Naar de inhoud

" De Afrekening"

Een West-Vlaamse oorlogsthriller in afleveringen
akke.beakke.be

Archief

Deel 74

A47:   EEN NIEUW BROERTJE ?...

            Westende, 13 december '38.

Kwart na zeven 's morgens: hoogste tijd voor Joseph om naar de halte te stappen, ook al zou de "let-op" - zoals de kusttram door de dorpsjeugd werd genoemd - met dat vuile weer wel wat vertraging hebben. Het dikke sneeuwtapijt rondom de barak lichtte vreemd op in de duisternis en scheen elk geluid te smoren, buiten het gorgelen van het smeltwater in de regenpijp. De wind was gaan liggen, en de dooi had het tuinpad al omgetoverd tot een gore sompige brij...

Iemand had het pak natte sneeuw op de brievenbus aan het tuinhek weggeveegd: " Tiens, de facteur is wel dànig vroeg op trot voor een maandagmorgen..." vond Joseph verwonderd, vooral omdat ze hoe dan ook slechts zelden  post besteld kregen. Maar toen hij onder de klep keek zag hij enkel een dubbelgevouwen blad zitten dat, voor zover hij in het donker kon zien, nog maagdelijk onbeschreven was aan beide zijden. In een opwelling wilde hij de flauwe grappenmaker voor schut zetten door het blad in een prop weg te gooien, maar stak het dan toch maar in zijn jaszak.

In het betonnen schuilhokje aan de halte stonden de vaste klanten te verkleumen: vier jongens en drie meisjes die zoals hij school liepen in Oostende. Verder nog de stijve notarisklerk Bosteels die steevast hoestte als Joseph daar 's morgens zijn eerste pijpje opstak en Twanne Wullaert die 'iets was' op het bureel van de maalboten.            

In de donkerste hoek zat ook die zwarte dame weer, nauwelijks zichtbaar. Ze was hem al een paar weken geleden opgevallen omdat ze zo goed rook naar kolonje en hij had haar sindsdien iedere maandagmorgen geregeld teruggezien. Waar ze hier ergens woonde wist hij niet, en hoé ze heette nog minder. Maar in zijn zwoele bedfantasmen speelde ze - ondanks het verschil in leeftijd - af en toe de hoofdrol, vooral sinds het niet meer zo goed boterde met zijn Nadientje... Als "Linda" verscheen ze dan in bizarre flitsen van zijn dromen, en overlaatst was hij zwaar zwetend wakker geschrokken toen ze hem in een bloedrode kamer helemaal had vastgebonden. Maar overdag hield hij haar in zijn gedachten op veilige afstand en deed haar smalend af als "Het Schilderij"...

De tram kwam met ruim tien minuten vertraging onder een regen van blauwe vonken uit de bocht vanachter de besneeuwde duinen gegleden. Omdat "Het Schilderij Linda" vooraan in eerste klasse opstapte, scheidden hier hun wegen en kon Joseph zich in de aanhangwagen ongestoord concentreren op zijn geplande charmeoffensief tegen Nadine.

Ach ja ,Nadientje...Haar onverschilligheid van de laatste maanden had hem dieper gekwetst dan hij wilde toegeven, vooral omdat van zijn verhoopte successen bij de z.g. "zwermen loslopende schoolmeisjes in Oostende" niet bijster veel in huis was gekomen...Na de vuile streek, die ze hem eind augustus gelapt had in haar garage, had hij verwacht haar met hautain negeren tot inkeer te kunnen dwingen. Maar deze tactiek was faliekant afgelopen: ze had demonstratief haar vriendin Françoise in de armen gesloten en hém in zijn vet laten gaarstoven. Om dàt nog recht te trekken ,zónder als een gieter àf te gaan, moest je verdomme een sterk stukje kunnen flirten. En hij twijfelde er eerlijk gezegd aan of hij als jonge Casanova wel genoeg bagage bezat voor dergelijk stuntwerk...

Hij zag haar in Westende op het perron twijfelen tussen vóór-of-achteraan-opstappen, maar dan toch maar de aanhanger kiezen. Ze schoof tussen een vijftal àndere verkleumde passagiers stomend de wagen binnen, zag hém bij de deur zitten en koos ostentatief een vrije bank middenin, de feeks ! Bon, dan was hij nù aan zet...

Hij stond op en ging naast haar zitten, ondanks haar verontwaardigde snoet: " Da's bezet ! Ik hou die plaats voor Françoise ! "

" In Middelkerke sta ik wel recht als ze opstapt. Bij de deur daar zit ik in den trek. Hier is't warmer!" Waarop hij plagerig wat dichterbij schoof en zonder haar de tijd te geven om zich te herpakken knikte hij naar haar dunne boekentas: " Ook examens? "

" Huishoudkunde en koken." Ijzig kortaf. 

" Wij Duits vanmorgen en geschiedenis na de noen ! Daar heb ik geen schrik van. Maar morgen is't Frans en natuurkunde: dat is van den hond zijn kloten ! "

" Hoezo? ", smaalde zij: " Monsieur Baron parle quand' même Bruxellois comme un vrai ?! Met al die hoge studies in de Walen !  Dat hebt ge ons toch wijs gemaakt: dat ge generaal ging worden in 't Frans leger ! Wel, we hebben ze in 't dorp bezig gezien, die clowns van den troep: ocharme m'n arme, die bende zatlappen ! "

Joseph negeerde haar uitval: " Ja, Frans zal wel goed gaan, maar die natuurkunde !  Dat is een ànder paar mouwen ! Die vraagstukken van de versnelde cirkelvormige beweging, de arbeid en de kinetische energie: één klein foutje in de eenheden en 't is om zeep ! Niet dat ik ga buizen, maar 't is altijd rijden en omzien, hé !"   

Zo, dié zàt, verwaand stuk keukenmeid met je kookpotten !!

Nadine gaf zich echter nog niet gewonnen: " Oei-oei  Versnelde energieken arbeid ! Da's anders niks voor lui Jefke ! "

Nu moest hij toch even slikken. Maar als ze de man wilde spelen in plaats van de bal: dàt kon hij ook !

" En wanneer hebt gij examen van afwassen ?"

Even leek het of ze in een Franse koleire ging uitbarsten, maar toen gaf ze hem proestend een nijdige draaineep in zijn dij:" Joseph Petré ! Schept maar kolen ! Ge gaat nog spijt krijgen ventje, van mij zo uit te lachen...Maar we zijn in Middelkerke-post. Gaat maar rap weer in den hoek zitten, want Françoise is er ! "

Mis: die was er niét. Nadine dééd wel beteuterd, maar hij merkte dat ze zich daar nogal gemakkelijk over heen zette. Tot bij 'Domein Prins Karel' staarden ze beiden  zwijgend over de voorbijschuivende sneeuwduinen naar de eerste klaarte van de dageraad. Maar toen besloot Joseph zijn kans op een neutraal vlak te wagen: of ze gisteren bij 't uitgaan van de hoogmis ook dat bekvechten had gezien tussen de boyscouts en de oud-strijders? De jongens van 'Totemgroep Sint Laurentius' wilden een collecte houden voor "de melaatsen van Pater Damiaan" terwijl de pare zondagen al een jaar lang voorbehouden waren voor de inzamelingen van de oud-strijders. Die bedelden voor allerlei patriottische werken, gaande van steun aan de oorlogsinvaliden, de uitrusting van de Burgerbescherming of de aankoop van nieuwe jachtvliegtuigen voor de Luchtmacht. En door de vrome bezieling van de jeugd voor Pater Damiaan dreigde de spoeling voor de oud-strijders wat dun te worden. Vandaar wat trekken en duwen en oneerbiedige bijnamen over en weer, wat in een klein dorp de generatiekloof pijnlijk uitdiepte. Gelukkig hadden Jos en Nadine beiden de melaatsen van Molokaï gesteund, zodat ze daarover tenminste niet konden kibbelen.

Gesterkt door deze eensgezindheid en het lijfelijk contact in de snerpende bocht van de tram naar de Wellingtonrenbaan besloot hij zijn kans te wagen. Of ze geen zin had om volgende zondag mee te gaan naar de film in de 'Tap'?  Als hoofdschotel draaide pater Morlion ofwel "De Witte", ofwel "Temps modernes" met Charly Chaplin: hoe dan ook zouden ze een goede scheet kunnen lachen !  

Ze bleef nog wat moeilijk doen en pas aan de 'Place Marie-José' ging ze halvelings door de knieën: " Ge zult mij wel zien..."

Zijn dag kon niet meer stuk !                                                

Enfin, dat dacht hij toch. Tot hij die middag, na zijn examen zijn jas aantrok en in zijn zak die prop papier terugvond. Er leek tóch iets op geschreven maar  het anilinepotlood was door de nattigheid in purperen inktvlekken uitgelopen. Hij streek het blad glad op de rugzijde van zijn boekentas maar het duurde even voor hij een paar slierten van de tekst kon ontcijferen.

".....laat de kinders....eren, zonde.. spijt, lijk dat eerste......dat de zijne niet....Marie biecht....de ECHTE VADER...."

Wat was me dàt ??!! Het ging duidelijk over een zonde die Marie - zijn moeder?  - moest opbiechten. In verband met een eerste... wat ? ... Een eerste kind ? En waarom stond 'ECHTE VADER' in hoofdletters ? Was daar een probleem mee ? Maar het licht in de schoolgang was te zwak om àlle woorden onder de inktvlekken deftig te ontleden en hij besloot daarmee dan maar te wachten tot thuis. Misschien kon hij zelfs zijn moeder in verlegenheid brengen door haar met haar jeugdzonden te confronteren ?  Een leuke afwisseling tegen de stroom van verwijten waarmee zij hém regelmatig om de oren sloeg !  

Hij borg de brief zorgvuldig tussen de bladen van zijn kladboek in zijn boekentas. Maar op de tram naar huis besloot hij éérst bij tante Jetje uit te vissen wat voor 'n zonde het wel kon zijn die Marie zo dringend moest opbiechten. Misschien wist ZIJ ook wel méér af van die brief? ...Want nu ze zowat overhoop lag met moeder kon ZIJ die wel eens geschreven hebben...In dat geval moest hij verder geen moeite doen om de tekst te ontcijferen. En mocht blijken dat zij er voor niets tussen zat kon hij, bij klaar daglicht, met behulp van zijn vergrootglas trachten de volledige tekst van dat epistel terug samen te stellen. Kwestie van op zéker te spelen en geen bok te schieten als hij dit moeder later voor de voeten zou gooien...

 

Maar thuisgekomen voelde hij meteen dat de tijd van de spelletjes voorbij was. Moeder zat met rode ogen aan tafel en - o wonder ! - Jetje leek op een stoel tegenover haar moeite te doen om haar te troosten. Ze keken wat bokkig toen hij verrast vroeg wat er gaande was, maar al vlug begreep hij dat moeder ontslagen was als kokkin in Ons Rustoord. Niet zij alleen, maar samen met àl het àndere keukenpersoneel. En niet onmiddellijk, maar pas binnen drie weken. En niet compléét ontslagen, want ze mocht voortblijven als kuisvrouw had madam Jadot, de 'économe' genadig voorgesteld...

" Wel, dat is toch zo erg niet..." poogde hij.

" Nee? ! Weet ge wat een kuisvrouw verdiend ?  Nog de helft niet van een kokkin !  Plezant hé !  Daar moet ik dan een huishouden mee rechten !  En etensresten uit de keuken kunt ge ook vergeten: de kuisvrouwen hebben daarop geen recht ! ...Die smerige stinkjoden verdimme ! "

" De joden?  Wat hebben dié daar uitstaans mee ? "

Maar lang moest hij niet op een uitleg wachten. Na de troebelen in Duitsland, die de kranten "de kristalnacht" noemden, was er een golf van doodsbange joodse vluchtelingen België binnengestroomd langs allerlei wettelijke en onwettelijke kanalen. De illegale inwijkelingen werden zoveel mogelijk door de rijkswacht terug over de grens gedreven, zodat de Duitse overheid hen in kampen kon opsluiten (sic !). Maar voor de officiële immigranten moest wel een onderdak gevonden worden. Daarom had een joodse hulporganisatie 'Ons Rustoord' afgehuurd om er vanaf januari een troep Duitse weeskinderen in op te vangen. Joodse, wel te verstaan ditmaal !

De mensen van het dorp hàdden het, uit ondervinding, niet zo voor vluchtelingen. Dat verteerde zéro-de-botten en bracht bovendien nog allerlei ziektes en ongedierte mee !  Het was daarbij al 'slechten tijd' voor iedereen en dan kwamen die vreemde luizen hier nog onze kassen van 'den Openbare Onderstand' plunderen !  Aan de Spaanse vluchtelingen die twee jaar geleden een tijdje in 'Ons Rustoord' gecaseerd werden, hadden ze in het dorp geen al te beste herinnering overgehouden, met dat gebedel van die snotjong, heel den tijd ! En al dat wasgoed dat regelmatig van de drooglijnen verdween zal ondertussen ook wel Spaans klappen, hé...

Maar tenslotte waren die Basken van inborst nog ware kristen geweest, ook al deden ze niets anders dan groeten met de gebalde vuist lijk gestampte communisten. Tóch kwamen ze na korte tijd allemaal braaf naar de kerk, lijk iedere normale kristenmens...

" Dat moet ge van die vuil joden niet verwachten ! " wist Jetje: " Na de moord op den Here Jezus..."

Maar Marie trok vermoeid de schouders op: " Zeg Georgette, wat kan mij dat schelen ! Zijn wij soms zo'n pilarenbijters? Laat de mensen geloven wat ze willen: er zitten al genoeg schijnheiligaards en komedianten in de mis !  Voor mijn part mogen ze onder elkaar het Heilig Kalf aanbidden, als ze dat geestig vinden ! Maar dat ze verdomme niet zeggen dat ik vuil kook, of dat mijn eten ongezond is, want dàt is gelogen ! Patatten en groensels worden twee keer gespoeld bij mij, en vlees of vis goed doorbakken: daar kan nooit iets mee gebeuren ! Ik heb nog nooit geweten dat er één de schijterij zou gekregen hebben van mijn eten !  En mij dan zomaar buitensmijten lijk een hond: schandelijk !!"

" 't Is zekerlijk een smerig affront, Marie, maar ge moogt dat niet persoonlijk oppakken. Die van de keuken zijn allemààl ontslagen. Dat vreemd volk màg ons eten niet, en daarmee uit. Ik heb menen te verstaan dat die jodenkinders van hunnen paus speciale kost moeten eten, misschien om aan te sterken... Of omdat ze een raar ziekte hebben die hen gevoelig maakt voor onze Belgische microben ?  Stanse Berkenout heeft gehoord dat de groep die vorige week in Koksijde is aangekomen een soortement doktoor bijheeft die al het eten op voorhand keurt. Dat zal hiér ver hetzelfde zijn...ALS ze komen, hé, want al bij al: ze zíjn hier nog niet ! En op drie weken kan er veel veranderen, zegt nu zélf..."

Inderdaad ,en méér dan hen lief was !

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 75

DE MOORD OP DEN HERE JEZUS.

Er veranderde inderdaad veel, op héél korte tijd. De hetze in de kranten tegen de joodse vluchtelingen uit Duitsland nam ongekende proporties aan. De eerste berichten over hun massale uittocht naar ons land, met achterlating van "al hunne rijkdommen" weekten al vlug commentaren los over "de vele vreemde dompelaars waarvoor de nationale hulpkassen en noodsteunkredieten niet onbegrensd konden blijven opdraaien: eerst moeten de rechten van onze eigen noodlijdenden verzekerd worden. De meesten zijn ten andere uit vrije wil uit het Derde Rijk van Herr Hitler vertrokken, zonder dringende redenen. Puur uit zucht naar comfortabeler levensomstandigheden, parasieten als het ware...De wijze waarop zij nu met veel misbaar de slachtofferrol spelen, kan énkel de toorn van de Duitse Rijkskanselier aanwakkeren en iedereen weet onderhand welke slechte invloed dit heeft op de reeds gespannen internationale betrekkingen." De joden vervolgens afschilderen als verdoken oorlogsstokers was maar een kleine zet, die in de publieke opinie bitter weinig weerstand ondervond...

Dank zij de 'onhandige uitlatingen' van één of andere dolgedraaide dorpspastoor werd weer druk geroddeld over de vermeende schuld van dé joden aan - niet méér of minder dan - de moord op Christus ! Alstublieft !. Dat deze verdenking na twintig eeuwen onderzoek nog steeds niet werd hard gemaakt mocht de geestdrift niet fnuiken: de vele moeilijkheden die joden nu te verduren kregen was enkel Gods gerechte straf !  

Dergelijke onzin deed de bloedvetes tussen de kranten van verschillende gezindten weer hoog oplaaien. Het ene woord bracht het àndere mee, en na een paar scheldtirades vergleed het gekrakeel naar een publiek moddergevecht over corruptie en oplichterij die met de immigratie geen uitstaans hadden, maar waarvan de joden voor het gemak toch maar de schuld kregen...

Al dat bekvechten over de vluchtelingen - zowel de Spaanse 'roden' als de Duitse joden -,  hadden reeds op 7 december onze regering Spaak doen wankelen en de 72-jarige minister van volksgezondheid Emile Vandevelde brutaal tot ontslag gedwongen. Toen deze drie weken later plots stierf werd schaamteloos over een politieke moord gefluisterd, een primeur in de Belgische geschiedenis die door zowel de linkse als de rechtse extremisten extra dik in de verf werd gezet.

Het kleine grut rond de Bassevillestraat merkte niets van deze drastische ommezwaai in de mentaliteit van de mensen. In hoofdzaak omdat al wat reilde en zeilde in de politiek nauwelijks tot hen doordrong en ze het voor de rest wel makkelijk vonden met de jood een zondebok bij de hand te hebben voor alles wat misliep in de wereld. Daarbij kwam nog dat ze met de dramatische veranderingen in eigen kring reeds genoeg kommer en kwel om de oren hadden om het niet verder van huis te moeten zoeken...

Marie, bijvoorbeeld, zat maar te piekeren hoe ze de plotse halvering van haar inkomen nà nieuwjaar zou kunnen goédmaken. De postjes om iets bij te verdienen buiten haar normale werkuren van Ons Rustoord lagen niet voor het grijpen. Hotelkeukens kuisen kon énkel tijdens het toeristenseizoen, en privé wilde geen enkele madam nog een werkvrouw in huis zien rondlopen nà het avondeten... Zelfstandige kokkin spelen op feesten veronderstelde de beschikking te hebben over een volledige keukenbatterij. Dus niet. Daarbij, zóveel kandidaat-trouwers zag ze niet in 't dorp, de eerste maanden, en de plechtige communies kwamen pas in mei... Naaien kon ze ook vergeten, zonder Singer... Bleef enkel het sokkenbreien met een gekochte machine op afbetaling: goede verdienste met gegarandeerde afname van de productie,  werd er beweerd. Maar volgens de onderpastoor in de Boerinnenbond had verwittigd was dat pure oplichterij...Jezus, wie moést ge dan nog geloven? ...En de Leon bùiten de vakantiedagen mee laten varen op de 'Astrid' was vragen om zever met meester Engelborghs !...

Toen Leon over de moeilijkheden hoorde wist hij, wat hém betrof, onmiddellijk een oplossing: vis stropen op de laagwaterlijn !  Tussen de golfbrekers van 't Bad visten er zo al een paar man, maar hier op het Laureins-strand lag alles nog vrij. Als hij hier een lijn legde met veertig-vijftig vishaken, kon hij elke laagtij zeker een tiental pladijzen oogsten !  Een paar voor 's avonds zelf op te eten - of kado te doen aan meester Engelborghs als wederdienst voor al zijn goede zorgen -, en voor wat overschoot vond hij wel een koper !  Marie moest onwillekeurig lachen: die kwibus zou later nooit honger lijden, daar was ze gerust in !

Joseph kon zich deze huiselijke troebelen niet aantrekken: hij had zo wel voldoende eigen probleempjes...  Eerst en vooral met Nadine. Die had hem verdomme, ondanks haar belofte, vorige zondag in de Tap ferm voor schut gezet, de feeks !  Ze was wél naar de filmvoorstelling gekomen, o-ja ! Maar mét haar vriendin Françoise De Bens !  En plezier dat die twee geiten samen hadden, mensen toch !  En hij er als een onnozelaar maar bijlopen als vijfde wiel aan de wagen...Van de hoofdfilm - 'Moderne Tijden' van Charly Chaplin - herinnerde hij zich enkel dat hij er niet mee kon lachen. Want na de eerste pauze dwong zijn trots hem een pint te gaan pakken in de kantine en die twee stomme bakvissen in hun lol te laten stikken... Maar van het vóórfilmpje integendeel herinnerde hij zich na een week nog elk beeld.

Het ging zoals gewoonlijk wéér over het leven van de missionarissen in de Kongo en wéér over het redden van zwarte kinderzieltjes, de breilessen voor de negerinnen en de opleiding tot hulpverpleger voor de brave Bambula. Een beetje afgezaagd en een iétsje-pietsje té nadrukkelijk pàternalistisch ,met de nadruk op pater. Maar bon...

Ditmaal echter bracht de film ook de betrekkingen met 'Monsieur l'Agent Territorial' in beeld. En er werd zelfs een beetje reclame gemaakt voor deze smetteloos witte halfgod, die zijn domein - zo groot als België, pochte pater Morlion achter de projector - doorkruiste per auto of draagstoel, op een olifant van vijf meter hoog of in een prauw met honderd roeiers...En zonder fout in elk rimboedorp feestelijk ingehaald werd door kwistig witgekalkte naakte meisjeskoren en gevederde scharen stampvoetende krijgers onder leiding van een spastische tovenaar. Deze mocht bij herhaling voor de camera en de minzame missiebroeder met veel misbaar zijn zwarte getormenteerde ziel komen blootleggen: publiek succes verzekerd !  

Het leven van de blanken in de kolonie werd er zó opgehemeld dat er bij Joseph een klein belletje ging rinkelen. Missiebroeder worden zei hem absoluut niets, maar gebiedsbeheerder ?... Met een hagelwit uniform op een reusachtige olifant ?... De wilde negers die voor u in het stof kruipen en slaafs gehoorzamen bij de eerste vingerknip ? ...In alle kringen met de grootste eerbied ontvangen worden ?... En de mooie dochters van de rijke kolonialen die smachtend naar uw gunsten hengelen ?... Dan kon Nadine de pot op, met al haar koude kak !... Neen serieus: zou dat geen betere carrière zijn dan officier in het leger ?... Want zeg nu zelf, zo'n glorierijk figuur hadden die nu ook weer niet geslagen gedurende de laatste mobilisatie: geen kat die naar hen luisterde en soldaten die hen steeds voor schut lieten staan...

Joseph voelde dat zijn leven hier een heel nieuwe wending kon nemen, een stralende toekomst tegemoet ! En dat zou hem meteen verlossen van de ergerlijke banden  met zijn armzalig milieu en de beschamende smet op zijn naam. Want na alles wat hij eergisteren over zijn familie had ontdekt, kon hij wel in de grond kruipen !

Stel je voor: hij ging er altijd van uit dat hìj de oudste zoon van het gezin Petré was. Mis, poes ! Zijn moeder had vóór hem nóg een kind gekregen ! Toen ze nog géén zeventien was, stel je voor !  En natuurlijk niét getrouwd, hé, of wat denkt ge !  En op de koop toe van een onbekende vader ! Moet er nog zand zijn ??... Je zou voor minder naar de Kongo vluchten !

Hoe hij dat te weten was gekomen ? Simpel, door die brief te ontcijferen die hij overlaatst in de bus had gevonden, tiens !  Makkelijk was het niet gegaan, want het vocht van de gesmolten sneeuw had het anilinepotlood deels doen uitlopen en het verfrommelen had ook geen goed gedaan. Maar mét zijn vergrootglas, en door het zonlicht scherend over het blad te laten schijnen, slaagde hij er zaterdagmiddag op de slaapzolder in de bevlekte tekst als volgt weer samen te stellen:

" Dis laat de kinders creveren zonder spijt lijk het eerste dat van hem niet is. Marie biecht wie de ECHTE VADER is!!!"

Hier en daar had hij wel wat moeten raden, maar dit leek hem de enige vlotte volzin die hij uit het purperen soepje kon distilleren...

Moeder had dus van een vreemde man een eerste kind gekregen dat Dis had laten 'creveren'. Dood geboren ? Wiegedood ? Gesmoord ?  Wie zal het zeggen ?...

Maar dat hij weinig reden had om fier te zijn op zijn ouders, was nu wel duidelijk !

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 76

A48BIS HET EINDE VAN DE SPAANSE BURGEROORLOG.

 

De laffe houding van het Westen tegenover de Duitsers en Oostenrijkers die na de 'Kristallnacht' het Hitlerregiem ontvluchtten - toevallig meestal joden - werd overal doodgezwegen. Méér nog :de pers richtte dan maar vlug de aandacht op de vreselijke eindbalans van het mislukte Ebro-offensief: 100.000 slachtoffers ! Links verloor tijdens deze drie maanden durende slag (verminkten niét meegerekend) bij de 15.000 doden, Franco 10.000. De rest waren burgers :Quantité négligeable...Zo kón het niet verder ! En met de ontbinding van de Internationale Brigades ging ongeveer 60% van de buitenlandse vrijwilligers verbitterd naar huis terug, velen met de pijnlijke indruk als ratten het zinkende schip te verlaten. Zij die geen thuis meer hadden, zoals de Duitse en Italiaanse antifascisten en apatriden, kregen de Spaanse nationaliteit mits "bij te tekenen" in de eenheden van het volksleger.

Toen de Franquisten op 23 december hun eindoffensief over de Beneden-Ebro en de brede zijrivier Sègre inzetten, werd door de ontmoedigde republikeinen nog slechts sporadisch weerwerk geboden...Tijdens hun dramatische aftocht ,richting Pyreneeën en Zuid-west Frankrijk - "La Retirada" - ,viel het Rode Volksleger gaandeweg uitéén in rivalliserende roversbenden door een bloedige aaneenschakeling van broedermoorden en waanzinnige inwendige liquidaties.

Op 26 januari '39 viel de "hoofdstad" Barcelona weerloos in handen van de fascisten en sloeg de Catalaanse burgerbevolking massaal op de vlucht naar Frankrijk, dat echter tegen deze vloedgolf van miserie aanvankelijk in paniek de grens sloot. Met tegenzin moest het uiteindelijk begin februari een 250.000 halfbevroren sukkelaars toelaten en interneerde hen onder mensonterende omstandigheden in haastig geïmproviseerde kampen op de stranden van Argelès ,St-Cyprien en Le Barcarès. Ook de resten van het noordelijk leger (200.000 man) forceerden zich toegang tot Zuidwest-Frankrijk en ondergingen er in de streek van Lourdes hetzelfde lot.

Het barslechte kampleven moe keerden begin maart een 100.000 dienstplichtigen naar Spanje terug om ditmaal aan de zijde van Franco verder te strijden (+/- 50%) of zich aan zijn genade toe te vertrouwen. Een 50.000 man week vanuit de kampen gelijdelijk uit naar Mexico, Cuba, Chili en Columbië of nam dienst in het Franse Vreemdelingenlegioen. Anderen doken tijdelijk onder in de omliggende Franse steden. 

Ook van de burgerlijke vluchtelingen keerde op den duur de helft naar Spanje terug. De rest berustte in hun internering of vond asiel in een ànder westers land (3.000 in België).De 35.000 achterblijvers in de kampen zullen vanaf '43 het gros van het Zuid-franse "Maquis" vormen.

Ook in het centrale rode gebied rond de driehoek Madrid-Almeria-Valencia luwde allengs de strijd. Negrin poogde nog in Madrid een communistische dictatuur te vestigen, maar de uitgehongerde bevolking was de oorlog kotsbeu en de anarcho-syndicalisten van C.N.T. en P.O.U.M. sloegen aan het muiten. In de week van 4-12 maart, de z.g. "semana comunista", vochten zij in Madrid de zoveelste burgeroorlog binnen het linkse kamp uit en versloegen de aanhangers van Negrin. Deze vluchtte op 7/3/39 met alle kopstukken van zijn regiem, via Frankrijk tenslotte naar de USSR. Daar vereffende dictator Stalin tijdens een laatste reeks zuiveringsprocessen de openstaande rekeningen. Enkel leiders die tijdig uit Moskou naar het Westen terugkeerden, zoals de Italiaan Togliatti, de Tsjech Arthur London en de Kroaat Tito, konden voorlopig hun kop redden. Maar de latere Tsjechse partij-secretaris Slansky werd zelfs nog in '52 in Praag publiekelijk door de Russen opgehangen...

Twee weken nadat Duitse troepen op 15 maart Praag bezetten, kon ook de "Caudillo" Franco zonder verder nog een schot te lossen Madrid binnentrekken. Op 1 april '39 verklaarde hij de oorlog als beëindigd. Maar dat was een lugubere grap, want nu begonnen de vuurpelotons pas écht te werken...wat het totaal aantal doden van de Spaanse Burgeroorlog uiteindelijk bracht op ruim 85O.OOO...

West-Europees links bleef met een flinke kater zitten.

Stalin niet. Die tekende vijf maanden later een vriendschapspact met Hitler. Zo kon deze in de Wereldoorlog 2 de slachting herbeginnen, maar dan in 't groot...

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 77

A49  EEN BRUG TE VER.

                    Ségre-front bij Lerida,20 december '38.

Vanaf hun allereerste contact met het kader van de Armada popular, het Volksleger van de republiek, wisten ze genoeg: door vrijwillig dienst te nemen bij dat zootje hadden ze DE stommiteit van hun leven begaan...

De eenheid waar ze zich moesten aanmelden lag in de brede stroomvlakte van de Ségre (bijrivier van de Ebro) bij het dorp Albatarrec, op ongeveer zes kilometer ten zuiden van de grote stad Lerida. Wat van het dorp nog recht stond gebruikte de compagnie voorlopig als rustkantonnement, op vijfhonderd meter achter het front. De 'tranchees' van de eerste lijn volgden kriskras de linker oever van de rivier.

Deze grote zijarm van de Ebro was hier een dikke driehonderd meter breed, maar zéér ondiep zolang de sneeuw in de Pyreneeën niet smolt. En dus voorlopig geen échte natuurlijke hindernis, indien Franco mocht beslissen in hun sector zijn voorspelbaar offensief naar 'hoofdstad' Barcelona te starten. Dat had in feite al een week geleden moeten losbarsten maar was blijkbaar door de oproep van Paus Pius XI voorlopig uitgesteld. Deze had bij de "Caudillo" Franco op een godsvrede tijdens de Kerst aangedrongen en sindsdien kon de heilige man op héél wat vurige supporters rekenen in het...linkse kamp !

De troep liep er in het dorp als een bende voddebalen tuchteloos bij en scheen daar op de koop toe nog fier op te zijn ook. De meestal jonge soldaten trachtten zich met allerlei kleurige stukken burgerkledij - wanten, sjaals en bivakmutsen, maar ook ruwe schaapsjakken over hun uniform - tegen de koude wind te beschermen. Zelfs bij een paar sergeanten moest je al goed kijken om de distinctieven van hun graad te ontdekken.

Hun nieuwe eenheidscommandant heette Tenente Cristobal ,maar werd 'Bal' genoemd om het hem in dit marxistisch milieu niet moeilijker te maken dan het al was. Op eerste zicht leek hij de énige officier in de hele compagnie want zijn voogd, de politieke commissaris, was een paar dagen geleden gewond afgevoerd. Van de vier pelotons die Bal verondersteld werd te leiden werden er nu drie bevolen door onderofficieren. Marco kreeg als gereputeerde ijzervreter onmiddellijk het bevel over het vierde toegeschoven, met Steiner als adjunct.

Hun aureool van 'bloedhond uit de brigades' scheen Tenente Bal weer wat moed te geven in een voor de rest hopeloze situatie. Zo helemaal alleen tussen die troep slonzen kwam hij over als een oude uitgebluste schoolmeester. Later zouden ze horen dat hij dat in een vorig leven ook effectief was gewéést, dorpsonderwijzer... Ze merkten al vlug dat de sukkel niet de minste aanleg had voor zijn leidersjob: zijn bevelen hadden noch de juiste klank, noch het goede ritme en bij het roepen sloeg telkenmale zijn stem over kop. Hij twijfelde aanhoudend aan de juiste militaire termen, waardoor zijn richtlijnen - want bevelen kon je het moeilijk noemen - op zijn zachtst gezegd wat wazig overkwamen. Hij keek zijn ondergeschikten nooit in de ogen en liet zich door zijn adjunct alles voorzeggen. Kortom: een sukkel.

Zijn graad van ónderluitenant - op dié leeftijd! - was hem waarschijnlijk van hogerhand met geweld opgedrongen om een zondebok binnen bereik te hebben, mocht er iets mis lopen. En dàt er vlug iets mis zou lopen,  wist zowat de hele compagnie. Daarover maakte niemand zich illusies, en Tenente Bal nog allerminst. Hij deed verder ook weinig moeite om de schijn op te houden dat hij zijn honden-job aankon. De komst van versterkingen uit de ontbonden Internationale Brigades beschouwde de man blijkbaar als een onnodige verlenging van zijn lijdensweg... Mooi vooruitzicht !  

Véél tijd kreeg Marco niet om het peloton schobbejakken, dat Bal hem toevertrouwde, naar zijn hand te zetten. Reeds de volgende nacht - maanloos en pikdonker - trok de compagnie in een lange sliert, luid mopperend en vloekend bij elke misstap, door de zwart geblakerde ruïnes van het dorp naar de loopgraven in eerste lijn...

 

Tegen de morgen treuzelde de klaarte om door te breken. Tot overmaat van ramp begon het hard te sneeuwen waardoor je de vijandelijke oever achter de voortschuivende witte sluiers slechts sporadisch kon ontwaren. Dus mochten ze het gebruikelijke inschieten op de vaste doelen aan de overkant voorlopig wel vergeten. Al goed, want Marco stelde tot zijn verbijstering vast dat zijn drie mitrailleurschutters nog nooit van dit klassiek ritueel hadden gehoord ! Steiner kon zich dus tot de late namiddag te pletter schreeuwen om die mannen én hun sectiechefs een rudiment van vuurbeheer bij te brengen.

" Hoe zouden die gasten dan vroéger een aanval hebben afgeslagen? " vroeg Marco zich af.

" Als ge ziet hoe glorieus we er nu voorstaan, zijn ze daar waarschijnlijk nog niet te dikwijls in gelukt !" grolde Steiner. "Volgens hun uitleg schoten ze op àlles wat in een halve cirkel vóór hen bewoog, zolàng het bewoog en zíj nog munitie hadden ! Maar 'k zeg erbij dat ze waarschijnlijk nooit een deftige opleiding hebben gekregen..."

" Verdomme, dat belooft ! Hopelijk kan de paus de Moren nog een tijdje tegenhouden, want als wij het moeten doen !..."

" Weinig kans Compadre ! Ten eerste: aan de overkant zitten sowieso geen Moren meer, maar Italianen van de fascistische Littorio-divisie. Die heeft Mussolini blijkbaar vergeten terug te trekken toen ook wij ontbonden werden ! En ten tweede: of de paus nog veel praat zal verkopen is ook al de vraag, want hij ligt ver op apegapen. Dat laatste nieuws hebben de mannen gisteren op de radio in het dorp gehoord, terwijl wij nog op de trein hierheen zaten..."

" 't Zou verdomd jammer zijn moest die opper-tjeef eruit knijpen: hij was nog ver de énige die Franco in toom kon houden... Want als wij het moeten doen..."

Deze zeurige herhalingen van Marco schenen Steiner minder te ergeren dan diens slappe gemekker over de dreigende toekomst... Toen ze bijtekenden voor het Volksleger wisten ze immers op voorhand - ondanks het stuk in hun kraag - dat ze aan het Sègre-front rammel zouden krijgen...Nou én?

 

Maar zwartgallige Marco kreeg gelijk !  Nog diezelfde nacht brak in de sector Lerida langs de rivier de hel los, vooral op het stuk ten noorden van de stad. Hun eigen loopgraven op de dijk van de Sègre deelden ook wel een beetje in de brokken, maar zo te zien zonder kwaad opzet: gewoon wat missers die in feite voor de buren bedoeld waren...

Dat vonden tenminste Marco en zijn vrienden, zijn  'Pretoriaanse garde' zoals hij hen noemde. Want buiten Steiner zaten er nog een paar oudgedienden van de Garibaldi- en de Thälmann-brigade in de compagnie Bal, waarbij ze zich onmiddellijk op dezelfde vertrouwde golflengte voelden. Het waren meestal baardige vrijwilligers die tóch niet naar hun vaderland terug konden en, zoals zij, gelaten de Spaanse nationaliteit hadden aangenomen. Maar ook een paar weerspannige miliciens die hun 'straf' in de I.B. hadden uitgezweet en nu als echte geroutineerde 'anciens' bij het jonge volkje de kop trokken in goede en slechte zin. Zo'n beschieting schrok hen niet meer af en kon hun kalmte niet verstoren. Met hun rustige houding smoorden ze ieder begin van paniek bij de jongste rekruten. Maar anderzijds koesterden deze 'oud-strijders' de slechte gewoonte een bevel steeds met de nodige argwaan te onderzoeken op gevaarlijke bijwerkingen, vooraleer schoorvoetend te gehoorzamen...Of toch te doen alsof ! En daarmee kon Marco minder goed overweg...

 

Aan het moordende trommelvuur in de sector Lerida leek geen einde te komen. De hele grijze dag door beukte de vijandelijke artillerie op de stellingen van het 113. Infanteriebataljon, hun noorderburen, en het hele republikeinse front verderop, zover oog en oor reikte. Zélf bleven ze gespaard, maar vanuit hun loopgraven aan de rivier konden ze de gestage verpulvering van de Rode fortenlinie volgen alsof ze in de cinema op het eerste balkon zaten. Het sneeuwde niet meer, maar nu dreef de ijzig-koude noordenwind de zwarte carbidwolken van de beschieting in lange slierten over hen heen.

" Als ze dààr doorbreken zitten we hier als ratten in de val, met dat kanaal in onze rug: één bom op de brug àchter ons, en we kunnen het vergeten...". Marco leek er als enige de morbide humor van in te zien.

" Welk kanaal ? Heb je soms de stafkaart van Bal mogen bekijken, dat je het achterland zo goed kent ? "

" Wat dàcht je ! Terwijl die stomme mossel mij de situatie aan de overkant beschreef, waar we toch nooit nog een voet gaan zetten, had ik énkel oog voor onze mogelijke vluchtroutes. Een kleine drie kilometer achter het dorp loopt een bevloeiingskanaal dat van de bergen komt en hier een eindje verder schuin uitmondt in de Ségre. Onze compagnie zit in feite geprangd in de hoek tussen die vaart en de rivier. En tenzij ge goed kunt zwemmen is er maar één uitweg: langs het baantje van het dorp naar de stad Borjas Blancas, waar we eergisteren uit de trein zijn gestapt. Die vluchtroute loopt over de brug van het bevloeiingskanaal, aan kilometer drie..."

" Ha, een échte brug van vroeger ! De beschaving heeft nog sporen nagelaten ! " spotte Steiner.

Marco liet zich niet van de wijs brengen: " Ik heb nadien mijn licht opgestoken: de brug is van oud metselwerk en dus niet veel zaaks. Eén vijandelijke treffer en ge kunt het vergeten !  Anderzijds is die irrigatievaart ruim tien meter breed, en twee diep, met steile oevers, dus ondoorwaadbaar. Anders gezegd: als we hier straks veilig wég willen, is die brug voor ons van levensbelang...Capitto? "

" Ja Meester !  Zeg me liever hoe het er verderop uitziet, Blaaskaak ! Voorbij die brug..."

" Verderop?  Het baantje loopt tussen de heuvels naar Borjas Blancas, vijftien kilometer verder... Vervelendste is dat àlle wegen uit het omliggende in die stad samenkomen. Dus als Franco bij onze noorderburen doorbreekt komt hij vanzelf dààr terecht. En als hij dààr wéér eerder is dan wij, moeten wij van de baan af, langs réchts de bergen in, en alle gerij en kanonnen achterlaten...Ik denk dat ik dringend vannacht eens met onze Bal moet gaan klappen...Neemt gij hier het bevel eens over?  De secties hebben vuurverbod tenzij ze rechtstreeks worden aangevallen..." En gebukt verdween hij in de opflakkerende nacht naar achter.

Nauwelijks een kwartier later hingen bij Lerida de eerste lichtfakkels boven de rivier. Het kanonvuur verzwakte en werd vlug overstemd door het geratel van tientallen mitrailleurs en knallende handgranaten. Wie nog geloofde in de almacht van de paus, kon nu wel inpakken: Franco had de godsvrede van de Heilige Vader smakelijk weggelachen. Zijn langverwachte Ségre-offensief naar Barcelona startte hier en nu, en Steiner wist ondertussen door het lafhartige gezeur van Marco...jawel :dat niemand deze zondvloed nog zou kunnen keren...Dank u !

 

Het duurde een eeuwigheid voor Marco terug in de bunker binnenviel en Steiner van de mentale hoogspanning verloste die de bevelvoering bij hem had opgewekt. Alle secties hadden het laatste halfuur om beurt een loper gestuurd met alarmerende berichten over schimmen onder de oever en de vraag wanneer ze mochten terugtrekken. Toen Marco dat hoorde verdween hij onmiddellijk weer om "die verdomde bange wezels even een geweten te schoppen ! "

Wat later bracht hij Steiner kort op de hoogte over de plannen van Tenente Bal: " Niente, zéro, nichts !  Die vent zit stijf van de schrik in zijn bunker tegen zijn adjunct te bazelen. Daar moeten we geen heil van verwachten...Ik heb daarom op de terugweg even met de I.B.-vrienden gesproken..."

" De brigadisten in de drie àndere pelotons ?  Gaan ze Bal omleggen ? "

" Daarover is voorlopig niets beslist...We zijn wél akkoord hem te dwingen met een detachement de brug te bezetten om de aftocht te beveiligen. Maar we gaan daar wél mee wachten tot Franco bij de buren echt doorgebroken is en naar Borjas oprukt. Dan hebben we 't excuus het front zogenaamd 'verlegd' te hebben om de open rechterflank te verdedigen. Zoniet krijgen we later last met de guardias, vooral indien Bal zich achter onze revolte zou willen verschuilen om z'n eigen pels te redden..."

" Kunnen we hem dan niet beter nu meteen..."

" Neen !  Gíj ziet mee uit hoe de doorbraak van de Italianen bij de buren verloopt, ík hou contact met de vrienden in de àndere pelotons !  Met hén zal ik beslissen hoe en wanneer die brug achter ons bezet wordt !  Houd u erbuiten..."

Met andere woorden: als het mis loopt hoefden de guardias niet méér slachtoffers tegen de muur te zetten  dan strikt noodzakelijk was...

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 78

DE BRUG NAAR NERGENS.

Tegen de morgen moesten ze niet langer twijfelen: het kabaal van de slag ter hoogte van Lerida leek nu al ruim twee kilometer landinwaarts verschoven. Het 113e Bataljon nààst hen deelde reeds volop in de brokken en Steiner zag hen in de verte haastig hun depots opladen.

" Als die gasten eveneens langs ons baantje naar Borjas terugtrekken, zouden ze dat rotbrugje wel eens vóór onze neus kunnen opblazen..." overwoog hij hardop.

Marco hakte de knoop door: " Bon, neem de vierde sectie met één mitrailleur: op die negen man hebt ge drie anciens waarop ge kunt vertrouwen. Bezet de brug en maak ze klaar om te dynamiteren! Maar niet ontsteken vóór de laatste man van onze compagnie erover is ! "

" Oui, mon Commandant !" gekte Steiner. Maar hij begreep wel dat ze, door Tenente Bal buiten spel te zetten, onherroepelijk over de Rubicon waren getrokken...

Eens het besluit genomen verliep alles zéér snel,  té snel zelfs. Vooraleer de vierde sectie uit lijn te nemen herhaalde Marco nogmaals zijn bevelen, speciaal tegen de sectieoverste en de drie anciens, en belastte Steiner in hun bijzijn met de leiding. En voor ze het goed wisten liepen ze al in slangformatie door het puin van het dorp naar achter.

Daar werden ze vlug opgeslokt door een steeds sterkere stroom van achteruit trekkende karrespannen munitie en veldgeschut, gemengd met korte slierten voetvolk. Af en toe spoorde een officier te paard dàt deel van de colonne waarvoor hij verantwoordelijk was tot spoed aan en poogde als een herdershond de achterblijvers op te jagen.

Lang voor de brug in zicht kwam raakten ze in een rumoerige opstopping. De menners hielden de schuimbekkende paarden nog moeilijk in toom, telkens een verloren granaat in de naastliggende heuvel insloeg. Steiner vond het veiliger zijn mannen uit het gewoel van de slijkerige straat weg te halen en door de belendende velden te trekken waar de smetteloze sneeuw nog niet aan smelten toe was. Ook beter voor de zenuwen, vond hij. En ondertussen kon hij dan iets rustiger zijn mannen van een beetje dichterbij bekijken...

De vijf rekruten deden moeite om niet op te vallen: gebocheld en verkleumd van de kou leken die uitsluitend in hun bemodderd schoeisel geïnteresseerd. Van déze grijze muizen moest hij zéker geen roemruchte heldendaden verwachten... De sectieoverste Lopez zou zo te zien ook geen potten breken. Die had zijn job waarschijnlijk te danken aan zijn lengte want hij stak een kop uit boven de rest... Studentje ?  Bah...

De M.G.ploeg, daarmee zou hij het ongetwijfeld moeten doen, voelde hij. De schutter, die het machinegeweer losjes over de schouder droeg, herkende hij van zijn mislukte inschietoefening van gisteren: Günter, een Berlijner van de Thälmann-brigade. Zijn maat Moos, duidelijk een jood, sjokte achter hem aan met de zware driepoot op zijn schoft. Steiner, nochtans zelf afkomstig van het Ruhrgebied, was er eergisteren bij de eerste kennismaking in de loopgraven niet in geslaagd hún Duits dialect te verstaan. Yiddish, waarschijnlijk, en dan nog gul overgoten met een dikke Brandenburger saus...

De jonge munitiedrager, als een kerstboom omhangen met wel tien kogelbanden, kwam hem bekend voor. Maar Steiner deed geen moeite om hem te plaatsen: in tijden van grote sterfte had het graven naar menselijke raakpunten geen zin. Het kereltje pufte met nog een reservekist in elke hand achter zijn oudere ploegmaats aan, moe maar rechtop. " Eindelijk een milicien met wat pit..."

Juist vóór de brug ontdekten ze de oorzaak van de opstopping. Een koppel trekpaarden van een veldkanon lag zwaar gewond te stuiptrekken naast de oprit, het stuk geschut en de munitiewagen staken gekanteld in de gracht. Op hol geslagen?  Getroffen door een granaatinslag of een vliegtuigbom? ...Midden het roepen en tieren van de opdringende vluchters klakten plots twee korte knallen: de menner maakte een einde aan de vertoning en terwijl vijf-zes mannen vlug de kadavers van de weg af sleurden schoot de ordeloze stroom karren en ambulances weer in een hogere versnelling de brug over.

Steiner zorgde dat zijn sectie gegroepeerd meeslipte naar de andere oever en pinde er elke man vast achter één van de cipressen langs het jaagpad. Aan de M.G.ploeg moest hij niet veel uitleg geven: deze betrok uit eigen beweging een stelling op een vijftig meter van de brug...Zo, dàt deel van de opdracht was vervuld...

Maar 'De-brug-klaar-maken-om-te-dynamiteren' beloofde een ànder paar mouwen te worden ! Deze bestond uit twee gemetselde bogen, met een pijler in het midden van het kanaal. Als hij dié steun onderuit haalde zou het hele gevaarte wel instorten...Probleem wàs: waar vond hij de nodige springstof, verdomme !? Soms lagen die kisten klaar, wist hij. Maar hoe hij ook speurde, links en rechts, of de andere oever verkende: rommel en weggeworpen uitrustingstukken genoég, maar géén dynamiet...Tot Günter, de M.G.schutter, hem op een idee bracht.

" Als we nu een kanon hadden, zie: met een paar schoten blaas ik heel dat kunstwerk de lucht in! "

" Aan de overkant ligt toch een kanon in de gracht, spotte Moos: " Laat je vooral niet tegenhouden..."

" Naar hier sleuren met dat gebroken wiel, zeker ?! Heb jij dertig man bij de hand, soms ? Du Dummkopf ! "

 

Nu er gaten begonnen te vallen in de sliert aftrekkende troepen ging het ditmaal makkelijker om weer naar de andere oever te glippen. Maar Steiner merkte onmiddellijk dat de gekantelde vuurmond rotsvast gevangen zat in het slijk van de greppel. Wat hem méér interesseerde was de munitiewagen waar de affuit aan vastgekoppeld zat. Eén van de dode trekpaarden lag er half bovenop, gevangen in zijn gareel, maar met wat snokken kreeg Steiner toch de klep van de munitiekast onder de zitjes van de kanonniers open.

Van de voorbijtrekkende soldaten kreeg hij af en toe een schimpscheut naar het hoofd geslingerd, "lijkenpikker!" en ander fraais, maar dàt kon zijn onderzoek niet verstoren. En ja hoor, vier rijen van tien kokers telde hij, de helft leeg... In de overige zag hij de bodem van de koperen granaathulzen blinken, kaliber 85 millimeter...Maar aan de centrale slaghoedjes te zien, waren ze verdomme ook allemaal gepercuteerd ...Werkelijk allemaal ? ...

Bij nader toezien leken dié, vanachter in de onderste rij nog maagdelijk... Ja, een stuk of zes zéker !

De rest ging vlug. Met de hulp van Moos en zijn jonge munitiedrager wrikten ze de zes nog gewapende kardoezen uit de verwrongen kast: koperen hulzen van een veertig centimeter lang, met elk een puntige stalen granaatkop. Oude bekenden uit de tijd toen hij in '19 de IJzervlakte hielp ontmijnen...Met dit materiaal vormde de brug geen probleem meer: enkel nog routine.

Hij liet de jonge gast de lederen leidsels van het gespan lossnijden en de granaten naar de brug dragen. De laatste groepjes van het 113e Bataljon haastten zich nu voorbij en daar kwamen eindelijk de eerste mannen van Bal in zicht. Ze escorteerden twee karren met gekwetsten, dus had de compagnie de laatste uren tóch nog in de klappen gedeeld...Maar Marco was er nog niet bij.

Geen tijd te verliezen !  Moos en de jongen hielpen hem aan de middenste stijl van de linker brugleuning met de paardenleidsels drie granaten gebundeld vast te sjorren: ondersteboven, de punten gericht naar de onderliggende pijler. Een wat onhandig knoeiwerk, maar dezelfde operatie aan de rechter leuning verliep een stuk vlotter. Onderwijl liepen die van het tweede peloton al voorbij... Maar nog geen Marco te zien...

Een handgranaat met ijzerdraad klemzetten middenin de bijeengebonden bodems van de koperen obussen deed hij liever op z'n eentje: té secuur werk en veel té belangrijk. De jongen mocht ondertussen bij de afgeknakte telefoonpaal twee einden kabel van een vijftig meter gaan afknippen, en Moos vloog terug naar zijn M.G: geen pottenkijkers gewenst...

Steiner ging zó in zijn knutselwerk op dat hij niet eens merkte hoe een sliert mannen van het derde peloton zich achter zijn rug gehaast voort repten. Enkel toen de jongen plots twee rollen telefoondraad naast hem liet vallen schrok hij op: " Verdomse Schweinhund ! Zijt ge uw leven beu ?! Van 't verschieten had ik heel dat spel kunnen opblazen !" Hij had onwillekeurig Duits gesproken maar die gast begreep de kern en trachtte zijn flater weg te spotten met een overdreven modelsaluut: "Morituri te salutant ! "

Steiner keek hem voor het eerst wat nauwkeurig aan.

" Ach ja: turiluri-salutant !  Nu herken ik je !... Twee maanden geleden ? De vier overlevenden op de berg boven Corbera, hé?... 't Studentje met zijn twee woorden Italiaans - hoe heet je ook weer ? "

" No Italiano ! Latijn ! ...Juan-Carlos da Silva, tot uw orders ! "

Juist: Juan...Heu...Dinges...Ja:Kranige vent ,knikte hij goedkeurend. Die kon nog eens van pas komen...

" Geef mij het uiteinde van elke rol, Juan, en wikkel de draden samen af in een rechte lijn langs de zijkant van de baan tot zover ge kunt !  Maar zonder snokken hé !  Vooruit, anda !  Vlug !

Vijf minuten nà het groepje van het vierde peloton kwam ook Marco samen met twee ex-brigadiers aangelopen. Steiner voelde de druk van zijn schouders glijden maar veel tijd voor ontboezemingen kreeg hij niet. Zijn vriend wierp een keurende blik op de obussen: " Zou dat kunnen marcheren, denkt ge? "

" Waarom niet?  Met een beetje geluk..."

" Okee !  Doe maar of ge thuis zijt ! "

" Is iedereen over de brug ? Ik heb Tenente Bal en zijn kompaan nog niet gezien..."

" Die hebben een accidentje gehad..."

" Een accidentje ? " Die harde trek om zijn mond...

" Van de trap gevallen ! Okee ? Tekening nodig ? "

 

Ze bonden elk zwijgend een uiteinde van de draad aan de veiligheidspen van de handgranaat en liepen toen samen voorzichtig achteruit, de telefoonleiding glijdend in hun halfopen vuist. Het uiteinde kwam eerder dan verwacht: de brug lag nog beangstigend dichtbij...

" Welke vertraging heeft het lont ? " vroeg Marco gespannen: " Zeven seconden hé ? "

" Ja, als ge de blauwe ring moogt geloven..."

Marco was niet in stemming om te lachen:" Bon, we binden het uiteinde van de draad om de pols en op mijn teken geven we buzze, zo rap en zo ver wég als we kunnen ! "

" Klaar ? Eén...twee...drie !" Een snok aan de draad en ze spurtten weg. Steiner wilde juist hijgend de seconden beginnen aftellen toen Marco met een ruk achterover tuimelde. Voort rennend keek hij verbaasd over de schouder terwijl hij mentaal verder telde: " Twee..."

Zijn vriend lag op de grond verwoed aan de strak gespannen draad te rukken, waarvan het einde tussen de metalen stijlen van de brugleuning verward zat: "Vier ! "

Steiner remde af en wilde ter hulp snellen, maar de andere deed teken volle dekking te nemen:" Zes ! "

Twee afgrijselijke knallen verscheurden de dag. De schokgolf sloeg hem omver en even later hagelden de brokken steengruis op hem neer. Een bonk op zijn helm en het licht floepte uit.

 

Half versuft kroop Steiner uit de greppel. Twee mannen stoven hem voorbij: de twee anciens van daarjuist, waarschijnlijk. Juan hielp hem recht en leek hem bezorgd iets te vragen maar de stem verdronk in het fluiten van zijn oren. Neen, op eerste zicht werkte zijn lijf nog naar behoren en mankeerde hem niks, buiten een bloeding in zijn haar en die lichtflitsen in zijn ogen.

Marco ? Waarom is die verdomme gevallen ?!!

Wankelend steunde hij op Juans schouder. Zijn oude vriend lag halfweg de brug met zijn twee lijfwachten over hem heen gebogen... Uitgeteld... Levenloos...

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 79

A50.      DE VIJFDE MAN  

                          Westende, 25 december '38.

Pannekoekenbak bij hun Tante Jetje op kerstavond: dat was, voor zover de jongens zich toch konden herinneren, hét vast evenement op hun winterse feestkalender. Sinterklaas werd bij de Petré's niet gevierd: van die komedie voor rijke luizen had Dis nooit gehouden. De kinderen vonden ten andere dat opgeklopte bezoek van de Sint op school maar dikke flauwe kul... Met Nieuwjaar kregen ze altijd, na het lezen van hun brief met beste wensen - en valse voornemens! -, twee rozijnenkoeken en een kom zoete chocolademelk.

En op de verjaardag van Dis, 4 januari, maakte Marie steevast Jan-in-de-zak, een soort broodpudding met gedroogde pruimen en een scheut jenever... Dat was een recept van Jetje waar Joseph en Leon verzot op waren en dat de twee boezemvriendinnen vroeger veel binnenpretjes bezorgde wegens de dubbele bodems. Al goed dat de platte symboliek van dit feestgerecht nooit tot Dis was doorgedrongen... Maar nu hij er niet meer was zouden ze dàt festijn ook wel moeten missen, vreesden de jongens...

De warme keuken bij tante Jetje geurde weer kermisachtig naar heet vet en vanillesuiker, net zoals vorige jaren, en ook op het smeersel van bietensiroop moest niet bespaard worden, ondanks de crisis en de oorlogsdreiging. Maar toch wilde de blijde feeststemming maar niet opbloeien. Lag het aan die lege plaats rond de tafel waar Dis altijd had gezeten? Zo jolig van aard was hun vader anders ook nooit geweest. Neen, de vrouwen hadden vroeger altijd voor lach en leut gezorgd, met zotte vertelsels en billekletsers en schuine dubbelzinnigheden 'onder grote mensen' waarmee de jongens niet voluit durfden te lachen. Maar waar ze toch met een verdoken fierheid van genoten omdat de oùden er zoveel plezier aan beleefden en zich voor 'de klein venten' niet inhielden...

Ditmaal echter leken de vrouwen slechts moeilijk los te willen komen. Hun ruzie na Westende-kermis scheen ondertussen wel bijgelegd, maar iéts was gebroken: het vanzelfsprekende hartelijke vertrouwen was wég. En daar zaten de geheimzinnige uitstapjes en fietstochtjes van Jetje waarschijnlijk voor veel tussen. Marie vermoedde dat die te maken hadden met Leons waanbeelden over dat zogenaamde 'spook van Duinkerke', maar voor 't zelfde geld kon Jetje er een nieuw lief op nahouden. Marie voelde zich uitgesloten, ook uit het hart van haar vriendin, terwijl zij toch altijd had gedacht onvervangbaar te zijn...Die beschilderde brunette van Oostende lag op haar lever, misschien ten onrechte, maar ze kon Jetje toch moeilijk om uitsluitsel vragen, hé... En jaloers worden op dat wijf was echt àl te zot en beneden haar waardigheid!

Toen de jongens eindelijk ver verzadigd raakten begon de flauwe stemming ook hén op te vallen.

" Joseph, kent gij geen zot vertelsel meer van op 't school in Oostende? " vroeg Leon schijnheilig: "Of van op den tram?... Maar een proper, hé, want er zijn mokkes omtrent! "

" Mokkes, mokkes! Is dat zó dat ge over uw moeder denkt? " vloog Marie uit. " En over uw tante? " voegde ze er vlug aan toe." Een beetje respect, hé, verdomde snotneus! "

" Maar Marie, de kleine wilde eens plezant doen, hé jongen?...Zegt eens: hoe zit dat daar op de 'Astrid': vertelt de schipper nooit eens iets om te lachen? "

" Vaneigens, hij staat altijd te zotten met nonkel René...maar van dàt kan ik hier niet verklappen..."

Korte stilte. Marie vrokkig:" Natuurlijk, de Gerard Pylieser! Die was altijd al zo'n vuile plezanterik! "

Jetje bedwong haar met de ogen: " Marie, 't is hoogdag, en feest: we zijn hier om te lachen!"

Iedereen keek wat gegeneerd rond. Tot Joseph een duit in 't zakje deed: " We missen een vijfde man..."

Jetje haakte onmiddellijk aan: " Ja den Dis kon vantijd leutig uit den hoek komen...God hebbe zijn ziel"

Waarop Leon brutaal hard begon te kuchen...

" Begint gíj niet, hé snotaap! " stopte zijn moeder af:" Ge hebt ons met uw dromen en fantasietjes over dat spook van Duinkerke al last genoeg bezorgd!  Tijd om wakker te worden! "

Joseph voelde dat hij de wissel moest omgooien: " Ik had het niet over ons vader... Ik heb menen te verstaan dat we ook zónder hem hier met vijven aan tafel hadden kunnen zitten..."

Iedereen staarde hem zó nietbegrijpend aan dat hij zich wel verplicht voelde, na A ook B te zeggen.

" Wel ja Moeder, ge hebt toch drie kinders gehad in totaal...Dat broertje ,vóór ik en Leon er waren? ... Of was 't een zuster misschien...Drie, en gij en tante Jetje: da's vijf!  We hadden hier met vijven gezeten! "

De twee vrouwen keken elkaar verbouwereerd aan en  barstten toen in een opluchtend lachen uit, met toch een lichthonende ondertoon: " Wat is dàt nu weer voor een vertelsel! " en Marie aapte hem na: " Meneer heeft menen te verstaan!  Verstaat dan maar rap iets ànders: er is nooit een derde broertje geweest! "

" Ik zeg niet dat er een derde geweest is nà ons twee, maar een éérste, vóór mij... Doodgeboren misschien, of in de wieg gestikt? "

" Doodgeboren?  Wat maakt dat uit?  En vóór u?  Hoe oud zou ik dan moeten geweest zijn? " schamperde ze:" Zestien, zeventien jaar? ...Zo vroeg begonnen wij er niet aan, in onzen tijd!  Ik was achttien toen ik trouwde met den Dis, in feite nóg te jong. Maar hij verdiende goed en we konden een huishouden rechten. En twee kinders was voor hem méér dan genoeg! " Over haar eigen tegenzin kon ze beter zwijgen.

Joseph wilde nog opperen dat het eerste kind volgens die brief niét van Dis zou geweest zijn. Maar dan was waarschijnlijk helemaal de hel losgebroken!

Jetje zag hoe hij dichtklapte en begon vlug over iets anders: dat ze goed verdiend had, de laatste tijd. Agence Rayée had verschillende villa's moeten klaarmaken voor 't rijk volk dat, ondanks de slechte tijd, toch de Kerst aan zee wilden vieren. En voordien had ze in de 'Villa Eden Roc' aan de avenue des aiglons grote kuis moeten houden, van zolder tot kelder: bijna twee weken lang, op kosten van de gemeente.

" Op kosten van de gemeente?! En waarom dàt?!"

" Die kast staat al jaren leeg wegens een erfenis-kwestie. De gemeente heeft die goedkoop kunnen afhuren om er welstellende vluchtelingen in te caseren die hier van 't gouverment een verplichte verblijfplaats kregen en een eigen woonst kunnen betalen. Fritzen, als ik goed heb verstaan..."

" Toch wéér geen vuil joden zeker!  Of zijn die honderd jong van 'Ons Rustoord' nog niet genoeg, soms? "

" G'hebt het zo niet voor de joden, hé Marie."

" 't Kan niet missen!  Ze nemen verdomme mijn werk af, die stinkaarden!  Madam Jadot, de économe, heeft mij vandaag aan mijn opvolgsters gepresenteerd: drie vette Duitse wijven!  Die gaan binnen veertien dagen, vanals de vakantie van de laatste shift Vlaamse kinderen erop zit, mijn werk overnemen en koken voor een troep joodse wezen. Vanaf morgen moet ik ze leren met de vuren en de àndere machinerie omgaan. En daarbij verdomme nog vriendelijk beleefd blijven ook! "

" Ach mens, het loopt wel los...Als ze zien wat een goede kokkin gij zijt, staat ge binnen de kortste keren weer aan uw fornuis! "

" Misschien, maar ondertussen moet ik maar zien hoe ik met een halve pree toekom!"

 

Leon had goed begrepen dat er haast achter zat om zaad in 't bakje te brengen. De volgende morgen stond hij al vroeg op de kaai om Pylieser te vragen of hij tijdens de kerstvakantie niet mee mocht varen op de Astrid. Maar de kleine Romain Calliau speelde al voor scheepsjongen, en een tweede erbij kon de schipper niet bekostigen. Toen nonkel René hoorde over zijn plan om dan maar vis te stropen op de laagwaterlijn wierp hij hem bij het uitvaren een klos draad toe waarmee ze op zee vlug een gat in het net herstelden.

In het winkeltje met visgerief haalde hij "op de rekening van schipper Pylieser" een potje met honderd haken en de rest van de dag was hij zoet met het knopen van zijn lijn.

Joseph zat op een héél àndere golflengte. Die deed alsof hij huiswerk had maar piekerde ondertussen of hij die naamloze roddelbrief in de discussie zou werpen of niet. En indien ja: wannéér en bij wié... Want nu hij dat eerste kind ter sprake had gebracht vond hij op méér recht te hebben dan die sneer van gisterenavond...Moeder leek daarover voorlopig niet makkelijk aanspreekbaar...En zijn snode voornemen van een paar dagen geleden kon hij beter definitief vergeten. Als hij haar bij de eerste ruzie ook nog overspel met een vreemde vent voor de voeten zou gooien, kon ze wel eens door het lint gaan... En zijn leven was hij nog niet beu!

Zijn geheim met Leon delen vond hij zinloos. Die veegde er zijn voeten aan van welke vader Marie vóór hen nog een kleine kreeg, en wat daar verder mee is gebeurd. En hij had het vanmorgen nagekeken: de brief was door het vocht nu ver onleesbaar geworden ,en als bewijs dus waardeloos. Leon zou de zinswendingen toch maar half verstaan en Joseph had echt weinig goesting het hem met handen en voeten te moeten voorkauwen en uitleggen...Hij wilde daarenboven het risico niet lopen dat die onnozelaar per ongeluk bij moeder het bestaan van die brief zou verklappen.

Dan toch maar weer bij Jetje aankloppen?

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 80

A51  

TERUG NAAR PRAT DE LLOBREGAT.

              

                       Ségre-front, 27 december '38.

Zoals Steiner reeds gevreesd had bereikte Franco met zijn Italiaanse Littorio-divisie het wegenknooppunt Borjas Blancas twee-drie uur te vroeg. Daardoor zat er voor de compagnie Bal en een groot deel van het 113e niets ànders op dan de normale aftochtroute te verlaten en de stad langs rechts door de heuvels te omtrekken.

Met Marco was het achteraf gezien stukken béter afgelopen dan Steiner in de paniek na het springen van de brug had durven vermoeden: onkruid vergaat niet, zullen we maar zeggen... Hij had wél een hagelvlaag steenslag over zich heen gekregen, maar buiten een gebroken dijbeen, een verzwikte pols, een stijve nek en wat gekneusde ribben mankeerde hem weinig. Koppijn, dàt wel. En hij sprak wat moeilijk, maar daar viel mee te leven. Want toen hij na de ontploffing weer bij bewustzijn was gekomen, had hij meteen gevraagd hoe het met de brug stond.

"Helemaal weg..Er rest enkel één groot gat !."

"Verdomse anarchist..Altijd zo moeten overdrijven ! Zes granaten verdomme ! Twee was natuurlijk niet genoeg geweest, hé !"

"Ik wilde zéker spelen..."

"Circusclowns !...Windbuilen !...M'as-tu-vu 's !"

Waaruit Steiner opgelucht had afgeleid dat het met Marco wel weer in orde zou komen.

 

Dat bleek aanvankelijk ook te kloppen. Direct na het incident hadden Günter en Moos per toeval de dokter van het 113e uit de achterhoede van zijn paard kunnen plukken. Maar de man had buiten Marco's been spalken weinig kunnen doen:  vervoer was er niet meer want al het gerij was al vertrokken. Dus hadden een zestal anciens van het peloton een draagberrieploeg 'georganiseerd' in afwachting van bétere tijden.

Aan de geplande verdediging van de vernielde brugovergang hadden ze verder niet veel woorden verspild en waren met de laatste mannen van de achterhoede op weg gegaan naar Borjas Blancas. En toen tegen de late avond de val van dit wegenknooppunt bekend raakte was heel de troep rechts de heuvels in getrokken, richting zuid-oost: Tarragona, zeg maar...

Telkens Steiner later aan deze bergtocht terugdacht kreeg hij het gevoel dat hij dààr zijn geloof in de goede zaak definitief verloren had. Tegelijk met het verlies van zijn enige kameraad, een vriendschap die aan hun dienstherneming bij het Volksleger nog enige zin had gegeven. Zonder hém zag hij geen enkele reden meer om hier nog langer zijn leven op het spel te zetten. Hier had hij geen zaken meer...En had hij zich überhaupt ooit met deze rotte politieke janboel moeten bemoeien ?  Zijn persoonlijk anarchistisch ideaal, dat hem naar hier had gedreven, werd van bij de aanvang door zijn eigen kamp als een misdadige ketterij bloedig bestreden. In zijn naïeve overmoed had hij destijds in Westende nog gedacht dat àlle linkse krachten - ook de anarcho's - een plaats zouden krijgen in de frontlijn tegen de bruine pest. Ja, zo-ot ! En door deze zelfde stomme overmoed lag nu zijn énige échte kameraad ver op apegapen omdat meneer zo nodig de koele dynamitero moest uithangen...Overmoed, inderdaad: M'as-tu-vu, de erfzonde van alle anarcho's !

Onderweg door de bergen bleek op de koop toe het korzelige dorpsproletariaat alle gevoel voor solidariteit verloren te hebben, want met hun gastvrijheid was het maar triestig gesteld. De boeren, die vroeger om ter hardst schreeuwend vooraan in de revolutie hadden gelopen om collectivisme te eisen, voelden nu de wind draaien en maakten zich klaar om de molens te keren. Voedsel hadden ze zogenaamd zélf niet meer, "na al die brutale opeisingen door 't Volksleger"...Maar mits wat aanporren en wat vuurtje-stook in een schuur of een berghok links en rechts geraakte het peloton toch aan voldoende eten.

Twee dagen lang trokken ze in een alsmaar uitdunnende sliert over smalle bergpaden, steeds verder van het krijgsrumoer weg. Alle anciens klitten samen rond de brancard van Marco, nu hun onbetwiste leider ondanks zijn handicap. Om het kwartier losten de dragers elkaar af, zonder er veel woorden aan vuil te maken. Voeling met de rest van de compagnie-Bal hadden ze allengs ongemerkt verloren, na verhitte discussies bij de kruispunten in de bossen over de te volgen weg. Toch voelde niemand zich écht verdwaald: zolang ze op de zon de algemene richting zuid-oost konden volgen vond iedereen het al lang prima.

Tot ze op de middag van de derde dag plots weer in de buurt kwamen van een baantje met militair gerij: druk éénrichtingverkeer naar het oosten, ditmaal. Of het republikeinen waren of Franco-troepen kon je door het dikke struikgewas onmogelijk zien. Dus stuurde Marco er twee verkenners op af, terwijl de rest van de colonne in het bos even onderuit zakte. Na een kwartiertje brachten de spionnen goed en slecht nieuws mee terug.

" 't Zijn sukkelaars lijk wij: onze linker buren van aan de Ségre, vertrokken toen ze onze brug hoorden springen...Maar terugtrekken naar Tarragona kunnen we niet meer: die stad dreigde sowieso binnenkort in handen te vallen van de Moren, zeggen ze...En er is sprake van een nieuw front op te bouwen vóór Barcelona..."

" Maar dat is verdomme nog een honderd kilometer méér achteruit!" vloekte Marco: " Ge gaat me toch heel dat stuk niet dràgen, hé ! Zet me neer naast de baan:  misschien vinden ze in de aftrekkende colonne voor mij wel een plaatsje op een ziekenwagen..."

" Stilstaan naast de baan ? " wierp Steiner tegen :"Dat ziet ge van hier ! We hebben geen tijd meer te verliezen ! We dragen je al drie dagen, makker: Van een vierde zullen we niet dood gaan !" En zonder lang nadenken liet de rest van het peloton zich dan maar  meesleuren door de stroom vluchtende troepen.

Dat bleek al ras een stommiteit. Want een paar kilometer verderop, aan de oude stadspoort van Monasterio-de-Poblet, vielen ze op een versperring van de Guardias Civil...Die zuiverden de colonne uit omdat er dringend een weerstandslijn moest opgeworpen worden tegen de aanrukkende fascisten van de Littorio-divisie. Dus vloog het geëncadreerd voetvolk naar links, het gerij naar rechts en de deserteurs tegen de muur. Het tiental lijken dat er al lag smoorde elke neiging om tegen te pruttelen in de kiem...Een sergeant van de Guardias zorgde zonder veel complimenten dat Marco een plaatsje kreeg op een kar van de tros, en dàt was dàt. Het enige wat hij Steiner nog met een pijnlijke grijns kon toeroepen was:  " Rendez-vous bij de Ket in Barcelona !"

Vaarwel mijn broeder...

 

De rest is rap verteld, al leek het wel een kale afgang zonder einde. Aan het geïmproviseerde front bij Monasterio vonden ze de àndere pelotons van hun oude eenheid terug, volledig de kluts kwijt en gedemoraliseerd. De Italianen hoefden niet eens sterk aan te dringen: nauwelijks één dag bood het rode front er een zwakke weerstand. Juist lang genoeg om Steiner, in vervanging van Marco, een bevordering tot overste van het vierde peloton op te leveren,  dik tegen zijn goesting. Maar zijn heldendaad bij de brug aan de Ségre scheen op de andere anciens zo'n diepe indruk te hebben gemaakt, dat hij hun voordracht onmogelijk kon weigeren. De lege plaats van de 'verdwenen' Tenente Bal aan het hoofd van de compagnie was kort voordien reeds geruisloos ingenomen door een wildvreemde Capitan Porfirio, op zicht óók dik tegen dié zijn goesting ! Steiner hield van 'smans eerste contactname met de pelotonsoversten de indruk over van een verwaand salon-officiertje-zonder-ruggegraat dat niet van plan was zich lang met deze haveloze boevenbende in te laten...

Die wens werd eerder vervuld dan verwacht. Het aangeslagen Volksleger bood tijdens de eerste helft van januari nog weinig weerwerk tegen het Franco-offensief in Catalonië. Buiten wat korte achterhoedegevechten - die nooit voor méér dan een paar uur oponthoud zorgden - beperkte de terugtocht zich telkens tot een paar futloze schermutselingen in de namiddag en een uurtje nachtmars na valavond.

Vreemd genoeg mocht compagnie Porfirio daarbij aanhoudend de kastanjes uit het vuur halen, wat door het gebrek aan slaap niet in de koude kleren kroop en op den duur flinke gaten in de slagorde sloeg. Tot uitlekte dat 'el Capitàn' - of "Polo" ,"Angsthaas" en Kip-zonder-kop zoals ze hem al vlug noemden - naar hún eenheid verplaatst was geworden bij tuchtmaatregel. En ze hun aanhoudende frontinzet met de bijhorende verliezen in feite aan zíjn speelschulden en zijn broekschijterij hadden te danken...

De anciens raakten het vlug eens: die 'Polo' moest als de bliksem wég, hiér en nù, vooraleer er nog meer vrienden sneuvelden ! Alle voorgestelde moordscenario's kregen hun fiat, zolang het maar op een ongeluk zou lijken...Maar Steiner was al zijn kornuiten te snel af. De laatste weken had hij zich ontpopt tot dé springstofspecialist van de compagnie. Elk bruggetje op de lange weg van hun terugtocht moest eraan geloven, en in het uitkienen van valstrikken met struikeldraad hoefde hij van niemand raad te krijgen...Jammer dat het 'Kieken' dit niet wilde begrijpen. Van bij zijn aanstelling bemoeide 'el Capitan' zich voortdurend met iedere brugmijning die Steiner met zijn maats Günter, Moos en kleine Juan uitvoerde: zoiets moést slecht aflopen...Op 18 januari, toen bij valavond de brug vóór Villafranca eraan ging geloven, spande Steiner op het laatste momentje nog een verdoken struikeldraad over het bevriende landhoofd, louter kwestie van eens te veranderen...

Stomme Porfirio, die altijd voor de show een laatste controle wilde uitvoeren over de springlading vooraleer zijn fiat te geven, heeft er nooit iets over voort verteld...

De staf van het bataljon stuurde geen vervanger meer, of àls ze dat al deed, was die toch nooit levend opgedoken...Dus slodderden de pelotons zo maar wat aan. Het front, of wat daarvoor moest doorgaan, lag nu nog hoogstens 30 kilometer van Barcelona verwijderd en het gerucht liep dat de republikeinse regering "gevlucht" was naar Gerona, halfweg de Franse grens. Wie in deze omstandigheden nog zijn vel wilde riskeren, moest daar wel een héél goede reden voor vinden, of erg lijden aan zinsverbijstering, al dan niet door overmatig drankmisbruik. Steiner dus niét. Kleine Juan nog minder. Günter en zijn schaduw Moos twijfelden nog, bij gebrek aan een wisseloplossing. De rest van het peloton, hooguit nog twintig man, sprak openlijk over deserteren, maar durfde in 't vlakke veld de stap niet te zetten uit vrees voor de moord-eskadrons van de 'Franse bloedhond' Marty. Deze ex-commandant van de Internationale Brigades had zijn beestige bijnaam 'Slachter van Albacete' te danken aan het eigenhandig neerschieten van honderden deserteurs. Of wie hij daarvoor aanzag...

Voor het slinkende groepje rond Steiner gold maar één parool: volhouden tot Barcelona. In dié grootstad, waar het nu ongetwijfeld al krioelde van vluchtelingen allerhande, moest het mogelijk zijn om veilig onder te duiken in de chaos van de ineenstorting...En had Marco hem daar bij de Ket én zijn "Rode Hulp" geen rendez-vous gegeven ?

 

Tien kilometer vóór Barceloma mondt de Llobregat uit in de zee: een stroompje van tweemaal niets met een bedding van een vijftig meter die nu grotendeels droog lag. Steiner herinnerde zich dat hij in april vorig jaar hier zijn zogenaamde eerste opleiding kreeg. In Prat, om juist te zijn: het fabrieksstadje aan de monding...Waar die sloerie - verdomme, hoe heette ze weer, dat 'Flintenweib'?  Pilar?  Juist: Pilar -  hen leerde granaatwerpen, met rolkeien op het strand, en hen doorlopend geil beloerde als ze zich uitkleedden voor de zwemles...

Vreemd dat hij daaraan terugdacht...Hier was destijds zijn eigen privéoorlog tegen de Franco begonnen...En het had er alle schijn van dat hij ook hier zou eindigen... De cirkel was rond. Vanmorgen telde zijn peloton nog twaalf man: vier waren er dus die nacht weer vanonder geritst, waarschijnlijk verdwenen onder het puin van de platgebombardeerde ateliers...Nog twee dagen en van het glorierijke peloton Marco bleef niets meer over, buiten hijzelf dan en twee Duitse joden. Kleine Juan moest hij ergens in Barcelona  proberen veilig onder te brengen:  die dappere jongen verdiende het.

Her en der trachtten een paar stalinistische fanatiekelingen de aftrekkende troepen nog warm te krijgen om "op de Llobregat-linie vóór Barcelona het epos aan de Manzanares voor Madrid te herhalen: No pasaràn!" Met deze aanhoudend misbruikte slogan werd tot vervelens toe verwezen naar de heldhaftige weerstand van de Madrilenen op dat onooglijke riviertje, toen drie jaar geleden generaal Franco hun hoofdstad bedreigde.. Maar op deze drie jaar was er in éigen rangen téveel gebeurd dat niet door de beugel kon. Dus predikten de rode die-hards in de woestijn en luisterde er  niemand meer naar hun holle frasen.

Ze bleven nog een dag of vier in Prat rondhangen, meer om in die chaos met hun getalsterkte eten af te dwingen en depots te plunderen dan om een stelling te betrekken. De allerlaatste avond hielden ze krijgsraad en besloten nog dié nacht gegroepeerd de laatste mijlen naar Barcelona af te haspelen en dààr te ontbinden: "sauf-qui-peut"...Maar zoals verwacht verkozen Günter,  Moos en Juan bij Steiner te blijven, vooral toen hij hen vertelde Marco uit het lazaret te willen ophalen, waar die dan ook ergens mocht zitten...

 

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 81

A52    ARTHUR BIRNBAUM.                           

                          Westende,5januari 1939.             

Jetje had het Rachel,haar nieuwe Oostendse vriendin ,misschien iets te nadrukkelijk aan het verstand gebracht: in zo'n armelijke negorij als de Bassevillestraat viel een modieus geklede dame zoals zij volledig uit de toon ! Discretie was voor hun 'vriendschap' het sleutelwoord, daar had ze van in den beginne op gestaan. In dit boerengat kon ze nog méér roddel over haar doen en laten missen als kiespijn ! Om dan hier op bezoek te komen 'voyant opgetut lijk een Belse vlag' getuigde nu niet direct van gezond verstand. Op dat laatste had Rachel wat pinnig gereageerd:" Komt gij dan naar mij in Oostende, hé ! Daar leven de mensen tenminste niet meer in de middeleeuwen lijk in dat strontdorp van u !"...In feite geen slecht gedacht, vonden ze achteraf.

Maar toen Joseph haar vorige week - heel onschuldig?  - verraste met zijn vraag of zij die 'Belse vlag' kénde, was Jetje goddank niet meteen beginnen liegen: " Ja, ik denk dat het de dochter is van die weduwe die in dat klein huisje woont achter 'Ons Rustoord'...'k Heb gehoord dat ze in Brugge werkt, op 't kadaster of zoiets en enkel maar de zondag haar zieke uitgeteerde moeder kan bezoeken...Waarom vraagt ge dat zo smekkend? 't Mens is verdomme veertig jaar, snotter !"

"Omdat ze iedere maandagmorgen héél het tramkot verpest met haar kolonje..." had hij schijnheilig gelachen. Maar ze liet duidelijk merken dat ze hem dóór had: " En meneer kan niet goed tegen de reuk, zeker ?!"

Zo, die curieuzeneus zat voorlopig op het verkeerde spoor. Maar sindsdien gaven de 'meisjes' elkaar rendez-vous bij Rachel thuis, dat prullaria-winkeltje in Oostende. Vanaf de zaterdag-namiddag tot de laatste tram van 's zondags! En ze bleven tot de noen in bed lummelen, met niemand die kwam roepen voor de mis ! De pastoor kon de pot op !

Marie was vreemd genoeg de eerste om haar daarmee lastig te vallen:" Ik heb je zondag niet gezien in de kerk ? Toch niet ziekjes zeker ? " Wat Jetje fijntjes pareerde met een vaag:" Nee, 'k was weg..." Je had die snuit moeten zien ! Goud waard !

Maar volgende week zal dat jaloers mens het natuurlijk begrijpen: wie hiér de tram neemt, rijdt vanzelfsprekend door tot Oostende. Wie enkel naar Middelkerke moest nam de fiets, en voor Westende zéker...En wie in de late zaterdagnamiddag naar Oostende tramde bleef daar slàpen, negen kansen op tien...Dat moest ze Marie niet uitleggen: zo slim was die ook wel ! En bij wie kon Jetje ànders gaan slapen dan bij haar nieuw lief hé ? ...

Jetje zuchtte verheerlijkt: eindelijk een nieuw lief ! En Marie "die bazige jaloerse trien van over de deur" moest nu niet beginnen klagen, na haar jarenlange preutse gezeik ! Die had haar kans gehad ,én verkeken ! Eigen schuld ,dikke bult !

 

Nu de kerstvakantie erop zat kregen de jongens nauwelijks nog tijd om naar hun vislijn en de stroppen om te zien. Laagtij viel de komende veertien dagen midden in de schooluren of in putje nacht, waardoor ze enkel op zaterdag en zondag wat vis konden vangen. En véél was dat nooit, om niet te zeggen bitter weinig. Leon voelde dit aan als een persoonlijk affront en piekerde zich blauw waaraan die magere oogst wel kon liggen. Aan de wormen alvast niét: dàt zelfde aas gebruikte iedereen. En alle strandstropers bezigden dezelfde haken en garens...

Tot nonkel René de oplossing bracht: " Dààr zit geen vis, man ! Tussen 't staketsel en pakweg Lombardzijde-bad duwt de stroming het brak water van den IJzermonding tegen 't strand en verjaagt er alle leven...Maar juist westelijk van de Lac-aux-Dames loopt de strontpijp van de waterzuivering in zee: dàt mogen ze graag ! Stront ! Legt uw lijn stroomop nààst de eerste brise-lames en ge gaat eens wat zien, zie !" Misschien was dàt de oplossing? Proberen ,dan maar...

Ook de wilde konijntjes lieten zich moeilijk strikken. Leon had déze 'bijverdienste' eveneens naar zich toe getrokken omdat het al erg donkerde voor Joseph van school thuis kwam. Maar hij moest bekennen dat stropen een vak apart was en hij nog héél veel kon bijleren. Daarenboven mocht hij nà school nog gras gaan snijden voor zijn eigen konijnen omdat Marie geen groentenafval uit de keuken meer kreeg. Er was zelfs sprake dat moeder in 't Rustoord ook naast die plaats van kuisvrouw zou vallen, omdat die groep joodse wezen op komst was met zijn volledig eigen 'kadrement'... Voeg daarbij de verkoeling met Tante Jetje, de Duitse oorlogsdreiging met de bezetting van Praag, de verplichte wekelijkse bidstonden voor de vrede en ge begrijpt dat er bij het avondeten niet veel gelachen werd.

Enkel Joseph had af en toe iets drolligs te vertellen over zijn nieuwe klasgenoten.

" Er is ook vandaag een nieuwe kwibus van Westende-Bad bijgekomen, ik denk van die Duitsen uit de villa 'Eden Roc' waar Tante Jetje 't er laatst over had. Erg rijke mensen, volgens Nadine zei, met grote dure bestellingen groensels en fruit allerhande. "Arthur Birnbaum" heet hem, da's Perelaar in 't Duits, maar in de klas noemen wij hem Bim-bam. Een jood denk ik, want heel zijn gezin is bij den Hitler gaan lopen na die mislukte opstand, op Kristallnacht..."

" Nog méér joden bij ! Op den duur gaan ze hier nog de baas komen spelen !" vitte Marie: " 't Is nog niet genoeg dat ze mijn werk afpakken, zeker ?!" 

" Och, maar op school zijn er na nieuwjaar minstens tién bijgekomen, allemaal gaan ritsen bij de Fritsen ! Op de koer staan ze zo wat bijéén te fezelen, lijk dat ze bang zijn van ons. Sommige dragen zo'n héél klein alpintje op hun kop dat ze vastzetten met haarspellen, lijk de meisjes. Maar Bim-bam niét, dié doet normaal. Hij plakt wél aan mijn gat, omdat ik ver de enige ben die hem versta, denk ik. Hij spreekt een mengelmoes van Limburgs en Frans-met-haar-op dat ik op de Cadettenschool hoorde bij de jongens van de Voerstreek. Ik heb dan maar in de klas de leraars zo wat geholpen als vertaler bij de inschrijvingen...En daarbij heeft heel de klas verdomme een goei scheet gelachen ! Met gevolg dat die kwibus mij van geen vin meer lost ! Zuiver de schuld van meneer Degrijze van geschiedenis: die zei dat Bim-bam een grote effort moest doen om rap Vlaams te leren, en dat ik daarbij wel zou helpen omdat wij dicht bijeen wonen. 't Is van dààr dat ik weet dat hij in die grote wit-blauwe cottagevilla zit, waar Jetje begin december nog grote kuis hield:  de 'Eden Roc', tegen den dijk, in de avenue des aiglons. Maar vóór ik dat adres van hem verstaan had, door zijn sortement Frans-met-'n-hete-patat ! Abbenoe dees Aaigloons !..."

Aan tafel verzweeg hij dat Arthur ook nadien op de tram aan zijn slippen bleef hangen en dat hij dat flink vervelend had gevonden. Immers, bij zijn gladde pogingen om Nadine opnieuw te 'interesseren' kon hij potten-kijkers als die gast best missen. Vooral toen zij met haar scheve scherts goed liet merken dat die jood haar wel beviel...En de manier waarop zijn 'vlam' samen met Bim-bam gekscherend in Westende-bad afstapte terwijl hijzelf nog een halte vérder moest ! Het deed hem écht pijn te zien hoe die twee lachend én hun potjes-Frans taterend de avenue des portiques inwandelden... Morgen moest hij die clown eens goed aan het verstand brengen dat Nadine 'privé jachtterrein' was, waar hij best buiten bleef !

 

Maar de volgende morgen kalfde de opgeworpen dam bruusk in toen Arthur hem op de man af vroeg - in naam van zijn vader - of hij hem geen aparte les kon geven in Nederlands. Tegen betaling, de vier eerste dagen van de week, telkens twee uur?  Zegge van halfzes tot halfacht, kwestie van die handicap op school zo rap mogelijk weg te werken...en meteen misschien samen hun huiswerk te maken ?  Wat dacht hij van 10 frank per avond, okee?  

Joseph was zo overrompeld dat hij nog even de boot afhield met het uitvlucht dat zijn moeder misschien niet zolang met het avondeten kon wachten. Géén erg, vond Arthur: zijzelf aten altijd heel laat, negen uur, maar namen een vieruurtje tegen de eerste honger. "Een boeterbrood" noemde hij het: Joseph kon gerust met hen meeëten als hij dat wilde...

Zo'n vaart liep het echter niet. Marie opperde geen bezwaren, zolang het maar wat geld in 't laatje bracht. Doch bij de familie Birnbaum aan tafel meeëten zat er niet in. Hij kreeg samen met Arthur zijn 'Butterbrot' in de garage onder de vorm van een paar soldatenbeschuiten met pruimengelei, soppend in een grote mok dampende cacao ! Met een klontje extra voor de zoetebek. Wat een weelde !

Zijn nieuwe vriend had met een reusachtig fluwelen gordijn het achterste deel van de lege garage afgespannen en de kale ruimte met een boekenkast, een bureelmeubel en twee zetels omgetoverd tot zijn voorlopige studeerkamer. De muren hingen vol grote kleuraffiches van moderne auto's en koppen van negers en negerinnen. "Beroemde Jazzsingers !" verklaarde hij fier, en noemde namen waar Joseph nog nooit van had gehoord: Nat King Cole, Bessie Smith en Billie Holiday, of nog Louis Armstrong, Dinah Washington...  

" Om mijn moeder te pesten " lachte Arthur: " Zij haat dit negerbraaksel ! Want ik heb ook fonoplaten van die singers, maar die zijn nog ingepakt..." Dus daar ontsnapte Joseph voorlopig aan. Maar die affiches maakten het wel gezellig. Een gekleurde kap over de elektrische plafondlamp en twee electrische straalkacheltjes verhoogden nog het modern comfort...

Pas veel later begreep Joseph dat de familie Birnbaums met deze 'studeerkamer' beoogden hém uit hun eigenlijke huis buiten te sluiten... Want alhoewel Arthur af en toe een allusie maakte op zijn moeder, een operazangeres van Italiaanse origine, en zijn zuster van veertien jaar,  toch kreeg hij die nooit te zien. Enkel de vader kwam bij gelegenheid eens langs in de garage, en leek eerder een nors man. Hij negeerde Joseph daarbij compleet en bromde tegen zijn zoon met moeite een paar guturale monosyllaben in een onverstaanbaar koeterwaals.

" Dass ist Yiddish." zei Arthur dan achteraf, wat dat ook mocht betekenen...Joodse taal ,blijkbaar...

 

Jetje liep met zware zorgen. En het érgste vond ze nog dat ze er met niemand over kon spreken. Vroeger had ze Marie voor zo'n gelegenheid steeds als biechtvader ,klaagmuur én pispaal gebruikt. Maar dàt was nu gedaan, jammer genoeg... Aan de pastoor raad vragen viel, door de aard van het beestje, niet te denken: àls ze hem de situatie al kon uitleggen, zou hij haar toch op staande voet verketteren. En dàt hielp haar écht maar weinig vooruit !... Wie bleef er dan nog over als mogelijke vertrouwensman ?  Dokter Leunders misschien ? Uitgesloten !

Rachel dan, zoudt ge zeggen, haar nieuwe vriendin ?  Maar het was juist dié haar schuld dat ze zo in de penarie zat, verdomme ! En Jetje had haar nog wel zó op het hart gedrukt wat discreet en voorzichtig te zijn ! Maar neen, madam wist het weer béter, hé ! Leve de vrije liefde nietwaar ! We leven niet meer in de grijze middeleeuwen ! In Oostende toch niet...

Resultaat van hun losbandige overmoed was nu dat ze dreigde een proces aan haar broek te krijgen voor openbare zedenschennis ! Rachel had haar wel verzekerd dat Jetjes naam in de klacht nergens vermeld stond, maar als de gendarmen wilden zoeken, dan hadden ze haar immers zó te stekken...En die advocaat van Rachel dacht haar te sussen met de belofte dat het nooit gevang zou worden, maar dat ze hoogstens een vervangende boete kon krijgen...àls ze haar vonden !

" En dié betaal ik wel !" had Rachel vlot beloofd.

Dat allemaal door die twee flessen Champagne waarmee haar vriendin op nieuwjaarnacht hun zotte liefde had gedoopt... Lang vóór klokslag twaalf lagen ze al poepeloerezat in bed, de pick-up op max ! Met fonoplaatjes die er niét om logen... En toen om middernacht de bootsirenes en het vuurwerk losbarstten hadden ze getweeën nog op het balkon staan dansen, herinnerde ze zich vaag...Hoop en al een minuut of twee ,wegens de kou...

" Eén persoon in Evakostuum, de àndere in onwelvoeglijk en provocerend ondergoed..." luidde de klacht. Ingediend door iemand van de geburen, schijnt het. En Rachel verdenkt dat wijf van de crèmerie aan de overkant waarmee ze al een tijdje overhoop ligt...

 

Meer om haar gedachten te verzetten dan uit overtuiging had Jetje weer de draad van het "Spook" opgenomen. De Mère Supérieure van 't klooster had haar een laatste wenk gegeven: dat jongetje Noël zou destijds door keuterboertjes van Schoorbakke geadopteerd zijn. Als ze dààr een spoor van vond en kon bewijzen dat het kind làter naar Duinkerke verhuisde, was haar suikerbroodje gebakken... Al wist ze voorlopig niet onder welke familienaam de kleine destijds werd geadopteerd.

Maar toen ze na een gezond ritje op de fiets aankwam in Schoorbakke, vond ze noch dààr, noch in het gehucht van Schoorbakkebrug iets dat op een gemeentehuis trok... In een bruin doorrookt café verwees een hese tooghanger haar naar de champetter van Schore. Die vond ze ten langen laatste óók op café. Dat leek wel een beroepsziekte bij die mannen ! "Morris" kon naar eigen zeggen van iedereen binnen een straal van vijf mijl de doopceel lichten "met punten en komma's". Maar van een jongen Noël die door een jong boerenkoppel werd geadopteerd :"Verdomme neen-ik, mammezél, nooit van gehoord ! Van lange vóór den oorlog, zegde ?  Mor miljaardedju ! Wat dat gíj vraagt ! Mensen toch !... Da's verre vóór mienen tied wè !"

Het bleek dat van het vooroorlogse dorp en dépendenties geen originele registers, archieven of kadaster meer bestonden na de zware gevechten aan de Ijzer bij Schoorbakkebrug. Hiér, én op 't kanton Veurne-Ambacht: alles verbrand ! Vier jaar aan een stuk stond het water ter plekke borst-hoog, wees de champetter inééngezakt op zijn stoel: àlle leven verzopen ! "En de kanongs lieten van d'huizen en d'hoven geen steen overénde..." De bevolking werd van bij het begin van de gevechten verplicht geëvacueerd, het gros door het Belgisch leger naar Noord-Frankrijk. En de achterblijvers nadien nog door de Fritsen weggeschopt naar de kanten van Brugge...

Na de oorlog duurde het jàren voor de eersten terug konden komen, wegens al die bommen in de grond, en het giftgas. Maar de meesten bleven weg omdat er een nieuw kadasterplan werd opgesteld waar niémand nog zijn jongen in weervond. Het lapje grond van een klein pachthof als dat van Noëls pleegouders zal wel door één of andere hereboer zijn ingepalmd, besloot Morris gelaten...

Toen Jetje dit pover resultaat bij Leon te berde bracht, kon die nauwelijks zijn leedvermaak bedwingen:" Voilà, wat heb ik gezegd ?! Dat vertelsel van die tweelingbroer wàs al een slag in 't donker. En nu is er van hem zelfs geen spoor te vinden in dat boerengat waar hij toch zogenaamd twaalf jaar gewoond zou hebben ! Om nog te zwijgen over de kans dat ge hebt om te bewijzen dat die cafébaas van Duinkerke een weesjongen is die toevallig Noël heet en geboren is in Veurne ! En dan liefst nog op kerstnacht van het jaar twee en opgegroeid in Schoorbakke ! Dat zal verdikke niét gemakkelijk zijn tanteke ! Maar 't is maar dàn dat ik 't zal geloven !"

Jetje werd giftig:" Luistert ventje: ik trek het mij niet meer aan ! Voor mijn part gelooft gij maar dat het spook van Duinkerke uwen père is, of Gottevader met den Heiligen Geest, mij àl eender... Maar dat bijgeloof zal u geen geluk brengen, ventje, onthoudt mijn woorden ! En maakt nu dat g'uit mijn ogen zijt ! Oeste-oeste ! En vergeet de konijnen geen eten te geven !"

Op het verbrede voetpad vóór het kinderheem "De Welkom" leek wel de revolutie uitgebroken ,toen drie touringcars er hun lading losten :een wriemelende groes wild wippende kinderen die als gekken door elkaar liepen te schreeuwen !

De eerste groep jongetjes sprongen nog maar uit de bus of Marie kreeg er al compassie mee: "Die arme dutsen, zo'n bleke mussen... En ze slapen nog half, doodop van de reis vaneigens..." Maar die van de tweede car waren meisjes, al wat ouder en zagen er héél wat minder onderkomen uit. En een lawaai ! Alsof de frisse zeewind hen bij het ontwaken een stroomstoot had gegeven ! Ze wemelden plots roepend en tierend wild dooreen, wipten en dansten als waanzinnigen in 't rond, en tóch leek het vijftal joodse begeleidsters dat heel normaal te vinden. Ze negeerden in elk geval grandioos de heksenketel om hen heen en deden zelfs geen moeite om met een paar kletsen links en rechts wat orde op zaken te stellen.

" Wat is me dat !" schrok Marie: " Die gaan dat hier àl afbreken ! Maar met mij zal dat verdikke niet pakken, als ze dàt maar goed weten !"

Ze wist niet hoe klaar ze de toekomst voorspelde...

Madame Jadot, de econome, stond midden het tienkoppig ontvangstcomité op de pui een ijzig welkom uit te stralen, hautain en ongenaakbaar alsof ze ooit al voor hetere vuren had gestaan. Geflankeerd door twee "heren uit Brussel' met grijze baarden en in lange zwartzijden jassen, versperde ze haar voordeur en leek vast van plan niet te wijken vóór de plotse revolutie was neergeslagen. Op de tweede rij herkende Marie één van de kokkinnen die haar had vervangen en de bazige schooljuf die haar gisteren had verweten dat het klasmeubilair "zo smoetsich" was. Ze had gebaard het niet te verstaan. Fout natuurlijk...

Want tegen de avond moest Marie bij Madame Jadot komen die haar zonder veel complimenten haar opzég gaf. Ja, ze had wel beloofd haar als kuisvrouw aan te houden, maar de joodse huurders stonden erop ook dàt personeel in eigen kring te recruteren. "Et voilà, als d'affaires beter gaan, ik zal aan u denk. Marie ,au revoir et merci !"

Ontslagen ! Midden in de winter ! Met heinde en ver geen toerist te zien ! En vóór Pasen ging geen énkel hotel open of werden geen villa's gekuist...Volle twee maanden op haar kin kloppen, dat kón toch niet !

 

" In Spanje is 't ver gebakken." verklaarde Joseph magistraal tegen Leon, terwijl hij zijn boekentas op de keukenstoel kwakte: " Alle gazetten in 't kotje van de place Marie-José zeggen het met vette koppen: " Onze regering Spaak heeft het Franco-regiem erkend". En vóór onze nationale  broekschijter zoiets durft, moet het verdomme slecht gaan met zijn rode vrienden van de republiek !"

" Zwijgt blagueur, met óns gaat het nog sléchter ! Ons moeder zit in de groentenhof bij de spruiten te blèren. Ze heeft daarjuist haar congé gekregen in 't Rustoord...Dat ze uit de keuken vloog, wist ze al, maar nu werd ze ook ontslagen als werkvrouw omdat die joden hun eigen volk meebrengen...Zijt maar voorzichtig, vanavond, want er is zwaar weer op komst..."

" Zegt dat ik in afwachting van 't eten mijn huiswerk bij Jetje gaan maken ! En er misschien een boeterbrood mee zal eten !" En wég was hij...

" Een boeterbrood ?  Da's weer iets van dien Duitse jood zeker ! Dat moeder het maar niet hoort !"

 

Later, in bed, durfde geen van beiden over hun onzekere toekomst beginnen. Daarom trok Joseph maar een ànder taboe open.

" Ik heb van Jetje menen te verstaan dat ze het opgeeft in die spookaffaire van Duinkerke ?  Mijn gedacht was dat vertelsel al lang dood en begraven ? "

" Juist niét dood en begraven ! Ons vader is helemaal springlevend ! Ik heb hem met mijn eigen ogen gezien verdomme, maar niemand wil mij geloven..."

" Bon, voor mijn part..." Joseph had voor vanavond zijn buik vol van andermans problemen. " Maar als IK dat moest oplossen, zou dat verdomme geen half jaar aanslepen, begot néé !...Gij en Jetje hebben dat stom zoekspel helemaal averechts aangepakt..."

Even bleef het stil in het donker, tot Leon de belediging had doorgeslikt: "Allee ! Ik luister ,Meneer den Detektief gaat het zeggen ! Hoezo, averechts ?!"

" Wel ja !" spotte Joseph: " Wie zoekt er nu in godsnaam naar een levende door de doden te ondervragen ! Die hebben weinig te vertellen en zéker als ge hun geheimen laat vertalen door nonnen en pastoors. Lijk dié gedurig van alles verdraaien, of 't voornaamste geheim verzwijgen ! Vaneigens dat niemand daar uit wijs geraakt !"

" 't Is Jetje die langs dààr graaft lijk een zotte ; ik heb dat niet gevraagd. Voor míj is er geen enkel probleem: ik heb ons vader levend en wel in Duinkerke achter den toog zien staan. Maar zij wil mordicus bewijzen dat ik daar niét hém, maar familie van hem gezien heb... Eerst dacht ze een kozze, maar nu zit ze almetéén aan een tweelingbroer. Ge ziet: z'is aan 't naderen ! Nog een beetje en ze geeft toe dat het den Dis zelve is..."

" Dat zal niet zijn, want ze geeft het op, zei ze. En ze heeft gelijk: op dié manier komt ge er nooit. Gij hebt het zelf gezegd, op 't strand: als ge een worm wilt pakken, moet ge hem bij de kop grijpen ! Als gij zeker wilt zijn dat het ons vader is, daar in dat café, dan moet ge 't hém vragen, hém en niemand ànders ! Ge zit op een wier waarom hij is gaan lopen, waarom hij zijn vrouw en kinders heeft laten stikken ?  Waarom hij u niet geren meer zag ?  Wel vraagt het hemzelf, de rest is zever-in-pakstjes !"

 

Bim-bam was een sympatieke jongen, die àlles zou gedaan hebben om vrienden te maken en erbij te horen. Later begreep Joseph het waaróm. In Keulen was hij als kleine gast bij de welpen geweest, en met de scouts van zijn totem een paar maal op tentenkamp gegaan in de beboste bergen rond de Rijn: voor een bleek stadskind heerlijke belevenissen vol romantiek en dolle avonturen... Spoorzoeken, knopen en sjorren, vuur maken, eigen potje koken...Maar bovenal: in meerstemmig koor trekkersliederen brullen bij het hoog-laaiend kampvuur. En niet te vergeten: slapen in een tent of in een zelfgemaakte loofhut !

Maar met de machtsgreep van de nazi's in '33 - hij was toen juist elf jaar geworden, vertelde hij - kwam daar abrupt een einde aan. Alle jeugdbewegingen werden plots door de "Hitlerjeugd" opgeslokt en uitgezuiverd..."Judenfrei gemacht", zoals dat heette. Als hij nog aan die dag vol schaamte en schande terugdacht, toen zijn vriendjes hem  als een walgelijk ondier voor eeuwig uit de totem verjaagden. "Lausejude raus !" jouwden ze, en gooiden hem zomaar de straat op.

Voordien had hij zich nooit gerealiseerd dat hij überhaupt joods wàs, en wat daar eventueel zo verwerpelijk aan kon zijn... Thuis werd er niet aan godsdienst gedaan en zelfs de sabbat maar matig gevolgd. De grote feesten, akkoord, maar toch niet fanatieker dan de christenen hùn Pasen of Kerst vierden...Dat had ook niet gekund: vader en moeder werkten aan de Keulse Stadsopera, hij als eerste viool en zij als coloratuurzangeres; dan kan je moeilijk iedere weekend vanaf vrijdagnamiddag een etmaal forfait geven !

" Vader had gelukkig de storm op tijd voelen aankomen en van alle buitenlandse optredens van de opera of de Filharmoniker gebruik gemaakt om via vrienden geld op vreemde banken te zetten. In elk buurland één. Die nummers liet hij mijn zuster en ik dan vanbuiten leren en die moeten we nog dagelijks aframmelen, in de taal van dat land...In het begin zegden we het soms voor de grap verkeerd, maar daar kon hij niet mee lachen ,verdammt o nee, Menschenkinder !"

Wat een azijnpisser, dacht Joseph. Hij vond het steeds makkelijker met Bim-bam een normaal gesprek te voeren, maar soms barstten ze toch in lachen uit als hij er zijn "Limburrigs" sausje wat té dik op legde.

" Waarom is uw pa daar feitelijk buiten gevlogen ?  De ruiten gaan uitgooien tijdens de Kristallopstand is toch niets voor een artiest?"

Daar raakten ze even in een spraakverwarring voor Joseph begreep dat niét de joden maar wél de nazi's de ruiten van de winkels hadden vernield ! En àlle synagogen van héél Duitsland platgebrand ! Maar écht geloven deed hij het niet.

" De joden hebben toch eerst de Duitse ambassadeur in Parijs vermoord ?  Of is dat ook gelogen, soms ? "

" Dat was een uitvlucht. Een studentje van 17 heeft op een bediende van de ambassade geschoten in een reeks van wraak en weerwraak. En dat ventje was toevallig een jood...Indien de dader een gewone Fransoos, of beter nog, een Yankee ware geweest, zou Hitler dan alle Amerikaanse bedrijven geplunderd hebben, denkt ge ?  Neen, het was al jaren aan de gang dat ze ons buiten wilden. Eerst met kleine pesterijen: we mochten niet meer op de tram of in het park. Kleinzielig, maar daarmee viel te leven.  Nadien mochten we bij onrecht geen klacht meer indienen tegen dat geuniformeerd gespuis, en kort vóór de pogrom kregen Pa en Ma hun ontslag uit de Stadsopera...We hebben alles wat we in Duitsland bezaten moéten verkopen aan de nazi's tegen pandbrieven die geen cent waard zijn. Pas toen we onze Duitse nationaliteit omruilden tegen een Nansen-paspoort kregen we een uitreisvergunning... En in België mochten we enkel binnen mits aanvaarden van een werkverbod en een verplichte verblijfplaats... Dat is dus hier...Iedere morgen moet Vati op het gemeentehuis gaan tekenen in het register. En dan vindt gij dat hij er slecht gehumeurd uitziet ? "

" Akkoord :ge zoudt het voor minder zijn..."

" Mis vriend, dat is zijn maagzweer. Wij zijn hier zeer gelukkig ! De vraag is enkel of onze spaarpot het zal volhouden tot we naar Amerika kunnen uitwijken..."

Amerika, verdomme zeg ! Die zien het groot !

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 82

A53    OP ZOEK NAAR MARCO.

 

           Barcelona, 21 januari '39.

Gelukkig was het volle maan, dat maakte de reusachtige verduisterde stad iets minder luguber. De straten lagen vol papier en stinkende rotzooi: klaarblijkelijk was de stedelijke Rode 'Reinigingsdienst' er, samen met het volledige Rode stadsbestuur, al een hele tijd laffelijk vandoor...Torenhoog puin van vroegere fascistische bombardementen versperde hier en daar de voetpaden. Drie-vier keer moesten ze wijken voor de hitte van een uitslaande brand in een hotel en een paar officiële gebouwen waarvan de kelders in lichterlaaie stonden. Die waren duidelijk niét getroffen door een brandbom, want de Italiaanse vliegtuigen hadden het al een paar dagen laten afweten. En daarbij : met een brandbom ontstond het vuur op de zolder...Neen, hoorden ze van de omstaanders, het waren gebouwen van de Partij of de vakbonden die door de "vertrekkende ambtenaren" zelf in de fik werden gezet. Kwestie van zonder al te veel moeite alle belastende geschriften op te ruimen, waarschijnlijk. Geblust werd er in elk geval niét. Wél geplunderd en in het donker druk met meubels gesjouwd.

Alhoewel het rond middernacht draaide, liep er nog steeds veel volk op straat. Meestal vluchtelingen van het platteland, zo aan hun zwarte kleren te zien: schuwe weduwen en oude mensen, met pak en zak en een groes bleke snotneuzen, wanhopig op zoek naar een beschutting tegen de nachtelijke vrieskou.

" Weet ge feitelijk waar we moeten zijn ?  " vroeg Moos een beetje korzelig: " Als het niet hier en daar brandde zag ik geen hand voor m'n ogen ! "

" Niet écht, nee..." moest Steiner toegeven: " Ik volg in het duister op de gis de brede lanen om niet verloren te lopen. 'Gran Via de los Corts Catalanos' dat komt mij bekend voor...En binnen een half uurtje zouden we op de 'Plaça de la Universitat' moeten uitkomen, ja...als ik mij niet vergis... Want onderdtussen hebben ze hier wél wat straatnamen veranderd " voegde hij er weinig bemoedigend aan toe.

Toch liet hij tegen de rest van de mannen geen twijfel blijken en leidde hen op kop door het gewoel op de brede voetpaden ordelijk voort. Hij had al bij al nog slechts een vage herinnering waar deze fameuze 'Ayunda Roja' - de 'Rode Hulp' van de Ket - kon huizen.. . Ergens bij de grote Stierenarena waar ze twee maand geleden werden ingekwartierd in afwachting van hun repatriëring. Ach, ja, die simpele repatriëring verdomme !  Dat hij déze uitweg uit zijn miserie destijds niet met nederige dank had aanvaard kwam hem nu voor als een aanval van gloeiende waanzin. Hoe was het in godsnaam mó-ge-lijk !! Werkelijk, hij schaamde zich nóg steeds telkens hij aan dié stommiteit terugdacht...En door al dit gepieker koos hij bij het verlaten van het grote "Plaça de la Universitat" de verkeerde laan naar de stadsrand...

Zijn in de pas marcherend groepje dwong voldoende eerbied af om moeiteloos door alle opstootjes met brutale plunderaars te raken. Maar tweemaal moest hij uitwijken voor wilde samenscholingen waar met korte droge knallen eerste of laatste rekeningen werden vereffend: moeilijk te zeggen in het donker...Toen de laan plots smaller werd wist hij dat hij de verkeerde richting uitliep. Günter kwam naast hem staan.

" Denk je ook niet dat we teveel naar het zuiden afzakken? De havenbuurt ligt meer naar het oosten ,denk ik...Nu lopen we recht naar de maan toe, en daarjuist hadden we hem rechts..." En toen Steiner blééf twijfelen stelde hij voor: " Hier links dat straatje in: dan komen we weer op de grote boulevard..."

Maar toen Steiner even later met zijn mannen in een louche buurt verdwaald raakte ,besloot hij daar tot het eerste daglicht te overnachten..Dan kon hij vast wel met zijn imposante "krijgsmacht" in een politiebureel of zoiets een telefoon-verbinding naar de Ket afdwingen...

Het hotel waar ze binnendrongen bleek al vlug van een speciale soort te zijn. Toen de dames van hun eerste schrik bekomen waren zagen ze toch brood in dat dozijn vuile schobbejakken dat zo onbeschaamd beslag legde op hun verend atelier. De soldaten waren wel moe, maar niet té om de zaligheid van een zachte boezem als hoofdkussen af te wijzen...En door de miserie van de oorlog was het voor beide partijen op gebied van de liefde 'slechte tijd' geweest. Dus mits wat schipperen kwamen ze akkoord op een gunstprijs van tien peseta's per keer, 'brut', of dertig voor de rest van de nacht...Maar voor fantasiekes gold dan weer de volle pot...

Aan dit nachttarief dreigden een paar dames, die één van de jonge beren over zich heen kregen, jammerlijk hun broek te scheuren, want 'in stukwerk' had het hen aardig wat méér opgebracht. Een paar probeerden achteraf hun schade in te halen door te beweren dat de overeenkomst stoelde op een betaling in Franco-peseta's wat, aan de plaatselijke 'dagkoers', driemaal méér waard was dan het papiergeld van de stervende republiek. Steiner stelde, tot ieders tevredenheid, samen met de kotmadam orde op zaken door de hardste werksters de mond te snoeren met een doosje sardines extra.

Hijzelf hield aan die onverhoopte liefdesnacht niet zo'n daverende herinnering over. Zijn partner viel wel goed mee en het vrouwmens begreep vlug welk vlees ze in de kuip had. Maar ondanks haar geile aanmoedigingen wilde het maar niet komen. Hij kon in gedachten al zijn nachtprinsessen uit het verleden optrommelen, of meisjes die hij enkel in zijn fantasmen had geschoffeerd, niets hielp. Noch zijn eerste lief  Dorien van Duisburg of hete Elsa van Nieuwpoort, noch blonde Marie van Westende of zwarte Consuela van de Ebro...Solo of in koor, het lukte hen niet met hun vettig gedoe het vuur van zijn dromen naar zijn lenden te voeren. Na ruim een uur gaven zowel zijn bedgenoot als zijn droomharem het uitgeput op en 's morgens werd Steiner verdwaasd wakker aan de tepel van een vrouw die hij van haar noch pluim kende...

 

Pas tegen de avond vonden ze Marco. 'Ze', dat waren uiteindelijk de vier dynamiteros van de Apocalypse... Vier: de rest van het peloton had in de loop van de dag links en rechts met de zegen van Steiner een veilig heenkomen gevonden. De twee eerste afvallers wilden in het bordeel 'nog wat uitslapen' en gaven gewillig hun handgranaten aan Günter...die er in ruil zijn zware mitrailleuse achterliet. Hij en Moos wierpen het op gelijkaardige akkoordjes met de daaropvolgende kandidaat-onderduikers en liepen er op den duur bij als kerstbomen vol eiergranaten. Steiner had reeds vroeg in de morgen een vervaarlijke mitraillette in een vuilbak gevonden: juist wat hij nodig had om de gewenste indruk te maken. De jonge Juan, die zich na zijn ontmaagding van vorige nacht nu een hele vent voelde, vond verder viriel wapenvertoon niet meer nodig en liet ook zijn twee munitiekisten bij de dames achter. Of: in wat een kleine man groot kon zijn...

Zo uitgerust vroeg het niet veel moeite om bij de eerder zeldzame nog fungerende instanties telefonisch op het spoor te komen van de 'Rode Hulp'. Maar de Ket zelf kregen ze pas nà de middag aan de lijn. De verbinding had béter gekund en het duurde even voor de Brusselaar begreep waarover het ging. Vermoedelijk wegens een stuk in zijn kraag waardoor hij zich in het begin hardnekkig aan zijn fleurig Brussels-Spaans vastklampte. In dit taaltje voelde Steiner zich niet erg thuis en wilde het daarom eerder met Duits, Frans en Vlaams proberen. Plots scheen bij de Ket de mist op te trekken en herinnerde hij zich hun oude dronkemanseed in dat café aan de haven. Daar hadden ze onderling afgesproken, vóór ze met hun zatte botten gingen bijtekenen in het Volksleger: " Moest het scheef lopen, rendez-vous bij de 'Rode Hulp'...

" Marco, ha si !  Dien pei leet mé ne kapotte puut dans le plâtre, de pleuschter, compris ?  "

" Ja, de pleuschter, dàt dacht ik al !  Maar wàààr verdomme !! Wàààr !!"

Voor zover die wist lag Marco nog in het Lenin-lazaret, het vroegere klooster Santa Maria de Montalégre, nauwelijks één kilometer ten westen van de Plaça de Cataluña. Daar had hij hem nog geen week geleden bezocht en hem goed aan beterhand gevonden. " Mor excuseert hé kameroed, ik moe den telefon coupeire: we zén compleet aan 't démenageire hier, compris ?... Doet hem al m'n complimenten, ja ?  En 't beste !!" Die had blijkbaar ook al het vuur aan zijn kont...

Op het stadsplan van de politiepost schatten ze dat het hoogstens een halfuur lopen was tot dat klooster, maar wél terug naar het westen, richting front. Dat vonden zijn twee laatste miliciens niét zo begeesterend en daarom gaf Steiner hen enkel zwijgend de hand en liet hen gaan. Met z'n vieren voelden zij zich sterk genoeg om de ultieme weerstanden in het lazaret op te ruimen.

Maar buiten op straat leek nu wel de hel losgebroken. De schrille sirenes loeiden bijna onophoudelijk. Hoog in de lucht vloog brommend een formatie zware vliegtuigen over, dwars door de zwakke plofwolkjes van het afweergeschut. Dan tóch Italianen, zo te zien... De bommen gierden naar de haven en de ruiten in de straat rinkelden op het ritme van de detonaties. Zij zochten waarschijnlijk de schepen te treffen waarmee de bevoorrechten van het regiem de stad hoopten te ontvluchten... "De smeerlappen !" Daarmee bedoelde Steiner niét de Italianen, maar wél de ratten die nu het zinkende wrak ontvluchtten ! Je zou haast duimen dat de vliegers hun doel zouden treffen !  

Op straat stonden sommige mensen vanuit de portieken angstig omhoog te staren, maar de meesten liepen schichtig voort langs de gevels: vluchtelingen beladen met pak en zak die méér gewoon waren en nu geen tijd wilden verlummelen. En ditmaal waren het niet enkel, zoals vorige nacht, zwarte boeren en buitenlui die met hun kroost aan de volgeladen kruiwagen duwden. Nu begonnen ook stadsmensen te vluchten, bepakt met rugzakken en valiezen, tevoet of op de fiets. Opgepropte luxeauto's en vrachtwagens met een bakvol familie, koetsen en paardekarren, tandems en triporteurs bestreden elkaar met toeters en bellen al schreeuwend de voorrang op elk verstopte kruispunt. Steiner kreeg een bang voorgevoel van wat hen de volgende dagen in deze verstikkende heksenketel te wachten stond...

Het Lenin-lazaret vinden was niet zo moeilijk, maar om er binnen te raken moest Steiner wel even zijn twee 'kerstbomen' hun nummertje laten opvoeren. Toen de balie echter begreep dat ze niét van de S.I.M. waren, en géén lijntrekkers kwamen aanhouden maar een vriend wilden bezoeken, smolt de laatste weerstand weg. Ze vonden het wél vreemd dat noch Steiner noch zijn lijfwachten de familienaam van Marco konden opgeven..."Jefe Marco",  daarmee hadden ze hem in het Volksleger altijd aangesproken, en met "Camarade Adjudant" of kortweg "Marco" bij de Brigade. Maar een familienaam begod !

Ook op de administratie zouden ze hen vol ongeduld met een kluitje in 't riet gestuurd hebben als Günter niet plots één van zijn vele 'kerstballen' had losgehespt en er de veiligheidspen uitgetrokken! Mensenlief !  Onmiddellijk vlogen er drie-vier scribenten op de registers "In" en, toen ook dàt geen uitkomst gaf, liepen er twee 'héél gewillig' met de dynamiteros mee de zalen af. Op de vijfde hadden ze prijs.

 

Marco was aan 't pokeren, maar liet tot ergernis van zijn medespelers plots alles vallen toen hij Steiner herkende. Veel uitleg moesten de dynamiteros niet geven: al de patiënten op de zaal bleken voortreffelijk op de hoogte van de toestand aan het front. De troepen op de Llobregat zouden de Moren zéker niet lang tegenhouden, nu de Italianen dreigden binnen de week ten noorden van Barcelona naar de zee door te stoten en zo de stad te omsingelen... Wie nog naar Frankrijk wilde vluchten mocht zich verdorie een beetje haasten !

" Wel, waar wacht ge dan nog op ? " vroeg Steiner.

" Tevoet op krukken , met mijn poot in de plaaster ? "

" Daar zetten we wel wielen onder !  Vooruit een beetje ! "

Marco keek zijn makker even ernstig in de ogen vóór zijn stem brak:" Ik wist dat ge zoudt komen, vriend."

 

'Wielen eronder zetten', had Steiner bevolen, en dat nam Juan héél letterlijk op. Vergezeld van de wandelende kerstboom Moos moest hij het geen twee keer uitleggen aan de verpleger van zaal vijf. Een paar krachttermen in vloeiend Catalaans en de man kwam met een soort ligstoel op fietswielen aandraven, compleet met een huif in zwarte ciré. Günter testte wantrouwig de bandendruk, maar Marco vond het prima:" Daarmee rijden we tot in Parijs ! "

Steiner zette een domper op de feestvreugde: " Als we de grens halen, is 't al goed voor mij... Günter en Juan, laat die verpleger ook eens wat eten versieren voor onderweg: vijf man versterkende kost gedurende een tiental dagen! " En wat stiller tegen Marco: " Ik heb het nagezien op het politiebureel: het is nog hooguit een tweehonderd kilometer tot Frankrijk... Dat moet makkelijk te doen zijn, zoals wij de laatste tijd getraind werden in het lopen ! " Maar Marco kon er niet mee lachen.

Plots merkte Steiner dat Juan nog steeds naast hem stond te draaien alsof hij het laatste bevel niet begrepen had: " Wel man, anda-anda !  Mjam-mjam ! Comida por cinco hombres. Mjam-mjam ! " Maar de jongen glimlachte enkel wat triest.

" Por favor, Rocco: cuatro hombres..."

"Vier man?  Ga jij soms vasten onderweg ?" Maar toen de kleine enkel traag het hoofd schudde begreep hij plots waar de knoop zat: " Ga jij  niet met ons mee soms?...Blijf je hiér?...In het lazaret?.. Onderduiken?  "

" De zuster van de administratie zei dat ze een student als ik goed kon gebruiken, met mijn latijn...in de medicijnen..."

" Ha, die jonge zuster !...Met je potjeslatijn ? Ceasar, turiluri salutante ?...En gij denkt hààr goed te kunnen gebruiken voor héél wat anders ,hé ! Bon, vent, geluk ermee !"

Hij lachte eens vuil en dacht :"Weer één gecaseerd"...

          
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 83

A54:  VERVLOGEN ILLUSIES.

 

                    WESTENDE, 25 januari '39.

Na Bim-bams (spottende koosnaam voor "Birnbaum") losse uitspraak over het échte einddoel van zijn emigratie was Joseph wel een paar dagen de kluts kwijt. Amerika, verdomme, 't was bij de deur !  En alles wat hij tot nu toe over het leven in dit verre land op het Pathé-journaal had gezien kon hem maar héél matig begeesteren ! Waar filmverslag van boeren die hun te-dure melk in de gracht kipten terwijl ernaast bedelende kinderen vergingen van de honger...Echte cowboys en volksverhuizers in huifkarren die aanhoudend door wilde indianen werden uitgemoord ,of omgekeerd... Eindeloze dansmarathons voor wat centen tot de concurrenten er dood bij neerstuikten...Zelfmoordenaars die van de torenhoge wolkenkrabbers naar beneden sprongen...Kapers die de kinderen van helden - zoals Charel Lindbergh - stalen tegen losgeld...Bah ! Om dan nog schoon te zwijgen over het gevaar op straat te worden dood gemitrailleerd door wegscheurende gangsters !  

Wat een catastrofaal land, om dààr naartoe te willen ! Waar de ene natuurramp op de andere volgde :grote luchtschepen zoals de zeppelin 'Hindenburg' neergebliksemd werden, wervelwinden ijzeren hangbruggen wegbliezen en heelder steden vernielden...En de aanhoudende droogte die de helft van de oogsten ruïneerde en de wanhopige boeren op de vlucht deed slaan...

" Als dàt je Beloofde Land is ,Bimbam ,dan mag het voor mijn part gestolen worden !  Miljaarde !"

" Die 'Wochenschau' geeft 'n vals beeld, natuurlijk: in de 'States' filmen een paar duizend camerareporters alle buitenissige en sensationele gebeurtenissen in de hoop hun strips aan de grote nieuwsdiensten te kunnen verkopen. Maar die beschikken slechts over tien minuten filmjournaal per week en dus kiezen ze uit al dat materiaal enkel het meest afgrijselijke, waar de mensen van opschrikken en zitten te huiveren ..."

" Wat een land!  Dus gebeurt er nog véél meer dat we niét zien !"

" Net zoals hier, niet méér of niet minder. Maar in Europa zijn er bijna geen filmreporters: vóór er zo ééntje hier op de plaats van een ramp aankomt is het neergestorte vliegtuig al lang als schroot verkocht of de vernielde brug alweer opgebouwd. Zo'n verslag onthoudt geen kat, of je krijgt het niet eens te zien !  Maar als er op het scherm in Wallstreet één zot uit het venster springt zou je moeten bedenken dat de honderd-miljoen àndere Amerikanen niét springen !  Net zoals in de USA zes boeren melk in de gracht kippen: wat een schande is dat !  Maar naar een verslag van de overige twintigmiljoen boeren die dat niét doen, kijkt geen kat meer !  Omdat dit doodgewone wezens zijn lijk gij en ik: die komen niet op het scherm... Met een camera kunt ge het klootjesvolk laten geloven wat ge wilt: dat bewijzen de nazi's in Duitsland élke dag !  Want àlles wat je de mensen op het scherm toont, houden ze voor de waarheid. Want, zeggen ze, "ik heb het met eigen ogen gezien ! " Met zo'n methodes hebben de nazi's  ons als misdadigers afgeschilderd en uit ons huis verjaagd !  Maar zeg eens eerlijk: zie ik er werkelijk uit als een boef ? ..."

Aan deze verontwaardigde tirade van zijn vriend zou Joseph later nog dikwijls terugdenken. Monkelend van binnenpretjes over de gewaagde cocktail van talen en dialecten die Bim-bam zonder complexen dooreen klutste, en waardoor het voor Joseph dikwijls raden werd naar de juiste gedachtegang. Maar ook in stille bewondering voor zoveel doorzicht en wereldwijsheid !  Tenslotte was die jood maar één jaartje ouder dan Joseph, en toch liet hij zich niets meer wijsmaken !  Echt waar: die Arthur was verdomme genen uil !... "Geloof nooit wat ge ziet ! ": als lijfspreuk kon dat tellen !...Die moest hij zonder fout aan Leon uitleggen: zo geraakte die misschien nog van zijn spook uit Duinkerke verlost !

Maar ondertussen merkte Joseph dat Arthur geleidelijk meer en meer beslag op hem legde. En hij kon moeilijk een wens weigeren als die rijke luis met zijn bankbriefjes begon te zwaaien !  Dus liet hij zich voor zijn diensten goed betalen want mooie liedjes duren niet lang: misschien verdween Bim-bam volgende week weer even abrupt uit zijn leven als hij er in was opgedoken...En zonder verpinken vroeg hij twaalf frank per avond in plaats van tien, omdat hij vernam dat Arthur zijn pasverworven taalkennis voor halve prijs aan zijn zusje doorverkocht...

Meer nog, toen hij merkte dat het voorziene "samen-huistaak-maken" er meestal op neer kwam dat Joske al het werk deed, terwijl 'die lekkere' lui in zijn zetel een boek lag te lezen - het weze dan nog 'De Leeuw van Vlaanderen' van Concience - besloot hij ook dàt te verzilveren. Drie frank per taak vond zijn vriend een deftig voorstel, maar hij bedong wél dat Joseph 's zaterdags speciale nota's nam om Arthur makkelijker over zijn verzuim wegens de sabbat te helpen...

Zo spaarde Joseph per week een twintig frank waar zijn moeder niets van wist: zij kreeg de officiële veertig en geen cent méér. Met deze zwarte kas hoopte hij met Nadine eens naar de bioscoop te kunnen gaan of haar op een ijsje te trakteren, als ze wat coulanter werd...Twintig frank zondag 'zwart' per week was véél, maar hij suste zijn geweten door waar voor zijn geld te leveren: tijdens zijn privé-lessen Nederlands werd niét gelachen !  Ook niet tijdens het 'Butterbrot', al wilde Arthur er regelmatig de band afleggen. En als hij om halfacht 's avonds naar huis reed - op de fiets van zijn vriend - gaf hij eerst een lijstje op van twintig woorden om van buiten te leren. Géén compassie !  

Die fiets bracht een hele verademing in zijn leven. De Birnbaums hadden de 'Eden Roc' volledig gemeubileerd gehuurd, met alles erop en eraan: van beddelakens tot speelgoed, van leesboeken tot fonoplaten. Plus een spiksplinternieuwe herenfiets in de garage...Om de verloren tijd wat in te halen reed Joseph daar 's avonds mee naar huis en bracht die 's morgens terug naar het Bad vóór ze samen de tram naar Oostende namen. Zodoende kon hij Arthur en Nadine in het tramhuisje wat uiteen houden, en hoefde hij zich niet meer zoals vroeger af te vragen wat die twee in zijn afwezigheid samen bekokstoofden...

Gaandeweg zou die fiets zowat zíjn eigendom worden en kon hij er ook tijdens de weekends thuis van profiteren, om er al dan niet mee naar zijn vriend te rijden. Immers: ook op zondag, na de sabbat, viel er daar wel een centje te verdienen met lessen herhalen of huiswerk maken. "Elke frank telt ! " zeurde zijn moeder voortdurend. Want voor Marie begon het te nijpen...

Ook klein Leonneke werd gewaar dat hij dat Spook-uit-Duinkerke niet meester werd. Na een paar dagen van wikken en wegen moest hij innerlijk toegeven dat zijn broer het bij het rechte eind had. Hij moest de worm bij de kop grijpen !  Als hij in Duinkerke Dis wilde ontmaskeren moest hij die ter plekke en zonder omwegen voor het blok zetten. Hem een bekentenis afdwingen waarom hij zijn kroost zo bedrieglijk in de steek had gelaten en iedereen in de waan had gelaten dat hij bij die knal in rook was opgegaan !

Maar zomaar stom daarheen rijden, dat ging natuurlijk niet. Zonder papieren raakte hij niet eens over de grens en het was dan nog erg de vraag of hij, eenmaal in Duinkerke, met zijn gebrekkig Frans die speeltuin wel terug kon vinden...Ergens aan de haven, ja, maar wààr precies?! In deze reusachtige wirwar van dokken riskeerde hij hopeloos verloren te lopen. En alles achteraf beschouwd, lag dat café misschien niet écht in de haven...Want hij herinnerde zich niet bij het uitstappen van de bus aangemeerde zeeschepen in de omgeving gezien te hebben...

Tante Jetje kende natuurlijk het juiste adres, want die buschauffeur van Ramoudt had haar daar afgezet... Alhoewel, het was goed mogelijk dat ze dat niet had onthouden. En Leon verwierp het idee haar bij de beslissende ontmoeting met zijn vader te betrekken. Haar bemoeiingen met zijn zogenaamd spook had tot nu toe veel geblaat en weinig wol opgeleverd en hij vond het nu hoogtijd om spijkers met koppen te slaan !... Meester Engelborghs, die de schoolreis had geleid en dat adres óók kende, durfde hij niet aan te spreken. Daarbij, in feite kon niets of niemand hem beletten om rechtstreeks contact met die chauffeur van Ramoudt te zoeken...  Misschien weer onder voorwendsel daar tijdens de schoolreis zijn nieuw polshorloge te hebben verloren? ...

Die zondagmorgen loog Leon Marie voor met een groepje van Jong-dinaso-Nieuwpoort naar de Oostendse voetbalderby van de Asso tegen de Végé te gaan kijken, wat aan tafel wel enige verbazing verwekte. Zo'n geestdriftige supporter hadden ze in de kleine nooit vermoed. En zelfs zijn verwittiging dat 'ze' waarschijnlijk pas met de laatste tram terug zouden komen riep geen achterdocht op. Marie moest nog veel strijk inhalen en Joseph koesterde plannen om Bim-bam te gidsen bij zijn verkenning van alle geheime hoekjes op de vage gronden tussen de nieuwe villa's van Westende-bad. Vooral de ruïnes van vooroorlogse villa's ,verdoken achter de grote reclameschuttingen schenen hem te interesseren...

Op het bureel van het autocarbedrijf verwachtten ze die bewuste chauffeur pas tegen acht uur terug van zijn trip naar de slagvelden rond Ieper ,wat hem nog ruim de tijd gaf even de sfeer van de derby op te snuiven.

De Asso won een vuile match met 2-1, maar Leon kon noch voor het knokken, noch voor de uitslag warmlopen.

 

De chauffeur herinnerde zich vaag 'Tante Jetje' daar in de zomer aan die speeltuin te hebben afgezet, ja. En hij bekeek Leon daarbij met stijgende achterdocht, tot hij over dat verloren polshorloge hoorde.

" Och, ja verdikke : de "Taverne Jean Bart, chez Dieudonné" ?  Moet ik daar eens horen of ze dien montre-bracelet soms gevonden hebben?  Da's geen moeite. Ik kom daar in 't seizoen iedere week en ben goed bevriend met dat echtpaar..."

" Echtpaar? ? Zijn die serieus getrouwd? "

" Vaneigens, waarom vraagt ge dat?  Ik ben in maart vorig jaar zelfs op hun trouwfeest geïnviteerd geweest ,als goede klant..."

" Maart vórig jaar, zegt ge?  Toen is mijn vader juist verongelukt...Spreken we wel over dezelfde mens?..."

De man scheen even niet te kunnen volgen, maar Leon gaf hem geen tijd om zich te bedenken en vuurde de persoonsbeschrijving van Dis én het spook op hem af.

" Ja, dat is hem: patron Dieudonné...Ge schijn hem verdomme ook goed te kennen, hé ? "

" Getrouwd miljaarde ? ! draafde Leon door.

" Vaneigens, Kootje, of hebt ge daar last mee ? "

Natuurlijk had hij daar last mee !  Dagenlang zat hij op een wier. Getrouwd verdikke, in maart ! Dis was op zo'n korte tijd na de ontploffing hértrouwd? En met wat voor papieren, in godsnaam ?! Zijn vader was toch geen vrijgezel of weduwnaar, hé !  En dan nog onder een valse naam !  Hij had zijn speeltuin toch nét zo goed 'Taverne chez Désiré et Madeleine' kunnen noemen, of hoe dat  nieuwe lief van zijn vader ook mocht heten...Hoe zei die chauffeur ook weer ? Dieudonné ?... Ergens kwam die naam hem bekend voor... Maar wààr verdomme! ?

<!--[if gte mso 9]>

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van " De Afrekening"

↑ Terug naar de berichten