Naar de inhoud

" De Afrekening"

Een West-Vlaamse oorlogsthriller in afleveringen
akke.beakke.be

Archief

Deel 249

B71.  VERMIST EN VERMOORD.

                               Westende, april 1944.

De brief sloeg in als een bom. Marie stond juist in de voorhof met Jetje over de haag heen te kwebbelen toen de motorist in lederen uniform van de Zwarte Brigade voor de deur stopte. Hij schoof de stofbril op zijn helm.

"“ Petré, is dat hier?... Bassevillestraat?..."” Hij haalde een zwart-omrande briefomslag uit zijn tas en las het adres, wijdbeens schreeuwend boven het ratelend puffen van de motorfiets:" ”Mevrouw Weduwe Petré, geboren Cattrysse Maria?”"

"“ Ja, da’s hier..."” antwoordden ze getweeën wat benepen in koor. “"Petré, da’s ik..."” bevestigde Marie, met een bazige blik op haar vriendin.

"“ Bericht vanuit het hoofdkwartier SS-Vlaanderen per speciale bode ! ”",  en hij reikte haar de omslag aan.

"“ Ook met mijn persoonlijke deelneming en de groet van de Leider !" ” riep hij, terwijl hij de stofbril weer op zijn neus schikte: ”" En elks nog een goede dag ! "” 

Tuffend verdween hij in een blauwe walm achter de bocht, met open mond nagestaard door de twee vrouwen...

Jetje was de eerste om de betovering te verbreken: “"Persoonlijke deelneming van de Leider ?... Hebt gij dat ook zo verstaan ?... '’t Zal toch niet zijn zeker ?!... Oei-oei-oei, jezus-maria-jozef ! Nee-toch! ! Van Joseph ?..."”

Ze staarden alle twee versteend naar de omslag in Marie haar handen, tot die hem aan haar vriendin gaf:" ”Hier: leest gij maar wat ze zeggen... Mij interesseert dat niet meer...” Ze keerde zich stijf om en liep als een slaapwandelaar haar huisje in...

Het fatale bericht ,"“...Vermist bij de heldhaftige strijd van de 6.SS-Freiwilligen Sturmbrigade ‘Langemarck’ rond Jampol (Oekraïne), en daarbij mogelijk gevallen voor Vlaanderen..."” ging als een lopend vuurtje door het dorp. Maar het weekte vanzelfsprekend niet overal hetzelfde christelijke mededogen los, of wat dacht je ! Zéker niet bij de gepatenteerde Engelsgezinden ! Een paar brutale vuiltongen stampten zelfs een open deur in door achter haar rug luidop te poneren dat Joseph het zélf gezocht had ! Elke kloot, die vrijwillig met de Duitsers aan het Oostfront mee ging vechten en daarbij door zijn pels werd geschoten, moest nadien niet komen klagen ! Eigen schuld, dikke bult !

Maar ook de Vlaamse sympathisanten die haar de volgende dagen hun oprecht medeleven wilden betuigen, kwamen dikwijls van een kale reis thuis. Marie gaf haar gevoelens aan niemand bloot, knikte hoogstens eens zwijgend beleefd als dat mens in tranerige compassie wegsmolt en ging direct over tot de orde van de dag. En ook Leon wees velen gewoon af door de wijsneus uit te hangen: ” "Hélaba ! Ge moet niet overdrijven, hé ! Er staat nergens geschreven dat ons Joseph DOOD is hé ! Ze weten niet wààr hem voor de moment zit, akkoord, maar dat is ook alles ! Eén deze dagen zal hem wel weer boven water komen, hé: onkruid vergaat niet, lijk ze zeggen ! "”

Jupp had hem deze houding aangepraat: ” Vermist, dat zegt niks, man ! In het beste geval is hij gewoon in de chaos van de aftocht verloren gelopen en bij een andere eenheid ingelijfd...Maar '’t is natuurlijk ook mogelijk dat hij ergens in een Krankenhaus ligt... Zelfs nu vissen ze uit de Kriegslazarette nog steeds mannen op die vorig jaar in Stalingrad omsingeld waren en toen als vermist werden opgegeven: bij voorbeeld geëvacueerde gewonden zonder deugdelijke identiteitspapieren met tijdelijk geheugenverlies... En zo zijn er duizend mogelijkheden ! Krijgsgevangen bijvoorbeeld... Al is vanzelfsprekend de ene wat beter af dan de andere, moet ik toegeven... Maar je mag nooit meteen het ergste gaan denken, hé zoon ! "”

Bij Marie moest hij met dergelijke sprookjes niet afkomen, wist hij... Hij verdacht er haar zelfs van een perverse voldoening te scheppen in Josephs zelfgezochte ondergang. Zij had Jupp in een zwak moment, de eerste nacht dat hij weer bij haar mocht slapen, al nijdig toegefluisterd dat het accident nooit gebeurd zou zijn als die pretentieuze zot destijds naar haar geluisterd had, en thuis was gebleven ! Maar neen, hé ...die kloot wist het natuurlijk altijd weer béter !

 Burgemeester Engelborghs kon, als voornaamste verantwoordelijke voor Josephs Oostfrontavontuur, natuurlijk niet laffelijk achterblijven in het rouwbeklag. En– dàt moest Marie hem nageven - hij was wel zo correct om met een persoonlijk bezoek de te verwachte verwijtenstroom manmoedig het hoofd te bieden... Maar gemakkelijk had ze het hem niet gemaakt en was pontificaal breed in het deurgat van de keuken blijven staan, zonder hem binnen te vragen ondanks de druilregen. En terwijl hij, toch ietwat uit zijn lood geslagen, zijn vier stereotype volzinnen had afgedreund, was ze hem ijzig strak in zijn gezicht blijven aanstaren. Maar toen hij voor dit offer ‘de dank van Vlaanderen’ erbij sleurde, onderbrak zij hem abrupt met ‘"Zo is '’t wel goed, zeker?’" En sloeg de deur voor zijn neus dicht !

Nadientje De Handt klampte na de hoogmis Leon even aan, bleek en blijkbaar zwaar aangedaan. Maar hij bleef bij zijn eerste versie: Joseph was daar ergens tijdens de afweergevechten verloren gelopen en zou binnen de maand wel weer fris en monter opduiken hé ! En Josephs ex-lief was er met haar traantjes aan voor de moeite... 

De nakomende, maar goedgemeende jeremiades van meelevende buurvrouwen werden dan maar noodgedwongen via Jetje overgemaakt, met de opdracht “haar de groeten te doen, hé! " En wenst haar veel couragie ! ..."”

Dat was het dan. Een week later werd er over Joseph niet meer gesproken, want de taterwijven van het dorp kregen een nieuw lijk om in te pikken... De ‘Kleine Mariette’, die Jupp het vaderschap van haar vrucht had willen aansmeren en door hem werd ontslagen, was bevallen van een doodgeboren jongetje... Enfin, niet helemaal écht doodgeboren maar gestikt in het vruchtwater, naar men zei, of in slijmen door een slordige thuisbevalling... Zoiets toch: er werd nogal geheimzinnig over gedaan, omdat de gendarmen Gust, de broer van Mariette, driemaal in Nieuwpoort op het matje riepen. ‘Men’ fluisterde zelfs het woord ‘Kindermoord’, maar uiteindelijk konden ze de vent niets ten laste leggen... Zaak afgevoerd. Punt. 

Mariette leek vreemd genoeg met het witwassen van haar broer niet hoog op te lopen, maar was toch erg opgelucht op zo'’n ‘elegante’ manier van dat probleemkind verlost te zijn. Ze klampte zelfs in al haar naïviteit op een zondag Marie aan, of die bij Jupp geen goed woordje kon doen om haar weer in de troepenkeuken op te nemen ! Hij moest maar doen alsof deze vervloekte zwangerschap nooit had bestaan, nietwaar: vergeven en vergeten ?

Marie eiste wel eerst een kleine rechtzetting over het zogenaamde vaderschap van Herr Feldwebel Deutinger hé. Maar Mariette grinnikte schaapachtig: "”Ha datte ?! Daar zal onze Gust wel voor iets tussenzitten, zeker ?! Als hem zat is, prutst die regelmatig aan m’'n gat ! Misschien is hem een keer wat uitgeschoven hé..Maar zowat kunt ge toch de mensen niet gaan zeggen hé...”"

Marie kon er niet mee lachen, maar dacht terug aan de vroegere bekentenissen van die stomme geit: haar vader-zaliger had haar als straf voor haar nachtraverij telkens in de kelder met de polsen aan de plafondbalk gebonden en haar ‘kletsen’ gegeven met zijn broeksriem op haar achterwerk ! En de Gust had blijkbaar als nieuw gezinshoofd deze ontspanning overgeërfd...

Jupp trapte niet in deze platvloerse uitleg en weigerde Mariette terug aan te werven. Punt.

Maar Marie had ondertussen wél begrepen dat Jupp tijdens zijn fotosessies met zijn pornomodel niet buiten de schreef was gegaan -– of toch niet al te ver, laten we zeggen -– en van toen af aan was het weer helemaal koek en ei tussen die twee tortelduiven...   

 

Tegen einde april drong het tot Jan-met-de-pet door dat de oorlog niet langer een vrijblijvend schouwspel was waar je al dan niet naar kon gaan kijken en mee op gaan. Nu werd iedereen er willens-nillens bij betrokken door de misdadige acties van het verzet, gewapende overvallen op boerderijen, banken en gemeentehuizen en het vermoorden van al dan niet vermeende collaborateurs of hun gezin. De Mof reageerde dan weer met het terechtstellen van al dan niet onschuldige gijzelaars -– want de daders opsporen was te omslachtig - en deportatie naar concentratiekampen van joden, werkweigeraars en al wie hen politiek in de weg kon staan...Ondertussen werd iedereen door iedereen aan iedereen verklikt en zwart gemaakt, waardoor niemand zich nog veilig voelde onder deze beestachtige repressie...

En alsof dat alles nog niet genoeg was, gooiden de zware eskaders van honderden Amerikaanse vliegers zonder omzien nu wekelijks bij ons een dorp of een stadswijk plat en vermoordden daarbij doodleuk bij iedere ‘aanval’ een paar honderd onschuldige landgenoten ! En ik moet toegeven: ook telkens wel een tweetal Duitsers. Of bij ‘malchance’ toch minstens een collaborateur of vijf. En als excuus voor deze massamoorden vermeldde de BBC dan koudweg een treinstation in de buurt. Dat zo'’n bomtapijt op het stadscentrum, naast die massa mooie huizen ook een paar spoorstaven had vernietigd viel niet te ontkennen. Maar dié waren na drie dagen naadloos vervangen, nog vooraleer de afgrijselijk lange massagraven met tientallen burgerslachtoffers deftig waren dichtgegooid...

Voor één of andere duistere reden leken de yanks er een perverse voorkeur voor de streek rond Kortrijk op na te houden: om de twee-drie weken was het daar koekenbak ! In zoverre zelfs dat mensen van de kust, die in het vooruitzicht van de Britse landingsplannen verplicht naar het binnenland geëvacueerd werden, zich begonnen af te vragen of het tenslotte aan zee niet veiliger was...

 

Yvonne Erte had Briek, haar man, al een paar keer voorzichtig voorgesteld om te trachten hun dochtertje Olga naar een ànder pensionaat over te plaatsen, ergens in volle natuur, ver van de spoorlijnen en de fabrieken waarop die vliegers het zo gemunt hadden. Maar tot het einde van het schooljaar zaten alle kloosterscholen daaromtrent vol en kon er van een overstap vóór de ‘proclamatie’ sowieso geen sprake zijn... Dus, nog even geduld: binnen twee maanden begon de schoolvakantie en zou hun oogappel vanzelf naar huis komen, wég uit die gevarenzone...

"“ En ge moet dat niet overdrijven, hé moeder, het klooster van Moorsele ligt helemaal in '’t groen, op vet drie  kilometer van ’'t vliegveld van Wevelgem en meer dan vijf van de statie van Kortrijk... Van op de hoogte dat die mannen gewoonlijk vliegen zien ze dat klooster nog niet liggen !" ”

 Blijkbaar waren afstand en hoogte voor ‘die mannen’ op 26 april om tien voor drie na de noen geen voldoende handicap om het pensionaat te missen: een rijtje van vier bommen sneed het domein diagonaal in tweeën, waardoor bom één juist voor de kapel insloeg ,en nummer twee er juist àchter ! Het godshuis met de relikwie van Sint Martinus werd op wonderlijke wijze gespaard ,wat de kanselprediker van het bisdom tijdens de lijkmis "Een teken van Gods hand" noemde :"De Heer gééft en de Heer neemt..." Want bom nummer drie had de handwerkklas vergruisd... Achttien meisjes waren op slag dood, waaronder Olga Erte, zeventien jaar oud.

'’t Is maar bij zo'’n drama’s in hun omgeving dat het bij de mensen goed doordrong hoe kwetsbaar de oorlog hen had gemaakt... Want iedereen zei al eens spottend:" ”Kom, geef ons nog een pint want straks krijgen we misschien een bom op ons kop !" ” Maar dergelijke ‘accidenten’ gebeurden op den duur dagelijks en niemand durfde met zo'’n stomme  branieschopper nog te lachen ! De plotse en vooral gewelddadige dood van Olgatje sloeg daarom iedereen met ontzetting ! Zo’'n jong, fris en knap kind ! Wie doodt er nu zo'’n onschuldig meisje !? Misdadig, zinloos geweld, een àndere naam kon je dat niet geven... Al durfden de meeste dorpsgenoten niet tot het einde van hun gedachten te gaan, en vaststellen dat die Amerikaanse piloten zonder verpinken massa’s ‘bevriende’ burgers vermoordden om een paar spoorstaven van een rangeerstation te kunnen vernielen ! Misdadig ! Of moest de familie Erte het als een eer beschouwen dat het offeren van hun dochtertje een onverbrekelijk onderdeel was van de eindoverwinning ? "Collateral damage" noemden ze dat....Randschade...

‘Pappie’, de Ortskommandant en baas van Briek Erte, was de eerste om dit woord uit te spreken: moordenaars zijn het ! Gemene gewetenloze gangsters ! Hij bood hem spontaan drie dagen betaald verlof aan toen hij de ‘Schein’ uitschreef voor de reis van heel het gezin. Want de begrafenisplechtigheid van alle slachtoffers werd collectief geregeld door het gemeentebestuur van Moorsele zonder dat de families iets in de pap hadden te brokken: de Ertes werden enkel per telegram én brief vriendelijk uitgenodigd eraan te willen deelnemen, maar hoe dan ook: Olgatje zou in vreemde grond rusten, ver van huis...

Leon wou eens vissen of hij ook niet naar de begrafenis zou kunnen gaan. Tenslotte waren Olga en hij voorbestemd geweest om later met elkaar te trouwen en had enkel een stom verschil van politieke gezindheid roet in het eten gegooid. Maar na het einde van de oorlog zou dit stom misverstand hun geluk nooit bedreigd hebben, ware er nu niet die bom geweest... Dacht hij: die bom was de schuld van alles ! ...

Roland, Olga’s oudste broer, zag dat wel lichtelijk ànders: "” Scheert u weg, vent ! ’t Is uw fout dat ze dood is, door haar zot te maken met uw stinkende centen !" ”

Leon kon even niet volgen: "” Ikke ??”"

"“ Vaneigens, gijsse rotzak ! Had gij niet de hele tijd achter haar rokken gelopen en haar betoverd met uw geld, we waren wij niet verplicht geweest haar naar het klooster in Moorsele te sturen om haar uit uw vuile poten te redden ! Dat ze daar is moeten sterven is uw schuld ! "”

Hij, een moordenaar ?! Waanzin toch  ?!...

Alhoewel, zó persoonlijk had Leon het nog niet bezien...

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 250

B72:  SCHWESTER MONIKA.

                                    Praag, mei 1944.

" Komaan hé Jefke, opstaan, het zonnetje schijnt ! Een schone dag om aan ons nieuw leven te beginnen ! Vanmorgen gaan we de maat nemen voor onze beenprothese, hé ! En met een beetje geluk maken we binnen veertien dagen onze eerste wandeling in de stad ! Komaan luiaard !" ”

Schwester Monika was de stralende fee van hun zaaltje: acht herstellenden van amputaties die weliswaar over de eerste psychische schok van hun verminking heen waren, maar de dramatische moeilijkheden die hen in een onzekere toekomst te wachten stonden nog niet helemaal hadden aanvaard... Een poot of een arm kwijt in een wereld die ver op instorten stond, probeer dààr verdomme maar mee te leven !

Schwester Monika draaide al twee jaar mee in deze mallemolen en kénde ondertussen haar soort pappenheimers. Alle patiënten reageerden totaal verschillend op hun verminking: soms blij dat ze zo het front overleefd hadden en binnen afzienbare tijd naar huis konden, maar ook soms agressief uit onmacht. En niet iedereen had thuis een liefhebbende vrouw die hem met open armen zou ontvangen, laat staan dat die door de bombardementen misschien geen dak meer boven het hoofd had of nog vreemde familie ten laste had gekregen... Veel mannen waren door de oorlog al jarenlang van huis en vreesden -– of wisten ondertussen reeds zéker - dat het vrouwtje tegen de eenzame koude nachten in bed voor een volbloed plaatsvervanger had gezorgd... En plaatsvervangers waren er in alle soorten, van een partijbons die zich op het thuisfront onmisbaar had gemaakt tot een geile krijgsgevangen Fransoos die wist wat het eenzaam hart van zijn boerin verlangde. Voor zo'’n uitgebluste echtgenoot, die na een jarenlang beestenleven aan het front, uiteindelijk op krukken terug naar huis kon strompelen, waren dat allemaal geen blijde vooruitzichten ! ...

Maar met Joseph had Schwester Monika een speciale band. Ten eerste was hij op dàt moment de enige Vlaming onder haar patiënten, zoals zij de énige Vlaamse DRK-Schwester was van de afdeling ‘Geamputeerden’. En ten tweede was ze er op een miraculeuze wijze in geslaagd hem uit de klauwen van een zekere dood los te weken. Want einde maart was hij met de trein uit Roemenië naar het Hauptkriegslazaret hier in Praag afgevoerd als een hopeloos geval, met een vier dagen oude noodamputatie van het onderbeen die echter het koudvuur in de hiel niet had kunnen stoppen. Dus had de Praagse chirurg gepoogd met een tweede spoedamputatie bóven de knie het pleit nog te winnen... Joseph had écht drie dagen tussen leven en dood gezweefd, maar was er -– zo dacht Monika tenminste - dankzij haar goede zorgen tóch nog doorgeslibberd ! ...

Nu, vier weken later, was de wonde wel mooi geheeld, maar de knagende pijnscheuten in zijn lijf en zijn ziel werden er daarom niet minder op ! Wat kon hij nu verdomme nog verder van het leven verwachten ?! Op een wit paard aan het hoofd van zijn troepen door Westende paraderen: laat me niet lachen hé ! Een carrière maken in het leger mocht hij sowieso vergeten, aangezien ze hem al in de nek hadden gekeken omdat zijn stamboom niet raszuiver was ! Ge moet niet vragen wat de verdere promotiekansen waren voor een halve Bohemer op één poot !

Van zijn medepatiënten had hij al gehoord dat zwaar-geamputeerden normaal uit gewapende dienst werden ontslagen en meestal een bureaupostje kregen in een of andere duistere Dienststelle... Maar het was wél zeer de vraag of ze ook aan niet-Duitsers deze ‘gunst’ zouden verlenen hé ? En daarbij: een grijze bureaufrik, wilde hij dàt wel worden ? Veel carrièrezekerheid bood zo'’n aanstelling niet, vooral nu het huidige regiem ver op instorten stond. Want dat het met het oppermachtige Duitsland gedààn was, wist hij na het debacle in de Oekraïne nu wel zeker ! En velen mét hem, al stak iedereen nog vertwijfeld of apathisch de kop in het zand...

     Schwester Monika wist dat natuurlijk ook, zoals zij iedere maand de toevloed van kapotgeschoten jonge soldaten had zien aanzwellen. Maar uiterlijk leek dit verval haar niet te beroeren. Het spreekt echter vanzelf dat de wereld stukken mooier was toen ze twee jaar geleden als frisse vrijwilligster uit de ‘Arbeidsdienst-voor-Vlaanderen’ naar de verpleegkunde overstapte... Het was zwaar werk geweest, en nóg, dat wél: vies en afmattend, en de Duitse Hauptschwester had haar Vlaamse hulpkrachten niet gespaard... Maar die geschonden helden die stuk voor stuk op haar verliefd werden en bij het ontslag weenden en zware eden van trouw zwoeren: dàt had alles goed gemaakt. Doch geleidelijk aan kon ze voor deze frivoliteiten geen tijd of goesting meer opbrengen en was ze gewoon verstikt geraakt onder de aanzwellende vloedgolf van menselijke miserie die ze nu dagelijks over zich heen kreeg...

Nu was de verpleging letterlijk afstompend bandwerk geworden: in gemiddeld vier weken moest ze deze halve lijken weer overeind krijgen en laten lopen ! En meestal lukte het ook de verminkte lichamen weer tot leven te wekken... Enkel jammer dat er nog geen prothesen voor gebroken harten bestonden, of zalfjes tegen wanhoop en zinsverbijstering. Want niets was zo ontmoedigend als een patiënt die zich bij zijn ontslag in het trappenhuis van drie-hoog naar beneden stortte nadat zij hem wekenlang liefdevol had verpleegd en hem met veel zweet en tranen terug op de been had geholpen...

Maar met die jonge Jef Petré had ze geluk gehad. Naarmate de koortsaanvallen na de operatie minder hevig door zijn gemartelde lijf gloeiden en hij op den duur weer helder kon denken, had ze zicht gekregen op zijn persoonlijke drama’'s... Zijn ruzie met moeder thuis vond ze al triestig genoeg, maar dat hij daardoor gedurende die drie jaar aan het front nooit in verlof naar Vlaanderen was geweest kon er bij haar niet in ! En dat zijn carrière was gebroken door een slordigheid bij de administratie van de Burgerlijke Stand vond ze helemaal hemeltergend ! Dat laatste verhaal, over een oer-Vlaamse, maar onbekende vader die hem nooit had erkend, geloofde ze zonder het minste voorbehoud ! Natuurlijk was die jongen een zuivere ariër ! Want als er één van haar patiënten een klassieke blonde Germaanse kop had, dan was het toch haar Jef zeker ?!...Zo'’n schone Germaanse jongen ! ... En emotioneel nog een maagd, als ze goed had geluisterd, een verbroken kalverliefde met dat speelse schoolvriendinnetje Nadine niet meegerekend...

Zeg, hoe zat dat ? Voelde ze daar plots weer die vlinders in de buik ?... ’'t Zal toch niet zijn, zeker !... Dat werd hier oppassen geblazen, want de Hauptschwester lachte niet met zo’'n verliefde uitschuivers !

Maar Hauptschwester of niét: uiteindelijk was het er dan toch van gekomen. De lange gesprekken die ze gedurende de oefenwandelingen in de grote bloeiende tuin van het Hauptkriegslazaret hadden gevoerd, waren op geladen ontboezemingen uitgedraaid, en de ontboezemingen op lange stiltes. Beiden dachten ze daarbij aan hetzelfde, en elke ‘toevallige’ aanraking leek wel een elektrische stroomstoot door hun lijf te jagen. Er moest vlug iets gebeuren ,voelden ze, en door de omstandigheden was het Monika die daarbij het voortouw moest nemen...

Haar praktische ingesteldheid (of misschien een goed gesmeerde routine, overdacht hij later een beetje bitter)– deed hen tijdens haar maandelijkse vrije dag in een eerder muf hotelkamertje aan de stadsrand belanden: een verloederde losstaande villa discreet midden het overwoekerend groen van een stille dreef... Dat zij zonder een voorafgaande verkenning daar de wc wist liggen op het einde van de gang, zou hém verdomme een zorg zijn !

Die eerste hongerige zoen zou hij nooit vergeten ! En de onstuimige manier waarop ze elkaar wild de kleren van het lijf rukten ! Man-man, met al haar professionele handigheid raakte hij toch nog twee knopen van zijn gulp kwijt ! Zij beperkte de schade aan haar ondergoed door zélf haar bh los te gespen... De rest hoeft natuurlijk geen voze beschrijving: een driftige uitbarsting die zo oud was als de straat, maar voor hen beiden de openbaring van de hemel op aarde ! ... Werkelijk in niets te vergelijken met zijn povere seksstoten in de Russische frontbordelen, waar de wekker hem na tien minuten terug tot de harde realiteit terugriep...Hier hadden ze zeeën van tijd, en een onlesbare liefdesdrang om tot viermaal toe naar de zevende hemel op te stijgen... Maar na deze vierde maal was zijn pijp ver uit en begon de schemer al te vallen... En Monika moest zich ’'s avonds nog flink haasten om tijdig het begin van haar shift te halen...

Later had het hem wel een beetje verwonderd dat zij niet de minste moeite had gedaan om ‘voorzichtig’ te zijn, en overwoog hij met een zekere trots dat zij misschien met opzet zwanger wilde worden van hem. In deze gekke tijden wist je maar nooit ! Want er liep al een gerucht dat Duitse meisjes vanuit het regiem aangemoedigd werden een kind te krijgen van een mooie Germaanse fokstier. Die zullen nogal een kop trekken als het uitkwam dat de vader van dit gesubsidieerde kind een halve zigeuner was !

Enfin, dacht Joseph, hém viel niets te verwijten: hij had Monika eerlijk verteld dat er in zijn afstamming waarschijnlijk een haar in de boter zat ! Voor de rest was zij oud genoeg om te weten met wie zij in de koffer wou duiken, en met wie niet... Dat hij bij de goede groep behoorde, hoefde hem geen wroeging te bezorgen ! Al zette het idee, dat Monika er liefst twee groepen minnaars op na zou houden, wel af en toe een domper op zijn feestvreugde ! ...

 

De week daarop werd er in de hospitaaltuin flink met de krukken geoefend, in afwachting dat de beenprothese klaar zou komen. Jammer genoeg konden zij enkel op een fluistertoon hun gevoelens voor elkaar wat uitdiepen, want een volgende seksorgie in het rendez-voushotel zat er voorlopig niet in. Het was nog een kleine maand wachten tot Monika weer een vrije dag kreeg...Daarom deed zij haar uiterste best om seksueel geladen items zoveel mogelijk te mijden ‘om hem niet nodeloos op te winden en te verzwakken’... Maar ze schonk hem wel sluiks een van haar broeken, zogenaamd als geheugensteuntje, doch vooral bedoeld om '’s nachts de lakens niet te bevlekken...

De ontspannen manier waarop Monika over dergelijke genante zaken durfde spreken, deed Joseph geleidelijk de puberale banbliksems over ‘bloemkes en biekes’ vergeten, waarmee zijn toch wel puriteinse opvoeding hem had opgezadeld. Hij wist in feite niets af van vrouwen. Maar als verpleegster bleek Monika bijzonder goed op de hoogte te zijn hoe een vent in elkaar stak, niet alleen tussen de benen maar ook tussen de oren. En voor Joseph ging zo voor het eerst de hemel van de Grote Mensen open ! ...Toch wel wat naar de late kant ,vond Monika...

Ze vond ook dat hij eerst en vooral zijn situatie met zijn heimat moest uitklaren: die kinderachtige ruzie mocht niet langer al die levens verpesten ! Hoogtijd dus voor hem om als een gelouterde volwassene eens een paar eerlijke brieven te schrijven, nu hij toch niets ànders  te doen had. En als hij zijn ziel niet rechtstreeks aan zijn moeder durfde bloot te leggen om over al die stomme verloren tijd te spreken, dan moest het maar via Jetje, de buurvrouw ,of zijn broer Leon...En misschien kon hij in één moeite door laten verstaan dat er een vrouw in zijn leven was gekomen, waarmee hij het goed kon vinden ?...

"“Wat denk je, m’'n Ventje ?!"” Ze kneep hem eens plagerig in de bil: "” Kunt ge dat zonder blozen ?!... Denk maar dat gij uw ‘Dagelijkse Goede Daad’ moet stellen, lijk vroeger in de jeugdvereniging..."”

Hij trok een overdreven ongelukkig gezicht, en Monika lachte opgelucht: "” Ten andere, om het over iets serieuzer te hebben: ik heb een kameraadje voor u gevonden die uw volgende goede daad erg zou appreciëren. Hauptsturmführer Van Craenbroek, kent ge die? Hij zat op de staf van de ‘Langemarck’, Hoofd Personeelszaken of zoiets, een kleine dikke nogal ? Afkomstig uit het Land van Waas, vroeger kapitein in het Belgisch leger...”

Joseph knikte stijf, maar zei niks. Zuipschuit Van Craenbroek: en óf hij die smeerlap kende ! Dat varken had destijds zijn aanvraag voor de officiersopleiding afgeketst, wegens twijfel over zijn zuivere arische afstamming !

Monika glimlachte engelachtig: ”" Die man ligt hier ook, zwaar beschadigd in z'’n aangezicht en spreekt altijd maar van zich te verdoen... Enfin, niet echt spréken hé, want dat kàn hij in feite niet omdat hij de halve onderkaak mist... Maar wat hij absoluut wil zeggen schrijft hij met krijt op een lei. Die Kapitein zou wel wat opbeurend bezoek kunnen verdragen. Zijn vrouw is hem uit Antwerpen vorige maandag komen bezoeken, tweemaal vijf minuten: '’s morgens om de physieke schade op te nemen en 's avonds om de scheidingsaanvraag te laten tekenen ! Hij is er dàgen niet goed van geweest, en is nu tot het besluit gekomen dat iedereen er beter van zou worden als hij uit het leven zou stappen...”"

Joseph vroeg koel en kortweg: "“ Ge verwacht van mij toch niet dat ik dat varken ga tegenhouden hé ?! Ik heb nog een eitje te pellen met die vent ! Als hij er een eind aan wil maken: voor mij niet gelaten, hoor ! Liever vandaag dan morgen ! Of is het misschien de bedoeling dat ik hem over de drempel help ? Mankeert hem iets aan zijn handen ? Want als het uitkomt dat ik zijn stroot heb dicht genepen, dan heb IK de boter gefret hé ! ...”"

Monika bleef hem beschaamd aanstaren als een betrapte zondares.

"“ En kan de dokter hem geen pilletje geven ? Of een mooie verpleegster: dan vertrekt hij tenminste met een schoon beeld voor ogen ! ..."”

Zij schudde het hoofd alsof ze uit een slechte droom ontwaakte: "“ Gaat hem eens bezoeken... Zimmer 218 op de tweede verdieping. Neem de lift op '’t einde van de gang."

De officier lag op een kamertje alleen ; het open blauw geschilderde raampje gaf een luguber zicht op een smalle binnenkoer. De man zat rechtop in bed een boek te lezen (of deed alsof) en zag er met zijn omzwachteld hoofd nog tamelijk presentabel uit. De korte begroeting dreigde al van meet af aan roet in het eten te gooien, want het eerste geluid dat hij maakte leek wel een paardenscheet. Was dàt even schrikken ! De zieke wees naar de stoel naast het bed, en Joseph begreep dat hij de conversatie zou moeten redden... Maar reeds na twee idiote inleidende zinnen over het weer, en 'hier-“beter-dan-in-Rusland”', hief de gastheer reutelend zijn lei op waar "‘Hauptsturmführer"’ doorstreept stond en een pijl verwees naar "‘François"’...

"“ Bon, lijk ge wilt: ik heet Joseph." ” De eerste drempel was genomen.

 Om een lang verhaal kort te maken: met een universele gebarentaal, veel ‘ja’ en ‘nee’ schudden en soms een woord gekriebeld op de lei, kon de man toch vlug duidelijk maken wat hem op het hart lag. Hij had in ‘Staro ,in de Ukraïne ,’ bij zijn 'hospita' haar gloednieuwe gouden ring kunnen ‘tauschen’ tegen zijn vlees- en vetconserven...De ring was nu bedoeld om zijn vrouw te verrassen bij de twintigste verjaardag van hun huwelijk, liet hij verstaan onder een sarcastisch geblaf. Hij haalde een zeemvellen zakje van zijn identiteit-halsketting en liet het juweeltje in zijn handpalm fonkelen: fijn goud bezet met een mooi robijntje...

Maar tijdens de verdere terugtocht uit Staro naar Proskurov’ werd hij zwaar gewond door een mortierscherf -  hij wees gelaten naar zijn omzwachtelde kaak -– en had hier sinds half maart liggen wachten op bezoek van zijn vrouw. De rest van het trieste verhaal wist Joseph... Twee bliksemvisites van vijf minuten...En geen gepaste sfeer om haar verjaardagskado boven te halen...

En toen kwam de kat op de koord.

François had hem het kleinood in de hand geduwd en duidelijk in drie schokkerige bewegingen gewezen dat Joseph...hém...de hals moest oversnijden...

Joseph hààtte de vent: hém met zoiets opzadelen !

Ze hadden elkaar lang zwijgend aangestaard en tenslotte had Joseph instemmend geknikt, was opgestaan en had het gemslederen zakje in zijn pyjamapochette gestoken...

Tegen Monika had hij gezegd dat hij een ander scheermes nodig had en ze had het hem twee dagen later onder zijn kopkussen geschoven, van god-geen-erg... In de namiddag ging hij voor het laatst bij ‘François’ langs, en drukte erop dat hij een week moest wachten om zijn besluit uit te voerten. Wat de arme man ook gedaan had vooraleer zich de polsen door te snijden.

Joseph heeft er verder nooit meer van gehoord.

Want ondertussen kreeg Monika als bonus voor haar trouwe inzet een dienstreis naar Antwerpen toegewezen, en aansluitend drie weken '‘Erholungsurlaub in die Heimat'’...

De avond voor haar vertrek gaf hij haar een gouden  verlovingsring met een fonkelend robijntje.

Nadien heeft hij ook Monika nooit meer levend teruggezien...

Dat ringetje wél, een jaar later in Berlijn. Aan een fijne hand die uit het puin stak van een ingestorte apotheek in de Albrechtstrasse...Mais ça c'’est une autre histoire...

Maar het leven gaat verder, hé...

De heisa die de brief van Joseph in Westende teweeg bracht, overtrof nog de verbijstering die zijn voortijdige doodsmelding had veroorzaakt.

Leon wist eerst niet waar hij het hàd: dateerde deze veldpost van vóór of van nà het rouwbeklag van de Leiding ?...Verzonden uit Praag op 20 mei, dus ongetwijfeld van er nà hé ! ...Want het bericht van zijn vermissing sprak over de strijd in Jampol, en die was al beslist in de eerste helft van maart...Dus hadden die pennenlikkers van SS-Vlaanderen weer eens de vinger in hun oog gestoken tot aan hun elleboog ! Verdomse klootjans ! Een ware schande om met hun slordigheden de mensen zo de stuipen op het lijf te jagen ! ...

Maar plots borrelde er een uitzinnige vreugde in hem op: Joseph was dus niét dood ! Hij had het altijd al geweten dat zijn broer nog leefde, tegen ieder beter weten in ! Zo'’n sterk voorgevoel kón hem niet bedriegen ! ...

Het duurde een hele tijd vooraleer hij zich op de tekst wierp en ontcijferde wat zijn broer had meegemaakt de laatste maanden: na de doorbraak in Jampol ,met zijn Oostendse vrienden Roger Penjaert en John Aspeslaghs twee weken door de steppe gedwaald...Eerst met zijn occasie  pantserwagen tot de naft op was, dàn te poot tot de oude hielwonde begon te ontsteken, dàn op een slede en dàn met paard en kar tot hij door de koorts van zijn stekken viel. Zijn twee vrienden hadden hem dan op een nacht meer dood dan levend over de brede stroom van de Dnjester gevaren en aan een hulppost van het Roemeense leger toevertrouwd... Die hadden rap zijn rotte voet afgezaagd en hem voor verdere verzorging op de trein naar Praag gezet, waar een tweede amputatie boven de knie zijn leven had gered, samen door de goede zorgen van Zuster Monika, een lieve Vlaamse verpleegster...

"“Ik lig nu al vijf weken in het Hauptlazaret te herstellen en ga een dezer dagen een kunstbeen aangepast krijgen. Ondertussen hebben Monika en ik elkaar beter leren kennen, en gaan wij bij de eerste gelegenheid met elkander trouwen, als ’'t god belieft... Ik zal hier wel een postje op een bureel krijgen, lijk ze mij beloofd hebben, zodat wij ons leven hier nieuw kunnen inrichten, en al die zever in Westende achter ons laten. Monika zou niets liever willen dan dat de ruzie in onze familie zou vergeten worden, en ik van mijn kant kan haar daar enkel in steunen. Die kinderachtige woorden tussen ons moeder en ik hebben ons al teveel miserie gekost, zegt zij: het is hoogtijd om daar de spons over te vegen... Na alle drama's die ik door mijn eigen schuld beleefd heb de laatste jaren, zijn ik waarschijnlijk tot de jaren van verstand gekomen en kan ik haar enkel groot gelijk geven...Als ons moeder dat ook zo zou willen zien, zal ik haar wel een schone brief schrijven."

Toen ook Jetje de brief had doorgeknauwd en haar eerste vreugde een beetje was gezakt, stelde ze wat spijtig vast dat ze Joseph hier de eerste tijd dus niet meer zouden terugzien..."” Ik zijn bang, dat verstaat ge toch hé Leon...Ook al zit hem dan niet meer aan het Oostfront: zo ver in Duitsland, met al die bommen van den Amerikaan ! ...En als hij daar trouwt en er ook nog werk vindt nà zijn operatie, heeft hij geen enkele reden meer om nog naar huis te komen...Die zijn we kwijt, man, onthoudt wat dat ik zeg ! De Joseph zien we niet meer terug... Tenzij misschien een lang stuk nà den oorlog, ja..."

Stomme vrouwelijke intuïtie, zullen we maar zeggen.

Marie leek niét zo onder de indruk van het blijde nieuws dat Leon haar bracht. De brief weigerde ze zelfs te lezen.

"“ Nu dat hij zijneigen met zijn stomme kop half in stukken heeft laten zagen, komt hij zoete broodjes bakken zeker ! En ik mag dan voort een kreupele in m'’n huis onderhouden ? Neen, man, dàt pakt niet meer ! Ik heb al gegeven ! In m’'n jonge tijd heb ik jàren de vuiligheid van m'’n vader mogen opkuisen die zijn longen uitspoog, in de zetel, daar in ons barak aan den overkant ! Niet meer met mij hé ! Hij heeft het zélf gezocht ! Wel, dat hij nu ook maar zélf de brokken opkuist, maar niét in mijn huis, als hem dàt maar weet !"

"“ Maar moeder, hij zegt toch dat hij spijt heeft van de keus die hij met z'’n stijve kop heeft gemaakt ! Had gij in den tijd wat soepelder geweest, en één woord gesproken, de dag dat hij ging tekenen in Oostende, in plaats van de zaak koppig op de spits te drijven, hij ware nooit naar het Oostfront vertrokken ! Als iedereen wat water in de wijn had gedaan, wij waren nooit zo diep in de miserie geraakt ! Maar ge waart in uw gat gebeten hé, toen Joseph de Jupp hier in uwen beddebak had betrapt ! En ge hebt hem lijk een klein kind een peer op z'’n muil gegeven, in plaats van wat uit te leggen dat ge nog jonkweduwe waart en ge na den Dis nóg een stuk leven te gaan had ! De Joseph had dat zeker verstaan: zó stom was hem drie jaar geleden ook niet ! Wel, ook vandaag is het niet te laat om eens met elkander lijk grote mensen te klappen ! ”..."

"“ Och hoort daar  "” sneerde Marie :"De Grote Mens ! Die mij gaat commanderen hoe ik mijn kinders had moeten opvoeden ! En mij gaat uitleggen hoe ik mij als jonge weduwe door de venten moest laten respectere ! Ge zoudt beter zélf eens deftig nadenken hoe gij een vrouw moet respecteren, in plaats van u door de cafédiensters te  laten uitzuipen !"

Leon bleef haar even kil aanstaren en zei toen stijf maar kalm: " Wat is 't, Moeder, gaat ge mij daarvoor nu ook een peer op mijn muil geven ,soms ?!"...

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 251

B72Bis      DE LANDING IN NORMANDIE. 

      Tijdens de conferentie van Caïro (dec.'43) en Jalta (febr.'44) geraakten Roosevelt en Churchill definitief akkoord om generaal Eisenhower te belasten met het opperbevel over de operatie "Overlord". Daarmee hoopten de geallieerden hun fameuze "Tweede Front" - waar Stalin reeds een jaar lang op aandrong - in Frankrijk te kunnen openen. Ze kozen Eisenhower hoofdzakelijk om zijn organisatietalent, zijn sterke zenuwen en zijn capaciteiten om de plooien glad te strijken tussen de meest tegenstrijdige karakters onder de geallieerde generaals. Na Salerno kreeg hij acht maanden de tijd om deze reusachtige onderneming op poten te zetten. Begin mei '44 was alles tot in de laatste puntjes geregeld.                                        

Juist vóór de start gooide stormweer nog even roet in het eten maar in de avond van 4 juni gaf hij zijn definitieve "Go!"            

In de nacht van 5 op 6 juni '44 sprongen de eerste 36 (Franse) para's in Bretagne af om de weerstandsgroepen te leiden bij sabotage en hinderlagen achter de Duitse lijnen. Dat zouden ze ruim een maandlang volhouden, maar werden tenslotte door verraad en hun naïeve overmoed allemaal in de pan gehakt.                              

Vanaf middernacht 00.01u bombardeerden 1200 toestellen van de RAF de Duitse kustbatterijen in de landingszone tussen Caen en Carentan en toen pas beseften de Duitsers dat het ditmaal ernst was: " Sie kommen! "            

En inderdaad, om 00.20 u landden 5 Horsa zweef-vliegtuigen op de linkervleugel van het invasiefront naast het kanaal Caen-Quistreham en de 80 para's van de Britse 6.AIRBORNE DIV veroverden bij verrassing de strategische brug over het Orne (de zg Pegasus Bridge). Een halfuur later sprong de rest van de divisie (8.000 man) om deze flank te beveiligen door de naastliggende bruggen te veroveren.

 

Vanaf 01.15 uur sprongen de 82. en de 101. US AIRBORNE DIV. (15.000 para's) af op de rechtervleugel, tussen Carentan en Sainte-Mère-Eglise aan de voet van het Cotentin schiereiland. Door navigatiefouten kwamen zij-zelf én de zweefvliegtuigen met de zwaardere uitrusting terecht in de ondergelopen moerassen van de Douverivier, waardoor ze in één klap 30% van hun effectief en 70% van hun materiaal verloren. Maar de Duitsers waren nog erger verrast dan zijzelf ,en het eerste etmaal niet tot een gecombineerde tegenaanval in staat.                    

Vijf uur lang werden de sterke kustverdedigingswerken op de landingsstranden onophoudelijk bestookt met alles wat de geallieerden hadden aan raketten, bommen en granaten vooraleer de eerste landings barkassen op het strand liepen. Toch stuitten deze overal nog op hardnekkige weerstand.

Om 06.30 u landden de Amerikanen op de rechter vleugel in de zones "Utah" en "Omaha", rechts en links van de Vire-monding. In "Utah" bezette het 7. US Korps onmiddellijk zijn twee stranden zonder veel moeilijkheden (verliezen 200 man) en had tegen de avond zijn divisie aan land, 23.000 man. Maar op "Omaha" liep het van bij het begin in 't honderd. Daar hielden de Duitsers het 5. US Korps (twee divisies, verdeeld over vijf stranden, samen een 35.000 man) urenlang tegen de klippen vastgepind. En toen dit tegen de middag toch door de eerste duinen kon breken, bleven er 2.000 man op het strand liggen...Van de 225 Rangers die de kustbatterij op de Pointe du Hoc bestormden brachten slechts 90 jongens het er heelhuids vanaf.

Om 07.30 u landde het 30. Britse Korps met twee divisies, samen 25.000 man, in het centrum rond Arromanches op de vier stranden "Gold",en verloor die dag 400 man. Op de linkervleugel bestormde het 1.Britse Korps met 22.000 Canadezen de vier stranden "Juno" en met 29.000 Britten en een Cie Franse commando's de twee stranden "Sword". Het zou slechts ten koste van 1.500 verliezen door de eerste verdedigingslijn geraken.

Ondanks de vele fouten en tegenslagen kon 24 uur later ,om middernacht van 6 juni ,de landing als geslaagd beschouwd worden, al waren slechts 10% van de objectieven veroverd: 156.000 man (met 20.000 voertuigen en 1.000 tanks) hadden vaste voet gekregen op Franse bodem ten koste van "slechts" 10.300 verliezen, waarvan één derde gesneuveld. De Navy  (7.000 schepen, waarvan 1.200 oorlogsboten) en de Air Force (met 12.000 vliegtuigen en 3.500 "Horsa-zwevers") verloren op 6 juni iets meer dan 1.000 man, maar neutraliseerden volledig de Luftwaffe én de Kriegsmarine.

Dit succes was vooral te danken aan de reusachtige organisatie die aan "Overlord" was voorafgegaan én aan Hitlers koppigheid om te weigeren alle beschikbare tank-divisies onmiddellijk in de strijd te werpen. Hij was er immers van overtuigd dat Normandië slechts een afleidingsmaneuver was en dat de échte invasie later in de Pas de Calais zou plaats vinden. Verder was op het ogenblik van de landing geen enkele Duitse generaal van betekenis op zijn commandopost en moesten de eerste maatregelen getroffen worden door het lager kader dat geen enkel strategisch initiatief kon of durfde nemen.

Toch zou het nog vier dagen duren voor de vijf landingszones tot één stevig bruggenhoofd werden samengevoegd. Dit bruggenhoofd werd - weliswaar moeizaam -  de week daarop door de ondertussen 20 nieuwe gelande divisies in oppervlakte verdubbeld.

Want iedere dag landde er een verse divisie in de kunstmatige haven van Arromanches en daar konden de Duitsers maar weinig tegenover plaatsen. De verdedigingslijn Caen-Quistreham konden ze houden maar na een maand van bloedige gevechten werden ze toch voetje vóór voetje uit de boccage-streek van Normandië verdreven.

Na drie weken ,op 26 juni ,was in moeizame gevechten  ,man tegen man ,heel het noorden van het schiereiland Cotentin met de (vernielde) haven van Cherbourg bevrijd. Toen kwam er eindelijk beweging in de volledige frontlijn: de Canadezen veroverden de puinhopen van Caen op 9/7 en drie weken later nam het 1.US Leger Avranches bij de Mont-St-Michel in.

Sinds D-day hadden de geallieerden 122.000 man verloren (waarvan zeker 5% door eigen bommen en granaten tengevolge van verregaande slordigheid, overmoed en eigengereid optreden op alle echelons) ,de Duitsers 115.000. Bij de burgerbevolking vielen vele tienduizenden slachtoffers en in Normandië werden 586 steden en dorpen met de grond gelijk gemaakt. Ongeveer 356.000 Fransen werden dakloos, hoofdzakelijk door de geallieerde bomtapijten. Bomtapijten die nadien, ondanks protest van generaal de Gaulle, nog steeds even kwistig als zinloos op alle dichtbevolkte steden van Noord-Frankrijk werden uitgestrooid. Vooral in de hoop daar ergens beneden een spoorwegstationnetje te treffen...

Maar van nu af zou de balans vlug in het voordeel van de geallieerden doorslaan. Want ondertussen stond sinds 20 juli heel de Duitse legerleiding op stelten wegens de (mislukte) bomaanslag van Kolonel von Stauffenberg op Hitler, waardoor het geloof van de officieren èn het moreel van de troepen volledig geknakt werd.

Hitler in de vernielde barak van zijn hoofdkwartier nà de aanslag.                                                  

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 252

73. MONIKA OP VREDESMISSIE.

                      Westende, juni 1944.

Die sneer van Marie, dat hij beter moest leren met vrouwen omgaan in plaats van zijn moeders opvoedingswijze te bekritiseren, was bij Leon ferm in de keel blijven steken ! Zo agressief en verwaand, verdomme ! Alsof ze verwachtte dat heel de wereld naar haar pijpen ging dansen, zeker ! En ze veranderde daarbij nog iedere week van gedacht hé ! Vorige maand, na de dood van Olgatje Erte, zette ze hem nog duidelijk aan deze zweverige kalverliefde te vergeten en eens een beetje serieuzer met de meisjes te stoeien... En hem doorlopend lacherig met praatjes over borsten en billen te provoceren, alsof ze wilde testen hoe zijn remmen daarop reageerden !

"“ Zeg, tante Jetje, wat heeft ons moeder toch, de laatste tijd ! Eerst wilt ze mij perforce in ’t hooi duwen bij een ferme boerenmeid met alles erop en eraan, en nu dat ik wat zot doen met een cafédochter, maakt ze van haar neus dat '’t weer niet goed is ! Wat is ’t nu ?!”"

"“ Misschien is ze benauwd dat ge gaat overdrijven, hé... Van die flauwe kindervrijage met Olgatje in één keer overslaan naar het àndere uiterste... In die zaken moet ge goed weten wat ge doet, of daar komen kinders van, hé vent... Had de Joseph hier nog geweest, dan zoudt ge al klappend met hem op het gemakske proper alles daarover bij geleerd hebben... Maar '’t is niét door met de Gerard Pylieser de lichte café’s van Nieuwpoort af te dweilen dat ge een échte vent gaat worden, hé Leonneke ! Een échte zatlap, ja: dàt wel !  '’t Is nu alle twee dagen koekenbak, dat ge met een stuk in uw kloten '’s avonds van de kaai naar huis komt ! ’'t Is voor uw gezuip met de Gerard Pylieser dat ze kwaad is, en niet voor het flirten met de cafédochter van de ‘Zannekin’... Ge verstaat haar verkeerd ,hé man !" ”

"“ Maar de schipper gaat nooit mee naar de ‘Zannekin’ omdat dat een hol van zwartzakken is, zegt hem ! Tegenwoordig hangt hem met een groot bakkes zwaar de Engelsgezinde uit, nu dat den Duits op z'’n kloten krijgt ! Maar Agnèske, de dienster, heeft hem dat van de eerste keer dat wij in de ‘Zannekin’ waren vlakaf laten verstaan dat bij haar zijn haring niet braaide ! Ze zei zo :"Goed verdienen met vis leveren aan al de officierenkeukens van ’'t omliggende hé ! –Zo van plat op uwen buik: ‘Bitte schön, Herr Oberfeldwebel” ! Maar bij de vissers van café ‘Het Anker’ ondertussen de grote patriot uithangen !? Niet met mij ,hé vrind !" Na dat affront is hem nooit meer mee geweest naar de Zannekin... Ik gaan tegenwoordig op m’'n eigen naar Agnès, en dat loopt veel vlotter ! ”"

"“ Bínnen ! Het bier loopt veel vlotter bínnen, heb ik verstaan ! Dat wijfje is een uitzuipster, vent: hebt ge dat nog niet dóór ? Zit ze van tijd nog niet op uw schoot om u ongemakkelijk te maken, dat loeder ?!"”

"“ Ongemakkelijk ?!...D'’r wordt in elk geval een goede scheet gelachen ! En dat lachen wordt raar, de laatste tijd, zéker bij ons thuis ! ”"

 

De zesde juni was het ineens gedaan met lachen ! Het werd die morgen plots verboden nog uit te varen want het gerucht liep dat de Engelsman in de nacht het Kanaal was overgestoken en met man en macht geland was in Frankrijk: wààr juist was eerst nog niet geweten... Maar in elk geval een héél stuk bezuiden Calais: niét bij de deur... Een ruïneuze wanhoopspoging op bevel van Stalin, zeiden ze bij Agnèske, nog véél érger dan destijds bij Dieppe ! Erg jammer voor al de jonge mensen die daar weer afgeslacht gingen worden, want natuurlijk zouden de Duitsers binnen de week heel dat zooitje daar opkuisen hé... Want dat die landing, zo ver van alles verwijderd, slechts een idioot afleidingsmaneuver was, begreep het kleinste kind ! De échte landing zou -– om werkelijk te slagen - binnen de maand ergens ten óósten van Calais moeten gebeuren, en dan kon Nieuwpoort en omliggende wél eens in de brokken delen... En zelfs Westende, wie weet...

Jupp sprong die avond nog even binnen bij Marie. Hij was er niét zo gerust in als Leon, dat deze 'cirque' op de Normandische kust rap zou opgekuist worden: échte Duitse troepen lagen daar in Frankrijk bijna niet meer. Wél Kozakken en onbetrouwbare Witrussen van Vlassov, die bij de eerste gelegenheid deserteerden. Hij had daarom bevel gekregen de ‘Osttruppen’ uit zijn administratieve diensten onder de wapens te roepen en als gewone soldaten in te delen bij de verschillende bunkers op de dijk: ‘Stützpunkt Trianon’ en ‘Stützpunkt Lakodam’. Kwestie van die slappe artiesten weer wat militaire tucht bij te brengen...

Voor ‘het Friseurtje’ Hussak was deze overplaatsing natuurlijk een zware klap. Zijn salon was de laatste tijd de draaischijf geworden voor alle louche zaakjes binnen de batterij, die onze vriend meestal geen windeieren legden. En met de vruchten van zijn sluikhandeltjes had hij zijn baas Jupp –- via Marie - speciaal te vriend kunnen houden om hem zo allerlei dienstfaciliteiten af te luizen...Alle geruchten, waarvan de meeste zelfs een grond van waarheid bevatten, vertrokken bij onze Figaro, in zoverre dat het commando van Hauptmann Stolz via hem soms richtlijnen lekte die hij liever niét officieel verspreidde, wegens niet-helemaal-politiek-correct vanuit nazi-standpunt gezien...

Iedereen wist ondertussen dat Hussak in een ver verleden lid van de communistische jeugd was geweest en via zijn Engelse Taalstudiekring en de Tsjechische ‘leerlingen’ zeer goede contacten onderhield met de Kozakken van de nevenliggende marinebatterij van Lombardzijde-Bad... En tevens met zijn Engelsgezinde burgerklanten zoals Briek Erte, ook al was diens geestdrift voor de geallieerde zaak ferm bekoeld na de ‘moord’ op zijn dochter door die "laffe Amerikaanse luchtgangsters"...

Al deze contacten dreigde Hussak te verliezen, nu hij zijn salon moest sluiten om voor de Führer weer eens soldaatje te spelen in de bunkers van de AtlantikWal. Als voorsmaakje mocht hij alvast '’s nachts mee patrouilleren achter de prikkeldraadversperringen op de zeedijk of in de duinen ! Terwijl hij vond dat de drie tenen, die hij twee jaar geleden diepgevroren bij Moskou had moeten achterlaten, ruimschoots volstonden als zijn bijdrage voor Hitlers Duizendjarige Rijk... Voor hém was het al méér dan genoeg geweest. En nu de Engelsen niet zo héél ver hier vandaan vol frisse moed de Wehrmacht kwamen bekampen, begon ons Friseurtje ernstig te denken aan deserteren... En als de geallieerden bijvoorbeeld rond De Panne of zo een tweede landing overwogen, zou hij ze niét tegenhouden, zéker niet !

Nog een geluk dat hij vorige winter Briek Erte, toen dié zijn woonst in de Lac-aux-dames moest ontruimen, had kunnen overhalen om samen de betonnen catacomben onder het zwemdok eens te exploreren ! Briek steunde toen nog geestdriftig de geallieerde zaak en had zonder veel woorden begrepen wat het Friseurtje daar zocht...

Hussak had er veel hoeken en kanten ontdekt waarin hij met twee-drie makkers van zijn Engels taalklasje én zijn vriend Ustinov van de Kozakken moeiteloos wekenlang kon onderduiken, zonder groot risico gearresteerd te worden. Hij had ook gemerkt dat hij vanuit alle schietstellingen op de dijk via een netwerk van ondergrondse gemetselde loopgraven binnen het halfuur spoorloos in de betonnen kokers onder het zwemdok kon verdwijnen... En Briek had hem de voorraad bleekwater gewezen waarmee je de neus van de opgejaagde speurhonden van de Feldgendarmen definitief om zeep kon helpen...

 

Zoals gezegd, terwijl elders in het land -– vooral in de Waalse bossen, maar ook in de Limburgse mijnstreek - nu schoksgewijs een ware burgeroorlog tussen Wit en Zwart losbarstte, was in Westende nog lang alles relatief rustig gebleven. Maar een week na de nu schijnbaar gelukte landing in Normandië, was ook de stemming in het dorp er radicaal omgeslagen. Iedereen verwachtte immers dat de oorlog plots zou eindigen met de overhaaste aftocht van de bezetters, zoals in 1918, weet je wel... Met als gevolg dat de winkeliers, die jarenlang gouden zaken hadden gedaan met de soldaten, nu plots niets meer in stock bleken te hebben... Wel-wel...

Marie, en mét haar de àndere Duitsgezinden, kregen openlijk de schuld van alle machtsmisbruiken waarmee de Duitsers vier jaar lang de kleine man hadden onderdrukt. "“Die hoer van Cattrysse”" noemde men haar achter haar rug. Maar ook in haar gezicht namen de ‘patriotten’ geen blad meer voor de mond. Ze wilden daarmee blijkbaar zo vlug mogelijk doen vergeten hoe kruiperig en hebberig ze zélf de laatste jaren waren geweest in hun relaties met de bezetters, en hoe vlot ze zélf hadden verklikt om een wit voetje te halen bij “Pappie” en “Herr Hauptmann”...

Hoe dan ook, met deze plotse ommezwaai scheen iedereen driftig ‘schoon schip’ te willen maken. Zo erg zelfs dat Marie met Jupp, bij hun laatste uitstapje naar hun liefdesnestje in Oostende, er voor een gesloten deur hadden gestaan. Achter de ruit hing een karton met ‘"Kortelings heropening onder nieuwe directie’"... Een duidelijk teken aan de wand... Ze waren dan maar geschokt afgedropen en schaamteloos terug in de ‘Stella Maris’ in bed gedoken...

 

Reeds de volgende middag kreeg Marie’s ijzeren gemoedsrust een nieuwe knauw te verwerken. Er werd beleefd op het keukenvenster geklopt en op haar koertje zag ze een onbekende verzorgde jonge dame staan. Ze hàd het zo niet voor onbekenden, en opende wantrouwend de deur: ” "Ja ?”..."

"“ Madam Marie Petré ?... Ik ben Monika Loridon en kom u de groeten doen vanwege uw zoon Joseph...”"

Marie verstarde: "” Joseph ?!"” Ze leek van de hand Gods geslagen maar maakte geen aanstalten de vrouw binnen te laten: ”" Joseph, die ligt in Duitsland... In Praag, in '’t hospitaal zonder benen, dat ik weet...”"

Monika glimlachte wat stijf: "“ Zo erg is het niet, Madam Petré... Ik ben Krankenschwester, en heb hem daar na zijn operatie verzorgd...”"

Maar Marie had zich al herpakt: ”" Ach zo... Wel luistert hier, Juffrouwtje: goed of slecht nieuws, ik kan het mij niet aantrekken ! Voor mij is Joseph dood, lijk ze mij van de SS geschreven hebben ! Met één of twee poten àf: het kan mij geen snars schelen ! Ik heb gehoord dat hij niet meer gaat weerkeren naar hier en dat is de beste oplossing: houd hem dààr en geluk ermee ! En laat mij nu gerust, want mijn eten staat op ! Nog een goeie dag ! "” En voor Monika’s neus sloeg ze de deur met een klap dicht !

Monika bleef nog even beduusd voor de gesloten deur staan treuzelen, maar moest zich er dan bij neerleggen dat haar plan ,om bij haar toekomstige schoonmoeder de plooien van de gezinsvete glad te strijken, jammerlijk mislukt was. Er zat niets anders op dan onverrichter zake terug te keren naar Hasselt... Geen leuk vooruitzicht, zo laat op de dag, met die paar zeldzame treinen die nog reden... Ze kon pas tegen donker hopen daar aan te komen: een mooie prooi voor al het gespuis en de sluipmoordenaars die daar de streek onveilig maakten...

Nauwelijks op straat werd ze door de buurvrouw gewenkt: "” Madam ! Madam... Ik woon hier naast de deur, hé... En heb op mijn koertje gehoord hoe Marie u daarjuist afgesnauwd heeft... Ge moet haar dat niet kwalijk nemen hé want dat mens heeft het de laatste tijd stijf moeilijk met al die miserie van de politiek en den oorlog en dan op de koop toe met het ongeluk van Joseph... Gij weet hoe het met hem gesteld is, heb ik verstaan ?... Ik zijn z'’n ‘Tante Jetje’, lijk hij mij noemt, en trek mij zijn ongelukkige situatie nijg aan... Kunt ge mij niet wat meer over zijn situatie vertellen ? Misschien binnen, bij een jatte kaffe ?”..."

“"Ge moet mij excuseren, madam: ik gaan nu al veel moeite hebben om nog een trein terug naar Hasselt te kunnen pakken...Ik had gedacht bij Marie haar ruzie met Joseph te kunnen bijklappen, en bij haar als goede vriendin te kunnen blijven slapen, om morgenvroeg terug naar huis te rijden... Maar dat is wat tegengeslagen hé... Misschien dat ik vanavond tot in Antwerpen geraak en er een hotelkamer kan vinden..."”

"“ Maar mens ! Dat is toch geen probleem ! Ik heb plaats genoeg om u te leggen ! Blijft vandaag bij mij, dan hebben we alle tijd om over Joseph te klappen, en vanavond eet ge een teljoor soep mee ! Boven zijn er drie bedden vrij en kunt ge morgenvroeg op uw gemak met de trein terug naar huis... Hé ? Wat zegt ge daarvan ?..."”

 Jetje geraakte in haar ‘Schone Kamer’ niet uitgevraagd over Joseph, en Monika moest van naaldje tot draadje vertellen wat zijzelf van zijn ongelukkige avonturen aan de weet was gekomen... En ook het voorgenomen huwelijk kwam ruim aan bod. Man-man, wat al emoties ! ...Soms vielen er wel lange stiltes, waarin de traantjes moesten worden weggedept...

En na het frugale avondeten kwam ook Leon nog binnengevallen, en werd alles nog eens tweestemmig uit de doeken gedaan...

Maar tegen slapenstijd moest iedereen er zich bij neerleggen dat er met Marie geen land viel te bezeilen: die koppige beest had Joseph uit haar hart gekrast en het zou tussen die twee nooit meer goed komen...Hopeloos.

En jammer genoeg  ,tussen Monika en Joseph evenmin...Dat deze mooie romance na haar mislukte vredesmissie naar Huize Petré dààr-en-toén brutaal eindigde ,daar zou het harde krijgslot voor zorgen...Ik vertel maar wat er gebeurd is ,maar zit daar voor de rest met niks tussen :C' est la guerre...

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 253

B74. GOEDKOPE LIEFDE.

                           Nieuwpoort, juli 1944.

Direct na het vertrek van Monika had Leon aan zijn broer al geschreven over haar flitsbezoek aan Westende en de mislukking van haar ‘vredesmissie’. En ook dat hij zijn broers lief zo'’n knappe vond...

Waarschijnlijk had hij één en ànder wat ongelukkig geformuleerd, want binnen de veertien dagen kreeg Jetje zijn boze antwoord te slikken. Koel en afstandelijk. Het zou meteen het allerlaatste teken van leven zijn dat zij van Joseph uit Praag zou ontvangen, en deed haar helemaal de moed verliezen dat ze Marie op de ene of àndere manier nog ooit zou kunnen overhalen het met haar verloren zoon bij te leggen. Want Joseph zei zélf daar het nutteloze van in te zien en trok bij deze definitief een streep onder de relatie met zijn moeder... Punt !

"... Van Monika zélf heb ik nog niets gehoord over haar bezoek aan Westende, want ze werd naar het schijnt zwaar gekwetst opgenomen in het Militair Gasthuis van Antwerpen. Da’s al wat ik met moeite te weten zijn gekomen, want zij ligt op secreet. Ze spreken over een aanslag van bandieten ergens in de Kempen... Het valt nijg te bezien of ze het gaat halen...  En àls ze het haalt belooft dat een ingewikkelde vrijage te worden, van op honderden kilometers afstand en de post die zo slecht marcheert... Dat zie ik echt niet zitten: de verwijdering in plaats en tijd zal ons wel kapot maken.

Want ikzelf kreeg zojuist mijn overplaatsing naar een bureau in Berlijn, in ongewapende dienst met behoud van graad en gage, maar niét ontslagen uit het leger. Ik blijf dus militair, en heb dus te gaan waar ze mij sturen hé. Ik zal wel zien wat er van komt en wat de toekomst nog brengt. Maar veel goeds zal het wel niet zijn.

In elk geval: naar mij moet ge voorlopig niet meer schrijven, want ik weet nog niet juist waar ze mij gaan steken... En voor de rest zijn ik het zat ! Wat er nog voorts met moeder in dat strontdorp van ulle geschiedt kan mij eerlijk gezegd geen kloten meer schelen !

Salut en de kost !  JOSEPH."

 Het was nogal duidelijk dat Joseph hiermee alle bruggen met zijn heimat achter zich verbrandde ! Zowel Jetje als Leon zouden het dààr zeker niet bij gelaten hebben en hem tóch geschreven hebben, indien zij zijn nieuw adres in Berlijn hadden kunnen bemachtigen. Maar bij gebrek daaraan stonden ze weerloos...

  Een maand nà de geallieerde landing in Normandië geraakte iedereen overtuigd dat het bruggenhoofd steeds groter en sterker zou worden, om tenslotte uit te groeien tot het ‘Tweede Front’ waar Stalin al een jaar om schreeuwde. Vooropgezet natuurlijk dat de Duitsers niet nog méér geheime wapens uit hun trukendoos zouden toveren, na het onbemande raketvliegtuig V-1 waarmee ze nu Londen en héél Zuid-Engeland bestookten. Hun propaganda liet in elk geval verstaan dat er na die V-1 nog een hele reeks àndere V-wapens in de pijplijn klaar stond om dood en verderf op de vijand en zijn thuisland uit te storten. Ze spraken zelfs van een huizenhoge vuurpijl die bommen van vijf ton tot in New-York kon stuwen ! En kilometerlange netten waarmee in één klap heelder zwermen US-bommenwerpers gevangen zouden worden ! Die Yanks zullen wel rap hun kak inhouden als al hun ‘Vliegende Forten’ neerstuiken en hun eigen wolkenkrabbers brandend omver beginnen tuimelen !

In de ‘Zannekin’ lieten de échte Vlamingen het niet aan hun hart komen: vroeg of laat zouden de Geallieerden wel eieren voor hun geld kiezen en vrede sluiten met het Derde Rijk... En vroeg of laat zouden de Duitsers wel eens grote kuis houden àchter het front, en in hun bezette gebieden de bandietenbenden opruimen die met hun laffe aanslagen op onschuldige burgers het openbare leven nu grondig verstoorden.

Het was nu 11 juli, hun feestdag. De stemming in het café kon niet meer stuk met het brullen van de wat afgezaagde Vlaamse strijdliederen, en ook Leon geraakte mét het uur meer op dreef... ’Zijn’ Agnèstje moest zich heel de middag echt in ’'t zweet rennen ! Maar tegen zessen 'savonds begonnen de hardste schreeuwers af te druipen en kreeg ze al wat meer tijd om zich op haar laatste stamgasten te concentreren... Leon voelde aan haar schuine zinspelingen dat zijn ‘moment suprème’ met rasse schreden naderde, en toen ze de laatste plakker had buiten gewerkt en even op zijn schoot kwam uitblazen waagde hij in een zotte opwelling haar in de hals te zoenen...

"“Hey, stoute jongen! ” lachte zij wat vermoeid: ”Hier niet, hé vadertje ! Zo in '‘t volle zicht van heel de straat !" ”

Maar ze zag wel aan zijn gespannen houding dat het hem menens was toen hij kort hijgde: ”" Met al die zware verduisteringsgordijnen toe is er toch geen kat die ons kan zien hé !" ” En toen ze even twijfelde, zag hij zijn kans schoon: ” "Sluit de deur ! Er komen nu toch geen klanten meer ! En als ge de dag wilt afronden met een schone pourboir: ik heb juist mijn pree getrokken !" ”

Nog even keek ze hem schattend aan, en zei toen enkel: ”" Komaan dan... Maar stil hé, want als Rosa de bazin ons daar straks zou snappen, vlieg ik met mijn klikken en klakken hier buiten ! "”

 Ze had de lichten in het café uit gedraaid en hem bij de hand in het donker naar de grote achterzaal geleid, waar tot voor kort nog populaire Duitse films werden vertoond. Bij gelegenheid waren er ook politieke meetings gehouden, met bekende Vlaamse sprekers op het podium tussen een overdaad van vlaggen en spandoeken...

Agnèstje wist blindelings een ‘knijpmuis’ liggen, een nieuwsoortige dynamo-zaklamp waarmee ze tijdens de vertoningen als ‘ouvreuse’ in het donker de verlate filmliefhebbers naar hun plaats had bijgelicht... Nu leidde ze er hem het podium mee op tot achter het projectiescherm met de dikke stoffige rode gordijnen en knipte daar een zwak elektrisch peertje aan...

Een soort opslagruimte, leek het... Achteraan, tegen de hoge kale muur lagen verschillende dikke stapels decordoek in bonte kleuren, waarmee in betere tijden de tribune rond de Vlaamse sprekers werd versierd. Zij koos zonder twijfelen de dikste ‘matras’: allemaal oude vlaggen van het Verdinaso, zo bleek...

“ "M'’n ventje, ge weet: gewoon een kwartiertje vrijen gaat u dertig frank kosten hé ! ... En als ik mijn broek moet uittrekken is '’t het dubbele... Maar om d'’r ìn te gaan zit ge al aan een lap van honderd ! ... Ik hoop dat ge dat kunt betalen ,want ik werk niet geiren op de poef ?!... ”"

Leon hield zich groot: "”Geen probleem, schatje ! ..."”

“" Bon, vooruit met de geit..." ” lachte Angèstje een beetje gelaten. Ze stak een veelgebruikte kaars aan en knipte het kille plafondpeertje uit...

 

In de vroege morgen brak er brand uit in de bioscoopzaal van de ‘Zannekin ,met een groot deel van het podium in de as en veel rookschade tot gevolg. Een aanslag van de ‘Witten’, werd er rondverteld... Gelukkig waren de buren en de toegesnelde pompiers er vlug bij geweest, of heel het Vlaams Huis was misschien in de vlammen opgegaan.

Leon dacht direct aan die kaars die bij zijn zatte ontmaagding voor een beetje romantische sfeer had moeten zorgen... Maar hij zweeg verder als vermoord...

 

De vooravond van zijn langverwachte ontslag uit het ‘Hauptkrankenrivier’ van Praag had Joseph nog een stroef flitsbezoek gekregen van zijn twee Oostendse vrienden John en Penny. Erg jolig kon je hen niet noemen, want ze zouden alle twee met een haastig opgelapt onderdeel van de ‘Langemarck’ eerstdaags ingezet worden aan het Narvafront in Estland. Voor de wolven gegooid, met andere woorden...  De berichten uit die hoek waren allesbehalve opbeurend, maar dàt waren ze bij de SS wel gewoon... En ook Josephs zware beenamputatie drukte zwaar op de stemming, waardoor het gesprek maar niet wilde vlotten...

Tenslotte had elkeen bij het afscheid het doffe voorgevoel dat ze elkaar hoogstwaarschijnlijk nooit meer zouden terugzien. Wat ,zoals we nù weten, gelukkig maar gedeeltelijk klopte..

 

De lange treinreis van Praag naar Berlijn kon Joseph al evenmin opkikkeren. Van Monika had hij nog steeds geen geldig adres of verder nieuws gekregen over haar verwondingen, en zolang zij niet zélf schreef stond hij voor een muur. Van officiële zijde moest hij daarover geen inlichtingen verwachten, omdat hij tenslotte geen famílie was... En steeds méér bekroop hem de twijfel of hij haar hoe dan ook nog ooit in de armen zou sluiten... Het was écht om de moed erbij te verliezen !

Kwam daar nog bij dat de steden waar de trein onderweg stopte steeds erger door de bombardementen beschadigd bleken. En toen ze tegen middernacht eindelijk Berlin-Hauptbahnhof binnenreden werd juist ‘Fliegeralarm’ geblazen. Doch in de akelig blauwverlichte catacomben van het station kregen de reizigers een goedgesmeerde opvang door de efficiënte hulporganisatie van de N.S.V met een warme ‘Eintopf-mit-Wurst’ en een brits voor de militairen...

Zo, nu kon zijn Berlijns avontuur beginnen...

 

De volgende morgen kreeg hij zijn eerste aangename verrassing in de persoon van een vlotte brunette ,een Antwerpse. Ze bleek Phil Verhulst te heten en was door zijn nieuwe affectatie -– de ‘Flämische SS Kulturstelle’ - uitgestuurd om hem op te halen. Ze hadden er wél een iéts knappere ‘Blitzmädel’ voor mogen kiezen, overwoog hij, want haar gezicht was wat pokdalig en te zwaar opgemaakt. Maar het was voor de rest een zéér hups vrouwmens ,goed voorzien van oren en poten, met een wat doorrookte stem à la Zarah Léander en absoluut niét bedeesd in de omgang met het mansvolk, zo te zien... Zijn graad van Oberscharführer leek haar in elk geval niet af te schrikken. Want toen ze elkaar ter kennismaking de hand schudden had ze die warm én langer vastgehouden dan nodig, en hem van onder tot boven goedkeurend bekeken.

Blijkbaar tevreden knikte zij monkelend en zei vlakaf: "”Schone vent, inderdaad ! ... Eenentwintig jaar en nog vrijgezel, heb ik gelezen ?... Mjam-mjam zeg ! ... Van die houten poot is op eerste zicht zelfs niets te zien hé man: Buéno mucho Señor! ..." ”

Joseph wou dat indiscreet schepsel rap op haar plaats zetten, maar ze hield niet op: "“Vooral in het begin valt dat nogal tegen in het gebruik, hé: ik weet ervan mee te spreken, want mijn ex-vriend-zaliger zat er ook mee ‘gejaard’... Hij was een goeie fotograaf in onze ‘Propaganda-staffel’, maar drie maand geleden stomweg door de trein gegrepen in het gedrang op het U-Bahnhof onder de Alexanderplatz... En door die Scheisse zit ik al heel die tijd zónder..." ”

"“Zonder wàt?!"” vroeg Joseph verbouwereerd.

"“Huisgenoot, hé ! ”" zei ze vlakaf: "” Medebewoner ! Of vriendje, of ‘slaapie’ zoals de Hollanders dat noemen...  Ge moet weten dat een privéwoonst bezitten in Berlijn een grote luxe is, zeker als ‘Auslander’... Onze Dienststelle heeft er zo'’n paar kunnen opeisen met geleende stempels van hoge Pieten in het SS-Hauptamt, maar wil wél dat er minstens een kóppel in woont per keuken... Dat van mij is een koket losstaand villaatje met twee slaapkamertjes, of als ge wilt: een deftig tuinhuisje... Door dat accident van mijn Joris zit ik dus op de schopstoel: ofwel vind ik binnen de kortste keren een nieuwe huisgenoot, ofwel mag ik verhuizen naar een vieze hotelkamer of een kale brits in de vrouwenkazerne ! ”... "

“" En gij wilt dat beletten door mij op staande voet binnen te pakken, zo ineens lijk een kat in een zak ?... Ik moet de sloefen van uwen Joris overnemen, heb ik verstaan ? Maar juffrouw, wij kennen elkaar van haar noch pluim ! ”..."

“" Juffrouw-juffrouw ! Zegt toch Phil ! En ja, gij zijt de beste oplossing voor ons probleem ! Want gij, mijn zoeteke, zit in ’'t zelfde schuitje als ik hé ! ...  Ofwel trekt ge bij mij in ,–desnoods in de kinderkamer, moest het niet rap klikken - ofwel vliegt ge naar de kazerne in Potsdam: dertig kilometer van uw werk en iedere dag minstens een uur rijden met de volle S-Bahn. Veel keuze is er niet ! '’t Is daarvoor dat wij hier in Berlijn het leven te kort vinden om lang rond de pot te draaien lijk een preuts kieken hé: zéker nu in de kring van mijn kennissen de éne na de àndere wegvalt: ze beginnen te sterven 'lijk vliegen ! Het is hier nu van ‘Carpe Diem’ in de hoogste graad, man: pakken wat ge kunt krijgen en niet teveel vragen stellen ! ... Ik zeg het maar gelijk het is ! " ”

Toen Joseph na haar tirade nog steeds scheen te twijfelen, vroeg ze wat ongeduldig: ”" Of moet ge soms eerst nog het behang van m’'n salon keuren, vooraleer te beslissen ? Ge kunt later altijd nog verhuizen naar de kazerne, hé, moest het met ons niet gaan... We zijn nog niet getrouwd hé: genen bang ! ..." ”

Verdomme, dat werd hier even wennen aan die inhalige mentaliteit ! Maar binnen het uur zou hij wel begrijpen waarom Phil hem zo vlug en ongegeneerd aan de haak wilde slaan...

 

Het SS-hauptamt lag op de Fehrbelliner Platz in het zuidwesten van de hoofdstad, vlak bij de stationsuitgang van de U-Bahn, in één van de massieve bureelblokken die het ruime ronde plein omringden.

Phil wees:" “Daar boven op het vijfde ‘Stock’ zitten wij, de Vlamingen: onder het dak, samen met een twintig àndere vreemde "Kulturstellen"... Den entrée is grellig zwaar bewaakt, maar binnen is het best gezellig werken, als ge de weg kent... ”"

In een nevenliggend blok was zeer recent een vliegtuigbom ingeslagen, zag Joseph toen ze het plein overstaken, want daar waren ze nog volop puin aan het ruimen... "” Ja, dertig meter naar links en ‘'t was voor ons geweest ! Ge moogt daar niet aan denken: een Amerikaan van een halve ton, zo midden in de dag terwijl ge in die kelder zit... ’'t Is daarom dat ik zeg: man, pakken wat ge krijgen kunt ! Gij zult dat wel rap leren ! ... "”

 En hij leerde inderdaad rap bij. Primo, dat in de burelen van alle Kulturstellen, buiten een pààr invalide militairen, niks dan vrouwen zaten, die hem van ver hongerig geil keurden. Wat meteen verklaarde waarom Phil hem op het station had opgevist en ingeblikt, een uur vóór de harde concurrentie...

En ten tweede,dat je stevig op je benen moest staan om alle welkomstborrels van de collega’s achterover te slaan. En zo'’n benen hàd hij niet... Want tegen de middag voelde hij geen grond meer en leidde Phil hem, na wat pillen en nog een hele bak ersatz koffie, min of meer met vaste hand huiswaarts... En toen hij de volgende dageraad in haar warme zachte bed wakker schoot herinnerde hij zich gemakshalve niks meer van zijn smerige nachtelijke esbattementen...

Maar Phil stond zich wel naakt en het 'Slavenkoor' neuriënd fris te wassen aan de lampetkan, haar smakelijke derrière wiebelend nog geen meter voor zijn neus... Zou hij nóg eens... Ach nee, niet overdrijven ! Tenslotte zou die lieve schwester Monika nog ieder moment iets van zich kunnen laten horen en dan mocht hij het gaan uitleggen !

Joseph zuchtte voldaan...Twee hete vrouwen aan z'n lijf :man-man ! Veel kans dat hij het hier wel een tijdje zou volhouden...

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 254

B74Bis      DE AANSLAG OP HITLER.                   

 

Reeds lang vóór wereldoorlog II uitbrak hadden een paar kleine elitaire clubjes gedroomd van Hitlers gewelddadig einde. Sindsdien waren daartoe een twintigtal plannen uitgewerkt, een tiental uitgevoerd en geen énkele gelukt. Ofwel werkte de bom niet, of ging het schot niet af, of was Hitler op het cruciale tijdstip niet meer ter plaatse. De Führer was aan drie moordende aanslagen ontsnapt, waaronder deze in de Bürger-bräukeller in München... die hij waarschijnlijk zelf had laten organiseren...                                                

Steeds was de repressie brutaal en ongenadig geweest, maar de voornaamste samenzweerders bleven buiten schot. Ze konden hun kring getrouwen met de jaren verder uitbreiden, vooral met hogere officieren en jonkers van de landadel. Tot einde '42, zolang de Führer voor grote overwinningen zorgde, bleef het echter stil in hun midden: ze wilden wél van Hitler àf voor uiteenlopende ideologische redenen, maar hadden graag de Duitse machtspositie in Europa gehandhaafd. Nu echter het Derde Rijk de oorlog rampzalig dreigde te verliezen, trachtten ze, vóór het te laat zou zijn om van Duitsland nog iéts te redden, met de vijand tot een eervolle vrede te komen,... zoals in 1918.                 

Er waren drie kernen van Verzet: één in de hoge legerstaven aan het Oostfront met een dertigtal ingewijden, een tweede gelijkaardige in Frankrijk (vooral Parijs), en een derde leidende groep van een honderdtal hoge burgerlijke en militaire autoriteiten in het establishment rond Berlijn en Dresden. Maar of deze met hun staatsgreep ook het volk en de gewapende troepen op hun hand zouden krijgen was zeer de vraag: het leger werd gedomineerd door de veel sterkere SS-divisies en de burgerij lag volkomen in de greep van de nazipartijorganisaties. Deze hinderpaal deed de samenzweerders steeds opnieuw twijfelen en dit gebrek aan moed en doorzettingsvermogen zou hen noodlottig worden, meer nog dan hun onkunde in verband met de tactiek van een staatsgreep.                             

Kolonel Klaus Philip Schenk, Graaf von Stauffenberg was de drijvende kracht achter het laatste complot, maar was ook ver de énige die van bij het begin zijn leven veil had om het te doen slagen ! Het gros van zijn medestanders wilde heimelijk liever wachten op de bevestiging van Hitlers dood voor ze zich verbrandden met een openlijke deelname aan de actie van de staatsgreep. Hun halfslachtige wankelmoed zou wél de staatsgreep doen mislukken, maar hen niét van de galg redden.                            

Op 20 juli 1944, om 12.42 u verpulverde de bom Hitlers conferentiebarak in Oost-Pruisen. Stauffenberg ,overtuigd van Hitlers dood, telefoneerde het goede nieuws onmiddellijk naar zijn vrienden in Berlijn. Maar die wilden voor alle zekerheid wachten om iets te ondernemen tot hijzelf, vier uur later bij zijn aankomst op hun hoofdkwartier in de Bendlerstrasse, het nieuws kon bevestigen. Want ondertussen hadden de samenzweerders een dubbelzinnig bericht ontvangen uit de "Wolfschans" van Rastenburg ( het "Führerhauptkwartier" aan het Oostfront) dat Hitler blijkbaar niét dood was... Daarom lieten een paar hoofdrolspelers verstek gaan in Berlijn of hadden tijdens de verwarring van de eerste uren sluiks weer de benen genomen ! De bevelen om de strategische punten met opstandige troepen te bezetten waren nog steeds niet uitgevaardigd. Iedereen wachtte op iedereen ,en velen trachtten zich zodoende nog heimelijk in te dekken tegen een mogelijke mislukking...                             

Stauffenberg ondernam in de vooravond met een paar laatste getrouwen nog wanhopige pogingen om het stokkende raderwerk van de staatsgreep tóch op gang te krijgen - en onder andere zijn medestanders in Parijs tot actie aan te porren - maar vergeefs. Twijfel, halfslachtigheid en verraad maakten de samenzweerders vleugellam, terwijl de nazitop en de SS bliksemsnel met een roekeloze brutaliteit hun tegenoffensief lanceerden.       

Tegen middernacht werd Stauffenberg, samen met drie van zijn stafleden op de binnenkoer van het hoofdkwartier bij het afgeschermde licht van een legervrachtwagen door de SS gefusilleerd. Veel van zijn aangebrande vrienden schoten zichzelf door het hoofd..

Toen Hitler kort daarop met rauwe stem over de radio vanuit de Wolfschans zijn verbijsterd klootjesvolk toesprak en verklaarde dat zijn redding de bevestiging was van de historische opdracht die hem door de Voorzienigheid was toevertrouwd, ontketenden de nazi's in enkele uren tijd een nooit geziene mensenjacht. In alle lagen van de bevolking werden hele families van de van ontrouw verdachte personen opgepakt. Maar Hitler liet door zijn bloedhonden vooral zijn laatste rekeningen met het officierenkorps en de landadel vereffenen. Talrijke hoge militairen aan het front pleegden zelfmoord om hun gezin te beschermen, wat niet belette dat de meeste familieleden in een concentratiekamp belandden.

Een vlaag van terreur raasde door alle gevestigde kringen en met verklikking of verraad trachtten velen alsnog aan de onverbiddelijke zuiveringen te ontsnappen. Onder de brutale intimidatie van de nazi's kropen de Duitsers in hun schulp ,ook al waren de meesten geschokt én verontwaardigd door "het verraad van de generaals".                    

In de volgende maanden zouden nog 7.000 mensen worden aangehouden en voor het Volksgericht worden gesleept, waarvan er 4.980, na elkaar snel opvolgende schandelijke schijnprocessen, op een sadistische wijze werden opgehangen, óf onthoofd, óf gefusilleerd.

Hitler waagde het toch niet de populairste veldheer van Duitsland, Erwin Rommel, die weliswaar niét aan het complot had deelgenomen maar wél 'verbrand' was, dit smadelijke lot te laten ondergaan. Terwijl deze in zijn woning in Herrlingen bij Ulm verder herstelde van zware verwondingen die hij op 17 juni in Frankrijk had opgelopen, kreeg hij op 14/10/44 geheim bezoek van twee nazi-generaals. In naam van de Führer lieten ze hem de keuze met vergif zelfmoord te plegen, in ruil voor een staatsbegrafenis en de onaantastbaarheid van zijn gezin. Rommel, die de slagen van de zweep voldoende kende, twijfelde geen ogenblik. Drie dagen later gaf zijn weduwe haar volle medewerking aan de komedie die de "geliefde diep-bedroefde Führer" tijdens de beloofde staatsbegrafenis door zijn acolieten liet opvoeren in de kathedraal en de hoofdstraten van het rouwende Ulm... En zij redde daarmee inderdaad haar eigen leven en dat van haar zoon.

De Führer liet zijn soldaten een hernieuwde eed van trouw afleggen en het militair saluut vervangen door een verplichte " Heil Hitler! ". Alle officieren werden getest op hun nazi-trouw en onder toezicht gesteld van een politiek-betrouwbare collega. De prestigieuze kaste van beroemde veldmaarschalken en generaals werd door Hitlers wraak praktisch gedecimeerd ,zonder dat ook maar één lid van dit voorheen zo machtige officierenkorps tegen deze moordpartijen durfde te protesteren.  

Wel integendeel ,in de hoop op een bevordering naar een van de vele open-gevallen plaatsen  bogen ze nog slaafser dan ooit tevoren. Sieg heil !

                                   images?q=tbn:ANd9GcRvQSyd4zvXFpRRo3ZFScf_ejdrWBTXIAhrnv6uW_HcVUytYdgEIg

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 255

B75.  STÜTZPUNKT LAKODAM.

           Westende, 20 juli tot 20 augustus 1944.

Jupp kreeg nu werkelijk schrik. Na de mislukte aanslag op Hitler door de elitaire ‘Weerstandgroep’ rond Kolonel von Stauffenberg sloeg de sfeer bij de Duitse militairen radicaal om.

Ook in de kustbatterij ‘Lakodam’ - zoals de Westendenaren de eenheid noemden die hun duinenstrook bezet hield -– kon er geen lachje meer af. De overtuigde nazi’s, (of zij die daarvoor doorgingen) waren er ver in de minderheid, zéker als je de zogenaamde Volksduitsers en Osttruppen meerekende die nu meer dan de helft van het effectief uitmaakten... En met de bomaanslag op hun Führer, ook al was die dan mislukt, realiseerden deze fanatici zich plots hoe fragiel hun machtspositie in feite was... Voor exact  hetzelfde geld was hun Adolf morsdood geweest ! En in de kortste keren zouden de ‘z.g. vreemde’ Osttruppen van de batterij dan aan het muiten zijn geslagen, daar kon je stront op vreten ! Neen, voor Jupp was de lol er af !

En een muiterij verdomme ! Zoiets eindigde steeds in een slachtpartij waarin geen kwartier werd verleend, hoe die ook afliep... Jupp zou, door zijn eed gebonden en door zijn kaderfunctie voorbestemd, sowieso zijn commandant trouw blijven, ook al was Hauptmann Stolz dan een zwakke figuur. In een crisissituatie, zoals de opstand van zijn troepen, zou deze zich door de ijzervreters van het kader laten meeslepen: twee-drie van zijn officieren, en nazi’s zoals de provoost Oberfeldwebel Heydrich en een paar collega’s... Mannen die met de opkomst het Hitlerregime waren omhooggeklommen, en er àlles voor over hadden om er niét mee onder te gaan ! De militairen rond Stolz zouden een terreurbewind voeren, in plaats van te onderhandelen, en het vel van de nazi-getrouwen duur verkopen ! Jupp behoorde daar zeker niet bij, maar hij vreesde dat hij bij een muiterij niet aan zijn eed en zijn soldatenplicht zou kunnen ontsnappen, of hij zich nu als een verzoenende slappeling opstelde of als fanatieke nazi... Hij zat in de boot en moést mee roeien ! ...

Marie vond dat hij zich nodeloos druk maakte: “" Ge waart toch altijd al goed gezien door de soldaten, tot nu toe? Zelfs die rare van de Kozakken, hoe heet hij weer? ... Dat vriendje van onze Friseur?... Ustinov ! Ik vergeet altijd die zijn naam... Maar er ís iets met die vent ! Als hij in de keuken de rantsoenen komt halen, beziet hij mij altijd zo schichtig... Alsof hij bang van mij is... ”"

"“ Ustinov is de kwaaiste niet. Spreekt vier-vijf talen en heeft een goede invloed op de rest van de Kozakken. Zolang ik dié man te vriend hou, zal mij geen kwaad  gebeuren, als de zaak hier ontploft... En dàt het gaat ontploffen, geef ik je op een briefje ! Zohaast het Engelse front dicht genoeg genaderd is, wordt het nazi-kader van onze batterij door al die onbetrouwbare vreemde hulptroepen onmiddellijk gekeeld ! Daar kan Hauptmann Stolz met de beste wil niets tegen aanvangen ! ... ”"

 

Maar Hauptmann Stolz bleek slimmer dan hij zich steeds voordeed, want hij verraste iedereen met een reeks tactische ingrepen die de rust deden weerkeren. Dat deze algemene maatregelen door hogerhand waren opgelegd, sprak vanzelf, maar de uitvoering van de plaatselijke details zat slim in elkaar...

Nu algemeen aangenomen werd dat de geallieerden géén tweede landing meer planden - op de Belgische kust, zoals vroeger gevreesd - waren veel van de kustbatterijen volledig nutteloos geworden en gedegradeerd tot louter decorum. Vooral omdat al de kanonnen in hun bunkers zeewaarts waren gericht, terwijl men de aanval van de Tommy’s nu verwachtte vanuit het diepe binnenland...  Resultaat: ook 'ónze' batterij verloor veel van haar militair belang en moest dus op hoger bevel inkrimpen. En daardoor kwam een groot deel van de manschappen vrij voor een nieuwe inzet, zoals geëist door de staf van de divisie...

Hussak, de ex-Friseur en nu MG-schutter midden op de dijk in ‘Stützpunkt Trianon’, had de bedoeling van Stolz rap door: nu kon deze zijn woelige Kozakken wegsturen ter versterking van het Duitse front op de Seine ! En toen Hussak hoorde dat de Hauptmann ook van plan was héél Westende-Bad te ontruimen voelde hij verheugd het einde van zijn militaire loopbaan met rasse schreden naderen. Onder de vorm van zijn desertie, wel te verstaan ! Want hij begreep dat daarbij de verst verwijderde weerstandsnesten op de dijk, zoals het ‘Westend Palace’ en het ‘Stützpunkt Trianon’, ontruimd zouden worden. En dat de  verdediging terug zou trekken op een veel kleinere perimeter rond de kanonnen, vanaf het ‘Stützpunkt Lakodam’, de bunker op de zeedijk vlak voor het gelijknamige openluchtbad... Met het gevolg dat hij samen met heel wat van zijn Tsjechische vrienden daardoor zonder ‘werk’ zouden vallen... En zij zich daardoor eveneens konden verwachten aan een groepsreisje naar ‘La Douce France ’!...

Daar keek Hussak absoluut niet naar uit ! ... Hij moest dus héél dringend zijn persoonlijk "‘Afscheid van de Wapens"’ voorbereiden, en schatte daar toch nog een week voor nodig te hebben. Maar door het ongeduld van Hauptmann Stolz kreeg hij uiteindelijk slechts een povere drie dagen toebedeeld...

De tegenslagen begonnen al toen hij in de nacht van 7 op 8 augustus de wacht optrok in de geschutstoren van Stützpunkt Trianon, samen met Dubcek en Svoboda, twee vrienden van de Tsjechische Kulturkring boven zijn kapsalon. Vroeger hadden ze al veel over een mogelijke desertie gefantaseerd, en die speelse plannen na de landing in Normandië geleidelijk wat meer uitgewerkt. Maar steeds waren ze daarbij uitgegaan van de situatie dat de oprukkende Britten tot op een boogscheut van de batterij waren genaderd, en zij bij hun desertie bij wijze van spreken slechts naar de overkant moesten wandelen...

Doch door de voortijdige afslankplannen van Hauptmann Stolz waren de ‘bevrijders’ nu nog steeds 300 kilometer verwijderd, wat naar-hen-overlopen aardig in de benen zou kruipen ! Dus bleven er maar twee oplossingen: ofwel deserteerden ze als ze binnen een tiental dagen aan de Seine-front tegenover de Britten lagen, ofwel doken ze hier onder en wachtten ze tot die Engelse luiaards inderdaad binnen een maand of twee-drie hun schuiloord in Westende tot op wandelafstand genaderd waren: een leukere middenweg wàs er niet !

"“Luister"” zei Hussak:" ”Ik verwacht dat ook Ustinov van de Kozakken met ons meedoet: dan zijn we met vier ! En voor vier man op nog geen week tijd hier in een kelder proviand aanleggen voor drie maanden ?... Zonder dat het opvalt ?... Ik wil het jullie zien doen ! ”"

Dubcek liet zich niet afschepen: "“Maar kunnen we, terwijl wij hier al ondergedoken zitten, ons niet door vrienden van buitenaf laten bevoorraden?... Beetje per beetje, telkens voor een paar dagen?... Door jouw vriend Erte bijvoorbeeld ? Die is toch te vertrouwen hé... ”"

"“ Kom bazel niet ! Die mensen hebben zélf bijna niets te vreten ! Of dacht je soms aan thuisbezorging van warme maaltijden terwijl de ‘Kettenhunde’ (Feldgendarmen) hier volop de straten afdweilen !?... Neen, niemand buiten ons gevieren mag bij benadering vermoeden dat wij hier ondergedoken zitten en wij moeten er alles aan doen om de indruk te verwekken dat wij recht naar het binnenland zijn gevlucht..." ”   

"“ En kunnen wij, de avond vóór ze naar Frankrijk afreizen, de marsrantsoenen van heel het peloton niet scheef slaan in de keuken ?"” stelde Svoboda voor:" ”Chef Deutinger kan zelfs een oogje dichtknijpen, als die ons toch zo sympathiek vindt... Tussen al het heen-en-weer gerij voor de ontruiming van Westende-Bad, de versterking van Stützpunkt Lakodam en het aanstaand vertrek van de marscolonne naar Frankrijk zou zo’'n kaping van een lichte vrachtwagen niet eens opvallen, man ! En jij wist in de kelders onder het zwemdok toch voldoende plaatsjes om onze buit te verbergen ?!..." ” 

Dubcek barstte in een hoongelach uit, maar Hussak leek dat niet eens zo'’n slecht idee te vinden... Hoe dan ook: ze moesten nu vlug eten vinden om het honderd dagen uit te houden, met vier man dicht opeen in een koude bekrompen betonnen cel... Geen leuk vooruitzicht, tussen haakjes... Dat waren zo'’n vierhonderd éénmansrantsoenen, verpakt in acht grote kartonnen dozen: die vracht stak je niet zomaar in je achterzak... Maar als bron voor het nodige eten wàs het inderdaad een oplossing, en het idee verdiende zéker van dichtbij verder onderzocht te worden... Doch eerst moest hij met de Kozak Ustinov overleggen, of dié misschien een betere tegenzet overwoog om op de nieuwe vondst van Hauptmann Stolz te reageren...

Want de tijd begon verdomd aardig te dringen !

 

Ustinov startte al met vertrouwelijk tegen Hussak te brommen dat hij viér man teveel vond om samen onder te duiken... Wat dàn ? Twee ploegen van twee ? Maar als ze Dubcek en Svoboda loslieten, waren die niet tuchtvol genoeg om zich zólang in penibele omstandigheden schuil te houden. Vroeg of laat zouden zij uit roekeloosheid tegen de lamp lopen ! En aangezien zij van alle vluchtplannen in groepsverband op de hoogte waren, zouden zij tijdens de ondervraging binnen de kortste keren alles verraden !

"“ Wat dan Ustinov ? Heb jij een beter plan ?... Er mee wachten tot in Frankrijk ?..." ”

"“ Neen, in Frankrijk spelen we op onbekend terrein, terwijl wij hier de streek kennen zoals onze broekzak. Maar die berg proviand is het probleem ! Dus als wij enkel met z'’n tweeën op de loop gaan, hebben we maar een paar rantsoenen nodig: zegge voor tien dagen... Want als de ‘Kettenhunde’ ons na een week zoeken nog niet gevonden hebben, blazen zij de speurtocht af: die hebben nog wel wat ànders te doen... Dus na tien dagen kunnen we op ons gemak ’'s nachts naar het binnenland vluchten en ons daar aansluiten bij een verzetsgroep en hun gaarkeuken, of op een boerderij met een mollige meid rustig de Britten afwachten... Dat lijkt mij al aardig wat praktischer dan drie maanden met vier man in een vochtige kelder te rotten, hé ! ”"

"“ Ja, akkoord... Maar daarmee is het probleem van onze twee kameraden nog niet opgelost..." ”

Ustinov keek zijn makker eens laatdunkend aan, en zei toen toonloos:" ”Laat dat maar aan mij over..." ”

 

De avond van 10 augustus zag Ustinov zijn kans schoon. Juist vóór Nadine De Handt de winkel wou sluiten, glipte hij er rap even binnen. Hij wachtte nogal érg nadrukkelijk tot de laatste eenzame klant afdroop: een jonge soldaat met een horrelvoet die bij Pappie op de Komandantur werkte en blijkbaar gehoopt had nog een zwoel babbeltje met de lieve winkeldochter te slaan...

Nadine viel van de ene verbazing in de andere toen Ustinov -– die ze maar vaag kende - haar in het Vlaams (!) beval (!) de deur te sluiten (!) en de rolluiken neer te laten !! Hijzelf liep ongegeneerd verder achter de toonbank naar de keuken.

En toen ze hem even later daar kwaad was gevolgd, vroeg hij brutaal: "” Zijn wij hier alleen?”"

"“ D'’andere zijn boven in ’'t salon..." ” zei ze weifelend: ” "Waarom? Als ge mij aanraakt, roep ik, en dan staan ze hier onmiddellijk ,alle vijf ! ”..."

Hij snoof eens laatdunkend alsof hij er onder zijn vriendinnen héél wat ‘ànder-en-béter’ bij de hand had en stak meteen van wal.

"“ Gij zijt helpster van het Rood Kruis, en gij hebt een kist medicijnen voor de eerste hulp aan de zware gekwetsten van den aannemer Berenbiet hé ! Zit daar een flesje Chloroform in om die onnozelaars te verdoven ?”"

"“... Ja... Een kleintje... Maar ’'t is ver leeg... "”

"“ Allee, rap ! Tonen ! "” beval hij: "” Ik heb dat dringend van doen !”   "

Nu schrok ze pas écht: "” Dat kàn niet ! Ik zijn daar altijd tegen onze docteur Loenders strikt persoonlijk voor verantwoordelijk ! ”"

"“ Bon ! "” Ustinov had blijkbaar niets ànders verwacht en vervolgde zonder verpinken: ”" Gij hebt een jaar met een SS-er gevreeën die aan het Oostfront stond: die zoon van Marie Petré... Tegen het einde van de maand gaat den Duits hier wegtrekken en staat de Engelsman en de Witte Brigade hier voor de deur met de afrekening. Als ge wilt dat ze u een kletskop scheren en in de pek rollen, doet dan maar voort lijk ge bezig zijt ! ”"

"“ Maar ge zijt zèlf een Duits ! "”

"“ Pardon ! Voor de moment zijn ik een Kozak ! En daar voordien had ik duizend àndere passen, waaronder een Belgische ! Dus ge moet u niet scheel zien op mijn vuilen uniform, want volgende week heb ik er een ànder aan ! En dan gaat ge mij op uw knieën bedanken dat ik die vijf man van de Witte Brigade met hun pekborstel en hun scheermes van uw voordeur weg gaan sturen... Dus gij krijgt nog tien seconden en dan gaat ge mij dat flesje geven of ge moogt een pruik gaan kopen ! Wat is '‘t ?...  Ja ?... En als ge in afwachting van de Bevrijding daarover één woord durft zeggen tegen gelijk wie, knijp ik binnen de kortste keren met m’'n tang je neus er af  !  Verstaan !?”"

 

Jupp keek raar op toen de ex-Friseur Hussak met zijn twee Tsjechische acolieten van de ‘Engelse klas’, in volle oorlogsuitrusting-met-helm de troepenkeuken in kwamen gestapt. Maar eens bekomen van de verrassing zei hij spottend: ”" Met al die stalen ‘Klamotten’ aan uw lijf ziet ge er eindelijk uit als een échte vent ! Dat voelt héél ànders aan hé, dan in uw stoffrak en op uw sloeffen wat koppen te fatsoeneren ! Welkom in het Derde Rijk, mein braver Soldat Schwejk !" ” Hij moest lachen om zijn eigen geestig rijm, maar was wél de énige...

Hussak deed nederig of hij de sneer niet had gehoord en zei: "” Heil Hitler, Chef... Wij komen de noodrantsoenen voor ons marspeloton ophalen... Dertig man voor tien dagen, dat maakt driehonderd..." ”

"“ Flink hoor ! ... Daar staan ze klaar: zes kartons ! ... Marsch-marsch Schwejk ! En stuur mij een kaartje uit Parijs hé ! Als je tenminste werkelijk van plan bent daar naartoe te gaan... naar die hoerenkasten”"

Even keken ze elkaar in de ogen, als begrepen ze elkaar volledig. Maar toen reageerde Hussak overdreven volgens het boekje :"” Jawohl Chef ! Zum Befehl ! Wird gemacht ! Heil Hitler ! ”"       

Jupp keerde zich beslist af, alsof hij er verder met deze comedie niets te maken wilde hebben...

Die avond liep hij ondanks de drukte nog even binnen bij Marie: "” Die Tjechse smeerlappen nemen de benen naar het binnenland, of mijn naam is Haas ! "”

"“ Naar het binnenland ? Wie bedoel je ?..." ”

“ "Jouw ‘Coiffeur pour Dames’ natuurlijk ! Met nog twee of drie van zijn zingende klootzakken uit zijn Kulturclub boven zijn Salon ! Maar als ze gesnapt worden door de Kettenhunde gaan ze onmiddellijk tegen de muur ! Ik mag enkel hopen dat die er niet teveel eieren onder leggen en hen ter plekke afmaken, of die idioten flikken er mij nog bij met hun stomme kop ! ... Want als ze lang ondervraagd worden, zingen ze sowieso het hoogste lied, en verraden ze iedereen die hen maar enigszins geholpen heeft !  En dan hang ik ! "... ”

“"Hoezo, geholpen ? Zo dom ben je toch niet geweest, zeker !" ” Marie keek hem kwaad aan.  

"“ Ik heb die vent een jaar lang alle vrijheid gegeven bij zijn vuile zaakjes, plus een apart salon en een lokaal waar zij ongestoord konden komplotteren. De Krijgsraad zal dat als ‘onvoldoende waakzaamheid’ bestempelen, en in het beste geval sturen ze mij enkel naar het Oostfront ! Of naar de Seine: daar heb ik misschien nog een kans het te overleven bij de Engelsmans..." ”

 

De colonne van het marspeloton vertrok pas laat in de nacht, met drie uur vertraging, want er ontbraken vier man op het appél. Van Hussaks afwezigheid keek niemand op, en dat hij twee clubleden had meegelokt ,evenmin. Maar bij het klaarstaande groepje Kozakken was ook Gefreiter Ustinov onvindbaar, die normaal een sectie had moeten aanvoeren. Waar echter heel het kader nog het meest mee in zat, was de verdwijning van een lichte vrachtwagen met het keukengerief en de 300 dagrantsoenen om de eerste week onderweg op te teren... En veel reserve om dat gat opnieuw aan te vullen bezat Jupp niet... Maar hij deed zijn uiterste best, om niet nodeloos in de kijker van de gefrustreerde Hauptmann Stolz te lopen...

 Twee dagen na hun vertrek ontdekte een lijnvisser langs de berm van de vaart van Nieuwpoort-Plassendale twee volledige militaire uniformen in het riet... Na wat rondkijken kon hij echter geen zwemmers ontdekken die daar mogelijk een frisse duik namen. En na lang twijfelen had die toch de veldwachter maar verwittigd. Die had natuurlijk al van de desertie gehoord, en belde naar de Rijkswacht van Nieuwpoort, om er vanaf te zijn... En die dachten: ” Uniformen, dat is iets voor de collega’s van de Feldgendarmerie…”...

Want deze heren waren al vierentwintig uur alle verdachte lege villa’s van het Bad aan '‘t uitkammen en ambeteerden iedere voorbijganger met hun bijtgrage hond en hun brutale vragen of ze geen verdachte onbekenden hadden gezien in het dorp...

Deze geslepen speurders zochten even de omgeving af van de vindplaats die de visser hen moest aanwijzen. En vielen onmiddellijk op het half-open afdak in een wei wat verder op: daar schuilden al lang geen koeien meer onder, want de sluikslachters roofden de laatste tijd al het loslopend vee... Maar ze vonden er wél de lichte camionette van Jupp, goed verborgen onder een oud zeildoek en wat bussels hooi. Met in de laadbak drie lege kartonnen dozen en nog drie volle, gevuld met militaire dagrantsoenen voor de troep...

Je hoefde écht geen Nat Pinkerton (zie google) te zijn om daaruit te besluiten dat ‘de heren’, bij hun vlucht naar het veilige binnenland, niet over de – zwaar bewaakte – brug van de ‘Rattevalle’ hadden durven rijden... En bij het nachtelijk overzwemmen van het kanaal enkel een beperkt aantal van die marsrantsoenen hadden kunnen meenemen...

Ze sloten dan ook maar hun hopeloze speurtocht af met een dooddoener: ” "Verschwunden aus dem Sperrgebied”".

Zo waren zij er van af...

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 256

 B76. DE MOORD IN ‘VILLA SYBARIS’.

            Westende, tweede helft van augustus ’44.

0p 15 augustus voerden de geallieerden dan eindelijk toch hun langverwachte tweede landing uit ! Maar niét rond Nieuwpoort zoals gevreesd, doch wél in Zuid-Frankrijk ! Al bij al misschien nog een geluk, als je hoorde hoe ze Normandië bij hun invasie hadden toegetakeld ! ... Alhoewel: ieder zinnig mens vroeg zich verbijsterd af wat ze zover in het zuiden in godsnaam verloren hadden ! Het resultaat was dan ook dat er slechts relatief weinig over gesproken werd, al meldde de radio zware gevechten en bleek na een week dat de aanvallers al de hele Rhônevallei veroverd hadden. Er werd hardop gefluisterd dat de grote havens van Marseille en Toulon ,die nodig waren om de operaties in Zuid-Frankrijk te voeden ,waren omsingeld en dat die binnen een paar dagen wel in geallieerde handen zouden vallen... Ja-ja: zoals Le Havre ,Brest en Lorient misschien ?!  Ha-ha ! Twee maanden nà hun landing in Normandië hadden ze daar aan de atlantische kust nog steeds geen enkele haven van betekenis veroverd !

"“ Kunt gij daarmee lachen, Jupp ?”" vroeg Marie geërgerd: ”" Een jaar geleden stonden de Duitsers nog in Egypte ,aan het Suezkanaal, man, en nu worden ze uit Parijs gejaagd ! En nog vooraleer het winter wordt staan ze misschien hier aan den IJzer ! Wat moet ik dan beginnen, als 'de menschen' mij nù al niet meer zien staan in '’t dorp ! ”

"“ Och, ik weet ook wel dat die Amerikaanse negers en indianen voor het ogenblik hoog van de toren blazen... Maar ik verzeker je dat ze ferm hun kak gaan inhouden als wij één raket afschieten op New-York ! Eén is genoeg ! En zo maken we er elke dag tién ! ... Het komt wel goed, Liefje wees maar gerust ! ... Je mag van Hitler denken wat je wil, maar die is niet voor één gat te vangen ! "”

Ook in de batterij werd er op de nieuwe landing nogal gelaten gereageerd. Wel vreesde de gewone troepsoldaat eerstdaags de dupe te worden van het aanstormende débacle, en ter vervanging van de geleden verliezen naar Frankrijk gestuurd te worden als kanonnenvlees... Want van hun voorgangers ,het peloton Kozakken ,hadden ze in Westende niets meer gehoord ,en van de versterkte Seine-linie al evenmin...

Onze deserteurs wisten sinds hun geslaagde kaping van de keukencamionette en hun vlucht in de catacomben van de ‘Lac-aux-Dames’ ook maar bitter weinig van wat er in de buitenwereld omging. De vierde dag van hun benepen verblijf in het vochtige hok was er wel "‘toevallig"’ een postfrisse ‘Brüsseler Zeitung’ van 16 augustus in hun keldergat gevallen, met het naakte laatste nieuws van de geallieerde landing in Zuid-Frankrijk en een handgeschreven naamloze randnota...

"“ Dat is zeker een gift van mijn vriend Briek Erte”, " vermoedde Hussak. Want uit het ‘Patatzen-Duits’ kon hij ontcijferen dat de Feldgendarmen blijkbaar hun zoektocht hadden afgesloten na de ontdekken van de halflege camionette bij het kanaal van Plassendale...  

"“ Mijn beste Ustinov, proficiat ! Het heeft er alle schijn van dat je list, om onze achtervolgers zo op een dwaalspoor te leiden, goed gelukt is ! Ik ga hier eens voorzichtig in alle kelders en gangen onder het zwemdok rondneuzen of we niets kunnen gebruiken om wat beter te maffen..." ” Hij wou de ànderen niet ongerust maken, maar gisteren had hij uit de richting van het nevenliggend bar-restaurant verschillende Duitse stemmen opgevangen... Misschien rondneuzende Feldgendarmen ?... Maar neen: waarschijnlijk gewoon de mannen uit de zeedijkbunker die zich dààr kwamen ontspannen, nam hij aan...

En inderdaad, na lang afluisteren had Hussak begrepen dat de bezetting van het betonnen ‘Stützpunkt’ op de dijk het ook voor bekeken hield en zich klaar maakte de Lakodam eveneens te ontruimen... Hij leidde daaruit af dat Hauptmann Stolz ,na het vertrek van zijn Kozakken ,zijn perimeter opnieuw verkleinde, en deze nu beperkte tot het omliggende duingebied van de geschutstellingen...

Niets te vroeg, vonden de vier deserteurs, want de leefomstandigheden in hun vochtige schuilhol waren al vlug onhoudbaar geworden ! Hussak had de eerste nacht, vlak na hun aankomst, een kruik bleekwater op hun voetsporen uitgegoten, zoals Briek het hem twee maanden geleden tijdens hun verkenning had gewezen... Kwestie van de speurhonden te neutraliseren, had hij uitgelegd... Maar Hussak had zich waarschijnlijk per ongeluk een klein beetje ‘overgoten’, waardoor de lucht in alle kelders met het uur méér bezwangerd geraakte van de chloor die keel en longen zwaar begon te irriteren...  

Vooral Dubcek en Svobada hadden er een bulderende hoest bij opgescharreld die voortdurend door de kale catacomben galmde, wat Ustinov lelijk op de zenuwen werkte ! Vroeg of laat moest dit verraderlijke krochen wel door een buitenstaander opgevangen worden en riskeerden ze daardoor ontdekt te worden ! ... Kwam daarbij dat die twee idioten het roken niet wilden laten, ondanks  Ustinovs ‘vriendelijke (én minder vriendelijke) aanmaningen’... Immers, de stinkende tabakswalm die zij zo om zich heen verspreidden zou door een rondwandelende niet-roker onmiddellijk opgemerkt worden !

Hij stelde Hussak daarom de volgende morgen een ultimatum: ofwel zijn twee vrienden ergens ànders in een verlaten villa installeren, waar de lucht niet besmet was met chloor, ofwel hield Ustinov het in de groep voor bekeken en zou hij zijn eigen plan wel trekken...

Het kwam bij ‘de Kozak’ wél vreemd over dat iedereen  onmiddellijk voor die splitsing gewonnen was...  En dat de voorkeur van de twee verstotenen eenparig ging naar de 'Villa ‘Sybaris’'. Die kénden ze van binnen en van buiten omdat ze deze statige villa vorige maand nog als rust-kantonnement hadden gebruikt toen ze ‘Stützpunkt Trianon’ bemanden. En ze wisten er zelfs nog een paar heerlijke bedden staan, stel je voor zeg ! ... Daarenboven was deze nu verlaten zeebunker met de "Sybaris" verbonden door een ‘onderaardse gang’: een gemetselde overwelfde loopgraaf. Dit was een zijarm van een lang ondergronds gangenstelsel dat – langs de achterkant van de dijkvilla’s – alle mitrailleursnesten op de dijk tussen het Westend’Palace aan de tennis en de Lac-aux-Dames met elkaar verbond. Je kon dus ondergronds via deze lange tunnels moeiteloos uit de kelder van de '‘Lac’' 250m naar de achterkeuken van de ‘Sybaris’ lopen –- en zelfs  nog véél verder ! –- zonder van de straat af gezien te worden...

Daarbij kwam nog dat de ‘Sybaris’, door zijn ligging op de hoek van de Distellaan, praktisch een onbelemmerd uitzicht in alle richtingen bood over de (destijds!) schaars bebouwde omgeving. Daardoor kon een waakzame uitkijk in de grote salonerker of op de dooreenlopende mansarden een dreiging op straat van ver opmerken en eventueel tijdig de benen nemen via deze ondergrondse verbindings-loopgraven...

 

Die avond trokken ze dus gevieren voorzichtig langs de tunnel op verkenning naar hun ‘tweede verblijf’...  Voorzichtig, want je wist maar nooit of de vroegere bezetters van het Bad bij hun aftocht via deze gang er geen explosieve valstrikken hadden aangebracht... Maar hun tochtje verliep zonder problemen, en eenmaal in hun ‘vakantiewoning’ waren de twee ‘hoesters’ direct akkoord om dààr hun nieuw kamp op te slaan...

 Hussak trok er wél hun aandacht op dat er één groot nadeel aan de ‘Sybaris’ verbonden was... In de garage lag namelijk nog een hele hoop samengestelde koperen buizen van waterleidingen uit de gestripte dijkvilla’s opgeslagen, een restant van het illegale handeltje van Pappie, de Ortskommandant... Daar moesten nog de kostbare loden pijpen van verwijderd worden, en dat bleek een zéér tijdrovend werkje... Een zekere Vital Ghesquière, werkman van de Kommandantur, hield zich daar al een hele tijd zoetjes mee bezig, onder het verre en vage toezicht van Briek Erte. En het gevaar bestond natuurlijk dat die kerel vroeg of laat eens in de woonvertrekken van de villa zou gaan snuisteren... En dan natuurlijk rap zou ontdekken dat de woning een paar illegale gasten herbergde...  

Toen Hussak dit opwierp, vond Ustinov onmiddellijk de radicale parade: "” Umlegen Mensch ! "”... Maar ons ex-Friseurtje had een hekel aan de moordzucht van zijn compagnon en verkoos vér-uit enkel de verbindingsdeur tussen de garage en de inkomsthall van de villa te blokkeren. Dat was een karweitje dat Dubcek en Svoboda zonder veel moeite de eerste nacht van hun verblijf konden uitvoeren. Dan zaten ze veilig voor een tijdje...

Ustinov haalde duidelijk verveeld de schouders op, maar reageerde verder niet... Tot hij twee uur later weer alleen met Hussak in hun stinkende kelder onder de zwemkom aankwam, en aankondigde dat zijzelf morgen ook uit de Lakodam zouden moeten wegtrekken.

"“ Je begrijpt toch dat die twee tuchtloze idioten daar in de Sybaris binnen de kortste keren zullen ontdekt worden hé ,en dan zullen beginnen kwetteren ! En aangezien zij weten dat wij hier ondergedoken zitten, zijn wij ook een vogel voor de kat ! ... Dus blijven er maar twee mogelijkheden ,vriend: ofwel verhuizen wij als de bliksem naar veiliger oorden waar die twee geen weet van hebben, zo ver mogelijk hier vandaan... In de richting Belle-Vue Hotel bij voorbeeld, aan het àndere uiteinde van de zeedijk. Daar kunnen wij via de hoofdtunnel binnen het uur zonder moeite geraken... Ofwel leggen wij die twee definitief het zwijgen op ! Want ik ga mijn hachje niet riskeren voor twee losbollen die nog te stom zijn om voor hun eigen veiligheid te zorgen ! ... En wat nog véél erger is: ook de mijne in gevaar brengen ! ”"

Hussak ,ex-coiffeur-pour dames ,schrok van de rauwheid waarop de moordende keuze aan hem werd opgedrongen ! Die verdomde Ustinov leek het nog te ménen ook ! Nu pas besefte hij dat zijn desertie een gokspel was geweest op leven en dood, een gokspel waar zijn compagnon blijkbaar niet voor terugdeinsde... Totaal iets ànders dan het speelse partijtje ‘Dienst-spijbelen’ waarover hij met zijn vrienden van de Tsjechische Club losjes wat gefantaseerd had ! Deserteren bleek dan toch iets ànders te zijn dan zij zich hadden voorgesteld...

"“ Luister vriend..." ” begon hij twijfelend:" ” Ik ben maar een verwijfde haarkapper en een vrolijke sjoemelaar die mensen wil plezieren en er liefst ook nog iets aan wil overhouden... Dàt zijn mijn limieten: méér moet je mij niet vragen... Al dat brute soldatengedoe en het bloederig oorlogvoeren van jouw is niet aan mij besteed ! En koelbloedig een goede vriend ombrengen zéker niet ! Als je me de keus laat tussen twee mogelijkheden, dan verhuizen we morgen naar de Belle-Vue, punt ! Want met moorden wil ik geen uitstaans hebben... “"

Ustinov staarde hem een moment koel in de ogen en snoof toen verachtelijk: "” Met die potentiële verraders  moet je geen medelijden hebben: het is zij of wij ! Maar bon, dan ben ik weer van corvee om jullie stront op te ruimen, zie ik..." ”

 

Twee dagen later wilde Vital Ghesquière tijdens zijn werk in de garage van ‘Villa Sybaris’ naar de wc gaan in de naastliggende inkomhal en merkte tot zijn verbazing dat de tussendeur geblokkeerd zat. Hij vond dat raar want voordien had die steeds open gestaan... Was dat soms een stoot van zijn ‘baas’ Briek Erte, die oordeelde dat hij op dat toilet teveel tijd verprutste ?... Altijd die misplaatste bemoeizucht van zijn ‘Chef’, verdomme zeg ! ... Maar hij zou zich deze keer niet laten doen hé ! ...

Tien minuten later had hij met een stuk buis de deur open gewrongen... En de eiken omlijsting zwaar beschadigd weliswaar, maar dat kon hij zich niet aantrekken! ... Hij duwde bonkend met de schouder de deur verder open, en schrok zich plots een aap! In de duistere inkomhal, op de laagste treden van de trap zag hij een vent liggen! ... Roerloos en ondersteboven ! Duidelijk van de trap gedonderd en al een tijdje morsdood, zo te zien aan de grote opgedroogde plas bloed onder het grauwe afgekeerde gezicht dat vol vliegen zat...

 

Kort daarop stond er ook een aardig groepje ‘Chefs’ bijeen aan de garagepoort van de ‘Sybaris’: Briek Erte, die de garde had laten verwittigen en deze op zijn beurt de twee rijkswachters van Nieuwpoort erbij had geroepen. Die pandoeren waren in drukke discussie met Pappie ,de gebruiker van het pand ,omdat ze sterk vermoedden dat de dode een Duitse militair was -  ondanks zijn burgerkleren - en ze zo’'n lijk ongetwijfeld liever kwijt dan rijk waren...   

Tot Vital Ghesquière, die nu toch ongemerkt verder in de villa was gaan snuisteren, bleek naar buiten kwam en stamelde dat ‘er op '‘t eerste nog één lag! ’

Plots scheen Briek Erte te begrijpen dat het hier niét om looddieven ging, maar om Hussaks vrienden die elkaar aan het uitmoorden waren! En dat hij daar zéker voor op het rooster zou worden gelegd! De panische schrik deed hem duizelen, zijn gezicht trok lijkbleek weg en hij kon nog amper tot achter het hoekje strompelen om kokhalzend over te geven... 

Toen vond Pappie dat de grap lang genoeg had geduurd en hij het heft in handen moest nemen! Inderdaad, dit waren bijna zeker twee van de vier deserteurs die vorige week uit de batterij waren gaan lopen, poneerde hij, en dàt was dus "“Militär Sache! "”

"“ Kommt, Leute: alle Zivil rauss! Die Kettenhunde sind jetzt d’ran! "” En hij liet bellen naar Hauptmann Stolz om de ‘heuglijke’ vondst te melden, twee gewapende schildwachten te sturen om de toegang te blokkeren en de Feldgendarmerie te verwittigen voor het heropenen van hun te vroegtijdig afgesloten desertiedossier.

Daarmee zat het spel op de wagen, en dàt zouden zich nog aardig wat mensen beklagen...

 

De speurders wilden eerst en vooral niet te diep in eigen vlees snijden, maar toch... Ze konden er niet om heen dat ze de ‘Sybaris’ bij hun eerste zoektocht, tien dagen geleden, tweemaal onderzocht hadden... En niets verdacht hadden gevonden... Wat hun commandant zéker ook raar ging vinden, en hen daarom aanzette ditmaal dubbel zo goed uit hun doppen te kijken! En zéker de boeken niet te sluiten vooraleer de onderste steen boven kwam!

 

Uit een eerste vluchtige lijkschouwing bleek al rap dat beide slachtoffers eerst met chloroform waren verdoofd en vervolgend de hals overgesneden met een scheermes. Bij één was dat onzorgvuldig gebeurd, want hij was nog uit het salon vanop de eerste verdieping weg gestrompeld en had pas op de trap naar de voordeur door bloedverlies het bewustzijn verloren...

Dat verdovende chloroform-element deed iedereen de wenkbrauwen fronsen. Die twee waren dus niet als dolle honden afgemaakt in een wanhopig gevecht, maar zachtjes in hun slaap het hoekje om geholpen?... Raar... En wààr kwam dat spul in godsnaam vandaan? Zoiets kon je onmogelijk bij de apotheek kopen, zonder een officieel voorschrift! Dus had de dader of daders het ergens gestolen... Uit de ziekenboeg van de batterij misschien? Of bij de plaatselijke burgerdokter?... Met een louche sjacheraar  zoals Hussak als voornaamste verdachte kon je natuurlijk àlles verwachten! Dat zou een verdomd tijdrovend onderzoek worden, vreesden de speurders...

Tot ze onder het bed van het tweede slachtoffer hét bewuste flesje vonden! Het etiket loog er niet om: "”Croix-Rouge de Belgique"” stond erop... Dus moesten er tóch weer een paar burgers in de tang genomen worden...

Om een lang verhaal kort te maken, vielen ze via dokter Loenders en de hulppost van het Rode Kruis in de Portiekenlaan nummer 2, al vlug op Nadine De Handt in de familiale groentenwinkelvlijtige " Jardins de Cadiz - ‘Fruits et Primeurs"’. De Duitsers wisten dat dit meisje of haar oudere zussen regelmatig van corvee waren om de zwaar gekwetste werklui van Firma Berenbiet te verzorgen, die in de ondermijnde villa’s,ondanks alle waarschuwingen ,toch nog achter lood gingen zoeken. Dat juffertje beschikte in haar grote EHBO-kist zonder twijfel over alle nodige verbandmiddelen en ontsmettingsstoffen om de bloedingen van deze roekeloze "loodzoekers" te stelpen en de pijn van hun stervensnood te verzachten... Dus negen-kansen-op-tien ook over chloroform, hé...  

Toen de twee Feldgendarmen in volle krijgsornaat haar kale groentenwinkel instapten, kreeg ze bijna een appelflauwte van het bange voorgevoel ! Via Yvonne Erte had ze al één en ànder van de eerste vaststellingen in het onderzoek gehoord, maar nooit verwacht dat die bloedhonden hààr op het rooster zouden leggen... Ze bekende onmiddellijk.

"Ja, inderdaad, ze had op een avond, een week of zo geleden, een Duitse soldaat over de vloer gekregen bij haar in de keuken... Een soldaat die vloeiend Vlaams sprak, ja... Was het de Kozak Ustinov, zoals hier op de foto?... Mogelijk, ja... De gefrustreerde schrijver met zijn horrelvoet die op de Kommandantur werkte had daarover blijkbaar al een verklaring afgelegd, dus kon zij beter ook wat meewerken hé! ... Zodus, blafte de Kettenhund, wàt moest die Ustinov van haar met dat privé-gesprek in de keuken?!"

Nadine was helemaal de kluts kwijt :" ” Hij klaagde over razende tandpijn, Chef...en sprak mij aan als "Krankenschwester" ,wat ik nog lange niet ben ,maar allee... En toen ik mijn EHBO-kist opende is hij daar lijk een wilde in beginnen graaien en had die in een knip voor de helft uitgeladen! Echt lijk een zot, met permessie! Ik was héél bang dat die mij iets ging aandoen, hé! Het blijft au fond een Duitse soldààt hé, daar moeten wij aan gehoorzamen... Ik heb hem dan tenslotte buiten gekregen met een tube Aspirine, en rap de winkel gesloten achter zijn gat..." ”

"“ Und dass ist àlles? Nur Asperin??”"

"“ Ja Chef... Ik heb het niet willen aangeven als diefstal, want ik heb het hem in feite geschonken, hé... Ik wil geen zever met de Duitse militairen, en die paar pilletjes zijn ‘'t niet waard..." ”

"“ Und wass ist dass hier?!”" Hij duwde het lege medicijnflesje bijna in haar gezicht: ”" Deine Chloroform nicht?! Dieser hast du ihm gegeben, nicht! Kommt aus deine Rotes Kreuz Kiste! ... Hier steht’s: ’de Belgique’! Dass sind sie doch! ”"

Nadine schrok zich een aap en stotterde: "Meugelich inderdaad..." Maar gegéven had zij dat zéker niet! "Waarschijnlijk hat er das ‘geklaut’ hé, toen er alles ondereen ruffelde: schief geslagen toen ich ein moment nicht aufpaste hé Chef, ich weiss es nicht ,serieus !"  Maar gegeven had zij niks, buiten dan die Asperines...

 

Ook Briek Erte kon de volgende nachten praktisch niet slapen, en had zichzelf doorlopend vervloekt omdat hij zich na zijn vorige arrestatie tóch nog met politiek had ingelaten...

De koorts zakte pas weg toen de grollende speurhond van de Feldgendarmen in een villa bij het Belle-Vue op een mijn liep, en de heren er voor alle zekerheid verder de brui aan gaven. Al zouden ze gezworen hebben dat ze de ‘Villa Thalassa’ vroeger al eens onderzocht hadden en toen niets gemerkt hadden van die valstrik... Raar hé...Om niet te zeggen : verdomd zéér raar !  Scheisse ! 

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 257

    

B77 OPNIEUW EEN DESERTEUR... .                   

          Westende, 3 september '44.                                                   

"“ Liebchen, hör mal zu... "                          

Jupp zag er gespannen uit. Heel de avond al had hij zeer verstrooid en ontwijkend op haar vragen gereageerd, tot ze het niet langer uithield: " Nun sag doch Jupp, wie geht's weiter mit uns? Straks is den Engelsman daar ! Jij bent soldaat en wordt misschien wel gevangen genomen, maar mij gaan ze ophangen ,zeggen ze in 't dorp !        

Onwillekeurig greep ze naar haar keel, als om een laatste snik te smoren.                             

" Gehängt ? Mensch, wer erzählt denn diesen Blödsinn ?!"             

Ze keek angstig op naar zijn geërgerd gezicht: " Ach, de mensen in 't dorp... en de Witte Brigade, je weet wel... ”"                 

Hij grinnikte spottend: " Ja, natürlich, die Weisze Brigade aus Westende ! ... Mensch Marie, mir wird's ganz kalt ! ", maar verzonk dan weer in ernstig gepeins. Tenslotte stond ze op om de koffiekan van de stoof te nemen en vulde de twee koppen bij.            

Jupp keek haar kalm in de ogen: " Liebchen, hör mal zu... " Hij greep haar hand vast en drukte die bemoedigend: "De Engelsen zijn gisteren doorgebroken aan de Somme en kunnen reeds binnen drie-vier dagen hier zijn... Als je werkelijk zo bang bent kan ik je enkel de raad geven te vluchten, met Leon naar Holland te gaan, of beter nog: naar Keulen, naar mijn familie... Mijn huis staat ter beschikking: eten is er in overvloed en mijn slaapkamer staat leeg: dat kan dus geen probleem meer zijn... En als de oorlog ten einde is, binnen één of twee maanden, zien we elkaar terug..."                 

Ze keek op: " Wieso, sehen wir uns wieder ?"        

Hij boog fluisterend over tafel: " Aber selbstverständlich, Schatz, sehen wir uns wieder ! Jij gaat naar Keulen  ! En als het in de batterij te heet wordt zegt deze jongen hier: " Mich reicht's ! " en dan neemt hij "Volle Deckung"... Ik verberg me in de kelder van de oude bunker aan de overkant, zoals die Engelsman destijds, tot het einde van de oorlog of tot Keulen gevallen is... Ik trek m'n burgerplunje aan, pik een fiets en vier dagen later ben ik thuis, bij jou... Zo eenvoudig is dat ! "                                                                                                   

Maar zo eenvoudig als hij het zich had voorgesteld was het helemaal niet... 's Avonds was Mons reeds gevallen en de volgende dag Brussel en Antwerpen. Een gepantserde kolonne stootte dwars door België tot aan de Schelde-monding, sneed Oost- en West-Vlaanderen van het binnenland af en rukte pas vervolgens over een breed front traag op naar de kust...

 Op de Nieuwpoortse steenweg en langs de Koninklijke baan reden en stapten eindeloze slierten wegtrekkende Duitsers door het dorp, richting Oostende. Het waren meestal oudere trostroepen, die voor de verdediging van de kustbatterijen in De Panne en Koksijde gemist konden worden. Slechts af en toe werden ze in hun aftocht gestoord door overscherende Spitfires en met de boordwapens bestookt, duidelijk meer bedoeld om hen voort te jagen op de vlucht dan om hen te stoppen.                                             

De avond van 5 september kwam Leon met een woedend gezicht thuis van zijn werk in de vismijn: hij was er moeten gaan lopen, want er werd nogal vervaarlijk met messen gezwaaid en fors gezopen.       

" Ze zeggen dat den Engelsman al in Veurne zit en dat den Duits enkel nog over de Schelde kan geraken langs de veerponten van Breskens en Terneuzen. En deze die langs daar niet kunnen oversteken naar Walcheren, zitten omsingeld tegen de Zeeuwse de Vlaamse kust... " Dat geplande familiale treinreisje naar Keulen konden ze dus wel vergeten...            

Jupp was in de late namiddag nog even langs de troepenkeuken gekomen, waar Marie handen tekort had om bijkomende maaltijden klaar te stomen voor de langstrekkende kolonnes. Morgen zou de batterij rondom dichtgegrendeld worden en in egelstelling gaan. Het burgerpersoneel moest uitgedreven worden, maar hij had van zijn "Herr Hauptmann Stolz" twee vrijgeleides losgeweekt waarmee Marie en Leon in Breskens de militaire veerpont mochten nemen. Vanuit Walcheren konden ze dan toch nog naar Keulen reizen. Ze moesten echter voortmaken: niemand wist hoe lang het nog mogelijk zou zijn over Zeeuws-Vlaanderen naar Walcheren en Zuid-Beveland te ontsnappen. En indien ze er niet in zouden slagen over de Schelde te geraken of reeds in Oostende of Zeebrugge geblokkeerd werden, drukte hij Marie op het hart terug te komen naar de 'abri' en er samen met hem betere tijden af te wachten. Hij had daar in de kelder gisterenavond nog tien soldatenbroden, margarine en spuitwater verstopt: " Das wird schon reichen für ein Paar Wochen." Moest ze echter beslissen daar eveneens bij hem onder te duiken, mocht ze niet vergeten eerst al het eten uit huis mee te nemen, plus dekens en kaarsen...                                   

Bruusk greep hij haar bij de schouders, gaf haar een dikke smakkerd op het linkeroog en liep weg: " Schuss , mach's gut, meine süsse Marie ! "                                                                                                                                                                   

Thuis was Leon absoluut niet akkoord om morgen weg te vluchten: " Wij hebben niemand iets misdaan ! ", zei hij verontwaardigd, " Niets gestolen, niets verklikt ! En daarbij nog veel mensen van hier geholpen die het ons vroegen... En dien Engelse piloot, weet ge nog ? En toen was er van de Witte Brigade nog geen sprake ! "...                 

Heel de nacht lag Marie te piekeren en was na uren tot het besluit gekomen dat ze best naar burgemeester Engelborghs om raad  kon gaan: hij zat tenslotte in hetzelfde schuitje. Maar vanaf het ochtendgloren gaven de mitraillerende vliegtuigen en het afweergeschut zodanig katoen dat ze er pas rond drie uur in de namiddag in slaagde de burgemeester thuis te spreken.                                                  

Engelborghs had weinig tijd: neen, er was niets voorzien of voorbereid om de 'Ware Vlamingen' tegen ongecontroleerde acties van een paar heethoofden te beschermen, hoofdzakelijk omdat hij niets van die aard verwachtte. Gisteren had hij nog een woordje gewisseld met de Rijkswacht van Nieuwpoort en die hadden laten verstaan dat ze de brulapen onder het vissersvolk wel in 't oog zouden houden...  Daarbij, morgen wilde hij de leden van de Burgerbescherming en de brandweerploeg samenroepen met de veldwachter om hen allen voor de duur van één maand te benoemen tot hulpagent mét politiebevoegdheid én aangepaste wedde. Neen-neen, hij voorzag geen uitbarstingen van volkswoede, of hoe dat ook mocht heten: daar was geen enkele reden toe. Als de Duitsers van de batterij maar het verstand hadden "op het gemakske" weg te trekken zonder gensters te slaan... De burgers die zich door de Engelsgezinden bedreigd zouden voelen konden best stillekens een paar dagen binnen blijven, of tijdig naar familie gaan dieper in de provincie...                          

" Maak u dus niet nodeloos ongerust, Maria, het koelt allemaal wel zonder blazen... "                       

Toen ze door de dorpskern terug naar huis stapten, stonden op het voetpad voor café "De Tramstatie" een paar drinkebroers met hun pint te zwaaien naar een sliert voorbijfietsende Duitsers, volle bepakking op de bagage-drager.                    

" Hey Marie! ", riep Camiel Soete, " Ik denk dat ge van lief gaat moeten veranderen ! ", wat zijn maats bijzonder leuk vonden. Toen zag iedereen plots de twee Spitfires die achter de kerktoren draaiden en met een wijde boog een duik namen over de Nieuwpoortse steenweg, recht op hen af !                               

Iedereen stoof het café binnen. Marie en Leon persten zich samen met de feestvierders wild door de ingangsdeur de donkere gelagzaal in, waar het luidruchtig rammelend kermisorgel de ratel van de boordwapens en het huilen van de vliegtuigmotoren vrolijk overstemde.                                  

Een paar bebladerde Duitsers smeten in paniek hun fiets tegen het voetpad en doken ook mee naar binnen, recht naar de toonbank waarop een morsige rij halflege pinten stond. In een oogwenk slupten ze de glazen helemààl leeg en veegden smekkend het schuim van de lippen:

" Mensch, das schmeckt wie zu Hause ! ... " Het bleken allen mannen van rond de vijftig, nog fris en schijnbaar  goedaardig, al zagen ze er met hun helm en rugzak vol takjes en twijgen eerder vreemd uit. Zo te zien waren ze het gewoon om te gaan met de Vlaamse dorpsmensen en één zei in gebroken dialect tegen de tooghanger naast zich: " Na, kontent dat wir abhauen, was ! "           

Maar deze keek stompzinnig naar zijn lege glas in de hand van de soldaat: " Hey Otto, vent, dat was mijn pint ! " De kring botanische Germanen rondom hen grinnikte hooghartig met die schelle zatte uitroep en boven het kabaal van het dingelende orgel uit schreeuwde de Otto:

" Wenn ich zurück komme, zahle ich eine Tournee" Blaffend gelach en gebrul t'allenkant...                                   

De gevaarlijke Spitfires waren verdwenen en de Gefreiter dreef zijn sectie naar buiten: " Loss, weg, weiter, marsch ! "

De Duitsers raapten hun fietsen weer op en maakten aanstalten om verder te rijden, toen één brullend vaststelde dat zijn voorband leeg was gelopen. Het ventiel stond nog open en twee belhamels renden juist iets te laat de hoek van de straat om.            

" Verdammte Scheisse ! Diese Schweinhunde ! " brieste de soldaat en sprong op Camiel Soete af die weer op de eerste rij stond te lachen. Hij greep hem met één vloeiende beweging met de rechterhand bij de kraag en met de linker zijn pint uit de vuist.       

" Du blöder Hans ! Pumpen, verdammt, und schnell !"               

En Camiel mocht de band weer oppompen, onder de sarcastische aanmoedigingen van zijn cafévrienden terwijl de Duitser zijn bier met kleine smakkende slokjes leegdronk...               

De soldaten werden vanop afstand joelend en jouwend uitgeleide gedaan. En omdat Camiel zojuist "voor den Duits had gewerkt" werd hij geestdriftig naar binnen gedrumd en mocht voor zijn straf een nieuwe tournee betalen...                                                                 

Marie had het hele gedoe met gemengde gevoelens gevolgd, maar het stelde haar toch wat gerust: de dorpsgenoten schenen de machtswissel nogal vrolijk en folkloristisch op te nemen...                                

Terug thuisgekomen zag ze een fiets voor de deur staan. In de keuken zat Gerard Pylieser breeduit naast de stoof een kom koffie te drinken en de hond lag hem vanonder de tafel wantrouwig te beloeren.              

" Ha, Marie, ge zijt daar ! Ik was al ongerust, want ik zit hier al een uur ! " En hij blééf zitten.             

" Ge zijt er toch zeker niet te moe van geworden, hé Gerard" sneerde ze. Hij negeerde het en zei kortaf: " Salut Leon !"             

" Salut Patron... ", maar onder de harde blikken van zijn baas vervolgde de jongen: " Ik denk dat ik de konijnen maar eens eten gaan geven... " en droop af.           

Even wikte Marie de schipper, zwijgend als een bokser voor de eerste gong, maar stapte dan bruusk naar de gootsteen en begon ostentatief de erg uitgeschoten aardappelen te schillen.               

" Waar is de Jupp ?" Hij slurpte luidruchtig aan zijn koffie.       

" Bah, in de batterij zeker, hé" zei ze zo neutraal mogelijk. "Ze hebben daar Ausgangsverbot gekregen. Alles is afgegrendeld sinds gisteren: er mag niemand meer in of uit."                                                            

" Dus is 't ermee gedaan, met de grosse Liebe ?" spotte hij en toen ze er niet op inging stelde hij na een korte stilte vast:" Marie, ge wéét het of niét, maar ge zit in slechte papieren, wijfke ! "                          

Kwaad keek ze op: " Hoezo, slechte papieren ? Heb ik soms iets misdaan ?... Heb ik misschien oude mensen bestolen of iemand overvallen omdat hij niet van mijn gedacht was ? Heb ik soms een ‘invalied’ van de rijdende tram gesmeten omdat ge dacht dat het een zwarte was ? Heb ik... "                              

" Godverdomme, dat zijn allemaal ouwe koeien ! We moesten toch van tijd eens laten zien dat die smeerlappen hier niet àlles konden doen waar ze goesting in hadden, zeker ?"                        

" Och vent, zwijgt al rap ! Al die heldendaden van de witten zijn echt niet om zo fier op te zijn ! Ge hebt nog veel chance gehad dat den Duits ermee heeft willen lachen, met die weerstand van achter de cafétoog ! En dat de zwarten geen kloten aan hun lijf hadden, of er waren weer een hoop melkmuilen naar een kamp in Duitsland gevlogen ! Is het dàt wat ze wilden ? Een draai om hun oren krijgen om er nadien mee te stoefen ? Snotjong zijn het geweest, ja, die nu met een hoge borst gaan lopen ! "                      

" Hey ! Kalmkens hé Marie ! Dat was in elk geval beter dan met de bezetter mee te heulen ! " Dat had hij zeker op de BBC gehoord... " Iedereen wéét : met de bezetter meeheulen is strafbaar ! " verklaarde hij pompeus, " en moest ik van u zijn, ge zoudt er goed aan doen dat sterk in gedachten te houden... Meewerken met de vijandelijke bezetter, noemen ze dat ! "                                       

" Maar vent toch ! Van al dat werken voor de vijand ben ik nog geen centiem rijker geworden, weet ge dat ?! Geen centiem ! Maar ik kén er wel die voor den oorlog met moeite één rotte visserssloep bezaten, en die er nu drie-vier varen hebben... Kent ge hem, Meneertje Pylieser?"                               

" Héla-héla, Marie! Daarvoor heb ik dag en nacht gaan werken  en m'n leven geriskeerd op zee, met al die drijvende mijnen in de netten en de Spitfires die kwamen mitrailleren ! Mijn drie schepen heb ik betaald met zuur verdiend geld... "                      

" Ja-ja, zuur verdiend, door de helft van de vangst in 't zwart te verlappen en de fiscus te bedriegen ! En de beste pladijs en de schoonste tong aan de officierskeuken te verkopen, hé ?... Zeg niet dat het niet waar is, Gerard, want ik stond erbij en er zijn getuigen genoeg ! ... Meewerken met de vijandelijke bezetter, m'n gat ! Ziet maar eerst eens naar uw eigen, voor dat ge met die zever bij mij aankomt, hé ! "            

Kwaad spoelde ze de geschilde aardappelen onder de pomp.          

Hij grinnikte brutaal naar haar: " Maar ik zijn nog nooit met een Duits in bed gekropen... "                 

Woest draaide zij zich om: " Haaa ! Maar nù zijn we d'er ! Dàt ligt op uwen lever, hé smeerlap ! ... Ja, ik heb met de Jupp geslapen ! En wat dan nog? Ik ben een vrije weduwe én meerderjarig: dan slaap ik met wie ik wil ! Als ik mijn deur sluit moet daar niemand zijn neus tussen steken, en wat voor vaderland er op die vent zijn pas staat, is mijn zaak ! ... Of denkt ge soms dat er zoveel verschil is tussen een Duitse piet en een Vlaamse ? Of een Engelse ? Daar hangt geen vlag aan die stok, als ge 't nog niet wist ! Maar is het tegenwoordig misschien zo, dat ge voor een Duitse piet gevang krijgt en voor een Engelse een decoratie ? Wel, ventje, gij die àlles weet: wie zegt dat die vlieger, die Bolton, destijds niet bij mij heeft gelegen ? Een knappe vent, tussen haakjes... Maar, 't is waar, gij hebt die jongen nooit van dichtenbij gezien, hé: onze grooote vaderlander had het vliegend schijt op dat speciaal moment... "                   

Ze lachte wrang in zijn bokkig gezicht: " Ik zal je eens wat vertellen, ventje, maar zegt het niet voort: al die formidabele poepprestatie waar de mannen zo hoog mee oplopen zijn in de grond maar héél povere feestjes en er is geen enkel vrouwmens in de streek die mij zal tegenspreken ! Triestig, jongen, héél triestig: niet om over naar huis te schrijven, gelooft me vrij ! Tjiep-tjiep en 't is gedaan: meneertje trekt zijn broek op en voelt zich een hele vent ! ... Och arme, als dàt het belangrijkste is in uw leven, kunt ge u beter ophangen: geen wijf die dàt zal missen, weet ge ! Maar dat horen de venten niet graag, hé: bedhistories zijn van landsbelang ! Oei-oei-oei, zij heeft met een Duits geslapen ! Een heiligschennis ! ...  Moest het begod niet zo triestig zijn, ik zou ermee lachen..."                                                                            

Hij stond op: " Er valt hier inderdaad niet veel te lachen: ik trap het af ! Maar denkt eraan: ik heb in de Witte Brigade wel één en ander te vertellen en dat zou binnenkort voor Marie Petré misschien interessant kunnen worden... Moest ge dus van gedacht veranderen en vinden dat een Vlaamse piet toch beter is dan een Duitse, weet het me dan rap te zeggen: ik wil altijd wel opnieuw een demonstratie komen geven... Salutjes hé Marie ,en houdt ze warm !"                    

In het buitengaan spuwde hij op de vloer van de koer en sprong op zijn fiets. Onwillekeurig moest Marie lachen toen ze hem weg hoorde rijden en zijn zielig " tjiep-tjiep, tjiep-tjiep, tjiep-tjiep" uitstierf in de schijnbaar vredige Bassevillestraat...         

" Tjiep-tjiep , lijk de soldaten zeggen..."

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 258

ZE ZIJN ER !

In de tuin luisterde Marie bedrukt naar het oorlogsgeweld in de verte. Tegen de grauwe  avondwolken boven Westende-Bad flakkerde een rosse gloed achter de dijk: blijkbaar stonden er daar een paar villa's in lichtelaaie, maar niemand trok het zich nog aan... 't Was Sperrstunde en daarmee uit. De wat schichtige buren hadden enkel oor voor het doffe kanongebulder langs de kanten van Duinkerke...                     

" Ze zullen er gaan zijn ! ", riepen ze elkaar opgewonden over de straat toe, tintelend van de blijde spanning. De doffe vrees voor een ruïneuze veldslag in het dorp zoals in '14-'18 werd vol valse branie weggelachen. Maar die nacht konden er weinig de slaap vatten...             

Toen Marie de ochtend van 7 september het verduisteringsgordijn opentrok was het buiten aan 't motregenen. Leon hoorde haar opstaan en kwam bleek de kamer in: " Ze zijn al bij Nieuwpoort aan 't batteren: tijdens de nacht is het schieten alsmaar dichterbij gekomen... "

Ze knikte.                         

" En hebt ge die zwaar knallen gehoord langs de kanten van Slype en de Rattevalle? Ik denk dat ze de bruggen over het kanaal van Plassendale in de lucht hebben laten vliegen om den Engelsman uit het binnenland weg te houden van de kust... Maar veel zal het zeker niet helpen: we zijn hier een muis voor de kat... "  Natuurlijk had ze alles gehoord, arme bange jongen, ze had zelf heel de nacht geen oog dicht gedaan... Mensen toch, wat miste ze de steun van haar Jupp ! ...              

" Ik zal wat verse koffie gaan zetten " was al wat ze zei en slofte naar de keuken met Leon op haar hielen.                           

" Wat gaan wij doen, Moeder ?" vroeg hij dunnetjes.                                 

" Eten verdomme, of wat dacht ge ! "           

" Ja... maar gaan we weg, of gaan we blijven ?"               

" Blijven nondedju ! " Ze zette zich aan tafel en keek hem met een zachte glimlach aan: " Ik zijn vannacht van gedacht veranderd... Luistert Leon: ge zijt bijna achttien en een kloeke jongen... Maar ge zijt ook m'n laatste: de Joseph hebben ze al kapotgeschoten en er is weinig kans dat we hem van z'n leven nog zien terugkeren uit Berlijn... Als gij wilt, moogt ge gaan... Naar Holland of naar Keulen met de Schein van de Jupp... Maar dan moet ge vandaag nog weg. Naar mij moet ge niet zien: ik ben te oud om langs de straten te dwalen. Ik blijf hier ! "           

Hij keek verschrikt op: " Maar Moeder... " Marie stopte hem af :" Tut-tut, laat me uitklappen ! ... Bij mij thuis zijn we voor de soldaten moeten gaan vluchten in 'I4 én in 'I8... En overlaatst, in '40 scheelde het geen haar of we hadden het wéér zitten. Ik weet dus wat vluchten is...  Honger en dorst hebben we geleden. En kou 's nachts, in een schuur of langs de wegkant... En weinig meelij van de mensen: ge zijt nog minder dan een hond ! Er zijn er naast mij in 't hooi gecreveerd, en we zijn allemaal ziek geweest van de schijterij, het slechte eten en de Spaanse griep... Neen, m'n ventje, ik vlucht niet meer ! Ze mogen met mij hier doen wat ze willen, maar ik blijf... Na een paar dagen zitten al die straffe mannen met een kater: zoiets waait wel over... En na een maand of zo lachen we d'er allemaal mee "...                                                                                       

Ze luisterden naar een dof kanonsalvo uit de richting van Nieuwpoort: zo te zien kreeg de haven er duchtig van langs...            

" Ten andere, waarom zoudt ge feitelijk gaan vluchten ? Omdat ge in een korte broek hebt gelopen achter een blauwvoetersvlag met het N.S.J.V. en de Dietse Vendels? En " houzee ! " hebt geroepen met burgemeester Engelborghs, toen die fameuze Romsee kwam spreken  in het " Vlaams Huis" ? Of ben ik soms nog iets vergeten ? M'n ventje, laat ons niet lachen: een boete van honderd frank is nog teveel voor al die misdaden die ge gedaan hebt ! Neen-neen, m'n Leonneke, blijft gij stillekes hier en laat de storm maar overwaaien! Bijt op uw tanden als ze u pesten - en dàt zullen ze zeker doen ,de helden ! - maar na een maand is dat allemaal voorbij... "           

" Jamaar Moeder, dan hebben wij al deze jaren voor niets gevochten, en... "                       " Gijsse groten onnozelaar ! Gaat ge nu zwijgen met die stomme gazettenpraat ! Hebt gij die grote schreeuwers al veel zien vechten, gij ? Mensen toch, wat een bloedbad hé ! Armen en benen zijn ze kwijt, al die grote voormannen van ons ! Voor Vlaanderen zouden ze àlles gegeven hebben, nietwaar ? M'n gat ! Ik heb nog geen één van die grote leiders op krukken zien lopen, of met z'n darmen in zijn handen ! Nog geen één ! Gij wél? Geen één, zeg ik ! ...Van vechters gesproken, verdomme ! ... Maar een jonge snotter z'n kop zot klappen, dat hem voor Vlaanderen moet gaan vechten in Rusland, dàt kunnen ze, ja ! In Rusland begod, waar halen ze't uit ! ... En dan zijn er stomme kloten die daarin trappen... en zich zogezegd " Voor Vlaanderen" door een Rus laten kapotschieten... Nondedju toch ! "         

Ze smoorde een snik en depte vluchtig haar natte ogen met de tip van haar schort. Na een paar diepe zuchten bleek ze nog niet uitgeraasd.                     

" We hebben gevochten, zegt ge, en voor niets hé ? Wel, voor mij is dat goed genoeg: er zijn er die winnen en er zijn er die verliezen... En het is misschien erg, maar ditmaal hebben wij verloren, punt ! We waren wij wel in ons recht, maar d'ander waren sterker en daarmee uit ! En als we daarvoor moeten boeten, zullen we daar niet van sterven... "              

Plots trilde het hele huis op de grondvesten, rinkelden de kasten en een schel salvo bulderde door de lucht: de batterij van de Lac-aux-Dames in de duinen sprong mee in de dans. Voor ze het wisten lagen ze onder tafel elkaar met grote ogen aan te staren.                      

"Nondedju dat was dicht ! ", fluisterde Leon, " Dat zijn die van hier die naar Nieuwpoort schieten, denk ik... Ze zullen in de lakodam dan tóch de kanonnen uit de bunkers gekeerd hebben kunnen krijgen... " Even later schokte een tweede kanonnade bonkend door de vloer: " Ik hoop dat, als den Engelsman terugschiet, hij er niet te vér naast vlamt ! Want anders zitten wij er midden in..."           

Maar voorlopig kwam er geen tegenvuur en na nog drie van die helse salvo's leek de batterij het voldoende te vinden. Ze kropen onder de tafel uit...           

" Allee, wat is't m'n ventje: gaat ge nu weg of blijft ge hier ? Het wordt hogen tijd om te decideren: 't is nu of nooit ! "       

" Ik blijf bij u, Moeder... "                   

Ze wierp haar arm rond zijn nek en gaf hem plagend een smakkerd op zijn oog: " Genen bang, jongen ! " lachte ze, " We slaan er ons wel door... "           

De rest van de dag bleven ze binnen naar het kanongebulder en de overvliegende Spitfires luisteren... Pas 's avonds waagden ze even de neus buiten te steken en vielen op Jetje van naast de deur. De tam-tam werkte nog uitstekend: " Den Engelsman heeft al heel Nieuwpoort-Stad van den Duits bevrijd. Maar in feite waren het geen échte tommy's: eerder Canadiens want er liepen indianen bij! "         

"Indianen begod!" Leon dacht onmiddellijk aan scalperen... en tomahawks... en pluimhoeden ! Maar het beeld van 'vredespijp-roken' kwam niet bij hem op...  

 Pas hadden ze hun laatste hap avondeten doorgespoeld of de hond sloeg woedend aan. Ze hoorden stemmen in de tuin !                 

"“ Verdomme Apachen ! De martelpaal " schrok Leon.                               

Een paar brutale bonken op de achterdeur: " Aufmachen! Polizei ! ... Marie, aufmachen ! " Hij loosde een zucht van opluchting: het waren nog de Duitsers...        

De stem kwam haar vaag bekend voor... Voorzichtig loerde ze door een spleet van het gordijn en toen ze de grendel van de deur schoof ,drongen drie vervaarlijk gehelmde en zwaar gewapende Duitse soldaten ,weelderig begroeid met helmgras, de keuken binnen. Twee duwden haar ruw opzij en stormden de trap op, achterna gezeten door een woedend keffende Toerrah, terwijl de onderofficier haar met Leon, voor de loop van zijn MP uit, in de hoek naast de stoof dreef. In een flits herkende zij Oberfeldwebel Heidrich van de Militaire Provoost.                       

" Aber Herr Heidrich ! ", kon ze er met moeite uitbrengen, " wass soll denn das?!" Maar Heidrich bleef haar zwijgend aanstaren, alhoewel ze automatisch haar angstige vraag voortdurend herhaalde. Toen de twee van boven " Ist nichts da ! " riepen, brulde Heidrich: " Einer sucht hier runter ! Schnell !"                                

Dreigend keek hij Marie aan en snauwde brutaal: " Wo ist der Deutinger?!"    

De schrik had Marie helemaal uit haar lood geslagen: " Wer ist denn das?... Deutinger?... Ach ja, der Jupp ! " Wat een opluchting dat ze weer normaal kon nadenken !              "Ja, Jupp Deutinger! Donnerwetter Marie, bist du auf 'm Kopf gefallen? Wo ist der, Mensch? Schnell ! "            

Hortend kreeg ze het tenslotte over de lippen: " Jupp ? Maar hoe kan ik nu weten waar die zit ? Ik heb hem al twee-drie dagen niet meer gezien... "                 

" Wieso, Marie: nicht mehr gesehen ? Du lügst wie eine Sau! " tierde hij. Ontdaan vertelde ze van hun laatste ontmoeting in de troepenkeuken...               

De soldaat die de voorkamer en de kelder had afgezocht meldde: " Keiner da ! " Heidrich blafte hem toe: " Dann raus mit dir, Mann, suche rundum im Hof und nimm Paulus mit ! " En hij schreeuwde naar boven: " Paulus ! Runter, schnell: suche im Hof ! "                  

Terwijl de beide soldaten op hun spijkerlaarzen en met rammelende uitrusting weer naar buiten stormden, samen met de blaffende hond, wees hij al wat kalmer Marie met zijn wapen een stoel aan.       

" Wann war das genau ?", wou hij weten.            

"De laatste avond voor het ingaan van de krijgswet: maandag de vierde", vertelde ze. En wat hij gezegd had ? Dat het voor haar misschien beter was om met de Duitse troepen naar Breskens te trekken, op de fiets, en ze toonde haar Schein. De rest van het verhaal verzweeg ze wijselijk... Hij bekeek argwanend hun beider fietsen in de gang en toen begreep ze plots dat Jupp op zijn dienstfiets verdwenen was... " Abgehauen ! ", zei Heidrich. En " der Feigling" had al zijn "Zivilklamotten" meegenomen uit zijn bureel vooraleer te verdwijnen !                                                       

Marie voerde nog eventjes een waardig stukje van de " Bedrogen Maagd" op, overgoten met een saus " Stille Wanhoop van de Madam' Butterfly" en een half uur later droop Heidrich af. Hij kon niet nalaten haar nog een ezelsstamp te verkopen door te dreigen: " Denke daran: wenn du ihm hilfst wirst du auch erschossen ! " Toerrah redde zijn eer door van op afstand de Duitsers luidblaffend tot het tuinhek te achtervolgen.                                                               

Verwezen keken moeder en zoon elkaar aan...                        

Jupp was dus toch gedeserteerd: tot de laatste tremolo meezingen in de Godendeemstering scheen hem blijkbaar niet erg aan te spreken... Waarschijnlijk heeft hij getracht de Engelse voorposten bij het kanaal van Plassendale te bereiken... Hoogstens drie kilometer landinwaarts, een kwartiertje op de fiets... Maar in burgerkleren op een soldatenvelo kon dat enkel je reinste zelfmoord zijn. Niets voor de Jupp ! En om je in burger krijgsgevangen te melden was helemaal onzinnig...                      

" Ik ,voor mij ,denk dat ik weet waar hij zit... " Ze staarde peinzend naar de stoof.                          

" Hoezo, hoe kunt gij dat nu weten ?"                 

Ze schudde afwezig het hoofd: " Vraag me niets: hoe minder ge weet, hoe beter... " Toen keek ze hem recht in de ogen: " Zijt ge zeker dat ge bij mij wilt blijven ? Ge gaat niet naar Holland op de vlucht ?" Hij knikte: " Ik blijf bij u... "                     

" Bon ! Dan zullen we moeten onderduiken op het moment dat de Engelsmans het dorp binnenvallen... Op dàt moment zal ik u zeggen waar de Jupp zit. Niet vroeger, want het is te gevaarlijk... "           

" Maar Moeder, bij wie kunnen wij nu nog onderduiken ?! Er is toch niemand meer die voor ons iets zal riskeren: ze zouden wel zot zijn !"

Maar ze weerde hem af: " Ge zult wel zien... "                                 


Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van " De Afrekening"

↑ Terug naar de berichten