. De shaytan fluistert hem in “Nee joh, deze baan is veel te min voor je, blijf lekker chillen. Werken kan altijd nog.” De jongen besluit niet naar het sollicitatiegesprek te gaan en gaat in plaats daarvan met een vriend de stad in. De shaytan is blij dat hij vrienden heeft van dat soort, want die helpen elkaar in het dwalen.

Shaytan kwam een mede shaytan tegen die net terugkwam van Iblies, die zijn troon boven het water heeft. Die shaytan zei “Iblies heeft gezegd dat er iemand is die over ons schrijft, en die dit doorstuurt via de mail. Hij zei dat we diegene moeten stoppen en dat we hem moeten toefluisteren dat het niet goed is!” En eerlijk waar, ik hoorde zo'n stemmetje dat zei “Wat je nu doet is niet goed, je praat over een onzichtbare wereld waar je geen weet van hebt” Maar die verhaal is gebaseerd op vele overleveringen, hadith en Qur'an verzen.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:55 Reageer op dit bericht Stuur door

De roze jongeling

De roze jongeling

 

Men zegt dat er eens een jongeman leefde, wiens moeder haar hele leven aan hem had gewijd, omdat zijn vader vroeg was gestorven. Hij wist dat zijn vader een rijk man was geweest en een vermogen bezeten had. Maar de oude vrouw bewaarde dat vermogen in een kist achter slot en grendel en had de sleutel om haar nek hangen. Toen haar zoon de leeftijd van een man had bereikt, huwelijkte ze hem uit en de jonge vrouw kwam bij hem. Steeds weer kreeg ze een kind, elk jaar opnieuw. Er waren nog maar zeven, acht jaar voorbijgegaan, of hij had al acht kinderen.

Ze werden achtervolgd door armoede en werden armer en armer, tot ze bijna van de honger stierven. Ze verkochten de stromat - Allah sta ons bij - ze verkochten de matras, tot er niets meer over was. Toen ging hij naar een vriend, ging zijn winkel binnen en sprak tot hem: "Beste buurman, ik wil je vertellen over mijn vrouw en mijn moeder. Bij Allah, ik weet dat mijn vader veel geld had. Mijn vader was erg rijk, hij was parfumhandelaar, had een drukke zaak en bracht al het geld mee naar huis. Toen hij stierf heeft mijn moeder het genomen. Een paar dagen geleden is een van mijn kinderen gestorven. Ik wilde hem een paar druppels suikerwater geven, maar ze wilde het ons niet geven. Ik ben de buurt afgelopen om wat suiker, maar men zei dat er geen suiker was. Wat moet ik doen? Beste man, ik moest naar je toe komen." De buurman stelde hem voor: "Zeg je moeder: ik wil je uithuwelijken." - "De hemel beware me. Wat bedoel je?" vroeg hij. "Mijn moeder is toch al tachtig jaar." - "Zeg het haar," herhaalde de koopman, "en je zult zien dat ze het geld tevoorschijn haalt." Hij antwoordde: "Beste vriend, mijn moeder is een oude vrouw, die de hele dag op haar bidkleedje doorbrengt."

Toen hij thuis kwam, zag hij haar zitten, krom met een bochel op haar rug en een doek om haar hoofd, een oude vrouw die aan het bidden is, een tachtigjarige. Hij sprak tot haar: "Moeder, ik wil je een verhaal vertellen, maar bij Allah, ik schaam me ervoor je het te vertellen." Ze sprak: "Maar lieve zoon, waarom zou jij je schamen? Daar is toch geen reden voor, mijn beste! Spreek op, lieve zoon! Mag iemand dan iets voor zijn moeder verzwijgen?"

Hij zei: "Lieve moeder, er is een man uit Aleppo gekomen, die eens een grote familie had. Die werd getroffen door de pest; de vrouw en de kinderen stierven, zijn hele familie stierf. In zijn verdriet heeft hij de deuren van zijn huis vergrendeld, zijn voorraadkamers afgesloten en is hier naar toe gekomen. Hij zoekt onderdak in de stadswijken. Ik heb met hem het avondgebed gedaan. Lieve moeder, ik heb medelijden met hem, omdat hij niemand heeft." Ze zei: "Maar mijn zoon, breng hem toch hier!" De zoon vervolgde: "Hij zoekt bij wijze van spreken een braaf meisje dat voor hem zorgt, al het goeds voor hem wil en bij hem komt als hij 's nachts slaapt. Moeder, ik weet niet over wie ik hem moet vertellen. Misschien kan ik hem over jou vertellen, lieve moeder." Ze sprak: "Maar mijn zoon! Moet ik op mijn leeftijd, aan het eind van mijn leven, nog een bruidegom nemen?" Hij antwoordde: "Ja, lieve moeder, er staat je niets in de weg. Wat is er voor bezwaar tegen?" Ze sprak: "Mijn beste, bij Allah, ik schaam me alleen al bij de gedachte." Hij antwoordde: "Je hoeft je echt niet te schamen." En zij sprak: "Moge Allah je weg effenen. Moge hij je weg groen en voorspoedig maken, mijn zoon! Moge er uit de aarde bronnen voor je gaan stromen en uit de hemel de zegen op je neerdalen! Voorwaar, je zult Allah je hele leven lang welgevallig zijn. Ga, mijn zoon! Je zult voor je goede daad voor een arme man beloond worden. Moge dat een geoorloofde zaak dienen. Het is goed! Het is geoorloofd! Neem hem maar mee." - "Tot morgen," zei hij. Hij stond vroeg op en sprak: "En moeder, moeten wij hem wel halen, terwijl wij in ons huis geen stromat, pan, een stuk brood of wat suiker hebben om voor hem een glas limonade te maken?" - "Wacht, mijn zoon, wacht," zei ze, "laat ik eens kijken of ik misschien nog een paar centen heb." Ze liep naar de kist, deed hem open en haalde, vier, vijf gouden ponden uit een kous. Ze sprak: "Haal een stromat, een tapijt, meel en brood en nodig hem uit." Hij antwoordde: "Laten we hem eerst vanavond maar eens laten komen. Kom bij ons, laat je wat aan hem zien. Hul je daarbij in je gebedskleed!" Ze zei: "Ja goed, moge jij je moeder overleven, lieve Muhammad! Moge er uit de aarde bronnen voor je gaan stromen en er uit de hemel zegen op je neerdalen. Moge Allah je kracht en hulp geven, Muhammad. Moge Allah je een lang leven en een groot vermogen schenken. Mijn beste, er is niemand zoals jij, Muhammad!"

De vrouw stond op. Hij haalde twee, drie pond pompoenen en aubergines, hij haalde twee, drie kilo rijst en een kilo vlees, hij haalde een stromat en kussens, en hij haalde voor zijn vrouw meel om te bakken, ongeveer drie, vier pond. Zijn vrouw wist van vreugde niet hoe ze het had: "Moge je Allah plezieren, schoonmoeder, moge je hem plezieren. Het is jouw wil dat Allah je deze goede man heeft gezonden!" De zoon sprak: "O moeder, hij is zo rijk! Hij is zo rijk dat je zult zeggen: "Genoeg." Ze zei: "Moge Allah je bij staan, mijn zoon, moge jij je moeder overleven."

Hij spreidde matrassen en tapijten uit, en ze bereidde alles voor om hem te ontvangen. Hij zou 's avonds komen en bij hen blijven eten. Er was nog geen huwelijksovereenkomst, hij zou alleen komen om de avond bij hen door te brengen, zodat zij hem een beetje leerden kennen. De zoon ging naar zijn buurman en zei hem: "Beste buurman, kom mee! Je hebt ons in deze zaak verwikkeld, help ons nu om die verder af te wikkelen." Hij was een man van middelmatige lengte en zeventig jaar oud, een met een tulband gesierde, ernstige man, een mekkaganger.

Hij kwam en klopte aan de deur. Ze deed juist het gebed bij zonsondergang. Ze hadden de kussens voor de dag gehaald en op de grond uitgespreid. Ze sprak tot de vrouw van haar zoon: "Schoondochter, oogappel van je schoonmoeder, haal wat make-up voor mij." Ze maakte haar gezicht op - o wat werd het mooi. "Breng mijn hoofddoek!" Ze deed de hoofddoek en een gordel om, maakte zich mooi, legde de gebedsdoek om haar schouders en ging zitten. Ze lieten de buurman in het midden plaatsnemen, terwijl haar zoon aan de ene kant en zij in de andere hoek ging zitten.

Alles was voorbereid om geld van haar los te krijgen. De moeder sprak: "Muhammad, Allah moge je vruchtbaar maken, jij en je kinderen. Moge Allah de aarde die je in je handen neemt in goud veranderen! Muhammad, er is niemand zoals jij, mijn beste!" En ze vleide ook de man: "Mijn beste, zoals jij is er niet een! Mijn beste je bent een goede man! Wat heeft Allah je naar goede mensen gebracht! De goede komt naar de goeden. O, mijn oogappel, mijn beste, moge jullie Allah welgevallen. Moge Allah eensgezindheid scheppen tussen jou en mijn zoon! Mijn beste, ik heb hier ook een schoondochter zonder weerga. We behoeden haar als onze oogappels." Hij sprak: "Zeker, zeker, laten we het beste ervan hopen. Mijn beste, we vertrouwen op Allah, we vertrouwen op Allah!"

Omdat de huwelijksovereenkomst de volgende dag opgesteld zou worden, accepteerde hij intussen haar toestemming. Er stond niets op schrift, alles bestond uit louter leugens. Hij zou de volgende avond weer terugkomen. De zoon sprak: "Kom, breng de avond bij ons door, mijn beste!" Hij stemde ermee in en ging naar huis. De roep voor het avondgebed weerklonk. De oude vrouw vroeg: "Wanneer komt hij? Hij komt om 7 uur, om half negen."

Tot haar schoondochter sprak zij: "Jij oogappel van je schoonmoeder, doe de kist open. Daarin ligt een zijden laken van je schoonvader. Ik heb het al heel lang bewaard voor mijn dood. Haal het eruit! Oogappel van je schoonmoeder, spreid alle matrassen uit!" Ze spreidde ze uit. De vrouw was krom. Ze hield zich vast aan het bed en sleepte zich naar de kist. Van haar halsband haalde ze een sleutel af, die een handbreedte lang was en opende daarmee de kist - je kunt je niet voorstellen hoeveel schatten ze daar wel niet had! Ze nam er een hoed suiker uit, die zóó groot was. Twee dagen tevoren was haar kleinkind gestorven en ze had tevergeefs naar wat suiker gezocht. Vroeger had men suikerhoeden als een steen, waarop men met een stuk ijzer sloeg, tot ze verbrokkelden. Ze haalde nu zo'n suikerhoed tevoorschijn en sprak tot haar schoondochter: "Als de man komt, maak dan een glas limonade voor hem, oogappel van je schoonmoeder. Moge jij en je man Allah behagen! Er is - bij Allah - niemand zoals jij en je man!"

Toen de buurman binnenkwam, was de zoon erg blij en hij sprak tot hem: "Kom, rond vanavond de zaak af, beste vriend. Moge Allah je goede tijden brengen!" De man ging op de drempel van de ingang zitten en de oude vrouw sprak tot hem: "Doe de deur dicht, mijn beste. Zeg eens, hoe heet je?" - "Ik heet Muhammad," antwoordde hij. Ze sprak: "O, mijn twee Muhammads! Moge Allah de Muhammads hun leven lang zegenen. Maar mijn beste, kom toch binnen. Bij Allah, je maakt mijn hart bedroefd." Ze bleef op het bed zitten, een oude, kromme vrouw, die niet kon opstaan. "Mijn beste, kom toch binnen," herhaalde ze. En hij antwoordde: "Ja, ik kom eraan."

Haar zoon ging met zijn vrouw naar zijn kamer, maar daar zaten ze te luisteren. De buurman sprak: "Ik wil... maar... Umm Muhammad, er is vanavond iets dat me bedroefd maakt. Toen ik hier naar toe kwam, kreeg ik net een wissel die ik moet betalen. Het zijn in feite twee wissels, de een meer dan 250 gouden pond en de ander meer dan 450 gouden pond. En op het moment heb ik niets. Ik zal naar Aleppo reizen en wat tegoeden te gelde maken. Ik moet.. ik heb daar in Aleppo een vermogen, goed opgeslagen, in winkels achter slot en grendel bewaard. Maar nu heb ik net die wissel gekregen en er stond: "Betalen of in arrest?" Moet ik nu worden gearresteerd, terwijl ik vanavond het huwelijk met je heb gesloten?" Ze sprak: "Doe de deur dicht, zodat mijn zoon niets kan horen en kom mee." Hij deed de deur dicht. Toen deed ze haar kist open, haalde de kous eruit en telde en telde. Ze telde 700 gouden ponden uit en zei: "Hier, laat ze niet zien! Bind ze in een zakdoek. Ga meteen die wissels betalen. Maar blijf niet lang weg!" - "Nee," antwoordde hij en vervolgde: "Ik zal je mijn hele vermogen geven en je spoedig, zo Allah dat wil, naar Aleppo brengen." Zij sprak: "Ja, ga nu. Er is niemand zoals jij!"

De man ging zijns weegs. Toen hij het huis uitging, volgde de zoon hem. "En?" vroeg hij, en de buurman gaf hem het geld met de woorden: "Hier, beste vriend, neem het. Allah staat er borg voor, ik weet niet hoeveel het is. Neem het!" Hij kreeg een zakdoek vol ponden - bedenk, mijn vriend, in die moeilijke tijden was een zakdoek vol goudstukken uniek. De zoon sprak: "Beste vriend, moge Allah je met een lang leven zegenen! Je hebt me een grote dienst bewezen! De luizen en wormen hadden mij - bij Allah - bijna opgevreten. Ik en mijn kinderen waren bijna dood van de honger." De buurman antwoordde: "Ja goed, ik hoop er het beste van."

De zoon ging naar binnen naar zijn kamer en viel in slaap. Zijn moeder vermoedde niet dat hij het geld had gekregen. Ze lag in haar kamer en wierp zich in haar bed onrustig van de ene zij op de andere. Het werd, negen, tien, elf, twaalf uur; de klok sloeg één. Toen vroeg ze aan haar zoon: "Muhammad, moge jij je moeder overleven, slaap je?" - "Wat is er moeder?" antwoordde hij.

Ze sprak: "Mijn beste, de man is weggegaan, ik weet niet waarheen. Hij zou gauw terugkomen." Ze zei niet tegen hem: "Hij is weggegaan om een wissel te betalen." Ze zei alleen: "Hij is weggegaan, ik weet niet waarheen." Hij stelde haar gerust: "Lieve moeder, hij heeft het druk en veel af te handelen; hij zal vast gauw komen. Ga toch slapen, moedertje!" Ze viel in slaap. Het werd twee uur. Daar sprak zij: "Muhammad, mijn beste, het is een vreemdeling. Zou hij niet verdwalen? Moge jij je moeder overleven! Sta op en ga hem zoeken."

Hij antwoordde: "Ga toch slapen, moedertje. Het is een man die veel te doen heeft. Hij zal vast gauw komen." Ze was een poosje rustig, en riep toen nog eens: "Muhammad, mijn zoon, sta op! Let op of hij niet komt, mijn beste!" Hij antwoordde: "Lieve moeder, hoe kan hij nu zo snel komen? Hij komt vast pas tegen de ochtend." Ze zweeg.

De tweede oproep tot het gebed weerklonk: "O gij die bidt!" Toen zei ze: "Sta op mijn zoon, laten we hem gaan zoeken!" Hij vroeg haar: "Wil je meegaan, moedertje?" - "Ja, ik ga mee. Kom!" antwoordde zij. "Kun je dan lopen?" vroeg hij. "Nee, dat kan ik niet," zei ze, "maar laat me op je rug zitten." Hij nam haar op zijn rug; haar ene heen bengelde rechts en het andere links, en zo liep hij voort. Ze beval: "Roep!" - "Wat moet ik roepen? En waar moet ik beginnen te roepen, moedertje?" Ze sprak: "Begin in de straat Aboe l-Fida. Loop vanaf hier langzaam naar beneden naar de stad en roep: "Wie heeft een roze jongeling gezien met een groene tulband, de bruidegom van één nacht, die de vreugde van het huwelijk niet smaakte? O weh, o weh!"

Hij riep zoals zij dat had gevraagd en na iedere roep klaagde zij: "O weh, o weh, o weh!" Hij liep maar door en riep maar, tot ze aan een schoepenrad kwamen - ik weet niet of jullie dat rad kennen; hoe moet ik dat weten? Toen ze bij het schoepenrad kwamen, waar een brede kade is, had de buurman juist het ochtendgebed verricht en hij kwam uit de moskee. Het was nog niet licht, en hij vroeg aan de zoon, die langskwam: "Waar ga je heen?" - "Beste vriend," antwoordde die hem, "je bent weggegaan en hebt haar in de steek gelaten. Ze heeft de hele nacht niet kunnen slapen. Help ons om een uitweg te vinden." Hij sprak tot haar: "Zo, zo, waar wil je dan heen, Umm Muhammad?" Ze sprak tot hem: "Mijn beste, ik kon niet meer slapen. Ik was bezorgd om je. Je bent een vreemdeling, die de stad niet kent." - "Nee, nee, dat is niets," antwoordde hij. "Hier zijn we dan. Til haar van je rug af, Muhammad! Zet haar op de rand van het rad. In naam van de barmhartige ontfermer, wat heb je, Umm Muhammad? Heb ik je niet gezegd dat ik de wissel moest betalen?" Ze zei: "Allah moge je bijstaan! Het is goed, laten we even uitrusten."

O, mijn vrienden, wat was ze moe, die oude vrouw! Hij pakte haar van voren vast, duwde haar in het kanaal en sprak: "Moge Allah jouw leven en het leven van jouw leven afsnijden! Moge je getroffen worden door een zwart onheil! Verdwijn uit mijn ogen in dat kanaal! En jij, maak dat je thuis komt!" De zoon riep: "Nee, nee, bij Allah, je gooit mijn moeder in de Orontes!" De buurman sprak: "Moge Allah jouw leven met dat van je moeder afsnijden!"

 

* * * EINDE * * *

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Profeet Ibrahim deel 1 en deel 2

Profeet Ibrahim deel 1


In een stad, heel lang geleden, leefde eens een beroemde man die Azar heette. Hij was beroemd, omdat hij beelden van afgoden verkocht.
Azar had een zoon die Ibrahiem heette, die heel intelligent was. Ibrahiem zag dat de mensen altijd voor de afgoden bogen. Hij wist dat deze beelden van steen gemaakt waren en niet konden spreken of horen.
Ibrahiem zei altijd; Vader waarom aanbidt U deze afgoden?Waarom buigt U voor hen?
Azar werd boos en begreep niet, wat al deze vragen betekenen. Ibrahiem probeerde de mensen dezelfde raad te geven, maar ze werden boos en begrepen niet wat hij bedoelde.
Ibrahiem zei; Ik zal de afgodsbeelden kapot slaan als de mensen weg zijn.
Dan zullen ze mij wel begrijpen.
Toen de dag van de feest kwam en Ibrahiem´s vader klaar was om te vertrekken, vroeg hij aan zijn zoon; Waarom ga je niet met ons mee?
Ibrahiem antwoordde; ik voel me niet goed. Toen ging hij naar het enorme gebouw, waar de afgoden stonden en sprak tegen hen; hoe komt het dat jullie niet spreken? Hoe komt het dat jullie niet horen? Er is voedsel en drinken hier waarom drinken en eten jullie niet?
De afgoden bleven stil, omdat ze van steen waren. Toen de beelden bleven zwijgen werd Ibrahiem kwaad en hij pakte een bijl.
Hij viel de afgodsbeelden aan en sloeg ze allemaal kapot behalve 1. De grootste afgod liet hij staan en hing de bijl om zijn nek.
De mensen kwamen terug en gingen naar het gebouw, waar de afgodsbeelden stonden.
Ze wilde vooral deze dag voor hen buigen omdat het feest was.
Ze stonden versteld toen ze al die kapotte beelden zagen. Ze begonnen luid
te schreeuwen; Wie heeft dit gedaan? Ze hoorde een jonge man over hen
spreken, hij heet Ibrahiem.
Toen Ibrahiem voor hen gebracht werd zeiden ze; heb jij dit soms gedaan?
Hij antwoordde kalm; Nee deze grootste van hen heeft het gedaan. Vraagt het maar aan hen als zij kunnen spreken.
De mensen wisten dat de afgoden van steen waren gemaakt en dus niet konden praten of horen.
Ze zeiden tegen Ibrahiem; je weet dat ze niet kunnen spreken of horen.
Daarop vroeg hij hen; hou kunnen jullie die dan aanbidden als jullie weten
dat ze niet kunnen horen en praten?
De mensen bleven even stil als de afgoden en keken beschaamd.
De mensen kwamen bij elkaar en zeiden; wat zullen wij doen? Ibrahiem heeft onze beelden gebroken en de goden vernederd. Hoe zullen wij hem straffen?
Zij besloten om hem te verbranden en staken het vuur aan, daarna gooiden ze hem erin.
Maar Allah hielp Ibrahiem.
Het vuur werd koel en onschadelijk voor Ibrahiem.
Zo zagen de mensen Ibrahiem zonder ook maar een schrammetje. Ze waren
versteld en verbaasd.
Die nacht zag Ibrahiem en ster en zei; Dit is mijn Heer. Toen de ster onderging, riep Ibrahiem uit: Nee, dat is niet mijn Heer. Ibrahiem zag de maan en zei: Dit is mijn Heer. Toen de maan onderging, riep Ibrahiem uit;
Nee dat is niet mijn Heer. Toen de zon opkwam zei Hij; dit is mijn Heer,
want dit is de grootste.
Toen de zon onderging, riep Ibrahiem uit: Nee dat is niet mijn Heer. Allah is mijn Heer, Hij leeft altijd en gaat niet dood. Het licht van Allah
schijnt altijd en wordt nooit zwakker of gaat onder. Allah is de Almachtige, niets kan hem overwinnen.
Het licht van de sterren is zwak, de morgen overwint haar. Het licht van de maan is zwak, de zon overwint haar. Het licht van de zon is zwak, de nacht
overwint haar en de wolken. Niemand kan mij helpen omdat deze zwak zijn.
Alleen Allah kan mij helpen.
Zo leidde Allah Ibrahiem en maakte hem tot profeet en Zijn Beste Vriend.
Allah gebood hem zijn mensen aan te spreken en hen te vertellen, dat ze geen afgoden mochten aanbidden.
Een grote koning heerste over die stad, als een wrede tiran. De mensen moesten voor hem buigen en toen hij hoorde dat Ibrahiem alleen voor Allah boog en voor niemand anders wilde buigen werd hij kwaad en liet hem halen.
De koning vroeg: wie is jouw Heer? Ibrahiem antwoordde; Mijn heer is Allah.
De koning vroeg; Wie is Allah, Ibrahiem? Ibrahiem zei; Mijn heer is Allah,
Hij geeft leven en doet sterven.
De koning zei; ik geef leven en doe sterven. Toen werd er een man voor de koning gebracht en deze liet hem doden. Toen werd er een andere man gebracht
en deze liet hij leven.
Hij zei tegen de koning; Allah laat de zon opgaan vanuit het oosten. Doet u haar van het westen opgaan. De koning was in de war en zweeg. Hij voelde zich beschaamd.
Ibrahiems volk was boos geworden. De koning en zelfs zijn vader was boos geworden.

 

 

Profeet Ibrahim deel 2

Ibrahiem besloot om naar een ander land te gaan, waar hij in vrede Allah kon aanbidden. Hij ging naar Mekka met zijn vrouw Hadjar. Er waren geen planten,
dieren of bronnen met water.
Ibrahiem bereikte Mekka en bleef er een tijdje. Daarna verliet hij zijn vrouw en zijn zoon Isma´il. Toen zijn vrouw vroeg of Allah het hem soms had opgedragen zei Ibrahiem Ja.
Daarop antwoordde zijn vrouw; dan zal Allah ons niet laten sterven.
Isma´il kreeg dorst maar er was nergens water in Mekka. Allah hielp hen,
Hij maakte water voor hen. Uit de grond welde water voor hen op, het water bleef er en werd bekend als de Zamzam bron. Dit is de bron waar mensen van drinken tijdens de hadji.
Toen Ibrahiem terugkeerde was hij blij zijn zoontje terug te zien en speelde vaak met hem.
Op een dag droomde Ibrahiem dat hij zijn zoon op moest offeren, hij besloot te doen wat Allah hem had bevolen, maar hij vroeg Isma´il eerst wat hij er
van vond. Zijn zoon antwoordde: Als Allah dat bevolen heeft dan moet U dat doen.
Ibrahiem nam Isma´il mee en ook een mes.
Toen Ibrahiem Mina bereikte, trof hij de voorbereidingen om Isma´il te offeren. Isma´il lag op de grond en Ibrahiem stond op het punt om hem te
offeren. Allah wilde zien van wie Ibrahiem meer hield. Toen Ibrahiem voor de test slaagde, ( Ibrahiem hield dus meer van Allah) stuurde Allah Djibril met
een schaap uit de Tuin. Hij zei; Offer dit schaap en laat Isma´il leven.
Daarom beval Allah de moslims op de ied al-adha een offer te brengen, als herdenking.
Moge Allah Ibrahiem zegenen, de beste vriend van Allah, en hem vrede schenken.
Ibrahiem verliet Mekka voor de 2de keer en toen hij weer terugkeerde besloot hij om voor Allah een huis te bouwen. Isma´il hielp mee. Ibrahiem dacht
altijd aan Allah en riep hem altijd aan. Allah aanvaarde het van Ibrahiem en Isma´il en zegende de Ka´aba. Wij moslims richten ons tijdens elk gebed richting de Ka´aba. En tijdens de Hadji gaan wij eromheen in tawaf en bidden
er. Ibrahiem had een andere vrouw, die Sara heette. Daar had hij een zoon die Ishaq heette. Ze leefde in Palestina. Ishaq bouwde een huis voor Allah in Palestina.
Deze moskee, staat in Jeruzalem. Het is de Al-Aqsa moskee en Allah zegende het land eromheen.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:48 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Islamitische verhalen

↑ Terug naar de berichten