Naar de inhoud

" De Afrekening"

Een West-Vlaamse oorlogsthriller in afleveringen
akke.beakke.be

Archief

Deel 259

B78. IN DEN 'ABRI'.                                                                                                             

              Westende ,8 september '44                                           .                                                                                                                                                                   Midden in de nacht brak de hel los. De batterij joeg iedere minuut uit alle vuurmonden een salvo loeiend staal naar de zuidelijke uitvalswegen van Nieuwpoort, richting Veurne-Ambacht. Leon zag vanuit het venster van zijn slaapkamer de inslagen in de verte opflakkeren.

Tegen de morgen vulde lichter geschut de korte stiltes tussen de zware donderslagen nog wat op en toen het waterzonnetje doorbrak hoorde hij de mitrailleuses ratelen rond het sluizencomplex van de Ijzer.                

De Engelsen (later bleken het Canadezen) waren gisteren blijkbaar wat lichtzinnig te werk gegaan door de Langebrug over de Geul met een veel te zwakke verkenningsspits te bezetten en de mensen van Nieuwpoort wat voorbarig de illusie te geven dat ze "bevrijd" waren. Met een paar belachelijke 'Brencarriers' op het linkerlandhoofd blokkeerden ze meteen de verdere aftocht van de nog sterke Duitse I5.Armee, die vanuit Calais langs de Vlaamse kust naar Breskens terugtrok. Tijdens de avond en de nacht slaagden heel wat Duitse troepen zonder gerij erin langs het veerpont aan het staketsel van Nieuwpoort-Bad in een lange ketting van kleine roeibootjes de Geul over te steken naar "het kamp" bij de vuurtoren van Lombardzijde ,maar dit prutswerk was blijkbaar lang niet voldoende.                    .                                                         

De beschieting van Zuid-Nieuwpoort door de batterij van Lakodam, die Leon heel de nacht had wakker gehouden, luidde de Duitse tegenaanval in om vanuit het noorden en het oosten de grendel van de Langebrug terug open te wrikken. Blijkbaar was het Hauptmann Stolz dan toch gelukt zijn kanonnen land-inwaarts te richten. Een uur later waren de Engelsen verdreven, en tegen de middag hernam de vloed aftrekkende Duitsers door de Westendse dorpskern, richting Oostende en Breskens. Maar ditmaal kon er geen kwinkslag meer af en de cafés hielden voor alle veiligheid maar hun deuren gesloten. Slechts weinig dorpelingen waagden zich op straat en de meesten beloerden de afgang van het Germaanse Heer vanop een veilige afstand, of door de spleten van hun rolluik. Het grimmig gedruis van de vluchtende kolonnes werd slechts af en toe verstoord door de duik van een vliegtuig, maar de regenwolken beperkten het zicht van de piloten en er werden verder nog weinig brokken gemaakt.              

Tegen vieren trokken van de tros de laatste opgeëiste boerenkarren en vrachtwagens voorbij en werd het een wijle beangstigend stil, al ging het schieten in Nieuwpoort onverminderd voort. Een uur later reed de zwaar gewapende achterhoede in een drietal golven door het dorp: telkens een paar snelle verkenningspantsers verdeeld over een kolonne van twintig camions, alles overdadig gecamoufleerd met netten en takkenbossen waaronder de vervoerde manschappen nauwelijks zichtbaar waren. De derde golf betrok een tijdelijke opvangstelling aan het kruispunt van  de Zeelaan bij ' Poissonnerie Lemot' tot ook de motor-sidecars van de demolitieploegen voorbij stoven. Met een paar nijdige knallen vielen verderop ,tegen Lombardzijde-dorp vier dikke bomen over de baan en onder de bescherming van deze versperring haakten nu ook de allerlaatste pantserwagen met brullende motor af...                            

Waren ze nu werkelijk weg ?                                  

Was de nachtmerrie na vier eindeloze jaren nu eindelijk voorbij ? De mensen konden het moeilijk geloven dat ze er zo goedkoop vanaf waren gekomen, zonder zware gevechten met doden en gewonden, zoals in ’14-18. De eersten waagden zich schuchter op hun drempel, riepen hoopvol naar de buren dat "ze al in Lombardzijde zitten", maar niemand durfde het voorlopig aan, de driekleur uit te hangen...                     

Een daverend salvo van de batterij, om de minuut gevolgd door een tiental andere, nam bij iedereen de twijfel weg: de Duitsers zaten nog steeds in hun betonnen geschutsstellingen bij de Lac-aux-Dames, zonder complexen !

De mannen van de Burgerbescherming deden met een witte vlag een tastende verkenning langs de Zeelaan in de richting van de duinen, maar werden door een Duitse patrouille met nors armgezwaai en een paar schoten in de lucht fluks terug naar het dorp gejaagd. Zoveel was nu wel zeker: in heel de duinenstrook ten noorden van de Nieuwpoortse-steenweg waren de Fritsen nog heer en meester !                                   

Rond vijf uur was Marie wat prei gaan trekken uit de moestuin  aan de overkant, juist naast de 'abri'. De mitrailleurspost achter de zandzakjes boven op het dak van de oude bunker was volledig bezet en ze hoorde de soldaten spreken, maar vanuit de dode hoek aan de voet van de vesting kon ze hen niet meer zien. En die mannen haar evenmin. Toerrah kwispelde blij tegen de braamstruiken in de uiterste hoek en Marie kalmeerde hem vriendelijk, goed articulerend ter intentie van de soldaten: " Ach Toerrah, du brauchst doch keine Angst zu haben ! Alles ist doch in Ordnung, mein Junge !"                           

Plots zag ze, diep vanonder de donkere wirwar van de braambesstruiken aan de voet van de bunkermuur een zaklamp opflitsen, driemaal kort ! Zie je wel ! Hij zat dus wel degelijk waar ze het verwacht had... Met een bonkend hart liep ze terug naar huis, beschaamd omdat haar knieën zo knikten. De mannen van de MG-post op de 'abri' floten haar lokkend na en schijnbaar ongedwongen zwaaide ze een bonjourtje over haar schouder.                                   

Met een rode kop van de opwinding zakte ze op een keukenstoel en liet met gesloten ogen de spanning even wegebben.                    

Leon keek op van zijn aardappelschillen: " Wat is't, Moeder, hebt ge een spook gezien? "                         

Maar ze glimlachte vlug, gemaakt opgelucht: "Och Gijsse zot ! "                                                                                                                                                                                    

De morgen van 9 september vertelde Jetje over de haag van hun hovingen dat de Canadiens Nieuwpoort ditmaal écht hadden bevrijd en heel de steenweg naar Middelkerke en Oostende stevig in handen hadden, maar er blijkbaar tegenop zagen de versterkingen in de duinenstrook ten noorden van de steenweg gewelddadig te veroveren. Zo bleven de meeste kustbatterijen langs het strand, van Oostduinkerke tot Westende, bezet door de Duitsers en zaten de mensen van de Bassevillestraat in een soort niemandsland vlak onder de weerstandsnesten van de laatste bezetters. Jetje orakelde nogal optimistisch dat die mannen alle fut verloren hadden en zich vandaag wel zouden overgeven... Ze keek daarbij bezwerend op naar de MG-post aan de overkant van de straat.       

Maar als om deze wensdroom te doorprikken begon de schildwacht van achter de zandzakjes bovenop de 'abri' met lange uithalen een aria te fluiten: " Hey Marie... hey Marie..."                                     

Marie begreep wel dat die jongen deze ode aan hààr opdroeg, en ze wierp tersluiks een blik omhoog in een poging om de artiest te herkennen. Maar door de dikke verduiknetten die over de stelling hingen lukte dat niet... Ze glimlachte naar Jetje en beiden vonden het raadzamer om maar naar binnen te gaan...                                          

Leon bleef heel de dag boven: ofwel in hààr kamer om door de ruitvormige opening in het vensterluik naar de Duitsers aan de overkant te loeren, ofwel in zijn eigen kamertje aan de achtergevel om in het dorp iets van de Canadezen te ontdekken. Maar aan beide zijden bleef het urenlang beklemmend rustig: het leek wel de stilte voor de storm of een geheime wapenstilstand... Hoe dan ook: de oorlog was toch nog niet voorbij, want hij hoorde af en toe kanongebulder uit Oostduinkerke en in de namiddag werd hij nog eens opgeschrikt door een salvo uit de batterij "Lac-aux-Dames"            .                                    

Juist voor de avondschemer ging Marie weer een paar preien trekken in de oude moestuin, luid sprekend tegen de hond, en opnieuw zag ze de drie lichtflitsen aan de voet van de bunker. Maar Toerrah begon blij te blaffen tegen de braamstruiken in de hoek, waardoor ze verplicht werd hem bij zijn nekvel weg te trekken.          

" Ja-ja", troostte ze de hond hardop, " morgen om vijf uur komen we nog eens terug, hé ! Is het goed? Morgen om vijf uur, hé Toerrah ?!"... De lamp flitste.                                                                                                     

 

Tien september verliep volgens het zelfde stramien. Jetje wist te vertellen dat alle 'zwarten' in bevrijd gebied zonder veel moeilijkheden door een paar mannen van de 'Witte Brigade' en begeleid door de veldwachter of een hulpagent van de brandweer ordelijk naar het " Vlaams Huis" in Nieuwpoort werden gevoerd, voor ondervraging en "triage". De lichte gevallen vlogen in 't internaat van het college, zei ze, en de zware kleppers werden naar het “noodgevang” van Veurne gevoerd... Daar zat naar '’t scheen de Engelborghs al opgesloten... Binnenkort zouden ze Marie ook wel komen halen, zuchtte ze fatalistisch, al verwachtte ze haar weer vlug thuis te zien: buiten de omgang met Jupp zag ze ook niet goed wat men haar vriendin zou kunnen verwijten... Maar ze gaf toch de raad "wat proper goed in een netzak te steken"... En moesten ze de Leon ook meenemen, zou zij wel zolang voor de hond en de beesten zorgen...                                              

Hij kon die Cassandra van naast de deur niet langer aanhoren en liep kwaad naar binnen. Toen Marie hem kort daarop verbeten volgde, barstte hij los:

" Maar enfin zeg ! Meneer Engelborghs bij de zware gevallen ! Wat heeft die mens misdaan, buiten van tijd in uniform op een meeting te komen om één of andere kopman in te leiden ?!... Als burgemeester heeft hem hier tenminste wat orde op zaken gesteld, nadat die andere boerenkloefers van vroeger heel het bestuur en de gemeentekas om zeep hadden geholpen ! "                  

" Kom, 't is al goed ! ", suste ze," Wat weet gij van de gemeentekas ! Laat ons liever aan ons eigen denken ! We moeten elk een kabas klaarmaken met kleren en eten, want die zotten van de 'Witte Brigade' zouden ons wel eens rapper kunnen komen halen dan we verwachten... "                  

 " Hoezo, Moeder? Ge hebt gezegd dat we ons zouden verbergen en nu spreekt ge van naar 't gevang te gaan !"                                               

" Ventje, het is gelijk de stropers zeggen: ge kunt nooit weten wat er eerst uit de pijp komt, ofwel de fret ofwel het konijn: we kunnen beter op alles voorzien zijn... Op het laatste momentje zullen we opspringen en met wat chance kunnen we dan wegvluchten, of met wat tegenslag in het net vliegen: we zullen wel zien... "      

"Maar Moeder, ik versta u niet", klaagde hij, " Hoe gaan wij op het laatste momentje nog weg geraken als het hier vol Canadezen loopt... en witten ?"                           Ze glimlachte geruststellend: " Luistert Leon, als het te warm wordt versteken wij ons voor korte of lange tijd in een oude bunker op het terrein van de batterij, hier dichtbij. Maar nu gaat dat nog niet, want den Duits zit er nog bovenop met een mitrailleur en die zou ons niet toelaten... Maar zohaast ze achteruit trekken naar hun stellingen bij het strand, of zich gaan overgeven, vliegen wij erin ! Hebt ge't vast ?"                                                  

" Maar welke bunker, Moeder ?! Er zijn er verdomme daar wel vijftig ! "                               Ze wierp in gespeelde vertwijfeling een radeloze blik ten hemel en zuchtte zwaar: " Maar is den ouden abri hier aan de overkant soms niet goed genoeg, gijsse stommerik ! In 't kamertje waar dien Engelse piloot heeft gezeten, achter onze oude konijnekoten !?"        

" Maar Moeder toch ! Dat is met de jaren helemaal vol zand gelopen en dicht gewaaid ! De ingang staat overwoekerd met braamstruiken en daarbij... "        

" Ik weet het, onnozelaar! Juist dààrom ! En op uwen buik kunt ge er nog goed in, langs de achterkant van den hof... Van als ge binnen zijt, kan geen mens u daar nog vinden. Dan is het enkel een kwestie van een paar dagen de storm te laten overwaaien, maar hoe langer we het daar uithouden, hoe beter... 't Is daarom dat we onze netzakken met eten en kleren klaar moeten zetten: dan kunnen wij op het goede moment de straat over vliegen en hoplà, " verschwunden, verstehen Sie ?"                                                   

Ze lachte hem stillekens uit in zijn verwonderd gezicht: " Maar ik wil niet dat ge daar nu gaat rondneuzen, verstaat ge..."                     

" Ja, ik ben op mijn kop gevallen ! ", bromde hij gepikeerd om de spot van zijn moeder.                                                                                                                                                                                                                

De rest van de dag bleef hij boven op zijn uitkijkpost.                             

De kanonnen van de Lac-aux-Dames waren weer wakker geschoten en joegen af en toe een salvo over het dorp, richting Nieuwpoort of Middelkerke, om het verkeer van de Canadezen op de steenweg wat te verstoren. Tegen de avond schenen die er hun buik van vol te hebben en begonnen ze tegenvuur te geven vanuit de wijk Krokodiel achter Westende-Bad, vanop de Zeelaan in het dorp en uit de bosjes van de wijk Schuddebeurze. De Duitsers werden daarbij ook af en toe gemitrailleerd door een koppel overscherende Hurricanes, maar die werden vlug weggeblaft met de luchtafweerkanonnen. Al leek de hel soms wel losgebroken, toch had Leon niet de indruk dat de tegenstrevers elkaar echt pijn wilden doen.                    

Toen Marie met de hond, even na vijven, weer wat prei uit de oude moestuin ging trekken was de MG-post op de abri nog steeds bezet, maar ditmaal kon er geen aria meer op af. Naast de braamstruiken lag er een papiertje op de grond, dat ze bij het bukken sluiks in haar schortzak liet verdwijnen.                                

De hond had ze voor alle veiligheid aan de lijn gehouden en toen ze hem nogal onnozel luidop geruststelde "dat alles in orde was, hé Toerrah! ", flitste de lamp weer van onder de struiken...                                                                            

In de keuken streek ze het briefje glad. " SIE HALTEN BIS ZUM 12/9.", was alles wat erop stond, in drukletters. Nadenkend fronste zij het voorhoofd: bedoelde Jupp dat zij, Marie, het moest trachten vol te houden tot de twaalfde september? Dat was dinsdag, overmorgen... Of wilde de batterij zich pas dinsdag overgeven ? Of misschien had hij de soldaten op het dak horen zeggen dat ze de twaalfde de MG-post zouden ontruimen om zich dieper in de duinen terug te trekken? Hoe dan ook, nog hoogstens twee dagen op de tanden bijten...                  

Ze verwittigde Leon, boven op zijn uitkijkpost, dat ze waarschijnlijk overmorgen zouden onderduiken en liet hem het briefje lezen. Het enige wat hij eruit kon opmaken was dat Jupp reeds in de abri ondergedoken zat, maar hij wilde zijn moeder geen lastige vragen meer stellen: hoe rapper ze hier weg konden, hoe liever hij het blijkbaar had...                                                                

Overmorgen dus.                                                                                                                                                                                          

 

Midden in de nacht vloog Marie in paniek uit haar bed. Het MG aan de overkant loste een lang salvo... en nog één... en nog één !         

Hijgend van schrik zocht ze dekking onder de matras. Buiten hoorde ze bevelen roepen in een onbegrijpelijk taaltje... Na nog wat gedruis en geratel van lichte wapens viel na vijf minuten weer de stilte.             

Leon was vanuit zijn kamer naast haar op de grond gekropen en fluisterde dat waarschijnlijk een verkenningspatrouille van de Canadezen eens was komen testen hoe het met de Duitse verdediging was gesteld... Ze bleven nog een kwartier liggen, maar de stilte werd niet meer verbroken en uiteindelijk besloten ze maar te pogen verder te slapen.                                                                          

Bij het krieken van de dag - het regende nog steeds - begon het Canadees geschut, eerst aarzelend maar dan in volle hevigheid, de bunkers in de duinen te bestoken. De Duitsers antwoordden sporadisch, maar schijnbaar accuraat, want na hun salvo bleef het steeds een tijdje rustig.                                                                                          In de namiddag kreeg de grote observatiebunker van het batterijcommando, die op het uiteinde van de Zeelaan het Sint-Laureinsstrand beheerste, een rechtstreekse inslag. Leon zag dat het in de MG-post aan de overzijde van de straat een tijdje ferm onrustig werd: ofwel werkten ze aan de versterking van de stelling, ofwel maakten ze aanstalten om de plaats te ontruimen... Om vijf uur durfde Marie het in elk geval niet meer aan, om nog zogenaamd wat prei te trekken uit de moestuin.                                     

Tijdens het avondeten spraken ze geen woord: elk was diep in eigen gedachten verzonken.

Verdomsen oorlog !.

                                                                          

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 260

EXIT OBERFELDWEBEL JUPP...

De beschieting van de batterij bij de vuurtoren en bij de Lac-aux-Dames duurde de ganse nacht, maar van de Duitsers hoorden ze nog weinig reactie: het leek daar op zijn einde te lopen... Van slapen kwam er in elk geval niets meer in huis...                                   

Toen de morgen aanbrak - Marie was zo wit als een laken van de zenuwen en de slapeloze nacht - bleef het dreigend stil. Plots dreunden kort na elkaar een paar zware ontploffingen door de grondvesten van het huis.    

" Ze laten hun eigen munitiedepots in de lucht vliegen.."opperde Leon, voortgaand op zijn herinneringen aan de ontruiming van De Panne door de Britten, vier jaar geleden. " Ofwel zijn ze hun kanonnen aan 't vernietigen... Ik denk in elk geval dat het hier ver gedaan is ! " Later zou blijken dat ze in één moeite door ook de vertrouwde vuurtoren achter de nieuwe kazerne aan Lombardzijde-strand hadden opgeblazen...                                                        

Ze loerden gespannen door de spleet van het verduisteringsgordijn naar de overkant: de MG-stelling lag er verlaten bij.           

" Het is zoals de Jupp geschreven heeft: de twaalfde trekken ze terug... "                                            

" Komaan Moeder, 't is hier de moment ! " Leon nam blijkbaar de leiding over. In de gang grepen ze hun tassen, elk twee, en keken elkaar een ogenblik zwijgend aan. Voorzichtig deed hij de voordeur open. In heel de Bassevillestraat was er, zover het oog reikte, geen kat te zien, maar boven de duinen torenden een paar pikzwarte brandwolken.                                                                     

" Nu ! " Leon schrok van zijn eigen schorre stem.           

Ze liepen in één trek naar de overkant, recht door de moestuin naar de hoek bij de oude bunker. Marie liet zich tussen de vlierstruiken vallen en hapte naar adem. Haar hart bonsde in de keel. Wild trokken ze wat takken omhoog, vonden de tunnel onder het gebladerte en de braambesranken en werkten zich in paniek over het rulle duinzand naar de donkere spleet onder het betonnen bunkerplafond.  Van de vroegere deuropening bleef er boven het stuifzand enkel nog een smalle strook vrij.        

" Na endlich! " klonk het vanuit de kelder, " Schnell, gib mir die Taschen ! " Leon gooide de zijne naar haar toe, en Marie schoof ze verder naar de hand die haar vanuit het zwarte gat werd toegereikt. Tien seconden later lag ze op haar buik binnen in het kille zand naast Leon naar adem te happen. Het was er pikdonker en eerst zag ze geen hand voor de ogen. Als door een waas hoorde ze Leon en Jupp fluisterend met elkaar spreken maar ze was te leeg om er naar te luisteren. Pas toen drong het tot haar door dat ze nooit met zoveel woorden verklapt had dat Jupp hier al een paar dagen ondergedoken zat, maar haar 'kleine' scheen daar toch niet verrast van op te kijken.        

Langzamerhand raakten haar ogen aan de duisternis gewoon. De kelder was meer dan half volgewaaid met stuifzand, waardoor er onder het ruwe verweerde plafond nauwelijks een meter ruimte vrij bleef. Dichter bij de deuropening - of wat daar nog van over bleef - was de zandberg nog hoger, en in het vale daglicht dat door de smalle spleet binnenviel, zag ze dat daar zelfs geen vijftig centimeter hoogte overbleef. Erg comfortabel zou hun verblijf hier niet worden, overwoog ze: toen Bolton hier zat, vier jaar geleden, had het er aardig wat gezelliger uitgezien... Maar kom, ze zouden het wel overleven... Als om haar te troosten kroop Jupp naar haar toe en gaf haar een zoen. Zijn adem stonk verschrikkelijk en deed Marie aan den Dis terugdenken...                                                                   

Jupp zag er in zijn burgerplunje nogal potsierlijk uit en die vuile stoppelbaard kwam zijn imago ook niet ten goede. Maar hij had zich zo te zien toch reeds aardig ingenesteld. Op een verweerde plank die diende als tafelblad lag ordelijk naast elkaar de zaklamp en nog wat huishoudgerief. Tegen de muur stond zijn rugzak met het eten, naast een rij flessen Spa en een stapeltje Kommissbrot. En zijn 'slaapkamer' lag blijkbaar in de donkerste hoek, als je op de dunne matras en de soldatendeken mocht afgaan. Jupp had er zeker een week over gedaan om al deze zaken hier ongezien binnen te smokkelen...                                                                                     

Na een half uurtje waren de gebeurtenissen van de laatste dagen verteld, besproken, gewikt en gewogen, zodat Marie maar alvast begon voor het eten te zorgen.

Jupp was opgetogen met het zelfgebakken brood, de gerookte hesp en de bietensiroop, na zijn gedwongen dieet van leverpastei uit blik van het leger. Buiten hoorden ze niet meer schieten, tenzij wat ver gerommel uit de richting van Duinkerke...                                                 

Marie pakte twee warme truien uit want ze voelde het kil worden... Ze vroeg Jupp hoe het nu verder moest. Al het geld wat ze in huis had stak in haar zogenaamde "moederkenszak", maar een kapitaal kon je dat moeilijk noemen: nauwelijks vijfduizend frank, amper genoeg om twee maanden heel zuinig te leven. Jupp haalde een dikke bundel Reichsmarken te voorschijn, maar voor het ogenblik waren deze hier waardeloos, moest hij toegeven. Later, in Keulen misschien...                    

Tijdens het opmaken van hun inventaris had hij niet veel gezegd, maar nu brak hij los: " Hör mal zu, Leute ! Wenn wir hier ein Paar Wochen bleiben müssen, soll's zu fressen geben ! Geld kommt später an die Reihe... Und was wir hier im Schrank haben reicht höchstens für sieben bis zehn Tage... "                                                  

Daar moesten ze hem gelijk in geven: veel was het niet ! Maar, zei hij, zohaast de batterij zich overgeeft en de soldaten in krijgsgevangenschap gaan, blijven er daar voldoende rantsoenen en proviand liggen om tien jaar te schransen als prinsen !                                

" Ja-ja! ", spotte Leon, " dan kent ge de Belgen toch niet goed ! Zohaast de soldaten hun hielen gekeerd hebben, vliegen die van het dorp hier binnen en blijft er geen nagel meer in de muur ! "       

Marie grinnikte mee: " In elk geval geen eten ! "              

" Nou goed, voor mijn part... " gaf Jupp toe, " dan trek ik er de eerstvolgende nacht onmiddellijk op uit en haal alles wat we voor de toekomst nodig hebben: brood, drinken, conserven en dekens. Ik weet alles wel liggen, en sleep het hele zootje op één nacht dwars door de duinen hier naartoe ! " En mocht hij iemand tegen het lijf lopen zou toch geen kat hem in burger herkennen ! Maar Leon en Marie konden dat risico niet nemen en bleven beter hier binnen...        

Omdat zijn plan zo geestdriftig onthaald werd, ging hij in één adem verder tegen Leon: " En misschien zijn mijn marken voor het ogenblik inderdaad niets waard, zoals ge zegt, maar Marie hier weet goed genoeg dat ik er warmpjes inzit, ook zonder dit dubieus papiergeld...  Met mijn goudstukken en mijn Schmuck kunnen we het makkelijk een jaartje uitzingen, nietwaar Marietje ?"                      

Leon keek niet-begrijpend naar zijn moeder, die zachtjes knikte. Jupp twijfelde nog even, maar vervolgde toen fluisterend:" Luister jongen... Ik heb nog tachtig gouden munten en een paar mooie juwelen... "                              

Leon bleef hem aanstaren terwijl Jupp monkelend vervolgde: " Je weet maar nooit wat er nog boven ons hoofd hangt... en jullie zijn om zo te zeggen veruit mijn enige familie... " De verbaasde ogen die hem ongelovig bekeken verdreven zijn laatste twijfel.          

" Hier in de hoek ", en hij porde met de wijsvinger in het midden van zijn matras, " ligt alles in een MG-munitiekistje begraven, vijftig centimeter diep... Moest er met mij iets gebeuren is dat voor jou, Marie... "              

Ze keek gegeneerd weg naar de deuropening en Leon zag hoe haar ogen nat blonken.                              

" Maar waarom heb je het zo diep gestoken?" vroeg Leon, " Als we op 't onverwachts moeten vluchten hebt ge toch geen tijd meer om het rap-rap op te graven ! "              " Als we plots de benen moeten nemen, mijn beste jongen, dan betekent dit dat we ook vlug gesnapt zullen worden én gevangen genomen. En dan laten ze ons geen nagel meer om ons gat te krabben: al wat we op zak hebben wordt geconfisceerd... Wat hier verborgen ligt kunnen we vroeg of laat steeds terugvinden als we weer vrij zijn... Maar als we niet ontdekt worden, en we kunnen binnen een maand of zo veilig verder naar Keulen vluchten, dan hebben we alle tijd van de wereld om het kistje op te graven, nietwaar?"...             

Knarsend gepiep en geratel op straat onderbrak zijn betoog, en verschrikt keken ze elkaar aan !                            

" Panzer ! ", fluisterde Jupp. " Ich gucke mal... "              

" Jupp ! Vorsicht ! " hijgde Marie, maar de Duitser had zich reeds op de ellebogen door het deurgat gewurmd en loerde van onder de struiken naar de straat.                                             

Daar sjokten de veldgrauwe soldaten in groepjes van dertig voorbij: de meesten met ransel of plunjezak, een paar met wat licht verband om het hoofd. Jupp herkende veel van zijn kameraden: Willy Kösters, Leutnant Ehrart, daar Zennemann, Treuer en Kapinski, de drie musketiers... Jupp hield mentaal appèl naargelang de eindeloze kolonne voorbij schoof: Seppel, Albertz, Schniering... 

Weliswaar niet meer allemaal in reglementair uniform, kapootjassen en gevechtspakken door elkaar en hier of daar hadden er een paar hun jagerspet verloren, maar wat wilt ge... Er ratelde weer een klein open rupswagentje voorbij met twee rechtopstaande kakisoldaten achter een MG-affuit en met zo'n belachelijke soepbordhelm op hun kop... Waren dàt nu die Canadezen, die ondanks hun ridicule uitrusting zo roekeloos konden vechten ?... Zie, daar had je Jonasz en Kirsten... en Heidrich, die smeerlap !                                  

Na de Duitsers kwamen nog een paar Russische hulptroepen van de Wachtkompanie: de Kozakken, zoals ze werden genoemd... Als die ooit aan de Sovjets werden uitgeleverd, hadden ze hun mooiste tijd achter de rug: beter dan een nekschot konden ze niet verwachten...                  

De colonne werd gesloten door drie ziekenwagens - twee Duitse en één Canadese - en een grijze vrachtwagen met een paar lijken, afgedekt met een zeil... " Die zullen er niet veel meer van voortvertellen... ", dacht Jupp, " Een stuk of vijf ,zes ,zo te zien... "         

Achteraan ratelde nog zo'n blikken speelgoed-rupswagentje en toen werd het weer stil.                                                                                                                 

"Ziezo !" dachten ze met een diepe zucht :"De oorlog is voorbij !"                                                                                                           

De rest van de dag brachten ze door met eten, het inrichten van een WC-hoekje in het hok waar Bolton had verbleven en het opstellen van een boodschappenlijstje van de artikelen die Jupp uit de batterij moest zien te slepen, voor de dorpelingen als aasgieren aan het plunderen sloegen.                                                                     

Tegen elf uur 's avonds, toen het reeds pikdonker was, kroop Jupp naar buiten en loerde vanonder de vlierstruiken of er enige onraad dreigde. Uit het dorp waaiden wel met het cafégebral wat muziekflarden over en langs de kanten van Duinkerke rommelde nog steeds het geschut, maar voor de rest bleef alles rustig. Eindelijk kon hij weer vrij ademen ! Vooruit dan maar...                                            

Achter hem had de wind naast de bunkermuur in de loop der jaren een stuk van de duinkam weggeblazen, zodat hij in het rulle zand makkelijk onder de metersbrede prikkeldraadversperring kon kruipen. Voor mijnen hoefde hij geen angst te hebben want vorige week was hij hier reeds vier-vijfmaal langs geslopen om zijn uitzet in de abri te verbergen. Daarbij, de meeste mijnenvelden lagen in de duinen langs het strand, waar de vijandelijke aanval normaal verwacht kon worden... Wie had er nu ooit kunnen denken dat die verdomde kwibussen uit de richting van de polders zouden komen opdagen, hé ?!... Hij grinnikte bitter.

Ondanks de duisternis kon hij het kronkelende witte zandpad  tussen de donkere helmgrasheuveltjes makkelijk volgen en vijf minuten later stond hij aan de rand van de Koninklijke baan. De prikkelende brandlucht uit nawalmende vuurhaarden bezorgde hem bijna een hoestbui, maar die had hij leren onderdrukken tijdens zijn opleiding.                                                                           

Voorbij de tramsporen scheelde het geen haar of hij was in een nieuwe granaattrechter gedonderd. Op zijn knieën speurde hij oplettend rond. Het platte gebouw van het officierscasino, de vroegere Brusselse schoolkolonie ‘Les Marchevins’, doemde bleek voor hem op en mits wat voorzichtig bijlichten met zijn zaklamp geraakte hij zonder kleerscheuren voorbij de 'Friese ruiters' die de ingangsweg afsloten. De brandlucht werd nog sterker: in een vernielde aanbouw gloeide de asse nog spookachtig na in het duister. Veel van de grote panoramische ramen lagen in scherven, die vervaarlijk onder zijn zolen knarsten toen hij de eetzaal binnenstapte.

In de lichtkegel van zijn zaklamp zag hij enkel chaos en vernieling: een warboel van tafels en stoelen bezaaid met gebroken gleiswerk en glasscherven. De rode hakenkruisvlag hing deels van de muur gerukt en boven de monumentale open haard hing Hitler met zware slagzij. Van de bar bleef enkel een grote ravage over van gebarsten spiegels, gebroken likeurflessen en tientallen kapotte drinkglazen. Zo'n ruïne had hij echt niet verwacht, maar hij kon het zich verder ook niet aantrekken: enkel de rustkamer van de bedienden en de barmannen interesseerde hem, naast de keuken.        

Deze was nog ongerept, een oase van orde in een woestenij van puin. Hij trok het nog opgemaakte bed los en legde de twee dekens op de grond bij de provisiekast naast de fornuizen. Hier was wel in de vlucht één en ander weggegrist, zag hij, maar niets moedwillig vernield: het personeel - een koppel lijntrekkers met maagzweren - had zich blijkbaar enkel van reisproviand voorzien vooraleer in gevangenschap te gaan, zonder baldadigheden. Hij liet de lichtbundel langs de nog rijk gevulde rekken glijden: tientallen dozen zalm, pilchards, gemarineerde haring, krab, corned beef, ontbijt worst ... nou-nou, keus zàt ! Met zes van elk kwam hij voor een eerste reis voorlopig wel toe ! Later op de nacht kon hij nog altijd een tweede tocht wagen...                                          

Hij bleef als bevroren staan. Buiten hoorde hij stemmen: een paar mannen die onderling redetwistten... " I damn well saw him go in here, man, so shut up and go take a look, you asshole!"                       

Hij hoorde ze binnenstappen over de knerpende glassplinters.              

" You! In here! " galmde het door de zaal, " Come out! C'est défendju! " ... Dàt verbasterde Frans begreep Jupp wél: verboten !                                                            

" Off-limits, you fucking fool: the whole fucking place is mined ! " Verderop werd gelachen: ze waren zeker met vijf of zes...         

Jupp voelde zich als een rat in de val: de proviandkamer had geen ramen en de enige deur kwam uit in de keuken, waar juist de eerste soldaat met een zaklamp binnenstapte... Vanuit de eetzaal riep iemand: " You, Francis, say something sensible to this stupid countryman of yours ! "                                                                                                 Weer gegrinnik, en dan riep iemand in het Vlaams: "Komt naar voor, met uw handen omhoog ! "                                                                                

Hij hoorde ze links en rechts wat scharrelen en zag in paniek de lichtstraal stilstaan op de deurlijst van zijn schuilhok...           

" He's in here ", stelde de eerste man rustig vast, " I feel it ! ... No ,don't shoot, you idiot ! ", blafte hij tegen zijn kameraad die met luid geklik zijn wapen laadde. Jupps wereld stortte in.                          

" Come on, get out ! " Een geweerloop stootte de deur open .         

Hij hoorde zichzelf roepen: " O.K ! O.K. !", als in een oude Amerikaanse film... De burger riep krijgshaftig van achter de hoek: " En met de handen omhoog ! "           

Moeizaam kroop hij recht. " Not shooten ! " broebelde hij hardop en strompelde met de armen boven het hoofd naar de deur: " Not shooten ! " De zaklamp scheen vlak in zijn gezicht en verblind kneep hij de ogen dicht.                                                

" You see: it's a fucking civilian ! ", riep de eerste over de schouder naar zijn maats in het donker.   " What the hell you think you're doing here ? Come out ! "  ... " Man, he stinks ! "... " Yeah, like us ! "... Schamper gelach op 'den uil'... " Francis, ask him what he's doing here ! " Schijnbaar de chef van de patrouille, dacht Jupp.              

"Wat komde hier uitsteken ?", vroeg Francis, in uniform van de Burgerbescherming, " En van waar zijde ? Ik herkenne u niet... "             

" Eten... ", stamelde Jupp in zijn beste Vlaams, "

" I do not know him... ", sprak Francis bedachtzaam. " Toont mij uwe pas eens ! "                " Eten ! ", herhaalde Jupp debiel.                                  

" Uwe pas nondedju ! ", riep de burger. "... I do not think he is a civilian... " Met de lamp nog steeds in zijn gezicht voelde Jupp hoe verschillende handen hem aftastten en zijn zakken leeg haalden.                                                                                             

" Man ! He's in the banking business ! Goddamed, look at that ! " Drie dikke pakjes papiergeld werden in de lichtstraal gehouden en uitgeritseld, allemaal brieven van IOO Reichsmark... " It's Kraut money... It's not worth a damn ! ... Hey ,you ,Francis, ask him how he got it ! "                                

" Van waar komt dat geld allemaal ? Hebt ge't gepikt ? Dat is Duits geld ! ", stelde hij wat overbodig vast. Jupp wist niet wat antwoorden. "Wie zijt gij ? Uw pas, rap ! Of moete een peer op aa bakkes ?"                             

" If he is a looter, we could shoot him here... " Plunderaars worden neergeschoten, verstond Jupp: daarvoor had hij de diensten van Francis niet nodig. Hij zag echt geen uitweg meer.                         

" Ich bin... ich wàr ein deutscher Soldat... Vorige Woche abgehauen... desertiert...Oberfeldwebel Josef Deutinger, aus Köln." Francis vertaalde.         

" I knew it was a Kraut ! You hit the road before the heat, what ! ... A real hero, goddamned ! " Gelach op de achtergrond.                                     

Jupp keek Francis smekend aan, nu de zaklamp niet meer in zijn ogen scheen: " Bitte sagen Sie dem Hern Kommandanten, ich kann unmöglich im dieselben Lager gesteckt werden wie meine alte Kameraden, ja ?... Die bringen mich um ! Eine Desertion wird bei uns nicht tolleriert, wissen Sie... Sagen Sie ihm Ich kann ihm viel geld geben, nicht nur diese zwanzigtausend Mark hier, aber richtige Goldstücke ! Bitte, lass mich laufen...bitte..."            

Met een paar zinnen beslechtte Francis zijn lot en Jupp zag meteen dat alle hoop verloren was.                                      

" Come on, Otto, on your feet ! " Een geweerloop porde hem naar buiten.

" Your desertion is not my problem, man, ... but yours ! "                                          Ja ,dat was dan dàt ,zo ongeveer...                                              

<!--[if gte mso 9]>

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 261

B79         EXIT TOURRAH.

                                                                                  

                   Lombardzijde, I3 september '44. 

                                                                                                                                                                                                               

Na drie uur wachten begon in de abri de onrust te knagen.                                 

" Hij zou nu verdikke toch stilaan moeten gaan terugkomen, hé ?" vond Leon. Marie bleef stil naar de vage schemer van de deurspleet staren.                           

Minuten kropen zenuwslopend traag voorbij:...vijf ...tien ...  dertig... " Ik hou het hier niet meer uit ! Zou ik niet eens gaan zien Moeder, waar hem blijft ?"                 

" Zijt ge zot?! Als iemand je ziet is alles om zeep! En waar zoudt ge in godsnaam moeten zoeken? Weet gij soms waar de Jupp naartoe is? Ge kunt toch heel de batterij niet gaan afdweilen , hé ,met al die mijnevelden... Ten andere; binnenkort is de nacht voorbij en zouden ze u kunnen zien lopen... "                                                                          

Maar tegen zes uur 's morgens begreep ze ook wel dat er iets ergs gebeurd was.                                                                     

Plots hoorden ze een krochend motorgeronk naderen. Vlakbij sloeg het hoestend af... Een portier klapte dicht.  Dronkemansstemmen over de straat... Gebonk op een deur... Bij hen thuis ?                                      

Ja ,Toerrah sloeg woedend aan... Toerrah , begod ! Dat beest was ze helemaal vergeten ! Dat arme dier zat al een hele dag binnen opgesloten:  ze waren gisteren weggelopen zonder op hem te letten !           

" Marie !!" brulde een zatte stem door de nacht-stille straat :" Marie , het is uw ventje hier ! "

Brutaal gelach:" Hallo , Liebling! Marie , doet open! "...Weer dat bonken op de deur en plots een kermend gejank van de hond.                                                  

" Ze zijn binnen ",fluisterde Leon. " Het is Gerard; met een stuk in zijn kloten... En nog iemand... "                   

Ze knikte. Vaag hoorden ze nog wat geschreeuw , de kijvend overslaande stem van Jetje en kabaal van vallende huisraad , overstemd door woedend geblaf.        

" Toerrah leeft in elk geval nog... " zuchtte Marie , " maar voor de rest zijn ze alles kapot aan 't slaan , de smeerlappen ! Jetje kan die zatlappen niet meester... "              

Ze bleven gespannen luisteren. Langzamerhand werd het wat rustige , al drong wel af en toe nog een brallend geschreeuw tot hen door.                                          

" Ze hebben waarschijnlijk de Schnapps van Jupp gevonden... Als ze die op hebben ,vergeten ze misschien waarom ze naar hier zijn gekomen ! "                           

De zuippartij hield ruim een uur aan. Het was buiten reeds volop dag toen ze de hond weer zenuwachtig hoorden keffen. Rauwe mannenstemmen klonken over de straat , steeds dichter bij...               

" Zoekt ze ventje ! Zoekt ze , Bobby ! ... Allee; waar is 't vrouwtje ?                         

" Daar zie:  ze zitten in de barak ! "                      

" Nee , vanachter in den hof ! ... Zoekt ze , allee , zoekt ze Bobby !"                       

De uitgehongerde hond trok de mannen aan een koord tot voor de abri en begon bij de braamstruiken vrolijk kwispelend te blaffen. In de bunkerkelder loerde Leon met opeengeklemde tanden door de spleet van het deurgat naar buiten en vervloekte binnensmonds het stomme dier.                                                                     

" Zitten ze hier ,Bobby ? Zeker ? Zoekt ze , gauw ! "          

Ontzet staarde Marie haar zoon aan , maar toen Toerrah vlak bij de ingang blij blééf blaffen sloot ze in wanhoop de ogen en liet uitgeput het voorhoofd in het kille zand zakken.                                             

" Marie ,komt eruit of we schieten ! " En om zijn dreiging kracht bij te zetten joeg één van de mannen een korte salvo van een machinepistool in de struiken. Eén langgerekt janken scheurde door hun hart en darmen; secondenlang... en stief dan traag golvend uit.       

"Gijsse godverdomse kloot ! Ge hebt den hond doodgeschoten ! "                                     " Maar allee Gerard ! Ik kon toch niet weten dat hem daar tussen die struiken stak , verdomme ! ... "           

Ietwat ontnuchterd riep Gerard ,na een ogenblik van zwaar nadenken:  " Luistert goed Marie ! ... Ik tel tot tien en dan steek ik hier heel dien boel in brand ! "...       

" Waarom telt ge niet tot honderd?!" smaalde de andere , "dan kan ik terwijl een pint gaan pakken ! "...                                                                                        

 

Het was een zeer moeilijke beslissing geweest ,al zagen ze na een korte gefluisterde palaber het hopeloze van hun toestand wel in. Tenslotte kropen ze ontmoedigd en teleurgesteld toch maar naar buiten ,elk met een 'netzak' eten en kleren.                                

De tweede kerel bleek Francois Dupong te zijn :een blonde boerenzoon met een brilletje , vooraan in de twintig ,die ergens achter de 'Grote Bamburghoeve' woonde. Marie herkende hem vaag:  die vent had vroeger pastoor willen worden of zoiets , maar was gebuisd en had dan een baantje als surveillant gekregen in het college van Nieuwpoort... Intern ,zodat ze hem in het dorp niet veel meer zagen. Leon herkende hem echter onmiddellijk ,ook al droeg hij nu een zwarte alpinomuts op zijn rode ballonnetjeskop en zag er heel krijgshaftig uit met die Duitse Schmeissermitraillette over zijn schouder...Toppunt :het was de ex-leider van het N.S.J.V-vendel van Nieuwpoort; die vuilaard die zijn poten niet thuis kon houden op kamp en die Leon met zijn klacht uit de beweging had laten stoten . Dat beloofde hier niet veel goeds:  hij zag het aan die loens blik van die vent...

 Het kogelmagazijn had Dupong op bevel van Gerard achter zijn broeksriem moeten steken " om geen ongelukken meer te doen ,gijsse kloefkapper ! "              

Gerard zelf zag er ook heel vervaarlijk uit met dat Lügerpistool in de vuist , een Belgische sergeantenmuts-met-zilverkwispel op zijn verzopen kop en een witte armband met "O.F."... Hij keek Leon niet aan , maar greep onmiddellijk Marie bij de arm en voerde haar recht door de moestuin naar de straat. Daar stond voor de Stella Maris de oude camionnette van de "Poissonnerie Lemot" , het versleten vehikel dat hen in de vroege morgen reeds een ongeluksbode had geleken. Op de donkergroene flank van de gesloten laadbak was een grote witte 'V' geschilderd , met daaronder 'Leve België'. En naast de motorkap stond als een zoutpilaar Jetje ,bleek en versteven van alteratie , helemaal van slag door die schoten.        

Leon had zijn jongensachtige branie weer teruggevonden en spotte:  " Wat is 't, Schipper, stond uw eigen Pontiac in panne ?"

Maar Dupong vond dat hier niet te lachen viel en porde hem met zijn lege Schmeisser in de rug:  " Rapper nondedju ! Vuile zwartzak ! "         

Gerard duwde Marie in de gesloten laadbak en vergrendelde de deur. Leon moest vooraan naast de chauffeur gaan zitten. Dupong zette zich achter het stuur en dreigde met zijn MP: " Geen flauwe kul; hé kameraad ! Of ge hebt een kogel in uw kop voor dat ge 't weet ! "...  Pylieser zwengelde met een paar forse zwaaien bij de voorbumper de hoestende motor op toeren tot deze puffend startte , wierp de z-vormige start-stang achter de chauffeursstoel en kroop in de laadbak bij Marie terwijl hij de achterdeur weer in het slot trok. Door het open ruitje naar de cabine riep hij gemaakt vrolijk naar Dupong:     

" Naar 't fort van Palingburg ,chauffeurtje ! " Maar die wist reeds wat hem te doen stond:  de schipper had hem voordien , toen ze in de keuken die fles Schnapps soldaat maakten , al de nodige richtlijnen gegeven.                                            

Jetje stond nu aan haar deur en wuifde Leon een bonjourtje na toen ze met krakende versnellingen de Bassevillestraat uitreden ,wat ijzig nagestaard door de andere buren. Maar hij bleef verbeten en star voor zich kijken ,kwaad omdat hij daar zo tentoongesteld zat als het jachttrofee van een paar zatlappen , onbeschaamd aangegaapt door een sliert debiele dorpgenoten. Dupong zwaaide beminnelijk naar links en rechts als een missionaris die in een negorij wordt ingehaald.                                                                        

" Die zot heeft zijn carrière gemist ! " ,dacht Leon bitter. "Een hele vent ,die Francois Dupong ! "...                                

De auto tufte piepend en krakend het dorp uit. Het was een oude Ford-T bestelwagen ,met één grote nikkelen koplamp op het linker spatbord en een stijf rechtopstaand stuurwiel. Het windscherm ontbrak alsook het dakzeiltje, dat de chauffeur en de bijrijder normaal tegen de fijne motregen had moeten beschermen. De koude wind sloeg in hun gezicht ,maar dat kwam goddank de rijkunst van Dupong wat ten goede: zo waaiden tenminste de alcoholnevels wat uit zijn hersens...                                                                            

Gehurkt op haar 'netzak' in de voorste hoek van de laadbak loerde Marie misprijzend naar Pylieser die ,nonchalant een Engelse sigaret rokend ,tegen de achterdeur leunde. De steenweg lag er slecht bij , misschien door de beschieting van de vorige dagen ,en beiden trachtten ze ,door zich schrap te zetten met armen en benen ,de meeste schokken van de defecte vering op te vangen. Ze voelde de wraakzucht van haar nurkse ex-vrijer met haar ellebogen aan en met haar vrouwelijke intuïtie wist ze dat ze hem beter aan de praat moest zien te krijgen.                                                                    

" Waarom naar 't fort van Palingburg ?" ,riep ze boven het gerammel uit wantrouwig naar Gerard. Ze moest het nog eens harder herhalen voor het tot hem doordrong. Palingburg was een oud Spaans vestingswerk uit de tijd van Aartshertogin Isabella dat Nieuwpoort vanuit het noorden moest dekken. Nu , drie eeuwen later ,was het volledig vervallen maar langs de brede grachten en wallen rondom werd op zwoele zomeravonden zwaar gevreeën... en menige jonkvrouw ontmaagd ! Dat wist Marie uit eigen bittere ondervinding...                          

" Waarom?!" Hij lachte vettig:  " Weet ge dat echt niet meer , stomme kont ?!" Maar omdat ze misprijzend de schouders ophaalde kwam hij als een kwijlende hond wat dichterbij en riep kwaadaardig in haar gezicht :" Den Duits heeft daar wat barakken gezet. Daar worden de zwarte wijven bijeen gebracht en getriëerd. De venten gaan naar de cinema Zannekin ,"in 't Vlaams Huis" , en nadien naar 't gerecht in Veurne ! " Zijn adem stonk verschrikkelijk naar de drank waardoor Marie schichtig het hoofd naar de vloer boog.             

Hij begreep deze beweging ànders en dacht zijn kans schoon te zien:  " Maar als ge wilt ,keren wij terug en moogt ge nog een paar nachtjes thuis slapen... " Hij kraaide het uit en vond zichzelf blijkbaar verschrikkelijk geestig:  " Hé Marie ,wat denkt ge ? Zou deze keer een Vlaamse piet goed genoeg zijn ? Of moet ge eerst eens proeven voor ge 't zeker weet ?" En hij greep in zijn gulp.               

Ze negeerde het. Die smeerlap bleek vast van plan om van haar benepen situatie te profiteren ,zoveel was wel duidelijk. De vraag was:  waar en wanneer... Een doffe woede welde in haar op , maar even vlug kreeg haar koele aard weer de bovenhand:  " Vechten kan ik later nog... " overwoog ze , " Nu ,met dat pistool en zijn zatte botten , is een ongeluk rap gebeurd... Hoe vlugger we bij de rijkswacht geraken , hoe liever... "                                                                      

Aan het Albertmonument ,juist voor de Langebrug over de Geul; sloeg de auto eerst rechtsaf en dan kort naar links om vervolgens de landweg op te hobbelen naar het fort. Ze schokten vervaarlijk in de stukgereden rijsporen en halverwege riep Gerard door het venstertje van de laadbak naar Dupong die krampachtig met het stuurwiel vocht:  " Hélà ! Stoppen nondedju ! Gijsse verzopen moordenaar ! " En tegen Marie , die verkrampt in haar hoek geblokkeerd zat ,snauwde hij driftig:  " Komaan ! De rest doen we tepoot ! "                         

Moeizaam en stijf kroop ze recht en greep haar netzak. Toen Francois de achterdeur opentrok hielp Pylieser haar bij het uitstappen... " S'il vous plaît ,Madame ! " spotte hij , maar ze gunde hem geen blik.                                                           

Leon sprong recht van naast de zwaar zwetende chauffeur en met een krop in de keel was " Moeder...  Moedertje... " al wat hij schor kon stamelen.                

" Zitten ,godverdomme ! " blafte Dupong en snokte aan zijn arm. Marie draaide zich met een stijve glimlach om:  " Allee , m'n ventje , courage ! Als ge iets wilt te weten komen van mij; waar ik zit of zo:  spreek met de pastoor van Nieuwpoort... Die zal de weg wel kennen...Courage ,en houdt u recht ! "                                                                               

Gerard greep haar bij de nek en duwde haar ruw voor zich uit het pad op. " In tien minuutjes zijn ik terug ! " riep hij nog over zijn schouder " En houdt terwijl dien blèter goed in 't oog ,hé ! "

Blèter? Dat te horen van zijn schipper ! Dit kón niet waar zijn !                                                                                   

Stevig in Pyliesers greep strompelde Marie voor hem uit  ,de zware netzak sloeg bij iedere stap tegen haar benen. Honderd meter verder maakte de wal van de vest een scherpe bocht en door het dikke struikgewas op de berm ontwaarde zij de ingangspoort van het fort.

Er was heinde en ver geen kat te zien...

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 262

                                           

FORT PALINGBRUG.

"Hé ,d'er is hier niemand... ",hijgde Marie; maar Gerard kneep nog wat harder in haar gebogen nek  en siste:  " Gijsse stomme teef ! Of zoudt ge het liever op de Grote Markt doen waar alleman bijstaat ?!"

Dàt was het dus ! Zonder veel overtuiging poogde zij zich los te rukken: die smerige rotte luiszak ! Maar de grijpende klauw in haar nek ontnam haar alle kracht en schor krijste zij:  " Laat me los; dedju ! Ge doet me zeer ,smeerlap !"                        .                                            

Ze snakte naar adem ,haar kin diep in haar borst gedrukt. Alles werd rood rondom en machteloos zakte ze door de knieën. Ze poogde nog wat schokkerig met haar vrije linkerhand naar haar beul achter zich te slaan; maar deze drukte haar hooft grinnikend nog wat dieper naar beneden: 

" Ha-zo ,madam wil vechten ! "... En hij ramde zijn  knie in haar rechter lende. Maar Marie voelde het niet meer:  bewusteloos sloeg ze voorover met haar gezicht in het vochtige gras.         

Even stond de man wat verrast over zijn slachtoffer gebogen en veegde traag met de mouw het speeksel van zijn kin: " Verdomme , ze is toch niet dood zeker ,die pretentieuze teef ?!" Hij stampte onderzoekend tegen haar heup , maar ze reageerde nog met een zachte kreun. Dat scheen hem weer wat moed te geven. Hij greep haar hand, keerde haar op de rug en gromde:  " Ha; madam poept liever met een Duits soldaatje ,hé ! Ik zal je eens een ànder ferm soldaatje laten zien ,zie ! "                                                                                

Hij liet de Lüger uit zijn hand vallen ,haakte zijn broeksriem los en stroopte zijn billen bloot. "Daar hébde't manneke ,zie !" Stok stijf gezwollen brutaal rechtop.                                                                                             

" Allee m'n vent :'t Is aan joen !" siste hij , schopte haar benen uiteen en knielde ertussen. De rok wilde niet voldoende omhoog; maar na een paar woeste rukken scheurde de zijnaad tot de heup open.             

" Ha-ha! Wat da we dààr hebben ! ... "                                          

De witte repen dij boven de bruine gebreide kousen hitsten hem nog meer op. Hij greep het kruis van de zalmkleurige broek vast ,snokte het over haar knieën en ,achteruit vallend ,over haar voeten weg.                               .                                                                                           

" Tiens ,een kletsmuis ! En madam is geen echte blonde.. " ,hijgde hij ,"Een kleurtje van de Friseur ,hé ! Ik heb het altijd wel geweten ! "                                                                           

Geknield boog hij weer over haar , duwde de twee truien ,die ze over elkaar had aangedaan tegen de nachtelijke kou in de bunkerkelder ,tot haar oksels omhoog en rukte haar bloes open.                

" Verdomme ,wat heeft dat een hoop kleren aan! "...  De onderjurk scheurde gemakkelijk ,maar de stevige BH gaf niet mee tot hij hem naar onder sleurde en de schouderbanden knapten.  " Nondedju ! ... Ik wist het... Ik wist het... " Hij jankte als een jonge hond ,spuugde een paar maal op zijn vuile vingers en veegde het speeksel op zijn knoet. Met een diep dierlijk gegrom wierp hij zich brutaal op zijn levenloos slachtoffer.                                                        

Marie kreunde plots onder zijn wild bonkend gewicht en voelde met weerzin zijn natte mond op de hare. Ze keerde rillend het gezicht af van zijn stinkende bieradem en merkte nu pas hoe hij als een hengst op haar lag te pompen. Nog half bewusteloos greep ze zijn zweterige nekharen vast om hem weg te trekken ,maar hij merkte het niet eens...

" Gijsse teef ! Gijsse teef ! " , gromde hij op de maat van zijn stoten; terwijl hij als een debiel op haar wang kwijlde...                                                                                                             

Terwijl hij zich verwoed naar een extase toewerkte ,staarde zij nog versuft en wezenloos opzij langs haar schouder in het natte gras ... Tot ze besefte dat het de Lüger was ,die daar zwart naast haar gestrekte arm in de doorbrekende zon lag te blinken.               

" Vuile-stinkhoer ! Vuile-stinkhoer ! "...                                       

Instinctief ,en meeschokkend als een zielloze ledepop, tastte zij naar het pistool en nam het in de hand. Langzaam klaarden haar gedachten wat op. Ze haalde een paar maal diep adem en duwde toen traag maar vast de loop tegen zijn bezwete hals.                        

Het pompen viel stil.                                             

" Weg ,smeerlap ! "... Ze schrok van haar eigen krassende stem." Weg verdomme ! ...Oeste gij ! "                                                                                      

Met een ruk schoot hij achteruit op zijn knieën en keek perplex recht in de loop van het wapen. Voorzichtig ,steunend op haar linker hand ,kroop ze ruggelings van hem weg en stond toen wankelend recht ,de Lüger steeds strak op zijn verbaasd gezicht gericht.                

" Hélaba ! Voorzichtig hé met dat ding ! " Met zijn hand afwerend voor zich uit gestrekt kroop hij recht ,zijn broek ineengezakt op zijn rechter schoen.                                                                         

" Poten omhoog ,rotzak ! " kraste ze schor " en de voeten uiteen ! ... Verder ! ... Nog verder nondedju ! "                

  Langzaam kwam ze dichterbij en toen het pistool tegen zijn borst porde spuwde ze hem in het gezicht: 

" Wel ventje ,vindt ge dat ineens niet meer zo geestig ?" En met een korte snok ramde ze haar knie tussen zijn gespreide dijen. Hij sloeg dicht als een knipmes : viel kermend op de knieën en drukte, hijgend voorover in het gras ,de beide vuisten krampachtig in zijn kruis. Toen hij even later weer woedend naar haar opkeek hield ze de Lüger nog steeds stevig in de samengevouwen handen gekneld ,recht naar hem toe gestrekt.         

Marie wist dat ze het nu moest doen. Er was geen weg terug. " Zegt maar den Onze Vader, Gerard... Het is ermee gedaan... "           

Hij kreunde in paniek als een rat in de val en keek schichtig rond ,maar er was geen kat te zien.                                                                                  

    " Ik tel tot drie ", zei ze als om zichzelf moed te geven. Hij staarde haar ontzet aan... " Eén ! ... "                    

" Godverdomme ,Marie ! "...                                                    

 " Twee ! ... " Haar stem ging een toon hoger en ze spande haar vinger om de haan.                                                                                       

 " Wacht ! Wacht ! " , en hij sperde smekend zijn opengesperde vingers naar haar toe.                                                                                     

 " Drie ! " Ze kneep onwillekeurig de betraande ogen dicht en rukte aan de trekker van de Lüger .                                                    

 Niets... Er gebeurde niets...                                                         

                          Verstomd keken ze beiden naar het zwarte wapen

Toen sprong Gerard plots als een wild dier op haar af en omklemde haar lenden. Samen bonkten ze in een kluwen tegen de grond, hij bovenop haar onderlichaam. Ze duwde in paniek de Lüger voor een tweede maal tegen zijn hals en trok nog eens af.                    

 Vergeefs.                                                          

" Stomme trut ! " ,schreeuwde hij en wrong het wapen met een snok uit haar hand ," Stomme trut ! G'hebt hem niet opgespannen ! "  Met de linkerhand rukte hij de kulas achteruit. Klik-klak !              

" Zo doen ze dat ! "

                                             

Hij priemde de loop onder haar kin en in een flits besefte ze dat die zatlap haar werkelijk wilde vermoorden. Een golf van angst sloeg door haar hoofd en plots dacht ze dat ze Joseph nu toch vlug eens moest schrijven... in Berlijn... Aaww !

... Fehrbelliner... Platz... 

Ze voelde nog de vuurstoot op haar keel. Toen werd het opeens zwart voor haar ogen. Niets meer...

.   
                                                               

                                                             Einde Deel B.

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 263

Boekdeel C1 : CARNAVAL IN DE HEL.

 

Beslaat de periode van september ’44 tot december ’44, en heeft het over Hete Helena en de koude douche in Berlijn, een vreemd weerzien met een vriend, plus de gedwongen inlijving bij de SS...

 

C01BIS

HET VERZET BIJ DE BEVRIJDING. 

                                                                                                                     In tegenstelling tot het "Gewapend Verzet" hadden veel weerstandsgroepen in België zich (zoals "Het Geheim Leger") tijdens de bezetting vooral gespecialiseerd  in een soort "vreedzaam verzet" zoals de sluikpers, de inlichtingendienst en de hulp aan onderduikers. Dit viel wel niet te rijmen met de voorwaarden waaronder de Duitsers de overgave van België hadden aanvaard in mei '40 ,maar bespaarde meestal niet-betrokken burgers de brutaliteiten van de aktie en de reaktie. Van dit soort verzet lag de bezetter ook niet wakker.

Doch een paar groepen gingen de weg op van de gewelddadige weerstand ,met bloedige aanslagen en sabotage ,waarbij buitenstaanders ongewild wél in de brokken deelden. Want dààr lachten de 'Fritzen' niét meer mee ! En deze helden konden minder rekenen op de sympathie van de bevolking.

Maar fanatiek of niét : alle weerstanders hoopten toch als een echt partizanenleger gewapenderhand op te kunnen treden...zohaast de geallieerden het Belgisch grondgebied voldoende dicht genaderd waren. Want uit de rampzalige opstand van Warschau hadden ze wél geleerd dat heldhaftig ongeduld zéér slecht was voor de gezondheid...Daarom hoopten de meesten slechts in de openbaarheid op te treden tijdens ,of zelfs nà de bevrijding....                           

Ze hadden met dat doel geduldig schuiloorden, mobilisatiekernen en wapendepots aangelegd, om ,op een teken vanuit Londen én onder de verantwoordelijkheid van onze "regering" ter plaatse ,echt een soort guerrillalegertje op de been te brengen. Maar de Duitse ontruiming van België in september '44 ,en de bevrijding van het overgrote deel van ons grondgebied verliep zo geruisloos en zo verrassend vlug - in amper één week - dat deze stoute plannen bijna overal jammerlijk in het water vielen, uitzonderingen niet te na gesproken. Al een geluk voor de onschuldige burgerbevolking ,die - zoals in Polen - onvermijdelijk voor deze roekeloze fratsen het gelag zou betaald hebben.                           

Tot een geregelde strijd van grote groepen gewapende partizanen tegen het wegtrekkende Duitse leger is het bij ons dus nooit gekomen ,op één  uitzondering na : het redden van de Antwerpse haven. Zo is de leidende rol van het "Coördinatie-comité van het Antwerps Verzet" - steeds genoemd onder zijn Franse (!) afkorting C.C.R.A - bij de bevrijding van de nationale haven ,de Kruisschanssluis en dokken voldoende gekend. En wellicht ietwat overroepen. Want als je de verhalen over het redden van de haven leest ,hebben de Britse troepen daarbij feitelijk niet veel uitgestoken :bij elke actie wordt enkel over Jan ,Pier en Pol gesproken ,de Bevrijders hebben enkel zomaar wat rondgereden met hun tanks ,vooral om jongemeisjes te kussen ! Jammer.

Want de sprong van de 11° Britse tankdivisie ,in één dag van Boom over Antwerpen Stad én Haven tot tegen Ekeren is een wapenfeit om "u" tegen te zeggen ! Dat ze daarbij gegidst én geholpen werden door de expertise van burgerlijk havenpersoneel is een waarheid als een koe ! Hun inzet wordt dan ook steeds als de voornaamste bijdrage van de weerstands-bewegingen aan de geallieerde oorlogsinspanning én de economische heropleving van ons land aangehaald. De leidende rol van Genie-Luitenant Reniers in de coördinatie van deze reusachtige operatie is voldoende gekend ,zoals ook het commando van Colson bij het aanvoeren van de verschillende  gewapende Verzetsgroepen tijdens de verovering van het Stadspark ,de Kruisschans ,de dokken en later Merksem.

Opmerkelijk daarbij was vooral de cruciale rol van de Belgische Genieofficier en gerepatrieerde krijgsgevangene Luitenant Robert Vekemans ,die géén lid was van een verzetsgroep en op 3 september '44 helemaal op eigen initiatief de Duitse verdediging tussen Antwerpen-zuid en Boom ging verkennen. In Willebroek kon hij de volgende morgen persoonlijk contact maken met de eerste Britse tankcommandanten en hun colonnes veilig over de Rupel recht naar de Antwerpse haven leiden. Onderweg pikten ze Ing. Pilaet op ,een kopstuk van het Antwerps gewapend Verzet , die met zijn mannen voor flank- en achterhoedebeveiliging kon zorgen. De overrompeling van "'t Stad" leek die dag wel "a walk in the sun" ,maar voor het veiligstellen van de haveninstallaties werd nog een maand zwaar gevochten ,ook door de troepen van Colson ...En men vergeet  daarbij dikwijls de zware tol aan (zéér) jonge levens te vermelden onder de overmoedige schooljongens die op een onverantwoordelijke wijze werden "ingezet" ,zoals bij het Albertkanaal voor Merksem. En eveneens vergeten zijn de burgerslachtoffers van de Duitse represailles voor de aanvallen van deze 'Partizanen'. Daarom ,ter herinnering en als domper op de feestvreugde ,een uittreksel uit het boek van de Britse kolonel J.L. Moulton "De slag om Antwerpen 1944-'45 " :"Tijdens deze en andere gevechten verloor het Antwerpse Verzet vanaf 4 september 87 doden en 114 gewonden ,waaraan nog moet worden toegevoegd ,de 198 mensen die werden terechtgesteld ,vermist werden of tijdens hun latere gevangenschap stierven..."

Later zouden veel van de échte weerstanders opgaan in de nieuw-gevormde "Fusilierbataljons" die eervol in de Antwerpse Noorderkempen, Zuid-Beveland en het Ardennenoffensief meevochten met de bevrijders.

De "Tweederangs Weerstanders" bij de laate roepingen ,het uitschot van het Verzet ,dat bij de chaos van de bevrijding roemrijk de vrouwen van de 'zwarten' had kaalgeschoren en verkracht ,ging niét voort vechten met de bevrijders ,maar verdiende nadien een centje bij als corrupte bewaker van de vele interneringskampen. Het is daarbij opmerkelijk dat voor "het slapen met de vijand" énkel de Belgische vroùwen die met hun Duitse Liebling in bed doken ,daarvoor geschoffeerd werden ,beschimpt en gestraft : de Belgische krijgsgevangenen die op het Duitse platteland vier-vijf jaar lang bij hun vereenzaamde Duitse boerin hadden geslapen, werden daarvoor na hun terugkeer in België nooit vervolgd of scheef bekeken voor het"bedrijven van de liefde met de vijand"...In tegendeel : ze kregen zelfs een smeuïg schouderklopje ! Wie dat verschil in appreciatie kan uitleggen steke zijn vinger op !  Van "Vrouw-onvriendelijke-discriminatie" gesproken ,zég !  Al zou natuurlijk een kaalgeschoren man later minder zijn opvallen dan al die zwangere dames met hun exotische tulband..                             .                                                         

Maar nu even ernstig ! Hoe hard het bij de Sinjoren ook moge aankomen: ook buiten het Antwerpse is het verzet nog met de wapens in de hand de wegtrekkende bezetter moedig - zelfs overmoedig - te lijf gegaan ,al was het dan in kleiner verband ,en minder omkaderd. Zo in Gent, waar het de haven eveneens van vernietiging wist te vrijwaren, al sneuvelden er bij een nutteloze schermutseling om een brug 11 roekeloze patriotten. Anderzijds hielp de z.g. "Kolonne Tito" van gewapende partizanen uit het Gentse de Canadezen zeer verdienstelijk bij de bevrijdingsgevechten in Zeeuws-Vlaanderen, en verloor er heelwat moedige mannen. Ook in Brugge-Zeebrugge kon het verzet met goed gevolg ingrijpen en hielp de Canadezen bij de uiteindelijke verovering van Knokke en Heist op 2 november '44.            

Maar op veel andere plaatsen liepen eigengereide verzetsacties tegen de Duitse achterhoede, of het gevangennemen van geïsoleerde soldaten, dikwijls faliekant af. Zo in Forèt (Herve) waar bij een mislukte hinderlaag 15 weerstanders sneuvelden en uit de rest van de gevangen genomen groep er nog eens 20 werden gefusilleerd. In Waregem sneuvelden er 6 jongens, en in Oostduinkerke liep de z.g. "Zaak Laplasse" op een gelijkaardig drama uit. Is het dan oneerbiedig de vraag te stellen of al deze doden de oorlog één seconde hebben verkort ?                    

Veel kan er gezegd worden over de rol van het verzet - of wat voor verzet moest doorgaan - bij het standrechtelijk vermoorden van collabo's tijdens de intocht van de geallieerden en de uit de hand gelopen repressie gedurende de eerste weken nà de bevrijding. Men had toch moeten weten dat de "Duitsgezinden", die menselijk gezien, werkelijk zo'n zware straf verdienden - zegge een vijftig, maximum honderd man ? - tijdig en samen met een twintigduizend bang gemaakte landgenoten in het zog van de bezetter naar Duitsland waren gevlucht. Wat hiér achterbleef was "klein garnaal" dat zich weinig of niets onwettigs te verwijten had. Maar juist dié vielen als weerloze zondebokken aan de "eerlijke volkswoede" ten prooi. Met heldhaftig verzet tegen de vijand had dit natuurlijk niets te maken, maar deze beestige, lafhartige uitspattingen zouden voor eeuwig een smet gooien op àl de vlaggen van àl de weerstandsgroepen. Zo gaat dat nu eenmaal.       

Men mag daarbij niet uit het oog verliezen dat hun rangen begin september plots vervoegd werden door een vloedgolf van helden-van-het-laatste-uur. Dat waren vooral branieschoppers die, zolang de Duitsers nog in het land waren ,nooit de nek hadden uitgestoken. De meesten daarvan hoopten met hun viriel vandalisme tegen de inboedel van de achtergebleven "zwarten" en het kaalscheren van de z.g. 'Duitse hoeren' nog vlug een wit voetje te halen. Maar ook gespuis allerhande maakte van deze chaotische dagen gebruik om oude vetes te vereffenen, te plunderen en doodgewoon economische of amoureuze concurrenten letterlijk uit de weg te ruimen. Te vermoorden, dus ,met andere woorden...En hoewel deze moordenaars meestal gekend waren, werden ze later nooit door het gerecht lastig gevallen. Het bizarre resultaat van deze doofpotpolitiek is dan weer dat niémand zich vandaag nog de namen kan herinneren  van een of àndere vooraanstaande verzetsheld ,terwijl de 'goede burger' nu nog  steeds minachtend de lippen krult bij het horen van een familienaam :" De Dewevers ? En de Broensen ? Waren dat geen 'Zwarten' in den oorlog?" Terwijl ze vandaag bij het nauwkeurig onderzoek van hun eigen stamboom ongetwijfeld een paar rotte appels zouden ontdekken...                               

Verklikking van landgenoten aan de autoriteiten - tijdens de bezetting door de bevolking terecht gedoodverfd als een verfoeilijke bezigheid van lafaards en later door de krijgsraden dan ook zwaar bestraft - werd bij de bevrijding plots verheven tot een nationale deugd. Het volstond nu iemand aan te wijzen als "moffenvriend" om een heel gezin maandenlang achter de tralies te laten wegkwijnen. Zo werden naar schatting bij ons meer dan 300.000 burgers verontrust, waarvan ruim de helft in schandalige omstandigheden werd geïnterneerd en zodoende in een volledig juridisch vacuüm terecht kwamen. Sommige "gelukkigen" hebben in complete rechteloosheid slechts een paar weken "vastgezeten", anderen meer dan een jaar, vooraleer een dossier kon worden aangelegd, een onderzoek gestart en eventueel een oordeel uitgesproken. Eventuéél, want veel dossiers werden op den duur zonder gevolg geklasseerd en de verdachten zonder opgave van reden "gelost", zoals dat heette...Meestal was daarvoor een z.g. "morele autoriteit" tussengekomen of konden economische collabo's en oorlogswoekeraars hun eigen vrijlating gewoon...afkopen.                                                                                                       

De 'leiders' van het verzet hebben nooit ook maar de minste verantwoordelijkheid aanvaard voor de ontspoorde "moffenjacht" die in hun naam losbarstte, alhoewel zij zich destijds bij de bevrijding ongevraagd alle politionele en repressieve macht had toegeëigend. Ook al gingen er uit hun midden na een paar weken (!) schuchtere stemmen op om zich van dit gerotzooi te distantiëren, toch hebben zij zich steeds verzet tegen een gerechtelijk onderzoek in zake van een driehonderdtal "repressiemoorden" die in hun naam werden bedreven.      

Anderzijds dient gezegd dat het verzet, door het massaal en snel interneren van incivieken (bij de nazi's schijnheilig "Schützhaft" genoemd) waarschijnlijk erger heeft voorkomen, in vergelijking met bijvoorbeeld de +/- 100.000 repressiedoden in Frankrijk... In dat kader kan met wat goede wil de voorlopige opsluiting van "zwarten" én Duitse “krijgsgevangenen” in de kooien van de Antwerpse dierentuin gezien worden, al was daar zonder twijfel een sadistisch trekje niet helemaal vreemd aan...België werd ten andere voor dit wapenfeit kort geleden nog internationaal veroordeeld ,al had dit natuurlijk ook wel wat vroéger gemogen...        

Waar bij ons in Vlaanderen bij de bevrijding - maar vooral ernà - wél gemoord werd ,schreef men dat nogal hypocriet op rekening van de gangsterbendes, die in deze woelige dagen op het platteland inderdaad welig tierden. In de afgelegen boerderijen zat héél veel zwarte oorlogswoekerwinst verdoken, die door gewapende z.g. ex-weerstanders wreedaardig afgeroomd werd. Zoals door de "Bokkenrijders", een eeuw vroeger ,"Voetenbranders" weet je wel...Maar voor het gros van de bloedige excessen gold er een soort vaderlandse versie van "De Drie Aapjes" - niks gehoord ,niks gezien ,niks gezegd - en eveneens de zo beruchte verontschuldiging "“Ich hab’s nicht gewusst!..." ,maar dan ditmaal ” in een nederlandse of een franse versie ! En daarmee werden heel wat gewetens gesust ,en verantwoordelijkheden afgeschoven.

Maar kom ,laat ons erover zwijgen...                                                                     Weeral ,zoals gewoonlijk...                             

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 264

C02  DE VLUCHT.                                                  

Lombardzijde, I3 september '44.                                                                       

 

In de stuurcabine van de bestelwagen keken de twee jongemannen elkaar ontzet aan. De schoten hadden beiden doen opschrikken uit hun vijandig stilzwijgen. Gespannen staarden ze naar de hoek van de vestingsgracht en zagen op een honderd meter Gerard als een slaapwandelaar met stijve stappen tussen het struikgewas verschijnen, het pistool nog in de hand. De witte slip van zijn hemd stak belachelijk uit zijn open gulp...                 

Dupong sprong uit de auto :"Godverdomse stoeme klootzak !"”, siste hij met opeengeklemde kaken.       

" Moedertje...Moedertje..." Leon stond verwezen rechtop naast het stuur klaaglijk te janken:  neen,dat kon niet waar zijn !                         

Gerard staarde hen vanuit de verte strak aan, alsof hij zich nu pas realiseerde wat een monsterachtige kemel hij had geschoten.    

" Wat is er gebeurd ?”, riep Dupong hem door de trechter van zijn handen toe. Gerard bleef even staan en schudde het hoofd snokkerig heen en weer als om zijn benevelde hersens terug op de plaats te krijgen, maar haalde daarna dronken-onverschillig de schouders op.                     

Bliksemsnel begreep Leon dat de schipper zojuist zijn moeder had neergeschoten ! ...Doodgeschoten !...Vermoord !            

Een plotse razernij overspoelde zijn bewustzijn. In een flits zag hij de motorzwengel naast zijn stoel liggen, greep die zonder nog verder na te denken vast en hengste de zware stang onder het uitstoten van een dierlijke schreeuw met een wilde zwaai op de schedel van de chauffeur.                      

Als in een vertraagde film zakte Dupong naast het voorwiel op de grond...         

Leon keek schichtig op naar de schipper, die vanuit de verte als verstijfd naar het korte gevecht stond te staren, maar nu in een ruk de gestrekte arm met het pistool oprichtte.  PANG !!     

De kogel ketste in de motorkap en uit de radiator spoot plots wit wellend een sissende stoomwolk die Leon in een verstikkend heet rookgordijn hulde.                      

Het was of hij nu ineens uit een nachtmerrie ontwaakte. PANG !! De tweede kogel sloeg vlak naast zijn hoofd in de houten laadbak. Instinctief dook hij uit de cabine tussen het natte gras en zag, onder de dampwolk door, Gerard waggelend op hem toelopen. In drie-vier halen kroop Leon in dekking achter het vrachtwagentje, twijfelde nog even en rende toen in paniek langs de vestinggracht terug, richting Albert-monument.              

Hij hoorde nog twee schoten over zijn hoofd zoeven terwijl hij als een haas naar de verlaten steenweg spurtte. In een flits zag hij voor zich het gevaar van een dekkingsloze hoofdbaan en sprong instinktief linksweg over de sloot in het struikgewas van de hoge dijk die het oude fort van buitenaf omringde. Na nog een vijfhonderd meter woest waden door hoog riet en lage, taaie wilgen wissen werd het rood voor zijn ogen en viel hij uitgeput neer op de zompige grond, wild snakkend naar adem. Angstig onderdrukte hij zijn zacht gejank en merkte beschaamd dat hij in zijn broek had gepist.                          

" Verder ! Verder !” Een eind achter zich hoorde hij roepen. Haastig sprong hij op en strompelde voort door het moeras tot onder de dijk van de havengeul, en bemerkte links aan de overkant van het water de toren van het Nieuwpoortse belfort boven de slierten van de grijze ochtendnevel uitsteken.      Even kreeg hij de aandrang om in de Geul te springen en naar de overkant te zwemmen , maar de ebbestroming zeewaarts was te sterk !        

" Verder, verder, naar de duinen !”"           

 

Na een kwartier kruipen en sluipen door het riet van de oever kón hij niet meer en liet zich plat tussen het hoge gras van de dijkflank vallen. Voorzichtig tuurde hij achterom, maar buiten een paar bruine kasselkoeien in de polderschorren rond de  oesterkwekerij viel er geen levende ziel te bespeuren...Niemand...

Ook het bedrijfje zelf , tussen de  hoge populieren rondom ,leek  compleet uitgestorven...                                

Hij dwong zich even tot rust: Gerard kon hem hier toch niet achtervolgen zonder reeds van mijlenver op te vallen...En Leon de weg afsnijden met de auto was ook onmogelijk, met dat kogelgat in de radiator.... Voorlopig was hij hier veilig en buiten bereik van die moordlustige gek...Zijn eigen schipper verdomme ! Waanzin !                 

 

In de loop van de dag sloop hij voorzichtig en telkens met korte trekjes door de schorren en de rietvelden verder naar de duinen toe, tot hij op de Duitse prikkeldraadversperring rond het nu volledig uitgestorven militaire kamp stootte. Er onderdoor kruipen eiste een uur zwaar zwoegen, maar toen de bleke zon reeds begon te zakken geraakte hij toch zonder al te veel kleerscheuren op de overkant. Aan valstrikken en landmijnen durfde hij niet te denken, maar loosde toch een diepe zucht van opluchting toen hij het veilige smalle pad ontdekte waar langs de Duitse schildwachten gedurende vier jaar rond de batterij patrouille hadden gelopen.    

Die batterij lag er nu spookachtig bij, met hier en daar een verse bomtrechter in de betonwegen, twee barakken uitgebrand en bij de andere de meeste ruiten aan scherven. Zijn jachthondenneus en zijn grollende maag leidden hem feilloos naar een kleine refter van het wachtpersoneel waar hij met een homp zurig soldatenbrood, margarine en een stuk worst de eerste honger delgde. Flesjes bier lagen er in overvloed,  volle en lege: vooraleer zich aan de Canadezen over te geven hadden de soldaten blijkbaar op geen tournee gezien...            

In een gevonden ransel verzamelde hij de volgende uren alle proviand die hij maar kon vinden en trok dan voorzichtig verder op verkenning. De betonbaan naar het staketsel achter de vernielde vuurtoren lag vol weggeworpen uitrusting. Een uitgebrande Volkswagen walmde nog na en een slappe wind vermengde de prikkelende rook van verkoold rubber met de verpestende stank van een opengereten paardenkarkas. Waarschijnlijk de hengst van Hauptmann Stolz...Pas terug bij de Geul kon hij weer vrij ademen...                

Het liep tegen half acht uur, schatte hij, want de zon ging bloedrood onder achter het staketsen van Nieuwpoort-Bad..

Behoedzaam loerend tussen het helmgras van de laatste duinkam ontdekte hij in het grauwe laagwaterslib van de Ijzermonding een vijftal jollen, halfvol water, onbruikbaar. Maar hoger tegen de dijk, wat verderop, verscholen tussen het blonde riet ,zag hij er nog twee dobberen ,schijnbaar in goede staat.       

Zijn plan stond vast. In de verte, nog een heel stuk voorbij Oostende, rommelde het zwaar geschut zoals voorheen: daar werd dus gevochten...Klaarblijkelijk waren alle Duitse troepen nog niet langs Breskens naar de overkant van de Schelde geraakt...Met een roeibootje moest het mogelijk zijn in één nacht, en met de opkomende tij mee, tot voorbij Knokke te geraken:  vijfendertig mijl,  dàt was goed te doen...De zachte bries stond vast in de zuidwesthoek...En de kustlijn kende hij van buiten, na die vier jaar aan boord van de Astrid: dat was geen probleem. Rond half twee vannacht zou het hoogtij zijn, zodat de jollen in het riet volop met de kiel in het water zouden liggen. Dan zag hij meteen of ze nog heel én zeewaardig waren of niet...       

Terug in het kamp propte hij zijn ransel verder vol met al wat hem bruikbaar leek: alle mogelijke conserven, blikopener, een commiesbrood, twee flessen limonade en een drinkbus jenever...Waarschijnlijk een aflatertje van de Don-kozakken ,dus te drinken met mate én de nodige achterdocht !... Dan koorden en een scherpe Duitse bajonet: hij dacht aan zijn spannende kampeertijd bij het NSJV...Twee soldatendekens riemde hij opgerold over de ransel en maakte een bundel van drie regenponcho's waarvan hij wist dat deze aaneengehaakt konden worden tot een veldtentje.                         

Even legde hij zich in het wachtlokaaltje te rusten op een bevlekte stroomatras, in afwachting van middernacht. Maar voortdurend spookte het beeld van Moeder door zijn hoofd.               

Wat had die smeerlap toch bezield om haar dood te schieten ?  Wat had zij hem in godsnaam misdaan ? ... Ze moest van de schipper niets hebben, akkoord, en Leon meende zo langzaamaan te weten wat daarvoor de reden kon zijn...En de schipper zal van de troebele bevrijdingssfeer gebruik gemaakt hebben om zich op Jupp te wreken :dat lag voor de hand...Maar daarom schiet je toch zomaar geen mens dood, en zéker geen vrouw waar je al jarenlang een boontje voor hebt ! ...Hartstocht ? Jaloesie ? Hij kon het niet begrijpen !                                                                              

Midden dit malend gepieker schrok hij opeens klaar wakker !  Verdomme, hij was even weg gesoesd !  Stel je voor dat hij in slaap zou vallen en de hoge tij zou missen !  Buiten was het pikkedonker, maar de volle maan was aan het opkomen ,en hij voelde dat hij nog wel even de tijd had. In het keukentje zocht hij zijn avondeten bijeen en na een haastige vreetpartij met brood, worst, twee rauwe eieren en een fles bier, sloop hij zwaarbepakt door de nacht naar de havengeul. ..                                             

Hij had geen idee hoe laat het kon zijn, maar hij zag aan de sterke stroming dat de vloed nog lang niet over het toppunt heen zat. Het moest dus rond elven draaien, zodat hij ruim over zeven uren duisternis kon beschikken om hier wég te komen...Misschien niet voldoende om tot voor Knokke te geraken, maar wel om aan de greep van Schipper Pylieser ,de Witte Brigade en de Canadese 'bevrijders' te ontsnappen...                                         

In het maanbeschenen riet dobberde nog één jol aan een landvast, de rest van de roeiboten die hij in de late namiddag in het slijk had zien liggen was nu onder het zwarte water verdwenen. Eén roeiriem stak schuin onder de bank van het overlevende exemplaar, maar na een korte zoektocht in het duister langs de modderige oever vond hij er nog twee in het riet drijven.       

Vlug propte hij de ransel onder de voorplecht, sneed met de bajonet de landvast door en duwde met een riem de boot uit de beschutting van het riet naar open water...De sterke stroming dreef hem nog landinwaarts, maar Leon wilde eerst zeker zijn dat niemand iets van zijn vertrek had gemerkt...                                                 

Er was evenwel nérgens een kat te zien...Geen enkel flauw lichtje op de andere oever, in Nieuwpoort-bad... Niets... Hij leek wel alleen op de wereld, helemaal alleen met zijn roeiboot en het klotsende zwarte water van de nog steeds opkomende tij...                                 

Hij keerde de boot met de boeg naar de zee en na vijf minuten krachtig roeien geraakte hij in de luwte van het staketsel. De lange rij witte palen schoof langzaam in het duister voorbij en amper een kwartier later voelde hij de zuiging van de tijstroom verzwakken. De boot schoot nu vooruit onder de rustige slag van de riemen en toen Leon de steiger van het rechter havenhoofd rondde kreeg de deining vat op de jol. Nu zat hij op open zee en roeide gestaag een uur door tot er van de wal niets meer te bekennen viel. Hij keek achterom en zag de poolster pinken. Hij kon best voorlopig pal noord aanhouden en zocht daarom in het zuiden een sterrenbeeld dat hij al roeiend makkelijk in 't oog kon houden...                                   

Na ongeveer nóg een uur rustte hij even uit en wilde voor alle veiligheid de roeispanen aan het eind meertouw vastbinden, om ze zeker niet te verliezen. Toen kreeg hij plots een ingeving: hij had immers een derde roeispaan in reserve...en tentzeiltjes...en koord...En de wind stond in de goede hoek... Natuurlijk !                         

Na een halfuurtje sjorwerk stond zijn noodmastje stijf rechtop, met de drie aaneengehaakte regenponcho's als een ferm puntzeil bol over stuurboord. Mooi was wel iets ànders, maar de boot dreef toch met een zacht vaartje voort, zonder dat hij er veel voor moest doen !  Toch zette hij zich terug aan de riemen en door de kracht van de kalme slagen schoot de jol vooruit over de zachte deining...       

Onder het gestage wiegen dreven zijn gedachten weer als vanzelf naar de dramatische gebeurtenissen van de vroege morgen: Moeder was dood, laffelijk neergeschoten door die smeerlap van een Pylieser...Maar door zijn kille woede heen begon een schaamtegevoel te sijpelen, omdat hij er vandoor was gegaan als een bange haas...Toen hij Dupong die mep verkocht, had hij toch evengoed dat machinepistool van diens schouder kunnen rukken en Gerard de volle laag geven !  De lader stak wel achter de broeksriem van de chauffeur, maar als hij zijn hoofd erbij had gehouden, dan zou hij nu meester geweest zijn van de situatie !       

Doch in plaats van zich te weren, was hij als een laffe bangschijter weggevlucht... Verdomme, dan had hij in de films jonge gasten heel wat àndere toeren zien uithalen...Zoals in het Alcazar van Toledo die kleine Spaanse falangist zijn geweer lader na lader leegschoot op de aanstormende rode beesten...Dié had tenminste kloten aan zijn lijf ! ... Maar ocharme hij zélf daarentegen... Met zijn zogenaamd "berenlijf" waarop zijn maats in de "Zannekin" zo graag bewonderende schouderklopjes gaven...

Neen, hij was zielig ondermaats gebleken, moest hij beschaamd toegeven: van het begin af, héél erg ondermaats...Zoiets mocht nooit meer gebeuren, nooit meer ! 

Nog liever zelf doodgeschoten worden dan nog ooit te gaan lopen !  Verdomme, God was zijn getuige ! ...En Moeder zou hij bij de eerste de beste gelegenheid bloedig wreken, wat het ook mocht kosten ! Zoniet was hij niet waard te leven...                         

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 265

                                     LICHTBOEI "DE WANDELAAR".

Hij schrok op uit zijn somber gepeins: het zeil klapperde in de wind. De maan was achter een paar dikke wolken verdwenen. Automatisch zocht hij de Poolster op en corrigeerde de koers, al wist hij dat de vloedstroom hem binnenkort vanzelf naar de Scheldemonding zou stuwen... Zolang hij ervoor kon zorgen een zes mijl uit de kust te blijven, zat dat wel goed.                                   

Dus dobberde hij maar rustig voort en hield met trage slagen van de roeispanen de boot op koers. Soms wakkerde de wind wat aan, om een uurtje later weer af te zwakken. Tegen het krieken van de dag zou de vloed omslaan in een ebstroom, wist hij, en als de wind niet aanwakkerde riskeerde hij weer achteruit te drijven...De Poolster verdween achter de wolken, wat een zuivere oriëntatie sterk zou bemoeilijken...Naar schatting zat hij nu een zes à tien mijl buiten Oostende, zodat hij deze nacht weinig kans maakte om veilig achter de Duitse linies te geraken...                                           

Dus hier zat hij met een fameus probleem: binnen een paar uur was het klaarlichte dag en ondertussen zou de ebstroom uit de monding van de Schelde hem verder de zee op stuwen...Er zat dus werkelijk niets anders op dan bij de eerste morgenschemer een ankerplaats te vinden tegen de zuiging van het getij...Bij de zandbanken rond de” Wandelaar" lagen er nog wrakboeien genoeg waaraan hij kon afmeren om de volgende vloed af te wachten. En naast zo'n boei zou niemand hem opmerken, want buiten een zeldzaam oorlogsbootje lag de scheepvaart nu wel volledig stil...                                                   

De wind wakkerde flink aan uit de zelfde zuidwesthoek en toen het bleke daglicht schuchter doorbrak, doemde plots de grote boei van de Wandelaarbank op uit de rosse ochtendnevel, nauwelijks een halve mijl schuinvóór over bakboord !                                         

" Houzee!”, brulde hij en schrok wat van zijn rauwe stem,  alsof hij in jaren niet meer gesproken had.                             

Na wild laveren, zeil losgooien en weer aanspannen, verwoed roeien en drie-viermaal zwaar opbonken tegen het roestige gevaarte van de boei, lukte het hem eindelijk het meertouw door de zware ring tussen het gladde zeewier te wringen en vast te knopen. Maar met deze golfslag lag hij duidelijk té dichtbij...                                              

In zijn ransel vond hij nog een stuk koord van een meter of zes, maar dat hielp hem niet veel vooruit...Er zat dus niets anders op dan zijn mast terug neer te halen: de stagen konden makkelijk nog een twaalftal meter meertouw opleveren...                                                                

Een halfuurtje later lag hij op veilige afstand van de pokdalige reuzekegel mee te deinen met de afnemende golfslag en kon hij eindelijk wat tot rust komen. Voor het eerst dacht hij weer aan eten...                     

Hoog boven hem trok een dofbrommende luchtvloot van wel een zestig zware Amerikaanse bommenwerpers hun witte condensstrepen naar de opkomende zon.                      

Om een uur of tien 's morgens kwam de vloedstroom weer sterk opzetten, maar hij durfde er geen gebruik van te maken: hij kon moeilijk riskeren om op klaarlichte dag bij Blankenberge vlak achter de linies te landen op een strand dat vol landmijnen lag, midden in de vuursector van één of andere nerveuze Duitse MG-schutter...En met wat tegenslag kon hij zelfs naar de Canadese kant van het front drijven en was al zijn moeite voor niets geweest... Neen, dank u wél !  Deze hoogtij kon hij beter voorbij laten gaan...                                         

Plots drong het tot hem door hoe dom zijn plan wel was om in Knokke of Zeeuws-Vlaanderen te willen landen !  Op het strand was zo iets volledig uitgesloten met al die versperringen...en havens waren er daar niet !  Op de koop toe kwam hij daar terecht midden de omsingelde Duitse troepen, die vroeg of laat toch zouden trachten langs Breskens over de Scheldemonding te ontsnappen...En het was zeer de vraag of ze ons Leonneke wel mee zouden laten gaan naar de veilige overkant...                       

Neen, hij kon beter in één moeite door van hieruit recht naar het Nederlandse eiland Walcheren varen en daar een haven binnenlopen... Vlissingen, bij voorbeeld, dat lag pal oost en was van ver te herkennen aan de windmolen en de torenkranen rond de Werf : onmogelijk te missen !                                                                   

Een hels motorgehuil joeg hem plots de stuipen op het lijf en in een flits zag hij nog juist een bruin jachtvliegtuig over de boei scheren !  Verschrikt sprong hij recht. De jager nam een wijde bocht naar links en Leon bemerkte het kleurige stipje op de flank: een Engelsman, miljaarde !                                                                            

Maar vlug herwon hij zijn kalmte en wuifde wild toen de brullende "”Spit" een tweede maal over scheerde. Het wiegde met de vleugels en verdween toen naar het zuiden...                            

" Als die piloot verslag uitbrengt...", overwoog Leon benepen" en als ze erop reageren... dan ben ik een vogel voor de kat !” Ja, als-als ! ...Het zou hoe dan ook nog wel een zestal uren duren voor ze 'hulp' zouden kunnen sturen, met een vedette of zo...Tegen die tijd was het donker, en Leon al lang de pijp uit ! ...Maar de rest van de namiddag bleef hij toch angstvallig de horizon afspeuren...       

Tegen zes uur begon het zuigen van de ebstroom eindelijk af te nemen en voor de zon onderging had hij zijn avondmaal achter de kiezen, zodat hij met een gerust gemoed los kon gooien. Mast oprichten en zeil uitzetten leek nu wel een routineus kinderspel.                       

Onder de druk van een gezonde bries schoot het bootje met elke riemslag fors vooruit en al vlug verdween de Wandelaarboei in de nevels van de vurige westerkim. Toen in de vallende duisternis de vloedstroom eveneens een duit in het zakje deed, liet hij het roeien maar zo en beperkte zich ertoe met één riem in de spiegel van de jol de wind volop in het zeil te houden. Koers noordoost, of zo ongeveer...

Maar de golfslag werd met het uur alsmaar sterker en af en toe kreeg hij een schuimvlok in het gezicht. Zijn broek werd drijfnat, en door dat stilzitten aan de helmstok begon ook de nachtelijke kou te bijten. De hemel zat vol pikzwarte wolken en er was geen ster meer te zien...Hij had de indruk dat de wind langzaamaan begon te draaien en toen midden in de nacht de baren op de ebstroom begonnen te breken, verloor hij elke notie van oriëntering. Nergens voelde hij de nabijheid van de kust aan en moest uiteindelijk toegeven dat hij verdwaald was..                        .                                                        

De sterke stroming uit de Scheldemonding was zijn enige leidraad: zolang hij daar recht tegen optornde en lichtjes bakboord aanhield moest hij vroeg of laat toch op Walcheren stoten...            

Hij zocht op de tast tussen zijn rommel en vond de lege Spafles onder de ransel. Vlug bond hij er een lang stuk wit vlaskoord aan, gooide de fles in zee en bevestigde het andere uiteinde van het touw in het midden van de achterspiegel. De fles dreef met de ebstroom mee tot het lijntje gespannen was en als een fijn wit streepje tegen het zwarte water afstak. Nu moest hij er enkel met een slag van de riemen links of rechts voor zorgen dat dit drijvend anker juist in het verlengde van de kiellijn bleef, om er zeker van te zijn dat zijn jol met de boeg recht tegen de stroming in zeilde.       

Toen de dag aanbrak, viel ook de eb stil: niets te vroeg, want hij was kletsnat, ijskoud en uitgeput. Na een uurtje ontdekte hij achter zich in de opkomende zon een flepse kustlijn tussen de slierten ochtendmist en trok opgelucht de riemen binnenboord toen hij ook aan de zuidelijke horizon een witte lijn duintoppen zag blinken... Hij zat dus duidelijk midden in de trechter van de Scheldemonding !... Vlissingen kon niet meer veraf liggen: daar ergens recht vooruit in het oosten...                                                  

Hij zeilde nu op zicht nog een tijdje voort. Eerst ontwaarde hij boven de grondnevel de hoge torenkraan van een scheepswerf, toen twee kerktorens en uiteindelijk een windmolen...Geen twijfel meer mogelijk: dit wàs Holland ! 

De dreigende drukte bij het havenhoofd had al vlug zijn aanvankelijk gevoel van opluchting verdreven: de laatste eenheden die tijdens de nacht vanuit” de "Zak van Breskens" naar Walcheren waren overgevaren, marcheerden nu haastig af naar de stad, gevolgd door een wirwar van zwaarbepakte fietsers en de trostroepen met paard en kar.               

Op een tweehonderd meter van de aanlegsteiger werd hij door een megafoon aangeroepen. Hij sprong recht en zwaaide, trok het zeil neer en zwaaide opnieuw, om uiteindelijk onder de bedreiging van een achterdochtige MG-post de haven van Vlissingen binnen te roeien...             

 

Nu zat hij uitgeput te bekomen van de doorstane emoties in een wachtkamertje naast de provoostdienst van de Duitse havencommandant... De brutale ontvangst op de steiger was gaandeweg wat coulanter geworden, naargelang hij achtereenvolgens door steeds hogere pieten werd gewikt, gewogen en... naar de volgende versluisd.                          

In het bureel naast zijn 'wachtkamer' riep de zichtbaar vermoeide Oberfeldwebel :”" Kaputski !"”                                                  

Een jonge bleke rekruut kwam met een verveeld gezicht binnengestapt:” Kovchinski, Herr Oberfeldwebel: Kov-chin-ski..., zum Befehl !”                                                                                  

" Schon gut !  Hole mir mal den Herrn Ringwurst hier, ja !”         

"Herr Brinkhorst ?”                                                              

" Na ja, verdammt !  Ringwurst-Brinkhorst !”" En hij wierp door de openstaande tussendeur een knipoog naar Leon om zijn olijkheid te benadrukken.                                                            

Twee minuten later leidde de rekruut een struise blonde burger binnen: gezonde veertiger, proper bruin pak en blinkend gepoetste schoenen.                                                                       

" Ha !  Herr...heu...Brinkwurst !"” Deze liet de versleten woordspeling glimlachend over zich heen gaan. De chef vroeg hem om de verklaringen van Leon wat dieper uit te spitten :"” Eine séhr komische Geschichte ! ..."                                                

Brinkhorst stapte naar Leon toe, trok de tussendeur dicht en legde een schrijfblok op het hoektafeltje.                                

" Zo ! ...Uw naam is dus Petré: Pe-tréé ,op z'n Frans :Pieter-Eduard-Theofiel-Rudolf-Eduard?”...                                                                         

" Neen-ik..bijlange-niet menére", zei onze held verwonderd:”" Ik heet Leon-Marie-Joseph !" “        

Dat was zijn eerste botsing met de Hollandse zakelijkheid. Met stukken en brokken, na nog een hele reeks misverstanden over elkaars taaltje, kreeg meneer Brinkhorst gaandeweg toch een duidelijker beeld van die rare Vlaamse jongen die daar voor hem zat te zweten.                                                                  

" Sjonge-sjonge ! Ben jij helemaal vanuit Nieuwpoort in Vlaanderen hier naartoe komen roeien ?! "                                  

Toen hij ook had uitgelegd hoe hij aan die Duitse bajonet en de ransel was gekomen en verteld hoe Marie vermoord werd door de” Witte Brigade "... (Ach noemen jullie dat zo ?! Dus een kerel van het Verzet !).. .kreeg hij als troost een kop hete koffie en een sigaret. De foto uit zijn brieventas, van broer Joseph in uniform van Vlaams Legionair, lokte zelfs de Oberfeldwebel naar binnen. En het verhaal over Joseph die, na twee jaar zware gevechten aan het oostfront en een beenamputatie, nu in de "”Flämische SS Kulturstelle" in Berlijn werkte, miste evenmin zijn  verhoopte uitwerking...             

" Kaputski !  Hole schnell mal etwas schönes zum Essen für unseren Flämischen Gast !” "         

 

Tegen de middag bracht Brinkhorst hem persoonlijk naar een soort Sociale Dienst op de Stadkommandantur, waar ze hem eerst in bad staken en vervolgens in een propere garderobe: ondergoed en hemd van de Wehrmacht, Luftwaffe-uniform zonder kentekens en een warme wollen matrozenjekker van de Kriegsmarine. Brinkhorst tikte eigenhandig een vrijgeleide uit, die "aan eenieder die het aanbelangde opdracht gaf” de verdere reis van Petré Leon naar Berlijn met alle middelen te bevorderen en hem daarbij alle nodige bijstand te verlenen." In het Nederlands én het Duits.                    .                                                                        

En vlam !  En bonk !  Twee stempels van de Ortskommandant er gratis bovenop !                                                                                      

Avondeten kreeg hij in de marinekazerne en een heerlijk zacht bed in de mansarde van een opgeëist hotelletje...Hij voelde zich za-alig !

...En was helemaal vergeten dat hij oorspronkelijk naar Jupp's vader in Keulen had willen reizen...Deze nalatigheid zou hem nog duur te staan komen...                                                                       

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 266

C02Bis  

DE MISKLEUN "MARKET-GARDEN" . 17 september 1944.......            

 

Ondanks de voorkeur van de Amerikaanse Opperbevelhebber Generaal Eisenhower om Duitsland over een breed front binnen te vallen, kon de Britse Generaal Montgomery-de-Stijfhoofdige met een gedurfd plan listig het opperste fiat lospeuteren om in een gecombineerde operatie met een tankleger en vier divisies luchtlandingstroepen de Siegfriedlijn langs het noorden te omtrekken en zo onmiddellijk naar Berlijn door te stoten. Simpel toch ! ! Weliswaar moest hij daarbij éérst over een reeks  Hollandse waterwegen - de Dommel,  het Wilhelminakanaal, de Zuid-Willemsvaart, de Aa, de Maas, de Waal, het Maas-Waalkanaal en tenslotte ook nog de Rijn, om enkel de voornaamste op de eerste honderd kilometer te noemen. Maar dat was voor Monty geen bezwaar natuurlijk. Dat hij voor dit maneuver nauwelijks voldoende brandstof bij elkaar kon scharrelen ,én zijn luchtsteun volledig van het wakkele herfstweer afhing ,was dat al evenmin.      

Daarom zette hij in zeven haasten operatie "Market-Garden" op poten en op 17, 18 en 19 september werden één Britse en twee U.S. Airborne-divisies gedropt om in één klap de tien voornaamste bruggen op de hoofdweg tussen Eindhoven en Arnhem te veroveren. De Para's dienden die te houden tot ze - maximum drie dagen later - ontzet zouden worden door het 30.Korps van het 2.Britse tankleger dat vanuit de Noorderkempen moest oprukken...

Dàt was dus het plan. Maar door zware grondmist in Engeland en een nijpend gebrek aan vliegtuigen moest het droppen van versterkingen voor de veroverde bruggen over verschillende dagen uitgesmeerd worden en ondertussen hadden de Duitsers zich reeds lang van hun eerste verrassing hersteld. Vooral voor de Britten ,die in Arnhem waren gedropt bij de z.g. "Brug te vér", werd het een bloedbad: de beloofde hulp (de beroemde blauwe cavallerie uit de cowboy-films) kwam nooit opdagen !                  

Want deze z.g. 'Blauwe Cavallerie' (ttz  het 30.Tankkorps, dat met zijn 20.000 voertuigen over één enkele weg van Leopoldsburg naar het noorden moest doorstoten) viel op "onverwachte" (?) weerstand van de Duitse 9. en 10. SS Panzerdivisies die in deze streek heruitgerust werden. Vanuit de bossen links en rechts van de weg schoten die uit de eindeloze rij voertuigen lustig tientallen tanks aan flarden ,lijk pijpestelen in een kermiskraam. Daardoor durfde de Britse hulpkolonne nachts niet te vorderen en liep het tijdschema van de ontzetoperatie voor de opeenvolgende droppingzones onmiddellijk in het honderd. Zo konden de Duitsers één van de eerste bruggen die het oprukkende 30.Tankkorps moest oversteken (Wilhelminakanaal) toch nog opblazen.            

Bij Arnhem wisten slechts 500 Britse para's, na een korte ijlmars vanuit hun droppingzones, tot het noordelijke landhoofd van de Rijnbrug door te dringen. De rest van de 1.Britse Airborne-divisie (9.500 man) werd in haar landingszone op 13 km (!) van de brug omsingeld en moest met lede ogen toezien hoe de geplande aanvulling van munitie en de broodnodige medische versterking de volgende dagen braaf door de vliegtuigen gedropt werden in...Duitse handen.

Door het ontbreken van 'vergeten' radioverbindingen tussen de grondtroepen onderling én de luchtmacht modderde iedereen op zijn ééntje maar wat voort. Leiding en coördinatie gingen letterlijk de mist in en geen enkele officier had nog enig benul wat er bij de buren gebeurde !

Op 20/9 ,ttz drié dagen nà de dropping ,merkte Montgomery dan toch dat het met zijn beruchte keizersnede een ietsie-pietsie scheef liep en dropte een etmaal later de 1.Poolse Parabrigade met het zelfde defecte radiotype op de zuidelijke (!) Rijnoever. En gezien de Polen geen boten hadden meegekregen (ook vergeten !) slaagden ze er vanzelfsprekend niet in naar de ingesloten Britten op de noordelijke oever over te steken...           

Van de 500 Britse para's op het noordelijke landhoofd van de Rijnbrug sneuvelde de helft tussen de puinen van de twee huizenblokken die ze tot het bittere einde verdedigden. Na honderd uren beschieting droegen ze hun gekwetsten aan de Duitsers over en moesten zich tenslotte gewonnen geven.

In de nacht van 22/9 brak het laatste Britse carré uit de Duitse omsingeling op de réchteroever ,en konden amper 50 overlevenden zich al zwemmend bij de Polen op de linkeroever "in veiligheid" brengen.                  

Ook het gros van de 1.Britse Airbornedivisie, dat in haar landingszone op 13 km van de Rijnbrug omsingeld zat, onderging het zelfde lot. Dankzij de heldhaftige inzet van de Poolse para's slaagde op 27 september een laatste uitbraakpoging over de stroom en konden tenslotte nog 2.163 Britten en Polen van de in totaal 11.000 bij het "te verre" Arnhem gedropte valschermspringers door het z.g. (traag) "toegesnelde" 30.Tankkorps worden opgevangen. Daarmee kwam meteen ook een einde aan het schandaal van "Market-Garden" waarvan Monty hardnekkig bleef volhouden dat het voor 90% een succes was geweest. Immers,  van de 10 bruggen had hij er toch 9 veroverd, nietwaar...Dat hij bij de fiasco van 'Market-Garden' vijfmaal méér mannen verloor dan bij de mislukte landing in Dieppe in 1942 vergat hij te vermelden.  En dat het hier uiterst getrainde keurtroepen betrof ,en niét ,als in '42 ,'vervangbaar Canadees kanonnenvoer' maakte de ramp niet minder erg. Maar kom....niet zeuren !       

Deze wig in de Duitse linies van de Kempen tot de Waal zou vanaf de volgende maand - samen met de verovering van de Scheldemonding - eerst zéér langzaam in westelijke richting verbreed worden tot de Zeeuwse eilanden, en vanaf november naar het oosten toe tot de linker Maasoever. De teleurgestelde Nederlandse bevolking bóven de waterwegen wachtte echter nog een lange, bikkelharde "Hongerwinter"..

Monty's troepen konden de stad Arnhem zélf pas op 3/4/45 definitief bevrijden, t.t.z. zéven maanden nà 'Market-Garden' en één maand voor het einde van de oorlog... En vijf dagen nàdat de Yanks reeds heel de zogenaamd “on-in-neem-ba-re” Siegfriedlijn én het achter-liggend Roergebied hadden veroverd...Waanzinnig !              

Maar ja...Missen is menselijk ,zullen we maar zeggen ,al kostte dit grapje van "Monty" wél een paar duizend doden !

Van de doden niets dan goed...                                            

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 267

C03  

NAAR DE LÜNEBURGER HEIDE                          .                                                               

                                 Vlissingen, I6 september '44.                 

De volgende morgen droeg menheer Brinkhorst Leon over aan de NSB-staf van Vlissingen, die instond voor de evacuatie van de burgerlijke politieke vluchtelingen naar Duitsland. De Hollander stopte hem bij het afscheid nog 100 mark in de hand en gaf hem ook een pakje met schoon ondergoed en een zak verse proviand:                              

"Met de vriendelijke groeten van de Oberfeldwebel Fromms! ...Ja, zo heet die baas van mij!  Ha-ha-ha!  ", en hij proestte het uit, terwijl Leon hem nietbegrijpend aankeek...                                                              

" Ja joch:  'Fromms' is toch de Duitse merknaam voor rubbertjes! ...Ha-ha! " Nu lachte Leon geaffecteerd mee, al had hij geen flauw benul wat Brinkhorst met die rubbertjes bedoelde..."Stomme Belg" zag hij de Kaaskop denken...         

Om vier uur zou de trein vertrekken: een zestal Rode Kruiswagens met gekwetsten en daarachter een lange sliert rijtuigen vol soldaten. De laatste twee wagons waren afgeladen met vluchtende collaborateurs of "“Deutschfreundliche" Nederlanders in kroostrijk familieverband: één voor de Hoge-Pieten-met-Dame (allemaal incognito in 'burger')  en de andere voor het vale voetvolk dat deels in de haast vergeten had het NSB-uniform discreet in hun valies te stoppen.                                                                  

Voor Leon was er in het compartiment geen levensruimte meer beschikbaar na de verwoede stormloop van de hebberige gezinshoofden, die breeduit de banken met pak en zak hadden belegd in afwachting dat moeder-de-vrouw met hun snotterende kroost gillend een doortocht kon bevechten...Met twee opgeschoten jongens en een sproeterig meisje –- Henny heette het brutaaltje - had hij zich, zittend op zijn ransel, zo goed of zo kwaad het ging op het uiteinde van de gang voor het WC geïnstalleerd.          

Toen de trein tegen vijf uur eindelijk vertrok werd het wat rustiger. Toch bleek menige furie van zoëven er nu last mee te hebben omdat Leon & Co het zich zo breeduit gemakkelijk maakten, juist voor de strategische WC-deur. Maar Henny-de-Sproet was niet op haar mondje gevallen:                                             "Nou Sjaan, als je ons liever bij jou in het coupé op de schoot neemt, fluit je maar, hé Mams! "                                 

" Ik ruil wel met je vent van plaats hoor, lekker stuk! " stelde Dick ten gepaste tijde voor, als het leeftijdsverschil het enigszins toeliet. De meeste dames klapten dan verontwaardigd dicht, maar mét het uur kregen "die brutale vlerken" een steeds slechtere reputatie...En Leon zat er perplex met grote ogen bij te kijken !                                                            

Rond zeven uur werd het even spannend toen ze noordelijk van Antwerpen de dam van Zuid-Beveland verlieten en het gerucht liep dat de Engelsen waren doorgebroken naar Ossendrecht. Als om dit te bevestigen doken plots uit het niets twee huilende jachtvliegtuigen op. Ze scheerden driemaal over de trein, zonder te mitrailleren, en verdwenen uiteindelijk in de wolken, waarschijnlijk misleid door de Rode-Kruis-tekens op de eerste wagons. Loerend vanuit zijn dekking had Leon duidelijk een ster op hun flank bemerkt: het waren dus de Amerikanen...Het duurde toch een poosje voor ze van de schrik hersteld waren en zijn compagnons opnieuw wat leuke opmerkingen konden lanceren tegen het plots overvloedig urinerende kruim van het Nederlandse volk.        

Leon zat wat afzijdig in zijn hoek en werd pas in de kring van de Rebellenclub opgenomen toen ze aan eten toekwamen. De Hollanders proestten het wel regelmatig uit om zijn "rare taaltje" dat door Henk, de oudste, in verstaanbaar Zeeuws werd omgebrouwd. Maar zijn populariteit steeg aanmerkelijk toen hij zijn veldfles met jenever liet rondgaan. "Op eigen risico !" zei hij er terloops bij...                                             

" Ha, jakkes! ", gilde Henny uitbundig en daarmee was het ijs gebroken.                                                                                          

Zij en Dick bleken broer en zus, zoals hun rosse haardos al liet vermoeden. Henk kwam uit de omgeving van Sluis en had ook een broer aan het oostfront. Verder werd op elkaars antecedenten niet dieper ingegaan en prakkezeerden ze hoofdzakelijk over wat er zoal voor de boeg kon liggen...                       

De volledig verduisterde trein sjokte langzaam voort, hield regelmatig zó maar piepend halt middenin de grauwe velden, om na korte of langere duur schijnbaar gerustgesteld weer schokkend te vertrekken.                   .                                    

Tergend traag vorderden ze in de nacht...Elk had zich in zijn eigen hoek zo makkelijk mogelijk te slapen gelegd, ook al had dit weinig zin: bij elke halte werd toch reikhalzend uitgekeken waar ze ergens konden zijn...Breda?...Tilburg voorbij?...                                       

Bij het krieken van de dag stelden ze geradbraakt vast dat de trein al een tijdje stilstond bij Vucht, juist voor 's Hertogenbos.  De hemel daverde van de eindeloze groepen zware bommenwerpers die, door het luchtafweergeschut als een meute blaffende honden begeleid, onverstoorbaar oostwaarts vlogen. De sirenes in de omliggende dorpen huilden aanhoudend.                                                                                          

Nadat eindelijk het alarm werd afgeblazen, joeg de locomotief een paar snerpende fluitstoten door de weergekeerde stilte en reden ze 's Hertogenbos binnen. Een uur lang rangeerde de trein in het station druk heen en weer:  de wagens met de soldaten werden losgekoppeld op een zijspoor en de laatste twee rijtuigen met de vluchtelingen aan de ambulancetrein gehangen.                                                        

Kort voor de middag stoomden ze noordwaarts naar Utrecht, wat niet klopte met het vooropgezette reisplan. Maar over Nijmegen naar Duitsland rijden, ging blijkbaar niet meer, want daar waren, naar men fluisterde, vanmorgen juist een heel pak Engelse parachutisten geland en werd er zwaar gevochten...En in Arnhem van 't zelfde!  De stemming was erg bedrukt, maar toch besloten alle WC-strategen hun bespreking van de toestand, over de hoofden van de Rebellenclub heen, met een hoopvol: " Ach wat ! Die worden er wel weer uitgegooid, hoor !  Zéééker wéten Kameraad !"                                                                                         

De trein reed nu zonder verder getreuzel langs de Zuiderzeepolders naar Zwolle, zwenkte tegen vieren juist voor Groningen af naar het oosten en stoomde een uurtje later bij Winschoten de grens met het Derde Rijk over.                                                                                    

Wat een opluchting !  Eindelijk waren ze in veiligheid !  In één coupé deden de opgepepte reizigers zelfs een manmoedige poging om het " Deutschland, Deutschland, über Alles! " in te zetten, maar dat stierf al vlug een droeve dood bij gebrek aan tekstkennis. Toch werd er overal méér en hàrder gelachen en hun snotapen mochten op de gang in brutale uitbundigheid rondrossen zonder door één of andere autoritaire druiloor te worden afgeremd.                                                  

Kort daarop stapten wat oude grenswachten op, die druk bij iedereen papieren controleerden en lijsten opstelden. Leon leek wel de eerste en enige Belg te zijn die ze in hun lange ambtenarenleven waren tegengekomen, want als vreemde eend in dit NSB-gezelschap namen ze hem achterdochtig onder de loep. Maar de vrijgeleide van meneer Brinkhorst verrichtte wonderen en met een zeer vriendelijk  " Bitte schön, der Herr! " werd hij gastvrij in de schoot van het Derde Rijk opgenomen.                                              

Rosse Henny en haar kompanen keken raar op bij deze uitzonderlijk hoffelijke behandeling die hem te beurt viel en Henk waagde een schamper: " Paps is zeker Reichsführer?"... Maar Leon trok enkel een grappig grimas om de gêne te verdrijven, al lukte dit niet zo goed:  de onbevangen sfeer van het verlopen etmaal kreeg door zijn geheimzinnige vrijgeleide een flinke deuk.                                                                               

De nacht viel vlug en iedereen trok zich weer in zijn eigen wereldje terug. De trein denderde nu rustig door het donker voort langs grote en kleine spoorstations: Oldenburg...Bremen.. Vaalblauwe noodverlichting op de perrons kon de sporen van vroegere bombardementen niet verbergen en de uitgebrande huiskarkassen schoven overal in dorpen en steden spookachtig aan hun slaapogen voorbij...Was Duitsland dan toch niet de haven van peis en vree waarop ze gehoopt hadden?...                                                                      

Tegen twee uur in de morgen stopten ze in Lüneburg en in een vreemde spanning kwam hun wagon roezemoezig tot leven. Was dit het eindstation?                                          

" Aussteigen ! ...Alle aussteigen bitte ! "                                                

Vijf minuten later leidden een paar ziekenzusters van de NSV, een soort sociale assistenten, de lamlendige troep verwaaide vrouwen, gore mannen en dreinende kinderen naar een luguber-blauw verlichte wachtzaal. Het duurde wel even voor ze iedereen met pak en zak in de dompige ruimte konden binnenstouwen :

"Doorschuiven,mensen !..."

"Door-schui-ven ! ! Godsamme ! !"...

                          ...en de rust min of meer weerkeerde.        

Vanop een tafel riep een zekere "Frau Doktor" hen vervolgens vriendelijk maar beslist een wat voorbarig welkom toe en kregen ze de keus tussen koude melk, lauwe Ersatzkoffie en erwtensoep-met-worst, waarvan alleen de reuk reeds volstond om iedereen terug bij zijn positieven te helpen... Daarna zouden ze naar een Jugendheim gebracht worden voor een eerste opvang, beloofde het mens...                     

Maar het bleek al vlug dat er voor de kleine tweehonderd berooide landverhuizers slechts één gammele bus met veertig plaatsen beschikbaar was en dus werd er beroep gedaan op de hoogste NSB pieten om de kudde schapen in vijf te delen...                                        

Na een verwarde touwtrekkerij raakten ze akkoord om éérst de betere Dames en Heren van de Leiding in twee ritten weg te brengen.

"Als een soort voorwacht, nietwaar... Zeg maar :om de opvang te organiseren..".   

Dan zouden twee vrachtjes volgen met het kroostrijk voetvolk en in een laatste shift kwamen de kinderlozen en de vrijgezellen aan de beurt. Maar toen Frau Doktor terloops aankondigde dat tussen elke rit een dik uur kon verlopen was er toch even gemor en geknars van tanden...                                              

Nadat de eerste ploeg beter-gesitueerden zich onder algemeen misprijzen naar de uitgang hadden gewurmd, kregen de achterblijvers wat meer " Lebensraum". De kloeken zakten met hun kuikens breeduit op de houten banken neer en even ontstond er een korte heibel toen een 'dame' weigerde haar valies op de grond te zetten om plaats te maken voor een andere Xantippe, zodat de 'Gezellinnen' door hogerhand tot de orde moesten geroepen worden. En 'geroepen' was het juiste woord, op z'n zachtst gezegd...                                                                         

De Rebellenclub wist dat ze pas binnen vijf uur aan de beurt zouden komen en elk zocht op de grond tussen de bagage een hoekje op om te trachten een uiltje te knappen. Leon installeerde zich schurkend tegen zijn ransel en was onmiddellijk vertrokken.             

 

Toen hij zijn ogen opentrok was het buiten al volop licht. Hij voelde de stijfte in zijn leden van het liggen op de kille vloer en zijn ene wang gloeide geïrriteerd door de koeienhuid van zijn ransel. Appetijtelijke keukenluchtjes streelden zijn neus en zijn grommende maag herinnerde hem eraan dat het hoogtijd was om zich weer met de bruisende buitenwereld te verzoenen.                             

Wat niet zo moeilijk was, want hij keek vlak op een paar welgevormde, amberkleurige, zijdig glanzende, verleidelijk gekruiste, en verdomd smakelijke ...vrouwen-benen ...Miljaarde ! Was hij wel goed wakker, of zag hij hier voor zijn ogen enkel de uitloper van een natte droom die meestal zijn onrustige nachten opfleurde?              

Het zenuwachtige getik van de voet op de vuile plavuizen trok zijn aandacht naar de dikke kurkzolen van haar modieuze zomerschoentjes, met rode leren linten rond de slanke enkels opgehouden en vooraan op de wreef dichtgestrikt...Vanop de grond waar hij lag meende hij aan het andere uiteinde van zijn fata morgana, in de zwoele schemerzone onder haar rok, zelfs een reepje mollige dij te ontwaren...Maar nog langer loeren zou onbeschoft zijn...                

Hij zuchtte diep en keek voor het eerst op naar Hélène, de verschroeiende vlam van zijn mottig bestaan.                                                                             

Je kon er ten andere moeilijk naast kijken:  in de algemene aftakeling die de "vijfde shift" teisterde - er bleven nog maar een dertig verfomfaaide volwassenen over in de grauwe wachtzaal - leek zij nog een klein eiland van frisheid en veerkracht en straalde als de laatste kaars aan de kerstboom een mysterieuze warmte uit. Ze zat tussen twee koffers midden op de bank naast de muur met gesloten ogen een beetje dromerig aan een hete kop koffie te slurpen, een drietal meter van Leon af. Na elk slurpje, zonder het hoofd te bewegen, tuitte ze een vol vissenmondje en blies de warme damp dromerig voor zich uit, in het trage ritme van haar ademhaling: slurp en...blaas... slurp en ...blaas, alsof ze rechtop zat te maffen...                                                                            

Geobsedeerd bleef Leon haar stiekem door zijn wimpers bespieden: miljaarde nondedju, wat een vrouw !  Een mooie kop donkerblond golvend haar, halflang op de schouders en vooraan in "toupée" modieus opgestoken, een pittig snuitje omkranst door de witte bontkraag van een kort pelsjasje dat hem deed denken aan het warme lijf van een moederdier... Een bruine wollen tweedrok... Man ! En dan die benen ! Leon voelde gegeneerd de broeiende stuwing in zijn kruis... Zo te zien was ze maar een paar jaartjes ouder dan hijzelf, maar hoe dan ook, overwoog hij bitter, toch té rijp voor zijn bek...Zo'n rijpe vrouw keek immers niet naar een groene slungel van achttien...                                                                            

Maar ze keek tóch naar hem toen hij wat stijf rechtop ging zitten, en ze glimlachte zelfs om zijn theatrale uitrekvertoning ! Hij schrok zich een bult toen hij haar vriendelijke maar wat schorre stem hoorde opperen dat " het thuis waarschijnlijk beter slapen was" !  Het schaamrood schoot naar zijn hoofd en als enig antwoord wist hij enkel een komische snuit te trekken. Ze zette de koffiekop naast zich op de bank en verduidelijkte: " An Bort schläft man viel besser, wass ! " Toen begreep hij dat zijn marinejekker haar deed veronderstellen dat hij een Duitse matroos was of zoiets...             

" Bij moeder thuis is het toch een stuk beter ! ", gekte hij. Ze knikte spijtig en Leon realiseerde zich wat een enormiteit hij er weer had uitgeflapt: zijn moeder was pas vermoord, hij hàd geen thuis en deze lieve jongedame dacht waarschijnlijk dat hij getrouwd was ,met dat "Moeder-de-Vrouw". Zijn vader had vroeger immers ook steeds gesproken over " bij moeder thuis"...Dedju !  Hij rolde zijn dekens op en schikte traag zijn ransel, in de hoop dat ze nog iets zou zeggen, maar ze slurpte alweer in diep nadenken verzonken voort aan haar dampende koffie.                                            

Voor hij goed wist wat hem bezielde, stond hij met zijn rugzak voor haar en hoorde hij zichzelf zeggen: " Mag ik dit plaatsje hier reserveren? Ik ga ook wat drinken halen ! " Ze knikte genadig en hij schoof zijn bepakking naast haar op de bank. En toen gebeurde het wonder: " Neem er voor mij ook nog ééntje mee..." en ze reikte hem haar kop aan. Ze had een fijne hand met een koraalsteenring en mooie roodgelakte nagels.                                                             

Als op een wolk dreef hij naar de gaarkeuken op het perron, klemde voor zichzelf drie boerenboterhammen met hesp onder de kin en zag haar van ver lachen toen hij met beide bekers terugkwam. Ze schoof haar valies en zijn ransel opzij en klopte uitnodigend naast zich op de bank. Van het schrikken schoven de boterhammen vanonder zijn kin, maar in een verrassende reflex ving ze die nog tijdig op en barstte in een luide lach los, toen hij beteuterd twijfelde welke van de twee koppen de hare was.                                   

Zo te zien vond ze hem nogal sympathiek, dacht Leon hoopvol, nadat hij zijn berenlijf naast haar had geïnstalleerd. De hete Ersatzkoffie smaakte heerlijk en de boterhammen waren op voor hij het goed wist. Ondertussen liet hij eerst hortend, maar later als een waterval, zijn geschiedenis opborrelen, daarbij aangemoedigd door haar naïeve vragen, haar medelijdend gekreun en lieve lachjes.

Haar rauwe stem fascineerde hem en toen hij informeerde of ze soms keelpijn had, wuifde ze wat gelaten: " Ik rook veel teveel de laatste tijd en slaap te weinig..." Maar hij voelde ondanks haar berustende glimlach, dat hij beter niet aandrong...                                                                 

Neen, ze was hier alleen. En neen, ze was niet getrouwd. Plots proestte ze het uit om zijn ernstige snuit: " Gekkerd ! "... In de stille wachtzaal keken de laatst achtergebleven oudere koppels hen afkeurend aan: haar schor gelach viel blijkbaar niet erg in de smaak bij het puriteinse publiek, maar Leon was in de zevende hemel...                   

" Ik heet Hélène ! ", zei ze opeens en reikte hem de hand." Leon...", antwoordde hij wat schutterig omdat ze zijn hand warm bleef omknellen.                   " Lééjoon ! ", riep ze uit, " Wat een leuke Franse naam zeg !   Léjoon ! ...Nou-nou, dat is 'leeuw', weet je wel ?! Ze kneep eventjes..." Zo'n echte mannennaam, hé ! "                                     

Hij wist niet waar hij het had, maar zijn hart bonkte in zijn keel. Haar pelsjasje stond open en toonde de warme welving onder een strak zandkleurig truitje. Haar parfum steeg hem naar het hoofd en hij voelde de stijfheid in zijn broek... Miljaarde, wat een mokkel !                                                                                                

Ze vertelde op haar beurt dat zij uit Terneuzen kwam, maar de familie stamde uit het Gentse. Ze dreef een café-restaurant, zei ze, vlak bij de grote sluis en had veel Duitse klanten gehad. Daarom had " het Verzet" er de laatste weken mee gedreigd haar bij de aankomst van de Engelsen kaal te scheren. Ze schikte ondertussen koket haar prachtige volle lokken, als om zichzelf ervan te overtuigen dat ze niet voor niets de vlucht had genomen. Met een benepen stem klaagde ze wat tranerig dat het voor een meisje geen pretje was om zo alleen op de dool te raken, en ze snoot nuffig haar neus in een roze kanten zakdoekje.                                                                              

Leon wist zich met zijn houding geen raad, en om hem wat op weg te helpen legde ze haar warme handje op zijn ruwe visserspoten:" Leon, laat mij de eerste dagen bij jou blijven...Wij twee samen slaan er ons wel door:  jij bent een sterke beer en ik krijg veel gedaan van de mensen, met eens mooi te lachen...Als het moet...", voegde ze er wat bitter aan toe.                           

" Ja...Natuurlijk...Hélène..." Droomde hij nu ?! Hij verslikte zich in zijn kwijl en kreeg een hoestbui.                                 

" Bon ! ", zei ze kordaat en gaf hem een vriendelijke mep op zijn bil," dat is dan afgesproken !"                                       

Wat een mooie tanden had ze toch !  En die lippen... Weliswaar wat sterk aangezet, maar dat was de mode, wist hij ter verdediging in te brengen...                                 

Plots schrok hij op: " Maar, ik denk er juist aan: ik moet naar mijn broer, in Berlijn ! "                                           

Even scheen ze te twijfelen maar nam onmiddellijk het roer weer in handen: " Och, mannetje, waar gij allemaal de kop over breekt ! ...Met al deze trubbels hier, is dat Berlijn van jou zeker nog niet voor morgen...En verder dan morgen moogt ge niet denken ! "       

Daarmee was de zaak geklonken.

De zaak ? Welke zaak ?? Zonder het te weten was hij als een onnozel schaap in de val gelopen. Want dat die Hélène beroepshalve héél vlot met mannen kon omgaan zou hij verrassend vlug ondervinden...Een beetje zoals het leuke Agnèstje van de Zannekin...

<!--[if gte mso 9]>

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 268

C03Bis

HET RUSSISCH ZOMEROFFENSIEF 1944.   

 

Tijdens hun winter- en lenteoffensief hadden de Sovjets tussen 24/12/43 en 12/5/44 de Duitsers (...én de Vlaamse SS-Sturmbrigade Langemark...) uit de Oekraïne verjaagd tot over de Roemeense grens. Op het front in Wit-Rusland bleef het echter rustig tussen Narva in Estland en de Pripetmoerassen aan de noordgrens van de Oekraïne. Hitler verwachtte daar voorlopig geen grote veranderingen en meende dat de Russen eerst zouden pogen naar de zuidelijke Balkan door te breken: voor een rechtstreekse aanval door Polen naar Berlijn achtte hij hen nog te zwak...Dus stelde hij het gros van zijn reserves op tussen de Karpaten en de Zwarte Zee en beging daarmee de zoveelste blunder uit zijn korte loopbaan van militair genie.

Want Stalin had ongemerkt achter de lijn Kovel-Smolensk-Peipusmeer een nooit geziene gepantserde strijdmacht opgebouwd: 7 legergroepen op slechts 1200 km front, een viervoudige overmacht t.o.v. de Duitse "Heeresgruppe Mitte" die deze sector moest houden. Hij wachtte enkel het resultaat van het geallieerde "Tweede Front" in Normandië af en liet dan op 22 juni '44 zijn honden los. Op 9 weken tijd rukten deze 700 km op, van Vitebsk naar zowel Warschau als Köningberg en Riga. De Duitse Legergroep Mitte werd voor 75% vernietigd en voor eeuwig van de kaart geveegd.                                                                      

Toen Hitler medio juli '44 de totale ondergang zag aankomen trok hij haastig alle reserves uit de zuidelijke Balkan terug om dat gat van 400 km in zijn centrum te dichten. Maar het was reeds veel te laat. Stalin maakte van deze verwarring gebruik om nu zijn legers tussen de Karpaten en de Zwarte Zee in het offensief te werpen en de vijand vlug uit Roemenië, Bulgarije en Hongarije te verdrijven.       

Na de val van Boekarest (31/8/44) gebeurde daar een reusachtige kampwissel : Roemenië verklaarde zelfs Duitsland de oorlog, en toen Sofia viel op 18/9 liep ook het Bulgaarse leger over naar de Russen. Op 14/10 landden de Engelsen in Griekenland en ontketenen daar een burgeroorlog, waardoor de Duitsers ook dit land haastig moesten verlaten. Tijdens hun aftocht door Joegoslavie zat Tito hen met zijn 250.000 partizanen op de hielen, en Belgrado viel op 19/10. Om te beletten dat ook Hongarije zou capituleren liet Hitler op 20/10 de Hongaarse regent Admiraal Horthy kidnappen maar deze stunt kon niet beletten dat de Duitse troepen op Kerstmis '44 in Boedapest werden omsingeld.                                

Terwijl in het centrum de spits van de Sovjettroepen op 1/8/44 de voorsteden van Warschau bereikten - en de bevolking al dan niet gewild tot een opstand verleidden - stootten ze ook door naar de Baltische Zee:  Eind augustus veroverden ze Estland, en Letland in september. Met een plotse doorbraak naar het Memelgebied sneden ze de terugtocht van de Duitsers naar Oost-Pruisen af en zaten 30 divisies in Koerland in de val. Op het einde van '44 was het front gestabiliseerd op de lijn Köningsberg-Warschau-Boedapest-Zagreb.                  

In het noorden, waar Finland bij de Russen een wapenstilstand had aangevraagd en op 19/9/44 definitief capituleerde, bezetten de Sovjets heel het land tot de grens met Noorwegen. En in Noorwegen zelf trokken de Duitse troepen langzaam uit het poolgebied weg om toch maar niet in Russische krijgsgevangenschap te vallen.

Anderzijds was in het zuiden half Italië verloren gegaan ,en werden de Duitsers in het westen uit Frankrijk en België verdreven ! Wie nù nog geloofde in een Duitse "Endsieg" ,moest zich toch dringend eventjes laten verzorgen !

Tenzij natuurlijk de verschrikkelijke "Vergeldungswaffe" (V-1 ,V-2 ,...enz.) waarvan Hitler de nakende inzet had aangekondigd ,de vijand plots zou doen terugdeinzen...Ja ,dàn natuurlijk !

"Want tenslotte ,met "Unser Führer Adolf Hitler" hebben we het laatste nog niet gezien !..."

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van " De Afrekening"

↑ Terug naar de berichten