Naar de inhoud

" De Afrekening"

Een West-Vlaamse oorlogsthriller in afleveringen
akke.beakke.be

Archief

Deel 64

A41:  CONFLICTEN BIJ DE VLEET.

                       Westende, 21 september 1938.

    De nijdige reactie van zijn moeder op dat stomme epistel sloeg Leon compleet van zijn à-propos. Toen hij ermee uit de voortuin kwam aandraven verwachtte hij dat ze er eens honend mee zou lachen. Zij, die toch altijd overtuigd scheen dat Dis in de ontploffing verpulverd werd en hooghartig haar voeten veegde aan de roddel in het dorp...Zij had in dat opzicht toch steeds vast front gevormd met Tante Jetje, die zijn ‘spookaffaire’ ook altijd hardnekkig onderuit trachtte te halen.

Maar dat vaste front scheen sinds kort lelijk gebarsten. De twee vriendinnen bezagen elkaar de laatste dagen maar koeltjes, had Leon gemerkt. Waarschijnlijk wat woorden gehad, die nacht van de kermis, toen zij hem uit zijn eerste slaap hadden gewekt met dat kinderachtig gejengel op straat. Zijn moeder had met een stuk in haar voeten aanhoudend " “Ludo!" ” geroepen tot Jetje haar met een ‘klets’ de mond had gesnoerd. Of was '‘t omgekeerd misschien?  Ludo, een mislopen kermisflirt van Jetje waarmee zijn moeder haar had geplaagd? Hij kende in '’t dorp anders geen enkele vent met die naam, en hij kon er nu moeilijk zijn moeder over aanpakken...Daarbij ,grotemensen-zaken interesseerde het hem geen blaas !

Toch besloot hij Joseph er eens mee te verrassen. Want sinds bij hen beiden de liefdesavonturen op een laag pitje stonden, viel er '’s avonds in hun bed op zolder niet veel meer te konkelfoezen. Met die brief vol plakletters kon hij alvast bij zijn broer wat eerbiedige erkenning afdwingen. Joseph, vond hij, had hem al weken genegeerd. Waarschijnlijk jaloers omdat hij met zijn zomerstage op de ‘Astrid’ zoveel geld had verdiend en daardoor moeders lieveling was geworden...

 Die ‘gazettenbrief’ intrigeerde Marie sterker dan ze wilde laten blijken. Nog dàgen later pijnigde zij haar hersens wié er in godsnaam belang bij kon hebben haar zo te pesten.

De insinuatie op zich dat Dis nog leefde, vond ze te zot om dood te doen. Wie dàt geloofde had een vijs los. Dis was, zoals de paster zei, bij Heer Jesus in de hemel, en daarmee uit ! En dat hij zich daar met de engeltjes amuseerde, misgunde ze hem zelfs niet. Maar wie dat onnozel hersenspinsel, dat hij in Duinkerke lag te vrijen met een minnares, zo agressief als een vaste wààrheid rondbazuinde, moest daar een bedoeling mee hebben !  En een kwàde bedoeling nog wel !

Vraag was: wie? Wie had er belang bij te beweren (op papier nog wel !) – dat Marie de mensen bedroog door Dis op een leugenachtige wijze dood te verklaren? In de eerste plaats dacht ze natuurlijk aan de garde. Die zou àlles doen om haar ongeloofwaardig te maken. En dat hij aan de basis lag van alle roddel die in het dorp rond dat thema verspreid werd, wist ze ook al ééuwen. Maar ze zag zo direct geen reden die hem er toe zou aanzetten hààr deze flauwe kul - op schrift - voor de voeten te gooien !  De hoop koesteren,daarmee de valse weduwe uit wroeging tot een publieke biecht te dwingen ? ...Neen, zo zat kon hij nooit geweest zijn ! Daarbij had ze een sterk vermoeden dat die tekst vol schrijffouten stond en ze wist zéker dat de garde zich zo'’n kemels niet kon permitteren in zijn gemeentedienst...

Een ogenblik speelde ze zelfs met de mogelijkheid dat Jetje haar “een pee wilde stoven” na die zatte ruzie, de nacht van de kermis. Niet eens kwaad bedoeld; eerder speels, als een soort aprilgrap. Ha-ha. Ze lachte zich kapot !... Maar ook Jetje kon veel béter schrijven dan dàt en zou zéker nooit al die fouten hebben gemaakt...

Een andere sleutel zocht ze in het soort papier waarop de letters waren gekleefd. Een blad uit een gewoon schoolschrift met het watermerk van “De Zaaier” zoals alle schoolkinderen er minstens één hadden, in alle gezinnen...Daarmee kwam ze ook niet verder. En de letters waren uit “De Kustwacht” geknipt, had ze in de Lekkerbek ontdekt, toen ze daar zondag even binnenliep: zelfde soort druksel. Maar in élk café van heel de kust kon je dit blad inkijken...Hopeloos !

 Die avond kwam Leon op hun scheerzolder met zijn verrassing voor de pinnen maar het was een slag in '’t water. Een naamloze brief vol plakletters uit de gazet?        

 “"Maar Puist, dat heeft iedereen toch al eens gemaakt ! En rond een kei  verpakt in de voorhof smijten, die farce is zo versleten als mijn klompen !  Al die moeite om te zeggen dat ons va nog leeft ? Te stom om te helpen donderen !" ”

Hélà! Dat kon Leon niet zo maar over zijn kant laten gaan ! “" Ten eerste zat er geen kei in, en ten tweede is '’t juist dat ons va nog leeft !  Ik heb hem zelf gezien !" ” Het was eruit vóór hij het wist: daar gíng zijn geheim eedverbond met Jetje !

Even viel er een pijnlijke stilte. Toen draaide Joseph zich spottend om: ”" Hoezo, g'’hebt hem gezien ? ”"

Leon besefte dat hem nu enkel nog de vlucht voorwaarts overbleef: ”" Zeker weten ! In Duinkerke ! In een café verdomme ! Hij stond achter den toog toen wij daar op schoolreis waren !" ”

Joseph keerde zich met een meewarige zucht naar de muur: ”" Ge zijt zot."”

Dat was Leon teveel:"” Tante Jetje is '’t in Duinkerke gaan controleren !" ”

“ "Slaapt, zot ! Of moet ik soms eens stompen !"”  

 Plots hing Leon, steunend op zijn elleboog, over zijn broers schouder heen, en spuide fluisterend in korte heftige zinnen heel het verhaal over het spook in Duinkerke en de zinloze fietstocht van Jetje naar Veurne.

“ "Ze heeft mij in 't begin ook voor zatlap uitgemaakt, maar nooit voor zot !" ”

Waarop Joseph sneerde: ”" Da’s ook niet meer nodig, lijk gij nu doortrapt ! ”" En na een korte stilte, kwaad:

" Luistert Puist ! Als die smeerlap het expres aftrapte naar een Franse hoer en ons met moeder liet stikken, dan is hij in mijn ogen toch dood en begraven !  En moest hij binnen een jaar weer opduiken dan snij ik hem garantie de stroot over ! "

De volgende avond ontplofte de bom. Leon was gaan voetballen met de broertjes Berkenhout in de wei van '“Ons Rustoord”' en Joseph zat aan de keukentafel zijn schooltaak te maken toen Marie van haar werk thuiskwam. Een enige gelegenheid om zijn moeder te vragen of hij die brief eens mocht lezen?

“" Wat brief ?" ” Ze schrok, merkte Joseph boosaardig. En na zijn heel nauwkeurige beschrijving met veel overbodige details zei ze nukkig :"” Och dàt? In de stoof gesmeten, hé..."” Een stomme leugen, vond ze zelf.

“ "Ja ? Ha bon...En wie zou die gemaakt hebben , denkt ge? Ge hebt toch zeker een gedacht ? ...”"

“ "Bah, een farce van Jetje peins ik, om te lachen”"

Maar hij wilde zich niet als een idioot laten afschepen :"Jetje? Die weet toch dat het allemaal gelogen is ! Zij is lijk ieder van ons zéker dat ons va zijn eigen heeft opgeblazen. En ze doet alle moeite om ook Leon daarvan te overtuigen."

"Waarom is dàt nodig?! Hij was er toch bij ! Wat is dàt voor zever ! "

" Zever? Misschien...Want die zot denkt dat den Dis levend en wel in Duinkerke zit, bij zijn lief ! Hij zou hem daar overlaatst nog gezien hebben...Jetje heeft dat uit zijn kop trachten te klappen en speciaal voor ons Leon zijn schoon ogen is ze aan een heel onderzoek begonnen, dààr in Duinkerke en in Veurne. Jetje kunt ge gerust vergeten: die schrijft zo geen brieven ! "”

Hij grinnikte toen ze bijna van haar stoel viel.

“ "Watte ? !...Duinkerke ? ...Veurne ? ...Jetje ? ”..."

Met een duivels plezier deed Joseph nu heel de spookgeschiedenis van naaldje tot draadje uit de doeken.

 Nog geen kwartier later viel Marie bij Jetje binnen en Joseph hoorde haar tot de overkant van de straat roepen: waarmee die zich in godsnaam moeide verdomme, en dan nog zo achterbaks ! Dàt voor een vriendin ! Had ze niets beters te doen dan een kind van zijn moeder weg te trekken ? En patati en patata !

Joseph wist dat het hem niet sierde maar toch moest hij er smakelijk om lachen: dat was zijn weerwraak voor haar maandenlang gekijf sinds hij uit de cadettenschool was gevlogen. Laat die twee vriendinnen elkaar maar eens flink in de haren zitten ! En moeder zal nu misschien een ànder gedacht krijgen van haar Leonnetje, die zot met zijn verschijningen ! Hij leek wel Bernadette van Lourdes! ...

Toen Marie uitgeraasd was zei Jetje: " Zet-je ! " Ze zag nog wel wat bleek van het schrikken, maar tot bijkomende ergernis van haar opgewonden tegenspeelster was ze onder al die verwijten ijzig kalm gebleven.

" Een tas koffie ? Of gaat ge zo blíjven roepen ? "

" Doe geen moeite, 't is toch niet gegund ! " Maar Marie ging wél aan tafel zitten. Jetje schoof zwijgend bij en liet met een grimas van 'zoals-je-wilt' de koffiekan op de stoof staan: " Is 't nu aan mij, ja ? ... Luistert. Gelijk ge zegt: dat is al een tijdje aan de gang met Leon, ja. Die gast ligt volledig in de knoop, al sinds dat hem op schoolreis is geweest naar Frankrijk. Ik maak u geen verwijten dat gij van niks weet ,want met uw laat-werken komen die gasten 's avonds eerst bij mijn boterham stoom afblazen, eer gij thuis zijt. En vooraleer ze iets over hun problemen willen zeggen moeten ze erop kunnen vertrouwen dat het onder ons blijft. Wel, als IK ze kan oplossen moeten ze er u niet mee lastig vallen: g'hebt al zorgen genoeg rond uw oren. Maar ik heb moeten beloven dat heel die affaire onder ons getweeën zou blijven. En dat ben ik nog altijd van plan..."

" Wel Georgette, merci voor de confiëntie ! "

" Ge neemt het lijk ge wilt, Marie. 't Enige wat ik daarover kan zeggen is hoe het begon. Want toen meester Engelborghs mij dat toevertrouwde moest hij in feite eerst bij u zijn...maar ge waart er niet."

" Engelborghs !?  Zit die er ook al tussen ?!"

Terwijl Jetje in korte woorden haar eerste contact met de meester uit de doeken deed zocht ze in de lade van het buffet naar het deus-ex-machina: " Ha, hier zie, ik heb het ! Wat dénkt ge dààrvan !? " En net als voordien met Leon kletste ze diens tekening van de schoolreis vóór Marie op tafel: " Herkent ge dié ? "

Wat laatdunkend wierp Marie een blik op het kunstgewrocht van haar zoon: " Dis ? Hij trekt er toch wat op...Achter de toog van een café ??"

Nu was het de beurt aan Jetje om wat uit de hoogte te doen: " Ja, in Duinkerke, Marie. En uwe kleine gelooft mordicus dat zijn vader daar stond !  Wat zoude gij gedaan hebben als hem deze ontdekking almeteen onder ùwen neus had geduwd ? ...En ge weet wat ze in het dorp vertellen over Dis en die entraîneuse uit de "Cambrinus" Héwel Marie: 't is aan u ! "

Toen haar vriendin zwijgend naar de tekening blééf staren, legde Jetje uit dat zij, voor hààr part, die cafébaas hield voor een Frans familielid van Dis. En dat ze om dàt te bewijzen was gaan graven in de verre afkomst van Bompa Petré. Om daarbij  van de ene tegenstrijdigheid in de andere leugen te vallen.

" Ik weet nog de helft niet, maar vinden zàl ik ! "

Marie stond stijfjes op en schepte de tekening mee van tafel: " Wel, veel chance Georgette ! " Exit...

 Joseph kwam juist de barak uit toen Marie het tuinhek opende: " Leon is daarjuist komen roepen dat de soldaten in de school zijn komen kamperen met een veldkeuken en een paar tenten ! Ik gaan ook eens zien ! " Zo ontsnapte hij aan de uitlopers van haar "vliegende koleire" want hij wist uit ondervinding dat zij zich op hem zou afreageren. De boodschapper van slecht nieuws deelt altijd in de klappen.

Aan de jongensschool in de Duinenweg leek het wel kermis. Het krioelde er van de soldaten - zandstuivers van het zestiende Linie - die op hun dooie gemak drie vrachtwagens en een twintigtal paardenkarren aan het afladen waren. Kisten met uitrusting en dozen met voorraden werden onder geïnteresseerd commentaar van de halve dorpsjeugd in de turnzaal opgeslagen.

In de jeugdherberg 'Herwig' aan de overkant van de straat kipte boer Soete onder het toeziend oog van een sergeant-foerier nors de opgeëiste balen stro van zijn hoge hooiwagen. En een ploegje oudere jongens hielp geestdriftig bij het optrekken van de legertenten. Naar 't schijnt had de Kwartiermeester hen na afloop een pint beloofd, waardoor zij hun eretaak bazig afschermden tegen een overaanbod vreemde helpers: veel varkens maken de spoeling dun...

Joseph had niet veel zin om zich vuil te maken en kwam bij het rond drentelen tussen de dorpelingen naast de meesters Bloesaert en Denolf te staan. De oude hoofd-onderwijzer maakte zich duidelijk zorgen over wat het leger allemaal aan 'zijn' school ging verneuken. Maar de jonge Bloesaert stelde zich garant: als reserve-officier had hij al contact opgenomen met de bevelvoerende kapitein om de scherpe kantjes af te ronden. Daarbij, heel het kader verwachtte hier maar kort te blijven kantonneren:  een paar weken, hoogstens twee maanden. Dat hing van het wapengekletter in Sudetenland af, declameerde hij met een rode kop luidop en zelfzeker. Kreeg Hitler daar op één of andere manier zijn zin dan konden ze de alarmfase van 'Versterkte Vredesvoet' zonder veel broks terug afbouwen en de soldaten weer naar hun kazerne sturen. Mocht het daarentegen écht oorlog worden dan zou het leger kazematten bouwen in de duinen en de troep in de villa's op de dijk legeren: de school zou hoe dan ook vóór de kerst weer vrijgegeven worden.    

Ocharme Leonnetje, dacht Joseph: wéér een streep door zijn rekening ! Want die maakte er geen geheim van dat hij ferm tegen zijn goesting aan zijn laatste jaar bij meester Denolf was begonnen: de 'Astrid' had hem helemaal in de ban ! Zou dié even een kop trekken moest de oorlog uitbreken en de vissers vaarverbod krijgen ! !

Joseph wilde voortlopen toen hij de hoofdonderwijzer aan zijn jonge collega hoorde vragen: "Wat denkte van de Sudeten, Georges: gaat dien Hitler er voor vechten ? "

" Mijn gedacht: ja...Hij wil dat Duits gebied aanslaan, en ik zie niet wie hem zou tegenhouden. De Tsjechen hebben nu één miljoen man onder de wapens, maar den Duits vijfmaal méér !  En ondanks alle schone beloften moet Praag niet op hulp rekenen van de Britten of de Fransmans ,want dat den Duits nog massa's gasbommen heeft uit den Groten Oorlog weet het kleinste kind ! En sindsdien zal hij wel nóg grotere smeerlapperij hebben uitgevonden waartegen géén masker bestand is...Ja, als Praag niet toegeeft krijgen ze zeker het spek aan hun been..."

" Och, dat ze hem al rap die paar boerendorpen weergeven, dan is hij content !  't Is tenslotte ZIJN volk !  De vrede is duizend keer méér waard ! "

" Ja, maar als wij niet oppassen met Eupen-Malmedy is 't daarna aan ons !  Dat zijn óók Volksduitsers lijk hij zegt...Ik wed dat Hitler één voor één alle gebieden die ze in '18 van hem hebben afgenomen beetje bij beetje terug zal eisen."

" Vragen is nog niet krijgen, hé Georges ! "

" Bah, Oostenrijk hééft hij al, en Italië zal Zuid-Tirol moeten lossen: die gaan daar zéker niet voor vechten ! En mits wat drukken krijgt hij van Frankrijk den Elzas terug: een referendum zoals met Saarland en 't is gebakken ! "

" De Fransman ?  Die geeft niks terug ! "

" Denkt gij ? Premier Blum met zijn 'Front populair' heeft het Franse leger gecastreerd !  Na de slachting van de Somme en Verdun hebben de Fransmans hun buik vol van 'Mort-pour-la-Patrie'...En dan de Corridor van Polen: niemand wil sterven voor Dantzig, hé...Zo langzaam links en rechts wat pikken en binnen tien jaar heeft Hitler het oude keizerrijk hersteld, zonder dat zijn tegenstanders dààrvoor een nieuwe oorlog riskeren...Elke kleine terugvordering is nooit een oorlog waard..."

" En den Engelsman, gaat die de Duitse koloniën teruggeven, zomaar ? "

Maar vóór Joseph het orakelen van meester Bloesaert verder kon afluisteren stootte Leon hem in de ribben.

" Moest gij officier zijn, zoudt ge dan ook in een tent mogen slapen  "

" Vaneigens ! Zo'n ronde, heel voor mij alleen !  En hebt ge dat wit paard gezien in 't weitje, daar voor de school ?  Da's van de kapitein. Op zoiets zou ik ook gereden hebben..."

" Toch jammer dat ge 't al naar de kloten hebt geholpen met dat afscheuren van de plakbrieven op de laatste stemming..."

" Zeg, begint gij ook niet te zagen lijk ons moeder hé !  Ten andere, ze heeft u naar huis gecommandeerd: de konijnenkoten moeten nog gekuist worden...Nu ! "

Leon was de geschikte bliksemafleider om het rothumeur van Marie te ontladen...

 

Toen ze de kleine in de abri zag duiken, riep ze hem kortaf binnen en plantte hem nors vóór zich op een keukenstoel.

" Wat is dàt ? !" Zoals ze ook Jetje had zien doen kletste ze de beruchte tekening met de vlakke hand vóór zijn neus op tafel. Hij schrok zich een bult ! Hoe kwam moeder in godsnaam aan zijn gewrocht ?  Of had Jetje hem verraden?

" Allee vent, rap een beetje !

Struikelend over vlugge leugens en halve waarheden bevestigde hij tenslotte in stukken en brokken Jetjes verhaal. Toen het eruit was en Marie in diep peinzen verzonk herwon hij vlug zijn kalmte. Al bij al had hij niemand kwaad gedaan met de waarheid te vertellen: hij had Dis in Duinkerken zéker achter de toog van dat café zien staan en daarmee basta ! Dat Jetje deze ontdekking mordicus wilde saboteren door uit het verleden van de Petré's een dubbelganger van het spook op te diepen, was hààr zaak ! Hij had niet om haar speurtochten gevraagd. Ook al wierpen die dan wél een nieuw licht op het beeld dat hij van zijn vader koesterde...Hij besloot kalmweg moeder op zijn beurt om bevestiging te vragen, al was dat wél de rollen omkeren.

" Wist gij dat, van 't weeshuis en Vroman en zo ? "

Marie schrok op, en hij moest zijn vraag tweemaal herhalen vooraleer zij begreep dat hij het niet brutaal bedoelde, en enkel met hart en ziel naar een opklaring van het enigma verlangde. Maar ze kon eenvoudigweg dat kind niet in vertrouwen nemen en scheepte hem af met de eeuwige dooddoener: " Dat gaat u niet aan, ventje, daarvoor zijt gij nog véélst te klein..."

Hij hààtte haar !

 

En hààr niet alleen. Want Leon kreeg al vlug in de gaten dat Joseph de kat de bel had aangebonden. Jetje zou nooit uit eigen vrije wil bekend hebben dat ze al maandenlang achter de rug van Marie had zitten konkelfoezen met haar zoon. Neen, hij wist het zeker: Joseph had het lont aangestoken !  Aan moeder verklapt - met kwaad opzet, natuurlijk ! - wat Leon hem in bed vertrouwelijk in het oor had gefluisterd, de smeerlap !  Hem naar huis sturen met dat smoesje over het kuisen van de konijnenkoten was toch het beste bewijs, zeker ! Zo zorgde die vuile verrader er voor dat broertje onmiddellijk de volle laag kreeg van dat vuurspuwend monster...

Dat hij zélf verantwoordelijk was voor het lek naar zijn broer toe, wilde hij maar node bekennen: dat was een lapsus geweest, daar op de zolder. Een verspreking, en uiteindelijk het toevertrouwen van een ontdekking onder het zegel van de geheimhouding. Zoals alles wat ze elkaar in bed toefluisterden daaronder viel ! Joseph had daar nooit met moeder over mogen spreken, punt.

 Maar Jetje daarentegen kon nog minder begrip opbrengen voor zijn lapsus.

" Gijsse stommerik ! Ge moet de schuld nu niet op Joseph afschuiven hé !  Ge hebt gezworen van ons verbond aan niemand te verraden en bij d'eerste kans verklapt ge alles lijk een viswijf ! "

" Een viswijf ?! En gij dan !  Hoe komt ons moeder aan die tekening van mij, als gij die zélf niet gegeven hebt ?  Legt dàt eens uit ! "

" Ik moést wel, verdomme !  Hoe kon ik ànders justifiéren dat ik al die opzoekingen naar de afkomst van Dis had ondernomen, als het niet ware om haar zoontje van een spook-obsessie te bevrijden ! "

" Ja-ja en ondertussen hebt g'u samen kapotgelachen zeker, met die vliegende zot die lijk Bernadette verschijningen ziet ? ...Of tóch niet? ! Omdat ge alle twee heel goed weet dat ik gelijk heb: ge moet het niét afstrijden...Ik heb moeder zwaar en lang zien peinzen toen ik zei dat ons va in Duinkerke bij een ànder wijf zat. Maar ze was veel te straf geambeteerd om dat tegen mij toe te geven ! "

" Och zwijgt toch vent: ge doet me braken ! Ware het niet dat ik nu al de paster voor mijn kar heb gespannen, ik liet u in uw sop stoven ! "

" De paster ? Wat heeft dié daar zakens mee ?!"

Jetje liet even de melk zakken en zei na een diepe zucht :" Hij moet voor mij de toelating van de bisschop bekomen om de oude doopregisters van het klooster te gaan inzien. daar zal wel iets bijstaan over de ouders van Dis ,of - als hij een vondeling is - over zijn peter of meter...Maar dat kan gemakkelijk twee weken duren vooraleer ik die permissie krijg"

Leon proestte minachtend :" voor mijn part duurt het twee jaar !"

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 65

 

A42BIS. DE "KRISTALLNACHT"

                                   

Om de beschamende "regeling van de Sudetencrisis" wat te verdoezelen, schreef de gezamenlijke Westerse pers liever over de "geredde vrede".  Een maand nà de opzienbarende vlucht van de Tsjechische president Benès naar Engeland (5/10/38) waren de krokodillentranen over de brutale Duitse inval in zijn land reeds opgedroogd en kregen onze kranten een heerlijke nieuwe kluif toegeworpen onder de eufemistische betoverende benaming van "Kristallnacht"...  

Want in de Parijse Duitse ambassade werd op 7/11/38 een duistere 3e-rangs secretaris vermoord door een uit Duitsland verdreven 17-jarig joods studentje. Dit was voor het Derde Rijk een ideaal voorwendsel om de jodenvervolging in een hogere versnelling te zetten. Want dat het een voorwendsel was, is later gebleken omdat lang vooraf bijkomende plaatsruimte was vrijgemaakt in verschillende concentratiekampen. Hoe dan ook, Goebbels gaf aan SS Heydrich opdracht in de nacht van 9 november "spontane uitbarstingen van de gezonde volkswoede" te organiseren tegen de Duitse joden én hun bezittingen: de moord in Parijs kwam als een prachtig excuus uit de hemel gevallen!               

Tot nu toe hadden de strenge rassenwetten hoofdzakelijk geleid tot Kafkaïaanse pesterijen van individuele joodse burgers en losstaande brutaliteiten door kleine groepjes S.A.- en SS-ers. Dit maakte hen het leven moeilijk omdat de benadeelden geen beroep konden doen op politie en justitie en was meer bedoeld om hen tot uitwijken naar het buitenland aan te zetten. Deze "vrijwillige" exodus van de gegoede joodse intelligentia uit de economie, kunsten en wetenschappen was dan ook al flink op gang gekomen. Maar ze hadden samen met hun hersens ook meestal hun kapitaal geëxporteerd en dààr wilden de nazi's nu graag een stokje voor steken. De vele joden die in '38 nog in Duitsland achterbleven - vooral kleine middenstanders en handarbeiders - dachten dat, mits wat te buigen, de storm wel zou overdrijven... Volgens Herr Hitler kon énkel een bijkomende electro-schok hen aanzetten toch maar hun biezen te pakken.

Die schok kwam er in de nacht van 9 november... Plots en gelijktijdig sloegen overal in het nieuwe Derde Rijk (Oostenrijk en Sudetenland inbegrepen!) de nazihorden toe, nog rijkelijk aangevuld met het schuim uit de achterbuurten. Binnen het etmaal werden 200 synagogen platgebrand, samen met 800 handelspanden en 300 woningen. Een 10.000 winkels werden geplunderd en voor 5 miljoen mark ruiten ingegooid... Bijna 100 joden schoten er het leven bij in en 26.000 werden (wegens het "uitlokking van de volkswoede") opgesloten in de kampen. Maaaar...aangezien veel joodse slachtoffers enkel huurder waren van de panden die door de nazi's vernield werden, dreigden de grote verzekeringsfirma's bankroet te gaan onder de exorbitante vergoedingseisen van de eigenaars. Dus werd door de nazi's beslist dat de joodse huurders zelf zouden opdraaien voor de veroorzaakte schade!  

Daarenboven moest hun gemeenschap een boete van 1 miljard RM ophoesten en werden ze uit het openbaar leven verdreven. Zij die er dàn nog in slaagden een emigratietoelating te KOPEN, verloren onmiddellijk hun Duitse nationaliteit en moesten vóóraleer te vertrekken al hun roerend én onroerend bezit aan nazi's "overmaken" tegen (waardeloze) pandbrieven.  

    Gedurende een paar dagen keek het Westen geschokt toe, maar toen het er op aankwam de gevluchte joodse apatriden op te nemen, sloot ieder land zijn grenzen. Op 6/12/38 tekende de Franse Premier Daladier in Parijs, als toppunt van lafheid, zelfs een vriendschapsverdrag met Duitsland om aan te tonen dat ook in Frankrijk de joden onpopulair waren...

                En dus niet meer welkom ,wàt er ook làter met stromen krokodillentranen    beweerd mocht worden...

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 66

 

          BOEKDEEL A3

 

  Dekt de periode van november '38 tot oktober 39, en waarin het gaat over de val van Barcelona, "La Retirada" of de vlucht van de Roden naar Frankrijk, oude koeien en een nieuwe joodse vriendje voor Joseph...

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 67

A43 PEACE IN OUR TIME...

           Tarragona, 1 oktober '38.

Al bij al bleek het reusachtige tentenkamp op het strand bij Tarragona een fameuze afknapper: slordig opgezet en zonder het minste comfort. Latrines moesten ze na aankomst zelf nog graven, hoe afgepeigerd ze ook waren, en per tien tenten - zeg maar honderd man - was er één kraantje. Tot overmaat van ramp was de 14. Brigade ,hun oorspronkelijke moedereenheid ,al een paar dagen vroéger aangekomen en had van de gelegenheid gebruik gemaakt om zich behaaglijk breeduit te nestelen...Voor de zwaar gehavende "Six Février" lieten ze in een royale bui twaalf tenten vrij, wat ondanks de uitgedunde rangen toch een iétsje te krap bleek. Veel anciens verkozen de eerste nacht dan ook morrend in het zand onder de klare sterrenhemel te maffen, té moe om op hun stuk te staan. Om dan wat laat te merken dat ze vlak naast een strandmoeras lagen, vol luid kwakende kikkers en wolken malariamuggen...

De stemming stond begrijpelijk ver onder nul toen ze de volgende morgen bij de eerste klaarte stijf van de kou en kletsnat van de nachtdauw door een hels klaroengeschal uit hun onrustige dromen werden opgeschrikt. De kadaverdiscipline, die hen aan het front aanhoudend onder stoom had gezet, bleek al vlug samen met het krijgstumult en de kruitdampen verdwenen. Wie zin had om voort te dommelen verroerde geen vin, zonder complexen. Her en der viel al een hartelijk woordje tussen de - meestal jongere - dienstkloppers en de door de wol geverfde knorpotten die niet gestoord wilden worden. Waarop als bij afspraak iedereen akkoord viel dat het zo genoeg was geweest en het hoogtijd werd voor "leven en làten leven" !

Het eerste appèl vóór de tent van het bataljonscommando was dan ook een lachertje... Voor zover de heren zich al verwaardigd hadden eens te komen kijken, stonden ze daar verwilderd met ongeschoren boeventronies te gapen in zéér gevarieerde kledij, en zelfs 'onderkledij'. Maar wél allen mét eetketeltje !  Want om ze toch maar uit hun nest te krijgen had de commandant laten omroepen dat dààr het dagrantsoen bedeeld zou worden: wie er niet was kreeg ook niets te bikken. Dat had toch iéts geholpen...

Voor het eerst sinds ééuwen kregen ze brood - een halve de man - met vette worst en slappe koffie: de westerse beschaving kwam weer in zicht...Toen de zon door de karmijnen morgennevels brak verbeterde de stemming zichtbaar. De zee lag er zonder wind rustig bij en bleek, met een zacht-trekkende branding, een véél betere latrine dan de gracht die ze de vorige dag gegraven hadden...

De rest van de dag werd aan de kampinrichting besteed. Ze mochten (blij-blij !) nog zeven tenten afhalen bij de foerier, maar die min of meer ordelijk en gelijnd opstellen liep niet van een leien dakje. Marco wist te vertellen dat het commando ondertussen trachtte een duidelijker beeld te krijgen van de juiste getalsterkte, iets wat met al de doden en gekwetsten die ze de laatste tijd onderweg verloren hadden geen sinecure was. Waren de toen gevallen kameraden wérkelijk gesneuveld of enkel vermist?  Leefden de gewonden nog en waar werden ze verzorgd?  En wie van de ontbrekende Spaanse miliciens was vermist of was gedeserteerd?

En voor alle brigadisten, zowel de overlevenden als de "afwezigen" stelde zich het probleem van hun ware identiteit. Want de Controlecommissie van de Volkerenbond, die moest toezien op de terugtrekking van de internationale brigades uit Spanje, zou één dezer dagen op hun dak vallen om de gedwongen repatriëring van de buitenlandse vrijwilligers in goede banen te leiden. Wat met al die schuilnamen en valse papieren een leuke bezigheid beloofde te worden !  Temeer daar veel mannen zich liever niét bloot gaven en er sterk aan dachten ongemerkt in de natuur te verdwijnen vooraleer zo'n clown van Genève hun doopceel kwam uitpluizen...

Meunier, de slaapkop, kon in de late namiddag een Spaanse krant bemachtigen waarvan hij de vette titel van het hoofdartikel luidop vertaalde als "Vrede voor de toekomst". Heel de tent troepte onmiddellijk rond hem samen en een paar polyglotten lazen over zijn schouders mee. Maar al vlug bleek het niet over een vrede in Spanje te gaan, maar over een dubbelzinnige uitspraak van de Britse Premier bij zijn terugkeer van een conferentie met dat zwijn Hitler. Op de foto stapt Chamberlain uit het vliegtuig en kraait, terwijl hij driftig met een document zwaait:  "Peace in our time ! " De meeste kameraden hadden nog nooit iets gehoord over de zogenaamde "Sudetencrisis" en het zojuist gesloten laffe , halfslachtige Viermogendhedenakkoord in Munchen dat - naar de krant hoopte - in extremis het brandende lont uit het kruitvat van een nieuw wereldconflict zou trekken.

" Met andere woorden, bromde Marco, we zijn eraan voor de moeite !  Als de regering verwacht had Engeland en Frankrijk zóver op onze hand te krijgen dat ze de oorlog zouden verklaren aan de fascisten van Rome en Berlijn, dan kunnen ze het nu wel vergeten...In plaats van te mobiliseren gaan ze verdomme bij Hitler wat zoete broodjes bakken, de schijtlaarzen ! "

" Dan kan het tóch waar zijn wat ze bij de krantenboer vertelden, daarjuist...De grote Stalin zou ook hebben laten verstaan hier uit Spanje weg te willen en overwegen zijn steun aan ons te stoppen om het eigen sovjetleger weer op te bouwen..."

" Oppassen voor die defaitistische roddel, hé ! " viel een ancien van het tweede peloton hem in de rede.

" Voor ons is de oorlog toch gedaan, of niet ?  Wat maakt dat dan nog uit ?! Ik vertel maar wat ze daar luidop uit de krant vertaalden: het moet ergens binnenin staan...Het kwam erop neer dat de grote Stalin met speciale aandacht de knieval van de kapitalisten in Munchen onderzoekt en nieuwe prioriteiten aan het Centraal Soviet Comité van Volkscommissarissen zal voorstellen... Zó ongeveer moet het er staan. Dat hij, met andere woorden ,van politiek gaat veranderen. Nu de kapitalisten zo'n goede maatjes geworden zijn met de fascisten denkt hij dat ze binnenkort samen op zijn nek gaan springen ! "

" Laat zien, die rommel ! "

Maar Meunier liet zich niet overschoffelen: " Er staat ook een raar zinnetje in van onze Premier Negrin:  " Het is hoogtijd dit conflict ànders dan met de wapens te beëindigen " Bedoelt hij daar niet mee vredesonderhandelingen te willen aanknopen, soms ? ..."

Op dat zelfde ogenblik schokte de grond onder hun voeten, en volgde het zware bonken van een bommenregen. Iedereen liep naar buiten en staarde naar de zwarte wolken die boven de haven van Tarragonna opwalmden, drie kilometer verder. Dat waren zeker weer Italiaanse bommenwerpers  die het gemunt hadden op de voor-anker-liggende Britse schepen die graan leverden aan de republiek.

Waarop Marco droog sneerde: " Zo'n grote boezemvrienden schijnen de Duce en Chamberlain toch nog niet geworden ! "...

 

Een week na het viermogendhedenakkoord van Munchen was in Westende dorp het vast beroepskader van het Zestiende Linie nog steeds bezig de rommel in de turnzaal van de jongensschool aan het opruimen. De poging tot mobilisatie van het leger naar de zogenaamde "Versterkte Vredesvoet" was over de hele lijn een fiasco geworden. Ook de vijfdaagse bivak van het regiment in het dorp was zéér stroef verlopen. Enkel de café's hadden goed gedraaid, tot stukken in de nacht zelfs.

Van een avondklok hadden de heropgeroepenen waarschijnlijk nooit gehoord, van orde en tucht evenmin. Het kader verloor reeds de tweede dag de greep op de weerbarstige mannen nadat de veldkeuken het had begeven. En toen de volgende nacht drie tenten afbrandden door de schuld van een schildwacht die rokend in slaap viel en een dertigtal soldaten al hun persoonlijke spullen verloren, spoelde het hek helemaal van de dam !  Zohaast op 1 oktober bekend werd dat de vier grootmachten in Munchen een akkoord hadden bereikt, bedankten de opstandige 'rappelees' voor het genoegen en trokken zonder boe of ba (ttz zonder hun démobilisatiebrief) terug naar moeder-de-vrouw.

De dorpelingen zetten grote ogen op toen bleek dat ze als bij toverslag van deze wanordelijke bende zatlappen verlost waren. Hun plotse verdwijning weekte wél gemengde gevoelens los: opluchting bij de moeders, ontgoocheling bij de meisjes, spijt bij de jongens. De oud-strijders schaamden zich dood over de flagrante tuchteloosheid van hun 'opvolgers' terwijl de zes cafébazen een balans trachtten te maken tussen de vele lege biertonnen en het gebroken meubilair...Later op de dag lazen ze in de krant dat in àndere eenheden deze spontane 'démob' zelfs tot relletjes had geleid: aan deze calamiteit waren ze hier tenminste nog ontsnapt...

Na twee dagen duimendraaien kreeg de eenheid officieel bevel op te kramen. Maar dàt bleek met het plots gedecimeerde effectief makkelijker gezegd dan gedaan. Zo'n groot kampement afbreken, opruimen, inpakken en op de wagens laden met enkel het beperkt kader vroeg véél meer tijd dan voorzien. Toen reserve onderluitenant meester Bloesaert van de sergeant-foerier hoorde over de moeilijkheden ging hij samen met de burgemeester bij de kapitein-commandant brainstormen.

Het resultaat was verbluffend :de gemeente deed onmiddellijk een oproep om een honderdtal vaderlandslievende vrijwilligers op te trommelen. Die kregen voor de hulp bij het opruimen drie maaltijden per dag, want de veldkeuken deed het weer...Resultaat: het halve dorp zat binnen de kortste keren met diarree door de vette kost en toen op de avond van tien oktober meester Bloesaert met de jongens van de hoogste klas een vreugdevuur aanstak om de laatste hopen vuil stro weg te ruimen moest het vrijwillige brandweerkorps opdraven om erger leed te voorkomen...

Leon had ondertussen zowel Marie en Joseph als Jetje geestdriftig laten meegenieten van zijn fysieke hoogstandjes bij de afbraak van het kamp. Zijn wrok tegen die klikspaan van een broer was hij al lang vergeten en ook 'tante' had hij vergeven dat zij zijn tekening zo verraderlijk voor de wolven had gegooid. En met zijn onschuldig gezwets over en weer sloopte hij gaandeweg de muur van ergernis tussen de twee vrouwen:  ze spraken toch weer met elkaar, ook al ging het nog  niet helemaal van harte.

Zo verbeet Marie met grote moeite haar nieuwsgierigheid toen ze die woensdagavond Jetje, schijnbaar na een fikse trip, voor de deur van de fiets zag stappen. Och, dacht ze, die is zeker langs de kanten van De Panne op zoek geweest naar een nieuw lief...Wel Georgetje, geluk ermee kind !  Alhoewel ze voor De Panne beter de tram had genomen...Dus zal het wel Diksmuide geweest zijn, zo aan 't zweet te zien !

Maar haar ex-hartsvriendin vertikte het om ongevraagd tekst en uitleg te geven. Leon kreeg op het vieruurtje, 's anderendaags na school wél het primeurverslag over haar expeditie.

De paster van de kloosterparochie in Veurne had haar de gevraagde notitie uit het oude doopregister voorgelezen. En, toen ze zei dat potjeslatijn niet te begrijpen, het ook nog vertaald, zij het duidelijk tegen zijn zin:  Vroman Désiré, geboren de 24.december, uit onbekende ouders...

Leon spitste de oren:" Ziet ge wel dat den Hasard gelijk heeft als hem zegt dat ons vader wees was ! "

Maar Jetje liet niet begaan :" Zeg maat !  Zijt ge weer wég ? ! Onbekende ouders wil niet zeggen dat ze dood zijn hé !  Er wonen hier zoveel Vromans in 't omliggende die familie van hem kunnen zijn:  er zal er wel één bij zijn die duidelijk op hem trekt hé...Het volstaat van te zoeken ! "

"In elk geval" kapte Leon:" bij de Vromans van Lombardzijde en die drie families van Nieuwpoort is er geen één die op hem trekt ! "

" Neen, maar in Duinkerke is er wél zo één ,hé ! " Ze zag dat hij duidelijk moeite deed om te zwijgen en vervolgde wat kalmer: " Ten andere, langs de peter en meter kunnen we misschien ook iets vinden. Zijn meter is nu Mère-supérieure van 't Zwartzuster-klooster achter de Grote Markt: ge weet nooit dat die non zich nog iets zou rappeleren...Zijn peter was de tuinman van 't weeshuis, maar die is ondertussen gestorven..."

" Weinig kans dat die nog wat vertelt ! "

Jetje keek hem even bestraffend aan en vervolgde:  "Mijn vriendin op de bevolking heeft den Dis ook gevonden in hààr boeken, met daarachter OUDERS ONBEKEND, in hoofdletters. Zij denkt dat het kind te vinden is gelegd of dat een onbekende moeder de kleine bij de geboorte in 't geheim aan 't klooster heeft afgestaan. Mijn vriendin geeft ons weinig kans om dat meisje terug te vinden..."

" Wel ? ..."

" Maar wat zij voor haar part niet normaal vindt is dat de oude bompa Petré, zo op zicht zonder reden, een jongen van vijftien jaar adopteert of erkent...En daarom speelt zij met de gedachte dat dien oude tóch de échte vader van Dis zou kunnen zijn !  Het is bijvoorbeeld goed mogelijk dat bompa Petré als jonge koster naar Veurne op bedevaart is gekomen met de Boeteprocessie. De pelgrims kwamen uit alle hoeken van 't land, die dagen. En na de boetedoening hingen ze weer de beest uit op de Grote Kermis en werd er ferm achter de wijven gelopen...'t Is goed mogelijk dat hij pas vijftien jaar nadien ontdekte ,toen hij tijdens den oorlog zwaar ziek van de gas in het kloosterlazaret lag, dat hij destijds bij een lief-van-één-dag een kind gemaakt had. 't Is gauw gebeurd, zoiets, verstaat ge 't? ...Zijn geweten is beginnen knagen lijk bij elk goed kristen mens, en uit wroeging heeft hij zijn jeugdzonde willen herstellen met die adoptie...Zo gezien is dat heel goed mogelijk op dié manier gebeurd..."

Leon snoof eens verachtelijk, maar zei niets.

" Maar 't zou vaneigens ook kunnen zijn ",vervolgde Jetje onverstoorbaar, "dat hij na de bedevaart zijn misstap niét aan zijn lief of zijn jonge vrouw heeft durven opbiechten en tot haar dood ,in '17 ,gewacht heeft om de levende vrucht van zijn zonde te erkennen..."

" Verdomme, tante Jetje, wat gaat ge nog allemaal uitvinden !  Wat dat mens in Veurne allemaal verteld is pure duimzuigerij !  Eerst is ons vader van de familie Vroman,  en nu tóch een echte Petré ? ! Zo vinden we nooit iets !  Decideert u toch eens !  Al die ingewikkelde supposities gaan mij nog zot doen worden, moest ik niet zo zeker zijn dat ik ons vader daar achter den toog heb zien staan, levens en wel !"

Ze keek hem eens meewarig schuddebollend aan en zuchtte toen:" Bon, voor mijn part...Doet al op ! "

 

Zaterdagmorgen vond Leon in de brievenbus aan het tuinhek wéér zo'n blad vol plakletters uit de krant. Toen hij even speurend rondkeek viel zijn oog op Jetje, die hem van op haar dorpel aan de overkant strak aankeek: " Wel, wat is 't ? " 

Leon kon er moeilijk onderuit en zwaaide met het epistel: " Weer zo'n brief lijk verleden maand ! "

" Geeft eens hier ! ..." Marie was al gaan werken in "Ons Rustoord" en Leon vond het vanzelfsprekend dat zijn 'tante' de leidsels overnam.

De letters kleefden maar half, en op eerste zicht ontbraken er al een paar, wat het lezen niet makkelijker maakte:

          DIS EeT ET GROO  lot van de

          klonjaaL LottERie GewonnE.

          HEm  anGt deN beEsT u t in

          DA KafeE van DUnkerKE MeN Nander

          wuF en gIJdeR w Et et

          MO sp ELt kom EdieJE .

          Of ziTTe mee IN deES KomPLoOte? ??

 

De punten en de vraagtekens waren er ditmaal met een nat anelinepotlood vet bijgezet en de letters kwamen vast niet uit de 'Kustwacht', zoals bij de eerste brief. Maar het gebruikte blad papier kwam overduidelijk uit het zelfde schoolschrift...

" Ziede wel !  Dien brief getuigt dat ik gelijk heb ! "

Jetje keek verbaasd op: "Verdikke, gij kunt dat rap lezen, zeg !  Ik zijn nog maar met moeite halverwege...En wat is dat hier: Edieje...?"

" Komedië ! Die E ertussen is afgevallen van de slechte kol..." Telaat merkte hij de val waar hij hals over kop ingetuimeld was en wist zich met zijn houding geen raad. Dan maar vluchten, dat leek hem nog het beste!

" Oei !  Tante Jetje ! 't School gaat gaan beginnen: ik moet subiet weg ! "

Spottend riep ze hem na: " Gijsse bandiet ! Laffen bedrieger !  Om vier uur komen opbiechten, verstaan ! "

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 68

PATER MORION IN DE KONGO .

Toen ze de bedrieger bij het vieruurtje de levieten las, leek 'haar ventje' zó schuldbewust en platgeslagen dat ze met die sukkel écht medelijden kreeg. Met gebogen hoofd en rood van schaamte had hij het koude stortbad van haar sermoen zwijgend over zich heen laten spoelen. En toen ze was uitgeraasd kon hij er enkel benepen uitbrengen: " Vergiffenis, ik vraag vergiffenis, tante Jetje..."

" Allee, 't is goed...Maar waarom hebt ge uw moeder daarmee op de kast willen jagen?  Dat heeft ze toch niet verdiend hé...'t Mens heeft al genoeg rond haar oren..."

Langzaam stak zijn vechtlust weer de kop op: " Om haar wakker te schudden !  Ze weet zij goed genoeg dat ik dien dag de schrik van mijn leven heb bekregen, daar in Duinkerke, mét of zonder reden...Maar denkt ge dat ze mij daar al met één woord over sprak?  Ja, terèère ! ...Gij gelooft mij ook niet, maar ge doet tenminste moeite om mij een uitleg te geven !  En u in't zweet te rijden naar Veurne over en teweer...Zij: rien de kloten !  Ik zijn lucht, en ze ligt er niet van wakker dat ik nachten aanéén zit te prakkizeren !  Vindt gij dat schoon voor een moeder ? !"

"Maar jongen toch !...Ge moogt dat toch niet geloven !  Ge weet toch dat gij haar febbekakstje zijt ! Het is toch heel normaal dat ze zich heel die spookgeschiedenis niet aantrekt: ze weet er niets van !  Wat Joseph en ik haar overlaatst met die ruzie daarover verteld hebben slaat enkel op de tekening van de schoolreis. Van de rest - mijn tochtjes naar Veurne en Duinkerke en wat die aan oplossingen en nieuwe raadsels hebben opgeleverd - daar weet zij nul de botten van !  In elk geval veels té weinig om zich zorgen over u te gaan maken...Vergeet dat dus maar..."

" Wilt dat zeggen dat ge haar dien brief niet gaat tonen ? " vroeg hij hoopvol.

" Och vent, die ligt al lang in de stoof ! "

Loog ze...

 

Die zaterdag, in de late namiddag, viel hij bij het grassnijden voor zijn bende konijnen 'toevallig' op Olgatje Erte. Een écht wonder kon je het moeilijk noemen want de vette wei van boer Deputter achter de berm van de Duinenweg was heel de zomer zowat hun vaste stek geweest. En dus zullen ze het alle twee wel geweten hebben dat de kansen op een ontmoeting op déze plek bijzonder goed lagen...Maar tóch deden beiden verwonderd van "Wél wie dat we dààr hebben ! "

" Ge leeft toch nog, zien ik ! " sneerde zij.

" Heeft 't broertje u laten gaan? " kaatste hij koel terug. Verdomme, de wind zat goed tégen !  Even leek het erop dat ze kibbelend uitéén zouden drijven, tot zij de flank bloot gaf: " Ik heb u al in maanden niet meer gezien !  Geen tijd meer, zekers, met die stomme boot ! "

" Da's juist, heel augustus heb ik gevaren met de Astrid, en veel geld verdiend op dien stomme boot, lijk ge zegt..."

" Maar nu zijn we halfweg oktober, moest ge 't niet weten !  En ge hebt nog niet naar mij omgezien ! ...In de mis ziet ge mij niet zitten en bij 't uitgaan loopt ge mij rap voorbij ! ...'t Is gedaan tussen ons hé..."

" Hey zeg !  Steekt dat op een ànder hé, maar niet op mij !  Niet IK, maar GIJ zijt overlaatst gaan lopen uit het wolvenbos achter de Tap: al lachende, weet ge nog ! "

" Niet moeilijk ! Omdat de Robert mij voorttrok, naar huis ! "

" En ik heb u laten gaan omdat de Roland sprak van op mijn smoel te kloppen als ik nog bij zijn zustertje omtrent zou komen, en omdat gij die dreigementen op eerste zicht héél plezant vond..."

" Zeg, ge zijt toch niet bang van dien bazerik, hé, want dàn moet ik u niet meer hebben !  Gij zijt veel sterker dan hij: dan moet ge maar voor mij opkomen ! "

Even keek hij haar schattend aan en toen ze hem koket toelachte, besloot hij va-banque te spelen: " Voor een écht tootje ? " Ze knikte. " Op de mond ? " Ze haalde wat verveeld de schouders op.

" Op z'n Frans ? "

Daar scheen ze toch wat beducht voor: " Allee gauw, maar dan een kort ! "

Maar Leon liet zich niet afschepen: " Kort op z'n Frans, dat gaat niet ! "

" Légionnair, 't is kort of 't is niks !  Doe maar wat moeite ! ..."

Na drie onwennige probeersels ("Neen, zó! "... "Wacht een beetje... Zó? ") vond zij het stilaan welletjes: " Oefent thuis maar wat voort op uw vuist ! "

Om zijn teleurstelling te verdoezelen gooide hij het over een andere boeg: "Morgen helpt mijn moeder bij feestzaal Marseau op 't Bad: koken voor het 'Banquet des Commerçants' ,met bal na. Omdat tante Jetje bezet is moeten Joseph en ik daar de groensels kuisen en de patatten jassen...Ze zoekt nog iemand voor de vestiaire en om te helpen opdienen: drie frank per uur !  Zou dat niks voor u zijn?  Ik zal u 's avonds naar huis brengen..."

Maar Olga mócht niet van Madam Erte. Toen ze Leon en zijn moeder dezelfde avond nog even vlug op de fiets kwam verwittigen van deze tegenslag, kreeg ze van Marie veel lof toegezwaaid wegens haar 'goei manieren'...Een magere troost voor Casanova...Ze spraken wél nog rap-rap af om de zondag daarop naar de avondvoorstelling van de filmpater in de Tap te gaan zien...

 

Tijdens het fameuze banket had hij door de drukte in de keuken niet veel tijd gekregen om over het gemiste rendez-vous te treuren. Maar nadien, bij het afruimen van de tafels, had hij zich samen met Joseph toch een stuk in zijn kraag gedronken met de wijn- en champagne-restjes in glazen en flessen.

Ook de week op school duurde ééuwen, vooral omdat Olgatje hem verboden had haar om vier uur onderweg op te wachten, met het oog op 'wat de mensen wel zouden zeggen'...Hij had willen opwerpen dat die dorpsroddel zijn koude kleren niet meer raakte, na alles wat ze daar al over de Petré's hadden gespuid. Maar hij besloot in een flits toch maar te duiken, uit vrees dat zij dan meer détails over het spook zou vragen.

André Coecke ,zijn strenge ploegleider van Jong-Dinaso-Nieuwpoort, bezorgde hem nog het meeste last toen hij vroeg een uur vóór het afsluitend 'Wilhelmus' naar huis te mogen om zich te kunnen omkleden.

" Ge komt al zo weinig, de laatste maanden !  Dat spijtig accident met den Dis kan niet àlle afwezigheden justifiëren, hé !  Ge hebt de helft van de marsen gemist en uw liederteksten zijn onvoldoende gekend !  Als ge misschien denkt dat het hier een duivenkot is zijt ge mis ,verstaan ! En als ge soms uw Dietse overtuiging kwijt zijt, blijf dan liever helegans weg, kerel: géén halfslachtigheid of wankelmoed in onze rangen ! "

" Maar ik moet te zessen in de Tap zijn voor de cinema van de filmpater..."

" Pater Morlion ? ! Die verdomde tweezakkige nestbevuiler ! "   Hij remde toen toch maar wat af: " Daarbij, als ge hier kop te vijven-half doorgaat hebt ge tijd over ! "

" Maar 'k moet eerst toch nog van kleren verwisselen..."

" Mankeert er wat aan uw uniform, misschien, dat in 't openbaar niet gezien mag worden ? "

Leon had alle weerstand opgegeven en was die avond lekkend van 't zweet om tien nà zes in de Tap binnen gevallen. Het journaal over de Spaanse burgeroorlog liep al, en het duurde een tijdje vóór hij Olgatje ontdekte halverwege de zaal, stijf geflankeerd door pa en ma Erte en de twee rotbroers: net een schouwgarnituur !  

Hij vond op de tast nog een plaatsje vooraan, maar slaagde er tijdens de vele onderbrekingen niet in ook maar éénmaal haar blik te vangen. Telkens het licht aanfloepte zat ze leuk giechelend te fikfakken met één van haar broers nààst haar, of in druk gesprek met die trien van Ghesquière op de volgende rij...

De documentaire over de missionarissen in Kongo kon hem maar matig interesseren en bij de dramatische hoofdfilm 'Tarzan de Aapmens' deed enkel de geleidelijk aftakelende jurken van Jane de spanning wat stijgen...Toen zijn Olgatje hem bij het leeglopen van de zaal, ondanks zijn vliegende teringhoest, geen blik gunde kreeg hij de indruk dat ze misschien wat in haar gat was gebeten...   

 

Toen ze in bed lagen moest hij bij Joseph niet met zijn liefdesperikelen afkomen, dat wist hij. Sinds die bleekscheet van een Nadine zijn broer doorlopend voor de zot hield werd er op de scheerzolder over de 'mokkels' geen woord meer gerept. Wel jammer, want Leon had uit hun vroeger gekonkelfoes veel trucjes opgestoken die hem met vallen en opstaan vorige week bij Olgatje naar een voorlopig erotische climax hadden gevoerd. Als hij daar nog aan dacht ! ...Haar moederlijke raad dat hij met het tongkussen nog veel op z'n vuist moest oefenen hield toch een verdoken belofte in, of niét soms !

Joseph verstoorde plots zijn zoet gemijmer: " Als 't hier oorlog wordt, gaan ik naar de Kongo ! " Het duurde even voor Leon de link kon leggen met Pater Morlions koloniale documentaire van daarjuist.

" Missionaris, da's niks voor u..."

" Dat weet ik ook wel, puist !  Maar door 't dichte oerwoud rijden op n'en dikken olifant: dàt is 't mannetje ! "

" Ge gaat toch niet voor Tarzan leren, hé !  Als ons moeder dat hoort..."

Joseph zuchtte vertwijfeld: " 't Is al goed: slaapt maar voort ! "

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 69

A44   OUDE KOEIEN...

 

         November '38.

Toen de officiële bevestiging bekend raakte dat al de Internationale Brigades samen rond 15 november een afscheidsdéfilé zouden houden in Barcelona, drong het pas goed tot de brigadiers door dat hun Spaans avontuur daarmee definitief begraven werd.

De meeste mannen schaamden zich voor hun heimelijke opluchting het er heelhuids afgebracht te hebben. Vooral het kader sloofde zich uit in het afsteken van allerlei jeremiades op de vuige kapitalisten die "hen in dit dramatische uur dwongen het Spaanse broedervolk in de steek te laten..."

Maar na de eerste schok kwam het nieuws van de spoedige verplichte repatriëring voor velen nog harder aan. Terugkeer ? Naar waar ? Welk vaderland ? Terwijl méér dan de helft van de brigadisten als apatride geboekt stond omdat ze door de regeringen van hun thuislanden van hun nationaliteit werden beroofd ?

Voor de meeste antifascisten van de Duitse Thälmann-brigade of de Italiaanse Garibaldi's stond een terugkeer naar hun vaderland gelijk met de dood of minstens een paar jaar strafkamp. Dat gold ten andere ook voor veel Oost-Europeanen die thuis vreesden niet enkel politiek maar ook strafrechtelijk vervolgd te worden. En hoe deze bedreiging omzeild kon worden lag niet zo onmiddellijk voor de hand.

In Steiners tent maakte zich schijnbaar niemand erg druk over de toekomst. Meunier lag bijna doorlopend te maffen, terwijl Marco en Steiner zelf ,als uitgeslapen anarchisten, geleerd hadden hoe ze op de thuisreis spoorloos in de massa konden verdwijnen, eenmaal de Spaanse grens voorbij... De enige die nog wat politieke praat verkocht was Papon, die vorige week plots uit het niet terug was opgedoken. Sinds deze babbelaar, drie maand geleden, bij de eerste aanval op de 666 met een schot door de handpalm uit het peloton was verdwenen, had niemand verwacht hem nog ooit terug te zien...Nu verkondigde hij luidop de Spaanse nationaliteit te willen aanvragen om in de Armada popular voort te vechten voor de goede zaak...Nou-nou...

De zes overige strozakken in de tent werden bezet door jonge miliciens onder de leiding van Juan, de latinist. Ze konkelfoesden doorlopend hoe ze het aan boord moesten leggen om zonder kleerscheuren het einde van de oorlog te halen. Natuurlijk wisten ze heel goed dat voor hen de strijd pas zou eindigen nà de ultieme zege van Franco. En heimelijk hoopten ze dat dit vlug mocht gebeuren. Maar dat ze in afwachting binnen een paar dagen overgeplaatst zouden worden naar de rangen van de Armada popular om er als kanonnenvoer de gaten te vullen...Dat vier van deze jongens daarenboven bekend stonden als aanhangers van POUM maakte de zaken niet eenvoudiger, nu de leiders van hun verboden partij in Barcelona voor de Krijgsraad berecht werden.

In het kamp kwam dit proces zelden ter sprake, net als de 'zuiveringen' in Moskou waar nog steeds de vermeende anti-stalinisten met bosjes voor de bijl gingen. Dat ook de POUM-leiders één dezer dagen tegen de muur zouden worden gezet leek té vanzelfsprekend om er verder nog woorden aan vuil maakte. Wie het waagde de heerser van het Kremlin voor de voeten te lopen moest van de Grote Wijze Vader Aller Volkeren geen pardon verwachten. Zéker niet als hij je het etiket "Verrader van de proletarische revolutie" en "Spion van het internationaal fascisme" opkleefde: dooddoeners, letterlijk en figuurlijk...

Marco kwam van zijn rondzwervingen tussen de àndere eenheden vaak terug met wat nieuws van het Ebro-front. Maar erg opwekkend kon je het moeilijk noemen:

" Eind vorige week heeft Franco een nieuwe grootscheepse aanval gelanceerd...Hij is langzaam maar zeker àlles wat wij met ons offensief op de rechteroever veroverd hadden aan het terugwinnen. Gisteren vielen onze laatste steunpunten in de Sierra de Pandols, te zuiden van Gandesa..."

" Om u af te vragen wat het nut was van al die doden " bromde Steiner. "Jean op de Picosa, weet ge nog, Marco?  En..."

Maar vóór Marco op zijn sneer kon antwoorden viel wijsneus Papon hen in de rede: " Doden zijn nooit nuttig, tenzij als voorbeeld voor de propaganda ! Hoe meer doden er vallen in een gevecht, des temeer heroïsch belang hun inzet krijgt voor de geschiedenis, ook al zijn ze aan het vliegend schijt gecrepeerd ! "

" Zwijgt Papon ! Gij riskeert nooit of te nimmer ook maar het allerminste heroïsch belang te krijgen, na die komedie met dat schrammetje op uw hand ! "

" Schrammetje !? Een kogel dwars erdoor, ja ! Hadden ze me niet op tijd toegenaaid was ik verdomme doodgebloed ! Garantie, lijk dàt bloed eruit piste ! "

" En veel last gehad van die brandwonde ? "

" Welke brandwonde? "

" Wel, wie van zo dicht door zijn hand schiet, weet dat hij zijn pollen schroeit hé..." Steiner bleef hem strak in de ogen kijken tot Papon de blik neersloeg en nauwkeurig zijn handpalm bestudeerde: " Jammer voor u, Rocco: geen brandwond te zien..."

" Verdomme ! Hoe hebt ge dàt geflikt ? Uw arm een uur boven de parapet uitgestoken ? Of een ànder het vuile werk laten doen ?... Ramon, die schaapherder uit Andorra heeft mij in 't station van Gandesa zoiets laten verstaan, weet ge ! "

" Ramon is dood"

" Wat een geluk, hé ! Zo zie je maar: de doden kunnen toch hun nut hebben...door te zwijgen ! "

 Marco kwam ertussen: " O.K. Rocco, zwijgt gij ook maar: La guerre est finie!... Binnen een kwartier in deftig uniform aantreden ! Inspectie voor het défilé ! "

 

Ook de volgende dagen oefenden ze op het harde zand  met de volledige compagnie het gecadanceerd marscheren in 't gelid-per-zes. Bij gebrek aan een muziekkapel moesten ze zélf de maat aangeven door ononderbroken 'één-twee-drie-vier ! ' te schreeuwen. In 't begin uitten ze knorrig hun twijfel over het uiteindelijke nut van dit kinderachtig gedoe. Tot de polcom (politieke commissaris) in een korte speech vroeg of ze soms in Barcelona afscheid wilden nemen van het Spaanse broedervolk als een bende ordeloze schobbejakken...En alsof hij betwijfelde dat het beroep op hun trots zou volstaan als motivering , verloochende hij vlot vadertje Marx met de belofte dat ze van 's anderendaags af na de oefeningen iedere avond éénvijfde van hun achterstallige soldij zouden trekken !. ..De macht van het geld...

Hoe dan ook, door dit gunstig financieel vooruitzicht kregen blote vrouwen weer het monopolie in hun toekomstdromen. De gestage aftakeling van het Volksleger op de rechter Ebro-oever werd nauwelijks nog besproken, wél de diverse maten en vormen van de hoeren die onder geïmproviseerde luifels rond het kamp hokten. Tot nu toe hadden de mannen hun liefde enkel met belegde boterhammen, een doosje sardines en een paar plakken worst kunnen betalen, en daarvoor - ondanks de heersende hongersnood - ook slechts het broodnodige teruggekregen...Maar met geld kwamen de leukste en heetste meiden uit de havenbuurt van Tarragona, drie kilometer verderop langs het strand, ruim binnen schootsbereik ! Die vroegen wel twintig pesetas, maar stonken tenminste niet doorlopend naar rotte vis...

" En ",fluisterde Meunier van wie je die voorkennis niet onmiddellijk zou verwachten, "als je met drie-vier man samen ook wat wijn en eten meebracht, wilde zo'n koppel vriendinnen thuis wel eens een wild nachtelijk feestje bouwen..."

" Maximum drie, Meunier" besloot Marco: " Ik, gij en Rocco!  Papon zevert teveel, en met een ànder voel ik mij niet op mijn gemak...En zorg dat we geen halve nacht moeten lopen zoeken, hé ! Gij krijgt morgen heel de namiddag vrij om de zaak te verkennen: eten is hier genoeg om drie vrouwen vol te proppen..."

" En worst ook ! " juichte Meunier studentikoos.

Marco en Steiner lachten niet mee. Na al die maanden aan het front was een vrouw 'verzorgen' een té essentieel genot om daar puberaal mee om te springen.

 

Tijdens het exerceren op het strand, de volgende namiddag, was Steiner er met zijn hoofd niet helemaal bij. Heel die misselijke bedoening, om met ontgoochelde frontsoldaten een vrolijke afscheidsparade te moeten opvoeren voor een uitgeblust, oorlogsmoe publiek dat mak een reeks georkestreerde toejuichingen afwerkt...:het leek hem een belediging voor de gesneuvelde kameraden. Want hoe je het ook draaide of keerde, tenslotte lieten ze het veelgeprezen Spaanse broedervolk nu laffelijk in de steek.  Daarbij verkocht je best niet teveel poeha, vond hij...

En terwijl hij zonder veel animo met de anderen door het mulle zand slofte en de stapmaat aangaf met een eindeloos herhaald 'un, deux, trois, quatre' zat hij al diep in gedachten verzonken bij 'Wein, Weib und Gesang'.

Na het middageten waren ze na veel wikken en wegen overeen gekomen dat Meunier best probeerde drie vriendinnen te strikken van rond de vijfentwintig: één de man, quitte van om het uur misschien eens van partner te verwisselen... Geen beroepsgrieten, maar liefst mokkels van het soort 'Jonge Weduwen'. Die ontvingen je meestal gastvrij in een eigen knusse woonst en kenden toch voldoende van het 'leven' om te weten waar Abraham de mosterd haalt... Daarbij was de kans groot dat alleenstaande vrouwen van die leeftijd flink 'honger' hadden, zowel door de heersende voedselschaarste als het gebrek aan huwbare mannen in hun kennissenkring. Middels een paar liter wijn konden die zalige schepsels zeker losgeweekt worden uit hun keurslijf van christelijke fatsoen. En met een goeie stoot in het vooruitzicht raakten ze ongetwijfeld wat van hun aangeboren remmingen kwijt...         

Steiner merkte onder het exerceren tot zijn groot genoegen dat al deze overpeinzingen mooi opbouwend werk leverden achter zijn gulp. Zo te zien had de tijd hem dan toch van de oude demonen uit zijn 'Spartakus-verleden' verlost. Vroeger volstond meestal de herinnering aan de stampen van die rot-gendarm in Schoorbakke om plots de vlag te strijken en elke dierlijke drang in zijn lenden te fnuiken. Maar ondertussen had hij geleerd dat je met een goede portie drank veel pijn kon sublimeren...

 

Doch ditmaal hielp drinken niet. De drie leuke vrouwen die Meunier had opgesnord voldeden nochtans helemaal aan het afgesproken lastenboek. Jong, maar wereldwijs genoeg om van wanten te weten en opgewekt zonder daarom doorlopend te liggen gieren. En stuk voor stuk gave schoonheden, als je ze tenminste bekeek met de bloeddoorschoten ogen van bronstige frontsoldaten:  prachtig los bekhaar, zacht perzikdons op hun zuiderse wangen, een gladde jonge huid en een warme zachte décolleté... Niets op aan te merken, werkelijk.

Het huis waar ze woonden lag half in puin gebombardeerd, maar de kelder rook lekker fris en oogde heel gezellig: een grote gewelfde zitkamer vol tapijten en kussens met slaaphoeken achter dikke gordijnen, en een kleine keuken achteraan. Twee roodgekleurde stormlampen moesten de wat goedkope intimiteit benadrukken maar dat scheen niemand te storen. De dames waren aanvankelijk wél méér geïnteresseerd in de inhoud van hun ransels dan van hun onderbroek, maar aangezien de klok niet liep...

Tijdens het schransen en naarmate de wijnflessen leegklokten, liet de beschaving meer en meer sluiers vallen en werden zonder veel moeite de eerste weerstandsnesten veroverd. Marco en Meunier, die een aardig mondje Spaans spraken, lagen al vlug een lengte vóór. Maar Inès, de freule van "Rocco", bleek een stuk minder losjes in de bloes. Waarschijnlijk wat geïntimideerd door zijn afgeschoten oorschelp. Zij voelde zich daarenboven geroepen regelmatig de grammofoon aan te zwengelen, waardoor zij telkens rechtkroop als ze het te warm kreeg op Steiner's knie. Toen deze tenslotte ontmoedigd "Changer ! " riep kreeg hij van zijn stommelende vrienden achter de gordijnen, buiten wat geknor, jammerlijk weinig respons...

Hoe de avond verder verliep kon hij zich later niet zo duidelijk meer herinneren, tenzij dat hij zich bij gebrek aan Inès dan maar op de drank had gestort... Achteraf vertelden zijn berouwvolle kornuiten dat de twee àndere Eva's hem én Inès tenslotte een handje hadden geholpen. En hoezeer zijzelf, ondanks hun vermoeidheid-post-coïtus, door dit vleselijke kluwen van een onvergetelijk voorstelling hadden genoten...

Tegenover hen verklaarde hij zijn viriele inzinking door de paté die Inès hem opgedrongen had en de overvloed goedkope Pinard...Feit was dat hij de twee volgende dagen in de tent van de kaart lag met hoge koorts en de week daarop in Barcelona nog half versuft als een slaapwandelaar mee marcheerde met de afscheidsparade.

Marco verzekerde hem nadien dat hijzelf dit defilé buiten verwachting geslaagd vond. Een fiere optocht van tienduizend brigadisten dwars door de metropool, oprécht spontaan toegejuicht door wel een miljoen diep ontroerde burgers, dat is geen kattepis ! Zoiets grijpt je naar de keel en jaagt de rillingen langs je rug...Over de vele politieke toespraken met dankbetuigingen, die de kopstukken uit de Comintern afstaken tijdens de halte halfweg op de propvolle Plaça de Cataluña, zal ieder wel een eigen mening gekoesterd hebben... Want over de moorden in eigen rangen, de terreur van de S.I.M. en de terechtstellingen "Pour l'exemple" werd natuurlijk met geen woord gerept...En nog minder over de vele nutteloze stormlopen en slachtpartijen die ze de laatste maanden als bij wonder overleefd hadden.

Maar telkens de duizendkoppige mensenzee de naam 'Brigadas Internacionales' hoorde, barstte spontaan een donderend applaus los dat veel oude rotten een krop in de keel bezorgde: de doden waren zo te zien dan toch niet voor niets gevallen...

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 70

DE NAAMLOZEN.

De Leninkazerne, bij de 'Plaça de Toros Monumental', zat al propvol met de àndere brigades, zodat hun eigen bataljon 'Six février' op het laatste momentje maar in de gewelven onder de grote stierenarena gestouwd werd. Mooi was het er niet, maar ze lagen midden in de stad en zouden voor de wijven geen drie kilometer meer door het mulle zand moeten sjokken...Die laatste week die hen van de terugreis scheidde zouden ze óók nog wel overleven...

Terugreis...De fatale betekenis van dit woord begon met de dag steeds zwaarder door te wegen. Nog vóór de afscheidsparade waren de Garibaldi's in het tentenkamp van Tarragona aan 't muiten geslagen om een speciale oplossing voor hun specifiek probleem af te dwingen. Hen terug willen sturen naar het Italië van Mussolini was compleet waanzinnig, dat moest die verdomde Geneefse ontwapeningscommissie toch begrijpen ! En ook de Thälmannen weigerden na het défilé hun wapens in te leveren als ze niet de garantie kregen nooit naar nazi-Duitsland terug te moeten.

De volgende morgen bracht Marco de uitgekiende oplossing: " Zij die geen repatriëringspapieren langs hun ambassade kunnen aanvragen omdat ze geen geldig paspoort meer hebben of uit hun land buitenvlogen, kunnen de Spaanse nationaliteit krijgen én een nieuwe Spaanse naam. "Sanchès of zo...Er lopen er hier duzenden met die naam ,en zo verdwijnen we in feite in de naamloze massa ! Maar negen kansen op tien wil dat ook zeggen dat ze in de Armada popular ingelijfd worden om door te vechten tot het einde..."

" En als ze het vechten beu zijn? " vroeg Steiner  " Zou Frankrijk hen dan niet willen opnemen? "

" Vergeet het: dat zit vol ! Parijs laat geen enkele Duitse jood of antifascist meer toe, vooral nu ze na Munchen zo'n goede maatjes geworden zijn met Herr Hitler...Zorg dus maar dat ze nooit iets horen van die naturalisatie van jou..."

" Zeg, ik ben al tien jaar Belg ! En met m'n nieuwe papieren op naam van Verschueren werd ik een volbloed Brusselaar. Over mijn apenstreken in het Ruhrgebied zal geen haan nog kraaien: dat zijn oude koeien ! "

 " Ik hoop het voor jou, kameraad !...Maar nu iets ànders: vanavond mogen we buiten...geen zin om een stoot te placeren ?  Meunier weet een goed adres..."

" Die heeft daar een speciale neus voor, zeker ?  Maar nee, bedankt, ik voel me nog wat slapjes na onze laatste expeditie...Weet het me maar te vertellen..."

 

Nu terug naar eigen bodem ! In de krant die Joseph op de tram naar Oostende had gevonden werd nog wat nagefeest over de grandioze manier waarop de sluwe Britse Premier Chamberlain in Munchen de vrede had gered door buiten de oplossing van de Sudetenkwestie ook nog een apart vriendschapsverdrag met Herr Hitler af te sluiten. En nu Frankrijk overwoog dit voorbeeld te volgen zouden Rusland en Polen ook beter hun geschillen met Duitsland op deze wijze wegwerken, vond de hoofdredacteur van de gazet. Zo kon ,volgens zijn doorwrochte expertise ,eindelijk een definitief punt gezet worden achter het waanzinnig opbieden met wapengeweld waar niemand beter van werd.

      Op de derde bladzijde ging een kort artikel over de Spaanse burgeroorlog dezelfde weg op: stop dat onzinnige moorden nu niemand nog aan de eindoverwinning van Generaal Franco kon twijfelen !  Volgens de balans van het Rode Kruis had het mislukte Ebro-offensief van de republikeinen 100.000 slachtoffers gemaakt: éénderde bij de nationalisten, en ruim tweederden in de linkse rangen...

      " Eigen schuld ! " vond Leon: "Ze hadden maar hun kak moeten inhouden ! "

Daaronder stond onder de romantische titel 'Kristallnacht' nog een beknopt commentaar over de onlusten in Duitsland van vorige week: "Alle joodse raddraaiers zijn ondertussen door de Nazi-autoriteiten in verzekerde bewaring opgesloten in afwachting van hun publiek proces. Zij zullen ter verantwoording geroepen worden voor de grote aangerichte schade ten belope van meerdere miljoenen Rijksmark. Om dergelijke opstootjes in de toekomst te vermijden overwegen de bestuurlijke autoriteiten daarenboven van de joodse gemeenschap een borg te eisen van één miljard RM."

" Die zullen zich nu wel koest houden! " meende Joseph: "de Duitsers laten niet met hun voeten spelen ! "

" Verleden week stond anders in 'De Dag' dat vooral de stormtroepen van Hitler zoveel schaai hadden aangericht..."

" Als ge tegen de schenen stampt van een polies moet ge niet klagen als ge klop krijgt van de matrak, hé Puist ! En als ze daarbij wat potten breken is dat voor rekening van wie begon. Opkuisen met de grove borstel ! Elke regering die zich respecteert zou zo reageren als een laffe schurk haar Parijse ambassadeur omver schiet ! Tenzij misschien die mossels van ons in Brussel ! Die hebben geen kloten aan hun lijf ! Na dat laatste alarm van ons dapper leger liggen ze in Berlijn naar het schijnt nog altijd slap van 't lachen...Juist gelijk wij op school, als w'in de les van 'burgerlijke opvoeding' de tekst van de Brabançonne moeten leren..."

" Tante Jetje kent die van buiten."

Marie bedwong zich en deed of ze het niet hoorde. Want die naam bezorgde haar telkens de kriebels sinds er tussen hen een haar in de boter zat. Vroeger wisten ze àlles van elkaar: hun leven samen was een open boek. Maar na die ruzie op Westende-kermis liep ze zich voortdurend af te vragen wat haar vriendin nú weer uitspookte of waar ze plots zo dringend heen moest met de fiets. Ze vervreemden met de dag: er kon nog met moeite een bonjoertje af. Voorheen gaven ze elkaar steeds spontaan en ongevraagd tekst en uitleg bij alles wat ze deden of dachten, héél natuurlijk, of boden elkaar hulp aan bij de boodschappen of zwaar huiselijk werk.

Maar dàt was gedaan...Gisteren, bij voorbeeld, dat geheimzinnig gedoe in Oostende: Marie wou op haar vrije dag eens discreet bij Savekoel uitvissen wat het zou kosten om Joseph een beetje in 't nieuw te zetten. Zolang die op de cadettenschool zat droeg hij dat uniform in feite in het dorp als zijn zondags kostuum. Maar tijdens de kermis was het haar opgevallen hoe erg hij uit zijn burgerkleren was gegroeid en hoe sjofel hij erbij liep, vergeleken bij de àndere jongens. Dus zij bij de eerste gelegenheid met de tram naar Oostende !

Na een lange speurtocht door de Inno en àndere grote confectiewinkels had ze uitgerekend dat een nieuwe uitzet voor haar oudste nog goed te betalen was. En van contentement besloot zij zichzelf op een ijsje te trakteren in de 'Glace Royale' van de Witte Nonnenstraat. Maar nauwelijks had ze een plaatsje bij het venster veroverd of wie zag ze uit dat souvenirwinkeltje aan de overkant buitenkomen? ?...Jetje !  Ja, Jetje verdomme ! En maar lachen en gekscheren tegen de wuft-geklede winkeldochter die haar overdreven hartelijk op de dorpel uitgeleide deed, ondanks het gure weer !  En toen Jetje de straat overstak haar zelfs een vluchtig kushandje nawierp !  Ja watte !. ..

Maar nu komt het stafste ! Jetje liep bij het schuin oversteken recht naar het venster van het ijssalon. Een ogenblik later keken de twee vriendinnen  elkaar in een flits vlak in de ogen en Marie zag haar opschrikken. Maar voor de rest gaf Jetje geen krimp en stevende onbewogen de hoek om...Ze wilde dus blijkbaar deze ontmoeting als totaal niet-bestaand beschouwen... Maar waarom? ? Was deze knappe brunette soms die "goede kennis" waar Jetje vorig jaar al mee dweepte, als om haar jaloers te maken? En was dit nu soms wéér de bedoeling?. ..Marie besloot tenslotte haar dat plezier niet te gunnen en deze ontmoeting ook van hààr kant te negeren. Maar toch stond ze paf van Jetjes zelfbeheersing en moest even op adem komen voor ze innerlijk kon toegeven dat haar vriendin een fameus karakter had.

 

Twee dagen later kwam Leon aan de beurt om van Jetje's vasthoudendheid te genieten. Bij het vieruurtje viel z'n "tante" hem meteen op het dak: " 'k Heb nieuws ! "

" Ja ?...Goed ?..." Leon kon zijn wantrouwen nauwelijks verbergen. Hij begon zijn tante Jetje meer en meer als een soort stoomwals te beschouwen die al zijn zekerheden één voor één de grond inboorde.

" 'k Heb met Soeur Adolphine kunnen spreken..."

" Adolphine?! Wie is me dàt nu weer? "

" Wel, Mére Supérieure van het Zwarte Nonnenklooster in Veurne... Maar veertig jaar geleden hielp ze daar als novice de zuster portierster en speelde meter bij het doopsel van den Dis. Zij is, voor zover ik weet, de enige nog levende getuige uit de tijd dat hij daar te vinden werd gelegd."

" Een weeskind van onbekende ouders, dat hébt ge al gezegd !  Maar van vondeling hebt ge nooit gesproken. En dat is toch weer héél wat ànders, heb ik menen te verstaan ! "

" Mag ik misschien eens uitspreken ?!... Ik heb dus effentjes met Mére Supérieure mogen klappen...En 't dient gezegd: erg tegen haar goesting. Want volgens haar mag zij zonder toelating van de bisschop van Brugge geen uitleg geven over vondelingen. Maar die meneer Pastoor van Veurne, die mij overlaatst het doopregister had getoond, had haar de situatie al uitgelegd. Daarom heeft ze mij, in afwachting van de bisschopszegen, alvast van drie raadsels verlost..."

" 't Zal weer wat zijn ! "

Maar Jetje liet zich niet van de wijs brengen door die snotaap: " Ja-ja ventje ,lijk ge zegt !  En houd u vast: Dis is absoluut géén bloedverwant van bompa Petré..."

" Dat weet ik ook ! Hij werd gadopiteerd !"

" Heu...ja ,zoiets ,op zijn vijftien jaar, ja. Maar we dachten dat bompa als jonge koster tijdens die boeteprocessie begin 1900 was uitgeschoven en pas na jaren hoorde dat hij dat kermislief 'vol' had gemaakt...Vergeet dat vertelsel maar: die non is zéker dat bompa Petré de vader van Dis niét is ! "

" Moet ik daar soms blij mee zijn ? Of weet ze dan wie het wél is ?  Vroman ?  En wélke Vroman ?! In 't omliggende zijn er wel honderd !  "

" De Vromans kunt ge ook vergeten: die zitten er voor niets tussen...Moeder-Overste heeft bij het doopsel Dis uit eigen beweging die naam gegeven. Maar niet zó maar ,zegt ze: de omstandigheden openbaarden haar de wil van God zodat ze niet te kiezen had...Maar wàt voor omstandigheden dat wel waren, mocht ze nog niet verraden."

" De wil van God ! Dan is 't gemakkelijk, hé ! "

" Ja, 'k weet het, maar met nonnen moet ge daar niet van verschieten...Ze heeft wél een klein vermoeden dat de moeder mogelijk een zéér jong meisje was dat in het kraambed stierf...En dat de vader mogelijk de man was die zij bij het te-vinden-leggen van de kleine op haar dorpel heeft zien wégvluchten...Meer wilde zij voorlopig niet kwijt"

" Mogelijk, mogelijk ! Daar zijn we vet mee ! Maar stelt dat het waar is dat het jonge meisje stierf bij de geboorte van ons vader, kan ze nàdien geen kind meer gekregen hebben dat nu in de plaats van mijn vader voor spook speelt in Duinkerke. En vóórdien nog minder, want toen was ze veelst te jong !  Hoe meer ge in die pot roert, hoe meer ge mij gelijk zult moeten geven: Dis zit in Duinkerke bij een ànder wijf ! 't Is triestig voor ons moeder dat ik het moet zeggen ,maar 't is hém da'k gezien heb in dien speeltuin dààr ,hém en niemand ànders !"

 

Hij schrok zich wél een breuk toen hij de maandag daarop wéér een brief in de bus vond, en wéér zonder omslag. Maar ditmaal géén uitgeknipte krantenletters op een blad uit een schoolschrift geplakt: gewoon briefpapier met in inktpotlood een geschreven tekst in blokletters. Even twijfelde hij of hij het epistel niet beter gewoon liet zitten en Marie het eruit liet halen. Maar zijn moeder riskeerde het hooghartig weg te werpen en dan zou hij nooit weten wat erin stond. En het stiekem aan Jetje geven durfde hij niet, want als dit uitkwam zou moeder hem vermoorden !  Dus las hij:

DIS IS GAAN LOPEN NAAR

ZIJN LIEF IN DUINKERKEN           .                  
      OMDAT GIJ HEM BELOGEN

EN BEDROGEN HEBT MET                 .
      DAT EI VAN DE KOEKOEK.

BEKENT MARIE OF ALLES

KOMT UIT ! !!!!!!

" Wel, wat is 't? " vroeg Marie plots naast hem, " Een brief van Jetje zeker? " Van 't schrikken liet Leon het blad vallen en rood van schaamte raapte hij het snel weer op. Tot zijn verbazing las zij de tekst heel aandachtig om dan wat misprijzend te snuiven. Ondertussen kon Leon wat bekomen en vroeg dan:

" Verstaat gij dat van die koekoek ? "

Even keek ze hem onderzoekend aan en moest dan glimlachen om zoveel kinderlijke onschuld.

" Dat zijn ouw koeien, ventje ! Allee, rept u maar naar 't school ! "

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 71

A45    DOOD SPOOR.

 

        Westende, 20 november '38.

Oude koeien, had ze gezegd, maar dat was nog zo zeker niet...Waarom Jetje überhaupt - en juist nù - deze jeugdzonde terug opdiepte leek volledig zinloos. Het zou het bijleggen van hun ruzie enkel moeilijker maken, en Marie kon zich niet inbeelden dat haar vriendin dat niet inzag. Ook al wees Jetjes kille manier van reageren tijdens die flits-ontmoeting bij het ijssalon er al op, dat ze niet van plan was voor een eventuele verzoening de eerste stap te zetten. 't Was alsof ze duidelijk liet weten: " Voor mij hoeft het niet, mens, want ik heb mijn gerief..."

En schóón gerief, dat moest Marie toegeven, zij het met tegenzin en een ietsie-pietsie steekje in de borst. Die brunette was op zicht niet veel jonger dan zijzelf , maar wél heel verzorgd en goed opgemaakt. Of dat voldoende opwoog tegen de boezem-vriendschap die zij en Jetje al levenslang voor elkaar voelden...? Tenzij het met dat mens enkel een bedkwestie zou zijn natuurlijk: ze wist bij ondervinding hoe vlug Jetje alle remmen verloor als ze het vuur in haar broek kreeg...

Maar daarom hoefde ze Marie nog niet opzettelijk te kwetsen met deze brief. Ze wist toch goed genoeg dat het losse epistel veel kans liep in de handen van de jongens te vallen:  waarom moest ze dan daarin open en bloot de geheimen uit hun meisjestijd te grabbel gooien?  Akkoord, ze had destijds gelogen en bedrogen om haar ongeboren 'Kermiskind' op Dis zijn nek te schuiven , maar Jetje had haar daarbij ook verdomd goed geholpen !  Het idee kwam zelfs helemaal van hààr en bij de uitvoering van hun plan had Jetje van bij het begin de leiding genomen...Ze vond het nogal grof dat haar vriendin haar daarover nù verwijten durfde maken. En erger nog: haar twee jongens nu te betrekken bij een geheim dat zij destijds gezworen hadden nooit of te nimmer te verraden !  Dat vond ze écht laag en in feite Jetje onwaardig... Niet te geloven !

Dat Dis in Duinkerke zou zitten met een lief was al even absurd. Zoiets in een brief schrijven en terzelfder tijd op de fiets heel 'bachten de kuppe' afkoersen om Leon van het tegenovergestelde te overtuigen ? ! Te gek om los te lopen: écht te gek !  Je zou er op den duur aan twijfelen of Jetje ze nog wel allemaal op een rij had staan...

En dan tenslotte het stomme dreigement, dat kant noch wal raakte: " Bekent Marie, of alles komt uit ! "  Tegenover wié moest ze bekennen, en wàt ?  Dàt moest Jetje haar toch maar eens uitleggen !  Plots voelde Marie dat het zo niet verder kon en ze best onmiddellijk de knoop moest doorhakken.

Jetje stond in haar keuken af te wassen toen ze daar binnenviel: " Allee, nu moogt ge 't in mijn gezicht zeggen !  Wàt moet ik bekennen ? !. ..En tegen wie ? ...De garde soms, of de paster ?  Wie kan dat in godsnaam nog interesseren na al die jaren, buiten de kinders zélf. Vijftien jaar verdomme !  Wie ligt daar nog van wakker? "

Na een eerste schok kreeg Jetje zich weer helemaal onder controle en sneerde: " Maar wie we dààr hebben !  Dag Marie, komt binnen mens en zet je !  Lang niet gezien, hé ? " Over de crèmerie in Oostende dus geen woord.

" Zeg komaan hé: genoeg komedie !  Wat is dat allemaal met die brieven ? ! Als g'iets te zeggen hebt, doet het dan in mijn gezicht, verdomme ! "

" Brieven?  Wat brieven? ...De paster en de garde?  Mensen lief zeg !  Spreekt eens Vlaams, of zijt ge soms op uwen toeter gevallen ?!"

" Deze brief hier, madam !  Nooit gezien zeker ? " en Marie hield haar het epistel vlak onder de neus.

De rest is vlug verteld en werd een afgang voor alle twee. Eerst ontkende Jetje wat misprijzend, maar dan steeds heftiger, op welke wijze ook bij deze affaire betrokken te zijn. Ze leek zó oprecht dat Marie het op den duur wel moést geloven en beschaamd besefte welk modderfiguur ze geslagen had. Nog érger dan bij die eerste brief vol plakletters uit de gazet, waarvan ze Jetje ook had verdacht...

Jetje had even de pedalen verloren toen deze eerste plakselbrief weer ter sprake kwam. "Over welke hebt ge't  nu" had ze gevraagd. Om dan te beseffen dat Marie over het bestaan van het tweede exemplaar, dat Leon ineengeknutseld had, niets wist. Tot haar opluchting kostte het haar evenwel weinig moeite zich ook van dit eerste gewrocht vrij te pleiten. En toen Marie weer de vraag opwierp wie er dan wél op de hoogte kon zijn van hun "huwelijksbedrog" van jàren geleden en zich nù nog amuseerde met deze achterklap, antwoordde Jetje dubbelzinnig: " Misschien zoudt ge dat beter eens aan de garde vragen..."

" De garde !?  Dien eerste plakbrief was zéker niet van hém, lijk die vol fouten staat..."

" Vol fouten? " vloog Jetje uit, maar bond onmiddellijk weer in: " Hij kan die expres zo gemaakt hebben, om zich niet bloot te geven..."

Marie keek haar peinzend aan tot ze er ongemakkelijk van werd: " De garde, hé? ...Misschien, ja. Die klacht tegen hem zit in een sukkelstraatje, en dat kan hem weer goesting gegeven hebben om mij een loer te draaien...Alhoewel, Engelborghs heeft beloofd eens met Leider Van Severen te gaan klappen of die niet wat aan de kar zou willen duwen. Zonder politieke steun geraakt ge nergens bij het gerecht...Bon, laat dat eerste plakselgeval van de Champetter komen. Maar deze laatste brief hier is van een heel àndere hand: gewoon geschreven, en zonder fouten, dat ik weet...Maar die blokletters zijn te fijn getekend voor een vent. Eerder een kinderschrift zoudt ge zeggen...Maar wat weet een kleine nu van een koekoeksei ?  Of van ons bedrog, vijftien jaar geleden ?  Mijn gedacht komt dat epistel hier van een vrouw, maar van wie verdomme ? !"

Jetje haalde geringschattend de schouders op: "Daar kan ik je niet bij helpen, Marie..."

Maar ze had wél een vaag vermoeden...

...............................................................................................................................;

De zeldzame kranten die Steiner in de uitstalkasten tegen de overheidsgebouwen kon raadplegen bespraken opgelucht het einde van het Franco-offensief op de rechter Ebro-oever:  de eerste sneeuw had het in de bergen doen vastlopen. Het republikeinse Volksleger kon zich zogezegd "in goede orde achter de stroom terugtrekken en daar een nieuw sterk front opbouwen"...Iets verder stond dat "Azaña, de president van de republiek, à priori het idee van een wapenstilstand niet verwerpt"...

" Ja, het wordt tijd dat we het hier aftrappen, hé maat " bromde Marco, toen ze op het bataljonsbureel samen met hun ontslagbrief ook hun oud burgerpaspoort hadden teruggekregen: " Want ik voel zó dat wij van alles de schuld gaan krijgen... Kom, morgen nog een visum gaan halen op de Belgische ambassade, dan zitten we binnen de veertien dagen met het eerste konvooi op de trein naar Brussel."

Maar zó simpel zou het niet verlopen. Rond de 300 landgenoten uit verschillende Frans-Belgische bataljons bleken met hetzelfde idee naar het diplomatenkwartier af te zakken, zodat het flink drummen werd vóór het kleine kantoortje. En toen dit tegen de avond met geweld de deuren sloot waren ze nauwelijks opgeschoten. Wél toonde een bediende zijn goede wil, gaf iedereen op de arm een stempel met een groot volgnummer in aniline en verklaarde dat de administratie hoogstens honderd man per dag zou kunnen afwerken...Op voorwaarde dat er geen gerechtelijke complicaties waren, of betwistingen over de identiteit, voegde hij er wat sarcastisch aan toe. Die man scheen op dat gebied de laatste tijd al wat beleefd te hebben...

Om kort te gaan, na twee dagen kwamen Marco en Steiner aan de beurt en vulden hun vragenlijst in. Een uur later, bij de ondervraging door een Belgische rijkswachter en een heerschap van de Staatsveiligheid, viel Steiner al door de mand. Zijn vals paspoort op naam van Verschueren, Roger Armand Philibert werd onmiddellijk ingehouden want deze persoon werd ervan verdacht twee jaar geleden zijn ontrouwe echtgenote Lorent, Monique Clémentine te hebben vermoord !  Steiners sterk wantrouwen tegenover die gigolo op de foto, met zijn gepommadeerde middenstreep en zijn dun Clark-Gable-snorretje, bleek nu dus meer dan gerechtvaardigd...

Steiner kon niets anders dan bekennen dat hij na het verlies van zijn eigen papieren in de brand van café "De Proletaar" een nieuwe identiteit had gekregen in de C.G.T.-centrale van Parijs, en dat hij kon zweren die Monique Lorent van haar noch pluim te kennen.

" Al goed ! ",sneerde de Veiligheidsman, " want ik heb een hekel aan doden die terug opstaan. Volgens onze inlichtingen is Verschueren een dik jaar geleden gesneuveld bij Madrid, ziet ge...Maar vertel eens, wie zijt gij dan wél?  Naam, voornaam, geboorteplaats en datum: heel de rimram hé, plus laatste woonplaats in België! "

Steiner rammelde alles af.

" Geboren in Dusseldorf-Rijnland? ! Maar dan zijt gij nen Duits hé!  Dan moet gij hiér niet zijn, man ! "

Met duidelijke tegenzin noteerden ze hoe hij in '19 als Duitse krijgsgevangene in de Waalse mijnen aan het werk ging en na verloop van jaren tot Belg genaturaliseerd werd. De twee heren raadpleegden elkaar diep zuchtend met een wanhopige blik vol twijfel om dan vlug te besluiten: " Bon...Bewijzen ! " Ofwel voerde hij getuigen aan van zijn identiteitswissel en dan kon het rap gaan, ofwel gaf hij een beschrijving van zijn laatste woonplaats met namen - en vooral roepnamen - van oude kennissen, cafébazen, de gezinstoestand van dorpsnotabelen en hoe ze hemzélf daar noemden. Ook gedateerde incidenten waren van belang, zelfs als hij er niet rechtstreeks bij betrokken was.

" Ge kunt schrijven, ja?  Hier hebt ge papier en potlood: zet u hiernaast in dat kot en laat het niet te lang duren !  En schetst op de keerzijde een plan van uw dorp met uw huis en de gebouwen die gij vernoemt. Hop ! "

Een pijnlijke operatie, deze gedwongen duik in een verleden dat hij mentaal reeds lang had afgesloten. Na ruim twee uur wroeten gaf hij uitgeput zijn kopij af.

" Bon-bon...Dat ziet er deftig uit, hé...Binnen een maand zullen we méér weten. Terugkomen op 28 december! "

" Een maand!  Maar dan zijn al mijn kameraden al lang terug thuis ! "

" Vliegt ge misschien liever onmiddellijk in de bak voor vrouwenmoord ?  Ge hebt het maar te zeggen ,hé vriend ! "

 

Terug in hun hol onder de arena opperde Marco dat de "Ayunda Roja" - de internationale rode hulpdienst - misschien een snellere uitweg zou vinden. Tenslotte had destijds haar Parijse filiaal hem die vergiftigde papieren van Gigolo Verschueren bezorgd...

<!--[if gte mso 9]>

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 72

A46   EEN KOUD SPOOR...

 

     Westende, 10 december '38.

De garde trok grote ogen op toen hij Wachtmeester Remy van de Nieuwpoortse gendarmerie samen met diens eeuwige adjunct witbesneeuwd zijn bureeltje in het gemeentehuis van Westende zag binnenstappen. Toch liet hij niets merken en speelde opgewekt de joviale gastheer: "Ha Remy ! Komt erin , mannen ,en zet u ! "

De pandoer speelde mee :"Gij hebt het toch maar goed hé !  Pijpje roken en gazetje lezen bij de warme stoof, terwijl de échte mannen van de wet op een oude velo door de sneeuwvlagen mogen zwoegen..." Een stoot onder de gordel die de garde spottend pareerde met: " Eens een nieuwe velo vragen aan uwen minister, hé Remy !  Of is vragen ook al verboden door den disciplien? "

Zuur lachje. " We mogen ons toch eens onderweg komen opwarmen hé Cyriel, zonder zes pinten te moeten pakken ? Want óns trakteren ze nooit, de brave burgers ! "

Na nog wat steken over en weer zaten de twee pandoeren handenwrijvend rond het duiveltje hun bevroren vingers te ontdooien. In een zeldzame opwelling bood de garde hen tenslotte grootmoedig een 'druppel' aan: de oude verleidingstruc van de slang die Eva met een appel onderuit haalde. Maar hier pakte dat niet ,want de heren weigerden.

" Ow ! Stront aan de knikker ! " dacht de garde, en hardop hoonde hij:" Ha ,'t is wààr natuurlijk !  Nooit tijdens de dienst ! ... Ge zijt toch in dienst, hé? "

" Och, zo min of meer... Ge zoudt ons ten andere een beetje kunnen helpen..." Hij haalde een blad uit zijn leren schoudertas en streek het vóór de garde op tafel glad: " Maakt gij daar iets van? Een vent zonder papieren beweert dat hij uit dàt dorp afkomstig is dat daar geschetst staat...Zegt dat u iets? "

Na de tekening tweemaal uit een àndere hoek beloerd te hebben besloot hij zo fier als een gieter: " Bah, da's hier, Westende-dorp !  Verstaat gijlie geen Frans?  Daar zie: 'Café Cheval', da's 't Peerd van achter den hoek... Rue du Village, da's de dorpsstraat hier voor de deur !  Eglise, ja, juist !... En 'maison communale', dat zijn wij. Ge moet niet twijfelen: 'Café Arrêt du tram' da's bij Odette... En hier: 'Mon atelier'... wat wilt hem daarmee zeggen ? Da's aan den overkant, op den hoek bij den ouwe Carlier, de schoenmaker... Heeft dié vent dat getekend? ..." Plots zakte zijn geestdrift en begon hij nattigheid te voelen toen hij opkeek naar het grijnzend smoelwerk van de wachtmeester.

" Bijlange niet Cyriel !  Carlier ? Waar haalt ge't !... Maar wél zijn voorganger, weet ge nog ?"

"Die moef ,Steiner ?? Maar die zit in 't buitenland !"

" Ja in Spanje, bij de Rooi, voor zover wij weten. En toevallig is er daar in Barcelona een vent van een jaar of vijfendertig onder die naam nieuwe papieren op de ambassade gaan vragen omdat hij zogezegd zijn oude in een brand verloor. En om te bewijzen dat hij werkelijk de genaamde Steiner Rudolf is heeft hij een heleboel intieme zaken verteld van de dorpsnotabelen en zijn persoonlijke contacten geopenbaard met... laat ons zeggen: de openbare macht... En die gezegdes moeten wij nu gaan testen. Zo heeft hij zaken verteld over een verhoor dat ik hem indertijd heb afgenomen na die bomaanslag, ge weet wel... Voor mij is er geen twijfel: die vent in kwestie is zeker en vast onze Steiner ! "

" Wel, geluk ermee, hé Remy..." mompelde de garde.

" Merci ! ...'t Is jammer genoeg voor u wat minder gelukkig, Cyriel... Want die Steiner heeft nu ook zaken opgebiecht die hij vroeger ontkend heeft, omdat gij hem dat in een geheime nachtelijke ontmoeting op het strand had opgelegd, zegt hem... Klopt dat Cyriel ? ... Liegen om niet in verband gebracht te worden met dien hoop obussen in den doorsteek ?... Wat denkt ge, man, is 't geen tijd om die zaak uit te klaren en nadien opnieuw te starten met een proper blad ? ..."

De garde rechtte zich eens op zijn stoel en zei met een gesloten gezicht :" Zijn woord tegen 't mijne?!"

" Ware 't maar zo simpel ! Het ambetante is dat de politiek er zich mee gaat moeien... Meneer Van Severen van 't Verdinaso heeft een paar vrienden in 't gerecht en het parlement aangesproken om de klacht van weduwe Cattrysse wat voort te helpen en mijn Commandant kreeg een vraag waarom de dader van de bomaanslag nog niet is geklist... In mijn ogen zijn dat twee heel verschillende zaken, maar als ze die willen koppelen laat mij dat niet veel keus, hé Cyriel... En nu dat de oorlog in Spanje ver gedaan is, kunnen we binnen dàt en een paar maanden meneer Steiner hier terug voor de deur verwachten, dit keer zónder geheugenverlies... Met wat hij tot nu toe verklaarde weet het kleinste kind dat gij daar bij die bommen een fout hebt begaan op gebied van beveiliging. Vrouw Cattrysse wil dat met de steun van haar politieken piston bevestigd zien. Als we dat nù kunnen uitklaren draait dat dossiertje zachtjes en zonder schokken door de administratieve molen en komt ge er volgend jaar met een blaamtje vanaf...Maar als ge met uw getreuzel die hoge pieten verplicht voor zo'n vliegescheet hun zware kanonnen boven te halen, dan schieten ze u in gruis, Cyriel. Wat denkt ge ? ..."

De garde stond op en ging een tijdje zwaar paffend voor het raam naar het oude atelier van Steiner staren. Toen hij zich tenslotte weer naar Remy omdraaide, bromde hij: " Bon, wat moet ge weten ? "

Ditmaal kwam àlles op tafel, wel niet steeds even vlot, maar Remy liet zich niet afleiden. Over één detail zweeg de garde echter als vermoord: de ontdekking, die fatale zondagmorgen nog vóór zonsopgang, van die verse krassen in het koper van de tijdbuizen. En dus ook geen woord over de zware gastang mét initialen, die ze toen vonden, zes meter verder in het zand. Zo blokkeerde hij - gewild of niet - elk spoor naar de onbekende loerder, die op deze fatale ochtend vóór Steiner aan de granaten had geprutst...

" De rest weet ge. Dat poeder in Steiner zijn kelder was nog nat en bewijst dat hij aan dat springtuig heeft gefrutseld. Of Dis er nadien aan voortgedaan heeft, en hoé lang, weet geen kat. Enkel die rooje zot beweert dat, en hij weet wel waarom: om zijn eigen vel te redden !  Maar één ding is zeker: een bommenexpert gelijk den Dis Petré blaast zijn eigen niet op ! Temeer daar in 't dorp de ronk gaat dat hij voor 't ogenblik hoog en droog over de schreef in Duinkerke zit bij een ander wijf ! En ik kan hem daarin geen ongelijk geven, want met de streken van zijn Marie zouden maar weinig venten akkoord gaan..."

Remy knikte instemmend en tevreden, maar hield verder zijn kiezen opeen. Op dat verhaaltje van Dis in Duinkerke wilde hij liever niét ingaan, dat zou het afsluiten van het dossier enkel vertragen. Voor de verdwijning van Dis betekende dat: "Vermist, waarschijnlijk dood, door gebrek aan voorzorg van meerdere personen." Daaronder verstaan : drie man hebben aan die tijdbommen een steek laten vallen : het slachtoffer zélf, Steiner als vermoedelijke saboteur en de garde wegens zijn nalatigheid bij het beveiligen van achtergelaten oorlogsmunitie...Drie mogelijke daders ,maar wie gaat dat nu nog bewijzen ? Dorpsroddel kon op tijd en stond voor een onderzoek wel eens nuttig zijn, maar je mocht niet àlles geloven hé !

Zo, dat was dàt ! En laat nu die rode zot van een Steiner  maar afkomen. Die aanvraag voor dat nieuw Belgische paspoort zou nog zwaar op z'n maag gaan liggen !

 

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 73

DE VONDELING.

Jetje had, met zo'n hondenweer, van haar leven al leukere fietstochtjes gemaakt. Maar 't was pas halverwege de heenrit naar Veurne fors beginnen sneeuwen ,en dus telaat om te keren. Daarbij had ze teveel moeite gedaan om via de dorpspastoor een afspraak met Moeder Overste vast te krijgen om die nu, enkel voor wat nattigheid te laten schieten...

In 't klooster was het ook al niet overdreven warm maar Mère Adolphine liet een kom hete melk met bruine kandij aanrukken en dat maakte veel goed. De parochieherder aan de overkant van de tafel herkende Jetje van haar vorig bezoek; dié zat weeral aan de port...

Ja, de Bisschop had toelating gegeven om in bijzijn van meneer pastoor de essentie te vertellen over de geboorte en afkomst van Vroman Désiré. Ze sloeg een kruisteken en stak van wal:

" Zoals ge wel weet werd hij, die later de naam Petré zou krijgen, waarschijnlijk geboren hier in Veurne op 23 december van 't jaar des Heren 1902. Let wel: dat is de dag voor kerstmis, wat van groot belang is voor de rest van de geschiedenis. En ik druk ook op 'waarschijnlijk' omdat hij in de late avond van die winterse dag als écht pasgeboren zuigeling te vinden werd gelegd in 't portaal van ons klooster. Ik was toen nog novice en aangesteld als hulp bij Zuster Portierster...Een beetje vóór middernacht word ik gewekt door gebonk met de klopper op de poort en als ik ging kijken door het luikje in de deur zien ik nog juist een man weglopen in het donker. Ik dacht eerst aan een zatte bellentrekker tot dat ik almeteen een kleine hoorde schreien. En als ik de deur opentrek ligt er op den dorpel een boreling, blauw van de kou, en enkel gewikkeld in een bebloed manshemd..."

De pastoor stak de vinger op: " Dat bebloed manshemd moet ge goed onthouden... Maar ga voort, Mère..."

" In dien tijd kregen we regelmatig vondelingen over de vloer, zodat ik zonder veel tralala dien kleine gewassen, verzorgd en gebusseld heb en hem voor de warmte de rest van de nacht bij mij in bed te slapen heb gelegd. Bij 't opstaan verwittigde ik Mère Supérieure die op haar beurt meneer pastoor, hier, liet roepen,hé. Gij ,Eerwaarde, waart dan nog jonge onderpastoor van de parochie..."

" Ja, jong en onervaren, hé! " lachte hij en kreeg nog een port ingeschonken.

" Ziet ge, hij moest de administratieve kant afwerken met de gemeente. Maar nog voordat meneer pastoor hier aankwam sloeg Firmin, onze tuinman toendertijd, groot alarm!  Hij had immers in zijn gereedschapskot, achteraan den hof het vers lijk gevonden van ene vrouw dat helegans onder het bloed stak. Grote toeloop van de zusters hé !  En wat vinden wij aan haar boezem, onder de bebloede kleren ? Wéér een borelingetje ! Nog met de navelstreng en nog wel wat levend, maar in zo'n slechte conditie dat we hem onmiddellijk gedoopt hebben. Ik moest in de vlucht een naam vinden en noemde hem al rap Noël Dieudonné...Noël,omdat dat Frans is voor kerstmis, verstaat ge mij?...En Dieudonné, omdat hij uit den hemel kwam gevallen, een gave Gods. We hebben meneer doktoor erbij geroepen  en die heeft de kleine in een paar dagen gered."

" Ja, ik herinner mij nog goed hoe gelukkig de zusters allemaal waren ! " zuchtte de pastoor voor zijn leeg glas.

" Ja, inderdaad, allemaal...Nadien is de 'Garde civiek' gekomen, zoals wij de polies indertijd noemden. Die hebben het lijk en alles er rond grondig onderzocht. Maar ze konden enkel vaststellen dat het een zéér jong meisje betrof dat leeggebloed was door een postnatale vloed. Ze hebben het lijk dan weg laten halen en twee dagen na kerstmis is het begraven onder kruis numéro 16 ,in den armenhoek van het buitenkerkhof als "Naamloze onbekende vrouw vermoedelijk 15 jaar"... Triestig hé... Voilà, dat zijn - voor wat het klooster aangaat - de gebeurtenissen rond de geboorte van Désiré Vroman... Méér kan ik daar niet over vertellen..."

" En dan moet ge daar nog heel voorzichtig mee zijn, hé " voegde de pastoor er geheimzinnig aan toe.

Mère Adolphine keek verstoord op. Maar na een bemoedigend knikje van de oude man vervolgde ze weifelend:

" Of tóch, ja, misschien... Er is inderdaad een vreemd detail dat deze zaak niet veel klaarder maakt: het kan er verband mee houden en misschien ook hélemaal niet... Luistert: toen de Garde Civiek hier kwam om het lijk weg te halen vertelde de chef mij dat hijzelf,  juist zoals ik, ook maar weinig geslapen had. Want zijn patroelje had die nacht immers in de steeg achter de muur van onze kloosterhof een zwerver aangehouden, op nog geen tien meter van Firmin zijn kot. Hij had bloed aan zijn broekspijpen en aan zijn handen en zo, en droeg geen hemd onder zijn schaapsjak. De ondervraging ter plekke lukte langs geen kanten want hij sprak een heel aardige taal. Hij verstond daarbij geen woord Vlaams of Frans en kort daarop is hij kunnen gaan lopen...De garde content, natuurlijk hé ! Toen ik het uur van de aanhouding hoorde ,klopte dat met het moment waarop ik die kleine Vroman op onze dorpel vond... Ge doet ermee wat ge wilt, want méér mag ik niet zeggen..."

De stilte werd enkel verbroken door het klokken van de portfles. Er bleven echter nog zóveel vragen hangen dat Jetje besloot haar stoute schoenen aan te trekken:   

" Maar met permissie, Mère Supérieure, waarom hebt ge Dis de naam Vroman gegeven, als er geen verband is met die familie uit het omliggende? "

De pastoor stak zijn vinger op: " Dat ligt aan mij. Maar verdere uitleg mag en kan ik u niet geven, omdat het de betrokken persoon nadeel zou kunnen bezorgen..."

" Maar Eerwaarde: Dis is dood ! "

" Ik heb verstaan dat daaraan getwijfeld wordt."

" Maar door wié?  Door wat roddelaars in 't dorp ? "

"De Bisschop gaf verbod daarover te spreken !"           

Jetje voelde dat ze ging buitenvliegen en besloot alles op alles te zetten: " Was Vroman misschien de naam van die zotte landloper?  Is de garde civiek tijdens zijn ondervraging op die naam gevallen? "

Mère Adolphine leek daarop bevestigend te willen ingaan, maar de pastoor maakte bruusk een einde aan het onderhoud: " Vrouw Neuville, er is officieel nooit of te nimmer een verband gelegd tussen de vondeling Vroman en de aangehouden zwerver, die misschien niét dezelfde man is als deze die Mère destijds van de poort heeft zien weglopen. En nog minder tussen die man - of mannén - en de kraamvrouw met haar kindje Noël. Anderzijds zou het voor het gemak verleidelijk zijn een bloedband te zien tussen de kraamvrouw met haar boreling Noël Dieudonné en de vondeling Vroman en dus van een tweelinggeboorte te spreken...Maar de Heer heeft dat niet gewild en wij, mensen, moeten ons daarbij in diepe christelijke deemoed neerleggen."

"Amen! " zei de non en sloeg in navolging van de pastoor een plechtig kruisteken. De film zat erop.

Met de hand op de koude klink draaide Jetje zich nog even om: " Misschien nog een laatste vraagje over die kleine Noël?  Wat is daarvan geworden? "

De pastoor leek even een beetje verstoord maar herpakte zich: " Als ik mij goed herinner is die na een jaar of zo geadopteerd...Nietwaar, Mère? "

"Ja...door een kinderloos koppel keuter-boertjes uit Schoorbakke... Ik zou dat nog eens moeten nazien..."

 

"Iedere keer dat gij naar Veurne geweest zijt, komt ge met een nieuw vertelseltje af ! " hoonde Leon.

" Het is toch zo klaar als pompwater, hé ! Voor mij is dien schooier niet alleen de vader van de kleine Dis Vroman, maar ook van dat tweede jongentje Noël, wat die paster ook moge zeveren ! Dat jonge moedertje kreeg in dat gereedschapskot een tweeling, punt !  Maar zonder dat de vader dat wist. Die heeft de eerstgeborene rap in zijn hemd gedraaid en aan de kloosterpoort gaan afgeven. En toen hij naar haar terugliep om haar voort te verzorgen werd hij aangehouden door de gardes. Tijdens zijn ondervraging kreeg dat meisje haar tweede kind - buiten weten van de vader - en kort daarop een vloed waaraan ze leegbloedde..."

" En de drie koningen kwamen nog juist op tijd om het kerstkind te redden hé ! Tante Jetje, ge kunt schoon vertellen, da's zékers ! "

" Leon Petré !  Met zoiets valt er niet te lachen ! "

" O pardon !  Doet maar voort !  Die vent gaat ritsen, hebt ge gezegd...En dàn? "

" Ja, hij kan vluchten. En als hij na een omweg terug wil keren heeft dien tuinman van 't klooster onderwijl het lijk ontdekt en is rond de stal de hel los gebroken met de paster en de garde civiek..."

" Tante Jetje, doet ge nu àl die moeite om te bewijzen dat mijn onbekende grootvader een landloper was? "

"Neen bijlange niet vent !  Maar wél dat Dis een tweelingbroer had en dat gij dié gezien hebt in Duinkerke ! "

Van deze uppercut had hij even niets terug en wist zich enkel recht te houden door wat geringschattend te proesten. Maar toen veerde hij weer op:" Duimzuigerij ! Zuiver uitvindsels om u er vanaf te maken ! De paster heeft zelf gezegd dat er géén band was tussen die drie vertelsels !  Hoe wilt gij dan het omgekeerde beweren ! Die vondeling Vroman, 't is te zeggen ons vader, had géén zaken met de rest van 't gezelschap, en dus géén tweelingbroer ! "

" Leon, gebruikt uw verstand ! "

" Tante Jetje, waarom zou die paster daarvoor staan liegen?  Voor geld misschien? ... Dat is er niet, en met 'misschiens' bakt ge geen brood, hé ! Bewijzen wil ik zien, en daar zult ge last mee hebben ! Op die non in Veurne moet ge niet meer rekenen en Dis kan niets meer getuigen, tenzij hij iets van zijn afkomst aan ons ma zou verteld hebben. Blijft enkel over :Noël van Schoorbakke. Stelt ten eerste dat ge zijn spoor in dat boerengat kunt oppikken en ten tweede kunt volgen van dààr naar Duinkerke... Dan zou het al moeten lukken dat het spoor tot aan mijn speelhof in de haven zou lopen hé!  Neen, tante Jetje, ge zijt er nog niet: verre van ! Die man achter de toog van dien speeltuin in Duinkerke is ons Vader ! Zéker weten !"

Leon snoof nog eens verachterlijk :"Een tweelingbroer !...Waar gaan ze 't hàààlen !"

..........................................................;

Ook voor Steiner en zijn maats daagde er nog geen licht aan het einde van de tunnel. Na hun overhaaste aftocht uit de Belgische ambassade waren ze een donkere kroeg in gedoken om krijgsraad te houden bij drie flessen zure Riojawijn.

Als ze ooit gehoopt hadden met de Kerst hoog en droog thuis te zitten, dan mochten ze nu wel even hun toekomstplannen herzien. De Ket duwde met zijn sombere voorspellingen een zware domper op de feestvreugde !  Een ontvangstcomité van de Staatsveiligheid in het station van Brussel-Zuid was wel het laatste waarop ze gerekend hadden !

Terwijl de wijn er vlot inliep verklaarde Marco zich roerend ééns met zijn kameraad: nooit ofte nimmer zouden ze zich nog in den bak laten steken, nooit !  Véél mogelijkheden om aan dit lot te ontsnappen vonden ze zo niet direct, en de tijd begon te dringen. De eerste trein met een contingent van 400 ex-brigadisten was gisteren al naar Frankrijk vertrokken, en dit scenario zou zich in de toekomst tweemaal per week herhalen, tot uitputting van de stock...

Maar op deze comfortabele terugreis moesten ze niet rekenen zonder geldige papieren en een tijdelijk visum van drie maanden. Stel dat ze deze documenten ophaalden in de ambassade, met de trein vertrokken en onderweg ergens in Frankrijk onderdoken, dan werden ze daar binnen de kortste keren vogelvrij verklaard. En vroeg of laat opgesloten...

Toen ze een tweede serie flessen aanbraken wierp de Ket de langverdrongen uitweg op tafel: " Mijn gedacht kunt ge beter een Spaanse pas aanvragen, quite van u te engageren bij de Armada popular of niet..."

" Ge denkt toch niet dat die gasten u de keuze gaan laten hé! " spotte Steiner: " Eérst uw engagement tekenen, vóór ge een nieuwe Spaanse pas krijgt, of dacht ge soms dat ze zot waren !  En als ge dàn nog gaat lopen zijt ge deserteur: op korte termijn goed voor zes kogels in uw pels !  Neen merçi ! "

Zo kibbelden ze nog de rest van de middag voort om zich uiteindelijk bij het onontkoombaar besluit neer te leggen: O.K., verdomme ! Dan werden ze maar Spanjaard en tekenden ze voor de Armada ! Of wilden ze soms ééuwig leven ? Een witte Kerst vieren aan de Ebro: dat was weer eens iets ànders...Viva la muerta !

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van " De Afrekening"

↑ Terug naar de berichten