Naar de inhoud

Islamitische verhalen

Moge Allah ‘azza wa djal onze kennis doen vermeerderen, Ameen. Moge Allah ons leiden naar de waarheid en ons weerhouden van het slechte, Ameen. Moge Allah ons sieren met de schoonheid van Imaan & Taqwa, Ameen.
akke.beakke.be

Archief

De zegeningen van Bismillah ,

De zegeningen van Bismillah

Bismillah Ar-Rahmân Ar-Rahiem (In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle)

Een Sheikh vertelde over de wonderen en zegeningen van 'Bismillaah'. Tijdens één van zijn vertellingen was er ook een Joods meisje in het publiek aanwezig. Horende over deze wonderen en zegeningen van 'Bismillaah' werd haar hart geraakt en nam zijn de Islam aan. Vanaf dat moment was 'Bismillaah' constant op haar lippen, op elk moment van de dag en bij elke handeling gebruikte zij het woord 'Bismillaah' b.v. tijdens zitten, staan, slapen, wakker worden, lopen, wandelen, eten bereiden etc etc.

Vanwege het uitspreken van 'Bismillaah' waren haar ouders woedend op haar en ze begonnen haar op allerlei manieren tegen te werken en druk op haar uit te oefenen om het af te leren. De ouders beraamden een plan, om het meisje van iets te kunnen beschuldigen zodat zij ter dood veroordeeld kon worden. De vader van het meisje was de adviseur van de Koning. Op een dag gaf de vader, de ring van het Koning, die met diamanten was ingelegd in bewaring aan zijn dochter.
Het meisje zei 'Bismillaah' en deed de ring in haar zak.' S nachts toen het meisje sliep, sloop de vader naar de kamer van de het meisje en stal de ring en gooide de ring diezelfde nacht in de rivier. Een vis slikte de ring in.

'S Ochtends heel vroeg gooide de een visser zijn net uit en als door "een wonder" kwam dezelfde vis in zijn net terecht. Op zijn beurt verkocht de visser de vis aan de adviseur en deze gaf de vis aan zijn dochter om het te bereiden en klaar te maken voor een feestmaal. Het meisje zei 'Bismillaah' en nam de vis aan en 'Bismillaah' zeggende sneed ze de vis open en plotseling zag zij de ring in de buik van de vis, 'Bismillaah' zeggende haalde ze de ring uit de buik van de vis en 'Bismillaah' zeggende deed ze de ring weer in haar zak.

Daarna maakte ze de vis klaar en diende het eten op. Na het eten vroeg de vader onschuldig in het openbaar, zijn dochter naar de diamanten ring van de Koning. Het meisje haalde de ring 'Bismillaah' zeggende uit haar zak, de vader schrok zich te pletter. Vanwege dit wonder mislukte het plan van haar vader. Allah
is de beste plannenmaker. Allah , 'Al-Aziez' (de Machtige) en 'Al-Moehaymin' (de Beschermer), had door de zegeningen van 'Bismillaah' (in de Naam van Allah) het meisje gered van de doodstraf.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 04:06 Reageer op dit bericht Stuur door

Zelfs een sok neem je niet mee in het graf,

*Zelfs een sok neem je niet mee naar je graf*

Assalaamoe ehleykoom warahmatoelah wabarkatoehoe,

Ik heb een deze dagen een waargebeurd verhaal gehoord, dat ik met jullie wilde delen. Een broeder vertelde hoe een van zijn vrienden zijn vader verloor. Het ging op deze manier, voordat zijn vader stierf vroeg hij aan zijn zoon, hij eiste bijna, dat wanneer hij kwam te overlijden, zijn zoon hem met een oude sok zou moeten begraven. De vader bleef dat maar herhalen (wasiyya) en de zoon stemde in. Daarna overhandigde de vader zijn zoon een brief die hij pas mocht openen als zijn vader stierf. Een aantal jaren daarna stierf de vader en de jongen herinnerde zich wat hij moest doen. Nadat zijn vader was gewassen ging de jongen op zoek naar een oude sok en wilde zijn vader dat aantrekken. De man die de goesl (wassing) had verricht keek de jongen aan of hij gek was geworden. Hij verbood hem om de sok aan te laten trekken aangezien zijn vader alleen met zijn doodskleed mocht worden begraven. De jongen bleef zeuren maar de man bleef bij zijn standpunt. Verslagen ging de jongen naar huis en had het gevoel dat hij had gefaald. Thuis herinnerde hij zich de brief van zijn vader en hij opende het. Toen hij het las moest hij zo hard huilen en drong iets tot hem door. In de brief stond: "en zoon, het is jou zeker niet gelukt mij die sok te laten aantrekken? Zo zie je maar weer, zelf een oude versleten sok neem je niet mee je graf in. Het enige wat je mee neemt zijn jouw daden en die bepalen jouw lot. Weet dat helemaal niets jou zal helpen in het hiernamaals en weet dat zelfs een oude sok niet erin kan..

Met vriendelijk groeten oegt y. fi dien

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:51 Reageer op dit bericht Stuur door

Straf & Beloning in het hiernamaals ,

Straf & Beloning in het hiernamaals

Door Ali is overgeleverd dat de Heilig Profeet een droom had gehad, die hij na het fadjr gebed vertelde:

"Twee engelen kwamen naar mij toe en hielden mij bij mijn schouders vast en namen mij zo mee naar de hel. Hier was een engel met een grote steen in zijn hand.

Hij sloeg een man zo hard dat zijn hersenen en zijn kaak uit elkaar vielen. Toen de engel de steen weer ophief waren de hersenen en den kaak weer hersteld. Weer sloeg hij met de steen en het had hetzelfde resultaat. Ik vroeg de engelen die bij mij waren: "Wie is deze man?" Zij zeiden: "Laten wij verder gaan." Ik ging verder en zag een engel met een ijzeren staaf met een gebogen uiteinde. Voor hem stond een man. Hij stak de staaf aan de rechterkant in zijn mond en scheurde die tot het oor uit. Toen ging hij naar de linkerkant en scheurde die tot het oor uit. Ondertussen was de rechterkant van de mond genezen. Ik vroeg de engelen: "Wie is deze man?" Zij zeiden mij verder te gaan. Ik ging verder. Ik zag een snelstromend kanaal met bloed waarin mensen waren, naakt en aan de oevers van het kanaal waren engelen met stenen. Als zij naar de kant zwommen, sloegen zij hen hard en zo kwamen zij weer diep in het kanaal terecht, verder van de kant af. Ik vroeg wie dit waren. Zij zeiden: "Laten wij verder gaan." Ik liep door en zag een huis ruim aan de onderkant en smal aan de bovenkant, gevuld met vuur en een groep mannen, naakt, schreeuwend en stinkend. Ik vroeg: "Wie zijn dit?" Zij zeiden: "Later wij verder gaan" en zag een zwarte rots met daarbovenop mensen. Van beneden kwam een vuur dat helemaal oplaaide tot hun mond, neus, oren en ogen. Ik vroeg: "Wie zijn dit?" Zij zeiden: "Laten wij verder gaan." Ik liep door en ik zag van een grote afstand een groot vuur branden. Er was daar een angstaanjagende engel die alle vlammen verzamelde die naar buiten kwamen. Ik vroeg: "Wie is dit? "Zij zeiden: "Laten wij verder gaan."

Ik ging verder en zag een heel groene tuin, daarin zat een uitzonderlijk mooie man met veel kinderen om hem heen. Er was een boom met bladeren als olifantsoren. Ik ging vaar boven zover als Allah wilde. Daar zag ik een prachtig huis, gemaakt van parels, goudsteen en robijn. Ik vroeg: "Wat is dit voor een huis?" Zij zeiden: "Laten wij verder gaan." Toen ik doorliep kwam ik bij een kanaal met twee bruggen van goud en zilver, met aan beide oevers paleizen, prachtig gemaakt van parels, groene chrysoliet en robijn, met kopjes en vaten op de oevers daarvan. Ik vroeg: "Wat is dit?" Zij zeiden: "Proef het maar." Ik ging naar de oever en nam een kop water uit het kanaal en dronk het op. Het was zoeter dan honing, witter dan melk en zachter dan boter en het was zuiver.

Nu vroeg ik de engelen de vreemde zaken die ik vandaag had gezien voor mij te beschrijven. Zij antwoordden: "Degenen wiens hersenen en kaken kapot vielen, baden het Isja gebed niet en de rest van de gebeden op vreemde tijden. Dit zal hun straf zijn tot de Dag des Oordeels. Degenen wiens mond met een ijzeren staaf doorstoken werden, waren mensen die roddelden en leugens en ruzie onder de moslims verspreidden. Dit zal hun straf zijn tot de Dag des Oordeels. Degenen die in het kanaal vol bloed zwommen en die stenen in hun gezicht kregen gegooid, aten woeker op. De straf duurt tot de Dag des Oordeels. De blote vrouwen in het vuur waren overspelige en deze straf duurt tot de Dag des Oordeels. De mensen op de zwarte rots met vuur uit hun mond, neus, oren en ogen zijn de homoseksuelen die zich als de mensen van Lot gedroegen. Deze straf duurt tot de Dag des Oordeels. Het vuur dat hoog uit de verte brandt is de hel.

De hele groene tuin is Djannate ul-Aden. De oude heer is Ibrahim, de vriend van Allah en de kinderen om hem heen, zijn de kinderen die jong overleden zijn. De boom is de Sidratoel-Moenthaa. De paleizen aan de oevers van het kanaal behoren toe aan de profeten en de goede gelovigen. En dat kanaal is Kauthar, dat Allah jou gegeven heeft. Het paleis behoort jou en je familie toe. De geleerden hebben met deze hadith het bewijs laten zien dat de bestraffing in het graf klopt. Iedere ziel zal afhankelijk zijn van zijn proeven van daden. De droom van een Profeet is een openbaring en is waar. Hij heeft gezegd dat deze bestraffing duurt tot de Dag des Oordeels.

 

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:31 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Op een nacht kwam ik.....

Dit is een verhaal van een jongeman die op een zeer mooie maar tegelijkertijd tragische manier geleid is door Allah. Hij vertelt: " Ik was een persoon die graag bij zijn vrienden was. Wij waren altijd samen, altijd op zoek naar manieren om onszelf bezig te houden met verwerpelijk vermaak en verdorven zaken, waar we onze dagen mee vulden en onze nachten mee doorbrachten. Dit terwijl mijn lieve arme vrouw thuis eenzaam haar dagen voorbij zag gaan. Zij klaagde steeds vaker over de eenzaamheid en de dagelijkse ellende waarin zij leefde maar ik had daar geen oor voor, en
negeerde het.

Op een nacht kwam ik, zoals gewoonlijk in die tijd, rond een uur of drie thuis. Mijn vrouw en dochter lagen al lang te slapen. Ik ging naar de woonkamer en zette mijn verdorven gedrag waar ik net van thuiskwam gewoon binnenshuis voort door wat vieze films te gaan kijken. Plotseling ging de deur van de kamer open !!! Daar zat ik dan, oog in oog met mijn vijfjarige dochter. Ik keek haar recht in de ogen, aan de andere kant werd er tot mijn grote verdriet teruggekeken met een teleurgestelde en trieste blik.

Verstijfd was ik, elke poging om iets te zeggen op dat moment stokte al bij de eerste klank. Na een seconde of wat die in mijn verlamde situatie als een eeuwigheid voelde bereikten de eerste klanken mijn bewustzijn. Het was haar lieve stem waarmee ze zei: "Papa, je zou je moeten schamen, ben je niet bang voor Allah. Heb toch vrees voor Allah!" en zij zei dit drie maal, deed de deur dicht en ging terug naar haar kamer.

Ik bleef onthutst achter en wist niet hoe te reageren. Een tijd lang zat ik als door de bliksem getroffen stil en bewegingsloos voor me uit te staren met open mond. Toen ik een beetje uit mijn toestand begon te raken irriteerde ik mij gelijk mateloos aan de verachtelijke beelden die nog steeds speelden en die er nu opeens heel anders uitzagen. Ik stond op, deed
de tv uit en begon na te denken over de gebeurtenis die mij voor de rest van mijn leven haarscherp zou bijblijven, uit nervositeit begon ik door de kamer te ijsberen. Haar woorden hadden mij heel diep geraakt. Zij riepen bij mij een gevoel op dat ik tot dan toe nooit had ervaren.

Ik besloot voor mijzelf dat het  beste was om naar haar kamer toe te gaan, dus ik begaf mij zenuwachtig die kant op terwijl ik nog klampachtig zat te bedenken wat ik zou zeggen. Eenmaal daar aangekomen, zag ik dat zij weer in slaap was gevallen. Ik ging kapot van binnen en dacht dat ik gek werd. In het holst van de nacht zat ik mijzelf op te vreten terwijl ik niks dan de stilte hoorde. Ik voelde mij ellendig als nooit tevoren, maar wat moest ik doen? Wat kon ik doen? Ineens werd de oorverdovende stilte onderbroken door een geluid dat alles veranderde, een geluid dat ik altijd al heb gehoord maar waar ik nooit naar heb geluisterd, een geluid waar ik de laatste jaren liever mijn oren voor sloot en pas blij was als die afgelopen was. Het was de oproep tot het ochtendgebed. Een rustig gevoel kwam over mij en ik begon na te denken. Aarzelend besloot ik om de kleine wassing te gaan verrichten, toen ik daar klaar mee was besloot ik mij op weg te begeven naar de moskee. Ik had niet veel zin om te gaan maar de woorden van mijn kleine dochter bleven mij achtervolgen.

De Imam opende het gebed en las een aantal verzen uit de Koran. Op het moment dat hij knielde en ik hem volgde, barstte ik spontaan in tranen uit. Ik kon mij niet inhouden al zou ik het gewild hebben. Dit was de eerste keer in zeven jaar dat ik weer voor Allah stond om het gebed te verrichten. De huilbui deed mij goed. Ik was opgelucht en het voelde alsof alle ongeloof, hypocrisie en verdorvenheid die ik in mij had, samen met de tranen uit mij wegstroomden. Thuis aangekomen, ging ik zitten en wachtte totdat het tijd was om naar mijn werk te gaan. Nog steeds zat ik mij te verwonderen om de reeks gebeurtenissen.

Toen ik op mijn werk kwam, zag ik mijn collega verbaasd en vreemd naar mij kijken. Het was natuurlijk een vreemde gewaarwording voor hem dat ik zo vroeg binnen was, terwijl ik daarvoor door mijn levensstijl vaak ofwel altijd laat was. Hij wilde meteen het fijne ervan weten. Ik vertelde hem wat mij overkwam, waarna hij zei: "Wees Allah dankbaar voor het geven van
zo'n dochter die jou aan het denken heeft gezet en wees Hem ook dankbaar voor het niet sterven in de toestand waarin je verkeerde."

Ik voelde mij na een tijdje werken onwijs vermoeid (ik had namelijk nog steeds niet geslapen) en vroeg om een halve dag vrij te nemen om de rest van de dag uit te rusten. Ik verlangde ook naar het zien van mijn kleine dochter. Ik kon gaan, dus vol goede moed ging ik onderweg naar huis. Ik keek er zo naar uit om mijn dochtertje te spreken, mijn excuses aan te bieden, haar te bedanken en te omhelzen. Er stond mij heel wat anders te wachten.

Toen ik het huis binnenliep, kwam mijn vrouw in paniek en huilend op mij af. Mijn hart begon sneller te bonzen, ik vreesde al het ergste. Ik vroeg angstig wat er aan de hand was en zij overdonderde mij met precies dat ergste waar ik voor vreesde. Ze was dood, mijn vijfjarige bloempje, waar ik sinds de nacht ervoor nog meer van was gaan houden, was overleden. Ik kon het niet geloven. Haar woorden die mij zo diep hadden geraakt waren de laatste die ik van haar gehoord heb. Een onbeschrijfelijk heftige pijn kwam over mij. Ik kon mijzelf niet meer beheersen en tranen begonnen wild te stromen.

Ik besefte mij na een tijdje dat dit een beproeving van Allah was om mijn geloof op de proef te stellen, en wist dat ik mij sterk moest houden. Ik belde mijn collega op en vertelde moeizaam wat er gebeurd was. Toen ik hem vroeg of hij kon komen om mij te helpen met het wassen en begraven van mijn dochter, gaf hij hier meteen gehoor aan. Wij verrichtten het gebed voor haar en droegen haar naar de begraafplaats. Op de begraafplaats zei mijn collega tegen mij: "Het is niet gepast dat een ander dan jij jouw dochter in het graf plaatst." Ik pakte haar met tranen in mijn ogen en legde haar voorzichtig in het graf terwijl ik dacht; ik ben niet mijn dochter aan
het begraven maar het licht dat mij weer naar Allah heeft geleid."

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 06:53 Reageer op dit bericht Stuur door

Verlies de moed niet ,

Verlies de moed niet

De enige overlevende van een scheepswrak spoelde aan op een klein onbewoond eiland. Hij bad hevig tot Allah, dat Hij hem uit deze benarde positie zou redden. Elke dag inspecteerde hij de horizon op zoek naar hulp, maar nooit vond hij iets. Uitgeput als hij was, maakte hij een klein hutje van drijfhout om hem en zijn weinige bezittingen te beschermen tegen de invloed van de natuurelementen.

Toen op één dag, nadat hij de kust afstroopte op zoek naar voedsel, hij terug kwam bij zijn schuilplaats, kwam hij erachter dat zijn kleine hutje vlam had gevat en hij zag de rook opstijgen naar de hemel. Het allerergste wat hij zich kon bedenken was hem overkomen, alles was verloren. Hij was verslagen door verdriet en woede.

“Allah, hoe kunt U mij dit aandoen!?”, schreeuwde hij.

Vroeg de volgende dag werd hij echter gewekt door het geluid van een schip dat de kust naderde. Het was gekomen om hem te redden. De man vroeg versuft aan zijn redders: “Hoe wisten jullie dat ik hier was?” Zij antwoordden: “Wij zagen jouw rooksignalen.”

Het kan snel gebeuren dat wij ontmoedigd raken als dingen slecht aflopen. Maar wij moeten de moed niet verliezen, want Allah heeft zijn plannen met ons, zelfs als wij worden getroffen door pijn en verdriet. Onthoudt dan ook de volgende keer, als je kleine hutje tot de grond afbrandt, dat dit een rooksignaal kan zijn dat de Genade van Allah aankondigt.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 07:37 Reageer op dit bericht Stuur door

De heilige en de zondaar

De heilige en de zondaar

Er was eens een man die erg met de heiligen dweepte en dacht dat het zijn plicht was mensen die slechte dingen deden te berispen en hun verheffende gedachten voor te houden opdat zij op het rechte pad zouden komen.

Deze heilige wist echter niet dat een leraar meer is dan iemand die anderen vertelt dat zij dingen moeten doen door bepaalde principes toe te passen. Alleen wanneer de leraar precies de innerlijke staat van de leerling kent, kan hij het tegenovergestelde toelaten van wat die leerling verlangt.

Deze dweper nu, ontmoette op een dag een man die overdreven veel gokte en niet wist hoe hij die gewoonte kon afleren. De heilige stelde zich bij het huis van de man op. Iedere keer als de man naar het gokhuis ging, legde de heilige een steen op een hoop en hiermee gaf hij iedere zonde aan, als zichtbare herinnering aan het kwaad.

Elke keer als die man wegging, had hij een schuldig gevoel. Telkens als hij thuis kwam, zag hij dat er weer een steen op de hoop lag. Steeds wanneer de dweper een steen op de hoop legde, maakte hij zich kwaad over de gokker en voelde persoonlijke vreugde - hij noemde dat 'godsvrucht' - die zonde te hebben opgetekend.

Dit ging twintig jaar lang zo door. Iedere keer als de gokker de dweper zag, zei hij bij zichzelf: 'Kon ik die goedheid maar begrijpen! Wat werkt die man aan mijn verlossing! Kon ik maar berouw hebben, om maar te zwijgen dat ik net word als hij, want hij krijgt vast een plaats onder de uitverkorenen als de tijd van beloning daar is!'

Toevallig gebeurde het dat de beide mannen door een natuurramp tegelijkertijd om het leven kwamen. Er kwam een engel om de gokker te halen en zei vriendelijk tegen hem: 'Ga met me mee naar het paradijs.'

'Maar', zei de gokker, 'hoe kan dat nou? Ik ben een zondaar en moet eigenlijk naar de hel. U zoekt vast die dweper, die tegenover mijn huis zat en twintig jaar lang geprobeerd heeft mij te verbeteren.'

'De dweper?' zei de engel. 'Nee, die gaat naar de lagere regionen, want hij moet aan een spit geroosterd worden.' 'Is dat rechtvaardig?' riep de gokker, die zijn toestand was vergeten. 'U moet de opdrachten verwisseld hebben!'

'Nee hoor,' zei de engel. 'Ik zal het u uitleggen. Het zit zo: de dweper heeft zich twintig jaar lang superieur en verdienstelijk gevoeld. Nu is het zijn beurt het evenwicht te herstellen. Eigenlijk hoopte hij die stenen voor zichzelf op, niet voor u.'

'En wat mijn beloning betreft, wat heb ik verdiend?' vroeg de gokker.

'U wordt beloond omdat u iedere keer als u langs de heilige liep eerst aan goedheid dacht en daarna pas aan de heilige. Het is de goedheid en niet de mens die u voor uw trouw beloont.'

Wijsheid der dwazen - Idries Shah, Deventer, Ankh-Hermes

17:37. En wandel niet hoogmoedig op aarde rond want gij kunt de aarde niet doen splijten, noch kunt gij de bergen in hoogte evenaren.

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 00:31 Reageer op dit bericht Stuur door

De mot,

De mot

Vertaald door AlMutaqqun.tk
Een man vond een cocon van een mot en nam het mee naar huis zodat hij het kon zien als de cocon uitkwam. Op een dag verscheen er een smalle opening. Hij ging zitten en bestudeerde de mot uren lang terwijl het beestje zijn lichaam door het kleine gaatje worstelde.

Toen leek het alsof het beestje geen vooruitgang meer boekte. Het zag er naar uit dat het zover gekomen was als het kon. Het beestje kon niet verder en leek vast te zitten.

In zijn goedaardigheid besloot de man de mot te helpen dus nam hij een schaar en knipte het resterende deel van de cocon af. De mot kwam er toen gemakkelijk uit maar had een gezwollen lijfje en kleine verkreukelde vleugeltjes.

De man bleef de mot bestuderen omdat hij verwachtte dat de vleugels elk moment zouden vergroten en uit zouden zetten zodat ze het lijfje zouden kunnen dragen.

Maar dit gebeurde niet. De kleine mot bracht de rest van zijn leven kruipend door met een gezwollen lijfje en verkreukelde vleugeltjes. Hij heeft nooit kunnen vliegen.

Wat de man in zijn goedaardigheid en haast niet begrepen had, was dat de klemmende cocon en de benodigde worsteling voor de mot om door de kleine opening te komen, een manier was om de vloeistoffen van het lijfje naar de vleugels te dwingen zodat het klaar zou zijn om te vliegen zodra hij zich bevrijd had van de cocon.

Vrijheid en vlucht zouden alleen komen na de strijd. Door de mot van zijn strijd te beroven, heeft de man de mot van zijn gezondheid beroofd.

Soms is strijden precies wat we nodig hebben in ons leven. Als we door het leven zouden kunnen gaan zonder enige obstakels, zou het ons verkreupelen. We zouden niet zo sterk zijn als we hadden kunnen zijn.

" En Wij zullen u een weinig beproeven door vrees, honger, verlies van bezittingen, levens en vruchten; maar verkondig blijde tijdingen aan de geduldigen. "{2:155}

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Said Mondria om 06:20 Reageer op dit bericht Stuur door

DANK ALLAH SWT OM WAT JE HEBT

bismillahir rahmanir Rahiem


DANK ALLAH SWT OM WAT JE HEBT

Vandaag in de bus
Zag ik een meisje met goud haar
En ik wenste dat ik zo mooi was
Plotseling stond ze op om uit te stappen
Ik zag haar strompelen in het gangpad
Ze had een been en liep op krukken
Maar ze liep langs en lachte naar mij
Oh Allah, vergeef me wanneer ik klaag
Ik heb twee benen en de wereld ligt voor me open.

Met voeten die me overal kunnen brengen
En ogen die de zonsopgang kunnen aanschouwen
En oren om te horen wat ik wil
Oh Allah, vergeef me wanneer ik klaag
Inderdaad, ik ben gezegend, de wereld ligt voor me open.

Ik stopte om wat snoep te kopen
De jongen die het verkocht had zo’n charme
Ik sprak met hem en hij leek zo gelukkig
Als ik te laat zou komen zou ik het niet erg vinden
En toen ik wilde vertrekken zei hij tegen me
“Dank je, je bent zo aardig geweest”
“Je ziet”, zei hij, “Ik ben blind”
Oh Allah, vergeef me wanneer ik klaag.
Ik heb twee ogen en de wereld ligt voor me open.

Met voeten die me overal kunnen brengen
En ogen die de zonsopgang kunnen aanschouwen
En oren om te horen wat ik wil
Oh Allah, vergeef me wanneer ik klaag
Inderdaad, ik ben gezegend, de wereld ligt voor me open.

Ik zag een kind met blauwe ogen
Hij keek toe hoe andere kinderen speelden
Hij wist niet wat te doen
Ik bleef staan en zei: “Waarom doe je niet mee, lieve jongen?”
Hij keek om zich heen zonder wat te zeggen
En toen besefte ik: hij was doof
Oh Allah, vergeef me wanneer ik klaag
Ik heb twee oren en de wereld ligt voor me open

Met voeten die me overal kunnen brengen
En ogen die de zonsopgang kunnen aanschouwen
En oren om te horen wat ik wil
Oh Allah, vergeef me wanneer ik klaag
Inderdaad, ik ben gezegend, de wereld ligt voor me open
(Komt de tekst je bekent voor...je gedachtes zijn juist dit is de vertaalde tekst van Forgiv me..Anasheed van Ahmed Bukhatir)

 

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 00:31 Reageer op dit bericht Stuur door

Het meisje met haar engelen!

Het meisje met haar engelen!




Dit is een waargebeurd verhaal, waarbij je rillingen en kippenvel krijgt over je hele lijf! lees het en je zult zien....



Een Arabische (islamitisch) meisje ging op een dag naar een feest bij haar vriendinnen. Ze bleef er tot dat ze klok slag 24.00 uur hoorde. Ze realiseerde dat het laat is geworden en wilde naar huis gaan, dat is ver van waar ze zit. Ze is geraadpleegd om met de bus naar huis te gaan hoewel de trein sneller is. Maar zoals jullie weten alle stations zitten vol met criminelen en moordenaars en zeker op dat tijdstip. Daar aangekomen probeerde ze rustig te blijven, en probeerde ze haarzelf te overtuigen dat er niets zal gebeuren. Dat meisje was een NIET gepraktiseerde moslimse. Zij koos ervoor om met de trein te gaan omdat die sneller is. Toen ze op de ondergrondse 'wacht lokaal' zat, ging er door haar hoofd allerlei enge verhalen, die 's nachts op dat station gebeurt zijn. Zij was alleen op dat lokaal, behalve die enige enge MAN, helemaal in het zwart gekleed. In het begin was ze bang voor die man
maar ze spaarde alle moed bij elkaar om rustig te blijven.De man kwam dichter en dichter naar haar toe tot hij juist voor haar stond. En toen begon ze wat Koran verzen die ze kende te reciteren.En ineens draaide die man zich en ging er van door. Ze bleef dat lezen totdat de trein kwam en ze er instapte om naar huis te gaan. Tot haar grootste schrik leest ze de volgende ochtend in de krant dat er op dezelfde station, waar ze gisteren was, 5 minuten na haar vertrek een meisje is vermoord en dat de dader aangehouden is. Ze ging naar het politiebureau en ze vertelde aan de politie dat ze daar ook, 5 minuten voor het misdrijf was, ze vroeg aan de politie of ze de dader 1 vraag mocht stellen aan de man?
"Ze vroeg"; herken je mij? De man antwoordt: Ken ik jou dan? Zij zegt: Ik ben het meisje van gisteren op 't station ik was daar toen je voor me stond weet je nog?. En hij zei: Ja ik herken je. Vervolgens zegt zij: Waarom heb je mij dan niet vermoord in plaats van dat meisje? Daarop zei hij: Hoe kon ik je vermoorden, en als ik je vermoord had, wat zouden die TWEE GROTE MANNEN die links en
rechts achter jou stonden met mij gedaan hebben??

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Eerlijkheid duurt het langst,

 

Eerlijkheid duurt het langst ,

Er kwamen eens twee jongemannen bij Omar ibn al-Khattaab terwijl hij in een bijeenkomst zat. De jongemannen hadden een man van het platteland bij zich en wilden hem overdragen aan omar. Waarop hij vroeg: "Wat is er aan de hand?"

De jongemannen antwoordden: "O leider der gelovigen, deze man heeft onze vader gedood."

omar vroeg aan de man: "Heb jij werkelijk hun vader gedood?"

De man antwoordde: "Ja, ik heb hem gedood."

Daarna vroeg omar: "Hoe heb je hem gedood?"

De man antwoordde: "Hij betrad met zijn kameel mijn stuk grond. Waarna ik hem waarschuwde, maar hij wilde niet luisteren. Toen gooide ik een steen naar hem toe. De steen kwam tegen zijn hoofd aan waarna hij stierf."

omar zei vervolgens: "Er rest niets anders dan vergelding... de doodstraf. Dit is een duidelijke zaak. omar vroeg niet naar de komaf van deze man, of hij bijvoorbeeld behoorde tot een elite stam, of dat hij een vooraanstaande positie innam in de maatschappij. Al deze zaken interesseerden omar niet. Dit omdat hij onpartijdig was en niemand zou voortrekken ten koste van de Voorschriften van Allah. Ook al zou het zijn zoon zijn die voor hem stond. Meerdere malen had hij reeds zijn zoon een aantal zweepslagen verkocht in verband met bepaalde zaken.

De man zei: "Ik vraag je bij Degene Die de hemelen en de aarde heeft geschapen om mij voor slechts een nacht naar mijn vrouw en kinderen op het platteland te laten gaan om hen te vertellen dat ik de doodstraf heb gekregen. Daarna zal ik terugkomen. Bij Allah, zij hebben geen kostwinner waarop zij kunnen rekenen, behalve Allah en vervolgens ik."

omar vroeg hem: "Wie van de aanwezigen kan mij garanderen dat jij terugkomt."

Alle aanwezigen bleven stil, want niemand kende deze man, zijn woonplaats of stam. Hoe zou iemand zich garant kunnen stellen voor zo een persoon en om zo een gewichtige zaak. Het ging hier namelijk niet om een luttele tien dinar, een stuk grond of een kameel. Het betrof hier een garantstelling voor iemand die de doodstraf had verdiend en wiens leven door middel van het zwaard ten einde zou komen. En wie was in staat om omar van het toepassen van de Voorschriften van Allah af te houden? En wie zou durven bemiddelen bij omar?

Alle metgezellen bleven zwijgen en omar bevond zich in een lastige positie. Zou hij nu de beslissing nemen de man te doden, terwijl zijn kinderen op het platteland van de honger zouden omkomen, of zou hij hem zonder garantstelling laten gaan wat er wellicht toe zou leiden dat de nabestaanden van de gedode man hun vergelding verloren zouden zien gaan? Nog steeds heerste er een doodse stilte en omar sloeg zijn hoofd neer, keek naar de twee jongemannen en vroeg hen: "Kunnen jullie hem vergeven?" Waarop zij antwoordden: "Nee! Wie onze vader heeft gedood dient ook gedood te worden, O leider der gelovigen!"

Vervolgens riep omar: "Is er dan niemand die garant kan staan voor deze man?"

Aboe Dharr al-Ghifaariy, de oude waarachtige asceet, stond toen op en zei: "O leider der gelovigen, ik zal voor hem garant staan!"

omar maakte nog eens duidelijk: "Je begrijpt dat het hier de doodstraf betreft!"

"Ik weet dat het om de doodstraf gaat," reageerde Aboe Dharr al-Ghifaariy.

omar vroeg: "Ken je de man?"

Hij antwoordde: "Nee, ik ken hem niet."

Waarna omar zei: "Hoe kun je dan garant staan voor hem."

"Ik zie in hem de kenmerken van een gelovige. Hierdoor weet ik dat hij niet zou liegen. Als Allah het wil zal hij dan ook terugkomen."

omar zei: "O Aboe Dharr, denk je dat je aan mij ontkomt als hij na drie dagen niet terugkomt?" Hierop zei Aboe Dharr: "Allaah ul-moestacaan (Allah is Degene Die om hulp wordt gevraagd), O leider der gelovigen!"

De man mocht vertrekken en kreeg te horen dat hij binnen drie dagen terug moest zijn. Deze tijd kreeg hij om zich klaar te maken, afscheid te nemen van zijn vrouw en kinderen en hun zorg aan iemand over te dragen.

Na drie nachten liet omar iemand 's middag de mensen in de stad verzamelen, zeggende: "As-Salaatoe Djaamicah!" De mensen waaronder de twee jongemannen en Aboe Dharr kwamen allen bij een. omar zei toen tegen Aboe Dharr: "Waar is de man gebleven?"

Aboe Dharr antwoordde: "Ik weet het niet, O leider der gelovigen!" Vervolgens keek Aboe Dharr naar de zon die sneller dan gewoonlijk leek onder te gaan. Alle metgezellen waren doodstil en alleen Allah weet werkelijk in wat voor een gespannen toestand zij op dat moment verkeerden.

Ondanks dat Aboe Dharr zeer geliefd was bij omar en deze zelfs bereid zou zijn zijn leven voor hem op te offeren, betrof het hier de Islamitische Wetgeving en de Goddelijke Voorschriften waar men niet mee speelt en dolt. Hierover treedt men niet in discussie noch wordt deze wetgeving op een bepaalde tijd en plaats wel uitgevoerd en op een andere niet. Noch wordt dit slechts toegepast op een aantal met uitsluiting van anderen.

Vlak voor zonsondergang verscheen de man, waarna omar samen met de anderen 'Allaahoe Akbar' riepen. Vervolgens vroeg omar aan de man: "Weet jij dan niet dat als je op het platteland was gebleven wij jou niet hadden kunnen achterhalen."

De man reageerde: "O leider der gelovigen, bij Allah, het is niet u met wie ik te maken heb, maar ik heb te maken met Degene Die op de hoogte is van het openlijke en het verborgene. Hier ben ik, O leider der gelovigen! Ik liet mijn kinderen achter als kuikentjes op het platteland waar geen water noch bomen te vinden zijn en ik ben gekomen om mijn straf te ondergaan."

omar stond op en vroeg de twee jongemannen: "Wat willen jullie?"

Zij antwoordden huilend: "Wij vergeven hem vanwege zijn oprechtheid, O leider der gelovigen." omar riep daarna: "Allaahoe Akbar!", terwijl de tranen over zijn baard rolden. "O jongemannen, moge Allah jullie belonen voor jullie vergiffenis en moge Allah jou ook belonen, O Aboe Dharr dat jij deze man in de gelegenheid hebt gesteld om zijn gezin te bezoeken."


{Hou je vast aan eerlijkheid, want eerlijkheid leidt naar goedheid, en goedheid leidt naar het Paradijs}

Met vriendelijke groeten Oegt Y. fi dien

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Said Mondria om 05:07 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Islamitische verhalen

↑ Terug naar de berichten