Naar de inhoud

" De Afrekening"

Een West-Vlaamse oorlogsthriller in afleveringen
akke.beakke.be

Archief

Deel 84

A55  

DE LOKKENDE GRENS.

                                                                Gerona, 3 februari '39.

Ze waren gevieren nu al tien dagen op de vlucht, en stonden reeds een flink stuk achter op het schema. Volgens de ruime schatting die Steiner de week voordien bij het vertrek uit het Lenin-lazaret had gemaakt, moesten ze uiterlijk vandaag over de Franse grens trekken. Zeventien kilometer marcheren per dag leek hen toén een lachertje. Nú niet meer...Ze waren op die tien dagen met horten en stoten tot in Gerona gesukkeld, maar naar Le Perthus - het eerste Franse gehucht over de bergkam van de Pyreneeën - was het nog ruim een zeventig kilometer. In feite bespottelijk weinig:  maximum twee dagen als je wat door kon stappen...

Maar dààr lag juist het varken gebonden: dat doorstappen zat er al lang niet meer in !  De steenweg die over Figueras naar Frankrijk leidde, zat even buiten de stadspoort van Gerona muurvast dichtgeslibd. Zo ver het oog reikte in de rechte hoofdstraat van de buitenwijk zat de mensenzee gevangen tussen de twee gevelrijen als waren het hoge dijken: daar was geen doorkomen meer aan. Er stond, naar men zei, een kilometer verderop een vrachtwagen in brand pal op de brug van de Rio Ter en dit versperde de volledige doorgang.

Maar de wérkelijke reden voor deze voortdurende stremmingen moest veel, véél dieper zitten, ergens in een stinkend politieke modderspel. De Franse regering, die reeds een maand geleden de grens had gesloten voor de steeds aangroeiende stroom miserabele vluchtelingen, was pas vorige week onder internationale druk door de knieën gegaan...Sinds gisteren werden met mondjesmaat wél opnieuw burgers en gewonde militairen toegelaten, maar dik tegen de Fransen hun zin.

Die berekende traagheid aan de douanepost had de wanhopig wachtenden tot razernij gedreven. Het gerucht liep dat de Franse gendarmerie bij rellen op de chargerende menigte had geschoten, maar gevlucht was toen losse groepjes van de Armada Popular gewapenderhand de grensovergang hadden geforceerd... Doch ondertussen stond er in deze noordelijke uithoek van Catalonië zeker nog een half miljoen stumpers te drummen om uit Spanje weg te geraken. Vóóraleer echter het harmonica-effekt in deze wachtende colonne van zeventig kilometer tot hier in Gerona zou doordringen kon er makkelijk nog een week verlopen. En niemand geloofde dat Franco hen nog zo lang  respijt zou gunnen...

Af en toe poogde een auto of een motorfiets zich luid toeterend met geweld een weg te banen door de duizendkoppige menigte. Maar die opstootjes eindigden meestal met doorstoken banden, of een duik in de kolkende Rio Ter..Dan weer probeerden kleine groepjes een uitweg te vinden langs een zijsteeg of door de achtertuinen van de hoofdstraat, maar moesten steeds opnieuw het hopeloze van hun uitwijkpoging inzien...Daarbij, enkel wie jong en sterk was en over stevige schoenen plùs een rugzak beschikte kon een mars langs wispelturige boswegels wagen. De meeste vluchtelingen sleepten echter hun povere hebben en houden in manke karretjes en kinderwagens mee, wat hen onverbrekelijk aan de opgepropte steenweg bond. Om dezelfde reden konden ook onze dynamiteros niet van die straat af: dat deprimerend zwart vehikel, waarin ze nu reeds tien eindeloze dagen Marco voortzeulden, reed constant vast in het mulle zand buiten de rijbaan. De reusachtige opstopping omzeilen via het belendende bos zat er niet in...

 

Toen ze vorige week het Lenin-lazaret verlieten had Juan als afscheidsgeschenk een soort brancard op twee fietswielen 'georganiseerd', ideaal om Marco met zijn plaasteren been in te vervoeren. Hij lag er tot de borst onder een zwarte ciré zeiltje en over het hoofd kon hij nog een huif trekken. Het studentje had met de hulp van Moos bij een raid langs de keukens ook voor een hoop conserveblikjes gezorgd, voldoende om hun ploegje van vier ruim tien dagen te verzadigen. Ook déze voorraad werd in een net onder de ligstoel gestouwd...Het afscheid was kort en zakelijk verlopen met een in die kringen ongebruikelijk " Adios! ". Maar de jongen had hen aan de poort, samen met zijn 'juffrouw' ontroerend lang staan nawuiven.

Barcelona leek wel leeg te lopen, die dag: éénrichtingsverkeer noordwaarts langs de kust. Op kronkelwegen langs de flank van de Tibidabo, de hoge bergketen ten noordoosten van de stad, zag je af en toe de ondergaande zon weerspiegeld in de legercolonnes van de Nationalisten die langzaam maar zeker naar de zee afzakten. Voorwaar geen erg aantrekkelijk zicht...De laatste moedeloze verdedigers van de Llobregat waren al door de stad weggevlucht en de meeste zijstraten lagen er doods en verlaten bij. Enkel een paar straathonden snuffelden er nog in de restafval van de plunderingen...

Die eerste nacht haspelden de drie vrienden met hun 'stootkar' goed vijftien kilometer af en besloten pas tegen één uur 's morgens bivak op te slaan, juist vóór het vissersdorpje Masnou. Al goed dat ze zo ver waren doorgestapt, want de volgende dag klapte de val achter hun hielen dicht. De Italiaanse Littorio-divisie had, zoals algemeen verwacht, vanaf de Tibidabo-berg de kust bereikt en alle uitvalswegen naar Frankrijk afgesneden. Barcelona was hopeloos omsingeld. Tegen de avond viel deze laatste republikeinse hoofdstad zonder slag of stoot in handen van de Moren en begon de 'fiesta de paseos', het straffeloos vermoorden van burgerlijke tegenstanders. Een vaste Spaanse klassieker... waarin beide kampen, om beurten of gelijktijdig , gewetenloos uitblonken.

Ondertussen waren onze mannen die tweede dag weer een flink stuk opgeschoten, ook al hadden ze onderweg wel tien keer moeten schuilen voor de overvliegende bommenwerpers die met ratelende mitrailleurs de gillende mensendrommen van de straat joegen. De steeds stokkende stroom vluchtelingen leek daardoor alsmaar aan te zwellen, wat in de dorpjes verderop geleidelijk aan voor zenuwslopende opstoppingen had gezorgd.

Op deze eerste tegenslagen had het ploegje vlug gereageerd met een nieuwe taakverdeling. Steiner forceerde nors en brutaal voorop de doorgang, het machine-pistool goed zichtbaar, op de hielen gevolgd door de 'kerstboom' Günter die met een koord de rolberrie van Marco voorttrok. Moos stuurde achteraan het vehikel laverend tussen alle obstakels, putten en bulten door,  luid kelend zoals het een menner van een hondenslede paste...Af en toe een collectieve 'halte-pipi' zorgde voor wat jongensachtige  hilariteit, telkens ze Marco uit zijn rolkooi hielpen.

Tijdens de gedwongen halte van een luchtaanval na de middag hadden ze rap geprofiteerd om een grote pot rolmops soldaat te maken en een pijp te stoppen. Zoals afgesproken vermeden ze zoveel mogelijk aan te pappen met naast hen voortstrompelende lotgenoten, omdat ze aan eigen miserie ruimschoots genoeg hadden. Maar het was wel heel moeilijk de nood rondom hen te negeren en elke stil beroep op hun ridderlijkheid kil af te wijzen. Vooral als het kwam van jonge aanlokkelijke vrouwen-met-kinderlast, die soms zwijgend hengelden naar wat hulp van een 'sterke man'... Jammer, maar nu was het elk voor zich: het regiem van de verplichte solidariteit had afgedaan...Ze hadden met inzet van hun leven het volk van Rood-Spanje geholpen tot het bittere einde. Dit moest dan maar volstaan...

Tegen de avond van die tweede dag was een ijzige tramontane komen opsteken. Ze hadden sinds die morgen ,ondanks een tiental opstoppingen een dikke twintig kilometer afgelegd en dus zochten ze even voorbij Caldetas een écht onderdak om te slapen. Het bivak onder de blote hemel, vorige nacht, was toch wat fris uitgevallen en die zure bergwind beloofde niets goeds...Maar in het stadje waren alle plaatsen binnenshuis al volzet en tenslotte moesten ze genoegen nemen met een soort bagagehok in het station.

" Het doet me wat aan Gandesa terugdenken.." bromde Steiner:" Vóór de kanonnen roet in 't eten gooiden..."

" Pak hout vast, man ! " zei Marco somber:" Het kan hier ook ieder moment losbarsten..."

" Ach wàt !  In 't station van Gandesa konden we niet gaan lopen toen het te heet werd. Hier wél !"

" Hier gaan lopen?  Spreek voor jezelf hé ! " en hij klopte eens nijdig op zijn plaasteren poot.

" Kom-kom !  De artillerie van Franco ligt zéker een dagrit achter. Vooraleer die in batterij opgesteld staan..."

" Wie spreekt er nu over kanonnen !  Toogstrateeg ! Nooit van vliegtuigbommen gehoord, zeker?" Marco wilde ondanks zijn handicap toch op zijn strepen staan en zijn lange ervaring van frontrat laten gelden: " Niets zo gemakkelijk als een station plat te gooien ! Ze hebben maar op zicht de sporen te volgen..."

" Zwijgt maar stilletjes, Napoleon ! " Steiner trok het in een lach: " Waarom zouden ze een station opblazen dat ze overmorgen zélf nodig hebben ?  En nu het donker wordt zien die vliegers nog minder dan wij...Nee, baby, doe maar gerust do-do..."

" Hoe dan ook, morgenvroeg zijn we hier vóór zessen buiten, als ik nog iets te zeggen heb ! "

" Si, señor jefe ! " en Steiner gaf hem een gechargeerd saluut. Ze proestten het gevieren uit, niet omdat ze het vertoon zo verpletterend grappig vonden, maar wel om de stoom af te blazen na een zware dag. En ze wisten nù al dat, wat komen ging, nog stukken moeilijker zou worden: de miserie begon pas.

 

Inderdaad, de tegenslagen hoopten zich de volgende dagen op en werden alsmaar ernstiger. Daardoor schoten ze per etmaal ook steeds minder op. Soms stokte de stroom vluchtelingen omdat wat verderop een brandende autobus de dorpsstraat versperde. Dan weer hoopten een paar dolgedraaide maniakken in een flessenhals van de weg een weerstandsnest te bouwen en kamden ze de colonne uit om hun getalsterkte wat aan te dikken met enkele 'Chinese vrijwilligers'...Dit bazig geronsel mondde natuurlijk steevast uit op een rel, wat de stroom nog meer afstopte. Want geen enkele anarchist of POUM-milicien wilde nog in dit débâcle ,ter ere van de Grote Stalin zijn vel riskeren. Sinds ze de hete adem van de Moren in hun nek voelden telde enkel nog het eigen heil.

Echter op 3 februari maakte een hardnekkig gerucht definitief een einde aan de laatste opflakkeringen van heroïsche vechtlust. De volledige republikeinse regering zou de dag voordien Figueras ontruimd hebben en over de Franse grens zijn gevlucht...Dit brak de laatste weerstand en veegde alle roekeloze hersenspinsels van die overspannen 'Himmelfahrtkommandos' van de baan.

"No pasaran ? Mijn botten ,ja ,zonder mij !"

Tegen de avond kwam er op de uitvalsweg van Gerona plots weer wat beweging in de mensenzee. Misschien waren de Fransen bij de poorten aan de grens dan toch wat soepeler geworden?  Of hadden de laatste die-hards bij het uitbouwen van hun weerstandsnesten er het bijltje bij neergelegd?  Of was simpelweg de brug over de Rio Ter weer vrijgemaakt?  Hoe dan ook, ze schoten weer wat op. En gelukkig maar, want het stadscentrum achter hen kreeg juist van een eskader Italiaanse bommenwerpers de volle laag. Een uur lang trilde de grond onder hun voeten van de zware explosies, terwijl zwarte wolken gaandeweg de zonsondergang verduisterden. Wie van de stedelingen gehoopt had rustig thuis op de intocht van de nationalisten te kunnen wachten, moest nu nog op het laatste nippertje in paniek de benen nemen, als kiekens zonder kop. Mét als énige bagage stomweg wél iconen als de kanariepiet en het Mariabeeld, maar zónder eten of dekens...En sommigen zelfs op hun sloffen.

Misschien dreven die uitzinnige laatkomers de rest van de colonne wat op met hun wilde verhalen over groepsexecuties door de Moren van linkse gevangenen in Barcelona en de bloedige weerwraak van de Rode Ultra's in de kerkers van Gerona. Of deed enkel de flikkerende oranje weerschijn van de branden tegen de zwarte hemel hen een tandje bijsteken? Maar feit was dat ons quartet tegen middernacht moe doch tevreden mijlpaal "Gerona 17 Km" bereikte, juist toen met een doffe bonk in de verte de brug over de Rio Ter in de lucht vloog. Was die te vroeg gesprongen of waren de fascisten werkelijk reeds in de stad?  Hoe dan ook: deze vernielde brug zou hen wel een tijdje ophouden en de vluchters weer wat respijt gunnen. Onze vrienden hadden voor het eerst sinds dàgen dan tóch hun daggemiddelde gehaald...Marco lag al te snurken in zijn kooi en met een gerust gemoed besloten ze dan maar hier ergens hun kamp op te slaan:  Franco zou hen die nacht niet storen...

Dat 'kamp-opslaan' had zich de laatste week beperkt tot brutaal inbreken in een dorpswoonst onderweg, soms een boerenstulp of een schuurtje. Als ze maar onder dak lagen, en beschermd tegen regen, sneeuw en vorst. Want de Tramontane, zoals men die ijzige bergwind hier noemde, kon 's nachts voor heel onaangename verrassingen zorgen. Reeds drie dagen na elkaar hadden ze 's morgens stumpers doodgevroren langs de weg zien liggen, hier een grijsaard onder zijn winterjas, daar een moedertje, de zwarte gehaakte sjaal diep over het uitgeteerde ijsblauwe gezicht getrokken...Al de  schuiloorden waren immers reeds van vroeg in de avond volgepropt met vluchtelingen allerhande, en wie er zich niet met een tikkeltje geweld bij kon wringen bleef op de dorpel staan....

Maar mét wat vriendelijke aandrang én zijn mitraillette was het Steiner, geflankeerd van de twee vervaarlijke 'kerstbomen', tot nu toe iedere nacht gelukt voor zijn maats een warm hoekje te veroveren, zonder veel problemen...Wat hem méér zorgen baarde was de bik. Ondanks ze met de dag zuiniger waren geworden zaten ze ver door de voorraad blikjes heen, die de kleine Juan hen in het Lenin-lazaret kado had gedaan. Maximum nog voor twee dagen, schatte hij, drie als ze op magere noodrantsoenen overschakelden en Marco helemaal drooglegden... Die luiaard verbruikte, dommelend in zijn luxe-rolstoel, toch geen calorieën. Maar in drie dagen konden ze nooit tot over de grens geraken, of er moest al héél véél veranderen op zo'n korte tijd...

 

Steiner moest weinig aandringen om zijn zin te krijgen:" "Ze zeggen daarjuist dat Frankrijk een paar uur de grens zal openen om de Armada popular binnen te laten, zonder wapens of munitie natuurlijk. En ons voorlopig in kampen te interneren, daar ergens in 't zuiden. Als dàt waar is, zijn we gered...Op voorwaarde natuurlijk dat we er op tijd bij zijn, verstaat ge? "

" Wat bedoelen ze met 'korte tijd'? " vroeg Marco:  " Is dat één dag, één week?  En is dat wel wààr...?!"

" Zeg Marco, als gij het weet, weet ik het ook ! " viel Steiner hem ongeduldig in de rede: " Ik schat dat Franco binnen een dag of vier-vijf aan de grens zal staan: voordien moeten wij er dus óver zijn, tenzij gij een beter gedacht hebt !" En omdat zijn maat mokkend bleef zwijgen vervolgde hij wat kalmer: "Als de Fransen  de eerste Franco-fascisten van de bergflank zien afkomen, sluiten ze in elk geval den bareel, misschien wel nog vroeger...We zijn nu de zesde februari: vóór de negende moeten we dus onze pels gered hebben, of het is te laat ! Akkoord ? "

Tegen het instampen van die open deur wilden zijn maats zelfs niet reageren.

" Bon, het is nog tien kilometer tot Figueras en vandaar nog dertig tot de grens. Ik stel dus voor niet meer te stoppen onderweg, en dag en nacht door te stappen, als er tenminste te stappen valt...En niet meer te zeggen " Onze twintig zitten erop voor vandaag: nu gaan we slapen " Neen, vóór Le Perthus wordt niet meer gebivakkeerd, okee?  Het zou te stom zijn moesten die verdomde fascisten ons op honderd meter van de grens inhalen ! Doorstappen dus !  Dat hebben we al meer gedaan ! Daarbij, 's nachts zullen we hoogstwaarschijnlijk béter opschieten...Opmerkingen ?" En zonder op antwoord te wachten voer hij voort: " Het eten is een ànder probleem want we hebben nog drie doosjes sardines de man, da's al. Ik stel dus voor dat Marco de volgende rantsoenering regelt: de eerste reeks blikjes op te eten een paar kilometer voorbij Figueras en de tweede op tien van de grens !   En de derde in Le Perthus, of nooit ! "

" Rantsoeneren ?  Ik mag weer het vuile werk doen ! "

" Als ge effekens de tijd zoudt vinden, natuurlijk, tussen al uw drukke bezigheden door, hé ! Daarbij, van hieraf zal de weg beginnen stijgen. Günter en Moos gaan zich geen breuk sleuren om meneer de baron op zijn ligstoel over de Pyreneeën te krijgen hé makker !  Op de steile stukken zoudt ge beter van uwen troon stappen en op uw krukken meelopen. Dat zal helpen om de verslapte spieren weer in vorm te krijgen !" Moeheid, honger en stress begonnen te wegen.

" Hélaba, mij de schuld niet geven, hé !  Heb ik gevraagd om mij uit dat lazaret te halen, soms ?  En om in die invalidenkar te liggen ?  Dat was enkel ùw beslissing, Rocco ! Gij wou mij toch absoluut meenemen hé ?  Okee, dan moet ge ook voor mij zorgen ! Ge had maar beter moeten nadenken... Voor spijt is het nu te laat !"

" Moos en ik kunnen dit vrachtje wel aan." vergoeilijkte Günter:" Ook al moesten we hem bergop drààgen !"

" Wacht tot we twee dagen vérder zijn en ge sterretjes ziet draaien van de honger !"

Dat gechicaneer over zijn handicap werd Marco plots teveel: " Kom, laat mij eruit, verdomme, en geeft mijn krukken!  Voor mij moet ge geen sterretjes zien !..."

" Bakkes toe, Marco ! 't Is zó al lastig zàt ,zonder dat gij mij nog wat gaat tegenwerken ! "

 

Wonderlijk genoeg waren nà dat bekvechten veel spanningen weggevallen. Van dié middag af scheen iedereen zich bij de leiding van Steiner neer te leggen en hijzélf hoefde niet meer te blaffen om zich een figuur aan te meten.

Als ze zich van Figueras al iéts hadden voorgesteld, viel dat aardig tegen. Onder een kille regen haastte de grauwe massa vluchtelingen zich door de overvolle straten, duidelijk beducht in deze fuik ook nog door bommenwerpers bestookt te worden. Aanhoudend speurden ze angstig het lage wolkendek af: moesten hiér vliegers komen zaten ze als ratten in de val. En op hulp moesten ze niet rekenen: de stad stond op stelten sinds de laatste gezagdragers de benen hadden genomen. Stropers en plunderaars sleurden nù met gejatte huisraad en beddengoed heen en weer: een overduidelijk teken dat ondertussen al het eetbare reeds uit de winkels verdwenen was. Steiner besloot dan ook geen tijd te verliezen met het zoeken naar brood of rijst: van drie dagen vasten zouden ze zéker niet sterven...

Eens terug buiten de fortificaties kregen ze de eerste stijgende stukjes baan te verwerken. Marco kroop uit eigen beweging uit zijn comfortabel rolbed "om zijn krukken eens te testen...", zoals hij het sarcastisch stelde. In het begin nogal pijnlijk om zien, maar als bij afspraak liet niemand iets merken. Doch tegen de tijd dat hij de goede slag te pakken kreeg stropte het verkeer weer en commandeerde Steiner zijn vriend terug in te stappen. Ze waren ten andere over de helling heen en verderop leek de weg zelfs wat te zakken...

Deze afwisseling van rijden, stappen en stilstaan moesten ze zeker wel zesmaal herhalen, vóór ze in het pikkedonker aan mijlpaal 'Figueras 10 Km' aankwamen. Kort voordien had Marco al liggend één voor één de drie sardienendoosjes geopend en aan zijn makkers doorgegeven. Maar ze al marcherende opeten bleek niet te doen...

 

Die nacht begon het te sneeuwen. Dikke vlokken, in het gezicht gejaagd door de ijzige wind. Vooraan op hun helm bleef op den duur een witte dot plakken. Maar wat smolt, lekte gestaag op hun sjaal, omdat de rubberponcho onvoldoende rond de hals sloot. Voor de rest hadden ze zo'n poncho altijd okee gevonden: goed waterdicht, maar wél wat kort. Want van al wat naar beneden droop raakte de onderkant van hun broekspijpen doordrenkt. En hun voetwindels, én hun bottines. Sop-sop...bij elke stap: sop-sop...Als het nadien wat durfde vriezen, was je vóór je het wist een paar tenen kwijt...

En tegen de morgen begón het te vriezen. Ijspegeltjes aan het vizier van zijn helm: Steiner had zoiets in Spanje niet verwacht.

" Nee ?" hijgde Günter: " Vorige winter, in de slag om Teruel, zijn er van mijn kameraden méér doodgevroren dan gesneuveld... Gewoon door in hun schutterskuil te blijven liggen bij min vijftien... Hier wat verderop in de Pyreneeën zal het 's nachts stukken kouder worden dan vijftien, ook al ligt de pas van Le Perthus niet zo hoog als Teruel...Daarom zouden we, mijn gedacht, best het laatste stukje naar de grens overdag moeten doen..."

" Als we vannacht wat door kunnen stappen zijn we in de vroege morgen in La Junquera: dan heb jij je zin...Want van daaruit is het nog een kilometer of zes tot de grens. Laat het daar dan opgestopt zitten van de karren en de auto's, te voet moeten we daar mits wat drummen toch door geraken vóór de avond opnieuw valt..."

" Te voet ? " Marco trok een bedenkelijk grimas.

" Natuurlijk te voet !  We gaan ons die laatste kilometers toch niet door die rolstoel laten tegenhouden, hé man !  Desnoods dragen we je op de rug tot boven ! "

 

Ze schoten inderdaad goed op. De meeste voetgangers hadden tegen het rotweer onderweg toch maar een schuilplaats gezocht, soms onder een afdak in een dorp, soms gewoon onder een zeiltje. Ze schenen er gerust in te zijn bijna twee dagmarsen op de Franco-troepen vóór te liggen. En aan het gerucht dat de Italianen en de Navarrezen van links uit de bergen langs de grens scherend naar de zee afzakten schonken ze liever géén geloof.

Steiner geloofde dat wél, maar vooraleer het licht werd viel dat tóch niet te controleren. Ondertussen hield hij echter zijn mannen onder druk en wrong zich, op kop van zijn kleine colonne, brutaal en onbeschaamd door kleine opstoppingen heen. En tegen de morgen stonden ze eindelijk in La Junquera.

Nog zes kilometer en ze waren gered...

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 85

A56  DE GOUDEN KOOI.

     WESTENDE, 8 februari '39.

Eindelijk dan tóch wat goed nieuws !  Marie had zich een aap geschrokken toen meester Engelborghs haar bij 't uitgaan van de mis even bij de arm nam en bezijden het volk leidde. Ze had de laatste tijd niet veel meer van hem gehoord en vermoedde dat hij een beetje in zijn gat gebeten was, maar voor wàt mocht God weten !

" Maria, ik heb goed nieuws vernomen." zei hij wat stijf: "Leider Van Severen heeft mij bericht gelaten dat hij bij de hogere instanties gunstig resultaat van zijn interventie heeft bekomen. Onze klacht kreeg gehoor en den beklaagde zal een disciplinaire sanctie worden opgelegd wegens zijn schuldig verzuim en valse verklaringen. Plus ,ten opzichte van de klagers , schriftelijk "amende honorable" moeten doen !  Wat zegt ge dààr van !? "

Hij glom van gerechtvaardigde trots maar merkte wél vlug dat zij er geen snars van begrepen had.

" Heu...Meester, heeft dat met de garde te maken ? "

Hij ongeduldig :" Wel 'k zeg het toch, Maria !  Leider Van Severen heeft mij..." Plots drong het tot hem door dat hij het goede nieuws beter op z'n Westends kon brengen:" Allee, de garde zal gestraft worden voor de zware fouten die hij beging bij het ongeluk met uwen man zaliger. En voor de last die hij u daarmee berokkend heeft zal hij zich schriftelijke moeten excuseren... De burgemeester zal ons morgen voor de noen op 't gemeentehuis ontvangen om die affaire van de baan te keren...Ziet dat ge er zijt, hé ! " En vóór ze de gelegenheid kreeg nederig een woord van dank te prevelen schreed haar Witte Ridder tevreden glimlachend en zelfingenomen naar zijn ongeduldig wachtende wederhelft.

Ongevoelig voor de krakende vorst staarde Marie beduusd haar beschermheer na...Ze had gewonnen, begreep ze...Maar wàt bracht dat op ?!

 

Méér dan ze ooit had durven hopen, in elk geval!  De ontvangst bij de burgemeester was, door die wrokkige garde daar naast de deur, eerder een pijnlijke vertoning geworden. Meester Engelborghs had naar beste vermogen getracht van op de zijlijn het officieel gestotter van 'onze brouwer' wat vlot te trekken, maar iedereen was duidelijk opgelucht toen ze na 'de verzoenende handdruk' naar buiten konden. Terwijl de garde als de weerlicht met een slaande deur in zijn 'kot' verdween, hield Engelborghs haar nog even staande in de gang.

" Maria, ge hebt nu wel uw papier met het excuus van de garde in uw pollen, en de garde heeft zijn blaam gekregen,maar daarmee vult g'uwen buik niet, dat weet ik ook...En 'k heb alles gehoord van uw ontslag uit 'Ons Rustoord' door de aankomst van die joden...

" Begot, waar wilt die naartoe ? " dacht Marie beduusd:" Toch niet dat ik bij hem thuis kom werken ? ..."

Maar na een korte aarzeling kwam het er toch uit: "Daarom heb ik met de steun van de burgemeester getracht een compensatie te vinden voor al de last die dat nodeloos onderzoek van de rijkswacht u bezorgd heeft... Om kort te gaan: als ge wilt kunt ge morgen opnieuw uw post van werkvrouw bij Madame Jadot opnemen, aan dezelfde condities als vroeger...Wat denkt ge ? "

" Morgen ? Werkvrouw ? Bij 'Ons Rustoord' ?" Hoorde ze dat wel goed ? Maar uit het aanhoudend knikken van de meester moést ze wel afleiden dat ze niet droomde...

Hij merkte gegeneerd hoe haar onderlip begon te trillen en blies haastig de aftocht: " Ge kunt het nù misschien gaan regelen bij Madame Jadot, ja ? " En wég was hij, met nog een jolige zwaai, zonder omkijken...

 

In 'Het Peerd' stond de garde bij zijn vrienden aan de toog minder edelmoedige toekomstplannen voor Marie uit te broeden.

" Als dat wijf denkt dat ik mij door zo'n fascist als die Joris Van Zevermans de bek laat snoeren, zal ze nog aardige toten trekken !  Mij een jaar anciënniteit doen verliezen omdat haar vent door zijn eigen schuld verongelukt is !  Dat zal ze verdomme duur bekopen ! "

" Jamaar Cyriel, hoe zit dat nu ?  Is den Dis verongelukt en de pijp uit, of ligt hem in Duinkerke te vogelen bij zijn lief, lijk dat ge vroeger altijd zei ? "

" Ik wenste dat 't waar was, van Duinkerke, maar de gendarmen weigeren dat te onderzoeken. En 'k wenste nog méér dat den Dis haar ginder goed horens zette, verdomme, juist lijk zij hém in haren jongen tijd alsmaar horens heeft bezorgd. Ze zou niet béter verdienen ! "

" Was Marie dan zo'n hevige, vroeger ? "

" Man-man! Een wilde boerendochtere, ik zeg maar dàt ! Ge hebt ten andere maar naar haar gastjes te zien hé ! Daar is den Dis niet veel bij te pas gekomen ! " En dwars door het vettige gemonkel van de tooghangers deed hij er nog een schepje bovenop: " En bij d'allereerste zéker niet ! "

 

 Gelukkig had de 'économe' het werk van Marie zó geschikt dat ze niet in contact kwam met de joodse kuisploeg. Ze stond enkel in voor de privévertrekken van madame, haar bureel en de gangen er rond en mocht aparte boodschappen afhalen bij de beenhouwer telkenmale Jadot de joodse kost "dégoutant" vond, wat minstens tweemaal per dag voorkwam. Marie beaamde deze veroordelingen altijd met de gepaste walg, wat haar in de vorm van etensresten geen windeieren legde. Verder werd ze verondersteld alles wat de kinderen met hun baldadigheden beschadigden vlijtig te melden, zodat madame daar nauwgezet verslag van kon opstellen ten laste van haar joodse huurders. Marie had van de eerste dag af gevoeld dat ze met haar jodenhaat bij Jadot op dezelfde golflengte zat en liet zich bij het verklikken niet door kinderliefde afremmen. En als haar geweten al eens een oprisping kreeg, smoorde ze dat onmiddellijk met: "Ze hadden mijn werk maar niet moeten afpakken, die stinkaards ! "

 

Joseph stond telkens paf van het gemak waarmee Arthur zijn privaatlessen Nederlands assimileerde. Die knappe gast bleek verdorie over een reusachtige talenknobbel te beschikken. In het declameren van gedichten bijvoorbeeld stak hij in de klas iedereen de loef af. Het volstond dat Joseph het hem 's avonds in de garage drie-viermaal gloedvol voorlas - en het op de tram nog eens herhaalde - om het hem smetteloos na te laten bauwen: " Ten is van U, hier nederwaart, geschilderd noch geschreven, mij, Moederken, geen beeltenis, geen beeld van U gebleven..." Een gedicht dat Arthur, volgens eigen zeggen, zelfs nóg mooier vond dan "Der Erlkönig" , en dàt was tot nu toe zijn max geweest... In de felle tocht op het open balkon van de tram was hij daarmee overlaatst, om Nadine te charmeren, met een dramatische mimiek heel onverwacht lyrisch losgebarsten: "Wer reitet so spät durch Nacht und Wind ?  Es ist der Vater mit seinem Kind ! ..."

" Allee, 't is al goed, zot ! "had zij lachend afgewimpeld, wegens 't ànder volk op het balkon...

Maar Joseph kon absoluut niét lachen met de dichterlijke uitspattingen van zijn vriend en het gemak waarmee deze de aandacht van Nadine voor zijn neus wegkaapte. Hij had hem dat in de garage onder vier ogen al eens duidelijk laten verstaan, maar die lekkere leek wel Oost-Indisch doof langs die kant !  Arthur had hem vroeger al wel eens verteld dat hij als joodse jongen in Duitsland nooit contact met meisjes kon maken, door de wetten op de rassenscheiding. Waardoor meneer hier waarschijnlijk zijn scha dubbel en dik wilde inhalen...

" Maar niet op mijn kap, hé makker !  Eén dezer dagen zal ik hem toch eens voor de keus zetten: Nadine of ik!  Dan kan zij zijn huiswerk maken, verdomme !  Er zijn àndere meisjes genoeg: dat hem daartussen maar een eigen lief zoekt, hé ! Die Françoise De Bens bijvoorbeeld, haar vriendin van Middelkerke: dat hem dié maar eens probeert ! Maar niet onder míjn duiven schieten, hé hete bok !  Dat moet nu maar eens gedaan zijn..."

Voor de rest kon hij echter met Arthur heel goed opschieten. In de klas haalde hij alle eer van zijn privaatleerling-Nederlands en in Duits was deze vanzelfsprekend de primus. Zijn Frans zat grammaticaal stevig ineen maar zijn uitspraak leed zwaar aan een Teutoonse keelziekte. Verder kreeg hij van zijn moeder een mondje Italiaans mee, en als zijn vader in de garage langskwam was het in Yiddish te doen. Met de klasgenoten op de speelplaats hield hij zich zonder complexen aan plat-Keuls, dat echter - uitgewaaid in een frisse zeewind - steeds meer op ons Limburgs begon te lijken. En ook al klonk dit in de oren van een volbloed Oostendenaar als een belachelijk apentaaltje, mits wat aandacht snapten ze wel waarover het ging.

Van wiskunde had hij geen kaas gegeten, maar voor natuurwetenschappen daarentegen kon hij warm lopen !  De Birnbaums bezaten wel een échte radio maar enkel 'Vati' mocht die aanraken om ermee alle nieuwsberichten uit de ether te vissen... Daarom had Arthur losjes opgeworpen om zélf een radio te bouwen !  Zomaar !

" Een radio bouwen ? Zeg makker ,gij zijt gij zekers zot !? "

" Geen écht meubel natuurlijk ! Zo één met drie of vier lampen komt veel te duur...Daarbij, zonder bouwplan en speciaal gereedschap wordt dat toch "Scheisse"...Neen, een éénvoudige op loodkristal, om te beginnen: dat kost niets en 't werkt binnen een dag of twee... Later kunt ge die nog op alle manieren uitbouwen. Het moeilijkste is nog de antenne spannen: die twintig meter koperdraad op het dak...In Keulen zijn die radio-onderdelen enkel sluiks te krijgen en voor koperdraad werd een speciale "Schein" geëist. Als jood kon je het wel vergeten..."

" En waar denkt ge dat materiaal hiér te vinden ? "  

" Bah...,in die electrozaak vlak naast de 'Innovation' van Oostende, natürlich ! Daar is alles vrij te koop, zómaar , voor tweemaal niks ! Ze liggen links in het tweede Schaufenster: galèneklompjes, spoelen voor alle golflengten, koptelefoons, schuifcondenser, àlles !... Enkel de antenne kan nog wat Schwierigkeiten geven... Tenzij we natürlich..." En het genie verzonk in diep gepeins...

" Wat schwierigkeiten? " Joseph was hélemaal méé !

" Die villa hier nààst ons heeft een draad hangen vanaf het dak tot de hofmuur... Misschien kunnen we daarop aftappen: die mensen zijn er toch nooit en dat scheelt een heel stuk in de kosten ! "

 

Arthur had in die fameuze winkel alle onderdelen met kennis van zaken gekozen en vervolgens als een doortrapte tapijtendief zielig op de 'vriendeprijs' afgeboden voor nog een speciale 'Studentenrabat'...Tot Joseph van lauter schaamte naar buiten was gelopen.

" Met u ga ik nooit meer iets kopen, ventje ! Als ge dàt maar weet !"

Maar Arthur had enkel geglunderd: " Die lui bestelen je sowieso !  Ze verdienen op zo'n modeartikels minstens 100%. Komt erop aan de schade te beperken door ze tot je vriend te maken..."

" Vriend te maken !?  Door hun winst af te luizen zeker ?  Hoeveel "Studentrabat" heb je nu gekregen ? "

" Tien percent. Maar hij ként me nu, en heeft beloofd tegen volgende week uit te kijken naar twee koptelefoons in occasie... Voor joden is sjacheren onder elkaar een bewijs van wederzijds respect."

" Die vént was toch geen jood ! "

"Natürlich wél !  Selbsverständlich ! Ik merkte dat onmiddellijk, en hij was daar blijkbaar fier op...Weer 'n gelukkig man ! "

 

En terwijl Arthur die avond, in plaats van zijn Frans te leren, het toestel op een sigarenkistje verder inéén knutselde, "vond" Joseph in het naar huis rijden toevallig een "loshangende" antenne...De grote alleenstaande villa rond de Tom-Thumb-golf heette 'Sybaris' en was de laatste twee seizoenen niet bewoond geworden...Na een paar snokken, om na te gaan hoé los die antenne hing, kon hij van die dertig meter draad een mooie rol maken...In de nabije toekomst zou de 'Sybaris' wél een verrekt slechte radio-ontvangst krijgen...En in de eerstkomende jaren nà de oorlog daarenboven een zeer slechte reputatie, door de daar gepleegde moord en doodslag...Maar met dit laatste zou Joseph evenwel géén uitstaans hebben en dus zwijgen we er voorlopig liever over...

<!--[if gte mso 9]>

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 86

NACHTMERRIES EN DAGDROMEN

Door samen de eerste nieuwsuitzendingen te beluisteren op hun inééngeknutselde radio kwam ook hun eigen politieke voorkeur roet in het eten gooien. Toen Paus Pius XI in het begin van de week eindelijk stierf hielden ze zich allebei nog wat op de vlakte. Joseph had niet meegedaan aan de collectieve hysterie op de parochie tijdens de lange doodstrijd van de kerkvader, en Arthur had als jood toch geen speciale wrok tegen die man. Met de val van de regering Spaak over de 'affaire Martens' kwamen er al wat méér scherpe kantjes naar voor. Arthur was duidelijk pro-Spaak, omdat die zijn regering de Birnbaums met dit gouden inreisvisum in België had toegelatenen. Joseph was tégen, omdat de premier zich verzet had tegen de opname van Dokter Martens - een gewezen-Vlaams Activist - in de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, en dàt twintig jaar nà de oorlog, stel je voor ! ...

Met het nieuws dat in Spanje het noordelijk leger van de republikeinen over de Franse grens was gevlucht kregen de jongens hun eerste ruzie. Arthur voelde zich nauw bij het drama van de bannelingen betrokken terwijl Joseph zich verkneukelde bij de ondergang van die gewetenloze rode massamoordenaars.

" Vijftienduizend geestelijken hebben die smeerlappen gekeeld !  Dan moet ge daar toch geen medelijden mee hebben !  En zékers honderdduizend onschuldige vrouwen en kinderen gefusilleerd, plus dubbel zoveel mannen ! Ik hoop dat Franco die moordenaars uitgeleverd krijgt en ze allemaal tegen de muur kan zetten ! "

Dat kon Arthur niet over zijn kant laten gaan: " Ge gaat mij toch niet vertellen dat de Nationalisten minder moorden hebben gepleegd dan Links, hé kameraad ?  Het beste bewijs: Franco is aan de winnende hand !  Dat kon hij enkel door een nóg zwaarder terreurbewind te voeren dan 'das Rotfront'. Daarbij, als Hitler Franco steunt, kies ik voor de tégenpartij !  We kregen in Köln van de nazi's enkel lof te horen voor Franco en scheldtirades op de republiek. Maar wij hebben aan den lijve ondervonden dat ge die propagandaverhaaltjes van Goebbels beter omgekeerd leest ! "

" En de Anschluss, én de Sudetenkwestie, heeft hij dié niet goed opgelost, misschien ?  Alle Duitsers terug in de schoot van het vaderland ?  Moesten we dat hiér ook kunnen flikken en Vlaanderen terug bij Nederland voegen, dan had Leider Van Severen op slag al onze moeilijkheden van de baan geveegd ! "

" Maar man!  Oostenrijkers en Duitsers hebben nooit het zélfde vaderland gehad !  Zelfs hun taal is grondig verschillend ! Die slogan van "Ein Volk, ein Reich, ein Führer" is zuivere verlakkerij !  En bovenal, meer dan de helft van de Sudeten waren vroeger bij Oostenrijk, en niét bij Duitsland !  En voor die paar boerendorpen wil die Braune Schweinehund een nieuwe wereldoorlog riskeren ! Je hebt je vrienden wel goed gekozen, moet ik zeggen ! "

" Hitler is niét speciaal onze vriend !  Maar wij, Dietsers, zitten met hetzelfde probleem als hij: één grote taalgemeenschap vormen !  Wij met Noord-Nederland volgens ónze leuze: 'Eén volk, één rijk, één leider ! '

" Die slogan komt mij bekend voor, vriend !  Daarmee hebben ze óns uit Duitsland verdreven, weet je...En ik zie dat we van de regen in de drop zijn geraakt: straks vliegen we hier ook buiten ! "

" Wij verdrijven niémand, die onze taal wil spreken, geloof mij." En om de sfeer wat op te vrolijken gekte Joseph: " Daarom, leer maar rap je lijst woordjes voor vandaag, dan moogt ge blijven..."

Maar Arthur kon er niet mee lachen: " Weet ge wat ik hier zo vreselijk vind ?... Die verdomde zee !  Begrijp je dat?  Het is als een muur waar niemand over raakt. Wandelen langs het strand doet me denken aan 'het luchten' in de gevangenis...Ik wil naar Amerika, maar 'k zit hier vastgenageld ! Vérder vluchten kan niet meer. Dit is het einde van mijn wereld...Niet dat ik het in België slecht  vind, integendeel !  Hier mag ik alles doen wat in Köln verboden was, uitgenomen weglopen. Ik kan alles vrij kopen wat ik wens, en studeren om te worden wat ik wil. Géén mens die mij hier bespiedt of verklikken zal, en als ik een Polizist nodig heb kan ik er makkelijk een uur achter lopen zoeken...Terwijl ze dààr gedurig voor ons voeten liepen...Maar hiér zit ik in een gouden kooi, te wachten op de kat...No future, you see? " Hij zuchtte diep en glimlachte wat triest: " Ach kom, let maar niet op mij:  I've Got The Blues, Brother! " Zijn lievelingsong, wist Joseph, en gooide vlug het roer om:

" Allee, laat ons liever iets intelligenters zingen, zoals 'Killy-Watch', of beter nog: de 'Whiskeys Rag'" En zonder op zijn vriend te wachten stak hij rap van wal:  "Hold tight ! Hold tight ! Hold-tight-hold-tight ! Fury-Yackesackey-wants-a-siphóóóón-Mama !!" Om dan met een dolle roffel op tafel samen uit volle borst het diepzinnige 'refrein' te kelen: " Ramba-dàm-rabbadabàm ! "

Toen ze uitgelachen waren bleef Joseph even dromerig naar de affiche van Billie Holiday boven het bureau staren, vóór hij de draad weer opnam:

" En wat gààt ge dan later worden ? "

" Mij inkopen in de zaak van mijn oom, en in New-York een bijhuis openen voor import en export van exotische meubelen en tapijten. Enfin, die zaak hàd hij toch, vóór de nazi's het van hem 'overnamen', zoals ze in Duitsland 'stelen' noemen. Maar omdat hij geen verzet aantekende, heeft hij goede hoop binnen een paar maanden zijn uitreisvisum voor de States te krijgen. Als dat moest lukken, dan zorgt Vati wel dat ik op een boot naar ginder geraak, mét - of desnoods zónder - de rest van het gezin... Als... Altijd die vervloekte onzekerheid !" Arthur bruiste vandaag allesbehalve van geestdrift.

" Wel, dan kunt ge eens controleren of Karl May al die avonturen uit zijn duim gezogen heeft of niét..." Na 'De Leeuw van Vlaanderen' had Arthur in de boekenwinkel van Gilson de volledige reeks reisverhalen over Winnetoe en Old Shatterhand ontdekt, en die waren ze nu samen aan 't verslinden. Als elfjarige had hij in Keulen wél "De Schat in het Zilvermeer" gelezen, vóór de boeken van die schrijver heimelijk uit de circulatie verdwenen. Maar sindsdien droomde hij van het leven in de vrije natuur, te eten van jacht en visvangst en te slapen bij een uitgloeiend vuur onder het fonkelende uitspansel van miljarden sterren...En het geldend reisverbod voor joden in Duitsland had zijn romantische drang om in volle vrijheid rond te mogen zwerven door grenzeloze grasvlakten en golvende wouden nog aangewakkerd.

" Veel indianen zal ik anders in New-York niet meer vinden, denk ik. Dat is nu de grootste stad ter wereld, waar de treinen en de trams onder de grond rijden omdat er op straat geen plaats meer is...Maar daaraan wil ik nog niet denken vóór ik op de boot zit...Nu hebben we genoeg over mij gefantaseerd: hoe staat het met jou ? Wat ga jij worden ? "

" Ik ? Ik trek naar Belgisch Kongo als gebiedsbeheerder." Joseph wist op voorhand dat hij die tapijtensjacheraar met deze uitspraak wel even de mond zou snoeren, en deed er voor alle zekerheid nog een schepje bij: " Daar word ik de baas over een streek zo groot als België en rij ik rond bovenop een olifant, lijk in de Tarzanfilms."

Maar Arthur liet zich niet overbluffen: " Als kind heb ik eens op een olifant gereden in de Tiergarten van Köln en ik was blij toen het voorbij was: héél oncomfortabel, man ! Dààrvoor moet je het niet doen... Geef mij maar liever de Mercedes-coupé van mijn onkel Theodor ! "

" Dat weet ik ook wel, stoeffer !  Maar zo'n Mercedescoupé met twintig kleppen rijdt wat moeilijk in het oerwoud, hé, tussen al die bomen ! Denk je ook niet ?" Zo, die autozot moest nodig eens op zijn plaats gezet worden ! "

En och, " vervolgde hij geringschattend: " Het is maar drie of vier jaar studeren in de Koloniale Hogeschool van Antwerpen. Daar zal ik wel een staatsbeurs voor krijgen..."

" Vier jaar ! Maar tegen die tijd is het in heel Europa volop oorlog man ! "

" Misschien, da's mogelijk. Maar die zal toch maar héél kort duren. In die tussentijd kan ik altijd nog in de zeevisserij gaan, lijk m'n broer: daar is ook veel geld te scheppen ! "

" Ik wist niet dat je nog een broer had..."

" Ja, twee jaar jonger dan ik... In feite zouden we met drie broers moeten zijn, maar de oudste is gestorven bij de geboorte." Hij wist niet waarom hij dat vertelde.

 

Juist vóór het verlengde weekend van carnaval kregen ze hun schoolrapport, voor Arthur zijn eerste. Zijn cijfers vielen mee, buiten een zes voor scheikunde. Maar hij voelde zich vooral gevleid door de beoordeling van hun klasleraar meneer Degrijze: " Uitzonderlijke resultaten, gezien je handicap ! Zo voortdoen Arthur ! "

" Als Vati dat ziet, verhoogt hij vast mijn zakgeld, zonder dat ik met geweld aan de boom moet schudden ! "

" Zegt ge nu niet 'Danke Joseph', voor alles wat ge van mij hebt afgeschreven ?  Als uwen ouden over de brug komt, denk ik er sterk aan mijn tarief aan te passen ! "

" Kein Problem, lieber Freund ! Wird gemacht ! Dat komt vast en zeker in orde !"

 

Vati Birnbaum uitte zijn waardering voor de behaalde schoolresultaten voorlopig niet door het zakgeld van zijn zoon te verhogen: die kreeg al genoeg, vond hij. Maar om het joodse Poerimfeest gul te besluiten kwam hij op zondagavond met iets ànders over de brug:  Arthur mocht op zijn kosten met zijn beste vrienden naar "Robin Hood", een superspannende avonturenfilm met Errol Flynn waarvoor het Oostendse bioscooppubliek al weken storm liep. De traktatie was natuurlijk in hoofdzaak voor Joseph bedoeld, en de vrije maandagnamiddag van carnaval het enige geschikte moment bùíten de sabbat. Maar op zo'n korte tijd de uitstap regelen viel niet mee, vooral omdat hij Joseph niet kon bereiken... Geen flauw idee waar die woonde !

De volgende morgen klampte hij dan maar Nadine aan en nodigde haar in één adem méé uit àls zij erin slaagde Joseph tijdig te overhalen. Zij ging onmiddellijk akkoord, als ook Françoise De Bens mee mocht... Okee, dat was dan vier!  En omdat er zoveel haast bij was mocht hij op de bagagedrager van haar fiets meerijden naar de Bassevillestraat. Ze wist wel dat haar oude aanbidder er niet op gebrand was die vervallen barak door zijn vrienden te laten bezichtigen, maar daar veegde zij haar voeten aan. Deze vuile streek paste nu eenmaal goed in haar kraam om hem een toontje làger te laten zingen. Onderweg begon ze wel te zagen om liever samen naar de Rialto te gaan in de Langestraat waar ze de reuzeklucht speelden met Cary Grant en Katharine Hepburn, "The impossible Mister Beebe". Of naar de Rex voor "La Grande Illusion", met Erich von Stroheim... Dat zei ze meer om hem te pesten, want ze wist dat hij een hekel had aan dit soort oorlogsfilms. Maar vandaag voelde ze zich goed in stemming om iedereen op stang te jagen.

Aan het tuinhek voor de barak riepen ze een paar keer "Joseph !!", maar niemand antwoordde. Ook toen Nadine op de voordeur ging kloppen kwam er geen enkele reactie... Niemand thuis, zo te zien: dat was wel heel vervelend, want de tijd drong. Uit de brievenbus stak een gevouwen blad schrijfpapier omhoog. Misschien met een hint voor de bezoekers wààr de Petré's naartoe waren ?  Zonder de minste schroom trok ze het eruit en vouwde het open. Een geblokletterd berichtje, geschreven met anilinepotlood...

Het duurde even voor ze de vreemde tekst had uitgespeld en het vlot kon herlezen: " IEDEREEN HEEFT RECHT TE WETEN WIE DE VADER IS. DE KINDERS NOG TEERST. MARIE GEDAAN MET LIEGEN ! !! OF MOETEN DE KRAAIEN TAL UITBRENGEN DEES KEER ? ?"

" Zegt dat waar Joseph naartoe is ? " vroeg Arthur geïntrigeerd, maar Nadine bleef het epistel spottend langs alle kanten bekijken en barstte dan in lachen uit:

" Da's verdikke een dreigbrief ! En naamloos nog wel, gericht aan Marie, de mama van Joseph..."

" Een naamloze dreigbrief !  Steek die vlug terug in de bus !  Daar wil ik niet bij betrokken worden ! "

" Zeg, bangschijter ! Het gaat niet over losgeld, hoor ! Ik versta daar enkel uit dat Marie tot nu toe tegen haar kinderen gelogen heeft wie hun vader is... Een soort chantage, dàt wél..."

" Zoekt ge Joseph?" Nadine en Arthur schrokken zich een bult toen Leon plots uit het niets achter hen opdook, met op de rug een zak vers gesneden gras:" Die is gaan sjotten met Robert en Bertrand Berkenout, daar in de wei achter de bocht van de straat. Is dat briefje voor hém? " En hij wees op het blad dat Nadine nog steeds in de hand hield.

" Neen…...Heu...Het stak uit de bus en wij dachten dat hij een bericht voor óns had achtergelaten…"

" We wilden het juist gaan lezen toen gij afkwaamt" vergoeilijkte Arthur: " Geef het hem, Nadine, en kom rap mee !  Tot ziens: we zullen Joseph wel vinden op 't eind van de straat…" En terwijl Leon hem wat beteuterd nastaarde duwde hij Nadine op snelheid en sprong toen mee op de bagagedrager…

" Wie was dat feitelijk ? " vroeg hij toen ze de bocht naderden.

" Dat ?  Wél, Leon natuurlijk, de broer van Joseph, of wie dacht ge ! "

" Dàt ? ! De broer van Joseph ?! Maar die lijken helemaal niet op elkaar ! Zijn stiefbroer bedoel je, uit een tweede huwelijk, of iets in dien aard ? "

" Inderdaad, lijk ge zegt: iets in dien aard ! Maar dan zónder tweede huwelijk, als ge verstaat wat ik bedoel ! Of moet ik een tekeningetje maken ? "

Plots begon hij smakelijk te lachen: " Nu begrijp ik pas wat die brief bedoelde ! "

" 't Zou verdikke tijd gaan worden !"

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 87

A57 

DOUCE FRANCE.

 

                                           Argelès-Plage, 20 februari '39.

Steiner voelde zich zo slap als een natte vod. Het was nu al een week geleden dat hij nog iets deftigs had gegeten, als je tenminste die paar sardientjes op weg naar de grens 'deftig eten' wilde noemen...Maar sinds ze  tien dagen geleden op Frans grondgebied geïnterneerd werden hadden ze enkel tweemaal een schep soep of slappe ratatouille gekregen :de eerste in het schiftingskamp van Le Boulou, bij hun overhaaste intrede in 'la douce France', en de tweede drie dagen later hier op het strand van Argelès. Geen wonder dus dat 'eten' ondertussen voor iedereen tot een obsessie was geworden.

Van die eerste vastenperiode na de grensovergang hadden ze zich niet veel aangetrokken, overgelukkig als ze waren met hun nipte ontsnapping uit de greep van de fascisten. Want het had er verdomme met zijn pootjes uitgehangen !  Onder de afwisselende sneeuwvlagen en regenbuien had de colonne vluchtelingen die laatste nacht in Spanje wel bevroren geleken. Op vijf kilometer vóór de grens was de steenweg volledig dichtgeslibd met alle soorten auto's, boerenkarren en karretjes, kinderwagens, tandems en bakfietsen...Nààst de baan uitzwermen ging niet, door de rotswand rechts en de ravijn links, en met hun rolberrie dóór de opstopping breken konden ze óók vergeten. De grote wagens en autobussen die door gebrek aan ruimte noodgedwongen stilstonden lieten geen enkel kleiner voertuig voorgaan. Zelfs het invalidenbed van Marco niet, ondanks de gewapende escorte van zijn twee 'kerstbomen'. Rondom hen zaten immers teveel àndere militairen vast, en dié kon je met een plaasteren poot of een handgranaat niet erg impressioneren...De brancard achterlaten en dan maar te voet verder trekken, met Marco op zijn krukken, had nog minder vooruitzichten geboden :niemand liet zich goedschiks voorbijsteken. Enkel als bij een opklaring een overvliegende bommenwerper een ei liet vallen kon je van de paniek gebruik maken om een paar plaatsen in de volgorde te winnen...Maar erg veel hielp je dat niet vooruit.

Ze hadden er zich dan maar bij neergelegd geduldig voetje voor voetje aan te schuiven zoals iedereen, ook al was het krijgsrumoer van het front met het uur genaderd. Niet zozeer uit het zuiden - de richting van Gerona waar ze vandaan kwamen - maar vanuit het westen, vanachter de bergtop van de Pyreneeën langs de grens. Het gerucht dat Navarrese troepen hen, vanuit links met een stoot in de flank, van Frankrijk poogden af te snijden, was dan tóch geen kwakkel gebleken...

Kortom, over die laatste vijf kilometer hadden ze, ruziënd en óp van de zenuwen, een volledig etmaal moeten aanschuiven. En toen de volgende morgen plots de Navarrezen op de linker bergkam waren verschenen, door de opkomende zon goed afgetekend tegen de besneeuwde flank, was de bom gebarsten...Op dat ijzig-kille bevroren moment - onze vrienden waren de grenspost tot op driehonderd meter genaderd - brak achter hen in de colonne opeens een waanzinnige paniek uit. Onder het aanzwellend schreeuwen, tieren en krijsen van de radeloze menigte, waarin het hinniken van de paarden verzwolg, was plots een vloedgolf vluchters komen opzetten die - zoals bij een dijkbreuk - samen met al het volk vóór hen de tergend-trage controle aan de grenspost had overspoeld !

 Marco had in het dolle gedrum één van zijn krukken verloren, maar was door Steiner en Günter gesandwiched en, tussen hen in, tot ruim twee kilometer voorbij de douanepost gesleurd. In de bruisende banjir waren ook de Franse Gardes Mobiles ten onder gegaan. Pas in de namiddag hadden die - vijf mijl verder, in Le Boulou - de woelige massa weer wat onder controle gekregen en de  onmetelijke mensenzee in een reusachtig 'schiftingskamp' gedreven. Een groot woord voor een aaneengesloten rits bergweiden, waarvan de omsingeling door een overdaad zenuwachtige Senegalese fusiliers weinig goeds had voorspeld.

Terplaatse werden, aanvankelijk met een zeker égard, de Spaanse militairen ontwapend en de gewonden afgevoerd. Maar bij de burgers werden de mannen brutaal van vrouw en kind gescheiden, zonder pardon. Steiner moest er de volgende morgen, ondanks zijn protest, ook Marco  in een Rodekruis-post achterlaten en was, samen met zijn twee Duitse kompanen, op mars gezet naar de kust, twintig kilometer verder...

Triest om zien, die eindeloos uitgerekte sliert van tweehonderdvijftigduizend uitgeputte wapenbroeders zonder wapens...En de spot in de ogen van de dorpelingen onderweg...Niets is zo ontluisterend als een legerbende die zelfs niet meer in de pas wil lopen.

 

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 88

STRANDGENOEGENS...

Het interneringskamp van Argelès-Plage bestond uit een strook zandstrand van ongeveer een kilometer lang en een driehonderd breed, omheind door één zinnebeeldige prikkeldraad. Punt. Verder niets, nada, que dalle... Geen enkel gebouw of afdak waar men een keuken of een administratie in kon onderbrengen, om van een infirmerie of latrines nog te zwijgen :niets. Enkel alle honderd meter, als een vredig fata-morgana, een kraantje met een douchekop, waar vroeger de toeristen het zout van hun zonverbrande lijf hadden gespoeld. Buiten de afsluiting stonden weer dezelfde Senegalese schildwachten (of hun tweelingbroertjes, want "alle negers trekken opéén") onrustig met de ogen te rollen :voor het eerst moesten zíj blanken bewaken en zo'n tegennatuurlijke toestand kon nooit goed aflopen, wisten ze...Wat verderop lagen hun collega's in de clinch met weerbarstige hopen kakhi zeildoek waaruit, ondanks hun luide bezweringen, trekken ,sleuren en schaterlachen ,putain de merde ,géén énkele deftige tent wilde groeien...

Moos had direct dóórzien dat ze hier voorlopig in open lucht zouden logeren en zijn makkers onmiddellijk meegenomen naar de hoge kant van het strand, tegen de flepse duinenrij.

" Eerst ons domein afbakenen, Heren, vóór het kamp propvol loopt :goed droog zand, minstens een lap van drie op drie !  En dan als de bliksem helmgras trekken, zoveel ge maar kunt !  Da's hier het énige groen. Goed om op te slapen, en misschien is het zelfs eetbaar..." Hij had in Duitsland twee jaar in een strafkamp bij de Oostzee gezeten en wist waarover hij het hàd. En de Fransen kennende vermoedde hij dat het wel even kon duren vóór die hier de verzorging van een kwart miljoen hongerlijders op poten zouden zetten. Een honderdtal veldkeukens voor het eten, tot daar toe :dat zou binnen een paar dagen wel lukken, hoopte hij. Maar voor een beschuttend onderdak konden ze beter zélf uit de pijp komen...

En gelijk kréég hij...Dié nacht sliepen ze, bij een wassende maan achter de voortjagende wolken, voor het eerst van hun leven in hun eigen stukje mulle duinzand, pinnig als grootgrond-bezitters...Alhoewel, van slapen kwam weinig in huis, uit reactie op de uitputtende spanningen van de laatste dagen, en de onrust rondom. De koude wind maakte het er zéker niet gezelliger op, maar dicht bijeen onder twee dekens en op een dik leger van helmgras viel het nog mee. En de volgende dagen pikten ze betere ideeën bij de buren zodat ze op den duur in een diepe kuil 'woonden', óp hun groene 'matras' en ónder hun drie samengeregen rubberponcho's... 'Droog' en 'warm' waren daarbinnen zeer relatieve begrippen, gezien het wisselvallige weer. Maar ze zouden het wel overleven, als ze tenminste 'morgen' iéts te eten kregen...

Jammer genoeg liep het met de bik van bij het begin fout. Het kamp was, zoals Moos had voorzien, ondertussen propvol gelopen. Eerst zou het Rode Kruis voor het eten instaan en de tweede dag kwam er zowaar een deftige delegatie langs de draad een oogje werpen, om dan stijf van ontzetting met de noorderzon weer te verdwijnen. Twee dagen later daagde het Franse leger op met welgeteld tien veldkeukens, maar méér dan één schepje slappe ratjetoe de man moest je per etmaal voorlopig niet verwachten... Ondertussen had zowat iedereen last van buikloop gekregen en werd zonder lang zoeken rap dààr neergehurkt waar de krampen het bevolen...Het wonderrecept van Moos - aanhoudend kauwen op duingras - kon misschien destijds in Duitsland iets uitgehaald hebben, maar hier bleek het resultaat eerder naar de slappe kant...

Langzaamaan drong de overtuiging door dat de Franse autoriteiten deze logge massa van een kwart miljoen sukkelaars nooit deftig zou kunnen helpen als die zichzelf niet wat organiseerde. De communisten gaven de aanzet om kleine groepjes gelijkgezinden politiek te overkoepelen in een cellenstructuur, tot een paar officieren de machtsgreep voelden aankomen. Een leger, ook al was het verslagen en geïnterneerd, behield toch een eigen bevelsketen en hiërarchie, zo redeneerden zij :zet die terug op poten en de amorfe massa wordt opnieuw maneuvreerbaar. En bij deze poging konden zij de bemoeizucht van de stalinisten missen als kiespijn.

Het kamp zat echter voor driekwart vol met dienstplichtigen, waarvan het gros de buik vol had van dat linkse gewauwel of deels zichzelf heimelijk Franco-gezind voelden. Die vonden dat hùn oorlog sowieso was afgelopen en dat al de officieren de pot op konden met hun 'kouwe-kak'. Dit schuwen van elk gezag - een typisch  reflex van de gefrustreerde underdog - uitte zich met de dag heviger naargelang de politieke versnippering weer de kop opstak. De anarchisten wilden zich niet opnieuw  laten inkapselen, noch door 'das Militär', noch door Moskou, terwijl de trotskisten en de P.O.U.M. van de gelegenheid gebruik maakten om met de oude onderdrukkers een paar openstaande rekeningen te vereffenen, met de gehate SIM in de eerste plaats. Binnen de week zat het er dus bovenarms op en werden 's morgens de eerste lijken begraven. De meesten gekeeld, maar sommigen gewoon gestorven van ziekte en uitputting. Gelukkig begonnen de Fransen rond die tijd eindelijk greep op de situatie te krijgen en kwam de voedselbedeling schuchter op gang. Niks te vroeg !

Het gerucht dat Parijs hier langs de kust ondertussen zes àndere kampen had ingericht kreeg vaste vorm toen iedereen opgeroepen werd zich te groeperen volgens zijn politieke voorkeur. Over de volle lengte van het strand verdeeld doken op regelmatige afstanden plots grote plakkaten op met de namen van alle linkse strekkingen en partijen die de republiek rijk was geweest. Het was duidelijk de bedoeling de vechtende honden uiteen te trekken, in eerste instantie hier op het strand, en vervolgens de homogene groepen zo vlug mogelijk naar een eigen kamp over te brengen. Het einde van de multi-culturele samenleving in het ex-republikeins leger leek nu wel met rasse schreden te naderen.

Vreemd genoeg stond er helemaal op het einde van het strand ook een bord met 'EXBRIG.INTERN.' en een andere met 'CAND. LEGION ETR.'...De Fransen hadden zelfs de moeite niet opgebracht dit in het Spaans te vertalen.

Günter kreeg het er zichtbaar moeilijk mee:" Ik was een EX-BRIG.INTER met een TROTSKI-verleden en een ANARCH-vriendenkring... En negen-op-tien ligt mijn toekomst wel bij het LEGION ETR...Kan iemand mij dan zeggen onder welk Scheisse-plakkaat ik verdomme mijn bedje moet spreiden ?!"

" Laat ons maar EX-BRIG. kiezen " opperde Steiner : " Het voorlaatste vak. Dan kunnen we voorlopig samenblijven en houden we alle mogelijkheden open...Met EX-BRIG kunnen we nóg alle kanten uit..."

" Hiér voel ik mij in elk geval niet langer thuis, nu dit stuk aan de P.C. is toegewezen. Heel de buurt stikt van de stalinisten ! Dus laat ons maar doen alsof we échte EX-BRIG zijn : misschien geloven ze het wel..."

Ook Moos wilde verhuizen :" En misschien zal dàt deel van het strand dààr niet zo druk bezet zijn...Al vind ik het jammer ons mooie nest te moeten achterlaten, na al die moeite met het helmgras..."

" Ik ga eens op verkenning " zei Steiner :" Houden jullie ondertussen onze boel wat in de gaten"

 

Na twee uur dook hij bezweet weer op.

" Inderdaad, veel volk zit er niet in dit voorlaatste vak, ik weet ook niet waarom..."

" Ja, verwonderlijk ",vond Günter :"Vooral als je nagaat dat in november vorig jaar - volgens de Ket destijds schatte - toch een vijfduizend oud-Brigadisten de Spaanse nationaliteit had aangevraagd. Die zijn toch niet allemààl gesneuveld ! "

"En in het volgende vak, onder het plakkaat 'CAND. LEGION ETR.' zit er bijna niemand ,geen kat !  Iedereen schijnt z'n buik vol te hebben van 't sabelslepen...De vier Franse recruteurs sparen ànders geen moeite :altijd maar tranerige plaatjes draaien van 'Mon Légionnaire' en zo...Ze hebben ook een veldkeuken met schapenragout als lokvogel naast hun open bureautentje gezet...En iedere serieuze kandidaat krijgt er een schep van om hem over de drempel te trekken."

" Schapenragout..."droomde Günter. En Moos, de eeuwige Wandelende Jood, vroeg argwanend :" Ben je zéker dat het geen varkensragout is ?"

" Zeg ! Stel je niet zo aan, Moos !  Daarbij ,wees gerust , ze nemen geen joden aan bij het Legioen ! "

" Juist daarom !  Als ik m'n pens heb volgevreten, leg ik 'Kleine Moos' open en bloot op tafel en vlieg ik buiten !  Dan brengt mijn besnijdenis eindelijk eens iets goeds op ! "

Plots begon Steiner zwetend te kokhalzen. Zijn twee kompanen versteenden toen hij de bloederige gulp braaksel met de voet onder het zand wou begraven. Maar hun verbazing sloeg om in afkeer toen ze de schuimend-rode brij herkenden :verse schapenragout-à-la-Provençale !

" Ik vertelde hen dat ik terug zou komen met mijn twee kameraden die ook stevige interesse hadden voor 'La 'Légion', en daarop gaven ze me nóg een schep !  Die vette kost is teveel van het goede, zoals ge ziet..."

" Gaan we, of gaan we niet ?" vroeg Moos ongeduldig :" Ik zou ook wel eens zo willen kotsen ! "

" Als ze MIJ terugzien, hang ik :dan moét ik tekenen, na al dat schranzen op hun kosten...Maar als we tot morgen wachten, dat worden deze recruteurs misschien door een àndere ploeg afgelost..."

" Morgen, morgen !  Tegen dàn lig ik in de coma van de honger ! " Günter werd kwaad :" Komaan, draai dat helmgras in de dekens en pak je ransel   We verhuizen !  Wat jij, Moos ?"

" Jetzt, mein Lieber, wird gefressen, verdammt noch Mahl ! !"

 

Steiner hield zich wat op de vlakte toen hij zijn twee kompanen aan de ronselaars voorstelde als serieuze kandidaat-zandstuivers voor hun legioen. Ze herkenden hem wel van zijn bezoek in de voormiddag maar schenen zijn inlijving niet te willen forceren. Misschien kon hij nuttiger zijn als aanbrenger van nieuw bloed, eerder dan als legionair-tegen-wil-en-dank. Door die twee stomme Duitsers aan te brengen had hij als het ware zichzelf dubbel en dik vrijgekocht.

Die heren waren goed op de hoogte van de problemen waarmee soldeniers zoals Günter en Moos - vaderlandsloze antifascisten uit Duitsland - verveeld zaten :een weg terug naar de Heimat wàs er niet, dat hoefden ze niet eens dik in de verf te zetten. En dat ze hier niet eeuwig op kosten van de belastingbetaler op hun luie gat konden blijven liggen, sprak ook vanzelf, nietwaar... Reken daarbij dat Frankrijk, sinds de val van Barcelona, volop zoete broodjes bakte met de drie dictators aan haar grenzen, dan bleef er voor een oudgediende van de Thälmann-brigade hier aan de Azurenkust niet zo érg veel toekomst meer over, hé... De twee vrienden konden niets ànders dan dat somber beamen. Als troost kregen ze hun eerste schep ragout, samen met poëtische beschrijvingen van het leven onder de wuivende palmen van een frisse oase.

Volgden dan een reclame-babbel mét foto over de avontuurlijke kameelpatroeljes door de woestijn en de kampvuren onder een purperen sterrenhemel. Juist toen ze hun bord hadden schoongelikt en de heren over gewillige buikdanseressen en lichte meisjes begonnen te slijmen, brak er buiten een rel los. Steiner maakte er stil gebruik van om weg te glippen.

Bleek dat de opwinding veroorzaakt werd door een colonne veldkeukens, dertig op zijn minst. In zijn vak, bij EX-BRIG.INT., bleven er alvast drie staan...Zo te zien was de hongersnood ten einde !

Hij stoof terug naar de tent van de Franse ronselaars :" Günter, Moos !  Schnell, Mensch !  Zum Fressen ! "

Moos trok lachend zijn broek weer op en stak zijn besneden klein broertje in zijn gulp:" Mon Capitaine ! Das war das Ende der Vorstellung ! FINITA LA COMEDIA !"

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 89

A58BIS

           LENTE '39: GEKLUNGEL ROND POLEN 

 

Nadat op 15 maart 1939 de Duitse troepen Praag waren binnengetrokken en de rest van Tsjechië hadden omgevormd tot de protectoraten Bohemen en Moravië ,begon het Westen "Herr Hitler" eindelijk te beschouwen als een ernstig gevaar voor de doodzieke wereldvrede. 

Daarom stelde de USSR op 21/3/39 "in het geheim" aan Engeland voor om samen met Frankrijk, Polen en Turkije een defensieverbond te sluiten tegen Nazi-Duitsland. Maar de Sovjetunie werd door Engeland gewantrouwd en door de Polen gehaat zodat alles op een sisser uitliep. De Führer voelde echter nattigheid en riep Polen op het matje in Berlijn :"Of ze niet wilden vergeten dat Polen de vroegere Duitse gebieden van de 'corridor' in bezit hield en de Führer die onaanvaardbare toestand vroeg of laat wenste te herzien ja ?"... Drie dagen later annexeerde Duitsland als waarschuwing het Memelgebied in Litouen ,dat het eveneens na '14-'18 had moeten afstaan. 

Wegens het algemeen wantrouwen ten overstaan van de USSR sloten Engeland en Frankrijk op 31/3/39,achter de rug van Rusland om , met Polen een hulpverdrag tegen een mogelijke Duitse agressie. Dit was een reuzeflater :enerzijds voelde de USSR deze uitsluiting aan als een belediging die vijf maand later uitmondde in het beruchte Molotov-von Ribbentrop-akkoord. Anderzijds dwong het de geallieerden militair garant te staan voor een zwakke natie met overslaande hoogheidswaan, waarmee ze op de koop toe geen rechtstreekse landverbinding hadden om het met grondtroepen te steunen.   

De Britse en Franse generalissimo's trokken zich binnenkamers de haren uit het kalende hoofd hoe ze in godsnaam deze door hun politieke leiders beloofde militaire steun moesten waar maken! Het legde daarenboven geen enkele rem op aan de suicidaire Poolse va-banque-politiek en zou de geallieerden vijf maanden later verplichten Duitsland de oorlog te verklaren. Want toen Polen op 6/4/39 het akkoord officieel in Londen ging tekenen wekte dit zodanig de woede van Hitler op ,dat hij onmiddellijk richtlijnen gaf om een aanval op Polen te bestuderen onder de codenaam "Fall Weiss".     

Het genegeerde Rusland zocht van de weeromstuit misnoegd toenadering bij Duitsland :het was bereid Hitler te steunen in zijn geschil om Dantzig en de 'Corridor'. Molotov liet in Berlijn een proefballonnetje op dat anderzijds Polen's oostgrens reeds lang een doorn in het vlees van Rusland was... Want als gevolg van een Poolse agressie in 1920 was de nieuwe grens met het door de revolutie verzwakte Rusland destijds 240 km meer oostelijk van de oude etnografische Curzon-linie verplaatst ,waardoor 2 miljoen Witrussen en Oekraïners onder Pools bewind waren gekomen...Stalin voelde zich evenwel te zwak om daar op eigen houtje iets aan te doen maar wilde wel eens peilen wat Duitsland te bieden had. Hij wenste daarenboven - zoals Engeland en Frankrijk vorig jaar in München - tijd te kopen om het Rode leger opnieuw te kunnen versterken dat door de vele harde Stalinistische "zuiveringen" praktisch was onthoofd. En aangezien Franco het conflict in Spanje op 1/4/39 zojuist officieel had beëindigd waarin zowel Duitsland als Italië hun nieuwe militaire tactieken hadden kunnen uittesten ,werd het voor Stalin de hoogste tijd om zijn eigen strijdmacht grondig te moderniseren.       

Dat de tijd begon te dringen bleek meteen op 7/4/39: Mussolini viel Albanië binnen om zich met zijn Spaanse lauweren als nieuwe mediterrane grootmacht te profileren. Hitler wilde niet achterblijven. Hij zegde op 28/4 in een redevoering voor de Rijksdag het vlootakkoord van 1935 met Engeland op (dat hij in het geheim reeds jarenlang had ontdoken) en verweet Polen in het openbaar zijn gedeeltelijke mobilisatie (terwijl hijzelf drie weken geleden geheime plannen had laten opstellen om Polen op 1/9/39 aan te vallen !)...

" Deze vijandige houding verplicht mij het oude Duits-Pools non-agressieverdrag van 1935 op te zeggen..." loog hij.       

Ondertussen gaf Hitler op 29/4/39 opdracht aan zijn buitenlandminister von Ribbentrop te trachten Stalin los te weken van Engeland en Frankrijk met als lokaas het vooruitzicht op een handelsverdrag. Uit de eerste contacten bleek al snel dat Rusland wilde meeprofiteren indien Duitsland de kwestie van Dantzig en de corridor "grondig wilde oplossen"...

Een paar weken na het beëindigen van de Spaanse burgeroorlog stapelden de onweerswolken zich razendsnel boven Midden-Europa op. De katholieke Kerk ,opgepept door de recente pausverkiezing van Pius XII ,gaf de grootst mogelijke ruchtbaarheid aan de tijdens deze oorlog bedreven (rode!) wreedheden en de ruïneuze ellende waarin het Spaanse volk nu trachtte te overleven.

Met deze afschrikwekkende berichten dreef de rechtse propaganda de haat van het gewone volk tegen het 'Rode Monster' steeds hoger op, en leidde het met fabeltjes en "fake news" blind naar de slachtbank...   

Enkel tijdens de verkiezingen kon Jan-met-de-pet nog de stem laten horen ,al gaf dat bijvoorbeeld op 2 april in België aanleiding tot zeer potsierlijke en tegenstrijdige uitslagen. Want als in Vlaanderen het rechtse V.N.V zijn  zetelaantal van 16 op 17 kon brengen ,dan viel het Waalse fascistische REX van 21 op ocharme 4! En geraakten er een paar fantasten in de Kamer met als programma o.a. de overkoepeling van de 'Vogelmarkt' in Antwerpen! Ha-ha, wat een mop  !...

Alhoewel...Wie tegenwoordig de Antwerpse Vogelmarkt bezoekt en zich de zotte beloften van toén herinnert, zal wel verwonderd staan kijken naar die reusachtige smakeloze luifel op het Theaterplein...

Eindelijk ? Of het begin van de waanzin ?

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 90

A59  CURIEUZENEUZEN EN VRAAGSTAARTEN.

                                                      WESTENDE, 1 maart '39.

"Maar nù valt mijne frank ! " sneerde Jetje: "Die gescheurde mouw van uw hemd, gisteren, dat was niet van aan de pinnendraad te blijven hangen !  Tarzan is het weer eens met zijn vuisten gaan uitleggen achter de school, hé !  En zoiets moet ik dan van d'ander mensen te weten komen ! "

"Maar g'hebt mij geen tijd gegeven om het deftig uit te leggen !" riep Leon verontwaardigd: "Gelijk gij mij gisteren direkt zijt beginnen verwijten voor "stommekloot" en "wildebras". Daarbij, ik heb niét gelogen:  ik zijn échtig in den draad blijven haken over de schoolpoort ! Dré Vermote hééft er mij ingeduwd bij het vechten. 't Is dàn dat ik hem een lap op zijn smoel heb gegeven dat zijn neus bloedde ! Maar voordien had hij mij in 't uitgaan uitgemaakt voor hoerenjonk en zijn broer Roger treiterde mij dat ons Joseph een bastaard was. Dien heb ik efkens mijn knie in z'n spriet gevlamd !  Ze hadden verdomme rap gedaan met zingen ! "

"En ge zijt er nog fier op ook !  Die gast had verdorie voor de rest van zijn leven ongelukkig kunnen zijn, als ge verstaat wat ik wil zeggen…...Zoiets doet ge toch niet: hij had verdimme wel dood kunnen vallen ! "

"Zegt dat tegen Nonkel René: : 't is hij die 't mij geleerd heeft !  Een goei kniestoot in hun kloten en z'hebben gedaan met koeioneren: zo gaat dat bij de vissers, zei hem. En zijt maar zéker dat 't werkt ! "

"Foei ! Laat ons hopen dat er maar niks van komt, want moeder Vermote ging deze noen haar beklag doen bij meester Denolf over die kapotte neus en die stamp…"

"Da's al gedaan. Ten twaalven stond ze in de klas en de meester heeft mij in de gang doen nablijven terwijl zij binnen stond te janken en te liegen dat ze blauw zag. Nadien moest ik er efkens bijkomen om mijnen uitleg te doen over dat schelden van bastaard en hoerenjonk en die scheen hij méér te geloven !  Hij keek haar in elk geval maar vies aan. Ik heb nog mijn gescheurde mouw laten zien die gij zo schoon genaaid had en ik zijn weer buiten gestuurd, zonder straf. Dat zegt toch genoeg hé ! "

 

Maar 's avonds op hun scheerzolder vertelde hij aan Joseph de rest van het verhaal: het stààrtje dat hij voor tante Jetje wijselijk verzwegen had.

"Toen ik na mijnen uitleg weer buiten vloog zijn ik bij de deur blijven staan luistervinken wat die heks nog allemaal op mijn kop ging kakken. Ik heb maar de helft verstaan, want vantijd begon ze te fezelen. En dan riep ze opeens weer hardop: "Ja-ja meester, dat is géén achterklap!  Vraagt het maar aan de garde: die zal het toch zeker weten, hé !  Rudolf heette die: da's algemeen geweten…. De vader was waarschijnlijk een Duitse prisonier van de Grote Oorlog, naar ze zeggen ! " En die naam heeft ze nog drie-vier keer genoemd vooraleer ik er vanonder muisde : Rudolf !…"

"Gijsse stommerik, om te gaan lopen ! Nu weten we nog niks ! Had ge verdomme blijven luisteren, dan waren we misschien het fijne van die roddel in het dorp te weten gekomen...… Rudolf…, ik heb die naam nog horen vernoemen. Daar ís iets mee, met die Rudolf, maar 'k weet verdomme niet wàt ! Gijsse kloot ! "

"Bon-bon, ge zult nog lang mogen wachten voor dat'k nog eens iets vertel !"

......................................................;

In de garage brandde enkel de lamp boven de bureeltafel waaraan Joseph nog even hun huiswerk overliep. In de schemerhoek bij de pick-up lag Arthur lui mee te neuriën met een kreunende Billie Holiday. De nieuwe plaat had hij pas drie dagen geleden tijdens de middagstudie in de radiozaak van de Langestraat gekocht en ondertussen zó grijs gedraaid dat het Joseph op de zenuwen begon te werken.

" Zeg verdomme, Tuur ! Als ge niet rap iets anders oplegt, trap ik het af ! Altijd maar "Strange Fruit" en nóg eens "Strange Fruit" !  Er zijn toch plezantere songs dan dàt ,hé…"

" Plezanter ? Dàt zéker ! Maar een tragischer en aangrijpender ? Nog nooit kreeg ik zo de rillingen over mijn rug als van deze Holiday… " En met trillende stem begon hij haar intonaties na te apen: :

"Southern trees bear strange fruit…

Blood on the leaves, blood on the root…

Black bodies swinging in the southern breeze…

Strange fruit hanging from the poplar trees…"

 

"Okee-okee! Wat is daar zo rillerig aan !?"

"Gijsse moerasbarbaar ! Heb je dan nog altijd niet gesnapt dat ze hiermee het lynchen van negers aanklaagt in de USA? "

"Hoezo lynchen ? Als de cowboys een neger ophangen zullen ze wel weten waarom, hé ! "

" Waarom? Omdat hij zwart is natuurlijk ! "

" Zomaar ? Tuur, ge zegt zélf dat er daar méér dan tien miljoen negers rondlopen ! Als ze die allemaal moeten opknopen, enkel omdat ze zwart zijn !…"

" Misschien hebben ze wel iets mispeuterd waarvoor een blanke een boete zou krijgen… Maar een zwarte krijgt een emmer petrol over zijn lijf en een vuurtje…. Simpel omdat hij zwart is.… Dat is net hetzelfde als met ons in Duitsland: bij het minste vlogen wij in de Knast, simpel omdat wij joods waren…: Stomme rassenhaat ! Gij ként dat niet, Joseph, maar ik wél. Misschien is het daarom dat deze Billie Holiday mij zo in de darmen grijpt…"

" Ow-ow ! Zegt nu niet dat ze in Duitsland alle dagen joden lynchen of opstoken, he makker ! "

" Neen, dàt niet, maar bij de laatste pogrom van de Kristallnacht zijn er toch zeker méér dan honderd "van de trap gevallen",zoals de staatskrant het zo lollig formuleerde, en tienduizenden in de strafkampen opgesloten. Dat alle synagogen die dag "toevallig samen in de fik vlogen" kwam omdat de "Dreckjuden" bij hun occulte riten zo slordig met brandende kaarsen omsprongen. Wij werden openbaar afgeschilderd als een gevaar voor de Duitse samenleving. En dat enkel en alleen omdat een dolgedraaid Pools studentje - toevallig een jood - in Parijs op een lid van de Duitse ambassade had geschoten. Sinds die dag sprak niemand nog een jood aan met "Herr So-und-So" maar met "Schmaus"… Ja, Schmaus Birnbaum noemden ze mijn vader, verdammt nochmal toch de eerste viool van de Kölner Filharmoniker ! En het ergste was nog dat je nergens klacht kon indienen zonder zelf in de Knast te vliegen ! "

" Bah, hier schelden ze óns wel uit voor bastaard en hoerenjonk: ik wéét ook niet waarom…...Daartegen kunnen wij ons ook niet verdedigen…"

Arthur kalmeerde even: " Wie 'óns'? "

" Wel: Leon en ik ! En het is niet de eerste keer, hé. Van de week heeft mijn broer nog een paar pestkoppen daarvoor een bloedneus geslagen. Het kan iets te maken hebben met een oude familiehistorie :dorpsroddel...Een béter verweer dan het slaan van bloedneuzen slaan bestaat er nu eenmaal niet…"

" Och, in alle families loopt er wel een zwart schaap rond… ! Bastaard en hoerenkind wijzen natuurlijk niet naar de grijze middeleeuwen, hé " meesmuilde hij: "Dat slaat op iets recents..." En alsof het hem plots  te binnen schoot, lachte hij volop: " Dat heeft toch zeker niets te maken met die dreigbrief van vorige maand, hé ? "

"Dreigbrief ?!" schrok Joseph :"Wélke dreigbrief ? Wat weet gij van een dreigbrief, verdorie ? Wie heeft dat gezegd"

" Wel, deze die we toevallig in je brievenbus vonden toen Nadine en ik je met carnaval kwamen vragen voor de cinema. Je was niet thuis en we dachten dat je met dat briefje in de bus een bericht wou laten wààr je naartoe was…. Nadine las toen de tekst hardop: het ging erover dat alle kinderen recht hadden hun afstamming te kennen, of iets in dien aard...… We hebben hem onmiddellijk aan Leon gegeven die plots àchter ons opdook… "

" Aan Leon ? Tiens-tiens… "

 

Die avond in bed kreeg broertje de volle laag !

" Zeg, Tarzan-van-mijn-kloten, waarom hebt ge mij vorige maand dien brief niet gegeven die Nadine in ons bus vond ? Dat blad met die drukletters waar er sprake was van de afstamming van ons vader ? Gijsse tweezak ! "

Het duurde even voor Leon begreep waar het over ging: " Drukletters?… Wat afstamming ? … Ha-ja !… En waarom had ik die aan meneer Joseph Petré moeten geven ? Uw adres stond er toch niet op, hé ! Die brief was gericht aan Marie, ons moeder, en niet aan een menere joseph ! "

" Ge hebt hem toch niet aan hààr gegeven zeker, gij stomme boer ! Als die roddel over de afstamming van ons vader ging, dan zijn wij de eersten die dat moeten weten. Ons moeder zal daar al lang het fijne van kennen ! "

" Zeg, sinds wanneer interesseert meneire zich aan de afstamming van ons vader, hé? Da's nu al een vol jaar dat ik met tante Jetje daarnaar aan 't graven was en ge hebt mij heel den tijd uitgelachen. Nu moet ge niet meer àfkomen met uwen zever, hé makker : die spookhistorie van Duinkerke is 'amen-en-uít' ! Ik ga me daar niet opnieuw aan laten vangen ! " En verongelijkt draaide hij zich demonstratief op zijn andere zij.

 Joseph voelde dat hij er zó niet zou uitkomen en bond wat in: " Maar man, die vertelsels van Duinkerke en Veurne zijn oude koeien !  Lijk ge zegt: dat interesseert geen kat meer. Ten andere: de roddel in 't dorp en het getreiter op school gaat allang niet meer over dat spook, maar over óns, makker !  Gij en ik, en misschien ons gestorven broertje: : hebt ge dat nu nóg niet verstaan ?!"

Maar Leon bewoog niet meer en deed alsof hij sliep.

"Ik heb indertijd ook zo'n soort brief gevonden " probeerde Joseph: " Maar ik heb hem aan Jetje gegeven en niét aan ons moeder, omdat ze volgens tante teveel verdriet zou krijgen van die leugens…" Hij voelde dat de snurker naast hem de oren spitste: "Wat zei ze toen ge haar ùw epistel liet lezen ? "

" Niets… want ze heeft hem nog niet gelezen...Ik heb hem bijgehouden en op een geheime plaats wéggestoken… "

" Gijsse geniepigaard ! Wat stond erin dat zo van belang was? Verstaat ge niet dat we dat geheim alleen kunnen oplossen als we alles sàmen op een rij zetten ? "

" Ik zal er morgen eens over nadenken als ik veel goesting heb ! Nu wil ik slapen ! "

En daarmee kon 'meneire' het voorlopig stellen !  

 

De volgende avond draaide Arthur op algemene aanvraag géén plaatjes tijdens het huiswerkmaken: Joseph wilde zijn aandacht houden bij een Franse vertaling terwijl zijn vriend in de luie zetel het buitenlands nieuws van 'De Dag' uitploos. Plots vloog hij op:

" Ziet ge wel dat wij van alles de schuld krijgen !  Luister maar naar de laatste vondst van Hitler ! Hier zie: 'Heu…bla-bla-bla… Als hierdoor een nieuwe wereldoorlog uitbarst, zal dat niét de schuld zijn van het Duitse volk maar van het internationale plutocratisch jodendom ! ' Ziezo, dat weten we weeral ! Dat monster slaat zo maar iets uit zijn nek, zonder het minste bewijs en dat volstaat om weer een paar duizend joden naar het werkkamp te sturen !"

" Het zal de joden verdomme deugd doen van wat meer te werken !  En dat zeg ik niet voor je geestesgenoten in het Derde Rijk, hé ! "

" Voor mij ?? Moet ik soms meehelpen vertalen? Terwijl gij, verdomde wijsneus, tóch altijd alles béter weet? En wat moet ik in godsnaam met Frans aanvangen in Amerika? !"

" Amerika ? Daar zijt ge nog lange niet, makker ! En hoe zit dat met al je gevloek ? Ik dacht dat je overlaatst met Pesach, of hoe heet jouw hooggeprezen paasfeest, beloofd had de naam des Heren niet ijdel te gebruiken, zeg ! "

" Dat doe ik ook niet: 'god' is niet de naam van onze Schepper. Wij joden noemen het Opperwezen 'Elohiem' of 'Adonai' of 'YaHWeH', al naargelang het Boek waaruit we citeren of de uitspraak van die voorhistorische lettertekens en hiërogliefen. Want niemand weet met zekerheid hoe bepaalde leestekens, die in de teksten de naam van het Opperwezen uitbeelden, verklankt moeten worden. Probeer dus maar niet mij te strikken met de leefregels en de voorschriften uit onze gewijde boeken: daar ként gij niets van. Al wat ik je over onze ritus vertelde was een lachertje, de uiterlijke schijn…. Onze wijsheren bestuderen al eeuwen de grondreden van onze cultuur - waarom is een jood een jood, bijvoorbeeld - en als je hen uitleg vraagt bekennen zij "Ik weet niets…" Wat kan ík je dan leren? Wij Birnbaums zijn maar joden van het achtendertigste knoopsgat: buiten de feesten doen wij niets aan het geloof."

" Dan is het plezant, om bovenop ónze kristelijke feesten er nog een reeks joodse op na te houden !  En ik maar nota's nemen op school omdat meneer zou kunnen volgen !  Wanneer ga je de volgende keer uit de bol? "

<p class="MsoNormal" style="margin-left: 42.5pt; text-align: justify; text-indent: 36.0pt
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 91

FAMILIEGEHEIMEN...

De volgende zondag, toen ze in het dichte struikgewas achter de hoge Apenduin een geschikte plaats zochten voor hun indianenkamp, kwam hetzelfde onderwerp weer slinks ter sprake.

" Zou Leon niet mee willen bouwen aan ons kamp? " vroeg Arthur onder het afrukken van een tak: " Zo'n sterke beer kunnen we hier goed gebruiken… "

" Vergeet het ! Hij heeft geen fantasie genoeg om serieus cowboy in het Wilde Westen te spelen. Vis vangen en konijnen strikken, dàt ligt hem beter."

" Dat is toch prachtig ! Dan kunnen wij op een middag eens écht eten roosteren boven een kampvuurtje…"

" Nee, daar doet hij niet aan mee: hij verklaart ons nu al gek als hij over Winnetoe hoort.… Voetbal is het enige wat hij speelt: om tegen een bal te sjotten heb je geen verbeelding nodig."

" Jullie verschillen wel héél erg van elkaar ,hé ? "

" Ja, ik met de kop in de wolken en hij met de voeten op de grond, ik weet het wel… "

" Ik bedoel: niet alleen van karakter. Hij is twee-drie jaar jonger dan wij en hij krijgt al een zwarte snorbaard ! En als je die schouders ziet, zeg: een echte beer, vol haar ! 't is nogal wiedes dat hij ze op school allemaal een bloedneus slaat ! "

" Ja, hij trekt héél erg op onze pa, dat was ook een echte beer. Als ge dié 's zaterdags in de wasteil zag zitten was het om schrik van te krijgen !  Maar ik weet wel waar je naartoe wil, hoor. En ik moet je teleurstellen: mijn blonde kop heb ik van mijn moeder. Ik lijk als twee druppels water op hààr. Volgens Jetje hé !"

" Toch héél opmerkelijk, zeg nu zelf ! Ik heb nog nooit twee broers gezien die zó grondig verschillen als jullie twee, hé…. Neem nu die Berkenouts waarmee je laatst liep te voetballen…"

" Niet moeilijk: dat zijn tweelingen ! "

" Okee, pak dan de broers Logiest van onze klas, of de Ghesquieres, of de Patteels en noem maar op: twee broers lijken altijd op elkaar."

"Och, mij hebben ze vlak na de oorlog gemaakt, toen iedereen nog ondervoed was van de schaarste en de Spaanse griep. Dan krijgt ge kinderen lijk ik: wittekoppen, mager en taai…. Leon stamt uit de vette jaren nadien, toen er weer volop werk was en eten in overvloed. Dat maakt een heel verschil…..."

Arthur schoot in een lacht: " Van blond naar zwart, enkel door worst te vreten ? Donnerwetter ! Als je van goed eten zwart wordt, hebben de negers toch niet te klagen !  Wat zit die stomme Billie Holiday dan de hele tijd te janken ! " En omdat Joseph enkel wat meesmuilend bleef zwijgen probeerde hij het vanuit een andere hoek.

" In die dreigbrief vroeg de schrijver aan Marie wie de échte vader was…"

 " Och, dat sloeg op haar eerste kindje, Rudolf denk ik dat het heette. Maar dat is heel vroeg gestorven, heb ik al gezegd. Daarom vind ik het juist zo onnozel dat ze dààrover nu nog zeveren." Plots kreeg zijn somber gezicht een verwonderde uitdrukking: " Tiens, ik heb je toch die brief niet laten lezen, of wel ? Waar haal je dat dan, van die échte vader? "

Deze directe vraag sloeg Arthur wat uit zijn lood: " Wel van Nadine, denk ik. Toen ze die brief uit je bus trok… heeft ze hem voorgelezen…"

"Jaja, Nadine natuurlijk ! En er zeker nog wat sappig commentaar over de jeugdzonden van mijn moeder bij gegeven, hé ! Dat kan ik mij voorstellen ! "

" Neen, en ze deed het niet opzettelijk: het was zo onduidelijk geschreven en zo raadselachtig dat we eerst alles moesten uitspellen voor we het begrepen. Daarom heb ik die ene zin ook onthouden."

" Raadselachtig, dàt wél...Iedereen tatert maar wat en niemand die er het fijne van weet !  Zelfs ík niet, dàt vind ik nog het ergste !  En zeggen dat ik mij van die familiehistorie nooit iets heb aangetrokken, vóór we die stomme brieven kregen…"

" Brievén ?! Dan is dat al langer bezig? "

" Een paar maanden, denk ik: ik weet van twee-drie epistels af, maar het moeten er méér zijn…...In 't begin zeverde die vooral dat mijn vader niét verongelukt was bij die ontploffing maar in Duinkerke de beest uithing met een Franse maitresse. Ik dacht eerst nog dat Leon die zelf geschreven had om mordicus te bewijzen dat zijn spookverschijning geen verbeelding was van een zattekul. Maar nadien ging het meer over wat mijn moeder als jong meisje had uitgespookt en dàt interesseert Leon geen knijt. Dus moet er iemand ànders zich met die schrijvelarij amuseren. Wié, dat wil ik niet weten, maar wel wààróm! Want op den duur zou ik zélf aan mijn afstamming gaan twijfelen ! "

" Twijfelen ? Dat is toch voor niets nodig !  Als er iéts onherroepelijk vaststaat dan is het toch je afkomst zeker !  In Duitsland konden ze in de administratie moeiteloos je familiestamboom napluizen tot in de vierde generatie, en als daar een jood bij zat, hing je…...Hier moet dat op de gemeente toch ook te vinden zijn ! "

" Zoiets tonen ze niet aan een jonge gast lijk ik…"

" Je moeder moet toch ergens haar trouwboek bewaren waar de vader van al haar kinderen vermeld staat ?"

" Ja, in de koekentrommel van Koning Albert…"

" Wel dan, waar wacht ge op ? Dan weet je toch meteen wie de vader is van je overleden broertje ! "

 

Maar over een vroeg gestorven broertje werd er in het trouwboekje met geen woord gerept. Die woensdagmiddag, met moeder op haar werk bij madame Jadot en Leon aan 't sjotten met de twee Berkenouts, zag hij de kust vrij…. In de blikken koekendoos vond hij bijna onmiddellijk het groene boekje in stijf glanzend kunstkaft onder wat attesten en facturen.

Met hevig trillende vingers overliep hij vlug de trouwakte, maar hij vond daarin zo direct niks abnormaals…... "Bla-bla-bla...alhier in het huwelijk zijn getreden PETRé Désiré, geboren te Veurne (provincie West-Vlaanderen) op 23 december A.D.1902, zoon van ouders onbekend, ten eenre, en: CATTRYSSE, Maria Petronela Eulalia, geboren te Westende (prov. West-Vlaanderen )op 18 augustus A.D.1904, dochter van Aloïsius Leopoldus en Maria-Magdalena Deschacht ten anderen zijde"

 Hij keek nog eens naar de trouwdatum - 13 december A.D.1922 - en sloeg het blad om... Dààr moest het dus staan !  "Kinderen uit dit huwelijk gesproten" Als eerste stond hijzelf vermeld: 26 juni 1923, en Leon eronder. Nergens was er sprake van dat 'vóórkind' Rudolf of hoe het ook mocht heten….

En - wacht eens - als hij verdomme goed kon tellen: getrouwd in december en eerste kind in juni - dat was zes maanden ! Ja watte ! Ook dàt nog ! Eerst ontbreekt elk spoor van zijn gestorven oudere broer, en nu dít !… 'Vom Guten zuviel' zou Arthur zeggen. Hoogtijd om schoonschip te maken, vond hij.

 

" Man, zaagt zo niet aan mijn oren ! 't Bonkt zo al genoeg in mijn hersens, verdime ! " Jetje zat met een slonzig schort over haar nachthemd en een gebreide omslagdoek over de schouders mistroostig aan de keukentafel in een kop zwarte koffie te staren. 't Was al woensdagnàmiddag en ze had zich blijkbaar zwaar overslapen. En niet veel zin nog verder op zijn vragen in te gaan.

" Verdomme Tante, een fameuze kater, zo te zien. Een trouwfeest in Oostende, heb ik gehoord ? Iemand da'k kén ? "

" Neen " zei ze schor: " Een vriendin…. Maar 'k heb geen tijd om nog voort te zeveren ! Want 'k heb het al duizend keer gezegd, vent: uw moeder heeft vóór u nooit een ander kind gehad: géén Rudolf en geen Adolf, niks !  En als ge wakker ligt van die zes maanden, dan moet ge voor de rest verdomd weinig zorgen hebben ! "

En terwijl ze hem wat lodderig trachtte in te focussen, beet ze hem toe: " Ja, 't was van 'moetes' !   Zijt ge nu content ?!"

 

Nog diezelfde avond, nadat haar tranen van liefdeverdriet samen met de alcoholnevels verdampt waren, had ze Marie vluchtig ingelicht dat ditmaal niét Leon, maar Joseph aan 't graven was geslagen naar zijn roots.

Marie had haar verhaal wat luchthartig weggewuifd omdat de jongen blijkbaar toch op het verkeerde spoor zat te snuffelen. Maar toen ze Jetje had buiten gewerkt krampte haar hart toch wat bij de gedachte dat Joseph zijn ingebeelde overleden broer 'Rudolf' had genoemd...

Rudolf, verdomme ! Onzalige herinnering die haar nu al vijftien jaar achtervolgde, sinds die mislukte vrijage op Nieuwpoort-kermis van 1922 ! Natuurlijk, die eerste avond in hun liefdesnestje op de wal van het Spaans fort had ze heerlijk spannend gevonden...…Ook al had hij toen lelijk van haar zwakte geprofiteerd, hij gaf haar toch de illusie van smoorverliefd te zijn.…

Drie zondagen had haar romance geduurd. Drie, och-arme, en telkens had ze de zotste uitvluchten moeten verzinnen om thuis weg te geraken. En Rudolf had haar steevast meegetroond naar "hun" plekje op de vest, om er in zwoel gezwoeg hun zondige roes te beleven. Ze begonnen steeds maar vroeger in de namiddag, en vanaf de tweede zondag had hij zelfs een heupfles jenever bij, om niet verplicht te worden het spel te onderbreken voor een frisse pint in de stad.

Uit die fles scheen hij een wonderbare kracht te putten want hij wist van geen ophouden meer, ook al moest ze hem op den duur wel een handje toesteken. Eerst had ze daartegen zo haar bezwaren, want zij verkeerde toen nog in de maagdelijke mening dat de màn alles moest doen en de vrouw enkel hoorde te ondergaan, liefst met de ogen toe. Maar Rudolf leerde haar vlug de ogen wijd te openen en samen met een teug jenever ook haar preutsheid door te slikken. Nu, zoveel jaren later, schaamde ze zich nog dood als ze dààr aan terug dacht…...

 

……Ze had geen flauw benul meer wat er allemaal met haar gebeurde. Was het zijn gedoe of de drank die haar zo'n ijl gevoel gaf, of was dàt dan eindelijk de Grote Liefde ? Och, om het even !  Het was goéd hier, in hun nestje. Enkel jammer dat het niet wat donkerder was :er moest zo maar eens een wandelaar passeren ,en ze waren gezien ,letterlijk ! De donkerte van den avond zou héél wat zaken stukken makkelijker gemaakt hebben, minder schokkend in elk geval.… Maar Rudolf speelde het nu eenmaal liever open en bloot en zag graag wàt hij deed. Of welk gezicht zij daarbij trok en wat ze er tenslotte van terecht bracht: aanschouwelijk onderwijs ,zogezegd…  :privéles van de meester !

Maar gaandeweg merkte ze dat het hem énkel dààrom te doen was. En dat het holle gevoel in haar buik - dat zij voor liefde hield - bij hém geen enkele respons meer opwekte. Tussen de bedrijven door eiste hij van haar de vreemdste dingen en als ze het niet goed deed naar zijn zin of te onhandig treuzelde kon hij werkelijk brutaal uitvliegen. Echt vernederend!

De derde zondag vergeleek hij haar 'troeven' openlijk met deze van zijn vorige veroveringen: : " Irène, ge weet wel, die heeft geen schrik van eens goed te lekken en ze pakt hem ook veel dieper ! " En wat later ging het over Josette van de "Cambrinus" die wél graag vanachter tussen haar billen liet prutsen !

" Maar dat is een hoer lijk een paard !" riep ze vertwijfeld uit: "En die vraagt daar geld voor, voor al die raar dinges, dàt wéét ik zéker ! Zo'n vuil hoer !"

Rudolf hoonde hard die plotse wereldwijsheid weg, en toen ze hem wenend smeekte of hij haar nog gaarne zag, vroeg hij abrupt wat dàt er nu mee te maken had !  Inderdaad, wat had dàt nog met liefde te maken, al dat gedoe ? …

 

Na al die jaren herinnerde zij zich nog goed dat hij zelfs geweigerd had haar die avond terug naar huis te wandelen, wat na al die rotte jenever toch geen overbodige luxe ware geweest ! Toén had ze al moeten begrijpen dat het 'uit' was met "Rudolf" Maar ondanks al haar weerzin en woede was ze te fier geweest om haar mislukking toe te geven.

Jammer, want nù kon ze die vent wel uitspuwen ! En enkel van zijn naam te noemen werd ze al ongemakkelijk ! Rudolf verdime !

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 92

A60  CONSUELA ?

                       LE BARCARèS, 20 maart '39.

Ondanks de roodgloeiende kolomkachel in het midden van de lange barak bleef het hier bij de ingang flink koud en tochtig. Tegen de harde kille "Tramontane" die met ruwe vlagen vanuit het noorden, over het kustmeer van Leucate recht het afgedankte militaire oefenkamp binnenwaaide, konden de gebarsten houten wanden en de kartonnen vensters weinig weerwerk bieden. Te meer omdat er doorlopend bezoekers van naastliggende barakken bij het wéggaan de slepende deur niet vlug genoeg achter zich dichttrokken en, eenmaal buiten, wel doof leken voor het polyfone protestkoor van de koukleumen binnen.

" Verdomme! Wéér één die in de kerk geboren is! Tür zu, Donnerwetter!" Gunter kreeg het langzamerhand op zijn heupen: " We zouden aan dat voortdurend over-en-weer-geloop van die vreemden in onze barak nu toch eens paal en perk moeten stellen!"

" Och, doe geen moeite, man." zuchtte Moos: " Die stomme Macaroni's verstaan toch geen Duits…"

" Wat komen ze hier dan doen, verdorie!?"

" Tauschen, natuurlijk, of wat dacht je!" De jood in Moos scheen er alle begrip voor te hebben: " Daar kan je aardig rijk mee worden, "zei hij dromerig.

" Weeral een saboteur van de proletarische klassenstrijd!" sneerde Gunter: "Echt een jood ! Gij verachtelijke worm! Dat wil rijk worden zonder werken! Foei!"

" Zeg, nu ik onder dak ben, wil ik ook zo vlug mogelijk 'binnen' zijn hé! En hiér kan je enkel sociaal opklimmen en rijk worden door te 'tchienchen', te ruilen, gelijk wàt…"

" Bon, als je dan toch je oude medestrijders wil oplichten, begín er dan nù aan, in plaats van in het stro te blijven lummelen. Dan kunnen wij misschien ook een beetje van je nieuwe welvaart profiteren!"

" Profiteren! Da's 't eerste waar jullie aan denken, zohaast er een vriend zijn hersens gebruikt om hogerop te klimmen. Als 't is om een bende parasieten op sleeptouw te nemen, begin ik er niet aan!"

En hij draaide zich om in zijn stroleger om rustig voort te dutten.

 

Hier, in dit 'Camp de Barcarès' hadden de resten van twee Internationale Brigades eindelijk een veilig onderkomen gevonden. Eerst en vooral het overschot van de XIIe Brigade: de Duitsers van de 'Thälmann' en de Italiaanse antifascisten van de 'Garibaldi'. Van de XIIIe I.B. was het Poolse 'Mickiewicz' bataljon sterk vertegenwoordigd, plus een onguur Balkanees allegaartje van de 'Tapaiev'. Allemaal mannen die door hun vroegere Heimat werden uitgespuwd en in oktober vorig jaar dan maar vlug-vlug Spanjaard waren geworden om aan de dreiging van een gedwongen repatriëring te ontsnappen. Ook dat zogenaamd 'veilig onderkomen' moest je met een korreltje zout nemen, want sinds ze veertien dagen geleden door zwaargewapende gendarmes hiernaartoe waren gevoerd, hadden de 'Verworpenen der Aarde' onderling al heel wat oude rekeningen vereffend,  met tot nu toe bij de latrines drie lijken als saldo in het morgenrood…

Maar vergeleken met de onmenselijke toestanden in het verzamelkamp op het strand van Argelès Plage zwommen ze hier in een bacchantische luxe. In het meer aan de achterkant van dit afgedankte legerkamp konden ze vrij wassen en plassen, in de barakken sliepen ze op een dikke laag stro en ze kregen op tijd eten en drinken. Niet overdreven véél, dàt niet, en altijd ratjetoe met rijst - wat niet getuigde van een grote culinaire verbeelding - maar na de hongersnood van de eerste twee weken was dat toch een reusachtige verbetering.

 In het kamp van Rivesaltes, vijf kilometer meer landinwaarts, zaten de overige brigadisten: een goor bezinksel vaderlandlozen samengespoeld uit alle hoeken van Europa, die eveneens voor allerlei duistere redenen niet terug naar huis wilden of konden. Volgens de geruchten die uit dit kamp naar Barcarès overwaaiden moest het er dààr op gebied van messentrekkerij nog helser aan toegaan! Moeilijk te begrijpen voor mannen die na eindeloos bovenmenselijk lijden ternauwernood aan de slachting van de bloederige burgeroorlog waren ontsnapt.

Die dikke week vasten onder de blote hemel van Argelès was niet in de koude kleren gekropen, maar al bij al, ze hadden het overleefd. De meesten toch, zij die het als een winterslaap hadden opgevat: door veel te maffen en niet te bewegen verbruikte je ook weinig energie. Maar toen de Fransen het strandbivak daar opsplitsten volgens politieke affiniteit en ze de ex-brigadisten onder zware bewaking op mars zetten naar dit kamp hier, waren er veel zieken ingestort. De helft van de duizendkoppige colonne was meer dood dan levend toen de brutale gendarmes hen bij valavond als vee door de poort van het 'Camp de Barcarès' binnendreven. Maar toen  plots alle lichten rond het appèlplein aanfloepten leken ze wel in de hemel aangekomen en de rijen barakken rondom oogden op eerste zicht als luxehotels. Pas de volgende morgen zagen ze hoe vervallen en afgebladderd hun nieuwe thuis wel was en het zou nog dagenlang zwaar puinruimen en opkalfateren kosten vooraleer ze hun onderdak écht bewoonbaar konden verklaren.

Steiner kwam niet vlug onder de indruk van dit fata morgana: " Lang zullen ze ons hier niet laten luieren, vrees ik. De Italianen wisten vanmorgen al te vertellen dat de Franse Prefect van deze provincie - de Fransen noemen het "Département" - beslist heeft de 'internés' te laten wérken voor de geboden kost en inwoon. Naar 't schijnt om de plaatselijke belastingdruk te verlichten. Want erg populair zijn we hier niet bij de bevolking!"

" Dàt kén ik!" zei Moos schamper: " In Duitsland hebben ze ons ook vlug voor onze 'Butterbrot' laten werken! Arbeit macht Frei zeiden ze daar in het Lager, en wie niet werkte kon creveren! Dat zal hier wel weer van 't zelfde zijn!… Alhoewel, zo'n gerucht dat door de Macaroni's gelanceerd wordt neem ik met een kilo zout! Lijk dié mannen een hékel aan werken hebben!"

" Okee… Maar dat van die Franse Prefect schijnt toch écht waar te zijn. …Zoals ten andere àlle nieuwsberichten die we aan hen danken: géén leugens of kwakkels. De Garibaldi's beschikken over een betrouwbare bron, zoals ze zeggen.… Gelukkig maar, zo blijven we toch een béétje op de hoogte van de situatie rondom! Want met hier in het stro op onze kont te zitten draaien worden we ook niet wijzer…"

" Hoe komen zíj er dan aan, aan die nieuwtjes ?"

" Och, één van hun betere koppen heeft naar het schijnt een galènepost ineen geprutst waarmee ze zuiver 'Radio-Languedoc' uit Carcassonne kunnen opvangen, soms zelfs Radio-Toulouse. En voor een pijp tabak kan je van die vent de laatste nieuwsberichten kopen, heet van de naald als het ware. Maar de voortverkopers gieten er dikwijls hun eigen sausje over. En als het tenslotte algemeen gekend raakt staat zo'n gerucht bol van de overdrijving en de leugens…"

" Dàt bedoel ik juist, met dat zogenaamde werken:  het zal wel weer een kwakkel zijn, om ons bang te maken"

" Bang? Verdomme Moos, ik wou dat ik kón werken!"

" Niet te gretig, Rocco! Gewóón werk zullen we wel niet krijgen, dàt zien de syndicaten niet zitten. Wél de smeerlapperij waarvoor de Fransen zichzelf te goed vinden, ja! Ik kén dat van in Duitsland, kameraad!"

 

Lang liet de kampleiding hen niet in het ongewisse: de rijke wijnboeren van vér uit het omliggende hadden in Le Barcarès vers vlees geroken: krijgsgevangenen, klaar om uit te persen als het ware ! En de heren kwamen als aasgieren aangevlogen om hun deel van de buit binnen te rijven…

Het was Steiner en zijn kameraden door het koude winterweer nog niet echt opgevallen, maar ze zaten hier inderdaad midden in de wijnstreek van de Roussillon. En nu het lente werd moesten die miljoenen en miljoenen wijnstokken op de golvende heuvels rondom één voor één gesnoeid worden en opgekuist voor een nieuwe oogst. In normale tijden zorgden daar goedkope Spaanse seizoenarbeiders voor, maar door de oorlog en het sluiten van de grens hadden die huurslaven verstek moeten geven…. Niet te verwonderen, dus, dat hereboeren van heinde en ver in de omtrek zich vanaf de eerste dag bij de kampleiding verdrongen om een vervangend contingent slaven op te eisen…...

" Als ik en Gunter dat snoeiwerk nu eens probeerden, een week op proef, dan kan jij hier 'thuis' op onze zaken letten.… En als de kost met inwoon die ze beloven daar inderdaad zo goed blijkt, kunnen we misschien iéts voor jou bewaren…"

" Zeg, rommel van een week oud vreet ik ook niet meer, hé." Moos scheen met de hém toebedeelde rol niet erg opgezet: " Ik wil óók geld verdienen!"

" Bang dat jij arm blijft terwijl wij massa's geld scheppen? Zeg Moos, gedurende zes werkdagen van tien uur een 'loon' van één frank per uur trekken, dààr koopt ge geen sigaren voor!'"

Inderdaad, één frank per uur was als pree schandalig wéinig: nog geen derde van het syndicaal minimum! Maar ze hoopten dat de beloofde 'kost en inwoon' dit tekort zou compenseren...En na die zes dagen 'Arbeits-kommando' - zoals Moos het in K.Z.-termen uitdrukte - mochten ze zaterdagavond weer terug naar het kamp voor de vrije zondag, om maandagmorgen om zes uur te herbeginnen. De wijnboeren lieten verstaan dat het werk wel een maand of drie kon duren...…

De Italianen hadden ondertussen over de 'radio' gehoord dat Franco alle vluchtelingen van de burgeroorlog weer in de schoot van de Spaanse samenleving wilde opnemen, voor zover zij geen vrijwillige bloedmisdaden tegen zijn regime hadden gepleegd. De overigen konden zich aan een genadige behandeling verwachten, wat dat ook mocht betekenen… :een genadeschot in de nek ? Te horen naar de geruchten over de massa-executies lag dàt wel in de lijn der verwachtingen. …Het radiobericht kreeg nog een zeer speciale bijklank toen de 'recruteurs' van de wijnboeren duidelijk lieten verstaan dat al wie op het werk deserteerde - én terug gesnapt werd -, onmiddellijk naar zijn 'vaderland' zou worden uitgewezen…!

En aangezien de meeste ex-brigadisten nu de Spaanse nationaliteit bezaten…...       

 

Steiner en Gunter belandden met een werkploeg van vijftig man, na drie uur sjokken in een goederentrein,  op een grote 'mas' die afhing van 'Chateau de Quéribus'.

De heuvels van de Corbièrestreek waren misschien wel mooi om zien, maar dat volstond niet voor de arbeidsvreugde. Na de eerste week moesten ze vaststellen dat de boer zijn beloften niet was nagekomen. De mannen kregen weliswaar deftig te eten, en 's avonds werd op geen liter wijn gezién, maar ze huisden in een halfopen wagenloods, rudimentair afgespannen met zeildoek. Die 'slaapzaal' kregen ze met de beste wil van de wereld niet verwarmd, zelfs niet met tien potkacheltjes ! En ook het werk viel zwaarder uit dan verwacht: na een dag van snoeien-op-hun-hukken voelden ze geen rug meer! Als gepatenteerd links rapaille lieten ze de baas in de loop van de week een paar keer duidelijk verstaan dat ze zó niet getrouwd waren, maar dat hielp nauwelijks. Met als gevolg dat ze zaterdagavond, bij het innen van hun karige loon van zestig frank, die vuile kapitalistische bloedzuiger 'adieu' wensten, zonder 'merci'!

 

Vandaag, zondag zullen de oren van de boeren wel gefloten hebben! Nu de mannen hun bevindingen ook met de àndere werkploegen konden bespreken bleek duidelijk dat de wijnboeren onderling vooraf een gemeenschappelijke lijn hadden uitgezet: véél eisen en niéts geven. De verontwaardiging in het kamp leidde tegen de middag al vlug tot een woelige meeting op het appèlplein in een stijl die hen vijf jaar jonger maakte, en een uur later stond hun reactie tegen de patronale uitbuiting vast: algemene staking van de uitgebuite 'Arbeitskommandos'!

Een paar dolgedraaide doordravers hief daarop de 'Internationale' aan, al vlug geestdriftig hernomen in een mengelmoes van alle Europese talen. De vrolijke bende trok spontaan in stoet met gebalde vuist het kamp rond alsof het al één mei was. Maar de wereldvreemde Franse kampleiding sloeg in paniek en tegen de avond zag de omheining zwart van de Senegalese fuseliers, bajonet op 't geweer!

Toen tot overmaat van ramp ook plots nog een barak van het 'Tapaiev'bataljon in de fik vloog - waarschijnlijk door wat dronken gedrang rond de roodgloeiende kolomkachel - zat het spel pas goed op de wagen! Door de sputterende en gillende luidspreker riep de Franse kapitein om, dat iedereen onmiddellijk in zijn eigen barak geconsigneerd werd, zoniet zou hij verdomme laten schieten! Dat onderwijl de meeste brigadisten volledig opgingen in een wanordelijke poging het vuur bij de Tapaievs te blussen was blijkbaar nog niet tot hem doorgedrongen. En nog minder dat slechts een pààr man in die losgeslagen menigte voldoende Frans verstond om zijn hees gebrul in de micro te begrijpen. Nog dààr gelaten dat je oude vechtjassen als de 'Thälmannen' niet op de vlucht kon drijven met wat schoten in de lucht…!

De nacht verliep héél onrustig, ook al omdat die kwibus inderdaad zijn bange Senegalezen af en toe liet schieten, misschien om zichzelf wat moed te geven in het donker. Maar toen bij de eerste klaarte de spanning zakte en de kampbevolking wilde aanschuiven voor hun broodrantsoen liep het wéér mis. Die gekke kapitein liet langs de sputterende luidspreker omroepen dat enkel de werkwillige 'Arbeitskommandos' hun dagrantsoen mochten afhalen alvorens naar de trein te vertrekken: de stakers die niét met het treintje vertrokken konden op hun kin kloppen!

" Zie je wel!" riep Moos: "Nét nazi's!"

Steiner vertaalde de kakofonie voor de omstaanders en ook bij de Italianen en de Polen bleken een paar polyglotten goed werk te verrichten. Want plots zwol een oorverdovend gejouw aan uit een koor van duizend kelen en wéér vuurden de Senegalezen vanachter de prikkeldraad een paar kogels over de hoofden van de spottende stakers. De meesten besloten dan maar terug onder hun deken in het warme stro te kruipen en voort te maffen. Van een dagje vasten zouden ze heus niet sterven!

Tegen de middag schoot Steiner plots wakker door een paar nijdige schoppen tegen zijn schoenzolen. Het duurde wel even vooraleer hij de luitenant herkende die zo wat de leiding van de barak op zich had genomen.

" Sergeant Rocco? Ja? Du sprichst doch ziemlich gut Fransösisch, nicht?" En voor hij boe kon zeggen kreeg hij nog een stamp tegen zijn voet: " Mitkommen! Und etwas schneller, ja!"

Bleek plots dat een paar officieren en oud-kaderleden van het 'Thälmann-bataljon' de koppen bijeen hadden gestoken om uit de patstelling van de 'révolte' en de Babelse spraakverwarring te raken. En na een uurtje met twintig man palaveren in een rokerig kamertje besloten ze een delegatie naar de kampleiding te sturen. Steiner en nog een Elzasser, Wirth, zouden de spreekbuis spelen voor een gemandateerd driemanschap. Hoofd was een pezige majoor, Pieck, een echte ijzervreter met één oor en een lang litteken op zijn jukbeen. Alhoewel Steiner ook een half oor miste kon hij voor die vent toch niet erg veel sympathie opbrengen. Nummer twee was de schoppende luitenant uit zijn barak, Brandt, een vinnig ventje dat de anderen "Speedy Gonzalès" noemden. En drie tenslotte bezat zo op eerste zicht geen graad, maar bleek al vlug de gevreesde politieke commissaris Ulbricht te zijn. Met sergeant Steiner en soldaat Wirth erbij vertegenwoordigde de vijfkoppige delegatie zowat alle militaire standen van het vroegere Thälmann-bataljon.

Eerst gingen ze bij de Italianen langs, maar daar waren ze nog volop aan het bekvechten wie barakoverste zou worden. Wanneer die viswijven aan de verkiezing van een delegatie zouden begínnen bleek hen voorlopig nog niet écht te interesseren. Dus besloot majoor Pieck dan maar zónder de 'Garibaldis' een nieuw akkoord met de kampleiding te bedisselen.

Om een lang verhaal kort te maken: de gekke Franse kapitein kregen ze niet te zien, maar wél drie wijnboeren die kwamen horen wààr hun werkvolk bleef. Pieck voelde met zijn ellebogen dat die heren erg verlegen zaten met de 'staking' en moest niet lang kampen om zijn drie eisen ingewilligd te krijgen. De verdubbeling van het loon slikten ze nog het moeilijkst, maar een betere 'huisvesting' in gesloten én verwarmde bijgebouwen was géén probleem. Ook de eis dat steeds 10% van het effectief van 'kamerwacht' zou blijven om voor brandhout te zorgen en met het eten te helpen, ging vlot van de hand.

Steiner voelde zich op den duur zowat de hoofdman van de sjacheraars, omdat alle voorstellen, eisen en gepingel van de twee partijen gezamenlijk door hém en soldaat Wirth vertaald en geformuleerd moesten worden. En dikwijls lieten ze zichzelf zó door de discussie meeslepen, dat Pieck en Brandt gewoon niets meer in de pap konden brokken. Niet te verwonderen dat volkscommissaris Ulbricht, die er helemaal niet bij te pas was gekomen, zich nadien niet erg geestdriftig voordeed…

Hoe dan ook, tegen de avond bezegelden de wijnboeren het akkoord met een cognacje, en pas toén merkte Steiner dat er al een hele tijd op de donkere achtergrond een schim had zitten meeluisteren en nota's nemen. Opgepept door zijn rol van 'porte-parole de délégation' - zoals de wijnboeren hem noemden - klampte hij de spion bij de deur brutaal aan.

" Staatsveiligheid, zeker? Deuxième Bureau? Iets gehoord om óver te brieven? De namen juist genoteerd?" Dat gluiperig mormel deed hem wat te sterk aan de gehate S.I.M. terugdenken. Maar toen deze verbaasd opkeek van zijn notaboekje, kreeg Steiner als het ware een mokerslag op de borst! Die oogopslag! Die mond! Was dat niet Consuela!??… Dat kokkerellend hoertje van het derde peloton aan de Ebro?? Die van haar ondervraging door de S.I.M. nooit was teruggekeerd? Dus tóch niet doodgemarteld zoals ze destijds veronderstelden ?

" Pardon?" vroeg het meisje:"Quel Deuxième Bureau ?... Welke Staatsveiligheid ?"

Nu kreeg Steiner een tweede klap, en hij moest even zijn hoofd schudden als om zijn hersens te verlichten: het wàs Consuela niet! Nogal wiedes, zeg!

" Heu… excuseer Mamzèl…, 't is een vergissing….Ik nam u voor een àndere dame…"

" Een dame van de Staatsveiligheid of een spionne? Niet alledaags hé, monsieur…" en ze keek even in haar nota's: " Meneer Steiner, neem ik aan…...Ik ben Nicole Lignot, van de 'Courrier du Sud'… Heu… plaatselijk correspondent voor regio Barcarès." glimlachte ze wat bescheiden." U verwachtte blijkbaar Matahari, maar die kon niet komen, ziet u...…"

Steiner lachte als een boer met kiespijn: " Dubbel excuus voor dat onnozel misverstand !… U begrijpt: iemand die in het halfdonker onze gesprekken noteert...…"

" Ik vond het ook onbeleefd dat de heren mij niet onder het licht aan tafel lieten werken " spotte ze: " Maar de ridders zijn dood en de galanterie sterft uit, nietwaar...Wilde u mij iets vragen, meneer Steiner?"

" Heu… neen, het was een dubbele vergissing…. Of tóch, misschien: U bent journaliste :weet u wat ze verder met ons van plan zijn? En hoe verloopt de toestand in Spanje? Wij hebben al twee maanden geen krant gezien, weet u?"

" Oei-oei, een héél programma! Weet u wàt? Als u mij gedurende een uurtje een exclusief interview toestaat, vertel ik u nadien alles wat u wil weten, okee?"

 

" Ze zei dat de Fransen zo vlug mogelijk van ons af willen " vertelde Steiner die avond aan zijn maats: " De meeste dienstplichtigen zíjn al terug naar huis, nét zoals de helft van de burgervluchtelingen. En de rest zouden ze graag doorsluizen naar àndere westerse landen, maar dié zijn niet erg happig.… Enkel België heeft er een drieduizend opgenomen, meestal wezen. En óns gaan ze het hier zó beu maken tot we vrijwillig uitwijken naar Mexico of Zuid-Amerika. Daar wordt nog hard aan gewerkt. Want dat Franco zal winnen is enkel nog een kwestie van een paar dagen, méér niet…"

" Dus met andere woorden " bromde Gunter" Alles is om zeep! De fascisten kraaien victorie en ons kappen ze op de mesthoop!"

" Ja, en pas op: dat weten ze niét van gisteren! Die journaliste zei dat men internationaal al een kruis over ons had gemaakt nà de val van Gandesa, september vorig jaar. Toen de Sovjets hun hulp stopten en de brigades ontbonden, was het in feite gedaan. Alles wat zij ons nadien nog lieten bevechten was zuiver voor de show. En dat is niet geëindigd met onze vlucht naar hier, hé! Ons noordelijk front was dan wel opgevouwen maar op het centrale front, in de driehoek tussen Madrid, Valencia en Malaga hebben ze de republikeinen tot nu toe voort laten vechten alsof er geen vuiltje aan de lucht zat! Terwijl de Russen al lang hoog en droog terug thuis zitten bij moeder de vrouw…"

" Vechten ze nù nog, bij Madrid? No pasaran?"

" Dàt is verleden tijd ,vriend. …Daar is het garnizoen - vooral syndico-anarchisten - drie weken geleden in opstand gekomen tegen de communistische legerstaf en ze houden sindsdien de stad. Waarschijnlijk in de hoop om de intocht van Franco zo kalm mogelijke te laten verlopen. En aan de zuidkust bij Cartagena is ook de vloot aan 't muiten geslagen. Alle schepen zijn onverwacht uitgevaren en hebben de vijftigduizend vluchters, die met hen naar Frankrijk wilden ontsnappen, steenkoud op de kaai laten stikken… ! Die journaliste meent dat de vloot nu in de Tunesische haven van Bizerte is binnengelopen en asiel heeft gevraagd"

" Dus dan is heel dat boeltje toch vér afgelopen ?"

" Consuela geeft ons nog een week…"

" Heet dat mens Consuela ?"

" Nee, maar ik noem haar zo…...Ze trekt goed op… ,och …,een oud lief, zeg maar…"

" Oei-oei-oei! Consuela! Mjam-mjam, zeg! Als daar maar geen kindjes van komen, hé kameraad!"

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 93

A61

PARTNERRUIL.

                         Westende, 28 maart '39.

"IN VLAANDEREN VLAAMSCH !" Wie dàt overal op de straat geschilderd had, moesten ze verdomme in 't zottekot steken! Die had zeker een vijs los, om zo het frêle toeristenseizoen hélemaal om zeep helpen ! Een échte schande ,daarover was iedereen het eens: dat vuile geklieder van die flaminganten ! En dan nog vlak vóór de Paasvakantie, juist nu alle vreemde gasten gingen toekomen ! Vooral voor de mensen die van de tram in de halte 'Bad' afstapten zou het een slag in 't gezicht zijn, al die witgekalkte slogans op de macadam rond de statie !

" In Vlaanderen Vlaamsch!" Ook op alle avenues van het centrum stond het er wel in tienvoud te lezen: je kon er écht niet naast zien! Wat moesten de toeristen wel denken van zo'n affront! Al goed dat de meesten het hoogstwaarschijnlijk niet zouden begrijpen, maar tóch! Dan was het nóg een smerig zicht, overal waar het vroege autoverkeer op deze prille zaterdagmorgen de nog vochtige teksten had voortgestempeld en uitééngereten tot lange vuile vegen op het propere wegdek. Alsof de bonte druksels met kiespropaganda op alle reclame-schuttingen en elektriciteitspalen het aanzicht van de kokette badplaats nog niet genoeg hadden besmeurd! Alhoewel, zo'n wildgroei van plaksels met "Stem nummer…" hoorde nu eenmaal bij de normale kiesfolklore: op een week vóór de 'algemene stemming' kon je moeilijk ànders verwachten. Vooral met de oorlogsdreiging voor de deur, stonden alle extremisten van diverse pluimage om het hardste te brullen dat 'de ànderen' schuld hadden aan de crisis. Maar niemand was dupe: de linksen lagen met hun Spaans débacle op de maag en rechts zat met de krijgshaftige fratsen van Hitler verveeld. Begrijpelijk dat die schreeuwers om de aandacht af te leiden wild om zich heen sloegen, zowel letterlijk als figuurlijk. Al hadden ze vroeger hier op 'het Bad' altijd hun manieren wat gehouden. Maar dàt was blijkbaar ook al weer verleden tijd…

Je zag direct dat de gealarmeerde veldwachter met zijn kuisploeg - vier opgetrommelde beroepsdoppers van de gemeente - de zware klus onmogelijk op zo'n korte tijd zou kunnen klaren. Daarom staken de omwonende neringdoeners maar rap-rap een handje toe om - aangespoord door een schuimbekkende Jean 'Peerdepoot' van de Société - met zeepsop en bezems de smurrie voor hun voetpad weg te schuren…

Nadine ging juist met haar twee oudere zusters aan de slag op het kruispunt voor hun groentewinkel - pardon: magasin de primeurs - toen haar oog toevallig viel op het blauw-email straatnaambord op het hoekhuis van de apotheker aan de overkant.

" Tiens, zwart ?… Da's nieuw…",

En het duurde even vóór het doordrong dat ook op de àndere hoeken de platen met een veeg teer onleesbaar waren gemaakt. Geen 'Avenue des Mouettes' meer te zien, en ook de 'Avenue des Chardons' was uitgeveegd! Ze liep even de straat af...…'Avenue des Portiques': foetsie! Toen wist ze het wel.

 

Als de commerçanten aanvankelijk slechts een vaag vermoeden hadden wie er zo kwistig met de Vlaamse kalkborstel op het wegdek was omgesprongen, dan hielpen die overteerde straatnaamborden hen brutaal uit de twijfel:  'Zotte Grammens' natuurlijk ! Teer was zíjn handtekening, onmiskenbaar ! Deze puritein kon niet verkroppen dat iedereen zijn voeten veegde aan de verplichting om ook in de toeristische badplaatsen ééntalig Vlaamse naamborden uit te hangen ! Zohaast die vent ergens een Franse straatnaam zag ,was het weer van dàt :een veeg teer erop !

Maar tóch kwamen er een paar zaken vreemd over:  Florimont Grammens trok er steeds op z'n eentje op uit met zijn laddertje en zijn emmer bitumen. Kalk was niét zijn specialiteit, wegens té makkelijk afwasbaar. Met de scheet van een ééndagsvlieg blaas je geen olifant van zijn sokken, zal hij gedacht hebben ! …Met àndere woorden: om de franskiljonse dikhuiden te verplichten de taalwetten toe te passen moest zijn eenzaam gevecht diepe onuitwisbare sporen nalaten, of het was zinloos. En zijn teerborstel liét dagenlang sporen na, niet alleen op de muren en in de geesten, maar vooral in de gechoqueerde nationale pers.

Doch ook de omvang van de actie viel wat buiten de norm van Florimont. …Op één nacht 'de taalwetten toepassen' op twintig straten zónder gezien te worden rook ondubbelzinnig naar ploegwerk. En ploegwerk lag niet in de lijn van een Don Quichotte als Grammens. …Eén week vóór de nationale verkiezingen had hij vast zónder moeite een paar gelijkgestemde zielen kunnen vinden om met hem op nachtelijke strooptocht te trekken. Vraag was of hij wel die moeite had genomen…...

Verdomd toevallig toch dat het schepencollege van het dorp - onder druk van de flaminganten - juist nù in de clinch lag met het bestuur van de 'Société Immobilière Westedaise' om de toepassing van de taalwetgeving binnen de badplaats af te dwingen…. De Brusselse heren eisten een tweetalig statuut op voor de kustgemeenten en hadden de laatste tijd al een paar maal officiële omzendbrieven van de burgemeester terug aan afzender gestuurd met als randschrift "Traduction en français s.v.p." En dat was niét alleen bij de gemeentesecretaris in het verkeerde keelgat geschoten. Meester Engelborghs had op de laatste gemeenteraad vanuit het publiek fors geprotesteerd en, met de verkiezingen voor de deur, luidruchtige steun gekregen van àlle verkozenen, zelfs de blauwe ! Niemand keek er dan ook van op, toen het gerucht begon te lopen dat in feite niét Grammens, maar een stoottroep van de D.M.O. verantwoordelijk was voor dit lokaal geklieder met teer en kalk…. Destemeer toen bekend werd dat onze Florimont diezelfde nacht in Knocke-le-Zoute al borstelend tegen de lamp was gelopen, en dat hij moeilijk als God-de-Vader "hier en daar en op alle plaatsen tegelijk" kon geweest zijn hé.…

 

Die maandagmorgen, de laatste vóór de paasvakantie, zat Joseph op de 'remorque' van de tram wat verveeld  aan zijn vingers te krabben toen Nadine aan de halte van het Bad opstapte. Nonchalant wierp ze hem een korte glimlach toe voor ze naast hem op de bank neerplofte. Als betrapt stak hij opvallend vlug zijn handen diep in zijn broekzakken en schoof op tegen het venster.

" Wat is't, hebt ge kou, dat ge zo wegkruipt ?" vroeg ze wat geprikkeld: " 'k Heb pertang geen schitje gelaten, dat ik weet !" Ze scheen goed op dreef, zo vroeg in de morgen. En omdat ze duidelijk bijval verwachtte haakte hij lachend in:" Zijt ge wel héél zeker ? Wat is het dan dat ik zo riek ?"

Ze straalde tevreden: " Soir de Paris. Ik meende dat den Tuur dat wel graag zou rieken, maar 'k zag hem niet aan de statie, vanmorgen. Zou hem ziek zijn ?" Zo brutaal had hij haar nog nooit weten hengelen !

" Ge weet goed genoeg dat hij vandaag niet meekwam, met die joodse feestdag: 'Schavot' of zoiets! Hij heeft het ons zaterdagnoen nog met handen en voeten uitgelegd !"

" Chavoe-ot" zei ze met een uitgestreken gezicht:  " Het feest van de eerste oogst. Ja, nu dat ge 't zegt…"

" Komediante !" snoof hij verachtelijk. Maar in plaats van de gekwetste onschuld uit te hangen, schonk ze hem haar bekoorlijkste glimlach.…

Na de halte van 'Krokodil' schoot ze haar tweede pijl af: " Hebt ge ook gehoord dat de Birnbaums spreken van wéggaan ?"

Hij schrok wakker en kreeg een vaag vermoeden waarom ze plots weer interesse toonde in zijn bestaan:  " Wéggaan ? Hoezo ?! Waar haalt ge dàt nu weer uit !"

" Hey maatje ! Niet met mij hé  ! Gebaart niet van krommenaas: ík weet dat gíj het weet, dus stopt maar met liegen ! …En dàt durft mij uitmaken voor komediante !"

" Waar haalt ge dat vertelsel ?" herhaalde hij onbewogen: " Ik zou zoiets toch 't eerste moeten weten !"

" Och maatje, in de winkel horen we àlles, vergeet dat niet. …Maar gij en Arthur hebt het in feite zélf verraden, door altijd over Amerika te beginnen: hoe hem daar bij zijn nonkel in Nieuw-York denkt fortuin te maken met de verkoop van tapijten."

" Dat zegt toch niet dat ze morgen wég zijn !"

" Dat beweer ik ook niet, hé !" zei ze geprikkeld.

Joseph blokte af: "Daarbij, als ze geen deftige reispas krijgen, mógen ze zelfs niet over de grens…"

" Mogen-mogen ! Er geraakt zoveel over de grens dat niet mag ! Daarvoor zijn er 'blauwers' (smokkelaars), hé ! En ik weet dat z'n pa het aan dié kant zoekt… "

" Dan zal hem nog lang kunnen zoeken!"

" Bah, de politiek verandert alle dagen…. En voor geld is àlles te koop, hé: blauwers zéker, maar ook een pas ! Ten andere, ik kan niet geloven dat gíj niet van Arthur zijn plannen wist, en ík wél !… Dan zijt ge misschien met hem minder 'goed bevriend' dan ge dacht."

Dat kon hij niet over zijn kant laten gaan: " Ik bén zijn beste vriend ! En ik kén al zijn plannen ! Maar ik heb beloofd te zwijgen en daar hou ik mij aan. Punt."

" Ziet ge wel dat het wààr is !" riep ze triomfantelijk: " Ik voelde het met mijn ellebogen ! Die schijnheiligaard ! Mij zo voor de zot houden !"

Joseph wist zich gerold en zei bitsig: " Heeft hij je de eeuwige liefde beloofd, misschien ? Dan zijt ge eraan voor de moeite, ma belle !"

Maar Nadientje lachte hem enkel wat spottend toe ,zoals vorige zomer, bij het flirten in haar garage.… In een flits schoten alle fantasmen, die hij sindsdien met haar in bed had beleefd, aan zijn oog voorbij. Zijn hart krampte samen. Maar misschien hoopte ze enkel weer een slaafje te vinden voor haar zware triporteur, nu de vakantie voor de deur stond…

" Hélaba !" dacht Joseph: " Rijden en omzien !"

 

Françoise De Bens stond niet aan de tramhalte Middelkerke-Post. Joseph veegde met zijn mouw de vuile damp van de ruit en spiedde de kerkstraat af.

" Nu dat de examens voorbij zijn zal ze profiteren om alles voor het seizoen te helpen klaarzetten." opperde hij, om nogal opvallend van onderwerp te veranderen.

Hij had zich die moeite kunnen besparen want plots stond de kaartjesknipper voor zijn neus.

" Abonnee !" zei hij automatisch en hield zonder nadenken zijn kaart omhoog."

" Zeg gijsse vuilaard !" sneerde Nadine: " Geen tijd gehad, vanmorgen, om uw handen te wassen ? Wat zijn dàt voor zwarte korsten !?"

" Pek !" zei hij zonder verpinken: " Er was een lap teerpapier boven onze keuken losgewaaid…"

Gelukkig had meester Engelborghs ook tijdig déze uitvlucht bedacht. En was hij gisteren inderdaad even met  een pot bitumen op het dak van de barak gekropen…

" Echt waar ?" Ze scheen allesbehalve overtuigd.

 

Toen Nadine woensdagavond met Arthur in Westende van de tram stapte wist ze dat ze de wind vanvoor zou krijgen. Ze had al twee dagen zijn charmeoffensief met duidelijke koelte afgewezen en ondertussen rond Joseph gedraaid als een loopse poes. Gisterennacht had ze de laatste retouches aan haar lijkrede aangebracht en nu stond ze als het ware voor zijn open graf.

Toen ze de hoek van café 'Noble Rose' omsloegen en er in héél de avenue des mouettes geen kat te bespeuren viel, scheen de invallende duisternis hem de moed te geven om een verklaring te eisen. Hij hield haar tegen.

" Nadine, wilt ge nu eens uitleggen wat er scheef loopt tussen ons ? Voor wat zijt ge kwaad ? Heb ik iets verkeerd gezegd misschien ?" Maar zij liet zich niet verrassen.

" Verkeerd ? Dàt kan ik niet zeggen ,neen...…Maar ge hebt iets niét gezegd, en dàt is véél erger !"

" Hoezo, erger? Wat had ik moeten zeggen?"

" Dat ge naar Amerika gaat vertrekken, tiens ! O, mij goed hoor ! Maar er plots vanonder muizen, stilletjes lijk een dief in de nacht, da's minder schoon ! Vooral dat ge ondertussen mijn kop blijft zot draaien alsof er geen wolkje aan de lucht is en doet alsof onze vriendschap het eeuwige leven heeft ! Want ge weet het misschien niet, maar in mijn ogen is vriendschap iets van langen adem: daar moet aan gewerkt worden, vooral als meisje zijnde. Altijd fris en proper voorkomen, geestig zijn en lachebekken:  dat vraagt dikwijls veel moeite, verstaat ge dat ?… In de winkel brengt zoiets geld op, maar onder vrienden bouwt ge daarmee aan de toekomst. En ik heb juist moeten horen dat wij - gij en ik - dat niet hebben, een toekomst. …Als ge morgen opeens verdwijnt, dient heel die opbouw voor niets !"

Haar lange tirade had hem over de eerste schok heen geholpen. Maar nu vroeg hij zich af hoe ze verdraaid de voorgenomen vlucht van familie Birnbaum te weten was gekomen ? Joseph ?

" Wie vertelt dat, over Amerika ? Joseph ?"

" Och Arthur, jongen, ge weet toch zelf wel hoe gij veranderd zijt sinds een paar weken. …Van als de Duits héél Tsjechoslovakije heeft bezet loopt ge rond lijk een hond met een bus aan zijn staart, lijk een rat in de val. Dat ge een gat zoekt om weg te vluchten is zo klaar als een klontje. Doe geen moeite om de schuld bij een ànder te leggen: bij elk normaal mens die twee en twee kan optellen hebt ge uzelf wel al duizend keer verraden. Vergeet niet dat in een gat als Westende-Bad iedereen iedereen kent en wij in de winkel àlles te weten komen ! Zelfs de besten verspreken zich wel eens: dat moogt ge Joseph niet kwalijk nemen hé vent !"

" Dus ge laat mij vallen omdat ik misschien binnen een jaar - of twee-drie jaar, wie weet ! - opnieuw weg zal moeten vluchten ? Mooi hoor ! En vooral oneerlijk ! Want weet ge waar gíj binnen een paar jaar gaat zitten ? Weet gíj wat de toekomst brengt, nu het oorlog wordt ?"

" Voilà ! Ge zegt het zélf: wij, zowel gij als ik, hebben geen toekomst. Niets waaraan we kunnen bouwen !"

" En met Joseph hebt ge die wél ? In de Kongo ? Ge weet toch dat hij bij de negers in de tropen carrière wil maken ?"

Ze zuchtte: " Och, dàt of pompier...…Hém heb ik in elk geval nog jàren bij de hand om bij te sturen als dat nodig moest zijn. Verstaat ge Arthur: nog jaren ! Terwijl gij morgen misschien met de noordenwind verdwenen zijt ! …Ge moet dat begrijpen. Niets belet ons ondertussen goede vrienden te blijven, maar ge moogt van mij niet méér gaan verwachten. C'est la vie, Arthur, je n'y peux rien…"  Zalvende troostwoorden voor een bloedend hart vond ze beter klinken in het Frans.

Ze schonk hem vóór haar deur, in volle licht van het laatste kruispunt, haar 'treurigste-glimlacht-nummer-drie', die ze gisterenavond nog vlug voor de spiegel had ingeoefend.

" Sans rancune, chér ami ?" 

 

De stemming in de garage was helemaal om zeep en Joseph kreeg het langzamerhand op zijn heupen. Al twee dagen had Arthur zich de rol van martelaar aangemeten, met de uitgebluste blik van hongerstaker bovenop !

" Zeg ventje, ik vind dat gij nogal 'culot' hebt! Mij woordbreuk verwijten omdat Nadine eindelijk de puntjes op de i zet ?! Ik heb je van de eerste week af verwittigd dat alles wat haar persoontje aangaat in mijn privé jachtdomein lag. Dat je ondanks dàt toch met haar voort flirtte, heb ik héél onvriendelijk gevonden, ook al wist ik dat zij je gaandeweg flink heeft aangemoedigd. Maar dat deed ze niet - lijk gíj dacht - uit 'grand amour' voor uw schoon ogen hé ! Neen, stommerik: zuiver om míj te testen. Of te pesten, lijk ge wilt ! Want zo ís ze nu eenmaal: een grote specialiste in aantrekken en afstoten ! …Ik kén haar spelletjes al langer dan vandaag. Dat ze - om welke reden ook - nu weer aan mij de voorkeur schijnt te geven: des te beter, maar ik doe daar geen speciale moeite voor. …Ze heeft mij éénmaal voor schut gezet toen ik de eerste stap deed: géén twééde keer hé !"

Arthur haalde vermoeid de schouders op: " Het is Nadine niet die mij dwars zit, vriend ! Alhoewel...…Maar vooral dat ge haar ons geheim hebt verklapt. Begrijpt ge dan niet dat onze plannen om overzee voort te vluchten waardeloos worden als ge die aan de grote klok hangt ?!"

Joseph stak gekrenkt de hand op: " Oooow! Stop hé makker ! Van Amerika heb ik niéts verklapt ! Niets: goed verstaan ? Zij heeft gewoon wat stukken en brokken van links en rechts bijeen gesprokkeld en aanéén gelijmd…. En ja, ze heeft mij verrast met dat voor mijn voeten te werpen, en direct geweten dat mijn uitvlucht een leugen was. Maar néén: ik heb haar niets verteld ! Ik begrijp ten andere niet waarom gij zo hoog van den toren blaast dat ík verraad pleeg door ùw toekomstplannen aan de grote klok te hangen, terwijl gij zelf mijn droom om later naar de Kongo te trekken aan haar neus hangt ! Dat is ook geen zuivere koffie, hé makker !"

Arthur schudde even verdwaasd het hoofd, als overweldigd door een enorme absurditeit: " Maar beste vriend toch, Donnerwetter !! Ziet gij dan het verschil niet? Als ónze geheime vluchtplannen aan het licht komen kunnen er doden vallen ! Niet alleen in mijn familie, maar ook onder de mensen die ons helpen ! Terwijl het uitlekken van uw carrièreplannen hoogstens de negers en de olifanten de stuipen op het lijf kunnen jagen ! Hoogstens hé ! Nadine moest er enkel eens mee lachen !"

" Lachen ? Zuur, lijk een boer met tandpijn, ja ! Ze deed ànders lelijk genoeg toen ik een paar maand geleden over Congo voor het eerst een visje uitwierp ! Man-man ! Da's de enige reden waarom ze toen jóuw heeft binnengehaald, vriend: om mij te pesten ! Dat ze nu door jouw Amerikaanse reisplannen opeens weer voor míj kiest was te voorzien. Ze wou gewoon vermijden dat ik het met haar vriendin Françoise zou aanleggen. Wat ik zéker gedaan zou hebben, want die heeft héél wat minder gecomplikeerde streken dan 'Madam', en is héél wat coulanter ook !"

Arthur bleef nors zwijgen, maar Joseph voelde dat hij toch de dreigende breuk had afgewend en dat maakte hem vrijgevig.

" Zou dié jou niets zeggen ?"

Arthur keek op: "Wie …wat zeggen ?"

" Wel, Françoise ? 't Is toch een ferm mokkel, hé, en ik wed dat zij direct akkoord is…"

Maar méér dan een ontmoedigd schokschouderen kon Arthur voor dergelijke frivoliteiten niet opbrengen.…

Voorlopig toch. …

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van " De Afrekening"

↑ Terug naar de berichten