Naar de inhoud

Islamitische verhalen

Moge Allah ‘azza wa djal onze kennis doen vermeerderen, Ameen. Moge Allah ons leiden naar de waarheid en ons weerhouden van het slechte, Ameen. Moge Allah ons sieren met de schoonheid van Imaan & Taqwa, Ameen.
akke.beakke.be

Archief

De vrouw en de leeuw

De vrouw en de leeuw

In een gegeven dorp kwam er een vrouw bij een geleerde waarvan de vrouw dacht dat hij een tovenaar was. Zij vroeg hem om een behekst iets voor haar te maken zodat zij daarmee haar echtgenoot van haar zou laten houden en zodat hij voor geen enkele andere vrouw op aarde nog oog zou hebben.

Omdat de geleerde opvoedkundig was ingesteld zei hij haar: Je vraagt iets wat niet gemakkelijk is. Het is zelfs enorm, ben je bereid om je de benodigdheden uit te voeren?

Ja zei de vrouw.

De geleerde: Ik kan wat je vraagt alleen afronden wanneer je mij een haar van de nek van een leeuw hebt gebracht.

De vrouw: Een leeuw?

De geleerde: Ja

De vrouw: Hoe krijg ik dat voor elkaar? Leeuwen zijn roofzuchtige dieren, ik kan niet garanderen dat hij mij niet zal doden. Is er geen makkelijkere en veiligere manier?

De geleerde: De liefde van je echtgenoot kun je enkel hiermee bereiken. Als je goed nadenkt, zul je een geschikte manier vinden om je doel te bereiken.

De vrouw vertrok diep denkend over hoe ze het gevraagde haar zou kunnen bemachtigen. Ze vroeg iemand van wie ze van diens wijsheid overtuigd was. Haar werd gezegd dat een leeuw pas roofzuchtig wordt als hij honger heeft, ze diende er dus voor te zorgen dat de leeuw een volle maag had waarna ze een haar kon bemachtigen.

Ze volgde het advies op en vertrok naar het woud wat dicht in de buurt was. Ze begon stukken vlees naar een leeuw te gooien en ging daarna op veilige afstand staan. Ze ging door met dit gooien van vlees totdat na verloop van tijd ze aan de leeuw gewend raakte en de leeuw aan haar.

Elke keer dat ze dit deed kwam ze een beetje dichterbij dan de vorige keer. Totdat de dag kwam dat de leeuw naast haar kwam liggen. De leeuw twijfelde niet aan haar liefde voor hem. De vrouw plaatste haar hand op het hoofd van de leeuw en aaide zacht zijn haren en zijn nek, terwijl de leeuw hier rustig van lag te genieten was het niet moeilijk meer voor de vrouw om een haar te bemachtigen. Nadat zij dit gedaan had ging zij snel naar de geleerde van wie zij dacht dat hij een tovenaar was om hem het haartje te overhandigen. Ze was vol vreugde dat omdat nu de engel zou worden die voor altijd het hart van haar echtgenoot zou krijgen.

Na het zien van het leeuwenhaartje vroeg de geleerde haar: Hoe heb je dit voor elkaar gekregen?

De vrouw legde uit wat ze gedaan had om de leeuw aan haar te laten wennen en dat het er op aankwam dat ze moest weten wat de ingang was naar het hart van de leeuw, dit is zijn buik (eten). Daarna was het zaak om geduld te hebben en te herhalen wat ze deed totdat ze de vruchten van haar werk kon plukken.

Hierna zei de geleerde haar: Dienares van Allah, je echtgenoot is niet wreder dan een leeuw. Doe met je echtgenoot wat je met de leeuw hebt gedaan en je zult zijn liefde krijgen. Zoek de ingang naar zijn hart en stil de honger die hij heeft en hij zal voor jou zijn.. En voer je plan uit met geduld.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 03:06 Reageer op dit bericht Stuur door

O moeder, wees blij uw bruidschat is geaccepteerd

O moeder, wees blij uw bruidschat is geaccepteerd



De geschiedschrijvers vermeldden het volgende verhaal:

Toen de vijanden oprukten tegen de moslims stond de prediker van Basra, cAbd ul-Waahid ibnoe Zayd, op. Hij sprak de mensen toe en moedigde hen aan om geld uit te geven en te strijden op de Weg van Allah. Hij beschreef hen de gunsten van het Paradijs en daarna sprak hij over de gezellinnen van het Paradijs, zeggende:

“Zij is de wens waarnaar de minnenden smachten

Vrij van alle tekortkomingen en bestaande uit al het goede

Dringt het nog niet door tot de koesteraar dat zij vol verlangen zit te wachten…”

Hierop begonnen de mensen vurig naar het Paradijs te verlangen en konden ze hun tranen niet bedwingen. Uit de menigte dook een vrouw op, genaamd Oem Ibrahiem al-Basriy. Ze zei: “O Aboe cOebayd, ken je mijn zoon Ibrahiem die door alle welgestelde families van Basra wordt gevraagd om te huwen met hun dochters, en zijn moeder die steeds blijft weigeren?” Hij antwoordde: “Ja, die ken ik.” Zij zei: “Bij Allah, ik ben onder de indruk van de schoonheid van deze gezellin en ik wens haar als bruid voor mijn zoon Ibrahiem. Beschrijf haar daarom nogmaals eens aan mij.” Aboe cOebayd zei:

“Haar verschijning doet het maanlicht verbleken

Wanneer zij lacht dan ontsluiert haar gebit als een verborgen parel zo wit

Waar zij langskomt gaan bloemen spontaan in bloei staan

Als het zeewater in aanraking komt met haar speeksel dan verzoet dit

Smachtend verlangen naar haar drijft mij tot waan.”

Toen de mensen dit alles hoorden, konden ze zich niet meer inhouden en begonnen ze Allah te verheerlijken. Oem Ibrahiem stond op en zei: “Bij Allah, ik wens haar werkelijk als bruid voor mijn zoon Ibrahiem. Kun jij haar nog dit moment aan mijn zoon huwen en van mij een bruidschat van tienduizend goudstukken in ontvangst nemen. Wellicht dat Allah hem het martelaarschap zal schenken waardoor hij voor mij en zijn vader voorspraak zal mogen doen op de Dag des Oordeels.” Aboe cOebayd zei toen: “Als je dit doet, dan hoop ik dat Allah je rijkelijk zal belonen.” De oude vrouw riep vervolgens: “O Ibrahiem, O Ibrahiem.” Waarna een aantrekkelijke jonge man naar voren kwam en zei: “Hier ben ik moeder.” Zij vroeg: “O mijn lieve zoon, zou je niet tevreden zijn met zo een bruid? Dit betekent wel dat jij je zult moeten opofferen op de Weg van Allah.” Hij antwoordde: “Bij Allah O moeder, natuurlijk wil ik dit.”

De oude vrouw vertrok snel naar huis en kwam terug met tienduizend goudstukken die ze vervolgens in de schoot van Aboe cAbd ul-Waahid ibnoe Zayd wierp. Daarna richtte zij haar blik naar de hemel en zei: “O Allah, ik getuig U dat ik mijn zoon heb gehuwd aan deze gezellin onder de voorwaarde dat hij zichzelf voor u opoffert. Accepteer dit dan van mij, O Meest Barmhartige.” Vervolgens zei ze: “O Aboe cOebayd, dit is de bruidschat voor de bruid. Gebruik het om jezelf en anderen klaar te maken voor de strijd. Vervolgens vertrok ze en kocht ze voor ha.ar zoon het beste paard en meest geavanceerde uitrusting.” Toen de tijd was aangebroken voor haar zoon om ten strijde te trekken, rukte hij op terwijl de mensen om hem heen het volgende vers reciteerden:

“Waarlijk, Allah heeft van de gelovigen hun levens en bezittingen gekocht, daartegenover is hen het Paradijs beloofd. Zij strijden op de Weg van Allah, zodat zij doden en gedood worden als een belofte waar Hij Zich aan heeft verbonden.” (Soerat at-Tauwbah: 111)



Toen Ibrahiem op het punt stond om te vertrekken, keek zijn moeder hem aan, gaf hem een lijkengewaad en wat parfum en zei: “O mijn lieve zoon, als je op het punt staat om de vijand te treffen, trek dan dit lijkengewaad aan en doe dit parfum op. En zorg ervoor dat je Allah niet teleurstelt in deze kwestie. Vervolgens omhelsde zij hem en nam afscheid.” Haar laatste woorden waren: “Ga mijn lieve zoon. Ik vraag Allah om ons niet eerder te herenigen voor de Dag des Oordeels.” Langzaam verdween Ibrahiem uit het zicht van zijn moeder.

Toen het gevecht uitbrak en de twee strijdende partijen elkaar ontmoetten, snelde Ibrahiem zich naar de voorste linies en vocht als een leeuw en slaagde erin om meer dan dertig man van de vijand te doden. Toen de vijand dit opmerkte, trok een groep van hen erop uit om hem aan te vallen. De ene stak hem met een speer. De andere weer verwondde hem met het zwaard, totdat hij het begaf en van zijn paard viel.

Toen de strijd was afgelopen en de moslims de overwinning hadden behaald keerde het moslimleger terug naar Basra. Eenmaal daar aangekomen werden zij door de mensen als helden onthaald. Tussen de menigte stond Oem Ibrahiem om haar heen te kijken. Toen zij Aboe cOebayd zag, vroeg ze hem: “Heeft Allah mijn geschenk geaccepteerd en kan ik gerust zijn? Of is het afgewezen en wacht mij niets anders dan droefenis.” Waarop hij antwoordde: “Bij Allah, jouw geschenk is geaccepteerd.”

“Alle lof zij Allah, Degene Die mijn niet heeft teleurgesteld in mijn verwachting en mijn geschenk heeft geaccepteerd,” riep ze uit. Hierna vertrok zij alleen naar huis en zoals gewoonlijk maakte ze haar klaar om naar bed te gaan.

De volgende dag toen ze wakker werd vertrok Oem Ibrahiem naar Aboe cOebayd. Ze zei: “As-Salaamoe calaykoem, O Aboe cOebayd. Ik kom met een blijde tijding.” Hij zei: “Moge Allah jou altijd blijde tijdingen brengen. Wat heb je me te vertellen?” Waarop zij antwoordde: “O Aboe cOebayd, gisteren terwijl ik sliep, zag ik mijn zoon Ibrahiem in een droom terwijl hij in een oogverblindende tuin was met daarboven een groene koepel. Hij lag op een bed van parels en op zijn hoofd droeg hij een schitterende kroon. Hij zei: ,,O mijn lieve moeder, wees blij, de bruidschat is geaccepteerd en het huwelijk is reeds ingezegend.”

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 03:33 Reageer op dit bericht Stuur door

Op weg naar Dubai

Op weg naar Dubai

 

 

Op weg naar Dubai, stopte mijn man om het Asr gebed te verrichten. Terwijl ik in de auto wachtte zag ik, uit de buurt van een kleine groep huizen, een persoon naderen. Het duurde even voordat ik realiseerde dat het een man was die richting de moskee kroop.

Hij droeg rubberen sandalen aan zijn handen. Zijn onder lichaam sleurde over de harde en rotsachtige grond. Vanwege de hoge temperaturen die rond de 45 á 50°C waren, was zijn lichaam besweet. Tegen de tijd dat hij de binnenplaats van de moskee betrad, zag ik dat zijn gehele lichaam was doordrenkt met zweet en dat zijn gezicht rood was aangelopen vanwege de inspanning en hitte.

Vele personen passeerde hem op weg naar het gebed, waarschijnlijk gewend om hem onderweg te zien. Eén man kwam uit een winkel en bleef een tijdje kijken. Hij ging de winkel weer binnen en kwam terug met een koud flesje frisdrank. Hij opende het flesje voor de kruipende man en ze bleven even samen zitten. Ik hoorde hen praten, de man van de winkel bood aan de kruipende man te helpen maar deze stond erop dat hij zelf in staat was de trap van de moskee te bestijgen. Hij was bezorgd dat hij niet op tijd zou komen, dus verontschuldigde hij zich en zette zijn langzame en moeizame reis, naar het gebed voort.

Ik wende mijn blik af terwijl hij de trap opklom. Ik kon mij niet bedenken hoe ik hem moest helpen. Op dat punt begon ik te huilen, denkend aan de hadith van de Profeet
(interpretatie ervan): “De Hypocrieten vinden het verrichten van het gezamenlijke, Fadjr en 'Asr gebed een zware opgave. Als zij de waarde van deze twee gebeden wisten, dan zouden zij het zeker hebben verricht, zelfs als ze (daarvoor) moesten kruipen.” (Al-Bucharie & Muslim).

Deze man, die letterlijk kruipend, in de hitte van de dag, het gebed wilde verrichten, vond het gezamenlijke gebed helemaal niet zwaar.

Dat Allah
al diegene zal belonen die zich inspannen om Hem te behagen en dat Hij ons altijd bewust laat zijn van onze zwakheden via dit soort mensen die zich inspannen hun Schepper te behagen.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 04:49 Reageer op dit bericht Stuur door

Ik getuig jullie dat ik mijn plaats in de Hel zie

Ik getuig jullie dat ik mijn plaats in de Hel zie


Ergens in een Islamitisch land was een docente tijdens een damescollege het volgende verhaal van de kapster van Fircauwn’s dochters aan het vertellen, ze zei: “Op een dag toen de kapster de haren van één van de dochters van Fircauwn aan het kammen was, viel de kam op de grond. Ze boog zich voorover om haar kam op te rapen en zei: “Bismillah.”

De dochter vroeg haar: “Bedoel je mijn vader?”

Zij antwoordde: “Nee! Hij is de Heer van mij, van jou en van jouw vader.”

De dochter meldde dit vervolgens aan haar vader die onmiddellijk de kapster liet komen. Hij vroeg haar: “Heb jij een Heer buiten mij?”

“Jazeker! Mijn en jouw Heer is Allah, Die in de hemel is,” antwoordde zij dapper.

Hierop liet Fircauwn een grote koperen pan met olie halen. De pan werd vervolgens aan de kook gebracht totdat de olie begon te borrelen. De Fircauwn gaf opdracht om de vrouw en haar kinderen in deze hete pan te gooien.

De vrouw deed haar laatste verzoek en vroeg: “Zou je misschien één ding voor me kunnen doen?”

De Fircauwn vroeg: “En dat is?”

De kapster vroeg: “Zou je mijn botten samen met die van mijn kinderen in een gewaad willen wikkelen en vervolgens kunnen begraven?”

Hij antwoordde: “Dat gun ik jou als laatste wens.”

Fircauwn gaf opdracht om eerst haar kinderen in de pan te gooien. De kapster moest toezien hoe haar kinderen één voor één in de grote pan werden gegooid en hoe hun botten even later naar boven kwamen drijven. Geen moment wankelde ze in haar geloof en zij bleef standvastig, totdat het haar beurt en die van haar kleine baby was. Op het moment dat de moeder het niet over haar hart kon krijgen om haar laatste kind af te staan, sprak de baby, en zei: “O moeder, wees standvastig want u bent op het Ware Pad.” De foltering in dit leven is namelijk veel milder dan die in het Hiernamaals. Uiteindelijk werd zij samen met haar baby in de hete olie gegooid.

Het verhaal greep de leerlingen zo aan dat zij allen door emoties werden overweldigd. Geschrokken draaiden zij zich om toen bleek dat één van de leerlingen, die mede opviel door het feit dat zij zich niet hield aan de Islamitische kledingvoorschriften, zo geëmotioneerd raakte dat zij flauwviel. De leerlingen snelden zich naar haar toe om haar te helpen en brachten haar naar buiten voor wat frisse lucht en even later kwam de jongedame ondersteund door haar medestudenten weer binnen.

De docente ging verder met haar verhaal en vertelde over de beloningen die de gelovige vrouw te wachten staan in het Paradijs. Zoals de kapster van Fircauwn. Zij bleef standvastig en het verliezen van haar eigen leven en dat van haar vijf kinderen konden haar niet van haar geloof doen wankelen. De hete olie verscheurde haar vlees terwijl zij zich in haar lot had berust. Nog steeds waren de leerlingen aangedaan door dit verhaal. Het gehuil in de klas werd overtroffen door luid geschreeuw. Het bleek afkomstig te zijn van de jongedame die zojuist was flauwgevallen. Opnieuw werd zij door haar medeleerlingen naar buiten genomen om op adem te komen. Even later kwam ze enigszins gekalmeerd de les binnen.

De docente vervolgde haar verhaal. Ze begon verder te vertellen over de gunsten van het Paradijs en over de bestraffing die de ongelovigen te wachten staat in de Hel. Nu weer werd de les verstoord door de jongedame die hevig begon te weeklagen en enkele momenten later viel zij op de grond neer. Haar klasgenoten en de docente verzamelden zich om haar heen en riepen haar bij haar naam, maar zij reageerde niet. De jongedame richtte haar ogen naar de hemel en het besef begon door te dringen dat de jongedame dit wereldse leven aan het verlaten was.

De docente en de klasgenoten begonnen haar aan te sporen de geloofsgetuigenis uit te spreken en zeiden: “Zeg: ,,Laa ilaaha ill-Allah. Getuig dat niets of niemand het recht heeft aanbeden te worden, behalve Allah. Getuig dat er geen ware god is, behalve Allah.” Maar de jongedame reageerde niet terwijl haar blik zich verscherpte. Nog steeds bleven de aanwezigen haar aansporen de geloofsgetuigenis uit te spreken: “Getuig dat er geen ware god is, behalve Allah. Getuig dat er geen ware god is, behalve Allah.” Tenslotte keek zij naar hen en haar laatste woorden voordat ze deze wereld verliet waren: “Ik getuig… Ik getuig… Ik getuig jullie dat ik mijn plaats in de Hel zie. Ik getuig jullie dat ik mijn plaats in de Hel zie. Ik getuig jullie dat ik mijn plaats in de hel zie.”

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 04:52 Reageer op dit bericht Stuur door

De dagdief en de nachtdief

De dagdief en de nachtdief

 


Op een vroege morgen slenterde een man door de straten van Caïro en kwam langs een koffiehuis waar al iemand zat. Hij groette hem: "Assalam alaikum!" De ander beantwoordde zijn groet en nodigde hem uit voor een kopje koffie. Hij liet zich dat geen tweemaal zeggen, stapte naar binnen en ging naast hem.zitten. Degene die hem had uitgenodigd, bestelde een mokka voor hem. Toen vroeg hij zijn gast: "Vertel eens broeder, wat doe je voor de kost?" - "Mijn beroep," antwoordde de ander, "kan beter maar niet genoemd worden."

De gastheer werd nieuwsgierig en vroeg verder: "Waarom kan het beter maar niet genoemd worden? Allah behoede je, broeder, maar ben je soms een koppelaar of een handelaar in meisjes?" - "Bij al wat me lief is, nee!" verzekerde de ander. "Maar waarom wil je dan je beroep niet zeggen?" ging de eerste door met vragen. "Koppelaar en handelaar zijn de enige beroepen, die niet eervol zijn." De ander voelde zich in het nauw gedreven en sprak: "Ik ben, Allah behoede je, broeder, van beroep een dief." - "Is dat alles?" vroeg de eerste lachend, "ik ben zelf een dief!" En hij verduidelijkte: "Een nachtdief." - "Ik ben daarentegen een dagdief," verklaarde de ander. "Prachtig!" verheugde zich de nachtdief, "dan zijn we dus collega's. Kom laten we opstaan en ga met mij mee naar huis."

Ze verlieten het koffiehuis en liepen door verschillende wijken van Caïro, tot ze bij een zijstraatje kwamen, waar ook de andere dief woonde. Het was namelijk zo, dat zij beiden, zonder het te weten, met dezelfde vrouw waren getrouwd. Maar ze hadden elkaar nooit gezien, want de ene kwam 's nachts thuis en de andere overdag. Nu dacht de man die was uitgenodigd: "Hoe komt het dat hij me bij hem thuis uitnodigt en dan naar mijn huis gaat? Hoe weet hij trouwens dat ik hier woon, en hoe is het mogelijk dat hij mij bij hem thuis uitnodigt en ik bij mijn eigen huis terechtkom?" Tenslotte zei hij bij zichzelf: "Ik ga met hem mee en zie wel wat er gebeurt." Dus volgde hij hem, tot ze bij hun huis aankwamen. De eerste klopte aan zijn deur. De vrouw deed open en zag haar twee mannen voor de deur staan. Ze stond sprakeloos en bleef daar ongesluierd staan. Eén van de beide mannen zei: "Bedek je gezicht toch als er een vreemde komt."

"Voor wie moet ze het dan bedekken?" vroeg de ander, "voor jou of voor mij?" - "Voor jou natuurlijk," antwoordde de ander. "Waarom dan," wilde de ander weten, "ze is mijn vrouw!" - "O nee, broeder, ze is mijn vrouw!" beweerde de ander en ze begonnen ruzie te maken. Opeens hield een van hen op en sprak tot de vrouw: "Goede vrouw, wie is jouw man?" Zij antwoordde: "Jullie zijn allebei mijn man." En de ander vroeg: "In welke wet staat dat dat is toegestaan?"

"Wij zijn een slim stel," merkte de een op, "deze vrouw is met ons allebei getrouwd, zonder dat we het van elkaar wisten, en de een is 's nachts bij haar en de ander overdag, en ze weet niet eens dat ze in strijd met de wet handelt." Toen stelde hij voor: "Broeder, laten we allebei een list uitbroeden. Degene die wint, krijgt zowel de vrouw als het huis." De ander stemde met dit voorstel in.

Omdat het midden op de dag was, moest de dagdief met zijn streek beginnen. Hij sprak tot de nachtdief: "Goed, kom met me mee." Hij liep met zijn collega door de straten van Caïro, totdat ze bij een van de grootste stadspoorten kwamen, en daar gingen zij zitten.

Nu belanden we in ons verhaal bij een Turkse soldaat, die voor zichzelf en zijn huishouden inkopen wilde doen op de markt. Nadat hij zijn mokka had opgedronken en zijn uniform had aangetrokken, sprak hij tot zijn vrouw: "Fatima, stop een geldbuidel met goudstukken in mijn broekzak, zodat ik inkopen kan doen." - "Goed, zoals je wilt," zei Fatima en stopte een geldbeurs in zijn broekzak. Zijn dienaren brachten hem zijn paard en hij klom erop. Toen reed hij naar de markt, terwijl zijn dienaren voor hem uit liepen, en zijn weg leidde langs de stadspoort. De dagdief - scherpzinnig als hij was - ontdekte onmiddellijk de geldbuidel in de zak van de Turkse soldaat. Hij volgde hem onopvallend, tot aan de met matten beklede kraam van een groente- en fruithandelaar, stal van hem een komkommer en sloop de soldaat achterna, tot ze op een zeer druk plein kwamen, waar hij zich in het gedrang meester maakte van de geldbuidel en daarvoor in de plaats de komkommer in de zak van de soldaat stopte. Toen ging hij terug naar zijn collega bij de stadspoort en ging bij hem zitten.

De Turkse soldaat kwam bij de bazaar en ging de zaak van een stoffenkoopman binnen. "Heb je dit en dat?" vroeg hij. "Natuurlijk, hoge heer," antwoordde de koopman en toonde hem verscheidene balen stof. Hij nam er één van en vroeg naar andere soorten stof en zocht uit wat hem aanstond, totdat hij ongeveer 10 tot 15 balen voor zich had liggen. Toen stak hij zijn hand in zijn broekzak, om de geldbuidel te pakken, en wat kwam tevoorschijn? - de komkommer. Woedend riep hij: "Bij Allah, wat is dat nu?!" - "Wat is er aan de hand, genadige heer?" vroeg de koopman en de soldaat antwoordde: "Bewaar deze pakken even voor me! Ik moet naar huis terugrijden, want ik heb mijn geldbuidel vergeten." Hij reed dus terug, en de dienaren gingen voor hem uit.

Toen hij langs de stadspoort reed, zag de dagdief dat de ogen van de Turk fonkelden van woede en dat hij van plan was thuis amok te maken. Hij volgde hem dus weer, en op een druk plein verwisselde hij de komkommer voor de geldbuidel. En terwijl de dagdief terugging naar zijn collega, reed de soldaat naar huis, betrad zijn woning en riep toornig: "Fatima, ik zal je deze streek betaald zetten, kreng! Ik gaf je opdracht een buidel met goudstukken in mijn zak te stoppen en geen komkommer." - "Ik zweet bij Allah, mijn gebieder," sprak zij, "dat ik gedaan heb wat jij beval en een buidel met goudstukken in je zak heb gestoken." - "Maar toen ik de koopman wilde betalen, vond ik slechts een komkommer. Hoe verklaar je dat?" vroeg hij ongeduldig. Ze ging naar hem toe, stak haar hand in zijn zak en trok er de buidel met goudstukken uit. "Is dat nu een geldbuidel of een komkommer?" zei ze. "Allah zij dank!" riep de Turk opgelucht uit en beval: "Stop hem weer in mijn zak, Fatima!" En hij reed terug naar de markt, terwijl zijn dienaren voor hem uit liepen.

Toen hij bij de stadspoort kwam, verwisselde de dief de buidel weer voor de komkommer en nietsvermoedend reed de Turk naar de koopman toe. Daar aangekomen groette hij hem en sprak: "Overigens, Aboe Hassan, ik heb die en die stof vergeten," en hij kocht nog vier of vijf andere balen, liet die inpakken en bij de andere pakken leggen. Maar toen hij zijn geldbuidel tevoorschijn wilde halen om te betalen, hield hij weer de komkommer in zijn hand en van verontwaardiging steeg het bloed hem naar het hoofd. Tot de koopman sprak hij: "Neem me niet kwalijk, Aboe Hassan, maar ik geloof dat het geld dat ik bij me heb niet genoeg is voor al deze goederen. Ik zal ze nog een keer hier moeten laten liggen, om meer geld te gaan halen." - "Zoals u wenst," antwoordde de koopman, en de Turk liet hem alleen.

Bij de stadspoort zag de dagdief hem aankomen, volgde hem ongemerkt en ruilde de geldbuidel weer om met de komkommer. De Turk ging zijn huis binnen, trok zijn zwaard en ging daarmee op zijn vrouw af, terwijl hij schreeuwde: "Hoe vaak heb ik je nu al niet gezegd dat je mijn geldbuidel in mijn zak moet stoppen!" Zij antwoordde: "Ik zweer je bij Allah, mijn gebieder, dat ik je een buidel met goudstukken heb gegeven. Alleen een dief kan zo'n steek met je uithalen!" Hij stak zelf zijn hand in zijn broekzak en haalde de geldbuidel te voorschijn. "Wat heeft dat te betekenen?" sprak hij verward. Toen liet hij zijn dienaren komen en vroeg hen: "Wie van jullie neemt deze buidel met goud onder zijn hoede en houdt hem bij zich tot we bij de winkel van de koopman zijn? Als beloning zal ik daar voor hem een hemd, een broek, een bovenkleed en een fez kopen." Hadsji Abbas trad naar voren en sprak: "Geeft u maar hier, heer!" De dienaar stak de buidel in zijn zak en ze begaven zich voor de derde maal op weg naar de winkel van de koopman. Uit angst hield de dienaar de heIe tijd zijn hand op de zak waarin het goud zat.

Toen ze langs de stadspoort kwamen, zag de scherpzinnige dagdief onmiddellijk dat de geldbuidel van eigenaar was gewisseld en aan een dienaar was toevertrouwd: Hij volgde hen, totdat ze op een druk plein kwamen. Een ogenblik lang dacht Hadsji Abbas niet aan de geldbuidel, maar duwde met zijn hand de mensenmassa opzij om ruimte te maken voor zijn meester. Op dat moment sloeg de dief zijn slag; hij maakte zich meester van de geldbuidel en stopte daarvoor in de plaats de komkommer in de zak van de dienaar. Toen sprak hij tot zijn collega de nachtdief: "Kom, laten we naar de koopman gaan en kijken wat er gebeurt."

De dienaar had onmiddellijk nadat ze het gewoel achter zich hadden gelaten, zijn hand weer op de zak met de vermeende geldbuidel gelegd. Zo kwamen ze aan bij de winkel van de koopman. De Turkse soldaat groette hem voor de derde maal met de vredesgroet "Vrede zij met u" en bestelde nog een paar kleinigheden: "Broeder, breng mij nog tien handdoeken, tien zakdoeken en tien vrouwensluiers."

Nadat de koopman alles gehaald had en er een derde pak van had gemaakt, riep de Turk: "Hadsji Abbas, reik mij de geldbuidel!" - "Bij uw welzijn, meester," sprak de dienaar aarzelend, "ik geef hem u niet voordat u besteld hebt wat u mij beloofd hebt." - "Je zult je beloning hebben," zei de soldaat welwillend en beval de koopman: "Breng nog een hemd, een broek, een bovenkleed en een fez." De koopman bracht hen het gevraagde en pakte het in. Toen tastte de dienaar in zijn zak om de geldbuídel te voorschijn te halen - en in zijn hand hield hij de komkommer. Toen de Turkse soldaat die zag, raakte hij buiten zinnen. Hij wilde zich met zijn zwaard op de dienaar storten toen de dief verscheen, die hem de geldbuidel liet zien en riep: "De dienaar is onschuldig, heer, hier is je goud!" - "Houd de dief!" riep de soldaat. Maar toen de mensen hem wilden grijpen, was hij spoorloos verdwenen.

De dagdief stak de buidel met geldstukken in zijn zak en sprak tot zijn collega: "Dat was mijn streek, beste broeder. Heb jij een betere dan ik?"

"Wacht maar tot het nacht wordt," antwoordde de nachtdief. En zij wachtten tot het vierde uur waarop alle mensen in Caïro slapen. Toen nam de nachtdief de dagdief bij de hand en zij liepen door de donkere, verlaten straten, tot ze bij een paleis kwamen. Dit paleis was van de shabandar, de opperste koopman van Caïro. Hij was gestorven en had al zijn bezittingen nagelaten aan zijn enige zoon.

De nachtdief haalde een touwladder uit zijn zak en wierp een uiteinde over een hoek van het dakterras van het paleis. Het andere uiteinde pinde hij vast in de grond, zodat de ladder van boven tot onder gespannen stond. "Klim jij maar als eerste naar boven!" zei de dagdief tot zijn collega; die klom op het dakterras van het paleis en de ander volgde hem. Toen liepen ze voorzichtig over het dak en daalden af tot aan de verdieping die bewoond was. Ze keken naar binnen in een helverlichte ruimte en zagen de zoon van de koopman in de salon van het vrouwenappartement zitten, omgeven door vier blanke slavinnen, zo mooi als de maan; voor hen stonden wijnvaten waaruit zij dronken en terwijl hij at, zongen de slavinnen.

De nachtdief sloeg dit alles nauwlettend gade en ontdekte onder een staande lamp de sleutel van de schatkamer. Hij betrad voorzichtig de kamer, ging op zijn buik liggen en kroop als een hond naar de staande lamp, terwijl de aanwezigen zich vol overgave bezighielden met zingen, drinken en eten. Bliksemsnel greep hij de sleutel, stopte hem in zijn hemd en kroop, zoals hij was gekomen, weer de salon uit. Hij kwam terug bij zijn collega zonder dat iemand hem had bemerkt. Beiden gingen naar de schatkamer, waar het geld werd bewaard. Hij deed de deur open en ze gingen naar binnen. Zij vonden daar veertig kisten die naast elkaar stonden, en op iedere kist lag de bijpassende sleutel. De nachtdief nam de eerste sleutel en opende daarmee de eerste kist, telde de inhoud en stelde vast dat er veertig buidels met 500 piaster in zaten. Hij nam er een buidel met 500 piaster uit, deed de kist weer op slot en legde de sleutel op precies dezelfde plaats. Dat deed hij bij alle veertig kisten en uit elke kist nam hij een enkele buidel.

Nadat ze de schatkamer hadden verlaten en de deur hadden afgesloten, gaf hij de dagdief de veertig buidels en fluisterde hem toe: "Wacht hier op mij." Hij ging de
salon binnen, kroop weer als een hond naar de lamp en legde de sleutel op dezelfde plaats als hij hem had weggenomen, zonder dat iemand hem bemerkte. Toen kwam hij weer bij zijn collega en ze slopen weg. Tenslotte klommen ze de touwladder af; de nachtdief rolde hem op en stopte hem in zijn zak. "Was dat jouw streek?" vroeg de dagdief hem, en zijn collega antwoordde: "Geduld, broeder. Mijn streek zal pas overdag worden afgemaakt." Zij bleven de rest van de nacht bij elkaar. 's Ochtends trok de nachtdief enige kostbare gewaden aan, de een over de ander, en daarover droeg hij een met gouddraad bestikt lang vest met als gordel een sjaal van kasjmier, terwijl hij van een andere sjaal een tulband maakte. Om zijn schouders legde hij een cape en in zijn gordel stak hij een horloge. Toen haalde hij een snelle ezelin en een paar slaven, die hem begeleidden; een van hen droeg voor hem een lange pijp en de andere allerlei bagage. Zo kwamen ze bij de zaak van de koopmanszoon, die hij de vorige nacht had bestolen.

De nachtdief begroette de jonge koopman vriendelijk, steeg van zijn ezelin en ging de winkel in. Men bracht hem iets om op te zitten en nodigde hem uit plaats te nemen. De koopmanszoon liet hem een mokka brengen. Zijn slaaf vulde op zijn bevel zijn pijp en reikte hem die aan. Zo zat hij anderhalf tot twee uur in de winkel. Toen wendde hij zich tot de koopmanszoon en sprak: "Zeg eens, Mohammed, komt je vader niet altijd om deze tijd in de winkel?" - "Wiens vader?" vroeg de koopmanszoon. "Ik bedoet de shabandar, de opperste koopman van Caïro," antwoordde de verklede dief.

"Waarvandaan zou hij dan moeten komen?" wilde de koopmanszoon weten, en zijn gast informeerde bezorgd: "Hoezo, is hij soms op reis? Kan ik hem niet spreken?" Toen vertelde de koopmanszoon hem: "Mijn vader - Allah schenke hem vrede - is al twee jaar dood."

Toen de nachtdief dat hoorde, sprong hij op, brak de pijp doormidden, die hij in zijn handen hield, trok de tulband van zijn hoofd en wierp die op de grond. Toen begon hij luid te klagen: "O weh, o weh, mijn hele bezit en het goed van andere mensen verloren!" De kooplui uit de naburige winkels en werkplaatsen en de klanten verzamelden zich allemaal om hem heen en vroegen: "Wat is er gebeurd, edele heer?" Hij vertelde hen: "Een paar jaar geleden heb ik zijn vader, de grote shabandar - Allah schenke hem vrede - mijn bezit en het goed van vele mensen toevertrouwd."

Dit bericht kwam ook de kadi ter ore en die stuurde een agent naar de markt om de beide mannen te halen. Toen de koopmanszoon en de nachtdief voor de kadi stonden, gaf hij hen allebei opdracht hem het verhaal te vertellen. De verklede nachtdief begon: "Ik ben hier een keer heengekomen met veertig geldkisten; in iedere kist zaten 39 buidels met ieder 500 piaster, en die heb ik zijn vader toevertrouwd."

"Wat heb je daarop te zeggen, Mohammed?" vroeg de kadi. En de koopmanszoon vertelde: "In mijn huis staan 40 geldkisten, het bezit van mijn vader, maar in elke geldkist zitten geen 39, maar precies 40 buidels."

Beide verhalen werden met getuigen erbij opgeschreven. Toen sprak de kadi: "Wij moeten nu naar je huis, Mohammed, om de feiten te controleren." Dus gingen de kadi, de getuigen en een agent naar het huis van de shabandar. Zij gingen de schatkamer in, openden de kisten en telden de inhoud. Zij vonden in alle kisten slechts 39 buidels en concludeerden daaruit dat het geld van de nachtdief was. De kadi verkondìgde daarom in de rechtszaal: "Vastgesteld is dat het geld in het huis van de shabandar toebehoort aan deze heer! Haal kamelen en laat hem de kisten opladen en meenemen." Hij kreeg alle veertig kisten en de koopmanszoon hield niets meer over. De nachtdief gaf de kadi een kist en een kist aan de agent en de overige 38 behield hij zelf.

Toen sprak hij tot zijn collega, de dagdief: "Nu, broeder, welke streek is beter, die van jou of die van mij?" - "Ik zweer bij Allah," antwoordde de dagdief, "jouw streek was de beste." - "Neem de buidels," sprak de nachtdief. "Moge Allah daarmee je ziel tot rust brengen, want de vrouw en het huis zijn voor mij."

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 04:56 Reageer op dit bericht Stuur door

Gedurende een gevecht, bevond Ali (een metgezel van de

Gedurende een gevecht, bevond Ali (een metgezel van de
profeet
Mohammed, Sallalahu 'alaihi wasalam), zich tegenover
een ongelovige die hem gewelddadig aanviel. Ze waren
alle twee moedige en sterke mannen, maar de ongelovige
was geen tegenpartij voor Ali, die al snel op zijn
borst zat om hem de genadeslag toe te dienen.

“Ik nodig je uit om de getuigen dat er geen god is
behalve Allah en dat Mohammed de boodschapper van
Allah is,” zei Ali. “Accepteer de Islam en ik zal jouw
leven sparen”. “Nooit”, hijgde de ongelovige. Ali hief
zijn zwaard op en hij stond op het punt om deze op
zijn vijand te laten neerdalen, toen de ongelovige hem
in het gezicht spuugde.

Tot grote verbazing van de ongelovige, sprong Ali
direct van zijn vijand af en liet zijn zwaard zakken.
“Ga weg”, zei Ali, “Ik kan jou nu niet doden”. “Waarom
deed je dat?” vroeg de ongelovige, “Je had me
makkelijk kunnen doden”. “Ik vocht met jou, zuiver uit
naam van Allah,” antwoordde Ali, “maar toen je in mijn
gezicht spuugde, maakte jouw belediging mij kwaad en
als ik jou in boosheid had gedood, zou mij dat naar de
hel hebben gebracht, dus had ik geen andere keuze dan
om jou te laten gaan. Iemand te doden uit boosheid of
uit wraak is geen teken van moed, maar een laffe
daad.”

Toen de ongelovige dit hoorde, was hij zo onder de
indruk van Ali’s eerlijkheid en zelfcontrole, dat hij
direct de Islam aanvaardde. “Ik getuig dat er geen god
is dan Allah, en ik getuig dan Mohammed de
boodschapper is van Allah”.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 04:34 Reageer op dit bericht Stuur door

Trouw

Trouw

Bismillah arRahmaan arRaheem wa salatu wa salaam 'ala Rasulillah

Subhanak Allahuma wa bihamdik, ash hadu an laa illaha ila ant, astaghfiruka
wa atubu ileik

Aanmoediging van een broer door Iftikhar
Staat op de site van MSA Universiteit van Houston


Toen ik begon met het zoeken naar een vrouw, was mijn enige intentie een Muslima te vinden die me kon helpen een betere moslim te worden. Nadat ik vaak tot Allah Aza Wa Jal Heb gebeden ontmoette ik een Broeder in mijn omgeving die een niet-gehuwde zus had..

Er werd mij verteld dat ze 7 jaar ouder dan ik was.. niet geschoold was en kleine gezondheidsproblemen had..

Ondanks dit.. regelde ik een ontmoeting om te kijken of er een eventueel huwelijk in zat.. Toen ik haar ontmoette was ik onder de indruk van haar bescheidenheid ( ze droeg en echte Hijaab Die alles bedekte behalve haar gezicht ) Ze was niet aantrekkelijk.. noch was ze rijk. Toch voelde ik me na het onze ontmoeting op mijn gemak met het feit dat zij het was waar ik naar zocht.. Na Istigara te hebben gebid, was ik er zeker van dat zij goed was voor mij. Onze Huwelijk is enkele weken later gesloten...

Oh ja.. dit was een Islamitische Bruiloft. zo een waar de mannen en vrouwen apart zitten, er was geen Discomuziek Of Buikdanseressen of andere Koefar-Dingen
Er was waarschijnlijk maar 1 broeder die NIET volgens de Sunnah was gekleed. We brachten onze tijd voornamelijk door met bidden.. Allah Aza Wa Jal Prijzen en discussiëren over het feit wat een grote zegenening de verantwoordelijkheid van een huwelijk wel niet is..etc..

Ik denk dat de totale kosten van de Bruiloft ongeveer 20 Amerikaanse dollars was.. ( we hielden de bruiloft in het huis van mijn schoonbroer)IK had de tijd van mijn leven!!!

Ondanks het feit dat ze heel koppig is en veel argumenteert, ze is een van de Beste muslima's die een man zich kan wensen.

Dan heb ik het niet over de manier waarop ze me midden in de nacht wakker maakt voor het gebed, Of dat manier waarop ze haar gezicht bedekt in het openbaar, of de manier waarop ze elke daad van mij onderzoekt, Of wanneer ze me negeert als ik geen Koran meer lees.. of elke dag naar de Moskee ga..
IK heb het over haar Angst voor Allah Aza Wa Jal en liefde voor de Profeet Mohammed Salallahoe 3eleehie wa salaam.

Niet slecht voor een vrouw die mensen lelijk noemen en die niet geschoold is.. en geen geld heeft.. Ik zou haar voor niets in deze wereld willen ruilen..

Vele malen wanneer de discussie over trouwen word gevoerd hoor ik de ene broeder na de andere zeggen hoe mooi en hoe geschoold ze willen dat hun droomvrouw moet zijn... Anderen praten over liefde of afkomst..

Idioten.. ( met alle Respect van Dien )

Als het geval is dat sommige van jullie in de war zijn.. omdat ik dit allemaal vertel.. Laat me jullie vertellen wat ik weet ( rechtoe rechtaan )

Een Vrome Vrouw is je sterkste Verdediging tegen de Duivel

Nou.. Trouw een vrouw om wat voor reden je wil.. Mijn Smeekbede Is met jullie Allen..

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De zwarte vrouw.

De zwarte vrouw.

 

‘Ataa' bin Abi Rabah overlevert: "Ibn ‘bbaas zei tegen mij: ,,Zal ik jou een vrouw van de mensen van het paradijs laten zien?" Ik zei: "Jazeker." Hij zei: "Deze zwarte vrouw kwam naar de Profeet (vrede zij met hem) en zei: "Ik lijd aan epileptische aanvallen (die veroorzaakt worden door djinn) en mijn lichaam raakt ontbloot. Roep Allah voor mij aan (om mij te genezen)!" De Profeet (vrede zij met hem) zei tegen haar: "Als je wilt, wees geduldig en jij zult het paradijs betreden; en anders roep ik Allah aan om jou te genezen." Zij zei: "Ik zal geduldig blijven (en voegde toe), maar ik raak ontbloot. Roep Allah dan (alleen) aan dat ik niet ontbloot wordt." Hierop riep hij (vrede zij met hem) Allah voor haar aan.” (al-Boechari)

De zwarte vrouw van deze overlevering is niet bekend bij haar naam of haar exacte afkomst. Zij is daarentegen bekend vanwege haar daden, geloof, bescheidenheid, kuisheid en vanwege het feit dat zij behoort tot de bewoners van het Paradijs. Toen Abd Allah ibn Abbaas (moge Allah tevreden met hem zijn) naar deze vrouw refereerde als zijnde 'een zwarte vrouw', doelde hij hiermee niet op haar ras en ook was het niet zijn bedoeling om haar op enige manier te kleineren. Hij wilde de mensen om zich heen daarentegen een geweldige les van de Islam leren. De Profeet (vrede zij met hem) zei namelijk: “Waarlijk, Allah kijkt niet naar jullie lichamen en uiterlijk, maar hij kijkt naar jullie harten en daden." (Moeslim)

Deze zwarte vrouw was lichamelijk ziek, toch zocht zij genezing door middel van de Doeaa' van de Profeet (vrede zij met hem). Zij wist dat Allah de Enige is Die geneest, en dat Allah de doeaa' van zijn Boodschapper (vrede zij met hem) verhoort.

Het feit dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Als je wilt, wees geduldig en jij zult het paradijs betreden”, is een bewijs voor de grote deugd en de beloning voor het hebben van geduld tijdens ziekten. In een andere overlevering zegt de Profeet (vrede zij met hem): “Wanneer een moslim getroffen wordt door een tegenslag, zal hij vergeven worden, zelfs als hij (slechts) door een doorn wordt geprikt." (Moeslim)

De zwarte vrouw koos het lijden in dit wereldse leven om daarmee de eeuwige beloning van het Paradijs te verkrijgen. Zij leed aan een ziekte, maar haar pijn en ongemak heeft haar er niet van weerhouden Allah te behagen. Het is nu eenmaal zo dat een persoon die het Pad van Allah bewandelt moeilijkheden zal ervaren, want het Paradijs is omringd door ontberingen. Als dingen makkelijk en rooskleurig zijn, dan moet een persoon bij zichzelf te rade gaan en zichzelf afvragen: "Volg ik wel de Ware Islam?"

Vooral in deze Westerse samenleving kan het moeilijk zijn voor (jonge) moslimvrouwen om zich bescheiden te kleden, de correcte hidjaab te dragen, niet met mannen te praten behalve als het nodig is. Dit alles kan in het begin moeilijk zijn om te bereiken, maar wanneer iemand haar of zijn eigen begeerten weet te overwinnen omwille van Allah, de Verhevene, dan zullen de obstakels makkelijk te overwinnen zijn. Dus hoe overwint iemand? Door Allah, de Verhevene, bij Zijn Schone Namen en Zijn Verheven Eigenschappen te kennen. Door van Hem en Zijn boodschapper (vrede zij met hem) te houden. Dan zal Allah’s Hulp komen, InshaaAllah.

Zij, de zwarte vrouw, verkoos geduld, maar kon het niet tolereren dat haar eer, bescheidenheid en kuisheid aangetast zouden worden of dat een lichaamsdeel van haar ontbloot zou worden, ondanks het feit dat zij hier geen controle over had en hier zelf niets aan kon doen. Zij was zeker een ware slavin en dienares van Allah, de Verhevene. Zij was een gelovige vrouw, een moslima, een rechtschapen en vrome vrouw, een eerlijke vrouw en zij was trouw aan Allah, de Verhevene en Zijn Boodschapper (vrede zij met hem).

Niet alleen bezat zij deze ontzagwekkende kwaliteiten, maar zij was ook een wijze en geweldige vrouw, zoals is op te merken aan haar gedenkwaardige woorden: "Maar ik raak ontbloot. Roept Allah dan (alleen) aan dat ik niet ontbloot wordt." Er kan ook geconcludeerd worden dat de rechtschapen moslimvrouw er van nature van houdt zich te bedekken. Zij houdt van bescheidenheid, kuisheid en haat het om haar lichaam en schoonheid te tonen aan niet-mahram mannen. De zwarte vrouw kon de pijn van haar ziekte verdragen, maar ze kon het niet verdragen om voor de mensen onbedekt te zijn.

Het punt dat eenieder moet begrijpen is dat het hier niet gaat om zwart of wit, Arabisch of niet-Arabisch, rijk of arm, adel of voetvolk, het gaat daarentegen om een overtuiging die zo diep in de harten van de moslims verankerd ligt en als bloed door de aders van de mensen stroomt. Zij zijn het die helemaal toegewijd zijn aan de Islam. Veertienhonderd jaar aan Islamitische geschiedenis toont aan dat de moslimvrouw honger, armoede en ziekte heeft kunnen weerstaan, maar niet kon leven met het ongehoorzaam zijn tegenover Allah, de Verhevene. En gedenkt de vrouw wiens man op het punt stond om naar zijn werk te gaan, en zij tegen hem zei: “Vrees Allah, de Verhevene, ten aanzien van ons onderhoud, want wij kunnen honger en dorst verdragen, maar niet de Hel." Met andere woorden: "Kom niet thuis met datgene wat op een haraam wijze is verkregen!"

Inshaa Allah kunnen wij allemaal, zowel mannen en vrouwen, een diepe en rijke les hieruit trekken, opdat wij ook tot de inwoners van het Paradijs mogen behoren.


Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 06:13 Reageer op dit bericht Stuur door

TRANEN VAN LIEFDE

Rasulallah SWS en Mariam hadden een zoon toen de profeet eenenzestig jaar was.......

TRANEN VAN LIEFDE,

Rasulallah en Mariam hadden een zoon toen de profeet eenenzestig jaar was. Rasulallah was erg gelukkig. Hij hield héél veel van zijn zoon. Een zoogmoeder zorgde (volgens een oud Arabisch gebruik) voor zijn zoon.

Rasulallah ging vaak naar het huis van de zoogmoeder. Hij hield de baby in zijn armen, kuste het op het voorhoofd en sprak ermee. Anas ging vaak met Rasulallah mee om de baby te zien en zei dat hij nog nooit zo'n liefhebbende vader als Rasulallah had gezien.

Toen het kindje Ibrahiem, amper 17 maanden oud was, werd hij ziek. Op een dag zei iemand tegen Rasulallah dat zijn zoon erg ziek was. Rasulallah ging met een Metgezel Abdarrahmaan naar het huis van de zoogmoeder. De arme Ibrahiem was met zijn laatste ademteugen bezig. Toen Rasulallah de baby in zijn armen hield, kwamen er tranen in zijn ogen.

Zijn vriend Abderrahmaan was verbaasd de tranen in de ogen van de Profeet te zien. Hij zei: "O Profeet van ALLAH, huil jij ook?" Rasulallah antwoordde: "Tranen zijn een zegen. Zij tonen ons mededogen en onze liefde. Maar ALLAH verbiedt ons de weeklagen en onze kleren in verdriet de verscheuren."

Toen ging Rasulallah naast Ibrahiem zitten en zei: " O Ibrahiem, het spijt ons dat je ons gaat verlaten. Onze ogen huilen en onze harten zijn bedroefd, maar wij uitten geen woorden die tegen de wil van ALLAH zijn." Spoedig daarna sloot de kleine Ibrahiem zijn ogen en stierf.

"Inna lillaah wa inna ilaajhi raaji'oen."
"Wij behoren tot ALLAH en tot hem zullen wij terugkeren."

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 04:30 Reageer op dit bericht Stuur door

De liefde van Allah swt

De liefde van Allah swt

Op een dag, ontwaakte ik vroeg in de morgen om op de zonsopgang te letten.
Ah, de schoonheid van de schepping tart elke verbeelding , onbeschrijfbaar
Terwijl ik oplette, prijsde ik Allah voor het mooie werk.
Terwijl ik daar zat, voelde ik de aanwezigheid van Allah met me.
Hij vroeg me, "houdt je van me?"
Ik antwoordde, "natuurlijk Ya Allah! U bent mijn Rabb!"
Dan vroeg hij me, "als je fysisch gehandicapt zou zijn, zou je nog
van me houden?"
Ik was verward, Ik keek neer naar mijn armen, benen en de rest van mijn
lichaam en vroeg me af hoeveel zaken ik niet zou kunnen doen, terwijl ik ze
normaal vond. En ik antwoordde, "het zou hard zijn Ya Rabb, maar ik zou nog steeds van
jouw houden." Dan vroeg hij me,"als je blind zou zijn, zou je nog van mijn schepping
houden?" Hoe kon ik van iets houden zonder het te kunnen zien ? Dan dacht ik aan
alle blinde mensen in de wereld en hoeveel ze nog van Allah houden
en zijn schepping. En ik antwoordde, "het zou moeilijk zijn Ya Rabb,maar ik zou nog
steeds van jouw houden." Dan vroeg hij me,"als je doof zou zijn, zou je dan nog luisteren
naar mijn woorden?"
Hoe kon ik luisteren als ik doof was? Dan begreep ik het. Het luisteren naar
het woord van Allah is niet slechts met onze oren maar ook met onze harten.
En ik antwoordde, "het zou hard zijn Ya Rabb, maar ik zou nog steeds luisteren naar jouw woorden." Dan vroeg hij me,"als je doofstom zou zijn, zou je dan mijn Naam prijzen?"
Hoe kon ik Allah prijzen zonder stem ? Dan begreep ik het, Allah wil dat we
hem prijzen vanuit ons hart en ziel .Het is niet van belang hoe wij klinken.
En ik antwoordde, "hoewel ik fysisch je niet kan prijzen, zou ik nog uw
Naam prijzen." Dan vroeg hij me, "houdt je werkelijk van me?" Met volle moed en
sterke overtuiging, antwoordde ik dapper , "JA YA RABB!!"
Ik houd van u omdat u de enige en de ware Allah bent!" Ik dacht dat ik goed
had geantwoord, maar dan vroeg hij me , "waarom zondig je dan?"
Ik antwoordde, "omdat ik slechts een mens ben, en ik niet perfect
ben."Waarom dwaal je dan in tijden van vrede het meest ?
En waarom bidt je alleen in tijden wanneer je een probleem hebt? "Geen antwoord. Alleen tranen. Allah vervolgde :
Waarom bidt je slechts bij samenkomsten?
Waarom zoek je me alleen op in tijden van aanbidding?
Waarom vraag je altijd egoïstische zaken?
Waarom vraag je altijd zo onvertrouwelijk?
De tranen bleven over mijn wangen naar beneden rollen.
Waarom ben je beschaamd van me?
Waarom spreidt je het goede nieuws niet ?
Waarom huil je, in tijden van vervolging bij andere, Wanneer ik Mijn schouders aanbied?
Waarom gebruik je excuses, wanneer ik je kansen geef om in Mijn Naam
te dienen?
Ik probeerde te antwoorden, maar ik kon geen antwoord geven.
Je bent gezegend met het leven.
Ik schiep je om deze gift niet weg te werpen.
Ik heb jou met talenten gezegend om me te dienen, maar je blijft je afwenden.
Ik heb Mijn woord aan jouw geopenbaard, maar je wint niet in kennis bij.
Ik heb je toegesproken, maar uw oren waren gesloten.
Ik heb mijn zegen aan jouw getoond, maar uw ogen waren afgewend.
Ik heb jouw dienaars gestuurd, maar jij zat nutteloos terwijl zij werden weggeduwd.
Ik heb jouw gebeden gehoord en ik heb hen allen beantwoord.
Houdt je echt van me echt?
Ik kon niet antwoorden.
Hoe kon ik? Ik was beschaamd .
Ik had geen verontschuldiging.
Wat kon ik na dit zeggen?
oen mijn hart had uitgehuild, en de tranen hadden gestroomd,
zei ik, "Ya Rabb vergeef me alstublieft.
Ik ben het onwaardig uw dienaar te zijn."
Dan antwoordde hij me,"dat is mijn gunst,Oh mijn dienaar"
Ik vroeg, "waarom blijft u me vergeven? Waarom houdt u zo van me?
Dan antwoordde hij me, "omdat je mijn schepping bent.
Ik zal jouw nooit verlaten.
Wanneer je huilt, zal ik medeleven hebben en met jouw meehuilen
Wanneer je met vreugde schreeuwt, zal ik met je lachen.
Wanneer je triestig bent, zal ik je aanmoedigen.
Wanneer je valt, zal ik je omhoog heffen.
Wanneer je moe wordt , zal ik je dragen.
Ik zal met jouw tot het einde van de dagen zijn en ik zal altijd van jouw houden."
Nooit had ik zo hard gehuild .
Hoe kon ik zo koud zijn geweest.
En voor het eerst, bad ik echt.

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:42 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Islamitische verhalen

↑ Terug naar de berichten