Naar de inhoud

" De Afrekening"

Een West-Vlaamse oorlogsthriller in afleveringen
akke.beakke.be

Archief

Deel 324

C38BIS: TOUWTREKKEN OM BERLIJN.             

Toen Generaal Jodl op 7 mei om 01.45 u 's morgens in Reims de overgave tekende van alle Duitse troepen, had dit moeten volstaan om de oorlog officieel op 8 mei om middernacht te beëindigen. De Russen stonden er echter op de ceremonie met meer heisa op 8 mei om 14.00 u nog eens over te doen in de technische school van de Oost-Berlijnse voorstad Karlshorst, lauter omdat hun vertegenwoordiger bij Jodl in Reims slechts de graad had van generaal-majoor.; een no-body die niet in de geschiedenisboeken hoorde te staan...

Stalin vond dat deze eer aan maarschalk Zjoekov, de overwinnaar van Berlijn, toekwam. Eisenhower weigerde in deze show mee te spelen en stuurde er zijn plaatsvervanger, de Britse Lucht-maarschalk Tedder op af. Deze eerste confrontatie verzandde al vlug in een babylonische spraakverwarring ,omdat de Russen twistpunten tot dogmatische symboliek verheven wat de Westersen "pietluttig muggenneuken" vonden. 

Tenslotte werd na urenlange discussie dan toch overeen gekomen dat de generaals Spaatz en de Lattre de Tassigny enkel zouden tekenen als getuigen voor respectievelijk de USA en Frankrijk.

Binnen in de zaal protesteerde de Lattre echter omdat de podiummuur enkel met de vlaggen van de drié grootmachten was versierd: er ontbrak de Franse glorierijke "tricolore"!  Weer verliepen kostbare uren voor de Russen dit protocollaire euvel konden verhelpen terwijl  maarschalk Keitel zich met zijn Duitse delegatie in een zijkamertje zat te verkneukelen. Toen "de VIER Groten" het iets voor middernacht dan toch eens werden om te tekenen bleek dat generaal de Lattre, na zijn vlag, nu ook zijn pen was vergeten en moest er één van Zjoekov lenen...De show lukte tenslotte een stuk Nà middernacht ,dus op 9 mei 1945 , en niét op 8 mei : de vrede begon met een leugen...               

Het voor de hand liggend gevolg van de Duitse capitulatie was de bezetting van het Derde Rijk en de verdeling van Duitsland, Berlijn, Oostenrijk en Wenen in sectoren zoals voorzien in het "Eclips-plan". Elk van de overwinnaars kreeg de uitsluitende heerschappij in zijn eigen sector, ook al was het burgerlijk bestuur over het Groot-Duitse Rijk (inclusief Oost-Pruisen, de Poolse corridor én Oostenrijk !) wettelijk nog in handen van de centrale spookregering van de ongelukkige Grossadmiral Dönitz !  

De Russen losten dit probleem in hùn zone kordaat op door reeds op 30 april (dus nog vóór de val van de hoofdstad ) de oude Duitse communistische garde onder leiding van Walter Ulbricht en Otto Grotewohl uit Moskou naar Pankow bij Berlijn te laten overvliegen en hen met de voorbereiding van het burgerlijk bestuur in de sovjet-zone te belasten. Op de lagere posten stelde Ulbricht weliswaar onbesproken, maar ook politiek totaal onervaren "bourgeois-antifascisten" aan. Belangrijke functies zoals burgemeester reserveerde hij echter voor zijn partijgenoten, ook in de Berlijnse sectoren die later door de geallieerden zouden worden overgenomen.                            

Het Duitse burgerlijke bestuur was  een farce en kreeg nergens een poot aan de grond bij de bezettingsmachten. Door de Sovjets werden ze volledig genegeerd en de Westersen treuzelden nog tot twee weken na de capitulatie voor ze op 23/5 heel de regering Dönitz van oorlogsmisdaden beschuldigden en onder arrest stelden. Voor de rest moesten alle oorspronkelijke burgerlijke bestuurders onder voogdij van een militair voorlopig voort werken, in afwachting van een onderzoek naar hun nazi-verleden. Maar eerst moest in Berlijn en Wenen de Allied Control Authority, als vervanger van de centrale Dönitz-regering, haar zetel krijgen. En daarmee begon het touwtrekken tussen de overwinnaars onderling dat gaandeweg zou leiden tot de koude oorlog.                                                   

Want de Russen wilden de aankomst van de Westerse pottenkijkers in Berlijn zo lang mogelijk uitstellen om er nog tijdig de laatste waardevolle fabrieken te kunnen ontmantelen en naar de USSR te verschepen. Door het "recht van verovering" lieten zij uitschijnen de stad in eigendom te hebben en de geallieerden slechts het statuut van onderhuurders of uitgenodigden te kunnen toebedélen. De Westersen lieten echter, in de daaropvolgende oeverloze discussies, beleefd verstaan bij hùn overrompeling van West-Duitsland ook 40% van de toekomstige sovjetzone te hebben veroverd: zij wilden zich daaruit wel terugtrekken, maar dan gelijk oversteken a.u.b !  

De pesterijen begonnen pas goed toen de Amerikanen de voorhoede van hun installatiepersoneel op 23 juni over de autobaan door de Russische bezettingszone naar Berlijn wilden sturen. Ofwel beweerden de sovjets eerst de bruggen te moeten inspecteren, ofwel (en dat was nog een betere vondst) hadden de plaatselijke commandanten zogenaamd geen weet van enig geallieerd doorgangsrecht: alle uitvluchten waren goed om de colonnes tegen te houden of hun bewegingsvrijheid te beperken. De Britse en Franse pogingen om hùn sector te bereiken liepen nog faliekanter af. Daarop stelde de moegetergde US-generaal Patton voor om met zijn 3.Tankleger eventjes vanuit Beieren naar Berlijn door te stoten teneinde "those red bastards" wat tafelmanieren bij te brengen...De geschokte Eisenhower riep hem echter onmiddellijk tot de orde !                  

Slechts het met rasse schreden naderen van de voor medio juli geplande ontmoeting van de "Grote Drie" in Potsdam bracht wat schot in de zaak. De Amerikanen voerden de forcing: gewapenderhand namen ze in de nacht van 4 op 5 juli bezit van hun Berlijnse sector en stelden de Russen bij het ontwaken voor een voldongen feit. De volgende uren stonden de ex-bondgenoten met getrokken messen tegenover elkaar en ook de Berlijners hielden verschrikt de adem in. Maar toen de befaamde Amerikaanse 2.Pantserdivisie, de "Hell on Wheels", zich kordaat via de Autobahn een doorgang naar Berlijn forceerde ,toverden de Russen plots hun breedste glimlach te voorschijn, jongensachtig fier op de lol die ze de laatste twee maanden hadden geschopt !  Misschien was Pattons voorstel dan toch niet zo idioot geweest als het op 28 juni had geleken...         

De Russen speelden echter heel onverwacht een troefkaart uit door doodleuk te stellen dat, nu de geallieerden elk hun eigen sectoren hadden bezet, zij eveneens verantwoordelijk werden voor de voedselvoorziening van de bevolking, t.t.z. één miljoen hongerlijders in een voor 80% vernielde stad !  Normaal betrokken de Berlijnse markten hun verse eetwaren uit het wijdomliggende platteland, dat nu echter door de Sovjets was bezet. Van daaruit waren de Russen er de voorbije twee maanden in geslaagd de Berlijners een dagrantsoen te bezorgen dat "volgens de civieke verdienste" in vijf klassen varieerde tussen 800 en 1250 calorieën. Vieze vettige maïskoeken, gedeshydrateerde aardappelen en gedroogde vis werden weliswaar aan alle tafels niet met de zelfde geestdrift verorberd, maar bij de intocht van de geallieerden begin juli was er zeker geen sprake van hongersnood.

De stedelijke administratie stond weer min of meer op poten en de Russen hadden het nazi-systeem van de stratenblok-oversten nog uitgebreid tot het benoemen van een opzichter per woonblok. In de meeste hoofdstraten waren de bomtrechters gevuld en de puinhopen opgeruimd door mierennesten opgeëiste burgers, in hoofdzaak vrouwen. Aan het herstel van de rioleringen en het gas- en elektriciteitsnet werd volop gewerkt, maar de voornaamste centrales om deze te voeden lagen buiten de stad, in de sovjetzone...In een paar voorsteden werkte hier en daar zelfs de waterleiding weer, ook al was het schaars bedeelde bruine vocht een gevaarlijke bron voor besmettelijke ziekten.          

Vanaf 6 juli konden de Berlijners zich dus aan de hooghartige Yanks gaan vergapen die gaandeweg het straatbeeld in hun sector veranderden. Die mannen schenen zich nooit tevoet te willen verplaatsen en namen voor de minste-geringste wandelafstand "the car" ! Die slungelachtige G.I.'s in hun belachelijke platte jeeps-met-zwarte-chauffeur staarden echter als indolent herkauwende kalveren dwars door de gapende burgers heen: " No fraternisation ! " (geen verbroedering) was het parool...

Maar deze aanvankelijke stugheid smolt vlug weg, eerst tegenover de onbeschaamd-bédelende blonde straatjeugd, wat later tegenover hun iets oudere zusters, die prompt de ruggen rechtten als achter hen met lange uithalen brutaal-bewonderend gefloten werd...                                     

Op 11 juli vergaderde de drieledige " Kommandatura" voor de eerste maal en bereikte moeizaam een voorlopig vergelijk over de stedelijke bevoorrading in voedsel en brandstof. De volgende dag trokken de sovjettroepen zich terug uit de westelijke sectoren. Buiten de nog steeds geldende avondklok (van 23.00 tot 06.00 uur) bleven de sectorgrenzen echter open, wat onmiddellijk aanleiding gaf tot een hele rits bloedige incidenten. De Russen hanteerden immers het uur van Moskou terwijl de geallieerden op Greenwich waren afgestemd !  Amerikanen die bij valavond in de 'andere' zone werden aangehouden lieten zich dit niet zonder meer welgevallen ; idem voor de Russen bij het ochtendgloren...Pas op 1 augustus kwam de Kommandatura overeen om voor Berlijn over te schakelen op de Centraal-Europese tijd.       

Op de welig woekerende zwarte markt hoefden de Duitsers de onberekenbare Russen niet langer te vrezen en beschouwden de G.I's al vlug als hun beschermheren, later als hun melkkoeien. Overal langs de sectorgrens schoten geïmproviseerde ruilmarkten uit de grond waar burgers hun niet-levensnoodzakelijke bibelots gingen "tauschen" tegen zaken van praktisch nut, vooral vleesconserven en...sigaretten. De Yanks waren verzot op Leica fototoestellen en "antieke kunst", de Russen trachtten er de laatste polshorloges en vulpennen te bemachtigen. De "Reichsmark" speelde daarbij zelden een rol (want de bange Duitsers aanvaardden geen bezettingsmarken die hen te erg aan de totale inflatie van 1923 deed terugdenken), sigaretten 'Players', 'Lucky Strike' en 'Chesterfield' des te meer.         

Dit bezettingsgeld was een àndere bron van wrijving tussen Oost en West. De Russen hadden hun rotatieven vrolijk laten draaien om er o.a. drie maand achterstallige soldij van hun troepen in Duitsland mee te betalen. Deze marken waren echter niet omwisselbaar tegen roebels, zodat hun soldaten wél bulkten van het geld maar het niét konden overmaken naar huis. De Amerikanen daarentegen mochten hun bezettingsmarken wél converteren in dollar waardoor er een wankele zwarte wisselkoers ontstond tussen de Reichsmark, het bezettingsgeld, de dollar en de roebel. Wat later kwam het Britse Pond en de Franse Frank de verwarring nog vergroten ! Daardoor betaalde de Amerikaanse belastingbetaler in feite het bandeloos verteer van de Roodgardisten !  

De U.S.Military Police hield dan ook om de haverklap razzia's bij deze illegale wisselagenten en namen er het bezettingsgeld van de Russen in beslag... De sovjet-patrouilles pluimden uit wraak dan weer de G.I.'s die in de Russische zone met hun sigaretten en cornedbeef dure Leica's en Saksisch gleiswerk - meestal waardeloze namaak - hadden "gekocht"... De controle aan de sectorgrenzen werd daardoor steeds strenger om tenslotte uit te monden in een sluiting.

Zo kwam langzaam de infernale spiraal van de 'Koude Oorlog' op gang waar de modale Berlijner uiteindelijk het slachtoffer van werd.                                                                         .                                            

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 325

 C39    PLAKPOT MARTENS ...EN LEON ?                           

                                                                                            

                                                   Steglitz, zondag 13 mei '45.

Hoezo "Kassa bitte !" ??

Joseph keek verbijsterd naar zijn kwelgeest op :een beer van een vent ,dat merkte hij nu pas voor het eerst ! En een haatdragende beer bovendien ,die hij niet meer met een knalbevel in de houding kon schreeuwen :dié tijd was voorbij !

"Gij verstaat ook niet rap ,hé Winnetoe ?...Luister ,ik heb geen nagel om aan m'n gat te krabben ,en om in Brazilië te geraken heb ik rap véél peeschijven nodig ! Ik weet niet hoe het met u gesteld is ,maar IK wil deze rotzooi hier overleven ,makker ,overleven tot elke prijs ! Verstaat ge ,Herr Obersharrführer :tot élke prijs ! En gij gaat mij daarbij helpen als ge niet naar Siberië wilt vliegen ,zo zeker als tweemaal twee vier is !"

Joseph begon zich plots te realiseren dat hij in een netelig parket verzeild was geraakt. Het zag er naar uit dat hij Martens niet makkelijk met een kluitje in het riet zou kunnen sturen, vooropgesteld dan nog dat hij zo'n 'kluitje' bezat ! Die ongelikte beer eiste niet één ,maar héél véél 'kluitjes' ! Anders gezegd :  gróte bankbrieven verdomme ! En liefst met véél nullen, in ruil voor z'n discretie over het verleden van Herr Oberscharrführer Petré... Want Joseph had het vlug begrepen :één naamloze verklikking bij de Russen, en hij kon zijn wintergoed bovenhalen voor een reisje naar Siberië...

Op de heilige en hooggeprezen SS bloedbroederschap waar Kaltenbrunner vorige maanden nog naar had verwezen, hoefde hij bij deze verbitterde, haatdragende vent niet te rekenen, wel in tegendeel !

Hij keek de andere peinzend aan en zuchtte diep:   

" Ik weet niet waar ge het vandaan haalt...Man, hoe zou ik in godsnaam aan geld moeten geraken om jouw reis naar Brazilië of Argentië te bekostigen ? 'k Heb zelf geen rotte knop ! "

" Allee, vaderke, maakt dat een ander wijs, hé !  Gij en Phil samen verdienden toch een deftige pree ? Daar zal toch wel iets van overblijven, zeker! "                                         

" Vergeet niet dat wij twee maanden geleden totaal werden 'ausgebombt', hé makker ,een week voor de Russen kwamen...Uit het puin van ons huisje hebben we met moeite wat kleren kunnen redden en sindsdien hokten we op een kamertje bij vrienden, die dan nu al twee-drie keer door de sovjets werden leeggeplunderd..."                                 

" Hou op, Winnetoe, of ik begin tranen met tuiten te blèren ! ", spotte Martens, maar hij leek toch al wat van zijn zelfzekerheid te verliezen. " Ik heb ten andere nooit gezegd dat ge die centen hier en nu moest afdokken, of dat gij het volledige reisgeld moest betalen... Maar bloeden zult ge, vaderke, als ge zonder zever van mij af wilt geraken ! Ik vraag niet dat ge voor mij een bank gaat overvallen, maar ge hebt zeker wel iets dat ge kunt verlappen: ...die gouden ring waar ge vroeger zo mee stoefte...en wat "Schmuck" van Phil, mij om 't even... Denk er maar aan dat ik u voor minder dan duizend mark niet gerust laat..."                                                    

" Duizend mark ! ? Maar, man, dat heb ik nog nooit van m'n leven bijeen gezien ! Waar zou ik dat in hemelsnaam vandaan moeten halen ? Duizend mark ! "                           

 " Hoe gij daaraan geraakt, is uw probleem ! Voor mijn part gaat ge op de hoek van de straat wat liedjes zingen: dat brengt goed op. Ik spreek van ondervinding, want ik doe al een week aan een stuk niets anders meer..."                                                

Joseph keek hem met een verbaasde glimlach aan, in de hoop een andere wending aan het gesprek te geven.                                

" Ja-ja, man, ge moet zo niet stom staan zien: ik zing al een week aan een stuk op het kerkhof, samen met Fredericks, die moppentapper van de 'Niederländische SS Propagandastelle' en met Truus, zijn rosse verloofde...Destijds waren wij op het 'Hauptamt' lid van het gemengd zangkoor. Nu voeren we een soort gezongen missen op bij de privé-begrafenissen van mensen die niet willen dat hun gezinslid lijk een naamloze hond in een massagraf wordt gesmeten." 

Martens leek plots weer een normaal mens: "Ik speel zelfs regelmatig voor pastoor, als het om katholieken gaat", zei hij fier, " want dat soort geestelijken is hier ver uitgestorven, en zo dient m'n potjeslatijn van Leuven toch nog voor iets, verdomme ! Maar meestal speelt Fredericks predikant bij de protestanten...De mensen vragen niet, of alles wel volgens het boekje verloopt. Het enige wat ze willen is een beetje stijl, en langgerekte tremolootjes in een klassiek liedje van Bach, Haendel of Mozart ! Ik kan je verzekeren dat er aardig wat gesnotterd wordt op onze diensten en dat er veel volk naar komt kijken..."                                                                      

" Allee, dan hebt ge toch een nieuwe baan gevonden, die goed opbrengt...", poogde Joseph hem laf te paaien, maar Martens was op z'n hoede.                                                                                          

" Ik kan er van leven, ja, en voorlopig is er werk in overvloed, al komen er andere kapers op de kust die met moeite " Muss ich denn" kunnen zingen, en dan nog vals...Maar het is vooral interessant omdat we als "Kulturträger" recht gaan krijgen op een rantsoenkaart van groep één. Ge hebt het daarjuist al in die gazet daar kunnen lezen...In afwachting zingen we vooral voor rookgerief en eetwaren, al kan ik niet zeggen dat we 's avonds veel appetijt hebben. Het stinkt daar op die kerkhoven namelijk als de pest, met al die rotte lijken die ze aan de lopende band aanbrengen. Maar dat heeft dan weer het voordeel dat de familie het zelden volhoudt tot het einde van het lied en zeker niet nodeloos blijft plakken..."                   

Hij stokte en bleef Joseph een poosje nadenkend aanstaren, tot deze er onrustig van werd: " Wat is er Martens ? Wilt ge mij soms als misdienaar engageren ?"                                         

De andere schudde zwijgend het hoofd en zei toen abrupt: " Om over iets anders te spreken...Hoe gaat het met je broer Leon ? Hebt ge daar overlaatst nog van gehoord ?..."                               

" Leon, verdomme, hoe komt ge dààr bij ?... De laatste brief kreeg ik half april, toen hij in ruststelling lag achter de Oder, juist voor ik hier zelf werd uitgebomd. Als hij nadien, tijdens het Russische eindoffensief, nog geschreven heeft, kon de Reichspost het in elk geval niet meer nasturen, in de chaos van de laatste weken...Waarom vraagt ge dat ?"                              

Martens keek hem tergend spottend aan: " Wat ik je ga zeggen, zal je misschien aanzetten een beetje rapper met de centen over de brug te komen...Luister goed, want meer los ik er voorlopig niet over: sinds eind april heb ik hem nog tweemaal gezien, uwen Leon. De eerste keer trof ik hem hier, op deze zelfde plek waar wij staan, toen die zotte Hauptsturmführer van onze Hollandse buren op den buro, Jonkheer van-kust-mijn-kloten of hoe heet dat varken..."

" Hauptsturmführer van Praet tot Sloten ?"...

" Juist ! Die zot is hem - de Leon met nog een paar andere licht gewonde sukkelaars - hier uit het noodhospitaal van de Ratskeller komen halen om ergens een stelling te houden, juist voor de Roeskies hier doorbraken... Rond 26 à 27 april, moet dat geweest zijn..."              

" Leon hier in Steglitz ?! En de tweede keer ?"                                             " De tweede keer was...vanmorgen, en ik heb een tamelijk goed idee waar hij is ondergedoken...Vraag me niet méér, want voor ik de kleur van je centen heb gezien, doe ik m'n mond niet meer open ! Salut Winnetoe ! Overmorgen om twaalf uur stipt sta ik bij jou aan de deur ! "                                       

" Wacht eventjes! Weet ge mij wel wonen ?!"                        

" Kleine Albrechtstrasse, 15 B, nietwaar ?  Daar zag ik je vanmiddag toch buitenkomen, Herr Oberscharführer ! Of moet ik zeggen Rabotnik Belgiskaya ? (werkman uit België)"...En met een sardonische lach liep hij weg ,het plein over naar het Rathaus, vanwaar op een reusachtig spandoek ons aller Vadertje Stalin net zo duivels als Martens op Joseph neerkeek...                                                      

Oef, daar was hij vanaf ! ...Enfin voorlopig toch, tot overmorgen. Twee dagen respijt. Maar veel aarde bracht dat niet aan de dijk: op zo'n korte tijd kon hij onmogelijk aan dat geld komen ! Duizend mark...Die vent was gek zeker ?! Verontwaardigd over het brutale optreden van die wraakzuchtige zot en tevens beschaamd over zijn eigen slappe, karakterloze reactie, stapte hij op zijn krukken met grote sprongen terug naar huis. Al goed dat hij geen dienstwapen meer had, of hij zou dat varken ter plaatse hebben neergeknald! Maar de tijden waren veranderd, zijn oude dienstgraad gaf hem geen enkel gezag meer: nu telde alleen nog de fysieke kracht en op dat gebied was Martens de onbetwiste meester...Neen, hij moest trachten het hoofd koel te houden en een goedkope oplossing zien te vinden...                            

Die vent wist waar hij woonde, dàt was de miserie ! Onderduiken had geen zin: als die smeerlap het in zijn kop haalde hem aan de Russen te verklikken, kwamen die heren hem thuis wel even ophalen, ondanks al dat vlagvertoon aan de voordeur...Hij kon natuurlijk ook stiekem verhuizen, zonder adres achter te laten, maar dan verloor hij meteen het relatieve comfort van zijn nestje bij de oude Weimars...En de schat eetwaren op de zolder van Dahlmann...                      

De schat op de zolder bij Dahlmann...Daar zeg je al iets ! ... Misschien was die vent daarmee te paaien ?... Het was wel geen duizend mark waard, maar toch: voor goed eten en drinken zouden veel mensen hun ziel verkopen, tegenwoordig ! Al tekende Joseph wel zijn eigen doodvonnis, indien hij deze geheime voorraad af zou staan aan die bloedzuiger: zonder de verborgen levensmiddelen kon hij het de volgende maanden onmogelijk volhouden...Toch kreeg hij langzamerhand het gevoel dat op de zolder de oplossing lag voor zijn moeilijkheden: thuis moest hij dat probleem eens rustig van alle kanten bekijken... Hij had tenslotte nog twee dagen...              

Maar in twee dagen kon er veel gebeuren...Zo kon bijvoorbeeld Leon uit zijn schuilplaats verdwijnen, zonder nog een spoor achter te laten en dan was hij zijn broer misschien voor goed kwijt... Joseph wist niet wat hij over dat verhaal van Martens moest denken. De kerel had deze wonderlijke geschiedenis misschien gewoon uit z'n duim gezogen om hem op stang te jagen: een oude bekende in de chaos van de laatste weken twee maal na elkaar tegen het lijf lopen, zoals hij beweerde, leek wel een zéér groot toeval.

Hoe dan ook, uit wat Martens had gelost kon hij toch opmaken dat Leon de dans was ontsprongen. Fijn zo, dacht Joseph, die echter tot zijn ergernis wat beschaamd moest vaststellen dat dit nieuws hem niet met een dolle vreugde overspoelde. Stak die kinderachtige naijver van vroeger misschien weer de kop op, toen Leonneke nog zo overduidelijk moeders 'febbekakske' was geweest? Hij verwierp onmiddellijk deze belachelijke aantijging: de laatste jaren hadden hen beiden ouder en wijzer gemaakt, hoopte hij. En daarbij, Marie was dood... Samen met haar verdween ook haar oneerlijke voorkeur voor de Benjamin, wat hem vroeger - al dan niet terecht - zo dikwijls had geërgerd. Komaan ,zand erover !                                                                             

Maar hij was ondertussen wel erg van zijn broer vervreemd geraakt door die lange harde jaren aan het front, praktisch zonder nieuws van 'thuis'...Dat had hij vooral goed gemerkt toen hij hem vorige herfst op de Lüneburger Heide uit het spinnenweb van dat hoertje Hélène had bevrijd...Akkoord, die beschamende druiper-affaire had toen iedere spontane ontboezeming in de weg gestaan, maar zelfs gedurende Leons wekenlange logeerperiode in Dahlem, hadden ze met elkaar geen enkel ongedwongen gesprek 'van man tot man' kunnen voeren...En Joseph herinnerde zich eveneens wat verveeld hoe achterbaks hij broerlief in oktober eerst naar de 'Kriegsmarine' had afgeschoven en later naar de 'Langemarck'. Zuiver uit jaloezie ! Enfin, de "Kleine" had het overleefd: dat was het voornaamste...           

Hoe het nu verder moest gaan, zouden ze wel zien. Mogelijk dat ze zich met z'n tweeën samen beter door de komende moeilijkheden zouden slaan: dat hing er wat van af hoe erg Leon gekwetst was geraakt bij de laatste gevechten...Martens had gesproken dat die Hollandse beunhaas een groepje lichtgekwetsten uit het lazaret had gevist...Maar in hun onderlinge verhouding zou Joseph het met z'n broer zonder z'n vroeger prestige van SS-Oberscharführer en zijn voetstuk van frontstrijder moeten stellen...En ook zonder z'n poot ! Al deze handicaps deden hem wat opzien tegen een toekomstige ploegvorming met zijn jongste broer...En als de kleine zwaarder verminkt moest zijn dan Joseph, kon dit wel eens een blok aan zijn been worden. In het omgekeerde geval zat het er dik in dat Leon, met z'n berenlijf en ondanks het leeftijdsverschil, het leiderschap van de ploeg zou opeisen. Ja-ja, dacht hij bitter, in het land van de blinden is éénoog koning !                                               

De toch slechts lichte helling van de Albrechtstrasse pakte hem nog steeds op de adem, als om hem eraan te herinneren dat hij fysiek niet veel meer voorstelde. In elk geval te weinig om het tegen een beer als Martens op te nemen, of met hem op de vuist te gaan...De blote vuist, wel te verstaan...Maar met een mes ? En bij verrassing ?...Daarover moest hij nog eens goed nadenken...Als die walglijke vent werkelijk gevaarlijk werd, viel zo'n "Endlösung" ernstig te overwegen...En op de koop toe was hij daarbij moreel gedekt door de banbliksems van zijn baas Kaltenbrunner om elke verrader van een SS-wapenbroeder met de dood te bestraffen ! Wel dan ,waar wachtte hij op ?! Een kwestie van zuivere zelfverdediging ! ...Enfin, hélemaal zuiver was het misschien niet, maar..."à la guerre comme à la guerre", nietwaar...                                                     

Thuis gekomen sloot hij zich op in zijn kamer om aan de bakerpraatjes over kleine Günter te ontsnappen en wierp zich gekleed op bed om rustig een uitweg te zoeken uit het wespennest waar Martens hem had ingestort. Maar welke meesterlijke combines hij ook uitdacht tussen de schat op zolder en het aanstaand bezoek van dat varken, ze eindigden allemaal op de punt van een mes...         

In Godsnaam dan maar ? Met een mes ?                                                     

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 326

ONGENODE GASTEN...

Tijdens het avondeten leidde hij het gesprek af naar de nieuwtjes die hij in de "Berliner Nachrichten" had gelezen en merkte al vlug dat Vati goed op de hoogte was. Enkel de herrie, vanmorgen met Neumann, had hen belet er toen dieper op in te gaan. Het vooruitzicht op een spoedige herneming van de levensmiddelendistributie stemde hen hoopvol, ook al waren de vooropgestelde rantsoenen verschrikkelijk laag. Maar Joseph stelde hen gerust:  alle begin was moeilijk. Om na de complete chaos, de instorting van het economisch leven én de vernietiging van alle bestaande bestuurlijke instellingen iets nieuws op poten te stellen, moest én drastisch én voorzichtig te werk worden gegaan. Voor de Sovjets was een geleide hongersnood hét beproefde middel om de burgerbevolking naar hun hand te zetten, ook al keken de Yanks nu mee over hun schouder. Dus met de tijd zou dat wel wat verbeteren, hé...       

Daarbij: zo erg lang zouden die gasten hier wel niet meer blijven, want Vati vertelde dat bij de citerne over niets anders meer werd gesproken dan over de aanstaande intocht van de Yankees. De Zwitserse radiozender Beromünster zou reeds verkondigd hebben dat ze hun divisies in gereedheid brachten om de hen toegewezen sector te komen bezetten, en daar hoorde het zuidwestelijke deel van Berlijn bij. Hildegarde vroeg hoopvol: "Wij hier in Steglitz dus ?"..  

De Yanks waren weliswaar primaire 'Kulturbarbaren', maar die jongens beschikten tenminste over eten in overvloed en zouden de bevolking zeker niet laten verhongeren. En ook de Tommies stonden klaar om naar hùn noordwestelijke sector op te rukken,  al verwachtten de Duitsers daar geen wonderen van. Want Engeland had te veel onder de Duitse bombardementen geleden, om nu hier de perfecte 'Gentleman' te komen spelen... Maar aangezien de zuidwestelijke voorstad Steglitz zeker onder Amerikaans beheer zou vallen, hoefden ze zich van de Britse wraakzucht niets aan te trekken...

Dit hoopvol perspectief vierden ze gedrieën luchthartig met een paar borrels bij het licht van een kaars, die ze verkwistend tot het laatste stompje op lieten branden. Waarom zouden ze nog zo angstvallig sparen, als binnenkort weer alles te koop zou zijn ?...                              

Wat Vati er niet bij had verteld, was het gerucht dat op veel plaatsen in de stad een epidemie van dysenterie en tyfus was uitgebroken en dat de Russen vooral dààrom hun troepen in de veilig afgegrendelde kantonnementen consigneerden...                                                                   

Het viel Joseph de volgende morgen wél op, toen hij even de neus buiten stak, dat het personeel van de lijkkar er bijliep als witbestoven spoken, vol ontsmettingspoeder. De meesten droegen een luguber gasmasker en zagen eruit als reusachtige vliegen, terwijl anderen het moesten stellen met een eenvoudig wit doek voor de monden een zonnebril. Het was windstil en overtrokken en in de straat hing weer de penetrante zurige stank van rottende lijken. Hij besloot vandaag maar binnen te blijven en zich te concentreren op zijn probleem met Plakpot Martens...                        

Op zolder, in Dahlmanns roze kamer, was het meeste regenwater opgedroogd, maar de matras voelde nog erg vochtig aan en er hing een broeierige serrelucht vermengd met een weeïg vleugje rottigheid van buiten: niet precies een aangename sfeer om een 'vriend' in te ontvangen... Indien het weer zo nog even aanhield, zat hier binnenkort alles onder de schimmel ! En de geheime spiegeldeur openlaten om de zaak wat te verluchten, hield het gevaar in dat een buitenstaander deze schuilplaats zou ontdekken. Daarbij kon van de buitenlucht ook al niet veel lentefrisheid verwacht worden...Toch moest hij het erop wagen, want deze zwoele moerasdamp onder de pannen viel niet langer te harden !               

Na wat wringen en kalk van de grond wegschrapen, kreeg hij de voordeur van Dahlmanns appartement op slot: zo kon een ongenode bezoeker hem in elk geval al niet meer bij verrassing op het lijf vallen.

Zohaast hij de spiegeldeur openzette, zorgde de glasloze vensterramen, tegen alle verwachting in, toch voor een frisse zucht en de stank leek vlug te verminderen. Als hij het hier een etmaal kon laten tochten, zat de kans er dik in dat de dompige sfeer volledig zou wegtrekken. Alhoewel...                                    

  Plots dacht hij eraan, dat hij helemaal niet verplicht was Martens in de roze kamer te ontvangen, zoals hij eerst had gepland. Dat zou zelfs veel makkelijker gaan in de belendende woonkamer van Dahlmann, mits deze een grondige beurt te geven. Buiten het vernielde lattenplafond leek het dak zelf praktisch onbeschadigd en met de cosy-corner en het overige meubilair was van de ruimte zonder veel moeite iets deftigs te maken...De wirwar van loshangende plafond-latten eraf trekken, de glasscherven en het kalkstof wegwerken, en klaar was Kees !...                                                                

Hij besloot meteen Hildegarde aan te pakken om aan het nodige kuisgerief te geraken en spelde haar daarom een mooi verhaaltje op de mouw: gisteren was hij een landgenoot tegen het lijf gelopen, wiens onderkomen was afgebrand. Z'n verloofde was door de Russen van kant gemaakt na een collectieve verkrachting en de jongen wilde er uit wanhoop ook een eind aan maken. Maar met een nieuw dak boven het hoofd, een bed om te slapen en iemand om tegen te spreken, zou hij zijn depressie wel vlug te boven komen...                                          

" Und das Essen ?", vroeg ze wat pinnig: een tweede logeergast vond ze duidelijk van het goede teveel !                            

" Geen nood ! ",stelde hij haar gerust : " die vent heeft eten genoeg bij om het een poos in z'n ééntje uit te zingen ! " En zohaast hij er weer wat bovenop was, zou Joseph wel zorgen dat hij met het eerste konvooi terug naar België vertrok... Joseph zag haar duidelijk denken : "Iemand die eten in overvloed bezit, laat allicht wel eens een kruimeltje vallen...Wanneer kwam die arme jongen ? Morgen middag reeds ! Dan zou Hildegarde straks een handje toesteken bij het opkuisen van Dahlmanns mansardewoonst...                  

Het benam hem de hele morgen om het grof vuil weg te werken. Tijdens het middageten bruiste Vati van de onsmakelijke geruchten die hij bij de citerne had opgevangen, over de epidemie die steeds maar grotere proporties aannam. Zo danig onsmakelijk, dat zijn vrouw hem op den duur vroeg z'n mond te houden.                          

Joseph sleepte voor Hildegarde twee grote emmers water uit de blusvijver naar boven en tegen vier uur mochten de mansardekamers echt gezien worden. Voor alle zekerheid had hij het afwassen van de boekenkasten en de spiegeldeur in het zitkamertje voor eigen rekening genomen, om te beletten dat zij per ongeluk de geheime toegang tot het roze liefdesnest zou ontgrendelen. Alles verliep evenwel feilloos. Toen zij terug naar beneden slofte bleef hij op de cosy-corner liggen, zogenaamd om wat uit te rusten, maar in feite vond hij het hoogtijd worden om de details van z'n krijgsplan op een rijtje te zetten...        

Wat kon hij zijn gast aanbieden voor de gevraagde 1.000 mark, zonder zichzelf in het hemd te zetten? Buiten alle flessen sterke drank en de wijn zag hij niet zo veel...Tenzij...Ja, natuurlijk ! Die pakjes 'Lucky Strike' ! Daar schoot hij al een heel eind mee op. Zouden die geen twintig mark kosten op de zwarte markt ?

Vijftien maal twintig, dan zat hij al aan driehonderd...Tel daarbij twaalf flessen prima wijn, Gewurztramminer en Chateauneuf-du-Pape: geen kattepis ! Ook zoiets van driehonderd... Dan zat hij al een stuk over de helft. En die vijf dure flessen eersteklasse Franse cognac brachten hem toch al en heel eind in de goede richting, voldoende om te kunnen onderhandelen...Wie weet, misschien kon hij Martens wel vermurwen met een paar van die blote-wijven-boekjes ! ...Of met de rode jarretels van Dahlmann ! ...Hij schoot in een lach, bij de gedachte alleen al !                                   

Vraag was, wat hij zou doen als de andere zijn aanbod in natura weigerde...Hij kon voorstellen zelf eerst deze kostbare luxe-artikelen te verzilveren en hem later de opbrengst in Reichsmarken te overhandigen, maar dat zou natuurlijk wel wat tijd vragen. En daar zag hij tegen op: eerst en vooral had hij een hekel aan dat sjacheren op de zwarte markt en ten tweede wilde hij zo vlug mogelijk van die opdringerige vent af. Hoe rapper deze zaak achter de rug was, hoe liever...                        

 En wat, als dat varken weigerde te wachten tot hij de boel verkocht kreeg ? Hij had werkelijk geen idee wat hij hem in ruil kon aanbieden...Hij bezat praktisch geen rooie cent, in elk geval niet voldoende om tot een akkoord te komen en het stilzwijgen af te kopen... Misschien kwam de andere wel met een voorstel op de proppen, zoniet...                        

Ja, zoniet...Als Martens het op de spits dreef, bleef er zijns inziens geen andere uitweg dan een goed-geplaatste messteek...Niet in de nek ,want dàt bloedde teveel...Vooraan links naast het borstbeen, onder de vierde rib, zoals hem was geleerd...Of langs achter, onder het schouderblad....Eén stoot, en klaar was Kees, snel en proper ! Veel hoefde dat niet te bloeden, als hij een lange dunne dolk kon vinden...En van het corpus afraken was tegenwoordig echt geen probleem: je kiept het op straat, en de volgende dag halen de witbestoven 'Parteigenossen' het gewoon op met de lijkkar !                         

Maar waar vond hij in hemelsnaam een deftige dolk ? Hij moest onmiddellijk de keuken eens afschuimen, hier bij Dahlmann. Of anders beneden bij De Bens, maar daar zat Boma Kruger op z'n vingers te kijken...De lade naast het fornuis van Hildegarde kende hij als z'n broekzak: daar lag zéker niets in...                   

Maar zijn speurtocht leverde nergens iets op.                                 

Toen dacht hij plots aan zijn scheermes ! ... Inderdaad: één haastige haal over de strot en het varken is gekeeld ! Maar hij wist uit ondervinding dat de bloedstraal wel twee meter ver kon spuiten ! Een smeerboel eerste klasse en daarbij duurde het ruim een minuut voor zo'n forse kerel als Martens het bewustzijn zou verliezen...En ondertussen maar krijsen en kabaal schoppen natuurlijk ! ...Leuk was ànders, maar als het moest...In godsnaam dan maar ! Misschien was het aangewezen hem na het kelen onmiddellijk een flinke dreun op z'n hersens te verkopen, zodat hij tenminste de bek dicht hield  en niet heel de buurt bij elkaar schreeuwde ! Met de keukenpook van Dahlmann, bij voorbeeld...                                                                  

Het plan begon vorm te krijgen, vond hij tevreden, en legde de pook alvast klaar naast de cosy-corner.                               

Tijdens het avondeten wilde Vati weer uitgebreid over de gestaag voortwoekerende epidemie beginnen, maar merkte al vlug dat de smeuïge details niet in de smaak vielen. Toch vroeg hij Hildegarde met aandrang in elk geval voor hem ook zo'n wit mondmasker te maken: veel mensen bij de citerne liepen er al mee, maar of het werkelijk iets hielp wist geen kat.                                                

Joseph ging vroeg naar zijn kamer. Hij besloot iets te lezen om het opdringerig spookbeeld van dat krijsende varken uit zijn gedachten te verdrijven. Even twijfelde hij tussen het schunnige boekje van Dahlmann, diep in de rugzak verstopt, en het dagboek in Van Rennens broodtas, maar koos dan toch maar voor het laatste.

Het duurde een paar bladzijden om aan het kriebelschrift te wennen, maar geleidelijk schoot hij al wat beter op. Hij struikelde niet meer over de kinderachtige spelfouten, waar hij zich een week geleden nog zo in verkneukeld had: die jongen deed z'n best en moest zijn gevoelens waarschijnlijk neerpennen op erg benarde momenten aan het front en in zeer moeilijke omstandigheden, wie weet.

De korte dagnotities herinnerden hem sterk aan zijn eigen rekrutentijd en de pijnlijke aanpassing aan het harde soldatenleven, maar de gelaten sfeer die ze opriepen was hem helemaal vreemd... Hier drong nooit de minste geestdrift door, om de Rus in het haar te vliegen en de wereld van het Bolsjevisme te bevrijden, zoals hij dat tijdens zijn eigen opleiding gekend had...En al evenmin een blind vertrouwen in de Leiding, of een vaste overtuiging in de eindoverwinning van de 'Nieuwe Orde'...Zelfs allesbehalve: puur defaitisme ! Maar hoe kon het ook anders, in deze omstandigheden ?! Die jongen was tenslotte niet hélemaal zot ,blijkbaar !                  

Want eerlijk gezegd zou het tegenovergestelde hem verwonderd hebben... Sinds de zomer van '41 ,toen hijzelf tekende voor het 'Vlaams Legioen' ,waren de tijden erg veranderd, moest Joseph toegeven, en in oktober '44 waren zelfs bij de meest verstokte naïevelingen ondertussen de oogkleppen wel weggevallen !  De schrijver deed hem een beetje aan Leon denken, die ongeveer rond dezelfde tijd - late herfst - voor dienstneming bij de 'Langemarck' was opgeroepen, en gegaan was omdat hij wel moést ! Van 'vrijwilligheid' was daarbij helemaal geen sprake meer geweest...verre van !                              

In het dagboek werden weinig namen genoemd, tenzij van de instructeurs en een paar officieren. Van de lotgenoten stonden enkel een paar vrienden met de voornaam vermeld, maar meer nog met hun bijnaam. Joseph had de jonge Jan Van Rennen natuurlijk nooit gekend, maar alles wat deze aan zijn dagboek had toevertrouwd wekte bij hem een vreemde beklemming op en onwillekeurig stelde hij zich de schrijver voor onder de trekken van zijn broer Leon...                           

Op de duur werd hij er ongemakkelijk van...Het intieme journaal van een volslagen onbekende lezen, meer nog: van een volslagen onbekende DODE, zou hem niet zo tegen de borst mogen stuiten. Maar meer en meer beeldde hij zich in dat zijn eigen broer hier aan het woord was, en dàt wekte zodanige weerzin op, dat hij het dagboek tenslotte opzij legde.                                                                   

Want als hij deze zelfbegoocheling niet verbrak, leidde de vonst van dit dagboek onweerstaanbaar tot de conclusie dat het lijk boven de apotheek Leon was...En dat hij dus zijn broer vorige week op de derde verdieping van die ruïne had laten wegrotten...                                   

Maar aangezien Martens beweerde dat hij Leon gisterenmorgen nog had ontmoet...Hij begreep er niets meer van.                         

" Kom, laat ons aan iets anders denken "...En hij diepte het leuke pornoboekje van Dahlmann uit z'n rugzak op.    

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 327

C40

EEN-TWEE-DRIE... IN-GODSNAAM !                                      .                                                       

                                                                               Steglitz, I5 mei '45. 

Zittend op de drempel van de voordeur, als een schouwgarnituur feestelijk omkaderd door z'n twee slaphangende vlaggen, stak Joseph vlug een 'Lucky Strike'op, toen hij Martens de hoek om zag komen: de weinige wind waaide goddank in de goede richting.             

Traag heupwiegend als een haai kwam deze op z'n slachtoffer af, gehuld in een openhangende kapootjas van het Belgisch leger, zelfzeker en met een zichtbaar sadistisch plezier genietend van de schrik die hij met zijn vertoning hoopte aan te jagen. Maar dàt laatste stadium was Joseph al voorbij. En toen de roofvis hem op een tiental meter was genaderd merkte hij met een tinteling van vreugde hoe de stommerik hersenloos in het aas hapte.                     

Martens snoof wellustig het zoete aroma van de Amerikaanse sigaret op en viel smadelijk uit zijn rol.

" Amaai, wat smoorde gij nu?... Het kan niet meer op, zeker?  Plutocraat ! "               

Joseph negeerde de vraag: " Zijt ge niet wat te vroeg?... En uw oog is genezen, zo te zien!... " De haai droeg inderdaad geen zwart ooglapje meer maar leek de sneer niet te horen.                         

" Wat is dàt voor iets ?  Miljaarde,  Meneer smoort Amerikaans tegenwoordig, of riek ik niet goed ? "...De hebberige jaloersheid droop van zijn smoel af, vond Joseph, die deed of hij nu pas merkte wat zijn tegenspeler zo buitenmatig interesseerde. Hij wierp een korte geringschattende blik op het zoet-geurende lokaas tussen zijn vingers, zonder er schijnbaar  veel aandacht aan te besteden. Maar de andere drong gretig aan: " Wat zoudt ge ervan zeggen om mij er ééntje te presenteren, makker ?  Dat zou alles een heel stuk gezelliger maken, vindt ge ook niet ? "                                   

" Ja, wat nog allemaal !  Een borrel?  En een kus van de juffrouw ?  Gij vergeet toch niet dat ge gekomen zijt om mij duizend mark af te luizen ? "              

"Maar toch in alle vriendschap, hé, Herr Oberscharführer !  In schone herinnering aan de goede oude tijd, nietwaar !  Daar kan toch wel een sigaretje op af, zeker ? !"...                                            

Joseph keek hem nors en kil aan. Martens zag er niet erg fit uit: vaalbleek, met blauwe balken onder de ogen en zweetdruppels die parelend wegzakten langs de rimpels van zijn gegroefde gezicht. Op die twee dagen leek hij jaren ouder geworden. Die vent broeide vast een ziekte in zijn lijf, zoveel was wel duidelijk...En onder de ijskoude blik leek hij heel wat van zijn zelfzekerheid te verliezen... Joseph besloot het hard te spelen.                            

" Luister goed, man ", zei hij hautain, terwijl hij genadig het pakje Lucky Strike uit zijn borstzak graaide en een opgetikte sigaret aanbood, " ge kunt het beter direct in uw oren knopen: die duizend mark moogt ge vergeten: ik heb geen geld en dat wist ge van in het begin. Het zou me minstens een maand kosten om zo'n bedrag bijeen te krabben, door allerlei zaken op de zwarte markt te versjacheren !... Daarvoor heb ik geen aanleg, en nog veel minder goesting."...                                                                 

De andere luisterde nauwelijks, zo gulzig trok hij, genietend met de ogen dicht, met diepe halen aan zijn gekregen sigaret. Hij verslikte zich plots en barstte uit in een verstikkende hoestbui. Het zweet en de tranen gutsten van zijn wangen en bleek nakuchend drukte hij zijn vrije hand bukkend in zijn buik, terwijl hij met het voorhoofd op de pols tegen de gevel steunde. Hij spuwde bedachtzaam een paar losse fluimen voor zijn versleten schoenen en kwam hijgend tot rust. Niet erg gezond, die stoere jongen...              

"De Amerikanen schijnen je toch niet zo goed te bekomen...",spotte Joseph sarcastisch, maar de andere onderbrak hem hees krassend: " Zeg me liever... waar ik hier ergens... naar 't gemak kan gaan ! "                                  

" Ach zo ! ",dacht hij, toen hij plots de symptomen herkende," De beschamende 'loop-graaf'ziekte steekt weer de kop op, zo te zien:" de darmkrampen die het verblijf in de frontlijn tot een hel maakten, onder het motto "Loop en graaf !"  Maar de ingebakken solidariteit onder oude tranchéeratten overwon zijn weerzin.                                                  

" Kom mee naar boven...Maar het is op het derde !  Wat denkt ge: zal het gaan ? "                 

" Bah, 't zal wel moeten...",kreunde de andere triest, " het is nu tóch al te laat..."                                                                                

Beiden strompelden stijf de zes trappen op, elkeen met zijn eigen handicap. Boven in Dahlmanns mansardewoonst wees Joseph de W.C.-badkamer aan en de emmer water die hij eergisteren speciaal uit de blusvijver geschept had: " Moest g'u somwijlen wat willen wassen? "      

Hijzelf liep door naar de cosy-corner in de zitkamer en stak peinzend een tweede sigaret op om dit nieuwe aspect van de situatie even koel onder ogen te nemen. Een reus op lemen voeten, die Martens...          

Dat begint hier aardig te stinken, dacht hij: die vent heeft vast dysenterie, wat helemaal niet verwonderlijk zou zijn met dat doorlopend lyrisch 'wegwerken' van rotte lijken op het kerkhof...Hoe dan ook: als hij werkelijk zo ziek moest zijn, dan was hij zonder geneesmiddelen binnen de week een vogel voor de kat !  Een mooie oplossing, want zodoende geraakte hij van het varken verlost, zonder dat hij het hoefde te kelen of de handen vuil te maken...

Maar dan moest hij wel trachten hem te overhalen hier in huis te blijven in afwachting van dat heuglijke moment, om hem te beletten de Russen op de hoogte te brengen van Josephs bezwarend verleden... Dit nieuwe plan had echter twee grote nadelen: hij zag ertegen op die vent een weeklang te verzorgen, en op de koop toe riskeerde hij eveneens besmet te raken door die smeerlap !           

Maar anderzijds ontnam deze ziekte Martens één grote troef: zijn fysieke overmacht !  En dàt was niet niks !... Misschien kon deze plotse inzinking van zijn tegenstander de gegevens van het probleem grondig veranderen en hem toelaten in die zin een variante op zijn oorspronkelijk ontwerp uit te broeden ?... Of een combinatie van de twee, want een verzwakt varken stribbelt hoe dan ook minder tegen...          

Maar vóór hij hem het hoekje omhielp, moest hij eerst te weten komen waar hij Leon ergens kon vinden...  Zoniet was alle verdere moeite, die hij dan uit vrije wil aan dit akkevietje zou besteden, zinloos...              

Langzamerhand begon Joseph al een wat duidelijker inzicht te krijgen in de chronologie van zijn plan: eerst moest hij Martens lijmen om een dagje of zo hier te blijven, zodat hij ondertussen contact kon opnemen met broerlief. En vooraleer deze hier introk moest hij van het varken zien af te raken. Als hij dat laatste niet op tijd klaar kreeg, dan kon Leon misschien een handje toesteken om die vent de deur uit te werken,... of beter gezegd: het venster ! Een soort zeemansbegrafenis :eerst een dreun op z'n hersens met deze pook hier ,dàn wat laten opstijven op een plank en vervolgens midden in de nacht een geruisloze schuif-af door het raam !... "Eén-twee-drie...in godsnaan !"...Een duikvlucht van drie-hoog naar beneden zal wel ruimschoots voldoende zijn voor een " Himmelfahrtkommando"... zoniet moet ik dringend mijn klassiekers eens herlezen ! "                                                            

Een gestommel in de badkamer onderbrak zijn zoet gemijmer. Een ogenblik later wankelde een lijkbleke Martens de woonkamer in met zijn kapootjas over de arm, en liet zich zwaar zuchtend in de lederen zetel zakken.                  

" Wel vadertje, ge hebt het lelijk zitten, zo te zien ! ", gekte Joseph: " Durchfall? "            

De andere veegde met de mouw het klamme zweet uit de ogen en keek toen wat gelaten op: " Ik moet u toch geen tekeningeske maken, hé..."                "Bloed ?"                                                         

" Wat denkt ge? ",vloog hij uit, " Dat ik voor een gewone stront zo'n smoel zou trekken ?!... Natuurlijk, bloed...Die rottige vliegen op het kerkhof ! "             " Kunt ge dan geen soort gasmasker opzetten, zoals d'andere allemaal doen ? "         

" Ge denkt toch niet dat ik daar in een cirque sta, hé?  Hebt gij soms al eens geprobeerd een Requiem te zingen met zo'n stom gasmasker op je snuit? "  Deze plotse verontwaardiging scheen hem wat op te kikkeren. Hij ademde een paar maal nadrukkelijk in en uit: " Bon, Winnetoe, om tot onze zaken terug te komen: hoe staat het met de centen, de poen ,de piasters of hoe moet ik het zeggen ? "                                      

" Maar man, gebruik uw verstand !  Wat zoudt gij nog met geld kunnen aanvangen ?  Ge weet goed genoeg dat ge binnen tien dagen de pijp uit zijt, als ge u niet deftig kunt verzorgen... Op een huisbezoek van een doktoor moet ge tegenwoordig niet meer rekenen: wat van die heren nog in leven is werkt zich kapot in de hospitalen bij de gekwetsten, of tracht de epidemie in te dijken... Als ge een kleine kans wilt overhouden om er door te rollen, moet ge u dààr laten opnemen...En dan nog: ook in 't hospitaal kreperen ze lijk vliegen !... Maakt uzelf niets wijs, man: Zuid-Amerika kunt ge vergeten...Dat haalt ge nooit van ze leven ! "                                        

Terwijl Martens hem nors en gemeen bleef aanstaren, trok Joseph een kastje van de cosy-corner open en haalde een fles brandy te voorschijn. Hij zag aan de plotse flikkering in de haaienogen dat de tegenspeler voor een tweede maal in het lokaas zou happen.            

" Ha, und gleich kommen die Weiber ! ",riep deze met krakende stem verlekkerd uit ,in een clowneske poging om zijn 'slaptitude' van daarnet weg te lachen.               

Joseph keek hem gemaakt verbaasd aan: " Wilt gij soms óók een borrel drinken ?... Ge weet toch dat dit helemaal niet gezond is in uw situatie, hé...                  

" Daar veeg ik vierkant m'n kloten aan...Ge zegt het zelf:  het leven is te kort om lang te zeveren !  Voor mij een dubbele, Garçon ! "          

" Kalmkens aan, hé: ge weet zeker niet goed wat dat kost ?!" Maar hij nam toch een tweede glas en schonk onder Martens' gulzige ogen een flinke bel uit.                                                                

" Als dat zoveel kost, kunt ge mij die fles alvast als voorschot verlappen, hé !  Dat is dan al twintig mark die ge minder moet afdokken...Allee, prosit !  Gelijk ze bij u zeggen: " Die gèn oar èn, zien pudden! " Joseph nipte zwijgend aan z'n glas en zag met leedvermaak hoe de andere na een eerste slok genietend achterover zakte in de fauteuil...Het werd tijd om een ander onderwerp aan te snijden, vond hij.             

" Voor we verder spreken over voorschot en losgeld afbetalen...",begon hij voorzichtig, " zouden we het eerst eens moeten hebben over Leon, denkt gij ook niet ?  Dan zien we later wel wat die inlichting waard is..."                                                             

" Ow, makker: de zaken niet op de kop zetten, hé !  Denkt gij maar eerst eens deftig na wat mijn inlichting bij de Russen waard is !  Of beter gezegd: als ik ze géén inlichtingen geef ! "                

Die koppige ezel zat met een dwangidee, waar hij blijkbaar niet makkelijk vanaf was te brengen... Joseph schudde meewarig het hoofd: " Ge schijnt het nog altijd niet dóór te hebben dat het binnen tien dagen met u gedaan is...Wat voor nut heeft het dan om nog rap-rap een oude wapenbroeder te verraden, tegen onze erecode in ?! Wat, als ik ù bij de Russen moest aangeven ? "...                   

Martens proestte het uit: " Gijsse sukkelaar !  Wat kan mij de Roeskies nog schelen !  Gelijk ge zegt: binnen een week ben ik toch de pijp uit !  En als ze mij een paar dagen eerder tegen de muur zetten spaart me dat een hele hoop buikkrampen !... Maar ik verwacht zelfs niet dat ze zo barmhartig zullen zijn om een zieke schijtreiger lijk ik in den bak te steken, want ze zijn zélf als de dood voor een vuile besmetting...Neen, Winnetoe, die vlieger gaat niet op...En om je eigen woorden te gebruiken: gij schijnt nog altijd niet dóór te hebben dat gij mijn wapenbroeder niet zijt, maar mijn overste die mee verantwoordelijk is voor al mijn ongeluk en die er op de koop toe met mijn lief vandoor is gegaan !  Dat heeft met erecode niets te maken, boerke: dat is een persoonlijke zaak tussen gij en ik !  En het is dààrvoor ,man ,dat ge zult bloeden, en voor niets anders ! "                

Joseph keek hem onbewogen aan, hoe hij gulzig zijn glas achterover sloeg.                      

"  Bon, als dat u gelukkig kan maken...Maar stel nu eens dat ik aan medicamenten geraak om u te genezen "... Hij dacht aan de vernielde apotheek op de hoek: een nieuw zet in het schaakspel.        

Een glimp van hoopvol ongeloof verzachte even het verweerde gezicht. Even maar, en dan brak het spottende sarcasme weer door.        

" Och, wil die süsse Krankenschwester mij genezen ?  Wat schoon van u, zeg !... Stomme kloot !  Alsof ik niet begrijp dat ik voor de rest van mijn leven een doorlopende bedreiging ben voor een miezerige onderduiker lijk gij !... Weet wel dat ik uit jouw handen nooit een medicijn zal aannemen, boerke, want negen kansen op tien is het vergif, en voor mij is elke dag er één !  Ik kan je hulp bij een vervroegde "Abfahrt" best missen, makker: als ik een statie te vroeg uit de trein wil stappen doe ik dat wel op eigen kracht !  Daar heb ik niemand bij nodig..."                              

" En als die dubbele borrel nu eens vergiftigd was...",opperde Joseph spottend. Martens blikte naar zijn lege glas en dan naar dat waar zijn 'gastheer' nauwelijks aan genipt had, maar liet zich niet vangen.                                                                       

" Geef me dan nog maar één van dat soort vergif...", lachte hij sardonisch en hief zijn glas op. Joseph lachte met hem mee en schonk nog eens vol. Dit ontspande de sfeer een beetje.                  

" Om op Leon terug te komen...",begon hij opnieuw.            

" Man, zaag zo niet aan m'n oren met uwen Leon ! " viel Martens hem verveeld in de rede, " die vent is dood en begraven ! " Hij nam een slok van zijn cognac en zag niet hoe Joseph plots als een zoutsteen verstijfde. " Ik heb hem een paar dagen geleden zien begraven in de grote sleuf van het Martinus Friedhof, waar wij stonden te zingen...Aan de Bergstrasse, hier in Steglitz. Ik herkende zijn SS-uniform met het Langemarck-lint rond de manchet toen ze hem van de lijkkar smeten, en ik heb onze sopraan Truus erop afgestuurd, zogenaamd als een verre nicht. Ze heeft zijn Soldbuch gekregen, en later heb ik het register ingekeken. Als plaats van overlijden stond er: Steglitz, Albrechtstasse 23...Daar hebben ze hem gevonden: hij moet hier dus vlakbij gesneuveld zijn, praktisch voor uw neus ,boerke "... Hij oreerde onverstoorbaar verder, zonder de opwellende moordlust in Josephs ogen op te merken.                            

Die vent had hem dus heel die tijd voor de aap gehouden en hem in de waan gelaten dat broertje Leon ergens veilig zat ondergedoken...Dat varken !  Dat vuile vettige strontvarken !  Dat schunnige schijthuis ! Dat... Voor hij het goed realiseerde had hij onder het kussen van de canapé de pook gegrepen en die zwijnhond met een brede zwaai een hengst op z'n hersens verkocht. 

De oogballen sloegen omhoog, als om de schade binnenin de schedelpan te onderzoeken. De tweede haal verbrijzelde het glas in de hand, die Martens nog instinctmatig ter bescherming van zijn rechterslaap tevergeefs had opgeheven. Leunend op het salontafeltje hakte Joseph nog vier-vijf maal in op het voorhoofd van zijn slachtoffer, tot hij zwaar hijgend besefte dat hij er onnodig een smeerboel van maakte. De mislukte "maître chanteur" lag levenloos onderuitgezakt in de leren zetel, het gezicht onherkenbaar tot moes geklopt.                                                                             

Toen het rode waas voor zijn ogen wegtrok zag hij tot zijn ergernis overvloedig bloed stuwen uit diepe wonden die de glasscherven in wang en hals hadden gekerfd. Gelukkig stroomde het meeste in de kraag van het versleten vest, dat door het onderuitzakken hoog boven Martens' schouders stond opgefronst.                   

Vlug-vlug, hij moest iets doen vóór heel de fauteuil besmeurd geraakte !  Hij wierp een haastige blik om zich heen en rukte toen woest het overgebleven gele gordijntje met de wingerdranken van het raam. Hij zag onmiddellijk dat het bloeden niet te stelpen was en wikkelde haastig heel de smeuïge kop in het plakkerig bevlekte vod. 

Dat scheen de vloed voorlopig te houden, maar het lijk kon toch zo niet blijven liggen...Eérst vlug de voordeur op slot: je weet maar nooit wie hier op het lawaai af mocht komen...Al had hij achteraf wel de indruk dat de slachting tamelijk geruisloos was verlopen:  hij herinnerde zich niet dat hij in zijn razernij onder het houwen hard zou hebben geschreeuwd...Zouden de dames Kruger in de kinderkamer hieronder iets hebben gemerkt ?  Hoe stijf hij ook de oren spitste ,hij  hoorde geen énkele reactie ,noch van de vrouwen ,noch van dat kleine mormel Günther...                                                                               

Bon, nu het lijk voorlopig verbergen !... Volgens zijn oorspronkelijk uitgekiende plan zou hij het varken in de 'Roze Kamer' hebben gekeeld en het daar opgesloten tot hij het 's nachts ongezien op straat kon dumpen. Ondanks het veranderde scenario leek hem dat nog steeds de beste oplossing...                                

Tien minuten later lag het lijk veilig achter de geheime spiegeldeur opgeborgen, zonder dat hijzelf bij het trekken en sleuren zijn eigen kleren had besmeurd. In de badkamer was al het water in de emmer opgebruikt en een gore uitgespoelde onderbroek hing aan het handdoekrek uit te lekken...In de W.C.pot zweefde nog een roze schijn van de bloeddrek. Die moest straks dus eveneens ontsmet worden... Er stond niets anders op dan een nieuwe emmer water te halen in de blusvijver van het parkje om alle bloedsporen in Dahlmanns salon uit te wissen.                                            

Het duurde ruim een uur voor de karwei geklaard was. Toen hij met een gerust gemoed terug bij de Weimars verscheen en Hildegarde wat raar opkeek omdat hij niet op het middageten was verschenen, legde hij uit dat zijn vriend onwel was geworden en hij nadien de boel wat had opgeruimd. Die vent verdroeg geen drank, en zodoende...                      

Als domper op alle verdere achterdocht zette hij de aangebroken fles cognac op tafel: " Ein Willkommgeschenk unser Gast !  Er schläft jetzt, aber auch ohne ihm können wir ein Heiltrunk zum Willkommen bringen, was meinen Sie Frau Weimar ? " 

Hildegarde zei nooit nee,  wist hij al...Toen na de derde borrel Vati van zijn waterkarwei binnenkwam, voelde deze zich wat tekort gedaan. Tegen zes uur stond de bodem van de fles droog en waren de twee oudjes al flink in de wind. Joseph had zich bij de laatste borrels opvallend matig bediend, wat de Weimars bijzonder sympathiek van hem vonden...             

Het avondeten stelde niet veel voor, maar niemand had daar dan ook veel van verwacht en bij het vallen van de duisternis kreeg hij de oudjes in bed. Een kwartier later leek het wel of ze hun bedstede in stukken zaagden...                                                             

Joseph wachtte tot hun enige wekker middernacht aanwees en kroop toen in alle stilte zittend de trappen op. Bij de Krugers, op het tweede, snurkte ook iemand: de opoe waarschijnlijk...Voetje voor voetje sloop hij Dahlmanns appartement door en hoorde voor het eerst dat zijn kunstbeen weer piepte...Ook de spiegeldeur knarste spookachtig als in een misdaadfilm.                                                     

Toen hij de kaars aanstak steeg een zwerm dikke vliegen verschrikt van het lijk op en ze gonsden kwaad om zijn hoofd. Hoe weerzinwekkend hij het ook vond, eerst moest hij Martens' zakken grondig onderzoeken en om vlug te gaan maakte hij de fout ze binnenstebuiten te keren. De inhoud gooide hij bijeen op een hoopje: morgen had hij alle tijd om het op z'n gemak te bekijken.  

De portefeuille in de achterbroekzak voelde vies en vochtig aan en hij moest aardig wat pulken om die onder het lijk uit te halen.          

Die zware vent verslepen tot onder het mansarderaam van de zitkamer was reeds een slopend werk omdat het zo geruisloos mogelijk moest gebeuren, maar hoe hij in hemelsnaam dat zakkerige lijk over de vensterbank moest krijgen, een meter boven de vloer, zag hij zo direct niet zitten...              

Na enig denkwerk sleurde hij het op de lage lange salontafel. Het hoofdeind vervolgens op de vensterbank heffen was helemaal geen kinderspel, want Martens had de onhebbelijke gewoonte steeds opnieuw naar beneden te glijden. Maar uiteindelijk lukte het toch door het lijk met het gordijnkoord voorlopig aan het tafelblad vast te binden en het voeteinde op twee keukenstoelen te steunen...

Deze wankele constructie bracht de katafalk min of meer horizontaal vóór het open venster zoals hij gepland had. " Koppie-koppie! " gromde hij tevreden. En om deze zege van de geest over de dode materie te vieren gunde hij zich eerst een sigaret om even uit te blazen.           

Goddank dacht hij er tijdig aan het bebloede gordijn van het hoofd af te wikkelen, want een zelfmoordenaar met een bloempjesmotief over de kop zou waarschijnlijk raar overkomen... Alhoewel,  tegenwoordig kon niets de mensen nog verbazen...              

Het voeteinde omhoogporren was een helse bedoening: in gewichtheffen hadden ze hem tijdens de SS-opleiding nooit vooraan genoteerd. En tot overmaat van ramp weigerde Martens nu halsstarrig van het hellend tafelblad af te glijden ,het open venster uit. Maar door met de armen hoog boven het hoofd te schokken kreeg Joseph eindelijk wat leven in het lijk, bij wijze van spreken... 

Toen ging het plots vliegensvlug. En met een klassiek "één-twee-drie: in godsnaam! " schoof Martens als een dode zeeman van het tafelblad de dieperik in.                

Het leek een eeuwigheid te duren voor Joseph het lijk op de kasseien hoorde ploffen: miljaarde, wat een hels lawaai was dàt ! " Als nù de hele buurt niet wakker schiet zijn de buren ofwel potdoof, ofwel poepeloerezat zoals de Weimars", dacht hij verschrikt.         

Ofwel wilden ze gewoonweg niéts meer horen...                       

<!--[if gte mso 9]>

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 328

C41:  GRUBE DREI                        ...                                                                                                   

                             Berlijn, I6 mei '45.                                                                                                                    

De volgende morgen was er in hun straatje een hele commotie rond een lijk van een onbekende zelfmoordenaar op de stoep voor de 15B.                            

  Iedereen sprak er schande over dat een vroege vogel - 't is te zeggen een Russische soldaat ,aangezien burgers s'nachts de straat niet opmochten -  niet aan de verleiding had kunnen weerstaan om het stoffelijk overschot vlug nog van zijn laatste bezittingen te beroven :"Zie maar eens naar die binnenstebuiten gekeerde zakken !"       

Joseph speelde verontwaardigd mee ,maar kon er verder niet onderuit: eerst moest hij tegen de Weimars, en later tegen de chef van de ophaalploeg,  uitleggen dat deze toevallige kennis van hem aan dysenterie leed en waarschijnlijk vannacht een crisis had gekregen ten gevolge van de cognac...Hij was al zwaar depressief geweest toen Joseph hem uit medelijden een voorlopig onderdak had aangeboden. En pijnlijke krampen hadden hem zonder twijfel in de vroege morgen over de drempel van de waanzin gedreven ,hé...

En over de vensterbank...

Neen, niemand had iets gezien of gehoord...Een triestig geval, ja...Voor zover Joseph het zich herinnerde heette die 'toevallige kennis' Jansen...Herman Jansen:                        

" Ein Belgischer Fremdarbeiter, genau wie ich, verstehen Sie?... "  Een sukkelaar...                      

De ploegchef noteerde het gelaten in een soort fakturenboekje en stak de afgescheurde roze doordruk als een armzalige papieren ersatzpochette in de borstzak van Martens' sjofele vest:

" Ordnung muss sein! "... 

Vier griezelige gasmaskerspoken sleepten de zware last op de kar, waar al een nat vrouwenlijk onder een zwerm vliegen lag te stinken. Vlug nog twee scheppen kalk erover gezwierd en in een witte wolk sjokte de lugubere groep het straatje uit...                                

Exit kwelgeest 'Herman Jansen'.                                                           

Vooraleer Hildegarde de gelegenheid kreeg boven rond te neuzen ging Joseph haastig op inspectie om de laatste sporen van de nachtelijke 'zeemansbegrafenis' op te ruimen. Een nadien stond hij erop, zonder haar hulp en met twee emmers water uit de blusvijver van het parkje aan de overkant, in heel Dahlmanns' garconnière serieus grote schoonmaak te houden met bleekwater. Zogenaamd om de gebruikte kamers grondig te ontsmetten van alle dysenteriekiemen...Zij liet hem gewillig zijn gang gaan, duidelijk opgelucht dat zij haar eigen gezondheid niet in gevaar moest brengen met zo'n zware karwei.                                                                                           

Tijdens het middageten vermeden ze piëteitsvol nog over de zelfmoord van zijn 'vriend' te spreken. Dus dàt hoofdstuk was nu ook definitief achter de rug, dacht Joseph. Maar een mens kan zich nog aardig vergissen...                                                                                         

Het weer was helemaal omgeslagen toen hij Vati vertelde met hem en Neumann een stukje te willen oplopen, richting waterpomp: hij wilde een bezoek brengen aan het Martinus Friedhof bij de Bergstasse, zei hij devoot. Hij kon zijn landgenoot toch niet zonder een gebed laten begraven hé?  Dat vonden de Duitsers heel patent van hun Belg: diep in hun binnenste hadden ze eerlijk gezegd zoveel deernis en religieuze naastenliefde van een "Auslander" niet verwacht.        

" Du bist doch ein guter Mensch, Herr Josef ", moesten ze toegeven toen hij een half uurtje later van de twee buren afscheid nam aan de achterkant van het drukke kerkhof waar verschillende ploegen in een mist van kalkstof fors stonden te scheppen...            

"Man, als je eens wist hoe ik vierkant m'n voeten veeg aan het dumpen van Martens' lijk in de lange greppel van dat modderige massagraf ! Hoe dieper ze hem duwden, hoe liever ! " Ten andere, van af de ingangspoort zag hij al dat het praktisch onmogelijk zou geweest zijn de greppel dicht te naderen:  heel die hoek van het kerkhof was met een sanitair kordon afgezet. Daarachter was het een drukte van belang: een stuk of tien pelotons grafdelvers openden evenveel voren, de lijkkarren reden aan en af, en volgende pelotons wierpen de greppels geleidelijk aan weer dicht in een nevel van opwarrelend bluskalkpoeder. Echt goed georganiseerd bandwerk, uitgevoerd met gekende "Deutsche Gründlichkeit"...Het moet gezegd dat die mannen op gebied van massagraven toch wel een beetje ondervinding hadden opgestoken, de laatste jaren...                                           

Maar daarvoor was Joseph niet naar hier gekomen. Hij wilde enkel de registers raadplegen op de administratie en zo te zien was hij niet de enige...Een lange slang schoof aan naast het kleine gebouwtje, waarvan de gevel versierd was met een weinig toepasselijk arduinen basrelief: een zwaar-geharnaste engel, het hoofd treurend genegen boven een reusachtig zwaard. Treurig, inderdaad, want in zo'n zware uitrusting riskeerde ze niet zo vlug naar de hemel op te stijgen. En in elk geval geen reclame voor het Duitse militarisme !                             

Hij sloot wat gelaten aan op het einde van de lange rij wachtenden: meestal grauwe vrouwen en norse grijsaards, in zichzelf gekeerd en volledig verzonken in hun eigen sombere gedachten. Af en toe sloegen er een paar verontwaardigd aan het mekkeren als er een nieuwkomer de rij negeerde en zich hautain langs de kop van de slang door het deurgat wrong.          

"Mensch ! Schau mal an: noch ein sogenammter Anti-Faschist ! Haben zehn Jahre das Maul gehalten, und jetzt wird auf den Volksgenossen gespuckt wie Dreck ! Eine richtige Schande ! " Vuile onderkruipers ! In plaats van het goede voorbeeld te geven en met de lotgenoten mee aan te schuiven ! Prioritaire Anti-fascist ! Alsof wij destijds niet allemaal tegen de oorlog waren, nietwaar ?  Zo'n rotzooi heeft toch niemand gewild...               

" Tiens-tiens...",dacht Joseph, " als er hier één officiële, erkende anti-fascist staat, dan ben ik het toch zeker ? ! Of kon er misschien nog iemand pronken met de eretitel ' Vriend van de Sovjetunie '? " Hij besloot zijn kans te wagen en stapte zwaar hinkend uit de rij naar voor: als hij gewoon als een idioot bleef aanschuiven kon het nog uren duren voor hij aan de beurt kwam.                   

Binnen aan de deur stond een soort provoost de orde te bewaren in een haastig gedénazificeerd uniform met een paar verdacht-bleke plekken boven de verschenen  borstzakken.

Hij duwde de Cerberus zelfzeker zijn tricolore paspoort tegen de neus en liet hem duidelijk verstaan dat hij voor de rest kon ophoepelen: zo moest je verdomme een Duitser behandelen ! Maar die oude beunhaas greep hem bij de schouder.                     ó

" Hé-hé ! Was soll dass, Mensch ? ! Was ist dass für'n Affen-Ausweis? " Die brutale vent noemde deze relikwie een apenpas ?  Zooo niet, hé makker !    

" Wie sagst du ?  Affen-Ausweis ? ! Du meinst ich wäre eine Affe ? ", blafte hij de grijze portier in het gezicht," Kannst du nicht lesen was hier steht ?  'Freund der Sovjet-Union' ! Unterschrieben von dem Russischen Kommandanten ! Sie hätten vielleicht lieber ein  Ausweis der Gauleitung gesehen, was ? " Deze insinuatie op de donkere plekken van 's mans dienstrok scoorde nog sterker dan een verzonnen kniestoot in zijn kruis.                                                                       

Vijf seconden later stond Joseph voor de balie, vijandig aangestaard door een tiental opzij geschoven vrouwen en een gecraqueleerde portier, die minstens een halve meter was gekrompen.                    

Met een hondse onderdanigheid liet de overijverige receptioniste haar vinger langs de kolom namen glijden van hen die op I2 mei begraven werden:

" Petré, sagen Sie...Petré... Petré... Nein, nichts."  Ze sloeg het zesde registerblad om: "...Ach, hier, ja tatsächlich:  Petré Leo, SS Langm.,Steglitz Albrecht 23 ! Grube Drei ! " De matronne glimlachte fier om de degelijkheid van haar ambtelijke geschriften.                         

  " Darf ich mal ? ",vroeg Joseph. En zonder verdere complimenten draaide hij het boek naar zich toe.                               

Het gothische schrift las niet erg gemakkelijk, maar hij kon er toch niet onderuit: daar stond het in purperen inkt geboekstaafd. Broertje was dood en begraven in massagraf nummer drie...                

Juist toen hij peinzend het dikke register terug wilde draaien naar de bediende viel zijn oog op de naam onder de lijn van Leon: " Loridan"...Hij kreeg een schok bij de verdere ontcijfering van de vermelding: " Loridan Monika, Krankenschwester, idem, idem."  Als gebiologeerd staarde hij naar deze naam...Monika...Monika...Er was geen enkele twijfel mogelijk: Monika Loridan..., dat was zijn knappe lieve Vlaamse verpleegstertje, Schwester Monika van Praag, die hem over de zenuwschok na zijn tweede amputatie had heen geholpen...Schwester Monika van het "SS Erholungsheim für Kriegsbeschädigte", waarmee hij nog die korte liefdesaffaire had beleefd...en op dat rendez-voushotel was gaan vogelen ! Leon had in één van zijn eerste brieven geschreven dat hij haar in Lüneburg opnieuw ontmoet had. Die twee waren dus op één of andere manier aan elkaar blijven plakken, zo te zien...Verdomme, die lieve zachte zoete Monika: ook al dood !... De slag kwam harder aan dan het overlijden van Leon...                                                                  

" Gestatten Sie ! " Hij schrok wakker uit zijn herinneringen toen de matrone het register hebberig weer naar zich toe trok en vragend de vrouw achter hem aankeek. Gewillig ruimde hij de plaats aan de balie en merkte in het buitengaan niets van de pinnige vrouwenblikken uit de rij wachtenden, noch van het schuchtere militaire saluut waarmee de gecraqueleerde Cerberus hem vereerde.          

Het was nu wel zonneklaar: die twee op de derde verdieping van de vernielde apotheek waren Leon en Monika geweest ! En hij had ze daar zonder meer laten liggen, als aas voor de vliegen en de ratten !... " Idem, idem", stond er achter: zelfde plaats van overlijden, zelfde plaats in het gruwelijke massagraf...Grube Drei...Twee jonge levens samen afgeknakt: wat een zwijnerij !                            

Maar het was hem een raadsel welk noodlot die twee tijdens de laatste gevechten bijeen had gedreven om samen ten onder te gaan...Je kon nu wel zeggen dat een idioot impuls hen op een slecht moment naar de verkeerde plaats had geleid, maar dat loste niets op...          

Joseph geloofde totaal niet in een god of een soort alles-besturende Voorzienigheid. Neen, Monika moet waarschijnlijk stomweg ergens in de chaos op Leon gevallen zijn, en de naam Petré heeft haar aan een oude liefde doen terugdenken. En tijdens de laatste opdracht wilde ze zonder twijfel de jongste broer onder haar hoede nemen, zoals ze een jaar voordien met de oudste had gedaan...Arme Monika...                                                        

Toen hij in de Albrechtstrasse weer aansloot in de sliert vluchtelingen uit het oosten vielen de eerste zware druppels in de dikke stoflaag op het wegdek. Iedereen keek bezorgd omhoog naar de dreigende wolken, afwegend of ze voort zouden sjokken onder de povere beschutting van haastig omgeworpen militaire regenponcho's, of betere tijden afwachten in de tochtige koetspoorten van de nog rechtop staande woonblokken. Ze hoefden echter niet lang te twijfelen: de hemel brak open en de stortbui geselde het voetvolk van de straat af.                    

  Joseph veroverde onder zo'n duister tunnel-gewelf een droog plaatsje tussen de afgepeigerde stinkende vluchtelingen en hun vreemdsoortig bagagevervoer: trekkarretjes, kinderwagens allerhande, oude fietsen mét of zonder banden en zelfs kruiwagens. Het leek wel of ze het wiel herontdekt hadden als ideaal middel om de lasten te verplaatsen die te zwaar of te omvangrijk waren voor de rugzak...

Er hing een zure lucht om hen heen, een onsmakelijk mengsel van natte hond en vuile luiers. Ze spraken slechts gedempt, in kleine klitten bijeen, als schaamden ze zich zo laag te zijn gevallen. Enkel een baby sloeg vervaarlijk aan het kelen toen zijn moedertje van deze rustpauze wilde profiteren om de borst te geven. Maar toen de scheeuwlelijk luidkeels weigerde, probeerde ze er nors wat voorgekauwd broodpap in te duwen.        

Er liep geen kat meer op straat. Enkel de piepende krakende boerenkarren trokken in de pletsende regen verder de stad in, de uitgeputte paarden wat herademend onder de opfrissende douche over kop en schoft...                                                                                 

" Ze stappen, hun strengen al stijvend, de stoere twee horsen tegader...": Joseph dacht terug aan zijn humanioratijd in Oostende. Verdomme, met moeite vier jaar geleden, maar het leek reeds een stuk vaderlandse geschiedenis!... En hoe zou het met Nadine zijn ?  Negen kansen op tien lag die nu ergens in de duinen te vrijen met een Amerikaan, die teef ! Of met een Canadees, want Leon had hem destijds verteld dat dié aan de kust tegen den Duits hadden gevochten...Miljaarde, die regen maakte hem wel zwaarmoedig, met al die herinneringen aan zijn vervlogen liefdes: eerst Monika, nu Nadientje weer !...                                               

Die regen...ja: het zal er weer proper uitzien in de verzopen roze kamer van Dahlmann ! En al dat kostbare eten dat er lag opgeslagen !... En die rommel die hij uit Martens zakken had gehaald... Ja ,Martens ,verdomme ,die ligt waarschijnlijk ook in 'Grube drei' :door al die alteratie met het ontdekken van Monika's naam in het kerkhofregister ,had hij glad vergeten verder naar de grafnotities van zijn kwelgeest te zoeken...

Bon ,zand erover ! Nu deze afpersingsaffaire achter de rug leek, en de 'chanteur' veilig onder de grond stak, kon hij zich dat laatste niet erg meer aantrekken...                                           

En van rommel gesproken: plots dacht hij eraan dat die broodzak, die hij bij de lijken in de apotheek had gevonden, met die Jan Van Rennen totaal niets te maken had!... Het dagboek waarmee hij zo kleinerend had gelachen beschreef hoogstwaarschijnlijk de ultieme belevenissen van zijn eigen broer...Maar had hij dàt intuïtief niet reeds van bij het begin aangevoeld ?  Ja toch...                                           

Toen de regenvlaag overdreef verlieten de landverhuizers in kleine groepjes hun schuilplaats weer en vatten met voorgewende frisse moed de volgende kilometer aan op de eindeloze weg naar de Amerikaanse lijnen... Zouden zij dan niet op de hoogte zijn van het gerucht dat de Yanks binnenkort naar hier moesten komen ?  Of wisten ze wel beter ?  Wat een pest, dacht Joseph, met deze voortdurende onzekerheid: de lucht gonst van de geruchten, maar je hebt geen enkele houvast. Stel dat, ondanks al die optimistische verhaaltjes, de Amerikanen geen voet zouden verzetten en de Russen heer en meester bleven in Berlijn...Leuk vooruitzicht ,zeg ! Dan was het voor hem binnenkort hoogstwaarschijnlijk ook "inpakken en wegwezen" geblazen...De baan op !                        

Joseph keek met bedrukt gemoed de laatste vluchtelingen na die uit de beschutting van de koetspoort weer bij de lange sliert verdrevenen aansloten: in zijn verbeelding zag hij zichzelf al met hen meesjokken naar het westen, tussen de eindeloze puinhopen van vernielde Duitse steden, het onbekende tegemoet...                       

Terug naar de Vlaamse kust ?  In feite had hij daar niets meer verloren...Geen mens die in Westende nog iets om hem gaf, en vice versa...Kon hij niet beter onderduiken in een grote stad zoals Gent of Antwerpen ?  Maar om uiteindelijk wàt te doen, verdomme ?! En hoe lang zou zijn valse identiteit in dat apenland van achterdochtige pennelikkers stand houden ?  Ware het niet veiliger om wat rustiger tijden af te wachten in een grote Duitse grensstad, buiten bereik van de op hol geslagen Belgische justitie ? Aken ? Of Keulen bijvoorbeeld... Jupp woonde daar ergens: misschien kon dié hem voorlopig opvangen ?            

Maar wat dom van hem ! Jupp zat natuurlijk ook ergens vàst : krijgsgevangen, vooropgesteld dat hij de vuurpoel van de laatste maanden had overleefd. Leon had wel verteld dat die Duitser juist voor de intocht van de Canadezen uit de batterij deserteerde, maar zoiets loopt zelden goed af... Daarbij, zelfs indién hij de dans was ontsprongen, had die vent geen enkele reden om Joseph aan zijn hart te koesteren: hun enige affectieve band liep over Marie, en die was al lang dood en begraven !

En op de koop toe had slimme Joseph hun amoureuze verhouding destijds uit alle macht tegengewerkt ! Neen, Jupp kon hij beter zo vlug mogelijk vergeten...                          

Hij zuchtte wat ontmoedigd, maar hervatte zich snel: er stond niets in brand en voorlopig kon hij de zaken nog rustig op hun beloop laten. Enkel de regen had hem zo neerslachtig gemaakt, voelde hij, en nu brak alweer een waterzonnetje door de wolken, zie...Hij kon beter als een gesmeerde bliksem eens thuis gaan kijken wat voor een ravage deze bui in de roze kamer van de zogenaamde 'Frau' Dahlmann weer had aangericht...                         

<!--[if gte mso 9]>

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 329

RHEINGOLD EN HEMELSE DAUW...

En van ravage in de rose mansarde gesproken: miljaarde, dàt was er één ! Het carpet voor Dahlmanns bed leek meer op een zompig rood moeras. De regen had het bebloede gordijn, waarmee hij het tot moes geslagen gezicht van Plakpot-Martens had omwonden, totaal doordrenkt en het spoelwater zocht nu zijn weg tussen de reten van de plankenvloer... Het plafond van de kamer hieronder, die hij vroeger in het appartement van de familie De Bens betrok, zou er vast een gezond kleurtje bij gekregen hebben ! Miljaarde, getaarde, gevlamde, geketste ! Hoe kon hij dàt nu weer gaan uitleggen ? !                      

Maar kom, er moest iets gebeuren, en vlug ! Misschien viel het tij nog te keren...                                                                                         

Met een emmer uit het keukentje en het kletsnatte gordijn ging hij als een volleerde kuisvrouw de plassen te lijf: opdweilen en uitwringen, opdweilen en uitwringen, steeds opnieuw...En de volle emmers roestbruine smurrie goot hij haastig in het toilet, om dan met de moed der wanhoop van vooraf aan te hérbeginnen.                       

Na vijf beurten leek het onheil bezworen. De verzopen kartons met blikjes en flessen liet hij ongemoeid onder het bed staan: als hij die nu durfde te verplaatsen vielen ze sowieso uiteen, en de deegwaren die niét waterdicht waren verpakt had hij na de vorige stortbui reeds veilig in de kleerkast gestouwd. Méér kon hij in deze puinhoop hier voorlopig toch niet doen.                                                    

Maar hij moest wel zo vlug mogelijk te weten komen hoe het met het  plafond hieronder was gesteld, en de beste manier vond hij nog steeds: zijn stoute schoenen aantrekken en gaan kijken ! Tenslotte was het nog altijd ZIJN kamer ! Toen hij de Krugers een paar dagen geleden de meisjeskamer op het appartement van De Bens liet betrekken had hij godzijdank uit voorzorg de deur van zijn eigen kamer op slot gedaan...                                                                                          

Gerda, het kersverse moedertje, deed verbaasd open op zijn kloppen. Ze zag er slonzig uit en haar rode rechter wang wees er op dat hij haar uit een middagdutje had gehaald. Zedig hield ze de kraag van haar gebloemde peignoir onder de hals dichtgeknepen.                     

Neen, Opoe Kruger was er niet, fluisterde ze, en de kleine Günter sliep...                  

Nou, hij zou niet lang storen, maar moest even iets doen op zijn oude kamer. In haar oogopslag meende hij te ontwaren dat ze van hem een beter excuus had verwacht om haar aan te klampen want ze week met een vreemd-spottende glimlach opzij...De sloerie !                

" Aber selbstverständlich, Herr Josef, kommen Sie doch herein, Sie sind hier doch zu Hause..."            

Met een " Laat u niet storen: ik ken de weg ! " liet hij het jonge vrouwtje duidelijk verstaan dat hij haar voor niets kon gebruiken en geen gids bij de rondleiding nodig had...Vaag verongelijkt verdween ze in de keuken.                                   

Na tien centimeter klemde de deur van zijn kamer door rommel en  gruis binnen op de grond ,en het eiste heel wat trek- en duwwerk voor hij zich door de opening kon wringen.                  

Er leek letterlijk wel een bom ontploft. Grote natte platen pleister hingen van het gehavende plafond naar beneden, bengelend aan een rij dunne stucadoorlatjes. Aan de ontblote zes-zeven juffers van het plafondroosterwerk parelden een myriade rode bloeddruppels als evenveel robijnen. Met een gestaag getik spatte deze "hemelse dauw" in de kleine roestbruine plasjes op vloer en bed...                                        

" Verdomme, die sprei is ook al om zeep ! ",stelde Joseph verbeten vast, " Zo kan ik hier wel aan het werk blijven ! " Hij schudde het vochtige dekkleed uit in een wolk van kalkstof en pleistergruis en trok het metalen bed met matras en al in die hoek van de kamer waar het plafond had stand gehouden.                               

Onderzoekend inspecteerde hij nauwkeurig de natte roostering van het plafond en plots viel zijn oog op een bruine rechte hoek die tussen twee balken buiten de bezetting uitstak. Wat was dàt nu weer ? ! Een contactdoos van de electriciteit ?...Bij nader toezicht leek het eerder deel uit te maken van een valiesje of een boekentas of zoiets...Maar zelfs vanop het bed kon hij er met de hand niet bij...Vlug, zijn wandelstok !                               

Zijn hart begon sneller en sneller te kloppen naarmate hij met de stalen punt het voorwerp van zijn ontdekkingsdrift steeds verder over de rand van de gekartelde pleisterplaat heen kon werken. Nu zag hij het duidelijk: het was een bruinleren boekentas die daar tussen de juffers van de plafondroostering geklemd zat. Hij draaide zijn wandelstok om, peuterde het gekrulde handvat over de tas heen, en na een paar forse rukken plofte deze samen met een stuk van de bezetting in een grijze regen van stof en gruis zwaar op de matras.                                                                                                          

Zwaar, inderdaad...Wat kon daar verdomme wel inzitten ?  En wie had dat daar tussen de  vuile roosterbalken verborgen ?... Die bizarre geflipte Herr  Dahlmann van hierboven natuurlijk, door een vierkant stuk uit zijn plankenvloer te zagen ! Nogal erg klassiek als schuilplaats...Niet meer, of er zitten nog van die smerige boekjes in...Maar dan wel heel, héél smerig, om ze zo speciaal te verbergen !                                             

Ondertussen had hij met zenuwachtig trillende vingers de twee klepriemen losgepeuterd, maar de zware nikkelen sluiting in het midden zat vast. Waarschijnlijk op slot...Maar door de klep opzij te trekken kon hij zijn hand door de spleet werken en naar de inhoud tasten...Een riem...ja, een opgerolde riem...een koppelriem van een officier, aan de gesp te voelen. En meteen begreep hij ook wat het grotere gladde oppervlak voorstelde: een lederen pistoolholster ! Verdomme nog tienmaal gevaarlijker dan staven dynamiet, tegenwoordig !...  Als de Russen dat hier ontdekten, zetten ze onmiddellijk alle inwoners van 15 B tegen de muur...Niet te verwonderen dat Dahlmann de boekentas zo goed had weggeborgen !... En wie weet watvoor àndere levensgevaarlijke rommel er nog meer in zat !                                               

Met moeite slaagde hij erin z'n pols nog dieper door de spleet te wringen om naar de inhoud onder de pistooltas te tasten...Een blikken doos, zou je zeggen...neen, twéé ! Toch niet om zijn boterhammen in te steken, hé ! Want van zo'n pennenlikker kon je van alles verwachten !... Stel je voor: officier-betaalmeester in de politiekazerne van Spandau...Een mooiere baan om als pietluttige boekhouder veilig de oorlogsbrand te overleven was nauwelijks denkbaar !                            

Boekhouder?...En Betaalmeester ?... Betaalmeester !?... Hélaba ! Plots versteef Joseph als een zoutpilaar, om tien seconden later als een bezetene de zware tas op en neer te schokken, zonder voordien te trachten zijn voorarm eruit te bevrijden. En inderdaad, er rammelde wel iets, maar hij had blijkbaar toch een ander geluid verwacht...Ruw rukte hij zijn hand terug. Hij moest dat ding open krijgen ! Maar hoe ? ! Het slot zat stevig met klinknageltjes aan de zwaar lederen klep bevestigd: zonder gereedschap was dat onmogelijk te forceren...

Hoe dan ook, met deze compromitterende, levensgevaarlijke inhoud kon hij moeilijk heel het huis doorwandelen, of de vergrendeling beneden in de keuken bij de Weimars openbreken...Als Hildegarde dat pistool zag, kreeg ze vast een appelflauwte !                                        

Neen, in de roze kamer boven zat het voorlopig veilig, en in het aanrecht van Dahlmann vond hij vast wel een stevig mes of misschien een geschikte schroevendraaier...Daarbij, als er werkelijk inzat wat hij verhoopte kon hij pottenkijkers best missen !                             

Hij veegde de bruine tas zorgvuldig schoon met de vochtige sprei, die er zodoende niet veel properder op werd, en bracht vlug zijn eigen uiterlijk voor de spiegel weer wat in orde door het stof van haar en schouders af te kloppen. Toen hij zijn kamer opnieuw afsloot kwam Gerda even in de gang kijken. Ze had zich ondertussen wat opgetut en droeg nu een frisse jurk, maar moest met spijt vaststellen dat Joseph haar nauwelijks bekeek.                                          

" So Josef, reisen Sie ab? ",vroeg ze wat pinnig. Het kruiperige "Herr" kon er blijkbaar niet meer af.                            

" Auf Wiedersehen, Frau Kruger...",met de nadruk op 'Frau'. Zo, dàt wist ze weeral ! Wat dacht die stomme geit wel, zeg ! Dat hij haar terplekke zou bespringen om stoom af te blazen ? Na al de voze lectuur die de betaalmeester hem had nagelaten ,zat zij fameus een klasse telaag !

Met al het ijzerwerk dat hij ,een verdieping hoger ,in Dahlmanns' keukenlade kon bijeenscharrelen toog hij in de beslotenheid van de roze kamer aan de slag. Makkelijk ging het niet, en omdat hij zo weinig vat kreeg op het stevige metaal, twijfelde hij op een bepaald moment of hij uiteindelijk het leer rond de sluiting niet beter gewoon kon doorsnijden met een aardappelmesje. Maar dat zou deze dure tas hopeloos bederven en dat vond hij jammer... Dus dan maar voort prutsen. Tot plots de tong van het slotje het met een klik begaf.                      

Het dienstpistool, een reglementaire Walther 7,65 met volle lader, legde hij opzij: dat probleem zou hij later wel oplossen... Wat idioot van die vent om zo'n ding te bewaren als de Russen je straat instormen, en je toch niet van plan bent weerstand te bieden of jezelf voor de kop te schieten !... Dan volgde een pennendoos met het ware arsenaal van de klerk-eerste-klasse, tweekleurige gom incluis. Het dikke betaalregister met een honderdtal namen en de hen verschuldigde bedragen wierp hij achteloos op bed.

                        En toen trok hij de twee koekentrommels te voorschijn: keurig met een             afgestempelde papierzegel dicht geplakt, want " Ordnung muss sein ! ",zelfs  als            de wereld om je heen vergaat !                                               

De eerste, loodzwaar, bleek half gevuld met rollen munten van tien en vijftig Pfennig..." Alles samen toch voor dik over de honderd mark ! ", schatte Joseph vluchtig. Maar terwijl zijn hart wild van slag raakte wist hij nu,  met de zekerheid van een kraamvrouw, dat er nog meer op komst was en sneed met zijn duimnagel de zegelstrip onder de tweede dekselrand door.                                         

Zijn adem stokte bij het zicht van al die bundels bankbrieven die als een boekenrij in de doos hard tegeneen stonden geperst. Zo hard zelfs dat hij met de vuist een paar forse dreunen op de bodem moest kloppen van het ondersteboven gehouden blik voor ze op het bed neer warrelden.

In één oogopslag zag hij verschillende pakjes van 50 Reichsmark liggen tussen de bundels met kleinere coupures van 20, 10, 5 en 1 mark..Even keek hij versteend naar deze onvoorstelbare hoop geld, maar toen barstte hij giechelend los in een lyrische reeks verwevingen van Gods naam met astronomisch grote getallen, terwijl hij vol ongeloof met de duim door de losse zijkant van de bundeltjes ritste. Van "Hemelse Dauw" gesproken !

Wat was me dàt, zeg ! Zo'n pak centen ! Niet te omvatten: zo'n kapitaal had hij nog nooit bijeen gezien... Hoeveel zou het zijn?  Duizenden en duizenden, in elk geval: rond de vijftien, brut geschat...Hij was te opgewonden om een eenvoudige som te maken van de ronde getallen die op de bandjes stonden gedrukt, en greep het kasboek op het voeteinde van het bed.                                                                                 

Op de laatste vier beschreven bladzijden hadden de vernoemde rechthebbenden niét voor ontvangst afgetekend voor hun halfmaandelijks loon, dus moest dàt het bedrag zijn van Dahlmanns incasso.

Helemaal achteraan stond het totaal vermeld:  I4.362,50 Reichsmark... Het getal danste voor zijn ogen en als om zichzelf te overtuigen herhaalde hij drie-vier maal dit fabuleus bedrag: " Veertienduizend driehonderd tweeënzestig en een halve Reichsmark ! "... Dat kon toch niet waar zijn ! Hij kneep nijdig in zijn beenstomp om uit deze waanzinnige droom te ontwaken, maar ook nà de marteling stortte zijn eldorado niet in...              

Een hele poos bleef hij nog bezig met het liefkozen en openwaaieren van de bundeltjes, tot het goed door begon te dringen dat hij nu " een rijke boefer" was, die de eerste jaren op geen cent hoefde te zien !...Van deze "Hemelse Dauw" kon hij wel een tijdje leven !

Veertienduizend mark en een scheet...Verdomme ! Een dikke scheet dan nog ,van ruim driehonderd mark ! Géén kattepis hé ! Terwijl je normaal met tien mark per dag deftig voort kon :  hij was voor minstens drie jaar gerust !... Zolang dat geld in omloop bleef, natuurlijk... Dat zou het toppunt zijn, moesten de Russen deze banknoten plots ontwaarden ! Dan was zijn weelde van korte duur geweest...Een mooie droom die als een zeepbel uiteen spatte ! Bankpapier was sowieso een illusie: dat hadden de Duitsers na de vorige oorlog aan den lijve ondervonden toen ze met een kruiwagen vol geld boodschappen moesten doen...Stel je voor, zeg !                                                 

Neen, als hij verstandig was zette hij de hele boel als de bliksem om in zaken die hun waarde behielden. Sigaretten, bij voorbeeld, en eten in blik, om te beginnen: genoeg om het tot de winter vol te houden. En hij kon de Weimars een paar maanden logeergeld vooruit betalen, want hij begreep goed genoeg dat hij zijn waarde als beschermheer binnenkort wel zou verliezen nu de Russische straatterreur ver naar zijn einde liep. Ze hadden hem tenslotte niet voor zijn mooie ogen onderdak verleend... 

Dat moest hij strak eens ter sprake brengen... Hij kon daarbij gerust de 'Grand Seigneur' uithangen,  zonder op een cent te zien. Kost en inwoon, laat ons zeggen tot eind augustus...Dat was ongeveer honderd dagen, aan tien mark: dat waren er dan al duizend goed besteed...En lepe Hildegarde kennende, zou ze ofwel een gat in de lucht springen, ofwel met een gelukzalige grijns doodvallen !                 

Tijdens het frugale avondeten begonnen de Weimars zelf over het wegebbend schrikbewind van de Tartaren en hij merkte al vlug dat ze het probleem van zijn logies onder elkaar reeds lang van alle kanten hadden besproken. Hij besloot dus het gras onder hun voeten weg te maaien en zei dat hij morgen eens inlichtingen zou nemen hoe hij zo vlug mogelijk terug naar België kon geraken.                     

Daar schrokken ze wel wat van en sloegen meteen om als een blad. Zo'n plots vertrek hadden ze duidelijk niet verwacht ! " Maar, Herr Josef, er kan toch nog van alles gebeuren! De Russen zijn nog lang niet uitgeraasd...Kan je niet beter wat wachten tot de Amerikanen hier zijn, en alles rustig is in de stad?  Wij zijn toch maar weerloze arme oude mensen...We hebben het samen toch goed gehad, de laatste weken, niet waar soms?  "                                   

Zo te zien waren ze dus nog steeds vragende partij. Na een paar schijnbewegingen had hij hen helemaal in de verdediging gemaneuvreerd, rijp voor de stormaanval:                    

" Goed dan, hij zou hier nog even blijven...Maar uiterlijk tot einde augustus...En voor zijn logies wenste hij te betalen! " Hij zag dat ze eind augustus wel wat teveel van het goede vonden, maar bij het woord "betalen" hield Hildegarde de adem in, merkte hij. 

Als een geroutineerde matador gaf hij haar zonder dralen de genadestoot: " Zehn Mark pro Tag!...  Einverstanden? "        

Haar opengesperde oogballen rolden als de totalisatorschijven in het venstertje van een automatisch kasregister: " Rutch! Ping-ping! ..Rutch! Ping-ping! "...Voilà, daar hebt je 't spel: die valt van haar stokje !

 Maar het mens was taaier dan hij dacht: door het trillen van haar lippen veronderstelde hij één ogenblik dat ze in huilen zou uitbarsten, tot hij merkte dat zij prevelend reeds druk aan het vermenigvuldigen was.                                                                     

Daarom maakte hij korte metten: " Laat ons maar een rond getal nemen: Elfhundert Mark...En ik sta erop vooruit te betalen, akkoord? " Terwijl de twee Weimars als vissen op 't droge naar adem hapten, haalde hij een collectie bankbrieven uit zijn versleten brieventas en telde het bedrag in vijftigers voor hun neus op tafel.                              

Hildegarde viel niet dood en sprong evenmin een gat in de lucht. Traag nam ze zijn hand in de hare en drukte er nijgend een lange zoen op. Haar schouders schokten en toen ze opkeek parelden de tranen in haar vermoeide ogen.                                              

" Josef, du bist ein feiner Kerl ! "                     

Tiens, had hij zich dan tóch in haar vergist?... Of had zijn vrijgevig naar-boven-afronden het eelt van haar hart geweekt ?...

Hoe dan ook: voorlopig zat hij hier goed... 

 

Die nacht kon hij moeilijk de slaap vatten. Al dat geld had zonder twijfel zijn nabije toekomst - zeg maar  voor de eerste drie-vier jaar - veilig gesteld. Maar wel op één voorwaarde: dat zijn fortuin in deze onzekere tijden niet onder zijn gat werd weggeritst. Nu iedereen - en niet alleen de Russische schoelies - ongegeneerd bij elkaar binnen liep en de eerbied voor mijn en dijn angstwekkend was afgekalfd, kon zo'n schat razendsnel voetjes krijgen. Dahlmann zaliger zou dat zeker kunnen beamen !

Zoiets achter slot bewaren had geen zin, zolang de Rooien hier rondzwierven: die deden niets liever dan een gesloten deur openschieten. En ingenaaid in de kleren op uw lijf bewaren was nog méér gewaagd, sinds die gasten er een sport van maakten om ieder potentieel slachtoffer - en niet alleen de vrouwen ! - grondig af te tasten... Verstoppen was de enige mogelijkheid, en liefst ergens in de geheime boudoir van de huisbaas. Want blijkbaar kende niemand het verborgen mechanisme van de draaiende spiegel, wat al veel grijpgraag volk uit de buurt wég zou houden. En wie wél binnen geraakte kon hij altijd naar een dwaalspoor afleiden door wat vuile boekjes te etaleren. Iedere vent trapt daarin ,en vrouwen konden wel nieuwsgierig rondsnuffelen ,maar een geheime deur vinden én openbreken zag hij hen nog niet zo vlug doen.

Groot probleem bleef evenwel dat gat in het dak. Het niét herstellen was geen optie, want binnen kort zou de regen tot in zijn slaapkamer bij de Weimars door sijpelen en kwam Vati sowieso op het spoor van Dahlmanns perverse 'liefdesnest'...En het wél herstellen, noodgedwongen met de hulp van Libowitz, Neumann of Krüger was stomweg vràgen om moeilijkheden...

Verdammde Scheisse ! !

 

 

<!--[if gte mso 9]>

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

                        De Afrekening


Einde van het Berlijns avontuur...

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 330

C42.

LIEFDESLOON EN LEVERWORST...

    

                                                                                                                                                                                                          Donderdag, 17   mei '45                              

Voor het slapengaan sloop Joseph nog even naar boven, haalde Dahlmanns pistool uit elkaar en keilde de losse onderdelen één voor één door het open mansarderaam, ver in de ruïne van het uitgebrande huis aan de overkant. De koppelriem en het holster gooide hij in een boogje door het gat in het dak, op de vernielde zolderverdieping van buur Neumann: daar zou niet zo vlug iemand komen, en op die manier raakte hij tenminste veilig van deze compromitterende rommel af...                                                                          

In bed overwoog hij dat de wereld toch verdomd raar in elkaar zat.   Zonder die bloederige affaire met Martens zou hij het nooit in zijn hoofd gehaald hebben het plafond in zijn oude kamer te gaan inspecteren en was waarschijnlijk vroeg of laat iemand ànders met die schat gaan lopen...De Krügers misschien, of Ma De Bens. En hij gunde het geen van beiden ! Aan de andere kant: indien hij die tas vroeger had ontdekt, zou hij als een bangschijter Martens zonder meer de gevraagde duizend mark gegeven hebben en misschien nooit te weten gekomen hoe het met Leon was afgelopen...        

Enfin, beter zo. Nu had het noodlot alle problemen perfect opgelost: die slijmerige afperser was van de aardbol verdwenen en over Leon moest hij zich ook al de kop niet meer breken...Zo verdween langzaam maar zeker elke verwijzing naar zijn zwarte verleden...En met al die centen op zak hoefde hij zich over de naaste toekomst niet veel zorgen te maken.                               

Hij schrok wakker van het bonken op zijn deur. Het was al klaarlichte dag. Zo vast had hij al in weken niet meer geslapen: geld mocht dan niet gelukkig maken, grinnikte hij, het hielp je toch van veel muizenissen af !                                       

" Ja-ja, ich komme schon ! ",riep hij wat ongeduldig.               

" Schnell, Herr Josef, wir müssen zum Rathaus ! "                  

Wat was dàt nu weer ?...Toen hij zich wat aangekleed had en op zijn krukken in de keuken verscheen stonden de Weimars al helemaal opgetut klaar om te vertrekken. Of hij dan zojuist de radiowagen niet had gehoord ? Die had in de straten omgeroepen dat alle inwoners van 'wijk twee' - dat zijn wij ! - vandaag op het Rathaus een rantsoenkaart af moesten gaan halen.

"Gemeentelijk Inschrijvings-bewijs en identiteitspapieren meenemen, vlug ! "                                                                   

Veel tijd om toilet te maken kreeg hij niet, en tien minuten later huppelde hij op z'n krukken haastig met hen mee de Albrechtstrasse af: die oudjes waren verdomme nog goed te been als ze eten roken !

De trieste stoet vluchtelingen uit het oosten was ook reeds op gang gekomen en de Russische militaire politieagente - in de volksmond "das verdammtes Flintenweib" - stond op het kruispunt al zo vrolijk met haar vlaggetjes te molenwieken alsof ze zich in haar leven niets leukers kon voorstellen.                

Eens de tunnel onder het Bahnhof-Steglitz uit, zagen ze al van ver de reuzenslang voor het stadhuis aanschuiven: miljaarde-nondedju, dàt werd een pretje voor de hele dag ,dacht Joseph ! Ze sloten zo vlug mogelijk achter aan en nà hen kwam nog steeds volk toegelopen. Het vooruitzicht binnen afzienbare tijd weer iets deftigs onder de tand te krijgen dreef schijnbaar zelfs de kreupelen uit hun bed, want naar Joseph kon vaststellen was hij hier niet de énige op krukken...          

De eerste gelukkigen die hun rantsoenkaart al bemachtigd hadden werden met indringende nieuwsgierigheid door de wachtenden ondervraagd over hoe het daar binnen verliep, en wat er allemaal op de kaart voorzien was. Hoeveel vetstoffen ? En hoeveel meelspijzen ? Maar veel wijzer werden ze niet: de meeste gelukkigen spoedden zich wat hautain met hun rantsoenkaart en hun kroost glimlachend terug naar huis .              

Want dàt was Joseph van bij het begin opgevallen: in de rij stonden massa's vrouwen en kinderen van alle leeftijden, maar omzeggens geen mannen, tenzij wat oude mekkeraars, halve kreupelen of blinden. Als Duitsland ooit uit de vernieling wilde herrijzen, zou het daarbij enkel op het 'zwakke geslacht' beroep kunnen doen, dacht hij: het 'herenvolk' was de laatste jaren duidelijk uitgedund geworden ! 

Naar later zou blijken waren er tien miljoen mannetjesexemplaren in de mist verdwenen: vier miljoen gesneuveld aan het front, en één miljoen mannelijke burgers gedood door de geallieerde bombardementen of tijdens de vlucht voor de oprukkende sovjetlegers. En van de vijf miljoen in Russische krijgsgevangenschap zouden er de eerste jaren ook al niet teveel terugkeren...                                                                            

De slang wachtenden schoof slechts heel langzaam op, maar dat vond Joseph niet zo erg: de laatste nieuwtjes werden druk besproken, en waar ze die berichten vandaan haalden mocht de duivel weten. Zo had er één van een Russische officier gehoord dat gisteren de laatste Duitse troepen van het Balkanleger eindelijk "Kaputt" waren: ze hadden zich aan de Anglo-Amerikanen overgegeven, een volle week nà de officiële wapenstilstand ! Niet dat ze recent nog veel gevochten hadden, hoor...Maar ze wilden begrijpelijkerwijze liefst niet in handen vallen van de Joegoslavische partizanen en waren in goede orde uit Slovenië naar Oostenrijk afgezakt, samen met de legers van hun bondgenoten: de Kroatische Ustachi en de Russen van de Vlassow-Divisies...

Typisch dat de Duitsers zoveel belang hechtten aan het "ordnungsvoll" verloop van al hun nederlagen, grinnikte Joseph. Deze laatste terugtocht interesseerde de vrouw naast hém speciaal want haar zoon was erbij en een maand geleden had ze nog een brief ontvangen uit Wenen dat alles goed ging met hem...Alhoewel, Wenen was reeds sinds half april in sovjethanden...                                     

Een andere vrouw - graatmager en slordig gekleed - had het hardop over haar twee "Jungs" bij de Kriegsmarine, die één dezer dagen met hun U-boot wel in een haven van de Verenigde Staten zouden binnenlopen. Tijdens zijn laatste verlof in januari had de oudste haar verklapt dat zijn commandant, in geval van capitulatie, eerst een neutrale haven in de Antillen zou proberen te bereiken om zich pas later aan de Amerikanen over te geven...                                  

" Jetzt liegt er vielleicht mit einem Hulla-Mädchen im Mondschein auf einem weissen Palmenstrand...",lachte de vrouw hoopvol: " Genau wie der Johannes Heesters singt, wissen Sie"...En ze neuriede een schlager uit een populaire film met Ilse Werner. De omstaanders keken haar verwezen en geschokt aan: die had ze vast niet alle vijf meer op een rij...                                                                           

" Hulla-Mädchen gibts nur auf Hawai ! ", verbeterde een astmatische grijze schoolmeester met een brilletje bitsig.                           

Waar moeide die oude mekkeraar zich mee, verdomme ! Haar zoon had gezegd dat op àlle tropeneilanden blote bruine bloemenmeisjes dansten, en hij kon het weten want hij had al een aardig stuk van de wereld gezien, met overal blote bruine bloemenmeisjes ! ..."Wie war's ? Haben Sie auch diese Tropiek-insel besucht, Herr Professor ?!"                       

De andere vrouwen grinnikten bleekjes mee, toch wat jaloers op de exotische wensdromen van een gekke moeder die, zoals trouwens de meeste burgers, blijkbaar nooit gehoord had over de hecatombe van de Duitse onderzeevloot. Sinds de laatste maanden was driekwart ervan gekelderd en het gros van de overlevende matrozen was als infanterist opgeofferd in Pommeren, tijdens de hopeloze afweer van het Russische eindoffensief tegen de havenstad Stettin...               

De meeste gesprekken gingen echter ongegeneerd over eten, eten en nog eens eten. Het weinige dat ze de laatste veertien dagen onder de tand hadden gekregen kwam meestal van de Russen: één vrouw had het over een losse gift van een officier (neen-neen, geen soldaat !) waar ze onder de ijzige blikken van de omstaanders nogal vaag over deed...Een andere had ook nog iets opgevangen bij een toevallige wilde bedéling van oude broden die een paar Mongolen vanop een vrachtwagen zonder zien één voor één midden de samengetroepte vrouwen gooiden, ongevoelig alsof ze het vee voederden... Zo te horen was dat nog méér gebeurd, maar nooit in de zelfde straat.                       

"Zeer vernederend ! " vond de preutse Hulla-professor, "Zoiets hebben ónze soldaten nooit gedaan ! " Maar veel bijval oogstte hij niet. Wél was iedereen het eens om de laatste bijzondere toewijzing ter gelegenheid van "Führergeburtstag", op 20 april juist vóór de inval van de Russen, een gemene volksverlakkerij te noemen. Slechts een paar winkels hadden een klein gedeelte van Hitlers afscheidscadeau kunnen uitreiken, de rest was zelfs nooit in stock geweest ! "Zo is het makkelijk ! "...En ,in feite ,wie weet wanneer al dat lekkers van deze nieuwe rantsoenkaarten in een winkel tekoop zou zijn ! Want veel van de vroegere kruidenierszaken hadden immers de laatste vuurstorm van de Rus niet overleefd...Makkelijker zou het er niet op worden ,voorspelden de verbitterde Cassandras.                 

De meeste gezinnen hadden ondertussen ook al hun "ijzeren rantsoenen" opgegeten, een paar verzegelde colli die in elke schuilkelder verplicht bewaard moest worden voor het geval een bominslag de bewoners een tijdje van de buitenwereld zou afsluiten. Nu teerden er nog veel op de laatste kruimels van het voedsel dat ze destijds op 25 april uit het hels brandende goederenstation van Steglitz hadden gesleurd..." Tiens, tóch ! " dacht Joseph monkelend, " Voor het eerst hoor ik een Duitser toegeven dat hij aan die plundering heeft deelgenomen ! "...                                          

" We moeten nog éven volhouden..." zuchtte die van het Balkanleger." Als de Amerikanen strak komen kunnen we met deze schijtrantsoenbonnen van de Ivan de stoof aansteken ! "                  

Ha ! De Amerikanen ! Wat een hemels onderwerp om over voort te zeuren ! Maar hun aandacht werd afgeleid naar een eindeloze colonne Duitse krijgsgevangenen die in trage tred uit de Grünewaldstrasse naar hen toe kwamen gestapt, tegen de stroom van de 'Ostvertriebene' in. 

De Russische bewakers dwongen de boerenkarren met de vluchtelingen vrije baan te ruimen voor hun haveloze troep en schoten af en toe in de lucht als dit naar hun zin niet vlug genoeg ging. Nét veedrijvers in een oude Amerikaanse cowboy-film...Op de drukke Rathausplatz hield de fikse vrouwelijke MP het kruisende verkeer van de landverhuizers met vinnig vlaggezwaai tegen om de kolonne krijgsgevangenen vrije voorrang te geven: nu kon er ineens géén lachje meer af ! .                            

Op kop van die colonne krijgsgevangenen reden een paar panjekarren, elk getrokken door een koppel trippelende steppepaardjes en beladen met hooi waarin een twintigtal Russen lagen te slapen. Op de laatste van deze wagens stond een zwaar machinegeweer gemonteerd, zo'n voorhistorisch schiettuig op twee ijzeren wielen, en achter de stalen beschermplaat hurkte een waakzame bemanning. De loop wees dreigend over de koppen van een eerste groep gevangenen: een paar honderd ongeschoren officieren met uiteenlopende lichte bagage en zonder hun graadkentekens of schouderstukken. Het leek wel een hoop gepluimde kippen... Alle twintig meter slofte opzij zo'n gedrongen Mongoolse schildwacht met hen mee, een kop kleiner en het getaande vollemaangezicht zonder de minste uitdrukking. Maar de spleetogen flitsten waakzaam in 't rond en langs de rij wachtende vrouwen op het voetpad: niemand durfde er nog een vin te verroeren.                 

In alle volgende groepen van telkens een driehonderd man - en zo waren er zeker een stuk of dertig - stapten uitsluitend onderofficieren en soldaten die er nog havelozer uitzagen dan hun oversten. Maar zij droegen praktisch allemaal hun ransel op de rug met de dekenrol er ordelijk op vastgeriemd. Vergeleken met de "Herren" van de eerste groep gaf Joseph déze jongens heel wat meer kans de ontberingen, die hen nog te wachten stonden, te overleven. 

De bewaking was wél voor alle groepen dezelfde: zware MG op de panjewagens vooraan en schildwachten met trommel-MP op de arm langszij... Maar naargelang de stoet vorderde leken de bewakers wat minder bitsig.                                      

Veel vrouwen en kinderen uit de rij wachtenden drongen nu naar de rand van het voetpad en riepen aanhoudend de naam van hun vermiste gezinsleden. Maar de grauwe gevangenen hadden klaarblijkelijk van de bewakers strenge orders gekregen en waagden het niet te reageren, buiten een moedeloze blik en wat gelaten schouderschokken...Hier en daar wierp er al eens één, van achter de rug van hun schildwacht, een bolletje papier in de menigte, dat dan vlug door de kinderen werd weggeritst en aan moeder gegeven...Een flessenpost in de branding ...                                       

De laatste groepen sjokten voorbij in een nevel van opgewerveld stof, dat de regenvlaag van gisteren niet van de straat had kunnen wegspoelen. Toen de mist uiteindelijk verwaaide achter de bezemwagen bleven de vrouwen de colonne nog even beduusd nastaren, om dan stil weer hun plaats in de rij wachtenden in te nemen.          

De "optocht" had bijna een uur geduurd, schatte Joseph: zeker tegen de 10.000 man ! Rondom hem gaven er een paar luid commentaar bij een toegeworpen berichtje dat een blonde bengel aan zijn moeder had gegeven. Op een afgescheurde strook krantenpapier stond gekribbeld: " Frau Iréne Jablonski, Steglitz, Albr.Str.23, Hermann machts gut "...Nummer 23 ? Daaraan moest Joseph niet twijfelen: dat was die ingestorte apotheek van Leon... Weinig kans dat Iréne dit bericht nog ooit zou lezen...En voor haar Hermann zag het er ook al niet zo denderend uit !                        .                                                  

De Russische vendelzwaaister op het rondpunt kwam juist weer op kruissnelheid toen er uit tegenovergestelde richting een veel kortere stoet Franse krijgsgevangenen met paard en kar kwam aangedrenteld.             

" Tiens, daar heb je de aflossing van de wacht...",dacht Joseph.              

Tussen pak en zak lagen er op de wagens een tiental hun roes uit te slapen. Maar het gros liep er als een bende vrolijke vagebonden ordeloos achter, in een losbandige kostumering gaande van naakte behaarde torso's tot de zondagse 'frak' van hun Duitse herenboer. Toch droegen ze allen nog één of ander onderdeel van hun versleten uniform: een soort statussymbool, bedoeld om de Duitse burgers te pesten. De tricolore rozetten dienden dan weer om de Russen te imponeren. Ze deden wel stoer maar overtuigden daarmee niemand, zichzelf nog allerminst...Toen er echter één uitvloog tegen een oude Pruis die niet vlug genoeg de baan ruimde werd hij door een paar monkelende makkers terug in de stoet getrokken.

In de rij wachtenden schoven de vrouwen verschrikt wat dichter bijeen. Maar de groep was amper voorbij of ze barstten los in misprijzend commentaar over de "dreckige Franzosen" die jarenlang de hielen van hun Duitse bazen - én bazinnen ! - hadden gelikt. Die dachten nu een "grosses Maul" te mogen opzetten, nadat andere legers voor hen de kastanjes uit het vuur hadden gehaald..." Scheisskerle ! "                  

Joseph zag zichzelf wat in de verdrukking komen toen enkele buurvrouwen wantrouwige blikken wierpen op zijn rozet.

Maar Frau Hildegarde voelde zich onmiddellijk geroepen om tekst en uitleg te verschaffen: hij was een "kriegsbeschädigter Fremdarbeiter aus Belgien, ein ganz netter Junge! " Dank U...                               "

"Ein Belgier ?" Maar waarom schoof hij dan hier samen met de Duitse burgers aan voor een rantsoeneringskaart ? Moest hij dan niet - zoals toch door de Russen was bevolen - zo vlug mogelijk naar zijn oude vaderland terugkeren ? Er onder verstaan: dan vreet hij het weinige dat voor ons is bestemd niet mee op ! Maar zo duidelijk durfde ze het toch niet te zeggen...Een oud heertje vond, na een blik op de krukken, gezwind een meer diplomatische oplossing: waarom ging hij binnen niet eens kijken of er geen apart loket was voor invalide buitenlanders, Fremdarbeiter en andere prioritairen ?                                                                                     

" Prioritären ? Wieso Prioritären ? Wie die neuen Anti-Faschisten, vielleicht ?..."spotte de vrouw.                  

Joseph herinnerde zich de wrevel voor het administratiegebouwtje van het Martinuskerkhof, toen hij zich gisteren op zijn "vriendschap met de Sovjet-Unie" beriep om voorrang te krijgen bij het opzoeken van  Leons graf. Daar hadden de wachtende dames ook ferm afgegeven op dit soort nieuwe christenen, die het nu hoog tijd vonden om een al dan niet voorgewend martelaarschap te verzilveren...Alsof een paar dagen 'bak' ten gevolge van een hoog oplopende ruzie met een nazibuurman volstond om zichzelf tegenwoordig de lauwerkrans van gepatenteerde antifascist aan te meten...             

Maar hij bezat tenslotte het attest van die Rus en hoefde als kreupel geschoten vreemdeling helemaal niets voor te wenden: hij was hét gedroomde toonbeeld van "slachtoffer der nazi-terreur", of niet soms ?!                                                                                      

Hildegarde zag hem nog twijfelen en zei bemoederend: " Gehe schon, mein Junge...Wir warten hier"...En alleen al om aan de afkeurende blikken van de omstanders te ontsnappen, besloot hij zijn toneelstukje nog maar eens op te voeren.                 

Zwaar doorhangend op zijn krukken strompelde hij langs de lange rij naar voor, de hoek om, en dan weer een heel eind tot aan de monumentale ingangspoort waar twee "Schupos" de orde bewaarden. Dat was voor het eerst dat hij weer een Duitse politieagent in een uniform zag, al was het dan gepluimd en ontdaan van alle belastende nazi-distinctieven. Voor hun voeten zette hij zich op de trap neer en werkte zich achterwaarts omhoog naar de pui onder de beschaamde blikken van de omstanders. Zo'n opvoering miste nooit haar effect en nu hielp één van de agenten hem zelfs bij het recht kruipen en maakte voorkomend de doorgang naar de hal vrij.            

" Nou-nou...",dacht Joseph grimmig," er is beterschap ! ..."                       

Twee andere agenten verdeelden in de inkomsthal de kop van de slang over een tiental winketten en één wees hem ,na een norse keurende blik op zijn tricolore paspoort ,het verste aan. Een moeder met drie kinderen was er juist weggewerkt en de Xantippe achter het glas rammelde onbewogen haar litanie af:                                

" Ihre Personalausweis und ihre letzter Steglitzer Einschreibungs-bescheinigung"            

"Verdomme een hele mond vol ! ", mompelde Joseph hardop en verkneukelde zich op voorhand met de kop die dat wijf zou trekken. Hij schoof zijn pas onder het glas door en het spel zat meteen op de wagen ! Ze keurde het vod, even achterdochtig als een laborante met een bacteriëncultuur zou doen, en schoof het met de vingertop terug met de veroordeling dat hij geen Volksduitser was.             

" Nein, Gott sei Dank !" Daar keek ze raar van op.              

"Diese Lebensmittelkarten hier sind nur für Volksdeutsche ! " probeerde ze hem kortweg af te schepen.                          

" Mensch, wo holst du das her ?! Ich bin Fremdarbeiter, Kriegsbeschädigter ùnd erkannte Anti-Faschist, und du meinst ich soll nichts zum Fressen bekommen ?!  Wenn du es noch nicht weisst, du Kuckuck: der Adolf ist tot, und jetzt sind wir an die Reihe, verstanden !... Wir !... Und gerne ein Bisschen schnell, ja ! "                               

Zijn ijzige, harde kazernestem deed alle omstanders aan de andere winketten ontzet opkijken en de wachtenden in de hal trachtten van ver reikhalzend iets van de scène op te vangen. De Schupo twijfelde een ogenblik over zijn nieuwe bevoegdheden, maar kwam dan toch maar voorzichtig aangeslenterd.                          

De Xantippe had heel wat van haar grandeur verloren en staarde Joseph versteend aan.                                  

" Und hole mir dein Chef her, du Null ! ". Het was van in Rusland geleden dat hij zich nog zo met een geschreeuwde scheldtirade had opgepept.          

De chef en de agent verschenen gelijktijdig aan het winket en de bleke brilleman vroeg hautain wat er "los" was. Joseph besloot onmiddellijk die kwal ook even op de pas te zetten en keek hem kil in de ogen, terwijl hij afgemeten vroeg of hij soms drek in de oren had ?                                                  

" Moet ik het nog duidelijker zeggen ? Dat schijthuis daar meent dat ik als buitenlandse arbeider, oorlogsinvalide én anti-fascist géén recht heb op een toewijzing van levensmiddelen ! Als dat soms ook de mening van de chef is, had ik dat graag onmiddellijk geweten !                                                    

"Bitte-bitte ! ...",trachtte de baas hem te kalmeren, terwijl hij Josephs paspoort plots zeer interessant leek te vinden...Wat stond daar vanvoor op geschreven ? Was dat soms Russisch ?               

" Kan je dat niet lezen ?",vroeg Joseph geshockeerd, " Met uw functie van bureelhoofd kan je begot nog geen Russisch lezen ??"               

Hij schudde verbijsterd het hoofd en keek de man medelijdend aan, maar vóór hij over zoveel achterlijkheid verder luid zijn mening kon verkondigen had de chef de deur van de balie uitnodigend opengeklapt met een " Bitte, kommen Sie doch ins Büro..." 

Nu kwam er schot in de zaak !                    

<!--[if gte mso 9]>

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 331

DAGBOEK VAN EEN STOM RUND.

Het duurde daar in het kantoor van de ambtenaar niet lang. Tien minuten later had hij zijn rantsoenkaart 'Klasse I' op zak. "Voor één maand, wel te verstaan", meesmuilde de brilleman, want de Russische autoriteiten zouden geen Fremdarbeiter meer in Berlijn dulden na 1 juli. Typisch de wraak van de zuigeling !  Met dit schot voor de boeg werd hij braaf langs een achterdeurtje uitgelaten...

Verdomme, 1 juli, dat was binnen zes weken: niet direct voor morgen, maar zeeën van tijd kreeg hij nu ook weer niet om zijn leven een nieuwe richting uit te sturen, hé...Gelukkig dat die centen uit de lucht waren gevallen als een hemelse manna, anders zat hij nu wél met een probleem...Enfin hij kende er één die in haar pollen zou wrijven: Hildegarde zou door zijn vervroegde afreis twee maanden leefloon op haar bil kunnen slaan !                                                                                    

Voor de goede orde verwittigde hij de Weimars in de rij even dat alles prima was verlopen, maar hield zich ondanks de nieuwsgierigheid van de omstanders voorzichtig op de vlakte over die 'Klasse I'...Onnodig die horde hongerlijders nog méér te shockeren.           

Thuis besloot hij de tijd te doden met het ontcijferen van het dagboek, waarin hij nu gaandeweg inderdaad zijn broer terugvond ,maar veel nieuws kon hij er voorlopig niet uit puren. Alles wat erin beschreven werd had hij zelf gedurende jaren meegemaakt :zowel de onmenselijke kadaverdiscipline tijdens de opleiding als de verholen angst voor de frontinzet.

Maar ook de stomme trots na de kleine  terreinwinst geboekt tijdens het moordende laatste SS-tegenoffensief van Stargard naar Arnswalde, medio februari... En vervolgens de chaos van de hopeloos trage terugtocht, het wilde wijken voor de vurige pletwals en het verstikkende gevoel er helemaal alleen voor te staan...                                                                                  

In het begin klaagde Leon, zoals alle frontsoldaten, de verlammende onwetendheid aan over wat er feitelijk om hem heen gebeurde en welke rol hijzelf speelde in dit bloederig scenario. Waren de naaste buren erin geslaagd de Russische doorbraak te stoppen of zaten ze met zijn allen reeds in een omsingeling ? Waarom moesten ze in godsnaam, ten koste van zoveel jonge levens, mordicus de Sovjets met een tegenaanval van 'Birkenberg' verjagen ? De Birkenberg verdomme ! Een duintop die nauwelijks een paar meter boven het omliggende heideland uitwelfde ! ... En die ze nog dezelfde nacht opnieuw ontruimden, met achterlating van hun halve getalsterkte... Dood...Leon scheen het in zijn dagboek met dergelijke acties erg kwaad te hebben. Inderdaad een misdadige, nutteloze verspilling van jong leven, moest Joseph stilzwijgend beamen, al wist hij bijna zeker dat deze tegenaanval bedoeld was om de algemene aftocht te beveiligen. Het klassieke spel: dergelijke zelfmoordoperaties had hijzelf met tientallen meegemaakt en zich op den duur daarbij geen vragen meer gesteld. Hoofdzaak was, tijdens de terugtocht niet àchter te blijven en het er nog maar eens heelhuids vanaf te brengen...                               

" Ja broertje, " zuchtte Joseph, "ik kén dat"... Deze aanhoudende drang om in de rotste omstandigheden toch maar in leven te willen blijven: hij had het ergste allemaal wel duizend keren doorworsteld...De dode en verminkte kameraden die ze noodgedwongen moesten achterlaten en het heimelijk geluk weer een dag te zijn doorgerold zonder een schrammetje...Het schransen als ze bij een brandend boerenhof een brullend koebeest uit haar lijden konden verlossen...en opeten ! De wilde roes als ze in een vergeten voorraadkamer iets te vreten vonden na een paar dagen van knagende honger...Ach neen, Leon jongen, ge vertelt mij niets nieuws...                        

Nauwelijks een jaar geleden lag hijzelf nog te bibberen van ellende in trechters vol zwart slijk van de Oekraïne en Moldavië, aan de Slutch en de wilde Dnjestr...Staro-Konstantinov...Kamenetz-Podolski...Allemaal wel zéér mooi klinkende namen die echter onuitwisbaar in zijn nachtmerries stonden gegrift. En al die stinkende schijtdorpen daar tussenin... Er éérst verbeten de illusoire veiligheid van een paar schutterskuilen moeten verdedigen tegen de doorgebroken sovjetpatrouilles en dàn de opluchting smaken als ze die stelling 's nachts eindelijk nog levend mochten ontruimen...Het wurgende schuldgevoel bij het achterlaten van een paar gesneuvelde makkers wier namen hij bijna was vergeten... Simoens... Detaeye... Rosse Bertje, de chauffeurs van hun laatste 2 cmFlak  op motoraffuit... Om in doffe berusting, vooral tegen het einde, het steeds nijpender gebrek aan munitie te moeten ondergaan... En de panische schrik voor die ratelende stalen monsters, de Russische T 34 tanks, die bijna ongehinderd àchter hun zwakke verstrooide stellingen dood en vernieling zaaiden en er de énige aftochtweg blokkeerden...Kamenetz, de bloedvlek in zijn nachtmerries...

Ja Broertje, en zeggen dat we vroeger lustig zongen van: " Es ist so schön Soldàààt zu sein, Rooo-se-marie ! " Die waanzin was nu godzijdank eindelijk voorbij !                                                                

Van de meeste vernoemde Pommeraanse dorpen en gehuchten, waar Leon met zijn makkers - even verbeten als zinloos - heldhaftig weerstand boden tegen de Russische opmars, had Joseph nog nooit gehoord. Zachan, Zadelow, Gross Schlatikow, de Ihna rivier, de stad Stargard en het Altdamm-bruggenhoofd...Zoveel ijdel, neen stóm heroïsme, zoveel nutteloos opgeofferde doden om telkens opnieuw voor een paar koppige boerengezinnen een ultieme vluchtweg open te houden naar de brug over de Oder. Enkel en alleen omdat die steenezels slechts op het allerlaatste nippertje hun hofsteden wilden verlaten om dan tóch maar met paard en kar naar het westen weg te vluchten...Zoveel zinloze inzet voor het wanhopig-nog-iets-langer-vasthouden van een modderige morzel gronds in de vele platgebrande dorpen waar nadien geen kat meer over zou spreken...                                                                       

Slecht éénmaal verloren de notities in het dagboek van Leon abrupt hun afgekapte telegramstijl. Na de doodgebloede unieke tegenaanval van 'Langemarck' en de andere SS divisies ter bevrijding van het omsingelde garnizoen van Arnswalde, vermelde Leon voor het eerst tijdens de laatste week van februari hoogdravend de naam " Juffer Ilse von Witzleberhof. Maar de volgende dagen werd dit al vlug heel familiair "Ilse"...        

" Tiens-tiens..." spotte Joseph mild, " zijn fluitje is zo te zien weer in orde"...En ja hoor: die laatste nacht van 28 februari moet er heelwat gebeurd zijn, want broertje sprak zowaar van "schoon lief" en "bloedend hart" ! ...                                                                    

" De soevenier aan deze laatste vijf dagen, die mijn schoon lief mij schonk alvorens te sterven, zal ik steeds met haar afscheidsbrief op mijn bloedend hert bewaren ! ", schreef hij. Verdomme, als dàt geen grand amour is, zeg ! ...Nooit verwacht dat Leon zo dichterlijk uit de hoek zou kunnen komen ! En dan nog bijna zonder fouten ! Hij herlas deze passage nog eens om ze goed te begrijpen: "alvorens te sterven"...Zijn schoon lief was dus de pijp uit, waarschijnlijk zelfmoord...Leon had echt geen geluk in de liefde ! De sukkelaar toch..."                                                            

Enkel jammer, dacht Joseph, dat broertje die herinneringen aan zijn eerste echte vlam op zijn "bloedend hert" bewaard had , want nu lag alles met hem in "Grube drei" te rotten...En hij zou wel eens graag geweten hebben waarom dat kind zo plots moest sterven...Vluchtweg geblokkeerd door de Russen, waarschijnlijk.. .Zelfmoord, akkoord... En nog wel nà eerst even schriftelijk afscheid te nemen van een toevallig ingekwartierde soldenier...Wél  allemaal zéér romantisch, maar ook te gek om los te lopen ! ...

Alhoewel, in de waanzinnige draaikolk van die laatste oorlogsmaand was niéts onmogelijk. Kon je bij een Apocalyps van dood, vernieling en verderf nog een redelijke reactie verwachten van het laatste restje afgejakkerde acteurs op dat brandend strijdtoneel?... En dat alles daar in vuur en vlam stond - boerenhoven, schuren en bossen - kon hij zich levendig voorstellen: hij hoefde slecht aan zijn eigen helse vlucht over de wilde Dnjestr terug te denken, voorjaar '44...                                                                                 

Na de dood van zijn Ilse verviel Leons verhaal - van de vlucht uit Stargard naar de Oder gedurende de eerste week van maart '45 - weer in een moeilijk te begrijpen telegramstijl. In diagonaal overliep hij de laatste bladzijden van het dagboek, dat op 2O april plots eindigde met de laconieke vermelding: 

" Führergeboertsdag. De roeskies zijn over de stroom geraakt. Geen munitsjoon meer om ze tegen te houden. Liggen onder zware artielleriebeschieting van de stalienorgels. Sinds deze morgen reeds 3 kameraden gevallen. Met een gekwetste Fransman van "Wallonie" tot aan de spoordijk geraakt. Verder niet."

Tijdens de vlucht waren de resten van "Langemark" en "Wallonie" klaarblijkelijk dooreen geraakt .          

Hoe Leon na de slag aan de Oder uiteindelijk tot in Berlijn was gesukkeld, om in de apotheek van de Albrechtstrasse te sneuvelen samen met Schwester Monika Loridan, zou hij dus nooit met zekerheid te weten komen. Maar hij kon het wel raden: hij was waarschijnlijk kort na de Russische doorbraak gewond geraakt en door Monika afgevoerd naar hier, vooraleer de tang rond Berlijn gesloten werd. Licht gewond, uiteraard. Want anders had die Hollandse kloot van een Obersturmführer Van Praet tot Sloten  - als hij tenminste wijlen Martens nog mocht geloven - hem hier niet uit het frontlazaret geplukt om in die apotheek op de hoek aan de overkant een laatste weerstandsnest te bemannen...

Van een écht 'Himmelfahrtkommando' gesproken !                    

"Verdomme, ik heb hem die dag waarschijnlijk op een haar nà gemist toen ik met Weimar en de andere buren bij die brulaap van de Volkssturm hier op de hoek ben gaan parlementeren in de hoop dat die vent met zijn HJ-kindsoldaatjes wat verderop de held zou gaan uithangen ! Niet uitsluitend met kindsoldaten ,maar ook met een paar mannen van de 'Langemarck' en 'Viking', zoals nu bleek...Had ik Leon toén kunnen spreken, zou die nu misschien nog in leven geweest zijn"...                                                  

Maar ja, wàt voor leven ?...Met dat SS uniform van de Vrijwillige Langemarck divisie was hij hoe dan ook een getekende, die vroeg of laat door de Russen zou worden gevangen genomen: een vogel voor de kat...Dan nog beter de korte pijn...En in de armen van Monika sterven was uiteindelijk aardig wat aangenamer dan op de pijnbank van de N.K.V.D....Ja, om het met Bertje te zeggen: " Weer u scherp, en eind als een soldaat! " Rodenbach had misschien toch gelijk...                                                                                                           

In gedachten verzonken borg hij het dagboek terug weg in de broodzak van Jan Van Rennen en diepte er twijfelend de twee verfrommelde briefomslagen uit op. Had hij wel het recht om ook daarin te neuzen ? Een schuine oogopslag op de eerste deed hem vermoeden dat het een soort moederlijk epistel was van één of andere oorlogs-meter... Bij de tweede kreeg hij een schok: " Mein lieber Junge" stond er als aanhef, en onderaan "dein für immer, Ilse! " Dàt was hem dus ! Leon had hem tóch niet op zijn bloedend hert mee in het graf genomen ! Ziet ge wel: àlles slijt...Zelfs de mooiste liefdeseed wordt na een maand vergeten...               

Zijn ogen vlogen over de korte tekst: blablabla, blablabla...Eén zin trok plots zijn aandacht: " Aanvaard alsjeblief dit kleine geschenk als herinnering aan onze ontmoetingen, één voor elke nacht. Weten dat ik in jouw gedachten voortleef, maakt mijn besluit lichter. Ik hoop dat het je zal lukken Mutti en mijzelf een deftig graf te geven achter de schuur, zoniet vraag ik je ons ,samen met het hof ,in een hemels vuur te laten opgaan: geen beestmens zal ons dan nog kunnen onteren"... Verdomme zeg, wat een koele kikker was me dat ! Om er op die leeftijd zo beredeneerd een eind aan te maken en als toemaatje ook nog je begrafenis te regelen ! Chapeau ! ...        

Aandachtig herlas hij de macabere afscheidsbrief maar werd er niet veel wijzer door. Er stond geen datum op, maar afgaand op het dagboek moest die nobelions-dochter, Ilse von Leberwurst-of-hoe-ze-ook-heette, haar amoureus testament rond 26-27 februari opgemaakt hebben. Dus een hele tijd vóór hij eind maart Leons laatste brief ontving...Raar dat zijn broer niets over deze stormachtige episode had geschreven want vroeger maakte hij van zijn hart nooit een moordkuil als het zijn kalverliefdes betrof...Verdomme, als hij nog terugdacht aan die eindeloze ontboezemingen over zijn Olgatje Erte, destijds in het intieme duister van hun slaaphol op de scheerzolder van de barak ! "Holgaatje", zoals Joseph haar altijd treiterend noemde...Maar ja, dat was alweer vijf-zes jaar geleden en ondertussen had de klok niet stilgestaan...De laatste vier oorlogsjaren - door Leon en hemzelf, elk op eigen manier doorworsteld - hadden hen volledig uit elkaar gedreven en hopeloos van elkaar vervreemd... 

Plots kreeg Joseph een ingeving. Wat schreef die geit daar ook weer ? " Klein geschenk als blijvende herinnering aan onze vijf zwoele nachten"...Hij graaide in Van Rennens broodzak naar het kleine kalfslederen zakje. Eén forse ruk knapte het zijden stropje af en vijf gele munten schoven in zijn handpalm...Dus tóch geen vijfmarkstukken zoals hij eerst had verondersteld maar oude gouden munten, verdomme ! Allee, dat moest wel goud zijn, veronderstelde hij: de dochter van graaf von Leberwurst kan het verlies van haar bloempje toch niet met een paar koperen centen gedenken, hé ! Dat zou wat té goedkoop zijn, zelfs voor een tijd als nu waarin de maagden met bosjes voor de bijl gingen...

  Zo had hij zich een warm glanzend goudstuk ook altijd voorgesteld: nogal groot en vooral zwaar. Toch maar even in bijten of het geen verguld lood is, dacht hij sluw, ook al had hij niet het flauwste idee welk resultaat hij van dit wereldwijs gebaar kon verwachten. Maar in Rusland had hij dat die mensen daar doorlopend zien doen. Toen evenwel zijn rechter hoektanden dreigden af te knappen liet hij zijn achterdocht voor wat ze was en liep naar het zonlicht bij het open venster. Rondom de beeldenaar van een edele vorst las hij: "Fredericus VI - Rex Dania" en op de achterkant, onder een gekroond wapenschild bewaakt door twee naakte mannen met forse knuppels, stond: "2 FR D'OR" met het jaartal 1838.                      

" Rex Dania zal wel staan voor Koning der Denen " veronderstelde Joseph, ook al had hij in Oostende nooit latijn gevolgd. Maar voor dat Franse " 2 francs d'or" op een Deens goudstuk vond hij zo vlug geen uitleg. Tenzij die "FR" de afkorting van Frederik zou zijn...Of Florint, maar ook dàt hielp hem niet vooruit.             

De vier overige munten zagen er nét eender uit... Verzonken in gedachten liet hij ze rinkelend van de ene handpalm in de andere glijden tot hij zich plots realiseerde dat in de hovingen of de geruïneerde achterhuizen aan de overkant iedereen hem met deze schat bezig kon zien.

Geschrokken week hij achteruit en ging op bed zitten. Spiedend gleed zijn blik als door de geweerkijker van een scherpschutter traag langs de dichtgespijkerde venstergaten aan de overkant. En ja hoor: schuinrechts bewoog een schim schichtig achter het gele oliepapieren raam op de derde verdieping !                                             

Zou die iets gezien hebben ? Geërgerd stootte hij met zijn kruk van ver zijn venster dicht en bleef even besluiteloos in de verduisterde kamer naar de smalle streep zonlicht op het balatum staren. Maar enfin: als die vanop tien meter een goudstukje herkend heeft was het nu toch te laat. Hij kon het beter vergeten. En hij zette zich nadrukkelijk aan het piekeren om een gepaste schuilplaats voor zijn munten te vinden.                                       

Ermee op zak blijven lopen tussen al die grijpgrage primaten op straat was vragen om moeilijkheden...De rosse kamer boven vond hij te gewaagd: tijdens het aanschuiven vanmorgen had hij opgepikt dat alle leegstaande kamers in de wijk opgeëist zouden worden voor de daklozen van de laatste gevechten. De blokoversten moesten nog deze week de beschikbare woonruimte komen recenseren. De donkere kelder was één mogelijkheid, maar dààr kon hij niet het minste toezicht op houden. En hier op zijn kamer?? Het plafond kon ieder ogenblik naar beneden donderen...                                        

Toen viel zijn blik op de koperen bollen bovenaan de ijzeren poten van zijn witgelakte stijlenbed. Vlug even wringen en...ja ! Snerpend vees de bovenste helft los. Binnenin kon hij makkelijk twee munten rechtopstaand verbergen. Zo, het dekseltje er weer opgedraaid en klaar was Kees. Drie minuten later lag zijn nieuw ontdekte schat veilig opgeborgen en in een zalige roes liet hij zich gelukkig glimlachend languit op zijn bed zakken...Hij had hier verdomme misschien voor duizend mark op de kop getikt ! Geen aan de lopende band gedrukte Reichsbankrommel zoals de schat van zijn huisbaas die door de eerste de beste rode pokkenpotentaat tot waardeloos schijtpapier kon worden gedevalueerd... Neen, klinkende munt die hem in gelijk welke omstandigheden drie-vier maanden in leven zou houden !                       

Verdomme, éérst die boekentas van de betaalmeester en nu dit :als het zo voortging hoefde hij zelfs helemaal niet meer naar de "Tauschmart" om die vunzige rommel van Dahlmann om te ruilen !   

Op de wekker in de keuken liep het al tegen tweeën en nog kwamen de Weimars niet opdagen...Voor zover hij wist hadden ze geen "Butterbrot" meegenomen naar het stadhuis om de honger te verdrijven tijdens het eindeloos aanschuiven...

Verdomme, straks kregen die sukkels nog een appelflauwte ! Zou hij hen niet beter vlug iets te bikken brengen ? Na dat vorstelijk gebaar met die elfhonderd mark kostgeld begon de rol van reddende engel hem best te bevallen. En tenslotte voelde hij zijn beer ook fors grollen...Joseph besloot daarom maar vlug een vieruurtje inéén te boksen: koude koffie in een bierfles en elk twee plakken Pumpernickel met leverworst. Veel aten die twee toch niet 's middags...Onder het klaarmaken sloeg hijzelf haastig zijn deel van het festijn naar binnen...Alles in de rugzak gestopt en dan op zijn krukken terug de Albrechtstrasse af !                                                                             

Vanaf de viaduct onder het Bahnhof merkte hij reeds van ver dat de slang nauwelijks korter was geworden...Een Schupo trachtte de mensen in de staart te overtuigen dat ze beter terug naar huis konden keren: vandaag kwamen ze tóch niet meer aan de beurt.

Maar hij ontketende daarmee bijna een rel: "Ja zeg Vati, dat zie je van hier ! We staan hier al bijna drie uur: dan moeten die luie pennenlikkers daar binnen maar wat uit hun pijp komen ! " Bij de laatsten zwol een stampend spreekkoor aan: " Folgezettel ! Folgezettel ! Folgezettel ! "...Een ticket met volgnummer moest hen morgen voorrang verlenen !                           .                                                         

Vooraan zaten veel vrouwen stil tussen het volk weggedoken op een vouwstoeltje te soezen, verzonken in eigen gedachten de knagende honger verbijtend. De Weimars waren ondertussen ook reeds tot op een tiental meter van de ingangspui gevorderd en schrokken blij verrast uit hun lethargie op toen hij hen aansprak.                

" Ah, Herr Josef ! ..."                                    

" Ich bringe Ihnen etwas zum essen"...Plots voelde hij alle ogen gericht op Kwatta en reikte hen wat gegeneerd eerst de fles met koffie aan. De blikken van de omstaanders leken wel vast gelast aan het pakje Pumpernickel. Hildegarde controleerde even discreet wat hij er tussen had gesmeerd maar het Balkanwijf had het gezien:       

"Was ist denn das ! Sie haben's aber gut ! " Het droop van de kwijlende afgunst.                 

"Mensch, Leberwurst ! " kraste de vrouw van de Kriegsmarine en zakte lijkbleek tussen de omstanders ineen...                                                        

Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 332

C42bis LANDVERRADERS,VERDREVENEN, HEIMKEHRER...

 

Na de Duitse capitulatie was het erg gesteld met de vreemde legioenen die onder de Duitse hakenkruisvlag hadden gestreden. Een vroeger onderling akkoord verplichtte de vier bezettingsmachten om onmiddellijk alle krijgsgevangenen van niet-Duitse origine naar hun land van herkomst terug te sturen. Toen de geallieerden destijds dit akkoord afsloten, beoogden ze daarmee de Sovjets te pressen haast te maken met de vlotte repatriëring van al de westerse krijgsgevangenen uit de bevrijde Stalags in Polen en Oost-Duitsland. Met mondjesmaat gaven de Russen daar gevolg aan. Maar de Westerse (SS) legionairs, die in Russische gevangenschap waren geraakt en normaal volgens de letter van het akkoord aan de justitie van hun geboorteland dienden overgedragen, konden het vergeten: als ze al niet op staande voet werden geëxecuteerd wachtte hen bij de Rus krek 20 jaar dwangarbeid in een Siberische goulag.                   

Maar de Sovjets riepen dit verdrag wél in om de uitlevering af te dwingen van alle Russische divisies die aan de Duitse zijde hadden gestreden, zoals de Vlassovs, de Finnen, de Georgiërs, Don-Kozakken, Wolga-Duitsers, Moldaven, Ukraieners, Wit-Russen, en Balten. Om van de SS-legioenen uit de Balkanlanden, die zij nu bezetten, en de Ustachi uit Joegoslavie nog te zwijgen. Veel van deze hulptroepen waren reeds tijdens de veldtocht in het Westen en Italië in geallieerde handen gevallen. Het gros had zich evenwel vanuit het instortende óóstfront een aftocht bevochten om zich aan de Britten of de Yanks te kunnen overgeven.                               

Op speciaal bevel van de Britse Premier Churchill zag de Engelse legerleiding zich verplicht in de zomer van '45 eerst de gevangen genomen Vlassov-divisie (20.000 man) in Oostenrijk en later nog een afdeling van 15.000 man in Noord-Italië aan de Sovjets uit te leveren...tot ze merkten dat de Russen hun eigen landgenoten op staande voet massaal terechtstelden en de lijken verbrandden. Er braken opstanden uit in de Britse kampen en veel van deze collaborateurs konden in de omliggende bergen voorlopig onderduiken, om later onder het mom van zigeuners hun laatste toevlucht te zoeken in de Amerikaanse kampen voor "Displaced Persons" .                  

Maar er waren nog miljoenen verdreven burgers die door de nazi's gave en goed hadden verloren en dit nu trachtten te herwinnen. Het "Derde Rijk" had bij zijn expansie in de jaren '39-'42 talloze mensen uit hun haardsteden verdreven om plaats te ruimen voor de Groot-Germaanse kolonisatie van dit veroverde "Lebensraum". Voor zover deze massa 'verdrevenen' niet in Duitse concentratiekampen tenonder ging, werden ze toch ver van hun geboortestreek als slaven tewerkgesteld, meestal in de zware Duitse oorlogsindustrie van de Roer of de zoutmijnen van de Beierse chemische industrie. Na de bevrijding trokken ook deze ontwortelden de baan op naar hun vroegere thuis...Waar ze meestal allesbehalve welkom waren!                         .                                                 

Alsof ze er op uit waren om de stromen zwervers langs de wegen nog wat te vergroten ontsloegen de westerse geallieerden (zg uit humanitaire redenen) overhaast alle werkonbekwame krijgsgevangen Duitse militairen uit hun hospitalen en kamplazaretten. Deze door het Internationale Rode Kruis gepatroneerde "Heimkehr" van grote contingenten gemutileerden, blinden, geesteszieken, TBC- en maaglijders kon de chaos en de ellende in de vernielde Duitse steden enkel nog wat opdrijven. Temeer daar ruim de helft van deze oorlogsslachtoffers niet door hun familie kon worden opgevangen omdat deze zélf op de vlucht was geslagen voor de Russen, of verdreven door de Polen en de Tsjechen, of stomweg "ausgebombt" door de Britten en de Amerikanen...

De gelukkigsten onder deze vroege "Heimkehrer" vonden op de bomen vóór hun vernielde thuis of op een halfverkoolde deurpost een bijna onleesbaar verregend voddeberichtje in de aard van "Gefreiter Otto Müller: Familie abgereist nach Tante Emma Klosters, Schillergasse 8, Stadthagen Harz!  Machen's alle gut! " De reclamezuilen in de vernielde steden hingen vol met dergelijke wegwijzertjes. 

Tegenover zoveel rampspoed geplaatst hielpen de geallieerden als de bliksem de afgeschafte maar goed-draaiende (nazistische) sociale dienst "N.S.Vorsorge" weer op poten zetten. Die mocht (of moest), naast duizend-en-één àndere opdrachten, de voorlopige opvang van deze gore bende verschoppelingen in goede banen leiden.        

Alles samen kan worden gesteld dat na de ineenstorting van Nazi-Duitsland een dertig miljoen (!) haveloze vluchtelingen kris-kras door de puinen van het Derde Rijk trokken op zoek naar hun oude of een nieuwe Heimat. Velen stierven ziek en uitgehongerd in de wegkant, anderen trachtten moordend en plunderend te overleven of persten gewoon uit wraakzucht de Duitse boerenbevolking af...Om deze ontwortelde vaderlandslozen, die nauwelijks uitzicht hadden op een nieuwe thuis, van de straat af te halen, richtten (vooral) de Amerikanen, onder impuls van hun doodgeverfde minister van financiën Morgenthau, een tiental grote ,en een dikke honderd kleinere opvangcentra in.                                                      

Deze "Displaced Persons Camps" waren aanvankelijk een hemel op aarde voor miljoenen zwervers en werden in het Westen de wolken ingeprezen. Veel "D.P.'s" trachtten daar in aanmerking te komen voor emigratie naar het Westen maar slechts een klein percentage slaagde daar in. Afgezien van de jonge joden - die door diverse zionistische organisaties sluiks op transport werden gezet naar Palestina - en zij die er in slaagden een plaatsje in de West-Duitse samenleving te heroveren, bleven de meeste mindervaliden in deze kampen voort vegeteren.

In de loop der jaren verloren dergelijke opeenhopingen van misnoegde ontwortelden hun goede reputatie zowel bij de westerse bezettingsautoriteiten als bij de heroplevende Duitsers. Deze laatsten werden door zulke volksvreemde politieke broeinesten doorlopend herinnerd aan een recent verleden dat ze liefst zo vlug mogelijk wilden vergeten...                                                    

Dankzij het 'Marshal-plan' (door de U.S.A. gefinancierde internationale steun) ontstond het "Deutsche Wirtschaftswunder": de plotse heropleving van de plaatselijke economie ! Daardoor konden uiteindelijk na jaren de resterende, vér-uitgestorven kampen in 1956 worden gesloten. Het daarin nog achtergebleven menselijk bezinksel van de grootste Europese volksverhuizing werd in alle stilte in nieuwgebouwde Duitse sanatoria, ouderlingengestichten en instellingen voor geestesgestoorden opgenomen. Al bleven ze in het nieuwe Duitsland onder het mom van "Ostvertriebenen" nog jarenlang een geweldige politieke drukkingsgroep op rechts.

Iedereen tevreden, zullen wij maar denken. Ook al verliep deze 'opruiming' van het oorlogsleed in de rest van Europa aardig wat trager...

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van " De Afrekening"

↑ Terug naar de berichten