Naar de inhoud

Islamitische verhalen

Moge Allah ‘azza wa djal onze kennis doen vermeerderen, Ameen. Moge Allah ons leiden naar de waarheid en ons weerhouden van het slechte, Ameen. Moge Allah ons sieren met de schoonheid van Imaan & Taqwa, Ameen.
akke.beakke.be

Archief

Geduld

Geduld

 

Vele jaren geleden leefde er eens een man, die een zoon had met een mooi uiterlijk en een grote begaafdheid. Hij ging naar school en leerde daar met buitengewoon veel vlijt alles wat men hem onderwees, en had altijd dorst naar nog meer kennis

Toen hij de leeftijd van een man bereikt had, koos zijn vader een vrouw voor hem uit, met wie hij trouwde. Nauwelijks had men de bruiloft op passende wijze gevierd, of de vader van de jongeman stierf. Hij werd begraven en men rouwde veertig dagen lang om hem; toen zette zijn zoon zijn studie weer voort. Eén van zijn studiegenoten, die uit een ver land was teruggekeerd, vertelde hem dat in het land waar hij was geweest de beroemdste en meest volmaakte heilige woonde, in één woord: het voorbeeld van wetenschap en deugdzaamheid van zijn tijd. Daarop nam de jongeman ogenblikkelijk het besluit zich in dat land te gaan vestigen en les te nemen bij de beroemde en heilige man.

Hij ging dadelijk naar huis, pakte zijn sandalen, zijn reistas, wat spullen en een wandelstok en ging op weg naar het verre land, om bij de beroemde meester in de leer te gaan.

Veertig dagen en veertig nachten liep hij aan een stuk door en bereikte eindelijk het land, waarnaar zijn geest op zoek was. Hij vond de beroemde meester al spoedig en stelde zich aan hem voor. De meester, die een smidse had en daarin werkte, vroeg hem: "Wat wil je jongeman?" - "Het Weten leren," antwoordde hij. De smid gaf hem de blaasbalg en beval hem te trekken. De leerling trok en liet de blaasbalg op bevel van de meester weer los, om zo het vuur in de smidse aan te wakkeren.

Een dag, een week, een maand, een jaar en nog meer jaren gingen zo voorbij, zonder dat iemand met hem sprak en waarin hij steeds dezelfde handeling herhaalde. Wel zag hij mensen langs de smidse komen, die zijn meester vragen stelden en van hem antwoord kregen. Weer anderen kregen van de meester een bepaalde taak; zij bleven in de smidse en ook zij moesten een bepaalde handeling dag in dag uit herhalen, en ze deden dat net als hij, zonder vermoeid te raken, zonder een woord te wisselen en zonder ook maar ooit te klagen. Zo gingen tien jaar voorbij.

Toen was het geduld van de jongeman op en waagde hij het de meester te vragen: "Meester?" - "Wat wil je?" antwoordde de smid, en hij zei: "Het weten!" - "Trek aan je blaasbalg!" was het antwoord van de smid en ging door met zijn werk, zonder zich te laten ophouden.

Het enige plezier van de jongeman was, als hij uitgeput van zijn dagelijkse werk, zijn karige kostje in zijn kamertje at en in de boeken las, die de meester of zijn kameraden hem hadden geleend. Zwijgen was de leefregel, zowel in de smidse als in zijn kamer. Niemand sprak met hem en hij sprak met niemand. Als hij iets wilde weten over een bepaald punt van de grammatica, het recht of de Koranuitlegging, dan was het hem toegestaan zijn vraag op een briefje te schrijven en bij het binnengaan van de smidse het papier aan zijn meester te overhandigen. De meester wierp het briefje of in het vuur, of hij stak het in de plooien van zijn tulband. Als hij het briefje in het vuur wierp, dan betekende dat, dat de vraag geen antwoord waard was, maar als hij het in de plooien van zijn tulband stak, dan vond de jongeman 's avonds als hij thuis kwam het antwoord van zijn meester aan het hoofdeinde van zijn bed, geschreven in gouden letters. Zo ging de meester met al zijn leerlingen te werk, zonder ooit een van hun briefjes te lezen: of hij verbrandde ze, of hij bewaarde ze in de plooien van zijn tulband.

Er waren precies twintig jaar voorbijgegaan, sinds onze jongeman in de smidse was; toen kwam de meester naar hem toe en sprak: "Je kunt nu naar je land terugkeren, jongeman. Het Weten dat je zoekt heet Geduld."

Toen hij in zijn vaderland kwam, verwonderde hij zich erover, dat hij zo weinig van de wereld wist, hij, die er zo veel van geweten had voordat hij bij de meester in de leer was gegaan.

Eindelijk kwam hij bij zijn huis, en hij verheugde zich op de vreugde van zijn vrouw over zijn terugkeer. Voordat hij echter aan de deur klopte, keek hij door een vensterluik zijn huis binnen. O, wat een schrik, wat zag hij daar! Wat zagen zijn ogen nu! Zijn vrouw zat daar op een tapijt, geleund tegen een stapel kussens. Naast haar zat een jonge, knappe man en ze praatten en lachten samen en brachten de tijd uiterst aangenaam door.

De reiziger nam een pijl uit zijn koket, spande zijn boog en maakte zich gereed zijn vrouw en de jongeman met een pijl te doorboren, toen het woord 'geduld' van de meester hem te binnen schoot. Hij klopte op de deur en er werd opengedaan; het was dezelfde jongeman die hij door het luik bij zijn vrouw had zien zitten. Hij ging de salon in. Zijn vrouw, die hem herkende, snelde hem stralend van vreugde tegemoet en riep de jongeman toe: "Ahmed, mijn zoon, dit is je vader!"

De man knielde neer met zijn gezicht naar Mekka, raakte met zijn voorhoofd de aarde aan en riep: "Allah, twintig jaar lang heb ik geleerd geduld te oefenen en het scheelde maar een haar of ik had zojuist mijn zoon gedood! Hoe onberekenbaar is onze zwakheid, en hoe oneindig is uw wijsheid! Hoe onuitputtelijk uw barmhartigheid!"

 

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:22 Reageer op dit bericht Stuur door

Een verhaal waar het hart van moet huilen

Een verhaal waar het hart van moet huilen

 

 

 Eén van de grootste voorbeelden van geduld om gehoorzaam te blijven Allah en om te strijden voor Zijn zaak is de geschiedenis van de kamster van de dochter van fir3awn (farao)

Vandaag de dag heet dit beroep kapster.

Op een keer toen ze het haar van de dochter van fir3awn aan jet kammen was, viel de kam op de grond. Toen zei ze: 'bismillah' (ze vergiste zich, ze had haar geloof namelijk verborgen gehouden, maar zo gedraagt een gelovige zich nu eenmaal; we tonen onze goede manieren).

Toen merkte de dochter van fir3awn op: 'Mijn vader is toch God?'

De kamster zei: 'Mijn Heer en jouw Heer en de Heer van jouw vader is Allah'

Het meisje zei: 'dus jij hebt een god buiten mijn vader om?'

De kamster zei toen: 'Mijn Heer en jouw Heer en de Heer van jouw vader is Allah'

Toen zei het meisje: 'dat ga ik absoluut aan mijn vader vertellen.'

En dat deed ze.

Fir3awn vroeg de kamster toen: ' heb jij dan nog een Heer die gelijk aan mij is?'

Ze antwoordde: 'mijn Heer en jouw Heer is Allah.'

Toen vroeg hij aan zijn bedienden: 'heeft ze kinderen?'

Ze zeiden: 'ja, 4 kinderen, waaronder een baby.'

Toen zei hij: ' breng ze bij mij en breng een koperen koe en steek deze aan met vuur zodat het smelt...'

((probeer je nu voor te stellen wat er zou gaan gebeuren. Probeer eens in de schoenen te staan van de kamster))

Eerst nam fir3awn de oudste zoon en zei toen tegen haar: 'Heb jij dan nog een heer die gelijk aan mij is?' ze antwoordde: 'Mijn Heer en jouw Heer is Allah'

Toen pakten ze de jongenbeet en smeten hem voor haar ogen in de vlammenzee.

De jongen zette het op een schreeuwen, totdat hij verkoolde en verdween.

Toen nam hij de 2e en de 3e, maar haar antwoord was eensluidend:

'Mijn Heer en jouw Heer is Allah'

En met hen gebeurde precies hetzelfde als wat er met hun broer gebeurd was en dat allemaal voor haar ogen.

Daarna was het de beurt van de zuigeling en de moeder was hevig overstuur.

Ze hield de baby stevig ast maar toen sprak de baby, hij zei: 'heb geduld mama, want jij hebt gelijk.' Toen werden moeder en kind samen in het vuur geworpen.

Allahu Akbar wa Allahu Akbar wa la ilaha ila Llah!!!!!!!!

De profeet Mohamed saws zei tijdens de reis van al-Israae wa al-Mi3raadj (de hemelse nachtreis waarin Mohamed saws vanuit Jeruzalem de 7 hemelen bezocht) :

"Toen ik opsteeg naar de hemel, rook ik een aangename geur die ik nooit eerder geroken had. Ik vroeg toen: Jibriel, wat is dat voor een geur?" Jibriel antwoordde: "Dat is de geur van de kamster van de dochter van fir3awn en haar 4 kinderen."

Hier laat je tranen van verdriet, maar van vreugde tegelijk!

Ik hoop dat je hier je lering uit kunt trekken en het vervolgens ook daadwerkelijk toepast in jouw leven, want geduld is immers de sleutel van het bestaan.

Moge Allah mij vergeven voor mijn fouten

Al het goede komt van Hem en het slechte van mijn nafs.

Onze Heer, giet geduld over ons uit, ameen

O Allah, schenk ons het oprechte berouw en accepteer het van ons, voorzeker U bent de

Al-Horende, de Alwetende, ameen

Soebhaanaka Allaahoemma wa biehamdieka, ash-hadoe allaa ilaha ila anta, astaghfieroeka wa atoeboe ilayk.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 05:24 Reageer op dit bericht Stuur door

De visser en het diamant

De visser en het diamant

 

 

Er was eens een arme visser die per keer slechts één vis vangt. Zijn principe is om pas een vis te gaan vangen als de vorige genuttigd is door zijn gezin. Dus zo ging hij door het leven, tot op een dag terwijl zijn vrouw de vis aan het bereiden was, ontdekte zij een diamant in de buik van de vis. Ze rende naar haar man: "lieverd, lieverd, kijk wat ik gevonden heb, een diamant!" De man zei met een glimlach op zijn gezicht: "wat ben jij een prachtige echtgenote, geef het, dan ga ik kijken of ik het kan verkopen, zodat wij vandaag wat anders gaan eten dan vis."

Hij ging naar de juwelier op de volgende straat "Salaam Alaykom". "Wa'alaykom Salaam" antwoordde de juwelier. De visser vertelde het verhaal en gaf het diamant aan de juwelier om te bekijken. "Dit is geen gewoon diamant, mijn broeder" hij vervolgde "er is geen prijs die dit diamant waardig is, ook al verkoop ik mijn juwelierszaak en mijn huis en die van mijn buurman en overbuurman, dan zou ik u de prijs van dit diamant niet bij elkaar kunnen brengen. Maar ga naar de grote juwelierszaak in de stad, misschien kan hij u helpen."

Zo kwam hij aan in de stad en stapte de grote juwelierszaak binnen. Hij vertelde het verhaal aan de rijke juwelier, maar tevergeefs. Deze vertelde hetzelfde als de vorige juwelier en stuurde hem naar de prins van de stad die een groot paleis bewoont. Eenmaal aangekomen moest hij buiten wachten met zijn schat in zijn hand, totdat hij naar binnen werd geroepen door de wachters.

De prins bekeek het diamant nauwkeurig en zei: "Alhamdulillah, zoiets zocht ik. Ik weet niet hoe ik u kan belonen, maar u mag de kamer der schatten binnentreden, die slechts mij toebehoort. U kunt zes uur in verblijven en bovendien mag u meenemen wat u maar wilt." De bescheiden visser zei: "mijnheer, zes uur is te lang, twee uur zal genoeg zijn." De prins weigerde en zo trad de visser de kamer der schatten binnen, om zes uur lang in te vertoeven. 

De visser stapte binnen en verbaasd keek hij rond. Een gigantische kamer, verdeeld in drie delen. Een deel zit vol diamanten, edelstenen en goudstukken. Een ander deel lag vol bedekt met de mooiste bedden en kussens, alleen het kijken ernaar brengt het rust en slaap. En een ander deel bezit allerlei lekkernijen en dranken.

De visser dacht bij zichzelf: "zes uur lang hier. Het is echt lang voor een gewone visser als ik. Vooruit, waar ga ik beginnen? ik begin bij de laatste deel met lekkernijen, ik ga eten tot mijn buik vol zit, zodat ik genoeg energie heb om zoveel mogelijk diamanten en goud te verzamelen." 

Onze vriend begon dus uren te eten en te drinken. Hij heeft van alle soorten geproefd. Nadat hij klaar is was hij van plan naar de eerste deel te gaan, waar diamanten en edelstenen lagen. Echter toen hij langs de tweede deel liep, zag hij de mooie bedden en kussens. Hij dacht weer bij zichzelf: "nu ik goed gegeten heb, is het niet verkeerd om een dutje te doen, zodat ik meer energie krijg. Dit is een kans die niet te verwaarlozen is." Hij lag dus heerlijk op het bed en is vervolgens in een diepe slaap gevallen.

"Opstaan, de tijd is om..." riep de wachter van de kamer. De visser schrok wakker "huuh... wat??" "naar buiten, uw tijd is voorbij". Verward smeekte de visser: "alstublieft, ik heb mijn kans nog niet benut. Ik moet nog diamanten, edelstenen, goud en en en... meenemen."

De wachter antwoordde: "had je niet genoeg tijd om dat allemaal te verzamelen, mee te nemen naar buiten en daarmee eten, drinken en mooiste bedden te kopen? maar nee, u bent dom, u dacht alleen aan de omgeving waar u in was, breng hem naar buiten."

Dit is het einde van ons verhaal, maar het moraal is nog niet geëindigd.

Weet u wat die gevonden diamant is? Dat is uw ziel. Uw ziel is een schat die geen prijs waardig is, maar u bent onwetend over die waarde.
Weet u wat die kamer der schatten is? Dat is dit wereldse leven. Zie hoe groot het is en hoe wij gebruik van maken.
Wat de diamanten, edelstenen, juwelen en goudstukken betreft? Dat zijn de goede daden.
En het bed is onze achteloosheid en nalatigheid. De lekkernijen en dranken zijn de verleidingen van dit wereldse leven en de wachter is de Engel des doods.

Dus stel u voor als de visser en word wakker uit uw achteloosheid en nalatigheid en verzamel zoveel mogelijk goede daden, alvorens de Engels des doods u wakker maakt.

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 04:51 Reageer op dit bericht Stuur door

Een meisje dat brieven schrijft aan Allah

Een meisje dat brieven schrijft aan Allah

 

Dit droevig verhaal werd verteld door de moeder van het meisje.

 

Ik werd vroeg wakker, terwijl ik vandaag eigenlijk vrij ben. Mijn kleintje Riem ook. Ik zat achter mijn bureau en was bezig met schrijven. "Mama, wat schrijf je?" vroeg ze. "Ik schrijf een brief aan Allah." "Mag ik het lezen?" "Nee schat, deze brief behoort mij toe en niemand mag het lezen." Zij ging daarna verdrietig de kamer uit. Ze was gewend mij altijd te vragen en ik weigerde telkens.

Weken gingen voorbij. Ik ging een keer de kamer van Riem binnen en ze werd zenuwachtig en ik vond dat merkwaardig. Waarom werd ze onrustig? "Riem, wat schrijf je?" Ze werd nog zenuwachtiger. "Niks, mama." "Wat schrijft een meisje van negen en wil niet dat haar moeder dat ziet?" "Ik schrijf ook brieven aan Allah zoals jij, mama." Ze vroeg plotseling en uit haar gezicht is nieuwsgierigheid te lezen: "maar komt alles wat we schrijven uit, mama?" "Vanzelfsprekend mijn dochtertje, want Allah weet alles." Ze liet mij alsnog de brieven niet lezen. Ik ging de kamer uit en ging naar mijn man en mijn gedachten waren bij mijn dochter. Mijn man merkte op dat ik me niet goed voelde en vroeg of hij een arts moet bellen. "Nee" zei ik snel. O mij Heer, ik wilde niet dat hij zo denkt. Ik kuste zijn voorhoofd dat regelmatig gezweet heeft omwille van mij en mijn dochter.

Op een dag vertrok Riem naar school en toen zij terug was, vond zij een arts in ons huis. Ze versnelde om haar vader te zien die op ziekbed lag, wegens een lichte vermoeidheid dat later overging tot een ernstige aandoening. De arts vertelde tot mijn schrik, dat de toestand van mijn man alleen maar kan verslechteren en dat hij slechts enkele weken te leven heeft. Riem hield haar vader vast en omhelsde hem. De liefde van de dochter voor haar vader vulde de kamer op. En ik vergat dat mijn meisje nog jong was en bevestigde haar dat haar lieve vader zwakker wordt en slechts enkele weken te leven heeft. Ze raakte van slag en bleef huilen. Ze bleef herhalen: "waarom overkomt papa dit? waarom?" "Doe doe'a voor hem Riem, dat Allah hem geneest. Je moet moedig blijven en vergeet de barmhartigheid van Allah niet en dat Hij tot alles in staat is... Jij bent mijn oudste en enige dochter." Ze gaf mij gehoor en gaf haar verdriet niet de overmacht. Ze trapte op haar pijn en zei dapper: "papa gaat niet dood."

Elke ochtend kust Riem haar vaders zachte wang. Op een dag keek ze haar vader aan terwijl haar ogen liefde uitstraalden. Ze smeekte hem: "wil je mij vandaag naar school brengen, zoals mijn klasgenootjes?" Verdriet deed zijn gezicht veranderen en probeerde dat te verbergen voor haar en hij zei: "Inshallah, er komt een dag dat ik jou zou brengen." Terwijl hij zeker van was dat wegens zijn ziekte de blijdschap van zijn dochter nooit zou completeren.

Toen op een dag Riem op school was, kwam bij mij op om te kijken wat mijn dochter aan het schrijven was. Ik zocht in haar kamer maar vond niets. Zou ze het meegenomen hebben? zou het verscheuren na het geschreven te hebben? vermoedelijk is het hier. Want wat hield ze veel van deze box. Ze smeekte mij voortdurend om haar deze box te geven. Ya Allah, hij zit vol brieven, allemaal voor Allah!
"Ya Rab Ya Rab, laat de hond van onze buurman sterven, omdat hij mij altijd laat schrikken."
"Ya Rab Ya Rab, onze kat baart veel katjes. Ya Rab, vervang voor haar de katjes die dood gingen."
"Ya Rab, laat mijn neefje slagen, omdat ik van hem houd."
"Ya Rab, laat de bloemen in onze tuin snel groeien, zodat ik elke dag een bloemetje knip en het aan mijn lerares geef." En veel andere brieven en ze zijn allemaal onschuldig. Eén van de vermakelijkste brieven was, waar zij schreef: "Ya Rab Ya Rab, geef ons dienstmeisje wat meer verstand, want ze vermoeit mijn moeder." O mijn God, ze zijn allemaal uitgekomen! De hond is dood, de kat kreeg meerdere kleintjes, de bloemen zijn gegroeid en Riem neemt elke dag een bloemetje voor haar lerares en Ahmed slaagde met een hoge cijfer. Ya Allah, waarom vraagt ze Allah niet om haar vader te genezen? Ik zocht tussen de brieven, maar tevergeefs... Plotseling riep dienstmeisje mij om de telefoon te antwoorden. De school van Riem belde. Ik raakte overstuur en vroeg degene die ik aan de lijn had: "wat is er gebeurd? wat heeft Riem gedaan?" En toen kwam de klap, als ze zegt dat Riem van vierde verdieping viel en overleed, toen ze op weg was naar haar afwezige lerares om haar een bloemetje te geven. Het bloemetje viel en Riem viel achteraan. Inderdaad, de twee bloemetjes vielen allebei. Ik en mijn man konden dit niet geloven en stonden versteld elkaar aan te staren. Onze hartje is heen gegaan. Mijn man liep zelfs een tongverlamming op, waardoor hij niet kon praten. Waarom moest Riem dood gaan? Het verdriet vulde ons leven. Ik hield mezelf voor de gek en deed alsof ik haar breng, door naar haar school te lopen. Ik deed alles wat mijn kleintje leuk vond. Elke hoek in het huis deed me denken aan haar en haar glimlach die het huis levendiger maakte.

Jaren gingen voorbij en op een vrijdag kwam het dienstmeisje rennend naar mij toe en zegt dat ze geluid hoorde uit de kamer van Riem. Ya Allah, is Riem teruggekomen? dat is krankzinnig.... "Je verbeeldt je slechts. Ik heb mijn voeten niet op deze kamer gezet sinds Riem overleden is." Echter mijn man drong aan om naar de kamer te gaan en te kijken. Ik draaide de sleutel en opende de deur, waarna ik ineens begon te janken en gooide mezelf op haar bed. Ik keek vervolgens rond en zag een schilderij op de grond. Het schilderij viel en maakte uiteraard geluid. Het schilderij, die Riem heel lief had, met Ayatul Koersie erop. Ze was gewend het elke dag te lezen, totdat ze het uit haar hoofd kende. Toen ik de schilderij tilde om het weer op te hangen, viel een papiertje op de grond. Ya Allah, dat is één van de brieven, die Riem schreef aan Allah! Waarom verborg ze het achter het schilderij ? en wat zou ze hier op geschreven hebben? Ya Allah, helemaal verslagen vielen mijn ogen op:
"Ya Rab Ya Rab, ik sterf en papa niet."

 

Hoe vind je dit bericht? 23 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 05:56 Reageer op dit bericht Stuur door

Na drieëndertig jaar studie

Na drieëndertig jaar studie


Een geleerde vroeg eens aan één van zijn studenten: "Hoe lang studeer je nu bij mij?"

De student zei: "drieëndertig jaar!"

De geleerde zei: "en wat heb je in deze periode geleerd?"

De student zei: "Ik heb acht dingen geleerd...!"

De geleerde zei verbaasd: "bijna mijn hele leven heb ik besteed aan het onderwijzen van jou en je hebt alleen acht dingen geleerd!"

De student zei: "o mijn leraar, ik heb niets anders geleerd en ik houd niet van om te liegen."

De geleerde zei: "laat mij dan horen wat je hebt."

De student zei:

"De eerste:
Ik keek naar de schepping. Iedereen heeft een geliefde. Wanneer hij het graf in gaat, laat hij zijn geliefde achter. Daarom heb ik mijn goede daden tot mijn geliefde gemaakt; op die manier zullen ze bij me zijn in het graf.

De tweede:
Ik keek naar het vers 'Doch voor hem die vreesde voor zijn Heer te staan, en die zijn ziel van begeerten onthield,' (79:40) en worstelde daarom tegen mijn verlangens zodat ik Allah kon blijven gehoorzamen.

De derde:
Ik zag dat als iemand iets waardevols bij zich heeft, hij het zal beschermen. Toen dacht ik aan het vers 'Hetgeen gij hebt, zal voorbijgaan maar hetgeen bij Allah is, is blijvend.' (16:96) Daarom wijdde ik alles wat me iets waard was toe aan Hem zodat het bij Hem zou zijn voor mij.

De vierde:
Ik zag de mensen zoeken naar rijkdom, eer en posities en het was me niets waard. Toen dacht ik aan Allah's woorden 'Voorwaar, de meest edele van jullie is bij Allah degene die het meest (Allah) vreest' (49:13) dus deed ik mijn best om bewust te worden van Allah om edel te zijn in Zijn ogen.

De vijfde:
Ik zag de mensen jaloers zijn op elkaar en ik keek naar het vers 'Wij zijn het, Die in het tegenwoordige leven middelen van bestaan onder hen uitdelen,' (43:32) dus verliet ik jaloezie.

De zesde:
Ik zag de mensen vijandigheid hebben en ik dacht aan het vers 'Voorwaar, Satan is een vijand van u, behandelt hem daarom als vijand' (35:6) dus verliet ik vijandigheid en nam de Satan als mijn enige vijand.

De zevende:
Ik zag dat ze zichzelf verlaagden op zoek naar voorzieningen en ik dacht aan het vers 'En er is geen schepsel dat op aarde kruipt, of zijn voorziening berust bij Allah,' (11:6) dus hield ik mezelf bezig met mijn verantwoordelijkheden tegenover Hem en ik liet mijn eigendom bij Hem.

De achtste:
Ik zag dat ze vertrouwden op hun zaken, gebouwen en gezondheid en ik dacht aan het vers 'En voor hem, die zijn vertrouwen in Allah stelt, is Allah toereikend,' (65:3) en daarom plaats ik mijn vertrouwen alleen in Allah."

De geleerde zei knikkend: "moge Allah jou zegenen, mijn zoon."

 

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 02:41 Reageer op dit bericht Stuur door

De spin met de wind

De spin met de wind

 

 

In het grote rijk der wereld was er eens een heerser die raad vroeg aan zijn zeven raadslieden. Zij hadden allen een advies en de laatste der viziers vertelde een parabel:

"Er was eens een spin die zich nestelde in een hoge boom. Daar bouwde hij een web en dankte Allah voor het goede toevluchtsoord. Na een tijdje wilde Allah hem beproeven en hij liet een hevige storm losbreken die de spin met web en al in zee deed belanden. Gelukkig voor de spin droegen de golven hem weer aan land en hij dankte Allah voor zijn redding.

Maar hij vroeg aan de wind: "Waarom deed je dat? Vind Allah dat zomaar goed?"

Hierop antwoordde de wind: "O spin, weet je dan nog niet dat de wereld nu eenmaal de plaats van onheil is? Wat heb je te klagen, nu Allah je gered heeft?"

De spin dacht even na en antwoordde: "Je hebt gelijk. Ik ben Allah veel dank schuldig. Hij zal in dit vreemde land mijn leidsman zijn en mij wel weer thuisbrengen."

En dat gebeurde ook. Nadat de spin oprecht gebeden had, gaf Allah opdracht aan een zachte wind om hem weer naar zijn eigen boom te brengen."

"En zo, o koning, willen wij nu ook tot Allah bidden, die u lang beproefd heeft, maar u uiteindelijk toch een zoon heeft geschonken."

Toen alle zeven viziers uitgesproken waren, dankte de koning hen en zei: "Besef dat men niet onder Allah's besluit uitkan en dat zijn wil geschiede, ook voor mijn zoon. Laat ons hopen dat Allah hem tot een vroom en deugdzaam vorst maakt." Nadat de koning hen allen met kostbare geschenken had beloond, verlieten de zeven viziers het hof.

De koning ging naar zijn zoon en kuste hem op het voorhoofd en noemde hem Wardjan. Toen het jongetje twaalf jaar oud werd, liet de koning een paleis voor hem bouwen met driehonderdvijfenzestig kamers. Hij gaf hem drie leermeesters om hem in alle wetenschappen te onderwijzen. Elke dag moesten ze in een andere kamer zitten en telkens moesten ze op de deur schrijven wat ze hem die dag hadden geleerd.

Omdat de prins heel pienter was en bovendien over een uitstekend geheugen beschikte, konden de leermeesters elke week de koning naar waarheid verzekeren dat ze van hun hele leven nog nooit zo'n goede leerling hadden gehad. Al snel overtrof de prins iedereen in het land en uiteindelijk besloot men dat hij geschikt was om tot koning gekroond te worden. De leermeesters richtten zich tot de koning: "Verheug u, o koning, over uw zoon, want hij heeft nu alles geleerd wat wij tezamen weten!" Meteen liet de koning zijn grootvizier Schimas bij zich komen en vertelde hem het goede nieuws.

Toen de vizier dit hoorde zei hij tegen de koning: "Uw zoon is een kostbare parel, uit andere parels ontstaan en ik denk dat het passend is om al uw viziers en geleerden uit te nodigen om zich van de kennis van uw zoon te overtuigen."

En zo kon het gebeuren dat de volgende morgen de koning al zijn viziers en geleerden bij zich liet komen. Toen de vizier Schimas bij deze gelegenheid voor de prins boog en deze naar hem terugboog zei Schimas: "Het is niet passend voor een jonge leeuw om voor een ander dier te buigen. Evenmin als het licht eerbied hoeft te tonen voor de duisternis."

Daarop antwoordde de jonge prins: "Ook een jonge leeuw buigt wel voor een luipaard en ook het licht wel voor de duisternis. Dit om te kunnen zien wat er in verborgen is." Toen vroeg de vizier: "Kunt u mij zeggen welke mens de beste is?" En de prins antwoordde: "Degene die de toekomstige wereld verkiest boven de huidige." "En wie kan dat?" Waarop de prins zei: "Hij, die beseft dat hij in een vergankelijke wereld leeft, waarin na de dood de dag van het gericht volgt, waarna een nieuw leven begint."

"U heeft gelijk," zei de vizier, "maar hoe laten zich de behoeften van deze wereld verenigen met die van de toekomstige wereld?" Toen zei de prins: "Men kan op de weg naar de waarheid voor zijn aardse behoeften zorgen, maar daarvoor heeft men slechts een deel van de dag nodig. Het overige deel behoort men aan het zielenheil te wijden."

Toen de vizier dit hoorde, was hij verheugd over zoveel wijsheid en hij besefte, dat deze jongen een goede koning zou worden. En dat gebeurde. Nadat zijn vader overleed regeerde Wardjan gesteund door zijn wijsheid in de geest van zijn vader en met de steun van Allah. Het volk droeg hem op handen en iedereen was het erover eens dat ze zich geen betere koning konden wensen.

 

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:31 Reageer op dit bericht Stuur door

In de Naam van Allaah de Barmhartige de Genadevolle

In de Naam van Allaah de Barmhartige de Genadevolle



Van U houd ik het meest. Meer dan dat ik van een ieder ander houd, nimmer zou ik in woorden noch daden kunnen uitdrukken, hoe immens mijn liefde jegens U is. U bent de reden dat ik leef. En U(w Aangezicht), is het doel waar ik naar streef. Opdat ik bij U mag zijn en Uw mij zegent met een blik op Uw Aangezicht. Bij de morgenstond en avondstond, bent U het eerste waar ik aan denk. Zelfs op momenten dat ik zondig, denk ik aan U. Ondanks al dat wat U mij heeft geschonken, ben ik U ongehoorzaam en ik vraag U oprecht, om mij daarvoor te vergeven. U bent mijn Schepper en enkel U weet wat zich in mijn hart bevindt.


Wanneer ik door angst wordt overvallen, bent U degene die mijn angst verwijdert. Als ik verdrietig ben, bent U degene die mij verblijdt. Als wanhoop mij overvalt, dan bent U Degene die mij hoop schenkt. Op momenten dat ik in de problemen zit, bent U degene die ze oplost. Als ik ziek ben, dan bent U mijn Genezer. Het is U, die mijn leven immens heeft verrijkt. Desondanks Allaah, ben ik U toch niet altijd gehoorzaam en ik smeek U om mij daarvoor te vergeven.

U bent het Licht, dat mijn leven verlicht. Op Uw weg wens ik te leven en te sterven, U bent de bron van al het goede. U bent Degene die mijn hart laat kloppen en U bent Degene die mij heeft geschapen en mij begunstigd heeft met gezondheid. En desondanks, ya Allaah, ben ik U niet altijd gehoorzaam en ik smeek U om mij daarvoor te vergeven.

U bent Degene die mij heeft geleid, zonder Uw Leiding Ya Allaah zou ik dwalen.
Maar buiten het feit dat ik zoveel van U hou vrees ik ook Uw bestraffing. Ya Allaah ik vraag U om van mij te houden. Mij te begenadigen met Uw talrijke Gunsten die ik nooit zou kunnen opnoemen. Door middel van mijn verschijning laat ik aan anderen zien hoeveel ik van U hou. Op straat wordt ik nagekeken en uitgescholden. Maar het feit dat U mij ziet en heeft geleid geeft mij rust. Desondanks Allaah, ben ik U toch niet altijd gehoorzaam en ik smeek U om mij daarvoor te vergeven.

Na de liefde voor U hou ik zoveel van Uw Profeet Mohamed Sallaa Allaahoe aleyhie wa salaam. Hij is degene die met Uw Wil de boodschap aan de mensheid heeft verkondigd. Ik vraag U om hem Salla Allaahoe aleyhie wa salaam Al Maqaam Al Ma7moed te schenken zoals U hem reeds heeft beloofd. Ik doe mijn best om op Uw weg zijn soennah na te leven. En ondanks al deze Liefde die brandt in mijn hart Ya Allaah ben ik U niet altijd even gehoorzaam en smeek U mij daarvoor te vergeven.

Hierna komt de liefde voor mijn ouders, mijn moeder, mijn vader, zussen en broer. Ondanks al deze liefde weet ik niet altijd goed hoe ik met sommige beproevingen moet omgaan. U bent op de hoogte van alles wat er in mijn leven afspeeld ya Allaah. Ik vraag U daarom om standvastigheid en geduld. Ik vraag U om mijn ouders en familie te begenadigen en hen de hoogste rang in het Paradijs te schenken.

De liefde voor mijn broeders en zusters in de Islaam is een ra7ma die U in mijn hart heeft geplaatst.
Ik vraag U bij Uw Genade om mijn broeders en zusters bij te staan in hun moeilijke tijden. In Palestina, Irak, Afghanistan en waar ook ter wereld. Ik weet dat U hen beproefd omdat U van hen houdt. Ik weet ook dat wij alle beproevingen kunnen dragen die U ons geeft omdat U niemand boven zijn/haar vermogen belast. Ik vraag U om hen het Paradijs te schenken. En ondanks al deze wijsheid die U mij schenkt ya Allaah ben ik U niet altijd even dankbaar en ik smeek U mij hiervoor te vergeven.

Yaa Allaah, Yaa Ar Ra7maan Yaa Ara7iem, vergeef me mijn zonden en vergeef mij mijn zwakheid. O Allaah schenk mij Uw Liefde en schenk mij daden die mij dichter tot Uw Liefde brengen. Het gelukkigst ben ik als ik voor U sta, voor U kniel. En ondanks al deze liefde ya Allaah dwalen mijn gedachten af terwijl ik voor U sta.Desondanks Allaah, ben ik U toch niet altijd gehoorzaam en ik smeek U om mij daarvoor te vergeven.


U bent degene die mij zegent met geschenken. U bent degene die Genade op mij neer doet dalen. Uw ben de behoefteloze terwijl ik ya Allaah de behoeftige ben. Ik laat het zondigen uit Liefde en uit vrees voor U. Maar ik weet dat elke goede daad die wordt verricht afkomstig is vanuit Uw Goedheid en Uw Genade. En dat elke zonde die ik pleeg een tekortkoming is van mezelf en ik smeek U mij daarvoor te vergeven.

O Allaah ik vraag U om Uw Liefde en voor de liefde van degene die van U houden. Vergeef mijn taloze zonden en begenadig mij met Uw genade. Ik vraag U alle moslims te zegenen en ik vraag U om de dwalenden te Leiden naar Uw Licht. Ya Allaah maak mij sterk genoeg om U zolang ik op Uw aarde wandel gehoorzaam te zijn.



~ Allaahoema Ameen~

een zwakke dienares.

Hoe vind je dit bericht? 14 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 07:05 Reageer op dit bericht Stuur door

Een lange reis - Het licht van de leiding

Een lange reis

 

Het licht van de leiding

Door Ahmad ibn ‘Abd al-Rahmaan al Swiyaan; Uit al-Bayaan magazine, uitgave # 152, Rabee’ al-Aakhir 1421, pp. 66-67. Vertaald door Abou Moes’ab

Ik kwam terug van een lange reis, en Allah oordeelde dat mijn zitplaats op het vliegtuig naast een groep zorgeloze jonge mannen zou zijn, wiens luid gelach en luide stemmen te veel voor mij waren, en de lucht was gevuld met wolken van rook afkomstig van hun sigaretten. Door de wijsheid van Allah was het vliegtuig compleet vol en kon ik mijn zitplaats niet veranderen.

Ik probeerde van het probleem te ontsnappen door te gaan slapen, maar dat was onmogelijk… Toen ik hun herrie helemaal zat was, pakte ik mijn Moes-h’af (Qor’aan), en begon op een zachte toon zoveel mogelijk Qor’aan te lezen. Snel hierna begonnen de jonge mannen rustiger te worden. Sommige begonnen een krant te lezen en sommige vielen in slaap.

Plotseling zei een van hen met een harde stem, terwijl hij naast me zat, “Genoeg! Genoeg!”

Ik dacht dat ik hem stoorde doordat mijn stem te hard was, dus ik verontschuldigde me en ging verder met lezen op een fluistertoon die alleen ik kon horen. Ik zag hem zijn hoofd met zijn handen vasthouden, toen onrustig op zijn zitplaats zitten en veel bewegen. Toen hief hij zijn hoofd en zei boos tegen mij, “Alstublieft, hou ermee op, ik kan er niet tegen!!”

Toen stond hij op van zijn zitplaats en bleef een tijdje weg, toen kwam hij terug, groette mij met de Salaam en verontschuldigde zich. Hij viel stil, en ik begreep niet wat er aan de hand was. Maar na verloop van tijd richtte hij zich naar mij met zijn ogen gevuld met tranen en zei op een fluistertoon, “Drie jaar lang of meer heb ik mijn voorhoofd niet op de grond geplaatst, en ik heb niet eens één aya gelezen!

Ik ben nu al een hele maand bezig met deze reis, en er is niet één slechte daad die ik niet deed. Toen ik jou Qor’aan zag lezen, werd mijn hele wereld zwart en mijn hart vulde zich met wanhoop. Ik voelde me alsof iemand me wurgde… Ik voelde elke aya, die je las, op mijn lichaam neer komen als een zweep.

Ik zei tegen mijzelf, hoe lang zal deze verwaarlozing nog doorgaan? Waar zal dit pad je naar toe leiden? Wat zal er gebeuren na al dit dwaze gespeel? Toen ging ik naar de toilet, weet je waarom?

Ik had een sterke behoefte om te huilen, en ik kon geen andere plaats vinden om te vluchten van de blikken van de mensen, die hier aanwezig zijn!”

Ik sprak met hem in algemene termen over tawbah (berouw) en terug te komen tot Allah, daarna viel hij stil.

Toen het vliegtuig geland was, hield hij me aan, en het leek alsof hij weg wou blijven van zijn vrienden. Hij vroeg me, met een serieuze uitdrukking op zijn gezicht; “Denk je dat Allah mijn berouw zal accepteren?” Ik zei, “Als je oprecht en serieus in jou berouw bent, dan zal Allah je vergeven voor al jou zonden.”

Hij zei: “Maar ik heb verschrikkelijke dingen gedaan, heel verschrikkelijk.”

Ik zei: “Heb je niet gehoord dat Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

‘Zeg: O mijn dienaren wie tegen zichzelf zondig is geweest (door slecht daden en zonden te begaan)! Wanhoop niet over de barmhartigheid van Allah, waarlijk, Allah vergeeft alle zonden. Hij is de Vergevensgezinde, Meest Barmhartige’ (Az-Zoemar 39:53)?”

Ik zag hem glimlachen van pret, met zijn ogen gevuld met tranen, toen zei hij vaarwel en vertrok. Soebhaan Allaah Al-‘dheem!

Het maakt niet uit hoe groot het kwaad en zonde is van een persoon, in zijn hart is een zaad van goedheid aanwezig. Als we het alleen maar kunnen bereiken en het laten groeien, zal het zijn vruchten dragen, in sha Allah.

Dit zaad van goedheid is altijd aan het vechten in het hart van mensen, ook al is het bedekt met lagen van grilligheid en verlangens. Wanneer Allah het goede wil voor Zijn dienaar, Hij laat een licht van leiding schijnen in zijn hart en leidt hem naar het pad van diegene die geleid zijn. Allah zegt (interpretatie van de betekenis)

“En als God iemand op het goede pad wenst te brengen, dan stelt Hij diens hart open voor de Islaam en als Hij iemand tot dwaling wil brengen dan maakt Hij diens borst zo nauw en beklemd dat het is alsof hij moeizaam naar de hemel opklimt” (Al-An’aam 6:125).

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 08:49 Reageer op dit bericht Stuur door

Dit verhaal is echt gebeurd zo zielig Soebhana Allah

Dit verhaal is echt gebeurd zo zielig Soebhana Allah

 

 

Op het laatste moment haastte ik me om naar de winkel te gaan om mijn boodschappen te kopen. Toen ik al dat volk zag, begon ik te kiezen: "Ik ga hier tijd verliezen, en ik heb nog zoveel te doen. Boodschappen doen begint werkelijk een karwei te worden. Het zou goed zijn als ik kon gaan slapen en pas daarna wakker worden"



Ik baande me een weg naar de fruitafdeling. Daar begon ik te morren over de prijzen van het fruit, terwijl ik me afvroeg of de kinderen echt zoveel zouden eten.

Ik kwam terecht in een gang met speelgoed, waar ik uit een ooghoek een ventje van ongeveer 5 jaar opmerkte, die een mooie kleine pop tegen zich aangedrukt hield. Hij hield niet op met haar haren te strelen en haar zachtjes tegen zich aan te drukken. Ik vroeg me af voor wie die pop bestemd was.



Vervolgens draaide de kleine jongen zich om naar een dame die bij hem was: "Tante, ben je zeker dat ik niet genoeg geld heb ?" De dame antwoordde hem wat ongeduldig: "Je weet het dat je niet genoeg geld hebt om ze te kopen."

Daarna vroeg zijn tante hem om daar te blijven en enkele minuten op haar te wachten, waarop ze snel vertrok. De kleine jongen hield nog altijd de pop in zijn handen. Uiteindelijk ging ik naar hem toe en vroeg ik hem aan wie hij die pop wilde geven. "



Het is de pop waar mijn zusje het meest naar verlangde als geschenk. Ze was er zeker van dat ze haar zou krijgen." Ik zei hem daarop dat haar vader ze haar misschien zou geven. Hij antwoordde me verdrietig: "Nee, waar mijn zusje nu is kan mijn vader niet komen. Ik moet de pop aan mijn mama kunnen geven, zodat zij ze naar mijn zusje kan brengen." Hij keek me zo droevig aan terwijl hij dat vertelde.

"Mijn zusje is vertrokken naar waar Allah subhana wa' ta'la is. Mijn papa zegt dat mama weldra ook naar Allah subhana wa' ta'la gaat, en daarom dacht ik dat mama de pop kon meenemen en ze aan mijn zusje geven."



Mijn hart hield bijna op met kloppen. Het jongentje hief zijn ogen op naar mij en zei me: "Ik heb aan papa gezegd dat hij tegen mama moest zeggen dat ze niet meteen mag vertrekken. Ik heb hem gevraagd haar te doen wachten tot ik terugkeer van de winkel." Dan toonde hij mij een foto van hem, die in de winkel genomen was, waarop hij de pop vasthield, terwijl hij me zei: "Ik wil dat mama deze foto ook meeneemt, zo zal ze me niet vergeten. Ik hou van mijn mama en ik zou graag hebben dat ze me niet verlaat, maar papa zegt dat ze naar mijn zusje moet gaan." Daarna sloeg hij het hoofd neer en bleef stil.



Ik haalde onopvallend wat bankbriefjes uit mijn portefeuille en vroeg aan de kleine jongen: "En als we nog eens een laatste keer je geld zouden tellen om zeker te zijn ?" "Ok", zei hij " Ik moet er genoeg hebben".

Ik gleed onopgemerkt mijn geld bij het zijne en we begonnen te tellen. Er was ruim genoeg geld voor de pop, er was er zelfs nog over.



Zachtjes prevelde het jongetje: " Dank je Allah subhana wa' ta'la dat je me genoeg geld gegeven hebt !" Dan keek hij me aan en zei: " Ik had aan Allah subhana wa' ta'la gevraagd om ervoor te zorgen dat ik genoeg geld zou hebben om deze pop te kopen, zodat mijn mama ze naar mijn zusje kan brengen. Hij heeft mijn dou'a gehoord. Ik wilde ook nog genoeg geld hebben om een witte roos te kopen voor mijn mama, maar zoveel durfde ik aan Allah subhana wa' ta'la niet vragen. Maar weet je, mijn mama houdt zoveel van witte rozen."



Enkele minuten later kwam zijn tante terug en verwijderde ik me met mijn boodschappenwagentje. Ik eindigde mijn winkelen met een totaal verschillende ingesteldheid dan deze waarmee ik begonnen was. Ik kon het jongetje maar niet vergeten.

En toen herinnerde ik me een artikel dat enkele dagen tevoren in de krant verschenen was, en waarin het ging over een bestuurder die in staat van dronkenschap op een wagen was ingereden waarin een jonge vrouw en haar dochter zaten. Het kleine meisje was op slag dood. De moeder was zwaar gekwetst en nog in kritieke toestand. Was het de familie van deze kleine jongen ?



Twee dagen later las ik in de krant dat de jonge vrouw gestorven was. Ik kon het niet laten om een boeket witte rozen te gaan kopen en me naar de begraafplaats te begeven. Op het graf lag een foto, een pop en een witte roos.

Ik ben de begraafplaats al wenend verlaten, met het gevoel dat mijn leven voor altijd zou veranderen. De liefde die dit jongetje in zijn hartje droeg voor zijn mama en zijn zusje was zo ongelooflijk. En op een fractie van een seconde heeft een dronken bestuurder hem alles afgenomen.

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 03:38 Reageer op dit bericht Stuur door

Verhaal van het berouw van een zondaar..

Verhaal van het berouw van een zondaar..

 

De verteller van het verhaal zegt:



"Mijn vriend is echt veranderd. Zijn kalme en onverstoorbare gelach
voel je in je oren zoals je de briesjes tijdens de vroege
ochtendgloren voelt en het was vroeger losbandig en verdorven gelach
dat in de oren beukten en de gevoelens kwetsten. Zijn beschaamde
blikken stralen schoonheid en zuiverheid uit en het waren vroeger
gewaagde en onbeschofte blikken. Zijn woorden komen gewogen uit zijn
mond, terwijl hij vroeger zijn woorden hier en daar strooide, ze
raakten de ene persoon en beledigden de ander. Hij toonde geen zorg,
noch belangstelling voor zijn hufterige gedrag. Zijn gezicht kent
een kalmte, is versierd met een baardje en afgebeeld met een
stralenkrans, terwijl vroeger zijn gezicht gekenmerkt werd door
nalatigheid en zorgeloosheid. Ik bekeek hem aandachtig en langdurig.
Hij begreep wat in mijn hoofd ronddwaalde en vroeg mij: "Misschien
wil je mij de volgende vraag stellen: ,,Wat heeft jou veranderd?"

Ik zei: "Inderdaad..., want de persoon die ik me in jou herinner,
sinds ik jou voor het laatst zag, is heel anders dan nu."

Hij zei knikkend: "Verheven is Hij die de toestanden doet
veranderen..."

Ik vroeg heel nieuwsgierig: "Er moet hierachter wel een verhaal
schuilen?"

Hij antwoordde: "Een verhaal dat elke keer als ik eraan denk mijn
geloof in Allah, Die tot alles in staat is, doet toenemen. Een
verhaal dat elke illusie overtreft, maar mij werkelijk is overkomen
en de richtingsweg van mijn leven heeft veranderd. Ik zal jou het
verhaal vertellen."

Hij keek me aan en zei: "Ik was een keer in mijn auto rijdend in de
richting van Cairo en bij een brug die naar een dorp leidde, werd ik
verrast door een koe die rende over de weg met achter haar een kalf.
Ik raakte overstuur en zonder dat ik daar erg in had lieten mijn
handen het stuur los, totdat ik in de diepte van de rivier belande.
Smachtend naar adem stak ik mijn hoofd uit en de gedachte dat ik zou
sterven raasde door mijn hoofd.

In een paar momenten -waarschijnlijk seconden- flitsten langs mijn
hoofd snelle en ononderbroken beelden. Het waren de beelden van mijn
reuskleurig leventje met al zijn tijdverspillingen en
losbandigheden. Mijn verleden toonde zich aan mij als een angstige
spook en de compacte duisternis omsingelde mij. Ik voelde dat ik
zonk in donkere en afgelegen grotten. Ik schrok wakker en schreeuwde
een zachte kreet die amper te horen was... O mijn Heer... Ik draaide
mij om mijn as en ik smeekte om bescherming, niet tegen de dood,
waarvan ik al zeker was dat die zou intreden, maar tegen mijn zonden
die mij omringden en mij benauwden. Ik voelde mijn hart sneller
kloppen en begon de angstige spoken om me heen van me af te slaan.
Ik vroeg onafgebroken vergiffenis aan Allah, voordat ik Hem zou
ontmoeten. Ik voelde een zware druk rondom mijn lichaam, alsof het
water in muren van ijzer waren veranderd en ik besefte me dat het
einde naderde. Ik sprak de geloofsgetuigenis uit en begon me voor te
bereiden op de dood.

Ik bewoog mijn arm en voelde een leegte. Een leegte die leidde naar
de buitenkant van de auto. Op dat moment realiseerde ik me weer dat
één van de ramen van mijn auto kapot was. Allah had gewild dat hij
brak drie dagen geleden tijdens een incident. Ik sprong zonder na te
denken van mijn plaats en duwde mezelf door deze leegte. Het licht
vulde zich in mijn ogen op en plotseling was ik uit mijn auto. Ik
keek door mijn opgezwollen ogen en zag een menigte van mensen staand
langs de rivier. Ze mompelden geluiden die ik niet kon verstaan.
Toen zij mij zagen, daalden er twee van hen naar beneden en hezen
mij naar het droge.

Ik stond versteld wat er zich rondom mij had afgespeeld.
ongelofelijk dat ik van de dood was ontsnapt en mij tussen de
levenden bevond. Mijn aandacht ging nu vooral uit naar mijn
zinkende auto. Ik droomde over mijn oude leven dat nu opgevangen zat
in die auto. Ik droomde dat hij stikte en langzamerhand stierf. Mijn
oude leven stierf en werd voor mijn ogen begraven. Ik ben ervan
verlost en eruit weten te komen. Eruit gekomen als een
nieuwgeborene. Ik voelde een sterk verlangen om ver weg te rennen
van deze plek waar ik mijn verdorven verleden heb begraven.

Ik kwam thuis aan als zijnde een andere persoon dan die daarvoor het
huis verliet. Ik stapte mijn kamer binnen en mijn ogen vielen ten
eerste op de foto's aan de muren van enkele zangers en danseressen.
Ik begon haastig de foto's te verscheuren. Vervolgens plofte ik op
mijn bed, voor het eerst in mijn leven huilend van spijt die ik
voelde vanwege het schenden van de rechten van Allah. Ik huilde
tranen met tuiten en mijn lichaam begon hevig te beven. Terwijl ik
mij in deze toestand bevond, hoorde ik de gebedsoproep luid in de
hemel, alsof ik het voor het eerst hoorde. Ik stond meteen op en
ging de wassing verrichten. Na het gebed verricht te hebben in de
moskee, toonde ik mijn berouw in het openbaar en vroeg constant
Allah om mijn zonden kwijt te schelden. Ik smeekte Hem om mijn
overtredingen uit te wissen en mijn tekortschietingen jegens Hem te
vergeven. Sindsdien ben ik zoals je me nu ziet."

Mashallah...Niet iedereen krijgt z´n kans om van zijn of haar dood te ontsnappen en een andere pad te volgen.
Te laat is te Laat..!! Geen herkansing zoals de toetsen in dunya...

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door Said Mondria om 06:06 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Islamitische verhalen

↑ Terug naar de berichten