Naar de inhoud

" De Afrekening"

Een West-Vlaamse oorlogsthriller in afleveringen
akke.beakke.be

Archief

Deel 239

 B65. 

GEDUMPT !                         

Westende, september 1943.

In de stinkende gelagzaal van '‘Het Anker'’ hing een vreemde gespannen sfeer. Het radiotoestel in de kelder, waar door een paar ‘getrouwen’ sluiks de nieuwsberichten van de BBC werden beluisterd, had gisterenavond gemeld dat de Engelse troepen in de teen van Italië waren geland. Ze hadden, zoals iedereen al een week had verwacht, vanuit het veroverde Sicilië, de smalle Straat van Messina overgestoken en zo voor het eerst in volle sterkte voet gezet op die teen (excuseer !) van het Europese vasteland.

Maar ja, wat was ‘volle sterkte’...De meeste klanten hoopten dat het beter zou aflopen dan in Dieppe, vorig jaar...Want ‘den Duits’ was ook geen uil, hadden ze zo langzamerhand wel begrepen, en die wist natuurlijk minstens zo goed als de beste toogstrategen, dat ’Monty’ het dààr in die "teen" zou proberen ! Een zeestraat van ocharme drie kilometer breed ! Dat Rommel -– of zijn plaatsvervanger, die niet noodzakelijk veel stommer was dan zijn baas - in dat puntige puntje van de Italiaanse teen geen grote troepenmacht zou durven opstellen sprak voor zich ! Dat was vràgen om afgesneden te worden ! Dus zou hij zijn divisies een honderd kilometer vérder opstellen, in de wreef van de "Italiaanse voet", volop in het hoge rotsige gebergte.

"“ Vader Baljauw, de pa van mijn ‘wuf’, heeft daar in zijn jonge tijd nog op een veerboot gevaren, in Messine, en die zegt dat ge vanuit de haven land-in recht op de omringende bergen botst ! Daar is maar één deftige baan land-in ,en voor de rest geraakt ge daar aléén weg op een ezel langs wat smalle wegels !" ”

Baljauw, die zwartzak ! Natuurlijk dat die weer roet in '’t eten kwam gooien ! Van een ezel gesproken !

"“ En ge gaat dat zién : nù gaan de Italianen vechten lijk leeuwen ,zie ! Nu dat ze hun eigen vaderland gaan verdedigen en niet voor den Duits in Rusland de kastanjes uit het vuur moeten halen ! ..." ” De vermetele tooghanger werd van links en rechts onder schamper hoongelach bedolven en dronk rap zijn pint leeg...Zijn hoopvolle boodschap kreeg hij hier toch niet verkocht.

"“ Wat peisde gij, Gerard ?”" vroeg Leon aan zijn schipper, naast zich aan het besmeurde tafeltje. Maar die hield zich op de vlakte: ”" Ge moet straks, als de patron akkoord is, eens in de kelder op de kaart gaan zien waar dat ligt, hé vent...Ik zijn vanmorgen al gaan kijken...Messine, verdomme ! Ze konden geen puntje van de Westerse kust kiezen dat vérder ligt van hier! Vooraleer dien Generaal Monty van Messine tot bij ons in Nieuwpoort is gevorderd hebben wij al een grijzen baard ! Dat zotte operettegevecht, daar bij die Macaroni's, dat zal hiér niet veel aan de zaken veranderen..."

"“ Dan gaat den Duits ons dus niet verbieden van lijk naar gewoonte uit te varen met de ‘Astrid’, uw gedacht ?”"

"“ Bijlange niet, vent ! Onze havenkapitein trekt zich dat spel in Italië niet aan ! We mogen nu nog maar drie werkdagen vissen op de week: als hij ons nog meer gaat verbieden dan is het de moeite niet meer ! ”"

"“ En mag ik dan mee als machinist, Gerard ?”"

"“ Als schipper Titteca akkoord is, ja..."”

"“ Gij wilt geen schipper niet meer zijn, heb ik verstaan"...” Pylieser ging er niet op in.     " “En uw twee nieuwe boten blijven ook aan de wal...Toch niet bang dat er iets mee gaat gebeuren hé ?”"

"“ Morgen, te zevenen afvaart met de Astrid ! "” zei hij kort :" ”Roger Titteca schipper, gij als machinist op stage en de kleine Ureel als scheepsjongen...En moest er iets tussenkomen zien we het nog wel...”"

Leon kon al wat vrijer ademen, nu hij weer meekon met de oude ‘Astrid’. Dat gefoefel met de loden waterleidingen uit de gestripte villa’s was hem nooit erg bevallen. Maar dàt liep nu ver op z'’n einde, nu alle huizen op de dijk ondermijnd waren en Briek Erte zich uitsluitend met de pompen en filters van de Lac-aux-Dames bezig hield. En Pappie had waarschijnlijk ook wat schrik gekregen na die controle van de Gestapo, twee maanden geleden...

Toen Leon aan Pappie zijn ontslag vroeg was hij pardoes op Briek gebotst. En lijk een grote vent had hij de man aangepakt over dat stomme omgaansverbod met Olgatje: waarom zo ineens dat veto verdomme !? Hij had toch altijd iedereen gerespecteerd, heel de familie Erte, al die jaren dat ze elkaar kenden ? Wat kon hem dan in godsnaam verweten worden ?

"“ Leon, niet beginnen zagen hé vent ! Ik heb just een maand bij den Duts in den bak gezeten, en ik heb er ferm mijn père bij gezien ! Die smeerlappen zién naar niks: vuile moordenaars zijn het ! En wie er ànders over denkt heeft bij mij afgedaan: met dàt volk wil ik niks meer te doen hebben !" ”

"“ Maar Briek, ge werkt zélf voor den Duts ! Pappie is uwen baas, man: da’s de eerste keer dat ge die vent voor moordenaar uitmaakt ! Ge hebt die toch altijd een deftige tiep gevonden ! "”

" Natuurlijk zijn er goei bij ! Maar ze werken voor een systeem dat voor geen kloten deugt !  "”

"“ Lijk gij, met andere woorden ! ”"

"“ Omdat ik moét, hé vent ! "”

"“ Briek, iederéén moet, als ge '’t zo draait hé ! En wat heeft dat verdomme met Olga en mij te maken ?"”

"“ Omdat gij niét moet, en de Duts tóch zo'’n goeie vindt ! En Joseph van '’t zelfde, als vrijwillige soldaat in Rusland ! En over uw ma met de Jupp zullen we maar zwijgen, zeker ? Of is dat ook van moetes, soms ?... Gijder doet vrijwillig mee met het Duitse systeem, en ik wil niet dat mijn dochter daarmee besmet geraakt ! Goed verstaan, Leon ?...Ware het geen oorlog geweest, dan had ik je graag in ons gezin opgenomen, want in de grond zijt gij een goeie kloot en een ferme werker...Maar uw vriendenrelaties trekken op niks...En bij mij komt er niemand meer binnen die met den Duts heult ! En ik vraag u hiér en nù klaar en duidelijk mijn Olgatje gerust te laten, verstaan ?! Of er komen ongelukken van ! ”"

Duidelijker kón moeilijk: hij werd gedumpt! Al leek het wel een scène uit een Charly-film, zoals die smalle Briek een vent als een beer lijk Leon afdreigde...Lachwekkend ,écht !

Maar niemand lachte.

 Ondanks het optimisme van Schipper Pylieser lagen ze de volgende weken méér met de Astrid aan de kaai, dan dat er uitgevaren werd. En aangezien ze niet eeuwig netten konden breien en trossen herstellen, zat Leon en de schipper dikwijls in ‘'Het Anker'’ te drinken en over de oorlog te lullen. Véél te dikwijls, naar de zin van Marie, maar die wist niet hoe ze hem moest aanpakken, als hij ’'s avonds thuis kwam, stinkend naar het bier en de tabaksrook... Venten, hé... Voor de eerste keer in zijn leven werd hij door zijn lief gedumpt en alle kracht leek uit z’'n lijf gelopen ! Vanals ze hun lief kwijt zijn lijken het wel verwende zuigelingen ! Maar met haar Leon zou dat 'le.de.ve.de.' (volks voor "liefdeverdriet") wel rap slijten... Zo'’n kloeke vent: die kon er immers aan iedere vinger tién ‘krijgen’...

Deze troostende gedachte zou haar later zuur opbreken.


Italië had ondertussen gecapituleerd. En de gewaagde bevrijding van Mussolini door de ‘Fallschirmjäger’ van de SS-officier Skorzeny bleef lang nagalmen in het nieuws... Eindelijk weer eens een bewijs dat de Duitse soldaat de beste van de wereld was ! Ja, in feite onoverwinnelijk ! Dié hadden niemand nodig -– en zéker die stomme Macaroni’s niet ! –- om de oorlog tot een goed einde te brengen...Ook Jupp leefde erbij op...En dus kon Marie de toekomst weer vol vertrouwen tegemoet zien...

 

In Kamp Milowitz bij Praag was Joseph minder geestdriftig met de gang van zaken ! Verre vàn, zelfs ! De schrijver van de compagnie had hem verwittigd dat het Belgische rijkswachtverslag over hun onderzoek naar zijn arische antecedenten binnen was...

"“ En ? Is het gunstig ?"” wou Joseph graag weten. Maar die verwaande puist mocht daarover niets lossen, klonk het gewichtig :" ”Geheimsache !" ”

De commandant liet hem nog twee dagen in zijn sap sudderen vooraleer hij hem op het buro liet roepen en Joseph de vlaag al voelde hangen: dat werd weer niks!

"“ We gaan er niet veel woorden aan vuil maken, nietwaar Scharführer ! Zoals ik u gezegd heb toen gij uw aanvraag bij mij indiende zat er stront aan de knikker met de bloedlijn van uw vader Désiré ! En aangezien gij dat óók wist hebt gij gemeend een àndere vader te kunnen kiezen die wél acceptabel zou zijn voor de Hogere Leiding. Vergeet dat dus maar ! Uw eigenste moeder heeft onder ede verklaard dat Désiré Petré wel degelijk uw verwekker is. En uit het verdere onderzoek blijkt dat bij die man inderdaad een haar in de boter zit...Hier, lees het zelf maar eens, en ge zult begrijpen dat ik u met zo’'n afstamming onmogelijk kan voordragen voor een opleiding aan de officierenschool in Bad Töltz...En kom mij daarna niet meer lastigvallen met vragen voor ontslag uit de gewapende dienst, want dan stuur ik je recht naar de  Sturmgrenadiere, of je nu medisch geschikt bent of niet! Ingerukt ! ”"

De Rijkswacht van Nieuwpoort had het er inderdaad nogal dik opgelegd en héél de doopceel van Dis kundig uit de doeken gedaan. Het begon al met de hautaine afwijzing van Josephs suggestie dat hij door een nobele onbekende vader verwekt werd !

"...De vrouw Maria Cattrysse, weduwe Petré wijst deze verdachtmaking verontwaardigd van de hand en verwees ons voor meer details over de werkelijke vader -– haar overleden echtgenoot - naar de Moeder Overste van het Zwartzuster klooster in Veurne. Haar echtgenoot werd er als boreling te vinden gelegd. Méér wist vrouw Catrysse niet..."

 "“Die vuile vervloekte bedriegster ! "” riep Joseph uit: "”Niet te geloven ! Het is voldoende dat die moer zo maar beweert van nooit buiten de pot gepist te hebben om die kloten van gendarmen op hun velo naar Veurne te sturen ! En dàt noemen ze een onderzoek,verdomme ! Zonder dreigende aandrang, zonder doorgedreven ondervraging of verhoor van getuigen of buren ! Over die 'Rudolf' of Jetje geen woord, terwijl ik er rotsvast van overtuigd was dat die vroegere boezemvriendin alle geheimen van mijn moeder kende ,"De zaak Rudolf" op kop ! Hoe is dat in godsnaam mogelijk !?"

De rest moest hij in feite niet meer lezen: dat kerstvertelsel van het pasgeboren kindje achtergelaten in het portiek van het klooster kende hij van buiten ! Tóch overvloog hij de tekst nog eens.

"...Soeur Adolphine, destijds novice maar nu Moeder Overste en de enige overlevende hoofdrolspeelster tijdens het drama van 24 december van het jaar 1902...Hoorde schreien aan de poort...Zag een mannelijke schim weglopen in de nacht...Vond het pasgeboren busselkindje gewikkeld in een bebloed manshemd vol borduursel van kleurige kruisjessteek..."

"Tiens”, dacht Joseph: ” dat is nieuw...” En ook wat volgde las hij voor het eerst: "” Op het hemd was een stuk bruin papier met een veiligheidsspeld bevestigd, met daarop in bloed de volgende letters geschreven: POMAH. De heer Pastoor-zaliger had destijds beweerd dat dit een balkanees woord was voor ons ‘ROMAN’ en zag drie mogelijke bedoelingen van dat bericht.

1-  Roman betekende ‘rooms-katholiek’, en drukte de wens uit dat het kind gedoopt zou worden, omdat de ouders christenen waren.

2-  het betekende ‘romanichel’ oftewel ‘zigeuner’.

3-  het betekende ‘Roemeens’, of Romaans.

De kloostergemeenschap heeft in die zin gehandeld en de boreling de naam gegeven van DESIRE VROMAN, ouders onbekend :Misterie opgehelderd.

Dat blijkt voorbarig. Want diezelfde morgen ontdekken de nonnen in een schuurtje achter de kloostertuin het verse lijk van een jonge zigeunerin met post-natale bloeding, en tussen de benen een nog levende boreling van het mannelijk geslacht. Deze dopen ze haastig als NOEL DIEUDONNEE.

De kerkelijke overheid heeft destijds beslist dat deze twee borelingen  los van elkaar staan.Dit is echter volledig wederrechtelijk. Er dient immers gewezen op het feit dat het bruin papier waarop bij Désiré Vroman met bloed 'POMAH' stond geschreven, zonder de minste twijfel afgescheurd werd van een cimentzak die in het kloosterschuurtje lag ,waar de dode zigeunerin werd gevonden. Dus werd dat papier daar terplekke afgescheurd, met bloed van de eerste geboorte beschreven, vastgespeld op het hemd van busselkind Désiré Vroman en aldus te vinden gelegd in het portaal van het klooster. Er is dus een duidelijk verband tussen de vondeling en de overleden kraamvrouw.

De vondeling werd tot zijn twaalfde jaar opgevoed in het weeshuis van de Zwartzusters, dat tijdens de Grote Oorlog dienst deed als veldhospitaal voor de gazés. Désiré hielp daar bij de verpleging en werd daarom geadopteerd door een patient genaamd Petré, die de jongen aldus zijn familienaam schonk.

De levensloop van de tweede boreling werd niet verder onderzocht, wegens niét terzake doende.

            

Joseph bleef een hele tijd in gedachten verzonken, tot de ergernis en de woede over het bedrog van Marie weer de bovenhand haalde: "Dat rotwijf ! Mij zo dumpen ! Bij mijn eerste verlof maak ik haar garantie kapot ! Dat ze maar oppast ,verdomme !!.

 

 

 


Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 240

B66

HET KOEKOEKSEI.

 

        Westende, oktober 1943.

Leon zat op de schopstoel. Bij niemand kon hij nog goed doen. Hij lag met héél het gezin Erte overhoop omdat zij ervoor hadden gezorgd dat hij niet deftig van Olga afscheid had kunnen nemen vooraleer die naar haar nonnenpensionaat in Kortrijk verbannen werd.

Hun laatste sluikse ontmoeting bij het beruchte ‘dennenbosje’ was jammerlijk op een ruzie uitgedraaid, terwijl hij nog zó gehoopt had haar in de schemerige geborgenheid van dit dichte struikgewas een belofte van eeuwige trouw te kunnen ontfutselen... Maar met zijn stomme kop had hij voordien niet gelet op het aantal Faro’s waarmee hij zonodig zijn dorst had gelest... Of had hij soms gehoopt er zich moed mee te kunnen indrinken?... Hoe dan ook, na één gestolen tootje kreeg hij reeds het deksel op de neus:"” Zeg, gijse vuile vent, ge stinkt een uur voor de wind naar '’t bier ! Kom, schei maar rap uit: een zatlap moet ik niet hebben !" ” En van '’t ene woord was '’t àndere gekomen, waarbij Olgatje binnen de vijf minuten deskundig al hun jaren van zoete min kelderde, op de fiets sprong en wenend van woede naar huis sprintte.  

Dat was de laatste keer van z'n leven dat hij haar zag.

Thuis was hij bij Jetje gaan uitrazen en ook daar van een kale reis teruggekomen. Zij had juist op het gemeentehuis gehoord dat alle arrestanten van de Dossin-kazerne uit Mechelen naar een kamp in Duitsland waren overgebracht en gelukkig niet naar Polen. Waarschijnlijk Ravensbrück bij Berlijn, uitsluitend voor vrouwen: dus die zullen het er wel wat beschaafd houden... Dat het gerechtelijk dossier van Rachel Coulier dààr verder onderzocht zou worden, was alles wat burgemeester Engelborghs haar tot troost had kunnen aanbieden. En dat kon wel een tijdje duren, maar van geduldig te wachten was nog niemand gestorven, hé...Dat Jetje met deze zoethouder geen gat in de lucht had gesprongen, was goed te begrijpen. En zij dus niet erg warm kon lopen voor de stomme liefdesperikelen van Leon, moest je haar niet kwalijk nemen...

"“ Vent, ik heb altijd gezegd dat ge nog veelst te jong waart om zo serieus met dat meisje om te gaan ! Als er dan zever van komt moet ge niet bij mij komen zagen hé! Daarbij, zijt maar zéér stil: er zijn verdimme in de wereld drama’s die stukken triestiger zijn om over te treuren! Zijt gerust: op gebied van de liefde gaat gij later niks te kort komen! '’t Is maar als ge binnen een paar jaar nog geen vrouwmens hebt kunnen krijgen, dat ik daarover nog eens wil klappen! Maar dénkt er aan: als ge een serieus lief wilt vinden, gaat ge toch éérst moeten stoppen met bierzuipen: dat stààt niet voor een brave jongen lijk gij altijd waart! Want zeg nu zélf: de laatste tijd zijt ge wat lichtelijk aan '’t overdrijven hé Charel! Drinkt tussendoor liever eens een limonatje als ge werkelijk zo'’n grote dorst krijgt!" ” 

“" Verdomme Jetje, in ‘Het Anker’ schenken ze geen limonatjes, mens! En als dat al is wat ge mij kunt aanraden, zijt ge feestelijk bedankt voor de moeite!" ”

 

Thuis lag er op zijn bord voor het avondeten een veldpostbrief op hem te wachten. Marie sprak er met geen woord over en hij stak de omslag zwijgend in zijn zak...

Vooraleer hij in zijn bed kroop, scheurde hij de enveloppe open en begon te lezen... Dat had hij beter niét gedaan, want wat hij te slikken kreeg bezorgde hem wéér een slapeloze nacht!

"...Maar wat voor bende onnozelaars zijt gijder daar toch! Verdomme Leon, moet ik daarvoor hier mijn kloten afdraaien, als er nog niet één keer naar mij geluisterd kan worden? Ik heb u verwittigd dat mijn commandant mijn afstamming zou laten onderzoeken, en heb u gevraagd minstens te laten uitschijnen dat ik mogelijk een àndere vader heb dan Dis Petré... Dat dit op basis van lichamelijke verschillen tussen gij en ik zelfs zéér waarschijnlijk is... Dàt moesten de gendarmen onderzoeken en eventueel Jetje op de rooster leggen die heel die affaire met ‘den Rudolf’ van jongsaf heeft meebeleefd. Want ZIJ weet wie mijn vader is! En al moesten ze haar de stroot toenijpen, maar iedere gendarm met wat kloten aan z'’n lijf moet er toch in lukken haar de waarheid te ontwringen, zeker !?...

Verdikke ,dacht Leon ,dien heeft het lelijk zitten !

"En wat is er gebeurd ? Noch gij, mijn zogenaamde teerbeminde broer, noch tante Jetje, die beweerde mij lief te hebben als een ware moeder, NIEMAND die een poot heeft uitgestoken om dat onderzoek in de goede zin vooruit te helpen ! NIEMAND ! Hoe is het godsmogelijk ! Wat zijt gijder daar voor een bende egoïsten die nog geen vinger uitsteekt voor een ànder, geen minste moeite doet voor een jonge soldaat die aan het Oostfront dàgelijks z'’n lijf en leven waagt om u tegen het Rode Monster te beschermen ! Dat is niet enkel een schande, maar een regelrechte misdaad waarvoor gij vroeg of laat ter verantwoording zult geroepen worden. "

Man-Man !Wat een hoop stadhuiswoorden !

Maar de grote schuldige is natuurlijk Marie, mijn onwaardige moeder, die met kwaad opzet de gendarmen op een dwaalspoor heeft gezet ! Mijn commandant heeft mij hun verslag laten lezen: zij heeft zelfs geen woord willen zeggen over mijn échte vader en die mannen onmiddellijk naar de nonnen van Veurne verwezen met dat afgezaagde vertelsel over Dis-de-vondeling ! Dat wilde ik juist ten allen prijze vermijden ! En ook al beweert de Kerk het tegenovergestelde, toch hebben die kloten nog gemeend te moeten bewijzen dat er zéker een band liep tussen de vondeling in het kloosterportaal en de doodgebloede zigeunerin in het schuurtje van hunnen hof ! Een stuk bruin papier, dat op het busselkind gespeld zat met ‘ROMAN’ op geschreven in bloedige letters, was volgens de gendarmen afgescheurd van een cimentzak die in dat schuurtje naast die kraamvrouw lag... Dat is de eerste keer dat ik daarover hoor spreken ! Maar dat laat verdomme wél klaar en duidelijk verstaan dat den Dis een kind van dat vreemde vrouwmens was ! En ik dus het kleinkind van een zigeunerin ! Terwijl ik juist rotsvast overtuigd zijn van Dis niét af te stammen omdat ik op hem niet trek, maar wél van een zuivere arische blonde Vlaming ! ...Want met de Dis als mijn vader zijn ik hier verloren !

"Als ik dus geen àndere vader vind, kan ik er juist zo goed een streep onder trekken ! Ik reken dus op u om de waarheid over mijn afstamming uit Jetje te wringen of ik doen een ongeluk !

"De groeten, en haast u wat !

"Getekend Joseph.

Verdomme, de waarheid uit Jetje wringen ! Die vliegende zot wist niet wat hij vroeg zeker ! En wel juist nù, na haar zo brutaal geconfronteerd te hebben met zijn liefdesverdriet ! Ze zal hem zien komen ! Hij kon beter wachten tot de zondagmorgen: nà de mis, bij een jatte kaffe in haar keuken, was ze misschien in een vergevensgezinde stemming.

                         
                         Dus ,die zondagmorgen...

“"Nee, da'’s al een heel tijdje dat ik nog iets van hem gehoord heb...”"

“" Wel, hier zie ! Ik heb die juist ontvangen en ik was er niet goed van !" ”

Jetje prevelde haperend de ontcijferde zinnen, en Leon zag met een geniepig genoegen dat haar gezicht bij het verder lezen alsmaar méér betrok. Tenslotte trok ze een clowneske pruillip:" “Dien is precies een beetje kwaad, zoudt ge zeggen, hé ! ... En wat denkt ge, Leon,” gekte ze plots: ” gaat ge nù mijn stroot toenijpen, of achter '’t eten van de noen ? Want ik heb een poddinkje gemaakt met vliersiroop als dessert die '‘k niet zou willen missen, ziet ge..."”

"“ Ge zoudt mij misschien de waarheid over zijn vader kunnen vertellen, Jetje, zonder dat ik moet beginnen nijpen ! "” Ze lachten beiden gemeen en wat onzeker: een mop die de mist in ging..." ”Want dat gij het fijne weet van wat er vroeger gebeurd is, kunt ge niet meer ontkennen: die leugens gelooft geen kat meer..."”

“" Doet geen moeite, ventje, ik kan dat probleem van Joseph niet oplossen, zeg ik ! Dat zijn familiezaken tussen moeder en kind, en ik heb mij daarmee niet te moeien ! Als Marie dat aan uw neus wilt hangen, moet ZIJ dat weten: IK kan daarover niks vertellen, al nijpt ge mijn stoot toe en steekt gij mijn kot in brand ! ”..."

Leon staarde haar aan, rood van woede om zijn onmacht en siste in haar gezicht:      " ” Brengt mij niet op slechte gedachten hé Tante Jetje, want '’t zijt gij die met vuur speelt ! Vergeet niet dat Joseph binnenkort wel op congé gaat komen: dan kunt gij het rechtstreeks aan hém gaan uitleggen ! Maar ik peins niet dat ge daaraan veel plezier gaat beleven ! ”"

Zo, wéér een zondag om zeep ! Misschien dat een frisse pint in ‘Het Paard’ daar nog iets aan kon verbeteren...

 

Jetje liet de ruzie een dagje bezinken: Marie was tóch tot de laatste tram met haar Duitse vrijer naar Oostende. Maar op maandagnamiddag, na hun shift in de keuken van de kazerne ‘Ons Rustoord’ vond ze de kust vrij.

“" Leon heeft nieuws van Joseph gekregen..."”

“" Ja, dat weet ik...En dan ? Ge weet dat ik mij van hem niets meer aantrek !" ”

“ "Ja, maar ge laat MIJ wel uw vuile was doen hé !" ”

“ "Daar hebt ge zélf voor gekozen hé Jetje, door heel den tijd zijn partij te kiezen ! Ik heb er definitief een streep onder getrokken, de dag dat hij in mijn rapen heeft gescheten ! Schluss! Fini ! Hij wou absoluut naar Rusland om mij een kloot af te trekken: wel, geluk er mee ! Maar achteraf niet voor mijn deur komen blèten hé ! ” "

“" Ge zegt ‘geluk ermee’, maar ge doet alles om hem in het óngeluk te storten ! Waarom moest ge anders die gendarmen weer naar de nonnen in Veurne sturen, toen ze kwamen vragen wie de vader van Joseph was ? Altijd die leugens ! Terwijl het voor iedereen een opluchting ware geweest, had ge naar de ‘Rudolf’ gewezen ! De gendarmen waren zelfs akkoord dat als biechtgeheim te beschouwen en dien mens gerust te laten ! Zijn naam weten was voor die mannen genoeg om te bevestigen dat het een zuiveren Belg was met onbesmette voorouders...Méér moest dat niet zijn! Iedereen content ! "”

 “" Georgette ! Ik wil van Rudolf of van Joseph niets meer horen, verstaan ! Ik heb die twee uit mijn leven geschrapt en daarmee basta !" ”

"“ Dénkt ge, Marie ? Durft ge dat tegen Leon zeggen, die van Joseph het bevel kreeg die zaak tot diep in de grond uit te spitten ! Die sukkelaar weet dat ik de waarheid ken en heeft zelfs gedreigd mijn kot in brand te steken als ik er niet mee voor de pinnen kom, niet méér dan dàt ! En binnenkort komt Joseph met congé en die gaat hier een bloedbad aanrichten als die zaak niet voordien is opgelost ! Ge ziet, Marie: dat is geen  gevecht tussen gij en Joseph alléén ! Er riskeren er nog veel àndere in de brokken te delen ! Ziet dus maar goed uit wat ge doet, mens !" 

In bed moest Marie doorlopend denken hoe ze de misdaad uit haar jeugd van zich af zou kunnen schudden. De zaak was nu misschien verjaard, want Dis was al jaren dood...En hij had nooit enig bezwaar gemaakt tegen het vaderschap dat na die gespeelde vrijage in de duinen van de doorsteek zo onverwacht rap op zijn nek viel. Joseph werd op hun trouwboek gewoon ingeschreven op zijn naam: Petré... Niet haar eerste keuze, maar wel een mooie oplossing. En véél te kiezen was haar destijds niet gegund om haar misdaad toe te dekken..”         

 Want na die rampzalige zondagmiddag in september van '’22 leek ze wel in een nachtmerrie terecht gekomen. Ze had uren vertwijfeld en vergeefs op haar ‘Rudolf’ staan wachten bij hun liefdesnestje op de vest van ‘Fort Palingbrug’... Bij de invallende duisternis was ze hem in de totaal vernielde stad gaan zoeken, en alle café’s langs gelopen... Tot ze hem door de ruit van ‘Het Anker’ binnen zag dansen met een hete trien ! Als verdoofd had ze hem daar nog een hele tijd staan beloeren, tot hij plots naar buiten was gewankeld om tegen de zijgevel zijn overvolle blaas leeg te spuiten...

Hij schrok even toen hij haar achter zich zag staan als een wrekende godin... Enfin, zo herinnerde zij het incident zelfs jaren later...

 

"...” M'’n regels zijn niet doorgekomen”" was het enige wat ze wist te zeggen, na al de snedige zinnen die ze tijdens het zoeken had klaargestoomd.

Hij moest het blijkbaar even laten bezinken, maar  barstte toen los: "” Stomme geit ! Konde niet beter oppassen ? Ziede, dat komt er nu van, zie ! "...” en knoopte ondertussen onhandig zijn gulp dicht.

“ "Moet ik geen handje helpen ?”" sneerde Marie,” "Of kan meneire het alleen, vandaag?”"  Maar raar genoeg kwam er geen reactie.

“ "Wel, wat denkt ge te doen ?”" vroeg ze met trillende stem, maar hij had zijn antwoord al klaar:

“" Voortdansen, miljaarde ! Dat hete mokkel staat al veel te lang op mij te wachten !" ”

“ "En ik dan ?”" Het wenen stond haar werkelijk nader dan het lachen, maar ze verbeet haar zwakte en keek hem kloek in de ogen: "” Hoe zit het met mij ?!”"

“" Trekt uw plan, hé! Godverdomse zeverkont ! ... Zoiets moeten de wijven zélf arrangeren en de venten daarmee niet lastig komen vallen ! ”..." Hij liep hardop boerend langs haar heen en stapte vol branie terug naar binnen... Ze zag nog net hoe dat zatte vrouwmens hem schel-lachend opnieuw in de armen sloot, maar toen werd alles mistig…...

 

..Wel, ze hàd haar plan getrokken ! De herinnering deed pijn, maar ze beet door: het was tenslotte al bijna twintig jaar geleden...                      

Na nog een vreselijke week van peinzen en piekeren, was ze tenslotte bij Jetje gaan biechten, in tranen en tuiten. En haar boezemvriendin had haar geholpen, enfin, zoveel ze kon... Haar moeder, een grauw verziekt vrouwmens van nog geen veertig, had al een zestal 'miskramen' achter de rug en Jetje wist het recept:

" Iedere avond een korrel rattenvergif in wat kasterolie met saffraan... Na een week zijt ge er van af, gegarandeerd ! "        

Maar na twee dagen kón ze niet meer: ze was zo ziek als een hond en haar broer René had haar dan, zonder veel compli­menten, naar dokter Loenders in Lombardsyde gesleurd. Die zag onmiddellijk hoe de vork in de steel zat en na een gesprek van een kwartiertje wist Marie drie zaken: als ze doorging met die rommel zou ze sterven, als ze ophield zou de vrucht mis­schien nog niet beschadigd zijn, en als ze het verstandig aan boord legde kon een mooi meisje als zij binnen de maand wel een àndere vader vinden voor haar kind.              

Marie en Jetje hadden dan samen maar een wijde blik om zich heen geworpen en besloten dat den Dis het beste was wat de markt kon bieden. Och arme, hij had het moeten weten, de goede sul ! Gewetenloos had Marie die jongen dan -– vakkundig vanuit de coulissen gedirigeerd door haar wereldwijze vriendin - in twee weken tijd verleid en vervolgens zonder dralen in de duinen van den doorsteek verkracht ! Ze moest hem juist laten doen wat de Rudolf met haar had uitgestoken...

Mensenlief ! De knul wist van gelukzaligheid niet wat hem overkwam... Drie keer had hij "‘gemogen’" om zijn latere twijfels te voorkomen... En twee maand na die vervloekte kermis in Nieuwpoort waren ze dan rap-rap getrouwd ! Maar het kindje bleek toch wat te vroeg geboren, als Dis goed op zijn vingers kon tellen... Voor de rest leek de baby, een jongetje, op eerste zicht gaaf en gezond en de 'vader' was destijds zo fier als een gieter op zijn spruit geweest. Marie wat minder, maar ze deed haar best om van haar wroeging over dat koekoeksei niets te laten merken...Vreemd genoeg voelde haar vrien­din zich met de kleine meer opgetogen dan zijzelf, maar die had natuurlijk niet zo'’n zware zonde op haar ziel.                                                                                                                                                                                

Neen, den Dis had er nooit iets van geweten...

Zij herinnerde zich nog hoe Jetje, daags na die beruchte begrafenis van haar vent, was komen vissen met nauwelijks verholen binnenpretjes... Maar ze had haar boezemvriendin onmiddellijk gerust gesteld: die stomme kloot van een Dis Petré had heel zijn verdere leven nooit aan zijn vaderschap getwijfeld, of in elk geval niet openlijk... En zo'’n goede komediant wàs hij niet...

En hadden zijn vrienden - zelfs de Gerard Pylieser in d'eerste plaats, waar hij nogal hoog mee opliep -– destijds ooit de drieste moed opgebracht om over zijn vaderschap te zwanzen, zou hij deze beledigende achterklap met zijn mokervuist kordaat de kop hebben ingeklopt, zijt maar zeker ! De kleine Joseph was ZIJN zoon, en daarmee uit !

En als die stomme Jetje nu haar klep dicht hield, dan was er niemand die roet in '’t eten zou kunnen gooien: Joseph was van den Dis, en Dis was een vondeling !

Van een ongekende vader en moeder ! Punt !  En heel die troep: den Dis zowel als zijn vermoedelijke vader en moeder uit de cirk waren op de koop toe al lang veilig dood en begraven !

Dus als dat haar keikop van een zoon kon verhinderen om officier te worden bij den Duits, dan was dat nog aardig meegenomen ook !!

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 241

B66Bis      DE PLETROL KOMT.                            

 

Niet enkel in Italië ,maar ook op alle àndere fronten hadden vanaf augustus '43 de Duitsers hun tegenslagen opgestapeld. Aan het oostfront moesten ze al hun offensieve dromen laten varen en aan hun terugtocht beginnen die slechts twee jaar later aan de Elbe zou eindigen. Orel en Bielgorod ,de twee steden van waaruit Hitler gepoogd had met 'Operatie Citadelle' de Russische uitstulping van Kursk af te snijden , vielen op 5/8 weer in handen van de sovjets. De Duitsers ontruimden Briansk op 17 en Charkov op 23/8. Op 25/9 werden ze uit Smolensk verdreven en begin oktober stonden de Russen, zoals gezegd ,op de linkeroever van de Dnjepr van Smolensk tot de Zee van Azov. Deze linie hadden de Duitsers speciaal door bataljons slavenarbeiders laten versterken en daarachter hoopten ze op adem te kunnen komen. De illusie duurde juist geteld één week.                                  

Op 7/10 staken de Russen massaal de Dnjepr over ten noorden van Kiev om door te stoten naar de Poolse grens en vormden links en rechts van Tscherkassy twee bruggenhoofden om zoveel mogelijk vijandelijke troepen te binden. Deze bindoperaties slaagden wonderwel want bij Tscherkassy zouden later (van 20/1/44 tot 16/2/44) 10 Duitse divisies met o.a. de "Sturmbrigade Wallonie" drie weken omsingeld blijven, vóóraleer ze - althans gedeeltelijk - konden uitbreken naar het westen...         

Op 6/11 viel Kiev en stootten de Russen verder door naar het zuid-westen ,richting Balkan. Op 17/11 werden ze bij Zitomir even gestopt door een Duitse tegenaanval, zodat ze de tijd kregen opnieuw te hergroeperen voor hun winteroffensief. Dat was wel nodig ,want in 12 maanden hadden ze in opeenvolgende doorbraken de Duitsers in Zuid-Rusland overal gemiddeld 1.000 km teruggedreven, van Stalingrad tot tegen de vroegere Poolse grens en van Grosny in de Kaukasus tot tegen de monding van de Dnjepr.                                          

Maar ook op zee werd 1943 voor Hitler een ramp. Door de toepassing van enerzijds de radar en de asdic en anderzijds het breken van de Duitse “Enigma-code” konden de geallieerden de duikboten nu hevig bestrijden en er gemiddeld 20 per maand vernietigen. Door deze onherstelbare verliezen was  de Duitse Admiraal Dönitz verplicht zijn U-Boten van alle zeeën terug te roepen.         

Door de verdraaide berichtgeving wist de burgerbevolking niet hoe fataal de toestand op alle fronten naar een ware catastrofe evolueerde. Het waren niet déze tegenslagen, op duizenden kilometer van hun bed ,die hun moreel knakten, maar wel de steeds heviger geallieerde bombardementen die hun steden, hun woningen en hun werkplaatsen in puin wierpen. Deze luchtoorlog doodde in de loop van '43 meer dan 100.000 Duitse burgers en maakte er 2 miljoen dakloos. De geallieerden verloren daarbij in totaal slechts 1.000 vliegtuigen ,of met andere woorden :10.000 man vliegend personeel. Een waar succes dus...

Want de bommenregen legde niet enkel hele woonwijken, maar tevens (alhoewel bijkomstig) veel strategische fabrieken plat. De Duitse oorlogsvoering werd daardoor steeds meer afhankelijk van de productiecentra in de bezette gebieden ,zoals ex-Tsjechië, Frankrijk en de Benelux, die veel minder door de Geallieerden werden gebombardeerd. Maar die zouden later wel aan de beurt komen en in '44 door meedogenloze Anglo-Amerikanen vernietigd worden. Dat daarbij eveneens veel z.g. "bevriende geallieerde burgers" omkwamen scheen onze toekomstige bevrijders weinig te deren... Opmerkelijk was wel dat de Nederlandse regering in ballingschap excuses kreeg aangeboden van de Britse toen "bij vergissing" een woonwijk in Arnhem werd platgegooid, maar dat ónze ministers in Londen grandioos werden genegeerd telkens in België hetzelfde gebeurde... Waarschijnlijk had onze regeringsploeg Pierlot in Londen alle krediet verloren, door het beeld dat zijzelf bij de geallieerden van onze koning - "nazi-lakei Leopold" - en zijn zogenaamde "verraderlijke capitulatie van ons leger aan de Leie" hadden opgehangen... Wie zijn neus schendt ,schendt zijn aangezicht !


                                      images?q=tbn:ANd9GcRrNrjoV8vivB27zv1NaesQG6YQuHlRwwzRbc-g7PqRJHSWZxem

Een willekeurig Duits stadje... ,en zo waren er honderden !


Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 242

B67.  AGNESTJE VAN ‘DE "ZANNEKIN’."

           Westende, november 1943.

Nu de Duitsers zowat overal klop kregen, durfden steeds meer branieschoppers openlijk de kop op te steken. In 'Het Anker'’, onder de vissers, liep dat geregeld de spuigaten uit, en daar was het hoge consumptiepeil van het fluitjesbier niet vreemd aan. In zoverre dat Leon het daar steeds minder gezellig toeven vond, omdat iedere stamgast zo langzamerhand wel wist dat hij bij ‘de zwartzakken’ hoorde. Wat wilt ge: uit een ‘Verdinaso-nest’ komen langs de kant van Dis-zaliger, en met een moeder die openlijk met een Duitser liep ! Om dan nog te zwijgen over die broer aan het Oostfront: erger kon al niet !

Schipper Pylieser -– zo noemden ze hem daar nog steeds, ook al was hij al bijna een jaar niet meer op zee geweest -– of "Gerard" dus, voelde waarschijnlijk ook de wind keren. Als ze samen met schipper Titteca na de vangst een pint gingen pakken, bleef hij niet meer aan Leons zijde plakken, maar koos meer en meer het gezelschap van de schreeuwers waarbij zijn jonge machinist zich niet op zijn gemak voelde. En na een hoogoplopend dispuut over de kansen van "Monty" (koosnaam voor de Britse Generaal Montgommery) in Italië had Leon er de buik van vol en zei tegen zijn nieuwe ‘peter’ dat hij in '’t vervolg wel alleen en op z'n eigen zou gaan zuipen, bij mensen die hem niet doorlopend schoffeerden over zijn vermaledijde Duitse vrienden...

In het "‘Vlaams Huis" dus ’,met andere woorden, het café waar de bioscoopzaal "‘Zannekin"’ achter lag die af en toe nog voor grote Vlaamse feesten of betogingen werd gebruikt. Wel steeds minder, weliswaar, want de zinderende avonden waar de Blauwvoet nog vloog met veel houzee-gebrul werden eerder zeldzaam. En trouwens niet meer zo druk bezocht als vroeger, toen de wind nog strak in het oosten stond... Maar Leon voelde zich in 't Vlaams Huis onmiddellijk op zijn gemak, allemaal bloedeigen Vlaamsgezinden, van de weeromstuit al dan niet met een pro-Duits sausje overgoten... En na een tijdje begon ook het vlotte diensterje hem erg te bevallen...

Agnès heette het kind, of Agnès-tje, na haar derde getrakteerde drankje ,en het  meistje kon wat verdragen... Want ze nipte steeds leuk mee wat haar werd aangeboden, altijd guitig lachend naar de geile gulle schenker. En gemaakt-naïef gekscherend over de dikke bult in hun spriet... Maar met die gasten dansen mocht niet van de baas en op hun schoot zitten evenmin. Alhoewel: bij de geconcentreerde kaarters durfde ze wel eens over een schouder te leunen met haar bollende ‘Dirndelboezem’, wat gewaarborgd zand in het raderwerk van een viertal hersenen strooide en menige mooie troefhand om zeep hielp.

Het duurde een week vooraleer zij Leon blijkbaar voor het eerst zag zitten, en nog een week voor ze hem openlijk in de kring van haar plezante gasten opnam... Maar van toen af aan ging het rap vooruit...

Marie merkte deze vorderingen vooral '’s avonds aan zijn sterke adem en zijn slappe gang, maar vond nog steeds geen reden om er eens deftig tegenin te gaan. Haar ruzie met Joseph, twee jaar geleden, had haar tenminste dít geleerd: dat jongens nogal rap venten worden, met beschamend jeuksel in hun broek en al hun hanerige ventenmanieren waar ge als moeder best uw neus niet in steekt. Bij Joseph had ze zich destijds met alles willen moeien, tot de bom uiteindelijk was ontploft. Bij Leon ,met z'n berenlijf ,zou het wel loslopen: in de grond was hij een goede jongen. Dat die brutaal verbroken kalverliefde met de kleine van Erte hem een zware klop had verkocht kon ze wel raden. Alhoewel, die snotter was nu zeventien: in al zijn naïviteit kon hij zo nog honderd lieven krijgen ! Als zij met al die puberstreken rekening moest gaan houden, was ze wel vertrokken voor een tijdje ! En hààr leven ging tenslotte ook voorbij !

Ze vond het ten andere langzamerhand tijd worden dat hij een beetje vént werd: voor nog méér van dat soort kalverliefdes werd hij toch wat te oud ! En moest Leon met dat gevaarlijke vissersleven wat spanning willen afblazen kon hij beter eens naar de hoeren gaan: dat zou al veel kunnen oplossen, dacht ze. Maar zij kon hem dat moeilijk in het oor gaan fluisteren hé !... Misschien zou één dezer dagen zijn frank wel vallen als ze een tijdje wat losser over heel die zondige zelfkant van de betaalde liefde kon schertsen... Al lachend zegt een zot de waarheid, moest ze maar denken.

En aangezien nu door Josephs schunnig speuren naar zijn 'roots' haar eigen jeugdige zondeval onderwerp van alle familiale argwaan tot discussies had geleid, werd het misschien hoog tijd om de puriteinse sluier van het onderwerp ‘"betaalde liefde"’ weg te trekken en ‘haar kleine’ met de naakte feiten van menselijke drift te confronteren. Zij vond dat Leon zich dringend moest realiseren dat vrouwen niét zo maar op de wereld rondliepen om te wassen en plassen (pardon !) en op tijd voor het eten te zorgen ! En inzien dat zijn moeder - die hij waarschijnlijk lang als een aseksueel Mariabeeld had bekeken - al twee jaar ongetrouwd ferm van bil ging met een minnaar, en dat spel blijkbaar heel gezond vond !

Ja begot, het was misschien jammer dat die kinderachtige ‘vrijage’ van Leon met zijn Olgatje op de klippen was gelopen... Doch eerlijk gezegd werd het langzamerhand tijd dat hij leerde hoe omgang met vrouwen voor wat spanning in het leven kon zorgen, maar net zo goed ook rust kon brengen. Dat halfslachtige gezeik van haar zoon over ‘zuivere meisjes’ moest nu maar eens gedaan zijn ! Van een échte vent werd iets ànders verwacht.

Kortweg: het werd tijd om de bok bij de geit te zetten, punt. Zonder verplichtingen, wel te verstaan :blèrende zwangere maagden op haar dorpel kon ze missen als kiespijn... Een propere hoer, dat moest in Nieuwpoort of Oostende wel te vinden zijn aan een deftige prijs... Geen beroeps, maar eerder van het genre ‘plezante jonge weduwe’... Ze moest toch eens sluiks horen waar hij op de kaai zo allemaal uithing en hoe het daar stond met de gewillige meisjes... Want venten met centen, hé, die trokken nu eenmaal zo'’n vrouwvolk aan... Het was aan haar om te zorgen dat deze operatie snel en proper verliep, en met dat berenlijf van hem zo dikwijls als nodig was ,maar ook niet méér... En vooral zonder gevolgen hé ,lijk bij de soldaten: tjiep-tjiep, salut en merci !  

Toch schrok ze wel even toen ze aan haar eigen jeugdige belevenissen op dat gebied terugdacht: kermis en venten-met-centen, met jonge gewillige meisjes en een Rodenbach teveel op... Al die vuile manieren... Ziet wat er van hààr was geworden ! ...Zo luchtig mocht ze daar nu ook niet over gaan hé ! Lijk de Rudolf destijds gebluft had over de fantasietjes die hij allemaal bij zijn hoeren mocht uithalen, zoiets had Leon natuurlijk niet nodig. Enkel een vriendelijk proper vrouwmens van hoogstens dertig die wat wou bijverdienen, maar zéker geen straatmadelief ! Zo'’n soort coulante tante zonder veel chi-chi of pretenties, waar Leon nog naar terug kon gaan als hij goesting had, en wegblijven indien niét... Dat moest toch te vinden zijn nu er zoveel miserie was bij alleenstaande vrouwen ,en er zoveel van hun venten in Duitse kampen zaten te verpieteren...

Plots kreeg ze een idee: zou Jupp haar daarbij niet kunnen helpen als ze hem in bed eens een hint gaf over de veronderstelde ‘noden’ van haar zoon ?... Béter nog, zou haar hengst eens geen triviale ‘mannen-babbel’ kunnen opzetten met Leon, luchtig, speels en grappend, maar toch duidelijk genoeg om als leidraad te dienen bij een geplande ontmaagding ?

Marie rekte zich nog eens lekker wulps uit in het warme brede bed met de satijnen lakens. De sirenes boven Oostende loeiden het einde van het vliegeralarm, maar de Jupp had zich in hun rood-pluche kamer van heel die heisa niets aangetrokken...

"“Hoe oud was jij feitelijk toen je voor het eerst met een meisje sliep ?”" vroeg ze speels langs haar neus weg.

De vraag overviel hem duidelijk: "” Waarom vraag je dat ? Bang dat er nog een paar volwassen kinderen in mijn schoenen worden geschoven ?...”"

Ze lachte wat zielig: "” Neen, serieus: hoe oud ?”"

Hij keek haar spottend aan: "” Om juist te zijn: 'k was zestien min één dag ! Een soort verjaardagskado van mijn toenmalige vlam: daarom weet ik het nog zo goed... Kort vooraleer ‘das Vaterland’ mij opriep voor het leger in 1917... Maar ‘slapen’ was een groot woord, dat zal je wel begrijpen... Waarom wou je dat weten ?”"

"“ Omdat Leon zeventien is en nog van toeten of blazen weet ! Wel wat oud voor een moderne maagd, vind je ook niet ?”"

"“ Hij heeft toch een 'Kleine ‘Schatz'’ hé ? Dan zal dat er wel van komen op zijn tijd..."”

"“ Hij hàd een ‘Schatz ’! En ik denk dat ze het juist uitmaakte omdàt er niks van kwàm ! Hij speelde de rol van aanbidder een beetje te serieus, vrees ik, en heeft haar als een heiligenbeeld op een voetstuk gezet lijk in de kerk. Ik wed dat hij met het vrijen nooit veel verder is geraakt dan wat koude vissenkusjes, zo met getuite lippen in het duister van de cinema Nova ! "”

"“ En ? Is dat een probleem ?”"

"“ Dat is zéker een probleem ! Een vent met zo’'n berenlijf als hij zou de meisjes in zijn omarming compleet moeten versmachten ! Maar hij durft ze met moeite aan te raken, alsof hij bang is iets te breken ! ...Wat Leon nodig heeft is een vrouw die zijn machinerie op gang trekt, en hem wijs maakt dat zijn kwispel niet alleen dient om te pissen ! Maar dien uitleg kan IK hem toch niet geven hé ! ”

"“ Hélà ! Niet naar mij kijken hé ! Ik ben zijn vader niet, verdomme, als je soms denkt dat IK hem ga ontgroenen ! Salut ! ”"

"“ In de batterij is dat toch jouw opdracht: te zorgen voor het geestelijk en lichamelijk welzijn van de jongens, de ontspanning en zo...Jij zal de jonge rekruten toch van tijd de weg moeten wijzen naar een bordeel, hé !"”

"“ Dat horen ze wel van de anciens: mij zijn ze in elk geval nog nooit zo'’n adres komen vragen ! Maar '’t is toch niet zó-iets dat Leon nodig heeft ! Als hij zo schuchter is, zou hij eerder door een vrouw van familie of kennissen ontmaagd moeten worden...Ik denk eerder aan iemand zoals je vriendin Jetje Neuville...”"

"“ Jetje ! "” proestte ze het uit:" ” Denk dan maar rap iets ànders ! Jetje ,begot ! ”"

Maar plots leek ze een lumineus gedacht te krijgen: “ "Maar Mariette ! Die jonge geit uit de keuken...Wat denk je dààr van ? Dat lijkt mij ook zo'’n typisch stil watertje, maar tenslotte laat ze zich door jou toch in allerlei situaties ‘trekken’ die niet erg katholiek zijn, hé ! Ze zal dus wel gewillig genoeg zijn om eens met een frisse jongen in bed te duiken ,wat denkt ge ?”"

"“ Mariette ? Vergeet het ! Die is op dat gebied te stom om te helpen donderen ! Die heeft niet het minste gevoel voor erotiek, mens ! Ik moet haar in de studio alles voordoen, voor elke houding aan haar lijf trekken omdat ze ‘het’ niet in zich heeft: een échte stijve ladder ! Hopeloos ! ..."”

"“ Nou-nou ! "” hoonde ze: "” Dan zal je ’'s avonds wel afgebekt zijn hé ! Heel de middag trekken en sleuren ! "”

"“ Hou op Marie...Je bent weer aan het doordraven, terwijl je geen flauw benul hebt hoe zwaar studiowerk inderdaad is ! Maar ik herhaal het: Mariette deugt absoluut niet voor jouw plannen met Leon ! Er gaat van dat kalf geen enkel initiatief uit waarmee zij een jongen zou kunnen verleiden ! Zij is een typisch lijdend voorwerp waar ge alles mee moogt doen, maar die uit luiheid of lusteloosheid onbekwaam is zélf een vinger uit te steken ! Dat heb je zélf bij het werk in de keuken toch kunnen vaststellen: je moet haar àlles commanderen en ze zal nooit iets uit haar eigen doen..."”

Marie lag hem met een gemaakte verbijstering te bekijken:" ” Man-man ! Zie maar dat je er niet onderdoor gaat met zo’'n waardeloos model ! Zoveel moeite doen om mij te overtuigen dat ik niet te dicht bij jouw mamzèl moet komen...Mensen toch ! ”..." En ze draaide zich waardig en koel van hem af.

Hij had dus blijkbaar door zijn omgang met Mariette iets mispeuterd bij Marie...Bon, het zij maar zo ! Hij had haar al vroeger aan het verstand trachten te brengen dat ‘Mariette’ zijn fotohobbie was, niet méér, maar ook niets minder ! Verder had zij daar geen zaken mee.

Maar Jupp ging wél akkoord om Hussak eventjes de pieren uit de neus te halen..."Die ving tijdens het knippen misschien wel eens zo'’n confidenties op, als zijn klanten de lekkerste vrouwen van het dorp de revue lieten passeren...En ook de ‘dames’ die zich bij hem lieten kleuren en onduleren zullen wel van tijd spottend een erotische hint in die richting gelost hebben, zeker ?..."

Neen, dat niét. Maar Hussak zette hem wél op het goede spoor: zo'’n ‘stiekeme stoot’ moest je zoeken in de doodgewone burgercafé’s waar gezellig gekout werd bij een pint en af en toe eens een dansje gewaagd...Daar konden alleenstaande vrouwen binnen stappen zonder zich écht te compromitteren, terwijl dit jachtterrein voor een beroeps te weinig rendeerde...

En zohaast Jupp had uitgevist dat Leon na het werk zijn ‘laatste pintjes’ in de ‘Zannekin’ binnensloeg, voelde hij dat hij beet had. Voor alle zekerheid stuurde hij zijn vriend Ferdi er op een namiddag op uit om ter plaatse de temperatuur op te meten, en dié wist direct waar de lamp brandde !

“" Die dienster, man ! Zoals dié losjes met de mannelijke klanten omspringt ! Als er één jonge vrouw geschikt is om Leon van zijn bloempje te bevrijden, dan is zij het ! Agnès van de Zannekin: zéker weten !"

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 243

 B68. 

NIEUWJAAR IN DE OEKRAÏNE.

     Praag, december ‘1943-januari '‘44.

De brief van Leon die Joseph ontving in het kamp van Milowitz, beschouwde hij écht als vijgen na Pasen. Gelijk wie had kunnen voorspellen dat Marie de gendarmen had wandelen gestuurd met hun vraag wie de échte vader van haar eerstgeborene was. Hij had altijd al geweten dat ze daar niet op in zou gaan en zich daar gaandeweg bij neergelegd. Maar dat die mannen-van-de-wet zo gewillig dat afgezaagde kerstfabeltje met de jonge zigeunerin zouden slikken, ergerde hem bovenmatig !

Maar wat hem daarentegen wél plezier deed was de ferme ruzie die z'’n moeder van Jetje kreeg, toen die hoorde dat ze zo vuil gelogen had om de gendarmen met een kluitje in het riet...en naar Veurne te kunnen sturen !

" ...”Want Jetje weet de waarheid over die eerste zware vrijage van ons moeder, en ze zou dat voor ons niet langer willen verzwijgen, maar mag daarover niets lossen zolang as Marie leeft... Dat steekt haar ferm tegen, wat maakt dat ze bijkanst niet meer tegeneen spreken ! En ze was al zo erg vervreemd nadat Jupp haar uit het gevang van Brugge was gaan halen..." 

Mooi zo ! vond Joseph: hoe meer Marie op haar donder kreeg, hoe liever hij het had.

 Het enige wat verder in zijn aandacht bleef haken was de paragraaf over de tweelingbroer van Dis, de boreling die de nonnen hadden ontdekt in het schuurtje van de kloostertuin, een veertig jaar geleden.  

"...”Jetje is zo fier as ne gieter, omdat ze daarmee gelijk krijgt: het ‘spook’ dat ik tijdens de schoolreis van ’38 in de speeltuin van Duinkerke achter de toog zag staan, was dan tóch den Dis niet, maar zijn tweelingbroer Noël, lijk zij altijd beweerd heeft. Bon, voor mij niet gelaten ! Want het bewijst algelijk dat ik geen stuk in mijn kloten had toens ik hem daar zag staan: die twee trokken zodanig op elkaar dat missen menselijk was. En de gendarmen hebben nóg iet gezegd dat voor u van belang kan zijn: die ‘nonkel Noël’ (zal ik maar zeggen tegen de tweelingbroer van ons vader) heeft óók een zoon aan het Oostfront, niet in het Vlaams Legioen maar bij de ‘Legion Walenie’ van Leon Degrel ! Ik weet niet welke graad hij heeft of offecier is, maar as ze beweren dat gij een zoon zijt van den Dis, dan heeft die Franse jongen in elk geval het bloed  van dezelfde Bohemer in zijn aders lijk gij, wat hem bij de Walen in elk geval geen last heeft bezorgt, voor zover geweten is ! Gij kunt misschien vragen van naar daar verplaatst te worden hé: lijk gij goe frans spreekt !"

“Wel-wel,” dacht Joseph: ” Onze kleine is dan toch minder stom dan hij eruit ziet ! ”

In de brief stond nog wat zever over de hond Tourrah die niet meer los mocht lopen achter de wilde konijnen in de duinen, om niet in de vele mijnenvelden rondom te ontploffen... En dat de Duitsers hele troepen werklozen had opgeëist om de weilanden in de polders, die ze niet onder water konden zetten, vol te planten met zware boomstammen tegen luchtlandingen. Die mannen werkten niet meer ‘voor den dop’, zoals men gemeenlijk zei, maar voor ‘'Firma-Pit-en-Stake'’ (of '‘Put en Paal'’ in schoon Nederlands)... Bij Nadine in de winkel droegen de werklui van Berenbiet nog regelmatig zwaargewonde collega’s binnen die lood wilden stelen uit de gestripte villa’s, en zijzelf werd nogal veel gezien met de zoon van baas Berenbiet... En Françoise De Bens had niets meer gehoord van haar chéri Arthur Birnbaum, maar lag daar al een hele tijd niet meer van wakker, lijk dié met alle soldaten flirtte, soms met twee gasten tegelijk !

"En ikzelf heb een schoon mokke in '’t oog die opdient in ‘Café Het Vlaams Huis’. Moeder is dat aan de weet gekomen – ik versta niet hoe dat komt – maar ze schijnt het goed te vinden, volgens Jetje... Niet voor serieus, vaneigens, maar zuiver voor de leut nadat Olga mij heeft laten stikken ! Tegen mij is ze er nog niet over begonnen, maar ik verwacht toch ruzie te krijgen as ik nog eens met een stuk in mijn kloten thuis kom ! Want dàt werkt wél op haar zenuwen !"

  Kom, dacht Joseph geërgerd, ik heb ànder werk dan mij met die zatte zever bezig te houden !

Want de vorming van de nieuwe ‘Sturmbrigade’, die dubbel zo sterk moest worden als het leeggebloede Vlaams Legioen, liep allesbehalve van een leien dakje ! De nodige 2000 vrijwilligers om de rangen te vullen hadden ze blijkbaar zonder problemen gevonden, al mocht dat echt verwonderen nu het met de Duitse krijgskansen zo slecht was gesteld. Maar de kwaliteit van het kader liet erg te wensen over: een Vlaamse Lamme Goedzak kon je op zes maanden tijd blijkbaar niet omtoveren tot een Duitse Strammer Max, om nog niet te spreken over een meedogenloze ijzervreter van de SS... Nochtans was het dàt wat ze nodig hadden: automatische vechtmachines die hun vak kenden en waarop elke man van de eenheid kon vertrouwen !

Hijzelf was nu ingedeeld in de 8. compagnie ‘Lichte Luchtafweer’ van de Duitse Untersturmführer Otto die over zeven open pantsenwagens met een 2cm snelvuurkanon beschikte. Die van Joseph en die van zijn vriend Oberscharführer Weber vormden daarin samen het 3. Peloton. In een afzonderlijk deel van het schietveld oefenden ze als krankzinnigen het gezamenlijke oprukken en elkander om beurten vuurdekking geven...Wat – tussen haakjes - later volledig nutteloos zou blijken, omdat ze aan het front nooit meer zouden OPrukken, maar wel steeds moesten TERUGtrekken... En -– wat nog dramatischer was -– nooit meer sàmen zouden opereren, maar vanaf de eerste inzet versnipperd over de twaalf pelotons ‘Sturmgrenadiere’ in versterking werden gegeven.

Hoe dan ook, het overladen oefenschema én de grote onderlinge afstanden tussen kwartieren van de verschillende eenheden zorgden er voor dat Joseph bijna elk contact met zijn vrienden John en Penny verloor. En nu John de officierenopleiding had gevolgd, leek die het bij hun laatste ontmoeting toch wat hoog in z'’n koker te krijgen...Wat stijf-deftig geworden, vond Joseph...Penny daarentegen legde het er steeds op aan om op de kortste tijd zoveel mogelijk drank binnen te kappen en losbandig te worden op het gevaarlijke af... Neen, écht: leuk was ànders...

 

Tegen half december waren de meeste compagnies met hun nieuwe wapens en uitrusting elk op zich wel klaar voor de strijd, maar het ontbrak hen toch nog volledig aan onderlinge samenwerking. Vorige maand was dat nog op een drama uitgelopen toen de ‘leiding’ een demonstratie wilde geven van hun gevechtswaarde. Dat moest en zou met een gecombineerde aanval op een zogenaamd '‘vijandelijk dorp'’ midden in de reusachtige oefenvelden bewezen worden... En er zou natuurlijk met scherp geschoten worden, hé... Ze wilden niet kinderachtig doen !

De 2. Compagnie Sturmgrenadiere moest deze ruïnes veroveren onder dekking van de 5. Compagnie Veldgeschut, maar het tweede salvo van die kanonnen viel veel te kort, midden in de eigen lijnen van de oprukkende pelotons ! Resultaat: twee doden en een twaalftal gekwetsten, terwijl de brigade nog in de verste verte geen Rus had gezien ! Einde oefening, en gelukkig niet voor herhaling vatbaar !

Want vooraleer deze lacune in de opleiding hersteld kon worden, raakte geweten dat de Russen in de Oekraïne met succes hun winteroffensief hadden gestart en een groot gat hadden geslagen in de Duitse verdediging aan de Dnjeper. En wéér herhaalde het twee jaar oude drama met het Vlaams Legioen aan de Wolchov zich naadloos met de ‘Sturmbrigade’ in de Oekraïne ! Ze zouden rap en zonder verdere voorbereiding in de bres worden gegooid en opgeofferd om het Oberkommando wat tijd te laten winnen om te reageren !

Dus op 25 december '’43 werden de verschillende eenheden vliegensvlug op een zevental treinen geladen en elk afzonderlijk zo rap mogelijk -– wat bij een paar toch nog ongeveer een dag of vier duurde - naar het diepste putje van de Russische steppe vervoerd... Met als resultaat dat ze reeds vanaf de eerste dag het onderling contact verloren en elkanders spoor kwijt raakten. Later zou blijken dat vier treinen in de verwarring en door sabotage hun eindbestemming niet eens konden bereiken en dan maar afgeladen werden op één of ànder verloren stationnetje zonder loskaai, in het midden van de kale sneeuwwoestijn ! De wielvoertuigen en de rupsen werden zomaar in ’'t wilde weg van de treinstellen gekiept, want de ‘'Zugführers'’ hadden maar één zorg: zo rap mogelijk met hun waardevolle locomotieven uit de steeds naderbij komende frontzone te verdwijnen !

Geen enkele officier kon de eerste dagen bij benadering zeggen wààr zij zich ongeveer bevonden, bij gebrek aan radioverbinding, geschikte stafkaarten en -– het mag dan idioot klinken –- brandstof voor het vervoer ! Gewoon vergeten bij het vertrek uit Praag, wat weer een dag vertraging veroorzaakte ! En ondertussen kwam de Russische pletwals ieder uur gestaag dichterbij ! Deze eerste tegenslagen waren echt een uitdaging voor de Vlaamse plantrekkers, want in deze chaos vonden zij tenslotte inderdaad alles wat ze nodig hadden...

Eens volgetankt gold als algemeen bevel: oprukken naar het oosten en door vuurcontact de vijand tot staan brengen ! En de partizanen, zeg je ? Nooit van gehoord ! Verschillende vooruitgestuurde verkenningspatrouilles, zelfs tot de sterkte van een volledig peloton, verdwaalden dan ook gewoon in de sneeuwstorm of verdwenen in de mist, letterlijk ! ‘Nacht und Nebel’,zeg maar... De jongens werden nooit meer teruggevonden, tenzij toevallig dàgen later een paar met overgesneden keel... Dus tóch partizanen ?... Om het nóg maar eens te zeggen: leuk was ànders !

De spanning en de onwennigheid veroorzaakt door deze eerste frontinzet mondde uit in een paar pijnlijke incidenten, waarvan er één Joseph lang is bijgebleven. Twee dagen na nieuwjaar werd alarm geslagen omdat in de grijze ochtendnevel een paar pantserwagens met opgezeten infanterie langzaam naar onze stellingen toe slopen. Door deze groes meerijdende soldaten kon het silhouet van de tanks niet zo vlug geïdentificeerd worden... Dus nam ons antitankkanon en een veldgeschut hen op de korrel en bij het eerste salvo vlogen beide rupsvoertuigen met een steekvlam in de lucht, samen met de dikke trossen opgezeten infanteristen !... Toen de stilte viel hoorde Joseph de gekwetsten om hulp schreeuwen...in het Duits ! Zijn commandant stuurde hem met zijn 2cm pantser op verkenning naar de brandende wrakken en daar ontdekte hij tot zijn ontzetting dat het inderdaad Duitsers waren ! Blijkbaar na reusachtige inspanningen uit de Russische omsingeling van Korsun-Tcherkassy ontsnapt en bij het naderen van de eigen linies het ongeluk gehad op een ploeg zenuwachtige amateurs te vallen die vuurden op alles wat voor hen bewoog...    

De verwarring duurde een volle week, vooraleer het commando van de brigade er min of meer in slaagde greep te krijgen op zijn verspreide onderdelen en zich kon inkapselen in een grotere divisie. Die maakte van deze aanwinst dankbaar gebruik om voor eigen rekening beslag te leggen op de gepantserde ‘stormkanonnen’ en de 88mm zware luchtafweer van de Sturmbrigade en met het resterende voetvolk links en rechts wat gaten te vullen in de eigen frontlijn...

Tegen midden januari, na twee weken van onophoudende bloedige inzet en afmattende slapeloze nachten, hadden ze het Rode offensief met wanhopige vertragende gevechten in zoverre kunnen afremmen, dat het front even tot rust kwam, zij het na een verlies van een vijftig kilometer terrein en een kwart van hun effectief. Deze tijdelijke stilstand van de frontlijn gaf eenheden van een uiteengeslagen en overrompelde divisie de gelegenheid uit de Russische omsingeling te breken en vechtend onze lijnen te bereiken.  Wat na de spijtige misser van 2 januari steeds vlotter verliep...De binnensijpelende troepen bleken dan vooral tot de roemruchte ‘SS-Panzerdivision 'Das Reich’' te behoren, waarmee de Vlamingen later nog dikwijls in contact zouden komen... Maar dat daartussen ook povere resten van de Waalse Sturmbrigade liepen, die uit de omsingeling van Korsun-Tcherkassy ontsnapt waren, deed de Vlamingen nog meer warm aan het hart...Als landgenoten of wapenbroeders ,wie zal het zeggen...

De gehavende ‘Sturmbrigade Langemarck’ harkte ondertussen weer zijn verspreide onderdelen bijeen en kreeg tegen einde januari als volwaardige eenheid een ‘Frontabschnitt’ te houden vlak op de uiterste rand van de Russische doorbraak. Links van de Vlamingen gaapte het ‘niets’... Ook deze niet erg benijdenswaardige positie deed Joseph terugdenken aan zijn eerste inzet aan de Wolchov. Met wel als groot verschil dat de vijand hiér niet op twee kilometer vóór de Vlaamse linies van rechts naar links voorbij paradeerde, maar doorlopend dreigde ‘onze jongens’ langs de vrije flank te omvatten.

Toen brak een afmattende periode aan van kort opeenvolgende aftochten om niet door de rode vuurwals omsingeld te worden. Joseph zat met zijn 2cm pantserwagen steeds in de achterhoede om de nachtelijke aftochten te dekken, en was altijd bij de laatste verdedigers die een stelling opgaven en achteruit trokken. Gesneuvelde makkers moesten ze vanzelfsprekend achterlaten, maar steeds vaker konden ze ook de gewonden van de ultieme dekkingsgevechten niet meer meenemen... Dat vrat zwaar aan het moreel, waar veel makkers tenslotte geestelijk langzaam aan kapotgingen...

Al deze slopende acties om de boel bijeen te houden bleken tenslotte vergeefs. Want eind februari ‘44 kraakte het Duitse front in de Oekraïne en raakten de Vlamingen tóch nog in een grote zak gevangen. Het rampzalige Jampolkessel..

Maar dat is stof voor later...

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 244

                 B68Bis 

LENTE 1944: UITSTEL VAN EXECUTIE.    

 

Op 24/12/43 was het Russische winteroffensief in volle hevigheid losgebarsten van uit de sector Kiev. In vijf weken tijd dreven ze een brede wig in het Duitse front van 200 km diep, tot een stuk over de vooroorlogse Poolse grens. Pas begin februari '44 kon een tegenaanval hen vóór Lemberg (het huidige L'viv) stoppen.              

Op 14/1/44 doorbraken de Russen in het noorden de omsingeling rond Leningrad en wierpen de Duitsers in veertien dagen terug tot op de grens met Estland (Narvarivier en Peipusmeer).

Op 20/1/44 startte het offensief vanop de Dnjepr, tussen Kiev en de Krim, dat tot 12 mei zou duren en de laatste Duitsers uit de Oekraïne zou verdrijven tot over de Prut-rivier, de oude grens met Roemenië. Op 16/2 konden de resten van 10 Duitse divisies (waaronder het "Legion Wallonie" van SS Majoor Leon Degrelle) nog na drie weken van hevige gevechten ter nauwernood uit een omsingeling bij Tscherkassy naar het zuidwesten uitbreken. Maar véél andere legerkorpsen hadden minder geluk en werden - op een paar groepjes na - ter plaatse vernietigd, zoals in Krivoj-Rog.                            

Op 11/3 viel Uman, en op 13/3 Kherson aan de monding van de Dnjepr. De Soviet-Maarschalk Koniev stak op 15/3 de Bug over en op 19/3 de Dnjestr, die de oude grens vormde met Moldavië-Bessarabië. Tegen deze stroom sloot hij bij Jampol (het huidige Yampil) opnieuw een tang rond resten van verschillende Duitse divisies, waaronder de helft van de Vlaamse SS Sturmbrigade "Langemarck". Van de 1.500 omsingelde Vlamingen konden er slechts een 700 zich vrijvechten. De Russische Generaal (làtere Maarschalk) Malinovski veroverde op 10/4 Odessa en zuiverde met de vlotte bestorming van Sebastopol op 9/5 de Krim van de laatste Roemeense en Duitse verdedigers.

Ondertussen vochten de geallieerden in Italie zich moeizaam vooruit, maar stuitten half januari '44 op de "Gustav linie" bij Monte Cassino. Hun poging om op 22/1 met een landing in Anzio, 50 km àchter deze oninneembare verdedigingslinie van de Duitsers, de weg naar Rome open te breken werd een halve mislukking. De troepen slaagden er niet in uit de kuststrook weg te geraken en werden door Duitse tegenaanvallen op 16/2 en 28/2 bijna weer in zee geworpen.

Gedurende vier maanden van verbitterde gevechten hielden de Duitsers stand in het slijk en de bergen rond Cassino onder de massale bomtapijten van de US Airforce. Maar op 20/5 konden de Franse koloniale troepen en de Poolse Andersdivisie, na dagenlange bloedige strijd, een bergpas veroveren in de rug van de Duitsers en tenslotte zo doorbreken naar Rome, dat op 5/6 viel.

De volgende dag, op 6 juni '44, landden de geallieerden in Normandië. Dit nieuwe krijgstoneel zal alle schijnwerpers naar zich toe trekken: over de trapsgewijze terugtocht van de Duitse troepen van Cassino naar Noord-Italie sprak niemand meer... Op de "Gothen-linie", juist ten zuiden van Bologna, zouden ze nog heel de winter '44-'45 kunnen standhouden.       

Toen op 20 juni '44 Hitler als bij wonder levend aan de bomaanslag van Kolonel von Stauffenberg ontsnapte ,viel de Duitse legerleiding in een diepe crisis die het moreel van de troepen ondermijnde ,maar niét of onvoldoende door de geallieerden werd uitgebuit . Of beter gezegd :strategisch helemaal werd genegeerd ,wat je hun grootste flater kan noemen bij de afwikkeling van de Tweede Wereldoorlog ! Ook het reusachtige Russische zomeroffensief, dat op 23/6 startte, werd in het Westen bijna doodgezwegen. Het leverde het Rode Leger nochtans, in nauwelijks 5 weken tijd, de helft van Polen op en verplichtte de Duitsers in de herfst heel de Balkan te ontruimen. Daardoor kwam het oostfront te liggen op de lijn Riga-Warschau-Karpaten-Boedapest-Belgrado en veroverden de Russen dubbel zoveel terrein als de geallieerden in het Westen.

                                         images?q=tbn:ANd9GcRZ0Cid7f4RXiD15-APKHNq8Fw1VxRZGxjF64ho3ZhIHTKLOmkt

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 245

B69.

DE KOZAKKEN AAN DE NOORDZEE.

              Westende, februari ’44.

Marie had al lang voelen aankomen dat het niet meer zo goed boterde tussen haar ‘Kunstfotograaf’ Jupp en zijn erotisch model Mariette. En ze profiteerde van elke vrijpartij met haar chéri om door spot en sarcasmen "‘die stomme geit"’ nog meer belachelijk te maken ! Als ze  daarmee bijkomend zand in de soep kon gooien, was haar dag weer goed. Want ze had ‘die kleine’ toch altijd reeds als een soort concurrente beschouwd in haar relatie met Jupp... Wel niet écht een bedreiging, want het schaap was daarvoor nog veel te jong... Maar je weet maar nooit: een vent van tegen de veertig kon soms rare bokkensprongen maken om zo'n wit geitje te imponeren... En Jupp stond nu eenmaal in een échte machtspositie, als chef van de keuken waar eten letterlijk goud waard was... Rachel en Jetje hadden het tot hun scha ondervonden...

Maar die stomme Mariette was in feite haar eigen graf aan '’t delven. Ze liet het wegens een hele resem ingebeelde ziektes steeds meer afweten om nog als zijn muze in de aangebrande fotoromans te poseren en dàt stak hem nog het meeste tegen...

Marie zag dat ànders: ‘die kleine’ maakte als hulpkokkin ook deel uit van haar keukenploeg, en sinds zij zich door haar broer Gust de laatste tijd steeds maar ziek liet melden, kwam hààr deel van het werk nu op de schouders van de collega’s terecht. Op den duur was dat niet meer vol te houden, en besloot Marie haar minnaar de prang op de neus te zetten: gooi die Mariette voorlopig bij de kuisploeg en laat Jetje haar plaats in de keuken innemen. Zodoende -– maar dat zei ze er niet bij –- kon zij Jetje een fameus plezier doen en de wrevel over het onderzoek van de gendarmen naar de afstamming van Joseph grotendeels glad strijken...

En wonder boven wonder: Jupp ging onmiddellijk akkoord, wat Marie dan weer zodanig verraste, dat ze een addertje onder het gras vermoedde ! Wilde de kunstenaar met deze verplaatsing zijn model enkel tot de orde roepen of was er méér aan de hand ? Maar ze zocht niet erg diep, aangezien op eerste zicht iedereen van deze mutatie béter werd...

Uitgenomen de kleine Mariette natuurlijk...   

En dat die daarmee niet erg gelukkig was, zou Marie  vlug aan den lijve ondervinden...

 Marie mocht de eerste schok opvangen. Toen ze de kleine thuis ging opzoeken om te zien ‘hoe ze het stelde’ en haar van de werkmutatie op de hoogte te brengen, verschoot zij zich een bult ! Wat zag dié meid er verdomd belabberd uit ! Rode ogen, een afgetrokken gezicht, ongekamde haren en slonzig gekleed... Mensen toch ! Goed te begrijpen dat Jupp haar in die toestand als model niet meer kon gebruiken !

Ze moest niet lang zagen om de reden van dit verval te achterhalen: Mariette zat vól, zoals dat heette ! Ja, zwanger tot over haar oren ,als ge '’t niet goed verstaat ! Verdimme toch, en nog zo jong ! Plus daar bovenop niét eens getrouwd, of wat dacht je ! Menschen-menschen toch, een ware ramp: Marie kon er uit jeugdige éigen ondervinding van meespreken, maar hield dat potje wijselijk gedekt ! En het ergste was nog dat de kleine niet wou zeggen wié de vader was, " “want dan slaat de Gust mij dood !" ”

‘De Gust’ was haar oudere broer, allesbehalve een fijnbesnaard heerschap...Dat hadden ze in de keuken vorige jaren al ontdekt, toen Mariette met die vreemde blauwe striemen op haar polsen rondliep... En het nadien uitkwam dat ze door de Gust van tijd in de kelder met de broeksriem afranseld werd, de handen gebonden aan de plafondbalk... Zogenaamd omdat ze van café te laat thuis kwam  ! Ja-watte ! Ge moet niet vragen hoe dié vent tekeer zou gaan, als hij wist wie zijn zuster zwanger had gemaakt ! Gelukkig kon ze de boot wat afhouden, want er waren toch nog verschillende gasten in het dorp die al eens van haar naïveteit hadden geprofiteerd. Naïef, ja zeker ! Of moest je haar wat simpel noemen, of kortweg onnozel ?

Misschien was ze zelfs door een loslopende soldaat verkracht, wie zal het zeggen ?... Onder die bronstige venten van de batterij liep er natuurlijk alle soorten tuig, wat de horizont van onze speurende Gust van zelfsprekend aanzienlijk verbreedde... Misschien zelfs een beetje té ver...

Want de eerste week van februari barstte de bom ! Marie kreeg met stukken en brokken vage aanwijzingen van de àndere vrouwen in de keuken, tot het beeld volledig uitgetekend was: de Gust had in ‘Het Paard’ duidelijk laten verstaan dat zijn zuster verkracht was door haar baas... Ja, dien mof: Oberfeldwebel Jupp Deutinger in eigen pe rsoon ! En nu die naam gevallen was mopperde iedereen dat ze het wel geweten hadden: die vent was heer en meester over al de vrouwen in zijn kazerne, of toch bijna hé... Enkel vreemd dat hij voor zijn wandaad de mottigste had uitgekozen, maar ja: dat mansvolk hé ! Wie begrijpt zo'’n kerels... Alhoewel, naar '’t schijnt was hij er nogal dikwijls helemaal alleen mee geweest: da'’s lijk de boer die op zijn geit springt: zo van ‘hebben-is-hebben-en-krijgen-is-de-kunst ! ...

Maar Marie kon er absoluut niet mee lachen ! Ze pakte Mariette persoonlijk aan en deze bekende inderdaad dat ze op café en onder begeleiding van haar bedronken broer met een blauw oog en een schuchtere vinger naar haar baas had gewezen. Al was ze niet helemaal zéker, hé, met al die hitsige gasten die haar nadien nog bepoteld hadden in de duinen... Maar Marie hoefde geen verdere bewijzen, als die er al waren: ze had genoeg munitie om haar vrijer voorlopig in dekking te dringen...

Jupp had blijkbaar al voor hetere vuren gestaan en ontkende hautain en kortaf: het meisje loog, punt aan de lijn. En toen haar broer hem slijmerig een minnelijke schikking voorstelde die ruim de kosten van een clandestiene abortus zouden dekken, barstte de kruik ! Van het ene woord was het àndere gekomen, en Jupp had het tweetal buiten gezwierd, koudweg en definitief ! De kloot kreeg daarenboven de raad mee deze chantage te stoppen of Jupp zou zorgen dat hij kon gaan werken in Duitsland ! ...Of Polen ,als hij verder z'n klep niet hield...

Nu spande de broer zich pas écht in om in de café’s de middeleeuwse mishandeling van de keukenslaven door de almachtige kasteelheer 'von Deutinger' overvloedig te belichten. Dat niet iedereen volmondig sympathiseerde met Mariette die een kind ging krijgen van een Duitser, scheen hem niet eens op te vallen...Want achter zijn rug viel aan de toog toch af en toe de bedenking dat Mariette het poseren voor de fotograaf nog ruim een jaar had volgehouden... Ofwel was ze pas na een maandenlange heldhaftige verdediging van haar bloempje ten onder gegaan, ofwel had dien Duits héél die tijd gewoon geen interesse gehad...En waarom die vent nu ineens van goesting was veranderd, begreep geen kat.

Hoe dan ook, Jupps relatie met Marie had door deze verdachtmaking wel een ferme deuk gekregen... In het openbaar liet zij niet de minste twijfel blijken aan de liefdestrouw van haar ‘Schatz’. Maar toch liet ze in hun intimiteit af en toe een zekere kilte doorsijpelen, waardoor hij emotioneel bij haar in het krijt kwam te staan en zij hem zo gemakkelijker voor haar kar kon spannen...

Zo was hij al aardig uit zijn pijp moeten komen om haar probleem met Leons maagdelijkheid te helpen oplossen. Hussak had hem reeds lachend laten verstaan dat hij zich bij zijn zoektocht naar een ééndags amourette voor de jongen bij zijn vrouwelijke klanten niet verder kon compromitteren. En zijn vriend Ferdy vond het maar niks om éérst een gepaste ‘Mädel’ voor Leon op te moeten snorren, waar hij nadien met zijn poten moest afblijven. Daarbij, met de ontdekking van een geschikte ‘losse’ kandidate in het bevallige persoontje van de dienster Agnès beschouwde hij zijn opdracht als volbracht... Jupp moest haar zélf maar eens gaan keuren, als hij aan zijn vakmanschap twijfelde...

Groot was dan ook zijn verrassing toen bleek dat ze al die moeite hadden gedaan voor niéts. Op een avond had Jupp heel diskreet en tactvol in zijn rol van stiefvader Leon laten verstaan dat zijn moeder er geen graten in zou zien mocht hij eens zin hebben bij een proper meisje in bed te duiken... Maar dan als een grote vent, hé: zonder tierelantijntjes ! Fick-fick, er op en er over voor vijftig frank: bitte schön, dancke schön  !

Leon had een rode kop gekregen en hem al gekkend gevraagd of hij er soms zo één kénde: proper en voor vijftig frank? Of voor zestig, wat kon het hém schelen!

"“ Aber selbsverständlich, mein Junge ! "”

In centrum Nieuwpoort, in het café waar hij al een paar keer geweest was, bij Cinema Zannekin... Daar werkte volgens Ferdy een knap dienstertje dat, na haar uren, wel af en toe met een leuke klant privé een kwartiertje nà wilde blijven...Of een uurtje, als de wind wat méézat ,hé...

"“ Wat !? Agnèstje !? Dat kan niet ! Nooit van z'’n leven !... Agnèstje !... Wat gekken en flirten misschien, ja... Maar geen fick-fick, zoals gij dat noemt, nee, daar ken ik haar te goed voor ! ”"

"“ Ha, je ként haar ?! Dan ben je al een heel stuk op de goede weg, hé jongen ! Proper meisje hoor, dàt niet, maar ze weet gegarandeerd waar Abraham de mosterd haalt, o ja !... Flirt er eens goed mee, en geef haar een mooie pourboir: ik durf te wedden dat ze je binnen een handomdraai van je vervelende bloempje verlost ! En dan laat ze je misschien binnen de maand nog eens terugkomen, want ik heb begrepen dat zij werkt met invitaties... Maar niet verliefd worden hé makker, want dan zijn we nog verder van huis ! ”"

"“ Ja-ja Jupp !" ” zei Leon gegeneerd:" ”Ik heb je wel verstaan man ! Fick-fick, er op en er over voor vijftig frank ! ”"

"“Of zestig, als ze het goed gedaan heeft en je niet heeft doen schrikken !" ” lachte Jupp als een volleerde bordeelportier: "”Ik ben écht eens benieuwd ! ..."”

Leon ook.

Half februari arriveerde dan eindelijk de beloofde infanterieversterking die voor de rondomverdediging van de geschutstellingen moest instaan. En het dient gezegd: de aankomst in de batterij Lakodam van de kleurrijke compagnie viel erg op. Het waren vreemde snuiters, bijna allemaal vervaarlijk uitziende mannen met baarden en snorren, iets wat in het ‘normale’ leger slechts héél zelden voorkwam. En het Duits dat zij wauwelden trok op geen kanten, want voor de rest spraken ze onder elkaar een onverstaanbaar soort dialect dat later ‘Russisch’ bleek te zijn. Vandaar dat de nieuwkomers bij de dorpelingen al vlug het etiket "‘Kozak"’ kregen opgekleefd, al hadden die ongure gasten waarschijnlijk nog nooit de Wolga of de Don van dichtbij gezien...

Jupp noemde hen gewoon ‘Osttruppen’: ex-Russische krijgsgevangenen die onder het vaandel van de dissidente Generaal Vlassov het communisme hadden afgezworen en naar de Wehrmacht waren overgelopen. Hij vertrouwde hen voor geen knijt, want overal waar ze aan Duitse zijde hadden meegevochten, liepen ze bij de eerste gelegenheid weer gezwind naar de vijand over. Aan het Oostfront was dat het Rode Leger, maar bij hun latere inzet tegen de rode partizanen in Joegoslavië en Griekenland ging deze trage leegloop gewoon door... Schijnbaar werden ze nu als pseudo versterking in de Atlantikwal gelegerd omdat er hier nog nergens een vijand was, waarbij zij hun heil en toevlucht konden zoeken. Voorlopig toch nog niet..

Maar wat niet wàs, kon komen, dacht Jupp...Want zijn geloof in de Duitse eindoverwinning was de laatste tijd wat op een laag pitje komen te staan. Hij piekerde er niet graag over wat voor hem persoonlijk de consequenties zouden kunnen zijn indien Hitler de oorlog verloor. Nu al gedetailleerde plannen maken was zinloze tijdverspilling, want zoals gezegd: Gods wegen waren onvoorspelbaar...

Maar hij wist wél dat vroeg of laat hier toch de Britten zouden landen... En ditmaal niet met twee man en een paardenkop zoals in Dieppe, maar nu met een puik en overmachtig invasieleger dat deze batterij restloos zou overspoelen ! Daarbij zag hij die kozakken niet vechten tot de laatste man, maar veel eerder bij het eerste schot vrolijk overlopen en onmiddellijk zoete broodjes bakken met de tommy’s !

En in dit perspectief was het misschien niet zo onverstandig indien hij die vreemde luizen niet als een nazi-bullebak zou ontvangen, maar eerder zou trachten op '‘gemütliche Weise'’ het Russisch schorriemorrie te vriend te houden... Veel kans dat hij hun hulp nog eens nodig zou kunnen hebben.

Inderdaad goed bekeken van onze Jupp !

Marie bekeek de aankomst van de kozakken met héél àndere ogen en voelde zich bij die ruige nieuwkomers allesbehalve op haar gemak. Er was vooral de taalbarrière die eventueel gemoedelijk contact onmogelijk maakte, ook al spraken hun loense blikken boekdelen !... Dagelijks moest een piket van die gasten in de keuken hun eigen eetcontainers vol dikke soep komen halen, want ze aten niet zoals 'normale mensen'.  Dan was er meestal één bij die wél Duits kon spreken - bijna telkens dezelfde - en die deed nog schichtiger dan de rest ! Tamelijk oud ,reeds – over de veertig, schatte ze – en een zwaar getekende kop met snor en sik. Allesbehalve het gezicht van een Adonis, en tot overmaat van ramp ontbrak er ook nog een oorschelp aan ! Pas na een week kwam die boef wat los en verstond zij z'’n naam: Ustinov... Of voluit Obergefreiter Pjotr Ustinov. Hij zag er niet geleerd uit, maar was toch vast geen uil. Want Marie had hem al zwijgend weten reageren toen zij een zijdelingse opmerking maakte tegen haar nieuwe collega Jetje in het platste Westends. Akkoord, zò uitzonderlijk was dat nu ook weer niet, want veel van de Duitsers uit de streken van Keulen verstonden stukken van ons dialect... Maar dit was toch voor het eerst dat ze een "Rus" wist aanpikken ! ...

En ook qua drank trokken de kozakken stevig hun plan, zelfs een ietsje té stevig ! Want het duurde even voor Marie begreep waarom ze ook altijd hele émmers aardappelschillen meenamen uit de keuken... Grote honger, dacht ze eerst... Tot Jupp ontdekte dat ze er een soort clandestiene Schnaps van stookten in de duinen, en hij hun eeuwige dank oogstte door de zaak blauw-blauw te laten... Indien die kerels zich blind wilden zuipen in hun eigen afgelegen kwartieren, vielen ze tenminste geen buitenstaanders lastig... En als ze dat wél deden, dan was dat een zaak van tucht voor Provoost Oberfeldwebel Heydrich, vond hij, niét voor hém.

Zo sprokkelde Jupp wéér een goed punt voor een erg onzekere toekomst ! En hij zou ze nodig hebben ,die punten ! ...

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 246

B70: DE VLUCHT NAAR DE DNJESTER.

                              Oekraïne, maart 1944.

De vertragende gevechten waarin Joseph na nieuwjaar in Zuid-Rusland verwikkeld was geraakt, waren godzijdank slechts gedeeltelijk op een ramp uitgedraaid. Hijzelf was er in elk geval ongeschonden uitgekomen.  Of toch bijna... 

Maar dat kon van zijn resterende ‘6. SS Freiwilligen Sturmbrigade ‘Langemarck’ niet gezegd worden. Die was met Kerstmis '43 ,na een vrij chaotische verplaatsing van Praag naar het front tussen de Slutch en de Horyn -– twee zuidelijke bijrivieren van de Dnjeper -– onmiddellijk en versnipperd in het vuur gegooid ! En daarenboven ,na de eerste bloedige schok ,daar door de Duitse SS Panzerdivision '‘Das Reich'’ twee maanden lang verder uitgemolken om kleine Russische doorbraken op te vangen. Het waren altijd slechts schermutselingen geweest, maar toch ten koste van pijnlijke verliezen aan mannen en materiaal, plus een honderd kilometer terrein... Daar had Joseph ook zijn eigen pantserauto kwijtgespeeld: een schot in de voortrein, dat eveneens zijn chauffeur doodde en de twee kanonniers verwondde. Hijzelf was er als bij wonder met de schrik vanaf gekomen, maar hij raakte ondertussen door gebrek aan slaap en het aanhoudend krijgslawaai zover afgestompt dat het verlies van zijn bemanning hem nog nauwelijks trof... De vernieling van zijn gepantserd snelvuurkanon had hem eerlijk gezegd dieper aangegrepen...  

De 2cm Fla '‘Mathilde'’ waar hij nù mee reed was daar een identiek tweelingbroertje van, maar met een iets zwaardere motor. De pantserwagen was lichtbeschadigd door de SS '‘Das Reich'’ achtergelaten toen die het monster niet gestart kregen bij hun plotse aftocht, maar de beroemde Vlaamse plantrekkerij had dat euvel rap opgelost. Dat deze vermaarde Duitse SS-divisie de Vlamingen zonder verder bevel had laten stikken om hun eigen vlucht te dekken, had Joseph en zijn makkers echter diep ontgoocheld...  

Althans, zo kwam de verwarde gevechtssituatie eind februari over bij de mannen in hun ondergesneeuwde schutterkuiltjes langs de Horynrivier. Dat waterloopje voor hun linies was nauwelijks een dikke veertig meter breed en stelde -– nog half dichtgevroren en met oevers van amper vijf-zes meter hoog - als natuurlijke hindernis niet veel voor. Maar schijnbaar lag op de óverliggende oever een uitgestrekt moerasgebied, wat met de intredende dooi als bijkomende bescherming tegen de T34-tanks mooi was meegenomen. Anciens als Joseph, die de zompen van de Wolchov hadden overleefd, wisten dat ze van daaruit geen frontale pantseraanvallen moesten vrezen, maar evengoed dat deze slijkpoel de Russische infanteristen absoluut niet zou tegenhouden...   

Joseph had destijds bij de opruiming van de Wolchov-Kessel, en later tijdens de verdediging aan de Neva, ondervonden dat hij met zijn snelvuurkanonnetje iedere aanstormende groep Russen genadeloos kon neermaaien. Dus dààr lag het probleem niet. Maar hij wist daarnaast ook hoeveel patronen zijn ‘Mathilde’ per vuurstoot vrat, en welke gulzige happen dat monster uit zijn armzalige munitievoorraad nam tijdens een gevecht van amper vijf minuten... Hij leefde dan ook de laatste weken onder zo'’n danig strenge vuurtucht, dat dit op den duur het tactisch nut van zijn 2cm kanon sterk beknotte. En het parool om in godsnaam munitie te spàren werd nog overschreeuwd door het bevel om vooral geen liter ‘Sprit’ (brandstof) te verkwisten aan het periodiek heropstarten van de motor. Dit was nochtans door de aanhoudende vorst '’s nacht dringend nodig om bevriezing te vermijden. Gelukkig dooide het overdag dan meestal weer... Maar aangezien de eigen veiligheid van de pantserauto vooral afhing van zijn vlugge verplaatsingen en stellingwissels, voelde Joseph zich door al deze beperkingen allesbehalve op zijn gemak. Als zijn tweedehandse ‘Mathilde’ tijdens een vuurgevecht niét bij de eerste druk op de startknop vierklauwens zou wegstuiven, was het met hem en zijn bemanning gedaan...Zijn nieuwbakken chauffeur Detaeye betrouwde hij op gebied van automechaniek voor geen cent, en de twee mannen bij het kanon waren vage rekruten van de laatste lichting wier namen hij niet eens kon onthouden ! Van een hechte ploeg gesproken !  

‘Langemarck’ had na het vertrek van 'SS ‘Das Reich'’ en tijdens een relatieve frontkalmte eind februari al haar versnipperde ondereenheden -– de ene al zwaarder gehavend dan de andere –- opnieuw onder eigen bevel kunnen verzamelen: dat voelde al véél sterker aan !... Maar net zoals bij hun eerste frontcontact aan de Wolchov zagen ze hier in de verte eveneens de Russische troepen ongestoord voorbij hun linies paraderen, zuidwestwaarts, evenwijdig met de Horyn... En het kleinste kind wist dat die mannen, eenmaal voorbij de moerasbarrière, vroeg of laat een rappe kwartdraai naar links zouden maken en de ‘Langemarck’ proper zouden omsingelen... Het kwam er dus op aan, uit voorzorg, op de zuidelijke oever van de rivier stroomopwaarts mee te schuiven met de vijand die langs de noordelijke oever oprukte. Maar daardoor werd de eigen frontlijn wel tot het uiterste uitgerekt en steeds dunner bezet... Om deze frontwissel te dekken bleven op den duur enkel de 8,8 cm Flak op rupswagen en vijf pantserauto’s met 2cm snelvuurkanon verspreid op de oude stelling achter...


Kort nadat hun commandant zijn oversten bij de divisie van deze gevaarlijke toestand had overtuigd, zat het spel al op de wagen ! Op 1 maart, toen driekwart van de Sturmbrigade zich reeds stroomopwaarts in het rustige rivierdal rond het stadje Jampol (het huidige Yampil) had teruggetrokken, moesten ze tot hun verbijstering vaststellen dat alle hoogten rondom hen zwaar bezet waren met dreigende T34-tanks. De Vlamingen zaten –- samen met onderdelen van drie Duitse regimenten - in de fuik gevangen, en buiten bidden was er tegen deze stalen ring van Russische pantserwagens niet veel te doen, vooral omdat de meeste 88 mm Flak kanonnen als dekking onderweg waren achtergebleven...

Zoals verwacht hadden de Russen al vlug de ring volledig gesloten en waren dan met hun vernietigingsvuur begonnen. Rondom en in Jampol werd zwaar gevochten, drie dagen zonder onderbreking. En bij het minste maneuver overdag werden de Vlamingen door de tanks van op de hoogten genadeloos kapotgeschoten als plaasteren pijpen op de foor.

Toen iedereen de hoop op ontzet al lang had opgegeven, snelde plots de gemotoriseerde Flak-achterhoede -– waarvan Joseph deel uitmaakte - vanop hun oude stellingen langs de Horyn ter hulp.

In de nacht van 3 op 4 maart voelde Joseph eindelijk waartoe zijn trouwe ‘Mathilde’ in staat was ! In het pikkedonker hadden ze de pantserwagens zo stil mogelijk in pijlformatie opgesteld op de baan vanuit Starokonstantinov (of kortweg "‘Staro"’ genoemd) richting het stadscentrum van Jampol.  Joseph begreep dat dit een zelfmoordoperatie zou worden, maar op het startschot schoot toch iedereen onversaagd vooruit ! Snel als een meute vuurspuwende draken bestormde hij met zijn makkers van de àndere ‘2cm’ pelotons dit strategische punt in de rug van de Russische omsingeling ! Na een bloedig halfuurtje lukte het dààr de Rode ring rond de heksenketel van buitenaf even te doorbreken en deze aftochtroute voor de omsingelde makkers naar het zuidoosten (!) open te houden tot het ochtendgloren.

Van de tragische achterblijvers in het vervloekte keteldal, die de daaropvolgende Russische beschietingen toch nog overleefd hadden, zijn tien jaar later slechts een paar sukkelaars uit hun Siberische gevangenschap teruggekeerd. Maar véél opbeurend nieuws konden deze ‘"gelukkigen"’ over hun achtergebleven lotgenoten niet meer vertellen...

 Gedurende de paar uur dat ze de bres konden openhouden zijn er uiteindelijk langs deze uitvalsweg naar de versterkte stad Staro –- buiten een ongekend aantal Duitsers - – slechts een 700 Langemarckers uit de omsingeling van Jampol kunnen ontsnappen, 700 van de naar schatting 1300 Vlamingen die er zaten ingesloten... Veel gerij hadden ze brandend moeten achterlaten, stukgeschoten door de Rus of zélf vernietigd bij gebrek aan ‘Sprit’... Op deze dramatische 4 maart repte een lange sliert losse groepjes, van drie-vier man tot nog stevig aaneengesloten secties van tien, in ijlmars door de morgenmist met als énig parool: Staro halen ! De illusoire veiligheid van deze ‘vestingstad’ zou hen toch minstens een paar etmalen de tijd geven om zich te herpakken...

Maar Staro ligt op tachtig kilometer oostelijk (!) van Jampol, helemaal aan het uiteinde van de stukgereden steenweg langs de zuidelijke oever van de Slutch! En heel wat mannen zijn onderweg gesneuveld door de aanhoudende overvallen door groepjes sovjetsoldaten en partizanen... De baan was daarenboven door de dooi veranderd in een bodemloos slijkspoor en bood geen enkele dekking, terwijl het duidelijk zwart afgetekend door het glooiende sneeuwlandschap liep, afgebakend door brandende camions. Wraakzuchtige achtervolgers konden hen niet missen ! De slordige sliert vluchtelingen reikte bij het oplossen van de morgenmist van einder tot einder, en viel met die paar pantserwagens van de ‘Langemarck’ die de doorbraak hadden overleefd niet te beschermen. Joseph wist dat de getergde Russen er nu op uit waren zijn bloed te drinken en voelde zich totaal machteloos: al zijn 2cm-munitie was tijdens de uitbraak verschoten en zijn twee onbekende kanonniers lagen gewond in de bak...

Om zichzelf opnieuw een zending te geven nam hij onderweg drie MG-ploegen aan boord die nog verbeten hun wapen en de patroonbanden op de schouder meezeulden en gaf zo de uitgerafelde staart van de colonne nog een zinnebeeldige bescherming... Maar méér dan zinnebeeldig kon hij zijn eigen initiatief niet noemen !

Dat hij met zijn drie MG’s aan boord van de ‘Mathilde’ tegen de T34 niets kon uithalen ondervond Joseph reeds de tweede dag van de vlucht. Ze zaten halfweg Staro toen hij een paar kilometer achter zich een zware kanonnade hoorde losbarsten. Hij stond voor een dilemma: moest hij heldhaftig terugkeren en zijn lichtbewapende pantserwagen in flarden laten schieten door de overmachtige tanks, of enkel voorzichtig gaan loeren welk drama er zich daar voltrok en misschien de overlevenden nadien noodhulp bieden ? Of was er nog de derde mogelijkheid: van krommenaas gebaren en gewoon doorrijden naar Staro ? Ondanks de duidelijke tegenzin van al het volk dat op de Mathilde meereed koos hij voor de tweede optie. Hij gooide alle nutteloze passagiers van zijn wagen en liet keren met enkel de drie MG-schutters aan boord...

Na een sluiptocht van een half uur langs de terugweg kreeg hij van op een heuveltje een duidelijk beeld van het drama dat zich daar had afgespeeld...Acht Russische tanks met opgezeten infanterie hadden de uitgerafelde staart van de colonne vluchters vanuit de overliggende oever van de Slutch onder hevig flankvuur genomen en vervolgens overrompeld... Joseph zag ze nog juist verdwijnen aan de einder zuidwaarts...En toen hij op de plaats van de slachting aankwam, vond hij er enkel een vijftien half ontkleedde lijken die door de rupsen tot moes waren gemaald... Hier viel geen hulp meer te bieden...Gelukkig leek de moorddadige Russische tankspits geheel autonoom vooruit te stormen, helemaal los van de hoofdmacht... Want in de verste verte waren achter hen, in de richting van de rivier Slutch en de vluchtweg naar Staro die deze schurken hadden overgestoken, geen andere vijandelijke troepen te bespeuren... Oef !... Maar ook de eigen troepen leken door de Russische charge in alle windrichtingen verstrooid en van de aardbol verdwenen...

Enkel wat brandende vrachtwagens getuigden hér en dér in de vuile sneeuwvlakte dat dààr ooit leven was geweest...

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 247

WAPENBROEDERS TOTTERDOOD.

Juist toen hij het dramatische slagveld wilde verlaten om terug naar Staro te patrouilleren kon hij uit de vlakte nog twee Langemarkers oppikken die een kameraad zonder uniform tussen hen in ondersteunden.

“" Opstappen ! Vlug ! "” riep hij en trok hen aan boord. Meteen kreeg hij de schok van zijn leven: de man in ondergoed was verdomme zijn vriend John Aspeslaghs, blauw van de kou !... En één van de helpers, met een baard van twee weken en een sjaal voor de mond, bleek dan niemand ànders dan de Penny! Godvermiljaarde nondedju ! Wat een hoerenchance was me dàt, zeg !

"“Verdomme ! "” hijgde Penny: "” Dat heeft nogal wat tijd gekost, hé vriend ! Goed liggen slapen in uw luxe voiture, zeker ?!” "  Zo te zien was Penny weer helemaal de oude. Maar met de John was het niet zo goed gesteld...

Vlug ! In de "warme" stuurcabine met deze bevroren  bibberende drenkeling ! En snel liet Joseph door zijn boordschutters uit de hoop uniformen die de plunderende Russen in de sneeuw hadden achtergelaten een paar grote kledijmaten en een gewatteerde ‘tarnjacke’ meegritsen om zijn vriend weer een beetje krijgshaftiger en warmer uit te dossen... Eén van die MG-jongens wist met masseren de bloedsomloop weer op gang te krijgen en na een ferme slok boerenschnaps hoestte de patiënt :"” Hé, pas verdomme op met dat smerig vergif ! Dat slaat op de ogen, hé vent ! .. Spaart die petrol liever voor de moteur... Ge gaat het nog nodig hebben ! ”..." Waaruit bleek dat de John ook weer helemaal bij zijn positieven was...

Voor het invallen van de duisternis kregen ze weer aansluiting bij de colonne vluchters op de baan naar Starokonstantinov en hadden de vrienden met stukken en brokken het schokkende verhaal verteld van de verrassende Russische overval. John, die het bevel voerde over de ‘sectie-inlichtingen’ van het brigadecommando, was bij de laatsten geweest om uit de omsingeling van Jampol te ontsnappen... Maar hij had zijn camion op het einde van de eerste dag al brandend in de gracht moeten achterlaten met een doorschoten mazouttank. Zijn commandant had hem dan maar rap-rap belast met de ‘gewapende’ achterhoede -– zonder zware wapens -  maar hij was met zijn mannen tijdens de nacht al direct het contact kwijtgeraakt. Toen de Russische tanks hen deze middag plots in de staart van de colonne overrompelden, kon hij zijn mannen enkel bevelen zich als de bliksem vluchtend overal in het landschap te verspreiden ! Maar veel hielp dat niet, en ze werden door hun achtervolgers neergemaaid als konijnen, en onder de kettingen van de tanks vermorzeld...

De Russische infanteristen die op de tanks waren meegereden slaagden er toch in een vijftien Langemarckers levend gevangen te nemen, waaronder John. Ze moesten in de sneeuw op een rij gaan staan en zich uitkleden...

“ "Toen wisten we het wel ! ‘Rastaljat ! ’ Die mannen gaven geen kwartier... Ten andere, bij hun raid in ons achterland konden zij zich de humanitaire luxe om ons als krijgsgevangenen mee te voeren niet permitteren, dat was duidelijk... Dus liet ik stil het parool passeren om op mijn bevel ‘"Keert !" ’ er allen samen als de bliksem vandoor te gaan ! En toen de Ivans zich als stoute kinderen lijk zot geconcentreerd verlustigden aan alle ‘schatten’ die ze van ons lijf geplunderd hadden, riep ik plots "‘Keert !" ’ en stoven wij alle richtingen uit. Veel heeft het niet opgeleverd, want er barstte direct een moordend geweervuur los, maar een vijftal hebben het toch gehaald... Ik ben na een paar honderd meter in een bevroren hooimijt gedoken en schrok mij een aap toen ik daar op Penny stuikte ! We hebben er gewacht tot we ze hoorden verder rijden... Daar heeft Penny mij onder de arm genomen en zijn we rap-rap verder het veld ingelopen zonder aan kleren te denken, wég van die vervloekte hoofdbaan naar Staro..."”

"“Lijk ge zegt ! ” gromde Penny: ” Het vervloekte Staro, waar we nu toch weer vrolijk naartoe rijden, hé... Ik weet niet of we daar wel zo verstandig aan doen... John, gij die op de staf zat bij al die grote strategische lichten: gij moet toch een gedacht hebben in wat voor draaikolk wij hier ronddolen ! Eerst van de Horyn naar Jampol, in zuidwestelijke richting, en dan weer naar Staro, oostwaarts... Terwijl toch duidelijk onze redding in het zuiden ligt, achter de grote stromen in Roemenië... Vertel eens op, man, nu uwen baas niet meeluistert: hoe geraken wij hier uit dieser verdammter Mist herauss ?"  

John snoof eens ontgoocheld :" ” Zeker niet door ons in de Staro te laten opsluiten ! Als de Snor (Hitler) het in zijn kop krijgt dat spel daar tot vestingstad uit te roepen, pint hij ons er vast en wordt het omsingelde Starokonstantinov het zoveelste drama na Stalingrad. Aan de àndere kant zitten al onze ‘Nachschub’ en voorraaddepots daar op een hoop, en zouden we de eerste maand niks tekort komen, in afwachting dat het Russisch winteroffensief doodbloedt en wij er in de lente door eigen troepen mogelijk ontzet worden. Al wordt dat laatste erg problematisch, want ver buiten onze regio zijn de Russen met een véél bredere omsingeling bezig ! Vanuit de regio Kiëv is er een grote legermacht -– naar schatting één miljoen man - doorgebroken naar het westen, die nu afbuigt naar het zuiden: die gasten hebben we aan de Horyn-rivier voor onze neus voorbij zien paraderen... En uit de regio Uman, ver achter onze rug, brak er een zelfde legermacht door, richting zuid-west, die nu naar het westen draait... Als die twee armen ons omhelzen en elkaar de hand reiken tegen de Roemeense Karpaten, zit het gros van de Duitse Legergroep Zuid-Oekraïne in de val, en wij erbij ! ...Dus als we daaraan willen ontsnappen, moeten we niet een week of zo gaan uitrusten in Staro, maar als de bliksem zorgen dat we in het zuiden over de Dnjester geraken ! Een kleine tweehonderd kilometer steppe..."

"“Och, maar een 200 kilometer steppe ? Meer moet dat niet zijn !" ” spotte Penny: "” Joseph, hoe staat het met de ‘Sprit ’,man? Want veel naftstaties zullen er onderweg op de steppe niet staan, vrees ik..."

"“Dat vinden we wel in de grote kolhozen-hoeven.”" zei Joseph: ”" De brandstof voor hun landbouwtractoren is wel smeriger, maar verschilt voor de rest niet veel van de onze, hoop ik... Want als mijn moteur ontploft, kunnen we het wel vergeten, die 200 km steppe te poot ! Na tien kilometer moogt ge mij dragen of afschieten, naar keuze: lange marsen zijn niks meer voor Bibi ,met mijn kapotte hiel !"

“"Allemaal goed en wel" …” wierp Penny op: ”" Maar tussen hier en Roemenië lopen een paar fameuze stromen, als ik mij goed herinner: de Bug, de Dnjester, de Pruth en nog een hele hoop kleinere grachten, kloven en ravijnen waar onze Mathilde zonder deftige brug niet over geraakt... En bruggen zijn er enkel op de grote wegen..."

“"Ja-ja,"” blafte John: ” En de grote wegen naar het zuiden zijn allemaal dichtgeslibd met de vluchtende Duitse divisies, ik weet dat ook ! Maar '’t is eieren of jong, Penny: Ofwel braaf terug in het militair harnas met de vluchtende colonnes mee naar Staro en dààr op bevel creperen zoals in Stalingrad, ofwel vrij als een vogel in ons eentje op avontuur de steppe intrekken, pal zuid ! En we zien wel wat er van komt ! Laat Joseph beslissen, want hij is de kapitein van ons schip ! En wie niet akkoord is, kan aussteigen !"

Vijf minuten later stonden hun onmondige passagiers zonder hun MG’s in de sneeuw met de neus richting Staro ,en reden de drie vrienden zwaar bewapend hun noodlot tegemoet...

Hun zwerftocht door de steppe duurde tien dagen, maar reeds de tweede dag blies Mathilde rochelend haar laatste rookwolk uit... Binnenin iets gebroken... Niets aan te doen, hoe Joseph en Penny zich ook uitsloofden. Maar toen ze het, zwart van de olie, tenslotte noodgedwongen opgaven, had John zijn reisplan al klaar. Als hoogste in graad en ver de meest bedachtzame nam hij als vanzelfsprekend de leiding...

“"We trekken te poot verder richting zuid en bij de eerste boer lenen wij een paardje, een arreslede en wat freet voor onderweg: we zien wel..."

Het werd een wonderlijke reis. De eerste nacht sliepen ze gewoon in een wat afgelegen gehucht bij een gastvrij oud koppel. Ze 'leenden' een kip bij de buren en de tandenloze ‘Matka’ maakte ongevraagd ruim voldoende maïspap voor haar ‘gasten’, heel natuurlijk alsof ze er zo iedere avond een paar over de vloer kreeg. Als gewillig glimlachende slaven stelden ze hun heer daarover geen vragen. Maar een paard hadden ze niet, sorry...

Zo'’n dier vonden ze pas na een lange ploetermars in de late namiddag van de volgende dag, toen het juist weer begon te sneeuwen en Joseph veel last kreeg van de oude schotwonde in zijn hiel. De negorij lag goed verscholen in een diepe glooiing en ze besloten direct er voor de nacht te blijven, temeer omdat deze matka blijkbaar een heilzame kruidenbalsem kon koken om Josephs voet te verzorgen. Waarbij zij direct rust oplegde: hij mocht er de eerstvolgende dagen niet op lopen ! Maar een week in hun nieuwe onderkomen blijven hangen, ging ook niet. Dus begreep de boer dat hij voor vervoer moest zorgen dat ongeveer beantwoordde aan de kunstige tekening die Joseph op de vloer kraste... De schoft wees Penny en John vlot de weg naar een verre buurman, waarmee hij waarschijnlijk in ruzie lag: dié had een paardje en een arreslede geheel volgens het opgelegde bestek ! En om een lang verhaal kort te maken mende Penny de volgende middag als een volleerde Oostendse koetsier het gespan met zijn vrienden fluitend de wijde steppe in.

Tegen de avond geraakten ze, mits wat duwen en trekken, nog juist met een veerpont over de half bevroren Bug en kozen als onderdak het stenen huis van de dorpsoudste, waar zij maar koel werden ontvangen. Die man wist waarschijnlijk dat hij binnenkort van een àndere administratieve overheid zou afhangen en wilde zijn toekomst niet verpesten door te vriendelijk om te gaan met de vluchtende bezetter... Aan Josephs voet kon hij niet veel verzorging spenderen tot Penny met een geile grijns zijn jongere vrouw stevig bij de arm nam en in de goede richting duwde. Toen bleek de man toch ontsmettend zwavelpoeder in huis te hebben... Maar voor alle zekerheid hielden de vrienden die nacht om beurten met een MG een oogje in het zeil om de man af te houden van onbezonnen patriottische oprispingen...

De drie volgende dagen sukkelden ze zo van de ene hindernis naar de andere, tot ze moesten vaststellen dat ze door de dooi met de slede maar moeilijk meer vooruit kwamen. Hun volgende gastheer kreeg dus de twijfelachtige eer hen een panjekarretje te mogen bezorgen, waarmee ze weliswaar aan het schrale net van modderige veldwegels werden gebonden, maar toch rapper opschoten...

Tweemaal zagen ze in de verte een grote groep kozakkenruiters voorbij draven, en op de duur verried het overvliegen van Russische Stormoviks dat ze de grote aftochtroute van de Duitse legers naar het zuiden naderden. De boer waar ze overnacht hadden wees hen de uitvalsweg naar de grote stad Kamjanets-Podolski: nog zeven kilometer... En van daaruit was het nog twintig tot aan de grote brug over de Dnjester. En de redding !...

Maar Joseph zélf realiseerde zich nog maar weinig in welk drama hij meespeelde. Zijn voet had er gisteren bij het verschonen van het verband bijna zwart uitgezien, en tijdens de nacht waren de koortsaanvallen begonnen. Voor zover John het begreep was dat geen geval van bevriezing, maar vreesde hij eerder voor een begin van koudvuur. Hoe dan ook: ze moesten dringend een dokter vinden ! De boer had “ "Kamjanets ?"” gemompeld en een bedenkelijke teutmond getrokken...

Met een wijde boog ver buiten de stad waren ze in de late namiddag toch aan de Dnjester geraakt: een monster van een stroom, zeker 200m breed. Maar de kwetsbare lange pontonbrug lag al onder vuur van de sovjetartillerie en de noordelijke oever zag tussen een wirwar van brandende autowrakken zwart van vluchtend krijgsvolk: neen, daar was geen doorkomen aan...

Ze besloten na een korte krijgsraad stroomafwaarts hun heil te zoeken: de bewoners van de streek waren tenslotte verstandige genoeg om zich bij hun dagelijkse handel en wandel door deze stroom niet van de halve wereld te laten afsnijden ! En tegen de avond had Penny beet. Achter de dijk, aan de rand van een dicht rietveld viel hij op een onooglijk stulpje, bewoond door een vriendelijk bejaard koppel met een zoon, lichtelijk debiel, maar een beer van een vent...

Ja, natuurlijk hadden ze een bootje: wat een stomme vraag was dàt ! ... Waar ? Bij zijn broer aan de overkant, of wat dacht je ! ...En natuurlijk konden ze daarmee ‘spreken’, met vuurtjes op de dijk, fakkelzwaaien '’s nachts... En overdag gewoon op zicht, al schreeuwend... Hier, na de bocht was de stroom tenslotte maar een kleine 300 meter breed... Wat dat moest kosten? Die kar en het paard, om te beginnen, plus alles wat ze aan bagage konden missen...” Mjam-mjam ! ” riep de debiel lachend, met de vuile duim in zijn kwijlende mond !

Akkoord ?...Penny had nog wat gesjacherd, gewoon voor de lol. Toen viel de spanning weg...

De rest is onsamenhangend aan Joseph voorbij gegaan. Later, die nacht, herinnerde hij zich vaag dat de boot wat lek was geweest en hij op de bodem met zijn rug in een ijskoude plas had liggen klotsen. En dat ze aan de overkant na een tijdje opgevangen werden door Roemeense soldaten.

Een verpleger in 't wit - of was het een dokter - in een kerk die als voorlopig lazaret was ingericht ?... Een spuit in zijn voet en zijn vrienden die met een geforceerde lach afscheid namen toen hij in een ambulance werd geduwd en wiegend aan zijn eindeloze donkere droomreis begon...

Meer herinnerde hij zich later niet meer van hun laatste vaarwel...

  

 

 

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 248

B70Bis  HELLEVUUR UIT DE HEMEL.

Nu de geallieerden de Duitse troepen uit Noord-Afrika en het Middellandse-zeegebied verdreven hadden, konden hun gecombineerde luchtvloten zich concentreren op de voorbereiding van de invasie van het Europese vasteland. En dat zouden niet enkel de burgers van Franse, Belgische en Nederlandse steden aan den lijve ondervinden, maar vooral de Duitse burgerbevolking die steeds heviger luchtaanvallen te verduren kreeg. Daarbij verschool het Britse 'Bomber Command' en de 8. US Airforce zich niet langer achter het schijnheilige z.g. 'bestoken van militaire doelen' maar koos resoluut voor het nieuwe terreurconcept van 'carpet bombing', met de duidelijke bedoeling alle bewoonde centra, groot of klein, te vernietigen en daarbij zoveel mogelijk burgers te elimineren. Initieel bedoeld om de Duitse bevolking oorlogsmoe te maken en in opstand te laten komen tegen het nazi-regiem. Dat deze strategie echter ook in de bezette buurlanden reusachtig veel "bevriende" burgers vermoordde was misschien wel een ietsje vervelend ,maar "There is a war going on ,you know..."

Aanvankelijk, tot eind '43, werden de raids  uitgevoerd door 'slechts' een honderdtal zware bommenwerpers, en zónder voldoende jachtescorte, wat dikwijls tot aanzienlijke verliezen leidde. Maar vanaf december werden de 'Liberators' en de 'Vliegende Forten' tot boven hun doelwitten beschermd door de nieuwe P-47 'Thunderbold' en de P-51 'Mustang' die de wanhopig aanvallende Duitse jagers bij bosjes uit de lucht schoten. Sindsdien steeg het aantal bommenwerpers per raid gestaag en werden gelijktijdige aanvallen van 1.000 toestellen op één stad wekelijkse kost. Met gemiddeld een 3.500 kg bommen per vliegtuig bleven er niet veel huizen meer rechtstaan, schatte men in London. Wat inderdaad juist was. Maar reeds een kwartier na het afblazen van het luchtalarm kropen de Duitse getroffen burgers uit hun betonnen 'Luftschutzraum' en begonnen puin te ruimen, ook al bleven veel verwoeste centra langere tijd onbereikbaar voor de hulpdiensten door de blindgangers en de luchtmijnen met tijdontsteking. Om de burgers langer of definitief uit te schakelen zocht het "Bombercommand" dus verwoed naar de juiste mengeling van brisant- en brandbommen die in juni '43 in Hamburg toevallig een 'Fire-tornado' had veroorzaakt en de halve stad ,na drie dagen branden ,compleet van de kaart had geveegd. Met wisselend succes werden de recepten op alle steden met een ongeschonden, dichtbebouwd én brandbaar centrum uitgeprobeerd, maar na vier jaar van klassieke bombardementen bleven er niet veel agglomeraties meer over die aan deze drie criteria voldeden. Alhoewel...…

Het meest tot de verbeelding én het geheugen spreekt het terreur-bombardement op Dresden, op 13/2/45: een kunststad die tot dan toe nog nooit het doelwit van een serieuze raid was geweest. De naïeve bevolking dacht dat de geallieerden opzettelijk dit prachtige centrum van de Duitse barok spaarden uit eerbied voor het universeel menselijk erfgoed…...(!) Daar moest de Britse Luchtmaarschalk Harris ("Bomberharris") eens goed om lachen ,wat uitzonderlijk was voor zo'n zuurpruim. Het Duitse O.K.W. was echter met het bedrieglijk zelfvertrouwen van de Dresdeners meegegaan ,en daarom waren er in de stad ook nooit schuilbunkers gebouwd, noch in de groene rand Flak-kanonnen opgesteld.

Alle huizen van Dresden staken na het Russische winteroffensief dan ook propvol vluchtelingen uit Silezië ,Oostpruisen ,Polen en de Balkan. En tot overmaat van ramp ontstond ,tijdens het verschrikkelijke bombardement dat met korte tussenpauzen drie dagen duurde ,inderdaad de geplande perfecte vuurstorm waarin naar schatting 100.000 burgers stierven (40.000 inwoners en 60.000 vluchtelingen) Andere schattingen gaan tot het drievoudige omdat de meeste 'vreemden' niet geregistreerd stonden, de registratiecentra sowieso uitbrandden en in volledig verwoeste wijken bijna geen stoffelijke overschotten werden gevonden, maar wél veel naamloze asse... Ook in de chaos nadien moesten op alle open plaatsen - en zo waren er na de drie opeenvolgende aanvalsgolven nogal wat ! - grote stapels lijken vlug-vlug verbrand worden om epidemieën in te dijken. Kortom: Bombercommand kon tevreden zijn, al vonden ze het jammer dat ze het juiste recept voor de 'Fire-tornado' pas tegen het einde van de 'Kruistocht in Europa' ontdekt hadden...…

Tijdens de volledige duur van de oorlog werden door de 8.US Air Force 333.000 'Heavy Bombers' ingezet tegen Duitsland, waarvan er 275.000 effectief hun bommen boven hun doel losten. De rest moest wegens technische storingen voortijdig naar de basis terugkeren ,of werd op de heenvluchjt al neergehaald. Boven door Duitsers bezet gebied verloren de Amerikanen echter niet alleen 5.635 dergelijke toestellen - die door de stijgende productie vlug en moeiteloos konden worden vervangen - maar ook 65.000 man vliegend personeel ,wat zuiver logistiek gezien veel erger was ! Want het duurde 8 weken om uit bleke rekruten zo'n nieuwe bemanning klaar te stomen ,tegen slechts 8 uur voor een B-17 bommenwerper ineen te fixen...…

Voor de RAF, die zich gespecialiseerd had in nachtaanvallen, gold ongeveer éénderde van de bovenstaande cijfers, want slechts de helft van haar luchtvloot bestond uit zware viermotorige toestellen, vooral "Lancasters" die qua bommenlast met de B-17 konden vergeleken worden. De rest van de Britse toestellen, zoals de Mosquitos, waren wél veel lichter, maar ook veel wendbaarder en werden voor nachtelijke precisieraids gereserveerd.

Veel Duitse steden kregen meer dan honderd raids te verduren. Berlijn zelfs 363, waarvan 120 tijdens de drie laatste oorlogsmaanden, 's nachts door de RAF en overdag door de 8.USAF. Op het laatst vielen 1.300 toestellen gelijktijdig aan en kwamen de Duitse jagers er praktisch niet meer aan te pas. Ook de revolutionaire Duitse tweemotorige straaljager Me-263, die pas de laatste maanden in groepsverband op het strijdtoneel verscheen, kon nog weinig uitrichten omdat hij... te snel vloog ! Enkel de 88mm Flak-kanonnen konden nog af en toe een treffer plaatsen, ook al werden ze dan slechts bemand door pubers van de Hitlerjeugd. Het vet was écht van de soep.

Door de geallieerde raids werden in totaal 492.000 DUITSE burgers gedood - en geïdentificeerd - plus 670.000 verminkt, terwijl er 146.000 als vermist werden beschouwd, waarschijnlijk  letterlijk in rook opgegaan. Over de vele BUITENLANDERS (gevangenen of arbeiders ,al dan niet vrijwillig) wordt zelfs niet gesproken. Eénvierde van deze aantallen slaan op de regio Berlijn, en éénderde van de Berlijnse slachtoffers viel tijdens de moorddadige dagelijkse aanvallen tussen 1 februari en 8 mei '45...Dit is een massamoord op brut geschat één miljoen burgers die niét mag worden doodgezwegen ! Dit "opzettelijk doden van ongewapende burgers " heeft wettelijk gesproken een naam : dat noemt men een oorlogsmisdaad ! En nu mag je twisten wie van de oorlogvoerenden daarmee begonnen is...De kip of het ei ,dat doet niks terzake.

 Ondanks al deze massamoorden op minstens - ik herhaal - één miljoen onschuldige (?) burgers (hoofdzakelijk Duitse, maar ook veel gewone West- en Oost-Europeanen) kon Bombercommand de vooropgestelde rechtvaardiging van zijn "Carpetbombing"- ttz een volksopstand tegen Hitler verwekken - niét waar maken. Wél brak het de arrogantie van de modale Duitsers tegenover de geallieerde overwinnaars, al mag het een wonder heten dat zij na de oorlog toch nog massaal voor het Westen kozen. Daar zal de schrik voor een nóg bloederiger Russische weerwraak wel voor iets tussen hebben gezeten, na de onmenselijke Duitse terreur tijdens 'Barbarossa'…...

                                            images?q=tbn:ANd9GcRqwS980010sIjODATk3JDsgjw-_m6rM-IBAk-kPEbtEWDd-UI2                              Haastige en geïmproviseerde lijkverbranding in Dresden op de vele 'open plaatsen'...

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van " De Afrekening"

↑ Terug naar de berichten