Naar de inhoud

Kalmthoutse Broodjes

Kalmthout : een reilen en een zeilen
akke.beakke.be

Archief

11. Primum vivere, het leven gaat voor.

Een mens leeft niet van brood alleen. Maar anderzijds moet hij zich toch voor alles " de wereld onderwerpen". Immers : "Primum vivere", het leven gaat voor alles. En wie geen eten heeft moet sterven. Ook op economisch vlak hebben de paters van Tongerlo tijdens het ancien regime een grote betekenis gehad voor onze Kalmthoutse en Essense dorpsgemeenschappen. Bij een snel stijgende bevolking, zoals wij die in de middeleeuwen op bepaalde ogenblikken hebben gekend, is het vruchtbaar maken en cultiveren van woeste gronden door ontbossing, drooglegging en inpoldering dan soms ook een dwingende noodzaak. Zulke ondernemingen vereisen samenwerking en leiding. De Tongerlose Norbertijnen nemen, als heren van de heerlijkheid "Kalmthout-Essen", deze taak in onze contreien op zich. Om eenzelfde reden moet de beschikbare grond ook meer opbrengen, hetgeen om technische creativiteit roept. De witheren bezitten ze en stellen ze ter beschikking.  Denken wij maar aan de verbetering van het drieslagstelsel op de akker (zomergraan,wintergraan, braak), de optimalisering van het potstalsysteem (omvorming in de stalput van heideplaggen en dierenuitwerpselen tot vruchtbare stalmest), de mogelijkheid tot dieper ploegen met een zwaardere karploeg, de innovatie van de halster met een hogere trekkracht ter vervanging van de halsband en, niet te vergeten, de modelhoeven van de abdij met hun nevenbedrijven. De oudste van deze abdijhoeven staan in een driehoek rond "Kerkeneind" : "het Hof,schuin achter de oude pastorij, "Achter de Kerk", ten einde de Kerkendijk en aan "De Heie", in de Kijkuitstraat. Met deze abdijhoeven heeft de abdij de grondslag gelegd voor "' t Kalmthouts centrum". In "'t aloude dorp" was immers geen plaats meer voor de aangelande paters. Bij deze oudste abdijhoeven horen ook nog : "In 't Achterbroek" op de Roosendaalse baan, "De Greef" op Noordeind en "In de Hoek" op de Zwanenberg. "De Greef" op Noordeind is niet alleen één van de oudste abdijhoeven, maar op het einde van het ancien regime ook de belangrijkste, omdat ze de woonplaats wordt van de Tongerlose provisor. In deze abdijhoeven kweken de paters nieuwe akkerplanten zoals boekwijt, spurrie, klaver en aardappelen, die een intensievere landbouw toelaten.  Sommige van deze abdijhoeven groeien uit tot "super bazars" avant la lettre, zoals dit bvb. het geval is met "De Greef". Oorspronkelijk runnen lekenbroeders onder het gezag van een pater-magister zelf de abdijhoeven. Maar met de tijd volgen vrijgevochten leken-pachters de lekenbroeders op. Zij betalen de abdij een pachtsom "voorlijf" genoemd en "tienden" in natura. De abdijhoeven gaan model staan voor de andere hoeven.  In een agrarische gemeenschap is in aloude tijden ook een graanmolen nodig. In allereerste instantie waren de Kalmthoutenaars afhankelijk van de watermolen van het zusterdorp Essen. De eerste Kalmthoutse windmolen is door toedoen van de abdij in de 14-de eeuw opgetrokken binnen "de Windmolenblok", zijnde de huidige driehoek "Kapellaan-Vandenbogaertlei-Statiestraat". Hij is in de 15-de eeuw vervangen door een molen in de Molenbaan op de hoek met de Wipstraat. Tenslotte kwam er in het centrum nog een windmolen aan de Kerkendijk / Kapellensteenweg. Op de belangrijkste economische activiteit van de paters van Tongerlo, het turfsteken, komen we nog terug.

- poëzie + -

(uit) Aarde en hemel, hemel en aarde ( Anton Van Wilderode - 1986)

Ik ben de boever-lekebroer die mij
van jongsafaan verbond aan de abdij
omdat ik hield van god en paarden.
Ik kwam eraan met vader die me zei :
"Dit zijn gebouwen van een boerderij
met poorten op de hemel en op aarde".

En gotisch sliep ik onder het gebint
van eikenhout gelijk ik sliep als kind
een hoge wand van hooi aan alle zijden
op een bakstenen schip dat stevig in
de wisselvalligheid van weer en wind
gestrand stond op een weergaloze weide.

-  actua +  -

- Kleur je dag op. Allerlei leuke activiteiten voor jong en oud op zondag 23 april 2006 van 10 tot 17 uur in het NEC De Vroente en het Bijenteeltmuseum, Putse steenweg 129 te Kalmthout - gratis toegang. Info : 03/620.18.30.
- "De Kalmthoutse heide vroeger en nu". Heidewandeling met gids op zondag 23 april e.k.. Vertrek om 14 u. aan de ingang van het NEC De Vroente&Bijenteeltmuseum, Putse steenweg 129 Kalmthout.Deelname gratis. Info : 03/666.61.01.


Geschreven door Jan Caluwaerts om 00:00 Reageer op dit bericht

12. Over klotten, peperkoeken en kattepoten.

Wie onder de Kalmthoutenaars fietst niet eens langs het pad naast het Sint-Vincentiusrusthuis om te genieten van dat unieke zicht over de uitgestreken vallei van de kleine Aa?  Wie onder ons peddelt in Achterbroek niet eens het Vossenstraatje in om na een regenachtige Herfst zichzelf te zoeken in wijdse waterplassen op de verlande kleibodems van wat eens de Marijnenvennen zijn geweest ? En wie onder ons verliest zich verder, aan de andere kant van de Wuustwezelse steenweg, niet eens graag in die ongeëvenaarde natuurpracht van immense rietvelden en menig zompig broekbos rondom de Nieuwmoerse maatjes ?
Brede valleien die regelmatig onderlopen, ondoordringbare kleilagen en zompige afgedamde kommen met rietvelden en verzopen elzen en wilgenbossen : een ideaal milieu voor veenvorming. Wat nu in de zomer veelal gecultiveerd weiland is, toont ons weinig over het moerassige en desolate Kalmthout van weleer.Alleen het vochtige najaar verrast ons af en toe met onvermoede getuigen die het, als gekoesterde relicten, bij onophoudelijke najaarsbuien, uit de schoot van de aarde tovert. Waar planten afsterven en hun resten massaal terecht komen in een waterrijk en zuurstofarm milieu vormt er zich inderdaad veen doordat het normale verrottingsproces bij afstervende planten afbreekt en inkoling in de plaats treedt.
Onze Tongerlose paters ( zie voorgaande cursiefjes) en onze voorouders realiseren zich al heel vlug dat de ingekoolde plantenresten een ideale brandstof opleveren. En dat juist op een ogenblik dat de meeste bossen in onze streek door ongebreidelde roofbouw verdwijnen en men van ondergrondse steenkool zelf nog niet kan dromen. De \"mannen van Tongerlo\" halen van onder de waterspiegel de vettige donkere moer (ingekoold riet en ander plantenmateriaal) en steken elders boven de waterspiegel de lichtere bruine turf (ingekoolde veenmosresten) uit. De georganiseerde exploitatie van deze turf (onze mensen noemen de moer ook turf), eerst in eigen beheer, daarna door uitbesteding, kan dan ook al heel vlug beginnen. Na ontwatering van het moerveld steekt men het hoogveen met speciale turfspaden uit en baggert men het laagveen met moerscheppers op. Men verwerkt moer en turf tot \"klotten\", die de vorm aannemen van een \"peperkoek\". Men droogt deze peperkoeken als \"kattepoten\" - drie klotten verticaal naast elkaar op de smalste zijde rustend en een vierde klot met de breedste zijde er horizontaal overheen - en stapelt ze vervolgens als zachte \"briketten\" in het turfkot op om ze tenslotte als gegeerde brandstof met vletten langs turfvaarten naar Roosendaal en Bergen-op-Zoom - en zo naar Antwerpen - af te voeren. Vandaag zijn er van deze turfvaarten nog duidelijk sporen te zien. Bepaalde vaarttrajecten maken zelfs nog deel uit van onze hedendaagse Kalmthoutse waterhuishouding. Wie van het \"Sluisje\" (kort bij het boswachtershuisje achter het stappersven) langs de servitudeweg van de eikendreef naar de Essense steenweg wandelt ziet neer op een stuk turfvaart dat na behoorlijke regenval vanuit de Nol nog altijd bruin \"klot\"-water vervoert naar het domein De Greef om het daar in de kleine Aa te storten. Vroeger werden de \"klotten\" vanuit de Nol en het Stappersven langs deze aftakkingsvaart met vlakke bodemvletten naar de Roosendaalse vaart afgevoerd die vertrekt vanuit Nieuwmoer, het Kalmthoutse turfstekersdorp dat zijn ontstaan in de late middeleeuwen uitdrukkelijk aan deze turfwinning te danken heeft. De turfindustrie is voor onze streek economisch zeer belangrijk gebleken, al was het maar dat zij tot in de 18-de eeuw een uitsluitend agrarische gemeenschap ook een nijverheidsfunctie heeft gegeven die de eigen mensen, de mensen uit de regio, en -via Antwerpen-  zelfs de Engelsen op het gepaste moment heeft voorzien van brandstof

- poëzie + -

Nieuwmoers Maatjesvijver. ( Jan Caluwaerts - 1998)

Als blij de mei haar zonnebrand aan juni schenkt,
gaat heel Nieuwmoer op stap, waar Hanne Wiewau wenkt.
Bij die maatjesvijver vol van \'t zoete leven,
wil \"Blijdenberg\" telkens weer zichzelf beleven.

Pitrussen, kragen van riet en gele lissen,
Eeuwig en eeuwig : het cirkelen der vissen,
als trouwe contoeren uit oeroude moeren,
waar witte madammen de \"Kijfhoek\" verlammen.

En op de Milleniumbrug een kleine Jaan,
In zijn speels gebaar wijst hij de sturfsteker aan,
die voorva van weleer, die peperkoeken steekt
en als dorpstoeverlaat de bange stilte breekt.

Boven het rietland roept de grutto fel zijn naam,
doet de kleine Jaan onbeweeglijk pal gaan staan.
Een dankbare groet van Nieuwmoer, als met die roep,
op de huid van de wind, Jaan de turfsteker zingt!

-  actua  -

- Tot 28 mei e.k. loopt in het wereldwijd gekende arboretum van Kalmthout, die droom van een tuin van Mevrouw Jelena De Belder,  nog steeds de tentoonstelling \"Slakken, vriend  of vijand?\". Deze tentoonstelling spreekt ook de kinderen aan! info : 03.666.67.41, www.arboretumkalmthout.be
- Zie ook nog de actua in voorgaand cursiefje over de bedrijvigheden op 23 april e.k. rond \"Kleur\" in De Vroente en Bijenteeltmuseum, alsook de heidewandeling op 23 april e.k.om 14 u.onder de titel \"De Kalmthoutse heide vroeger en nu\".
Geschreven door Jan Caluwaerts om 11:21 Reageer op dit bericht

13. De Tongderlose Norbertijnen en hun rechtsmacht.

Welke was nu de reële rechtsmacht van de Tongerlose Norbertijnen binnen de heerlijkheid Kalmthout/Essen ?  Wanneer Arnold Brabant en zijn kinderen Kalmthout en Essen aan de abdij van Tongerlo schenken ontstaan er in hoofde van de abdij rechten. Zo beschikt de abdij over het eigendomsrecht van de heerlijkheid en over het recht belastingen te innen van de inwoners van de twee dorpen. Deze laatste volgen immers als laten de overgedragen grond. Deze beide rechten worden aangeduid met het begrip "laag recht". Naast dit "laag recht" bezit de abdij ook het "middelbaar recht", het recht om in burgerlijke en strafzaken geldboeten op te leggen. Nog een ander recht waarover de abdij beschikt is het waranderecht : het recht op jagen en op het vangen van vis. Zowel voor het oorspronkelijke Nispen als voor de eigen nieuwe heerlijkheid Kalmthout/Essen ontvangt de abdij daarenboven "het patroonsrecht", d.w.z. het recht om in beide heerlijkheden de pastoor aan te stellen. Kalmthoutenaren en Essenaren zullen in de middeleeuwen dan ook nog jaren naar de moederkerk van Nispen trekken om er hun godsdienstige verplichtingen na te komen. De " hogere rechtsmacht" daarentegen, het recht om zware overtredingen te bestraffen , heel dikwijls onder de vorm van lijfstraffen, blijft oorspronkelijk de bevoegdheid van de hertog van Brabant, onder wiens jurisprudentie de heerlijkheid ressorteert. Wanneer later de abt van Tongerlo, als trouwe volgeling van de hertog van Brabant, ook deze rechtsmacht verwerft wordt hij op dat ogenblik van heer "IN" Kalmthout/Essen de heer "VAN" Kalmthout/Essen.
Hoe laat de abt van Tongerlo zich nu in zijn heerlijkheid Kalmthout/Essen vertegenwoordigen? Zoals we reeds zagen speelden in een allereerste fase op de abdijhoeven, die speerpunten van de abdij binnen de heerlijkheid, de magisters-bestuurders van de hoeven de hoofdrol. In een latere fase zal de abt zich laten vertegenwoordigen door een meier (een soort rentmeester) voor de uitoefening van zijn lagere, middelbare en achteraf ook hogere rechten. De hertog liet zich in de heerlijkheid vertegenwoordigen door een schout. Waar nu op Kerkeneind de "oude pastorij" staat, stond allereerst in de vroege middeleeuwen " 's Heerenhuys", waar de meier verbleef en ook de schout de dorpelingen ontving. Ook de Schepenbanken die mede de dorpsgemeenschappen bestuurden in de heerlijkheid konden er terecht. Finaal wordt de abt van Tongerlo vertegenwoordigt door een provisor, o.m. belast met het innen van de "tienden". Op het einde van het ancien regime kreeg de heerlijkheid een zeer beroemde provisor die door de dorpelingen zeer geliefd was : Godfried Hermans. Hij resideerde op de abdijhoeve "De Greef", die hij omtoverde tot een soort "super bazar avant-la-lettre". Hij moderniseerde o.m.de aloude postbaan op Kalmthouts grondgebied in Achterbroek die binnen de lage landen  Noord en Zuid verbond. Hij richtte ter ontsluiting van de grote Suyderheide de laatste abdijhoeve van Tongerlo op : de oude Withoef.  En last but not least werd hij op het einde van het Ancien regime abt van Tongerlo. Zoals uit onderstaand huldegedicht, opgesteld naar aanleiding van zijn aanstelling tot abt ,blijkt werd Godfried Hermans door Kalmthoutenaars en Essenaars op de handen gedragen.

- poëzie + -

Vreugde-zang inhaling abt Godfried Hermans (Onbekende Kalmthoutse/Essense Poëet - 1780).

Apollo stelt uw snaeren
En laet het zoet geluyt
Der Musen keélen paeren
Met 't spel van uwe luyt.
Komt, Pan,Bosch-Goën en Saters,
Juygt op dez' blyde feest,
Komt Nymphen, uyt de waters,
Verheugt U om het meest.

Nu Callempthout op heden
En Esschen heeft de eer
Van te zien binnen treden
Godfridum hunnen Heer,
Hoor ik van alle zyden
In 't veld en op de straet
Hun roepen met verblyden :
Zyt welkom Heer Prelaet.

Zyt wellekom, Godfrede,
En leeft hier langen tyd;
God gev' U synen vrede
Nu en in eeuwigheid.
Leeft zonder ziekt oft smerte,
Leeft, Hermans, honderd jaer,
Wy wenschen uyt'er herte,
Dat gy word Jubilaer.

Laet, Bacchus, uwe gaeven
Op dezen blyden tyd
Onz'drooge keélen laeven,
Den wyn maekt vrolykheyd,
Dan roepen wy, beschonken
Met lekker druyven nat,
Al weder hallef dronken,
Dat Hermans leéft, vivat.

- actua +  -

- Burgemeester Lucas Jacobs en zijn gemeentebestuur pakken op 28,29 en 30 april e.k. uit met een Kalmthouts cultureel gebeuren : " HANGART". Info en tickets : ten gemeentehuize bij de Jeugd- en cultuurdienst en in de bibliotheek of het zwembad van Kalmthout .

-Tentoonstelling "Zimbabwe 50 jaar sculpturen". Van 1 mei tot 1 oktober 2006 in het Arboretum van Kalmthout. Info www.arboretumkalmthout.be.

- Grote prijs Piet Bedroefd, viswedstrijd 13u. tot 18u.op maandag 1 mei in de visvijver De Maatjes te Nieuwmoer-Kalmthout, Hanneke Wiewau Nieuwmoer. Info 0496158572 of www.vcdemaatjes.be.
Geschreven door Jan Caluwaerts om 00:00 Reageer op dit bericht

14. Eenzaam staat het kruis langs de weg naar Nispen.

Onze Kalmthoutse voorouders de Salische Franken zijn reeds zeer vroeg gekerstend. In de vroege middeleeuwen trekken zij voor het vervullen van hun godsdienstplichten langs 's Heren wegen naar de aloude Sint-Lambertuskerk van Nispen. Dopen, trouwen en begraven gebeurt voor onze mensen aldaar. En ook wanneer de heerlijkheid Kalmthout/Essen tot stand komt , blijft de kerk van Nispen nog voor eeuwen hun hoofdkerk. De Abt van Tongerlo heeft immers ook het "patroonsrecht", het recht om de pastoor aan te stellen, verworven voor het oude Nispen. Met ingang van de tweede helft van de 12-de eeuw is de pastoor van Nispen trouwens ook een Witheer van Tongerlo. De Sint-Lambertuskerk van Nispen wordt dan de O.L.V.-kerk,  naar de patroonheilige van de abdij van Tongerlo : Onze Lieve Vrouw . De weg naar Nispen is voor onze voorouders lang en gevaarlijk.Meer dan 2,5 uur moet er gestapt worden, in de winter zelfs langs onbegaanbare wegen en achter elke struik kan men oog in oog komen te staan met de gevaarlijke wolf uit de lage landen bij de zee. Finaal kunnen de Calmetholters er hun heer, de abt van Tongerlo, van overtuigen ten minste voor de borelingetjes mededogen op te brengen. In 1338 verwerven zij de toelating een bidhuis met doopvont in Kalmthout op te richten. Dit bidhuis zou, volgens de meest recente gegevens, reeds op Kerkeneind hebben gestaan. Tot in 1551 blijft de kerk van Nispen voor de Kalmthoutenaars nochtans de hoofdkerk. Ondertussen is er in 1514 te midden van de Germaanse dries in het aloude dorp, "langs de weg naar Compostella", ook een Sint-Kristoffelkapel opgericht, waarvan de naam al heel vlug verandert in Sint-Jacobskapel.  In deze enig mooie romaans-gotische kapel hing het beroemde schilderij "De Triptiek van Sint-Anna" die de Kalmthoutenaars vandaag in de kerk van ... Maria-Ter-Heide - Brasschaat kunnen gaan bewonderen. In 1551 krijgt Kalmthout op Kerkeneind dan "eindelijk" zijn eigen volwaardige parochiekerk, eveneens opgedragen aan OLV van Tongerlo. Tijdens de tachtigjarige oorlog, wanneer het franse leger, onder de leiding van generaal Biron, de Hollanders ter hulp schiet, door de belegering van het kasteel van Wouw, waar de Spanjaarden bezit hadden van genomen, wordt de Kalmthoutse parochiekerk reeds in 1583 verwoest. Bij de doortocht van de fransen wordt trouwens ook de Sint-Jacobskapel verwoest. Zij is het eerst heropgebouwd en zal tot in 1642, jaar waarin ook de parochiekerk heropgebouwd is, de functie van deze parochiekerk overnemen. In 1899 vervangt de huidige OLV-kerk de vorige. Zij is in grote mate aan de voorzijde van de  oorspronkelijke parochiekerk opgetrokken. Deze laatste stond meer oostwaarts, waar nu het kerkhof is. Gedeeltelijk verwoest tijdens de tweede wereldoorlog, is de huidige kerk in 1949 hersteld. De Sint-Jacobskapel ging het minder voor de wind. Eveneens beschadigd tijdens de tweede wereldoorlog , wordt zij in 1960 afgebroken of beter nog opgeruimd. Een onherstelbare doodzonde in hoofde van de Kalmthoutenaars. In de late middeleeuwen, meer bepaald in de 15-de eeuw, zullen ook de Kalmthoutse wijken Nieuwmoer en Achterbroek een eigen kapel krijgen. Zij zullen nochtans tot in de 19-de eeuw moeten wachten op een eigen parochie. Maar daarover meer in een latere aflevering.

- poëzie +  -

Aan de Sint Jacobskapel (Jos Vorsselmans - 1944).

Nu de avond vredig daalt
En zonnepurper maalt
Hoor 'k klinken, zilverhel,
De bel der dorpskapel... .

Uw luister is getaand
Verleden en verlept...
Geen pelgrim, hoegenaamd
Bij U nog zeegning schept.

Vergrijsd, van ouderdom
Vermolmd en verwend
verzwijgt ge stoïs-stom,
Welk schrijnend leed U deert.

Op 't stille dorpsplein,
Prijkt ge als een oud kleinood.
In 't schamel huizenschrijn
Dat U zijn deernis bood.

Der vadren godsdienstzin
Spreekt uit Uw moede leeën.
Geen bouwwerk, naar mijn zin,
Bindt mij zoo aan 't verleeën.

-  actua + -

- Op maandag 8 mei e.k. te 20 u. in het Volkshuis, Kapellensteenweg, Kalmthout organiseert Wilfried Verhaert en zijn culturele kring Curieus een gespreksavond "Onvrede in de wereld". Niemand minder dan oud-minister en oud-secretaris van de Navo Willy Claes is  er de gastspreker. Info :03.666.40.89 of verhaert.hagberg@scarlet.be.

- De leerlingen van BUSO Berkenbeek pakken uit met een knappe tentoonstelling van kunstwerken in het Strijboshof te Kalmthout (gelegen tussen de verkeerslichten van Kalmthout dorp en deze van Achterbroek.). De expo is te bezoeken tot 26 mei e.k..

- Zondag 21 mei e.k. : "De Kalmthoutse heide vroeger en nu". Wandeling van 2.5 à 3 uur (6 km) door de verschillende landschappen van de Kalmthoutse heide, waar op dat ogenblik de dopheide in bloei staat!  De gids vertelt je over de specifieke flora en fauna en over de natuurkundige en cultuurhistorische geschiedenis van dit gebied. Start om 14 u. op de parking van de Putse steenweg aan de ingang van het Natuureducatief Centrum "De Vroente".  Info : Toeristische dienst van Kalmthout , telefoon : 03.666.61.01.

-  Awdoe + :  -

tot volgende week met een 15-de Kalmthouts Broodje  :  "Achter het broek ".
Geschreven door Jan Caluwaerts om 00:00 Reageer op dit bericht

15. Achter het broek.

In ons introductiecursiefje hebben we het reeds gehad over Kalmthout en zijn eigenzinnige wijken.  Met deze posting brengen we voor het eerst een bezoek aan zo één van deze wijken  :        't  Achter broek , ons Achterbroek.
Achterbroek is vandaag de Kalmthoutse landbouwerswijk bij uitstek.  Weilanden en veeteelt (melkvee) zijn er de hoofdtroeven van onze landbouwers. Reeds in de middeleeuwen richtten de paters van Tongerlo langsheen de huidige Roosendaalse baan hun modelhoeve "In 't Achterbroek" op. In het westen gaf de abdijhoeve met haar potstal uitzicht op het met hoogveen gevuld broek van de concave vallei van de Kleine Aa. In het oosten keek de jonge boerin in haar opkamer vol verrukking uit over dat enig mooie landschap van de Marijnenvennen, gelegen in het oude fossiele dal naar Nieuwmoer, die andere uitgesproken landbouwwijk van Kalmthout. Ook vandaag nog siert de benaming "In 't Achterbroek" één van de imposante boerderijen langsheen de Roosendaalse baan.  
Veel later, in 1909, bouwt de Achterbroekse coöperatieve NV " Melkerij hand in hand" langsheen de Achterbroekse steenweg, een grote stoommelkerij.  De melkerij heeft zoveel succes bij onze Achterbroekse boeren dat zij tot op het einde van de 20-ste eeuw functionneert. De schouw van de melkerij, die imposante getuige van Achterbroekse landbouwerssolidariteit, is nog steeds visueel in het Achterbroekse landschap aanwezig. U moet ze maar eens bekijken als U met de fiets de kerkendijk optrekt en langs de "Hoeve achter de kerk" de vallei van de Kleine Aa induikt : een unieke baken in een uniek landschap.
In 1847 heeft men op het Heiken (oosterse rand van de vallei van de Kleine Aa) een windmolen gebouwd, onmisbaar voor een agrarische gemeenschap in die tijd. Deze windmolen ging twee keer in de vlammen op. In de eerste helft van de 20-ste eeuw is hij ontmanteld, in de tweede helft tenslotte afgebroken.
De naam "Achterbroek" vindt zijn oorsprong in de ligging van de wijk ten overstaan van de oude kern van Kalmthout. In de middeleeuwen ligt de wijk immers " achter het broek", dit wil zeggen achter de moerassen die in de vallei van de Kleine Aa menigvuldig aanwezig zijn en die er de veenvorming in de hand werken. Weet U dat op een bepaald ogenblik, in de 13-de eeuw, het niveau aan het kruispunt van Achterbroek meters hoger was dan vandaag door het vanuit de vallei van de Kleine Aa overgroeiend hoogveen : afstervende veenmossen door inkoling op weg naar turf.
Oorspronkelijk bevinden er zich in de Karolingische tijd ten oosten van de vallei van de Kleine Aa alleen maar kleine woonkernen op de zanderige verhevenheden binnen de vallei : 't Handelaar, 't Hillo, Onderzeel. Tussen deze woonkernen liggen de depressies met de moerassen.  Met de tijd echter gaat een aloude baan, de huidige Roosendalse baan/Brasschaatse steenweg, langs de oostkant van de vallei deze kernen verbinden. Er ontstaat een baan die de opposant is van die andere oude baan ten westen van de vallei doorheen Kalmthout-dorp, die zuidwaarts daarvan de huidige Kapellensteenweg uitmaakt en noordwaarts via Wildert en de Oude baan te Essen de verbinding maakt met Nispen, het moederdorp uit de vroege middeleeuwen.
(vervolgt met " Achterbroek opstandig dorp).

-  poëzie  +  -  

Marijnenvennen (Jan Caluwaerts - 1999)

Oh Marijnenvennen, nog schoner dan het dagen,
hoe kun jij mij zo in je lentetooi behagen!

Met je groene weiden, die 't mensenhart verblijden,
Zo blauw je lucht, met die kievit in zijn baltse vlucht.

En aan de einder, Nieuwmoers kerkje spitse toren,
Geen mens, geen uitgelaten gast, loopt hier verloren.

- actua +  -

- 28 mei - dag van het park - Arboretum Kalmthout, die droom van een tuin : feestelijke viering 150 jaar Van Geertenhof -  historische wandelingen vanaf  8 uur 's morgens -  info : Tf. 03/666.67.41 of kalmthout.be

- 21 mei  -  heidewandeling : "De Kalmthoutse heide vroeger en nu" - start : 14 u. aan het Natuureducatief Centrum op de heideparking van de Putse steenweg  -  + 2.5 u. begeleid wandelen doorheen de verschillende landschappen van de Kalmthoutse heide - natuureexplorerende en cultuurhistorische benadering van het grootste natuurreservaat in Vlaanderen. Op dat ogenblik staat de dophei in bloei. Info : Toeristische Dienst Kalmthout, tf.: 03.666.61.01.

-  Awdoe  + :  -

tot volgende week met een volgend Kalmthouts broodje : "16. Achterbroek, opstandig dorp " en vergeet het niet : om alle cursiefjes chronologisch terug op te roepen telkens onderaan het blog links op de rode pijl klikken.



Geschreven door Jan Caluwaerts om 17:00 Reageer op dit bericht

16. Achterbroek opstandig dorp.

Doorheen de wijk Achterbroek loopt van oudsher de grens tussen Kalmthout en Wuustwezel. Tijdens het ancien regime gaat het om een grens tussen twee heerlijkheden. Zoals dat toen dikwijls het geval was, is deze grens niet geografisch omlijnd. Het gaat meer om een lappendeken van gronden die kriskras door elkaar aan de heer van Kalmthout, respectievelijk aan die van Wuustwezel toebehoren. Toen dan bij de aanvang van de 14-de eeuw de heren van Kalmthout (de abt van Tongerlo) en Wuustwezel het besluit nemen de moeren van de vallei van de Kleine Aa door ontvening te exploiteren is er een systematiek nodig om dit op grote schaal mogelijk te maken met eerbiediging van de beide belangen. Hiervoor trekt men de aloude baan ten oosten van de vallei, waar ondermeer nog de Achterstraat een stuk van is, recht en gaat links en rechts van deze baan de grond in gelijke stukken heropdelen en aan de twee heerlijkheden hertoewijzen. Het is een eerste correctie aan de grens tussen Kalmthout en Wuustwezel, ook al blijven de gronden, zij het nu in grotere gelijkwaardige stukken, links en rechts van de baan, door elkaar liggen.  Een tweede correctie komt er na een doorgedreven studie van de Napoleontische administratie onder Willem I in 1822. De middenassen van de Stoffezandstraat, de Brasschaatse steenweg en de Kapelstraat geven de aanzet tot een geografische afbakening van de grens. Men moet echter tot 1977 wachten voordat de grenscorrectie volledig doorgevoerd is en de Achterbroekse leefgemeenschap omzeggens volledig bij Kalmthout is ingelijfd.
De ligging van Achterbroek op de grensscheiding tussen de twee gemeenten  en de daaruit voortspruitende problemen met Kalmthout enerzijds en Wuustwezel anderzijds hebben van " 't Achterbroek" in de tweede helft van de 19-de eeuw een opstandig dorp gemaakt dat er heeft naar gestreefd een zelfstandige gemeente te worden. De Achterbroekenaars zijn daarin niet geslaagd. Toch is de poging niet zonder gevolg gebleven. Zij verwerven in 1873 het recht op een eigen parochie en krijgen een eigen parochiekerk en een uitgebouwd lager onderwijs.  Wel moeten zij voor hun eigen parochiekerk hun eeuwenoude kapel afbreken die reeds sinds 1446 op het kruispunt van de Roosendaalse baan en de Wuustwezelse steenweg bestaat. In de vroege middeleeuwen zijn zij voor hun kerkelijke plichten immers aangewezen op Nispen en daarna op Kalmthout of Nieuwmoer.  De oorspronkelijke kerk van Achterbroek is in een neo-Gotische stijl opgetrokken. In 1944 wanneer de Duitsers zich terugtrekken is ze gedynamiteerd. Jarenlang moet men zich bedienen van houten barakken. Zij zijn neergezet op de gronden waar nu het parochiehuis staat. In 1952 start de bouw van de nog nieuwe kerk die in 1953 voleindigd is. In tegenstelling tot de eerste kerk geeft ze, weliswaar in een moderner kleedje, toch een robuuste indruk, die heel wat kenmerken draagt van, zeg maar, een neo-romaanse stijl. Onze landbouwer staat nu eenmaal graag met zijn beide voeten goed vast in zijn aarde.
Loopt de Romeinse heirbaan naar het noorden langs Hoogstraten, dan is de aloude baan doorheen Achterbroek "de postbaan" geworden van Antwerpen alover de Moerdijk naar Rotterdam (Antwerpen, Brasschaat, Achterbroek, Den Uil, Ruchphen, Willemstad, Rotterdam). Deze postbaan is één van de oudste verbindingen met Nederland en maakt van Achterbroek gedurende eeuwen het oog van Kalmthout op de wereld.  De Napoleontische Bredabaan langs Wuustwezel en Zundert, maar vooral de trein van Antwerpen naar Roosendaal zullen de postbaan achteraf  haar volledige betekenis laten verliezen. "In Amsterdamme" langs de Roosendaalse baan is de beroemde afspanning geweest waar de postkoets halt heeft gehouden en waar paard en reiziger zich hebben kunnen laven. Vandaag is deze afspanning verdwenen. Na de tweede wereldoorlog is ze afgebroken. Weer een doodzonde van onze Kalmthoutenaars. Heel wat beroemdheden zijn immers in "In Amsterdamme" gepasseerd, ondermeer de Engelse generaal de hertog van Marlborough en ook die andere in de adel verheven man , Eugène van Savoie. Vandaag vindt men in een oude restschuur op de plek waar ooit "In Amsterdamme" stond, nog een ingebouwde oude balk uit harde duurzame eik met een inschrift dat verwijst naar het prille begin van de 18-de eeuw, naar de toenmalige waard van de afspanning en naar zijn gade : " 1712   Huybrecht van Doren en zijne Huisvrouwe Pitternella Maes ".

Ook in Achterbroek gaan de Kempense kleien dagzomen. Juist voorbij de Duffelaarstraat ( heeft zijn naam te danken aan een afgebroken huis van plaisanciën) over de grens met Wuustwezel lag ten noorden van de Wuustwezelse steenweg vroeger dan ook de Achterbroekse steenbakkerij "Het Geleg".

-  poëzie  +  -

(uit) Achterbroek, Opstandig Dorp (A.Tireliren - 1963)
Hanerijden op Dinsdag van Vastenavond.
.........
Op de werf onder de pereboom hing een emmer zonder bodem,de poten van de dode haan hingen vastgebonden aan een tak, zijn lijf zat in de emmer, nek en kop bengelden er onder uit. Twee karwielen met as horizontaal geplaatst, het ene wiel ingegraven bijna een meter diep in de grond, zodat het tweede wiel bovenstak en vrij kon draaien. Daarop twee laddertjes kruisgewijs gestrekt en gebonden en op elk uiteinde een man gezeten. Vier mannen, met in de hand een houten sabel. Het wiel draait. De vier mannen draaien. Een werf vol volk aan 't roepen. De vier komen beurtelings onder de haan voorbijdraaien en ze hakken. Ze hakken op de zwaaiende emmer, ze hakken op kop en nek.  Elke groep van vier wordt na enkele toeren afgelost door een andere groep. Er zijn een twintigtal deelnemers. Wie de kop afhakt, is koning en krijgt een papieren hoed op zijn hoofd en als prijs een fles wijn. Met zoveel volk zijn er zaken te doen. Daarom staat Keeske Frik met een tafeltje snoepgoed ten voordele van de klub. En hoor, Keeske zingt :

"  HET LIED DER MUNTEBOLLEN" :

Komt meisjes, jongens, komt met spoed,
Ik heb hier bollekens suikergoed,
die ik bestel voor eenen kleinen bagatel.
Ja, het zijn de beste die men ziet,
enkel suiker en anders niet.
Ja ja, en 't voornaamste van de zaak,
ze zijn uiterst fijn van smaak.
------------------------------------------
refrein :
Proeft er onze muntebollekens maar
zonder vreze of gevaar.
Zoekt er eenentwintig uit
voor een dikken kluit (5 centen)
......................  

-  actua  +  -

- Zondag 21 mei 2006 : De Kalmthoutse Heide Vroeger en Nu. Wandeling van 2.5 uur of  rond de 6 kilometer door de verschillende landschappen van de Kalmthoutse heide, waar dan de dophei in bloei staat. De gids vertelt je over de specifieke flora en fauna en over de natuurkundige en cultuurhistorische geschiedenis van het gebied. Start om 14 uur op de parking van de Putse steenweg, 131 Kalmthout. Info : Toeristische dienst Kalmthout , Tf : 03/666/61/01. 

- zondag 28 mei 2006 : Arboretum Kalmthout, 150 jaar Van Geertenhof en 20 jaar provinciaal groendomein, feestelijke viering in deze droom van een tuin, gratis toegang op deze dag, begeleide wandelingen vanaf 8 uur 's morgens.


-  Awdoe  +  :  - 

volgende week een nieuw cursiefje met : "17. De Grote Man van Achterbroek".  En vergeet het niet : door onderaan links in het blog telkens op de rode pijl te klikken roept U de reeds verschenen cursiefjes in chronologische volgorde op.

Geschreven door Jan Caluwaerts om 00:00 Reageer op dit bericht

17. De Grote Man van Achterbroek.

In Achterbroek luistert hij naar de naam van "Jef"  Goossenaerts. Vlaanderen noemt hem  "doctor Jozef Goossenaerts".
Hij is geboren op 15.2 1882 op de hoeve "De Vlijminck" te Achterbroek, een autentieke kempense langgevelhoeve, verborgen onder een dak van riet, het riet van "Calmetholt", die "rietplekken in het bos" en een hoeve ongetwijfelend geurend naar die welstand brengende kempense potstal van weleer. Zijn ouders vallen beiden terug op die taaie matrijs waaruit onze oude boerenfamilies zijn ontsproten en die we aanduiden met dat ene magische begrip : de Kempen. De families Goossenaerts en Van Oevelen gedijen er sinds eeuwen in het spoor van heideschapen en korfbijen : een land van melk en honing. De stamboom van moeder Van Oevelen refereert zelfs naar een aloude landbouwersfamilie van hoevepachters ten dienste van de paters van Tongerlo, die eerst heren zijn in en later heren van Kalmthout.
De boerenzoon in hart en nieren die de "Jef" voor alles is en blijft draagt in zich reeds heel vroeg de kiemen van die grote Vlaamse wetenschapper die hij worden zal. In het klein seminarie van Hoogstraten is hij de "primus perpetuus". En kempens bloed kruipt waar het niet gaan kan : reeds in zijn prille studententijd begint zijn Vlaamse ziel behoorlijk te roeren. Bij ons in de noorderkempen wordt hij voorzitter van het "Heidebloempje", een studentenbond voor Kalmthout, Essen en Wuustwezel en laat er reeds zijn hoge wetenschappelijk-heemkundige, kunstzinnige en maatschappelijke ambities blijken. Aan de rijksuniversiteit van Gent gaat hij Germaanse filologie studeren.  In 1905 promoveert hij er tot doctor in de wijsbegeerte en letteren, afdeling Germaanse filologie. Hij wordt leraar Germaanse talen aan meerdere secundaire scholen.
Later is hij één van de grote voorvechters van de vernederlandsing van de Gentse universiteit. Daarmede geeft hij mede de stoot aan de voortzetting van de langverbeide culturele heropstanding van gans een volk :de Kempen laat Vlaanderen niet los!  Plezierig is het voor een Kalmthoutenaar daarbij te kunnen vaststellen dat Jef Goossenaerts kon steunen op de hulp van een andere Kalmthoutenaar, ditmaal met Joodse wortels,Professor Nico Gunszberg uit het zomerhuisje in de Steeg, professor aan de rijksuniversiteit van Gent.
Ook op andere vlakken komt de Vlaamsvoelendheid van Jozef Goossenaerts bovendrijven. Zo is er zijn deelname aan de spectaculaire taalgrensacties. Maar hij is en blijft voor alles een wetenschapsmens, een man van de Kempen die in zijn tijd is uitgegroeid tot één van Vlaanderens grote denkers. Zoals dat bij nog anderen gebeurde zal men de flamingant in Jozef Goossenaerts na de wereldoorlog willen treffen door hem af te schilderen als een collaborateur. Tevergeefs echter : wie echt "tussen" het volk staat, staat nooit "tegenover" het volk.
Het mooiste geschenk dat doctor Jozef Goossenaerts aan zijn mensen uit het noordwesten van de Kempen aanbiedt is echter zijn levenswerk : " HET WOORDENBOEK VAN DE LANDBOUWBEVOLKING IN HET NOORDWESTEN VAN DE KEMPEN " . Voor dat levenswerk, vol creativiteit en inzet, vol liefde ook voor zijn Kempense medemensen, is doctor Jozef Goossenaerts, de grote Achterbroekenaar,Kempense voorman, geleerde, wetenschapper en heemkundige door de Vlaamse Academie voor Kunst en Letteren met goud bekroond. Het eigenlijke woordenboek wordt geïntroduceerd met het verstrekken van een uniek inzicht in de culturele, wetenschappelijke en sociale geschiedenis van het leven in onze Kempen sinds onze voorouders, de Salische Franken, hier neerstreken. Ook vandaag nog is iedere Kalmthoutse, Essense en Wuustwezelse student het zichzelf verschuldigd dit unieke werk tot zich te trekken, dat oude vertrouwde Kempenland, dat ook het zijne is en doctor Jozef Goossenaerts zaliger uit Achterbroek , "ten huize De Vijminck", ter ere.

-  poëzie +  -

(uit) "Aus das Leben eines Taugenichts"  -  Herinneringen van een tachtigjarige  (Jef Goossenaerts - 1962).

' t Schijnt dat ik als kleine jongen een hakkelaar was. Zodat moeder op zekere zondagnamiddag in mei, of even later, met haar kwekeling (natuurlijk te voet) op bedevaart ging naar "de draaibomekes", het kapelleke een heel eind voorbij foxemaat en Heikant, langs de baan Kalmthout-Kapellen. Ik meende dat ik de wereld uitging. En veel hei dat er onderweg nog te zien was! En veel brem dat er stond! En mooi dat die bloeide! Toch nie mooier dan die pereboom in het "verre" noorden die ik een tijd te voren na wekenlange ziekte op een zonnige voorzomerdag plots te zien kreeg. Een verassende, ontzagelijke ruiker van hagelwitte bloemen, een beeld van de lente dat voor mij, die zoveel indrukwekkende lentes mocht zien, onvergelijkelijk gebleven is. 

En hoe oud of hoe jong was ik toen ik met moeder mee mocht "naar Sinte lesie" op de Nieuwmoer weet ik niet meer.  "In den donkere" gingen we terug naar huis, en kwamen een koppel tegen dat gearmd liep. " Moeder waarom houden die mekare vast ?"  "Om niej in de sloot te valle", zei moeder. Meer heb ik er niet van onthouden, maar - ge voelt het - er later wel over nagedacht.


-  Actua +  -

Zondag 28 mei e.k. in het arboretum van Kalmthout, die droom van een tuin, viering van 150 jaar Van Geertenhof en 20 jaar Provinciaal domein met gratis toegang en begeleide wandelingen vanaf 8 uur 's morgens.  Info : Tf. O3/666.67.41.

-  Awdoe + :  -

tot volgende week met weer een Kalmthouts Broodje " 18. Nieuwen Moer often Blijdenberg" en vergeet het niet : door onderaan het blog telkens op de rode pijl te klikken, kunt U alle reeds verschenen cursiefjes in chronologische volgorde oproepen.
Geschreven door Jan Caluwaerts om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

18. De Nieuwen Moer often Blijdenberg.

Na Achterbroek trekken wij nu naar de meest noorderlijke wijk van Kalmthout : Nieuwmoer. 
Het aloude fossiele dal van Nieuwmoer vertrekt aan de Boterbergen en loopt ten zuiden van de Zilveren hoek en zo ten zuiden van Nieuwmoer-dorp. Het is een uitgeschuurd ijstijddal. Het wordt tijdens de laatste ijstijd op meerdere plaatsen geëgaliseerd en opgevuld met dekzanden uit het noorden. De noorderwind voert deze aan vanuit een teruggetrokken uitgedroogde noordzee. In de oude vallei blijven wel meerdere afvoerloze depressies of kommen bestaan : Marijnenvennen en Maatjes. Ten noorden van deze kommen vormen de dekzanden gebochelde vlakten, zoals ondermeer de Venetiaanse Heide. In het tardi-glaciaal gaan plaatselijke verstuivingen meer geprononceerde zandruggen vormen . De Blijdenberg, aan de rand van de zandvlakte en de depressies, vormt zo een verhevenheid. Afvoerloze kommen zoals de Maatjes en de Marijnenvennen, zandvlakten zoals de Venetiaanse Heide en zandruggen zoals de Blijdenberg : we kunnen geen betere synthese maken van het Nieuwmoerse landschap. In de kommen treft men reeds zeer ondiep in de ondergrond de ondoordringbare kleilagen van de Kempen aan (zie Kalmthoutse broodjes nr. 2 : Geboren uit het schuim van de Noordzee). De stijging van het zeewaterpeil na de ijstijden, maar ook de moeilijke afvoer van het oppervlaktewater door de kleilaag van de Kempen en de afvoerloze kommen hebben  in Maatjes en Marijnenvennen aanleiding gegeven tot veenvorming : eerst laagveen in de kommen, later hoogveen er rondom (zie Kalmthoutse broodjes nr.12. : Over klotten, peperkoeken en kattepoten.) Dit laag- en hoogveen vormt de matrijs voor de "Nieuwen Moeren". En wanneer de turflagen in De Nol en het meer westelijk deel van Kalmthout uitgeput geraken zullen in de late middeleeuwen de Marijnenvennen en de Maatjes vanuit " Nieuwen Moeren" in Kalmthout de rol van turfleverancier overnemen.Vanuit Nieuwmoer wordt de turf via de Roosendaalse vaart naar de turfbeurs van Roosendaal afgevoerd. Deze turfvaart is vandaag nog uitdrukkelijk aanwezig in de waterhuishouding van Nieuwmoer. Semi - mede door de mens ontstane - waterlopen, zoals de Broekloop, de Marijnenloop en de Groesbeek, komen in de Roosendaalse vaart terecht, die het aangevoerde water verder meeneemt naar Nederland. Na de ontvening worden heel wat van de gronden door drainering in vruchtbare landbouwgronden omgetoverd. Nieuwmoer vormt vandaag trouwens, met Achterbroek,één van onze meest landelijke wijken.

Wie eens de moeite neemt een bezoek te brengen aan de Nederlandse musea van Oosterhout en Oudenbosch komt er oog in oog te staan met de + 9000 silexen, opgedolven in de Maatjes rond Nieuwmoer : getuigen van een Nieuwmoerse prehistorie met " bekstekers ", " schrobbers ", vuurstenen en noem maar op, die teruggaan naar meer dan 10.000 jaar geleden. De zwervende primitieve mens leeft ook rond de Nieuwmoerse Maatjes van visvangst, jacht, pluk en honingroof. We moeten wachten tot de 13-de/14-de eeuw voordat de "nederzettingsmens"zich ook rond de moerassen van Nieuwmoer vast gaat vestigen.Onder de dynamiek van de paters van Tongerlo worden te Nieuwmoer twee abdijhoeven opgericht. Eerst, in de pastorijdreef, de "Hoeve aan de Heye" of de Voorste hoeve en nadien, aan de andere kant van de Essense steenweg, de "Pastorijhoeve" of de Achterste hoeve. Het is nochtans de economisch rendabele turfstekerij die finaal "het turfstekersdorp" Nieuwmoer zal doen ontstaan.  De Kalmthoutse heemkundige reus "Jaan de turfsteker" is niet voor niets een Nieuwmoerenaar. En waar de turf in de vallei van de Kleine Aa en zelfs ook nog in De Nol, nog in zekere mate voor plaatselijk gebruik is aangewend, gaan de Paters van Tongerlo in de 14-de eeuw de "Nieuwe moeren" volledig industrieel exploiteren. Daarvoor trekken zij moerkooplieden aan uit de Antwerpse metropool.  Deze brengen in hun kielzog avontuurlijke turfstekers (de dappersten onder de dapperen) mee, aangeland vanuit verschillende regio's, zelfs vanuit het diepe West-Vlaanderen en die van het turfsteken heel wat kaas hebben gegeten. Zij zijn zich gaan vestigen op "den Blijdenberg", die zich uitstrekt rond de huidige dorpsstraat, de Essense steenweg, de Holle weg, de Jos Thilborghsstraat... .Ze gaan er oorspronkelijk wonen op de Kijfhoek, ongeveer waar nu de kerk staat, in zelf gebouwde houten of lemen hutten met rieten daken. In de verte zien ze dan op mistige dagen over de donkere Maatjes " witte madammen " zweven. Gelukkig is er de dorpstoeverlaat Jaan de Turfsteker om in menig huisje ouders en kinderen gerust te stellen, terwijl in de Maatjes zelf snoek en steur, otter en haas en kievit en grutto hun vierkantige polovieren vegen aan deze vermeende Nieuwmoerse heksen. De sporen van de turfstekerij zijn vandaag in Nieuwmoer nog talrijk terug te vinden. Zo is er uiteraard, zoals reeds gezegd, nog de Roosendaalse vaart. Wanneer het hard heeft geregend en U steekt ze in de Blikstraat of aan de Bosweg over, dan ontdekt U er nog steeds bruin klotwater in. Het gaat om water uit de Maatjes waar nog steeds veen aanwezig is. Maar niet alleen naar Roosendaal wordt er turf afgevoerd, ook dwars door de Maatjes loopt er oorspronkelijk een turfvaart naar Breda : de Ijzermolenvaart. Vele straten van vandaag zijn daarbij oorspronkelijke kanaaltjes die de turfvelden met de Roosendaalse vaart moesten verbinden of in de zomer water aanvoeren om er de diepgang te behouden : zo de Lepelstraat, de Jérome Beckersstraat, de Maatjesstraat.  In de Roosendaalse vaart lagen dan ook heel wat stijgers om de vele vletten vanuit deze kanaaltjes te laten aanmeren. De naamgeving Venetië zou een gevolg zijn van deze kanaaltjes en stijgers. Alhoewel, er is nog een andere uitleg. En een strikt Nieuwmoerse deze maal. Toen in de Belle-époque de heer van Mariënville, een "bourgeois-gentilhomme" uit de grootstad, die op Nieuwmoer zijn buitenverblijf heeft, met zijn dochtertje gaat wandelen, horen onze Nieuwmoerenaren, als het kindje op de Venetiaanse heide wat te ver van hem wegloopt, hem steeds weer roepen "venez ici, venez ici, venez ici". Dat hadden de Franckensen en de Arnoutsen al heel vlug begrepen : "venetië"! Sinds die tijd spreken we op Nieuwmoer van de Venetiaanse heide. 

-  Poëzie +  -  

De Venetiaanse Heide (Jan Caluwaerts - 2000)

Hoog boven de Venetiaanse heide rijst,
stap voor stap en vol van welbehagen
de zomerzon van betere dagen.

Door 't groene lover heen van bos en hei 
strooit ze mateloos haar vreugdestralen
en ontlokt aan beemd en wei geluiden :

't Ritselen van knaagdieren dichtbij,
't sijpelen van water in d'oude vaart
en heel ver weg lokroepen van vogels.

Maar bovenal door 't spel bevangen
rondom 't gerenoveerde hoeveke,
kinderen met kreten als gezangen.

Zo bloeit er op die hei verwondering,
zo groeit er diep in mij bewondering,
't spiegelbeeld van 't aangename leven.

-  actua +  - 

- Nog tot 27 juni e.k. organiseert burgemeester Lucas Jacobs en zijn gemeentebestuur in samenwerking met PAT (Pleegouders Actie Tsjernobyl) in de gangen van het Kalmthoutse gemeentehuis een tentoonstelling over 20 jaar Tsjernobyl.

-  Awdoe + :  -

tot volgende week met weer een Kalmthouts broodje " 19.  Nieuwmoers kerkje spitse toren" en vergeet het niet door onderaan het blog telkens op de linkse rode pijl te klikken roept U de vorige cursiefjes in chronologische volgorde op.
Geschreven door Jan Caluwaerts om 17:34 Reageer op dit bericht

19. Nieuwmoers kerkje spitse toren.

Wie op zo'n mooie lentedag met de fiets langs de Roosendaalse baan in Achterbroek het Vossenstraatje en de Marijnenvennen intrekt, kan er aan de verre einder niet naast kijken : Nieuwmoers kerkje spitse toren. Nergens in Nieuwmoer, langsheen de Marijnenvennen, op de Blijdenberg, doorheen de Maatjes, op de Venetiaanse heide of langs Marienville geraakt men die toren kwijt.Nieuwmoer is een kerkdorp, heeft zichzelf rondom zijn toren vorm gegeven.  Wel trekken die van "Nieuwen moeren", zoals die van "Calmetholt", zoals we dit reeds zagen, gedurende jaren en jaren, langs de Essense Heuvel, naar de moederkerk van Nispen. In wat later Kalmthout zal worden, krijgt Nieuwmoer in 1480 als tweede een eigen kapel : de "Capella Supra Novum Morum". Deze eerste Nieuwmoerse kapel is een eenvoudig klein gebouwtje, opgetrokken in hout en afgedekt met een rieten dak. Zij staat op dezelfde plaats als waar achteraf de kerk is opgetrokken. Wel blijft de kerk van Nispen voor Nieuwmoer de hoofdkerk. Onze Lieve Vrouw, Tongerlo's patrones (overal langs Nieuwmoers wegen komt men OLV tegen), Sint-Nicolaas, patroonheilige van de turfstekers, Sint-Joris, patroonheilige van de plaatselijke gilde en de vrouwelijke heiligen Barbara en Catherina zijn de vijf beschermheiligen van de Nieuwmoerse kapel. Aan het verzoek van de Nieuwmoerenaars om de kapel ook een doopvont toe te wijzen zal men pas in 1773 tegemoet komen. Tegelijkertijd wordt dan ook het begraafrecht toegekend. De kapel gaat enkele malen in de vlammen op : tijdens een blikseminslag in 1558, in 1583 tijdens de 80-jarige oorlog en tenslotte nog eens in 1705. Omstreeks 1615 gaat men te Nieuwmoer de heilige Lucia, martelares van Syracuse, "Sinte Lesie" voor de Nieuwmoerenaars, vereren.  En ieder jaar op 13 december komt menigeen naar Nieuwmoer om "Sinte Lesie" te vragen hen te verlossen van allerlei keelkwalen. Niet ten onrechte trouwens in die moerassige omgeving van weleer. Na het verdrag van Munster in 1648 is Nispen protestant geworden en bekomt Essen een eigen parochiekerk. Zij wordt ook de nieuwe parochiekerk voor de Nieuwmoerenaars. Het zal immers nog tot 1842 duren voor Nieuwmoer een zelfstandige parochie wordt. Het is de Mechelse Kardinaal Engelbertus Sterckx die in 1854 de parochiekerk van Nieuwmoer officieel inwijdt. Het is een echt juweeltje voor kunstzinnige zielen, met een rijzig houten torentje : de Nieuwmoerse vinger die doorverwijst naar "de vader". In 1910 zal men de kerk dan vergroten en van een soliede toren voorzien.De Duitsers, die de toren als uitkijkpost gebruiken, dynamiteren hem tijdens de tweede wereldoorlog bij de komst van de Engelsen.In afwachting van de heropbouw gebruiken de Nieuwmoerenaars hun parochiezaal als noodkerk. Deze parochiezaal in de Prelaat Deckersstraat is opgetrokken op een moerassige bodem, die de Nieuwmoerenaars met man en macht hebben gedempt. Zij is gebouwd naar een ontwerp van meester Louis Vorsselmans die aldus zijn volk het architecturaal tekenen bijbracht. En hoe zou ze nu anders kunnen luisteren dan naar de naam van Sint Norbertus.De Sint-Norbertuszaal : naar de orde van de Tongerlose Witheren, die ook voor ons Nieuwmoer zo een belangrijke historische rol hebben gespeeld. Tot in de 20-ste eeuw is de pastoor van Nieuwmoer trouwens een Witheer gebleven. De Sint-Norbertuszaal van Nieuwmoer is de plaatselijke "cultuurtempel" bij uitstek. In deze zaal is reeds menig "adembenemend" toneelstuk opgevoerd, brengt de plaatselijke fanfare "De Heidebloem" haar jaarlijks lenteconcert, worden de Maatjesschilderijen tentoongesteld van Pietje Bedroefd, brengen Avondgalm en Rietsanck hun mooiste melodieën. "Als moeder zong" zingen de gepensionneerden van de Avondgalm, "Naar waar de dennen fluisteren" replikeren de "Rietsanckers" met die door en door Kempense bewogenheid die de hunne is. Telkens om stil bij te worden.

Als een schone slaapster is Nieuwmoer doorheen de tijd rondom haar kapel/kerk ontwaakt : een kerkdorp op de hoge rug van Blijdenberg. Naarmate de turfstekerij het hoogveen in de omgeving afbouwt tot op de oorspronkelijke dekzanden, gaat de Nieuwmoerse kern uitdeinen. Er komen perifere boerderijen tot stand.De Kempense potstaleconomie en plaggenstekerij doen dan de rest en brengen de Nieuwmoerse es tot ontwikkeling. De turfsteker van weleer wordt een volleerde landbouwer. Finaal verschijnt, zoals dat in een landbouwdorp past, op Moleneind de houten graanwindmolen van Jan Quaeyaegens. Hij zal visueel in het landschap aanwezig zijn tot in de eerste helft van de twintigste eeuw. Tussen de boerderijen gaan ook de dagloners binnen de agrarische gemeenschap hun huizekes vestigen. Zo zijn de riante huizekes op de Venetiaanse heide in oorsprong tot deze daglonershuisjes terug te brengen. De smid, de kleermaker, de herbergier , de barbier... , zij gaan zich vooral in de dorpskern vestigen. En in de hoevekes, de huisjes en de herbergen reinigen onze Nieuwmoerenaarsters iedere week hun rode tegeltjesvloeren met wit-geel gewassen zand uit de maatjes. Met de overgebleven zandhoopjes maakt de dochter van de boer dan iedere zondag voor haar vrijer op de rode huistegeltjes de mooiste bloemstukken van Nieuwmoer : precies de boterboemenweelde rondom "de Nieuwmoerse Bloempot" in de Lente.

-  poëzie  +  - 

(uit) Mijn dorp. (Wim Sonneveld - 1963)

Thuis heb ik nog een ansichtkaart
waarop een kerk, een kar met paard
een slagerij J.Vanderven,
een kroeg, een juffrouw op de fiets.
Het zegt U waarschijnlijk niets,
maar het is waar ik geboren ben.
Dit dorp, ik weet nog hoe het was,
de boerenkinderen in de klas,
een kar die ratelt op de keien
een raadhuis met een pomp ervoor,
een zandweg tussen koren door,
het vee, de boerderijen.

En langs het tuinpad van mijn vader
zag ik de hoge bomen staan,
ik was een kind en wist niet beter
dan dat het nooit voorbij zou gaan.

-  actua +  -

- Nog tot 27 juni e.k. organiseert burgemeester Lucas Jacobs en zijn gemeentebestuur in samenwerking met PAT (Pleegouders Actie Tsjernobyl) in de gangen van het Kalmthoutse gemeentehuis een tentoonstelling over 20 jaar Tsjernobyl.
- Tentoonstelling "Zimbabwe 50 jaar sculptuur". Nog tot 1 oktober in het wereldberoemde arboretum van Kalmthout, waar nu de rodondendrons en azalea's in al hun schakeringen welig bloeien. Info : www.arboretumkalmthout.be .
- Nog tot 31 oktober 2006 biedt het Natuureducatief Centrum "De Vroente" ,aan de grote parking van de Kalmthoutse heide, U zijn gratis tentoonstelling "Een Land van Zand" aan. Om niet te missen!


-  Awdoe + :  -

tot volgende week met weer een Kalmthouts broodje : "20.Nieuwmoer zendt zijn zonen uit." en denk eraan als U de reeds verschenen cursiefjes in chronologische volgorde wil oproepen klikt U telkens onderaan het blog op de rode peil links.
Geschreven door Jan Caluwaerts om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

20. Nieuwmoer zendt zijn zonen uit.

Op Nieuwmoer is de horizont altijd dichtbij. Maar een turferskind moet ook de wereld zien.Nieuwmoer stuurt zijn zonen uit. In zijn "Kalmthout door de eeuwen heen" refereert onze Kalmthoutse gildenkoning, wijlen meester Vorsselmans, naar drie Nieuwmoerse groten die "vanop ten Nuwen Put", ieder op zijn manier, de wereld zijn gaan veroveren : Jos Tilborhgs, Constant-Adriaan Deckers en Jéroom Becker. Hun namen staan voor eeuwig gegrift op Nieuwmoerse straatnaamborden.

1/ De Muzikant Jos Tilborhgs.   Nieuwmoer is muzikaal begaafd. Ieder jaar sluit de locale fanfare "De Heidebloem" haar Lenteconcert af met dat uniek sluitstuk van haar gewezen dirigent Jan Marijnissen : "Wij zijn de heidebloem, de muzikanten van ons klein Nieuwmoer". Heel de zaal, jong en oud, is dan niet meer in te tomen. Nieuwmoer gaat muzikaal uit de bol.  Een grafzerk voor de kerk verwijst naar de stamvader van al dat muzikaal geweld : orgelist Jos Tilborhgs. Hij is te Nieuwmoer geboren in 1830. Op 20-jarige leeftijd behaalt hij zijn onderwijzersdiploma aan de Normaalschool van Lier. Hij laat het er echter niet bij en gaat orgellessen volgen aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Daar behaalt hij een eerste prijs orgel.Zijn hoogleraar is er niemand minder dan de befaamde orgelist Lemmens die later zijn naam zal geven aan de katholieke hogeschool voor muziekonderricht : het Lemmensinstituut. Vervolgens studeert Jos Tilborhgs nog verder hogere muziektheorie. Hij behaalt nog eerste prijzen voor compositie, contrabas en fuga. Op 25-jarige leeftijd wordt hij muziekleraar in "zijn" normaalschool te Lier. Maar vijf jaar later gaat hij aan het koninklijk conservatorium van Brussel zijn gewezen hoogleraar orgel Lemmens reeds vervangen. In 1871 wordt hij dan leraar orgel aan het koninklijk conservatorium van Gent.Vandaag is zijn borstbeeld nog altijd, duidelijk zichtbaar, aanwezig in de ontvangsthal van dit conservatorium.De kers op de taart meldt zich voor Jos Tilborhgs echter aan als niemand minder dan Peter Benoit, de man die zijn volk leerde zingen en directeur aan het koninklijk conservatorium van Antwerpen, hem aanzoekt in datzelfde conservatorium contrapunt en fuga te komen onderwijzen. Van de Nieuwmoerenaar Jos Tilborhgs zegt de muziekestethica dat    " zijn oeuvre gekenmerkt is door stevige onderbouwingen van harmonieuze gehelen ".

2/ Cornelius Deckers, prelaat van Tongerlo.
 Cornelius Deckers, Adrianus voor de Norbertijnen, ziet in 1847 het levenslicht in een Nieuwmoers landbouwersgezin. Hij studeert aan het College van Herentals en treedt daarna in bij de Norbertijnen van Tongerlo.Wanneer de Norbertijnen, op verzoek van Koning Leopold de II-de, in het noorden van Congo een missiepost oprichten ,wordt pater Deckers er de eerste missieoverste en draagt er de titel van "Abt van Congo". Hij wordt er echter het slachtoffer van een tropische ziekte en moet finaal naar België terugkeren. In 1889 benoemen de Tongerlose Norbertijnen hem tot de 52-ste abt van de abdij.De Nieuwmoerenaar zal zich in die functie inzonderheid blijven inzetten voor de instandhouding en de bloei van de missies. Nieuwmoer zendt inderdaad zijn zonen uit. En ook vandaag nog, niet pater Hugo Gotinck? En wie kan er trouwens beter rijstpap maken voor de missiefeesten dan de Nieuwmoerse dames van de plaatselijke KVLV. Komt ook maar eens proeven als de missiefeesten weer hoogzomeren op Nieuwmoer.

3/  Kapitein Jéroom Becker
. " Hier werd geboren op 27 Oogst 1850 Kapitein Jeroom Becker pionier der beschaving in opdracht van Leopold II in midden Afrika van 1880 tot 1890. Stierf te Antwerpen op 30 maart 1912." De gedenksteen met deze tekst is in 1960 in de voorgevel gemetst van de herbouwde woning in de Holle weg op de plaats waar het totaal afgebrande geboortehuisje van Jéroom Becker heeft gestaan, een huizeke met een hoge groene deur en twee kleine geruite vensters, met een woon- en slaapkamer voorzien van rode tegeltjes en achteraan een schuur en een geitenstalletje. Jéroom engageert zich in het Belgische leger en vertrekt als luitenant in opdracht van  Koning Leopold de II-de naar midden Afrika om er "de slavernij te bestrijden" en "nieuwe gebieden te ontdekken".Het zal niet bij deze ene expeditie blijven. Zo belast de Koning hem met een bijzondere opdracht (een ivoorinzameling), waarna hij benoemd wordt tot kapitein en lid wordt van de generale staf van de artillerie. Hij zal in 1912 met militaire eer te Antwerpen begraven worden.In het Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen bewaart men nog steeds zijn geschilderd portret.

-  poëzie  +  -

(uit) De Moeder en de Zonen.(Anton van Wilderode - 1966).

Het huis is groot zonder zonen.
Het dak bewaart hun jeugd, het puin van kinderspelen, de
ballast van de leerjaren.
De kamer staat vol lege stoelen.
Er zijn altijd borden teveel.
De deuren staan open naar het nieuws van de wereld,
naar de angst.
Brieven zijn witte onheilsvogels die plotseling binnenfladderen.
Mijn ogen gaan op de vlucht door het raam.
Maar ook in de notelaars hebben zij als kinderen geklommen.
Overal zijn hun sporen.

-  actua   +  -

- Nog tot in oktober in het Natuureducatief Centrum "De Vroente" aan de grote heideparking van de Putse steenweg te Kalmthout de door het centrum aangeboden gratis tentoonstelling : "Een land van zand". Om niet te missen!
- Nog tot 27 juni e.k. organiseert burgemeester Lucas Jacobs en zijn gemeentebestuur in samenwerking met PAT (Pleegouders Actie Tsjernobyl) in de gangen van het Kalmthoutse gemeentehuis een tentoonstelling over 20 jaar Tsjernobyl.
-Station van Heide, station van Suske en Wiske : van 15 juni 2006 tot 13 augustus 2006 : tentoonstelling "Suske en Wiske, Kalmthout en de Natuur."
- Zondag 18 juni 2006 : 9-de Stripdag te Kalmthout van 10u. tot 17u. - info : www.vvvkalmthout.be
- Hoevefeesten van de Landelijke Gilden van Kalmthout :
1/ 16 juni 2006 : Tractorwijding en Boerenbal (20 uur.)
2/ 17 juni 2006 : Kinderfeesten (13 uur tot 18 uur)
3/ 18 juni 2006 : Eigenlijke Hoevefeesten (10 uur tot 18 uur)
info : www.landelijkegildekalmthout.be

-  awdoe  + : -

tot volgende week met weer een cursiefje " 21. De fietsenmaker van Nieuwmoer : den Theeuw. " en vergeet het niet om de reeds verschenen cursiefjes in chronologische volgorde op te roepen klikt U onderaan het blog telkens op de rode pijl links.
Geschreven door Jan Caluwaerts om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Kalmthoutse Broodjes

↑ Terug naar de berichten