Naar de inhoud

" De Afrekening"

Een West-Vlaamse oorlogsthriller in afleveringen
akke.beakke.be

Archief

Deel 199

B42:   HET THUISFRONT.

                       Westzijde, eind september '41.

          Dokter Loenders stapte van zijn fiets en ging de vroegere primeurs-winkel '“Au Jardin de Cadiz'’ binnen bij de familie De Handt. Van de vooroorlogse overvloed aan groenten en fruit was ondertussen al lang niets meer te merken en in de meeste schabben voor ‘Epices Exotiques’ achter de lange toonbank gaapten grote gaten. Nera, de oudste van de drie dochters, stond in de schemerhoek van de winkel met twee soldaten te konkelfoezen en leek niet erg scheutig om het onderonsje door de nieuwe klant te laten verstoren...

        De dokter trok zich van die twee jonge Duitsers niets aan en onderbrak autoritair hun flirterig gedoe:

         " ” Nera, meistje, ik heb niet veel tijd!  Je zustertje Nadine is er niet, hé ?”" Meer een vaststelling dan een vraag: ”" Zegt tegen haar dat ik haar verwacht tussen zes en acht vanavond, voor den uitslag!  Allee, salutjes !" ”

         Verbijstering alom bij het gezin, toen deze onheilsmare van de dokter in cascade van hoog tot laag werd doorgegeven. “Uitslag“? Wat bedoelde hij daarmee ? Steenzweren, schurft of zevenogen ? Want dat Nadine voor een paar onschuldige puisten sluiks naar de dokter was gelopen was sowieso al bij het haar gegrepen ! Daar moest wel iets ernstigs onder schuilen, vooraleer een volwassen meisje zo iets deed...Moeder zat van de hand gods geslagen in de keuken naar adem te happen en kreeg van Nera driftig frisse lucht toegewaaierd. Die reageerde steeds bitsiger op Erna, de middelste dochter, die met aandrang doorlopend dezelfde vraag herhaalde:

       " ” Zeg, hebt ge wel goed verstaan ? Zijt ge wel zéker dat hij sprak van ‘uitslag’ ?”... Want zijzelf zou toch gezworen hebben dat de "Kleine"’ nergens geen huiduitslag vertoonde, op heel haar lijf niet: ” We slapen toch in '’t zelfde bed:  dan zou ik dat toch moeten gezien hebben zeker !"
       ”  Paniek alom. Tot vader Jules, de pantoffelheld, de hoofdvogel afschoot met de bedeesde opmerking dat ‘meneer doktoor misschien bedoelde op de uitslag van een ONDERZOEK !  Hij werd door de drie vrouwen ter plaatse neergebliksemd !

"“ Wàt ON-DER-ZOEK ?! Wélk onderzoek verdimme! Heeft zij jou daar iets van gezegd ? Neen ? Zwijgt dan hé ! "”

        Want het idee alleen al, dat de kleine zich sluiks bij de dokter had laten ON-DER-ZOE-KEN, snoerde alle aanwezige dames de keel toe !  Wist Erna soms iets van een nieuwe vrijer, wilde moeder weten...Neen?...En die zwartzak dàn, Joseph, die twee maand geleden met de noorderzon was gaan lopen naar Rusland...zegt dat niet genoeg soms ! Maria-moeder-gods, een zwarte !  Een armoedzaaier uit een barak nog wel !  Ze mocht er niet aan dénken !...En Nera, die over het wasgoed ging: had die dan de laatste maand niet gemerkt dat de ‘banden’ van Nadientje er wél of niét meer bij waren ?! Ze had toch geen stront in d’' ogen hé !

      En terwijl iedereen diep in het geheugen groef naar data en merktekens, kiepte Nera als een volleerde Hercule Poirot de wasmand om in de garage op zoek naar een verlossend bloedspoor...

Niets...
Toen Nadine met de tram van Oostende thuis kwam en brutaal voor de vierschaar in de keuken met het drama werd geconfronteerd, wimpelde ze alle verdekte vieze insinuaties weg, maar wou verder niets lossen "“omdat het geheim was"”. Enkel toen haar moeder een collaps dreigde te krijgen, kwam de laconieke bekentenis “dat het waarschijnlijk iets te maken zal hebben met het Rode Kruis...

“Een onderzoek dat de doktoor bij het hoofdbestuur in Brussel had aangevraagd..."Maar alles over de werking van het Rode Kruis valt onder secret médical,  daar mag ik ni van klappen !" ”

En stijf rechtop sprong zij op de fiets en peddelde vrolijk naar het dorp...Wat dachten al die wijven thuis wel van haar, zeg !

En inderdaad, het bleek te gaan over de Birnbaums,  het onderzoek naar hun verdwijning tijdens de eerste dagen van de oorlog!  Loenders vertaalde voor alle zekerheid het korte briefje van het "‘Croix Rouge de Belgique".’ 

" Het IRC kan bevestigen dat de vier familieleden Birnbaum – - en hier staan de voornamen en geboortedata van de twee moeders met elk hun dochter - in Engeland geïnterneerd werden sinds 20 mei 1940 als statenloze, ex-Duitsen. Gezondheidstoestand zonder opmerkingen. Laatst gekend interneringsadres:  German Womens Internment Camp Number 6, Harlton House, Brixton Road 14, SOMMERSET. Een later transport naar nieuw verblijfsoord in de nabije toekomst waarschijnlijk...” Dat wil dus niét zeggen dat ze daar nù voor het ogenblik nog verblijven hé! ...Die situatie dateert misschien van zes-zeven maanden geleden, wegens de verschrikkelijke dode tijden in de administratie van het IRC zelf, en het simpele feit dat alle brief-verkeer naar Engeland over het neutrale Zwitserland moet lopen...Maar we weten nu toch dat ze, na hun deportatie op 19 mei ’40 uit Oostende, levend aan de overkant zijn aangekomen en daar deftig werden opgevangen. Als ge dat al aan uw vriend kunt melden, zal hij daar zeker troost en steun in vinden..."”

          Nadine was met dat formidabele nieuws echt in de zevende hemel, vooral omdat ze thuis ongestoord voort kon pronken met haar ‘groot geheim’ waarover ze slechts héél zuinig tekst en uitleg gaf...En nog kon nagenieten van de plotse commotie die haar vermeende wilde liefdeleven had veroorzaakt :"” Ja salut hé !  Ik ga me daar een beetje zwanger laten maken door een kloot lijk Joseph Petré !  Wat denken die wel van mij, zeg !" ”

 Via Olgatje Erte – - die voor de rest helemaal niet opgezet was met de boodschap van ‘die vamp’ - had Nadine  Leon laten verwittigen dat ze hem zondag na de mis dringend moest spreken in ‘Het Paard’..."”Zegt maar dat het over de Birnbaums gaat...”"

       ‘Het Paard’ was wel geen café voor een deftig meisje als zij, maar Leon leek dat niet te merken en bestelde zelfzeker "“ Nicolletje, twee Faro’s!"”, zonder eerst naar de voorkeur van Nadine te vragen.

"“ Zijn we daarvoor niet te jong ?"” vroeg ze benepen.

         "“ Nicolle kent mij hier als matroos van Pylieser en gaat dié zeker niet tegen z'’n kar rijden, zo'’n goeie klant !  En zegt een keer: hoe gaat het met dien Birnbaum ?...Naar Frankrijk gevoerd hé...Ik heb die jood anders nooit erg gemogen, maar allee: '’t was Joseph zijn vriend...”"

         Toen ze hem uitlegde dat haar inlichtingen niet op Arthur sloegen, maar op het verblijf van diens moeder en tante in Engeland, samen met die twee knappe dochtertjes, draaide hij al wat bij: ”" Ja, vooral die Bette is een ferm mokkeltje... Maar niet tegen Olgatje zeggen hé ! ”"

           Zo, het ijs was gebroken. En binnen het uur hadden ze bekokstoofd dat zijzelf wel die Engelse adresgegevens naar Arthur zou overmaken in een brief naar Frankrijk, en dat Leon naar Joseph zou schrijven in Rusland.

        " Ik zijn anders zo geen straffe in het brievenschrijven..."” bekende hij, maar misschien zou tante Jetje wel een handje kunnen toesteken...

         

Dat kon ze :" ” Noteert maar vooraf alle punten waarover ge wilt vertellen en de zaken die een jongen aan het front kunnen interesseren, dan gaan wij daar samen op een avond wel wat schoons van maken. Eerst in '’t klad hé, dan kunt ge die later overschrijven in ’'t net, lijk vroeger met Nieuwjaar!  Ik had hem zélf natuurlijk ook al lang een brief moeten sturen, maar ge weet hoe dat gaat...”"

 En week later had hij heel zijn oeuvre in stukken en brokken te boek gesteld...

 Westzijde, den 26sten september 1941.

Beste broeder Joseph,

Tante Jetje en ik hebben ons samen gezet om u al het nieuws van thuis te berichten. Wij zijn nog allen in goede gezondheid en bidden god dat hij ook u beschermt in deze zware tijden. Nadine De Handt liet mij weten dat ze bericht kreeg vanuit het roodkruis in Zwitserland dat de moeder en zuster van Arthur samen met zijn tante en koezine Bette goed aan de overkant zijn geraakt. Dat was in mei van 1940. Nadine stuurt hem het adres waarachter hij gevraagd heeft in zijn vorige brieven, zodat hij gerust is en hun rechtstreeks een brief kan schrijven...

            Zo, dat was al een héél serieus begin! Jetje had erop gedrukt dat ze beter het adres in Engeland niet voluit konden vermelden in een brief naar een Oostfronter. De Duitse censuur zou daarover wel eens kunnen vallen en Joseph allerlei last bezorgen...Dus hield hij het zo neutraal mogelijk.

 Gij zult het daar nog niet gehoord hebben, maar Lierse is Belgisch voetbalkampioen geworden, al hadden wij liever den ASO van Oostende weten winnen. Dat is in ons stamcafé’s niet zwaar gevierd geweest, omdat alles duurder is geworden en veel eetwaren kortelings gerantsoeneerd werden om tegen de hoge prijzen van de zwarte markt te kampen. Maar omdat ik op de Astrid goed verdien, kan ons moeder in Oostende nog van alles kopen onder den toog en zo stellen wij het thuis opperbest...

           Die laatste zin wou Jetje er absoluut in krijgen.  “ Zo weet hij toch dat hij een moeder en een broer heeft die voor hun gezin zorgen! ”...Er onder verstaan dat hij dat ook beter had gedaan, in plaats van met een zotte kop naar Rusland te vluchten! En een vage insinuatie over de verdachte interesse van Marie voor de zwarte kantjes van Oostende mocht ook niet ontbreken...

         " “ Jamaar Tante Jetje ,mijn blad is al half vol, en ik moet nog van alles schrijven over de ‘Astrid ’! " ”      

"“ Den achterkant is nog helegans vrij ! En er is toch niemand die zegt dat ge maar één blad moogt schrijven, hé vent !  Vooruit !”"

 “ In Nieuwpoort zijn we weer met veertig vissersboten die binnen de 5 km van de kustlijn mogen varen. Maar omdat ze geen snelboten meer over hebben om deze te bewaken hebben de Duitsers een nieuwe regeling ingevoerd. Ze sturen met iedere groep van twaalf boten één schildwacht mee die van tijd een handje toesteekt en in de winst deelt. Omdat er zoveel binnengehaalde vis in '’t zwart wordt verkocht verdienden de schippers geld lijk slijk. Nu moeten ze voortaan alle vangsten melden aan de Corporatie en de vangst verhandelen langs de vismijn. Maar veel verschilt dat niet, want de schippers hebben er al van alles op gevonden om te ontduiken. De Pylieser heeft met zijn zwart geld drie Deense visserssloepen kunnen kopen die de Duitsers omgebouwd hadden voor de invasie van Engeland die ze vorige zomer van plan waren. Maar naar ze zeggen is dat plan afgelast, en lagen die schone schepen maar te roesten in het Sas. Den Duits wil nu van al die overschot verlost worden tegen een zacht prijsje. Daar heeft de Gerard van geprofiteerd”"

          “" Oei-oei-oei ventje !  Daar gaat ge zékers last mee krijgen !  Zo open over de boten schrijven !  En al dat geknoei op de zwarte markt gaan ze er op de control van de brieven zékers uitvegen ! "

         “" Maar enfin Jetje, ik kan toch niet schrijven over de engeltjes en het kinneke Jezus !  Het zijn toch geen leugens dat ik vertel !" ”

       " Tegen leugens gaan ze niet reclameren,vent !  Maar 't is de waarheid dat ze niet kunnen verdragen !  Dat van die Deense boten en de afgelaste landing in Engeland geraakt nooit door de control, let op mijn woorden !"”

"“ Dan kan ik net zo goed nog een beetje doorduwen !"”

 “ Aan die boten is vaneigens nog veel aan te repareren om ze weer geschikt te maken voor de kustvisserij. Maar de eerste, de ’Octavia’ zou al van stapel kunnen lopen in de lente van te naaste jaar '’42. De tweede, de ‘Stephanie’ zes maanden later. Ikzelve gaan avondcursussen volgen en hoop tegen dàn mijn brevet van machinist te krijgen op één van die nieuwe schepen...Maar wij horen dat de oorlog in Rusland goed vooruit gaat, dus tegen die tijd zult ge wel weer thuis zijn...In de week heb ik geen okkazie,  maar de zondagen vrij ik weer volop met Olgatje in cinema Nova en de crèmerie waardat zij verzot is op damblans met chocolat. Ze vind de prijs op de zwarte markt schandalig kostelijk, maar ik moet daar eens mee lachen ! ”

            "“ Ge gaat het toch niet te vettig maken, hé ventje, met al dat gesmos ! ...En door met dat geld stoeffen lijk een dikke oorlogswoekeraar maakt ge uzelf nog degoutanter, weet ge dat ! ?”"

         " “ Maar enfin Jetje, ik werk toch voor mijn geld !  En dat ons moeder mij een dikke zondag geeft, is toch héél normaal !  En als mijn lief verzot is op crème met chokolat, kan ik het toch beter dààr aan verdoen dan aan de negers van de missies hé !  Ten andere, ik moet Joseph nog vertellen waarom ik nu al mijn zondagen vrij heb hé !" ”

         Ze keek hem streng in de ogen: "” Opgepast hé, dat ge geen vuile praat vertelt, of ik doen niet meer mee !" ”

 “ Door al dat vrijen met haar, had ik niet veel tijd meer om nog  met het Nieuwpoortse Blauwvoetvendel op te trekken. Maar op '’t laatst van augustus hielden ze een kamp in de duinen van de batterij. Ik wilde toch een avondje meedoen aan het kampvuur en in de tent slapen bij de nieuwe leider François Dupong. Maar die kon zijn poten niet thuishouden en dat is midden in de nacht uitgedraaid op een paar ferme koeken in zijn bakkes en een blauw oog voor mij. Ons moeder is eens goed van haar neus gaan maken bij de NSJV-leiding van Nieuwpoort en naar '‘t schijnt gaat die smeerlap daar buitenvliegen, maar ik heb daar niets meer van gehoord.”

 Jetje haakte af en begon preuts aan de afwas:" ” Ik peins dat ge mij verder kunt missen om nog vuile praat te schrijven !  Doe maar op, maar zonder mij ! ”"

          Leon grinnikte enkel, want ze hoorde niet in àlles wat hij schreef haar korreltje zout te steken !  Dus vooruit met de geit !

 “Ge hebt de hartelijke groeten van de Jupp. Hij vraagt nog een keer te peinzen aan het recept voor de toverdrank hetwelk hij u gaf voor uw vertrek. Hij komt hier ‘snavonds nog regelmatig een teljoor soep meeëten, soms samen met zijn vriend Ferdi, soms alleen. Om naar de radio te luisteren, lijk hij zegt. Maar ik denk dat hij een serieus lodderoog heeft op ons moeder. Tante Jetje zegt van nee. Maar die heeft zélf een vrijer in Oostende, heb ik verstaan. Waardoor ze in '’t zelfde schuitje zit lijk ons moeder en ook liegt dat ze blauw ziet.”

            Nu kwam het lastigste deel: hem vertellen dat er in feite niemand wakker lag van zijn vertrek naar het front in Rusland. :"De meeste mensen van het dorp, als ge die zo bezig hoorde op café, geloven niks van de bolsjeviekse bedreiging van het christengeloof, zoals de gazetten en de paster hen trachtten wijs te maken"

Schipper Pylieser, toen die over het nakend vertrek van Joseph hoorde, reageerde net zoals Jupp: ”" Die stomme kloot !  Dat een gestudeerde mens zich zó door die propaganda laat vangen, dat verstaan ik niet ! ”" Dezelfde verbijstering als moeder de eerste dagen na zijn vertrek had laten blijken, vóór ze haar oudste zoon definitief uit haar leven schrapte. Telkens Leon nu in haar bijzijn, tegen Jetje of Jupp of iemand ànders, over Joseph begon, klapte moeder dicht als een oester en wendde zij zich af met een verbeten trek om de mond...Bij dié had Joseph het zéker verbrod ! ...

         En zelfs bij Nadine –,die toch al een hele tijd met Joseph ‘liep’ vooraleer ze die ruzie kregen –,had Leon die kleinerende afkeuring gevoeld, alsof zijn broer haar had verraden. Toen hij samen met haar in ‘Het Paard’ besprak hoe ze het goede nieuws over de Birnbaums zouden verspreiden, had ze direct voorgesteld dat ZIJ wel een brief naar Arthur zou schrijven, en HIJ naar Joseph!  Van hààr moest zijn broer blijkbaar ook niet veel morele steun en aanmoedigingen verwachten !  

Neen, hij moest nog éérst eens goed nadenken hoe hij zijn brief met ‘de-groeten-van’ kon sluiten zonder hem te kwetsen...Er moest toch iémand zijn die om hem gaf...

         Die avond verschoot Marie zich een bult toen plots burgemeester Engelborghs met de fiets haar koertje opdraaide. Ze had nauwelijks de tijd om haar handen aan haar voorschoot af te vegen en ‘meneire’ stapte al haar keuken binnen.

        "“ Ha Maria!  Lange tijd niet gezien hé ! "” 

      "“ Tegen wie zegt ge '’t, meester !  Ge gaat toch niet proberen mijn tweede zoon zijn kop zot te maken met de politiek hé !" ” De sneer was eruit voor ze het wist: ” "Eén per gezin zal wel genoeg zijn zekers ?!"”

        "“ Oei, ik kom gelijk wat ongelegen...”" Hij lachte wat schaapachtig: ”" Neen, '’t is om u het bladje te geven voor het thuisfront. En het héét ook zo: ’ONS THUISFRONT’ Er staat vooral in waarmee we onze jongens in Rusland kunnen steunen, want ge gaat toch verstaan dat onze soldaten aan het Oostfront het niet gemakkelijk hebben, nu het gaat winteren !  Een warme sjaal, gebreid door moeder de vrouw, zal die mannen echt deugd doen !  En iedere week een kort briefje mogen ontvangen met nieuws van thuis is écht een broodnodige steun voor die gasten !  Daarenboven heb ik menen te verstaan dat de Joseph nog niet teveel van zijnen thuis ontvangen heeft, hé Maria !  Een beetje goed nieuws zal die zeker kunnen gebruiken !  Want tenslotte,  het Oostfront is geen villégiatuur hé ! ”"

         Marie had zich tijdens deze preek zichtbaar staan opboeien en barstte toen los :" ” Het oostfront ? Ha burgemeester, zit hem dààr !  Ik heb hem al twee maanden niet gezien of gehoord, maar als gij zegt dat hem dààr zit !  En hoe is hem dààr terecht gekomen, denkt gij ? Want ik heb hem daar niet naartoe gestuurd, weet ge !  Contrarie, ik heb zelfs de laatste dag vóór hij ging tekenen in Oostende nog op uwen dorpel op mijn knieën gelegen en u gesméékt hem dat te beletten ! En weet ge nog wat ge toen gezegd hebt, Menère Engelborghs ?...Dat hij achttien was, en dat ge er niks tegen kont doen !  Maar eerst zijn kop zot maken met al uw leugens, dààr kont ge wel iets aan doen hé ! ”"

             Hij stond met zijn mond vol tanden terwijl Marie een snik verbeet en hem opnieuw de wind van voren gaf: "“ En slaat het hem wat tegen, daar aan dat verdoemde oostfront, zegt ge ? Heeft hij een tekort aan warmte, en een wollen sjaal nodig tegen het slechte weer ? En nieuws van thuis tegen het hartzeer ? En ge vindt niet dat eerder diegenen die hem in die stront hebben gestort ervoor moeten zorgen dat hij het er goed heeft, daar aan het front, een warme sjaal krijgt en zoete woordjes tegen het hartzeer ?... Luistert: als hij het komende winter warm wou hebben, hé Engelborghs, dan had hij maar simpelweg bij mij moeten blijven !  Bij mij had hij niets tekort gehad: goed eten genoeg en een stoof die altijd brandde !  Maar gij hebt hem hier weggelokt met uw schone beloften, Engelborghs, dat hij Kapitein kon worden op een wit paard !  Wel, geluk er mee !  Houdt uw beloften, maakt hem Kapitein en zorgt GIJ dat hij er content is, daar aan het Oostfront !  Maar komt niet meer bedelen voor een sjaal rond zijn nek en een kruiske op zijn voorhoofd, hé vent !  Dàt is gedaan ! "”

          Door het rode waas voor haar ogen duurde het even voor Marie zag dat ‘den burger’ terug op zijn fiets was gekropen en stoer de aftocht had geblazen...Ze grijnsde met tranende ogen, opgelucht dat ze het eindelijk gezegd had gekregen...

          Maar tegelijk begreep ze ook dat Engelborghs haar dit affront vroeg of laat betaald zou zetten ! ...

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 200

B42BIS:  HET GEWAPEND VERZET.                                          

 

In de zomer van '41 begon bij sommigen voor het eerst twijfel te rijzen over de Duitse eindzege, nog aangewakkerd door sluikschriften die hier en daar opdoken. Immers ,het Brits imperium hield onverwacht op alle fronten stevig stand ,en negeerde hautain het groteske vredesaanbod dat een verwarde Rudolf Hess (Hitlers "troonopvolger") - na een bizarre vlucht met een jachtvliegtuigje én een valschermsprong - op het Schotse landgoed van een bevriende Lord persoonlijk had afgegeven...Toch liet Londen zeer vakkundig een paar druppen van dit ridicule Duitse zwaktebod uitlekken ,waardoor het schrikbeeld van een oppermachtig Derde Rijk een ferme deuk kreeg !

De ontberingen van de voorbije winter, de almaar stijgende levensduurte en de voedselschaarste begonnen in België hun sporen na te laten, terwijl de steeds strengere Duitse dwangmaatregelen de ontevredenheid aanwakkerden...

Na de joden werden nu ook de communisten, de vrijmetselaars en iedereen met een van de Nieuwe Orde afwijkende levenshouding buiten de wet gesteld. De bestraffing van overtredingen werd steeds zwaarder ,ten gevolge van de krijgswet die na de capitulatie van het Belgische leger van kracht was geworden ,en voor het eerst dreigde de bezetter nu ook een paar wegens sabotage ter dood veroordeelden terecht te stellen. Toen de families van deze ongelukkigen in de pers opriepen om met deze zinloze en illegale sabotagedaden tegen de bezetter te stoppen, ontdekte ‘de zwijgende meerderheid’ langzamerhand dat er toch nog roekeloze landgenoten waren die hun eigen leven op het spel durfden te zetten bij hun verzet tegen de almachtige Duitsers. Maar jammer genoeg niet alleen hun éigen leven...Onschuldige medeburgers werden door hun fratsen ongewild mee de dood ingesleurd.     

Vooral daarom keurde het gros van de bevolking dergelijke provocaties van het Verzet en de eerste moordaanslagen op loslopende soldaten verontwaardigd af, mede omdat de bezetter op 28 december '41 ter afschrikking inderdaad 5 doodsvonnissen voltrok en alle gevangen communisten naar kampen in Duitsland deporteerde. Dit bekoelde gedurende een paar maanden de ergste heethoofden, die hun wraakacties nu meer tegen gekende Vlaamse collaborateurs richtten omdat het Duitse "straf-tarief" voor dergelijke "volkseigen" moorden veel lager lag.

Toen echter in de herfst '42 weer een tiental VNV-ers en Rexisten vermoord werden, dreigden deze organisaties het recht in eigen hand te nemen, zodat de Duitsers op 27 november '42 als zoenoffer opnieuw acht ter dood veroordeelden fusilleerden.              

Op wraak volgde weerwraak : voor 5 Duitsers en 17 collabo's (of hun familileden) die rond de jaarwisseling ''42-'43 door de "Gewapende Partizanen" werden neergeschoten, moesten 68 gijzelaars het met de dood bekopen .Gijzelààrs , en dus niét noodzakelijk de daders : meestal burgerlijke prominenten die met het moorden zélf geen uitstaans hadden...Het opsporen van de wérkelijke daders vroeg blijkbaar teveel moeite. Daardoor verminderde echter ook de pakkans voor de partizanen ,die nu kwasie ongestraft een tandje konden bijsteken...enzovoort !  Hopeloos...Moorden plegen waarvoor met zekerheid onschuldigen zullen boeten kan je moeilijk een heldendaad noemen !  Zelfs niet "Collateral Damage" !    

Om de laksheid van de Duitsers en het Belgische politieapparaat bij het opsporen van de daders te "compenseren" schoten medio 1943 rechtse moordeskaders (zoals het"Veiligheidskorps Verbelen" en de "Brigade Z" van Rex) in actie. Voor elke neergeschoten rechtse medestander vermoorden zij op hùn beurt 3 gekende kopstukken uit het linkse kamp, meestal vrijmetselaars, zoals op 27/2/44 gouverneur Galopin van de Société Générale. Ook havenschepen van Antwerpen Erik Sasse viel bij hun eerste  slachtoffers. Toen de partizanen uit weer-weerwraak nu vooral gezinsleden van de collabo's vermoordden, was het hek helemaal van de dam. Niemand voelde zich nog veilig en in een ware sfeer van een bloedige burgeroorlog ontstonden (uit enerzijds het rechtse kartel VNV-Rex-Devlag-SS en anderzijds de gewapende weerstandsgroepen) regionale gangsterbendes die er zonder het minste normbesef in het àndere kamp lustig op los moordden.               

Uiteindelijk zullen voor 1.150 vermoorde "zwarten"  minstens evenveel "witten"  - of beter gezegd "roden" - het met de dood moeten bekopen. Het was iedere dag wel iéts. Zo zal de pro-Duitse "Groep Verbelen", om de sluipmoord tijdens de dorpskermis op een Vlaamse Wachter te wreken, bij een razzia in de gemeente Meensel-Kiezegem (augustus '44) drie weerstanders doden en 89 "verdachte" burgers naar Duitsland laten deporteren, waarvan er 63 in het concentratiekamp zullen sterven...En nà de bevrijding vielen dààr in dit drama nóg doden bij de weer-weer-weerwraak van de "gezonde volkswoede"...In deze waanzinnige tragedie duikt doorlopend de naam "Merckx" op ,familie vàn...(zie wikipedia). En rond dezelfde tijd schoot de Waalse nazi-groep "Brigade Z" haar voorlopig laatste slachtoffers neer: wélgeteld 27 inwoners van Courcelles moesten met hun leven boeten voor de moord op de Rex-burgemeester van Charleroi en zijn vrouw.

De terreur en de doodsbedreigingen tijdens de laatste maanden voor de Bevrijding zouden evenwel het moreel van de "zwarten" zodanig ondermijnen, dat ruim 20.000 onder hen in september '44 met de bezetter mee wegtrokken naar het schijnbaar veiligere Duitsland...       

Wie waren nu deze z.g. "gewapende weerstanders" ?  Zeker niet uitsluitend communisten, ook al kwamen de eerste acties van het gewapend verzet pas in de openbaarheid nà de Duitse inval in de USSR, toen de bezetter uit voorzorg honderden kaderleden van de KP aanhield. Voordien hadden de "roden" zich opvallend koest gehouden en zelfs dikwijls de pro-Duitse loftrompet geblazen, maar dat zou nà 'Barbarossa' vlug veranderen. De goed georganiseerde driehoekige celstructuur van hun afdelingen maakte het de communistische onderduikers in de illegaliteit makkelijker. Veel van deze "Partizanen" waren gevluchte Oost-Europese joden en (vanaf oktober '42) zij die weigerden naar Duitsland te gaan werken. In Limburg en de Borinage werd door het Verzet vooral gerekruteerd onder de ontsnapte Russische krijgsgevangenen die in de koolmijnen waren tewerkgesteld. Voor al deze onderduikers moest geld, rantsoenkaarten en valse papieren verzameld worden, en dat kon enkel via gewapende overvallen op banken en gemeentehuizen. Op zich had dat met "Verzet tegen de Bezetter" niets te maken, maar het was er wel een aanloop toe toen joden, om zich te wreken op het wegvoeren van hun familie, hun eerste loslopende Duitser neerschoten...             

De communisten waren dus vanaf de zomer '41 wel de motor van het gewapend verzet en onder hun impuls kwam het Onafhankelijkheids Front (O.F.-F.I.) tot stand. Daarin trachtten ze zoveel mogelijk kopmannen van àndere politieke strekkingen te betrekken, maar slaagden daar slechts gedeeltelijk in. In juli '43 werden weer een 100 KP-kaderleden door de bezetter opgepakt en dit verzwakte de communistische greep op het O.F.

Toch bleef de K.P. door haar radicale opstelling de spil van het gewapende verzet, met - medio '44 - een 30.000 leden. Zijn speerpunten, de "Gewapende Partizanen" (G.P.) en de M.O.I. ("Main d'Oeuvre Immigré", hoofdzakelijk samengesteld uit jonge Oost-Europese joodse inwijkelingen) stonden onder leiding van oud-Spanje-strijders van de beroemde of beruchte "Internationale Brigades".

Industriële sabotage en moordaanslagen op collabo's (maar ook op Duitsers) waren hun specialiteit en van de ongeveer 10.000 gewelddadige weerstandsacties die tijdens de bezetting in België werden gepleegd namen de 'Gewapende Partizanen' er zeker tweederden voor eigen rekening. Dit lokte dan ook zware represailles van de bezetter uit (zie Meensel-Kiezegem hierboven) , wat de bevolking tegen de G.P. in het harnas joeg. Maar zelf betaalden de G.P. en de M.O.I. ook een zeer zware tol en verloren ruim éénderde van hun effectieven. Dit "martelarenschap" werd later door de Kommunistische Partij fel opgeblazen en politiek gemonopoliseerd. (zeg gerust : "misbruikt".)         

Tegenover (en niet nààst) de communisten stond het z.g."Nationaal Verzet", aanvankelijk gevormd door een dertigtal zeer dilettantistische groepjes. Na een pijnlijke natuurlijke selectie en véél "collateral damage" bleven er medio '42 een vijftal over. Daarvan was de elitaire "Groep G" met zijn amper 4.000 leden zonder twijfel de meest actieve. Op 26/1/42 gevormd in de schoot van de gesloten "Université Libre de Bruxelles" met veel ondergedoken joodse studenten, werd deze braintrust van meet af aan door de Britse "Secret Operations Executive" gestimuleerd en met allerlei uitrusting en wapens bevoorraad (meer dan 100 geparachuteerde containers). 

De "Groep G" beschikte over veel technische specialisten en had een waterdichte celstructuur. Hun stevig doordachte sabotageacties van kanalen en spoorwegen en -bruggen waren er steeds op berekend om met een minimum aan middelen een maximum resultaat te bereiken, zonder eigen personeel of de burgerbevolking in het gedrang te brengen. Toch werd een kwart van hun effectief gedood. In de nacht van 15 op 16 januari '44 lieten een paar "G-man" in de Ardennen gelijktijdig een dertigtal hoogspanningsmasten springen waardoor de industrie van Wallonië en het Roergebied meer dan een maand zonder stroom viel. Deze stunt is de geschiedenis ingegaan als "La Grande Coupure". Voor de rest beperkte het gewelddadig optreden van Groep G zich hoofdzakelijk tot roofovervallen op banken en ravitailleringskantoren om hun leden te bevoorraden. Bij de bevrijding spanden zij zich voor 100% in om kostbare en levensnoodzakelijke infrastructuur tegen de vernielzucht van het vluchtende Duitse leger te beschermen.         

Een andere anti-communistische (en fanatiek koningsgezinde) weerstandsgroep bestond uit vrijgelaten krijgsgevangen militairen die, na een paar naamveranderingen, als "Armée Secrète - Geheim Leger" furore zou maken. Niet zodanig door brutale acties tegen de bezetter - al zijn die er zeker geweest - maar vooral door het geplande optreden van zijn 36.000 leden tijdens de bevrijding. Door slordige nalatigheid en tuchteloos ongeduld viel echter reeds op 27 april '43 heel de staf van dit "leger" in Duitse handen. Onze "regering" in Londen stond echter zeer wantrouwig tegenover deze autoritaire royalisten (en mogelijke politieke spelbrekers in de binnenlandse machtstrijd NA de bevrijding...) en zou pas eind '43 ,ruim een half jaar nà de "Kaltstellung" van de staf door de Duitsers ,hen met wapendroppings beginnen steunen ; een vreemd verband dat veel vraagtekens opwerpt. Van in den beginne was het niet de bedoeling van het G.L. een overmachtige bezetter op het slagveld te provoceren ,omdat ze als ex-militairen beseften dat je een kogel maar één keer kunt afschieten ,en zij niét over een georganiseerde logistieke munitiehérbevoorrading konden beschikken. Het legde wél mobilisatie-schuiloorden en wapendepots aan om - nà de landing van de geallieerden ,en enkel op bevel van Londen - achter de Duitse lijnen als een erkend en geregeld leger langdurig actie te voeren ,terend op de verhoopte geallieerde logistiek én munitie-aanvoer.  

Medio '44 ,nà de geallieerde landing in Normandië ,begon het G.L. wél driftig ons spoorwegennet te dynamiteren ,om de Duitse troepenbewegingen te hinderen. Maar in september kwam er, door de snelle opmars van de geallieerden van de Seine tot aan de Nederlandse grens, van een guerrilla achter de Duitse  frontlijn niets terecht en bleef het bevrijde België met de opgeblazen bruggen zitten. Wél had het G.L. een groot aandeel in de vrijwaring van de Antwerpse haven. Dit is waarschijnlijk de enige actie van het Belgische gewapend verzet die de ondergang van het Duitse leger daadwerkelijk heeft bespoedigd zonder zijn weerwraak uit te lokken ,en zonder nadeel voor de bevolking.

Vanaf oktober '44 vormde het "Geheim Leger" de kern van de fuseliers-compagnies, die nu openlijk als soldaten in uniform (en niét verdoken als sluipmoordenaars vanachter een schild van niet-betrokken bevolking ),aan de zijde van de Britten en de Canadezen met succes in de Noorderkempen meevochten. Het G.L. verloor 4.000 man.                        

Los van het Geheim Leger stonden de "Belgische Militaire Verzetsorganisatie" en het "Bevrijdingsleger", (respectievelijk met 5.000 en 6.000 leden,) de "Belgische Nationale Beweging" (14.000) en de "Nationale Konings-gezinde Beweging" met 5.000 man. Deze groepen hielden zich slechts subsidiair met sabotage en geweldpleging bezig of waren er zelfs vlakaf tégen teneinde de bevolking te sparen. Zij zijn vooral nà de Bevrijding in aktie geschoten als een vervangende politiemacht...

 Dit gold eveneens voor de "Witte Brigade-Fidelio" (3.300 man) die vooral in de Antwerpse regio ageerde bij de openbare diensten en het stedelijk onderwijs. Haar populariteit bij de schoolbevolking was de oorzaak dat in de volksmond op den duur alle weerstanders in Vlaanderen als "Witten" werden bestempeld, terwijl de praatzucht van de studentjes er voor zorgde dat veel (kleine) sabotageacties dikwijls faliekant afliepen en uiteindelijk een 400 leden het leven kostte.                                                                        

Dat het gewapend verzet vooral in Wallonië ageerde is geen bewijs dat de Walen betere patriotten zouden geweest zijn, maar werd in de hand gewerkt door de plaatselijk zwakkere Duitse bezetting en het feit dat de meeste onderduikers (ook uit Vlaanderen !) zich veiliger voelden in de Ardense wouden. Daarenboven kon dit z.g. Waalse Verzet recruteren uit de vele Russische krijgsgevangenen die in de koolmijnen    tewerkgesteld waren en er aan springstoffen konden geraken ,geen gezinslast hadden en dus ook roekelozer optraden. Van enige "Belgisch patriotisme" was bij die gasten echter absoluut geen sprake ,wél van anti-fascisme en...winstbejag ,en na de bevrijding zijn ze lustig nog een héle tijd voortgegaan met overvallen op zogezegd "réchtse" " boeren en banken. Ook in de Kempen hebben zij met hun "banditisme" nog lang onrust gezaaid.                                      

 Na de oorlog kregen hier ten lande 140.000 mannen en vrouwen (zowel Belgen als vreemdelingen en vaderlandslozen) een brevet van verzetsstrijder ,Dat is brut geschat 1,5 % van de toenmalige Belgische bevolking ,en dààrvan ongeveer 10 % postuum...Zegge dus een 14.000 gebreveteerde "martyrs".

Het officiële naslagwerk, de "Martyrologie van de Belgische Weerstand" ,houdt het daarentegen op 8.371 "martyrs" ,vermoorde leden-in-bevolen-dienst...Dit is een verschil van zegge 5.600 doden, die dus niét als martelaar van het Belgisch Verzet werden geboekstaafd...Bezaten deze slachtoffers misschien niet het juiste paspoort ?...Of zou het soms zó zijn dat er bij de Bevrijding in september '44 té kwistig brevetten van weerstander werden uitgedeeld aan de zogenaamde 'late roepingen' , die op eigen initiatief waren opgetreden en niet-in-bevolen-dienst?...Een soort ultieme witwasoperatie voor de grijze twijfelaars ,voorzichtige "tweezakken" en de vriendjes van de vriendjes die nu dringend als ware patriotten uit hun "geheim" (maar vooral zéér mistig) oorlogsverleden wilden opduiken ?...             

                                    Besluit : Tijdens de vier jaar bezetting werd geen énkele Duitse militaire operatie op Belgisch grondgebied verhinderd of nadelig beïnvloed door een aktie van het Gewapend Verzet. Op één uitzondering nà - de hulp die het Clandestien Coördinatie Commité Antwerpse Verzet  (beter gekend onder de Franse (!) afkorting "C.C.C.R.A.") aan de oprukkende geallieerde 11° Pantserdivisie bood bij de bevrijding én vrijwaring van de Antwerpse haven !Triestig feit is dat de Belgische Gewapende Weerstand met haar illegale acties tegen de bezettingsmacht véél meer onschuldige medeburgers de dood heeft ingejaagd dan dat ze er gered heeft :Meensel-Kiezegem ,Courcelles ,gefusilleerde gijselaars of overleden weggevoerden naar de kampen ,enz enz...En dat ze met haar aanslagen véél minder Fritzen "om zeep bracht" dan ze daarna eigen medestanders verloor door de Duitse weerwraak. Om nog niét te spreken over de betwiste of mislukte sabotages ,zoals deze van de chemische fabriek van Tessenderloo die bij de ontploffing (29/4/42) het halve dorp mee opblies :100 doden en 900 gewonden ,allemaal burgers ,véél kinderen ,géén Duitsers...In Balen-Neet ,(3/12/42) idem-dito :Kruitfabriek opgeblazen :50 doden ,allemaal werkvolk uit de streek ! En het productietekort werd door de Duitsers moeiteloos verholpen door de concurrenten wat meer bestellingen te gunnen... Maar op mijn internet heb ik van deze wapenfeiten omzeggens NIETS meer teruggevonden !  Vreemd...Wat zei U ? Hééél vreemd !

Alhoewel ,voor wie wat nadenkt is deze witte (!) vlek in het collectief geheugen van onze illegale strijd tegen de bezetter zeer begrijpelijk. Een "Verzetstrijder" bracht bij zijn overste NOOIT een schriftelijk verslag uit van zijn wrede heldendaad - hoogstens mondeling - dat ,van mond tot mond doorgegeven ,bijgekleurd en opgepoetst ,na verloop van tijd verwerd tot het bloedloos skelet van een mooi sprookjesverhaal. Erger nog :wat daarin werkelijk onverteerbaar was voor de brave kinderzielen werd blijkbaar gewoonweg doodgezwegen !

Dus heemkring van Balen-Neet en consoorten :er is werk aan de winkel voor het telaat is!

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 201

B43:  DE RUBICON...

         " Kolchoze Molotov" bij Vjasma, 3 oktober ‘41.

       Van het weer mochten de goelag-slaven de laatste dagen écht niet klagen :de herfstzon had het zware graafwerk vlot en draaglijk laten verlopen...Maar op 1 oktober vingen Steiner en zijn vrienden panische geruchten op dat de uitlopers van het Duitse zomeroffensief, na de overrompeling van het grootste deel van de Oekraïne, nu plots weer vanuit het zuiden in de richting van Moskou waren gedraaid. En na twee dagen hoorden ze dat deze nieuwe Duitse aanval de Vjasma-linie, waaraan ze nu al ruim een maand verwoed aan het bouwen waren, ook ver ten noorden van de kolchoze had doorbroken...Vijandelijke tankspitsen uit noord en zuid :iedereen begreep dat hun pas gebouwde bunkers op deze manier gevaar liepen hier in een reusachtige omsingeling te worden ingesloten en daarbij hun strategisch nut hopeloos verloren hadden.

         Die avond hield Steiner krijgsraad met Marco en Shlomo, liggend naast elkaar geleund tegen de nog warme buitenmuur van hun slaapbarak :"Als dat allemaal waar is van dat nieuw Duits offensief in onze richting, wordt het hoogtijd dat ze ons hier naar achter evacueren...Dichter bij Moskou zouden ze ons toch nog eens aan het werk kunnen zetten om een laatste fortengordel aan te leggen ! Zoals de zaken nu schijnen te evolueren zijn we hier niet meer van het minste nut !”"

         “"Verdomme Rudi !”" siste Shlomo :"Hou je bek ! Als onze bewakers ook maar zouden dénken dat wij nutteloos zijn geworden, zou je hen nog op smerige gedachten kunnen brengen ! Ons opruimen is voor hen kinderspel, dat weet je goed genoeg ! Het is zeker niet nodig hen dat hardop voor te kauwen !"”

        “" Wél ,bon ,en dàn ?” bromde Marco: ” Als ze ons hier op transport zetten, eindigen we in Siberië, sowieso ! Om er te creperen van de kou en de honger ! Da’t is ook geen leven hé ! Dan krijg ik nog liever hier een nekschot, kort en goed, met m'’n volle pens en de zon in m'’n smoel !”"

         "“ Zeg makker!”" suste Steiner:" ” Spreek voor jezelf hé ! Ik ben verdomme mijn leven nog niet beu ! En daarbij: om ons naar de sneeuwvelden van Siberië te voeren hebben ze een trein nodig, en dat zie ik bij deze chaos nog niet zo rap lukken ! Als wij hier weg gaan, zal het te poot zijn, en vérder dan een dikke honderd kilometer geraken we niet op die manier...Tot Moskou, dat is de max...”" 

         Maar bij de broodbedeling, die avond, vingen ze van een keukenmeid op dat de kolchoze heel binnenkort ontruimd zou worden en al het personeel zich klaar moest houden voor een trek naar Siberië ! Dus tóch !...En het leek vast geen kwakkel, want de vrouw had blijkbaar al een ferm potje geweend, zo aan haar rode druipneus te zien... 

        In de barak werd druk gediscuteerd, nu ze blijkbaar voor een beslissende crisis in hun leven stonden. Dat het personeel van de kolchoze tot achter het Oeralgebergte geëvacueerd zou worden, was in de praktijk nog aan te nemen: er waren hier op het bedrijf ruim vrachtwagens genoeg waar die vrouwen een zitje op konden krijgen,  tussen de lading van de kostbare machinerieën...Maar wél ten koste van de honderd goelagslaven: daarvoor was natuurlijk geen vervoer voorzien...Zij klampten zich vast aan de wankele hoop dat de NKVD hen nuttig genoég zou vinden om hen een week-of-zo onder bewaking naar het oosten te laten marcheren. Zoniet zag hun zéér nabije toekomst er inderdaad bar slecht uit ! En dan nóg, overwoog Steiner: “ Wat zouden de NKVD-soldaten doen met de strafgevangenen die de aftocht naar het oosten dreigden te vertragen ?...Want tot een week stappen in ijltempo waren velen onder hen niet meer in staat, Marco in de eerste plaats...”

        Maar kort daarop kwam de Politruk het gerucht van de dreigende omsingeling bevestigen en kregen de dwangarbeiders tot hun grote opluchting bevel nog dezelfde avond hals over kop hun povere bezittingen in te pakken ! Ze mochten daarenboven opnieuw aanschuiven om in het voedselmagazijn een maïsbrood en een ringworst af te halen. Dit bijkomend ‘marsrantsoen’ wees er toch op dat hun bewakers niet van plan waren zich van hen met een nekschot te ontdoen, hé ? Maar het was ook niet de gewoonte van de NKVD lastige getuigen levend achter te laten...Dus vertrouwden de meesten er maar op dat ze mee ontruimd zouden worden, al waren de ijsvlakten Siberië nu niet direct de aanlokkelijkste eindbestemming !

         Het burgerpersoneel van de kolchoze laadde in het holst van de nacht alles wat wielen had en reed - zowel tractoren als vrachtwagens, boerenkarren als de zware landbouwmachines - torenhoog vol met pak en zak. En tegen het krieken van de dag verdween geleidelijk iedere productieafdeling langs de smalle veldweg door het bos en de hei naar het oosten, weg uit de dreigende tang van de Duitse troepen...Het werd akelig leeg tussen al die gebouwen, en nóg steeds leek niemand zich één moment om de strafgevangenen te bekommeren !...Zou de NKVD hen hier dan tóch achterlaten ?... Levend ?...

         Tegen de morgen werd ook het vee samengedreven en op mars gezet, opgezweept door een dertigtal stevige boerinnen ! Pas toen ook die in het bos verdwenen waren ,merkten de gevangenen dat de NKVD-soldaten alle gebouwen in brand staken. Marco opperde nog voorzichtig of dit niet het geschikte moment zou zijn om elk voor zich in de natuur te verdwijnen, maar Steiner negeerde zijn gezeur...

        Het was toch al klaarlichte dag vooraleer de zenuwachtige bewakers eindelijk weer kwamen opzetten en bruut schreeuwden dat ze zich moesten opstellen in colonne-per-drie ! Oef!...De goelagslaven vertrokken opgelucht als laatsten uit de vuurzee van de kolchoze, stevig omkaderd door de paniekerige soldaten, terwijl de vlammen overal torenhoog uit de gebouwen en de schuren sloegen...De strategie van de ’verbrande aarde...’

       Eenmaal in het bos zetten ze er een stevig pas in ! Maar omdat velen op den duur het tempo niet konden volgen schoten de bewakers af en toe in de lucht om de gevangenen ervan te doordringen dat het hen menens was.

                  “Voorwaarts, voorwaarts !” schreeuwen ze aanhoudend.

        Op bevel van de politruk namen de sterksten gaandeweg de zwakke broertjes tussen hen in, en zo ontstond er een gedwongen solidariteit in de rangen. Toch waren ze om het uur verplicht even halt te houden om de achterblijvers te laten aansluiten, en pas in de late namiddag kregen ze weer de veedrijvers met hun kudden in zicht... Tweemaal sjokten ze voorbij een gecrepeerd dier langs de weg, maar de bewakers lieten, dreigend met hun machinepistool, niet toe dat de gevangenen er rap-rap een lap biefstuk zouden uitsnijden...Zo'’n wanordelijk oponthoud kon enkel de tucht ondergraven en het halen van de "norm" bedreigen !

        Het weer bleef helder en het zachte windje zou voor de nodige verfrissing gezorgd hebben, ware het niet dat door het opwaaiende stof van de colonne vooral de dorst pijnlijk begon te nijpen. Maar Marco hield zich goed, ook al moest hij duidelijk op de tanden bijten. Slecht éénmaal kwamen ze onderweg langs de waterput van een gehucht, en het werd daar een ware veldslag vooraleer de wachten met de wapens orde op zaken konden stellen...

    Tegen de eerste avond waren ze een veertig km opgeschoten, en konden ze nog in een leegstaande dorpskerk overnachten. Eerste zorg was natuurlijk om aan drinken te geraken, en aan de drie waterputten die het plaatsje rijk was werd er tot nà de purperen zonsondergang ferm geduwd en getrokken. Het kanongebulder was vanuit het zuiden nu ook goed te horen, wat er op wees dat de dreiging om door de tankspitsen vanuit die richting afgesneden of overrompeld te worden mét het uur gevaarlijker werd. De politruk liet hen echter verstaan dat ze binnen twee dagen achter de Ruzarivier zouden kunnen schuilen om dààr, samen met duizenden opgeëiste burgers, een onneembare wal op te werpen tegen de invasie van de fascisten !

        Daar moest Steiner eens goed mee lachen: als noch de Stalinlinie, noch de reeksen bunkers bij Vjasma, noch de brede Dnjeperstroom de Duitse pletwals had kunnen afstoppen, hoe zou dat dan moeten lukken bij zo'’n onooglijk watertje als de Ruza waar nog niemand van had gehoord ! Het scheen te gaan over een noordelijke bijrivier van de Moskva, de stroom die door de hoofdstad liep. Shlomo wist echter te vertellen dat de Moskovieten de Ruzarivier beschouwden zoals de Oude Romeinen hun Rubicon: zolang de vreemde legers deze niet hadden overgestoken was de republiek niet in gevaar...En de sovjets zouden tot de laatste man vechten om de nazi’s dààr te verslaan, zoniet was de hoofdstad en de rest van het land verloren !

      De politruk beloofde ook dat ze morgenavond uit de meegedreven kudden een koe zouden slachten en het vlees verdelen. Maar aangezien ze pas aan het einde van de derde dag op hun bestemming zouden geraken, moesten ze toch zuinig omspringen met hun brood...Daarom kregen ze de toelating om morgen onderweg tijdens de haltes rijpe maïskolven te plukken uit de uitgestrekte velden waar ze langs zouden trekken. En geroosterd waren die best te pruimen...

         Toen Marco dit hoorde trachtte hij Steiner te overhalen om morgen in één van die onmetelijke maïsvelden weg te vluchten, want al dat eindeloze marcheren kroop niet in zijn koude kleren ! Maar Steiner kon hem dat uit z'’n kop praten. Immers, achter hun colonne hadden de laatste NKVD-ers alle velden waar ze langs waren gekomen steeds in brand gestoken en zouden ze vast iedere vluchteling genadeloos neerknallen ! Neen-neen man, hij was zijn leven nog niet beu ! Marco moest maar een paar dagen op de tanden bijten, tot àchter die zogenaamde Ruza-‘Rubicon’...

         De officier liet ook verstaan dat er ditmaal geen bunkers meer gebouwd moesten worden: bedoeling was dat ze bij de stad Mozjajsk, 80 km verder naar het oosten dus,  een reusachtige antitankgracht zouden uitgraven. Hoe ze dààr aan eten zouden geraken, was nog niet geweten, maar voor alle zekerheid zouden ze toch maar een paar koeien bij de hand houden...Het viel hen op dat de man verrassend coulant was geworden, de laatste dagen...Uit angst voor de massa gevangenen waarvoor hij verantwoordelijk was, of voor de oprukkende Duitsers ?...

       De volgende morgen was het al aardig wat frisser...

      Tijdens heel deze tweede dagmars ging de zon schuil achter dikke wolken: ideaal weer om er flink de pas in te houden ! Een fiks noordenwindje dreef het opwervelende stof zijwaarts de bossen in, waardoor ze ook van deze beproeving verlost werden...Maar Marco kreeg nu last van zijn oude zonnesteek en kon door de hoofdpijn met moeite het marstempo bijhouden. Dus namen Steiner en Shlomo om beurten zijn bepakking over...

      Halverwege de namiddag mochten ze dan, zoals de Politruk had beloofd, inderdaad in groepjes van tien man en onder strenge bewaking, rijpe maïskolven trekken uit een veld langs de weg. Maar Marco zag er erg belabberd uit en scheen, mede door de dreigende machinepistolen van de NKVD, helemaal geen zin meer te hebben om een vluchtpoging te wagen tussen de lokkende manshoge begroeiing... Hoe dan ook: de eerste week zouden ze met al die kolven in hun broodzak zeker niet van honger sterven ! Vooral omdat ze die avond in het étappedorp elk nog een lapje vlees kregen uit een geslacht koebeest...

        Maar tijdens de nacht kreeg Marco, in de schuur waar zij sliepen, op de koop toe nog een koortsaanval, wat voor de laatste dagmars niets goeds voorspelde...En ze merkten dat op een paar uur tijd het zwoele zomerweer was omgeslagen want plots plensde een weldoende stortvlaag op hun golfplaten dak...Dit zou hen morgen tenminste van dat verstikkende stof verlossen, dachten ze !...Maar van de veedrijvers hoorden ze dat met deze eerste buien het regenseizoen van de herfst gestart was, de zogenaamde "Raspoetitza" ’,die heel het land binnen de week in één slijkpoel zou veranderen...  

         De derde dagmars gaf hen een voorproefje van de hel. Het werd koud en mistig onder deze gestage regen die na een uurtje stappen hun broek al kletsnat tegen de knieën deed kleven. Vooraleer uit het dorp te vertrekken hadden de meeste gevangenen wel allerlei vodden ‘georganiseerd’ om zich tegen de drup te beschermen. Shlomo was met drie jute zakken komen aandraven voor hemzelf en zijn vrienden. Dubbelgevouwen als puntcapes over het hoofd boden die de eerste uren wel wat bescherming, maar geleidelijk aan geraakten ook dié doorweekt en drupte het water er langzaam doorheen...

          Na een paar uur wou Marco de zijne al geërgerd weggooien, maar Steiner vloog uit: "” Zeg, stomme klootzak ! Uitwringen verdomme ! En opnieuw omhangen ! Of wil je soms een fleures opdoen ?!"”

          "“ Nou, en dàn ?” bromde hun oude makker ontmoedigd:  ” Dan ben je van mij af... Ik kan van deze uitstap toch al niet meer zo erg genieten...Jij soms wel ?...” "

        “ "Ik mag niet klagen.” sneerde Steiner: ” Regen is goed voor mijn patatjes ! En schijnbaar is mijn oor weer aan m'’n kop aan '’t groeien, als ik tenminste op de jeuk mag afgaan !”"

         Toen Marco niet op die scherts inging, wist Shlomo dat het met zijn lotgenoot slecht gesteld was :"” Allez makker, nog even doorbijten ! Binnen een uur of vier zijn we aan de Ruza en kan je in het kamp van deze verrukkelijke wandeling nagenieten...”"

         Als bij wonder hield het op met regenen, maar het stappen door de plassen en het slijk bleef even slopend. De vette modder kleefde aanhoudend in zware klodden aan hun versleten schoeisel en van het fikse marstempo van de vorige dagen was al héél lang geen sprake meer...De norse bewakers hadden voor het vertrek tegen de ijskoude regen wel hun rubberponcho’s aangetrokken, maar vonden het, net als de gevangenen, duivels lastig om regelmatig de plakken slijk van onder hun laarzen te moeten schrapen. Die wrevel werkten ze uit op de slenterende uitgeputte sukkels die ze voortdurend moesten voortdrijven met schoten in de lucht...Maar tegen de namiddag joeg zo'’n bruut in de achterhoede zonder verpinken een wenend menselijk wrak aan de kant van de weg een kogel door het hoofd...

        Tegen dergelijke beestachtige drama’s was het goelag in de loop der jaren langzamerhand immuun geworden. Maar nu vloog toch een schreeuw van afschuw over die koelbloedige moord als een lopend vuur uit de opgejaagde staart van de colonne naar voor. En ondanks de ijzige regen en de kleverige klei kregen de ergste mankepoten plots weer voldoende energie om toch nog een tandje bij te steken... Want nu ook het geruis van de regen had opgehouden was duidelijk te horen dat het kanongebulder van het front weer stukken dichterbij was gekomen...

        Tegen valavond van de derde dag kwam Steiners goelag uitgeput aan op hun einddoel: de Ruzarivier ten noorden van de stad Mozjajsk. Marco was er erg aan toe...Ze werden in de dorpskerk van Tokarevo opgesloten, maar van een georganiseerde voedselbedeling was voorlopig geen sprake. Dus ging er weer een koe aan ! Voor de rest moesten ze hun maag maar vullen met een afgekloven maïskolf, in afwachting van betere tijden...

         De politruk legde aan de groepsleiders uit wat er morgen van hen verwacht werd en ze konden daarbij hun oren niet geloven ! Ondanks toch iedereen aan het naderend gedonder der kanonnen hoorde dat de bedreiging van de Duitse tankspitsen niét uit het westen of het noorden, maar eerder uit het zuiden kwam,  moesten de dwangarbeiders mordicus meehelpen graven aan een eindeloze tankgreppel die pal noord-zuid in de richting van de oprukkende vijand liep, vanaf de Ruzarivier waar ze lagen, recht naar de hoofdbaan Mozjajsk-Moskou !

         De politruk keek verbaasd op toen een verward gemor uit het groepje afgevaardigden opsteeg :" ” Wel hond,  heb je iets te zeggen ?”" beet hij Shlomo toe die toevallig in het midden van de halve cirkel schuddebollend had staan luisteren. Dat kreeg je natuurlijk met al die bandieten, als je er te menselijk mee omsprong ! Geef ze een vinger en ze kakken op je kop !

      Shlomo schrok van deze persoonlijke aanval, maar herpakte zich vlug, en stotterde nederig in vloeiend Russisch :"Gospodin Politruk, gelieve mij te willen verontschuldigen...Maar wij begrijpen uw opdracht niet... Wij menen te mogen veronderstellen dat de tankgracht die wij gaan graven, onze geliefde hoofdstad moet beschermen tegen een frontale aanval van de vijand vanuit het westen, nietwaar...Maar afgaand op het kanonvuur, dat dagelijks wat dichterbij komt vanuit zuidelijke richting, menen wij te mogen veronderstellen dat de fascistische horden naar het noorden oprukken...Zij zullen dus niet frontaal op onze tankgracht stoten, maar er gewoon langs rijden, van zuid naar noord...Ons werk zal nutteloos zijn.".” Zijn medegevangenen knikten instemmend.

        Nu vond de politruk het welletjes ! “"Zo honden ! Gij weigert de opdracht die ons door het opperbevel van het Rode Leger werd gegeven ?! Gij meent een weloverwogen beslissing van het Centraal Comité van de partij te mogen tegenwerken ?! Weet ge wat jullie voor dienstweigering te wachten staat, als de Kameraad-luitenant van de NKVD daarvan moest horen ? Alle tien tegen de muur, met zoveel als ge daar staat ! Als het dàt is wat ge wilt, moet ge het maar zeggen ! Ik zal maar doen alsof ik niets gehoord heb en jullie kritiek nooit werd uitgesproken ! Ingerukt nu, en rap !"”

        Steiner slaagde erin bij de chef van de keuken, ook een oud-brigadist van de Spaanse burgeroorlog, voor Marco een beschut postje in het kampement los te peuteren, in de hoop dat zijn makker zo langzaam weer op krachten zou kunnen komen...Want hij voorzag dat de aanhoudende regens van de ‘Rasputitza’ het graafwerk aan de gracht tot een echt slavenlabeur zou maken waartegen zijn makker vast niet meer bestand zou zijn.

       En inderdaad, een week lang zwoegden ze in ploegen, zowel overdag als '‘s nachts, samen met duizenden lotgenoten uit àndere goelags én grote groepen vrouwen die uit de hoofdstad werden aangevoerd, om deze diepe, eindeloos lange tankgracht uit te graven. Vreemd genoeg leek ondertussen het front niet veel dichterbij te komen, als ze op het kanongebulder mochten afgaan...Waarschijnlijk ondervond de Duitse opmars evenveel last als zij van de overweldigende ‘Rasputitza’ die alle velden en wegen in één grote grauwe slijkpoel had omgetoverd...

        Misschien kwam het door de mist en de regenvlagen,  maar de fameuze Ruza-rivier kregen ze niet meer te zien. Niet dat hen dat veel kon schelen, want in de mythische kracht van deze Russische ‘Rubicon’ geloofden ze al lang niet meer...Het enige wat de goelagslaven nog een beetje interesseerde was hoe ze in deze benarde situatie, zo dicht bij het moordende front, zouden kunnen overleven... Hun beslijkte lompen kregen nauwelijks de tijd om een beetje te drogen en reeds na drie dagen waren de eerste zware zieken er van uitputting bij neer gevallen. En alsof dat slopende titanenwerk in regen en sneeuw op zích nog niet genoeg doden eiste, kregen ze bij elke opklaring nog aanvallen van laagvliegende Duitse jachttoestellen te verduren, die hen genadeloos met bommen en boordwapens bestookten !

        Zelfs Steiner begon er de moed bij te verliezen :"Shlomo makker, ik geloof nooit dat we hier nog levend uit deze slijkpoel gaan geraken !..."”

 

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 202

                 Boekdeel B4.

 

Beslaat de periode van oktober ’41 tot december ’42 en gaat over kanonnenvlees, luidsprekers, een zigeunermoeder en een hoop amateurspionnen...

 

 

 

B44. DE ZONDVLOED GENAAMD "RASPOUTITZA".

 

           Vlucht naar Volokolamsk ,eind oktober '41.

 

          Hoewel de temperatuur voor een Russische winter nog uiterst zacht was, begon het tijdens de late namiddag plots fors te sneeuwen. In minder dan een uur werd het grauwe verzopen landschap met een proper wit laken bedekt, waarin de vers gedolven tankgracht met de duizenden grondwerkers een rechte zwarte kerf maakte.

           “" Sneeuw, verdomme !  Dàt mankeerde er nog aan ! "” sakkerde Steiner: ” "Bij de eerstvolgende opklaring zullen de bommenwerpers van de Luftwaffe niet lang moeten zoeken waar de zogenaamde Mozjajsk-linie ergens ligt !  Als een dikke zwarte lijn op een wit blad, dat valt op vanaf tien kilometer afstand !  Wat een rotland !" ”

 

          En op de koop toe: zolang het niet harder begon te vriezen, zou deze sneeuw de bodemloze brei, waar ze nu al een tiental dagen en nachten in ploeterden, nóg zompiger maken. Doch de veedrijvers in het kantonnement verwachtten de eerste week nog geen vorst van betekenis, en die mensen kénden de grillen van het plaatselijke klimaat...

Steiner en Shlomo hadden er juist hun shift van acht uur graven opzitten en konden nu even bekomen in het tochtige kerkje van Tokarevo. Vlug hun druipende beslijkte kleren uitwringen en pogen te drogen rond één van de vijf brasero’s die de vorst uit het hoge gewelf moesten weghouden...Marco had voor hun eten gezorgd uit de gaarkeuken: de man een schep warme maïspap met een reepje rundsvlees en een homp brood met zure haring...Zoiets werkte je machinaal naar binnen, liefst zonder er smaak in te zoeken. En ook al werd de honger er nauwelijks door verdreven, het was altijd dàt meegenomen...  

 

Door het afstompende labeur aan de tankgracht was Steiner de tel kwijtgeraakt, maar Shlomo beweerde dat het de 17de oktober was: inderdaad nog véél te vroeg om nu al écht te beginnen winteren, vond hij, zelfs voor Midden-Rusland...Hij zeurde nog wat door om de sombere stilte rond het vuur te doorbreken, maar de anderen luisterden nauwelijks...Op zijn eigen Poolse platteland, vervolgde hij, kampte de landbouw ook ieder jaar met de pest van de herfstregens, maar zíjn nationale ‘rasputitza’ verlamde het boerenleven niet zo drastisch als hier in Rusland blijkbaar het geval was...

 

         " ” En samen met de eerste sneeuw, zo rond 1 november, valt bij ons ook de winter binnen en maakt de harde vorst de wegen als bij toverslag plots weer berijdbaar.”.."

           Steiner schraapte z'’n keel :"“ Die oude veehoeder beweerde dat het regenseizoen hier ruim een maand aan een stuk duurt, en héél die tijd zit al het zwaar verkeer op het platteland volledig geblokkeerd...”

           Shlomo bleef maar sakkeren :"“ Ze doen hier ook niet veel moeite om die stilstand te verhelpen !  Bij ons in Polen gaat ondanks de regen het leven op het land gewoon door. Maar onze landwegen worden dan ook doorlopend onderhouden, ook al wordt daar bij ons ieder jaar opnieuw sterk over geklaagd. Zo zie je maar:  het kan altijd slechter dan je denkt !  En op een ànder is het niet altijd béter !" ”

          “" Alles is een kwestie van afwateren."” wist Steiner :" “ Ik heb jarenlang in de Belgische kolenmijnen getravakt, en zolang die gangen droog waren, leek de bodem wel van beton !  Maar zohaast de pompen stilvielen zakte je ook al rap tot je enkels in de smurrie...Hadden wij op ons gat blijven zitten, zoals die luiaards van Russen hier, dan waren we óók al lang in die mijnen verzopen !" ”

           Marco had zich tot nu toe nog niet met dit gewauwel bemoeid, maar vloog nu geërgerd uit:

           “ "Maar verdomme !  Ge moest blij zijn dat door de regen én die luie Russen alle  leven hier een maand stilligt !  Of is het jullie nog niet opgevallen dat de tanks van de Fritzen de laatste dagen geen meter dichterbij zijn gekomen ?! Denk je soms dat ze opeens geen goesting meer hebben om Moskou te veroveren ? Of is het misschien zó, dat hun nafttoevoer in het slijk is blijven steken, en dat de konvooien met hun munitie en hun freet ergens onderweg zijn vastgereden ?...We mogen verdomme onze handjes kussen als de échte vorst nog een week of twee uit blijft, zodat wij ons werk hier deftig kunnen afmaken ! ...”"

           "“ Jij hebt gemakkelijk spreken !" ” bromde Steiner :" “Wij verzuipen in die ijzige modder, terwijl jij lekker droog in de keuken werkt !  En daarbij, of onze tankgracht hier klaar komt of niét, zal aan de toestand geen snars veranderen: de moffen zullen er sowieso niet door gehinderd worden !  Vorige week zag je al zonneklaar dat ze weer van plan waren achter onze rug door te stoten en heel het boeltje als naar gewoonte aan de oostkant netjes te omsingelen !  Shlomo heeft onze vrees toen op gevaar van zijn leven duidelijk aan de politruk uitgelegd, maar die vertrouwde op de alwetende wijsheid van Vadertje Stalin !  Je zal wel zien: zohaast de vorst intreedt en de modder stijf bevroren raakt, stoten hun tanks achter onze rug netjes door naar het noorden, en zitten we vast in hun omsingeling !  Dan mogen wij het vergeten, makker ! ... Maar het is zinloos je daarover nog op te winden...”"

           Shlomo knikte bedrukt :"“ Daarbij, als het binnenkort écht begint te vriezen, is het sowieso gedaan met delven. Dan verandert in één nacht heel die zompige boel opeens in arduin waartegen we met onze spade niets meer kunnen uitrichten !" ”

          Steiner vatte hun noodlot nogmaals kernachtig samen :" Zoals ik kom te zeggen: als het één nacht deftig durft vriezen, dan rijden de Duitse tanks ons de volgende morgen vrolijk voorbij! ...Wat een rotleven ! ”"

 

           Zo’ 'n vaart liep het gelukkig niet. Het bleef kwakkelweer, met regen- en sneeuwbuien, en met af en toe een straaltje zon...Waarvan de vijandelijke vliegtuigen dan telkens ijverig gebruik maakten om hen in scheervlucht met de boordwapens te bestoken. In het verstrooide mierennest langs de tankgracht vielen steeds meer doden, die gewoon in de berm werden begraven...De zwaargekwetsten eisten méér verzorging, maar door onmacht en tijdsgebrek kon niemand hen die geven, waardoor ze meestal binnen het etmaal tóch stierven of ,– als het goelagslaven betrof ,– gewoon door de NKVD uit hun lijden werden geholpen...Tot diep afgrijzen van de Moskouse vrouwen uit de zogenaamd ‘vrijwillige’ arbeidscommando’s, die ondanks de totale uitputting tóch stug bleven voort scheppen...

 

          Plots, rond 20 oktober, hoorden ze aan het aanzwellend kanongebulder dat de Duitsers hun offensief hadden hervat. Het had in hun regio nochtans niet noemenswaard gevroren en de grond was indien mogelijk nog zompiger geworden door de aanhoudende afwisseling van sneeuw- en regenvlagen. De tankcolonnes zélf werden dus blijkbaar niet erg door de modder gehinderd, maar wél de vrachtwagens met de munitie en benzineaanvoer...Als de moffen vandaag hun offensief hadden hervat, waren ze er dus waarschijnlijk in gelukt hun bevoorradingscolonnes dóór het slijk tot bij de eerste lijn te slepen...

 

          Maar ook het Rode Leger had ondertussen haar front kunnen versterken met verse troepen en slaagde er blijkbaar in de Duitse opmars wat af te remmen. In Tokarevo wemelde het van het voetvolk en de soldaten schenen de relatieve luxe van zo'’n dorp erg te appreciëren. Toch wist iedereen dat dit slecht een uitstel van executie betekende: de meesten zouden de komende dagen sowieso door de vleesmolens van het front worden gedraaid en het ‘gezellige’ dorpje Tokarevo zou onherroepelijk worden platgebrand...Temeer daar Marco dié avonds in het kamp het gerucht opving dat de partijtop al de hoofdstad in paniek had ontruimd en er de ‘staat van beleg’ had uitgeroepen, met als naar gewoonte veel standrechtelijke liquidaties voor gevolg...Straks zou deze gevreesde terreur ook wel naar de frontregio overwaaien. De slaven van de goelag hoefden daar geen tekeningetje bij te krijgen: er was rottigheid op komst en zijzélf zouden de zwaarste klappen mogen incasseren...

  

          In de loop van de namiddag werden de werken plots gestaakt. Men fluisterde dat Mozjajsk gevallen was en dat de moffen hier ieder ogenblik konden verschijnen!  Iedereen moest zich klaar maken voor de terugtocht naar Volokolamsk

           Shlomo zuchtte :"Nu zie je hoe nutteloos onze onmenselijke inspanningen van de laatste veertien dagen zijn geweest. Ik heb gehoord dat de tanks van de moffen  ergens in het zuiden onze Mozjask-linie doorbroken hebben en dan met een scherpe bocht naar het noorden zonder veel moeite de grote baan Smolensk-Moskou zijn overgestoken !  En natuurlijk gaan ze, zoals ik het aan de politruk heb voorspeld, als naar gewoonte wéér langs de àchterkant van ons moeizaam opgeworpen verdedigingsstelsel naar het noorden stormen, net zoals ze voordien bij Vjasma hebben gedaan !  Met andere woorden: mooi evenwijdig mét, maar juist àchter onze verdomde tankgracht ! Dat kon het kleinste kind voorzien, maar voor die geborneerde Ruskies was dat waarschijnlijk té hoog gegrepen ! Vraag is nu wat er met ons gaat gebeuren, want natuurlijk rollen de moffen binnen een paar dagen zónder meer onze onneembaar verklaarde Mojajsk-linie langs de mystieke Ruzarivier op, even makkelijk als een topograaf zijn lintmeter ! ...Nu onze politruk dat dan eindelijk schijnt te begrijpen, vraag ik mij af wat ze verder met ons van plan zijn...”"

          Wat het noodlot voor hen in petto had, vertelde de politruk hen nog dezelfde avond: morgenvroeg werden alle werkkrachten van de tankgracht op transport gezet in de richting van de grote stad Volokolamsk, een kleine dertig kilometer meer naar het noorden. ‘Op transport gezet’ betekende natuurlijk weer één of twee dagmarsen te-poot!  De vrouwenbataljons van Moskou zouden dààr ingezet worden om de verdedigingswerken te helpen versterken op de steenweg tussen dit industrieel centrum en de hoofdstad. Maar op alle mannelijke arbeidskrachten werd beroep gedaan zich vrijwillig in te lijven bij het Rode Leger, want het vaderland was in hoge nood !  Dus dat sloeg óók op alle Russen uit de diverse goelags, hier ter plaatse, die daarmee de kwijtschelding van hun straf konden bekomen...De gevangenen van vreemde nationaliteit ,– '’t is te zeggen het gros van Steiners goelag ,konden normaal niet van deze gunstmaatregel ‘genieten’...Maar wie zich tóch geroepen voelde, mocht zich bij de politruk melden: die zou daar dan wel een goed woordje voor hen doen...

           Verbijstering alom, natuurlijk !  Vadertje Stalin, die hen in volle willekeur en om politieke redenen met een ongekende wreedheid tot jarenlange slavernij had veroordeeld, bleek hen nu plots te kunnen gebruiken als vulgair kanonnenvlees!  Van een gunst gesproken, zeg !

              Steiners vrienden moesten over dit zotte voorstel niet lang debatteren. Tijdens het morgenappèl kreeg de politruk dan ook nul op het rekwest. Onnodig te zeggen dat meneertje daar niet bijster gelukkig mee was...

 

De haastige aftocht van hun goelag uit het kamp van Tokarevo langs de stukgereden weg naar Volokolamsk, leek in niéts op hun ontruiming van de kolchoze, drie weken geleden!  Dié waren ze toen gestart met frisse moed bij mooi herfstweer, als een pastorale wandeling door bos en heide, midden rijpe maïsvelden...Maar nu strompelden ze onder de ijzige regenvlagen door de sneeuwblubber uitgeput voort, met niets dan natte beslijkte lompen aan hun lijf. En ditmaal waren ze allesbehalve alléén!  Buiten de duizenden slaven van de àndere goelags leek ook het Rode Leger terug te wijken richting Volokolamsk en mochten de gevangenen regelmatig een handje toesteken om vastgereden paardenkarren en vrachtwagens uit de modder los te trekken. Zo schoten ze natuurlijk nauwelijks op...Soms kregen ze opnieuw zicht op de eindeloze tankgracht die echter in de terreinzonken reeds half vol regenwater stond...Hun kanaal van Suez...

Steiner maakte tegen Shlomo de sombere bedenking dat hun verzopen ‘Egyptisch bouwsel’ bij de eerste felle vorst volledig dicht zou vriezen en, zeker op deze overstroomde plaatsen, als tankversperring totaal waardeloos was...

Waarop de Poolse professor slechts schokschouderend zuchtte: "Ik heb het toch gezegd !” Quid hoc demonstrandum...”"

Steiner vroeg hem niet wat hij met deze latijnse slagzin bedoelde.  Alles was nutteloos ...

 

            Onze vrienden zijn nooit tot in Volokolamsk geraakt. Na drie dagen ploeteren in dit hondenweer bleven ze in volle verwarring van het terugwijkende leger versuft achter op een godvergeten goederenstationnetje midden in de witte steppe, ver ten zuid-oosten van de grote stad. Eindelijk hadden ze op de laadkaaien weer vaste grond onder de voeten en waren ze van het slijk verlost. Onderweg hadden ze wel nog een tiental lotgenoten verloren door uitputting, afgemaakt door de schietgrage bewakers of gevallen onder het vuur van de overscherende vijandelijke vliegtuigen...

             Later bleek de negorij waar ze een onderkomen hadden gevonden "‘Platforma Dubosekovo"’ te heten, een overslagplaats langs de spoorlijn naar Moskou voor dennebomen en suikerbieten waarvan er tussen de rangeerrails nog grote hopen onder de sneeuw waren achtergebleven. Het onooglijke bakstenen kantoortje van de lokale stationchef werd zonder veel omhaal opgeëist door de politruk die er zich installeerde met zijn sectie NKVD soldaten. Op het zijspoor stonden zes lege gesloten goederenwagons waarin de dwangarbeiders hun intrek namen. Naar Russische gewoonte lagen hèr en dèr een paar verroeste brasero’s en met het dennenhout ,gesmolten sneeuw en geroosterde suikerbieten wist het goelag er vlug een gezellige boel van te maken. Voorlopig zaten ze met een volle maag warm en droog in hun wagons rond hun roodgloeiende vuurkorven en waren ze weer gered van de zondvloed!

 

            Wat er morgen zou komen kon niemand zich aantrekken. Veel slechter dan gisteren kon het sowieso niet worden ! Dachten ze...

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 203

B44B:   

EINDSTATION VOLOKOLAMSK...                           

 

Door de groeiende Russische weerstand op het centrale front richting Moskou ,splitste Hitler op 14/8/'41 zijn hoofdinspanning in een noordelijke (Leningrad) en een zuidelijke (Rostov) as. Maar omdat het offensief richting Zee van Azov zo vlot verliep, veranderde Hitler op 1/10 nogmaals van mening en liet een paar divisies van de zuidelijke as naar het centrale front afzwenken : hij wilde nu toch Moskou veroveren vóór de winter intrad. 

Het was evenwel te laat. De regens hadden op het centrale front alle wegen veranderd in immense slijkpoelen. En ook al trachtten de tanklegers tijdens aanhoudende zware gevechten langzaam maar zeker de hoofdstad vanuit het noorden en het zuiden te omsingelen, de bevoorrading van deze offensieven bleef in de "Raspoetitza" steken. De vorst trad dan weer vroeg in met zware sneeuwstormen en bij de Duitsers was man noch paard of materiaal daartegen bestand: ze bevroren ter plaatse, ook al stonden ze uiteindelijk nog slechts op een boogscheut van het Kremlin.

Op 15/11 werd de Duitse opmars langs de steenweg van Volokolamsk naar Moskou op 140 km van de hoofdstad een eerste maal afgeremd door haastig opgetrommelde fabrieksmilities, maar bij gebrek aan voldoende wapens moest dit "rood kanonnenvlees" toch nog voor een paar Duitse tanks wijken. 

Deze doorbraak veroorzaakte de volgende dag (16/11) in Moskou  een golf van paniek en in de daarop volgende week namen alle partij-instanties hals over kop de benen. Enkel de bewindstop bleef op post en vorderde de Moskovieten op in alle haast nog vier verdedigingslinies ten westen van de stad aan te leggen, waarvan de laatste zelfs over de binnenboulevards liep. Daar kon Stalin de eerste verse Siberische versterkingen in de strijd werpen. De burgers werden aangemaand om dienst te nemen in "communistische bataljons" om hun hoofdstad te redden, maar slecht 12.000 man liet zich nog pramen. Het gros van de bevolking sloeg op de vlucht in een stormloop naar de spoorwegstations en de oostelijke uitvalswegen.

Op 20/11 doorbraken de Duitsers langs de steenweg Volokolamsk-Moskou de eerste verdedigingsgordel op 90 km van het Kremlin. Veertien dagen later vielen ze met hun laatste reserves de tweede gordel aan, op 30 km ten noordwesten van Moskou. Maar deze hield ondanks verwoede doorbraakpogingen stand. Nu barstte de gevreesde Siberische winter pas écht los ,met nachtvorst van min 40° celcius ! Even zagen de Duitse soldaten in de verte de torens van het Kremlin. Dichter bij de hoofdstad zouden ze nooit geraken: alle motoren bevroren ter plaatse en de totaal uitgeputte trekpaarden van de bevoorradingscolonnes stierven in de modderpoelen ,staande in het gareel.

Nu kon Hitler zijn vriend Mussolini wel vervloeken: door diens schuldige losbolligheid was in het voorjaar één volle maand verloren gegaan met de nutteloze veldtochten in de Balkan, één maand die de Führer nu tekort kwam om nog vóór de winter het Kremlin te veroveren.

Voor Hitler was Volokolamsk dus het einde van zijn dromen omdat zijn opmars naar Moskou dààr voor het eerst 48 uren werd afgestopt. Zijn tankspitsen vorderden nà de val van deze stad in de volgende twintig dagen nog moeizaam tot op achttien kilometer van de hoofdstad. Ach, zal je zeggen , zij verloren bij Volokolamsk, door de verbeten weerstand van uitgeputte Sovjettroepen slechts twee dagen. Maar deze twee dramatische dagen kwamen zij tekort om tijdig in de stad binnen te dringen en er in de 'warme' huizen beschutting te vinden tegen de bloedstollende opmars van GENERAAL WINTER. Door deze twee verloren dagen bevroren ze nu ter plaatse midden de sneeuwstormen in de verijsde toendra.  

                              Deze laatste kans was nu verkeken: twee weken later werden de uitgeputte         Duitsers door verse Siberische troepen 100 km. achteruit geworpen en was Volokolamsk weer in sovjethanden. En daar bleef het niet bij. Nog vóór Kerstmis stortte heel het centrale Duitse front in tussen Volokolamsk en de Zee van Azov.
                 Deze terugtocht sloeg al vlug om in een vlucht naar de winterstellingen, 200 km meer naar het westen ,waar de "Rode Pletrol" pas op 1/2/42 eindelijk tot             stilstand kwam.

                                        


Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 204

B45.     KANONNENVLEES.

Platforma Dubosekovo,  november '41.

Tijdens de nacht werd het steeds drukker op het stationnetje: van god-weet-waar sijpelden aanhoudend rumoerige fronttroepen binnen die blijkbaar verderop langs de spoorlijn in stelling zouden gaan. Af en toe dachten groepjes afgepeigerde soldaten in de "verwarmde"goederenwagons van de goelagslaven te kunnen overnachten, maar Steiners lotgenoten konden hen steeds door luid protest van het lijf houden ! Tegen de morgen tuften er zelfs tweemaal een trein voorbij, richting Moskou, maar zonder te stoppen... Allemaal gewonden, naar men fluisterde...Doch Shlomo veronderstelde kwaadaardig dat het om vluchtende partijmandatarissen ging met hun familie...Hoe dan ook, van een verkwikkende nachtrust kon je moeilijk spreken !

Daarbij vroor het dat het kraakte, en heel de nacht moesten ze in hun goederenwagon de brasero opstoken om de temperatuur draaglijk te houden...

Toen rond acht uur, bij de grauwe ijskoude dageraad, in de luwte van het stationgebouwtje appel werd gehouden,  bleek dat ze nog met vierenzestig man in de rangen stonden. Vijf waren doodziek in de wagons achtergebleven, en het hing helemaal van de NKVD-sergeant af of die vanavond al dan niet "‘opgeruimd"’ zouden worden...Vierenzestig nog over, dacht Steiner, waarvan de helft uitgemergeld stond te hoesten als een bende teringlijders. Wat ze misschien ook wàren. Dat was alles wat overbleef van de honderd man bij het ontruimen van de Vjasma-kolchoze, een maand geleden... Dat grapje aan de zogenaamde ‘onneembare Ruza-vesting’keten had een derde van hun effectief gekost, zónder ook maar énig nut op te leveren voor de verdediging van de hoofdstad...

Vooraleer ze bij het morgen-appèl, als naar gewoonte, de opsplitsing van hun groep volgens het 'Heilige’ Werkplan' toegeschreeuwd zouden krijgen, verscheen naast de politruk op de hoge pui van het kantoortje een officier van het Rode Leger. Een blaaskaak met een hitlersnor en luxe-bontmuts. Niet erg groot van was, maar toch een héle piet, zo te zien aan de vele medailles op zijn tuniekvest en de met pels gevoerde kapootjas die losjes over zijn schouders hing. Twee lagere officieren dekten hem in de rug. Zo'’n hoog bezoek voorspelde nooit veel goeds, wisten ze uit hun jarenlange ondervinding ! De politruk liet hen wegens de koude wind niet nodeloos wachten. Hij beval het gelid te verbreken en riep de mannen toe rond de pui te verzamelen: "”Honden, aandacht Dei! De commandant van de 316e Proletarische Fuseliersdivisie, Kameraad-Generaal Ivan Panfilov spreekt !" ”(zie wikepedia)

Deze viel onmiddellijk met de deur in huis: ” "Mijn divisie verdedigt de frontsector Volokolamsk tegen de agressie van de fascistische horden. Maar de vorige week zag ik veel van mijn heldhaftige soldaten sneuvelen aan de Ruza-rivier. Als ik mijn dwingende opdracht, namelijk onze heilige hoofdstad vrijwaren van dat Duits gespuis,  tot een goed einde kan brengen, zal ik dat danken aan de toevloed van nieuwe strijders die de opengevallen plaats in onze rangen willen bezetten!  Ik reken op u !" ”...Domme omhooggevallen marionnet ,om het over "Duits gespuis" te hebben tegen een mogelijke werfreserve die voor een kwart uit veroordeelde Duitsers bestond !

Het plotse onrustige gemor van de gevangenen kon hem moeilijk ontgaan, want hij haakte onmiddellijk met zijn hersenloze voortvarendheid in :" Ik ken uw specifieke toestand: gevangenen van de NKVD, minstens veroordeeld tot tien jaar werkkamp!  Daarom zeg ik, Ivan Panfilov: ” Iedereen die onder mijn glorierijk vaandel de wapens opneemt tegen de fascistische indringer heeft geen belastend verleden meer! De veroordelingen worden uitgewist en hij start een nieuw leven!  Ge hebt één uur om te beslissen!  Wie niét verkiest vrijwillig  dienst te nemen als sovjetsoldaat, wordt zoals voorheen gedwongen ingezet in mijn sector als non-combattant,  echter zonder uitwissing van zijn straf...Ik betwijfel echter of de Duitse kanonnen straks met dat onderscheid in statuut rekening zullen willen houden...Uw bedenktijd gaat nu in!”"

Leuke jongen. Hij salueerde vaderlijk - iéts te familiair - ,keerde om naar binnen en dàt was dàt !

Maar wàt een smeerlap ! Dat bijna niemand van het goelag de Russische nationaliteit bezat, lapte die vent blijkbaar glorieus aan zijn laars !  Van een keus gesproken, zeg !  Het ‘nieuw leven‘ dat hij hen beloofde, riskeerde van zéér korte duur te zijn !  Maar als ze weigerden als kanonnenvlees te vechten, stonden hen als non-combatanten in tweede lijn bij de komende beschietingen inderdaad dezelfde gevaren te wachten als de soldaten aan het front...De pest of de cholera, dat was de enige keuze die ze kregen, want wie uit de gevechtszone wegliep werd sowieso als deserteur door de NKVD neergekogeld !  Terwijl, als ze vochten voor het vege lijf én het overleefden, zou het hen tenminste làter de vrijheid opleveren...Maar ja, wàt was ‘làter’ ? En wat was "Vrijheid" ?...En kón die mongoolse brulaap zomaar gerechtelijke veroordelingen uitwissen ? Wie zei hij weer dat hij was ? Generaal Pannekoek of zoiets ? Kent iemand die gast ? En heeft iemand de kentekens van zijn graad gezien ? Met een beetje show kon de eerste de beste sabelsleper zich wel voor generaal uitgeven, hé ! ...Hij commandeerde zogenaamd een divisie infanteristen, maar kon hij daarmee de Duitsers stoppen ? Een divisie, wat stelde dat voor ? Hoeveel man was dat ?

Shlomo schokschouderde even :"Op volle sterkte: tussen de tien en de vijftienduizend man, schat ik...Maar dat is toch gemakkelijk na te rekenen: een compagnie is zo'’n honderdtwintig man sterk, een bataljon is drie compagnies: zegge vierhonderd man...Een regiment heeft normaal drie bataljons, maakt twaalfhonderd... Een  brigade is meestal drie regimenten: dus drieduizend zeshonderd...En drie brigades in één divisie: samen een dikke tienduizend man...Op volle sterkte ,wel te verstaan ,en zonder rekening te houden met mogelijk 50% verliezen...Maar àndere divisies zijn opgebouwd op een viervoudige piramide en dan kom je tot een getalsterkte van ongeveer een vijftienduizend..."”

Marco sneerde :" ” Die paljas denkt dat wij debiel zijn, zeker ? Als hij de helft van zijn troepen verloor aan de Ruza, dan zoekt hij dus minstens vijf à zesduizend man versterking !  Hier heeft hij ongeveer twee uur verloren om maximum zestig man te oogsten. Als hij met zijn circus alle goelags in zijn sector afdweilt, kost hem dat honderd uren, zegge een volle werkweek ! Welke generaal,  die tienduizend soldaten moet leiden in een moordende veldslag, kan zich zo'’n uitstapjes permitteren als de vijand "volle-petrol" op zijn frontlijn komt aanstormen ?! Die vent is volledig de pedalen kwijt !  Of, zoals je al zei, is hij helemaal die generaal Pannekoek niet !  Negen kansen op tien heeft die er gewoon een toneelgezelschap op uitgestuurd om een bende onnozelaars in te lijven bij zijn divisie. Alle valse beloften zijn goed voor het beoogde doel !  En aangezien alle nieuwe rekruten waarschijnlijk tóch gaan sneuvelen nog vóór hen ooit soldij moet betaald worden, riskeert hij niet bij heel veel  overlevenden de straffen uit te moeten wissen !  En zéker niet als hij tijdens of nà de verloren veldslag zelf zou ‘verdwijnen’...Divisie-commandant bij het Rode Leger zijn is tegenwoordig een gevaarlijk beroep, vooral als hij de aftocht moet blazen !  Dat hebben wij in Spanje ook gezien bij onze glorierijke ‘Internationale Brigades’: Officieren met een bliksemcarrière eindigden vroeg of laat tegen de muur...met vijf gaten in hun pels"”  

"“ Akkoord "“ zei Shlomo : "” Veel ijzersterke garanties houdt het voorstel van die zogenoemde generaal niet in... Temeer dat ik hem wél heb horen zeggen dat ik als vrijwilliger in zijn divisie ‘geen belastend verléden’ meer zou hebben, maar over mijn glorierijke toekomst sprak hij met geen woord !  Als Poolse jood heb ik daarmee leren leven: iederéén wil sowieso van mij af, vandaag misschien de NKVD, maar morgen zéker de nazi’s. Als ik mijn dood zelf mag kiezen, val ik liever nù met een geweer in de vuist tijdens een gevecht tegen de moffen, dan làter te verhongeren in een getto of een concentratiekamp ! ... Tenzij één van de heren hier een beter voorstel op tafel legt, kies ik vóór die meneer Pannekoek...”"

Steiner knikte :"“ Ik doe ook mee !  Zéker niét met volle goesting ,maar toch...En jij Marco?”"

Die zat te schuddebollen :"Ik heb in Spanje drie jaar lang mijn leven op het spel gezet voor de goede zaak en wat gaven die schurftige Stalinisten mij als waardering? Tien jaar dwangarbeid, verdomme !  En nu zou ik hen met blote borst moeten beschermen tegen de aanstormende tanks van de nazi’s ?! Tanks, notabene, waarvoor zij met hun stomme kop zélf het staal aan de Duitsers hebben geleverd en die zo goed blijken te zijn dat zij die nu zélf al maandenlang met hun zwaarste wapens niet konden tegenhouden ! En die zouden wij nu moeten stoppen met een geweer en wat granaten ? Want je hebt toch ook gezien hé dat die fuseliersdivisie van Chef Pannekoek, qua kanonnen, enkel wat versleten proppenschieters bezit, even ouderwets als de onze in Spanje...Dat die geen Duitse pantsers gaan afschieten is toch duidelijk hé, of niet soms ? Neen, zolang ze mij geen deftig antitank kanon in m'’n poten geven doe ik aan die klucht niet meer mee !  Ik heb lang genoeg de clown uitgehangen: het is voor mij nu de hoogste tijd om een beetje volwassen te worden, vind je ook niet ?! Mij moeten ze vanaf nu voor ‘de goede zaak’ niks meer vragen ,en zéker mijn bloed niet : ”Salut fiston, moi j’'ai déjà donné ! »

Maar Steiner was duidelijk niet meer van plan nog langer voor zijn vriend op te draven: ” "Bon, ieder zijn gedacht, al zouden we natuurlijk béter voor elkaar kunnen zorgen als we bijeen bleven...Maar Pannekoek laat ons niet veel keus: het is ofwel soldaatje spelen, ofwel verder slavenlabeur verrichten...Maar ik betwijfel eerlijk gezegd écht of je dat laatste nog wel aankan, Marco...Want vergeet niet dat je al twee jaar in onze goelag steeds een mooi beschermd postje hebt gekregen, en feitelijk nooit het zware werk hebt moeten verrichten...Denk goed na, hé man, want je staat op een tweesprong: als onze wegen hier scheiden, sta je er helemaal alleen voor...”"

“" Doe niet zo idioot, Rudi!  We gaan die klucht hier waarschijnlijk tóch niet lang overleven, jij niet met je geweer en ik nog minder met mijn spade ! Indien Pannekoek mij géén keus had gelaten en mij verplícht had voor hem soldaatje te spelen, zou ik mij misschien nog eens 100% ingezet hebben, enkel en alleen voor de lol om nog eens een fascist te laten creperen !  Maar mij vrijwillig opgeven om die smeerlappen van Stalinisten uit het slop te helpen, nadat ze mij al twee jaar in m'’n smoel hebben gespuwd ? Met nog acht jaar te gaan ? Jamais, mon amie !  Nietjuwo !" ”

Hun afscheid van Marco verliep kort en zonder sentimenteel gedoe. Ze gaven hem hun reserve ondergoed, krantenpapier en maïsblaren: bij ‘de troep’ zouden ze wel een nieuwe voorraad krijgen. Een knoestige handdruk en een schouderklop tot besluit, en daarmee basta !  Tóch kreeg Steiner waterogen toen hij zijn bloedbroeder traag in de sneeuwstorm zag verdwijnen...

Een uur later stond de politruk in de kolenloods te schuilen met zijn zielige ‘krijgsmacht’ van een kleine dertig schooiers. De norse NKVD-sergeant noteerde hun personalia en hun vroegere militaire bagage: waar ze legerdienst hadden verricht en tot welke graad zij het hadden geschopt, of ze al ooit onder vuur hadden gelegen en met welke wapens zij vertrouwd waren...Steiner, met zijn jaar als peletonchef bij de 14e Internationale Brigade in de Spaanse burgeroorlog, werd meteen opzij geroepen door de politruk. Of hij een goed lid geweest was van de communistische partij ? Neen ?...Wat zei je:  Anarchist ?! Wat moest dàt verdomme voorstellen ?!

Steiner haalde grimmig de schouders op: “ "Niks, als ge nu ziet wat ik van mijn utopische wereldrevolutie terecht heb gebracht...Maar dat is lang geleden... Sindsdien ben ik nog van àlles geweest ,dat ik geen moeite meer doe er iets van te begrijpen...Van àlles, maar géén communist, neen...Hier noemen ze mij een Trotskistisch Varken, Deviationistisch Zwijn, Fascistische Spion van de Judeo-kapitalisten...Als ik u dààrmee kan dienen ?"”

Zo'’n sarcastisch antwoord zou hem vroeger de kop gekost hebben, maar door de zwakke opstelling van de officier had hij zich even laten gaan. En schijnbaar kwam hij er nu ook nog zonder kleerscheuren onderuit.

“ "Ja-ja, al goed ! ” bromde de politruk geërgerd:  ”Maar als ex-brigadist heb je in Spanje toch al tegen de Duitse fascisten gevochten, hé !" ”

“" Neen, maar wél tegen de Moorse Franquisten en de Baskische falangisten...En ook nog een paar weken tegen de Italiaanse Bersaglièri, als dat u iets zegt...En tegen nog heel wat àndere bruin-zwarte honden met een verdachte stamboom. Teveel om op te noemen, feitelijk..."”

“ "Akkoord, maar toch altijd langs de kant van onze heldhaftige Russische troepen !" ”

“ "In Spanje ?! Neen, dàt soort Russen heb ik aan de Ebro niet gezien!  Wél de schurken van de SIM en de Tchjeka, die af en toe een paar kameraden kwamen fusilleren in naam van Tovaritch Stalin en het Grote Gelijk van de Partij, als ge begrijpt wat ik bedoel...En, met alle respect, erg heldhaftig hebben wij in Spanje deze landgenoten van u nooit gevonden, neen..."”

Nu vond de politruk het blijkbaar genoeg geweest:

“ "Zeg hond!  Nog één sneer op de Grote Stalin en de Partij en ge vliegt terug naar de goelag, verstaan ?!”"

Steiner stak kalmerend de hand op: ”"Gospodin Politruk, geef mij een geweer en ik zal de fascistische varkens die uw vaderland zijn binnengevallen uit alle macht bestrijden !  Het zijn reeds jarenlang mijn vijanden !" ”

De officier kalmeerde wat en knikte toen goedkeurend: ”" Schurftige Varkens, ja ! "”

Steiner kon deze komedie niet langer verdragen en brak los: ”" Maar vergeet daarbij niet, Gospodin Politruk , dat deze schurftige fascistenvarkens tot voor kort ùw bondgenoten waren, waarmee gij verraderlijk mijn vrienden uit Polen hebt overrompeld !  En aan wie ik en mijn makkers uit de goelag op uw bevel twee jaar aan een stuk graan en staal hebben moeten geleverd tot wij er bij neervielen, letterlijk !  En dat gij drie van mijn makkers, die dit verraad niet langer wilden slikken, hebt laten ophangen ! ...”"

Hoewel deze discussie niet op luide toon werd gevoerd, begonnen toch steeds meer mannen geïnteresseerd mee te luisteren en instemmend te knikken. Dit maakte de Rus pas echt kwaad: ”" Hond !  Hoe durft ge !  Ik had er toen méér moeten ophangen, zie ik !  Gij zijt in elk geval niet waard het uniform van het Rode Leger te dragen ! ... Sergeant, schrap hem van de lijst !" ”

Maar deze trok bedenkelijk de wenkbrauwen op :" ” Als ik er tovaritch Luitenant aan mag herinneren dat de orders van de divisie duidelijk zijn: wij moeten veertig vrijwilligers inlijven! Voor het ogenblik heb ik er op mijn lijst achtentwintig...Met de schooiers die nog in de goelag achterblijven geraak ik niet aan de opgelegde norm, verre van zelfs !" ...”

Méér moest daar niet aan worden toegevoegd:"’De Opgelegde Norm"’ was het toverwoord waar àlles voor moest buigen...Dus ook de politruk, die plots bedaarde en verveeld de schouders optrok... Waarop de NKVD- sergeant met een brede glimlach Rudi Steiner naar het gelid van de “uitverkorenen” verwees...

Even nadien trok Shlomo Stavinski, professor Internationaal Recht aan de universiteit van Lemberg (Lvov) het zelfde lot... 

In de late morgen was er een trein langsgekomen die op het perron een massa zakken en kisten voor het 316e had achtergelaten, vooral mondvoorraad en munitie, maar ook wapens en uitrusting voor de rekruten. Tegen de valavond zat het peloton vrijwilligers, deftig gevoederd en met propere uniformen aan, goed beschut in de kolenloods hun geweer te ontvetten. Tot een stuk in de nacht kregen ze van twee Kazakse veteranen tekst en uitleg over allerlei wapens, mijnen en handgranaten. Maar al vlug bleek dat de Kazakken geen deftig Russisch spraken en nog minder Duits, zo'’n beetje de voertaal in de goelag. Zonder zich echt op te dringen nam Steiner geleidelijk de lessen over, omdat hij de meeste wapentuigen nog kende uit zijn Spaanse tijd en die er ondertussen niet moderner op waren geworden...

Eén monstergeweer kende hij niét: een ‘spuit’ van twaalf kilo met een belachelijk lange loop, alles samen een ‘ding’ van over de twee meter !  Volgens de Kazakken kon je met de bijhorende buitenmaatse geweerkogel van op driehonderd voet de looprups van een tank breken !  En op tweehonderd voet dwars door de zijpantsering van een Duitse tank schieten...Maar de schutter moest wel stevig van bouw zijn, want de terugslag was énorm !  En die twee mongolen lachten hun rotte tanden bloot, alsof het om een kermisattractie ging !  

Steiner begreep onmiddellijk wat er aan het gebruik van dat wapen scheelde: een tank tot op tweehonderd voet ,zegge een zestig meter, – laten naderen om door de ZIJpantsering te kunnen schieten, betekende in feite dat je moest wachten tot dat monster je stelling voorbij reed !  Prima voor straatgevechten, natuurlijk: tanks beschieten vanuit een venster op de tweede verdieping was inderdaad een kermisattractie !  Maar vanuit een putje in open veld leek dat toch pure zelfmoord, niet waar ?...Dan lagen bundels handgranaten en Molotovcocktails toch meer voor de hand, zou je zeggen ?

Shlomo bracht hem met beide voeten terug op de grond. Met zo'’n geweer lag je immers beschermd in een stelling en vernielde je een tank van op tweehonderd voet AFSTAND, okee ? En zo kon je er misschien twee of drie raken vooraleer ze je in de gaten kregen...En zelfs dàn nog was het misschien mogelijk langs de spoordijk weg te vluchten...Terwijl je met hàndgranaten of benzinebommen zo’'n stalen monster ongedekt moest naderen tot minder dan werpafstand...Dàt was pas pure waanzin, een ware heldendaad die je in héél je leven slechts éénmaal zal lukken !

Steiner bromde: "” Heel die rotzooi heeft één groot voordeel: het beloofd een korte veldtocht te worden ! ”"

De volgende morgen leek het front nog geen meter dichterbij gekomen, en dus marcheerden ze een eind langs de spoorlijn voor hun eerste praktijklessen in het schieten. Het viel Steiner op dat de spoordijk bij het stationnetje ruim vier meter boven het zacht golvende landschap uitstak, maar een kilometer verder nog nauwelijks één meter...Als tankversperring niet erg bruikbaar, dacht hij ;als oefenschietstand daarentegen lag die ideaal. En aangezien ze vroeger allemaal in militaire dienst waren geweest, vonden ze dat schijfschieten een aangenaam tijdverdrijf, ondanks de sneeuwbuien en de koude oostenwind...Nu ze een geweer in de vuist klemden, kon ook het langzaam luider klinkende kanongedonder hun goede stemming niet bederven. Ze vraten daarenboven 's avonds hun pens vol en sliepen in een verwarmd bijgebouwtje van het "station": méér moest dat niet zijn...De politruk bleek daarenboven helemaal niet haatdragend en stelde Steiner aan tot zijn pelotons-adjunct. Of was dat soms een vergiftigd cadeau ?...

Dit luilekker leventje hielden ze nog drie dagen vol, al merkten ze natuurlijk dat er door de voortdurende vorst weer beweging kwam in de frontlijn. De korst bevroren modder werd steeds steviger en beter begaanbaar, dus konden de Duitse tankspitsen ieder ogenblik in de verte om de hoek van het bos komen gluren !  Ze zagen hoe de Kazakken in de strook van een paar honderd meter vóór de spoordijk overal antitankmijnen ingroeven om de gevreesde stormloop van de vijandelijke aanvalsspitsen af te remmen. En in het bosje àchter hen was zo'’n ouderwetse batterij veldartillerie in stelling gegaan...Veel zou het wel niet helpen, al gaf het toch wat diepte aan hun verdedigingsstelsel. Tijdens de zeldzame opklaringen kregen ze ook regelmatig beangstigende aanvallen van de Luftwaffe over zich heen: gillende Stuka’s in duikvlucht en jachtvliegtuigen met vuurbrakende boordwapens...

Die Stuka’s had hij in Spanje nooit meegemaakt, en daarom was het hier wel even wennen. Zo'’n monster duikt met een oorverdovende sirene als een reusachtige arend recht naar beneden op zijn doel af. Kort vooraleer hij schijnt neer te storten lost hij een paar bommen en trekt dan weer op, jubbelend boven het snerpend fluiten van zijn neerijlende ‘eieren’...Deze eerste echte kennismaking met de vijand was voor Steiner een helse belevenis, alsof de wereld plots bevroor. Zijn lijf versteef, iedere zenuw, iedere spier tot het uiterste gespannen in afwachting van de vernietigende schok. Tijdens die paar tijdloze seconden scheen het verpletterend gehuil alle leven naar zijn darmen te draineren !

 Maar zohaast de bommen waren ingeslagen bleek heel die show louter bangmakerij, want al dat lawaaierig gedoe veroorzaakte weinig schade, buiten hier en daar wat omhoog gekrulde rails en een paar diepe bomtrechters in het rangeeremplacement. Die waren achteraf bekeken zelfs zeer welkom. Want die diepe putten konden nu met weinig inspanning omgevormd worden tot schutterskuilen en stellingen voor de zware wapens, terwijl zijzelf met schop en pikhouweel anders nog nauwelijks door de bevroren slijkkorst zouden geraken.

Enkel de vluchtelingenstroom op de landweg achter de spoordijk werd door zo'’n luchtaanval danig verstoord, omdat het vee dat door die boerinnen werd voort gedreven telkens in paniek op hol sloeg. De Kazakken en de NKVD soldaten maakten daar korte metten mee: een paar schoten en de koks hadden weer voldoende vlees voor een hartige goulash, terwijl die wenende boerewijven al blij mochten zijn dat ze van die last waren bevrijd !

Het leventje op de spoordijkstelling verliep voor de rest tot ieders tevredenheid. Tot op de middag van 14. november, in volle sneeuwstorm, de eerste artilleriegranaat insloeg vlak naast het stationnetje van Platforma Dubosekovo. Nu werd het ernstig, want ‘ze’ wisten hen dus zitten...Maar ondertussen had de trein iedere nacht nog allerlei versterkingen aangevoerd en begon de spoordijk inderdaad op een echte verdedigingslinie te lijken, met luistervinken aan de verre bosrand, voorposten op vijfhonderd meter, telefoonlijnen tussen de stellingen onder de rails en een echte verbandplaats in een bunker achterin een ravijntje...

Het spel kon beginnen.

En het begon inderdaad !

Tegen de avond kregen ze een aftastend bezoek van een Duitse verkenningspantser die om onbekende reden op een halve kilometer voor de spoordijk plots in brand vloog, ook al had er van Steiners peloton op die afstand nog niemand een schot gelost...Misschien getroffen door een voorpost van de Kazakken, of op een mijn gereden die de buren daar gelegd hadden ? Tijdens de nacht ging een Russische patrouille daar eens wat rondsnuffelen, maar werd blijkbaar ook niet veel wijzer aangezien er geen lijken werden gevonden...De politruk liet dan maar het oppeppend gerucht rondgaan dat inderdaad een heldhaftige Kazakse voorpost van de nevenliggende compagnie deze pantserwagen met een benzinebom had uitgeschakeld. Wat dus volgens de jonge officier bewees dat je met een béétje lef zo'’n beangstigende stalen kist mak-ke-lijk aankon !

Steiner geloofde geen woord van dit verhaaltje, maar hield de kiezen op elkaar. Doch toen de luitenant in zijn geestdrift iedereen heel de nacht op ‘verhoogd alarm’ wou zetten, kon hij de officier overtuigen het peloton liever te laten maffen en het te houden op “dubbele schildwachten”. Een slimme zet waarmee hij op slag het volle vertrouwen van al ‘zijn mannen’ verwierf...

Nog vóór dit eerste treffen had Steiner gemerkt dat Luitenant Kolkov, zijn politruk, geen flauw benul had van een tactische verdediging en nog minder van een zinvolle opstelling van de zware wapens in de frontlijn van hun peloton. Als politiek commissaris was de man wel bevoegd voor het moreel van de troep, maar moest normaal de leiding van het gevecht overlaten aan een officier van het Rode Leger. Die bestond niet in hun peloton, en de enige in de groep met voldoende militaire bagage en talenkennis was Steiner...

Nog tijdens de nacht kregen ze bezoek van een onderluitenantje van de bataljonsstaf. Die maakte korte metten  met deze verwarring en stelde Steiner officieel aan als pelotonschef, terwijl politruk Kolkov zou instaan voor de verbinding met de stafcompagnie. Veel loste dat niet op,  tenzij het Steiner verantwoordelijk stelde voor alles wat tijdens het gevecht mis kon gaan...Een doodsvonnis dus.

Tot de dageraad sloofde Steiner zich uit om zijn multiculturele stoottroep in kleine ploegjes over het rangeerstationnetje te hérverdelen rond zijn ‘zware’ wapens. Om zijn frontlijn van vierhonderd meter te verdedigen beschikte hij over één mitrailleur Maxim model 1910 op ijzeren wielen, – het vanouds gekende type met stalen beschermplaat dat ze ook al in Spanje gebruikten. En om het schouwgarnituur volledig te maken : twee van die afzichtelijke anti-tankgeweren...Kolkov had aanvankelijk heel zijn ‘krijgsmacht’ knus in het stationgebouwtje geconcentreerd als op een slagschip in een zachtglooiende bevroren zee. Maar Steiner liet iedereen gewoon buiten stelling nemen, in de bomtrechters tussen de rails en onder de wagons. Zijn mannen morden wel, maar hij kon hen toch overtuigen dat het moderne Duitse geschut het eenzame bakstenen bouwsel van de Russische Spoorwegen op hun stafkaarten had staan en er niet nààst zou mikken...

De zware Maximmitrailleuse had hij noodgedwongen moeten toevertrouwen aan mannen met –- op eerste zicht tenminste -– de meeste lef, en kon er enkel het beste van hopen. Het was een hecht ploegje van vier Tsjechische oud-soldaten, die als communisten bij het begin van de Sudetencrisis – september 1938 – uit het Slovaakse leger waren gedeserteerd, en na de Duitse bezetting van Praag, naar de USSR waren gevlucht. Daar werden ze ,zoals te verwachten was–, in een werkkamp opgesloten...Voor één van de anti-tankgeweren vond hij drie Spanje-strijders bereid het erop te wagen...Het àndere gedrocht besloot hij samen met Shlome zelf onder zijn hoede te nemen, en het geweer te laten bedienen door twee potige Poolse mijnwerker die als ondergronders reeds met springstof had gewerkt...

Voor de rest had iedereen van zijn twintig overige ‘soldaten’ een eigen geweer en zes granaten, plus een wisselend aantal benzineflessen:  de beruchte ‘Molotov-cocktails’ die in de Finse winteroorlog zo'’n slachtingen hadden aangericht onder de Sovjettanks...Of zijn ‘'vrijwilligers'’ mans genoeg zouden blijken om daarmee ook de pantsers van de Moffen te lijf te gaan, betwijfelde hij...Maar heel het circus op dit godvergeten rangeerstationnetje werd sowieso een ‘Himmelfahrtkommando’, dus erg minutieus hoefde hij zijn krijgsplan niet uit te werken.

Links en rechts van hem was de spoordijk bezet door de Kazakken van de 316e divisie: geharde soldaten die zich niet vlug gewonnen zouden geven, maar met wie hij door de bijbelse taalverwarring moeilijk contact kreeg... Heel veel hulp kon hij uit die hoek niet verwachten.

Ondanks de steun van Shlomo, zijn officieuze adjunct, en de zenuwachtige drukte achter het ingesneeuwde spoor voelde Steiner zich van god en iedereen verlaten...Want heel de morgen had het in de verre glooiingen vóór hen ferm gerommeld...Tot plots de eerste pantsers zich als dreigende zwarte puntjes uit de mistige bossen losmaakten en ver weg in het besneeuwde voorveld verschenen !

Gedaan met lachen !

 

<!--[if gte mso 9]>

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 205

B46.

OPNIEUW BEDROGEN...             

Platforma-Dubosekovo,  eind november  '41.                                                                                                                    

        Tergend langzaam en schijnbaar zéér voorzichtig waren de voorste tanks van de vijand tot op ongeveer één kilometer genaderd, duidelijk afgetekend in het besneeuwde, licht golvende niemandsland... 

           Alle ‘rekruten’ van Steiners peloton tuurden door gaten en spleten van hun geïmproviseerde stellingen op de spoorberm als gehypnotiseerd naar die zwarte stalen monsters. Die schenen vanaf de bosrand beurtelings wantrouwend te vertragen als om de omliggende heide af te speuren, om dan weer brullend te versnellen onder het uitbraken van dreigende zwarte rookwolken...Steiners buurman, de kleine Kazakse luitenant die het bevel voerde over de nevenliggende compagnie, had hem op het hart gedrukt niet te schieten vooraleer de moffen op driehonderd meter waren genaderd...”"De verrassing van onze wapens zal hen op de vlucht drijven ! ”" beweerde het ventje.

         "”Waanzin, natuurlijk !"  zei Shlomo in de put naast hem: "” Alsof die moffen niet zouden weten dat wij hen hier al dagenlang opwachten ! Met dat soort valstrikken van Generaal Pannekoek zullen die mannen eens goed lachen  !" ”

          Rondom op de spoordijk hield iedereen versteven de adem in. En toen die stalen monsters als met sprongen steeds dichterbij kwamen vroeg Steiner zich angstig af hoe lang hij het opgelegde vuurverbod nog zouden kunnen respecteren ! Driehonderd meter ! ? Die vent was zot zeker ?! De overmachtige vijand was verdomme toch duidelijk aan zijn laatste stormloop begonnen: binnen de twee-drie minuten konden die gasten hier volle-petrol over de spoorwegberm razen ! Wat mocht die vervloekte Chef Pannekoek in godsnaam nog langer weerhouden om met een batterij zwaar veldgeschut vlak voor die dreigende pantserspitsen een stevig spervuur neer te poten ?! Komaan zeg !!...

      Maar juist toen Steiner een haastige blik over zijn weggedoken mannen wierp om tijdig een paniekzaaier te kunnen kalmeren, vloog plots met twee oorverdovende knallen en enorm veel rook heel het stationgebouwtje in de lucht ! Een regen van baksteen en versplinterde balken stortte over het rangeerterrein neer..Hij schrok zich een aap ! Twee schoten van die smeerlappen, twee treffers en het was ermee gedaan ! In Spanje zou zo'’n beschieting minstens twintig granaten voorbereiding geëist hebben en een kwartier werk van inschieten met proefschoten voor dieptecorrecties en daarna wéér wat proefschoten voor zijdelingse correcties ! Pas als heel die poespas achter de rug was moest je met het volgende salvo wérkelijk voor een treffer vrezen ! Hier was het van ”Rats-boem-klets ! ” en een minuutje later deemsterde enkel nog een rokende ruïne onder de verwaaiende stofwolk van de ontploffing uit: wég was het stationnetje van Platforma Dubosekovo !

          Nondedju ! Deze tankkanonnen waren wel àndere pap dan het Spaanse veldgeschut aan de Ebro dat hij zich van vroeger herinnerde en waarvan Pannekoek blijkbaar een paar broertjes achter de spoordijk had opgesteld ! Dat was wel eventjes slikken, zeg ! Verdomme, nog een geluk dat hij twee uur geleden heel zijn weerbarstig peloton uit dat knusse gebouwtje had kunnen verdrijven, of zijn bibberend ‘Himmelfahrt-kommando’ was nu al vertrokken voor zijn reis door de wolken !

            Maar potvermiljaarde, da’s waar ook ! Plots dacht hij terug aan de sectie NKVD-soldaten, de beulen die hem weggehoond hadden toen hij ook hén wou aanzetten het gezellig warme stationnetje te verlaten en zich buiten in één van de vele ijzige bomtrechters in te graven. Ze hadden van een ‘ersatz-Hitler’ als hij geen orders te ontvangen, had de aangeschoten sergeant hem brallend toegeschreeuwd ! Met z’'n tienen waren ze geweest, die schurken...En ‘Tovarish-Kommandant’ Steiner kon zo direct niet genoeg plichtsbesef bijeen schrapen om onder het smeulende puin te gaan pieren of één van die gewetenloze moordenaars de knallen soms had overleefd ...Dat karweitje mocht de politruk op zich nemen, als hij daar de moed voor had ! Die brutale barbaren waren tenslotte ZIJN vriendjes !

           Shlomo in de trechter naast hem grijnsde hem toe en barstte uit in een heftig commentaar tegen de Poolse bemanning van het anti-tankgeweer. Eén van de mijnwerkers stak toen krampachtig lachend zijn duim op naar Steiner: ”Dobre, dobre ! (Goedzo !)” Blijkbaar héél tevreden dat die smeerlappen van de NKVD hun verdiende loon hadden gekregen... Maar waarschijnlijk vooral erkentelijk omdat “de chef’ hem zojuist, ondanks zijn tegenpruttelen, tóch uit het knusse station had verdreven en hem zo de gelegenheid had gegeven nog even voort te leven...

           Ja, voort leven, dacht Steiner, maar voor hoelang ? Met een beetje geluk nog een uur of twee, drie ?...En daarna ?...Och komaan zeg, niet over piekeren !

 

          Veel later vernam hij dat het niet drié uur had geduurd, maar wel vijfendertig uur vooraleer de goelag-militie van Platforma Dubosekovo werd neergeslagen, uitgeroeid, vermorzeld, afgeslacht...Gedurende heel die dramatische namiddag, de ijzige nacht en de waanzinnige volgende dag konden de verdedigers van de spoordijk zes aanvallen van de fascistische tankspits in de buurt van het rangeerstationnetje afslaan. Vóór elke doorbraak-poging leek de hel los te barsten en werd de spoordijk telkens wel een kwartier lang onder een vurige stortvlaag van bommen, granaten, mortieren en kogels bedolven...Maar ook telkens opnieuw bleven er na de aanval minstens twee-drie vijandelijke tanks op het slagveld steken, brandend of met stukgeschoten rupsen !

           Op het station zélf was de groep van Steiner lange tijd van rechtstreekse tankaanvallen gespaard gebleven, vooral omdat hier het zuidelijke talud van de spoordijk nogal stijl was en het rangeerterrein minstens vier meter boven het niemandsland uitstak... Niet erg aantrekkelijk  voor een tankbemanning om zich van op zo’'n hoogte met brandende benzineflessen te laten bestoken ! 

            Toch had de vijand het de eerste dag bij hen driemaal geprobeerd. Maar de ‘goelagsoldaten’ hadden zich met echte heldenmoed en hun weliswaar primitieve wapens de aanvallende tanks van het lijf kunnen houden, stevig gesteund door het spervuur van Pannekoeks kanonnen. Echt waanzinnig hoe af en toe één van zijn mannen uit een trechter opsprong, bliksemsnel naar zo'’n pantserwagen toe rende en er een fles petrol met brandend lont op stuk wierp ! Driemaal vloog zo een tank in lichterlaaie en kon de held zich ook nog veilig uit de voeten maken...Maar ook driemaal mislukte het, en werd de arme zot neergemaaid, dood of zo goed als...Die vijandelijke aanvallen deinden heel de middag op en neer, tot rond vier uur een plotse sneeuwstorm iedereen verblindde en de strijd goddank werd gestaakt. Maar voordien hadden ze van de twintig naar hen oprukkende pantserwagens er in die paar uur tijd toch zes in brand kunnen schieten of met handgranaten en molotovcocktails vernietigd.

          Tegen de avond trok de vijand zich nà de sneeuwbui terug op de bosrand om zijn diepe wonden te likken. Maar ook de Kazakken moesten vaststellen dat zijzelf heel zware verliezen hadden geleden...Want toen ‘Chef’ Steiner na het vallen van de duisternis de stellingen van zijn peloton controleerde, waren er van zijn eigen dertig man, NKVD niet meegerekend, al zes gesneuveld en acht zwaargewond afgevoerd...Op één dag vechten de helft van je mannen verliezen: erg lang was zo'’n aderlating niet meer vol te houden !

          Gelukkig bleef het die eerste nacht voorts kalm op het front, buiten af en toe ver weg het korte geratel van een mitrailleuse en het sissend afgaan van vuurpijlen die beurtelings links of rechts flakkerend een deel van het besneeuwde niemandsland in felwit daglicht zetten...

            Maar bij de eerste klaarte van de grijze dageraad zat het er weer bovenarms op ! Ditmaal viel de vijand zeker met veertig tanks aan, gelukkig in hoofdzaak op de frontsector ten westen van het station, waar de spoordijk in de golvende steppe leek te verzinken. Steiner zag met duivels genoegen duidelijk hoe vlak vóór zijn Kazakse buren weer vier pantserwagens buiten gevecht werden gesteld: die onhandig lange anti-tankgeweren schenen dan tóch zo lachwekkend niet als hij eerst gedacht had ! Maar wéér waren de voorafgaande vijandelijke bombardementen zo moordend dat iedereen wel ontmoedigd begreep dat ze hoe dan ook de tweede nacht niet zouden halen... 

           Misschien nam één of andere fantast zijn wensen voor werkelijkheid, want plots dook het gerucht op dat Chef Pannekoek (pardon ,generaal Panfilov...) het zinloze van ‘standhouden-tot-het-bittere-einde’ had ingezien ! Hij zou na het vallen van de duisternis pogen de resten van zijn divisie te redden met een beperkte terugtocht: drie kilometer noord-oostwaarts tot op de grote steenweg van Volokolamsk, die evenwijdig aan de spoorbaan naar de hoofdstad Moskou liep. De vorige dagen, bij helder weer, hadden Steiners mannen daarover zelfs de lange bevoorradingscolonnes heen en weer zien rijden. Hier, over de stukgebombardeerde rails, kon geen enkele aanvoer hen nog bereiken. Terwijl een nieuwe frontlijn op de brede steenweg van Volokolamsk zonder problemen met verse troepen, munitie en proviand uit Moskou versterkt kon worden...De generaal wist dat de Duitsers zijn dunne, zes kilometer lange verdedigingslijn langs de spoordijk reeds op minstens twee plaatsen hadden doorbroken...Ook al vochten zijn gedecimeerde troepen nog moedig voort in haastig opgeworpen egelstellingen, veel zin had dat niet. Volgens Shlomo was de toestand zelfs compleet hopeloos en zou niemand van hen nog de zon zien opkomen...Tenzij ze, héél misschien, vannacht onder dekking van de het duister inderdaad van de vijand wég konden sluipen naar de reddende steenweg op Volokolamsk...Zoniet...

 

            Steiner zelf hoefde de totale uitroeiing van zijn groep niet meer mee te maken. Tegen de middag, tijdens de mortierbeschieting nà de tweede afgeweerde Duitse stormaanval, kreeg zijn "‘commandopost"’ in de deels afgedekte bomtrechter een voltreffer van een mortiergranaat. Toen rook en stof verwaaiden zag hij nog even in een rozige waas Shlomo tegen de kleiwand liggen met een bloedrood gezicht en zijn darmen in de handen...

               En toen werd plots voor z'n ogen alles donker.

 

             Hoe lang hij buiten westen was gebleven is hij nooit te weten gekomen. Hij was elke notie van tijd compleet kwijt...Eerst van al merkte hij dat hij op zijn rug lag...comfortabel in een strobed...Boven zijn neus werden de ruwe boomstammen van een laag bunkerplafond beschenen door een carbidlamp en schoten zwarte schaduwen druk heen en weer. Zijn hoofd zat blijkbaar in een klem en van alle bedrijvigheid rondom hoorde hij niets...Droomde hij nu ? Of was dit inderdaad de vertrouwde smoel van Marco hier boven zijn gezicht ? Die idioot trok maar grimassen en voerde als een volleerde mime een blijkbaar interessant gesprek met hem, waar hij echter geen jota van verstond.

            Gelukkig trok de mist in zijn hoofd nu langzaam op en hij begreep al vlug dat hij in de verbandpost lag, niet enkel potdoof was door de mortierontploffing, maar blijkbaar ook nog verlamd...Want zich oprichten lukte niet, ondanks een paar pijnlijke pogingen...Zinloos...

             Zijn oude vriend Marco leek hier te werken als een soort brancardier...Mooi, die kon hem dus helpen om uit dit tranendal te stappen...Want de rest van zijn leven voort vegeteren als een zak patatten, daar had hij écht geen zin in !

           “" Welke kloot...is er ten andere zo...debiel geweest om mij uit mijn bomtrechter...helemaal naar hiér te sleuren ?!...Jij Marco ?" “ Die knikte...” "Vent, je had mij toch beter bij...Shlomo in de stelling laten liggen ! Dan was ik binnen het uur wel leeggebloed...:een zachtere dood kan niemand me geven...En dan moet ik niet meer meemaken dat de fascisten...straks nog wat tegen mijn kloten komen stampen...en een paar gaten bij schieten in mijn lijf !”"

             Hij zag Marco nog even bemoedigend glimlachen, maar een plotse hevige pijnscheut in de nek deed hem weer het bewustzijn verliezen...

                      

         Dit pijnlijk grapje overkwam hem nadien nog een paar maal. Eerst terwijl hij samen met nog drie àndere gewonden door Marco op een panje-slede werd afgevoerd naar een hulppost op de grote steenweg, later bij een holderdebolder rit in een overvolle aftandse ambulance richting Moskou...Van die eerste evacuatie herinnerde hij zich hoe hij weigerde te vertrekken en zijn oude vriend een hele tijd op hem had ingesproken. En van de laatste autorit hing nog steeds de  doordringende dreklucht in zijn neus...

          Daarna had hij Marco niet meer teruggezien... 

 

         Heel die jachtige evacuatie langs lugubere frontlazaretten en de kelders van een overvol noodhospitaal had blijkbaar één volle week geduurd...Steeds opnieuw moesten ze zo'’n twintig kilometer meer naar àchter geëvacueerd worden, want nog altijd slaagde de vijand er in verder door te stoten. Tot de Siberische winter de eerste dagen van december écht inviel en het front overdag bij -–30°C plots leek te bevriezen. Later kon hij zich van deze trektocht door de hel enkel verwarde flitsen voor ogen halen.


       Maar in een tot lazaret omgevormd klooster van de Moskouse stadswijk Donskoy - veilig binnen de derde ringlaan - mocht hij dan eindelijk tot rust komen. Hier zouden de nazi's nooit kunnen geraken zonder dat de wereld verging ! En het gerucht liep dat verse troepen uit Manchoerije begonnen waren de uitgeputte fascistische horden plots op alle fronten terug te drijven ! Moskou was gered ! En op zijn proper ziekbed daar hoorde hij voor het eerst van de verpleger wat hem nu werkelijk mankeerde.

      Niets, in feite, volgens die vent. De ontploffende mortiergranaat, die Shlomo had doorzeefd, moet één van die eiken spoorbalken weggeslingerd hebben: plat tegen Steiners rechter zijde, van zijn wang tot zijn knie ! En blijkbaar waren alle dodelijke granaatsplinters die voor hem bestemd waren dààrin blijven steken ! Dergelijke houten dwarsliggers van het spoor gebruikten ze als dakbedekking en zitbanken in hun schuilplaats en die gasten wogen makkelijk vijftig kilo. De enorme klap van de ontploffing had hem doof gemaakt en over heel zijn rechterkant een inwendige bloeduitstorting bezorgd om U tegen te zeggen ! Op de koop toe was die helft van zijn lijf ferm gezwollen, van kop tot teen, en als door een reusachtige moedervlek donker purper gekleurd ! Hoewel hij er in het begin vreselijk uitzag, had hij in feite niets gekneusd, buiten die nekwervels dan...Maar vooral dàt lag op zijn maag !

       Want nu, na een week, was het fluiten in zijn oren ver verdwenen en kwam zijn gehoor langzaam terug. Ook de gevreesde verlamming begon tintelend uit zijn leden weg te trekken. Zijn lijf kreeg gaandeweg alle kleuren van de regenboog, en zijn kop zag zo geel als een citroen, al had hij daar persoonlijk weinig last van. Maar rond zijn hals en nek zat een knellende plaasterkraag waaronder zijn baard vervelend jeukte, om dan nog te zwijgen over de verblindende lichtflitsen die elke onvoorzichtige beweging van zijn hoofd door zijn oogballen joeg !

       Enfin, met wat geduld zou dat allemaal wel genezen. Hij leefde tenslotte nog ! ...Blijkbaar als enige van zijn peloton...Want nu herinnerde hij zich vaag wàt Marco bij de dolle evacuatie naar de steenweg tegen hem geschreeuwd had om hem over te halen mee te vluchten op de panje-slee :" Komaan Rudy, niet zeveren ! Al je mannen zijn er immers ààn ! Hier heb je niets meer verloren ! Wég verdomme ! "”

       Die lugubere aansporing drong steeds duidelijker door uit zijn onderbewustzijn...Allemaal dood ?...En hij zou de enige overlevende zijn van de samengeharkte ploeg ‘Goelagsoldaten’ onder zijn bevel ? Nogal beschamend hé ! Bleef een kapitein niet als laatste op zijn zinkende schip ? Of had hij niet minstens het tragische lot moeten delen van de bemanning die met het wrak ten onder zou gaan ?

Marco had hem daar een lelijke pad in zijn korf gezet door hem tegen wil en dank op die slede vast te sjorren en de hellenacht in te jagen ! Beschamend , als énige overlever van het peloton goelagsoldaten onder zijn bevel ,langs alle tussenstations van het vagevuur gesleurd door een hele rits verpleeggsters in bebloede uniformen ,waarvan énkel de laatste verschijning hem was bijgebleven :een kalme "matka" van zéker zeventig jaar...

Maar engelen hebben geen leeftijd.

Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 206

                                                       POLITRUK KONSTANTIN VOLKOV.
Na een woelige koortsnacht vol wroeging en knagende schuldgevoelens kreeg hij onverwachts bevestiging van de totale ondergang van zijn peloton. De verpleger had juist het bord rode borsj, een stevige bietensoep, in zijn mond gelepeld toen hij plots de twee officieren aan zijn voeteneinde zag staan. Eén droeg de arm in een mitella en pronkte met een flatterend verband diep om het voorhoofd, de andere leek helemaal niét gekwetst...Maar beiden vertoonden wél op de schouderstukken van hun militair uniformjas het blauwe kenteken van de inlichtingendienst...Verdomme, hier werd het "oppassen geblazen " !

         De mitella-figuur grijnsde hem aan: "”Ha, Tovarish-Sergeant Steiner ! Je hebt het toch nog gehaald, zie ik ! Toch niet vroegtijdig gaan lopen hé ! ...Want je weet hé: pang-pang rastaljat !" ” Dit losse dreigement om hem te laten fusilleren als deserteur was blijkbaar als mopje bedoeld...En toen Steiner hem niet-begrijpend bleef aanstaren kreeg de officier het al wat op zijn heupen:" ” Wat is het ? Herkent gij mij niet ?...Luitenant Konstantin Volkov, je politruk bij de goelag-compagnie...Je bent toch niet je geheugen kwijt hé vent  ?!!"    

         "“ Of misschien is zelfs héél zijn verstand om zeep !”" veronderstelde zijn gezel :" ” Met zo'’n loopgraaf-debiel kan ik niets aanvangen, weet je ! Als die idiote bajesklant van jou zich geen zinnige details van de eindstrijd om Dubosekovo kan herinneren, zal ik ze nog zelf uit mijn duim moeten zuigen ! ”"

          Zohaast Steiner begreep dat die twee geen bedreiging voor hem waren, besloot hij het spel mee te spelen :"” Ja verdikke ! "” kuchte hij schor :" Gospodin Politruk ! Ook gaan lopen, zie ik ! Onder je leuke heldenvermomming voor het ‘Bal Masqué’ had ik je écht niet herkend ! Man-man, zo zwaar gewond, zeg ! Echt indrukwekkend, hoor !"

Zijn twee bezoekers bleven hem even aanstaren ,Volkov zichtbaar in z'n wiek geschoten.

"En wie is die patent-communist die jou bij je weifelende schreden zo broederlijk en minzaam ondersteunt ?" Die vreemde keek wel even op van zijn sarcastisch gehoon, maar grijnsde genadig :"” Steiner, hé...Geen naam van bij ons, zou ik zo zeggen...Duits ?... Da's wél wat verdacht hé..."”

          De politruk haastte zich van zijn spiekbriefje de uitleg voor te lezen :" ” Steiner Rudi: Was tijdens zijn jeugd in Duitsland een anarchist. Werd in 19’18 gestraft voor een revolutionaire staking bij de kapitalist Krupp en vloog als jeugdrekruut naar het front in Vlaanderen. Krijgsgevangen werkte hij er na de oorlog veertien jaar in de koolmijnen, verwierf de Belgische nationaliteit en vocht in '’38 in Spanje bij de 14e Komintern Brigade. Werd in Frankrijk geïnterneerd. Poogde nadien als blinde passagier op een sovjetschip illegaal de U.S.S.R. binnen te dringen en werd veroordeeld tot tien jaar goelag. Kreeg van Generaal Panfilov amnestie mits dienstname bij een van de arbeidersmilities die de gaten in zijn front opvulden...Steiners peloton slaagde er in dertig uren stand te houden op het Platforma Bukosekovo en vernietigde 18 vijandelijke tanks, vooraleer zelf tot de laatste man te sneuvelen..."

           De vreemde officier knikte :"Dat verhaal kan ik inderdaad gebruiken...Maar zou die vent zich nog voldoende details herinneren om dat zoveelste ‘helden-epos’ –- en verontschuldig mijn vermoeide grijns -– wat patriottisch bij te kleuren ? Ge weet, tovarish Volkov, ik moet met mijn artikelen in de legerkrant het moreel van de troepen oppeppen, en mag onze dappere soldaten niet ontmoedigen met zinloos bloedvergieten en nutteloze slachtpartijen. Ik moet ze overtuigen dat het goed is voor het vaderland te sterven – - ge kent de spreuk '‘Dolce et decorum est pro patria mori '’ – - maar ik moet vooral laten uitschijnen dat dit offer zin heeft, en militair gezien een groot nut heeft opgebracht...Dit verhaal hier zal ik sowieso wat moeten aanpassen, aangezien de helden van Dubosekovo blijkbaar toch niet allemààl gesneuveld zijn hé ! ..."

          Steiner had aandachtig liggen meeluisteren en vloog plots krassend uit :" Jammer dat ook IK niet gesneuveld ben ?” Zeg, tovarish kommissar, moet ik mij misschien verontschuldigen dat ik nog leef ? Of heb je liever dat ik mij hier ter plekke de keel oversnij omdat je verhaaltje zou kloppen ? Ik kén jou soort lijkenpikkers voor wie er nooit genoeg bloed kan vloeien ! Wie ben jij eigenlijk die zo maar met één pennestreek dertig goede soldaten laat creperen omdat negenentwintig niet lekker genoeg klinkt ? God, misschien ? Of zijn plaatsvervanger in het paradijs van arbeiders en boeren ?”..."

       De vreemde officier onderbrak hem hautain :" ” Luister ,aardworm ,en prijs je gelukkig ! Eerst en vooral ben ik geen ‘Kommissar ’,want ànders hadden nu twee soldaten je al naar de kelder gebracht ! En ik speel ook niet voor god om te bepalen hoeveel man er moeten sneuvelen om hen tot helden uit te roepen. Als er bij jou peloton negenentwintig vielen voor ons vaderland, dan is dat wat mij betreft ruim voldoende. Ik ben maar een schrijver, en de naam is Aleksandr Bek...”"

          "“ Bek, zegt ge ?” grijnsde Steiner: ” Alexànder Bek nog wel ?! Ook geen naam die erg Russisch klinkt hé!...Duits ? Verdacht hé !... Sta mij toe even in de vuist te lachen Gospodin ! Maar gaat u verder...” "

           De man incasseerde genadig en vervolgde: "” Ik werk bij de voorlichtingsdienst van het Rode Leger, als oorlogscorrespondent van de frontkrant "Rode Ster", en tracht onze dappere strijdkrachten te begeesteren en hun moreel te steunen met heroïsche lichtende voorbeelden uit het harde dagelijkse leven..".”

          Steiner haakte in:" Harde dagelijks léven ? Geloof mij, tovarish Luitenant, het dagelijkse stérven is nog véél harder ! Uw collega hier, Politruk Volkov kan het volmondig getuigen ! Begin vorige maand bestond zijn goelag-kommando nog uit een honderd slavenarbeiders uit alle hoeken van Europa, behalve de USSR: meestal goede communisten, maar toevallig geen vriendjes van de Grote Stalin. Wat verklaart waarom die vreemdelingen vroeger stuk voor stuk tot minstens tien jaar werkkamp werden veroordeeld...Door onmenselijk zwaar labeur in alle weer en wind en de beestachtige mishandeling door de NKVD-soldaten van onze politruk Volkov is daar tussen half oktober en half november vijftig man van gecrepeerd, zo maar...Van de rest, die geen énkel belang had bij uw conflict met Hitler, heeft Generaal Panfilov er dertig kunnen misleiden om vrijwillig de wapens op te nemen tegen de vuile fascisten, zuiver als kanonnenvlees. De tanks hebben hen op de Platforma Dubosekovo dan ook, zoals voorzien, op de meest bloedige wijze allemaal in de pan gehakt !"

Bek keek theatraal zuchtend op zijn polshorloge..."Tovaritch Sergeant ! Spaar je speeksel ,Man ! Ik moet een patriottisch verslag maken van jouw getuigenis en élk woord moet een steun zijn voor onze sovjetrussische kameraden in de vuurlijn !"

"Sovjetrussen ?! Laat me niet lachen ,Gospodin Bek ! Bij de verdedigers van het station van Dubosekovo heb ik geen enkele Rus gezien ,énkel een paar duizend sukkelaars uit Kazakstan en dertig Westerlingen ! Voilà, dàt verhaal wil ik u vertellen ! Dàt en niets anders ! En ik druk er op: wij waren géén vrijwilligersmilitie van arbeiders uit de Moskouse fabrieken die met de moed der wanhoop de hoofdstad van hun vaderland verdedigden ! Neen en nog eens neen !! Wij waren veroordeelde buitenlandse arbeidsslaven uit de goelag 71374 die door de NKVD gedwongen werden praktisch zonder wapens ons vel zo duur mogelijk te verkopen en dan te sterven ! ...Mijn excuus Gospodin, maar voor mooie, begeesterende, patriottische fabeltjes over het Rode Leger moet ge bij een ander zijn !" ”

             Steiner smoorde een snik met geklemde kaken en staarde met waterogen blind naar de geschilderde iconen op het gewelfde kerkplafond.

           Luitenant Bek keek hem aan met iets van bewondering in de ogen en gaf de patiënt de tijd zich te herpakken... Toen zette hij zich op de rand van het bed en legde de hand kalmerend op Steiners heup: ” "Tovarish Sergeant, ik beloof u plechtig dat ik zo waarheidsgetrouw als mogelijk verslag zal uitbrengen over het tragisch lot van uw gevallen kameraden ! Vertel mij nu wat gij u er nog van herinnert: ik zorg wel dat hun nagedachtenis alle eer wordt aangedaan !" ”

          Bon, dacht Steiner, die vent zal ik maar vertrouwen. Hij haalde eens diep adem en stak toen van wal...

Twee weken later kreeg hij een dikke omslag uitgereikt. Er bleek een exemplaar van de frontkrant 'RODE STER' in te zitten. En ook al kon hij slechts met moeite cyrillisch druksel lezen, toch schrok hij toen de vette kop van het roodomrande artikel op blz 3 ontcijferde. ‘De helden van Dubosekovo’, stond er...Dus had die Bek tóch woord gehouden: hij, Rudi Steiner - of juister gezegd de dertig gesneuvelde goelagslaven onder zijn bevel - werden hier officieel als ‘helden’ erkent. Tot nu toe weliswaar enkel door een journalist, maar wat in de frontkrant van het Rode Leger zwart op wit gedrukt stond, had zeker vooraf het fiat van de hoogste instanties gekregen...

         Hij worstelde zich door de gezwollen tekst van het verslag, en herlas het nadien nog twee-driemaal maar kreeg daarbij hoe langer hoe meer een vuile smaak in de mond. Het verhaal klopte wel in grote trekken met wat hij Bek had verteld, maar hoe hij ook speurde, nergens vond hij het woord '‘Goelag'’ terug...”De 28 sovjethelden van Platforma Dubosecovo” werden wél tweemaal vermeld, en ook “de moedige Kazakhse 316e Fuseliers-divisie van Generaal Panfilov ,die samen tot de laatste man streden om 'onze' geliefde hoofdstad te verdedigen... Maar van 'Goelaggevangenen' was geen énkel spoor te vinden...

        Toen politruk Volkov hem in fris verband die middag kwam bezoeken kreeg die meteen de volle laag : “" Gij wist hiervan ! "” wierp Steiner hem voor de voeten: "” Dat heb jij met Bek uitgebroed ! Zo'’n smerige verdraaiing van de waarheid ! Zelfs bij het heldhaftig offer van hun leven worden mijn mannen nog miskend ! Géén grafschrift gegund, neen, zelfs compleet doodgezwegen ! Een echte schande is dat ! En woordbreuk van een officier ! Hij had beloofd -– waarheidsgetrouw nogal ! - – te zorgen dat de nagedachtenis van mijn mannen alle eer werd aangedaan ! ...Géén enkel woord over mijn goelagsoldaten ! Niks !... Walgelijk: om te kotsen !!... Kom, trap het af ! Ik kan je niet meer zién !" ” En nadat hij zich mokkend op zijn zij draaide bleef het een hele tijd stil.

    Hij schrok zelfs toen Volkov hernam :”" Hoeveel van jouw ex-Goelag-soldaten zijn er op de spoorbaan gesneuveld, zei je ?... Dertig ? En hoeveel Kazakken van Generaal Panfilov, denk je ?... Ik zal je helpen: drieduizend ! ... En de hoofdredacteur van de frontkrant 'RODE STER'’ gaf Aleks Bek vijfenveertig regels om de heldhaftige verdediging van de spoordijk te verslaan... Sta hem dus toe de slag bij Dubosekovo tot de essentie te herleiden: één fuseliersdivisie uit het verre Kazakhstan heeft vóór Moskou drie Duitse tankdivisies dertig uur opgehouden ! .. Dit bevriende sovjetvolk uit het verre Azië vocht met de moed der wanhoop tot de toesnellende "Generaal Winter" het van hen overnam en de vijand ter plekke omtoverde tot ijspegels ! Dàt gaat er bij ons gekweld volk en onze uitgeputte troepen in als zoete koek ! Omdat het leert dat zelfs de meest hopeloze strijd gewonnen kan worden..."”

         "“ Gewonnen, Gospodin Volkov ?! Wat hebben mijn mannen door hun leven op te offeren bij heel dat drama gewonnen, zei je ?!”"

          “" Tijd, man ! Tijd !!...Zié je dat dan niet ? Alles was hier vooral een kwestie van tijd winnen ! Wij Russen weten dat het na een maand ‘Raspoetitza’ sowieso zal beginnen vriezen, van dag tot dag erger, tot alle leven in open lucht onmogelijk wordt ! Wij zijn daarop voorbereid en moesten de fascisten tot zolang buiten de beschuttende muren van Moskou houden. Tijd winnen ! Ieder uur dat wij hun verdomde tankspitsen konden tegenhouden bracht de eindoverwinning een stuk dichterbij ! Want als ze die laatste morgen hun tanks hadden kunnen starten, waren ze vijf uur later over het Rode Plein gestormd ! Om dàt op het allerlaatste nippertje te beletten hebben wij àlles opgeofferd: honderdduizend mensenlevens, ook die dertig van jouw goelagpeloton. Alles op onze laatste troefkaart gezet: die honden nog één nacht langer in de open vlakte vóór Moskou houden tot ze doodvroren ! Dàt wonnen wij ! Tijd ! De rest is larie en apekool !  : Nitsjevo ,Tovaritch Sergeant !.. Nitsjevo !!".”
Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 207

B46Bis

DE USA SPRINGT IN DE DANS.                                           

 

Op 4 april '41 had Hitler met Italië en Japan een Drie-Mogendheden-verdrag afgesloten (het zg "As-pakt") en daarbij nogal onvoorzichtig beloofd steeds samen de "gemeenschappelijke vijand" te zullen bevechten. En in zijn ogen was dit het Brits imperium. Japan, dat sinds '‘37 enkel in oorlog was met China, moest volgens Hitlers strategische plannen voortaan ook Engeland in de Aziatische bezittingen aanvallen om daar zoveel mogelijk Britse troepen te binden. De USA mocht volgens zijn visie niet als "gemeenschappelijke vijand" aangevallen worden: het moest enkel door de macht van het Drie-Mogendhedenpakt voldoende afgeschrikt worden om niét de zijde van Engeland te kiezen. Dat leek aanvankelijk ook aardig te lukken ,want President Roosevelt kreeg in het Congres van in den beginne te kampen met een zeer sterke anti-Britse opositie die de U.S.A. buiten het Europese conflict wilde houden.

Tijdens zijn onderhandelingen op 4 april '41 over zijn "As-pakt" zweeg de Führer echter over zijn jongste oorlogsplannen tegen Rusland. Daarbij dacht hij geen Italiaanse of Japanse hulp nodig te hebben om de glorie van de overwinning niet met hen te moeten delen...Deze geheimhouding zou hem zuur opbreken. Want Japan wilde zich in de rug dekken vooraleer het oprukte naar Singapore en tekende daarom op 13 april 41 een non-agressiepakt met Moskou ! Dat vond Hitler wel iéts van het goede teveel, maar kom...

Toen echter Barbarossa twee maand later van start ging en de steeds groeiende Russische weerstand (én de modder) Hitler aan een vlugge overwinning deed twijfelen, riep hij bij het aanbreken van de winter het Drie-Mogendhedenpakt in om Japan over te halen Rusland toch maar in de rug aan te vallen. Vergeefs echter: Tokyo wilde bij zijn geplande verre veldtochten tegen de Britten geen Russische spelbreker in zijn achtertuin en wimpelde de Duitse wensen af. 

De volgende maanden groeide echter in Tokyo de wrevel tegen de USA die, na de Japanse inval in Frans Indo-China, sinds augustus '41 alle Japanse banktegoeden had laten blokkeren. Daardoor kon die geen olie of rubber meer kopen in het buitenland en werd een gewapend conflict met de USA onvermijdelijk. Hitler wenste dit met alle middelen te beletten daar hij niet vóór de eindzege over Rusland in een oorlog met Amerika wou betrokken worden. Zijn plan mislukte echter. En toen Japan op 7/12/41 de USA toch aanviel (Pearl Harbor !) zat Hitler juist midden in het débacle voor Moskou en smachtte nu wél naar elke hulp die hij kon krijgen. Hij drong daarom opnieuw sterk bij Japan aan opdat zij de USSR in de rug zouden aanvallen en Vladivostock, de aanvoerhaven van de Amerikaanse hulpgoederen voor het oostfront, zouden veroveren. Maar dàt vond Japan nu weer van het goede teveel: met China, Nederland, de USA en het Britse Imperium hadden ze voorlopig de handen vol. "Omdat Duitsland steeds (hautain ) verzekerd had dat het Rusland moeiteloos en in de kortste keren zou vernietigen, had Keizer Hirohito geen enkel offensief plan tegen de USSR voorzien..." klonk het. Dat was dan dikke pech voor de Führer !   

Japan zou, ondanks herhaalde Duitse druk, tot het einde van de oorlog trouw blijven aan het non-agressiepakt met Rusland, ook toen na Stalingrad de mythe van de Duitse onoverwinnelijkheid taande en de ineenstorting zich begon af te tekenen. Dat was hun manier om zich op Hitlers hoogmoed te wreken. 

Sinds augustus '41 was Hitlers stemming ten overstaan van de USA evenwel sterk geëvolueerd: de Kriegsmarine ondervond steeds meer hinder van de Amerikaanse oorlogsbodems die de zg "neutrale" konvooien met Amerikaanse hulpgoederen, vliegtuigen, tanks en munitie via Ijsland naar Engeland beschermden. De incidenten stapelden zich op, omdat de duikboten moeilijk konden uitmaken welke schepen zij volgens het oorlogsrecht mochten kelderen en welke niet. Ondanks zijn strenge orders om bij twijfel niet aan te vallen, waren toch reeds verschillende Amerikaanse schepen getorpedeerd.

Hij verzoende zich dan ook vlug met de Japanse oorlogsverklaring aan de USA en hoopte dat dit de Amerikaanse aanwezigheid in de noordelijke Atlantische oceaan zou afzwakken. Indien hij daarenboven eveneens de oorlog zou verklaren aan de USA, zou de Kriegsmarine ongehinderd de hulpkonvooien kunnen bestrijden en alzo de blokkade van Groot-Brittanië kunnen versterken. Ondertussen kon Japan de USA in de Pacific voldoende binden - en misschien wel verslaan - zodat Duitsland de eerste jaren zelf geen last zou krijgen van een militaire US-interventie op het Europese vasteland.

Op 2 december 1941 verklaarde Hitler, tijdens de geheime onderhandelingen, dat Duitsland aan de zijde van Japan zou strijden, als dit land in ruil niet enkel de USA, maar eveneens het Britse imperium én de USSR zou aanvallen. Na vier dagen touwtrekken gaf Japan gedeeltelijk toe: het zou zowel de Engelsen aanvallen als de Amerikaanse hulpkonvooien naar Vladivostock bekampen,  maar het bleef weigeren om de USSR de oorlog te verklaren. 

     Door de sensationele Japanse aanval op Pearl Harbor, de volgende dag 7/12, waarbij de USA in twee uur tijd het kruim van de Pacific-fleet verloor, was Hitler zo "aangenaam getroffen" dat hij niet verder aandrong...

 Op 10/12 kelderden Japanse vliegtuigen daarenboven vóór de kust van Malakka twee Britse slagschepen en veroverden daardoor de superioriteit in de hele Pacific. Deze klinkende successen deden Hitler besluiten op 11/12, samen met Italie, de oorlog te verklaren aan de USA op het ogenblik dat hij, zowel in Rusland als in Noord-Afrika,  zware tegenslagen moest incasseren. En niet één van zijn generaals waagde het nog tegen deze noodlottige beslissing te protesteren.

Daarmee was de Führer in zijn hoogmoed volledig afgedwaald van zijn oorspronkelijke strategie om zijn tegenstanders één voor één aan te vallen en te verslaan. Maar na de veldtocht in Polen had zijn manische eigendunk Duitsland in een stroomversnelling gestort en met zijn brutale huzarenpolitiek was hij er in één jaar tijd roekeloos in geslaagd heel de vrije wereld tegen zijn volk in het harnas te jagen !                                         

 Voor de Amerikanen en hun geallieerden brak nu in Zuidoost-Azië een jaar aan van zware nederlagen, zowel te land als ter zee en in de lucht. De zo misprezen, minderwaardige "Japs" liepen binnen een paar maanden Maleisië, de Filippijnen, Nederlands Indië en alle eilanden van de westelijke Pacific onder de voet. Ook Birma ging grotendeels verloren, vóóraleer het bliksemoffensief van "die verwaande Waterchinezen" tegen de Indische grens kon worden gestopt en het langzaam tot de Westerling doordrong dat de Japanse krijgsmacht stukken beter geleid werd en moediger vocht dan onze eigen geallieerden.       

      Deze ongelooflijke ,wonderbaarlijke Japanse zegetocht door Zuidoost-Azië en de halve Pacific was voor Hitler en zijn aanhang, na het débacle in Rusland, een welkome opkikker.

Maar niet voor lang...

                                                     

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 208

B47.   PARTIZANENJACHT.

 Tarassowa, Wolchowfront,

27 november 1941.

Joseph vroeg zich versuft en stijf bevroren af wat hij feitelijk in deze witte woestenij was komen zoeken. Waren zijn hersens door de ijzige koude misschien aan '’t afsterven, dat hij zich met moeite nog iets kon herinneren van wat hem de laatste maanden was overkomen ? Of was het de sneeuwjacht, hier buiten dit rudimentair afgedekte hol, die hem elk zicht op verleden en toekomst ontnam ?... Zelfs elk zicht tout-court, want verder dan tien meter zag hij geen barst, door de witte sneeuwsluiers die ,opgejaagd door de toendrastorm ,wild om de hoek van de loods kronkelden...Zijn enige houvast in dit wazige gezichtsveld beperkte zich tot het zwarte machinegeweer voor zijn neus en de groene munitiekist ernààst, onderling verbonden door de patroonband vol dof-glimmende koperen kogelhulzen...Zestien telde hij er, als in een strak gelid naast elkaar, zeventien als hij het hoofd op de schouder liet zakken...Voor de rest leek heel zijn wezen wel samengekrompen tot het mentaal aftasten van zijn bevroren lijf op zoek naar vezels waarin nog een kiem van leven sluimerde...

Sinds ze de eerste dag, hier in de zagerij van het gehucht Baraky, voor hun machinegeweer een afweerstelling moesten uitbouwen, had Joseph samen met zijn twee nieuwe vrienden vooral strijd gevoerd tegen de bijtende kou. En moeten vaststellen dat hun zogenaamde winteruitrusting hen absoluut niet of nauwelijks beschermde tegen de extreme weersomstandigheden op deze toendra. Die Duitse leren 'Stiefel' aan zijn voeten, bij voorbeeld, waren een regelrechte ramp: tijdens zijn te lange wachtbeurt, hierbuiten in de ondergesneeuwde M.G.-post, verloor hij al na één kwartier elk gevoel in z'n tenen. Hoe pijnlijk het ook was, tóch moest hij praktisch doorlopend met de éne voet de àndere verpletteren om bevriezing te voorkomen...Als hij na een uur afgelost werd en weer naar 'binnen' mocht, kreeg hij in zijn lijkbleke gore vingers - mits wat knijpen en kneden boven de walmende oliepit - tamelijk vlug weer wat tinteling terug...Maar met zijn gezicht, vooral neus en oren, ging dat niet zo gemakkelijk: daar moest de kameraad soms flink wat op meppen voor er weer een beetje bloed wilde circuleren...Natuurlijk nogal een vreemde manier om met zijn twee nieuwe 'wapenbroeders' sterke kameraadschapsbanden  te smeden, maar tóch...

Al bij al had hij het met zijn twee collega's goed getroffen, vond Joseph. Hij kende de twee Oostendenaars ,zowel John Aspeslags als Roger Penjaert, reeds sinds hun vertrek uit Antwerpen. Wél bleken ze bij nader inzien niet énkel qua karakter compleet elkaars tegenpolen: de eerste was potig, bezadigd en bedachtzaam, de tweede eerder pezig, vinnig en impulsief...Misschien hadden ze juist dààrom Joseph nodig om aanéén te klitten, want met z'n drieën kwamen ze van bij het begin heel goed overeen.

Joseph dacht met moeite terug aan de treinreis van Antwerpen naar hun eerste legerkamp in Debica (Zuid-Polen): die had drie eindeloze dagen en nachten geduurd. Hun wagon met zijn acht bomvolle compartimenten was daar, wat betreft toeristisch comfort, absoluut niet op voorzien. Een wc bijvoorbeeld kon je er ver  zoeken,  om maar iéts te zeggen !  Penjaert was dan ook de eerste geweest om 's nachts z'n blote kont door het venstertje van hun coupé te steken en de resten van het Antwerps afscheidsbanket in de vlucht terug aan de natuur te schenken... Zijn goede voorbeeld sloeg bij de collega's zó aan, dat ze 's morgens voor hun 'Frühstück' bùiten het station van Dortmund op een zijspoor moesten wachten tot de drek van de zijwanden was afgespoten...

Zo waren ze met horten en stoten verder door Duitsland getuft, maar niemand had onderweg oog gehad voor de rijke schatkamers van de Christelijke Beschaving die ze zogenaamd tegen het bolsjevisme gingen verdedigen...Er werd vooral stug gekaart, eindeloos en praktisch dag en nacht...En tijdens die treinreis kwam Joseph tot de onthutsende vaststelling dat '‘de Seun'’, een debiele boerenpummel uit de Kempen, stukken béter kon kleurenwiezen dan een gediplomeerde retoricastudent zoals hijzelf !  Er werd vol branie gespeeld voor één sou per punt, en - wat niémand verwacht had - na drie dagen had die zombie uit het lieflijke bronsgroene eikenhout de halve wagonbevolking leeggezogen en afgedroogd...En zich de gebundelde wrevel van twee compartimenten op de hals gehaald !

In het reusachtige legerkamp Debica in Zuid-Polen, schokkend in al zijn grijze rechtlijnigheid, waren ze onmiddellijk door de mangel van de ijzeren Duitse discipline gedraaid. Als met stalen borstels hadden de SS- instructeurs elk spoor van burgerlijke weekheid van hun ziel geschrobd, elke neiging tot persoonlijk denken uit hun kop geschreeuwd en hen fysisch letterlijk in de vorm gestampt waarmee de oorlogsmachine aan de lopende band duizenden modelsoldaatjes uitspuwde...

Aan deze helse behandeling was voor een dertigtal rekruten, waaronder Joseph en zijn twee vrienden, na vier weken gelukkig een einde gekomen. Zij werden uitverkoren om in Dresden de speciale pionierscursus te volgen,  kwestie van eventjes de angsten en frustraties van hun basisopleiding te verwerken. Stormbootvaren en noodbruggenbouw was er misschien even afmattend geweest als de dril in Debica, en leren omgaan met valstrikken, mijnen en springstoffen mogelijk even slopend voor de zenuwen,  maar ze voelden dat ze nu eindelijk iets nuttigs leerden. En iedere zondag mochten ze in groep even ontspannen met een geleid bezoek aan de culturele trekpleisters van de '‘wunderschöne Kaiserstadt'. Een kluif die hun hondenleven aanzienlijk verzachtte...

Maar ja: mooie liedjes duren niet lang...Want op 11 oktober waren ze weer uit Dresden vertrokken, terug naar het gros van het Vlaams Legioen, dat ondertussen verhuisd was naar de legeroefenplaats Arys in Oost-Pruisen. Daar mochten de 'Pioniere', voor de ogen van een hele schare hoge officieren, een modelvoorstelling opvoeren van hun kunde bij de 'bestorming' van een rij bunkers. De jongens sprongen er kwistig om met vlammenwerpers en holle ladingen, en het mocht een waar wonder heten dat er die dag geen ernstige gekwetsten vielen...Hoe dan ook, de 'Hoge Heren' waren content en jongens van het pioniers-peloton kregen die avond welgeteld elk één pint voor de geleverde moeite ...en de volgende dag hun eerste les in militaire logica !  Want hun goed geolied peloton werd namelijk na de voorstelling op slag ontbonden en de pioniers verdeeld over de 27 fusilierssecties, drie per peloton. En wéér wou het toeval dat Joseph met zijn twee vrienden samen in het derde peloton was beland...

 

Zoals gezegd ,het kostte Joseph alle moeite om zich te herinneren hoe hij hier drie dagen geleden in deze verlaten wildernis terecht was gekomen...Hij wist nog dat het was beginnen sneeuwen, toen ze op 10 november plots het immense legeroefenkamp Arys in Oost-Pruisen hadden verlaten...En tijdens hun verplaatsing naar het front - hotsebotsend op vrachtwagens in vijf eindeloze, ijskoude dagetappes - was het hard blíjven sneeuwen, uur nà uur nà uur ! ...Véél kon hij daar verder niet van voortvertellen, want na de uitputtende maandenlange opleiding tot stormpionier had hij blijkbaar aardig wat slaap moeten inhalen... Onderweg was in zijn half-sluimer steeds opnieuw hetzelfde beeld opgedoken: de verbleekte historia-wandplaat in de klas van meester Denolf, die de dramatische aftocht van Napoleon Bonaparte uit het brandende Moskou illustreerde...En voor wie het niet duidelijk genoég was, stond er onder: "De Russische KONING WINTER verslaat den roekeloozen FRANSCHEN KEIZER. Oktober 1812 "...Was dit soms een kwaad voorteken ? Hij was er niet gerust in...

Toen het Legioen eindelijk versteven arriveerde in 'Frontabschitt Wolchov-Leningrad' (in de streek van het huidige Sint-Petersburg) werden de Vlamingen in drie dorpen rond Tarassowa ingekwartierd en onmiddellijk onder bevel geplaatst van de 2.SS-Infanterie-Brigade. Ze lagen daar nog een heel eind van het échte front af, zogenaamd in tweede lijn, maar wél midden in partizanen-gebied...Het Legioen werd door de Duitse SS-staf dan ook zonder de minste inspraak in twee groepen gesplitst: één om samen met hen al patrouillerend de hele streek van die smeerlappen te 'zuiveren', en één om - onder de naam van 'Kompanie Nussbaum' - de flank langs de spoorweg Moskou-Leningrad te beveiligen. Joseph was met zijn twee vrienden in deze laatste groep terecht gekomen, wat hun nog tere zieltjes althans die eerste week beschermd had tegen de brutale schokken van de wrede partizanenoorlog...

Baraky heette het steunpunt dat ze daar met hun derde peloton in een z.g. 'egelstelling' bezet hielden:  in feite niet meer dan twee boerenhoven en een houtzagerij langs de spoorlijn, verloren in de verblindend witte toendra...De àndere pelotons van 'Kompanie Nussbaum' lagen een paar kilometer links en rechts van hen, óók langs dat spoor, in gelijkaardige negorijen...Iedere dag moesten ze, heen en weer, beurtelings naar hun linker of hun réchter buur patrouilleren om het contact te houden. En om tevens vast te stellen aan de hand van verse dwarssporen in de sneeuw, dat tijdens de nacht weer vreemd krijgsvolk ongezien de spoordijk had gekruist...Of het nu reguliere sovjetpatrouilles waren of groepjes partizanen, erg bevorderlijk wàs dat allemaal niet om hun zelfvertrouwen op te krikken...

Want zién kon je die kereltjes nooit, ook overdag niet...En nog minder als die lafaards al eens vanuit een ver berkenbos een paar schoten op een onvoorzichtige schildwacht losten...De eerste dagen hadden de Vlamingen naar die sluipmoordenaars een gevechtspatrouille willen sturen, maar de Duitse staf had hen verbod opgelegd zich óver de spoordijk te wagen. Volgens hén waren dergelijke provocaties énkel bedoeld om onervaren troepen in een hinderlaag te lokken en dan uit te moorden. De Duitsers konden zulke incidenten blijkbaar missen als kiespijn: het front lag er hier rustig bij, en dat wilden ze graag tijdens heel de winter zo houden !  

Wel vlogen soms Russische Rata's laag langs de spoorbaan en beschoten 'en-passant' de stelling Baraky met hun boordwapens of wierpen er een bom op, meestal zonder érg...Ware er buiten niet de bijtende kou geweest en de doorlopende dreiging van de sluipschutters uit de bossen en vennen rondom, dan hadden ze het hier lang kunnen uitzingen. Want de mannen hadden al vlug hun onderkomens wat beter uitgebouwd en comfortabeler ingericht. Planken vonden ze genoeg in de zagerij, en met stukken buis staken ze al vlug een stoofje in elkaar. Op de binnenplaats lag ook nog een diepgevroren paardenkreng waarmee ze de plotse onderbrekingen van de proviandtoevoer konden opvangen. En een paar romantische zielen hadden aan een kaarsstomp op een dennentak genoeg om naar 'thuis' weg te dromen...

Maar op 3 december sloeg deze nakende kerstsfeer in stelling Baraky plots drastisch om !  Ze kregen versterking van de 'Kompanie Breymann', die tot dàn de streek rond Tarassova samen met de SS 'gezuiverd had van dat partizanengebroed'...De meesten spraken niet graag over het resultaat van hun jacht, want de gevangen sluipschutters of de vermoedelijke partizanen werden meestal naar 'achter' geleid en dààr terechtgesteld. Maar soms vonden de Duitsers dat nutteloos transport te omslachtig en werden die mannen - en vrouwen !  - gewoon in het dichtst bijzijnde gehucht zonder veel omhaal publiekelijk opgehangen of doodgeschoten. Voor de aanwezige Vlamingen was dàt wel even slikken !  De mannen vertelden dat hun commandant tegen deze lapidaire rechtspleging bij de SS bezwaar had gemaakt en dat ze waarschijnlijk dààrom hier naar de spoorbaan waren verplaatst...Een hele opluchting voor hen ,en om te bekomen hadden die jongens toch stukje bij beetje hun geweten ontlast. Voor de Duitsers verliep zo'n partizanenjacht volgens een vast ,geolied scenario. Ook hier weer : tot viermaal toe moesten de Vlamingen telkens het verdachte gehucht omsingeld houden ,en al wie er uit vluchtte neerknallen. De SS-ers drongen er dan brutaal binnen en staken alle hutten in brand tegen verstekelingen. Ze joegen alle mannen van jong tot oud bijeen op het 'dorpspleintje', gemiddeld een tiental ,en hingen er meteen twee 'Judenschweine' op om bij de ondervraging van de rest de tongen wat losser te maken. Maar zoals gewoonlijk viel dat wegens de spraakverwarring wat tegen en werden die sukkels samen in één MG-salvo terplekke "hingelegt". Een regelrechte schande ,vonden de jongens ! Het vee en het vrouwvolk werd weliswaar bijna overal ongemoeid gelaten ,maar tóch...Een smerige rotzooi vonden ze het zélf , want "dat konden toch allemaal geen joden geweest zijn ,die ze zomaar in de rapte hadden afgemaakt..."

Deze oprisping van menselijk mededogen met de 'gevangen partizanen' duurde juist geteld tot zonsondergang. Want tegen vijf uur 's avonds kreeg het derde peloton plots bevel rap een stoottroep te sturen langs het spoor ,richting steunpunt Olomno! Een vrachtwagen met de bevoorrading in proviand, munitie en post voor de Vlaamse eenheden langs de spoorlijn was op twee kilometer van Baraky in een hinderlaag van die smeerlappen gevallen ! Van de tien man die als beveiliging meereden was er één gewond tot hier gesukkeld om alarm te slaan: volgens hem had, buiten hijzelf, niemand ànders de aanslag overleefd... Als door een horzel gestoken schoot het derde peloton wakker !  Er werden in de houtzagerij een hele resem zenuwachtige bevelen geschreeuwd om een stoottroep van twintig man te vormen: Joseph en Penjaert vielen in de prijzen en kregen twee minuten om zich klaar te maken voor hun vuurdoop...Wat kort om deftig afscheid te nemen van John, die beloofde op hun rommel te passen.

Hun ‘Chef’, een Duitse SS-Adjudant die ze als "Oberscharführer" moesten aanspreken, gaf hen in de beschutting van de machineloods de laatste instructies hoe ze in deze lange rij van drie secties moesten oprukken."Denk er aan dat we zo vlug mogelijk bij onze kameraden in nood moeten aankomen !  Onderweg mogen wij ons niet laten ophouden door eventueel zijdelings vuur van scherpschutters of hinderlagen !  Storm steeds voorwaarts langs de spoorbaan en laat u niet verleiden zelfs een goed zichtbare vijand te achtervolgen in de bossen, want dan loopt ge blind in een val !  En vooral: steeds onderling afstand houden van minstens vijf meter. Wie in de rij gewond zou worden, krijgt verzorging door de twéé man die hem volgen, en niet door drie, verstaan! ?...Mars !" ” 

Buiten de stelling was het pikkedonker en bijtend koud. De 'passe-montagne' onder hun helm bood nauwelijks bescherming tegen de gure zijwind, die harde stralen ijskristallen over de lage spoordijk vlak in hun gezicht joeg. Het golvende pad, waarlangs ze dagelijks naar Olomno hadden gepatrouilleerd, lag er glad en half ondergewaaid bij. In de diepere zonken bood de dijk hier en daar wat luwte tegen de wind, en bescherming tegen mogelijk vijandelijk vuur uit oostelijke richting. Maar de partizanen lagen vast nog aan de westkant van het spoor, ergens op de loer in de bosrand...Joseph voelde zich in die hijgend voortijlende rij rekruten als een witte pijpensteel in een schietkraam !  En de kans zat erin dat die smeerlappen ergens een struikeldraad over het pad hadden gespannen, verbonden met een op-scherp-gestelde granaat...Dààr kon hij beter niet aan denken, al was dit vooral een zorg voor de koplopers...Hoofdzaak was nu zo vlug mogelijk op de plek van de overval te geraken en die door veel machtsvertoon te beveiligen. Maar in het donker was zowel het ene als het àndere allesbehalve vanzelfsprekend !  

Na een klein uur stootte de spits op de donkere massa van de vernielde vrachtwagen, die half gekanteld in de greppel naast de weg lag...Geen levende ziel meer te bekennen...De Oberscharführer stelde met een paar korte bevelen de drie secties in rondom-verdediging alvorens met een paar man de wrakstukken te onderzoeken. Kisten en zakken lagen leeggeplunderd in de sneeuw: de overvallers waren blijkbaar met een rijke buit aan proviand, wapens en munitie verdwenen. De mannen van de escorte lagen kris-kras door elkaar rond het wrak van de camion,  duidelijk van dichtbij afgemaakt, een paar met schotwonden in het gezicht...De eerste acht lijken werden nogal vlug gevonden, drie man bleven voorlopig vermist...Op het roepen van Vlaamse namen kwam uit het mistige bos geen enkel antwoord of reactie meer...Dan maar wachten tot de dag zou aanbreken...

 

Het had tot laat na de middag geduurd vooraleer de boel was opgeruimd, de lijken afgevoerd en het autowrak weggesleept. Een stoottroep van Olomno nam de zaak over en Joseph kon met zijn makkers ‘naar huis’, zwaar beladen met blikken eten en vooral...post. Verschillende brieven bleken voor het derde peloton bestemd en Joseph was bij de gelukkigen. En onmiddellijk flitste het door zijn hoofd dat Nadine misschien eindelijk haar wrok overwonnen had...Maar de afzender bleek Neuville Georgette ...Tante Jetje ? Ook goed ! Op slag was alle leed vergeten ! ...

 De brief had er ruim drie weken over gedaan, zag hij wat beteuterd...Maar oud nieuws van thuis bestond niet.

 

Westende, den 15 november 1941.

 

Beste Joseph, lieve jongen,

Gij moet mij excuseren dat ik tot nu gewacht heb voordat ik dezen eersten brief schrijf, maar de zaken zijn hier ook niet simpelder geworden met uw vertrek naar Rusland. Wij dachten en hoopten dat ge met de raad van Jupp achter een paar weken zou kunnen weerkeren naar huis, vooraleer het te laat was. Maar Leon heeft van een serieuze mens gehoord dat gij nu al te ver weg zijt in dat soldatenleven om nog weer te kunnen keren zonder zever van uw bazen. En Jupp zegt dat ook. Ik doen iedere avond een schietgebed dat gij gezond moogt weerkeren tegen dat den oorlog daar gedaan is. Maar ik zijn ver de enige, peins ik. Want in het dorp liggen er zeker weinig van wakker dat gij hen met uw leven beschermt tegen den goddelozen bolsjeviek. Zélfs meneer pastoor niét ,heb ik gehoord .Ge had dat nooit mogen doen vent.

Het is mijn droeve plicht u te melden dat Marie nog niet is bijgedraaid en zij weigert over u te spreken. Maar dat is geen uitzondering aangezien ze zowat met iedereen van’t dorp overhoop ligt. De reden daarvan ligt bij Jupp die alsmaar meer in’t open op haren dorpel staat en de mensen kunnen daarmee niet ommegaan. Marie trekt zich al die roddel en achterklap niet aan, oo kontrarie, ze durft iedereen die haar scheef beziet vlak in '’t gezicht zijn vet geven. Dat maakt dat ze nu met het halve dorp overhoop ligt, maar zij lacht daarmee. Dat zal wel slijten zegt zij. Maar ik zie haar iedere dag meer pinniger worden en ik krijg ook rapper een veeg uit de pan. 

Ook met de burgemeester Engelborghs ligt ze overhoop omdat die kwam vragen aan haar van een warme sjaale te breien voor u. Ze heeft hem vlakaf gezegd dat hij u in de kou heeft gestoken en daarom zelf maar een warme sjaale moet breien voor u. Hij is het vroet van collèire weer afgetrapt en we zullen hem niet rap meer op den hof zien, peins ik. Ik hoop dat ze er geen spijt van krijgt.

Met Leon gaat alles opperbest. Hij verdient goed en brengt mij vantijd een schol of een pladijs mee lijk een echte vent. Hij loopt lijk serieus met die kleine van Erte uit de lakodam, maar hij houdt het proper heeft hij mij beloofd. Ik verwacht dan voor de moment ook niet dat hij zwaar gaat moeten biechten bij meneer pastoor. Gij verstaat mij wel zeker. Gij ook goed opletten hé.  

Zo, ik zijn rond en uitverteld. Weet mij te zeggen ofdat ge deze brief in goede orde hebt ontvangen, dan beloof ik van volgende maand opnieuw een te schrijven. Dat is een goede oefening voor mijn geleerdheid, maar ik zit er wel een tijd op, iedere week een stukje.

Ik hoop u hier rap in goede gezondheid weer te zien en druk alvast vanuit de verte een stevig totje op uw voorhoofd

                       Uwe tante Jetje,

              Getekend Neuville Georgette.

 

Joseph lachte door zijn tranen heen. Penny keek gegeneerd weg, maar John klopte hem vriendelijk op de schouder: ”Laat maar lopen vent ! ”

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van " De Afrekening"

↑ Terug naar de berichten