Naar de inhoud

Islamitische verhalen

Moge Allah ‘azza wa djal onze kennis doen vermeerderen, Ameen. Moge Allah ons leiden naar de waarheid en ons weerhouden van het slechte, Ameen. Moge Allah ons sieren met de schoonheid van Imaan & Taqwa, Ameen.
akke.beakke.be

Archief

Het berouw van een jongeman in de moskee

Het berouw van een jongeman in de moskee

Mijn terug keer naar Allah

Het berouw van een jongeman in de moskee

In deze serie van indrukwekkende verhalen zullen wij enkele ontroerende gebeurtenissen vastleggen met de hoop dat mensen er leringen van trekken en om de Imaan te versterken.

Werkelijk, hoe zielig is een man wiens gewoontes en begeertes hem tot hun slaaf maken en hij gaat met hen mee zover als het kan. De zonde maakt Mohammed tot zijn slaaf en hij stond de zonde toe om hem te besturen. Hij had zichzelf niet meer onder controle en hij kon zich er niet van bevrijden. Dit leidde hem naar de vernietiging. Hij beging vele zonden en hij deed ze snel. Hij bereikte op een gegeven moment het toppunt van paniek en bezorgdheid. En dat was duidelijk te zien aan zijn gezicht.

Hij verrichte lange tijd niet één Rak'ah voor Allah en hij kon de weg naar de moskee niet vinden. Hoeveel jaren gingen voorbij waarin hij niet bad? Telkens als hij Moskee ****** (de moskee in zijn buurt) passeerde, voelde hij zich beschaamd, alsof de minaret hem verweet en zei: "Wanneer kom je ons bezoeken? Wanneer ga je berouw tonen?" Maar Mohammed kon niets anders doen dan zijn hoofd buigen uit verlegenheid.

In de maand Ramadhaan, wanneer de duivels vastgeketend zijn en het geluid van de Waarheid oneindig te horen is, en het universum gevuld is met vrees en nederigheid, kwam er een geluid van de minaret van Moskee ******, een emotioneel geluid wat de aayat van de Qor-aan reciteerde. Het was het gevoel van comfort, het was het gebed, het was Salaat at- Taraawieh'

En zoals gewoonlijk passeerde Mohammed de moskee met de intentie om niet naar binnen te gaan. Een vriendelijke jongeman sprak hem echter aan en vroeg hem hoe hij erover dacht om deel te nemen aan het gebed in de moskee: "Kom, kom, laten we gaan."

Mohammed wilde zich verontschuldigen, maar de vriendelijke jongenman hield vol en overtuigde hem om mee te gaan. De ziel van Mohammed ging als een klein vogeltje in de ochtend, zeer onschuldig, en wilde zich een weg banen richting het licht nadat het moe was geworden van het vliegen in het donker.

Mohammed zei: "Ik ken de Doe'aa-e van de openingssmeekbede niet en ook de Tah'iyyat (Tashahhoed) niet. Gedurende een lange periode heb ik niet gebeden, ik ben het vergeten." "Nee Mohammed," zei de vriendelijke jongeman, "jij bent het niet vergeten, maar dat is het werk van Shaytaan en zijn groep, de verliezers. Zij hebben het jou laten vergeten. "Door het volhouden van die ene vriendelijke jongeman, ging Mohammed na een lang vaarwel eindelijk weer eens de moskee binnen.

En wat vond Mohammed.....: ogen gewassen door tranen, verwelkt door de Ibaadah (aanbidding) , gezichten verlicht door Taqwah (godvrees), aanbidders die leken op fladderende vogels in de sfeer van Imaan (geloof), en de recitatie van de Imaam was heel emotioneel, in zijn stem was een trilling die het hart raakte.... En voor de eerste keer na zijn afscheid van zeven jaar, fladderde Mohammed ook zozeer in deze sfeer, dat hij zijn gebed niet afmaakte. Zijn hart was vol ontzag, hij trok zich terug naar achter in de moskee en leunde tegen een muur, hij zuchtte jammerlijk en zei tegen zichzelf: "Bij Allah, hoe kon ik deze grote beloning missen?! Wat heeft mij hier vandaan geleid?" Vervolgens begon hij aan een langdurige huilbui... hier is hij, huilend... hij huilde met heel zijn hart... hij huilde over zijn verloren tijd.. hij huilde over zijn dagen in het verleden... hij huilde over zijn strijd tegen Allah met zijn zonden...!

Zijn hart brandde.. alsof er een stukje gloeiend houtskool rustte tussen zijn ribben. Telkens als het afkoelde begon het weer opnieuw, totdat het vlam vatte en het hem brandde... het is het brandende gevoel van zonden.
Moge Allah met jou zijn, jij terugkerende zondaar. Hoe vaak ben jij omgedraaid in het vuur van de zonden, terwijl jouw ziel verlangde naar de weg van geloof....!

Hij huilde - volgens de Imaam - zoals het gehuil van een dronkaard. Een golf van pijn en spijt sleurde hem mee en schudde zijn gedachten en liet hem denken dat Allah hem nooit zou vergeven.

De mensen kwamen en gingen om hem heen staan.... zij vroegen wat er mis was met hem.. hij wilde hen niet beantwoorden.. hij leefde slechts enkele momenten met zijn verdrietige en vermoeide zelf, dat moe werd door het botsen in de donkere tunnel van vernietiging.

In hem was een vulkaan van spijt en pijn, die niemand van de aanwezigen kon doven. Aldus gingen zij weer terug naar hun plaats van gebed. Op dat moment kwam 'Abdoellaah. Nadat hij probeerde om Mohammed te kalmeren, zei Mohammed stotterend: "Allah zal me niet vergeven, Allah zal me niet vergeven," en hij begon weer te huilen...

'Abdoellaah bleef hem troosten en zei tegen hem: "Broeder, Allah is Barmhartig, Genadevol. Allah strekt Zijn Hand uit in de nacht zodat de zondaar die zonden heeft begaan overdag, berouw kan tonen, en Hij strekt Zijn Hand uit overdag, zodat de persoon die 's nachts zonden heeft begaan, berouw kan tonen."

Mohammed hief zijn hoofd op, met ogen vol tranen, en hij zei met een wanhopige stem: "Nee, Allah gaat mij niet vergeven, Allah gaat mij niet vergeven."

Vervolgens was hij even stil om op adem te komen, hij dacht aan de vele zonden die hij begaan had en stelde enkele vragen hoe hij uit deze situatie kon ontsnappen. Hij zei: "Je weet niet hoe groot mijn zonden zijn. Allah zal mij niet vergeven. Ik heb gedurende 7 jaar niet gebeden."

'Abdoellaah hield vol en bleef hem overtuigen dat de Barmhartigheid van Allah zeer groot is en zei tegen hem: "Broeder, dank Allah dat je niet gestorven bent in deze toestand. Broeder Allah swt zegt: 'O zoon van Aadam, als je Mij zonder deelgenoten aan Mij toe te kennen, dan kom Ik naar jou toe met Vergeving zo omvangrijk als de aarde. * En wanhoop aan de Barmharigheid van Allah is nog erger dan jouw ongehoorzaamheid tegenover Hem." Vervolgens bleef hij de aayaat betreffende de Barmhartigheid en hoop reciteren en de ah adieth over berouw en de gulheid van Allah betreft het accepteren van de berouwvolle. Op deze manier ontwaakte hij in Mohammed een vonk van hoop en Mohammed voelde dat de deur van het berouw op een kier stond en dat hij door deze kleine opening kon gaan.

En hier braken Mohammed's sterke golven van wanhoop op de stranden van de waardevolle adviezen van 'Abdoellaah. Vervolgens voelde hij de zware last die op zijn schouders ziel kon fladderen. Het wilde fladderen in de nieuw wereld van berouw...!

En hier is zijn borst nu, als een jong land dat de eerste beplanting van vruchten voorbrengende adviezen ontving, de adviezen die veiligheid, comfort en hoop brachten voor de ziel van Mohammed, zoals de regen met de wil van Allah groen op het gezicht van de dode aarde brengt...!

'Abdoellah stelde vervolgens voor: "Wat denk jij mijn dierbare broeder, om Ghoesl te gaan verrichtte zodat je rust in jezelf krijgt en aan een nieuw leven begint?"

Mohammed ging akkoord en ging Ghoesl verrichten met als doel om rust te verkrijgen. Hij waste zichzelf en verwijderde alle viezigheid van de zonden die aan hem kleefden.
Vervolgens waste hij zijn hart en vulde het met licht.
Mohammed ging (samen met 'Abdoellaah) weer richting de moskee waar de Imaam nog steeds de aayaat van Allah aan het reciteren was.. Zijn lippen bewogen met deze aayaat en de harten van de aanwezigen neigden naar de aayaat.

En zij bleven met elkaar praten... en de wijze woorden kwamen van de lippen van 'Abdoellah met de geur van oprechtheid, waarheid en hoop, vrij van enige valsheid.

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 05:49 Reageer op dit bericht Stuur door

Het advies van Taawoes bin Kissaan al-Yamanie

Het advies van Taawoes bin Kissaan al-Yamanie

Er werd verhaald dat 'de leider van de gelovigen' (Amier ul-Moe'minien) Hichaam bin cAbdul-Malik arriveerde in het Heilige Huis van Allah als een pelgrim. Toen hij eenmaal in al-Haram (de moskee in Mekka, met daarin de welbekende Kacbah) was, gaf hij het bevel om een man van de Sahaabah (de metgezellen van de Profeet -vrede zij met hem) bij hem te laten komen. Er werd hem echter verteld dat alle Sahaabah reeds gestorven waren. Hierop zei hij: "Eén van de Tabicien (de leerlingen van de Sahaabah) dan." De Tabici Taawoes al-Yamaanie werd toen bij hem gebracht. Hij kwam bij 'de leider van de gelovigen' binnen, deed zijn schoenen uit en legde die aan de zijkant van zijn vloerkleed. Taawoes groette niet met de benaming 'Amier ul-Moe-eminien', noch sprak hij hem aan met zijn edele roepnaam, maar ging tegenover hem zitten zonder daarvoor toestemming voor te hebben gekregen en zei: "Hoe is het met jou, O Hichaam?" Hichaam bin cAbdul-Malik werd zeer woedend op Taawoes, zo erg zelfs dat hij eraan dacht hem te doden. Er werd hem echter verteld dat hij zich in al-Haram bevond en het dus voor hem onmogelijk was om iemand te vermoorden.

Hichaam bin cAbdul-Malik zei tegen Taawoes al-Yamaanie: "O Taawoes, wat heeft jou er naartoe geleid om te doen wat je gedaan hebt?" Taawoes antwoordde: "Wat heb ik dan gedaan?" Hij werd hierdoor nog bozer en kwader en zei: "Je hebt jouw schoenen uit gedaan, legde die vervolgens aan de zijkant van mijn vloerkleed en je groette me niet met 'Amier ul-Moe'minien'. Daarnaast sprak je me niet eens aan met mijn edele roepnaam, je ging tegenover mij zitten zonder toestemming en voegde eraan toe: "O Hichaam, hoe is het met jou?"

Taawoes zei: "Wat betreft het feit dat ik mijn schoenen uitdeed en die naast je vloerkleed legde, dit doe ik voor mijn Heer vijf keer per dag en Hij verwijt mij dit niet, noch wordt Hij woedend op mij. Dat ik je niet met 'Amier ul-Moe'minien' groette was vanwege het feit dat niet alle gelovigen tevreden zijn over jouw leiderschap en ik vreesde dat ik daarover zou liegen als ik je 'Amier ul-Moe-minien' noemde. Over wat je zei, dat ik je niet met een edele roepnaam aansprak, dit is omdat Allah, de Verhevene, Zijn profeten bij naam noemde, Hij zei: "O Dawoed, O Yahya, O cIesaa," terwijl Hij Zijn vijanden wel bij hun roepnamen noemde, Hij zei: "Vernietigd zijn de handen van Aboe Lahab en vernietigd is hij." De reden waarom ik tegenover je ging zitten is dat ik de Amier ul-Moe'minien cAli ibn Abi Taalib (moge Allah met hem tevreden zijn) hoorde zeggen: "Als je wilt kijken naar een man die in de Hel zal terechtkomen, kijk dan naar een zittende man met om zich heen staande mensen." Toen droeg Hichaam bin cAbdul-Malik Taawoes al-Yamanie op: "Geef mij advies!" Hij zei: "Ik hoorde Amier ul-Moe'minien cAli ibn Abi Taalib (moge Allah tevreden zijn met hem) zeggen: "In de Hel zijn er slangen zo groot als kruiken en schorpioenen zo groot als muilezels. Zij bijten iedere leider die niet rechtvaardig regeert over zijn burgers." Vervolgens stond Taawoes op en ging weg.

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 08:35 Reageer op dit bericht Stuur door

Eerlijkheid duurt het langst

Eerlijkheid duurt het langst

Er kwamen eens twee jongemannen bij cOmar ibn al-Khattaab terwijl hij in een bijeenkomst zat. De jongemannen hadden een man van het platteland bij zich en wilden hem overdragen aan cOmar. Waarop hij vroeg: "Wat is er aan de hand?"

De jongemannen antwoordden: "O leider der gelovigen, deze man heeft onze vader gedood."

cOmar vroeg aan de man: "Heb jij werkelijk hun vader gedood?"

De man antwoordde: "Ja, ik heb hem gedood."

Daarna vroeg cOmar: "Hoe heb je hem gedood?"

De man antwoordde: "Hij betrad met zijn kameel mijn stuk grond. Waarna ik hem waarschuwde, maar hij wilde niet luisteren. Toen gooide ik een steen naar hem toe. De steen kwam tegen zijn hoofd aan waarna hij stierf."

cOmar zei vervolgens: "Er rest niets anders dan vergelding... de doodstraf. Dit is een duidelijke zaak. cOmar vroeg niet naar de komaf van deze man, of hij bijvoorbeeld behoorde tot een elite stam, of dat hij een vooraanstaande positie innam in de maatschappij. Al deze zaken interesseerden cOmar niet. Dit omdat hij onpartijdig was en niemand zou voortrekken ten koste van de Voorschriften van Allah. Ook al zou het zijn zoon zijn die voor hem stond. Meerdere malen had hij reeds zijn zoon een aantal zweepslagen verkocht in verband met bepaalde zaken.

De man zei: "Ik vraag je bij Degene Die de hemelen en de aarde heeft geschapen om mij voor slechts een nacht naar mijn vrouw en kinderen op het platteland te laten gaan om hen te vertellen dat ik de doodstraf heb gekregen. Daarna zal ik terugkomen. Bij Allah, zij hebben geen kostwinner waarop zij kunnen rekenen, behalve Allah en vervolgens ik."

cOmar vroeg hem: "Wie van de aanwezigen kan mij garanderen dat jij terugkomt."

Alle aanwezigen bleven stil, want niemand kende deze man, zijn woonplaats of stam. Hoe zou iemand zich garant kunnen stellen voor zo een persoon en om zo een gewichtige zaak. Het ging hier namelijk niet om een luttele tien dinar, een stuk grond of een kameel. Het betrof hier een garantstelling voor iemand die de doodstraf had verdiend en wiens leven door middel van het zwaard ten einde zou komen. En wie was in staat om cOmar van het toepassen van de Voorschriften van Allah af te houden? En wie zou durven bemiddelen bij cOmar?

Alle metgezellen bleven zwijgen en cOmar bevond zich in een lastige positie. Zou hij nu de beslissing nemen de man te doden, terwijl zijn kinderen op het platteland van de honger zouden omkomen, of zou hij hem zonder garantstelling laten gaan wat er wellicht toe zou leiden dat de nabestaanden van de gedode man hun vergelding verloren zouden zien gaan? Nog steeds heerste er een doodse stilte en cOmar sloeg zijn hoofd neer, keek naar de twee jongemannen en vroeg hen: "Kunnen jullie hem vergeven?" Waarop zij antwoordden: "Nee! Wie onze vader heeft gedood dient ook gedood te worden, O leider der gelovigen!"

Vervolgens riep cOmar: "Is er dan niemand die garant kan staan voor deze man?"


Aboe Dharr al-Ghifaariy, de oude waarachtige asceet, stond toen op en zei: "O leider der gelovigen, ik zal voor hem garant staan!"

cOmar maakte nog eens duidelijk: "Je begrijpt dat het hier de doodstraf betreft!"

"Ik weet dat het om de doodstraf gaat," reageerde Aboe Dharr al-Ghifaariy.

cOmar vroeg: "Ken je de man?"

Hij antwoordde: "Nee, ik ken hem niet."

Waarna cOmar zei: "Hoe kun je dan garant staan voor hem."

"Ik zie in hem de kenmerken van een gelovige. Hierdoor weet ik dat hij niet zou liegen. Als Allah het wil zal hij dan ook terugkomen."

cOmar zei: "O Aboe Dharr, denk je dat je aan mij ontkomt als hij na drie dagen niet terugkomt?" Hierop zei Aboe Dharr: "Allaah ul-moestacaan (Allah is Degene Die om hulp wordt gevraagd), O leider der gelovigen!"

De man mocht vertrekken en kreeg te horen dat hij binnen drie dagen terug moest zijn. Deze tijd kreeg hij om zich klaar te maken, afscheid te nemen van zijn vrouw en kinderen en hun zorg aan iemand over te dragen.

Na drie nachten liet cOmar iemand 's middag de mensen in de stad verzamelen, zeggende: "As-Salaatoe Djaamicah!" De mensen waaronder de twee jongemannen en Aboe Dharr kwamen allen bij een. cOmar zei toen tegen Aboe Dharr: "Waar is de man gebleven?"

Aboe Dharr antwoordde: "Ik weet het niet, O leider der gelovigen!" Vervolgens keek Aboe Dharr naar de zon die sneller dan gewoonlijk leek onder te gaan. Alle metgezellen waren doodstil en alleen Allah weet werkelijk in wat voor een gespannen toestand zij op dat moment verkeerden.

Ondanks dat Aboe Dharr zeer geliefd was bij cOmar en deze zelfs bereid zou zijn zijn leven voor hem op te offeren, betrof het hier de Islamitische Wetgeving en de Goddelijke Voorschriften waar men niet mee speelt en dolt. Hierover treedt men niet in discussie noch wordt deze wetgeving op een bepaalde tijd en plaats wel uitgevoerd en op een andere niet. Noch wordt dit slechts toegepast op een aantal met uitsluiting van anderen.

Vlak voor zonsondergang verscheen de man, waarna cOmar samen met de anderen 'Allaahoe Akbar' riepen. Vervolgens vroeg cOmar aan de man: "Weet jij dan niet dat als je op het platteland was gebleven wij jou niet hadden kunnen achterhalen."

De man reageerde: "O leider der gelovigen, bij Allah, het is niet u met wie ik te maken heb, maar ik heb te maken met Degene Die op de hoogte is van het openlijke en het verborgene. Hier ben ik, O leider der gelovigen! Ik liet mijn kinderen achter als kuikentjes op het platteland waar geen water noch bomen te vinden zijn en ik ben gekomen om mijn straf te ondergaan."

cOmar stond op en vroeg de twee jongemannen: "Wat willen jullie?"

Zij antwoordden huilend: "Wij vergeven hem vanwege zijn oprechtheid, O leider der gelovigen." cOmar riep daarna: "Allaahoe Akbar!", terwijl de tranen over zijn baard rolden. "O jongemannen, moge Allah jullie belonen voor jullie vergiffenis en moge Allah jou ook belonen, O Aboe Dharr dat jij deze man in de gelegenheid hebt gesteld om zijn gezin te bezoeken."

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 07:29 Reageer op dit bericht Stuur door

Tijd om je geld weg te gooien?!!

Tijd om je geld weg te gooien?!!

Wat heb jij over voor Allah SWT!!

Younnes is blij, over 2 dagen is het Oud en nieuw en morgen gaat hij met zijn vrienden vuurwerk kopen. Ze hebben samen afgesproken dat ze het geld bij elkaar doen, zodat ze lekker veel vuurwerk kunnen kopen. ''Younnes kom eten'' roept zijn moeder, hij loopt de trap af en ziet zijn moeder verdrietig naar een documentaire over Palestina kijken. ''Kijk, kijk je broeders hebben niks, geen eten geen schoon drinkwater alles word ze afgepakt. Zijn moeder loopt naar de eettafel, terwijl Younnes verbaasd blijft kijken naar een palestijnse moeder wiens baby net gestorven is in haar armen. ''gestorven door hongersnood'' staat er onder in het beeld. Er volgen nog meer gruwelijke beelden, die hij maar niet uit zijn hoofd kan zetten. hij krijgt geen hap door zijn keel en blijft maardenken aan Palestina. Hoe kan dat nou, denkt hij. Hoe kunnen mijn broeders en zusters hongerlijden terwijl er zoveel moslims zijn, moslims helpen elkaar toch allemaal? Hij verricht de kleine wassing en bid Salaat Al isha, haalt een islamitisch boek van de plank over het hiernamaals en gaat in zijn bed liggen lezen. Hij leest, dat ieder mens in het hiernamaals zich tenminste moet verantwoorden voor 4 zaken waaronder, ook de zaak; Wat heb je met je geld gedaan? Heb je het verspild of heb je aan de behoeftigen gedacht? Hij schrok en dacht direct aan het vuurwerk dat ze met z'n allen zouden gaan kopen morgen, zou Allah SWT het goed vinden dat hij vuurwerk zou gaan kopen? Hij bleef maar denken en denken over het geld dat hij zou gaan besteden aan Haram en viel in een diepe slaap.

Hij ziet zichzelf in een graf liggen en word ondervraagd door Engelen, Hij komt dichterbij zichzelf en ziet hoe de Engelen aan hem vragen,''Wat heb je met je geld gedaan? Heb je het verspild of heb je aan de behoeftigen gedacht? Heb je je geld aan de zaak van Allah SWT gegeven? Hij word bang en denkt na, heb ik mijn geld op de juiste manier besteed? Heb ik geld gegeven aan de armen, of de moskee een handje geholpen? of mijn broeders in Palestina, Irak etc? Het antwoord durft hij niet uit te spreken. Hij ruikt een slechte geur en ziet hoe mensen gestraft worden, hij smeekt Allah om een tweede kans, hij huilt en huilt maar en heeft zo'n enorme spijt. Een hand reikt naar hem toe, ''Younnes, Younnes wakker worden je hebt een nachtmerrie gehad''. Hij kijkt zijn moeder verbaasd aan en omhelst haar zonder wat te zeggen. Hij kijkt naar de klok en ziet dat het 04:53 is, hij staat op, doet de kleine wassing en verricht het gebed. Hij smeekt Allah huilend en vol berouw om genade en belooft Allah SWT dat al het geld dat hij uit zal geven, uitgegeven zal worden op de weg van Allah SWT. En jij?

Broeders & zusters denk goed na over hoe je je geld besteed, Inshallah zullen wij behoren bij de mensen die hun geld goed besteden op de weg van Allah SWT.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 05:24 Reageer op dit bericht Stuur door

Dit zijn de tekenen van Allah

In Naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle,

Dit zijn de tekenen van Allah. Wij dragen ze u voor naar waarheid.

In een grote stad waren de filosoof Badra en imam Mahdoeb niet alleen naaste buren maar ook elkaars beste vrienden. Op een dag zaten ze beide in de achtertuin en zoals gewoonlijk bespraken ze elkaars gebeurtenissen.
Op een gegeven moment zei Badra: “Imam zoals je weet, twijfel ik aan het bestaande en ik koester twijfels over hun ontstaan. Mogelijk kun jij enig licht werpen in deze duisternis”.
”Laat maar horen, dan kan ik zien of ik een antwoord weet”.
Daarop stelde Badra de volgende drie vragen:
1_ Als God onzichtbaar is, hoe weet je dan dat Hij bestaat?
Als God regeert en voor alles verantwoordelijk is, waarom zou de mens dan gestraft kunnen worden?
3_ Satan is uit vuur geschapen, hoe kan het vuur hem dan pijnigen?
”Wat wil je: abstracte of concrete antwoorden?”
”Liefst concrete”; zei Badra
Mahdoeb zei niets, bukte, raapte een stevige aardkluit van de grond en sloeg er zijn vriend mee op het hoofd. De wond bloedde en er groeide een bult op zijn hoofd. Hij was zo kwaad dat hij besloot om naar de rechter te stappen om een klacht in te dienen wegens mishandeling.
De rechter vroeg aan de Imam: “heb jij Badra geslagen met een aardkluit?”.
”Ja, dat heb ik gedaan”.
”En waarom?”, vroeg de rechter.
”Hij wilde antwoord hebben op zijn drie vragen, en die heb ik hem gegeven. En wel op zijn verzoek, want hij wilde concrete antwoorden!”.
De rechter vroeg aan Badra; “heb jij drie vragen gesteld en een concreet antwoord verlangd?”.
”Ja, dat heb ik maar ik heb hem niet gevraagd om mij te mishandelen!”.

De rechter vroeg aan de Imam, “U zegt dat u met een slag al zijn antwoorden hebt beantwoord, terwijl niemand U om slaag heeftgevraagd!”
“Dan wil ik nu graag weten welke vragen je hebt beantwoord met die harde kluit”.
Hierop antwoordde de Imam, “Deze manier was de enige juiste reactie op zijn stomme vragen”. “Hij zegt, dat ik hem pijn heb gedaan. Ziet hij die pijn, of heeft hij hem gezien?”.
De rechter vroeg Badra of hij de pijn heeft gezien?
“Nee, maar ik heb hem gevoeld !”, antwoordde Badra.
“Dat is het antwoord op de eerste vraag. We hoeven onze God niet te zien, want wij voelen zijn aanwezigheid”.
En de tweede vraag: “als Allah voor alles verantwoordelijk is, waarom beschuldigt Hij dan mij?”. “En omgekeerd: waarom Allah verantwoordelijk stellen voor de ellende die we zelf aanrichten.
Het is juist Zijn wens dat wij ons van de ellende bevrijden. Met andere woorden: wij zijn niet geschapen om te lijden maar om in vrij– en blijheid te leven en wij moeten geen ongewenste problemen over ons heen halen”.
En nu de derde vraag. “Uit aarde is de mens geschapen en met een aardkluit sloeg ik hem. Hoe kan hij dan pijn voelen als aarde, aarde slaat. Zo zal Satan de pijn voelen van het hellevuur”.
”Alles is mij duidelijk geworden”; antwoordde Badra. “Ik trek mijn klacht in”.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 05:37 Reageer op dit bericht Stuur door

The Imam and The Donkey.

The Imam and The Donkey.

Op een dag koopt een man van een imam een ezel. Een ezel met gebruiksaanwijzing, want het was niet voor niets het eigendom geweest van een imam, niet waar? Met een luid en breed uitgesponnen “Alhamdulillah!” zet je het beest in gang. Met een luid en kortaf “Amien!” laat je het stoppen. De man is maar wat blij met zijn aankoop en bestijgt onmiddellijk het beest om de gebruiksaanwijzing uit te proberen.




“Alhamdulillah!” schreeuwt de man. De ezel begint te lopen.
“Amien!” Direct houdt de ezel halt.
“Da’s kicken!” schreeuwt de man van blijdschap en met een “Alhamdulillah!” gaat de man huiswaarts, trots als een pauw op zijn nieuwe aankoop.
De weg terug gaat door berggebied. Dan nadert de man een ravijn en hij probeert zich te herinneren waarmee hij ook al weer de ezel kan stoppen.



“Stop!” zegt hij.
“Halt!” schreeuwt hij. Maar de ezel loopt stug door.
“Oh nee…” Dan gooit de man het over een andere boeg.
“Koran! Moskee! Alsjeblieft! Stop!!!” Maar de ezel gaat stug door, nu in galop.
De man nadert de ravijn met rasse schreden. In zijn wanhoop doet hij een smeekgebed.



“Yaa Allah. Roep deze ezel een halt toe voor hij mij in de diepte doet storten. Amien.” Één stap verwijderd van het ravijn stopt de ezel.
De man slaakt een zucht van verlichting, veegt dan het zweet van zijn voorhoofd en prijst vervolgens vol overtuiging
zijn Heer en zegt: “Alhamdulillah!”

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 08:03 Reageer op dit bericht Stuur door

De bedrieger bedrogen

De bedrieger bedrogen

De Joodse David, de Christelijke Johannes en de Moslim Rahiem waren niet alleen buren, maar ook hechte vrienden. Zij kenden en respecteerden elkaars godsdienstige gewoonten en plichten. Afkomst, godsdienst en financiën hadden zij verbannen naar de huiskamers en de gebedshuizen. Hun onderlinge vriendschap en ook hun betrokkenheid bij de buurtgemeenschap kon door hun verschillende achtergronden niet worden verstoord.

Op een dag besloten zij een voettocht te gaan maken. Zij pakten hun spullen en vertrokken. Weliswaar was het Ramadan, maar Rahiem kon ook onderweg wel de regels van het vasten nakomen, dacht hij.

De reis voerde langs verschillende steden en dorpen. In een van de dorpen werden zij extra hartelijk ontvangen.

Toen de dorpelingen hoorden, dat zich onder hen een vastende Moslim bevond, maakten zij meteen een avondmaal voor hen klaar, met als dessert gebak van bladerdeeg. Ze besloten het gebak te bewaren voor het ontbijt, zodat ze daarna meteen weer hun weg konden vervolgen. "Dat is dan voor ons tweeën," dachten David en Johannes elk afzonderlijk, "Rahiem moet 's ochtends natuurlijk vasten."

Maar Rahiem had ook zo zijn ideeën over het gebak. Omdat ze elkaar niet al te zeer vertrouwden - dat wil zeggen, wat het gebak betrof - maakten ze een afspraak: wie die avond de mooiste droom had, mocht het hele gebak hebben.

Ze legden zich te ruste en al snel waren ze in het dromenland.

Om half vier stond Rahiem op om zijn plicht van die dag te vervullen. Zijn vrienden waren in diepe slaap verzonken en hij had honger. Er was alleen dat gebak. Hij nam er wat van, nog een beetje en toen at hij het helemaal op, in zijn eentje. Voor hij insliep, nam hij zich voor die dag te vasten. Toen de dag aanbrak stonden David en Johannes op. Ze wekten Rahiem, die na zij ochtendgebed weer was gaan slapen.

Nadat de drie zich hadden opgefrist, begonnen ze hun dromen te vertellen, zoals afgesproken, om daaruit de mooiste te kiezen.

David begon: "Ik denk dat mijn droom alle andere dromen overtreft. Vannacht kreeg ik bezoek van mijn profeet Mozes ( Gods vrede zij met hem). Hij nam me mee op zijn tocht door de Sinaï-woestijn , die wij in alle richtingen doorkruisten. Tenslotte kwamen wij bij de berg Sinaï, daar waar Mozes - Gods vrede zij met hem - met Allah heeft gesproken. Ik zag er onbeschrijfelijke wonderen, die ik voor onmogelijk zou houden, als ik ze niet zelf had gezien. Dus vrienden, ik verzeker jullie, dat mijn droom niet te overtreffen is - en dat het gebak mij toekomt."

Vervolgens was Johannes aan de beurt: " Wat vertel je me daar! Ben je op aarde gebleven? Wel, ik kreeg ook bezoek en wel van mijn verlosser Jezus - Gods vrede zij met hem -, die mij opdroeg hem naar de hemel te volgen. Daar kreeg ik de kans om te proeven van alle geneugten van de Hemelen. Jij hebt alleen maar de Sinaï doorkruist, terwijl ik alle hemelen mocht bezoeken. Denk je, dat jouw droom de mijne overtreft? Dat denk je toch niet in ernst!" aldus Johannes.

Nu wilden beiden de droom van Rahiem horen.

Die begon aldus: "Beste vrienden, wat moet ik zeggen? Ook ik heb bezoek gehad en wel: van mijn pleiter, Mohammed - moge Allah's welgevallen zijn deel zijn. Die zei tegen me: "Rahiem, sta op het tijd. Nu kun je nog iets eten! Snel want de tijd is haast verstreken!" Hij drong zozeer aan, dat ik geen keus had. Behalve het gebak was er niets te eten, dus at ik dat maar op. Dat is alles wat ik heb gedroomd!"

De twee anderen sprongen overeind en riepen: "Wat! Heb je in je eentje alles opgegeten? Had je ons er niet bij kunnen roepen?"

Rahiem antwoorde: "Roepen, vragen jullie! Jongens, ik heb nog nooit in mijn leven zo hard geschreeuwd. En wie hoorde mij? Niemand, want jullie zaten op de Sinaï en in de hemel! Nu is mij duidelijk geworden, waarom jullie niet op mijn geschreeuw af kwamen."

Zijn vrienden keken elkaar aan en schoten in de lach.

"We waren hetzelfde met jou van plan, maar je bent ons voor geweest. Zoiets heet: de bedrieger bedrogen!"

En alle drie zeiden tegen elkaar: "Satan verschijnt in verschillende gedaanten om je geloof en je vrienden af te pakken, maar bij ons was zijn poging vruchteloos. Want met een schaal gebak heeft hij ons niet uit elkaar kunnen drijven.

Daarom zeggen we:

"Laat je niet verleiden door de lagen en listen van Satan en: vergeet nooit hoe kostbaar ware vriendschap is."

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:45 Reageer op dit bericht Stuur door

De Slangenvanger

De Slangenvanger

Vertaald door AlMutaqqun.tk


Er was eens een slangenvanger die naar de bergen ging. Door de winterkou en hevige sneeuw lagen vele grote slangen er onbeweeglijk bij, alsof ze dood waren.

De slangen-vanger pakte een van die levenloos ogende slangen op en nam hem mee naar Baghdad met als doel hem te gebruiken voor een show. Terwijl hij de slang aan de toeschouwers showde, maakte hij allerlei beweringen over hoe hij de slang op een briljante manier had gevangen.

Toen de zon begon te schijnen en de warmte de slang ommantelde, verdween de kou uit zijn lichaam. De tekenen van leven werden al snel duidelijk en toen de slang begon te bewegen, vluchtte de slangen-vanger en iedereen om hem heen.


Onze Nafs (zelf) is net als die slang. Met Tazkiya (zuivering) en Mushaqqat (inzet) bevriest onze nafs. Het lijkt dood te zijn maar als het een beetje warmte krijgt van het vuur van de
zonde, zal het weer bijten. Een beetje blootstelling aan vroegere zonden en de nafs komt weer tot leven.

We moeten niet denken dat we onze nafs vermoord hebben en vervolgens onbedachtzaam worden. Met wat mujahadah (streven), suhbat (gezelschap) van de Sheikh, tilawat (recitatie) van de Qur'an, Dhikrullah (gedenken van Allah), het volgen van de Deen (het geloof) en het opbouwen van liefde voor Allah Ta'ala en Rasoelilah (salAllahu alayhi wasalam), kan de nafs bevroren worden. Maar slechts een sprankje zonde kan de kwade nafs weer doen herleven

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 06:05 Reageer op dit bericht Stuur door

Profeet Ibrahim

Profeet Ibrahim deel 1


In een stad, heel lang geleden, leefde eens een beroemde man die Azar heette. Hij was beroemd, omdat hij beelden van afgoden verkocht.
Azar had een zoon die Ibrahiem heette, die heel intelligent was. Ibrahiem zag dat de mensen altijd voor de afgoden bogen. Hij wist dat deze beelden van steen gemaakt waren en niet konden spreken of horen.
Ibrahiem zei altijd; Vader waarom aanbidt U deze afgoden?Waarom buigt U voor hen?
Azar werd boos en begreep niet, wat al deze vragen betekenen. Ibrahiem probeerde de mensen dezelfde raad te geven, maar ze werden boos en begrepen niet wat hij bedoelde.
Ibrahiem zei; Ik zal de afgodsbeelden kapot slaan als de mensen weg zijn.
Dan zullen ze mij wel begrijpen.
Toen de dag van de feest kwam en Ibrahiem´s vader klaar was om te vertrekken, vroeg hij aan zijn zoon; Waarom ga je niet met ons mee?
Ibrahiem antwoordde; ik voel me niet goed. Toen ging hij naar het enorme gebouw, waar de afgoden stonden en sprak tegen hen; hoe komt het dat jullie niet spreken? Hoe komt het dat jullie niet horen? Er is voedsel en drinken hier waarom drinken en eten jullie niet?
De afgoden bleven stil, omdat ze van steen waren. Toen de beelden bleven zwijgen werd Ibrahiem kwaad en hij pakte een bijl.
Hij viel de afgodsbeelden aan en sloeg ze allemaal kapot behalve 1. De grootste afgod liet hij staan en hing de bijl om zijn nek.
De mensen kwamen terug en gingen naar het gebouw, waar de afgodsbeelden stonden.
Ze wilde vooral deze dag voor hen buigen omdat het feest was.
Ze stonden versteld toen ze al die kapotte beelden zagen. Ze begonnen luid
te schreeuwen; Wie heeft dit gedaan? Ze hoorde een jonge man over hen
spreken, hij heet Ibrahiem.
Toen Ibrahiem voor hen gebracht werd zeiden ze; heb jij dit soms gedaan?
Hij antwoordde kalm; Nee deze grootste van hen heeft het gedaan. Vraagt het maar aan hen als zij kunnen spreken.
De mensen wisten dat de afgoden van steen waren gemaakt en dus niet konden praten of horen.
Ze zeiden tegen Ibrahiem; je weet dat ze niet kunnen spreken of horen.
Daarop vroeg hij hen; hou kunnen jullie die dan aanbidden als jullie weten
dat ze niet kunnen horen en praten?
De mensen bleven even stil als de afgoden en keken beschaamd.
De mensen kwamen bij elkaar en zeiden; wat zullen wij doen? Ibrahiem heeft onze beelden gebroken en de goden vernederd. Hoe zullen wij hem straffen?
Zij besloten om hem te verbranden en staken het vuur aan, daarna gooiden ze hem erin.
Maar Allah hielp Ibrahiem.
Het vuur werd koel en onschadelijk voor Ibrahiem.
Zo zagen de mensen Ibrahiem zonder ook maar een schrammetje. Ze waren
versteld en verbaasd.
Die nacht zag Ibrahiem en ster en zei; Dit is mijn Heer. Toen de ster onderging, riep Ibrahiem uit: Nee, dat is niet mijn Heer. Ibrahiem zag de maan en zei: Dit is mijn Heer. Toen de maan onderging, riep Ibrahiem uit;
Nee dat is niet mijn Heer. Toen de zon opkwam zei Hij; dit is mijn Heer,
want dit is de grootste.
Toen de zon onderging, riep Ibrahiem uit: Nee dat is niet mijn Heer. Allah is mijn Heer, Hij leeft altijd en gaat niet dood. Het licht van Allah
schijnt altijd en wordt nooit zwakker of gaat onder. Allah is de Almachtige, niets kan hem overwinnen.
Het licht van de sterren is zwak, de morgen overwint haar. Het licht van de maan is zwak, de zon overwint haar. Het licht van de zon is zwak, de nacht
overwint haar en de wolken. Niemand kan mij helpen omdat deze zwak zijn.
Alleen Allah kan mij helpen.
Zo leidde Allah Ibrahiem en maakte hem tot profeet en Zijn Beste Vriend.
Allah gebood hem zijn mensen aan te spreken en hen te vertellen, dat ze geen afgoden mochten aanbidden.
Een grote koning heerste over die stad, als een wrede tiran. De mensen moesten voor hem buigen en toen hij hoorde dat Ibrahiem alleen voor Allah boog en voor niemand anders wilde buigen werd hij kwaad en liet hem halen.
De koning vroeg: wie is jouw Heer? Ibrahiem antwoordde; Mijn heer is Allah.
De koning vroeg; Wie is Allah, Ibrahiem? Ibrahiem zei; Mijn heer is Allah,
Hij geeft leven en doet sterven.
De koning zei; ik geef leven en doe sterven. Toen werd er een man voor de koning gebracht en deze liet hem doden. Toen werd er een andere man gebracht
en deze liet hij leven.
Hij zei tegen de koning; Allah laat de zon opgaan vanuit het oosten. Doet u haar van het westen opgaan. De koning was in de war en zweeg. Hij voelde zich beschaamd.
Ibrahiems volk was boos geworden. De koning en zelfs zijn vader was boos geworden.

 

 

Profeet Ibrahim deel 2

Ibrahiem besloot om naar een ander land te gaan, waar hij in vrede Allah kon aanbidden. Hij ging naar Mekka met zijn vrouw Hadjar. Er waren geen planten,
dieren of bronnen met water.
Ibrahiem bereikte Mekka en bleef er een tijdje. Daarna verliet hij zijn vrouw en zijn zoon Isma´il. Toen zijn vrouw vroeg of Allah het hem soms had opgedragen zei Ibrahiem Ja.
Daarop antwoordde zijn vrouw; dan zal Allah ons niet laten sterven.
Isma´il kreeg dorst maar er was nergens water in Mekka. Allah hielp hen,
Hij maakte water voor hen. Uit de grond welde water voor hen op, het water bleef er en werd bekend als de Zamzam bron. Dit is de bron waar mensen van drinken tijdens de hadji.
Toen Ibrahiem terugkeerde was hij blij zijn zoontje terug te zien en speelde vaak met hem.
Op een dag droomde Ibrahiem dat hij zijn zoon op moest offeren, hij besloot te doen wat Allah hem had bevolen, maar hij vroeg Isma´il eerst wat hij er
van vond. Zijn zoon antwoordde: Als Allah dat bevolen heeft dan moet U dat doen.
Ibrahiem nam Isma´il mee en ook een mes.
Toen Ibrahiem Mina bereikte, trof hij de voorbereidingen om Isma´il te offeren. Isma´il lag op de grond en Ibrahiem stond op het punt om hem te
offeren. Allah wilde zien van wie Ibrahiem meer hield. Toen Ibrahiem voor de test slaagde, ( Ibrahiem hield dus meer van Allah) stuurde Allah Djibril met
een schaap uit de Tuin. Hij zei; Offer dit schaap en laat Isma´il leven.
Daarom beval Allah de moslims op de ied al-adha een offer te brengen, als herdenking.
Moge Allah Ibrahiem zegenen, de beste vriend van Allah, en hem vrede schenken.
Ibrahiem verliet Mekka voor de 2de keer en toen hij weer terugkeerde besloot hij om voor Allah een huis te bouwen. Isma´il hielp mee. Ibrahiem dacht
altijd aan Allah en riep hem altijd aan. Allah aanvaarde het van Ibrahiem en Isma´il en zegende de Ka´aba. Wij moslims richten ons tijdens elk gebed richting de Ka´aba. En tijdens de Hadji gaan wij eromheen in tawaf en bidden
er. Ibrahiem had een andere vrouw, die Sara heette. Daar had hij een zoon die Ishaq heette. Ze leefde in Palestina. Ishaq bouwde een huis voor Allah in Palestina.
Deze moskee, staat in Jeruzalem. Het is de Al-Aqsa moskee en Allah zegende het land eromheen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 07:42 Reageer op dit bericht Stuur door

Mijn leven is heel erg veranderd na gisteren.

Assalamu alaikum warahmatullahi wabarakatuh broeders en zusters

Mijn leven is heel erg veranderd na gisteren. Waarom? Omdat ik eindelijk een keertje niet aan mezelf dacht, maar aan een ander. Vanaf vandaag ga ik anders door het leven. Zowel innerlijk als toch ook uiterlijk. Wat je van binnen bent, straal je van buiten uit. Het leven zal voortaan voor mij anders zijn dan normaal. Ik eet nu anders, denk anders en praat ook anders. Zo langzamerhand zul je je wel afvragen wat mij is overkomen.

Ik wilde een dag voor Allah vrijmaken. Een dagje business. Business zonder geld, maar met daden alleen. Inde ochtend was ik bij een begrafenisgebed van een broeder in Cairo. Erna ging ik naar de begraafplaats en hielp mee met het dragen van de kist. Daarna werd het lichaam onder de grond gestopt. Ik wilde aan het eind van de dag nog op ziekenbezoek gaan bij een broeder. Dus ging ik op zoek naar een kleinigheid om hem op te vrolijken.Daarna ging ik naar het ziekenhuis om bloed te doneren. Dit lag ook in de planning van de dag. Als eerste vroeg ik wie er het dringends bloed nodig had op dat moment. Voor de meeste van ons is bloed krijgen iets waar we ons niet echt druk over hoeven te maken. Zo duur zal het niet zijn. Maar voor velen is bloeddonatie van levensbelang. Ik kreeg een naam door van een patient en ging de trap af op zoek naar zijn kamer. Ik wilde zeker weten of de persoon wel bestaat, voordat ik mijn bloed gaf. Op de afdeling bleek dat hij die dag al gestorven was. Ik kreeg een nieuwe naam van een andere patient. Toen ik die ging opzoeken, bleek dat het een ideale patient voor mij was. Een man die door een auto was aangereden nadat hij klaar was met de salaat en uit de moskee wilde lopen. Ik maakte kennis met hem en vertelde dat ik hem wat bloed zal doneren. Weer boven op de afdeling bloeddonatie kreeg ik de slang in mijn arm geprikt en begon mijn bloed in een zak te stromen. Door de hitte in Cairo ,die ik niet gewend ben, en doordat ik die morgen niet gegeten had en waarschijnlijk ook die middag in de velle zon op de begraafplaats stond, voelde ik mij niet al te best. Na 4-5 minuten verloor ik het bewustzijn. Het enige wat ik kon zeggen was: La ilaha ila Allah Muhammad rasulollah , en ik stak mijn vinger naar boven... Toen ik bijkwam zag ik een man met een mooie grote baard over me heen gebogen staan. De kamer was ineens druk met allemaal mensen, waarschijnlijk artsen en mijn vriend. Al gauw was ik weer bijgekomen van alles. Nog een beetje slap van daarnet ging op weg naar mijn laatste doel. Een zieke broeder die al drie maanden op bed lag. Hij was vroeger een hoge officier in het Egyptische leger. Alhamdolillah is hij ermee gestopt. Baard mocht hij toen niet hebben en naar de Koran luisteren is als militair streng verboden. Hij lag nog wel in het militair hospitaal, dat nog wel. Ik in mijn jalaba had wel enige moeite om binnen te komen in het hospitaal. Het leger is hier heel erg bang voor baarden en jalaba's. Toen ik mijn buitenlands paspoort liet zien, kon ik meteen doorlopen. (Een buitenlander durft men niet moeilijk te maken, stel je voor dat er een raket vanuit het Witte Huis wordt afgeschoten). De zieke broeder was ontzettend blij met mijn kleine kadootje voor hem. Zijn zus liet ons even alleen in de kamer. Vrouw had hij niet. Hij was verloofd, maar had pas geleden de verloving ingetrokken. De doktoren hebben geconstateerd dat hij een zeldzame ziekte heeft en niet genezen kan worden. Zo jong en nu al doodziek. Op een gegeven moment moest hij hulp krijgen van de zuster. Lopen kon hij niet meer, dus voor bepaalde zaken moest de zuster hem helpen. Ik liep eventjes de kamer uit en wachtte tot ik weer binnen kon. Samen deden we salaat en ik maakte me klaar om weer naar huis te gaan.

Deze dag heb ik de dood gezien, het graf en ziekte. Dit heeft mij laten nadenken. Ben ik Allah wel dankbaar voor alle gunsten die Hij mij heeft gegeven? Ben ik voorbereid op de dood? Het leven zal voor mij nooit meer hetzelfde zijn.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 07:40 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Islamitische verhalen

↑ Terug naar de berichten