Naar de inhoud

Islamitische verhalen

Moge Allah ‘azza wa djal onze kennis doen vermeerderen, Ameen. Moge Allah ons leiden naar de waarheid en ons weerhouden van het slechte, Ameen. Moge Allah ons sieren met de schoonheid van Imaan & Taqwa, Ameen.
akke.beakke.be

Archief

Het berouw van de roversleider

Het berouw van de roversleider

 

Lang geleden was er jongen die veel hield van kennis vergaren om dichter bij Allah te komen. Zoveel hield hij daarvan, dat hij daarvoor bereid was naar andere steden te reizen ook al lagen die ver weg. Zo wilde hij graag naar Bagdad gaan om de geleerden op te zoeken en hun kennis tot zich te nemen. Bagdad was in die tijd een groot kenniscentrum.

Voordat hij vertrok gaf zijn moeder hem 40 dinar voor zijn onkosten maar belangrijker dan dat, ze gaf hem een gouden advies mee. “Mijn zoon” zei ze “onthoud één ding heel goed, in wat voor situatie je ook zit: spreek de waarheid.”

Met zijn 40 dinar en het advies van zijn moeder begon hij zijn reis naar Bagdad. Hij reisde met een groep mensen mee en onderweg gebeurde er iets waar de meeste mensen niet op zitten te wachten.

Ze werden namelijk overvallen door een roversbende die als doel had zoveel mogelijk bezittingen van de mensen af te nemen. Toen een van de rovers bij de jongen kwam, vroeg de rover hem: “Heb je geld?”. De jongen dacht aan het advies van zijn moeder en zei: “Ik heb 40 dinar (wat geen klein bedrag was in die tijd)”. De rover dacht dat de jongen hem in de maling nam en liep weer weg.

Na een tijd kwam er een andere rover die dezelfde vraag stelde en de jongen gaf ook weer hetzelfde antwoord. Deze rover geloofde de jongen ook niet maar nam hem ook nog eens mee naar de roversleider.

Aangekomen bij de roversleider zei zijn bendelid: “Deze jongen beweert 40 dinar bij zich te hebben!” De roversleider was al even verbaasd als zijn bendeleden en vroeg de jongen nogmaals of dit echt zo was. De jongen antwoordde nogmaals dat hij 40 dinar bij zich had.

“Waarom zeg je dat? Weet je niet dat wij rovers zijn en dat wij het geld van de mensen stelen? Waarom zeg je niet dat je niets bij je hebt? Dan maak je nog kans dat je kunt ontsnappen met je geld!” zei de roversleider.

Hierop antwoordde de jongen: “Mijn moeder heeft me gezegd dat ik altijd de waarheid moet spreken en ik gehoorzaam mijn moeder.” Deze uitspraak kunnen veel mensen horen en men weet wel dat het klopt maar vaak wordt het niet in het hart gevoeld. Bij de roversleider kwam deze uitspraak echter rechtstreeks in zijn hart terecht.

“Jij gehoorzaamt je moeder... En ik, ik ben mijn Schepper ongehoorzaam door alle roversdaden die ik bega...” De man had oprechte spijt van zijn daden en zei: “Vanaf nu zeg ik het roversbestaan vaarwel en ga ik mijn Schepper gehoorzamen!”. “Wat zeggen jullie daarvan?” zei hij tegen zijn ex-collega rovers.

“Wij volgden je in het roversbestaan en we zullen je in je berouw ook volgen.” zeiden de rovers unaniem en ze gaven alle geroofde goederen weer terug aan hun eigenaren.

Zo was het dat de eerlijkheid van de jongen niet alleen tot gevolg had dat hij ongeschonden uit deze gebeurtenis kwam. Het heeft er ook voor gezorgd dat de rovers die anderen en zichzelf onrecht aandeden berouw kregen van hun daden en het goede pad op gingen.

Ook al lijkt alles tegen je te werken, als je Allah gehoorzaamt zal Hij altijd een uitweg voor je geven.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 05:56 Reageer op dit bericht Stuur door

De kleermaker

 

De kleermaker

 

 

Op een dag hadden twee mensen wat onenigheid. De ene persoon beschuldigde de ander er namelijk van dat hij hem nog geld schuldig was en dat hij dit niet terug wilde betalen. De ander ontkende geheel dat hij ooit geld van hem had geleend. In werkelijkheid was er wel geld geleend en was de ontkennende persoon dus aan het liegen.

De benadeelde persoon zei: “Ik ga mijn beklag doen bij de kleermaker!” De ander zei: “De kleermaker? Als het maar niet de rechter is dan vind ik het best! Wat kan een kleermaker nou voor je doen?”

De twee gingen uit elkaar maar nu was de schuldige persoon toch wel nieuwsgierig naar deze kleermaker. “Waarom zou hij naar een kleermaker gaan?” Dit was een vraag die hem bezig hield.

Hij vroeg wat mensen of zij konden uitleggen waarom de benadeelde persoon naar een kleermaker gaat om zijn recht te halen. Ze antwoorden hem: “De kleermaker? Zo, nou dan zul je het heel moeilijk krijgen!”. Nu was hij extra benieuwd naar de kleermaker die toch meer dan een gewone kleermaker bleek te zijn en vroeg hij waar hij deze man kon vinden.

Hij haastte zich om de kleermaker te vinden om zijn slachtoffer voor te zijn. Aangekomen bij de kleermaker vroeg hij hem “Wat maakt jou zo bijzonder dat iemand bij jou onrecht komt melden in plaats van naar mensen te gaan die daar over gaan?”. De kleermaker zei: “Aha, ik zal je vertellen hoe dat zit.”

“Op een avond liep ik over straat en zag ik hoe twee soldaten een jonge vrouw oppakten en haar meenamen. Ik wist dat deze soldaten dat vaker deden met jonge vrouwen en dat ze hen naar hun bevelhebber brachten om hun eer te stelen.” “Wat moest ik doen? Ik kon het niet tegen ze opnemen, ik ben maar een kleermaker! Ik liep naar huis en eenmaal thuisgekomen wilde ik gaan slapen.” “Ik kon echter niet in slaap komen vanwege wat er zojuist gebeurd was met die jonge vrouw. Wat zal ze in een angst verkeren! Ik moet iets voor haar doen! Dacht ik bij mezelf.” “Ik begon na te denken over een manier waarop ik de jonge vrouw kon redden van haar ontvoerders.”

“Plotseling kreeg ik een idee.” “Ik begaf mij naar de grote moskee en ging naar de plek waar de Muazzin (oproeper tot het gebed) staat om de mensen op te roepen tot het gebed. Hoog in de minaret begon ik de mensen tot het ochtendgebed op te roepen. Het was alleen drie uur te vroeg voor het gebed! Na mijn oproep werd ik beneden opgewacht door soldaten van de Khalifa (leider van de moslims) die mij ter ondervraging meenamen naar de Khalifa.” “Eenmaal bij hem aangekomen vroeg hij mij: Weet je niet dat het helemaal nog geen tijd is voor het ochtendgebed?! Wat heeft jou er toe gebracht om op te roepen tot het gebed voordat de tijd voor het gebed is gekomen?”

“Ik legde hem uit dat ik het met opzet heb gedaan zodat ik meegenomen zou worden naar hem omdat er iets vreselijks was gebeurd.” “Ik zei tegen hem: Als ik simpelweg naar uw verblijf zou zijn gegaan dan zou ik nooit zomaar worden binnengelaten en zelfs als ik werd binnengelaten dan zou ik u niet zomaar kunnen spreken.”

“Ik legde hem verder uit dat de eigenlijke reden van mijn daad was dat een van zijn commandanten bekend staat dat hij zijn soldaten jonge vrouwen laat ontvoeren en dat hij hen van hun eer beroofd. De Khalifa stuurde een aantal van zijn soldaten naar de bewuste commandant. Zij vonden hem en de ontvoerde vrouw. De commandant, zijn helpende soldaten en de jonge vrouw werden naar de Khalifa gebracht. Na ondervraging bleek de kleermaker de waarheid te hebben gesproken en werd er voor gezorgd dat de schuldigen werden gestraft voor hun misdaden.”

“Tegen mij (de kleermaker) zei de Khalifa vervolgens: Je krijgt vanaf nu van mij de bevoegdheid om wanneer je ook maar iets aan onrecht ziet, op te roepen tot het gebed waarna ik vervolgens zal informeren welk onrecht er gebeurd is.”

“Dit is de reden dat mensen nu naar mij komen om hun beklag te doen.” Zo eindigde de kleermaker zijn antwoord op de vraag van de schuldige persoon.

Reden genoeg voor de schuldige persoon om het geld terug te geven aan de eigenaar en om voortaan nooit meer iemand te bedriegen of te onderschatten.

Want al lijkt iemand misschien zwak of niet in staat om iets te doen: Als hij Allah vreest dan zal Allah hem zonder twijfel helpen... en tegen Allah kan niemand wat beginnen.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 04:45 Reageer op dit bericht Stuur door

Verhaal van het berouw van een zondaar..

Verhaal van het berouw van een zondaar..

 

De verteller van het verhaal zegt:



"Mijn vriend is echt veranderd. Zijn kalme en onverstoorbare gelach
voel je in je oren zoals je de briesjes tijdens de vroege
ochtendgloren voelt en het was vroeger losbandig en verdorven gelach
dat in de oren beukten en de gevoelens kwetsten. Zijn beschaamde
blikken stralen schoonheid en zuiverheid uit en het waren vroeger
gewaagde en onbeschofte blikken. Zijn woorden komen gewogen uit zijn
mond, terwijl hij vroeger zijn woorden hier en daar strooide, ze
raakten de ene persoon en beledigden de ander. Hij toonde geen zorg,
noch belangstelling voor zijn hufterige gedrag. Zijn gezicht kent
een kalmte, is versierd met een baardje en afgebeeld met een
stralenkrans, terwijl vroeger zijn gezicht gekenmerkt werd door
nalatigheid en zorgeloosheid. Ik bekeek hem aandachtig en langdurig.
Hij begreep wat in mijn hoofd ronddwaalde en vroeg mij: "Misschien
wil je mij de volgende vraag stellen: ,,Wat heeft jou veranderd?"

Ik zei: "Inderdaad..., want de persoon die ik me in jou herinner,
sinds ik jou voor het laatst zag, is heel anders dan nu."

Hij zei knikkend: "Verheven is Hij die de toestanden doet
veranderen..."

Ik vroeg heel nieuwsgierig: "Er moet hierachter wel een verhaal
schuilen?"

Hij antwoordde: "Een verhaal dat elke keer als ik eraan denk mijn
geloof in Allah, Die tot alles in staat is, doet toenemen. Een
verhaal dat elke illusie overtreft, maar mij werkelijk is overkomen
en de richtingsweg van mijn leven heeft veranderd. Ik zal jou het
verhaal vertellen."

Hij keek me aan en zei: "Ik was een keer in mijn auto rijdend in de
richting van Cairo en bij een brug die naar een dorp leidde, werd ik
verrast door een koe die rende over de weg met achter haar een kalf.
Ik raakte overstuur en zonder dat ik daar erg in had lieten mijn
handen het stuur los, totdat ik in de diepte van de rivier belande.
Smachtend naar adem stak ik mijn hoofd uit en de gedachte dat ik zou
sterven raasde door mijn hoofd.

In een paar momenten -waarschijnlijk seconden- flitsten langs mijn
hoofd snelle en ononderbroken beelden. Het waren de beelden van mijn
reuskleurig leventje met al zijn tijdverspillingen en
losbandigheden. Mijn verleden toonde zich aan mij als een angstige
spook en de compacte duisternis omsingelde mij. Ik voelde dat ik
zonk in donkere en afgelegen grotten. Ik schrok wakker en schreeuwde
een zachte kreet die amper te horen was... O mijn Heer... Ik draaide
mij om mijn as en ik smeekte om bescherming, niet tegen de dood,
waarvan ik al zeker was dat die zou intreden, maar tegen mijn zonden
die mij omringden en mij benauwden. Ik voelde mijn hart sneller
kloppen en begon de angstige spoken om me heen van me af te slaan.
Ik vroeg onafgebroken vergiffenis aan Allah, voordat ik Hem zou
ontmoeten. Ik voelde een zware druk rondom mijn lichaam, alsof het
water in muren van ijzer waren veranderd en ik besefte me dat het
einde naderde. Ik sprak de geloofsgetuigenis uit en begon me voor te
bereiden op de dood.

Ik bewoog mijn arm en voelde een leegte. Een leegte die leidde naar
de buitenkant van de auto. Op dat moment realiseerde ik me weer dat
één van de ramen van mijn auto kapot was. Allah had gewild dat hij
brak drie dagen geleden tijdens een incident. Ik sprong zonder na te
denken van mijn plaats en duwde mezelf door deze leegte. Het licht
vulde zich in mijn ogen op en plotseling was ik uit mijn auto. Ik
keek door mijn opgezwollen ogen en zag een menigte van mensen staand
langs de rivier. Ze mompelden geluiden die ik niet kon verstaan.
Toen zij mij zagen, daalden er twee van hen naar beneden en hezen
mij naar het droge.

Ik stond versteld wat er zich rondom mij had afgespeeld.
ongelofelijk dat ik van de dood was ontsnapt en mij tussen de
levenden bevond. Mijn aandacht ging nu vooral uit naar mijn
zinkende auto. Ik droomde over mijn oude leven dat nu opgevangen zat
in die auto. Ik droomde dat hij stikte en langzamerhand stierf. Mijn
oude leven stierf en werd voor mijn ogen begraven. Ik ben ervan
verlost en eruit weten te komen. Eruit gekomen als een
nieuwgeborene. Ik voelde een sterk verlangen om ver weg te rennen
van deze plek waar ik mijn verdorven verleden heb begraven.

Ik kwam thuis aan als zijnde een andere persoon dan die daarvoor het
huis verliet. Ik stapte mijn kamer binnen en mijn ogen vielen ten
eerste op de foto's aan de muren van enkele zangers en danseressen.
Ik begon haastig de foto's te verscheuren. Vervolgens plofte ik op
mijn bed, voor het eerst in mijn leven huilend van spijt die ik
voelde vanwege het schenden van de rechten van Allah. Ik huilde
tranen met tuiten en mijn lichaam begon hevig te beven. Terwijl ik
mij in deze toestand bevond, hoorde ik de gebedsoproep luid in de
hemel, alsof ik het voor het eerst hoorde. Ik stond meteen op en
ging de wassing verrichten. Na het gebed verricht te hebben in de
moskee, toonde ik mijn berouw in het openbaar en vroeg constant
Allah om mijn zonden kwijt te schelden. Ik smeekte Hem om mijn
overtredingen uit te wissen en mijn tekortschietingen jegens Hem te
vergeven. Sindsdien ben ik zoals je me nu ziet."

Mashallah...Niet iedereen krijgt z´n kans om van zijn of haar dood te ontsnappen en een andere pad te volgen.
Te laat is te Laat..!! Geen herkansing zoals de toetsen in dunya...

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 04:04 Reageer op dit bericht Stuur door

Op een dag

Op een dag

 

Op een dag, ontwaakte ik vroeg in de morgen om op de zonsopgang te letten. Ah, de schoonheid van de schepping tart elke verbeelding , onbeschrijfbaar Terwijl ik oplette, prijsde ik Allah voor het mooie werk.
Terwijl ik daar zat, voelde ik de aanwezigheid van Allah met me. Hij vroeg me, "houdt je van me?" Ik antwoordde, "natuurlijk Ya Allah! U bent mijn Rabb!" Dan vroeg hij me, "als je fysisch gehandicapt zou zijn, zou je nog van me houden?" Ik was verward, Ik keek neer naar mijn armen, benen en de rest van mijn lichaam en vroeg me af hoeveel zaken ik niet zou kunnen doen, terwijl ik ze normaal vond. En ik antwoordde, "het zou hard zijn Ya Rabb, maar ik zou nog steeds van jouw houden."
Dan vroeg hij me,"als je blind zou zijn, zou je nog van mijn schepping houden?" Hoe kon ik van iets houden zonder het te kunnen zien ? Dan dacht ik aan alle blinde mensen in de wereld en hoeveel ze nog van Allah houden en zijn schepping. En ik antwoordde, "het zou moeilijk zijn Ya Rabb, maar ik zou nog steeds van jouw houden."
Dan vroeg hij me,"als je doof zou zijn, zou je dan nog luisteren naar mijn woorden?" Hoe kon ik luisteren als ik doof was? Dan begreep ik het. Het luisteren naar het woord van Allah is niet slechts met onze oren maar ook met onze harten. En ik antwoordde, "het zou hard zijn Ya Rabb, maar ik zou nog steeds luisteren naar jouw woorden."
Dan vroeg hij me,"als je doofstom zou zijn, zou je dan mijn Naam prijzen?" Hoe kon ik Allah prijzen zonder stem? Dan begreep ik het, Allah wil dat we hem prijzen vanuit ons hart en ziel. Het is niet van belang hoe wij klinken. En ik antwoordde, "hoewel ik phsysisch U niet kan prijzen, zou ik nog uw Naam prijzen."
Dan vroeg hij me, "houdt je werkelijk van me?" Met volle moed en sterke overtuiging, antwoordde ik dapper , "JA YA RABB!!" Ik houd van u omdat u de enige en de ware Allah bent!"
Ik dacht dat ik goed had geantwoord, maar dan vroeg hij me , "waarom zondig je dan?" Ik antwoordde, "omdat ik slechts een mens ben, en ik niet perfect ben."Waarom dwaal je dan in tijden van vrede het meest ? En waarom bidt je alleen in tijden wanneer je een probleem hebt? "Geen antwoord. Alleen tranen.
Allah vervolgde :
Waarom bidt je slechts bij samenkomsten?
Waarom zoek je me alleen op in tijden van aanbidding?
Waarom vraag je altijd egoïstische zaken?
Waarom vraag je altijd zo onvertrouwelijk?
De tranen bleven over mijn wangen naar beneden rollen. Waarom ben je beschaamd van me? Waarom spreidt je het goede nieuws niet ? Waarom huil je, in tijden van vervolging bij andere, Wanneer ik Mijn schouders aanbied? Waarom gebruik je excuses, wanneer ik je kansen geef om in Mijn Naam te dienen?
Ik probeerde te antwoorden, maar ik kon geen antwoord geven. Je bent gezegend met het leven. Ik schiep je om deze gift niet weg te werpen. Ik heb jouw met talenten gezegend om me te dienen, maar je blijft je afwenden. Ik heb Mijn woord aan jouw geopenbaard, maar je wint niet in kennis bij. Ik heb je toegesproken, maar uw oren waren gesloten. Ik heb mijn zegen aan jouw getoond, maar uw ogen waren afgewendt. Ik heb jouw dienaars gestuurd, maar jij zat nutteloos terwijl zij werden weggeduwd. Ik heb jouw gebeden gehoord en ik heb hen allen beantwoord.
Houdt je echt van me echt? Ik kon niet antwoorden. Hoe kon ik? Ik was beschaamd . Ik had geen verontschuldiging. Wat kon ik na dit zeggen?
Toen mijn hart had uitgehuild, en de tranen hadden gestroomd, zei ik, "Ya Rabb vergeef me alstublieft. Ik ben het onwaardig uw dienaar te zijn." Dan antwoordde hij me,"dat is mijn gunst, Oh mijn dienaar" Ik vroeg, "waarom blijft u me vergeven? Waarom houdt u zo van me? Dan antwoordde hij me, "omdat je mijn schepping bent.
Ik zal jouw nooit verlaten.
Wanneer je huilt, zal ik medeleven hebben en met jouw meehuilen.
Wanneer je met vreugde schreeuwt, zal ik met je lachen.
Wanneer je triestig bent, zal ik je aanmoedigen.
Wanneer je valt, zal ik je omhoog heffen.
Wanneer je moe wordt , zal ik je dragen.
Ik zal met jouw tot het einde van de dagen zijn en ik zal altijd van jouw houden." Nooit had ik zo hard gehuild. Hoe kon ik zo koud zijn geweest. En voor het eerst, bad ik echt.

 

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 04:45 Reageer op dit bericht Stuur door

Geduld

Geduld

 

Vele jaren geleden leefde er eens een man, die een zoon had met een mooi uiterlijk en een grote begaafdheid. Hij ging naar school en leerde daar met buitengewoon veel vlijt alles wat men hem onderwees, en had altijd dorst naar nog meer kennis

Toen hij de leeftijd van een man bereikt had, koos zijn vader een vrouw voor hem uit, met wie hij trouwde. Nauwelijks had men de bruiloft op passende wijze gevierd, of de vader van de jongeman stierf. Hij werd begraven en men rouwde veertig dagen lang om hem; toen zette zijn zoon zijn studie weer voort. Eén van zijn studiegenoten, die uit een ver land was teruggekeerd, vertelde hem dat in het land waar hij was geweest de beroemdste en meest volmaakte heilige woonde, in één woord: het voorbeeld van wetenschap en deugdzaamheid van zijn tijd. Daarop nam de jongeman ogenblikkelijk het besluit zich in dat land te gaan vestigen en les te nemen bij de beroemde en heilige man.

Hij ging dadelijk naar huis, pakte zijn sandalen, zijn reistas, wat spullen en een wandelstok en ging op weg naar het verre land, om bij de beroemde meester in de leer te gaan.

Veertig dagen en veertig nachten liep hij aan een stuk door en bereikte eindelijk het land, waarnaar zijn geest op zoek was. Hij vond de beroemde meester al spoedig en stelde zich aan hem voor. De meester, die een smidse had en daarin werkte, vroeg hem: "Wat wil je jongeman?" - "Het Weten leren," antwoordde hij. De smid gaf hem de blaasbalg en beval hem te trekken. De leerling trok en liet de blaasbalg op bevel van de meester weer los, om zo het vuur in de smidse aan te wakkeren.

Een dag, een week, een maand, een jaar en nog meer jaren gingen zo voorbij, zonder dat iemand met hem sprak en waarin hij steeds dezelfde handeling herhaalde. Wel zag hij mensen langs de smidse komen, die zijn meester vragen stelden en van hem antwoord kregen. Weer anderen kregen van de meester een bepaalde taak; zij bleven in de smidse en ook zij moesten een bepaalde handeling dag in dag uit herhalen, en ze deden dat net als hij, zonder vermoeid te raken, zonder een woord te wisselen en zonder ook maar ooit te klagen. Zo gingen tien jaar voorbij.

Toen was het geduld van de jongeman op en waagde hij het de meester te vragen: "Meester?" - "Wat wil je?" antwoordde de smid, en hij zei: "Het weten!" - "Trek aan je blaasbalg!" was het antwoord van de smid en ging door met zijn werk, zonder zich te laten ophouden.

Het enige plezier van de jongeman was, als hij uitgeput van zijn dagelijkse werk, zijn karige kostje in zijn kamertje at en in de boeken las, die de meester of zijn kameraden hem hadden geleend. Zwijgen was de leefregel, zowel in de smidse als in zijn kamer. Niemand sprak met hem en hij sprak met niemand. Als hij iets wilde weten over een bepaald punt van de grammatica, het recht of de Koranuitlegging, dan was het hem toegestaan zijn vraag op een briefje te schrijven en bij het binnengaan van de smidse het papier aan zijn meester te overhandigen. De meester wierp het briefje of in het vuur, of hij stak het in de plooien van zijn tulband. Als hij het briefje in het vuur wierp, dan betekende dat, dat de vraag geen antwoord waard was, maar als hij het in de plooien van zijn tulband stak, dan vond de jongeman 's avonds als hij thuis kwam het antwoord van zijn meester aan het hoofdeinde van zijn bed, geschreven in gouden letters. Zo ging de meester met al zijn leerlingen te werk, zonder ooit een van hun briefjes te lezen: of hij verbrandde ze, of hij bewaarde ze in de plooien van zijn tulband.

Er waren precies twintig jaar voorbijgegaan, sinds onze jongeman in de smidse was; toen kwam de meester naar hem toe en sprak: "Je kunt nu naar je land terugkeren, jongeman. Het Weten dat je zoekt heet Geduld."

Toen hij in zijn vaderland kwam, verwonderde hij zich erover, dat hij zo weinig van de wereld wist, hij, die er zo veel van geweten had voordat hij bij de meester in de leer was gegaan.

Eindelijk kwam hij bij zijn huis, en hij verheugde zich op de vreugde van zijn vrouw over zijn terugkeer. Voordat hij echter aan de deur klopte, keek hij door een vensterluik zijn huis binnen. O, wat een schrik, wat zag hij daar! Wat zagen zijn ogen nu! Zijn vrouw zat daar op een tapijt, geleund tegen een stapel kussens. Naast haar zat een jonge, knappe man en ze praatten en lachten samen en brachten de tijd uiterst aangenaam door.

De reiziger nam een pijl uit zijn koket, spande zijn boog en maakte zich gereed zijn vrouw en de jongeman met een pijl te doorboren, toen het woord 'geduld' van de meester hem te binnen schoot. Hij klopte op de deur en er werd opengedaan; het was dezelfde jongeman die hij door het luik bij zijn vrouw had zien zitten. Hij ging de salon in. Zijn vrouw, die hem herkende, snelde hem stralend van vreugde tegemoet en riep de jongeman toe: "Ahmed, mijn zoon, dit is je vader!"

De man knielde neer met zijn gezicht naar Mekka, raakte met zijn voorhoofd de aarde aan en riep: "Allah, twintig jaar lang heb ik geleerd geduld te oefenen en het scheelde maar een haar of ik had zojuist mijn zoon gedood! Hoe onberekenbaar is onze zwakheid, en hoe oneindig is uw wijsheid! Hoe onuitputtelijk uw barmhartigheid!"

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Een meisje dat brieven schrijft aan Allah

Een meisje dat brieven schrijft aan Allah

 

Dit droevig verhaal werd verteld door de moeder van het meisje.

Ik werd vroeg wakker, terwijl ik vandaag eigenlijk vrij ben. Mijn kleintje Riem ook. Ik zat achter mijn bureau en was bezig met schrijven. "Mama, wat schrijf je?" vroeg ze. "Ik schrijf een brief aan Allah." "Mag ik het lezen?" "Nee schat, deze brief behoort mij toe en niemand mag het lezen." Zij ging daarna verdrietig de kamer uit. Ze was gewend mij altijd te vragen en ik weigerde telkens.

Weken gingen voorbij. Ik ging een keer de kamer van Riem binnen en ze werd zenuwachtig en ik vond dat merkwaardig. Waarom werd ze onrustig? "Riem, wat schrijf je?" Ze werd nog zenuwachtiger. "Niks, mama." "Wat schrijft een meisje van negen en wil niet dat haar moeder dat ziet?" "Ik schrijf ook brieven aan Allah zoals jij, mama." Ze vroeg plotseling en uit haar gezicht is nieuwsgierigheid te lezen: "maar komt alles wat we schrijven uit, mama?" "Vanzelfsprekend mijn dochtertje, want Allah weet alles." Ze liet mij alsnog de brieven niet lezen. Ik ging de kamer uit en ging naar mijn man en mijn gedachten waren bij mijn dochter. Mijn man merkte op dat ik me niet goed voelde en vroeg of hij een arts moet bellen. "Nee" zei ik snel. O mij Heer, ik wilde niet dat hij zo denkt. Ik kuste zijn voorhoofd dat regelmatig gezweet heeft omwille van mij en mijn dochter.

Op een dag vertrok Riem naar school en toen zij terug was, vond zij een arts in ons huis. Ze versnelde om haar vader te zien die op ziekbed lag, wegens een lichte vermoeidheid dat later overging tot een ernstige aandoening. De arts vertelde tot mijn schrik, dat de toestand van mijn man alleen maar kan verslechteren en dat hij slechts enkele weken te leven heeft. Riem hield haar vader vast en omhelsde hem. De liefde van de dochter voor haar vader vulde de kamer op. En ik vergat dat mijn meisje nog jong was en bevestigde haar dat haar lieve vader zwakker wordt en slechts enkele weken te leven heeft. Ze raakte van slag en bleef huilen. Ze bleef herhalen: "waarom overkomt papa dit? waarom?" "Doe doe'a voor hem Riem, dat Allah hem geneest. Je moet moedig blijven en vergeet de barmhartigheid van Allah niet en dat Hij tot alles in staat is... Jij bent mijn oudste en enige dochter." Ze gaf mij gehoor en gaf haar verdriet niet de overmacht. Ze trapte op haar pijn en zei dapper: "papa gaat niet dood."

Elke ochtend kust Riem haar vaders zachte wang. Op een dag keek ze haar vader aan terwijl haar ogen liefde uitstraalden. Ze smeekte hem: "wil je mij vandaag naar school brengen, zoals mijn klasgenootjes?" Verdriet deed zijn gezicht veranderen en probeerde dat te verbergen voor haar en hij zei: "Inshallah, er komt een dag dat ik jou zou brengen." Terwijl hij zeker van was dat wegens zijn ziekte de blijdschap van zijn dochter nooit zou completeren.

Toen op een dag Riem op school was, kwam bij mij op om te kijken wat mijn dochter aan het schrijven was. Ik zocht in haar kamer maar vond niets. Zou ze het meegenomen hebben? zou het verscheuren na het geschreven te hebben? vermoedelijk is het hier. Want wat hield ze veel van deze box. Ze smeekte mij voortdurend om haar deze box te geven. Ya Allah, hij zit vol brieven, allemaal voor Allah!
"Ya Rab Ya Rab, laat de hond van onze buurman sterven, omdat hij mij altijd laat schrikken."
"Ya Rab Ya Rab, onze kat baart veel katjes. Ya Rab, vervang voor haar de katjes die dood gingen."
"Ya Rab, laat mijn neefje slagen, omdat ik van hem houd."
"Ya Rab, laat de bloemen in onze tuin snel groeien, zodat ik elke dag een bloemetje knip en het aan mijn lerares geef."
En veel andere brieven en ze zijn allemaal onschuldig. Eén van de vermakelijkste brieven was, waar zij schreef: "Ya Rab Ya Rab, geef ons dienstmeisje wat meer verstand, want ze vermoeit mijn moeder." O mijn God, ze zijn allemaal uitgekomen! De hond is dood, de kat kreeg meerdere kleintjes, de bloemen zijn gegroeid en Riem neemt elke dag een bloemetje voor haar lerares en Ahmed slaagde met een hoge cijfer. Ya Allah, waarom vraagt ze Allah niet om haar vader te genezen? Ik zocht tussen de brieven, maar tevergeefs... Plotseling riep dienstmeisje mij om de telefoon te antwoorden. De school van Riem belde. Ik raakte overstuur en vroeg degene die ik aan de lijn had: "wat is er gebeurd? wat heeft Riem gedaan?" En toen kwam de klap, als ze zegt dat Riem van vierde verdieping viel en overleed, toen ze op weg was naar haar afwezige lerares om haar een bloemetje te geven. Het bloemetje viel en Riem viel achteraan. Inderdaad, de twee bloemetjes vielen allebei. Ik en mijn man konden dit niet geloven en stonden versteld elkaar aan te staren. Onze hartje is heen gegaan. Mijn man liep zelfs een tongverlamming op, waardoor hij niet kon praten. Waarom moest Riem dood gaan? Het verdriet vulde ons leven. Ik hield mezelf voor de gek en deed alsof ik haar breng, door naar haar school te lopen. Ik deed alles wat mijn kleintje leuk vond. Elke hoek in het huis deed me denken aan haar en haar glimlach die het huis levendiger maakte.

Jaren gingen voorbij en op een vrijdag kwam het dienstmeisje rennend naar mij toe en zegt dat ze geluid hoorde uit de kamer van Riem. Ya Allah, is Riem teruggekomen? dat is krankzinnig.... "Je verbeeldt je slechts. Ik heb mijn voeten niet op deze kamer gezet sinds Riem overleden is." Echter mijn man drong aan om naar de kamer te gaan en te kijken. Ik draaide de sleutel en opende de deur, waarna ik ineens begon te janken en gooide mezelf op haar bed. Ik keek vervolgens rond en zag een schilderij op de grond. Het schilderij viel en maakte uiteraard geluid. Het schilderij, die Riem heel lief had, met Ayatul Koersie erop. Ze was gewend het elke dag te lezen, totdat ze het uit haar hoofd kende. Toen ik de schilderij tilde om het weer op te hangen, viel een papiertje op de grond. Ya Allah, dat is één van de brieven, die Riem schreef aan Allah! Waarom verborg ze het achter het schilderij ? en wat zou ze hier op geschreven hebben? Ya Allah, helemaal verslagen vielen mijn ogen op:
"Ya Rab Ya Rab, ik sterf en papa niet."

 

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 02:53 Reageer op dit bericht Stuur door

De visser en het diamant

De visser en het diamant

 

 

Er was eens een arme visser die per keer slechts één vis vangt. Zijn principe is om pas een vis te gaan vangen als de vorige genuttigd is door zijn gezin. Dus zo ging hij door het leven, tot op een dag terwijl zijn vrouw de vis aan het bereiden was, ontdekte zij een diamant in de buik van de vis. Ze rende naar haar man: "lieverd, lieverd, kijk wat ik gevonden heb, een diamant!" De man zei met een glimlach op zijn gezicht: "wat ben jij een prachtige echtgenote, geef het, dan ga ik kijken of ik het kan verkopen, zodat wij vandaag wat anders gaan eten dan vis."

Hij ging naar de juwelier op de volgende straat "Salaam Alaykom". "Wa'alaykom Salaam" antwoordde de juwelier. De visser vertelde het verhaal en gaf het diamant aan de juwelier om te bekijken. "Dit is geen gewoon diamant, mijn broeder" hij vervolgde "er is geen prijs die dit diamant waardig is, ook al verkoop ik mijn juwelierszaak en mijn huis en die van mijn buurman en overbuurman, dan zou ik u de prijs van dit diamant niet bij elkaar kunnen brengen. Maar ga naar de grote juwelierszaak in de stad, misschien kan hij u helpen."

Zo kwam hij aan in de stad en stapte de grote juwelierszaak binnen. Hij vertelde het verhaal aan de rijke juwelier, maar tevergeefs. Deze vertelde hetzelfde als de vorige juwelier en stuurde hem naar de prins van de stad die een groot paleis bewoont. Eenmaal aangekomen moest hij buiten wachten met zijn schat in zijn hand, totdat hij naar binnen werd geroepen door de wachters.

De prins bekeek het diamant nauwkeurig en zei: "Alhamdulillah, zoiets zocht ik. Ik weet niet hoe ik u kan belonen, maar u mag de kamer der schatten binnentreden, die slechts mij toebehoort. U kunt zes uur in verblijven en bovendien mag u meenemen wat u maar wilt." De bescheiden visser zei: "mijnheer, zes uur is te lang, twee uur zal genoeg zijn." De prins weigerde en zo trad de visser de kamer der schatten binnen, om zes uur lang in te vertoeven. 

De visser stapte binnen en verbaasd keek hij rond. Een gigantische kamer, verdeeld in drie delen. Een deel zit vol diamanten, edelstenen en goudstukken. Een ander deel lag vol bedekt met de mooiste bedden en kussens, alleen het kijken ernaar brengt het rust en slaap. En een ander deel bezit allerlei lekkernijen en dranken.

De visser dacht bij zichzelf: "zes uur lang hier. Het is echt lang voor een gewone visser als ik. Vooruit, waar ga ik beginnen? ik begin bij de laatste deel met lekkernijen, ik ga eten tot mijn buik vol zit, zodat ik genoeg energie heb om zoveel mogelijk diamanten en goud te verzamelen." 

Onze vriend begon dus uren te eten en te drinken. Hij heeft van alle soorten geproefd. Nadat hij klaar is was hij van plan naar de eerste deel te gaan, waar diamanten en edelstenen lagen. Echter toen hij langs de tweede deel liep, zag hij de mooie bedden en kussens. Hij dacht weer bij zichzelf: "nu ik goed gegeten heb, is het niet verkeerd om een dutje te doen, zodat ik meer energie krijg. Dit is een kans die niet te verwaarlozen is." Hij lag dus heerlijk op het bed en is vervolgens in een diepe slaap gevallen.

"Opstaan, de tijd is om..." riep de wachter van de kamer. De visser schrok wakker "huuh... wat??" "naar buiten, uw tijd is voorbij". Verward smeekte de visser: "alstublieft, ik heb mijn kans nog niet benut. Ik moet nog diamanten, edelstenen, goud en en en... meenemen."

De wachter antwoordde: "had je niet genoeg tijd om dat allemaal te verzamelen, mee te nemen naar buiten en daarmee eten, drinken en mooiste bedden te kopen? maar nee, u bent dom, u dacht alleen aan de omgeving waar u in was, breng hem naar buiten."

Dit is het einde van ons verhaal, maar het moraal is nog niet geëindigd.

Weet u wat die gevonden diamant is? Dat is uw ziel. Uw ziel is een schat die geen prijs waardig is, maar u bent onwetend over die waarde.
Weet u wat die kamer der schatten is? Dat is dit wereldse leven. Zie hoe groot het is en hoe wij gebruik van maken.
Wat de diamanten, edelstenen, juwelen en goudstukken betreft? Dat zijn de goede daden.
En het bed is onze achteloosheid en nalatigheid. De lekkernijen en dranken zijn de verleidingen van dit wereldse leven en de wachter is de Engel des doods.

Dus stel u voor als de visser en word wakker uit uw achteloosheid en nalatigheid en verzamel zoveel mogelijk goede daden, alvorens de Engels des doods u wakker maakt.

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 05:02 Reageer op dit bericht Stuur door

De spin met de wind

De spin met de wind

 

 

In het grote rijk der wereld was er eens een heerser die raad vroeg aan zijn zeven raadslieden. Zij hadden allen een advies en de laatste der viziers vertelde een parabel:

"Er was eens een spin die zich nestelde in een hoge boom. Daar bouwde hij een web en dankte Allah voor het goede toevluchtsoord. Na een tijdje wilde Allah hem beproeven en hij liet een hevige storm losbreken die de spin met web en al in zee deed belanden. Gelukkig voor de spin droegen de golven hem weer aan land en hij dankte Allah voor zijn redding.

Maar hij vroeg aan de wind: "Waarom deed je dat? Vind Allah dat zomaar goed?"

Hierop antwoordde de wind: "O spin, weet je dan nog niet dat de wereld nu eenmaal de plaats van onheil is? Wat heb je te klagen, nu Allah je gered heeft?"

De spin dacht even na en antwoordde: "Je hebt gelijk. Ik ben Allah veel dank schuldig. Hij zal in dit vreemde land mijn leidsman zijn en mij wel weer thuisbrengen."

En dat gebeurde ook. Nadat de spin oprecht gebeden had, gaf Allah opdracht aan een zachte wind om hem weer naar zijn eigen boom te brengen."

"En zo, o koning, willen wij nu ook tot Allah bidden, die u lang beproefd heeft, maar u uiteindelijk toch een zoon heeft geschonken."

Toen alle zeven viziers uitgesproken waren, dankte de koning hen en zei: "Besef dat men niet onder Allah's besluit uitkan en dat zijn wil geschiede, ook voor mijn zoon. Laat ons hopen dat Allah hem tot een vroom en deugdzaam vorst maakt." Nadat de koning hen allen met kostbare geschenken had beloond, verlieten de zeven viziers het hof.

De koning ging naar zijn zoon en kuste hem op het voorhoofd en noemde hem Wardjan. Toen het jongetje twaalf jaar oud werd, liet de koning een paleis voor hem bouwen met driehonderdvijfenzestig kamers. Hij gaf hem drie leermeesters om hem in alle wetenschappen te onderwijzen. Elke dag moesten ze in een andere kamer zitten en telkens moesten ze op de deur schrijven wat ze hem die dag hadden geleerd.

Omdat de prins heel pienter was en bovendien over een uitstekend geheugen beschikte, konden de leermeesters elke week de koning naar waarheid verzekeren dat ze van hun hele leven nog nooit zo'n goede leerling hadden gehad. Al snel overtrof de prins iedereen in het land en uiteindelijk besloot men dat hij geschikt was om tot koning gekroond te worden. De leermeesters richtten zich tot de koning: "Verheug u, o koning, over uw zoon, want hij heeft nu alles geleerd wat wij tezamen weten!" Meteen liet de koning zijn grootvizier Schimas bij zich komen en vertelde hem het goede nieuws.

Toen de vizier dit hoorde zei hij tegen de koning: "Uw zoon is een kostbare parel, uit andere parels ontstaan en ik denk dat het passend is om al uw viziers en geleerden uit te nodigen om zich van de kennis van uw zoon te overtuigen."

En zo kon het gebeuren dat de volgende morgen de koning al zijn viziers en geleerden bij zich liet komen. Toen de vizier Schimas bij deze gelegenheid voor de prins boog en deze naar hem terugboog zei Schimas: "Het is niet passend voor een jonge leeuw om voor een ander dier te buigen. Evenmin als het licht eerbied hoeft te tonen voor de duisternis."

Daarop antwoordde de jonge prins: "Ook een jonge leeuw buigt wel voor een luipaard en ook het licht wel voor de duisternis. Dit om te kunnen zien wat er in verborgen is." Toen vroeg de vizier: "Kunt u mij zeggen welke mens de beste is?" En de prins antwoordde: "Degene die de toekomstige wereld verkiest boven de huidige." "En wie kan dat?" Waarop de prins zei: "Hij, die beseft dat hij in een vergankelijke wereld leeft, waarin na de dood de dag van het gericht volgt, waarna een nieuw leven begint."

"U heeft gelijk," zei de vizier, "maar hoe laten zich de behoeften van deze wereld verenigen met die van de toekomstige wereld?" Toen zei de prins: "Men kan op de weg naar de waarheid voor zijn aardse behoeften zorgen, maar daarvoor heeft men slechts een deel van de dag nodig. Het overige deel behoort men aan het zielenheil te wijden."

Toen de vizier dit hoorde, was hij verheugd over zoveel wijsheid en hij besefte, dat deze jongen een goede koning zou worden. En dat gebeurde. Nadat zijn vader overleed regeerde Wardjan gesteund door zijn wijsheid in de geest van zijn vader en met de steun van Allah. Het volk droeg hem op handen en iedereen was het erover eens dat ze zich geen betere koning konden wensen.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 04:31 Reageer op dit bericht Stuur door

De Parelketting

Assalamo alaikom warahmatu Allah wabarakatuh

Bismi Allah Arrahman Arrahim

Het blijde kleine meisje met de springende blonde krullen was bijna vijf.
Terwijl ze op haar moeder wachtte bij de kassa, zag ze hen, een cirkel van glinsterende parels in een roze plastic doosje.
“ Oh alsjeblieft mama. Mag ik die hebben? Alsjeblieft, mama, alsjeblieft?”
Snel keek haar moeder op de achterkant van het plastic doosje en keek toen weer in de smekende blauwe ogen van het opgeheven gezichtje van haar dochtertje.
“Eén euro vijfennegentig. Dat is bijna € 2,00.
Als je ze echt wilt hebben, dan bedenk ik wel wat extra klusjes voor je en dan heb je snel genoeg geld om ze zelf te kopen.
Het is nog maar een week voor Eid en misschien krijg je nog wel een mooie euromunt van oma.”

Zodra Aisha thuiskwam, leegde ze haar spaarpot en telde 17 eurocent.
Na het eten deed ze meer dan haar eigen klusjes en ging ze naar de buren.
Ze vroeg Tante Jamshed of ze paardenbloemen mocht plukken voor 10 cent.
Op Eid-ul-Fitr gaf haar oma haar een mooie nieuwe euromunt en eindelijk had ze genoeg geld om de parelketting te kopen. Aisha was dol op haar parels.
Ze gaven haar het gevoel dat ze mooi aangekleed was en heel volwassen.
Ze droeg ze altijd.
Naar Koranles op zondag, naar de kleuterschool en zelfs als ze naar bed ging.
De enige keer dat ze de parels afdeed was als ze ging zwemmen of in bad ging.
Haar moeder had gezegd dat als ze nat werden, ze misschien groen zouden worden.

Aisha had een hele lieve vader en elke avond wanneer ze klaar was om naar bed te gaan, hield hij op met wat hij ook aan het doen was en kwam hij naar boven om haar een verhaal uit de Koran voor te lezen.

Op een avond toen hij het verhaal voorgelezen had, vroeg hij Aisha
“Hou je van mij?”
“Oh ja papa. Je weet toch dat ik van je houdt?”
“Geef me dan je parels.”
“Oh papa, niet mijn parels! Je mag de Prinses hebben, de witte schelp uit mijn verzameling, die met de roze schaduw. Weet je wel papa? Die jij me gegeven hebt. Dat is mijn favoriet.”
“Dat is goed Aisha. Papa houdt van jou. Allah-hafez.”
En hij gaf haar een zoen op haar wang.

Ongeveer een week later, na het voorlezen van een verhaal, vroeg haar vader Aisha weer
“hou je van mij?”.
“Papa, je weet toch dat ik van je hou?”
“Geef me dan je parels.”
“Oh papa, niet mijn parels! Je mag mijn pop hebben.
Die nieuwe die ik gekregen heb omdat ik lief geweest ben.
Ze is heel mooi en je mag ook het gele dekentje hebben die bij haar bedje past.”
“Dat is goed. Welterusten. Mag Allah je zegenen en beschermen, Aisha. Papa houdt van jou.”
En zoals altijd kuste hij haar wang zacht.

Een paar avonden later toen haar papa binnen kwam, zat Aisha op haar bed met haar benen gekruist in de kleermakerszit.
Toen hij dichterbij kwam zag hij dat haar kin trilde en er een stille traan over haar wang gleed.
“Wat is er, Aisha? Wat is er aan de hand?”
Aisha zei niets maar opende haar handje naar haar vader.
En terwijl ze hem opende, lag daar haar parelketting.
Met een lichte beving zei ze
“Hier papa, dit is voor jou.”
Met tranen in zijn ogen strekte Aisha’s papa zijn hand uit om de goedkope ketting te pakken en zijn andere hand stak hij in zijn zak en haalde daar een blauw fluwelen doosje uit met een ketting van echte parels en gaf die aan Aisha.

Hij had ze al die tijd al.
Hij wachtte alleen nog op Aisha om hem het goedkope ding te geven, zodat hij haar de echte schat kon geven.

Zo is het ook met Allah, de Almachtige.
Hij wacht op ons om de goedkope dingen op te geven zodat hij ons kan zegenen met prachtige schatten.
Is Allah niet groots?
Hou jij vast aan dingen waarvan Allah wil dat je het loslaat?

Hou jij vast aan schadelijke of onnodige partners, relaties, gewoontes en activiteiten waar je zo gehecht aan geraakt bent dat het onmogelijk lijkt om ze los te laten?
Soms is het zo moeilijk om te zien wat er in de andere hand is, maar geloof één ding.
Allah neemt nooit iets weg zonder je er iets beters voor in de plaats te geven.


Wa alaikom assalam warahmatu Allah wabarakatuh

 

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:28 Reageer op dit bericht Stuur door

De dode die nog even terug mocht

De dode die nog even terug mocht

Er was eens een heel rijke man . En die man was, zoals zo vaak het geval is, bovendien een van de allergrootste gierigaards ter wereld.
Hij had zijn hele leven niets anders gedaan dan geld opstapelen, steeds meer geld. Zijn leven was als een droom voorbijgegaan, en plotseling stierf hij.
Wanneer mensen doodgaan komen zij allereerst terecht in een gesloten vertrek met twee ramen. vanuit het ene raam kunnen zij het paradijs zien en vanuit het andere de hel. Zij moeten in die ruimte blijven gedurende de tijd die nodig is om over hen te oordelen. Ze dromen dan over het paradijs dat ligt te stralen onder hun ogen en vrezen de hel als hun toekomstig lot. Natuurlijk vinden ze in het vertrek voldoende voorraden om zich te kunnen voeden. want hoewel ze gestorven zijn, zijn ze toch nog te veel met het aardse bestaan verbonden om het zonder eten te kunnen stellen.
Maar wat gebeurde er: onze man kwam in een geheel leeg vertrek. Niets lag er, zelfs niet het kleinste kruimeltje brood! Hij riep dan ook een engel en begon te protesteren. Waarom kreeg juist hij nu zo'n slechte behandeling? De engel legde hem uit dat het lege vertrek betekende dat hij kortzichtig en zorgeloos was geweest en dat hij zich niet had voorbereid tijdens zijn leven, dat hij geen enkele voorraad had aangelegd om mee te nemen! De oude vrek smeekte de engel om een goed woordje voor hem te doen. Hij vroeg niet meer dan om nog een maandje te leven, een klein maandje maar om zich beter te kunnen voorbereiden. Het was toch ook niet zijn schuld, zei hij. Hij was door niemand gewaarschuwd! De engel sprong voor hem in de bres en hij kreeg nog recht op een hele maand.
De vrek kwam dus terug op aarde. Er was niemand die zich over zijn terugkomst verheugde, ook al was het maar voor zo kort, want hij had nog nooit van iemand gehouden en niemand had van hem gehouden.
Maar dat kon hem nauwelijks iets schelen. Hij bracht zijn maand door met het klaarmaken, bestellen en opstapelen van alle mogelijke soorten voedsel. Hij zorgde vooral voor hoeveelheden droge koekjes waar hij bijzonder veel van hield.
De maand ging snel om, vol koortsachtige bedrijvigheid. Alleen de laatste dag kon de vrek een beetje uitpuffen. Hij had zojuist geweldig gemopperd op zijn dienstbode die een paar koekjes van het laatste baksel had laten verbranden, toen er een bedelaar aan de deur klopte. Omdat het zijn laatste dag op aarde was, maakte de gierigaard voor het eerst van zijn leven een groots gebaar: hij gaf de bedelaar een van de verbrande koekjes, terwijl hij zichzelf gelukwenste met zijn gulheid.
Daarna vertrok hij opnieuw. Hij kwam weer in de kamer met uitzicht op het paradijs en de hel, stapte bij voorbaat handenwrijvend naar binnen en.. vond het verbrande koekje dat hij aan de bedelaar had gegeven!

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 05:55 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Islamitische verhalen

↑ Terug naar de berichten