Naar de inhoud

" De Afrekening"

Een West-Vlaamse oorlogsthriller in afleveringen
akke.beakke.be

Archief

Deel 343

C51: DE ONTNUCHTERING.

 

                         Steglitz, 20 augustus '45.

Joseph had alle moeite om dat 'voor-god-spelen' te verteren, en maakte zichzelf wijs dat hij bij die dodelijke roulette geen onschuldige slachtoffers had gemaakt : veel kans dat die getrokken steekkaarten aan reeds-gesneuvelden toebehoorden... Of als dàt tegensloeg : moest je toch toegeven dat al die leden van de Wehrwolf in feite vuige sluipmoordenaars waren , nu de oorlog al een paar maanden was beëindigd...De massa's slachtoffers die hijzélf in Rusland met zijn 2cmFla had gemaakt hadden hem toch ook nooit een slecht geweten bezorgd hé ! Nou dan... Hij had àndere zorgen ,vandaag !

Zo vroeg hij zich heimelijk af hoe vlug Gerda spijt zou krijgen van haar edele beslissing om Ernst als haar wettige echtgenoot rap-rap weer aan de boezem te drukken... Die man was een waar wrak. Zijn ogen waren niet meer je dàt, na een besmetting opgelopen eind augustus van vorig jaar tijdens de zware gevechten in Zuid-Frankrijk. En wat nog véél erger was: hij mankeerde zijn rechterhand !

Voor zover Joseph had begrepen was het Duitse lazaret bij Metz, waar Ernst als half-blinde verpleegd werd, begin september '44 overvallen door een hoop maquisards die lustig met de machéte op de zieken hadden ingehakt...Die Ernst was in het gewoel met enkel een ferme snede in zijn hand kunnen wegvluchten en had een week als deserteur bij een boer ondergedoken gezeten tot de aankomst van de Amerikanen. Maar ondertussen kreeg hij koudvuur en werd zijn hand in een veldhospitaal van de Yanks volledig geamputeerd. Na de geallieerde overwinning, begin mei '45, hadden die hem afgeschoven op een Duits lazaret bij Koblenz. Daar leerde hij Axel kennen en tenslotte waren ze samen van daaruit naar hier getrokken, zoals Joseph reeds van zijn kameraad had vernomen...Het verhaal van die klaploper bleek dus tóch te kloppen. Daardoor kon Joseph zich al wat makkelijker neerleggen bij het feit dat die veelvraat zonder de minste schoom bij hen aan tafel aanschoof...

Maar de dag volgend op de 'wedergeboorte' van haar echtgenoot stelde Gerda kordaat orde op zaken. Ze liet Joseph duidelijk verstaan dat alle Krügers hem zéér-zéér dankbaar waren voor de onschatbare hulp die hij in eerste instantie geboden had bij de bevrijding van Pa en Ari, en vervolgens nóg eens bij die van haar man Ernst. Dat zouden ze nooit vergeten. Maar hij moest begrijpen dat hij beter naar zijn vroegere logeerkamer bij de Weimars kon verkassen, nu zij met haar wettige echtgenoot hun wulpse tweede wittebroodsweken gingen consumeren, hé...

" Och, voor mij niet gelaten hoor, Gerda  ! Maar je snapt wél, hoop ik, dat we hiermee scheiden van tafel en bed, hé...En ik dus niet meer insta voor je ravitaillering en je financieel onderhoud, en nog minder voor die van je familie, okee ? Daarbij zou ik ook graag hebben dat vriend Axel zo vlug mogelijk zijn biezen pakt, want ik wil die mansarde voor mijn eigen privé gebruik. Ik heb nu wel mijn logeerkamer bij de Weimars, en zal in het vervolg ook aan hun tafel eten, maar tegen dat ik het op mijn heupen krijg van Hildegardes gezeur, moet ik even op adem kunnen komen in een eigen woonst ! "

Gerda ging met alles akkoord en scheen erg verwonderd dat ze zo gemakkelijk van haar 'minnaar' afraakte. Misschien zelfs iets té gemakkelijk, dacht ze met een steek van opwellende jaloersheid:

"Heb je soms al een àndere vrouw op 't oog ?..."

Hij kon haar enkel een medelijdende blik toewerpen.

 

De wereld leek langzaam weer voor hen open te gaan. Na de Russische overweldiging in mei hadden Joseph en zijn huisgenoten getracht te overleven tussen de muren van hun kelder. Elke boodschappentocht vérder dan twee-drie straten had in het begin een gevaarlijke expeditie geleken. Met de komst van de Amerikanen in juli was het gevaar van een roofoverval onderweg wel geweken, maar bij gebrek aan eten en openbaar vervoer bleef iedereen verzwakt zo dicht mogelijk bij zijn bed rondsloffen. Doch nu ,begin augustus ,ontwaakten de mensen geleidelijk aan uit hun lethargie en gingen op 'rooftocht' naar de verschillende markten in de oostzone en de Amerikaanse stortplaatsen in het Grunewald. Voor het ogenblik leden nog heel veel gezinnen aan voedseltekort, maar van hongersnood was geen sprake meer. Wie een dak boven het hoofd had, prees zich al gelukkig, want gas, water en elektriciteit werkten weer behoorlijk, zodat men langzaamaan weer als beschaafd mens kon leven ,zélfs in een ruïne. En met het heropstarten van de radio en de telefoon vielen de grenzen helemaal weg.

In veel opgekalfaterde bioscoopzalen draaiden weer (meestal) buitenlandse prenten, doch die waren slechts zelden Duits ondertiteld. Simultane duiding moest dan komen van een polyglotte pianist(e) achter de microfoon...Weinig interessant dus, waren er niet de filmjournaals geweest. Want die besteedden ruim aandacht aan de twee 'atoombommen' op Japan - een onvoorstelbare verschrikking ! - en de vreemde overgaveplechtigheid van Japan op het Amerikaanse slagschip 'Missouri'. Ook de grauwe beelden van de heropleving in West-Duitsland toonden ongewild hoe beestachtig de U.S.Airforce in alle grote, platgebombardeerde steden tekeer was gegaan...Het laatste filmjournaal besteedde dan weer uitsluitend aandacht aan de ontluisterde nazibonzen, dode of levende, in een sjofel burgerpak of gepluimde uniformen...Die zaten nu nog gevangen in een kamp ergens in Luxemburg, - Mondorf-les-bains - maar binnenkort zouden ze toch berecht worden als échte oorlogsmisdadigers ! Schokkend zoals de voormalige heersers van het Derde Rijk nu als geketende slaven geshowd werden, gesandwicht tussen twee gehelmde MP's...Veel Duitsers waren wél blij dat die heren nu gevangen zaten, maar hadden het er anderzijds toch moeilijk mee dat hier zo smakeloos met de verloren "grandeur" van hun vaderland gespot werd...

En af en toe kon je zelfs weer de eerste kranten kopen, met stijve voorzichtige teksten van gelegenheidsredacteurs die duidelijk geen last wilden met hun broodheren, de bezetters...Vooral 'Berliner Tagesblatt' gaf interessante reportages over de laatste 'gevechten' nà de val van de Rijkshoofdstad op 2 mei en hoe de oorlog tenslotte vér buiten Berlijn twee weken later beëindigd werd. Van deze tragische uitlopers had Joseph geen flauw benul, door het isolement diep onder de grond waarin de bestorming van de stad door het Rode Leger hen gedwongen had. Bleek nu dat pas twee weken nà de dood van de Führer en de val van de Reichstag de allerlaatste gevechten waren doodgebloed...in de Tsjechische Alpen ! Waanzin !

De epidemie van dysenterie leek ver bedwongen, want nergens werd er nog over gesproken. Over het al dan niet aborteren van 'Steppenkinder' des te meer ,nu ,zegge vier maanden na de verkrachtinggolf door de zegevierende sovjethorden. Waar de vrouwen in rijen voor voedsel aanschoven leidde dat soms tot hoogoplopende discussies. Akkoord, vroeger stond daar de doodstraf op, maar nù ? Was dat nu niet wettelijk - of althans moreel - toegelaten, gezien al deze ongewenste zwangerschappen tenslotte de vrucht waren van gedwongen verkrachtingen door de Rode steppehonden ?...Hier en daar mengden oudere heertjes zich soms koel in het emotioneel gekijf en zwaaiden met artikel 218 dat abortus verbood. Zonder te blozen verdedigden zij het principe dat "Het Leven" beschermd diende te worden ,zij ,die al tweemaal Europa hadden platgebrand ! Die werden dan weer afgeblokt door àndere wijsneuzen die beweerden dat, volgens artikel 177, de voorafgaande verkrachting een éven zware misdaad was. Verschoonde nu de verkrachting al dan niet de abortus ? Dergelijke eindeloze betwistingen verkortten wél aanzienlijk het zenuwdodend wachten in de rij voor de weinige winkels...

Ook over syfilis en nog àndere geslachtziekten werd steeds openlijker gekletst ! Het was altijd hetzelfde liedje: "Meine Nachbarfrau" of "Diese von Nebenan" hadden het spek aan hun been ;nóóit betrof het henzelf of hun eigen dochter ! En voor alle gemak werd steeds weer met een beschuldigende vinger naar de Mongoolse stoottroepen gewezen, net alsof deze z.g.'Franse ziekte' vroeger in Duitsland niet gekend was...Dramatisch was natuurlijk dat tegen deze 'Mongoolse zwijnerij' voor het ogenblik geen ernstige medicijnen meer bestonden, althans nergens meer te vinden waren. Het vertrouwde Duitse middel 'Salversan' was volledig verdwenen, en de pas ontdekte wonderspuit 'peniciline' was er énkel voor de westerse militairen...

"Tiens, Salversan ! " dacht Joseph: " Die kleine voorraad uit de ingestorte apotheek zal binnenkort wel fel gegeerd worden ! "

 

Zéér binnenkort zelfs, mocht hij wel zeggen ! Want Gerda kwam er reeds de volgende dag mee op de proppen ! Zohaast Joseph haar de bons had gegeven was ze zich bij de bakkerin aan de overkant van de Albrechtstrasse gaan aanbieden als winkeljuffrouw. De tamtam had haar gemeld dat het mens zich niet zo lekker voelde en best wat hulp kon gebruiken. En 's avonds wist Gerda al te vertellen dat haar nieuwe bazin flink last had met een uitloper van de Russische amoureuze veroveraars...De courante keukenremedies haalden niets meer uit en het mens was dringend op zoek naar dat toverspul van de Amerikanen. Kon Joseph niet even bij zijn spionnenbaas uitvissen of die spuiten peniciline niet in 't zwart te verkrijgen waren ? De bakkerin was vanzelfsprekend bereid  er zwaar voor te betalen...

"Bon! " dacht Joseph: "De bal ligt in mijn kamp ! "

Diezelfde avond controleerde hij voor alle zekerheid in zijn ransel of de drie dozen Salversan, die hij een paar maand geleden uit de ingestorte apotheek had gestolen, er nog steeds veilig lagen opgeborgen...Ja hoor ! Dus besloot hij een dagje over de ruilwaarde te broeden vooraleer rechtstreeks met de zieke bakkerin contact op te nemen...Rechtstreeks: Gerda had daar geen zaken mee.

Hij schreef die dag een begrijpend briefje aan dat mens waarin hij haar uitnodigde één van de volgende avonden eens in de Albrechtstrasse 15b/1 over haar probleem te komen spreken. Hij bezat het nodige voor een complete heilkuur, schreef hij. Dus indien zij eens wilde nadenken wat dàt haar - qua tegenbod in voedingswaren - zoal waard zou zijn, zouden zij vast tot een bevredigend akkoord komen. En hij besloot met: " Uw meevoelende...,J.M. Peters"...Van Hildegarde kreeg hij met enige moeite een maagdelijke enveloppe cadeau. En terwijl hij na het avondeten buiten zijn dagelijkse Chesterfield ging oproken, stapte hij even hun zijstraatje uit naar de gesloten bakkerij aan de overkant en wierp er zijn discreet aanbod in de brievenbus...Zo, en nu maar wachten tot de snoek toehapte !

Tot zijn verbazing kreeg hij toch eerst Gerda aan de vislijn, die hem spottend vroeg of hij nu werkelijk niets jongers kon vinden dan een vrouw van vijfenveertig ! Haar bazin had nogal geheimzinnig gedaan over een brief die hij aan haar geschreven zou hebben, en wilde weten wat voor een persoon haar gebuur Herr J.M.Peters wel kon zijn.

"Wees gerust, ik wil je prille liefde niet fnuiken en heb je afgeschilderd als een serieuze jonge gast. Dat je maar één been hebt scheen haar zelfs allerminst te hinderen. Ze vraagt je voor vanavond om acht uur op de koffie, maar ik vrees dat het wat zal uitlopen..."indien affiniteit", zoals dat dan heet, hé...Poets in elk geval je tanden en doe proper ondergoed aan ! En laat dat mens niet schrikken zoals je met mij deed, hé ! "

" Ik herinner mij anders niet dat jij die eerste avond met mij angstig stond te trillen op je benen, vooraleer je onder "het mes" ging. En als ik je die nacht tien keer heb genomen was het steeds op aanvraag, als mijn geheugen mij niet bedriegt ! "

" Tien keer ! " lachte ze met dikke stem: " Mijn lieve Joseph, je neemt je wensen voor waarheid, man ! Maar het doet plezier te horen dat ik je zó beviel dat je het wel tien keer had gewild, hoor ! Servus ! "

Servus ? Was dat niet het Oostenrijks voor 'Tot uw dienst ! ' of 'Graag gedaan ! ' ?...Verdomme, dacht hij, haar Jules is pas weer thuis en madam zit reeds naast haar vijver te vissen ! Misschien lag hier voor hem in de toekomst tóch nog een vette paling te pruttelen ?

 

Effectief, Gerda had gelijk: de bakkerin had zich stevig opgetut. En dat was ook erg nodig, vond hij. Want ze zat aardig onder de rimpels en had het meteen over dat zware werk, zonder man...Op die twee Polen, beneden, kon ze niet erg rekenen...In de bakkerij, bedoelde ze...Al haar gist verdween in de illegale drankstokerij van die zuipschuiten ! ...En nu haar gezondheid bedreigd werd...

Haar hand trilde inderdaad hevig toen ze de koffie uitschonk. Echte bonenkoffie, volgens haar. En drie zoete koekjes kreeg hij ook. Maar toen moest ze gaan zitten van de zenuwen en viel ze even stil...Joseph wist de eerste tien pijnlijke seconden niets zinnigs te vertellen. Maar hij wilde juist zijn keel schrapen om van wal te steken met zijn promotiespeech toen zij abrupt wilde weten of de Russen in de 15b ook zo beestig tekeer waren gegaan ?

" Ihre Ehedame ist doch erschossen worden ?"

Dat had ze waarschijnlijk van Gerda vernomen. Maar de lust ontbrak hem om nu een Requiem voor Phil af te steken en schudde afwerend: " Nein, meine Freundin ! ... Aber nun bitte zur Sache ! " Hij haalde de groene tube uit zijn zak en plantte die midden op tafel: " Ich glaube, Sie brauchen diese? Absolut frisch aus der Apotheke... Nach vier Tage sind Sie garantiert wieder gesund ! "

Ze schrok even terug, maar reikte dan toch met trillende hand naar de kostbare medicijn. Ze leek als een bijziende de tekst te willen bestuderen. Joseph, die het opschrift van buiten kende, wou het hardop reciteren toen hij verveeld merkte dat haar ogen traanden...Verdomme, die snotterende wijven altijd ! Kunnen die nu eens nooit zo'n transactie gewoon zakelijk afhandelen ?! Maar om niet te koud over te komen en haar toe te laten de ogen te deppen, nam hij geforceerd afwezig een hap van zijn koekje en een slok 'Bohnenkaffee'...:

" Mmm ! Sehr Gut, diese Kuchen ! ...Und was meinen Sie? Gefällt Ihnen die Medizin ?"

Ja natuurlijk bevielen die pillen haar: exact wat de 'Herr Doktor' haar had voorgeschreven, hopend dat ze het op de zwarte markt zou vinden...Want hijzelf had niets meer in voorraad en ook in de klinieken was alles geplunderd...

" Ja, ik weet het." zei Joseph om haar weer met de voeten op de grond te brengen: "Tegenwoordig is Salversan écht goud waard..."

En op slag aanschouwde hij voor zijn ogen de wonderlijke wedergeboorte van een gewiekste Duitse zakenvrouw !

 

Maar lang moesten ze niet sjacheren. Hij vroeg en kreeg direct één pond 'Bohnenkaffee', waar tegenwoordig voor een kuur Salversan overal twéé pond geboden werd. Maar bijkomend wilde hij dagelijks gratis een groot vers brood thuisgeleverd zien bij de Weimars, zolang er nog één van beide oudjes leefde. Natuurlijk een habbekrats voor een bakker, dat wisten ze allebei. En deze formule van 'genezing op lijfrente' scheen haar erg te bevallen.  

" Danke sehr, Herr Peters, herzlichen Dank ! Sie retten mir das Leben ! Selbverständlich ist auch das tägliche Brot doch gar kein Problem ! ...Und am Sonntag bekommen die Weimars noch ein Kuchen dazu ! "

"Mooi zo ",zei Joseph: "En aangezien Gerda Krüger hier nu toch werkt, kan zij gemakkelijk 's avonds dat brood bij de Weimars afgeven, nietwaar ?!"

Het mens zweefde en vond alles goed. Veel details moesten er gelukkig niet meer besproken worden, dus spoelde hij het laatste koekje door met de klets lauwe koffie en nam hoffelijk afscheid van een overgelukkige bakkerin. Maar als blijk van haar eeuwigdurende erkentelijkheid duwde ze hem toch nog vlug een zakje met een tiental Kümmelkeks in de hand...

 

Thuis werd Joseph met zijn koffie en koekjes door de Weimars binnengehaald als de grote bevrijder. In deze uitbundige sfeer haalde hij zelfs zijn laatste fles Brandy vanonder zijn bed en trakteerde de oudjes op een forse bel. En terwijl Hildegarde nauwkeurig afgemeten een geurige mokka-voor-drie opschonk, liet Joseph ook het pakje 'Lucky Strike' rondgaan, dat Weintraub in zijn laatste voedselpakket had gestoken. Hun geluk kon niet meer op en vast sprakeloos mijmerden zij gedrieën weg in een bedwelmend gevoel van welbehagen...

 

Vroeg in de volgende morgen verbrijzelde Sargeant Kieffer met luid gebonk op de voordeur hun zoete vredige dromen: Herr Weintraub moest dringend Herr Peters spreken ! Wassen en scheren was niet nodig, en op de Dienst kon Joseph altijd nog een snelle hap krijgen. Dus instappen en wegwezen ! Maar na een roekeloze rit in de open jeep had hij meer zin om te kotsen dan om de met stroop-besmeerde pannekoeken op te eten die hem werden voorgezet...

Weintraub zelf zag er ook nog wat verwaaid uit, maar kwam toch vlug terzake: de Grote Aflossing was in de Dienst op gang gekomen. Daarin werden alle 'strijders' uit de frontlijn vervangen door 'bloedloze pennelikkers' uit het vredige administratieve achterland. Die zielepoten leefden enkel volgens 'The Book': allemaal carrièrehazen zonder de minste fantasie of persoonlijk initiatief. Dat hield in dat ze Joseph met zijn SS-verleden vlug in hun vizier zouden krijgen en dat hij er dus goed aan deed binnen de veertien dagen uit het zicht te verdwijnen. Tot zolang kon Weintraub hem nog wel de hand boven het hoofd houden en zorgen dat hij veilig op transport naar België raakte. Sorry man, maar nadien was het elk voor zich...

"En God voor ons allen! " vulde Joseph bitter aan.

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 344

C52   TRUDI.

 

                       Steglitz, begin september 1945.

Tien dagen om je biezen te pakken, dat was ruim tevéél en tóch te weinig tegelijk. Hij kon natuurlijk gewoon de ransel op de z'n rug gooien en met een 'salut en merçi' de deur achter zich dichttrekken. Onder het motto : "Ikke-Ikke, en de rest kan stikke !" Die twee oudjes die hem - zeker niet helemaal onbaatzuchtig hé - in hun gezin hadden opgevangen, konden de pot op, nietwaar ! Hij had hen voor hun berekende gastvrijheid al genoeg compensatie gegeven ! En voor de rest kon hij zich moeilijk de lasten aantrekken van al die miserielijders om hem heen. Gerda met haar invalide vent had tenslotte vrijwillig voor haar lot gekozen en van de àndere Krügers moest hij zich sowieso niets aantrekken. Naastenliefde, akkoord, maar waar hield dat op, hé ?! Neen, als hij het morgen plots zou aftrappen, kon niemand hem morele verwijten maken !... En zeg ,wat dan nog !? Het waren tenslotte allemaal vreemden hé : in hùn leven betekende hij niéts ! Dan hoefde hij zich over hén ook niet druk te maken !

Inderdaad, misschien was dat wel zo...Maar anderzijds kon hij toch beter die oudjes langzaam op zijn vertrek voorbereiden en ze voorlopig voorthelpen om hen te leren weer op eigen benen te staan. Dat dagelijks brood van de 'zieke' bakkerin betekende al een grote stap in de goede richting. En hij kon hen ook nog wat centen toesteken om de eerste maand te overbruggen, zegge zo'n driehonderd mark...Armer zou hijzelf er niet van worden, en dat was wel voldoende om zijn geweten te sussen...Voor de rest hadden ze voldoende antieke Duitse snuisterijen in huis waarvoor de Yanks vast massaal vleesconserven wilden ruilen. En vroeg of laat zal hun pensioensdienst wel weer met de maandelijkse uitkeringen herbeginnen, waarop ze toch ruim konden overleven, leek het hem...

Ten opzichte van Gerda en C° had hij zéker geen énkele verplichting, maar het was toch veiliger niemand voor het hoofd te stoten. Zijn pijnlijke ondervindingen met de lange tenen van de familie De Bens in het algemeen, en van Françoise in het bijzonder, hadden hem veel bijgeleerd. Een verklikking, zoals deze waarvan hij destijds deze landgenoten verdacht had, kon een jaloerse Gerda hem eveneens aan zijn broek lappen! Wat hem deed besluiten vóór zijn vertrek toch maar de gevoeligheden van het gezin Krüger maximaal te sparen en ook ten overstaan van hén slechts geleidelijk de stekker uit te trekken...

Daarenboven verplichtte één dwingende financiële reden hem om de voorbereidingen van zijn vertrek minstens over een tiental dagen uit te smeren, namelijk de recuperatie van zijn Reichsmarken uit de stijlen van zijn twee vorige bedden...Daarvoor moest hij sowieso een geschikt ogenblik afwachten tot de kust vrij was. Immers: in zijn oude bed op het tweede verdiep sliepen nu waarschijnlijk Gerda en haar man, terwijl die Axel voor het ogenblik zijn vroegere bed in de Roze kamer van Dahlmann bezet hield...

Gerda vormde geen werkelijk beletsel in zijn inbraakplannen, want dié was alle dagen aan het werk in de bakkerij. Maar met haar man Ernst en die Axel Ziegler moest hij wél degelijk rekening houden...Hij kon daar toch moeilijk zomaar binnenwandelen en hun sponden beginnen afbreken terwijl die twee gasten in huis rondliepen, hé ! Hij moest noodgedwongen geduldig een geschikt moment afwachten waarop de beide heren de stad in waren of...Inderdaad, hij kon misschien iets leuks arrangeren om hen samen de deur uit te krijgen ! Zoals, bij voorbeeld: hen met wat porno of met die hoerenjurken naar de 'Tauschmarkt' te sturen ! En hen goed op het hart te drukken die verdomme niet te versjacheren voor minder dan vijf vleesblikken per boekje hé ! Dat kon hen wel eventjes bezig houden ! Gerda zou hen zonder twijfel - tegen 50% van de opbrengst - met plezier de knepen van het vak leren !

 

Toen Gerda hem 's avonds het brood bracht, moest hij niet veel moeite doen om haar voor zijn kar te spannen. Zij zou haar mannetjes eens vlug wat productiever maken zie ! En zij scheen zich zelfs niet af te vragen waarom Joseph niet meer in eigen persoon op de markt ging staan. Ze nam van hem in dank tweemaal drie boekjes aan, waarmee de twee heren maar eens moesten bewijzen wat ze als marktkramer waard waren !

 

Na het ontbijt haalde Joseph zijn brieventas boven en merkte dat beide Weimars in spanning de adem inhielden.

"Maar Hildegarde toch ! Je had mij er op moeten wijzen dat de maand augustus al een paar dagen voorbij is en dat ik mijn logies voor de lopende maand september nog niet vereffend heb ! Zo zal je nooit rijk worden hoor ! ...Maar goed: september heeft dertig dagen. Dat maakt, aan tien mark per dag, 300 mark voor de maand, akkoord ?"

" Ja natuurlijk akkoord ! " lachte ze vriendelijk: " En wij wisten toch dat u het...ondanks alle drukte van de laatste dagen...zéker niet zou vergeten..." Deze hortende onzekerheid in haar antwoord deed hem bij het uittellen van de bankbriefjes even opkijken.

" Maar...er is een 'mààr', niet ?" hij wilde haar over haar schroom helpen: "Hilde, zég het gerust ! "

Na enige twijfel haakte ze in: " Versta mij astublieft niet verkeerd, Herr Joseph, maar u betaalt voor één maand nietwaar ? Met opzet, neem ik aan..."

Ja verdomme, hoe moet ik dat nu tactvol en voorzichtig aan haar verstand brengen ?

"Kijk, Frau Weimar: nu Gerda, door de terugkomst van haar Ernst, haar voorgenomen huwelijk met mij heeft afgeblazen, en ik dus geen Duits staatsburger kan worden, zal ik hoe dan ook niet lang meer hier in Berlijn mogen blijven...Ik zal zelfs geen rantsoenkaart voor september meer krijgen... Zo dwingen de autoriteiten mij wel om binnen afzienbare tijd mijn biezen te pakken, nietwaar...Maar wees niet ongerust: als ik vertrek zal ik jullie niet onverzorgd achterlaten. Je dagelijks brood is sowieso verzekerd, en voor de toespijs zal ik de komende dagen wel zorgen ! "

" Och, Herr Joseph, het geld is niet zo belangrijk, weet u: wij zijn oud en komen met weinig toe. Maar jij bent echt een jong lid van ons gezin Weimar geworden, begrijp je, Joseph, en in feite ook onze enige betrouwbare steun...Telkens wij uw hulp vroegen stond u klaar om te helpen: dat is veel meer waard dan die tien mark per dag. Daarom zien wij er zeer tegen op dat u van ons zult weggaan, en kunnen niet geloven dat dit enkel maar zou afhangen van al dan niet trouwen met Gerda...Want als je écht Duitser wil worden, dan is Gerda toch niet het énige meisje uit de buurt waarmee je zou kunnen trouwen hé !  Maar man toch ! Huwbare vrouwen zàt ! Moest jij een huwelijksadvertentie durven plaatsen, dan zouden de kandidates onmiddellijk al gillend de deur inrammen ! Neem nu bij voorbeeld die van de bakkerij achter de hoek..."

Joseph schrok verbaasd terug: "Zeg Frau Weimar ! Die bakkerin kan mijn moeder wel zijn ! Dat mens is ruim een twintig jaar ouder dan ik ! Neen, dank u hoor ! "

" Ach natuurlijk niet die bakkerin Frau Rudel ! Ik ben toch niet achterlijk ! ...Ik bedoel haar dochter Trudi: een knap meisje van achttien ! Wat wil je nog meer ?! Ik ben overtuigd dat je maar met je vinger moet knippen om de zaak rond te krijgen..."

 

Joseph had getracht er zich met een zwakke kwinkslag vanaf te maken, maar voelde heel duidelijk dat noch hijzelf, noch de Weimars zich daarmee konden verzoenen. Want stel inderdaad dat die Trudi een geschikt meisje zou zijn, schrander en gezond, fris en goed voorzien van oren en poten... Stel: een lachebek met een aangenaam karakter...Tenslotte, Phil was toch ook niet zo'n verblindende schoonheid geweest, en durfde al eens een ferm stukje zagen ! Maar in bed maakte ze veel goed en versloeg op dat gebied wél alle vrouwen die hij had gekend, Gerda en Monika op kop ! Alhoewel...Gerda ,hé...als dié er zin in had kon ze aardig uit haar pijp komen ! Maar voor de rest ? Die twee, drie Russinnen die hij voordien tijdens zijn frontjaren had 'verleid' en waarvan hij zich de namen niet meer herinnerde...Irena ? Jerina ? Jawel ,en Tania ?...Phil stak er met hoofd en schouders bovenuit ! En nu Trudi met, ocharme, haar achttien jaar: veel ondervinding op gebied van de lijfelijke liefde moest hij daar niet van verwachten...En zéker in het begin geen bizarre fantasietjes met billenkoek of borstvoeding ! Maar ja: als ze hem al een Duitse pas kon bezorgen...de rest kon ze wel bijleren ! En als schoonzoon van Frau Rudel was zijn broodje letterlijk én figuurlijk gebakken ! En zijn Kümmelkoekjes ook !

Dus ,Trudi ,waarom ook niét ,verdomme :zo'n jonge geit kon hij nog goed naar zijn hand zetten...En desnoods kon hij voor de zwaardere kost altijd eens naar Gerda pinken...Hij voelde met zijn klompen aan dat zij bij die zieke vent van haar nu reeds moeilijk aan haar trekken kwam...En als dat hete wijf honger kreeg zou hij niet veel moeite moeten doen voor een buitenechtelijke portie vetzakkerij !

De rest van de middag besloot Joseph er Ernst alvast aan te wennen dat hijzelf - als ex van Gerda - evenveel recht had als het jonge koppel om in Dahlmanns salon rond te hangen. Dat was de afspraak geweest vooraleer de jonge vrouw een week geleden van 'echtgenoot' wisselde, en op die manier hield Joseph een voet in huis op de tweede verdieping.

Dahlmanns radio, waarvoor het hem zogenaamd te doen was, gaf niet veel baanbrekend nieuws. Veel propaganda over en weer, en stoere taal over de eigen machtsposities. De Amerikanen stelden verrast vast dat ze met die atoombom heel de wereld naar hun pijpen konden laten dansen, terwijl de communisten pronkten dat hun wereldrevolutie niet alleen in Azië steeds duidelijker aansloeg. Het veroverde Oost-Europa was blijkbaar overgelukkig met de Russische bevrijders en deze roes leek aanstekelijk in te werken op de 'bewuste arbeiders' van Italië, Frankrijk en ...jawel: België! !

"Verdomme " dacht Joseph: " Als die kluppels het ook bij óns voor het zeggen krijgen, kan ik beter tweemaal nadenken vóór ik de trein naar Brussel neem ! "

Maar Dahlmanns radio was maar een alibi om discreet eens op het tweede verdiep te kunnen rondneuzen. Zo ontdekte hij al loerend uit zijn ooghoeken zonder veel moeite dat het jonge koppel in de grote slaapkamer aan de straatkant sliep, en zijn oude kamer achteraan de gang meer als een soort rommelkot gebruikte. Dat kon het opvissen van zijn verborgen fortuin uit de poten van zijn oude bed al heel wat makkelijker maken. Want of hij nu hier in Berlijn bleef dan wel terugkeerde richting 'Heimat': zijn centen kon hij in afwachting beter bij de hand houden in zijn eigen logeerkamer bij de Weimars...

Want lààt Trudi inderdaad slechts op een vingerknip van hem wachtte om in zijn armen te vallen, zoals Frau Hildegarde euforisch liet verstaan...Dan kon hij die val nog veel aantrekkelijker maken door zich ten minste als welstellend voor te doen, zonder daarom de rijke 'boefer' uit te hangen !

En terwijl de radio over alle kommer en kwel in deze harde wereld doordramde, droomde hij weg tegen het zoete lijf van de zwoele bakkersdochter...

 

Hij schrok wakker toen Gerda binnen kwam van haar werk. Ze keek wel raar op toen ze hem in 'haar' salon zag zitten, maar gaf verder geen commentaar: het 'dagelijks brood' van de bakkerin had ze al op het eerste verdiep bij de Weimars afgegeven, zei ze kort.

" De bazin vraagt of jij bij haar na achten nog eens zou kunnen langskomen. Ze schijnt de relatie met jou lekker warm te willen houden, in afwachting van haar wonderbaarlijke genezing...Stoot haar niet onmiddellijk af, hé: je weet nooit waarvoor een oude schuur nog kan dienen ! "

Joseph negeerde de schuine verdachtmaking: " Heeft ze nog een allusie gemaakt op de geneeskracht van de tube Salversan ?"        

Gerda ontkende spottend: " Nee hoor, ze heeft blijkbaar enkel jou persoonlijke dikke tube nodig, Casanova ! En blijkbaar niet om er een schilderij aan op te hangen ! Eet maar iets versterkend voor je vertrekt, hé ! "

Joseph begreep de half gespeelde jaloezie van Gerda ten overstaan van de bakkerin niet goed. Gelukkig was ze blijkbaar niet op de hoogte van Frau Hildegardes gekonkelfoes in verband met de jonge Trudi, want dàn zou haar luchtige scherts wel eens in onweer kunnen omslaan ! Dus besloot hij haar in haar waan te laten...

Als die bakkerin effectief van plan was hem vanavond aan haar dochter 'voor te stellen' kon dit enkel op aanstoken zijn van Hildegarde en Frau Krüger...Hij wist dat Hildegarde er alles voor over zou hebben om hem als betalende gast tot het einde van haar dagen hier in huis te houden. En de dames Krüger waren hem blijkbaar nog steeds zéér erkentelijk voor zijn vele reddende tussenkomsten, eerst bij de inval van de barbaarse Russen en nù bij Weintraub met zijn Werwolf-fobie. Waarschijnlijk hoopten ze hem via Trudi hier als permanente beschermheer in de 15b te kunnen houden ? En als zelfs de bakkerin er haar dochter voor wilde opofferen, kon dat niet alléén uit dankbaarheid zijn voor die Salversankuur, maar wél omdat ze hem voor een handige Harry hield die van alle markten thuis was...In deze woelige tijden een schoonzoon hebben bij de maffia had zo zijn voordelen, blijkbaar...

 

Maar toen Frau Rudel hem weer in haar keuken op koffie met koekjes trakteerde, viel tot zijn grote verbazing die Trudi in velden noch wegen te bespeuren. Vreemde manier van doen voor een koppelaarster die een eerste contact tussen de tortelduifjes wilde leggen ! En zijn ego kreeg helemaal een dreun toen de bakkerin direct vroeg of hij misschien nóg zo'n Salversankuur te koop zou hebben ?! Tegen een gelijkaardige ruilwaarde als de vorige tube ?...

Aan zo'n frontale aanval had Joseph zich allerminst verwacht ! ...Salversan, verdomme ! ...Zat dat mens dan niet in het complot van Hildegarde en Ma Krüger ?...Of deed ze maar alsóf ? Joseph trachtte vlug wat tijd te winnen: " Heeft die eerste kuur dan niet gewerkt?..."

Frau Rudel bloeide helemaal open: " Doch-Doch, Herr Peters ! Ik voel mij als wedergeboren ! Fris en gezond hoor ! En ik ben u daar eeuwige dank voor verschuldigd, écht waar...Maar toen ik gisteren van mijn geluk vertelde aan een verre nicht van mij, bekende zij met dezelfde zorgen te zitten...Ze is wanhopig ! Ik heb haar uit mededogen gezegd dat ik misschien zou kunnen helpen en doe dus beroep op uw geweten...Het is zéér dringend, en daarom verzeker ik u dat uw prijs de mijne zal zijn...Wat denkt u Herr Peters ?...Zou u aan mijn bede kunnen voldoen ? Bezit u nog zo'n tube ?...Of kan u er in korte tijd één vinden ?"

Joseph was even zijn pedalen kwijt en twijfelde hoe hij deze situatie het best kon uitbuiten...En wat moest hij nù verdomme als prijs gaan vragen ? Weer dagelijks een beetje eten voor de Weimars, in de aard van eierpoeder, vet en suiker ? Of een duidelijke hint geven dat hij dringend een verstandshuwelijk wilde afsluiten met een fris Duits meisje, zonder Trudi met zoveel woorden te vernoemen ? Daarbij, als het met Trudi zou klikken dan was de voedselbevoorrading van de Weimars toch ook verzekerd, nietwaar !

Omdat hij zo lang zweeg werd Frau Rudel erg ongerust: "Ziet u helemaal geen mogelijkheid om eraan te geraken ? Herr Peters, U bent écht onze laatste hoop ! "

Joseph schokschouderde wat: " Neen, dàt is niet echt een probleem: ik heb nog een tube in reserve. Maar die had ik wel achter de hand willen houden om ermee mijn persoonlijk probleem op te lossen...Nee-nee, versta mij niet verkeerd: ik blaak van gezondheid ! Maar ziet u, Frau Rudel, als ik niet zéér vlug kan huwen met een Duits meisje, dan word ik uitgedreven, terug naar mijn Heimat. En dat wil ik graag vermijden als de pest ! Ik zoek dus dringend een Duits meisje om mee te trouwen... Het zou in den beginne een zuiver verstandshuwelijk mogen zijn en hoeft enkel stand te houden tot ik definitief Duits staatsburger ben. Want ik weet ook wel dat niet iedereen levenslang wil optrekken met een man waar een been aan mankeert. Maar aan de andere kant heb ik OOK wel een deftig dak boven het hoofd, ben sterk en gezond en heb ik in afwachting van betere tijden een centje opzij staan... Dus ik had gedacht: wie mij binnen de kortste keren, én voor minstens de wettelijke minimumduur aan een frisse bruid helpt, zou deze salversankuur kunnen krijgen als koppelloon. En u weet zelf wel dat zo'n kuur voor het moment in de ogen van een zieke van onschatbare waarde is, en door de koppelaarster omgeruild kan worden tegen om het even wàt..."

" Maar, Herr Peters, dit is van levensbelang: ik wil absoluut deze kuur van u kopen aan gelijk welke prijs ! "

Joseph glimlachte meevoelend : " Jammer Frau Rudel, maar mijn prijs is een bruid ! Een frisse Duitse bruid, hiér en nù ! De Salversan is mijn enige troefkaart, die ik noodgedwongen nu niét meer kan 'tauschen' voor een korst brood, maar wél voor een 'boterbriefje', 't is te zeggen: een geldig huwelijksattest ! Moest u, Frau Rudel, in uw wijde kring van klanten of kennissen, binnen de week zo'n bruid voor mij kunnen vinden, dan geef ik natuurlijk die kuur met alle plezier gratis aan u, dat spreekt toch vanzelf...Misschien vindt u zelfs een kandidate in uw eigen familie...", voegde hij er aanmoedigend aan toe.

Ze bleef even verward naar hem staren en leek plots een ingeving te krijgen. En Joseph dacht: nu komt het !

" Mag het een weduwe zijn ? Vooraan in de twintig ?"

Verdomme, die verstaat geen Duits zeker ! Maar nog steeds geduldig haakte hij in: "Liefst niet ! En ook niet zwanger, hé ! En zéker geen kinderen ! ...Zo'n ongehuwde dochter van hoogstens twintig jaar zou het ideaal zijn.."

Miljaarde ! Als ze het nu nóg niet verstond !

Ze dacht nog even na en zei vroeg twijfelend: " Zou u morgenavond rond achten weer even langs kunnen komen ? Ik moet uw voorstel nog kort onder vier ogen met een mogelijke kandidate bespreken, vooraleer ik haar aan u kan voorstellen...Het blijft tenslotte een serieus besluit..."

" En zou dat meisje akkoord gaan om binnen de twee-drie dagen met mij te trouwen, denkt u ?"

" Als zij haar verstand gebruikt: ja natuurlijk! "

 

De volgende middag klopte plots Weintraub op de deur, vergezeld van zijn trouwe schaduw Kieffer. De Weimars ruimden verschrikt de baan en Joseph bood zijn ongenode gasten de vrijgekomen stoelen aan.

" En Joseph ? Al je kitbag aan het inpakken ? Heu...Je rugzak, bedoel ik. De tijd begint te korten, weet je..."

" Een beetje wel, natuurlijk..."ontweek hij voorzichtig deze maagstoot. Maar op de verbaasde reactie van de Duitser, besloot hij toch maar liever de waarheid uit de doeken te doen. Wel wat verward, al begreep Weintraub er direct uit dat Joseph voor het ogenblik niet erg geneigd was om Berlijn te verlaten en hoopte binnen een paar dagen met een Duits meisje te kunnen trouwen...

" Ach zo !...Je gaat trouwen !?...Nou, geluk ermee ! En is alles al administratief geregeld voor je bliksemsnelle naturalisatie ? Ben je zeker dat je het op zo'n korte tijd klaar krijgt ? Ik kan je misschien nog wat helpen, maar de 15e van deze maand vertrek ik naar de States...Dus uiterlijk tegen de 12e zou alles rond moeten zijn. Je hebt dus in feite maar vier dagen meer...Met al je onzekerheden is dat nogal gewaagd, vind je ook niet ?"

" Ik weet het...Maar het alternatief is: mij laten repatriëren naar België ! En ik twijfel heel hard of mijn papieren op naam van Jean-Marie Peters de diverse opeenvolgende controles van de veiligheidsdiensten zouden doorstaan. In negatief geval vlieg ik als SS-er recht achter de tralies voor een paar jaar. Terwijl, als ik hiér tijdens het trouwen door de mand zou vallen, dan kan ik mij er nog altijd met een laf excuus vanaf maken..."

" Maar Joseph ! Zélfs als wij je bij de receptie van het Berlijnse 'D.P.camp' introduceren onder de naam van "Mickey Mouse", dan is er toch niémand die jou daar vragen over zal stellen, zeker ! Er bestaat nog zoiets als het 'Broederschap van de Spionagediensten' weet je ! En desnoods geef ik je een vrijgeleidebrief mee, dat ben je sowieso onkwetsbaar...Kijk, de telefoon werkt weer in Berlijn: hier is mijn nummer. Je hebt nog vier dagen om te beslissen of ik je al dan niet moet komen oppikken met de jeep...Maar nà de 12e sta je er alleen voor ! "

 

Toen Gerda die avond het brood kwam brengen, leek ze er veel plezier in te hebben: "Als je straks weer gaat smossen bij de bakkerin, vergeet dan vooral de tube Salversan niet voor Trudi, hé. De kleine heeft al haar hoop op jou gevestigd, weet je ! "

" Hoezo, voor Trudi ?!"

" Ja natuurlijk ! Die kleine heeft in de kelder toch dezelfde Russen over zich heen gekregen als haar moeder, zeker ! Wist je dat dan niet ? Nee ? Nou dan heb ik weer een stomme uitschuiver gemaakt hé ?! Foei ! " Maar haar lachje had iets triomfantelijks dat hem deed walgen.

" Je weet toch dat deze 'uitschuiver' jou je post van winkeldochter kan kosten, nietwaar ! "

" Zeg, van zo'n stom ongelukje ga je toch geen drama maken hé ! Ik zei dat immers niet opzettelijk...En als je wil, Joseph, zal ik het wel weer goed maken met je hoor ! Misschien zijn we beiden wel één en ànder tekort gekomen, de laatste dagen, dat we kunnen inhalen ?...Ik zeg zo maar iets"

Ze tipte zo wulps met haar rode tongspits op haar rode bovenlip dat hij er met een rode kop op slag ongemakkelijk van werd. De sloerie !

 

Zijn visite bij de bakkerin liep met een sisser af. De jonge vrouw die bij haar aan tafel zat kon moeilijk voor een maagd van 18 doorgaan en daarbij keek zij met de eerste oogopslag versteven naar zijn stijve been. Deze juffer zou nooit aan zijn verminking kunnen wennen, voelde hij. En anderzijds kon zij in zijn dromen moeilijk de plaats innemen die hij voor Trudi had gereserveerd. Dus toen Frau Rudel hem over de schouder van haar bezoekster ondervragend aankeek, schudde hij discreet het hoofd: nee, dié zei hem absoluut niks, dank u !

Op een of andere manier slaagde Frau Rudel erin haar 'vriendin' buiten te krijgen en kwam wat ontmoedigd terug in de keuken: "Niet goed genoeg ?"

Joseph besloot er korte metten mee te maken: " Ik had u toch laten verstaan dat mijn interesse uitging naar uw dochter Trudi, nietwaar ?"

Ze leek uit de lucht te vallen: "Trudi ? Maar Herr Peters, dat kunt u toch niet menen ! " Ze lachte geschokt, wat met andere woorden wilde zeggen: "Ben je gek ! Mijn dochter weggeven aan een kreupele 'Auslander' !"

Joseph besloot dan ook maar zijn handschoenen uit te doen: " Ik bedoelde het als voorbeeld, kwestie van op de zelfde golflengte te zitten. Uw dochter valt sowieso uit de boot, nu ik weet dat deze tweede Salversankuur voor hààr bestemd was, niet waar ? Het is voor mij vanzelfsprekend onmogelijk een ernstige relatie aan te knopen met een vrouw die door een mongool venerisch besmet werd: dat zou àl te gek zijn ! " Zo, dié zat !

En ze had het goed begrepen, ook !

"Bitte, Herr Peters, verontschuldig mij alstublieft: ik ben zeer tactloos geweest. Maar uw hint naar Trudi kwam als een complete verrassing voor mij. Zij is inderdaad ziek, en derhalve komt ze niet in aanmerking als uw bruid, dat begrijp ik...Maar ze is ook verloofd met een jongen die de slag bij Remagen heeft overleefd en voorlopig veilig in een Rijnkamp zit bij de Amerikanen. Zohaast hij vrij komt gaan ze trouwen..." Haar blik smeekte steeds meer om begrip, maar Joseph liet zich niet inpakken.

Zij drong aan: " Die jongen is op de hoogte van 'ons drama' met de Russen, maar is zo gelukkig als een vogel dat die mijn Trudi niet zwanger hebben gemaakt. Doch indien hij ooit van haar ziekte zou horen, zou hij zeker de verloving verbreken...Ik vrees dat mijn Trudi dan een ongeluk begaat...Zoiets kan u toch niet willen ! "

Dit zwaar geschut had hij niet verwacht en vond hij zelfs écht onfair, maar nóg liet zij niet af: "Herr Peters, ik smeek u: het hangt volledig van u af, en van u alleen, of die twee jonge kinderen samen al dan niet een leven zullen kunnen opbouwen, of ten onder gaan...dat begrijpt u toch ? Van u, en uw tube Salversan ! "

Haar stem brak en ze barstte in tranen uit, greep smekend zijn hand en viel voor hem op de knieën: " Bitte-bitte, mein lieber Herr Peters ! ...Hoe moet ik u in godsnaam overtuigen ?...U bent toch ook nog jong ?!...Mijn kleine Trudi heeft nog heel haar leven voor zich, als U dat genadevol wil toestaan...U kunt met één gebaar de dodelijke verdoemenis opheffen die de beestige Russen over ons gezin wierpen ! ...Dat kost u toch niks ?...Bitte-bitte-bitte, jongen, heb medelijden..." Haar stem stierf uit. En terwijl zij aan zijn voeten lag te snotteren zocht hij geschokt zijn eigen argumenten bijeen.

"Frau Rudel, mag ik ook bij u om begrip en medelijden smeken ? Ik heb nog drie dagen om een jonge bruid te vinden, zoniet deporteren ze mij naar België en vlieg ik er voor jaren in het gevang ! Voor hetzelfde geld zetten ze mij zelfs tegen de muur en word ik doodgeschoten ! Dat hangt enkel van u af ! ...Het énige wat ik u vraag is: geef mij een bruid ! "...

Plots voelde hij iemand achter zich doorlopen. Een jonge vrouw - Trudi natuurlijk ! - boog zich fluisteren met een paar troostende woorden over de bakkerin heen. En het meisje zei vervolgens giftig, schuin naar Joseph opkijkend: " Lassen Sie den Scheisskerl doch abhauen ! "

Het was of hij een slag op zijn smoel kreeg van het schrikken ! Niet door die uitroep van haar, wel door haar gezicht: verwrongen van de haat en...een hazenlip !

Volledig uit zijn lood geslagen sprong hij met een verschrikte kreun recht, slierde vlug de tube Salversan over het tafelkleed naar Trudi toe en vluchtte vol afgrijzen de deur uit.

 

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 345

C52BIS.             ETHNISCHE ZUIVERING EN "DISPLACED PERSONS".

                                                                          

Nazi-Duitsland had, zoals ook andere totalitaire staten, met zijn manie tot ethnische zuiverheid ,in Europa reusachtige volksverhuizingen op gang gebracht die na het einde van de oorlog zouden uitmonden in de chaos van de "Displaced Persons" ,afgekort "D.P.-s" :20 miljoen ontheemde zwervers die allemaal terug "naar huis" wilden ,of gedwongen een nieuwe "home" zochten...                                    

Zo werden er reeds vanaf 1935, nog voor de oorlog uitbrak ,door Hitler 1 miljoen (meestal joodse) staatsburgers van hun Duitse nationaliteit beroofd en uitgewezen. Wie niet op eigen kracht naar het Westen trok werd op de trein naar Polen gezet.

Door de opdeling van Tsjecho-Slovakije, ten gevolge van de akkoorden van München (30 september '38), expulseerden zowel Duitsland als Polen en Hongarije uit de door hen geannexeerde grensgebieden samen ongeveer 933.000 Tsjechen en 272.000 Slovaken, met verplichte achterlating van gave en goed. Hun eigendommen werden door de plaatselijke Sudeten-duitsers ingepalmd.                                                                           

     Maar dat was slechts een voorproefje: toen Duitsland in september '39 Polen veroverde, annexeerde het opnieuw heel West-Pruisen (o.a. de "corridor"), dat het in 1919 door het verdrag van Versailles was kwijtgespeeld. Alle interessante plaatselijke eigendommen van de Poolse industriebarons, groothandelaars en de landadel gingen over in Duitse handen. De Polen die niet economisch rendabel waren (+/- 3 miljoen), konden hun biezen pakken naar de wijde omstreken van Warschau (het z.g. "General Gouvernement").                         

     De Joden werden overal uit hun huizen gezet en in eerste instantie samengedreven in reuzegrote getto's t'allenkant, in afwachting van de (vernietigings-)kampen. En het dient gezegd dat brede lagen van de Poolse bevolking helemaal niet rouwig waren dat de nazi's hun steden en dorpen aldus "zuiverden", want al stond de Pool bekend voor zijn vurig patriotisme en zijn diep-kristelijk geloof, toch was hij net zo goed een hevige nationalist en een verstokte jodenhater.                                            

     Nu waren sinds de Russische revolutie van 1917 zeer veel - meestal arme - Oost-Europese Joden met hun sterk afwijkend cultureel en religieus imago uit het Russische keizerrijk naar Polen uitgeweken. Omdat ze overal onder de prijs werkten, de concurrentie vervalsten en soms met dubieuze middelen trachtten te overleven hadden zij zich de haat van de autochtonen op de hals gehaald. Reeds voor de oorlog in '39 uitbrak waren bloedige pogroms daarvan het gevolg geweest, niet alleen in Polen maar in heel de Balkan én in Rusland.

     Dit was echter slechts een vluchtige voorbode van de terreur waarmee de Duitse "Einsatz-kommando's" vanaf de winter '39 eerst Polen en - na "Barbarossa" - heel Oost-Europa "Judenfrei" maakten. In de herfst van '41 begonnen ze - zij het ietwat minder radicaal - ook in heel West-Europa met de deportaties van joden naar de kampen.                  

     Dat de plaatselijke bevolking in àlle bezette landen daarbij in meer of mindere mate een handje heeft toegestoken, staat als een paal boven water, al werd dit na de Duitse nederlaag lange tijd in alle toonaarden ontkend. Men wilde zich graag zo vlug mogelijk met een sluier van maagdelijke onschuld tooien en vergeten dat, bij voorbeeld in Frankrijk, bijna al de razzia's uitsluitend door de plaatselijke politie en de Gendarmerie werden uitgevoerd; niét door de Moffen... Dat er daarbij soms méér joden werden opgepakt dan de Duitsers hadden gevraagd kon de bezetter enkel welgevallig zijn, nietwaar...                            

     In het door Duitsland eind '42 bezette gebied van Europa leefden oorspronkelijk circa 10 miljoen joden. Daarvan was naar schatting 10% op tijd weggeraakt naar neutrale landen, 60% werd koelbloedig vermoord door de "Einsatzkommando's" in Oost-Europa of in de concentratiekampen, en 30% kon de deportatie overleven of onderduiken bij de partizanenlegers (vooral in Rusland en de Balkan, in mindere mate in de beboste bergstreken van Frankrijk en Italië)

     Na de bevrijding trachtten velen van hen, die destijds door de Duitsers uit hun huis waren verdreven, en veel van de joden die aan de uitroeiing waren ontsnapt, naar hun Heimat terug te keren en daar hun oude eigendommen weer te betrekken. Maar ondertussen waren deze reeds lang door de plaatselijke bevolking bezet en, omdat die de onwettig verworven eigendommen niet meer goedschiks wilde ontruimen, kwam het vaak tot botsingen. Zo werden bijvoorbeeld in een Pools dorp ,eind 1945 ,bij een opstootje 26 joodse "Heimkehrer" vermoord omdat zij, na jaren van lijden onder de Duitse terreur, hun oude winkel ,bedrijfje of lap grond terug opeisten...

     Het vechten moe trokken veel joden ontmoedigd weg naar het Westen, om in een kamp voor "Displaced Persons" (D.P.'s) een betere toekomst af te wachten.

Deze kampen bevonden zich meestal in de Amerikaanse zone: elk Duits "Bezirk" daarin was verplicht er zo minstens één in te richten. Ze boden, uit de voorraden van Amerikaans leger, aanvankelijk aan de miljoenen haveloze ontwortelden voorlopig een brits en een strozak om te slapen en één warme maaltijd per dag: genoeg om even, midden de degraderende promiscuïteit, terug op adem te komen en opnieuw aan de toekomst te durven denken.

     Onder impuls van de vergruisde Amerikaanse minister van financiën Henry Morgenthau (en tegen de zin van president Truman in) werden er voor de joden aparte kampen ingericht en kwam een massaal hulpprogramma de grootste nood lenigen. Met het naderen van de gure winter van '45 werden de kampen helemaal door het leger overgenomen, dat zorgde voor een nieuw dak, glas in de ramen en kolen voor de stoof. Daardoor kregen de ontheemden het vaak beter dan de autochtonen, bij wie ze hun rantsoen Lucky Strike gunstig konden omruilen tegen schoenen en warme winterkledij.

     Deze aanvankelijk bescheiden ruilhandel ontaarde soms in grootscheepse transacties tussen de G.I.'s, de D.P.'s en de ontluikende maffia. Het imago van de ontheemden werd al vlug besmet door roddel over allerlei misdaden tegen de autochtonen, in zoverre dat de kampen gewapende schildwachten aan de poorten kregen en de D.P.'s nog enkel buiten mochten op vertoon van een pasje, met opstootjes tot gevolg. Deze bewaking was zogenaamd bedoeld als een sanitair cordon omdat veel kampbewoners aan T.B.C. of dysenterie leden.

     Maar ondertussen waren de geallieerde soldaten, die tegen Duitsland hadden gevochten en de gruwel van het nazisme hadden ontdekt, gedemobiliseerd en terug naar de USA. Deze geroutineerde oudstrijders werden vervangen door nieuwe rekruten die van de Europese toestanden niets begrepen en veel liever omgingen met de vriendelijke onderdanige Duitse (vrouwelijke) dorpelingen dan met die verpauperde zwervers, deze knorrige, zieke, veeleisende kampbevolking waar ze niets dan last mee hadden.

     Juist toen de geallieerden begin '46 het D.P.-probleem min of meer de baas werden, brak in de communistische landen en opgejut door de plaatselijke overheden  een golf van antisemitisme los, met pogroms t'allenkant waarbij in het eerste jaar nà de bevrijding in totaal 2.000 joden werden gedood. Dit culmineerde op 4 juli 46 in het Poolse stadje Kielce in een moordpartij waarbij met de medeplichtigheid van de plaatselijke politie zeker 49 joden omgebracht werden (Israël spreekt van 250 ! ) en een ongekend aantal halfdood beurs geknuppeld.

     Ook al werden de negen hoofddaders onmiddellijk terechtgesteld, toch veroorzaakte dit een tweede exodus van joden uit Polen, Wit-Rusland en de Balkan naar het Westen waar ze de reeds overbevolkte D.P.kampen overspoelden.      

Geleidelijk aan kregen de jonge, werkbekwame D.P.'s met mondjesmaat hun visa om naar het Westen uit te wijken. Meestal was dat de U.S.A. dat in totaal 12.600 gezinnen opnam: een druppel op een hete plaat...De grote massa achterblijvers waren dan ook een gedroomde werfreserve waaruit door Zionistische organisaties van diverse pluimage vruchtbaar geput werd voor clandestiene inwijking naar Palestina.

     Tijdens een tournee langs de joodse kampen in januari '46 riep Ben Goerion, de latere eerste president van de staat Israël, op tot de forcing: " Als geen enkel beschaafd land u een dak wil bieden zult gij zelf een land moeten veroveren ! Dit land ligt op u te wachten: het is het beloofde land, het land der voorvaderen ! Als de grote naties ons dit land teruggeven zijn al hun zorgen - en de onze ! - op slag voorbij ! "

     Met dit wishful thinking gingen de Britten, die nog steeds met ijzeren hand het mandaat voerden over het oproerige Palestina, allerminst akkoord ! Wat niet belette dat vanaf deze oproep 30.000 weerbare mannen geleidelijk uit de kampen werden weggedraineerd door allerlei terroristische organisaties zoals de Stern, Irgun, Palmach en Hagana...Ze werden de Alpen overgesmokkeld naar Italië om via Genua en La Spezia op wrakke boten naar een onzekere toekomst te stomen, als soldaten van het beloofde land. Maar duizendmaal liever dàt dan langzaam in een D.P.kamp weg te rotten ! Over de lotgevallen van Hagana-schepen zoals de "Exodus 47" komen we later uitgebreid terug.      

     Toen op 29 december '47 Engeland eindelijk akkoord ging met de verdeling van Palestina onder joden en arabieren, verbleven er nog 200.000 D.P.'s in de Duitse kampen. Maar zohaast Ben Goerion op 14 mei '48 de staat Israël uitriep en de bevrijdingsoorlog losbrak pakten ook de jonge joodse gezinnen hun koffers om het beloofde land te verdedigen. Voor de ouderen met kinderen was er echter in de nieuwe staat voorlopig nog geen plaats...                                      

     Tussen '48 en '51 weken nog eens 100.000 kampbewoners uit naar Israël. Toen in '52 de Duitse Bondsrepubliek het beheer over de D.P.Camps van de geallieerden overnam bleven in het laatste joodse Lager "Föhrenwalde" nog 3.000 mensen achter die ondertussen alle hoop hadden laten varen en ongewild de Duitse burger doorlopend aan zijn recent nazi-verleden herinnerden. Maar ook in het twintigtal niét-joodse kampen bleven de nieuwe beheerders met een bezinksel zitten: lastposten waar ze niet goedschiks vanaf geraakten, zieken (vooral T.B.C.-lijders), invaliden,veroordeelde misdadigers en al dan niet demente ouderlingen.

     Eind '55 besloot Bonn (West-Duitsland) deze laatste kampen te sluiten en de overblijvende bewoners in haar schoot op te nemen. De gronden werden verkocht aan het bisdom en de gebouwen grondig gemoderniseerd voor de opvang van de vroegere "Ostvertriebene" en de nieuwe golf "muur-vluchtelingen" uit communistisch Oost-Duitsland...Kristelijke congregaties - zoals bij ons de "Spekpater" - zorgden voor de financiering.        

     Zo verdwenen na tien lange jaren deze afzichtelijke puisten in het aanschijn van de nieuwe Bondsrepubliek, die dankzij het "Wirtschaftswunder" in de jaren 60 langzaam uit de puinen herrees.

     En die 'alles' zo vlug mogelijk wilde vergeten.

     Duitsland zou echter nog  na de val van de Berlijnse muur (1989) kampen moeten openhouden, zij het dan niet meer voor de opvang van gedwongen "Ostvertriebene" maar wel voor de vrijwillige "muur-vluchtelingen" uit het Sovjet-paradijs...

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 346

C53     INPAKKEN EN WEGWEZEN !

 

                       Steglitz, vrijdag 7 september.

Joseph was écht woedend weggevlucht uit de bakkerij. Zohaast hij weer thuis was kreeg Hildegarde als eerste de volle laag ! Wat had haar in godsnaam bezield om zo'n bedrieglijke reclame te maken voor die zogenaamd 'frisse jonge Trudi' ? Had hij in haar ogen dan énkel recht op een venerisch misbaksel met een hazenlip ? Was een normaal geschapen bruid dan werkelijk te hoog gegrepen voor hem ? Hildegarde was zó van haar melk door zijn stroom van verwijten dat zij tenslotte wenend uitweek naar haar slaapkamer. Vati trachtte de aanval te pareren, maar toen hij merkte dat zijn verweer niets uithaalde, volgde hij verontwaardig brommend zijn vrouw in de aftocht: "Wir sprechen uns morgen noch, Josef ! "

De nacht bracht geen soelaas, wel in tegendeel. Trudi had met haar verminkt gezicht bij hem elke lust gedoofd om nog verder achter een bruid te vissen. En langzaam aan drong het steeds duidelijker tot hem door hoe verwaand hij was geweest om te verwachten binnen de week deftig met een Duitse getrouwd te geraken, hij, de buitenlandse mankepoot ! Die Gerda moest nogal in haar vuistje lachen, zeg: meneer ging in een handomdraai even een jonge maagd aan de haak slaan ! Ha-ha: blijkt dat verdomme plots een syfilitische feeks te zijn met een hazenlip ! ...Van een vernederende afgang gesproken !

Maar bon ! Het zij zo...Hoofdstuk afgesloten !

Dus bleef als enig alternatief enkel nog de terugkeer naar België over, hé...En als het dan tóch moest, dan nog liefst zo vlug mogelijk ! Zijn centen recupereren, zijn vriend Weintraub bellen, en ...hups ! En de rest kon voor zijn part stikken ! Deze radicale oplossing had hij immers reeds van bij het begin overwogen, dus moest hij nu niet flauw beginnen doen  !

 

Bij het krieken van de dag, nog vóór Hildegarde moed genoeg bijeen had geschraapt om toch maar op te staan, klopte Joseph al aan bij Gerda op het tweede. Ze was juist haar toilet aan 't maken en deed open in haar onderjurk. Toen zij preuts met de hand haar décolleté wilde afschermen duwde hij haar opzij met een neerbuigend "Zeg, kom: dàt heb ik al gezien ! ...Ik moet even op mijn oude kamer zijn en wens niet gestoord te worden, okée ?!"

Tegen alle verwachting in verliep de recuperatie van de vier rolletjes bankbrieven uit de hoekstijlen van zijn oude bed tamelijk vlot. Drie duizend Reichsmark ! Toen hij ook de vijf goudstukken van Leon in zijn broekzak liet glijden viel er al een heel pak van zijn hart. Samen met de drieduizend in zijn opgespelde broekspijp en de drieduizend gerecupereerd bij Ari hoefde hij toch niet totaal onbemiddeld zijn 'Exodus' aan te vatten, hé ! Nu nog zijn bed hierboven in de roze kamer leegvissen en hij kon voorlopig voort !

Terug in de gang botste hij natuurlijk wéér op Gerda, die zich ondertussen al helemaal voor haar werk had opgedoft, en even met hees gefluister haar charmes op hem wilde uitproberen. Maar toen hij haar negeerde, wierp zij hem een stille sneer na: " Is Trudi je soms béter bevallen ?"

Met zijn raid op de 'roze kamer' dacht hij te wachten tot in de namiddag: misschien zou Axel wel even zijn luie kont uit zijn canapé willen verheffen en met dit mooie weer besluiten de stad in te gaan. Ondertussen kon hij zijn pak en zak voor de reis alvast klaarmaken en daarin een geschikte schuilplaats voor zijn fortuin zoeken. Want als het enigszins kon, wilde hij morgenvroeg al de pijp uit zijn: hoe rapper hoe liever...

Aan de twee oudjes hoefde hij geen uitleg te geven over zijn besluit: die hadden het van bij het opstaan met verbijstering gesnapt en volgden nu verwezen van op hun keukenstoel de minste van zijn bedrijvigheden. Ook tijdens het ontbijt werd nog nauwelijks gesproken en zéker met geen woord over zijn aanstaand vertrek gerept. Het leek wel of Hildegarde hoopte, door niet over dit fatale moment te spreken, het definitieve afscheid alsnog te kunnen vermijden.

Deze gedwongen stilte deed iedereen pijn. Nog nooit tevoren was hun, toch meestal hartelijke relatie, door zo'n gespannen sfeer verpest geworden, en nog minder was er ooit tussen hen een hard woord gevallen. Daarom begon Joseph hoe langer hoe meer spijt te krijgen van zijn woedeuitbarsting van gisteren avond. Hij begreep echter ook dat de Weimars niet énkel neerslachtig waren over de bittere verwijten die hij met betrekking op Trudi over hun hoofd had uitgestort. Neen, het was vooral zijn abrupt vertrek dat hen plots bang maakte voor de toekomst. Voor zover zij op hun leeftijd, in de huidige moeilijke omstandigheden én met een hongerwinter voor de deur, überhaupt nog een toekomst hàdden !

Hij kreeg werkelijk met hen te doen en dacht, in een verwoede poging om die stilte te breken, de verlossende opening gevonden te hebben:

" Kijk, Hildegarde, ik begrijp dat mijn vertrek je beangstigt, en ikzelf ben óók bang voor wat mij misschien in mijn Heimat te wachten staat. Maar ik heb werkelijk geen andere keuze: ik kàn mij niet nog langer tegen mijn repatriëring blijven verzetten. En nu Herr Weintraub mij zijn hulp en bescherming daarbij aanbiedt, moét ik deze reddingsplank grijpen vóór het te laat is, nietwaar ?"

Ze knikte moedeloos van ja. Dus deed hij er nog een schepje bovenop: " Voor gebrek aan eten in de toekomst moet u niet bezorgd zijn: de bakkerin Frau Rudel is mij lijf en leden verschuldigd, en zij zal op eenvoudige vraag zorgen dat u niéts tekort komt..."

Een vermoeide glimlach trok over haar diepgerimpeld gezicht en ze schokschouderde even: " Ach, Herr Joseph, dat zal niet meer nodig zijn..."

Hij klopte bemoedigend op haar harde rug en stapte op naar de tweede verdieping. Ernst deed verwaaid open om onmiddellijk weer knorrig in de keuken te verdwijnen. In de salon van Dahlmann lag de canapé er slordig beslapen bij, wat zonder twijfel het slechte humeur van de heer des huizes verklaarde. Het telefoontoestel op het bureel tegen het dichtgespijkerde venster bleek inderdaad aangesloten, en na wat vergeefs zwengelen kreeg hij dan tóch een opgewekte telefoniste van de "Zentrale Steglitz" aan de lijn.

Op zijn vraag 'Zehlendorf, zwo, fünf, sechs, zwo bitte sehr ! ' volgde, na heel wat sinister gekraak, een schelle eendenstem met "Army Intelligence ! ". De Xantippe bleek niet van plan op zijn Duits in te gaan en hij moest diep graven in zijn schoolengels voor ze hem met een gesnauwd "Mister Weintraub, desk one-six ! " doorverbond.

Deze had geen lange uitleg nodig: " Dus voorlopig geen trouwplannen meer ? En je wil zo vlug mogelijk terug naar de Heimat ? Mooi, dan kom ik je morgenvroeg om acht uur met de jeep ophalen en zet ik je af in het 'D.P.Camp' van Grunewald, okee ? Zorg dat je gepakt en gelaarsd staat hé want véél tijd heb ik niet...En ik kan waarschijnlijk vooraf best een 'doktersbriefje' uitschrijven om je door de eerste controles te loodsen, hé ? Op de naam van Jean-Marie Peters, akkoord ? Geboren...dat zal ik wel op mijn steekkaart vinden...Beroep: hulpkok, ja ? En als functie bij onze dienst zal ik maar 'Informant' schrijven hé: dan moet ik dààr tenminste niet te erg over liegen ! "

" Akkoord...En als u misschien Sargeant Kieffer kunt meenemen, want ik heb hier nog een hoop literatuur voor hem liggen om zijn eenzaamheid te stofferen ! " Joseph hoorde enkel nog een opgeklopte teringhoest in de hoorn en dan de klik die definitief een punt zette achter zijn Berlijns avontuur.

'Alea jacta est'...De dobbelstenen van het lot waren geworpen: er was geen weg terug.

 

Joseph werkte de rest van de dag in zijn logeerkamer bij de Weimars aan zijn reisuitrusting, de kleren waarin hij zou vertrekken en zijn bepakking. Omdat hij verkoos er eerder als een landloper uit te zien liet hij zijn stevige militaire ransel beter achter en verdeelde al zijn bezittingen en wisselgoed over de twee uiteinden van een grijze matrasovertrek. Dat lag lekker over de schouder, samen met een opgerolde paardendeken.

Hij besloot op krukken te lopen en zijn beenprothese als een soort trofee omgekeerd uit deze 'rugzak' te laten steken. Als daar vragen over gesteld zouden worden, dan had hij dat kunstbeen zogenaamd, na de Russische verovering van zijn fabriek, kunnen recupereren op een dode Duitse onderofficier. Die kon hij zogenaamd nù nog niet gebruiken, maar het was zijn bedoeling dat later in België te laten aanpassen aan zijn eigen verminking...

Van de onderste plank in Dahlmanns boekenkast, waar de man zijn 'Beiers wandelgerief' bewaarde, had hij een tijdje geleden al een reuzevondst gedaan: een grote overtrokken drinkbus en een inéénpassend stel met twee aluminium potten en een diep deksel. Een betere kampeerset kon hij zich moeilijk voorstellen ! Een vette schipperspet, een versleten sjaal en de kaki kapootjas die hij aan de moord op Plakpot Martens had overgehouden, maakten zijn vermomming àf.

Hij hield ondertussen wel het trappenhuis in de gaten , maar de heer Axel Ziegler bleef blijkbaar liever de hele dag liggen in zijn warme nest op de mansarde. Dit maakte dus een raid op diens ijzeren ledikant voorlopig onmogelijk en er schoot dus niets ànders over dan geduldig te wachten tot die vent ging avondeten bij de Krügers ...Om de tijd ondertussen toch maar nuttig te gebruiken koos hij alvast wat pikante leesvoer voor Sargeant Kieffer...

Het werd vroeg donker en om zes uur kwam Gerda af met haar brood, op haar hielen gevolgd door...haar bazin Frau Rudel ! Die wilde blijkbaar niets aan het toeval overlaten en bracht in twee draagtassen haar eigen traktatie 'Bohnen-kaffee mit Kuchen' mee. Nu moesten de mokkende Weimars wel uit hun schulp komen en Hildegarde deed inderdaad een vermoeide poging om de ongenode gasten toch beleefd op te vangen.

Tegen Joseph deed de bakkerin alsof het emotioneel slot van hun 'Salvarsangesjacher' en de dramatische tussenkomst van haar dochter Trudi tot een ver verleden behoorden. Ze wist dat iedereen in de kamer toch op de hoogte was van het 'leed' dat zijzelf en haar dochter aan die Stink-Russen hadden overgehouden. Daarom hemelde ze ook zonder schroom Joseph op voor de wonderbaarlijke genezing die zij beiden aan hem verdankten en zwoer dure eden dat zij deze redding nooit zou vergeten.

Maar toen Joseph haar vroeg haar gulle gaven in het vervolg rechtstreeks aan Frau Hildegarde te bezorgen omdat hijzelf morgenvroeg terug naar de Heimat moest vertrekken, barstte de bom. De bakkerin leek wel door de bliksem getroffen en realiseerde zich blijkbaar direct dat zijn deportatie te maken had met haar gebrek aan inzet bij het zoeken naar een geschikte bruid. "Ach du Armer ! " was alles wat zij medelijdend kon uitbrengen.

Ook Gerda voelde zich waarschijnlijk mee schuldig omdat ze niet vlugger met Joseph was getrouwd toen die nutteloze vent van haar nog officieel vermist was. Nu zat ze met de gebakken peren en moest ze een minnaar laten gaan waar ze normaal nog veel plezier aan had kunnen beleven...

Tijdens de algemene consternatie was ook Hildegarde stil beginnen huilen. Vati kon het niet langer aanzien en nam haar mee naar de slaapkamer. Frau Rudel pakte haastig haar koffiekan in en liet de koekjes achter voor de liefhebbers. Maar toen Gerda stilletjes met haar bazin mee naar buiten wilde glippen, hield Joseph haar tegen.

" Axel zit waarschijnlijk bij je ouders thuis te wachten op het avondeten en ik moet dringend in die slaapkamer op de mansarde nog iets halen dat van mij is. Wil jij even meegaan als getuige dat ik de boel daar niet sluiks heb leeggeroofd ? Vijf minuutjes ?"

De mansarde leek wel een vuilnisbelt met al die rond-slingerende kleren, oude kranten, kartons en drogend wasgoed. In Axels kampement was militaire orde en striktheid inderdaad zódanig ver te zoeken dat Gerda zich liefst niet te ver voorbij de voordeur waagde. Joseph liep onder de waslijn door, recht naar de slaapkamer en zag direct dat die gluiperd hem vóór was geweest ! Bij twee hoekstijlen aan het hoofdeinde van het witijzeren ledikant ontbraken de koperen sierbollen, en aan het voeteind waren ze er enkel voorlopig scheef opgeschroefd ! Hij wist dat verder zoeken nutteloos was, maar viste toch nog even met de meegebrachte ijzerdraad in de open buizen... Niets natuurlijk !

" Miljaarde, getaarde, gevlamde, geketste, tegen de muur gekotste en weergebotste godverdomme ! " De kettingvloek die hij als jonge gast zo dikwijls vol branie had uitgebraakt, rolde nu als vanzelf weer over zijn lippen. Die Duitse klootzak had hem hier stevig bij zijn pietje gepakt ! Een gekraak deed hem opschrikken.

" Hebt ge gevonden wat ge zocht ?" Gerda kwam vanuit de 'living' even voorzichtig poolshoogte nemen, en hij dwong zich kalm te antwoorden: " Ik heb geen zin om in die vuilhoop verder te zoeken. Zó belangrijk was het nu ook weer niet...een bepaald boek voor onderweg..."

" Een goeie vette porno om je op reis warm te houden, hé ?" lachte ze: "Of om te ruilen voor vleesblikken en rookgerief ?"

" Kom, laat maar, het is niets..."

 

De Weimars waren - waarschijnlijk uit discretie - niet meer verschenen voor het avondeten en dus had hij zélf met brood en eierpoeder maar iets ineen gebokst dat op 'pain-perdu' leek. Met blokjes Spam in de pan gebakken was dat vast lekker, ook al drong de smaak niet goed tot hem door. Hij fantaseerde maar druk het ene scenario na het àndere hoé hij die Axel zodanig voor het blok kon zetten dat hij verplicht werd de diefstal te bekennen en die drieduizend mark terug te geven. Maar steeds merkte hij dat het, hoe dan ook, zónder de hulp van de politie hopeloos was...En om de gewapende macht vóór morgenvroeg op de been te krijgen moest er al een wonder gebeuren... Tot hij een totaal àndere denkpiste begon te volgen, die hem een paar uur respijt kon geven...

 

De rest van de avond legde hij de laatste hand aan zijn bepakking en kroop tegen middernacht in bed. Maar van slapen kwam er niets in huis. Want Gerda had aan tafel bij de Krügers vast verteld dat hij op de roze kamer van Axel had rondgeneusd. En die vent zou natuurlijk direct begrijpen waarover het ging en bij het krieken van de dag de benen nemen voor een paar dagen, of toch voldoende lang om zéker te zijn dat Joseph definitief vertrokken was naar zijn Heimat. Logisch...Enfin, een échte ramp was het wel niet. Als Axel er inderdaad met dat geld vandoor was, had Joseph er toch altijd nog negen over, veilig verborgen in zijn broekpijp en zijn plunjezak...

 

Voor dag en dauw stond hij klaar. De Weimars sliepen gelukkig nog, zodat ze niet als twee geslagen hondjes voor zijn voeten zouden lopen. Hij kokkerelde dezelfde menu als gisterenavond, maar dan voor drie personen, tegen dat de twee oudjes zouden beslissen de nieuwe dag te komen groeten...

En toen begon het eindeloze wachten. Tweemaal had hij zich al volledig uitgedost en voor de grote spiegel in de gang zijn uiterlijk gefatsoeneerd, en tweemaal had hij zich weer helemaal moeten uitpelsen om naar het toilet te gaan. Die 'pain-perdu' lag lelijk op zijn maag...

Eindelijk, om kwart vóór acht hoorde hij de jeep en rende naar beneden. Kieffer zat verveeld te herkauwen achter het stuur en gunde hem met moeite een "Hay! ". Te vroeg voor meneer, blijkbaar...

" En ? Waar is je bagage ?" Weintraub was ook niet in zijn beste doen, zo te horen. En toen Joseph hem vlug de reden had uitgelegd betrok zijn gezicht nog meer !

" Je wil toch niet dat wij hier nog in de rapte een stukje 'Nat Pinckerton' (held in een reeks Britse detectiveromans) gaan opvoeren, hé vriend ?!"

" Dat is ook niet nodig: ik weet wie het gedaan heeft. Die weggelopen krijgsgevangene die jouw geholpen heeft de man van Gerda bij luitenant Voronov weg te halen. Hij zit boven bij de Krügers te ontbijten. Ik denk dat een beetje chantage van jouw kant over zijn illegale situatie hier en de mogelijkheid hem terug in een krijgsgevangenkamp te laten opsluiten al wonderen zou doen. En als de Krügers mee in het complot zitten hebben ze jouw voorwaarden voor hun voorlopige vrijlating na die Werwolfaanslag flink aan hun laars gelapt...Wat denk je ?...Kan je niet een politie-inval opvoeren ?"

Dat laatste scheen de doorslag te geven: Weintraub had er blijkbaar een hekel aan dat men hem niet ernstig nam. Twee trekken aan zijn pijp en zijn besluit stond vast. Met een paar bevelen, die recht uit een gangsterfilm leken geplukt, toverde hij de herkauwende Kieffer om tot een koelbloedige Chicago-cop en gedrieën vielen ze een minuut later de keuken van de Krügers binnen. De sargeant dwong met getrokken pistool Pa, Axel en Ari in spreidstand tegen de muur, terwijl Weintraub het vrouwvolk naar buiten dreef. En nadat Kieffer het trio met twee handboeien aan elkaar had geketend ging Weintraub er aan de tafel gemakkelijk bij zitten.

Toen de verrassing wat gezakt was klopte hij zijn pijp uit en wees Joseph aan: " Jullie weten waarschijnlijk wel dat Herr Peters - die jullie hier Joseph noemen - een medewerker is van onze dienst, de US Army Intelligence Service. Hij kreeg daarvoor een bepaalde som geld in bewaring die door u gestolen werd." Hij wees met zijn pijp Axel aan, die op slag verstarde. "U bent daarenboven een illegaal ontsnapte Duitse krijgsgevangene, wat u vergrijp nog ernstiger maakt. Reken dus maar minstens op drie jaar hechtenis, nietwaar..."

En terwijl Axel bleek wegtrok, wees Weintraub vader en zoon Krüger aan: " Ik heb u een tijdje geleden, na de gas-aanslag in Grünewald, in voorlopige vrijheid laten stellen op voorwaarde dat u zich als vredelievende burgers zou gedragen. Ik stel echter vast dat u de wet weer overtreedt door een misdadiger onderdak te verlenen, en hem bovendien klaarblijkelijk steunt bij de uitvoering van een misdrijf tegen de Verenigde Staten. Er hangt u dus een nieuwe internering boven het hoofd, akkoord ?"

Pa Krüger kon zijn oren niet geloven en stamelde verbijsterd: " Maar...Herr...Ik zweer het u: ik wist van die diefstal niets af ! Nooit..."

Maar Weintraub onderbrak hem: " Luister ! Ik heb geen tijd voor spelletjes ! U kent mijn methode: ik wil dat geld binnen de vijf minuten op tafel zien liggen en we vergeten heel deze zaak, wat gij gedrieën ook op uw kerfstok moge hebben. Wij laten u hier samen vrijelijk overleggen, de tijd dat wij buiten een pijp gaan roken. Mocht iemand het in zijn hoofd halen te willen vluchten, dan wordt hij neergeschoten. En is die zaak binnen de vijf minuten niét opgelost, dan bel ik de 'Military Police' en laat u in hechtenis nemen ! Goed begrepen ?" Hij wierp een blik op zijn polshorloge: " Uw vijf minuten gaan nù in ! "

Maar Axel had zich ondertussen wat van zijn schrik hersteld: " Alstublief Herr...Begrijp ik goed dat U alles van de zogenaamde diefstal vergeet ?...En ook nog eens de spons veegt over mijn ontsnapping uit krijgsgevangenschap ?"

" Op voorwaarde dat het geld hier binnen de...vier minuten en vijfenveertig seconden ligt, ja..."

" Ik kan het onmiddellijk gaan halen. Maar ik verzeker u dat ik uw diensten niet heb willen bestelen: ik vond het geld in mijn bed, op de mansarde hiernaast, en het ligt nu onder de matras...En Herr Krüger heeft daar niets mee te maken..."

Weintraub stak zijn pijp aan: " Al goed ! De sargeant zal de boeien losmaken: u bent vrij. En wij gaan gedrieën met u mee om het bedrag in ontvangst te nemen. U dient wel onmiddellijk dit onderkomen te verlaten en moet u in regel stellen met het bestuur van uw woonplaats ! "

Het geld lag inderdaad in krantenpapier onder de vuile matras. Herr Weintraub fronste toch even de wenkbrauwen toen bleek dat het wel een héél fors 'spaarcentje' betrof, maar zei verder niets.

" Nog één minuutje ! " riep Joseph opgelucht: " Ik neem vlug mijn pak en zak ! En ik moet ook nog even afscheid nemen van mijn hospita ! " En terwijl Alex de laatste richtlijnen kreeg vooraleer op te hoepelen, schoof Joseph op zijn vertrouwde manier langs de trapleuning naar beneden.

De Weimars waren nog niet op, en na een ogenblik twijfelen klopte hij maar op hun slaapkamerdeur...zonder enig gevolg. Die oude mensen toch ! Zo doof als een pot ! Hij vond het wel ongepast, maar klopte nog harder tot de deur open schoof en hij een blik naar binnen kon werpen.

Door de dichtgespijkerde ramen sijpelde maar weinig licht, maar hij kon hen toch op bed zien liggen slapen...

Stijf naast elkaar...slapend óp bed ?

Hij draaide naast de deurstijl het elektrisch licht aan, maar wist al wat hij zou ontdekken.

Hand in hand, in hun zondagse kleren, lagen ze stijf naast elkaar, te slapen.

Voor eeuwig en altijd.

 

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 347

C54:   SAMMELLAGER GRUNEWALD...

 

                             16 september 1945.

Het was een hele opluchting toen hij Weintraub en Kieffer eindelijk in de verte met de jeep langs de wachtpost van het kamp zag buitenrijden. Deze twee gevoelloze typen waren hem door de stress van de laatste uren zodanig op de zenuwen gaan werken dat hij voor een opvliegende ruzie had gevreesd. Maar gezien hij hun patronage tijdens zijn vertrek absoluut niet kón missen had hij wel moéten bukken.

Het was al begonnen toen Joseph in de slaapkamer van de Weimars de twee dode oudjes op hun bed had ontdekt. Hij voelde zich moreel zodanig verantwoordelijk voor hun zelfmoord dat hij het als zijn verdomde plicht aanzag ook verder hun begrafenis te regelen. Op twee dagen moest dat toch deftig afgewerkt kunnen worden. Maar zo verstond de Heer Wientraub het niet. Hij had zich voorgenomen Joseph nog vóór de middag veilig in het Sammellager Grunewald door de 'clearing' te loodsen, en dàt was dàt !

De wansmakelijke discussie was reeds in de sterfkamer begonnen, toen Kieffer zijn baas er aan herinnerde dat de tijd begon te dringen. Want die middag was er op de dienst een receptie gepland om Weintraub en een vijftal àndere ontslagen 'burgerlijke bureelhoofden' voor hun inzet te bedanken. Dat 'glas van de vriendschap' - een eufemisme voor een zware doorzakker - wilde Sgt Kieffer blijkbaar voor geen geld van de wereld missen. Maar toen Joseph liet opmerken dat hij nù niet wég kon omdat hij éérst de begrafenis moest regelen schoot ook Weintraub even uit zijn sloffen: " Zeg, Joseph, hoe lang kén jij die twee oude mensen hier al ? Vier-vijf maanden maximum ? En gij ?" vroeg hij aan Pa en Ma Krüger, die ondertussen ook waren komen kijken: " Dertig jaar ?...Dan lijkt het mij nogal duidelijk wie hier moreel verantwoordelijk is voor de afwerking van de begrafenis, gezien er blijkbaar geen rechtstreekse familie is om dat te regelen. Herr Krüger dus. Verhaal de kosten maar op de bezittingen van de twee afgestorvenen, dan zijt gij rijkelijk vergoed ! "

Vooral deze laatste uitspraak werd heimelijk op gemengde gevoelens ontvangen. De Weimars hadden de reputatie er warmpjes in te zitten, om van hun mooi gemeubeld appartement nog te zwijgen. Bij de Krügers viel dat alvast niet in dovemansoren, maar Joseph bleef toch morele bezwaren opperen. Weintraub werd het zat en riep zijn 'informant' tot de orde: "Luister vent, je hangt af van mijn dienst en ik geef je Nù het bevel Nù terug in de jeep te stappen ! Of moet Kieffer je soms in de boeien slaan ?"

 

Hij had zich vroeger zijn vertrek uit de 15b stukken plechtiger voorgesteld, met smartelijke omhelzingen door de vrouwen die hij van verkrachtingen had gered en ferme schouderkloppen met dankbare buurmannen die hij uit de kerkers van de bolsjevieken had bevrijd. In dit droombeeld hadden de Weimars hun beschermheer als een Sinterklaas met spijt staan uitwuiven, en om het helemaal mooi te maken had die wulpse Gerda zelfs een paar hete tranen staan plengen bij het verlies van haar charmante minnaar. Ook de bakkerin zag hij in zijn verbeelding op haar dorpel kusjes staan werpen, met Trudi gelukkig glimlachend op de achtergrond...Alhoewel, glimlachend...met dàt verminkte gezicht ! ...Ja watte !

Het was natuurlijk helemaal ànders uitgedraaid. En gelukkig had niemand gezien hoe die Kieffer hem praktisch onder dwang met pak en zak op de achterbank van de gehuifde jeep had neergepoot. Alle Krügers hadden het op dat ogenblik vast veel te druk met het plunderen van Weimars kostbaarheden en het leegroven van hun voedselvoorraad. En zelfs de buren, die buiten voor de bakkerin hadden staan aanschuiven, gunden hem -"der Auslander"- in de wegschurende jeep van de Yanks nauwelijks een oogopslag.

Onderweg naar het verzamelkamp had Weintraub hem nog de laatste richtlijnen gegeven om probleemloos bij de receptie door de eerste identiteitscontrole te glippen en ook de latere 'clearing' - zeg maar: het lichten van zijn doopceel - te doorstaan. Zijn papieren op naam van Jean-Marie Peters waren volledig koosjer en zijn vrijgeleide als ex-medewerker van de U.S.A.I.S. van méér dan voldoende stempels voorzien. In geval van nood kon hij altijd nog laten bellen naar het nummer 2562 in Zehlendorf: Weintraub zélf vertrok morgen of overmorgen wel vanaf Vliegveld Tempelhof naar de States, maar Kieffer bleef nog in Berlijn tot het einde van de maand. En Weintraub had ook zijn alibi voor zijn laattijdige terugkeer naar België uitgetest: als Joseph bij zijn verhaal bleef zou daar niemand graten in kunnen vinden. Dacht hij toch...

 Maar ook dàt draaide helemaal anders uit.

'Sammellager Grunewald' (Verzamelkamp) lag achter het gelijknamige goederenstation in de Britse sector van Berlijn. In dit kamp werden alle buitenlandse werkslaven of geallieerde krijgsgevangenen uit de regio Berlijn verzameld voor een gegroepeerde terugreis naar hun vaderland. Weintraub had hem verteld dat ook van daaruit jarenlang de Berlijnse joden waren weggevoerd naar de kampen in het oosten, en de Britten hadden blijkbaar aan de goedgesmeerde organisatie van de nazi's weinig veranderd. De gebouwen voor de administratieve diensten hadden wel wat van de bombardementen en de laatste gevechten geleden, maar de legertenten voor de tijdelijke opvang van de 'Heimkehrer' waren gloednieuw.

Druk was het er niet: in het gebouwtje van de receptie stonden ze hoogstens met een tiental 'Ausländer' aan te schuiven. Maar nog vóór iemand zijn naam had gevraagd, schreef een verpleger met een dun soort lippenstift een nummer op zijn voorhoofd: 16.9.083. Wat hij later zou ontcijferen als de 83e 'klant' van dié dag, 16 september. En vervolgens spoot een collega hem, door alle openingen van zijn kleren langs voor en achter, met een soort Flytox-spuit vol met wit ontsmettingspoeder. Ook zijn hoofdhaar en de vette schipperspet kreeg de volle laag, waarna eveneens zijn bagagezak op die manier overvloedig werd ontluisd. Walgelijk, die zwavellucht, al had heel deze operatie alvast het grote voordeel dat niemand nog zijn witbestoven gezicht kon herkennen...

Ook het noteren van zijn identiteit als "Jean-Marie Peters, geboren te Oostende (België) op 26/06/1923, weeskind en van beroep hulpkok " verliep als een fluitje van een cent. De uitgebluste scribent noteerde enkel stomweg zijn identiteitsgegevens en wees hem zonder verpinken door naar een soort turnzaal àchter hem. 'High Security Control' stond er op de dubbele deur, en bij de suppoost die voor de eerste schifting instond begon de Babelse taalverwarring al toe te slaan.

" Belgium ? Desk eighteen ! Tisch achtzehn ! Bureau dixhuit !" Et pour les Flamands la même chose, dacht Joseph...Dat begint hier al goed !

Tegen de volledige achterwand van deze ruime zaal waren met flinke koorden en grote panden zeildoek wel een dertig hokjes afgespannen, vooraan gesloten met een donker gordijn. Bovenaan elk tentje hing een wit bord met de naam van het land en het volgnummer in de rij. Hier en daar hing het gordijn open en zag je binnen twee lege stoelen en een tafel staan met daarop een sterke bureellamp. In àndere hokken werd 'gewerkt', te merken aan het scherp afgetekend schaduwspel op het doek en de soms brutale stemverheffingen. Vóór sommige tentjes stonden een paar 'patiënten' te wachten, zoals de drie krijgsgevangenen bij 'France 17'. Maar in 'Italy 19' en in 'Belgium 18' was zo te zien geen kat geïnteresseerd.

 Twee minuten later zat hij op de 'pijnbank', de blaker van de bureellamp volop in zijn wit-bestoven gezicht. Een achterdochtige Brusselaar, die hij door de verblinding nauwelijks zag zitten, begon hem direct, eerst in het Frans maar later in het 'Vloemsj', de pieren uit de neus te halen. Verplichte arbeider ? Ja-ja, dat zeggen ze allemaal ! Waar gewerkt ? Als hulpkok in de fabrieksrefter van Fritz Werner Electro A.G.? Wel-wel...En zich goed volgevreten op kosten van de werkslaven hé ! Waarom hij nu pas naar zijn vaderland terugkeerde, wilde de vent weten: de uiterste datum om zijn nationaliteit niet te verliezen was 30 juni geweest, dat wist verdomme toch iedereen ! En toen kwam de hamvraag: waar had hij dan die hele tijd gezeten, ruim twee maanden over tijd ?!

Hij begon zijn tranerig verhaal op 11 maart. Bij een zwaar Amerikaans bombardement op zijn fabriek verloor hij eerst zijn voet, en na koudvuur, later zijn hele been. Hij had nog steeds in het hospitaal gelegen toen de Rus hier Berlijn veroverde...En daar had hij dat kunstbeen kunnen "recupereren" op een gestorven Duitse onderofficier. De prothese paste wel niet helemaal, maar in België kon dat wel gefixt worden...De Ket geeuwde verveeld en vond het blijkbaar hoogtijd de litanie brutaal te onderbreken.

"Mor toens gijder geneest waort, koste toch voesch gaon, terug naor den Belgiek !

"Op krukken ? Per ambulance ? De Russen hadden wel wat ànders te doen ! Maar toen ik ver genezen was - gelijk ge zegt - heb ik dan nog wat voor hen gedolmetscht...heu, vertaald bij ondervragingen...Tot in begin juli de Amerikanen mij in dienst namen voor ongeveer hetzelfde werk. Die wilden mij nu pas laten gaan omdat hun oude dienst werd opgedoekt... En deze morgen hebben ze mij hier afgezet met de jeep..."

" Mon Qúuu ! Mokt da de kiekes wijs, hé fiston ! Aa histoire is veelst te schoene vor de vérité ! "

" Maar dat is toch gemakkelijk te controleren ! Ik zal u de nummero geven van de 'Military Intelligence' van den Amerikaan die mij in dienst had: hierzie 'Zehlendorf 2562 '! En vraagt naar Herr Weintraub ! Wat wilt ge nog meer, verdomme ! "

" Comment ? Weintraub ! Da's toch gien Amerikonse noam ! "

" Neen, da's een Duitse jood die genaturaliseerd is geworden tot Amerikaan ! Maar ge hebt waarschijnlijk ook iets tegen Duitse joden hé ! " De toon begon gevaarlijk te stijgen en Joseph besefte dat hij een beetje moest gaan inbinden. Gelukkig werd hun beider aandacht even afgeleid toen de zijflap van hun tent weggeschoven werd en een ànder lid van het personeel - blijkbaar de Italiaanse buurman van nummer 19 - zich in het donker achter zijn opgewonden Belgische collega opstelde. De straffe bureellamp in zijn snuit belette Joseph om die nieuwe vent te bekijken, en ook wat ze stil tegeneen zegden ging verloren in het Franse gekwebbel bij hun linker buren.

Blijkbaar ten behoeve van de Italiaan moest hij heel het vragenlijstje over zijn identiteit opnieuw beantwoorden en ook zijn verzonnen verhaal nog eens afhaspelen. Maar de Italiaan bleek eveneens erg geïnteresseerd in de persoon van Herr Weintraub...

Plots hoorde hij die vent zeggen: " Oui-oui, c'est bien lui: j'en suis sûr ! "

De man stapte naar voor en draaide de bureellamp naar zich toe tot hij in volle licht stond: helemaal geen zuiders type, ware het niet dat die zwarte ringbaard wel de illusie kon wekken. Maar de Britse battledress zonder distinctieven paste daar helemaal niet bij...

" Herkent gij mij nog ?" vroeg de man kortaf in deftig Vlaams. Maar toen hij Joseph verrast zag twijfelen vervolgde hij: " Let niet op de baard en het uniform: die zijn nieuw. Je zag mij laatst in een Italiaans uniform."

Joseph schrok van de openbaring: " Arthur ?...Arthur Birnbaum ?!"

 Verdomme ! Wat een ramp ! Heel zijn zorgvuldig opgebouwde valse identiteit was naar de vaantjes !

Maar Arthur lachte: " Inderdaad Jean-Marie: Ik ben het, de Italiaanse krijgsgevangene die twee maanden lang in uw keuken mocht werken ! Met al de potten die ik heb mogen uitlikken hebt gij mij zeker van de hongerdood gered ! En toen ge na dat bombardement verdwenen waart, heb ik lang spijt gehad dat ik u nooit deftig heb kunnen bedanken...Maar toen ik daarstraks uw stem hoorde, herkende ik daarin direct mijn Chef-kok van de Frits Werner fabriekskeuken ! Verdikke zeg ! Wat een toeval hé ! "

Joseph moest even bekomen van deze verrassende wending ,maar begreep nogal rap dat Arthur het verzonnen verhaal zo nadrukkelijk bevestigde om hem te 'clearen' in de ogen van zijn Brusselse ondervrager. Daarom haakte hij dankbaar in door de sketch voort te spelen: "Ja inderdaad, wàt een toeval ! U hier nog te mogen terugzien ! Ik die dacht dat alle Italianen al lang terug bij 'La Mama' zaten ! Mensen toch ! ...En hoe gaat het met u ?..."

" Goed-goed...Maar laat ons toch liever op ons gemak ergens ànders gaan babbelen, hé ! " En zich tot de Ket wendend, lachte hij alsof die vent nu wel méér dan genoeg zever had verkocht: " Vous en avez sans doute terminé avec mon ami, hein, chèr collègue ! Je ferme ma boutique pour une demi-heure, le temps de pouvoir l'installer ! Alléz, à tantôt ! " En hij greep Joseph bij de arm, hielp hem met zijn krukken en leidde hem als een échte oude vriend druk keuvelend de zaal uit...verwonderd nagegaapt door de Ket.

Buiten moest Joseph even van de emoties bekomen en zijn gewicht van zijn trillende been af halen. Leunend tegen de vuile baksteenmuur zoog hij verwoed een paar maal zijn longen vol, vooraleer het rode waas voor zijn ogen was opgetrokken. Verdomme, toen hij zojuist Arthur herkende, was het of zijn wereld instortte. In een flits herinnerde hij zich hoe koel en hautain hijzelf zijn vriend in de kelder van het 'Hauptamt' had bejegend. Nu de rollen omgekeerd waren zou dat verdomde jodenjong natuurlijk eventjes lekker wraak nemen ! Als die smeerlap zijn alias in bijzijn van die Brusselaar zou doorprikken - door hem bijvoorbeeld enkel met "Ha ! Herr SS-Oberscharführer ! " te begroeten - dan was hij onherroepelijk een vette vogel voor de kat !

Maar het wonder was geschied ! Die komediant had daar plots een sketch opgevoerd over de miraculeuze hereniging van twee oude vrienden ! Chapeau ! Hij stond er nog steeds bij te gapen van bewondering.

" Arthur...ik versta er geen kloten van ! Je red mij zojuist het leven, jij ,de jood, terwijl je aan een oud SS-er als ik toch geen goede souvenir kunt overgehouden hebben. Vooral nu de propaganda over de daken schreeuwt wat voor beestigheden mijn collega's hebben uitgehaald ! "

Arthur haalde onverschillig de schouders op: " Het is misschien raar, Joseph, maar sinds ik je destijds terugzag op het Hauptamt heb ik je als SS-er nooit érg 'au sérieux' kunnen nemen. En waarschijnlijk bén je dat in werkelijkheid ook niet. Want in plaats van mij toen officieel aan te geven als ondergedoken jood - zoals toch je verdomde nazi-plicht was - heb je me, met groot risico voor jezelf, in bescherming genomen...En mij op de koop toe ook nog een betere werkpost bezorgd. Joseph, dàt heeft écht mijn leven gered, moest je het nog niet weten. En dat maakt dat ik sinds mijn werk op de Fehrbelliner Platz, nog méér zelfs dan de jaren voordien, aan jou terugdenk als mijn jeugdvriend 'Jiepy', waarmee ik in de duinen konijntjes ging strikken, weet je nog ?"

"En schoot dat allemaal door je meesterbrein in die drie seconden nadat je mij herkende ?" vroeg Joseph sarcastisch, met moeite bekomen van de emoties." Zo verdomd rap was je vroeger anders niet ! Al de moeite die ik had om je een vergelijking met twee onbekenden te laten oplossen ! Zo'n genie was je nu ook weer niet hé !   "

Arthur monkelde even :"Neen ? En wat zeg je dan van m'n Frans ,sukkel ? Allemaal bijgeleerd tijdens mijn congé in de Provence ,man ! Drie jaar privéles gekregen van de knapste leermeesters van de moment ,als internist van "Université de la Tuilerie" :"Quesque je vous dit !" Dat heeft mij zelfs deze mooie job opgeleverd in ons Sammellager Grünewald ! Ze meesmuilden even ,tot Arthur ernstig hervatte :

" Neen, inderdaad ,we hebben wat meegemaakt ,hé...Maar weet ge wàt mij onmiddellijk in zo'n vergevensgezinde stemming bracht ? Geen oude histories van levensredders en jeugdherinneringen, vriend, maar simpelweg omdat het vandaag 'Yom Kippur' is! Of met andere woorden: het feest van de 'Grote Verzoening' waarin wij onze vijanden vergeven en onze vrienden op de zenuwen werken, zoals mijn vader zei. Ik herinner mij dat je vroeger met die joodse traditie flink hebt kunnen lachen, weet je nog wel ?... Gelukkig kan ik dat ook, er mee lachen...Want als diep overtuigde jood zou ik normaal vandaag zelfs niet zijn komen werken in mijn clearing job, nietwaar...En dan was jij nu waarschijnlijk wegens jou vroegere 'diepe overtuiging' al door de mand gevallen bij mijn Belgische collega en geboeid afgevoerd ! ...Wat nog maar eens bewijst, beste vriend, dat al die zogenaamde 'diepe overtuigingen' ons in het verderf storten als we niet op tijd ons stom boerenverstand gebruiken ! "

" Amen ! " spotte Joseph opgelucht, waarop ze beiden in een onbedaarlijke jongenslach schoten !    

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 348

C55   BLOEDBROEDERS.

 

         Sammellager 'Grünewald', 17 september 1945.

Arthur had hem verwittigd dat het volgende transport naar het westen pas over drie-vier dagen uit Grünewald zou vertrekken, een beetje afhankelijk van de goodwill van de Russische bezettingsautoriteiten. Want die waren volop bezig de meeste spoorlijnen te demonteren van dubbel- naar énkelspoor en de aldus gerecupereerde staven als herstelbetaling af te voeren naar de Sovjetunie. Dat dit niet van aard was de heropleving van het Duits treinverkeer te bevorderen sprak voor zich. En dat ze daarenboven op die manier hun westerse geallieerden in Berlijn een poot konden uitvijzen, was mooi meegenomen.

Maar ondertussen kon Joseph op gebied van huisvesting zeker niet klagen. In de legertent waar Arthur hem 'gecaseerd' had waren maar acht strozakken van de twintig bezet. De potkachel in het midden van de centrale gang blokkeerde de eerste herfstkilte met een gezellige warmte en was van een ruime reserve aan bruinkoolbriketten voorzien. In de nok liep een draad met vier elektrische lampen, en daaronder nog één die als waskoord dienst deed. Buiten achter de tent hingen nóg een paar drooglijnen, maar die werden - volgens de zelfverklaarde tentoverste - "regelmatig leeggeroofd door de stinkende Oost-Europeanen : Een bende échte voyous ! ".

Onder de lamp in de nok van de tent zaten vier Walen te kaarten. "Al drie dagen aan één stuk ! ", fluisterde Didier-de-tentoverste, die blijkbaar graag met Joseph wilde aanpappen. Hijzelf kwam van de Brusselse Marollen, verkondigde hij fier, wat meteen ook verklaarde waarom die ondervrager van zoëven juist hém tot zijn 'chef-de-tente' had bevorderd. "En gij ?" wilde hij weten. Toen er daarop nog een hele resem vragen volgde, begon Joseph die Didier er serieus van te verdenken simpelweg een knechtje te zijn van de Grote Brusselse Inquisiteur in de ontvangsthal ! Dus het was hier eventjes oppassen geblazen !

De twee strozakken naast Joseph waren bezet door een vader met zijn zoon, maar die waren voor het moment op wandel. Limburgers, waar volgens Didier een verbrand randje aan zat. Die twee verbleven heel de dag bij de rest van het gezin: moeder en dochter, die apart logeerden in een stenen loods voorbehouden voor de vrouwen.

" D'ailleurs " zei Didier met een schuwe blik: " als ge eens rap een vrouw wilt hebben, is er in dien hangar altijd wel eentje die u voor tien mark of een Amerikaans K-rantsoen uit de nood wil helpen. Françaisen zijn door de band beter en properder dan de Polakken, ook al vragen die laatsten slechts de helft van de prijs. Maar tegen een Parisienne kunt ge dat veel gemakkelijker uitleggen hé...Of anders zal ik in 't frans wel een goed woordje voor je doen ,als ge wilt..." Joseph vroeg zich in stilte af welke toeschietelijke dame horizontaal nog veel nood kon hebben aan de ontboezemingen van meneer Didier - of tegen halve prijs volmondig geknield nog veel wereldschokkend nieuws te vertellen had - maar hij miste de drang daarover een verhelderende discussie met de man aan te gaan.

Toen zijn beer begon te grollen vroeg hij Didier óf - en wanneer - ze hier nog iets te bikken kregen. Maar dat bleek énkel éénmaal daags voor te vallen, van 8 tot 9 uur 's morgens. Iedereen had recht op een half brood met sinaasappeljam en échte koffie, plus een Amerikaans K-rantsoen voor de rest van de dag. Normaal was dat meer dan voldoende. Maar wie nóg honger had kon, tegen betaling, van 16 uur af terecht in de kantine voor een warme dikke groentensoep van 50 Pfenning. Joseph hield dus zijn groller voorlopig in toom met de koekjes van Frau Rudel, en stelde al zijn hoop op de hutsepot van de late namiddag.

Ondertussen wou hij het kamp wat verkennen, kwestie van zich beter te kunnen oriënteren. Maar Didier fluisterde hem geniep in het oor dat hij zijn bagage toch niet zo onbeheerd kon achterlaten, met een schuine blik naar de kaartende Walen in de fond.

" Och, " deed Joseph geringschattend: "veel bijzonders zit daar niet in...Maar als gij hier in de omgeving blijft, kunt ge misschien een oogje in 't zeil houden ?"

" Ik weet niet of ik hier nog lang blijf hangen. Als ik de laatst aangekomen gasten gecaseerd heb, was ik van plan eens een toertje te doen tot bij mijn kameraad van de receptie..."

Joseph lachte eens fijntjes: dus tóch goed geraden :Didier "had iets" met die Ket van de Clearing ! Maar hij begreep direct dat een 'Lucky Strike' dezelfde Didier wel van zijn adembenemende uitstap zou doen afzien, en voor twéé sigaretten bleek die zelfs akkoord om de wacht op te trekken naast Joseph zijn 'rugzak'. Geen overbodige luxe, vond deze: tenslotte zat de helft van zijn fortuin in die omgevormde matrasovertrek verborgen...Hij stak een tiental kummelkoekjes van de bakkerin in zijn broekzak en trok op verkenning...

Vier rijen van tien tenten telde hij: dus was er plaats voor achthonderd mannen ;de vrouwen logeerden in drie stenen loodsen aan de overzijde van het spoor. Aan elke tent hing een plaatje met een volgnummer, en daaronder stond de naam van het land vermeld waar de bewoners naartoe wilden. In de rechter helft van het kamp kwamen 'Belgium' en 'Holland' blijkbaar voor het ogenblik met elk één tent ruim toe. Maar 'France' en 'Poland' besloegen er nog steeds drie, 'Italy' 'Spain' en 'Scandinavia' twee. De verste tenten achteraan stonden leeg...De twee linker rijen waren op zicht volledig bezet, vooral met Oost-Europeanen en ruige besnorde mannen uit de Balkanlanden. Die vonden het eten van die westerlingen blijkbaar maar niks, want vóór elke tent zaten kleine groepjes hun eigen potje te koken boven een open vuurtje. De brandlucht van beschilderd hout - gebroken ramen en deuren uit de omliggende ruïnes - prikkelde in oog en keel. En de stank van verbrande kost bewees dat velen van Vatel nog iets konden opsteken. Maar hij merkte onmiddellijk aan de blikken van dat schorem dat ze hem als pottenkijker hier niet moésten - of als gemakkelijke prooi misschien juist wél ! - en dus maakte hij zich op zijn krukken maar stilletjes uit de voeten.

Het 'Frauenviertel' besloeg twee grote bakstenen loodsen vol lijnen grauw wasgoed en honderden vrouwen met klein grut. Op zicht veel Russinnen en vroegere 'Ost-Arbeiterinnen', meestal jonger dan dertig, die wantrouwig bijeen klitten in groepjes van vier-vijf...Hier werd hij indien mogelijk nog vreemder bekeken...Zo'n gehandicapte gluurder als hij konden ze blijkbaar goed missen in deze diverse harems en dat lieten de sterkste vrouwen van de clubjes dan ook duidelijk weten. Een paar eenzame zielen zouden daarentegen misschien wel open gestaan hebben voor een 'onschuldig' praatje - met een snoepje nà, indien 'affiniteit' -  maar die werden door de manwijven goed onder de duim gehouden. Waaruit hij meteen opmaakte dat hij voor een vlugge wip hier in elk geval aan het verkeerde adres was...

Om de opkomende verveling van zich af te zetten hoopte hij dat Arthur misschien beschikbaar zou zijn voor een babbeltje. Maar die had nog 'volk': vijf Italianen die er zo te zien niet gerust in waren.

"Om vier uur, bij een kom soep, in de kantine ! ", weerde die af: " Jammer, maar vlugger gaat niet ! "

Nog ruim drie uur te gaan...Hij besloot dan maar in zijn tent op de strozak te gaan liggen en de plotse wending, die zijn leven vandaag had genomen, eens van wat dichterbij te bekijken.

" Ik lijk verdomme Alice Nahon wel, met al dat weke zieleknijpen !...Wat voorbij is, is voorbij ! Heb ik mij misschien iets te verwijten in de drama's van de laatste dagen ?...De Weimars ?...Dat die oudjes uit het leven gestapt zijn had ik nooit kunnen beletten: die mensjes waren óp...Voor die laatste maanden, dat ik hun hoofd boven water heb gehouden, zijn ze me altijd dankbaar geweest, dus dààr kan niemand mij iets aanwrijven. Enkel jammer dat de ruzie over die stomme Trudi hun laatste uren heeft verpest...En over Trudi gesproken moet ik mij ook geen gewetensvragen stellen...Ik heb haar misschien gekwetst door zo gevoelloos over die hazenlip te vallen, maar anderzijds gaf ik haar gratis de Salvarsankuur die haar hoogstwaarschijnlijk het leven zal redden ! ...Frau Rudel idem: die heeft daarenboven met de dood van de Weimars nog een goede zaak gedaan en is van haar verplichte 'dagelijks-brood-op-lijfrente' af...En ook met Gerda sta ik quitte, terwijl de rest van de Krügers nog spijt gaat krijgen dat ik wég ben, zéker weten ! "...En buiten hen...

 

Hij was dan blijkbaar tóch in slaap gevallen, want iemand schudde aan zijn been om hem wakker te krijgen:

" Wel man ! Hadden wij geen afspraak bij de soep in de kantine ? Of heb je geen honger ? Als je je niet haast is alles óp ! " Hij herkende die vent niet meteen...of ja toch: Arthur Birnbaum natuurlijk...Raar, want die stond zojuist in zijn droom samen met zijn moeder iets van 'Paljasso' te zingen ! En vals op de koop toe !

 

Na zijn tweede kom 'soep', heerlijk dik en vettig, raakten de twee eindelijk ongeremd aan de babbel. Vooral Arthur had heel wat te vertellen. Hoe hij op 10 mei '40 , op aanwijzen van de garde met zijn vader en oom door de rijkswachters werd gedeporteerd, eerst naar de gevangenis van Veurne en een vijftal dagen later met de bus naar Noord-Frankrijk...

" Ja, ik ben je op de fiets nog gaan zoeken in het gevang van Veurne, maar ik was twee dagen te laat: ge waart al op weg naar Parijs, zei den baas daar..."

Neen, in Parijs waren ze niet geraakt, wegens een panne aan de bus. In Soissons werden ze dan met nog een paar àndere konvooien in een trein met beestenwagens gestouwd, nog altijd zonder eten. En vijf dagen later, met enkel af en toe wat water en dikwijls door de burgers met stenen bekogeld als 'espions', kwamen ze volledig uitgeput aan in het kamp van 'Les Milles'...Dit lag helemaal in het zuiden van Frankrijk, dicht bij de stad Aix-en-Provence...

Joseph knikte: " Toen ik je eerste brief uit dat kamp ontving heb ik natuurlijk op de kaart gezocht waar dat ergens lag, maar het was te ver om je hoe dan ook te helpen. Ik heb je samen met Nadine De Handt toen verschillende keren geschreven, maar we merkten aan je volgende noodkreten dat je onze brieven nooit gekregen hebt..."

"Ja, ik heb je toendertijd die stilte dikwijls verweten ! Ik dacht dat je me bewust liet stikken"

Maar achteraf bekeken verwonderde dat Arthur niets, want in het kamp van 'Les Milles' heerste de grootste chaos. Het was in feite enkel een ommuurd terrein rond een afgedankte fabriek van dakpannen, zonder de minste voorzieningen voor de opvang van de vijfhonderd geïnterneerden. Ze kregen onderdak in de droogtoren, een groot gebouw van vijf verdiepingen met houten vloeren vol brede spleten, bedoeld voor de luchtcirculatie. Dwars door die vloeren tochtte het dus als de pest en aangezien alles onder een centimeterdikke laag rood stof lag, hing er steeds een roze mist in het kille gebouw. Want wie op de verdiepingen een voet durfde verzetten, liet meteen een verstikkende sluier naar beneden warrelen. En wie er 's nachts zijn dringende behoefte deed...Die dakpannenfabriek was met andere woorden totaal onbewoonbaar en gelukkig mochten de sterkste onder hen overdag wat buiten werken: loopgraven en latrines graven...En de verse gedetineerden helpen die dagelijks met een nieuw konvooi binnen kwamen. Die werden dan weer een verdieping hogerop gecaseerd en zo begon de miserie met die plakkerige rose mist van voorafaan...Op den duur zaten ze daar met over de drieduizend, vooraleer de Franse commandant er aan dacht een paar 'nevenkampen' in de omliggende dorpen op te richten...

" Enfin, ik moet je over jodenkampen niets vertellen hé: die zal je in Rusland genoeg gezien hebben ! "

Die geniepige slag onder de gordel had hij écht van Arthur niet verwacht, en in een reflex stampte hij terug.

"In mijn sector kregen de joden zelfs geen gelegenheid om tot in een kamp te geraken, weet je Arthur: ik sneed ze voordien allemaal in reepjes en legde ze tussen mijn boterhammen, okee ?! Het is toch dàt wat je wil horen hé ? Dat ik ook zo'n kampbeul was, waarover nu zoveel te doen is ? En mijn vrije tijd vulde met het maken van getatoeëerde lampenkappen en behaarde portemonnees ? Kap al die rotte verzinsels maar over mijn kop uit, beste vriend: ik ben toch niet in staat het tegendeel te bewijzen, je doét maar ! Dat ik in mijn dertig maanden oostfront geen enkel jodenkamp gezien heb, gaat er bij de inquisitie maar moeilijk in hé ?!  Het kàn niet anders of ik heb er minstens een dozijn persoonlijk opgehangen, nietwaar !"

Arthur scheen hem even zwijgend te wikken en haalde dan de schouders op: " Sorry Jiepy, maar die job hier maakt ons inderdaad compleet parano...Op den duur vermoed je zelfs dat achter de eerbaarste mens een soort Landru ( 'Lady-killer' die opeenvolgend een tiental rijke weduwen opvree en keelde na W.O.1) schuil gaat, en vrees je in je beste vriend een massamoordenaar te ontdekken...Leutig is dat niet hoor ! ... Hand aufs Herz, Joseph: ik mag er op rekenen dat ik mij voor jou nooit zal moeten schamen hé ? Wij zijn toch bloedbroeders, weet je nog ?"

Joseph zocht ironisch op zijn duimtop naar de speldenprik, waarmee hij een paar jaar geleden plechtig zijn bloed met dat van Arthur had vermengd: " Jammer dat er van onze dure eden zo weinig is overgebleven, hé...En wat de dode Russen aangaat die ik op mijn geweten heb: ik weet niet hoe hoog jouw schaamdrempel is, maar ik lig daar niet van wakker...A la guerre comme à la guerre!  Als je mij daarom een massamoordenaar wil noemen, dan doe je maar ! ...Wat ik daarentegen wél weet is dat ik mij indertijd, in mijn zuiver katholiek nest dat Westende was, nooit de vraag gesteld heb of ik beschaamd moest zijn om een verstoten Duits jodenjong tot vriend te nemen. En persoonlijk heb ik ook nooit aan je onschuld getwijfeld, toen jullie indertijd op de vlucht sloegen voor de Duitse politie en onderdoken in mijn geboortedorp ! "

" Bon, al goed..." grinnikte Arthur: " Laat ons maar over dat jodenkamp in Les Milles zwijgen. Wél heb ik er honderden grote mannen en zelfs genieën leren kennen , zoals Lion Feuchtwanger, Max Ernst, Golo Mann, de hele Duitse elite van filmacteurs tot Nobelprijswinnaars. Maar voor de rest heb ik er toch enkel slechte herinneringen aan: de zelfmoord van mijn oom en de hartaderbreuk van mijn vader toen ze ons in mei van '43 op de trein jaagden naar Duitsland. Onderweg ,in de buurt van Annecy ,had dan een groepje verzetstrijders van het Franse maquis het goede idee ons spoor op te blazen, waarschijnlijk in de mening dat de Wehrmacht met onze trein kostbare goederen naar de Heimat vervoerde. Onze wagon is toen in het ravijn gedonderd en helemaal open gespat en van mijn vijftig medepassagiers was ik blijkbaar de enige ongedeerde overlevende. Schaapherders die samenwerkten met de Franse maquisards hebben mij dan voor lange periodes achtereenvolgens bij verschillende boeren ondergebracht, tot ze in juli '43 na een razzia opgepakt werden en ik er alleen voor stond. Dan heb ik dikwijls de hemel bedankt voor die stomme Karl-May-spelletjes die we in de duinen van Lombardzijde opvoerden en waar jij en Leon mij leerden konijnen te strikken en vogelnesten te roven...Op die vangsten heb ik weken overleefd, al kon ik af en toe wel eens voor een paar dagen, en dan nog meestal in het geniep, op een boerderij onderduiken..."

"Ja, " zuchtte Joseph :"Leon heeft mij indertijd daar 't een en ander over verteld: dat ge op den duur in Zwitserland zijt geraakt en daar werd gearresteerd..."

Arthur knikte :" Ik heb er ongeveer nog een maand op gezet voor ik van Annecy tot aan de Zwitserse grens geraakte. Op een nacht ben ik door het mijnenveld en onder de prikkeldraad geslopen, maar eens in Zwitserland hadden ze mij rap te stekken. Omdat ik crepeerde van de honger had ik op een markt alle proefstaaltjes die de kraamhouders aanboden opgevreten en dat viel niet goed bij die pretentieuse Zwitsers... Ik vloog in de bak en werd drie dagen later terug over de grens gedreven naar de Italiaanse Bersagliéri, de bergtroepen die deze sector bewaakten ,juist op het moment dat Italië capituleerde ! "

"Begin september '43 als ik mij goed herinner ?"    

"Ja, 11 september, inderdaad ! Tijdens de week dat ik daar bij hen in het cachot heb gezeten, heb ik verteld dat mijn moeder de bekende operazangeres Viola Conti was. En toen Italië capituleerde en de Duitsers met geweld de grenspost van hen wilden overnemen gaf de Italiaanse commandant mij uit sympathie de papieren en het uniform van ene gesneuvelde Jiovanni Stresa. Die jonge rekruut werd daar dan begraven onder mijn identiteit. Daarmee geraakte ik zonder verdere moeilijkheden in Duitse krijgsgevangenschap.. Probleem is dat ik nog steeds officieel Stresa heet, en niet kan bewijzen dat ik de levende Arthur Birnbaum ben aangezien deze blijkbaar begraven ligt op het kerkhof van het klein Franse alpendorp bij Chavannes ! ... Dat maakt de zoektocht naar mijn moeder in Engeland stukken moeilijker en ook mijn toekomstige aanspraken op de geheime bankrekeningen van mijn vader praktisch onmogelijk..."

Joseph keek verbaasd: " Maar ik kan toch getuigen wie jij in werkelijkheid bent ! Is dat geen voldoende bewijs misschien ?"

"Ja, maar geen enkele Duitse instantie zal daar op ingaan, omdat er al teveel gesmost wordt met paspoorten. Die van jou zouden ze ook niet van te dicht mogen bekijken, veronderstel ik, hé ! "

" Maar de mijne wordt gewaarborgd door de U.S.Army Intelligence Service, hé vader ! Da's geen kattepis ! Ge moogt gerust zijn."

Arthur leunde peinzend achteruit: " Zoiets zou ik verdikke ook moeten kunnen op de kop tikken hé..."

" Er is toch niets dat je zoiets belet. Ik heb ten andere mijn contactman in die dienst een week geleden nog over jou gesproken, en hij wilde in naam van het 'Joods Agentschap' alles van je familie weten...Ik denk dat Herr Weintraub heel blij zou zijn met jou kennis te maken...Of 'geweest zou zijn'...Want vanmiddag nam hij officieel afscheid van die dienst en morgen - of toch zéér binnenkort - vertrekt hij naar de States. Dat zal dus kantje-boordje worden als je hem nog wil treffen...Maar eventueel kan ik je zijn telefoonnummer geven...'Zehlendorf 2562'...Het is nu vijf uur: misschien is hij nog op zijn bureau...Maar of hij nog niet straal bezopen is ?..."

 

Het had wel een eeuwigheid geduurd voor ze Weintraub aan de lijn kregen, maar al bij al was hij toch nog nuchter genoeg om zich Josephs verslag over Arthur Birnbaum te herinneren. Morgenavond vertrok hij normaal van vliegveld Tempelhof naar Londen, en mits een beetje wringen kon hij Arthur vlak na de middag een half uurtje ontvangen...

Zijn vriend dreef van het zweet toen hij de hoorn oplegde en moest even met gesloten ogen bekomen van de opwinding. Toen hij opstond omvatte hij plechtig Josephs hand: "Als dit lukt, mijn lieve bloedsbroeder, ben ik voor eeuwig je schuldenaar ! Vraag mij wat je wil, en ik zal tot het uiterste gaan om aan je wensen te voldoen ! Tot het uiterste, versta je ! "

Joseph volgde verveeld deze pathetische uitbarsting van zijn vriend en trok het in een lach: " Er is inderdaad iets waarmee je me veel plezier zou doen..."

"Zeg het ,vriend, zeg het ! "

"Zou je mijn geplette hand weer wat in model kunnen duwen ?!"  

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 349

C55BIS. DE RATTEN VLUCHTEN NAAR "ODESSA"...  Van 1945 tot 1953...met  

De meeste Nazi's die iets op hun kerfstok hadden staan of vreesden vervolgd te worden door de overwinnaars wilden allen als de bliksem onderduiken onder een valse naam ,of naar het "veilige" buitenland verdwijnen. Reeds vanaf augustus '44 ,twee maanden nà de landing van de geallieerden in Normandië ,was het zelfs tot het gros van de nazibonzen doorgedrongen dat ze de oorlog zouden verliezen. Gezien Roosevelt en Churchill tijdens de conferentie van Casablanca (januari '43) beslist hadden enkel een onvoorwaardelijke overgave van de As-mogendheden (Duitsland ,Italïe en Japan) te aanvaarden, wisten Hitlers acolieten dat zij nà de instorting van het Derde Rijk op geen mededogen moesten rekenen. Hen wachtte de dood, of minstens een zware straf. Tenzij ze konden onderduiken of naar een veilig ver land vluchten. Hoe mondmoedig ze ook beweerden hun nazi-idealen totterdood te verdedigen, kozen de meesten  toch maar voor de tweede oplossing.      

Een vlucht op dergelijke schaal moest echter degelijk voorbereid worden en voor zoiets was je bij de Duitse geheime diensten aan het goede adres. Tijdens een geheime conferentie in Straatsburg (augustus '44) legden de Gestapo en de Sicherheidsdienst de drie grondslagen vast voor een gelukte "verdwijning": een reusachtig bedrag aan goud en vreemde deviezen, plus een nieuwe onverdachte identiteit, plus een veilige ontsnappingslijn met onopvallende tussenstations onderweg. Bij velen moest ook de okseltatoe van de SS met hun bloedgroep worden weggewist. 

Valse papieren maken was geen probleem. Daarenboven kon men putten uit de stock aangeslagen paspoorten van overleden politieke gevangenen, joden en "Fremdarbeiter". Vanaf begin '45 was iedere nazi-potentaatje van iet of wat formaat voorzien van een tweede identiteit. Hun gezin echter nog niet, en dat zou veel kopstukken noodlottig worden.                                                              

Voor de organisatie van de ontsnappingslijnen naar buurlanden werd een "firma" opgericht :"Die Schleuse" (de sluis). Die zorgde voor het op poten zetten van een paar "bevriende" gasthofketens naar het noorden (Denemarken via Flensburg), het zuiden (Oostenrijk via Kufstein, of Zwitserland en Italië via Bregenz, Tarvisio of de Brenner) en het westen (Frankrijk en Spanje). Na de ineenstorting van het Derde Rijk slaagde dit bedrijf er eveneens in de hulporganisaties van het Vaticaan, het Rode Kruis en Caritas binnen te dringen en voor eigen nut te misbruiken.

Vanaf herfst '48 zorgde daarenboven een àndere firma -"Die Spinne"- voor een evacuatie naar landen bùiten Europa (zoals Syrië, Egypte en Argentinië), terwijl de oud-SSers ook rond die tijd hun eigen organisatie oprichtten: ODESSA. Dit stond voor "Organisation der ehemaligen SS-Angehörigen" (Organisatie van voormalige SS-leden) en hield zich "officieel" bezig met het bekostigen van de verdediging van oud-SSers voor de rechtbanken, alsook het verstrekken van sociale steun aan de familie van hun gesneuvelden en "vermisten". Met dat laatste werd echter in hoofdzaak de voortvluchtigen bedoeld die door toedoen van ODESSA naar het veilige buitenland waren versluisd...Daarbij werkte de organisatie samen met "vriendenkringen" zoals "Stille Hilfe" onder leiding van een adelijke dame (Helene Elisabeth ,Prinsess von Isenburg) of "Die Bruderschaft" van generaal Haso von Manteuffel. In Vlaanderen kon ze rekenen op z.g. "Spekpater" en het "Sint-Maartensfonds"...              

De geldmiddelen waarover de "ontsnappingsfirma's" beschikten hebben steeds tot de verbeelding gesproken. Zeker mag worden gesteld dat tijdens het laatste oorlogsjaar, vanaf de landing in Normandië enorme kunstschatten werden verzameld die voorlopig werden opgeslagen in zoutmijnen van de Beierse Alpen en het Harzgebergte ,alvorens deels een veilig onderkomen te vinden in Zwitserland en Zuid-Amerika. Daar werden ze sluiks verkocht tegen goud en edelstenen ,in kluizen opgeslagen of door stromannen in bloeiende bedrijven geïnvesteerd. Maar de hoofdkluif bestond uit tonnen valse Engelse ponden waarvan de platen door meester-valsmunters in een speciale afdeling van het concentratiekamp van Oranienburg werden gegraveerd  en op de persen van de Duitse Reichsbank gedrukt. Ze waren onmogelijk van echte te onderscheiden. Tijdens de aftocht van de verslagen Duitse legers uit Noord-Italië in april '45 zag de SS zich gedwongen een gedeelte van zijn oorlogsbuit te dumpen in de Toplitzsee van het Salzburger Totesgebirge. Een paar kisten met valse ponden werden in de loop van de volgende jaren door verwoede schattenjagers terug opgevist, maar er moet ,ook nu nog ,veel méér op de bodem liggen...Zegt men...

Een ànder enigma (of noem het een komplottheorie) gaat over de twee Duitse U-boten (waaronder de "U-977"  ,zie Wikepedia)) die op 23 en 29 juli '45 vóór de kust van Patagonië in de Bahia Grande(Argentinië) opdoken. Hun lading - "een honderdtal zeer zware kisten" - werden op acht vrachtwagens naar de estancia "Lahusen" in het binnenland vervoerd, samen met een kleine tachtig "hooggeplaatste nazi's"...zegt men ! Wie waren deze mannen ? Natuurlijk Martin Bormann met zijn gevolg, of wat dàcht je !  Aan komplottheorieën was er destijds geen gebrek !                      

Want dat Bormann ,Hitlers adjunct ,niét bij de laatste gevechten in Berlijn gesneuveld is staat voor veel onderzoekers vast. We weten dat hij op 1 mei 1945 om 20.30u, nà Goebbels' zelfmoord, met zijn SS-garde uit de bunker onder de kanselarij naar het westen was uitgebroken en lang werd aangenomen dat hij daarbij sneuvelde. Zijn "lijk" bij de uitgebrande pantserwagen naast de Spandaubrug werd evenwel nóóit officieel geïdentificeerd en hier begon zijn ware mythe.

Hij zou de noordelijke vluchtroute over Flensburg naar Denemarken gevolgd hebben om daar vijf weken in een SS-hospitaal onder te duiken. Door een getuige herkend, vluchtte hij samen met twee collega's terug naar Duitsland en zakte via de Gasthofketen traag af naar Insbruck. Eens over de Brenner werd hij van het ene Italiaanse klooster naar het andere geleid en daarbij op twee plaatsen herkend: eind '45 in Merano en begin '46 in Genua bij het inschepen naar Corsica. Van daar bracht een kustvaarder hem naar Spanje waar vrienden van Leon Degrelle hem eind '47 onder de naam van "Juan Keller" op de boot naar Buenos Aires zetten...Alleszins een mooi verhaal. (zie wikepedia...) Wat er ook van zij, officieel is Bormann nà de oorlog nergens meer onder zijn échte naam in het openbaar verschenen, en mocht hij inderdaad de slachting van Berlijn overleefd hebben dan is hij nu (als plus-honderdtwintigjarige) toch definitief dood en begraven ! 

Tijdens het laatste oorlogsjaar hadden de geallieerden samen met de sovjets moeizaam een lijst opgesteld van 150.000 oorlogsmisdadigers ,Rijksduitsers en hun vreemde collaborateurs samen. Na mei '45 moest deze dringend geactualiseerd worden omdat, ten eerste, de misdaad de laatste maanden zeer welig had getierd en, ten tweede, de helft van de vermelde personen ondertussen óf gesneuveld was óf zichzelf van kant had gemaakt. Het gros van de overlevenden zat echter met valse papieren ondergedoken te wachten om bij de eerste de beste gelegenheid Duitsland te verlaten.            

Naar schatting konden ongeveer een 50.000 nazi's van de ontsnappingslijnen gebruik maken. Wat niét wil zeggen dat ze uiteindelijk aan een bestraffing ontsnapten: Adolf Eichmann is daarvan een goed voorbeeld. Na de Duitse overgave zat hij een tijdje onder een valse naam vast in een Beiers SS-gevangenkamp. Na een verklikking hielpen zijn collega's hem op 5/1/46 ontsnappen en kwam hij gedurende 4 jaar aan de kost als kippenkweker in Kohlenbach bij München. Ging in 1950 failliet en deed beroep op "Die Spinne", die hem via de Vaticaanse vluchtlijn naar Genua smokkelde. Daar scheepte hij als Richart Klement in op de "Giovanna C" naar Buenos Aires, waar hij zich gedurende jaren nauwelijks in leven kon houden. Uiteindelijk werd hij daar door de Mossad ontdekt, ontvoerd en in Israel na een showproces opgehangen.        

Ante Pavelic, de bloedige Ustachi-Führer van de marionettenstaat Kroatië, ontsnapte evenmin aan zijn gerechte straf. Deze ultra-katholieke tiran is hier minder gekend, maar in de Balkan des te beter. Door toedoen van zijn beschermheer Mussolini en onder druk van het Vaticaan werd hij in '41 tot staatshoofd van Kroatië gebombardeerd. Zijn specialiteit was immers de massabekering van de Joegoslavische ethnische minderheden tot het ware geloof, volgens een stereotiep recept : zijn ustachi omsingelden eenvoudig 's nachts een Servisch-orthodox dorp en lieten de inwoners de keuze tussen het doopsel of het nekschot. De troepen van Dokter Pavelic vermoordden met de zegen én de steun van de Kerk tijdens hun "kruistocht" in vier jaar tijd 500.000 weerspannige Serviërs, moslims en joden. Paus Pius XII ontving "zijn beste missionaris" tweemaal in privé-audiëntie, terwijl én ondanks hij goed wist welk vlees hij in de kuip had.              

Toen Pavelic begin mei '45 met zijn 80.000 ustachi voor het Rode Leger en Tito's partizanen naar Oostenrijk vluchtte, wist hij dan ook dat hij vast op de Vaticaanse hulp kon rekenen: bij zijn vertrek uit Zagreb had hij immers in het Franciscaner klooster als onderpand de helft van zijn oorlogsschat achtergelaten. De àndere helft (twee vrachtwagens) gaf hij in augustus '45 in handen van de Britse bezettingsautoriteit in ruil voor de nodige discretie ten overstaan van Tito die zijn uitlevering eiste. Deze kreeg dan in oktober '45 ook te horen dat in de Britse zone geen Pavelic te vinden was: juist, want de twee vrachtwagens verdwenen naar Italië. Samen met Pavelic ,die via het Kroatisch College bij het Vaticaan valse papieren ontving van het Internationale Rode Kruis en als priester vermomd onderdook in het San Giornamo klooster. Ook een duizendtal van zijn naaste medewerkers kregen van het "Vaticaans Commissariaat voor Vluchtelingen", dat onder toezicht stond van de staatssecretaris voor humanitaire acties Monseigneur Giovanni Montini (de latere paus Paulus VI )via de Kroatische afgevaardigde bij het Rode Kruis ,een nieuw "Nansen-paspoort"...                  

Op den duur werd de Vaticaanse bodem Pavelic toch wat te heet onder de voeten en daarom zetten zijn beschermheren hem in '47 op de "Andrea Gritti" naar Argentinië. Daar bombardeerde generaal Perón hem tot zijn "Raadgever voor Binnenlandse Veiligheid" en in deze hoedanigheid slaagde hij erin 35.000 visa te verkrijgen voor zijn in Italië achtergebleven landgenoten.                        

Tien jaar later werden zijn slachtoffers dan tóch eindelijk gewroken: een commando van de Mossad slaagde erin Pavelic in Buenos Aires neer te schieten. Maar de man was taai en overleefde half verlamd de aanslag. Nauwelijks hersteld vluchtte hij naar Franco-Spanje waar hij ten slotte op 29 december '59 aan zijn verwondingen overleed, 14 jaar na Hitlers zelfmoord...            

Veel van de +/- 50.000 nazi's die, zoals Pavelic, van de vluchtlijnen gebruik maakten, hielden het niét zolang uit. Ze werden óf onderweg reeds opgepakt, óf in hun schuiloord vermoord door "wrekers"...(zie deel 353 hierachter) Nà 1948 (stichting van de Staat Israël) kregen ze te doen met de Mossad. Om aan deze expeditieve berechtingen te ontsnappen gaven velen er nà 1950 de voorkeur aan met de nieuwe justitie van de deelstaten Oost- en West-Duitsland over de voorwaarden van hun terugkeer naar het vaderland te onderhandelen. Het gros kwam er met een lichte straf vanaf.

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 350

C56   ALTE KAMERADEN.

 

                           Naar Lüneburg, 20 september 1945.

Dat nachtje slapen in de groepstent en het aanschuiven voor de bedéling van het eten ,de volgende morgen ,riepen verre herinneringen op aan zijn 'recrutentijd' ,maar dan wel in luxe-uitvoering. Géén Scharführer die hem ditmaal uit zijn warme nest schreeuwde of opjoeg naar de eetketels: wie hier geen zin had in een nieuwe dag bleef gewoon liggen ! Na het stevige ontbijt wist Joseph voorlopig niets beters te doen dan het goed in zijn 'rugzak' wat te herschikken en discreet even te controleren of zijn fortuin nog zat waar het hoorde te zitten.

"So far ;so good." bromde hij polyglot tegen zijn nieuwe angelsaksische leefwereld !

Vlak voor de middag zocht hij Arthur op in de receptie. Bij gebrek aan 'klanten' zat die op zijn gemak een pijpje te roken: " Wel-wel, je onderhoud met Herr Weintraub is nogal positief verlopen, zou je zeggen: er kan weer een lachje af ? En heeft hij je op die korte tijd nieuwe papieren op je oude naam kunnen bezorgen ? Of moet ik in de vlucht nog een beëdigde leugenverklaring gaan afleggen, vooraleer ik met de noorderzon naar mijn geliefde vaderland verdwijn ?"

" Nee-nee, Jiepy, " lachte Arthur: " Hijzelf is gisteren avond met de vlieger van Tempelhof vertrokken. Maar hij heeft mij eerst voorgesteld aan zijn opvolger, die nu alle tijd heeft om dat met de hulp van het 'Joods Agentschap' in orde te brengen. Hoe dan ook, ik kén nu de kanalen en hoop tegen het nieuwe jaar in Londen mijn moeder, tante en de twee meisjes te kunnen oppikken vooraleer naar de States te emigreren... Hopelijk gaat alles goed met hen, al heb ik nog steeds geen nieuws van hen ontvangen. Met de hulp van die U.S. inlichtingsdienst van Weintraub zal dat wel lukken...Hout vasthouden ! Je weet misschien nog dat ik daar in New-York een oom heb die een tapijtenhandel drijft. Die zal ons wel voorlopig opvangen ! Vooral als we daar niet met lege handen aankomen...Daarom is het mijn eerste zorg om samen met mijn moeder onze oude bankrekeningen in de buurlanden hier leeg te halen. Maar als verder alles vlot verloopt zouden wij tóch tegen de lente langs het vrijheidstandbeeld moeten kunnen doorvaren..."

" Nou ",zei Joseph een beetje dunnetjes: "Jij hebt je eigen toekomst al netjes voor mekaar, zou je zeggen. Die van mij zit jammer genoeg nog compleet dichtgeslibd, met de Britse repatriëringdiensten die mijn papieren wantrouwen als de pest, en de Belgen die me minstens voor een paar jaar in de bak willen steken...Minstens hé..."

" Met die Britten zal dat wel loslopen, zeker ? Ik van mijn kant zal wel zorgen dat je via D.P.Camp Lüneburg veilig tot in Aachen geraakt, en die vrijgeleide van Weintraub zal je in België wel tegen de vervelendste wijsneuzen beschermen !"

"Ik hoop dat je gelijk krijgt...Maar als ik hier binnen een paar dagen op de goederentrein kruip naar het Westen, zou ik toch graag willen weten hoe ik jou in geval van nood nog kan bereiken..."

 

Het duurde geen 'paar dagen' meer. Reeds de volgende morgen na de bedéling van het eten riep een jeep-met-luidspreker alle Westeuropeanen op zich klaar te maken voor het vertrek. De goederentrein stond al puffend te wachtend op een spoor achter de vrouwenloodsen. Arthur kon Joseph nog juist een brief in de handen drukken, vooraleer deze met zijn krukken door een jolige groep van een dertigtal  Fransen in een wagon werd 'geholpen'. Het lukte hem enkel nog vlug een losse afscheidsgroet naar zijn vriend te schreeuwen, vóór de sterkste medereizigers hem door de schuifdeur van de wagon naar binnen drongen om dan in een vrolijke menselijke klit de opening te blokkeerden...

Exit zijn vriend Arthur dus...Weinig kans dat hij die redder in de nood ooit nog zou weerzien...

Enfin, dat dacht hij toen toch....

Daar hij absoluut geen kans kreeg zijn kop tussen die prop Fransen in het deurgat nog even naar buiten te wringen, zocht Joseph binnenin de goederenwagon dan maar een propere hoek om zijn bagagezak als kopkussen te installeren. Camp Lüneburg lag ergens bij Hamburg ,had hij begrepen ,en ook al was het tot dààr nauwelijks een 250 kilometer, toch schatte hij dat de rit wel eens 48 uur zou kunnen duren ,of méér. De Duitse spoorwegen waren nog steeds een puinhoop en de Russen deden daarenboven in hun bezettingszone geen enkele moeite om het treinverkeer naar het westen te bevorderen. In tegendeel, ze braken nog steeds veel spoorlijnen op als herstelbetaling. En ze schenen er een duivels genoegen in te scheppen het verkeer westwaarts zo veel mogelijk te stremmen. Zo hadden ze op regelmatige afstanden langs het spoor controleposten opgesteld, die, als je een beetje geluk had, enkel op administratief gebied wat 'moeilijk deden', maar bij slecht humeur ook de reizigers regelrecht brandschatten. Gewone wachtende burgers, die op het de perrons van het station overnachtten om zéker een plaatsje te veroveren op de zeldzame overvolle goederentreinen naar het westen, werden daar dikwijls reeds voor het vertrek door sovjetpatrouilles uitgeschud. Neen ,reizen moest je écht niet doen voor je plezier , want meestal was er enkel nog op het dak van de wagons wat plaats, in weer en wind, en mocht je al blij zijn dat het een plàt dak was...

Terwijl de meeste van zijn medereizigers zich nog luidruchtig voor de open schuifdeur verdrongen, begon Joseph zich dus achter hun rug naarstig in te richten om de volgende 48 uur zo comfortabel mogelijk te overleven. Zijn keus viel op de verste hoek in de rijrichting die niét naar urine stonk, en legde zich in volle lengte 'te slapen', kwestie van wat 'Lebensraum' te bezetten. Want na een tijdje geraakten de meeste Fransen eveneens uitgekeken op het bedrijvige rangeerstation buiten, en één voor één zochten ook zij tenslotte binnen wat nestruimte voor de volgende etmalen...Daarbij waren de laatsten niet altijd opgezet met de smalle morzel vloer die ze nog konden claimen. En kwamen er dus 'woorden' van. Vuile driftige woorden eerst, maar allengs dreigender geschreeuwd en vergezeld van venijnig trekken, stampen en duwen.

De vent die zich naast Joseph had geïnstalleerd kreeg het aan de stok met zijn gebuur, die vond dat zijn 'copain' daar moest liggen. Maar de vent raadde de gebuur aan zich anaal te laten 'verzorgen',( "Vas-te faire foutre !")  en kreeg als dank voor zijn liederlijke wenk een stamp in zijn familiejuwelen. Die kroop wat moeilijk recht en trok een mes. Maar vóór hij daarmee verder onheil kon aanrichten, vlogen er minstens drie man bovenop, grepen hem bij zijn schabbernak en zijn enkels en kiepten hem door de nu vrij-openstaande schuifdeur naar buiten op de ballast. Nog vóór hij de kans zag kreunend recht te kruipen, kreeg hij als toemaatje zijn rugzak op zijn kop gezwierd. De aanvallers keerden nu terug om de aanstoker, die zonodig de ligplaats naast Joseph voor zijn 'copain' had opgeëisd, eenzelfde voorkeurbehandeling kado te doen. Maar die weerde angstig af, kroop recht en nam, op eigen initiatief en met zijn complete hebben en houden, bezwerend en razendsnel afscheid van de grommende groep. De kopman van het ruimerstrio riep hem met een sergeantenstem smalend na: "Vas-te faire enculer ailleurs, pauv' con !" Daarop wierp hij een blik in het rond en vroeg voor de vorm:

" Autres candidats ?"

Maar niemand liet een neiging in die zin blijken en de 'sergeant' besloot: "Le premier qui veut encore faire le con, est foutu dehors ! Compris !?..."

Zo, zijn Frans was wel niet erg academisch, maar nu wist iedereen toch wie hier de baas was. Gevolgd door zijn twee acolieten raapte hij zijn reisgoed op in het andere uiteinde van de wagon en wierp die op de vrijgekomen plaats naast Joseph. Ook diens twee laatste buren kregen een 'wenk' van de macho's dat ze met hen van plaats 'mochten' wisselen, waarop het ruimerstrio tevreden heel de kop van de wagon in beslag nam. Joseph wilde zich instinctief wat smaller maken om die branieschoppers niet te hinderen, maar de 'sergeant' hield hem stevig bij de pols tegen, en fluisterde hem indringend in het oor: "Koeste, Josse !"

De schrik sloeg hem rond het hart: die Fransman had hem dus herkend onder zijn oude identiteit ! Maar vóór hij kon reageren floot de locomotief snerpend de hoge dó, als om zichzelf moed in te pompen bij het begin van zijn gevaarlijke tocht. Een plotse ratel schokken voer als een lopend vuur door het hele treinstel en langzaam kwamen ze in beweging... Iedereen leek een zucht van opluchting te slaken: de bevrijdende reis naar het Westen was begonnen ; eindelijk gingen ze terug naar huis !

Nadat hij met een paar maal diep ademhalen de spanning van het vertrek en de schrik van de ontmaskering te boven was gekomen, speurde Joseph in het halfduister van de wagon naar bekende trekken in het grimmige gezicht van de 'sergeant' naast hem. De vettige vilthoed bedekte zijn veel te lange haar, wat de eventuele herkenning zeker niet bevorderde. Op de koop toe besloeg een ruige rosse stoppelbaard en een donkere druipsnor zijn halve wezen: neen, dat gezicht zei hem absoluut niets...

" Wolchov, " fluisterde de vent als een soort paswoord: " Leningrad en de Neva ? Praag ? Winniza, Jampol en de vlucht over de Dnjester ?..."

Verdomme, die schooier sprak Vlaams ! Een Vlaming die Josephs halve doopceel aframmelde en de mijlpalen van zijn tragisch Russisch avontuur opsomde ! En er al bij al nog niet zo kwaad uitzag... Waarschijnlijk een overlevende van de 'Langemarck', die afwist van zijn gevaarlijke roeitocht over de gezwollen Dnjester in de lente van '44...Alhoewel hij destijds ijlde van de koorts trachtte Joseph zich nù te herinneren wie er nog méér in dat bootje had gezeten tijdens die wanhopige oversteek...John Aspeslaghs, maar die is een paar maanden later gesneuveld aan de Narva in Estland, had Leon in zijn laatste brief geschreven...Dan Roger Penjaert, de 'Penny'...Maar volgens dezelfde bron was die krankzinnig geworden tijdens de slag aan de Oder in april '45, en compleet in de mist verdwenen...Ten andere, dit soort waanzinnige Duitse krijgsgevangene werd sowieso door de Russen onmiddellijk afgeschoten...  

" Wel, zijt ge d'er nu bijkans uit ?...Oostende ?...En ge waart jaloers op mijn lief, Nancy ?..."

Joseph schrok. Dus tóch !

" Penny ? Roger Penjaert ?! Miljaarde, zeg ! Ik zou je nooit herkend hebben !...Maar ik hoorde dat ze je aan de Oder bij je pietje hadden gestekt !..."

De man wuifde dat weg als een slechte herinnering:

"Eindelijk hé Jos !...Ja, inderdaad, ik ben Penny. En het stelt mij gerust dat ik zo moeilijk te herkennen ben...Op de koop toe heet ik nu natuurlijk een beetje ànders dan toen ik nog jong en schoon was...Fred Bonheure, aangenaam, om u te dienen !"

Joseph greep met een sarcastische grijns de uitgestoken hand: " Fred Bonheure ,zegt ge? Dat wordt efkens wennen ! Mijn naam is Jean-Marie Peters: goed onthouden hé ! Jean-Marie Peters !"

" Jean-Marie Peters ? Ja, klinkt niet slecht...En hoe zit dat :je broer Leon heeft het mij verteld, van je been...Toen wij je destijds in Moldavië aan dat Roemeens lazaret afgaven had ik er écht geen goed oog in...En in Praag heb ik je met de John in dat lazaret nog efkes bezocht, terwijl ge lag te slapen na die amputatie: ook al niet erg florisant hé...Dus al bij al heb je nog 'viel Schwein gehabt' !...En hoe gaat het nog met Leon ? Is die er ook goed doorgerold ?"

Tableau !

 

Na een ogenblik van wederzijdse gène, begonnen de oud-strijders een beetje lusteloos hun stereotiepe oud-strijdersverhalen uit te wisselen: een ononderbroken snoer van mislukkingen en tegenslagen, waar ze dan tenslotte tóch nog levend waren uitgekomen. Penny was het meest aan het woord, met de bittere zelfspot dat onkruid niet vergaat...

Na de terugtocht door Moldavië in het voorjaar van '44 en een korte heruitrusting in Praag, werd hij samen met John in een opgelapte 'Langemarck' naar Estland gestuurd. Maar aan de smalle Narva-stroom en het Peipusmeer werden ze een eerste maal door de Russen afgesneden. Met het gros van de troepen geraakten ze tenslotte deftig via de haven van Tallinn door de goede zorgen van de "Kriegsmarine" over zee geëvacueerd om in Letland weer te ontschepen. Na twee maanden van zware gevechten daar, werden ze in het zogenaamde Kurland rond Riga wéér omsingeld. Opnieuw kon de vloot er hen "in goede orde" weghalen en zette hen in Litouwen weer aan wal. Maar in volle winteroffensief brak de Rus opnieuw door hun front en nu konden ze slechts zéér nipt uit deze laatste omsingeling rond Köningsburg ontsnappen , wéér over zee...

"De hel ,man ,dat kan ik je verzekeren ! Ge weet nog wat een rotboel het was om over de Dnjester te geraken ,na de vlucht uit Staro een half jaar vroeger ? Wel ,de paniek langs de kust van Oostpruisen was tienkeer erger ! Met zeker een miljoenen mik-mak van waanzinige burgers van de 'treks' en gevangenen uit de concentratiekampen die ook met die zelfde schepen mee wilden ontsnappen en tussen de frontlijnen gedurig in de weg liepen ! We zijn er daar dikwijls met ons vuil voeten moeten doorgaan om voor ons de weg vrij te maken naar de schepen ...Ge verstaat mij wel hé :met beleefd vragen schoven die stomme boeren hun karren niet opzij ! We hebben ons dikwijls een doorgang voorbij die opstoppingen van burgers moeten schiéten hé... Ik weet het :allemaal niet erg proper .Maar bon ,we zijn dan toch tot hiér geraakt...

Na een lang stilte vertelde Penny voort :"Ja ,de kust van Oostpruisen...Daar is den John ergens gesneuveld. Hoé of wààr weet ik niet, want het stonk daar fameus en we waren elkaar al een tijdje uit het oog verloren. Maar toen ik dat hoorde was ik er zwaar van onder de voeten, en was al mijn goesting plots over. De vloot heeft onze povere resten dan in Kiel afgezet...In het kamp van Lüneburg wilden ze met de laatste samenraapsels dan nog een divisie van ons maken, maar daar zat geen fut meer in. De rest weet ge: hoe de Rus ons dan aan de Oder volledig uiteen heeft geslagen...Ik ben nog met een groep van de SS-Nordland hier naar Berlijn afgezakt en na een week waanzinnige gevechten tenslotte bij een vrouw kunnen onderduiken. Maar na vier maanden werd ik verklikt en door de Fransen opgepakt..."

" De Fransen verdorie ?!"

" Wel ja, omdat ik hier in hun bezettingssector zat. Die herkenden mij door mijn bloedgroeptatoe als SS-er en wilden absoluut  weten of ik omstreeks de landing in Normandië in Frankrijk had gevochten ! Want rond die tijd dachten die gastjes van de Résistance daar dat ze ongestraft wegen konden blokkeren om onze kolonnes op te houden en ondertussen wat Duitse officieren mochten afschieten. De collega's van 'Das Reich' zijn er dan in een paar plaatsen met hun vuil botten door gegaan ,en dat lag bij die Franse Officier nog altijd zwaar op zijn maag. Ik heb hem dan met handen en voeten kunnen overtuigen dat ik daar nooit omtrent was geweest. Wat wij in 't oosten hadden uitgestoken ,interesseerde hen verder geen bal ! Dus lieten ze mij de  keus: ofwel uitlevering aan België voor minstens tien jaar bak, ofwel tekenen voor het Franse Vreemdelingenlegioen...Ik heb niet lang getreuzeld: na een contract van vijf jaar wordt ik een volbloed Fransman en vegen ze de spons over mijn verleden !"

" Hoe komt het dan dat ge nu nog vrij rondloopt ?"

" Vrij-vrij...Da's een groot woord...Er reist een korporaal van 't Legioen mee tot Lüneburg en die zet ons daar op de trein naar Frankrijk ,Marseille. Maar moesten we onderweg deserteren en ze pakken ons nadien, dan zetten ze ons direct tegen de muur...Daarbij, ik ben de sneeuw en de regen hier beu: ter afwisseling mogen het voor mijn part nu wel eens wat warm zand en palmbomen zijn !"

" En dat schouwgarnituur dat ge bij hebt ?" Joseph wees naar zijn twee buitenlandse lijfwachten: " Ook oude wapenbroeders, zeker ?"

" Ja, die wittekop hier naast mij is Henkie van de divisie 'Nederland'. Hij komt ergens uit de kop van Groningen en spreekt vooral Fries: voor de rest weet ik er niet veel vanaf , en wil dat liefst zo houden". Henkie knikte enkel zwijgend ten teken van verstandhouding..."En die slaapkop in den hoek is Knut, van de 'Nordland': ook weinig van zeggen...Ondereen spreken we Duits en denken zoveel mogelijk samen te blijven in het Franse "La Légion": dan gaat de tijd rapper voorbij..."

 

Dat was nù niet het geval. Want alhoewel de trein nogal vlug de puinen van Berlijn achter zich liet en ze nu volop in de bossen bij Spandau zaten, hadden ze al tweemaal moeten wachten op tegenliggend verkeer. De Russen waren al flink gevorderd met het omvormen van het Duits spoorwegennet naar énkelspoor. Op de nevenliggende ballast waren nog roestresten te vinden van vroegere weelde en op regelmatige afstanden reden ze voorbij groepen gevangenen - militairen en burgers dooreen - die onder bewaking van sovjet-soldaten met de gerecupereerde rails sjouwden.

" Wehrmacht, en Parteigenossen waarschijnlijk," merkte Penny op toen ze wat voor de open schuifdeur stonden te luchten: " Die mogen nog van geluk spreken dat ze niet naar Siberië werden gedeporteerd. Hier hebben ze altijd nog een kansje dat ze nà dat werk gewoon ontslagen worden of kunnen gaan lopen... Maar onze collega's die àchter de Oeral verdwijnen kunnen het vergeten...Minstens tien jaar dwangarbeid in de goudmijnen, wist die rekruteringsofficier van het Legioen ons te vertellen ! Bij min vijftig in de winter ! Van die sukkelaars zullen er nog niet te veel terugkomen..."

 

Tegen valavond hadden ze zo'n tachtig kilometer afgelegd: ze waren de puinen van Rathenau voorbij en stonden nu te wachten voor de noodbrug over de Havel. Na een uur kwam er een Engelse officier langs gelopen met het bevel dat iedereen met pak en zak moest uitstijgen en gegroepeerd per wagon te voet over de brug moest lopen. Bleek dat de sovjets vreesden dat het 'kunstwerk' geen volgeladen trein kon dragen en ze het risico voor een ramp niet wilden nemen. Zuiver een pesterij, natuurlijk, maar daar kon je blijkbaar weinig tegen uitrichten. De officier liet door een korporaal wel met krijt op iedere wagon een volgnummer schrijven. Alle 'inzittenden' werden verzocht dit te onthouden om later een chaos bij het weerinstijgen te vermijden. De man was hier blijkbaar al méér gepasseerd en kende de klappen van de zweep...

 Na een pijnlijke struikeltocht over de ruwe ballast in het donker, min of meer gegroepeerd per wagon, werden ze in een hel verlicht seinhuisje één voor één achterdochtig bekeken door een NKVD officier. Telkens hij een verdacht individu meende te ontdekken stopten de soldaten de hele slang tot het loos alarm bleek te zijn. Wat het gelukkig ook altijd was. Maar ondertussen stond er heel wat volk met koud zweet op de rug aan te schuiven en moesten zij zich bukkend het geblaf van de postoverste laten welgevallen. Heel die vertoning nam wel een paar uur in beslag en het liep al tegen middernacht vóór iedereen te voet de noodbrug was overgesjokt en weer in de juiste treinwagon zat. Want ondanks de voorzorgsmaatregelen van de Britse begeleiders waren er tóch nog een paar debiele Fransozen die in het donker hun oorspronkelijk rijtuig niet terugvonden...

" Niet slecht bedacht van de Ivans, die truc met de zogenaamd 'wankele' noodbrug! " spotte Penny toen ze eindelijk weer traag vertrokken: "Zo kunnen ze één voor één de reizigers goed bekijken en er eventueel de verdachte personages uitpikken. Immers, wie te voet over de Russische brug lóópt valt onder hùn autoriteit, terwijl ze niks te zeggen hebben over al wie óp die 'Britse' trein zít...Die worden beschermd door de 'Union Jack'"...

Joseph kon niet hoog oplopen voor deze subtiliteit en was al blij dat ze opnieuw wat vaart maakten. Op 'aandringen' van Penny kreeg iedereen, die nog moest wateren, zijn minuutje voor het open deurgat, en toen ging voor de rest van de nacht de poort onherroepelijk dicht...

 

Joseph had het nooit verwacht, maar ondanks de kou, het kloppen van de rails, de harde plankenvloer en de veelvuldige schokkerige stops onderweg had hij tóch wat kunnen slapen. Nu stonden ze in de vale dageraad weer ergens op een écht station te wachten. Door een gordijn van kille druilregen kon hij de verwrongen naamplaat ontcijferen..Salzwedel...

" Salzwedel ?" vroeg Penny slaperig: " Dan zijn we op nog geen tien kilometer van de zonegrens...En weten we binnen een paar uur of we naar de Sahara gaan of naar Siberië...Ik ben eens benieuwd." Joseph moest inwendig lachen: in deze laconieke spot vond hij zijn vroegere vriend terug: een schijnbaar losbollige avonturier die echter zijn landkaart rats vanbuiten kende ! Op en top de Penny ! Die zou er wel door rollen !

Verderop langs het perron was er een opstootje. Vlug bleek dat een jongen, die met een stootkarretje appels leurde, door de haastige reizigers werd gepluimd, en er daarbij iets haperde met de betaling...Het meisje dat even later op hun hoogte eveneens vruchten aanbood deed het stukken voorzichtiger: in haar opgehouden schort had ze er maar een stuk of vijftien bij. Vier appels voor één mark, dat was een habbekrats voor een Cresus als Joseph. Maar Penny vond het gestolen en had verder geen interesse

" Daarbij, ik heb nog geen soldij ontvangen, hé !"

Waarop Joseph aan de struise Henkie een bankbriefje van vijf mark gaf: "Hier Kees, zet hem op ! Ik geef een rondje voor de club ! Twintig stuks graag ! En laat je niet door die Fransozen de Hollandse kaas van je brood eten !"

Toen ze even later gevieren volmondig kauwend weer op hun 'bed' lagen merkte Penny op: " Ge schijnt goed bij kas te zitten, hé vriend ?..." Waarop Joseph monkelend knikte: " Beter dan ge denkt...En moest ge soms platzak zijn, kan ik je altijd voorlopig uit de nood helpen..."

" Och man, waar ik naartoe ga, heb ik geen centen nodig: gratis kost en inwoon !" Maar in die branie meende Joseph toch zoiets als een barstje te voelen...

" Penny, ik meen het: voor al die keren dat je mijn persoontje uit de penarie hebt gesleurd, en niet in het minst aan de Dnjester, zou ik graag iets terug willen doen. 'Geld spielt keine Rolle, Mensch !"

De Penny keek hem sarcastisch aan: " Gijsse vettige kapitalist ! Wat wilt ge dat ik tussen de kamelen aanvang met jouw waardeloze Reichsmarken ! Maar als ge goesting hebt moogt ge mij en mijn kameraden nog een stevige afscheidspint betalen als wij straks veilig in 'D.P.Camp Lüneburg' geraken !"

"Kamp Lüneburg ?...Tiens, die naam zégt mij iets..."      

" Tiens, mij ook." lachte Penny: "En moest ge 't niet meer wéten : Daar werd verleden winter de divisie "Langemarck" gevormd met alles wat ze nog aan strijdbare Vlamingen konden bijeen schrapen, vrijwilligers of niét ! Daar heb ik zelfs de Leon opgeleid in mijn peloton 2cm pantserwagens, waarmee we naar Stargard in Westpommeren zijn getrokken."

"Ja, hij heeft mij dat geschreven...Hij is er zelfs in het lazaret ook nog een oud lief van mij tegengekomen. Schwester Monika...En die twee zijn ook samen begraven in Steglitz...'Grube drei'...Enfin, van de doden niets dan goed..."  

" En laat ze in vrede rusten. Ikzelf heb geen al te slechte herinneringen aan dat kamp. Maar niets zegt dat wij in dezelfde gebouwen als toén gaan terecht komen hé. De Lüneburger Heide is immens groot en er waren daar toen wel een tiental van die opleidingskampen. De Canadezen, die deze streek nu bezetten, zullen voor de oprichting van hun 'Displaced Persons Camp' wel de beste uitgekozen hebben: het minst beschadigde dat het dichtst bij de spoorlijn ligt..."

" Zeg, ge schijn uw 'weg-terug' al verdomd goed bestudeerd te hebben...Van het Displaced Persons Camp in Lüneburg had ik nog nooit gehoord en gij weet er al alles over: dat het gedreven wordt door de Canadezen en zo !"

" Ja, maar wij gedrieën hier zijn dan ook geen gewone D.P.'s die enkel rekenen op de goede diensten en de fairplay van de overwinnaars om ons terug veilig naar moeder de vrouw te voeren, hé ! Van mijn weg-terug ken ik inderdaad alle details en weet heel precies wààr er wàt gaat gebeuren...Want toen wij als SS-ers werden ontmaskerd hebben wij - alvorens wij wilden tekenen voor het Frans Vreemdelingenlegioen - van die recruteringsofficier héél duidelijke en nauwkeurige uitleg geëist en ook nog garanties gekregen voor onze probleemloze reis naar Marseille...Zohaast wij uit de Russische bezettingszone zijn, worden wij met ons nieuw statuut van 'Franse' legionair praktisch onkwetsbaar. Wat niet betekent dat wij de beest mogen uithangen, hé, want disciplinair zijn ze in het legioen minstens zo streng als bij de SS, niet vergeten ! Maar het is wel een hele geruststelling dat niet de eerste de beste brulaap van de Belse Staatsveiligheid er met mijn voeten gaat rammelen!"

Joseph bleef een tijdje in gedachten verzonken, maar leek dan toch tot een besluit te komen: " Ik vraag mij af of het voor mij - met mijn valse identiteit - wel zo erg verstandig zou zijn om mij samen met u bij de volgende controles aan te bieden...Straks bij de zonegrensovergang, tot daar toe: de Russen zullen vast blij zijn van zo'n mankepoot verlost te worden...Maar bij de clearing in het kamp word ik best niet gezien in hechte kameraadschap met drie beestige oud-SS-ers, denkt ge ook niet ?"

Penny schudde spottend het hoofd: " Gijsse Judas ! Als ge straks een haan drie keer hoort kraaien, weet ge wat dat betekent hé ! Niét dat hij  honger heeft ,als je dàt soms wilt proberen !"

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 351

C57   HET MES OP DE KEEL...

 

                       Lüneburg, 23 september 1945.

Op de zonegrens ,een paar kilometer buiten Salzwedel , haalden de Russen dezelfde stoot uit als bij de brug over de Havel: iedereen uitstappen met pak en zak ! Maar nu was hun hoofdbekommernis niét meer de reizigers te pesten of de tijdstabellen te verstoren. Neen, ditmaal was het ernst. Want ze beperkten hun barse controle niet enkel tot het speuren naar verdachte tronies, maar wilden ook weten wat voor gestolen kostbaarheden deze luizige landverhuizers uit hun bezettingszone wegsleepten...Een primitieve "Racket" ,vroege voorloper van wat later "export-belasting" zou worden genoemd...

In het lokkettenzaaltje van het station hadden soldaten achter de rij controletafels bij Joseph vooral een ziekelijke interesse voor het kunstbeen, dat zo uitdagend uit zijn 'plunjezak' omhoog stak. Buiten het feit dat ze zo'n prothese waarschijnlijk nog nooit van dichtbij hadden gezien, schenen ze goed te begrijpen dat zo'n ding in Rusland een klein fortuin kon opbrengen...Gelukkig had Penny hem ruim op voorhand verwittigd en kon hij op de trein nog tijdig de 3.000 mark uit de voetholte peuteren en in zijn onderbroek steken. Tijdens deze sluikse kapitaaltransfert had zijn oude vriend wel even grote ogen opgezet, maar buiten een smakelijke vloek verder niets laten blijken... Hij had eens moeten weten dat Joseph nog drie zo'n rollen bankbriefjes in zijn opgespelde broekspijp had zitten !

Eén van de soldaten achter de controletafel leek de twéé krukken voldoende steun te vinden voor één ontbrekend been. Hij trok eerst wat onzeker de prothese uit de 'rugzak', die Joseph voor nazicht op het werkblad had gelegd, blafte toen brutaal iets in onverstaanbaar Russisch en deponeerde dan fier het kunstbeen in de mand naast zijn stoel: zó !

Even bleef Joseph beduusd staan kijken naar de zelfvoldane snuit van dat stuk crapuul, maar toen die hem ook nog gebiedend 'Weck ! Schnell !' toesnauwde, brak er iets in hem. Hij mepte plots met één kruk zó hard op de tafel dat de soldaat van het schrikken bijna achterover van zijn stoel donderde.

" Hier mein Bein !! Du verdammter Schweinhund !!" blafte hij met zijn sergeantenstem, maar schakelde vlug over op minder verdacht Frans: " Sale voyou ! Espèce de crapule !! Au voleur !! Tovaritch Kommandant: ici, au secours !"

     Zijn geschreeuw galmde door de zaal en in een flits waren alle ogen gericht op Kwatta ! De Britse officier die de trein begeleide kwam geschokt toegelopen: " What the hell is going on here ?!" Daarop had Joseph gewacht en er zich al heel de reis op voorbereid.

     " You must help me, sir ! This bastard stole my leg, my artificial leg ! I am member of the U.S. Army Intelligence Service and I need your protection !" Maar vóór de verbouwereerde Brit de vrijgeleide van Weintraub helemaal kon lezen, grepen twee Russen Joseph al vast en sleurden hem in een hoek om hem eens goed bij te vijzen, terwijl deze als een gekeeld varken aanhoudend schreeuwde van "Tovaritch Kommandant ! Tovaritch Kommandant !!"

     Een luitenant van de NKVD kwam dan tóch maar eens kijken wat dat kabaal allemaal te betekenen had, juist op het ogenblik dat ook de Brit in gang schoot. Die trok de twee soldaten weg en stelde zich beschermend op voor de zielig ineen gekrompen Joseph. De Rus kon dat niet over zijn kant laten gaan en wilde de Brit tot de orde roepen. Maar Joseph bleef maar kelen van 'Tovaritch Kommandant !' tot de twee officieren hem vragend aankeken. Joseph hield de Rus de versleten identiteitskaart van J-M Peters voor en wees op de apostille op de rugzijde. Van alles wat de Russische officier van de stormtroepen er - destijds bij de verovering van Steglitz - had opgeschreven was vooral 'droeg' en 'CCCP' nog duidelijk te lezen: t.t.z.'vriend' en 'Sovjetunie'. Maar blijkbaar trok vooral de vette rode stempel met sovjetster, hamer en sikkel eronder de aandacht van de NKVD-man. Met opgestoken hand maande hij iedereen tot kalmte en stapte vlug naar de tafels om de tekst onder de lamp iets nauwkeuriger te bestuderen. De Brit hielp ondertussen Joseph recht en verloor bijna zijn flegma toen zijn Russische collega zich lachend naar hem omkeerde, zijn armen in de lucht wierp en hem hartelijk omhelsde !

" We are very sorry, comrad, for this stupid error ! This man is big friend of the Sovjetunion !" En zich naar Joseph kerend: " Grosse Kamarad ! I am your big friend also ! We are very sorry comrad !" Hij gaf Joseph nog een vriendschappelijke mep op de schouder, en brulde iets vreselijks naar de soldaat achter de tafel. Deze schoot als de bliksem in de weer om de prothese opnieuw in de 'buidel' van Joseph te verpakken, wat niet zo eenvoudig ging. Maar deze was geen haatdragende perfectionist: hij gooide haastig de zak op zijn rug en liet zich dan, huppelend op zijn krukken, door de twee behulpzame officieren de zaal uitgeleiden...

 

Toen ze na al die heibel eindelijk weer in hun goederenwagon zaten, had Joseph nogal wat bekijks van zijn medereizigers. En vooral Penny had graag wat uitleg gekregen waarom die vreemde militairen plots zo naar zijn pijpen dansten.

" Och, ik wist dat ze sowieso als honden op dat been zouden vliegen en heb het dan maar een incidentje uitgelokt om hen af te leiden van de rest van mijn reisgoed. Want ik weet niet of je het gemerkt hebt, maar MIJN zak is ver de énige die ze niet hebben uitgeladen en MIJN persoontje de énige die niet lijfelijk werd gefouilleerd..."

" Wat heb jij dan te verbergen dat je zo nodig die cinema moest opvoeren ?"

" Géén peeschijven hé man ! Echte ping-ping !" fluisterde Joseph discreet:" Mijn overlevingspensioen voor de eerstvolgende zwarte jaren... Ongeveer tienduizend mark..."

" Ja-watte ! Tien..." Een elleboogstoot in zijn ribben smoorde zijn uitroep in de kiem: "...Ja watte ! Hoe zijt ge dààr aangeraakt, verdomme ?!"

" Niet met duivemelken, natuurlijk. Maar vergeet niet dat jullie binnenkort weer een soldij gaan krijgen in 't vreemdelingenlegioen, terwijl ik met mijn ene poot wel een tijdje op mijn kin zal mogen kloppen. Dus heb ik mijn voorzorgen genomen. Mijn huisbaas in Berlijn was Officier-betaalmeester van de Schutzpolizei en is, toen de Russen kwamen, met de kas van zijn eenheid gaan lopen. Hij is door de sovjets om een of andere duistere reden op onze dorpel vermoord en ik heb nadien dat pak soldij in de roostering van zijn slaapkamervloer gevonden. En in plaats van het aan de Missies te schenken heeft deze smeerlap hier al die centen in zijn eigen zak gestoken ! Lelijk hé ! Maar ik herhaal: als ik je met een briefje van honderd kan depanneren ?..."

Penny trok een overdreven bedenkelijk gezicht, maar écht afwijzend was hij al wat minder dan daarjuist. Dus opende Joseph de gulp van zijn werkbroek, grabbelde met zijn hand diep in zijn opgespelde broekspijp en haalde discreet een rol briefjes boven: " Twee van vijftig ?"

Penny gaf schoorvoetend toe: "Okee...dat zijn zo'n driehonderd pinten...Als wij die allemaal op jouw gezondheid gaan leegzuipen gaat gij nogal een frisse blos krijgen ,makker. En misschien begint zelfs je poot er terug van te groeien !"

" Bon, laat ons het hopen...Maar ge begrijpt dat ik daarom niet graag had dat de Ivan tussen mijn vuil sokken ging snuffelen, verstaat ge ?! En 't is ook daarom dat ik wat cinema verkocht heb met dat kunstbeen: ik wist dat ze daarover gingen vallen ! Maar voor die prothese zélf was ik er nogal gerust in: ik heb zowel attesten van oost en van west - én zelfs van de joden ! - dat ik een vriend ben van hùn volk, wie dat  dan ook moge zijn...Mij zouden ze nooit durven pluimen: daar was ik zéker van !"

Vooraleer hij de details van zijn diverse 'attesten' had belicht en uitgelegd hoe hij zijn plan op poten had gezet, waren ze al aan een gezapig gangetje richting Hamburg aan 't stomen. Dubbelspoor ditmaal.

" Eerst nog veertig tot Ülzen en dan zijn we er vér :vijfenzestig kilometer in totaal ,hoop en àl!" zei Penny: " Tegen een uur of twee-drie in de namiddag kunnen we wel in Lüneburg zijn ! Want met die twee sporen zullen we van nu af niet meer moeten wachten op tegenliggend verkeer. Dus vooruit met de geit ! Al bij al is alles nog stukken vlotter verlopen dan ik had gevreesd"

Ze begonnen gezapig hun Amerkaans K-rantsoen op te eten en onderwijl zonder angst over de toekomst te fantaseren.

" Alles achteraf bekeken, Penny: In feite was dat tekenen bij het Franse Vreemdelingenlegioen voor niks nodig geweest, hé... Zelfs ik, met mijn verdacht uiterlijk van verminkte frontsoldaat, ben er probleemloos door gerold !"

" Nee, wij niet: wij zaten in de tang. Vanals ze in Sammellager Grünewald op ons linker oksel die bloedgroeptatoeage hadden ontdekt, waren we gezien ! Die Franse officier heeft dan zijn lijsten gecontroleerd en volgens die vent stond ik geseind als oorlogsmisdadiger...Weet je nog wel: die souvenirfoto uit november '41, toen ons Legioen tijdens de 'Partizanenkampf' in Tarrasova betrokken werd bij het ophangen van een Russische sluipschutter ?...Ik heb mij nadien naast dien blauw-bevroren kwibus laten 'trekken' (fotograferen), met mijn stomme kop ! Louter om struis te doen...Ik weet niet wie mij verraden heeft, maar ik heb alle moeite gehad om die Fransman te overtuigen dat het Vlaams Legioen pas van hun drijfjacht in Tarrasova terugkwam nà de terechtstelling van die zot. En hij besloot enkel de spons erover te vegen indien ik voor vijf jaar 'Indochina' zou tekenen ! Bon, voor mij niet gelaten: vijf jaar is rap voorbij en zo zien we nog wat van de wereld hé !"

 

Penny had goed geschat: om half drie waren ze er. Eindstation Lüneburg.

Zoals verwacht was het maar een korte mars van de treinhalte tot de ingangspoort van de oude kazerne, waar boven een wit spandoek met "Displaced Persons Camp Lüneburger Heide" zedig de oude Duitse benaming afdekte. De zandweg was echter volledig stuk gereden door het zwaar verkeer. Met al die bandensporen vlotte het op krukken dus niet zo goed, zodat Penny als vanzelfsprekend de bagagezak van Joseph over zijn eigen schoft had geworpen.

Misschien lag het aan de voorspraak van die Britse officier, maar binnen het uur geraakte Joseph zonder verdere incidenten door de Belgische 'clearing'. Ook Penny en zijn acolieten werden probleemloos langs de Franse controle geloodst door een zwarte sergeant van het Vreemdelingenlegioen. En omdat Penny voorzag dat hun wegen hier gingen scheiden riep hij over de hoofden naar Joseph: " Om vijf uur in de kantine !" Het brede gebaar, om met beide handen een ingebeelde volle emmer in zijn opengesperde mond leeg te gieten, voorspelde Breugheliaanse excessen...

 

Dat viel lelijk tegen.

Zijn installatie in een barak vol stapelbedden was nu zuiver routinewerk. Wegens zijn invaliditeit kon hij makkelijk een plaatsje op een gelijkvloerse brits veroveren. En om de tijd te doden besloot hij, ondanks de sluikse blikken van zijn buren, voor vanavond zijn kostbare prothese nog eens aan te gespen.

Achteraf beschouwd niet zo'n gelukkig idee, want het fortuin uit zijn broekspijp ongezien overbrengen naar de holle kuit van zijn kunstbeen verliep nogal omslachtig. En nadien herinnerde hij zich dat de twee Corsikaanse boeven van de overliggende rij stapelbedden zijn gedoe met loense interesse hadden gevolgd. Maar ja, toen was het te laat natuurlijk...

Tegen de vijven ging hij, gestoken in propere kleren én met zijn kunstbeen aangegespt, op zijn gemak naar die fameuze kantine. En zohaast hij er binnenstapte kreeg hij weer dat beklemmende gevoel van 'déjà-vu', alsof hij hier al eens geweest was. Dat karton in de kapotte ruiten was nieuw, voelde hij: waarschijnlijk gevolg van een 'recent' bombardement...En ook de opgehangen sliert geallieerde vlaggetjes achter de lange toonbank vloekte wat met zijn mistige herinnering...Wél zocht zijn blik instinctief een blonde gezonde matronefiguur met een groot wit schort en opgerolde vlechten om het hoofd...Hoe heette ze weer ? Frau Schiller of zoiets...of nee: Schröder ! En de leider van dat Jugendheim, waar Leon was gestrand na zijn vlucht uit België,...die kruiperige S.A.vent...Gustav Meyer, juist ! En die opdringerige Hete Hélène, niet te vergeten !...Toch wel vreemd dat al deze spoken uit het verleden hier plots in zijn verbeelding opdoken...Tot hij zich ineens realiseerde dat deze kantine verdomme de vroegere refter was van het H.J.-Heim 'Adlershorst', natuurlijk !

Deze flitsende herkenning maakte hem een jaar jonger ! De korte wandeling bij hun aankomst, vanmiddag, van het goederenstation achterin het bos naar hier, had hem helemaal op het verkeerde been gezet ! In de donkere septembermaand van '44, toen hij hier Leon kwam oppikken, was hij immers met de gewone 'expres' van Berlijn naar Hamburg op het vroegere Reichsbahn station van de stad Lüneburg uitgestapt, op een half uur busrijden van hier. Maar nu waren ze uitgestapt in het goederenstation op een zijspoor ,midden in de bossen ,àchter het kamp. Alles was hier toen nog kraakproper en ordelijk geweest, en het Jugendheim op zich ook veel kleiner. Nu, door de schaalvergroting, met al die tenten en barakken erbij, en de wegen door de zware camions volledig tot modderstromen vermalen, leek het wel een verstrooid mierennest !...

De rokerige refter - pardon, de 'Canteen' - was al bij al niet erg druk bezet: veel tafels waren nog half of zelfs hélemaal leeg. Penny trok, vanuit de hoek naast de toonbank, al armenzwaaiend zijn aandacht...

"Allee, profiteert er van, want overmorgen vroeg zijn wij wég naar Marseille ! Al gaat ge hier verdomme van al de pis-drank niet rap zat worden: niks dan appelsiensap, of ànders van die Amerikaanse bocht uit den apotheek ! Al chance dat ik daar in Grünewald nog een fles Vodka heb kunnen organiseren bij de Polakken, waar ge gegarandeerd een 'blackout' van krijgt ! Maar als we blind worden zullen we het wel zien !"

" Of juist niét !"...grijnde Joseph. Maar Penny miste de pointe.

 

Toen de fles na een half uurtje leeg was, waren ze toch al een beetje in stemming geraakt en hadden met hun vele rondjes plus het gulle drinkgeld de geïnteresseerde aandacht getrokken van 'Heidi', één van de Duitse barmaids. Vooral toen Joseph bij een bestelling vroeg wààr 'Herr Gustav Meyer', de vroegere patron, gebleven was kreeg hij iets van een persoonlijk contact met dat kind.

" Das ist mein Vati..." fluisterde ze: " Er wird noch immer fest gehalten im Denazificationslager 'Bergen-Belsen', aber kommt balt wieder frei..." In afwachting werd de 'canteen' beheerd door Fraulein Eyleen, zei ze, onder leiding van de Sergeant-Majoor Townsend, een Canadees.

" Und die blonde Frau Schröder ?"

" Ach, die ist schon lange Tot ! Eine Bombe..."

Verdomme, dacht hij, wat is dan het nut van al die herinneringen ? En die vraag stelde hij zich opnieuw toen Penny oude koeien uit de sloot begon te halen...

" En, kent ge nu al de naam van uw vader ? En of dat uw grootvader nu een Bohemer was of niet ? Daarmee zat ge toch fameus in de knoop hé, in de winter van '43, toen wij bijkans verloren liepen op de sneeuwsteppe van de Ukraïne ? Man-man, dat waren nog eens problemen hé !"

" Zeg Penny, ge moet daar niet mee lachen hé, want daardoor zijn ik verdomme naast mijn officiersopleiding gevallen ! En hadden ze mijn afstamming van die zogezegde Bohemer-grootouders kunnen bewijzen, was ik misschién, maar mijn broer zéker, in een concentratiekamp beland ! Want hij zag er, juist lijk ons vader, wérkelijk uit lijk een beer van de cirque...Terwijl ikke met mijn blonde kop toch kon doorgaan voor een Rasgermaan, hé...'t Is daarom dat ik altijd gedacht heb dat ons ma zaliger in haar jonge jaren naast de pot heeft gepist. Ik heb mij sindsdien zot gezocht welke Rasgermaan haar destijds verleid kon hebben, en mij bijeen gevogeld...En weet ge op wie ik ten langen leste ben uitgekomen ? Raait eens..."

" Toch niet dien communist uit Westende, die uw hiel eraf geschoten heeft in de Wolchow ?"

" Ja, Steiner verdomme ! De schoenlapper ! Ge moet niet vragen hoe fier ik op mijn nieuwe familie was ! Al chance dat die vent hoogst waarschijnlijk zijn krijgsgevangenschap niet heeft overleefd...En als ge 't goed nagaat kan er geen énkele van de acteurs in dat melodrama het nog navertellen: daarom is héél dien warboel in feite niet meer van belang...Want thuis zijn ze allemaal dood: mijn beide ouders Marie en Dis...en overlaatst Leon nog ! Daarbij, als ik tegen alle verwachtingen in toch van die Bohemers zou afstammen, kunnen ook de autoriteiten mij daar niet meer serieus voor vervolgen: Hitler is ook dood..."

" Dat is nog niet zo zeker, hé !" wierp Penny op.

" Bon !" spotte Joseph: "als we zò beginnen , dan wordt het tijd dat ik eerst eens ga pissen !"

" Nou, "zei Henkie: " Dan ga ik eerst nog een rondje van deze kattenpis halen bij Heidi, en kom je wel na."

Buiten was het pikdonker, maar de kille regen deed hem deugd. De klop op zijn kop niét. Een forse arm nam hem langs achter in een wurggreep en hij voelde een mes op zijn keel priemen: " Vite fiston, ton fric ! Argent ,merde !! Reichsmark ,nomdedieu !..." De struikrovers waren met z'n tweeën. Eén knielde vóór hem en sleurde zijn broek naar beneden: ze hadden het duidelijk op zijn beenprothese gemunt en wisten zijn fortuin in de holle kuit zitten...Langzaam werd het rood voor zijn ogen en juist toen hij het licht zag uitgaan viel hij op de grond en zijn aanvaller op hem: zwaar en bewegingsloos. Ook het gefriemel aan de riem van zijn kunstbeen hield plots op.

Het duurde even vóór hij zich realiseerde dat de overval was afgebroken en hij Henkies stem herkende. En die jongen bleek toch héél deftig Hollands te kunnen spreken ,voor een Fries...

" Die viespeuk zat op z'n knieën in je gulp te frunniken, Jos ,en ik voelde aan m'n water dat je het niet zo leuk vond... Ik heb hem maar een trap tegen zijn strot verkocht, als je het niet erg vindt..."

" En die tweede met zijn mes ?" bracht Joseph er rochelend uit.

" Had die leukerd dan een mooi mes ?...Nou, met zijn gebroken nek zal hij er niet veel plezier meer aan beleven, wat jij ? En ik kan zo'n leuk messie wel gebruiken, als ik mag...Blijf jij nou effe hier bij onze dierbare afgestorvenen, dan haal ik binnen de jongens wel, voor de begrafenis..."

 

Begrafenis was een groot woord. Joseph kon er zich later, door die stekende koppijn, slechts weinig van herinneren. Wél dat Knut de twee boeven voor alle zekerheid nog even de nek omwrong en dat de drie vrienden vervolgens de twee schurken naar de latrinesleuf sleepten, een goeie tien meter verder, naast de bosrand...Achter het scherm van de zeildoekpanden bracht het vluchtig fouilleren enkel wat geld, personalia en twee polshorloges op...Dus zonder verder vlagvertoon werden de lijken dan maar in de diepe latrinesleuf gerold: tweemaal 'Splash !' Het deed Joseph een beetje denken aan het harde zeemansgraf dat hij destijds 'Plakpot Martens' had bezorgd: oeps van drie-hoog uit het mansardevenster op de kasseien: " Eén, twee, drie: in godsnaam !"

Het bloed uit de schedelwonde liep Joseph kleverig in het oog. Penny fatsoeneerde zijn gezicht een beetje met een vuile zakdoek en wat speeksel, maar Henkie vond dat ze het beter in de kantine even lieten verzorgen door die sympathieke Heidi. Die zal dat wel al méér voorgehad hebben...

Maar toen de stoet zo discreet mogelijk terug naar binnen trok, sloeg het kind groen uit en werd Fraulein Eyleen erbij geroepen. Die sprak vloeiend Duits, Engels én Frans, maar bleek een Hollandse te zijn van Terneuzen..

Eyleen ?...Een Hollandse uit Terneuzen die Frans sprak ?...Vreemd toch...of niét ?

Joseph herkende haar onmiddellijk. Die rauwe caféstem, dat sensuele lijf en de vamperige manier waarmee ze alle mannen benaderde...Geen twijfel mogelijk: het was wel degelijk 'Hete Hélène von Adlershorst', die opdringerige sloerie die Leon een jaar geleden dat vuil pietje had gelapt ! Maar ook het mens dat hij die vernederende doktersbehandeling had laten ondergaan...En als hij zich nog goed herinnerde had zij uit wraak dan weer Leon aardig zijn vet gegeven, toen deze hier met nieuwjaar zijn basisopleiding kreeg bij de 'Langemarck' ! Joseph begreep niet waarom hij met zijn stomme kop niet onmiddellijk de link met Hete Hélène had gelegd, toen hij daarstraks merkte dat het D.P.Camp 'Lüneburger Heide' in feite het vroegere 'HitlerJugendheim Adlershorst' omvatte...

Hélène nam hém en Penny mee naar een voorraadkamer achter de toog en ging onmiddellijk aan de slag met een EHBO-kist. Dat had ze blijkbaar nog méér gedaan, want in een wip en een knip was de wonde op zijn schedel ontsmet, verzorgd en verbonden. De prik van het mes in zijn keel kreeg een hansaplast en klaar was Kees...Penny scheen helemaal voor haar lijfelijke charme te vallen en taterde honderd uit: dat hij overmorgen naar het Franse Vreemdelingen-legioen vertrok en wel graag vanavond na haar diensturen met haar nog ...heu...een koffie zou gaan drinken...

Zij bekeek hem eens spottend, en zei maar één woord: " SS-er !" En het was niet als vraag bedoeld.

" Waaruit denkt ge dat te mogen afleiden ?" vroeg Penny verrast: " Of staat het soms op mijn voorhoofd ?"

" Nee ,in je oksel ,of wat dàcht je ! Mannetje, ik loop hier al een tijdje rond en heb er een paar duizend voorbij zien komen. En de énige zotten die liever met het Legioen naar Indochina trekken in plaats van naar moeder-de-vrouw zijn allemaal SS-ers..."

Waarop onze Penny, die zich waarschijnlijk door zijn nieuw statuut van legionair beschermd achtte, fier tekst en uitleg gaf.

" Goed geraden: SS-Langemarck ! Ik was hier vorige winter ook al, toen onze divisie hier gevormd werd vooraleer we naar Pommeren zijn getrokken. Gij stond toen ook al achter dien toog, dat herinner ik mij nog zeer goed !"

Ze knikte eens nadenkend: " En uwen vriend hier: ook van de Langemarck, hé ! Ik meende hem daarstraks reeds te herkennen met zijn mankepoot !" Erg vriendelijk klonk dat al niet, en voor alle zekerheid deed ze er nog een schepje bovenop: " Maar hij werd met dat éne been waarschijnlijk geweigerd bij het Franse Legioen hé !!...Ja-ja, nu kan ik hem plots héél duidelijk plaatsen !...Deze stille Herr Oberscharführer heeft mij een jaar geleden nog een ferme pee gestoofd, weet je ! Om van zijn broer - hoe heet hij ook weer ?...Léo ? ...  Leon ! - om van zijn broer Leon nog te zwijgen ! Verdikke, Oberscharführer, ge hebt vandaag héél wat minder praat dan een jaar geleden, hé ! Toen ge misbruik maakte van de situatie om mij medisch te laten afkeuren en zo van mij àf te geraken ! Wat is 't ? Ge zijt ineens zo stil !...Wedden dat die kap in uw kop er voor niks tussen zit ? Maar dat het eerder aan dien valse pas ligt waarmee ge rondloopt en dat ge u nu moet wegsteken voor de Engelsen en de Canadezen ?...Zeg, Herr Oberscharführer: als ik op mijn beurt nu eens misbruik zou maken van de situatie, hé, wat denkt ge ? Weerwraak nemen, zogezegd...Ik heb tegenwoordig heel goede relaties met die kaki militairen, als ge begrijpt wat ik bedoel !"

Madam Hélène begon goed op dreef te komen en Penny scheen steeds minder zin te krijgen om voort te staan slijmen tegen dat wijf.

" Zeg Juffertje, je denkt toch niet dat wij ons gaan laten afdreigen door een Barmädel van jouw soort, hé ! Als jij denkt ons het mes op de keel te kunnen zetten met je prietpraat, verander dan maar vlug van gedacht. Ik heb in mijn wilde jaren wel tién Russen de keel over gesneden, voor een elfde operatie draai ik écht mijn hand niet om, weet je ! Wees dus maar héél braaf, als ge niet wilt dat uwen decolleté serieus geabimeerd zou worden ! Allee, nog een grote merci voor de goede zorgen, madam, en veegt al rap de spons over uw persoonlijke bittere souvenirs en uw slechte voornemens ! Dat moeten wij tegenwoordig allemaal doen als we gezond willen blijven !..."

 

Die nacht sliep Joseph héél slecht. Niet alleen door die mep op zijn hersens, maar vooral door het dreigement van Hélène hem bij de kaki's als oud-SS-er te verklikken. Zijn ondervinding met Françoise en Gerda had hem geleerd dat verstoten vrouwen als verblind over lijken gaan om hun waardigheid te herwinnen: 'Rücksichtslos !' Dat Penny en zijn twee makkers haar oprispingen wéghoonden was begrijpelijk: hun inlijving bij het Legioen maakte hen immuun voor haar giftpijlen. Maar hijzelf kon daar niét mee lachen. Eén scheef woord van madam en hij kon het bij de 'juge' gaan uitleggen ! Hij kon maar beter de vrijgeleide die Weintraub hem meegaf dicht bij de hand houden. En vooral zorgen dat hij hier in dit kamp geen wortel schoot: hoe vlugger hij zijn matten rolde, hoe beter.

De volgende morgen ging hij op verkenning hoe dat zat met de verdere afvoer van de kampbewoners naar hun thuislanden. Maar op het bureel van de receptie bleven ze heel vaag: " Zohaast er aangepast vervoer ter beschikking kwam...Naar Brussel kon dat nog een week duren !"

Nu was hij er niet zo erg op uit om naar Brussel te reizen, want hij vreesde nog steeds dat zijn papieren op naam van Jean-Marie Peters geen stand zouden houden. Maar Aachen, bij voorbeeld, lag in de goede richting, vlak bij de grens. Of desnoods Köln...Ja, inderdaad, Köln: als hij zich goed herinnerde moest dààr ergens Jupp Deutinger wonen, de oude minnaar van zijn moeder. Met een beetje geluk kon dié hem misschien voorlopig onderdak geven of zelfs vérder helpen...

Maar ja: 'dààr ergens' één man gaan zoeken, in een stad die volledig in puin lag...Hij was nog niet aan de 'nieuw patatjes' !    

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Deel 352

C58     BITTERE WRAAK...

 

             Op de weg terug, 26 september '45...

Het zal wel aan het slechte slapen gelegen hebben van al de vorige nachten, want tegen de middag begonnen de dreigementen van Hélène om hem als oud-Langemarcker te verklikken, aardig zijn gemoedsrust te ondermijnen. En instinctmatig was hij op uitkijk gaan zitten in de zon tegen de achtergevel van de kantine, als wilde hij van daaruit haar snode plannen doorkruisen. Anderzijds verwachtte hij ieder ogenblik een kreet te horen uit de latrine wat verderop, waar één of àndere nieuwsgierige snelschijter tussen zijn billen door de drop van zijn bommen zou gevolgd hebben...Flatch, op de bruine smoel van een dooie Corsikaan ! Misschien zag hij spoken, maar het leek hem dat menig bezoeker met een normale rode kop naar die toiletten liep en er lijkbleek van het schrikken weer uit kwam !

Eén ding was zeker: aan de verpletterende druk om ontmaskerd te worden, hetzij als SS-er, hetzij als moordenaar van twee bekakte Corsikaanse boeven, zou hij niet nóg een week langer kunnen weerstaan ! En het werd hem steeds duidelijker dat énkel vluchten een uitweg kon bieden. Zo rap mogelijk vluchten uit dit verdomde kamp, waar hij met zijn stomme kop blindelings in de val was gelopen !

Het moest toch mogelijk zijn zich zo lang in het bos rond het goederenstation te verschuilen en - gemengd tussen de grote troepen vertrekkende D.P.'s - sluiks op de eerste de beste trein te springen die naar het westen reed ?...

De rest van de dag ging hij voorzichtig op verkenning in de richting van dat goederenstation. Buiten het kamp geraken ging als een fluitje van een cent: de wacht slikte probleemloos zijn smoesje dat hij bij het station zijn polshorloge verloren was. Hij kreeg een stempel op zijn arm als vrijgeleide om straks weer binnen te kunnen. En in het dichte dennenbos rond het station waren er een massa verdoken hoekjes waar hij vlug een schuilhutje zou kunnen bouwen. Voor iemand als hij, die dagenlang bij vrieskou op de Russische toendra in een afgedekte schutterskuil had gelegen, zou deze schuilplaats hier wel een luxehotel lijken !

Maar 's avonds, aan de bar van de kantine kreeg hij van Penny flink de wind van voren !

" Zijt ge nu helemaal zot geworden ?! Lijk een indiaan in een koud vochtig bos gaan slapen als ge hier gratis een warme kost en inwoon krijgt ?! Uit angst dat die twee gasten komen bovendrijven en met een vuile vinger naar ons gaan wijzen ?! Gij zijt niet goêe zeker ?! Met al de bluskalk die ze twee-driemaal daags in die sleuf strooien, kan dat nog maanden duren vooraleer die lijken gas genoeg maken om boven te komen ! Daarbij, als ge nù moest gaan lopen dan geraakt ge lijk een opgejaagde zwerver helemaal op den dool !"

" En wat doet ge dan verdomme met Hélène en al haar dreigementen ? Oók de kop inslaan en in de gracht kappen ?"

" Zo te zien heeft dat mens voor het ogenblik wel wat ànders aan haar hoofd ! Zie haar daar maar eens met haar schab staan draaien voor de ogen van haar kaki geilaard ! Miljaarde ! Die buikdanseressen destijds in Praag kunnen er nog serieus iets van leren !"

"Mijn gedacht verkoopt ze al die show om óns de ogen uit te steken, en mij in de eerste plaats !"

Heidi, die met stijgend plezier discreet het hitsig commentaar van haar goede klanten op het geflirt van haar bazin had gevolgd, deed plots een duit in het zakje.

" Dat gaat een mooi koppel worden, nietwaar ?!... Volgende maand gaan ze zich officieel verloven ! Ja-ja ! En als alles goed gaat kan Eyleen na nieuwjaar als 'warbride' met haar 'Boss' naar Canada vertrekken !" En wat giftig voegde zij eraan toe: " Ze heeft er in elk geval moeite genoeg voor gedaan !..."

De mannen monkelden: " Ach du ! So'n böses Mädel !" Of de jaloerse Heidi niet aan een fles Schnaps kon komen, vroeg Joseph, om op het geluk van het jonge koppel te drinken ? "Geld spielt keine Rolle !" zei hij gul.

Dat laatste hoorde die stoute Heidi graag, zie ! Want nog geen vijf minuten later kon het feest beginnen.

En toen Penny Joseph dan ook nog verwittigde dat hij met zijn twee vrienden morgenmiddag naar Marseille ging vertrekken, dronken zij zich, toostend op hun oude en onsterfelijke kameraadschap, een flink stuk in hun kraag !

 

Jos ontwaakte moeilijk, met een zware kater in zijn kop en een bonkende buikpijn. Toen hij na een tijdje verschrikt merkte ook nog blind te zijn op één oog, wist hij onmiddellijk de schuldige te vinden: Heidi natuurlijk, met haar vervalste Schnaps uit de sluikstokerij !...Het zicht uit het àndere oog was ook al aan de wazige kant... Verdomme zeg, blind worden ! Dat moest er nog bij komen, na het verlies van zijn ene poot ! Dan kon hij er beter meteen een eind aan maken !... Wat een rotleven toch !

Tastend aan zijn blinde oog voelde hij plots de kleverige korsten en ontdekte bijna opgelucht het bloed op zijn vingertoppen...Op zijn voorhoofd voelde ook het verband danig vochtig aan...En langzaam drong het warme besef tot hem door dat enkel zijn hoofdwond weer was opengegaan en het bloed op zijn ooglid was gestold. Dus was hij hoogstwaarschijnlijk tóch niet blind aan 't worden ! Godvermiljaarde, wat een geluk !

Op zijn nieuwe Corsicaanse polshorloge was het kwart voor tien, 's morgens blijkbaar...Hij kon zijn laatste K-rantsoen meenemen naar de kantine en die droge koekjes met bakken koffie doorspoelen...En meteen Heidi eens flink uitkafferen om de rotzooi die ze hem gisterenavond voor Schnaps had opgesolferd !

De kantine was op dit uur ver leeg en Heidi ontbrak in het beeld. Hélène niét, en ze had hem direct in de mot toen hij, de zakdoek op zijn blinde oog houdend, wankel tussen de tafeltjes door op haar af laveerde.

" Wat hebt ge verdikke nu weer aangevangen ?!" Erg bemoederend klonk dat alvast niét.

" Och, waarschijnlijk gisterenavond met mijn zatte botten mijn kop gestoten tegen de brits bóven mij... Ik denk dat de wond op mijn schedel terug is opengereten..."

" Man-man, hebt ge dat alléén gevonden !" Wat een pinnig wijf, zeg: waarschijnlijk ook slecht geslapen bij haar bruine beer ! " En dan mag ik die vuiligheid weer repareren zeker ?" Klonk daar niet wat medeleven door ?

" Ja, als ge dat tenminste beleefd vraagt !"

Ze glimlachte wat grimmig en ging aan de slag met haar geliefde EHBO-kist. Toen ze na tien minuten het nette resultaat keurde, zei hij prijzend: " Hélène, er is een goede verpleegster aan u verloren gegaan..."

" Ja, en een goede privé-secretaresse ook, als ge mij vorig jaar meegenomen had naar Berlijn ! Maar in de plaats daarvan heb ik mij, door uw schuld, maandenlang door Meyer, die oude geilaard van de S.A., moeten laten bepotelen lijk een hoer ! En dat enkel en alleen om mijn postje in de kantine te kunnen behouden !"

" Och, ge mocht al blij zijn dat ge destijds niet in Berlijn zijt geraakt ! Alle vrouwen zijn dààr door de Russen zwaar verkracht, als ze al niet stierven tijdens de gevechten of zelfmoord pleegden !"

" Het is in elk geval uw schuld dat ik destijds dat brandmerk kreeg van 'druipster', of niét soms !? Terwijl het lang niet zeker was dat ik de ziekte had..."

" Waart ge in Berlijn geweest, dan had ge zéker het spek aan uw broek gekregen: een Mongoolse geslachtsziekte óf zwanger van een Tartaar, óf allebei !"

" Man, dat zijn allemaal supposities, en woorden in de wind ! Maar dat jouw broer Leon mij die ziekte aan de hand deed is géén suppositie: dàt staat vast !"

" Holà, madam: dat staat niét vast ! En verre vàn zelfs! Want vorig jaar in Berlijn kon ik bij de S.D. uw dossier inzien...Daarin stond dat gij in Terneuzen een drukke matrozenkroeg uitbaatte..."

" Pardon: een Bodega !" zei ze gepiqueerd.

" Bon, Bodega voor mijn part !...En dat ge een losse liefdesrelatie had met een bootsman van de Kriegsmarine. Die patrouilleerde dagelijks met een mijnenveger tussen Vlissingen en Antwerpen heen en weer en had in elke haven een lief " (Dat laatste fantaseerde hij er maar bij om zijn argument mooi af te ronden...)" Maak het dus aan de ganzen wijs dat ge in dàt milieu en met zó'n losbandig leven nooit de ziekte hebt opgescharreld ! Terwijl Leon in feite nog maagd was..."

Ze haalde de schouders op: " Het is juist in MIJN milieu dat ge leert opletten, onnozelaar ! Gastjes lijk Leon, die pas beginnen te experimenteren, lopen rapper op een 'bec-de-gaz'...Want met al die uitvluchten bewijst ge enkel dat ge van druipers niets afweet, vent ! Neem het dus maar aan van een specialiste: die ziekte breekt uit, met jeuk en ontsteking en heel den bataclan, op ongeveer vier à zes weken nà de besmetting. Wat bewijst dat Leon dus niet door mij besmet werd, want ik kende hem nog geen drie dagen toen hij al jeuk aan zijn fles kreeg !...Hij moet het dus één maand vroéger opgescharreld hebben !

"Dat bewijs kunt ge ook omdraaien hé ! Toen die doktoor tijdens hetzelfde onderzoek ook bij ù dien druiper vaststelde, kont ge niet door Leon besmet zijn, want hij kende u nog geen drie dagen !"

Deze drogredenering sloeg haar evenwel niet van haar sokken: " Laat hem dus maar eens héél goed nadenken met wie hij zo'n maand voordien heeft liggen smossen, inplaats van mij direct de schuld te geven van z'n vuile pisser !"

" Leon is gesneuveld." onderbrak hij haar kil.

" Da's jammer... Maar geluk bij een ongeluk : dan kan hij van de jeuk aan z'n pietje alvast niet meer  wakker liggen !"

Als grafschrift kon dat tellen...

 

Kort na de middag nam hij afscheid van Penny. Die zou samen met een dertigtal àndere kandidaten voor het Legioen in vier camions via Metz naar Marseille rijden om daar in te schepen naar Algiers. Veel wisten ze elkaar niet meer te vertellen, dus sneed Joseph maar zijn dispuut met Hélène aan om de tijd te doden. Toen ook die bron droogviel pikte Penny vlot in: " Nu hebt gij haar in de tang, hé !"

" Hoezo ?" vroeg Joseph verwonderd.

" Natuurlijk ! En nog geen klein beetje ! Of ze de ziekte destijds kreeg van haar losbandige bootsman of van de maagdelijke Leon, doet niets terzake ! En nog minder of Leon zaliger door hààr besmet werd of omgekeerd. Want zoals gezegd: hij is dood...Enkel het feit blijft dat ze vorig jaar september ontegensprekelijk een druiper hàd ! En daar waarschijnlijk ondertussen nog niet compleet van is genezen, gezien haar wilde levensstijl tot nu toe, en het nijpend gebrek aan gepaste medicamenten tijdens de laatste twaalf maanden...Luistert, makker: als ge haar de mond wilt snoeren moet ge haar énkel op de man af vragen of haar huidige kaki vriend van haar ziekte op de hoogte is ! En of een druiper geen beletsel is om als 'warbride' naar Canada te emigreren ? Daarna zult ge van haar geen last meer hebben, gelooft mij !"

" Tenzij ze mij natuurlijk door een paar losse vrijers óók in de latrinegleuf laat kappen !"

 

De volgende morgen bij de koffie volgde Joseph tóch maar de raad van zijn vriend op en stelde Hélène voor het blok: of haar 'chéri' van die druiper afwist ?

Hij zag aan haar blos dat haar frank héél rap viel, maar ze herpakte zich onmiddellijk: " Anders zoudt gij het hem wel eens gaan uitleggen, zeker ? Verloren moeite, vent: ik ben daar volledig van genezen ! De Britten hebben immers daartegen een wondermiddel uitgevonden. Of hebt ge nog nooit van peniciline gehoord, boerke ?"

Schaakmat ?...Nee hoor ! " Proficiat met uw genezing, beste Hélène, maar dat vroeg ik niet: weet uw verloofde van uw...laat ons zeggen 'vrolijk verleden' ? 'Losbandig' klinkt zo prekerig hé...Hebt ge hem niet een te rozig beeld opgehangen van uw vorig leven ?...Hallo ?...Als ge goed begrijpt dat die rauwe openbaring hém zou kunnen kwetsen - héél érg zou kunnen kwetsen, bedoel ik - dan kunnen wij misschien tot een akkoordje komen, wat denkt ge ?...Gij zwijgt over mijn SS-verleden, en ik zwijg over uw...heu ...jeugdzonden ? Of hoe ge dat ook wilt noemen..."

Ze keek hem star in de ogen, maar Joseph wist dat het achter het rimpelloze voorhoofd verwoed knetterde. Tenslotte krulde er een zure glimlach om haar lippen, en terwijl ze onder de toog reikte zei ze poeslief: " Schat, wat drinkt ge op mijn kosten ?"

" Boh, "deed hij opgelucht: " Zolang het geen vergif is...Okee, als pousse-café dan maar..."

" Maar dan had ik wel graag dat je zo rap mogelijk uit het kamp zoudt verdwijnen..."

" Als het van mij afhangt: liever vandaag dan morgen, schat ! Maar jammer genoeg bepaalt Bibi het 'Fahrplan' van de treinen niet. Ge hebt het zelf gezegd: de eerste die van Lüneburg richting Brussel vertrekt is maar gepland voor binnen een week...Zolang zullen we toch nog op elkaars vrolijke gezicht moeten zien, vrees ik !"

" Och, da's niet gezegd...Er rijdt regelmatig een camion van ons kamp naar een depot in Verviers, bij Luik, om de kantine te bevoorraden met waren die niet door de normale appro-keten van het Brits-Canadese leger geleverd worden. Zoals echte bonenkoffie, want die kaki's drinken enkel thee en daar moeten de meeste D.P.'s niks van hebben. En vooral de Fransen smoren veel liever onze 'Groene Michel' dan die zoete rommel van de Yanks...Onze zestonner rijdt voor alle veiligheid mee in colonne met de 'Red Ball Express', om onderweg niet overvallen en geplunderd te worden. In twaalf uur is hem dààr, terwijl de normale marchandisetrein met de D.P.'s er het dubbele over doet. En 'surtout', ge hebt in de camion van niemand last want negen kansen op tien zijt ge de enige passagier. Als ge uw strozak meeneemt in de laadbak vanachter, zult ge nog nooit zo luxueus in een 'couchette' gereisd hebben !"

" Zoveel reklaam maken omdat ik niét op de normale trein zou wachten: vindt ge zelf niet dat daar een reukje aan zit ? Zijt ge werkelijk zó bang van mij dat ge zo rap van mij verlost wilt worden ? Ge betrouwt het blijkbaar niet dat ik zó lang ga zwijgen over dien druiper ? Ge hebt ongelijk, schat ! Meine Ehre heisst Treue als je het nog niet moest weten !"

Stijf rechtop stapte hij de kantine uit. De prothese viel goed mee...

Buiten was het druk bij de latrine. Maar niet om die te gebruiken, schijnbaar...Bij nader toezien leek een zestal Duitse krijgsgevangenen druk in de weer om met bootshaken een zwaar pak uit de sleuf te sleuren...Joseph begreep plots dat Penny er met zijn theorie over de gasproductie van lijken een flink stuk nààst zat ,en maakte ijlings rechtsom.

" Hélène, voor mij één enkele rit met jouw "couchette" naar Luik ! Nù !!"

 

In de late namiddag kreeg hij bevestiging: nog dezelfde avond om zeven uur kon hij mee met de camion die hier vlak vóór de kantine zou vertrekken. En er zou hem zelfs een Duitse P.O.W. (Prisoner Of War) helpen met zijn strozak en zijn bagage ! Van service gesproken ! Hélène was daarenboven zo vriendelijk een lunchpakket te beloven voor onderweg: als hij op tijd even zijn veldfles bracht kon ze die vullen met verse bonenkoffie...

" Met melk en suiker ?" vroeg ze nog. Zo te zien was nu alle wrok verdwenen...

 

Om zes uur schoof hij nog vlug in de keuken aan voor warme soep en zijn dagelijks K-rantsoen. Met daar bovenop nog het copieuze lunchpakket van Hélène voor onderweg zou hij het wel een tijdje kunnen uitzingen !...Op de grote ingekaderde landkaart van Duitsland tegen de muur had hij de vermoedelijke reisweg nagekeken en de afstand tussen de voornaamste steden genoteerd.

Autobahn Lüneburg - Soltau - Hannover: 125 km.

Autobahn Hannover -Stadthagen - Bielefeld: 115 km.

Autobahn Bielefeld - Dortmund - Wuppertal: 135 km

Autobahn Wuppertal - Köln - Aachen: 115 km

Het korte stukje snelweg verder over de Belgische grens naar Verviers interesseerde hem in feite niet. Hij was vast besloten lang vóór de grens uit de camion te verdwijnen en een voorlopig onderdak te vragen bij Jupp Deutinger in Porz. Dat boerengat moest ergens een beetje ten zuiden van Köln liggen, maar op de kaart was het niet te vinden...Hoe dan ook, tot Köln was het een 450 km: in colonne dus iets van een dikke 12 uur rijden. Zonder ongelukken kon hij daar bij de eerste klaarte van de nieuwe dag aankomen en op basis van een rudimentaire oriëntatie ter plaatse beslissen of hij best vóór of nà de Rijn kon 'uitstappen'...

Stipt om kwart vóór zeven hielp de P.O.W. hem in de gehuifde laadbak van de camion, waar zijn bedje al 'knus' in een brede spleet tussen de kisten gespreid lag...Vluchtig maakte hij van vér kennis met de twee jonge Canadese chauffeurs die echter deden of ze hem niet zagen staan: hartelijk was ànders !...Die twee gingen elkaar onderweg waarschijnlijk aflossen: de weelde van het soldatenleven in vredestijd. Nu enkel nog het dekzeil over de lading aanspannen en klaar was Kees !

 

De 'luxueuze couchette', waar Hélène zo begeesterd over had opgeschept, verschafte zijn ribbenkas maar een héél relatief genot ! De baan moest er bijwijlen wel érg slecht bijliggen om de lading in de kisten rondom hem zo te laten daveren en...rinkelen...Rinkelen, verdomme ? Hij begon er op den duur écht op te letten, en inderdaad: dat rinkelen kon énkel van kristalglazen voortkomen...En dat ànder trillend geklipper deed hem duidelijk aan stapels borden denken ! Ook een idee, zeg, om al dat - hoogst waarschijnlijk dure - gleiswerk toe te vertrouwen aan die twee debiele Fangio's in de stuurhut! (Fiangio was nà de oorlog dé ster van het F1-circuit)

Gelukkig geraakten ze na een half uur op de Autobahn en schokte de vrachtwagen énkel nog als ze te onvoorzichtig over dicht geworpen bomtrechters hosten. Uit het golvend geronk van optrekkende automotoren kon hij opmaken dat ze nu in colonne reden en dat gaf inderdaad een goed gevoel. Zó goed dat hij bijna wegdommelde. Maar dààr vond hij het nog te vroeg voor. Hij besloot dus zich wat meer op de wereld buiten te concentreren en te trachten een glimp van de weg of het landschap rondom op te vangen... Kwestie van eens te kijken of ze inderdaad de weg volgden die hij voor ogen had...

Telkens als hij, op zijn knieën zittend, met zijn schoft het dekzeil omhoog forceerde, kon hij door het achterruitje van de stuurcabine in het felle licht van de onafgeschermde koplampen een vlek betonbaan zien en de rode standlichten van de camion die vóór hen reed...Lang was dat niet vol te houden want de snerpende wind in zijn gezicht deed zijn ogen te fel tranen...Dan maar liever proberen om tussen het gespannen dekzeil en de kistdeksels even naar achteren te kruipen ?

Halverwege sjeesde de vrachtwagen plots weer over een slecht gevulde bomtrechter en beukte Joseph met zijn schouder zo zwaar op de grote biezen mand waarop hij lag dat het deksel krakend inzakte. Te oud ,waarschijnlijk, en te erg verdroogd: een paar wissen twijgen verpulverden zelfs onder de druk van zijn knuisten toen hij poogde zich weer op te richten. Zijn hand, die steun zocht op de inhoud van de mand, voelde bolle vormen omwikkeld met krantenpapier...Metalen koffiekannen, zou je zeggen...In elk geval tafelgerief, en dubbele kandelaars...

Het vroeg heel wat moeite om zich uit die ingezakte mand te bevrijden, en onder het zeil verder naar achteren sluipen bleek op den duur óók al onmogelijk. Komaan, dan maar terug naar zijn bed...en een goede teug koffie nemen om van de inspanningen te bekomen !

Zijn verkenning scheepte hem wel met méér vragen dan antwoorden op. Eerst en vooral kreeg hij het gevoel hier in die laadbak gevangen te zitten. Het dekzeil was zo stevig over de lading gespannen, dat hij in noodgeval enkel zou kunnen ontsnappen door het met een flink mes stuk te ritsen. Dat gaf géén veilig gevoel, vooral omdat hij geen mes bij de hand had...Het Zwitserse, dat hij uit de 'wandeluitrusting' van Herr Dahlmann had gepikt, zat ergens onderin zijn plunjezak verstopt. Dat kon hij beter straks eens opdelven, of ànders een scherp tafelmes recupereren van het bestek in de rieten mand...

Wat hem nog méér intrigeerde was heel die lading van dure eetserviezen...Waar haalde Hélène en haar bruidegom die in godsnaam vandaan ? Want dat dit deel van de zending iets was van hén persoonlijk, en niét van de officiële militaire overheden van het kamp, leed in Josephs ogen geen enkele twijfel. Dat ze die van rijke Duitse families gestolen zouden hebben, vond hij echt te vérgezocht...Gekocht, dus, of beter gezegd: 'getauscht' tegen eten, zoals hij en Weintraub laatst in Steglitz nog zélf hadden gedaan...Vijf boekjes tegen een paar dozen vlees en wat 'butter-spread'...Iets wat die jood bij wijze van spreken óver had van zijn weekrantsoen...

Maar een camionlading luxe-serviezen hadden Hélène & C° niét kunnen tauschen door hun eigen buikriem wat aan te spannen, hé ! Die hadden zij natuurlijk 'betaald' met ruilgoederen uit hun 'officiële' Displaced- Persons-depot ! Alhoewel...zo'n massa eten konden ze onmogelijk uit hun voorraadkelders verduisteren zonder bij hun oversten de aandacht te trekken...Ze hadden dus...heu...ze hadde...

Plots viel het hem op dat zijn aandacht aanhoudend wegzakte, het hem steeds moeilijker werd zijn ogen open te houden en zijn gedachtengang logisch te ordenen...Nog even flitste het door zijn hoofd dat hij misschien wel bedwelmd werd door de uitlaatgassen van de camion, maar had geen zin om zich nog langer tegen de troostende slaap te verzetten...Als Hélène dacht gelukkiger te worden indien ze een naamloze zwerver liet vergassen door twee criminele melkmuilen: ze dééd maar...Het was een zachte dood, wist hij...

 

Hij merkte na een tijdje dat zijn schouder flink pijn deed van het liggen, en hij overigens te stijf was om zich op zijn rug te draaien. Maar voor de rest werkte zijn kop weer normaal en leek hij eerder uit een verkwikkende slaap te ontwaken. De camion stond stil, stelde hij vast. Ongelovig tuurde hij naar de radium wijzerplaat van zijn polshorloge, pardon: het horloge van die Corsikaanse strontboer...Half één ?...Hoe kàn dat nu ?! Al bijna zes uur onderweg ? Verdomme, dan had hij inderdaad een flink tukje gedaan, zeg ! Zes uur ! Dat was niets voor hém...

Bewust nam hij de tijd om even de mist uit zijn kop te laten optrekken. Eerste vaststelling: hij was niét gestorven, ook al herinnerde hij zich vaag, een vijftal uur geleden, dat wegzakken in de dood...Hélène die hem zogenaamd moedwillig liet vergiftigen met de uitlaatgassen van de camion door die twee kaki huurmoordenaars in de stuurcabine...Maar dan was het wel héél vreemd dat hij, na vijf uur verblijf in deze rijdende gaskamer, plots weer kiplekker verrees...Tenzij er natuurlijk van vergassen helemaal geen sprake was geweest...

Hij wou met een goeie slok lauwe bonenkoffie de vuile smaak in zijn mond doorspoelen, toen hij op het laatste moment terugschrok. Dàt was het natuurlijk ! Het gulle gebaar van Hélène om oude wrok te doen vergeten ! Die feeks had zonder twijfel een pak aspirines in zijn koffie opgelost toen ze zijn veldfles vulde ! En waarschijnlijk ook gemengd tussen de vleespaté van zijn lunchpakket, al was het in zijn schuilplaats nu nog te donker om dat te onderzoeken ! Wilde ze hem met die overdosis slaappillen écht vermoorden ? Misschien wél, kwestie van voor goed van zijn bedreiging verlost te zijn...Maar het was ook mogelijk de bedoeling geweest hem énkel onder verdoving te houden tot in Verviers...Dààr konden de twee chauffeurs hem, als oud-SSer, bij wijze van spreken moeiteloos overdragen aan de Belgische Rijkswacht... Godvermiljaarde, wat een vals, wraakzuchtig rotwijf was me dàt, zeg !

Hij hoorde de twee chauffeurs naast de laadbak druk in een soort Frans discuteren, instappen en de motor opstarten. Vijf minuten later vertrok de colonne, en Joseph had de indruk dat 'zijn' camion nogal dicht bij de kop reed...Dóór de spleet onder het dekzijl zag hij, via de achterruit van de cabine, de grote verlichte wegwijzer op zich af komen waarop hij in de vlucht kon lezen:

"P.O.L.-STATION BIELEFELD EXIT", met een pijl.

In kamp Lüneburg had hij al de betekenis geleerd van de afkorting 'P.O.L.': Petrol, Oil en Lubrifiants. Of anders gezegd: de klassieke 'Raststädte' van vroeger... Hém interesseerde vooral de bevestiging van zijn vermoeden: na zes uur rijden waren ze Bielefeld voorbij en hadden ze dus een 230 kilometer afgelegd in de goede richting ! Zonder ongelukken konden ze zowat binnen vier uur in Leverkusen zijn, vlak voor de Rijn. Daar zou de 'Red Ball Express' ook wel even uitblazen, vooraleer de sprong naar Verviers aan te vatten. Joseph wist dat deze rustpauze de laatste kans zou zijn om in de buurt van Köln ongemerkt uit de laadbak te ontsnappen...

Maar hij vond het nogal onnozel om, na alles wat hij met Hélène had meegemaakt en alle bedreigingen waaraan hij was ontsnapt, gewoon met een 'salut en merci' in de natuur te verdwijnen...Ergens moést en zou hij wraak nemen voor al het slechte dat zij hem had toegewenst ! Dat gaf hij haar op een briefje: dat mens moést en zou zich godvermiljaarde voor de rest van haar zondig leven haar snode moordplannen betreuren !...De vraag was natuurlijk: hoé leg je zoiets aan boord, een deftige wraakneming vanop 400 kilometer afstand ?!...Een berooide blinde passagier als hij...

Maar hij bleef maar koortsachtig voort prakkezeren hoe hij het haar betaald kon zetten. Zij had tenslotte hun akkoord verbroken en hem tóch als SS-er willen overdragen aan de Belgische Rijkswacht ! Nu dat mislukt was voelde hij zich ook niet meer gebonden te zwijgen over hààr 'zondig' verleden...Samengevat, en om te beginnen, kon hij haar per brief bij haar bruidegom én diens baas verklikken als gewezen lichte vrouw die een ziekte had op gelopen...'Venerial Disease' noemden ze dat in 't Engels, wist hij, en 'maladie vénérienne' in het Frans. Dat zouden die Canadezen zéker verstaan en daarmee kon Hélène haar droomhuwelijk op haar bil schrijven ! Verklikken vond hij wel niet erg edel en heldhaftig, maar hoopte tóch deze schande te overleven...

Er lag echter nóg iets op zijn maag...Dat zij een militaire camion vol kristalglazen en tafelzilver zomaar naar België kon sturen was op zich al hoogst verdacht en deed erg aan smokkel denken...Zoals gezegd: ze zal deze luxe-artikelen wel niet gestolen hebben, maar ze toch zéker ook niet met haar zakgeld betaald, hé wat gij ?!...Daarbij had ze hem zélf verteld dat ze met die Canadese camion in Verviers koffie en sigaretten ging halen voor de cantine...Wie een beetje bij de pinken was kon natuurlijk van dat vervoer profiteren om ook een paar kartons met persoonlijke aankopen over de grens te smokkelen. Zaken die in België makkelijk en voor een klein prijsje te krijgen waren, zoals koffie en tabak...En waarvoor de Duitsers goud zouden geven. Of duidelijker gezegd: hun tafelzilver...

Niet slecht gevonden, dat carrousel ! Je koopt onder het mom van kantinelevering aan een klein prijsje koffie en tabak in België, en 'tauscht' dat met reuzenwinst bij de Duitsers tegen tafelzilver. Die verkoop je dan weer duur aan Belgische antiquairs en je wordt slapend rijk, of beter gezegd: stinkend rijk ! Het énige wat je moet hebben is een militair vervoer dat aan de grens praktisch niet gecontroleerd wordt en een naïeve jonge chauffeur die voor de brokken kan opdraaien indien hij tegen de lamp moest lopen ! Joseph kreeg bijna medelijden met die twee debielen in de stuurhut vóór hem...

Terwijl de vrachtwagen brommend voort reed en énkel af en toe teruggeschakeld werd voor een beschadigd wegdek, piekerde Joseph over een manier om Hélène een poot uit te vijzen, en nog liever twéé ! De grote hoeveelheid zilverwerk, die ze met deze zending verstuurde, kon nooit de oogst zijn van slechts een paar maanden 'tauschen'...Neen, daar had ze waarschijnlijk al een jaar aan gespaard, zeg maar sinds het begin van de Canadese bezetting en haar relatie met die kaki menagemeester. Indien het Joseph zou lukken deze deal te kelderen, kon dat haar nachtmerries voor de eerstvolgende jaren ruimschoots stofferen !

Bon, laat ons praktisch denken ! Deze lading mocht dus niet heelhuids in Verviers aankomen ! Met àndere woorden: ze moest onderweg vernietigd worden ! Verbranden ! En nog vóór de Rijn, want verder reed hij niet mee. Een brand leek de meest voor de hand liggende oplossing: zijn strozak, die kartons en de houten kratten vormden een gedroomde vuurketting om een volle brandstoftank te doen ontploffen...En als vertraagde ontsteker dacht hij onmiddellijk aan de kaarsstompen die hij in de zilveren kandelaars had gevoeld, toen hij door het rieten deksel van de mand was gezakt...

Kaars, stro, karton, hout...plus een volle brandstoftank van tweehonderd liter ! Een tijdbom ! Dé ideale sabotage met vertraagde ontsteking voor wie niet stomweg terplekke wilde aangehouden worden...Een vertraagde brandstichting die je van op veilige afstand kon bewonderen ?!

Laf en achterbaks, akkoord, maar veel keus hàd hij niet...

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door jaakmaes om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van " De Afrekening"

↑ Terug naar de berichten