Naar de inhoud

" De Afrekening"

Een West-Vlaamse oorlogsthriller in afleveringen
akke.beakke.be

Archief

Deel 94

KIEZEN IS VERLIEZEN .

Hun ruzie duurde maar een paar dagen en was nà de zondag van de verkiezingen alweer vergeten. Waarschijnlijk omdat de stembusuitslag elk ànder serieus onderwerp van gesprek overschreeuwde: Leon Degrelle was met zijn 21 REX-parlementairen in de prullenbak geveegd, slachtoffer van zijn loze beloften en populistische overdrijving ! De 'Zwarten' van het V.N.V. wonnen één zetel bij en kwamen op 17. Ook de 'Tjeven' en de 'Blauwen' wonnen een beetje, terwijl de 'Sossen' en de 'Rooj' lichtjes verloren: waarschijnlijk het gevolg van de eindoverwinning van Franco in de Spaanse burgeroorlog, twee dagen voordien.

Maar bij het Verdinaso, dat gewoontegetrouw niét aan de verkiezingen had deelgenomen ,leek wel een paleisrevolutie uitgebroken ! De 'Raad van Leiding' verweet haar boegbeeld Joris Van Severen zijn koppige afzijdigheid in deze kiesstrijd, ondanks het reusachtig volkse succes van zijn laatste massa-meetings overal in Vlaanderen. Indien ze wél hadden meegedaan zouden ze zeker zes-zeven zetels veroverd hebben, zei Cyriel Verschaeve in 'Volk en Staat'…. Vet betaalde zetels wel te verstaan, die een beweging op de rand van het bankroet wat zuurstof had gegeven...…

De twee jongens spraken onder elkaar weinig over de binnenlandse politiek om niet in een vruchteloze wit-zwart discussie te vervallen. Arthur had van de Duitse kranten zo'n walging overgehouden dat hij ook de verzamelde Belgische pers eveneens van politieke corruptie verdacht. Dus beperkten ze zich liever tot de boeken van Karl May en het fantaseren rond de avonturen van Old Shatterhand.

" Ik denk dat we in Oostende eens zullen moeten rondzien, want uit de 'Librairie Gilson' achter de hoek hebben we nu de laatste van de reeks Winnetoe's wel 'gehad', meen ik"

" Ik ben hem langzaam aan wat beu " bekende Joseph: " Daarbij, in de schoolbibliotheek heb ik een ànder mooi boek gevonden: 'Alleen op de wereld'. Van een vondeling die noodgedwongen verkocht wordt aan een oude zwervende straat-artiest, met honden die kunstjes maken. …Heel goed…"

" Dat kén ik. Thuis in Köln stond die in de kast bij mijn zuster…. Tranen met tuiten heeft zij gehuild, met de arme Remy en de poedel Kappie! Man-man!" Zijn spottende lachbui stokte plots toen hij het uitgestreken gezicht van zijn vriend merkte. Na een pijnlijke stilte bekende hij beschaamd: " Ik ten andere ook ; iederéén denk ik, die iet of wat verbeelding heeft zal daardoor ontroerd worden…" Maar toen Joseph blééf zwijgen, probeerde hij voorzichtig: " Heb ik iets verkeerd gezegd, misschien?"

" Och, laat maar…" Joseph zuchtte eens en scheen zich te vermannen: " Weet je nog dat je mij de raad gaf in het trouwboekje van mijn moeder te zoeken naar de vader van mijn oudere broer?… Wel, er ís geen oudere broer, geen Rudolf of Adolf zoals wij dachten !… Het oudste kind van mijn moeder, dat is Bibi: IK !"

" Nou én? Er moet iémand de oudste zijn !"

" Ja, maar in die brief, overlaatst, stond dat Dis niet de vader is van het oudste kind van mijn moeder.… Snap je ? En ook de roddel in 't dorp wijst daarop. Wààr of niet: ik kan er in elk geval niet mee lachen ! Want als Dis mijn vader niet is, wie dan wél ??"

" Wat heeft dàt nu voor belang, man ? Voor mijn part is het God-de-Vader ! Bij zo'n probleem hebben jullie christenen toch de gepaste oplossing gevonden? Kijk maar naar de maagd Maria… ! Toen de timmerman Jozef van Nazareth lastige vragen begon te stellen, wees zij naar boven ! Nou dan: iedereen tevreden !"

" Vraag is vooral of de Koloniale Hogeschool mij zal aanvaarden als ook ík naar boven wijs !"

" Waarom zou je ? Volgens dat trouwboekje héb je toch een officiële vader !? Jij zoekt luizen op een kaalkop, vriend ! Deze biologische angst hebben jullie van de Heilige Jozef overgeërfd, denk ik…. Man toch ! Dan hebben wíj, joden, die eeuwige twijfel over het vaderschap stukken béter aangepakt, hoor ! Bij ons loopt de overdracht van de familiale waarden tussen de generaties langs de moeders, da's veiliger. Wie je moeder is, weet je zéker, maar naar je vader mag je altijd raden. Daarom heeft de mannelijke bloedlijn bij ons geen belang. …De kinderen van een jodin zijn altijd joods, ook al is ze met een christen man getrouwd"

" Jij gaat daar veel te licht over, Arthur, omdat dit probleem je niet persoonlijk raakt. Begrijp je niet dat ik rondom mij geen enkele houvast heb: net lijk een drenkeling op een vlot in volle zee. Wie ik altijd voor mijn bompa aanzag, blijkt nu een wildvreemde te zijn ! En het is zeer de vraag of zijn zoon Dis, die met Marie trouwde wel mijn vader is ! En met mijn broer Leon ben ik ook maar half verwant ! Geloof me: niet weten van wie je afstamt, vind ik het ergste wat er bestaat ! …En dan bedenken dat ik daar bovenop zés maanden na hun trouw geboren ben !"

" Da's mij ook opgevallen. …Je moeder zal Dis telaat verwittigd hebben dat ze zwanger was, of hij was toen misschien op reis. …Of soldaat in Duitsland, en 'het' pas vernomen hebben tijdens zijn volgend verlof…"

" Voor zover ik weet is Dis nooit soldaat geweest. Hij heeft in de plaats de Ijzervlakte helpen ontmijnen."

" Dan is er nog een àndere mogelijkheid, natuurlijk: …Marie kan eventueel met verschillende jongens tegelijk geflirt hebben. En toen de verwekker niet beschikbaar bleek voor het huwelijk - voor wélke reden ook - heeft ze misschien nummer twee op de lijst een kans gegeven: je vader Dis ?"

" Anders gezegd: Dis is mijn échte vader niet !"

" God mag het weten ! …Dis was de tweede in haar hart, maar misschien niét de eerste...…euhum, hé ! Want ik heb het persoonlijk ook raar gevonden dat gij zo verschilt van Leon…. Jouw uitleg van magere bleke kinderen na de hongersnood van 1918 raakt kant noch wal, dus moest het wel aan een fout in de afstamming liggen…. Maar daar is toch geen schande aan ! Zelfs in de bijbel staat dat Ismaël, of hoe hij ook weer heet, met zijn negen broers en zusters tién vaders had, doch slechts één en dezelfde moeder, die daarmee haar stam van uitsterven behoedde…"

" Tien vrijers !! Chance dat mijn moeder op tijd gestopt is !"

 

Na nog een paar dagen broeden besloot Joseph Jetje aan te pakken over de blinde bochten in zijn stamboom. Als er iémand die kende, was zíj het wel. In de loop van haar maandenlange speurtocht naar het 'Spook' van Leon had ze vast een duidelijk zicht gekregen op de vorige generaties Petré. Zijn broertje kon hij daarover moeilijk uitleg gaan vragen, na zijn herhaalde sarcastische reacties op diens bange twijfels. En aangezien zij toch van jongsaf de hartsvriendin van zijn moeder was geweest, herinnerde zij zich misschien nog iets over de vroegere vrijers...…Al wist hij niet goed hoe hij dat laatste ter sprake zou kunnen brengen…. Daarom besloot hij wijselijk zijn nieuwshonger te beperken tot haar geheimzinnige 'uitstapjes' naar Veurne, Duinkerke en Oostende.

Hij zag Jetje nu elke dag, sinds hij weer bij Gunst de vensterluiken hielp bergen van de villa's die zij, mét twee àndere poetsvrouwen, weer moest schoonmaken voor het nieuwe seizoen. Madame De Handt, de moeder van Nadine, had blijkbaar zijn hulp niet meer nodig nu ze door de oorlogsdreiging maar weinig toeristen verwachtte.

Na het werk reed hij 's avonds met Jetje mee naar huis om er samen in haar keuken nog een kom koffie te drinken. Maar toen hij een visje uitwierp merkte hij al vlug dat ze nog steeds wat nukkig was omdat Leon hun geheim verbond had verklapt en zéker niet van plan was erg in details te treden.

" Om te beginnen: met Oostende heeft niemand geen zaken, en gij nog allerminst: daar zijt ge nog wat te klein voor !"

" Allee Tante Jetje, komaan ! Ik loop al maanden met een lief: voor mij moet ge u toch niet wegsteken hé ! Heel het dorp weet dat gij daar een vrijer hebt !"

" Een vrijer ?! Verdikke, ik een vrijer? In Oostende?!" Ze proestte het uit: " Dàt is een goeie !"

" Ge wilt zijn naam niet geweten hebben ?"

" Nee begot, dat gaat niemand aan ! Ik vraag toch ook niet met wie dat gíj vrijt ?"

" Dat moogt ge gerust weten, als ge't maar niet voortzegt…. Ze heet Nadine…"

" Maar vent, dat weet ik al lang ! Die kleine van de groenselwinkel De Handt op 't Bad !"

" Geen ordinaire groensels hé ! Primeurs a.u.b .! En Nadientje is absoluut geen klein kind meer: daar kan ik verdomme van meespreken !"

" Waw-waw ! Past maar op dat ze u niet opvreet!" Ze schoten plots samen in een onbedaarlijke lach en de schroom was gebroken.

" Luistert Joseph, écht waar: Oostende heeft met heel die spookgeschiedenis niets te maken ! Tenware dat de baas van autocars Ramoudt er mij het adres gaf van die speeltuin in Duinkerke waar Leon zogenaamd zijn spook zag. Méér moet ge achter mijn ritjes naar Oostende niet gaan zoeken. Neen, de sleutel ligt in 't Zwartenonnenklooster van Veurne waar ik in de doopregisters mocht gaan snollen. Daar heb ik het bewijs gevonden dat die café-baas van Duinkerke zéker den Dis niét is, maar hoogstwaarschijnlijk wél familie van hem. En dat den Dis zélve - God hebbe zijn ziel - zo dood is als een pier. …Of laat ons zeggen: in rook is opgegaan..…Leon is daar nog altijd geen honderd procent van overtuigd, maar zoals ikzelf is ook hij het beu om nog verder te zoeken "

 " Akkoord voor dat spook: daar heb ik nooit wakker van gelegen. Maar hoe zit het met de échte ouders van ons vader, zij die hem als boreling in Veurne in dat weeshuis hebben gestoken ? Want ik weet dat bompa Petré enkel Dis zijn pléégvader was. En wat nog van meer belang is: wie was zijn échte moeder ?" Arthurs filosofie over de bloedlijn via de moeders scheen dan toch na te werken…...

" Geen flauw gedacht !" loog Jetje: " Want Dis werd te vinden gelegd op de kloostertrap door een vent die is gaan lopen: misschien was dàt de vader ? En ze hebben 's anderendaags een straat verder een dooi vrouwmens gevonden, doodgebloed omdat ze juist een kind had gekregen: was dàt zijn moeder ? God mag het weten!"

Joseph staarde peinzend voor zich uit maar schudde dan mistroostig het hoofd: " Dat is geen uitleg hé, Tante Jetje ! Er zijn érger zaken gebeurd in ons familie die absoluut niet heel katholiek waren en die gij alsmaar verzwijgt ! Ik heb het recht dat te weten !"

" Niet katholiek ? Zoals ?" vroeg ze hautain, plots op haar hoede.

" Zoals, bijvoorbeeld…" en hij trok zijn stoute schoenen aan: " waarom Leon en ik zo'n verschillende kop hebben, bijvoorbeeld !"

" Hoezo, verschillend ? Hij trekt op zijn vader en gij op uw moeder: dat is toch normaal ?!"

" Hij trekt op zíjn vader en ik op de míjne, wilt ge zeggen !"

 Jetje keek hem een wijle verbouwereerd aan en zei toen met vlakke stem: " Joseph Petré, weet ge wel goed wat ge daar komt te zeggen ? Ge moest u schamen zoiets over uw moeder te denken ! Ik wil dat niet gehoord hebben ! Allee oeste ! Uit mijn ogen ! En komt daarmee niet meer af of er zal wat waaien dat ge niet rap gaat vergeten !"

Bon, wéér een deur die dicht sloeg !

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 95

A62  REQUIEM VOOR DE DWAZEN.

                                

    Le Barcarès, 1 april '39.

Tijdens de zondagrust in het kamp hadden ze het al voelen aankomen dat het met links in Spanje vér op zijn einde liep. De Italianen vingen met hun kristalradio in de nieuwsberichten van de zender Toulouse de éne rampmelding na de àndere op. Vooral de chaotische muiterij in "het Rode Bolwerk Madrid" deed pijn aan het hart. Want toen de syndicale milities er een maand geleden in opstand waren gekomen tegen de regering van Negrin, en tijdens de genaamde 'Semana comunista' de stalinisten uit de stad verdreven, hadden de diehards in het kamp Barcarès nog even de hoop gekoesterd dat Generaal Franco een algemeen staakt-het-vuren zou aanvaarden. Een paar dwazen dweepte zelfs nog met het uitdagend 'No Pasaràn'…

Maar de fascisten waren de week daarop over héél 't centrale front onverminderd verder opgerukt, waardoor de 'Armada popular' tenslotte uiteen viel.

Op 27 maart vluchtten de republikeinen uit Madrid weg en trokken gedemoraliseerd naar de havens van de Middellandse Zee. De radio sprak van rellen in Valencia, Cartagena, Alicante en Almeria bij hun inscheping op Britse cargo's nadat de matrozen van de Spaanse republikeinse oorlogsmarine aan het muiten waren geslagen.

Eergisteren was dan de leegloop definitief begonnen en werd de overgave uitgezonden van het ene Rode legerkorps na het àndere. De laatste berichten spraken wat schamper over de grote communistische leiders die nog geen week geleden de strijd tot-de-dood hadden gepredikt en nu bij trosjes plots weer kerngezond in het veilige Algiers, Oran, Toulon of Marseille opdoken...Overal, maar niét in Spanje !

Terwijl Moos al deze doodsberichten, die hij tijdens zijn 'kamerwacht' van de afgelopen week had opgespaard, moedeloos afdreunde, kauwde Steiner gelaten voort op een stokje kalissehout, een mode die sinds kort in het kamp het gebrek aan pruimtabak deed vergeten:

" Echt, ik schaam me kapot voor al die blaaskaken van de partij. Nu slaan ze ongestraft zélf op de vlucht, lang vóór er in de verste verte een vijand te bespeuren valt. Is dàt dan plots géén desertie meer? Terwijl diezelfde heren daarvoor vroeger zotgevochten kameraden zonder pardon tegen de muur lieten zetten.."

Bij Günter, die zich reeds lang aan de realiteit had aangepast, kon er enkel een trieste spotlach af:

" Zeg, Stachanovist! Je bent zeker vergeten dat wij twee maand geleden óók over lijken zijn gegaan om uit Barcelona weg te komen? Ik herinner mij niét dat jij vóór de grens aan Le Perthus nog in stelling had willen gaan toen de Italiaanse fascisten plots van opzij de berg afzakten. …Je liep nog harder dan de rest!"

" Merci dat je mij - kwestie lopen - vergelijkt met Togliatti of Negrin en hun kliek: 'Muy amable!' Maar voor zover ik weet heb ik - in tegenstelling tot die volgevreten partijbonzen - niémand verplicht voor mij de kastanjes uit het vuur te halen. Of niemand in naam van de proletarische wereldrevolutie de dood ingejaagd! Ja of nee?! Voor zover ik mij herinner heb ik, sàmen met nog een paar stomme kloten, altijd gratis voor niks in eerste lijn gelegen en rotte maïs gevreten, in 't slijk geslapen en de oren van mijn kop laten schieten. Gratis voor niks!"

" Akkoord Rocco, we waren stomme kloten! Maar niet overdrijven met dat 'gratis' hé makker! Drie jaar lang zo'n avontuur als het onze mogen beleven én overleven, plus daar bovenop nog tien pesetas per dag krijgen: ik vind dat al bij al nog zo slecht niet betaald…"

" Zijt gij er misschien rijk van geworden, van dat apengeld? Dat geen cent meer waard was vanaf het moment dat we de Franse grens overstaken? Ge kunt er uw pijp mee aansteken, moest ge tabak hebben!"

" Och kom, Rocco: helden zijn nooit rijk…"

" Helden? Wij? Vergeet het makker: helden zijn meestal dood! En aangezien wij wel àrm zijn maar jammer genoeg nog altijd springlévend, én bovendien de oorlog verlóren hebben, zal niemand voor ons een monument oprichten: daar kan je stront op vreten, makker. De verliezers willen geen helden herdenken: die willen alles zo vlug mogelijk vergeten…"

" Och, voor mij niet gelaten!" zei Moos: "Hoe rapper ze ons vergeten, hoe beter… ! Want nu Franco gewonnen heeft loopt iedereen zijn deur plat en krijgt die schurk iedere dag méér praat. Gisteren zegden ze op de radio dat hij in Burgos pas een Franse ambassadeur wil toelaten nàdat Frankrijk aan hém al de zogezegde 'Spaanse waarden' teruggegeven heeft. Dat wil zeggen àlles wat de republikeinen de laatste tijd over de grens in veiligheid hebben gebracht. En niet enkel het goud van de bank, de kunstwerken en de legeruitrusting, maar ook wat hij de 'gedwongen vluchtelingen' noemt, zoals de door 'Rode Hulp' geëvacueerde kinderen en de hier geïnterneerde dienstplichtigen…. Over ons spreken ze nog niet, maar dat kómt nog wel… ! En wees  gerust: Premier Daladier van Frankrijk zal àlles doen om weer bij Franco in een gunstig blaadje te komen! Als hij daarvoor óns terug naar Spanje moet sturen, zal hij niet twijfelen… : hoe rapper hij van ons àf is, hoe liever…"

Terwijl Moos even naar adem hapte schudde Steiner peinzend het hoofd: "We moeten maken dat we hier wegkomen, kameraden...…Tenzij ge soms wilt wachten op die gendarmes en die negers van drie maand geleden, om ons door hén "baïonette-au-canon" in gesloten beestenwagons terug over de grens naar Barcelona te laten voeren."

" Wégkomen? Gij hebt gemakkelijk spreken!" sneerde Günter. "Gij kunt nog terug naar België gaan en daar bewijzen dat ge met die moord in de duinen geen uitstaans hebt…. Een paar maand bak in afwachting dat ze dat geloven, en ge zijt er vanaf! Maar voor óns ligt dat lichtelijk ànders: Hitler is niét zo vlug te overtuigen dat wij altijd 'goede Duitsers' zijn geweest…."

" Gij twee kunt altijd met mij meegaan en in België ergens onderduiken. Da's geen probleem: het stikt daar nu toch al van de Duitse joden. Twee méér of minder…"

" Dàt apenland! Waar het altijd regent!"

" Komaan Moos, serieus! Zo gezond is het hier ook niet in de Franse wijnstreek, met al dat gifgas dat ze ons op de gewassen laten spuiten! Van onze groep zijn er al drie man half gestikt afgevoerd naar het hospitaal, en er is nog geen enkele teruggekomen! Het lijkt wel Yperiet uit de slag aan den Ijzer, 1917…...Zo'n smerig werk zouden ze van de gewone Franse landarbeiders niet gedaan krijgen! Dan nog liever de koolmijnen in de Borinage…"

" Ik wil niet naar een land waar ze mij doorlopend in de nek kijken!"

" Verdomme makker, dan moet je zéker niét hier in Frankrijk blijven! Vraag het maar aan Günter: 't is hier allemaal "Sale Boche" wat de klok slaat! Op het werk, als de Fransen het onder elkaar over ons hebben: "les Boches!" Zowel de wijnboeren als de gewone mensen in het dorp. Ze weten natuurlijk dat de "Thälmannen" van over de Rijn stammen en die van "Garibaldi" allemaal Macaroni's zijn. Maar die kloten vergeten daarbij dat de meesten van ons in de Internationale Brigades wel een mondjevol vreemde talen hebben opgestoken en hun Frans héél goed verstaan. …Als ze tenminste geen Provençaals of een ànder dialect wauwelen. "Boches!" Moesten ze weten dat je op de koop toe nog jood bent én anarchist of trotskist, dan heb je hier hélemaal geen leven, makker! Verdomme, geef mij dan België maar! Ge weet het misschien nog niet, maar - bùiten mijn nieuwe vaderland waar het volgens jouw altijd regent - is er zovéél keus niet over in Europa."

Moos liet dit even over zich heen gaan en zei toen nadenkend: " Misschien is er wel een bétere uitweg…"

" Hoezo? Uitweg?" Zijn vrienden staarden hem gespannen aan zonder nog een vin te verroeren.

" Ik geef het voor wat het waard is, en ik zeg erbij dat ik het zélf maar moeilijk kan geloven...…Het schijnt dat ze een boot gaan charteren om ons aan Zuid-Amerika af te schepen…"

" Boot?… Zuid-Amerika? …Ons allemaal? …Komaan, wie zei dàt?" Tegen deze plotse waterval van vragen stak Moos verwerend de handen op: " Auw, stop! Ik zeg toch dat ik het zelf niet geloof! Maar je lief kwam daarmee af, hoe heet ze weer: Consuela… ,die journaliste…"

" Consuela, mijn lief? Merci, ik wou dat het waar was! Maar 'k heb dat mokkel al in geen wéken gezien…"

" Ja-ja! Al goed!" onderbrak Günter hun onderonsje bitsig: " Dat schip, wat wist ze van dat schip?"

Moos genoot nog even van hun nieuwshonger: "Iedere woensdag heeft ze al naar je gevraagd…" Met een bonkende vuistslag op tafel en flitsende ogen riep Günter hem tot de orde: " Okee, dat schip...…Ze zei dat de "Rode Hulp" van plan was om fondsen te verzamelen om een oude pakketboot of een soort cargo te charteren en daarmee de waardevolle elementen te laten emigreren. …Zij die het wensen, natuurlijk, en geen àndere uitkomst hebben. …Omdat ze niet naar hun eigen land terugkunnen, bijvoorbeeld… "

" Waardevolle elementen!" sneerde Steiner: " Zijn wij dàt? Wie gaat dat in godsnaam bepalen? Dat wordt weer iets voor de partijvriendjes ,natuurlijk!"

"Het schijnt bij uitzondering juist van niét…" schokschouderde Moos verontschuldigend: " De goede stalinisten kunnen altijd in Rusland terecht: er vertrekken regelmatig schepen uit Bordeaux en Sète die de sovjethulp terugvoeren die niet tijdig naar het front werd verstuurd. …Neen, die boot van Consuela zou meer gecharterd zijn door het Rode Kruis ,of de Volkerenbond of zoiets ,en bestemd zijn voor de trotskisten en de anars, mannen die ze in de Sovjetunie - maar ook in Spanje, Duitsland of Italië - direct tegen de muur zouden zetten…. Een boot speciaal voor óns, zou je haast zeggen…. Als het wààr is, natuurlijk ! …En denk erom: het is nog zéér geheim…"

Ze waren er éven stil van.

" Ja, als het waar is natuurlijk…" echode Steiner dromerig. Maar Günter keek al vérder: " En wààr zou dat schip ons voeren?"

" Chili, dacht ze, of Mexico, maar dat stond nog helemaal niet vast…"

" Chili…" overwoog Günter: " Pikant!"

" Mmm …Mexico…" proefde Steiner smekkend: "Mujeres, meiden, mokkels!"

En ze lachten gedrieën als oude dwazen. Hun Spaans avontuur was dus eindelijk afgesloten, dood en begraven.

 

Maar twee weken later lachten ze niet meer.

Die zondag kregen ze in het kamp heel onverwacht bezoek van een groepje burgers dat desondanks door de Franse kapitein met een beleefde reserve ontvangen werd. Het nieuws deed al vlug de ronde van de barakken dat het een soort gemengde commissie was van Comintern-délégees en leden van de Franse K.P. die kwam controleren of de geïnterneerde kameraden wel goed behandeld en verzorgd werden door de autoriteiten.

Steiner kon het zich niet erg aantrekken, en wilde zich op zijn strozak juist weer verdiepen in de bepotelde 'Ciné-Revue' die al heel de barak was rondgegaan. Vooral de grote sépia kunstfoto's van de 'starlets', die door gebrek aan roem wat op hun jurken hadden moeten bezuinigen, trokken zijn geniepige aandacht. Eén van de voorgaande filmliefhebbers had zelfs hier en daar - én niet zonder talent - de soms wat magere charmes van de vampjes met bruin potlood een ietsje aangedikt…...Whaaaw! Za-alig! Maar midden in zijn zwijmelende kunststudie werd hij opgeschikt door een stamp tegen zijn voeten:   

" Sergeant Rocco! Mittkommen!!".

Het bleek weer dat verdomde luitenantje-van-mijn-gat, de spreekbuis van de barak, wiens doleanties Steiner  bij de Franse kampleiding mocht vertalen. De voorbije maanden had die puist hem echter al vijf-zes keer op dezelfde lieftallige manier tot dit sociaal dienstbetoon aangepord, en dat begon flink zijn keel uit te hangen!

" Scheisse Gonzalès! Sag' wenigstens Bitte!" De vent heette eigenlijk 'Kameraad Luitenant Willy Brandt', maar sinds kort noemde iedereen die dienstklopper 'Speedy Gonzalès' en hij had zich daar blijkbaar mee verzoend:  

" Na schönn, bitte mittkommen!"

Verdomme, een officier die plots zo vriendelijk doet: dat voorspelde niets goeds…!

En inderdaad, in het schamele reftertje van de kampleiding hing een échte begrafenissfeer. Het gehavende gezicht van Kameraad-majoor Pieck, de ijzervreter die de Duitse delegatie aanvoerde, stond op onweer. De Italianen waren er nog niet - die hadden voor de vrolijke noot kunnen zorgen -, maar ook bij de burgers van de COMINTERN rond de lange tafel kon er geen lachje af. Dat beloofde hier alvast geen leuke vertaalkarwei te worden, zo helemaal alleen. Want zijn collega, de Elzasser Wirth, was vorige week opgepakt bij een bankoverval in Leucate.

Hij maakte zich echter nodeloos zorgen, bleek al vlug: de vreemde eenden hadden hun eigen vertalers bij. Eén van hen leek zelfs verdomd goed op… die éénarmige Ket, het Manusje-van-alles van de 'Rode Hulp' die blijkbaar mordicus om de zoveel maanden Steiners lotsbestemming moest hérschikken. En het was hém inderdaad! Maar nog vóór hij de man kon benaderen vloog iedereen van lagere rang buiten! De heren wilden duidelijk het vuile ondergoed achter gesloten deuren wassen, zonder indiscrete oren en losse tongen. Liep er dan in het kamp zóveel mis dat die potjes gedekt moesten blijven? Zo'n gesloten partij-vergadering had Steiner altijd nogal luguber gevonden, omdat de basismilitant nooit op voorhand wist welke wending die nam en dat er hoe dan ook steeds één van hen de boter zou vreten…...

Maar wéér zat hij op het verkeerde spoor. Tegen de avond wilden de samenzweerders waarschijnlijk de klachten van de geïnterneerden nog even aan de werkelijkheid toetsen. Ze zwermden quasi ongedwongen uit over het kamp en lieten zich goedmoedig verleiden, voor zover de taal-barrière het toeliet, tot een informele en rommelige babbel met kleine groepjes geïnterneerden.

Dààr slaagde Steiner er in beslag te leggen op de Ket. De man zag er slecht uit en wat onwennig in zijn 'schoën kostaar'. Het duurde dan ook even vóór hij de Steiner weer duidelijk kon plaatsen: " Ha-wei, vaneigens, Veircheurènne! Tu comprends, Fiston, 'k 'èm d'r zoeveule zieng passeire!" Zijn typisch Marolliaanse hutsepot! Nog steeds even schaamteloos als vroeger!

Wat hij hier in het kamp kwam doen? "Traducteur, hé copain! Ze kunnen de Ket niet missen!" Wat er juist bedisseld werd kon hij natuurlijk niet verklappen; enkel dat de Fransen het kamp héél graag wilden 'verluchten'. "Aérer!" zei hij, en wierp zijn armen omhoog !…

Maar trommelden ze voor een simpele grote schoonmaak zo'n stijfdeftige commissie bijeen? Of kwamen er meer barakken om de overbevolking te spreiden? Of te verdelen over nieuwe kampen? " Ja en neen? Wat is dat voor een antwoord!" Plots kreeg Steiner een ingeving:

" Ging het over de emigratie naar Zuid-Amerika?"

De Ket scheen te schrikken: " Comment tu sais çà?"

" En wie mag er mee met die boot?" boorde Steiner voort: " Les grosses légumes, sans doute!" De hoge pieten, hé : de Goudfazanten...

" Misschien, ja, al is dat niet met zoveel woorden gezegd ", gaf de Ket schoorvoetend toe: " In hoofdzaak diegenen die niét terug naar hun vaderland kónden, om politieke redenen. …Zij die énkel met hun Gerecht overhoop liggen krijgen voorrang bij het Frans Vreemdelingenlegioen of in de koolmijnen.

" Zoals Bibi, dus!… Wat een cadeau zeg: in de mijnen mógen werken! Een stoflong krijgen, 'Pour la France!' Trop d'honneur, Monsieur le Président, mais merci quand'-même!" En terwijl Steiner nijdig een straal kalissesap voor zijn voeten spuwde, klemde de Ket verveeld zijn tabaksblaas tussen de tanden en stopte lenig met één hand zijn pijp: " T'en veux une?"

" Wel-wel!" sneerde Steiner: " Zie eens aan hoe scherpzinnig, hoe opmerkzaam! Gíj hebt het waarschijnlijk nog niet gemerkt, makker, maar wíj hebben juist de oorlog verloren, weet ge?! En wíj zitten in een gevangenkamp en doen slavenarbeid om niet te creveren! Terwijl de dikke délégees van 'Le Petit Papa des Peuples' die het vroeger allemaal zo goed konden uitleggen, nu met een vette sigaar in hun bek komen vragen of de smoor niet geneert! Nee, merci :houdt uw tabak, Ket! En ik hoop dat ge na dit bezoek aan het povere restant van uw mensensmokkel goed kunt slapen!"

De Ket schrok niet eens van die uithaal: hij had waarschijnlijk al voor hetere vuren gestaan:

" Hé-bèn! Anarchist tot in de kist, hé Rocco?!"

 

Twee zondagen later viel de beslissing, toen plots een vage bekende aan zijn voeteind stond en theatraal met een bazuinstoot zijn knoestige wandelstok opstak: " Ta-ra-ta-taa!!".

" Marco? Verdomme Marco! Leeft gij nog?!"

" Zoals ge ziet, hé kameraad! Rond en gezond, en nog helemaal compleet! Een Fransoos wilde er drie maand geleden wel mijn poot afzagen, omdat het wat zweerde, zogenaamd. Maar vooral om wat te oefenen, denk ik !.…Dié gast heb ik rap aan 't verstand gebracht dat ik - als dàt moest - wel voor mezelf zou zorgen! Ik zie mij niet door 't leven gaan op een tafelpoot hé! 'Compris' zei die beenhouwer, ' Kiest uw plaats dan maar uit'. En hij wees naar het kerkhof. 'En gij die van u!' zei ik kortaf. Hij had het rap gesnopen en heeft me voor de rest goed verzorgd. Voilà!"

" Blijft ge hier? 'Barcarès' zit vol Duitsers en Italianen: ik ben ver de enige Belg. Allee: kwart-Belg dan nog, als ge wilt!"

" Wel, dan zijn we met twee, nu! Al de àndere Belgen zijn al lang terug naar huis of in de natuur verdwenen. Gij zijt de enige die ik nog kén van vroeger, zodus...Waar kan ik mijn ransel hier ergens kwijt?"

" Hou hem nog maar even bij: ze stelen hier als de raven...En kom, laat ons naar buiten gaan ;achter de barak zitten we uit de Mistralwind..."

Toen ze een goed plaatsje in de zon gevonden hadden lachte Steiner zijn vriend zwijgend toe. Deze bood hem zijn tabaksblaas aan en grinnikte: " Ik moest je vast de  groeten doen van de Ket... Hij kwam me eergisteren in het hospitaal bezoeken, juist vóór ik ontslagen werd, en hij gaf mij jullie adres. Hij vertelde van zijn bezoek aan 'Barcarès' en zei dat je best weer wat leiding en steun kon gebruiken, Rocco!" En met een monkellach voegde hij er aan toe: " Want dat ge volop bezig waart uw pedalen te verliezen, en nog géén klein beetje!"

" Dàt van die pijp toebak weet ge dus óók al, zie ik!"

 

De plotse verschijning van zijn vriend had Steiner helemaal uit zijn evenwicht gebracht. De zorg voor zijn vrienden Günter en Moos kon hij weliswaar - na al die catastrofen van de laatste maanden - eindelijk laten vallen, nu 'de baas' terug was. Enkel een beetje vervelend dat zijn beschermelingen geen échte vriendschapsband met Marco hadden, en hij niet met hén. Toen hij tijdens de terugtocht van de Ségre, na het opblazen van die brug gewond raakte, droegen àndere soldaten van het peloton hem dagenlang op een berrie door de bossen tot bij de hospiktrein. Enkel bij de trieste vlucht uit Barcelona naar de Franse grens hadden ze gevieren een hecht groepje gevormd, maar langer dan twee weken had dat niet geduurd.

De eerste avond verliepen hun gesprekken dan ook tamelijk stroef, vooral omdat Marco weinig goed nieuws te vertellen had. Ook híj had van de mogelijke emigratie naar Zuid-Amerika gehoord, deels van de Ket, deels uit de geruchten die in het hospitaal de ronde deden onder het Frans verplegend personeel. Volgens hém kregen oud-brigadistjes van hùn licht kaliber weinig kans op een plaatsje aan boord. Er zouden op dat éne schip maar een dikke 1000 man meekunnen, terwijl er hier in de kampen misschien wel een 5.000 kandidaten stonden te dringen, allemaal hogere kaderleden van de Brigades ,het leger en de partij...…

" En ik zie zo rap geen generaal of minister zijn ticket afstaan aan ene sergeant Rocco, duistere anarcho en voortvluchtig moordenaar! Hoe groot je verdiensten voor de goede zaak anders ook mogen zijn, hé makker" spotte hij: " Dààr niet van...Idem voor onze Duitse vrienden hier: jullie kunnen beter je aanvragen oprollen en steken waar ik denk. Méér plezier zal je er nooit aan beleven, geloof mij vrij!" 

Steiner zuchtte: " Het vervelende is dat ook de rode syndicaten nu op onze kop beginnen kakken! Ze hebben eerst een campagne gevoerd tegen de wijnboeren omdat die ons zogezegd uitzogen tegen een hongerloon, maar die is helemaal mislopen. Het resultaat is nu dat die bazen ons niet méér betalen, maar ons wel buitengooien en vervangen door prolo's uit de streek! Goed voor die sukkelaars, dààr niet van. …En door die werkverschaffing winnen de syndics aan populariteit bij de Franse arbeidersklas, hé, maar wél op onze kosten. Wat wilt ge: eigen kiezers éérst, hé! Wij mogen voor hun part vanaf volgende week in de zoutpannen beginnen, wat verderop aan de noordkant van het meer…. Een nóg zwaarder werk, maar het betaalt iéts beter en we zijn iedere avond terug thuis…"

Marco masseerde peinzend zijn been: " Ik kén dat:  het is typische seizoenwerk voor de zomer. Eind september sluiten die. Maar ik geloof nooit dat de Fransen ons nog zólang gaan onderhouden. Ze willen die kampen vol antifascisten leeg krijgen om een wit voetje te halen bij Hitler, Mussolini én Franco. Het is niet erg gezond om op al je grenzen omringd te zijn door mogelijke vijanden die alledrie pas een oorlog gewonnen hebben! Vooral de manier waarop Hitler zojuist de Tsjechen van de kaart heefd geveegd, heeft ze in Parijs aan het denken gezet. En als een Fransman begint te dubben, kunnen wij beter ons valies maken!"

" Als ze mij een plaatsje geven op die boot, ben ik direct wég!" zei Moos :"Gelijk naar waar !"

" Ach, denk toch na, man!" Marco was niet in stemming om te gekken: " Die boot is voor ons juist het grootste gevaar! Zolang wij, klein grut, met ons hoger kader bijeen zijn zullen de Fransen ons misschien nog een beetje respecteren. Maar indien onze generaals én onze ministers én hun conseils deserteren naar Amerika dan worden wij de dupe van het Franse politieke gekonkel. Als de Judassen in Parijs met onze uitlevering aan de fascisten één bijkomende maand vrede kunnen afkopen, zullen ze zéker geen ógenblik twijfelen. Dan zijn wij een vogel voor de kat, geloof mij vrij… ! Al de zogenaamde 'Nieuwe Spanjaarden' onder ons zetten ze bij Franco over de Pyreneeën, Hitler krijgt de ex-Thällmannen cadeau en Mussolini zijn Garibaldi's: opgeruimd staat netjes!"

" Is dat verdomme het énige goede nieuws dat je te vertellen hebt!" bromde Günter: " Daar waren wij zelf óók wel op gekomen! Maar als je op je strepen gaat staan, kan je beter zeggen wat we eraan kunnen dóén!"

" Ik op mijn strepen staan?! En een bende sukkels op sleeptouw nemen?! Vergeet het! Wat ík ga doen is zo vlug mogelijk aan burgerkleren en aan geld zien te raken en dan de benen nemen!"

" Dat zal je moeten stelen, Marco, want van wat we in de zoutpannen verdienen worden we niet rijk…" Steiner wilde het gesprek een àndere kleur geven: " En als je tegen de lamp loopt zetten ze je op staande voet over de grens! Ik heb al gedacht: béter trouwen met een Française ,of zoiets...…"

" Consuela, zeker?" sneerde Moos.

Marco keek zijn vriend verbaasd aan: " Consuela? Verdomme Rocco, is die hier ? "

 

Een week later maakte Marco in de kantine kennis met haar: " Consuela?"

" Neen, " lachte ze: " Consuela is - of was , naar het schijnt - een spook uit het verleden van onze vriend hier. Mijn naam is Nicole Lignot, en ik ben regionaal verslaggever van de 'Courrier du Sud' en…..."

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 96

BOEKDEEL A4.

Beslaat de periode van november '39 tot mei '40 en verhaalt over de dramatische 'cruises' naar Cuba en Odessa ,het Goelag, het bos van Katyn en een neerrazende oorlogslawine.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 97

A63   DE PAKKETBOOT 'SAINT LOUIS'

                         15 mei 1939.

Op Sinksenmaandag liep Joseph tegen de avond even bij Arthur langs. Door het vele werk in de ploeg van schrijnwerker Gunst - de luiken van de villa's terug opbergen voor het zomerseizoen - had hij zijn vriend al een paar dagen niet meer gezien. Die zat nu aan zijn bureeltje in de garage met pathetische uithalen druk 'Engelse les nummer 12' na te bauwen tegen zijn koffer-grammofoon. Die had hij, begin mei, samen met een reeks fonoplaten 'Assimil', van zijn ouders voor zijn verjaardag gekregen. Maar toen hij Joseph in het deurgat zag staan sprong hij op en leek wel door het dolle heen.

" Mijn Onkel Théodor is vrijgelaten! Juist een hele brief van hem gekregen:hij vertrekt nog deze maand naar de 'States', de Joe-és-ei! De Joe-és-ei! De Joe-és-ei!"

Joseph bleef op zijn hoede:" Wie is in godsnaam je Onkel Théodor? En wààr zat die in den bak? Voor wàt? Een moord of zoiets?"

" De broer van mijn vader! Dat heb ik je toch al verteld: Théodor Birnbaum, die met zijn tapijten! Die hadden ze na de Kristalnacht bij Hamburg in een kamp gezet omdat hij zijn eigen boekhouder had aangeklaagd wegens diefstal en verduistering! Ja, stel je voor: een dikke strontjood die klacht neerlegt tegen een 'goede Duitser', een lid van de partij! Waanzin! Papie had hem nog zo verwittigd, maar Onkel Théodor wilde kost wat kost zijn recht halen: die oplichter moest wég uit zijn bedrijf! Terwijl de nazi's die man juist dààr benoemd hadden om de zaak vroeg of laat over te nemen! Rechtspraak in 't Derde Rijk: waanzin!"

Joseph stak zijn hand op:" Ouw, makker, stop! Als je wil dat ik mee feest, zal je eerst toch een beetje uitleg moeten geven! Wat is dat van die boekhouder?"

Arthur leek wat snibbig uit zijn begeestering te ontwaken:" Je weet toch dat de nazi's elk joods bedrijf al jàren geleden onder voogdij hadden gesteld? Elke directeur kreeg een 'Geschäftführer' op zijn dak die in feite het dagelijks bestuur overnam. Wel, bij mijn Onkel Théodor was dat zijn eigen boekhouder, een dikke nazi, en tussen die twee zat het er regelmatig bovenarms op! …Vorige zomer, toen de oplichterijen van die vent uitkwamen, heeft mijn Onkel nog getracht het in der minne te regelen door die schurk bij zijn ontslag nog een vergoeding te geven. Maar uiteindelijk hebben de nazi's Onkel-zélf opgepakt en kort voor wij vertrokken in het kamp gestopt. Nu schrijft hij dat hij zijn zaak ondertussen tóch heeft overgedragen, in ruil voor zijn vrijlating en drie ticketten op de boot naar Amerika. Plus een pandbrief, voor de 'verkoop' aan de partij van zijn mooie gemeubileerde villa. Maar dat papier is niets waard, natuurlijk…"

" Dus is hij in feite blut, pleite, platzak? Dan kan je de plannen om in Amerika een bijhuis van zijn tapijtenhandel op te zetten wel even vergeten, hé…"

" De nazi's beweren dat hun ambassade in Nieuw-York die Pfandschein zal verzilveren. Maar dat is natuurlijk flauwe kul. Papie heeft naar Jewish Council in Brussel gebeld: er ís helemaal geen Duitse ambassade in Nieuw-York; énkel in Washington, de hoofdstad! Die zullen hem natuurlijk van het kastje naar de muur sturen…...Onkel Théodor kan beter rekenen op de hulp van zijn zakenrelaties daar: een jood met een goede naam laten die nooit failliet gaan."

" Maar van wanneer dateert die brief van je oom?"

" Twee weken geleden. …Met een beetje geluk zit hij nu al op de boot, met Tante Hanna en mijn Kusine Bette. Vanals hij op open zee zit zou hij een scheepstelegram zenden, als dat kon...…Pas dàn zullen we écht gerust zijn. Anders moeten we voor nieuws op de kranten rekenen. Zoiets komt ongetwijfeld op de voorpagina:de nazi's laten tegenwoordig toch niet iedere dag een boot vol joodse emigranten naar Amerika vertrekken…"

" Misschien niet iedere dag, maar toch wel regelmatig, denk ik. Stond er overlaatst niet iets dergelijks in de gazet:een kort verslag over een pakketboot van de Hamburg-Amerikalijn vol met Duitse réfugiés? Je weet wel: je zei nog zoiets van 'die hebben méér chance dan wij'...…Een tweehonderd joden…...Ze mochten in Nieuw-York niet ontschepen, en zijn dan maar in Cuba geland? Hoe noemde dat schip ook weer? 'La France'?"

" De 'SS Flandres'...…Maar dié passagiers hadden geen geldig inreisvisum voor de USA. Ondertussen zal iedereen zijn lesje wel geleerd hebben, zeker?!"

" Bon, ik hoop dat het goed afloopt" zei Joseph nuchter. " Maar nú iets ànders ! …Ik kom feitelijk om af te spreken voor morgen vroeg op de tram: jij houdt je met Françoise bezig? En je laat in het tramkot Nadine gerust, in afwachting dat ik arriveer, verstaan!"

Ze schoten samen in een lach, en Arthur aapte met dubbele tong Nelson Eddy na, uit hun laatste film:

"I'll be loving you always,

With a love that's true always!"

Die schlager hadden ze wel al honderdmaal gekweeld, getweeën of samen met de meisjes. En terwijl hij geaffecteerd voortcroonde, wenkte hij met hakende wijsvinger Joseph om in te vallen :

"When the things you planned, need a helping hand, I will understand always, always…"

Met een gechargeerde imitatie van de populaire ster Jeannette Macdonald vulde Joseph het beroemde duet aan:

" Life will not be fair, always…

That's why I'll be there, always!

Not for just an hour, not for just a day,

not for just a year, but always!!

Arthur merkte nu dat zijn vriend niet erg in stemming was voor nog méér sotternijen:" Wat is't man? Niet erg zéker van Nadine? Bang dat ik je vlam onder mijn bedwelmende charme verstik?" Theatraal stak hij zijn arm op:"Dan zeg ik tot de bevreesden, zoals Mozes aan de oever van de Rode Zee: Gehet vorwärts und habet keine Angst! "

" Verdikke, man, ge zijt goed gelanceerd vandaag! Jammer dat ge hiér geen Mozes bij de hand hebt, hé. Die met een klop van zijn staf de Noordzee drooglegt en je te voet naar Engeland leidt! Of zelfs naar Amerika"

Arthur keek plots weer ernstig:" Ja, die vervloekte zee...…Maar één ding weet ik zeker: als Onkel Théodor in Nieuw-York één teken van leven geeft, zijn we hier weg, mét of zónder papieren!"

" Gij trouweloze hond! Dan heeft Nadine tóch gelijk met nog vlug op een ànder paard te wedden. En als ge dan tóch zo op de zee gebeten zijt, kunt ge nog altijd met de zeppelin naar Amerika, of met de Dornier-vliegboot Do-10! Je zag het zélf in het Pathé-journaal: De T.A.A. heeft nu wekelijks een vlucht over de oceaan. In drie dagen ben je er."

" Hoé ik er geraak kan me niet schelen, al moest ik te voet gaan, maar geràken zàl ik er!"

" Te voet? Okee, dan zal je het met Mozes op een akkoordje moeten gooien… ! En zeg, weet Françoise al van je plannen? Of gelooft die nog in de eeuwige liefde?"

" Hoe kàn ze dat nu weten!? Die brief is hier pas zaterdag aangekomen en ondertussen heb ik haar niet meer gezien. Maar voor de rest zal Nadine haar wel de ware reden verteld hebben waarom zíj vorige maand met mij brak:No Future! Geen vooruitzicht op een lange vrijage met een happy end...…Al heb ik sterk de indruk dat dit voor Françoise geen bezwaar is. Ze gedraagt zich in elk geval zoals ik van m'n flirt zou verwachten: lief en speels. Minder …nadrukkelijk als met Nadine. Die moet het er altijd zo dik opleggen! Nee, ik geloof niet dat ik veel bij die partnerruil verloren heb, not by far my friend! Françoise doet zelfs alsof ze niet weet dat ik een jood ben :dat is ook voor de eerste keer van mijn leven! Heb je donderdagmiddag op de tram niet gezien dat ze mij de helft van haar 'Butterbrot' aanbood?"

" Ja-ja: haar 'Sandwich Wellington':je hebt vooraf zelfs niet naar het belegsel gekeken! Flink hoor!"

" Ik wíst dat het geen varken was, zodus…"

" Weet je dan wat het wél was?… 'Wellington', zegt je dat niets?"

" De slag bij Waterloo, 1815?"

" Ach gij dikke onnozelaar! De paardenkoersen natuurlijk! De hippodroom Wellington in Oostende! En haar eigen restaurant in Middelkerke heet ook 'Wellington', met als spécialité du chef paardenbiefstuk met ajuinsaus! Alle edele viervoeters die op de renbaan de poten breken draaien ze bij Françoise door de molen! Beurk! Ik mag er niet aan denken dat je zoiets met smaak kan opeten!"

Even leek Arthur wat geschokt maar lachte toen manmoedig zijn wrevel weg:" Eet gij soms geen lieve duinkonijntjes op, na hun urenlange doodstrijd in een koperen stropdraad?! Oók met ajuinsaus, hé! En nooit ziek van geworden, bij die gedachte?… Een kreupel paard moét nu eenmaal sterven: daar is niéts aan te doen. Eén schot in het hoofd en 't is gedaan:snel en proper! Denk daar maar eerst even aan, makker, voor je de joodse eetgewoonten belachelijk gaat maken…"

" Ik heb het niet over het geloof, zot, maar over de liefde! Ge moet al goed aan Françoise verhangen zijn om zonder controle van het beleg in haar boterham te happen. Bij Nadine kan ik dat niet riskeren. Als dié mij iets zou aanbieden - en niét alleen een boterham, al is het aanbod daarbuiten niet overdreven groot - dan moet ik mij altijd aan één of àndere farce verwachten! Bij haar zit er altijd een angeltje onder het gras: telkens als ik in het aas wil bijten, trekt zij de lijn in, garantie! Dat maakt het vrijen met haar juist zo spannend! Of om het met je Engelse Assimil te zeggen:" I know it never with her!"

" Ja man, je hebt nog veel werk, zo te horen, en niet allen met Nadine ! …Geen zin om samen met mij de Assimil-cursus te volgen? Het zou je goed doen?…"

Maar Joseph begreep de hint niet.

 

Samen met Leon in bed zong hij in het donker stil voor zich uit. Een héél ànder liedje ditmaal, niét van eeuwige liefde en trouw, maar van moord en doodslag, een stapliedje dat zijn broer vorig weekend bij Jong-Dinaso in Nieuwpoort geleerd had.

" Ziet gij in het oosten het morgenrood

ten teken van vrijheid en zonne?

Wij binden den strijd aan op leven en dood!

Hier zijn de Dinaso-colonnen!

De strijd voor Dinaso, voor arbeid en brood!

Voor Dietsland en Orde! Het jodendom dood!!"

 

Een plotse schreeuw van Marie uit de keuken beneden zette een domper op de feestvreugde:" Moet IK er soms eens komen op slaan?! Als ik er nog één hoor piepen, pak ik de riem, verstaan!!"

Stilte op den uil! Maar niet voor lang…

Leon leek er niet helemaal gerust in, op het vermoorden van de joden:" Die Arthur van jou, zou dat een érge jood zijn?"

Joseph draaide zich op zijn àndere zij en wachtte even tot het gekraak van hun beddenbak ophield:"Wat is dàt nu weer voor zever: érg?! Hoe érg kunt ge jood zijn, verdomme?! En hoe érg Chinees is een Chinees? En érge negers: man, dat zegt toch niets!"

" Dat weet ik ook, slimmeke! En dat Arthur niet geel of zwart is, maar éven zo wit als gij en ik moet ge mij niet uitleggen: dat kan ik zién! Merci! Al wat ik vraag is: waarom hebben ze hem uit Duitsland gejaagd en waarom steken ze zijn nonkel in de bak, als ze zogezegd niets gedààn hebben!"

" Ze hebben den Heer Jezus vermoord, wéét ge dat ook al niet?"

" Arthur? Of iemand van zijn familie?"

" Neen Puist! De Joden, verdomme! De joden in 't algemeen: tweeduizend jaar geleden! Ze hebben Christus gemarteld en aan het kruis genageld!"

" Was daar familie van Tuur bij, dat gij weet?"

" Vérre familie zéker, van 't honderdste knoopsgat misschien, maar tóch: de eerste joden. En daar stamt den Tuur van af, met àl zijn soortgenoten. En in al die jaren heeft nog niemand van die kliek gezegd dat ze spijt hebben van die moord, wel integendeel! Hij was toch de zoon van onze god, onze geestelijke kopman, zogezegd…? Dat is hun erfzonde. Daarom worden de échte overtuigde joden zo gehaat door d'andere mensen, vooral dan de witten, de katholieken…"

" Maar gij hààt den Tuur toch niet!"

" Omdat ik weet dat hij wél spijt heeft van die moord. …Daarom is hij ook geen échte jood niet meer…"

" Dat is wat ik al een half uur aan 't vragen zijn :hoe érg jood is den Tuur, véél of weinig?! Hoe vér mag ik mij met hem inlaten? Da's toch niet moeilijk, hé!"

" Wel antwoord dan zélf en laat mij gerust!" Kwaad draaide Joseph zich weer om, maar dacht toen aan de vluchtplannen van zijn vriend en bond wat in, ondanks het minachtend snuiven van zijn broer.

" Hoe, 'ver inlaten'? Wat zaken hebt gij verdomme met den Tuur?! Moeit u niet met mijn vrienden!"

" Zegt dat tegen hém, verdomme! Het is hij die mij uitvraagt! Mij interesseert dat ventje niet."

Daar moest Joseph méér van weten:

" Hoe-zo, uitvragen?"

Temerig spotte Leon:" Wanneer gaat ge weer varen? Op een grote boot? En hoeveel mensen kunnen daarop?"

" Vroeg hem dat? Wanneer was dat?"

" Toen ik naar meneer Hasard ging om mijn portret te laten trekken voor op mijn visserspas, dinsdagavond."

Ach zo, dacht Joseph, die ga ik morgen eens met zijn neus in de stront wrijven zie! Mij verwijten dat ik zijn vluchtplannen verklap en zelf betrekt hij er de snotneuzen erbij! Dàt zal hij geweten hebben!

 

Maar zover kwam het niet. Toen hij de volgende morgen zijn fiets - of beter gezegd:de fiets van Arthur waarmee Joseph iedere avond naar huis mocht rijden, en 's morgens weer terug - dus hùn fiets tegen de gevel van 'Eden-Roc' stalde, sprong Arthur plots de voordeur uit en vloog hem bijna om de nek:

" Mijn Onkel Théodor is veilig vertrokken! Juist zopas kregen we het scheepstelegram met het beste nieuws van alle tijden! Ik ken het al uit mijn hoofd:" Familie Théodor Birnbaum (3) lasst herzlich grüssen! Ist am 13 Mai um 16.45 in gute Gesundheit aus Hamburg abgefahren nach La Habana-Kuba /SS Saint Louis/Hamb.-Amer.-linie"

" Wel, einde goed alles goed, zou ik zeggen…. Hoe heet die boot, zegt ge?"

" Het steamship 'Saint Louis', een luxe pakketboot naar het schijnt. Papie had er vroeger in Duitsland al van gehoord, van dat schip, omdat het samen met de "Flandres" regelmatig op Amerika vaart. Misschien komt er wel iets van in de krant…"

En of! Méér dan hem lief zou zijn!

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 98

A64BIS   

                      SIMULTAANSCHAKEN IN MOSKOU.         

 

Op 22 mei '39 tekende Italië het "Stalen Pakt" met Duitsland, en Hitler gaf onmiddellijk aan het OKW (Oberkommando der Wehrmacht) definitieve orders om Polen op 1/9 aan te vallen. Hij hoopte evenwel Engeland en Frankrijk voorlopig buiten de oorlog te houden.       

Dit werd wel problematisch toen Chamberlain op 27 mei '39 eindelijk besloot te peilen naar een verdrag met Rusland. De onderhandelingen startten in juni, maar de Engelse delegatie had Rusland in feite niet veel méér aan te bieden dan een deelname aan een eventuele oorlog... Zohaast Hitler merkte dat de Russen dit Britse rond-de-pot-draaien beu werden, deed hijzelf een resoluut aanbod: hij liet verstaan Ruslands territoriale verzuchtingen van Finland tot Zwarte Zee te begrijpen én te willen eerbiedigen ! Stalin schrok zich een bult !       

Tot eind juli trachtte de Frans-Engelse delegatie in Moskou de onderhandelingen te rekken door op een politieke verbintenis aan te sturen, vooraleer over militaire bijstand kon worden gesproken. Maar Molotov  wenste eerst te weten wat het Westen militair tegen Duitsland kon inzetten voor hij zich politiek bond. Toen de geallieerden begin augustus noodgedwongen hun militaire zwakte en schuchtere defensieve plannen (verdedigingsoorlog achter de Maginot-lijn) moesten bekennen, zag Rusland verder geen heil om met hen in zee te gaan. Zohaast Hitler hoorde dat de Westerse onderhandelingen in Moskou slabakten besliste hij zijn politiek t.o.v. Rusland volledig om te gooien met de bedoeling de communistische aartsvijand buiten het geplande conflict met Polen te houden. Verwijzend naar de z.g. "Poolse kwestie" vroeg Hitler beleefd een gevolmachtigde naar Moskou te mogen sturen "om te komen tot een afbakening van de wederzijdse belangensferen gaande van Finland tot de Zwarte Zee..." Duidelijker kon niet, brutaler evenmin.          

De aanslepende onderhandelingen van de Frans-Britse delegatie waren reeds op 14/8 gestrand op de halsstarrige Poolse weigering om, bij een oorlog met Duitsland, de Russische troepen door haar grondgebied te laten trekken om de Duitse agressor tegemoet te kunnen treden. Stalin liet dan, na het ontvangen van de veel aanlokkendere Duitse voorstellen, de alsmaar treuzelende geallieerden en de stroeve Polen koudweg vallen.      

Op 17/8/'39 eiste Molotov van Duitsland éérst een stevige handelsovereenkomst, vast gevolgd door een non-agressieverdrag, vooraleer er over "territoriale verschuivingen" in hun invloedsferen gesproken kon worden.           

Op 20/8 werd het handelsverdrag ondertekend, en Hitler gaf onmiddellijk opdracht aan de "Hochseeflotte" haar aanvalsposities rond Engeland te betrekken. Zo vaarde o.a. het Duitse slagschip " Graf Spee" uit naar de zuidelijke Atlantische Oceaan...       

Op 23/8 werd dan het beruchte Duits-Russisch non-agressiepakt getekend,  z.g. om de economische ruilhandel te bevorderen, maar in werkelijkheid bevatte het de laatste afspraken voor de verdeling van Polen...Daarmee werd de totale mislukking bezegeld van de Westerse concessiepolitiek t.o.v. het Duitse imperialisme. Met hun gebrek aan visie en de argwaan van het Westerse grootkapitaal t.o.v. de Sovjets,  hadden zij hun eigen graf gedolven, waarop de hoogmoedige Polen met hun koppige aversie tegen Rusland de zware deksteen schoven.            

In aanvulling van het akkoord van 6/4 werd in Londen op 25/8 een tweede Engels-Pools verdrag getekend van wederzijdse bijstand, voor het geval "een Europese mogendheid" één van beide landen zou aanvallen. Op aanraden van zijn minister van buitenlandse zaken liet Chamberlain in een geheim protocol daaraan toevoegen dat met deze "mogendheid" Duitsland werd bedoeld. Dit redde de Engelse regering van de desastreuze noodzaak Rusland de oorlog te moeten verklaren toen het Rode leger op 17/9 Oost-Polen binnenviel...                    

In navolging van de buurlanden werd op 27/8 het Belgisch leger gemobiliseerd. Gedwongen door de neutraliteitspolitiek moest het ook troepen plaatsen tegen de Franse grens en de Noordzeekust om een eventuele geallieerde inval af te weren ! Zo versterkte het o.a. de zeedijk met zandzakstellingen voor M.G...De door deze waanzin totaal gedemotiveerde soldaten, die in de dijkvilla's waren ingekwartierd, dronken echter veel liever daar de wijnkelders leeg dan de wacht op te trekken. Na de eerste onlusten wegens zatlapperij stond de burgerbevolking zeer vijandig tegenover deze tuchteloze bendes.       

De laatste dagen van augustus '39 bazuinden de Duitse kranten steeds meer protesten uit tegen de vermeende mishandelingen die hun volksgenoten in de Vrije Stad Danzig moesten ondergaan vanwege die vuile Polakken, en de Führer dreigde  dat hij deze brutaliteiten niet ongestraft zou laten.   

Op 31/8 stond zijn leger goed in de startblokken. Om 20.00 uur ensceneerde de SS een Poolse aanval op de radiozender Gleiwitz (in Slovakije, tegen de Poolse grens). De "overvallers" zonden er een korte scheldtirade op de Duitsers uit en de SS liet op het "slagveld" als bewijs van deze "vijandelijke raid" een paar gedode concentratiekampgevangenen in Pools uniform achter. Deze lijken werden nog dezelfde nacht aan de internationale pers getoond en als rechtvaardiging aangevoerd voor de Duitse inval, vier uur later. Niemand geloofde dat excuus, maar dààr veegde Hitler majestueus zijn botten (laarzen) aan ! Zohaast het verslag met de lijken in de kranten kwam werd dat automatisch een vaststaand ,waarachtig historisch feit, toch ? Nou dan ,wie durfde er dan nog in 't openbaar loochenen dat infeite die vuile Polakken met de oorlog waren begonnen ?!...Wie ??

Nota :We zijn vandaag 22 februari 2025 :doen bovenstaand gekonkelfoes van de machtblokken in 1939 je ook denken aan de hedendaagse leugencampanje en laf touwtrekken rond Oekraïne ?

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 99

A65:  VLUCHTEN KAN NIET MEER…

         Le Barcarès, 20 mei 1939.

Steiner viel toevallig op 'zijn Consuela' toen hij in het bureeltje van de kampadministratie zijn achterstallig loon uitbetaald kreeg. De wijnboer had vorige maand, toen deze de groep 'internés' verving door plaatselijke werklozen, getracht een deel van hun centen achter te houden, zogenaamd om de kosten van de ploegenwissel te dekken. Maar dààr had de Franse kapitein rap een stokje voor gestoken en met goed gevolg Consuela's krant ingeschakeld. Blijkbaar had die hansworst haar zojuist in zijn burootje met het prompte resultaat gefeliciteerd, want door haar fiere hoge borst zag ze bij het buitenkomen nauwelijks hoe Steiner diep onder haar horizon 'hello' stond te knikken.

De verdere begroeting verliep niet zo hartelijk als vroeger, want ze leek het incident over de trouwplannen van Steiner en Co nog niet volledig verteerd te hebben: " Tiens-tiens ! De onverbiddelijke zoener!"

" Ha, madame Lignot ! Bonjour ! Lang geleden niet gezien ! En, wat nieuws? Gij die toch alles weet" vroeg Steiner voorzichtig:" Nog rampen in zicht? Een revolutie of een wereldbrand? Wanneer laat Hitler de hele boel ontploffen?"

Ze grijnsde wat stijf:" Nog een klein jaartje geduld, Rocco ! En niet zo staan dringen, vriend, je komt vroeg genoeg aan de beurt…"

" Een klein jaartje?" Zijn ogen lichtten hoopvol op:" Was het maar waar, dan konden we misschien nog op tijd een oplossing vinden…"

" Zoals? Een rijpere plaatselijke schoonheid opvrijen? Nog altijd niets passabels gevonden? Maar man toch!"

" Je weet dat ze niet noodzakelijk schoon hoeft te zijn !" weerde hij af:" Een goede 'pas' volstaat al !"

" Maar beste vriend, ben je nu écht al zo diep gezakt ? Tot een schijnhuwelijk ? Was het dàt wat je laatst bedoelde met 'de eerste de beste rok'? Had dat dan duidelijk gezegd, dan had ik voor jullie niet dagenlang al de zoekertjes van die wanhopige weduwen moeten naslaan ! Iedere morgen stonden er zo wel twintig in mijn krant ! Maar zoals ik al zei:ik vrees dat jullie troeven te zwak zijn voor die dames ! Géén fortuin of vast beroep, géén mooie bek of fysieke charmes, géén zonnig karakter of meeslepende discours ! Mijn lieve God, Rocco, help me tenminste één troef te ontdekken ! Jullie moeten toch iéts hebben ?! Want zó wanhopig zijn die oude weduwen nu ook weer niet !…"

Steiner kreeg genoeg van haar sarcasmen:

" Bon, dat volstaat nu wel: nog bedankt voor de hulp, hé madame !"

Ze liet zich echter niet onderbreken en negeerde zijn stijve groet:"… Maar als je inderdaad énkel een trouwbriefje wil kópen, dan vind ik wel een paar kandidates die voor een zacht prijsje even met jullie meewandelen naar 'Monsieur le Maire'. Da's geen probleem !"

Hij stokte en kreeg het met moeite over de lippen: " Wat is dat, 'een zacht prijsje'? Duizend francs ?"

Ze snoof spottend :" VIJFduizend, man ! Plus mijn kosten !" En toen hij zich kwaad afwendde gaf ze hem de ezelsstamp:" Maar groepen krijgen wat vermindering ! Verwittig je vrienden maar, Romeo !"

 

Marco vloog uit zijn sloffen:" Hoevéél vraagt ze? VIJF-DUIZEND-FRANCS ! Die is zót zeker ?!"

" Plus haar kosten, hé: niet vergeten ! Hoeveel dat is, weet ik niet…" Steiner wou het zakelijk houden.

" Je hebt haar voordien beledigd zeker? Over syf en drank geluld of haar benen scheef bekeken? Of haar moeder hoer genoemd en haar vader impotent? Ik zie geen àndere reden om ons plots op dié manier te willen oplichten. Je hebt vast een afgrijselijke bok geschoten, dat ze plots met zo'n wraakzucht over ons heen valt !"

" Marco, zaag niet ! Ik heb geen flauw idee !"

" Ik wél !" zei Moos.

Toen de drie vrienden hem verstoord aanstaarden, haalde hij de schouders op:" Da's toch simpel ! Ze had, laat ons zeggen, een 'zwakte' voor onze vriend Rocco hier: eine Schwärmerei. Dat was toch zonneklaar: ze wou in zijn ogen goed overkomen, gewaardeerd worden als een meisje met pit ! Ze stond zelfs klaar voor een flirt…...Marco vertelde haar overlaatst zelfs al gekkend dat jij ook een boontje voor hààr hebt.… En wat gooi jij, ezelsvarken, dan plomp in haar vol-verwachting-lachend gezichtje ?" Moos stak theatraal de hand op en zei hautain:" Jou moét ik niet, maar zoek eens een àndere vrouw voor mij en voor mijn vrienden, waarmee we rap-rap kunnen trouwen !" Als dàt geen belediging is ! Je zou als vrouw voor minder je trappers verliezen ! Ik kan de wraakzucht van dat mens héél goed begrijpen !"

" Maar ik heb nooit van m'n leven met iemand over een boontje gesproken !"

Moos moest even naar adem happen:" Moét dat werkelijk voluit met zoveel woorden gezegd worden ? 'Ik heb een boontje voor u'? Of kan je dat zeggen met de ogen, de lach, de zwans? Moet ík je écht uitleggen wat flirten is? Ik, die nog nooit van mijn leven een vrouw met mijn gat heb bekeken ?"

Plots viel er een ijzige kilte. Toen Marco en Steiner hem verrast bléven aanstaren sprong Günter zijn vriend ter hulp:" Niet overdrijven hé, Moos ! Strak zouden die kerels nog je vaderschap in twijfel gaan trekken !"

" Ze doén maar…" zei Moos vlak.

 

Die uitschuiver van Moos kwam later nooit meer ter sprake, maar de kostprijs van een schijnhuwelijk des te meer. Verdomme, vijfduizend frank de man, twintig in totaal, waar moesten ze dàt bedrag in godsnaam halen ! En dan op zo'n korte tijd ! Stelen ?

" Geen enkele winkelier heeft dat bedrag in zijn schuif liggen." stelde Steiner vast:" Toch alleszins hier in de stad niét !"

" Onwaarschijnlijk, ja…" zuchtte Moos:" Daarbij, als we het hiér doen, hebben de gendarmes ons direct te stekken ! En na een paar jaar bak zetten ze ons over de grens ! Daar dank ik voor…"

" Ergens een eind weg een slag slaan, zoals de bende van Bonot: een bank overvallen !… Enkel dààr kan je in één klop zo'n som halen: pakken en wégwezen !" Günter trok alvast zijn bezwete halsdoek voor zijn gezicht, zoals in de gangsterfilms:" Hands-up !".

Iedereen schoot in een lach, maar Marco zette meteen een domper op de feestvreugde:

" Die mannen konden zich overal vrij bewegen om de zaak te verkennen en hadden eeuwen de tijd bij de voorbereiding - wij niet.… Zoals zij zouden wij moeten beschikken over een snelle auto, een 'Citroën traction avant' ! En revolvers, én burgerkleren ! Waar moeten wij verdomme al dat gerief op zo'n korte tijd gaan halen ?! Een klein jaar, volgens Consuela: dat lukt nooit !"

" Wel, heu…" zei Moos:" bij de kapitein, bijvoorbeeld… Met alles wat je daar opnoemt heb ik die mooie jongen toch al zien pronken…: zijn 'traction-avant, z'n pistool...En als we die overval ver genoeg uit de buurt doen, dan ben ik je mannetje, Chéri !"

Moosje begon het er wat dik op te leggen, dat zwaaien met de losse pols. Günter lachte wat gegeneerd.

De anderen niet.

 

Ondanks het zachte lenteweer, die het werk in de verblindend witte 'Salin' (zoutvlakte) nog draaglijk maakte, leek het wel alsof zwarte donderwolken zich iedere dag méér en méér boven hun hoofden opstapelden. Hun plan, dat in den beginne zo simpel had geleken, verzandde door de tijdsdruk al vlug in een eindeloze sliert onoplosbare details die hen werkelijk tot wanhoop dreven.

Want gesteld dat ze de auto, de wapens en de burgerkleren zonder grote problemen zouden kunnen stelen van hun Franse kapitein, dan zouden ze daarmee ergens ver weg moeten onderduiken in afwachting van de bankroof. Op de eerste plaats hadden ze geen flauw idee wààr ze zo'n schuilhol konden vinden, maar door hun vlucht uit het kamp wist de kapitein meteen wié er met zijn spullen vandoor was gegaan. Met als gevolg dat alle smerissen van Frankrijk en Navarra achter hun gat zouden zitten… ! En stél daarenboven dat de hold-up vlekkeloos zou verlopen én ze met dat geld een paar Françaises konden strikken voor een zogenaamde 'mariage blanc', dan moesten ze op het stadhuis toch zéggen wie ze waren, niet ?! Terwijl hun opsporingsbericht daar in het kastje hing ! Neen, daar bovenop nog hopen dat de plaatselijke gardevil analfabeet zou zijn, en de burgemeester zwaar aan de drank, was werkelijk een beetje van het goede teveel !

" Met dat geld zouden we wél valse Franse passen kunnen kopen" stelde Moos voor:" dan zijn we van heel die zever met die vrouwen àf ! In de sloppen van een havenstad als Marseille of Toulon mag dat toch geen probleem zijn, zeker !" De geplande trouwpartij met gekochte vrouwen had hem nooit erg begeesterd !… Hij spuide dan ook frisse wisseloplossingen met de vleet, tot zijn maats er tureluurs van werden

Zo wroetten en piekerden ze van het ene 'werkplan' in het àndere en zakten ze alsmaar dieper en dieper in het drijfzand van hun fantasmen.

Marco zag ondertussen in de krant "Courrier du Sud" mét de dag de internationale spanning rond Danzig stijgen. Door de incidenten tussen de arrogante Duitsers en de koppige Polen tikte de tijdbom van een naderende wereldbrand onstuitbaar voort, steeds vlugger naarmate West en Oost zich met het conflict bemoeiden. Hij had het al kunnen volgen van toen hij nog in het hospitaal lag: de wereldoorlog tussen links en rechts, waar ze in Spanje destijds zó op gehoopt hadden, stond op losbarsten ! Maar wél een jaar te laat om de Spaanse republiek nog te redden… !

Hij had - door de zwakte van zijn gebroken been wat te overdrijven - een licht werkje gekregen op het schamele bureeltje van de 'Salins de Salses'. Met het zorgvuldig klasseren van de leveringbons en het bijhouden van het register kon hij nauwelijks zijn dagen vullen. Als toemaatje was hij zich vanaf het begin diskreet gaan interesseren aan de 'geldstromen' in het bedrijf. Die kennis mocht ooit wel eens van pas komen…...

Maar tussen de middag kon hij in de 'Courrier du Sud' het wereldnieuws uitvlooien. En tot zijn genoegen vaststellen dat de Sovjetunie zware kritiek had op het gefleem van Parijs om de plooien met 'Monsieur Hitler' glad te strijken. De krant verweet in één adem ook de Franse communisten dat ze klakkeloos de beschuldigingen van hun broodheren in het Kremlin overnamen. Daarmee saboteerden zij de vredespolitiek van hun eigen regering, vond de schrijver, en werd het hoogtijd dat de staatsveiligheid hun illegaal gekonkel onder de loep nam.

" Verdomme, die stomme stalinisten schijnen werkelijk een botsing met de regering te willen uitlokken ! Zeker om nadien met een paar dode martelaren van het repressie-apparaat te kunnen geuren ! Wij, bij voorbeeld !"

Dat de regering niets liever wilde dan - in het zog van de akkoorden van München - een zoenoffer te brengen om Hitlers dreigementen rond Danzig wat te kalmeren, bleek ook dagelijks zonneklaar uit heel de bevriende pers. Een week geleden stond er in de 'Courrier du Sud' nog een groot artikel over de gestage leegloop van de Spaans-republikeinse kampen in Zuid-Frankrijk. De regering was er tot nu toe in geslaagd van de 450.000 'Spaanse' geïnterneerden de grootste helft te overtuigen terug te keren naar hun vaderland. En zij nam zich voor eerstdaags de druk nog op te drijven, schreef hun correspondent N.L…. Achter deze initialen vermoedde Marco onmiddellijk de giftige pen van Consuela, alias Nicole Lignot. Zij scheen zó verdomd goed geïnformeerd dat hij zich voornam haar bij de eerste gelegenheid te vragen wat Parijs precies onder 'verhoogde druk' zoal verstond...…Maar hij begreep wél dat de kampbewoners de dupe dreigden te worden van die georkestreerde machtsstrijd tegen de communisten.

Ook het pompeuze verslag-mét-foto van het afscheidsdéfilé in Madrid van het 'Condorlegioen' en - vier dagen later - zijn inscheping in Vigo, rook verdacht naar betaalde  propaganda. Nergens was er nog sprake van 'fascisten' of 'Boches', zoals vroeger, maar wél van 'Duitse soldaten die fier en tuchtvol' enz, enz... Marco werd misselijk van deze plotse platvloerse ommekeer.

's Middags, als de twintig werkers uit de 'Salin' hun stokbrood met een slok 'pinard' kwamen doorspoelen onder de moerbeiboom naast het bureeltje, kon Marco hun vurige discussies over de groeiende oorlogsdreiging met de laatste nieuwtjes voeden.

Voorwaar een ruig zootje, die toogstrategen ! Zestien van hen waren kort aangebonden Duitse ex-brigadisten uit het kamp, de overige vier bleken bajesklanten in een statuut van voorlopige vrijheid: twee oude Senegalezen en …twee vrouwen ! Eén van hen, Selma, kwam uit het oosten des lands en sprak goed Duits, wat haar betrekkingen met de 'Thälmannen' bijzonder vlotjes liet verlopen. En haar - zacht gezegd - geen windeieren legde in de hoge riethaag tussen de zoutpannen, waar ze haar vaste 'ligplaats' had.… Dat ze zes jaar had 'gezeten' wegens het doodslaan van haar wederhelft kon de feestvreugde in het liefdes-nestje niet bederven, gezien haar talrijke verzachtende omstandigheden en, onder meer, haar lekkere dikke borsten.

Vooral Günter scheen bij haar in de smaak te vallen in zoverre dat hij zich na een week begon af te vragen waarom hij in feite nog een bank zou moeten kraken. Want terwijl hij Selma's billen kneep, lag ook de begeerde Franse nationaliteit misschien wel voor het grijpen...…

Vraag was natuurlijk of zijn hartsvriend Moos dat zonder meer zou willen slikken...?

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 100

A66: DIE VERVLOEKTE ZEE.

      Westende, 3 juni 1939.

In Arthurs garage-studeerkamer hing een macabere stilte. Geen grammofoonmuziek, ditmaal. De heer des huizes lag voor dood in de hoek en Joseph zat onbeweeglijk over de kranten gebogen aan het bureeltje. Zowel de 'Soir' als 'Het Laatste Nieuws' beschreven in dramatische commentaren het wereldschokkende vergaan van de Britse duikboot 'Thetis'. Het splinternieuwe schip zonk eergisteren bij haar eerste proefduik in de baai van Liverpool met een honderd man aan boord, waarvan 29 technici van de scheepswerf en 7 ambtenaren van de Admiraliteit. …Een foto toonde hoe bij laagtij de achtersteven onder een hoek van 45° boven het water uitstak.

Joseph las luidop voor: " Vier opvarenden konden zich redden met de 'Davislong' en worden ondervraagd. Voor de rest van de bemanning bestaat goede hoop, want die heeft immers nog voldoende lucht voor 12 uur… En ondanks de sterke stroming rond het wrak zullen duikers een gat branden in de boeg en langs daar zuurstof inspuiten… Zeg Eibie, hello ! Het schijnt je niet erg te interesseren !" (Sinds de assimilcursus spraken ze elkaar als samenzweerders aan met hun initialen in het Engels: Arthur Birnbaum of A.B. werd 'Eibie', terwijl Joseph Petré zich 'Jiepie' liet noemen !)

Zijn vriend schurkte zich wat rechtop in de enige zetel van hun 'Kot': "Toch wél: honderd matrozen die langzaam gaan stikken…: Zo traag de dood zien naderen: dat vind ik een verschrikkelijk drama, écht ! Maar ik dacht aan Onkel Theodor en zijn duizend medepassagiers op de 'Saint Louis'...Als het waar is dat ze in La Habana-Cuba niet mogen landen, zoals dat berichtje op de volgende bladzijde onderaan beweert, dan zal die boot terug naar Duitsland moeten en vliegt iedereen daar in het kamp ! Om er óók langzaam te verrotten, weet je. …Want overlaatst las ik dat het sterftecijfer in zo'n kamp driemaal hóger ligt dan in de gevangenis !"

" Ondanks al de frisse lucht? Dat bewijst nóg eens dat kamperen in de duinen niet zo gezond is als jij altijd beweert !"

 Joseph dook vlug weg onder een leerboek Engels dat door de garage vloog: " Doe niet zo dramatisch, Eibie ! Als dat jodenschip al tot ginds is geraakt, zal het wel ergens een haventje vinden om haar passagiers kwijt te spelen hé ! Ze moet toch daar omtrent in Amerika nieuw volk opladen die voor de terugreis naar Europa geboekt en betaald hebben, of wat dacht je ! Dat ze die duizend vluchtelingen gratis terug naar hiér gaan brengen ? Geen enkele scheepvaartcompagnie kan zich zo'n verlies permitteren"

Arthur loosde een diepe zucht: " Ze zijn nu op weg naar San Domingo, naar het schijnt...Met een beetje geluk mogen ze misschien dààr ontschepen. Alles is in feite de schuld van de 'Flandres' die vorige week in Vera Cruz keet schopte toen Mexico plots een borg eiste om haar honderd refugees binnen te laten. De kapitein is dan furieus vertrokken en heeft 'snachts zijn passagiers sluiks in Cuba aan land gezet ! Zoiets moeten die van de 'Saint Louis' nu natuurlijk bekopen !"

" Ja man, ze zijn daar nog niet aan de nieuw patatjes, maar dat loopt wel los…..."

 

Uit het nieuws van het 'Zondagblad' van 4 juni werden ze ook niet veel wijzer. Er stond enkel in dat San Domingo plots óók 500 Peso's de man eiste als landingsrecht voor elke passagier van de 'FLANDRES'!… Dat moest vast een 'zetduiveltje' zijn, want volgens Arthur was dat schip al hoog en breed in Nieuw-York aangekomen.

" Ze bedoelen waarschijnlijk de 'Saint Louis' !" veronderstelde hij " Dié stevende daar naartoe ! En als mijn Onkel Theodor gebeurlijk zoveel geld niet heeft mogen meenemen uit Duitsland, zal er wel een Amerikaanse zakenrelatie voor hem borg staan!" Hij scheen er tóch weer wat zicht op te krijgen.

" Hier zie, wat ànders!" las Joseph over zijn schouder: " Alle hoop voor de 'Thetis' moet opgegeven worden volgens de Admiraliteit. De pogingen van de Navy om een tros onder de voorsteven te trekken en zó het wrak te lichten zijn onherroepelijk mislukt wegens de sterke stroming. Zuurstof pompen via een gat in de boeg is ook mislukt omdat schijnbaar alle tussenschotten hermetisch gesloten werden toen het schip plots begon te zinken. De klopsignalen op de stalen binnenwand die gisterenmorgen nog door de redders werden opgevangen, zijn tegen de middag allemaal uitgestorven. De  Admiraliteit gaat er van uit dat ondertussen alle opvarenden gestikt zijn door de giftdampen uit de gekantelde batterijen"

" Beurk !" ijsde Arthur: " Zo te moeten sterven !"

Joseph pochte stoer dat hij zich nog liever door de kop schoot: " Als ik natuurlijk in het pikkedonker mijn revolver zou vinden...…Maar hier zie, luister, da's interessant: "Verhaal van Laatste Ontsnapte. Vier opvarenden konden onmiddellijk na de ramp met de 'Davislong' door het sas ontkomen: Kapitein Oram en Luitenant Woods boden zich vrijwillig aan om met dit experimenteel reddingstoestel te trachten de buitenwereld te alarmeren. Na hen dook nog een matroos uit de golven op, samen met monteur Frank Shaw, die beiden eveneens veilig door de torpedojager 'Brazen' werden opgepikt. Toen er nadien geen schipbreukelingen meer opdoken heeft een duiker van het reddingsschip vastgesteld dat twee lijken het buitenste ontsnappingsluik op de duikboot in open stand blokkeerden, wat verdere evacuatie van de bemanning onmogelijk maakte. Ondanks hij door de schokkende belevenis zijn zinnen verloor kon monteur Shaw, de laatste ontsnapte, zijn persoonlijk verhaal doen aan onze eigen reporters ter plaatse. Lees dit morgen in deze krant."

" Dat is écht schandalig ! Zó de lezers voor de gek houden, énkel om morgen wat meer papier te verkopen !"

" Plus dat ik mij afvraag wat voor verwarde nonsens die Shaw uit zijn botten zal slaan, als de gazet ons nu al verwittigt dat die kwibus door de beleefde emotie "zo zot is als maatje!"

 

De volgende morgen op de tram konden ze Nadine, die  nog niets van het vreselijke drama met de 'Thetis' had gehoord, met hun kruisvuur van ijselijke visuele details compleet van haar melk krijgen. Eens voorbij Middelkerke kreeg ook Françoise de volle laag met hun vertelsel vol stikkende matrozen, maar Arthur mocht met een zekere trots vaststellen dat zíjn lief niét zo makkelijk te vloeren was…...Ja, zelfs flink weerwerk leverde in deze wedstrijd om-ter-vettigste-rochelen !

" Komaan ,vetzakken !" besloot Françoise walgend ,"'t Is al wel, zeker ?! Ik wéét goed genoeg hoe de giftige dampen de longen verbranden, hoor ! Mijn nonkel is bij ons thuis van de Yperiet gestikt toen ik als kind op zijn schoot zat. Opeens kotste hij mij in gulpen helemaal onder 't bloed ! Héél m'n aangezicht,  m'n haar en m'n zondags kleed vol roos schuimend slijm ! Zo, zie: beu-eu-eurk ! Zo vijf-zes keren beu-eurk !" Haar krampachtig kokhalzen deed de jongens verschrikt wegspringen.

" Wilt ge soms óók weten naar wàt dat stonk ?"

Nee, liever niet dus ! Dié smerige match tussen de geslachten werd vroegtijdig afgefloten op een 1-1 gelijkstand.

 

Terug van de school haalden de jongens vlug in de 'avenue des portiques' bij Gilson de avondeditie van 'Het Laatste Nieuws' op. Midden op straat gaf Arthur onmiddellijk het sportkatern aan Joseph:" Hier, de ronde van Frankrijk,  méér interesseert je tóch niet !"

" Hey-hey ! En de 'Thetis' ? Wat is dààrmee ?"

Maar Arthur had gevonden wat hij zocht: " Verdammte Scheisse!… Onderhandelaar van het Jewish Committee uit Cuba vertrokken …! Ook Amerika weigert de refugees op te nemen !… Hoe is dat in godsnaam toch mógelijk !?"

" Komaan Eibie ! Dat is nieuws van drie dagen geleden: moest het inderdaad zo slecht afgelopen zijn dan had de radio vanmorgen toch iets gemeld !" Hij wist dat Arthur de laatste tijd vóór dag en dauw het nieuws van zes uur op zijn kristalpost beluisterde: zo'n drama zouden ze toch wel omroepen, zeker ! Maar Arthur scheen het niet te horen en bleef op weg naar huis het korte artikeltje vanuit alle hoeken ontleden en verklaring van een paar duistere termen vragen: " Scheisse !"

Pas nadat ze in hun 'kamer' de kom warme cacao óp hadden, kreeg Joseph de kans de rest van de krant in te kijken. De 'News Chronicle' eiste een streng onderzoek naar de oorzaak van het débacle met de 'Thetis': onkunde van de jonge bemanning, constructiefout van de werf of botsing met een oud wrak? Alles passeerde het revue ! Een splinternieuwe duikboot die zich als een 'vogelpik' in de zeebodem spietst, dat was nog nooit gezien ! En een kapitein die als eerste het zinkend schip verlaat nog minder ! Dat de Admiraliteit zo eindeloos treuzelde om de reddingswerken te starten en de Navy nog steeds niet in staat bleek om de 'Thetis' op het droge te trekken noemde de krant 'een schande voor Albion' ! Morgen zou kapitein Oram verslag uitbrengen voor de 'Board'…...

" Allemaal vijgen na Pasen, natuurlijk "

Op bladzijde drie stond een foto van een troepen-défilé 'De Duitse Admiraal Räder schouwt de marinesoldaten van het Condorlegioen na hun definitieve terugkeer uit Spanje. Een hergroepering in het vooruitzicht van een nieuwe inzet?' Joseph voelde zich ongemakkelijk, en dat beterde zeker niet toen zijn oog wat lager op een artikeltje viel met als titel: 'Vlaamse Kadettenschool te St-Truiden… Saffraenberg doopt promotie '39.'

Hij las liever niet voort. Arthur evenmin.

 

De volgende dagen konden ze inderdaad beter hun kop in 't zand steken en de spraakverwarring over zich heen laten spoelen. Niemand raakte nog wijs uit de elkaar tegensprekende berichten en de bedrieglijke naamverwisseling tussen de 'S.S. Saint Louis' en de 'S.S. Flandres'. De kranten meldden nu eens dat één of beide boten terug naar Europa stoomde, dan weer dat de vluchtelingen hun ontscheping hadden afgedwongen na een dreiging met collectieve zelfmoord ! Ze zouden nu deels in La Havana, deels op het Cubaanse 'Eiland der Pijnbomen' geland zijn. Of was het in San Domingo ? Over de geëiste borg van 500 peso's de man bestond ook al geen zekerheid.

Die gazetten schreven zomaar wat en raakten met hun nieuws blijkbaar hopeloos achter op de realiteit. Het engelstalige scheepstelegram dat ze bij Arthur de 15e 's avonds ontvingen sloeg dan ook in als een bliksemschicht bij klare hemel: " Birnbaum fam.(3) lands in Antwerp-harbour June 17 (stop) S.S.Saint Louis / Hamburg-America-Line (stop)"

 

Diezelfde avond kreeg ook Joseph de schok van zijn leven. Hij zat thuis buiten op de grond, leunend tegen de muur van het waskot een pijpje te roken en te genieten van de fel karmijnen zonsondergang. Alles in huis stond open om de broeiende hitte van de dag te laten uitwaaien. In de keuken zat Pylieser, de schipper van de 'Astrid', met Marie de details te bespreken van Leons aanmonstering. Joseph luisterde maar half.

Maar op den duur viel het hem op hoe het gesprek daar binnen in twee toonaarden verliep: hij maar zalven en vergoeilijken, zij koud, op het bitsige af, soms…...Vreemd, want moeder was toch de vragende partij?…

Juist toen hij besloot zijn oren te spitsen liep de discussie dood. Hij loerde om de hoek van het waskot en zag Gerard Pylieser zich aan de achterdeur omdraaien en naar binnen iets zeggen in de aard van: " En hoe gaat het met onze oudste ?" Joseph zag nu ook zijn moeder op de koer komen en met haar handen in de zij sneren: " Onze oudste? Daar zullen we maar beter over zwijgen zeker ? Zijt ge niet wat laat, Gerard, om u te interesseren? Allee, voort ! Trekt u liever de Leon wat aan ! Meer vraag ik niet !"

Joseph dook terug weg in zijn hoek. De oudste, dat was híj ! … Waarom wou zijn moeder liever over hem zwijgen? Omdat het al laat was en ze Pylieser wég wilde? Ze had toch kunnen zeggen dat hij het goed deed op school in Oostende? Zoiets kóst toch niks ! Dat drama met de Cadettenschool was tenslotte al een jaar geleden en ondertussen had hij zich toch flink herpakt, of niet soms ?!

Hij begreep niet waarom moeder zo hatelijk deed: ze leek wel met iedereen overhoop te liggen…! Terwijl hij de laatste tijd juist meende dat haar wrok voor het mislukken van zijn militaire carrière ver was weggeëbd…...Niet dus. En waarom zíj zo bitsig tegen Gerard bezig bleef, in plaats van wat dankbaar te zijn dat hij Leon op de 'Astrid' liet werken? En die kruiperige houding van de Pylieser was hem helemaal een raadsel: het leek wel of die man absoluut bij haar een wit voetje wilde halen…...Zou de Gerard mogelijk een oogje hebben op Marie? En had hij misschien zojuist in de keuken een 'avance' gemaakt en een blauwtje opgelopen? Maar het idee alleen al dat die oude mensen daar nog zouden staan flikflooien deed hem in een monkellach schieten !…

Neen, Pylieser zal wel nog zat geweest zijn van de vorige zondag, zeker, als naar gewoonte. Dan schoven zijn handen nogal gemakkelijk uit bij het vrouwvolk.… En moeder kon daar absoluut niet mee om, wist hij.

Hij stond stijf op en slenterde de keuken in.

" De Gerard was weer zat zeker ?" begon hij achteloos. Maar schrok zich rot toen zijn moeder zich met een ruk schichtig afwendde en over haar schouder snauwde:

" Allee buiten, gij ! Uit mijn ogen !"

Haar gezicht was nat van de tranen !...

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 101

A67:   MARTINI EN ANSJOVIS.

       Le Barcarès, 20 juni 1939.

Vreemd genoeg was het Moos die als eerste weer normaal contact maakte met Consuela. Ze had haar krantenbaas een héle tijd geleden kunnen overhalen een actie te starten om de barakken in het kampement wat leefbaarder te laten maken voor de mannen van de verslagen Internationale Brigades. Het succes was nu niet onmiddellijk overweldigend te noemen, maar tóch : met de hulp van een paar sponsors hadden de 'kamerwachten' zich in de loop van de laatste maand voldoende planken kunnen aanschaffen om wat primitief meubilair ineen te timmeren. Vooral de dubbeldek britsen vonden de mannen een grote vooruitgang :nu lagen ze tenminste niet meer als koeien naast elkaar in het stro... En op de nieuwe lange schabben langs de wand konden ze nu éindelijk hun sjofele bezittingen kwijt.

Maar gezien er meer en meer sprake was dat het kamp  opgevouwen zou worden moest Consuela zich haasten om nog de vruchten van haar inzet te plukken door de rustieke creaties van de meubelmakers in een lovende reportage te vereeuwigen. Ze kwam dus voor haar lezers vlug poolshoogte nemen hoe comfortabel de geïnterneerden daar wel huisden en hoe dankbaar ze de sponsors allen waren. Hier en daar wat gespekt met een paar gestroomlijnde blokjes interview zou dat er bij haar publiek weer ingaan als vanille met krenten, garantie !

Bij het bevragen van de Italianen had ze zélf haar plan getrokken en zich met handen en voeten verstaanbaar gemaakt, maar bij de Duitsers was dat àndere koek... Gelukkig viel ze in de A-barak van de 'Thälmannen' éérst op Moos. Die had door zijn maandenlange omgang met Marco en Steiner al een mondje Frans opgestoken ,merkte ze. En dus was die vent misschien als vertaler nuttig te gebruiken. Daarom vergat ze maar zolang haar wrevel over die schijnhuwelijken en haar gekwetste eigenliefde: het werk ging vóór !

Hij mocht dus als haar eerste uitverkorene de loftrompet steken, maar raakte in zijn voorgekauwde partituur verstrikt. Te stuntelig, vond ze, maar dààraan kon ze later op de redactie wel een mouw passen. Als 'Dolmetscher' ofte vertaler bleek hij al stukken méér waard. Van haar volgende slachtoffers trok ze kwistig foto's...met het toestel zónder film, natuurlijk :de krant publiceerde dit soort stomme kiekjes tóch nooit. Maar ze wist uit ondervinding dat de drang om met hun tronie in het wereldnieuws te verschijnen de beste stimulans was om die onnozelaars aan de praat te krijgen... En pràten deden ze ! Mensen toch !

Toen haar werk erop zat nam ze Moos even mee naar de kantine en trakteerde met 'un petit blanc', ver het goedkoopste brouwsel van de keet.

" En " wou hij weten :" is er nog nieuws over die boot naar Amerika ? Je hoort daar niets meer van..."

" Ik denk dat ze het opzettelijk wat stil houden, want enkel de goudfazanten mogen mee. Een dikke duizend, naar ik meen : vertrek begin augustus. Vanuit Bordeaux of Bayonne, dat staat nog niet vast. Maar omdat hij vanuit een Atlantische haven vertrekt beweert men dat hij méér bedoeld is voor de oudere kampen in het Baskenland... Làter zou er zogenaamd nóg een boot vertrekken, maar dan vanuit Sète voor de jongste kampen langs de Middellandse Zee. Persoonlijk denk ik dat dit een zoethoudertje is om rellen bij de achterblijvers te vermijden. Want al vertrokken er nog tién boten: er zal nooit plaats genoeg zijn voor iedereen, dàt staat wél vast ! Klein grut als jullie kan daar dus beter niet op rekenen, als je het mij vraagt !"

" Moet de rest dan hier verrotten, soms ?! Of gaan ze ons uitleveren aan de rottige fascisten ?" Moos kreeg het van louter ellende langzaamaan flink op zijn heupen.

" Hiér verrotten kunt ge gerust vergeten, want de regering wil deze marxistische broeinesten zo vlug mogelijk sluiten om Meneer Hitler te paaien. Nu jullie nog zogenaamd de vrije keus hebben zou ik niet te lang wachten om zélf te beslissen, cher ami...En mijn gedacht blijft het 'Franse' vreemdelingenlegioen nog altijd de beste oplossing "voor de wanhopigen die goed tegen een stootje kunnen", zoals men zegt...Tenzij je nog steeds zou dromen van een knappe Française aan de haak te slaan? Of een minder knappe, als het maar voor eventjes is, natuurlijk !" Ze snoof eens spottend:" Want ik heb sterk de indruk dat je vrienden het in de 'Salins de Salses' nog altijd in dié richting zoeken, hé? Toen ik daar verleden week eens ging snuffelen merkte ik in elk geval dat Günter al goed op weg was met een Française ! Een oude hoer, als je 't mij vraagt..."

Moos versteende even, en gilde plots met overslaande stem : "Günter ?! Míjn Günter ?! Goed op weg met een hoer ?! Nooit van z'n leven ! Je liegt, mens !"

Verschrikt door deze remloze reactie legde zij sussend haar hand op de zijne. Maar Moos sprong als door een slang gebeten recht :" Je liegt ! En hou je poten thuis !" Halve draai linksom, en wég was hij !

Toen wíst ze het wel, zeker, van het koppel Günter-en-Moos ,of moést ze nog een tekening ?.. Wat een flater ook, om over die hoer te beginnen ! Beschaamd dacht zij meteen terug aan haar sarcasmen toen voor het eerst de trouwlustige weduwen ter sprake waren gekomen...Niet te verwonderen dat die twee er niet serieus aan durfden denken in zee te steken met een rijpe vrouw...Tja.

Hoe kwaad hij het met die hoerenhistorie ook kreeg, de eerste dagen liet Moos niets merken. De situatie was té nieuw om er zo ineens onbesuisd op te reageren en hij besloot wijselijk, nu de ergste schrik was weggeëbd, eerst wat voorzichtig uit te vissen hoe de vork in de steel zat, daar in de 'Salins'...Consuela kon godverdomme véél vertellen ! Dit was misschien weer één van haar gifpijlen om zich te wreken voor dat opgelopen affront van vorige maand. Tweedracht zaaien, dat was weer écht iets voor die wijven ! Maar hij en Günter hadden al voor hetere vuren gestaan en elkaar tóch nooit in de steek gelaten. Kalm aan, dus maar !

Na lang en pijnlijk piekeren vond hij dan de gepaste opening. Bij de eerste gelegenheid zou hij zeggen dat hij de rol van kamerwacht beu was en mee wou gaan werken met de vrienden in de zoutpannen. Enkel om eens te zien hoe Günter daarop zou reageren ! Misschien was heel deze affaire maar een scheet in een fles... Maar nu de twijfel begon te vreten viel er wééral een houvast uit zijn leven weg...

Diezelfde dag keerde ook voor Steiner het noodlot. De commissie van het Rode Kruis, die een hele tijd geleden het kamp had bezocht, liet hem nu per brief weten dat zijn verzoek om hulp verworpen werd. Zij hadden gehoord dat er bij de Belgische justitie een klacht tegen hem liep voor "slagen en verwondingen toegebracht aan PETRE Désiré met de dood als gevolg" en dat de commissie derhalve geen medewerking kon verlenen aan zijn repatriëring naar België...

Steiner schrok wel even, maar toen het verdict eenmaal was doorgedrongen grolde hij stoer :" Ze kunnen de pot op, daar in dat miezerige rotland ! Ik zal verdomme zélf mijn plan wel trekken ! Maar als ik ooit de kans krijg, wurg ik dat klagende wijf Petré zó traag dat ik van plezier in mijn broek schiet ! Marie, vuile teef, ge zult het begod geweten hebben !"

" Da's de goeie spirit, vriend !" lachte Marco: "Eén tegen allen ! Wég met dat rotwijf en lang leve de anarchie !"

Moos viel hem volmondig bij :" Ja verdomme zég :wég met de wijven en leve de anarchie !"

" Hey !" verbeterde Marco :" Dat is niet helemaal hetzelfde, hé Moos ! Ik heb het tegen één bepaald wijf: Marie Petré ! Onze woorden niet verdraaien hé !"

 

Door het warme weer werd het de volgende dagen op het bureautje van Marco steeds drukker, vooral door de vissers. De scholen sardines kwamen rond die tijd van het jaar dichter langs de kust paaien, soms tot binnen het bereik van de vele kleine bootjes. Als die dan plots een overvloedige vangst deden moest het teveel aan vis thuis rap-rap de pekel in, om later in de kroegen als ansjovishapje bij de 'petit blanc' aan de toeristen verkocht te worden. Marinades met olijfolie, paprika's, look, pepers en zuiderse kruiden, elke vissersvrouw had zowat haar eigen geheim recept om de visjes op te leggen. Maar voor het pekelzout moest iedereen bij Marco te biechte komen...De meesten vielen binnen met de fiets, en vertrokken met een zak van 50 kilo op de bagagedrager :kleine klanten, wat veel werk en geschrijf eiste zonder winst. Dan zag Marco véél liever de omliggende fabrieken komen met reusachtige vrachtwagens van vijf ton :dàt deed de kassa tenminste eens goed rinkelen !

" Ik word hier nog een vuile kapitalist, als ik niet oppas !" spotte hij met de gekregen cigarillo in zijn bek. Het exemplaar dat hij al heel de morgen achter zijn oor had zitten gaf hij aan Steiner, toen die zich nat bezweet in de schaduw van de moerbeiboom voor zijn "bureau" op de bank liet vallen.

" Komt onze vriend Günter niet eten ?" vroeg hij monkelend.

" Die werkt achter de bamboehaag aan zijn Franse pas !" De andere mannen aan tafel lachten vettig. Iedereen scheen er zich al mee verzoend te hebben dat Selma een sterke voorkeur voor Günter aan de dag legde, zolang dat mokkel daar op tijd en stond maar van afzag als zíjzelf de kriebels kregen. Op Tinne, de tweede dame in het gezelschap, moesten ze niet rekenen. Die draaide niet mee in dit circus wegens te oud, te vet en te nors. Ze speelde een beetje poetsvrouw voor de patron en kreeg van hem waarschijnlijk af en toe wel een extraatje. Voor de rest kokkerelde ze tegen de middag wat soep voor de mannen :steeds dezelfde dikke groentenbrij met rijst en paardebonen. Voor den brode hoefde ze dus niet zoals Selma in zonde te leven, en had dat vast ook nog nooit overwogen…, Bah !

Marco vertaalde voor de soepslurpers het laatste wereldnieuws uit de 'Humanité' :"Danzig :Zwaar incident op de express Berlijn-Köningberg. Duits protest tegen de eindeloze douanecontrole in de Poolse Corridor mondt uit in een schietpartij. Eén Duitse dode. Hitler dreigt met represailles..." Dat begint daar dus fameus te stinken ! En hier zie :" Moskou-Conferentie in het slop. Britten wijzen Sovjeteisen af" Daar gaan ze last mee krijgen !"

Aan tafel laaide de eeuwige discussie weer op of de Grote Stalin al dan niet het recht had bufferzones vóór zijn westgrens preventief te bezetten. Akkoord hé, de Baltische Staten, OostPolen en Bessarabië behoorden vroeger bij het Tsarenrijk... Maar sinds meer dan twintig jaar was dat gebied onafhankelijk geworden of van troon verwisseld en kon Moskou daar geen rechten meer doen gelden, zelfs niet om zich tegen een eventuele Duitse inval te beveiligen...De Britten meenden dat héél Polen een ideale bufferzone was voor Rusland en trachtten die twee landen aan te zetten samen een militair bijstandsverdrag af te sluiten.

" Die Chamberlain is toch een dikke idioot !" besloot Erwan, die in een vorig leven nog geschiedenis had gegeven aan de universiteit van Jena :"Dat wil de veiligheid van Polen garanderen en heeft geen poot om op te staan, de sukkel ! Nét als in Tsjechoslovakije :dat ging hij vorig jaar óók tegen Hitler verdedigen, weet je nog ? Lùcht verplaatsen, dàt kan hij, ja ! Of denkt hij soms ditmaal het Engels leger naar Danzig te sturen om een Duitse inval te keren ?! Stalin zou wel gek zijn om zijn eigen lot aan Polen te verbinden ! Om daar voor Engeland de hete kastanjes uit het vuur te halen, zeker ? Een gevaarlijke naïeveling is die Mister Chamberlain, ja :zéér gevaarlijk ! De wereldvrede inzetten op een gok dat Russen en Polen een militair bondgenootschap zullen sluiten ! Terwijl het kleinste kind weet dat die twee elkaars bloed wel kunnen drinken ! Waanzin ! Die vent moesten ze opsluiten !"

" Bon !" coupeerde Marco :" Madame Christine doet teken dat er een nieuwe klant voor de deur van mijnen bureau staat, zie ik...Und danke Kamerat Professor, voor uw exposé: dàt weten we weer !" Met die sneer trok hij aan de bel om het einde van de middagrust te luiden:" En je hoeft mij evenmin te zeggen dat ik een smerige slavendrijver ben, een bourgeois-uitzuiger van het proletariaat ! Maar ge kent de wet :" Arbeit macht frei! Nietwaar, moeder Tinne?" Zij had tien jaar vastgezeten als clandestiene 'engeltjesmaakster' en wist dus van wanten...…

Het dikke vrouwmens bij de deur haalde geringschattend de vermoeide schouders op en slofte terug naar binnen.

 

De klant had zijn fiets tegen de gevel gestald en dus wist Marco al welk vlees hij in de kuip had :" Een zak van vijftig kilo? Twintig francs, betalen bij de kassa." Hij krabbelde vlug een bonnetje :" Mij teruggeven als ge vertrekt!" Zuivere routine...

Maar die vent bleef hem aanstaren met het papiertje in zijn hand :" Kén ik je niet ?"

Marco keek schattend op : geblokt postuur, een rosgrijze baard van een paar weken, vettige werkkleren van een visser ? Zo kende hij er dertien in een dozijn...

Maar de kerel grijnsde zijn rotbruine tanden bloot: "Putain de merde ! Ex-brigadier hé ?! Van de 'Seize Févriér'? Het Ebro-offensief van een jaar geleden?" En terwijl Marco bedachtzaam knikte schakelde die vuile klant geestdriftig in een hogere versnelling :" Derde peloton, hé ? De Monte Picosa en heuvel 666 ? Ik kén je, kameraad ! Het beleg van Gandesa en tenslotte de vlucht uit het goederenstation ? Herinner je mij niet ? Ik werd getroffen op 't einde van de koers en je hebt mij nog helpen dragen naar de hulppost ! Jij bent Kameraad-Adjudant Marco !"

En terwijl hij verontschuldigend grijnsde voor deze eretitel poogde Marco nog even de boot af te houden: " Ik heb er veel helpen dragen ,weet je...Ben jij dan die verdomde Corsicaan,  misschien ?... Hoe heette je ook weer?...Martini?"

" Si, naturalmente ! Benito Martini ! Presente !"


 

<!--[if gte mso 9]> <w:lsdexception locke

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 102

A68

HET LAATSTE VOOROORLOGSE SEIZOEN.           

       Westende, 3 juli 1939.

Het leek wel alsof de ramp met de 'Thetis', nu een dikke maand geleden, de 'vreemden' (zoals de autochtone Westendenaren de franssprekende toeristen noemden) aanvankelijk compleet had afgeschrikt om met vakantie naar zee te komen. En ook het enge gerommel rond Danzig dreigde half juni de start van het seizoen nog te kelderen. Maar alles slijt zo vlug: de mensen doen niets liever dan voor het nakende gevaar hun kop in 't zand te steken en daarvan was aan de kust...inderdaad!

Gelukkig maar voor de lokale commercie geraakten de meeste villa's nu tóch bezet. Moeder De Handt was, door het zeer zwakke seizoenbegin, eerst niet van plan geweest om nog een commissionair in dienst te nemen: Nadine kon in haar ééntje wel het uitdragen van de bestellingen aan, meende zij. Maar ze kreeg direct een briesende dochter op haar dak. Die volle bakfiets was - bij wind-op-kop - véél te zwaar voor haar, beweerde mam'zel: " Da's ventenwerk!" Er onder verstaan: " Pakt daar de Joseph maar voor, lijk verleden jaar ! Hém en géén ànder !"En aangezien het seizoenwerk al stress genoeg meebracht en ze een staking van haar jongste spruit best kon missen, gaf ze maar toe. Nadine was sinds een paar maand stukken rijper geworden, vond ze, en moeder verschoot al lang niet meer als ze haar dochter rond die jongen zag hangen. Een flinke gast, overigens, die Joseph:  beleefd en gedienstig. En één die tenminste zijn talen kende: schoon Frans, en zélfs Duits! Enfin kortom, zijn geld waard...Voor de rest zou ze wel zien dat die barakkenvent z'n handen bij Nadine thuis hield...

Dus verdiende Joseph weer het zout op zijn brood en dat verminderde ook de spanningen thuis. Iedere avond gaf hij steeds zijn vaste twintig frank af. Marie wist wel dat hij stukken méér ophaalde maar liet dat blauw-blauw om de huiselijke sfeer niet wéér te verpesten. Het was de laatste tijd al welletjes geweest en zijn goede uitslag op de school in Oostende had daar niet erg veel aan veranderd.

De enige die hem daarover wat lof had toegezwaaid was nog zijn meester Engelborghs geweest, ook al had deze het de laatste weken erg druk gekregen met de marsen van het Verdinaso. Hij vertelde Joseph dat ze nu iedere zondag in één of àndere Vlaamse stad met gezamenlijke troependéfilés aan machtsvertoon deden en daarmee heel veel bijval van de bevolking oogstten. Antwerpen en Mechelen waren tot échte triomftochten uitgegroeid en de 27 juli, op de gouwdag in Brugge, zou de Leider zelfs een bloementuil aan de Koning overhandigen:" Een historisch moment voor de beweging, jongen, zoiets moét ge méébeleven!" Maar toen Joseph zei dat hij zich onmogelijk vrij kon maken en ook niet voor de Ijzerbedevaart in augustus beschikbaar zou zijn, zakte de pudding ineen: "Ha...bon ! Wel doe dan de groeten aan uw moeder hé, vent !"

'Moeder' had ondertussen, naast haar werk als kuisvrouw bij madame Jadot van "Ons Rustoord", nog een post kunnen bemachtigen in de "Stella Maris", het villaatje in de Bassevillestraat juist aan de overkant van haar eigen barak: makkelijker kón niet. Dat werd al ieder jaar voor de zomermaanden gehuurd door een Franse onderwijzer, monsieur Rappapor. Een vrijgezel, zo te zien, ook al had ze vroeger af en toe wél schoon vrouwvolk opgemerkt: de héél verre nichtjes van meneer Rappapor waarschijnlijk... Maar binnen stond nergens een foto van een dame. Wél één van meneer zélf, fier uitgedost als officier, compleet mét snor, rijzweepje en 'blaasbroek'! Een reservist van 't Frans leger dus, veronderstelde zij...Lijk onze meester Bloesaert: die had ze overlaatst ook zo fier zien paraderen...En bedenken dat die stomme kloot van een Joseph dat óók had kunnen worden ! Verdomme toch !

 

Op de tram kreeg die stomme kloot tijdens de laatste dagen van het schooljaar van Arthur haarfijn uitgelegd wat zijn oom op de 'St. Louis' allemaal had beleefd. Een triest verhaal over woordbreuk, bedrog en chantage waarin de passagiers de speelbal werden van evenveel corrupte schurken als pietluttige ambtenaren. Een verhaal ook van een moedige kapitein die zijn schip dagenlang in de Grote Antillen liet rondkruisen op zoek naar een veilig toevluchtsoord voor zijn vluchtelingen en overal in de Vrije Nieuwe Wereld de deur voor zijn neus kreeg. Een verhaal van de gedwongen terugreis naar Europa, de krankzinnige paniek aan boord en de dreigende collectieve zelfmoord...

" Dan is met de laatste ontscheping in Antwerpen nog alles goed afgelopen." vond Joseph.

" 't Is maar hoe je het beziet!" viel Arthur uit :"In Amerika had Onkel Theodor in gelijk welke wereldstad vrij handel kunnen drijven en rijk worden, maar hier zit hij verplicht werkloos gevangen in een boerengat te verpauperen ! Merçi hé! Van een 'Happy End' gesproken !"

" De 'Villa Sybaris', waar je nonkel nu woont, kan je moeilijk een gevang noemen, Eibie !"    

" Scheisse Mensch ! Hoe noem jij dan een verplichte verblijfplaats ? En het feit dat ze iedere morgen moeten gaan tekenen bij de garde ? En niet mogen werken ?

" Arthur, jullie zijn échte ondankbare honden, weet je dat ? Het is toch normaal dat wij willen weten wat jullie hier allemaal uitspoken ! En dat we al die mogelijke Duitse spionnen zo'n beetje bijéén houden ?"

 De gemeente had inderdaad zopas die grote 'Villa Sybaris' opgeëist als verplichte verblijfplaats voor de buitenlandse joodse vluchtelingen omdat er de laatste weken steeds méér het land binnen kwamen. Toen de 'Saint Louis' op 17 juni in de haven van Antwerpen aanmeerde werden er van de dikke 900 passagiers wéér 214 door België opgenomen en de rest verdeeld over de buurlanden. Het gezin Theodor Birnbaum was vanzelfsprekend door Arthurs vader naar Westende gebracht met de bedoeling dit 'eigen volk' bij zich in huis op te nemen. Maar van de gemeente moést-en-zou het in de 'Sybaris' wonen... Voorlopig zat het gezin daar wel moederziel alleen in die grote kast, waar er nog ruimte was voor drie àndere families. En met de oorlog voor de deur zouden dié waarschijnlijk niet lang op zich laten wachten...

Joseph had, tussen de eindexamens door, een handje toegestoken bij hun installatie maar voelde zich daar al vlug buitengezien: een té gesloten wereldje dat nu ook zijn vriend Arthur opslokte...Die trok zich van zijn studies niet veel meer aan, maar haalde de vorige week toch nog een behoorlijk eindresultaat, zónder de welgemeende hulp van Joseph... Bon, voor hém niet gelaten, hoor ! Hij had àndere zorgen aan zijn hoofd...

Bij Jetje had hij, kort na het incident met Gerard Pylieser en zijn moeder, een klein visje uitgeworpen om te zien of zíj er soms een uitleg aan kon geven.

" Vroeg hem dàt: hoe gaat het met onze oudste ?"

" Dat heb ik toch menen te verstaan ! …Het moet toch zoiets geweest zijn, want ons moeder antwoordde nogal bot dat het daarvoor te laat was en dat hij zich beter alleen met de Leon kon occuperen..."

Jetje had hem enkel sluiks aangekeken en was haast gegeneerd blijven zwijgen toen Joseph aandrong :"Ze moeten het toch over mij hebben gehad, hé ? En waarom was het te laat ? De zon was met moeite ónder: hij kon op de velo, zelfs mét zijn zatte botten, licht vóór donker weer thuis geraken ! En verstaat gij waarom ze nadien moest blèten en mij vroet van colère bijna buiten schopte ?"

Maar als énig antwoord had ze énkel een dooddoener uitgekraamd: " Och dat zullen wel grote-mensen-histories geweest zijn, hé !"

" Maar het ging over MIJ ,den Joseph ! Verdomme toch !"

" Och vent, heel dat spel is een misverstand ! Wat wilt ge ànders dat ik zeg ? Vergeet het, kom !"

Normaal zóù hij dit incident ook al lang vergeten zijn. Maar zo'n onnozele uitvlucht was hij van haar niet gewoon en juist daarom blééf deze krankzinnige historie in zijn gedachten malen... 

 

De week daarop moest Joseph met stijgende wrevel vaststellen dat zijn broer thuis met alle aandacht ging lopen. Elke avond vroeg Marie de kleine grondig uit over zijn eerste belevenissen aan boord van de "Astrid: of de schipper content van hem was en of hij nonkel René wel goed hielp. Erg moest ze daarbij nooit aandringen, want Leons gemoed borrelde over van geestdrift telkens hij een luisterend oor vond om het werk aan boord van "zijn" schip te beschrijven. Bij het uitzetten van het net kwam bijvoorbeeld heel wat techniek van pas en moest je verdomme goed uit je doppen kijken om niet in de vierende kabels, trossen, einden en schoten verstrikt te raken. Hij sloeg haar met zichtbare wellust nonchalant de ene zeemansterm na de andere om de oren. En dat hij daarbij een stuk vlotter vloekte dan vroeger nam ze er op de koop toe maar bij: haar kleine had blijkbaar al flink zijn weg gevonden. Oef ! Eén gecaseerd...                                                

" Vandaag heb ik de garnaal mogen koken, zeker tegen de twintig kilo, en de drie wijtings voor 't middageten ! En omdat we morgen vóór de noen toch aan de kaai geblokkeerd liggen in 't slijk van de lage tij, gaat nonkel René mij leren nettenbreien om rap reparaties te kunnen doen, voor het geval de korre bij het slepen aan een wrakstuk zou scheuren... En vanals ik dàt meester ben gaat hij mij héél de moteur uitleggen, zodat ik op mijn éénentwintigste het brevet van motorist kan halen en later dat van schipper. En vóór mijn dertigste wil ik m'n eigen boot hebben: de Astrid misschien, want tegen die tijd is de Pylieser 'binnen' en gaat hij mij het schip aan een vriendenprijsje verlappen ! Enfin, dat heeft hij toch beloofd..." 

" Vergeet dat maar, m'n ventje, de Pylieser doet geen cadeaus. Ik ken die al langer dan vandaag...en begod zeker niet langs zijn beste kant: hij en ik zijn alles behalve vrienden. Rekent dus maar niet te straf op dat schip !...En zie goed uit je ogen dat hij je geen loer draait. Het verwondert mij zelfs dat hij je aan boord heeft willen nemen, maar dààr zal nonkel René wel voor iets tussen zitten." 

" Dedju, waar gij al over klapt !" viel Joseph zijn moeder bij: " Wie weet wat er binnen tien-vijftien jaar allemaal kan gebeuren. En met wàt zoude gij een boot gaan kopen, zot ?! Met peeschijven zeker !" Dat had hij nu beter niet gezegd want Leon kwam iedere avond met dertig-veertig frank naar huis, al aardig wat méér dan die 'luizige' twintig die Joseph-zélf op tafel legde.               

" Nonkel René heeft gezegd dat ge moet plannen op korte én op lange termijn: op de korte termijn moet ge zorgen voor 't eten op tafel en..."               

" En op de lange termijn zijn we allemaal dood, dat weet ik ook ! Gij leest geen gazetten zeker ?! De laatste week is de situatie helemaal omgeslagen in Polen: daar komt binnen de kortste keren oorlog van!"        

" Hoezo, en overlaatst hebt ge nog rondgetetterd dat ze daar wel overeen zouden komen! Een paar kleine grenscorrecties ci-et-là in de corridor en de zaak was vergeten, weet ge nog ? Gij draait 'lijk de wind, gij !"

" Ja maar, nu komt het uit dat den Dolf veel meer wil dan de dorpen die vanouds Duits waren...Nu wilt hem ook de streek pakken die maar half-en-half Duits is, en dàt gaan d' andere niet lossen, nooit ! In de winkel komt er regelmatig een gepensioneerde kolonel en die zegt dat ze in ons leger overwegen van héél den utsekluts opnieuw te mobiliseren..." 

" Wij mobiliseren ?!" vloog Marie uit, " Dat is ook slim, dat ! Wat hebben wij nu zaken met die zever in Polen ! Dat ze het dààr ondereen uitvechten en ons gerust laten, verdikke !

" Ja maar, hij zegt dat ze in Brussel bang zijn dat de Fransman den Dolf zal willen impressioneren met door ons land te trekken naar de Duitse grens bij Eupen en Malmedy, of dat wij nu neutraal zijn of niet... En de Engelsman zou hetzelfde kunnen doen door Holland...Dan zitten wij midden in de zever van Polen, zonder dat we het gewild hebben, 'lijk in 14-18 ! Als de Leopold wil mobiliseren zou het vooral zijn om de Fransmans hier buiten te houden, zegt hem..."         

" Dan gaan wij tóch weer tegen de Leliaards vechten, lijk Zannekin op de Casselberg!" besloot Leon fier: " Ziet ge wel dat de meester gelijk krijgt!"    

Joseph sloeg de ogen ten hemel en zei niets meer.

 

Met 15 juli, na de Franse nationale feestdag, had het seizoen op volle toeren moeten draaien, maar iedereen voelde wel dat er iets schortte...Onze zuiderburen, die in normale zomers heel de westkust overrompelden, hadden het nu in dikke drommen laten afweten. In de eerste plaats omdat hun frank plots fors was gedevalueerd en het bij ons voor hen te duur werd. Maar de meeste schuld lag bij hun kranten die als bij toverslag allen samen een lekkere kluif hadden ontdekt: de catastrofale gevolgen van luchtbombardementen met gifgas op de grote steden ! Dit leidmotief had de mensen zó de stuipen op het lijf gejaagd dat een zorgeloze vakantie er niet meer in zat.

Toen ook 'De Dag' een duidelijke handleiding publiceerde hoe je een gasvrije schuilplaats moest uitgraven in de tuin, spoelde het hek helemaal van de dam ! Iedereen liep te koop met overlevingscenario's, die op de barterrasjes druk besproken werden: hoe gekker hoe liever ! Op het strand zag je al kinderen spelen met een naamkaartje rond hun nek tegen dat de ouders plots ter plaatse zouden sterven ! En de hummels kregen streng verbod nog pootje te baden zónder hun opblaaseend onder de oksels. Vol branie meedoen met deze macabere mode schenen veel leden van de 'upper tén' nog leuk te vinden ook, maar de stemming sloeg vlug om. En toen er een paar 'matuvus' ook de ruiten van hun salon kruiselings volkleefden met banen plakband "à-la-Danzig", kon niemand er nog mee lachen.

Hoe dan ook : een badgast moét lachen, dat is het credo van de commercie. Eind juli kon Sylveer Maes, de overwinnaar van de Tour '39 het volk nog éven oppeppen. Maar diézelfde zondag sleepten in de Boeteprocessie van Veurne ook een ongekende massa zwartgekapte penitenten hun kruis door de straten, driemaal méér dan normaal. Een smeekbede voor vrede, heette het. Maar of dat Hitler wérkelijk tot betere gevoelens zou brengen viel sterk te betwijfelen...

Hoe dan ook: één maand vóór de eerste Duitse bom op Warschau viel was het zomerseizoen '39 aan de kust al definitief om zeep...

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 103

A69: TWEEDE POGING TOT MOBILISATIE.

     Uit het wanordelijk verloop van de mobilisatie in oktober '38 waren naar men zei de nodige lessen getrokken... Er was een nieuw plan in vijf fasen opgesteld, waarbij het op-oorlogs-voet-brengen van de divisies gespreid werd over vijf maanden. Het ontbrak onze legerleiding blijkbaar niét aan optimisme!

Op 26/8/39 werden bij de fase A de actieve regimenten van de infanterie-divisies 1 tot 6, plus de elitecorpsen van de Ardense Jagers, de Grenswielrijders en de Cavalerie (tanks !) op krijgssterkte gebracht. Volgden dan, steeds met korte tussentijden, de eenheden van eerste en tweede reserve, om op 13/1/40 af te ronden met de diensteenheden van de Basis. Bij de algemene mobilisatie van 10 mei '40 waren alzo 610.000 man onder de wapens, t.t.z. veertien klassen vanaf jaargang 26, verdeeld over 7 legerkorpsen van twee à drie divisies, plus het "Corps Cycliste" (op de vooruitgeschoven stellingen langs Nederlands Limburg en het Roergebied) en het "Corps Keyaerts" (in de Ardennen met één Jagerdivisie en de 'volledig' gemotoriseerde Cavalerie.                                                                    .            

Vanaf 3 september 1939 ,drie dagen nà de Duitse inval in Polen ,nam onze Koning Leopold III - als opperbevelhebber - zijn intrek in het Groot Hoofdkwartier op het fort van Breendonk. Het gros der troepen lag gelegerd deels tussen Antwerpen en Luik achter het Albertkanaal,en deels tussen Luik,Namen en Dinant achter de Maas. De samenvloeiing van deze twee waterwegen bij Maastricht lag binnen schootsafstand van de Duitse grens en was daarom sinds 1932 extra versterkt geworden met het supermoderne en onneembaar geachte fort van Eben-Emaal, bemand met 1200 man vestingstroepen en van nabij ,rondom buiten , stevig beschermd door de 7.infanterie divisie         

Maar om een schijn van neutraliteit te bewaren werden ook drie divisies langs de Franse grens opgesteld tussen Dinant en De Panne ,en vijf bataljons langs de kust. Niet helemaal ten onrechte ,want men verdacht er de Fransen van met een preventieve inval liever de Duitsers te willen bestrijden in België dan in Noord-Frankrijk ! Ook tegen Engeland wilden wij ons met zandzakfortjes op de zeedijk afschermen sinds Premier Chamberlain met zijn concessie-politiek zonder schroom een klein land als Tsjechoslovakije had opgeofferd om de wereldvrede nog een tijdje te bewaren.                 

De neutraliteitspolitiek, die onze koning Leopold III tot begin '38 had gehuldigd, verplichtte het Belgisch leger zonder vreemde hulp ons grondgebied te verdedigen. Na jarenlange budgetaire verwaarlozing en morele ondermijning was het daartoe overduidelijk niet meer in staat. (Dat klinkt bekend in de oren hé !) Op korte tijd het tij keren zou van de Belgen een reusachtige geldelijke en geestelijke inspanning eisen die geen enkele politieker durfde verdedigen. Bleef dus de keuze tussen een lauter symbolische weerstand leveren tegen gelijk welke vreemde aanval - en dan was elke bijkomende frank aan Landsverdediging er één teveel - of een bondgenootschap aangaan met de geallieerden en zo Hitler mishagen. Men koos natuurlijk voor de typisch Belgische compromis: noch vis, noch vlees.

Zo hadden we wel een paar (zéér lichte) tanks staan in de Ardennen, maar F.N. mocht van de Vlaamse parlementariërs daarvoor slechts de munitie leveren als de Walen instemden met de benoeming van een bepaalde hoge Vlaamse ambtenaar op Binnenlandse Zaken. En de socialisten van het 'Gebroken Geweer' schoten de aankoop van zes Britse bommenwerpers af omdat ze tegen AANVALSwapens waren. De Antwerpse politici kelderden het versterken van de fortengordel rond de metropool - en daarmee de sluitsteen van de K-W linie - om de sinjoren een beschieting als in 1914 te besparen ! En in Gent van 't zelfde ! Hopeloos...

Deze K-W linie, de in alle haast opgeworpen tweede weerstandslijn van 80 km tussen Koningshooikt en Waver bestond deels uit de z.g. 'Stalen Muur'. Dat was een aanéénschakeling van zware ijzeren hekken, die onder bescherming van ons anti-tankgeschut (in …1914) inderdaad de Duitse panzers zou hebben tegengehouden ! Maar voor de vereiste vertienvoudiging van zo'n artilleriesteun was er in '40 geen geld meer!                   

Toch waren onze zes actieve divisies tamelijk goed bewapend, wat niet gezegd kon worden van de eenheden in tweede reserve waar veel soldaten niet eens over een persoonlijk geweer beschikten...Ook de luchtafweer was uitgerust met goede kanonnen, maar was zo lachwekkend zwak dat nauwelijks 0,1 percent van 's lands nevralgieke punten, zoals bruggen en spoorstations, beschermd kon worden...

De luchtmacht stelde helemaal niets voor: een vreemd allegaartje van 184 vliegtuigjes, hoofdzakelijk samengeraapt uit de geallieerde afdankertjes van de vorige oorlog. Juist voor de Duitse inval verkocht Engeland ons in extremis nog 24 Hurricanes en 16 Fairey Battles, tamelijk moderne maar te trage toestellen, waarmee onze piloten echter nooit de tijd noch de kredieten hebben gekregen om er even mee te oefenen.

De zeemacht beperkte zich tot een paar vissersboten waarop een mitrailleuse op luchtafweeraffuit werd gemonteerd.       

En dàt was het dan.              

Sinds kort zochten de Belgische strategen dus noodgedwongen héél discreet hun heil in het z.g. "Dijle-plan". Dit voorzag dat het Belgische leger in de Ardennen en op het Albertkanaal ongeveer één week zou stand houden om de Britten en Fransen de tijd te geven hun stellingen tussen Leuven en Givet te bezetten. En in geval van nood kon het altijd nog in sprongen terugwijken tot op de Ijzer, nietwaar ! " Zoals in 1914, weet ge nog ? "  

  Ja ,dat wisten ze in Westende inderdaad nog ,- helemaal platgeschoten worden - en een leuke herinnering kon je dat niét noemen !    

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van " De Afrekening"

↑ Terug naar de berichten