Naar de inhoud

Kalmthoutse Broodjes

Kalmthout : een reilen en een zeilen

Archief

II/4. De keet van moeder Kee / De Antwerpse zandhonger.

Het kan niet ontkend dat de Antwerpse metropool in de voorbije eeuwen blijk heeft gegeven van een echte zandhonger. 

In een meer recentere periode is men hieraan tegemoet gekomen door vooral  baggerzand uit de Schelde op te diepen. Maar vroeger is dat ooit anders geweest. Daar kunnen wij in Kalmthout over meepraten.

Door de aanleg van de “ijzeren weg” van Antwerpen naar Roosendaal en verder door naar de Moerdijk en Rotterdam komt het Kalmthoutse duinenzand, half de 19-de eeuw, in het onmiddellijke bereik van de havenstad. Dit is des te meer het geval daar deze trein van Antwerpen naar het Noorden in het begin uitsluitend functioneert ten behoeve van het vervoer van goederen.

Antwerpen heeft daarbij al onmiddelijk zand nodig voor het dempen van zijn Spaanse vesten. Reeds in 1860 wordt hiervoor voor de eerste maal Kalmthouts  zand met de trein naar Antwerpen afgevoerd. Het gaat om zand van de Boterbergen. In de omgeving van de huidige viaduct van het Noord-eind , bezijden het domein De Greef, wordt het zand met aanvoerwagentjes langs een spooraftakking verzameld in treinwagons om dan met de trein langs het hoofdspoor verder te worden vervoerd. O.m. de beruchte Hanskensduin waarop in de middeleeuwen de ter dood veroordeelden geradbraakt zijn geweest is aldus in overgrote mate gesloopt.

In 1874 heeft Antwerpen dan weer zand nodig, ditmaal om vele oude stadsvlieten te dempen. En weer wordt het Kalmthoutse duinenzand gesolliciteerd. Maar onverwacht  komt er tegenstand van invloedrijke Antwerpenaren. Zij verzetten zich tegen het slachten van de kip met de gouden eieren. Het “kleine Zwitserland”mag niet verder onthoofd worden.

Wie na de tussenkomst van deze “ natuurliefhebbers in opmars “ zou denken dat het Kalmthoutse  zand nu voorgoed voor de Antwerpse zandhonger veilig is gesteld komt bedrogen uit. De Antwerpse zandhonger is in die tijd gewoon niet te stillen.

In de jaren 1880/90 slaagt baron Terwagne van het “Syndicaat voor den handel en het vervoer van zand uit de Antwerpse Kempen” er dan in het Kalmthoutse gemeentebestuur een overeenkomst te ontfutselen om gedurende een langere periode zand aan het Kalmthoutse hoogduin te mogen onttrekken. Voor het toenmalige Kalmthoutse  gemeentebestuur hebben de duinen immers geen enkele waarde. Integendeel hun opruiming, aldus de redenering, zou een latere exploitatie van de Kalmthoutse vroente in het algemeen belang zelfs bevorderen. Daarenboven zou de zandafvoering  ook werkgelegenheid scheppen voor de Kalmthoutse burgers. En dit is zeker niet onbelangrijk in een tijd dat in de landbouw de mechanisatie zijn intrede doet, waardoor het voor de dagloners, die in onze Kempen in overgrote mate in deze landbouw tewerkgesteld zijn, steeds moeilijker wordt om er bij de landeigenaars aan een job te geraken.

En wonder boven wonder , na een openbare mededeling  aan de burgers, wordt ditmaal geen enkel protest ingediend. Het slopen van de Vossenbergen kan beginnen. En aan de verre horizont verschijnt boven de heuvels van zand de schaduw van moeder Kee.

                                                                                                                                     

Poëzie +

(uit)  Zand  ( Anton Van Wilderode).

Zand dat mijn hand niet houdt

loopt uit mijn hand als oud goud,

valt in een zonnestraal gevat

weer op de rug van het pad.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Volgende week Zaterdag 7 juli weer een Kalmthouts Broodje voor U en uw vrienden :
II/5. De keet van moeder Kee/Het slopen van de Vossenbergen.                       Awdoe.

Geschreven door Jan Caluwaerts om 00:00 Reageer op dit bericht

II/5. De keet van moeder Kee/Het slopen van de Vossenbergen.

Het onvermijdelijke kan niet vermeden worden. In de metropool wordt het nieuwe station van

Antwerpen Centraal geconcipieerd. Vanaf het station richting Zurenborg moeten verhoogde spoorwegbermen worden aangelegd. Daarvoor is zand nodig, veel zand. En  “de Vossenberg “, de trots van de Kalmthoutse heide, zal er moeten aan geloven.

De dagen van de reus van de Kalmthoutse duinen, zijn inderdaad geteld. Zijn maximale hoogte bedraagt van de voet tot de top 19 meter. Maar de voet zelf bevindt zich op 25 meter boven de zeespiegel. De top strekt zich aldus uit op 44 meter boven de zeespiegel. Meester Verhoeven, de toenmalige Kalmthoutse onderwijzer uit Putte, schrijft over deze Vossenberg : “ Van zijn top had men de heerlijkste vergezichten. In zuidwaartse richting viel het oog op de Scheldestad met haren majestueuzen toren en torens en gebouwen  in blauwen nevel gehuld, noordwaarts op het voormalig Wilhelminaklooster te Huybergen en op aanmerkelijke afstand verder, op den uit den blauwen nevel oprijzende toren der voormalige Sinte-Gertrudekerk te Bergen-op-Zoom; westwaarts op de torens en dorpen van Putte, Ossendrecht en Woensdrecht en op de Scheldestroom, zich vertonende als een breed zilveren lint aan de verren horizont ; en zuid-oostwaarts, had men het schoonste panorama van Kalmthout, wat men zich denken kan : zijn eeuwen oude toren, de nederige torenspits  zijner oude kapel, twee molens met hunnen stilstaande of draaiende wieken, en den zomer achter het loof der bomen gedeeltelijk verscholen, leverde een landschap zo schoon als men zich dromen kan.”

In1892 gaat de “Grote Belgische Centrale N.V” over tot de aanleg van een spoorbaanaftakking , die als het ware een wig drijft doorheen het huidige natuurreservaat ” De Kalmthoutse heide “, tot in het hoogduin..

De aftakking vertrekt aan de spoorweg Antwerpen – Roosendaal, ongeveer ter hoogte van het huidige station van Heide. Vandaar volgt het een traject dat in een hedendaagse omschrijving ongeveer als volgt kan worden aangeduid : Guido Gezellelaan, verhard fietspad doorheen de Withoefse heide, de Duitse weg in de Kalmthoutse heide, en eens het verlengde van de Korte Heuvelstraat voorbij gaat het zich vergaffelen in drie takken, die volgens de noodwendigheden verlegd worden.. Eén van de eerste eindtrajecten moet geëindigd zijn in de omgeving van het ven het “Muggepiske”. Het laatste eindtraject  heeft gelegen aan de rand van de Kambuusduinen.

Er zijn ook drie overwegen geweest langsheen
het aftakkingsspoor : één aan het zandwegbaantje van de Kijk-Uit, één op de steenweg van Kalmthout naar Putte en één aan de Korte Heuvelstraat.

Wie vandaag doorheen de Guido Gezellelaan wandelt ontdekt in de nabijheid van het station van Heide een merkelijke verbreding van deze laan. Het is hier geweest dat het zand uit de duwwagonnetjes gebruikt op de heide wordt overgeladen op de normale spoorwegwagons. Met gebruik van een driehoekig aansluitingssysteem op het hoofdspoor kunnen de duwwagonnetjes dan terug de heide worden ingeduwd. Er wordt daarbij gretig gebruik gemaakt van  de afhelling van het aftakkingspoor doorheen de Withoefse Heide naar de depressie rond de Putse steenweg.

In 1898 is de afvoering van de Vossenbergen omzeggens een feit. Vandaag herinnert de vlakte van het Langven nog aan de exacte ligging van deze  vroegere duinen.

Achteraf is het voormelde spoortraject grosso modo nog tweemaal heraangelegd, een eerste maal  om een verbinding tot stand te brengen met het landgoed van de Mont Noire en een tweede maal om een verbinding tot stand te brengen met het Duitse dorp in de Kambuusduinen tijdens de tweede wereldoorlog. Maar verder dan de molensteen op de Duitse weg zijn de Duitsers toen niet meer geraakt.  

 

Poëzie +

 

Kalmthouts panorama ( Jan Caluwaerts).

Achter ruggen van golvende Hazenduinen

langsheen de aloude zandweg naar Huybergen,

ontvouwt zich purpergeel en wijds het heideruim

en ’t loopt verloren langs de Vossenbergsporen.

 

Heel ver aan d ’horizon links witzilverberken,

in de lucht een buizerd met gespreide vlerken,

tussen het Kambuus- en het Wilgenduin een droom,

innig ontstaan en geboetseerd uit Kempenschroom.

Actua +
_______

- Morgen Zondag 8 juli opent burgemeester Lukas Jacobs om 11u. in de feestzaal van het Strijboshof (Achterbroekse steenweg 69) de apotheose van onze Kalmthoutse 11 juli-viering 2012, nl.het "Aperitiefconcert" met feestrede door Hendrik Vuye en muzikale opluistering door Ivan en Mike Smeulders, Emile Verstraeten en Marie-Anne Coppens. Iedereen is van harte welkom en de toegang is gratis voor het hele gezin.

- Ook Kalmthoutse Broodjes wenst zijn trouwe lezers een vrolijke 11-juli-feestdag toe. Want inderdaad er is maar één land dat ons land kan zijn, nml. zoals Peter Benoit, de grote vriend van  Charles Van Geert van de Kalmthoutse Vangeertenhof (het hedendaagse Arboretum) het toondichtte op de woorden van Emmanuel Hiel : "Waar Maas en Schelde vloeien, de Noordzee bruist en stormt..........daar is ons vaderland". 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Volgende week Zaterdag 14 juli weer een Kalmthouts broodje voor U en uw vrienden :
II/6. De keet van moeder Kee/De zandafvoerders.                                                 Awdoe.

Geschreven door Jan Caluwaerts om 08:38 Reageer op dit bericht

II/6.De keet van moeder Kee / De zandafvoerders.

Bij de afgraving van de Vossenbergen zijn zo’n 150 zandafvoerders betrokken. Zij komen uit de noord-Antwerpse Polderdorpen maar ook in niet te verwaarlozen aantallen uit het verder afgelegen Zeeland.

Het gaat vooral over dagloners die oorspronkelijk in het landbouwbedrijf zijn te werk gesteld. Bij een aanhoudende jobvermindering in de agrarische sector, o.m. door de introductie van de machine, schakelen zij over naar meer industriëel gerichte activiteiten. Zij hopen daarmee niet alleen werk te vinden, maar ook een beter dagloon in de wacht te slepen.

De dagloners staan onder de leiding van twee Waalse werkleiders, de heren Bastin en Squilbin en worden aangevoerd door de Putse ploegbaas “Sus” Van Tilburg. Zoals we reeds zagen wordt deze laatste de schoonbroer van moeder Kee.

Van de meer dan 150 zandafvoerders keren er ongeveer de helft enkel van zaterdagnamiddag tot zondagavond naar hun gezin terug. Tijdens de rest van de week overnachten ze op de Kalmthoutse heide. Hiervoor trekt de Grote Belgische Centrale nv. ter plaatse barakken op. Men kan er tijdens de werkdagen zeer voordelig verblijven. Logies en maaltijden zijn voorzien., maar ook de ontspanningsmogelijkheden na de noeste arbeid. Het hoeft geen betoog dat de Kalmthoutse jenever er veelvuldig vloeit.

De houten keten worden bij tijdelijke onderbreking van de exploitatie wel eens afgebroken. Bij de hervatting worden ze dan weer op een andere plaats opgericht.

Rond 1895 komt de laatste keet tot stand bezijden de Vossenbergen aan de stijle rand van de huidige Kambuusduinen.
Het is deze keet die de geschiedenis zal ingaan als het beroemde logement- , eet- en drankhuis van moeder Kee, dat in de Antwerpse regio de naam Kambuus meekrijgt en in de Kalmthoutse volksmond luistert naar “de barak van moeder Kee”. 

De vader en de moeder van moeder Kee zullen al heel vlug met enkele jongere gezinsleden de Kambuus als één van de eersten permanent bewonen. Vervolgens zullen moeder Kee's zuster Philomène, met nieuwbakken echtgenoot Sus Van Tilburgh, instaan voor de uitbetaling van de lonen, de inning van de onkosten voor het verblijf van de arbeiders en de running van de Kambuusuitbating.  Tijdens de vrije dagen van moeder Kee zullen zij, o.m. voor de bevoorrading , reeds op haar steun kunnen rekenen.

Over de meer officiële naam de Kambuus, die ook voorkomt op de beroemde postkaarten van de Kapelse fotograaf Hoelen, is er enige betwisting omtrent de exacte herkomst van de naam.

Wijlen Kalmthouts meester Vorsselmans is de mening toegedaan geweest dat het woord kombuis ten grondslag heeft gelegen van het begrip “kambuus”. De franstalige ingenieurs van de Grote Centrale die van moeder Kee bij haar bezoek aan de familie vernomen hebben dat ze als jong dienstmeisje kokkin is geweest in een scheepskeuken, door de matrozen kombuis genoemd, zouden met de vervormde benaming van kambuus zijn te voorschijn gekomen. Anderen menen echter dat het woord kamphuis, dat in het Zeeuws uitgesproken wordt als kamphuus, ten grondslag heeft gelegen van Kambuus. De Zeelanders onder de arbeiders manifesteerden zich immers al te graag.

 Poezie +

(uit) Thuiskeer in Zeeland (Hans Warren)

Hart van mijn land ik ben terug

in ’t waaien van uw volle zomer,

lig lui en languit op mijn rug,

weer thuis en nog dezelfde dromer.

……………………………………

Ik lig, ik ben terug, ik droom

uw dromen in een blijde schemer,

ik werd weer een kind, ik werd een boom,

een plant, een lied, een stukje  hemel           
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Volgende Zaterdag 21 juli weer een Kalmthouts broodje voor U en uw vrienden :
II/7.De keet van moeder Kee/Daglonersdochter Anna Cornelia Teysen.                                          Awdoe.
                                                                                                                           
.                                                                                           
Bij

Geschreven door Jan Caluwaerts om 00:00 Reageer op dit bericht

II/7. De keet van moeder Kee/Daglonersdochter Anna Cornelia Teysen.

Anna Cornelia Teysen, alias Moeder Kee, wordt in de 2-de helft van de 19-de eeuw, meer bepaald op 20 juni 1859, geboren  als dochter van Johannes Baptist Teysen en  Theresia Franciska Claessens, reeds vernoemd. In het gezin zijn 9 kinderen geboren, wat in die tijd ook in het land van Kempen en Polder geen uitzondering is. Anna Cornelia is de zesde in de rij.

 

Het gezin Teysen-Claessens is een typische daglonersfamilie. Bij de aanvang van de  tweede helft van de 19-de eeuw stellen deze dagloners in de gesloten agrarische gemeenschappen van de regio hun diensten nog ter beschikking van de rijke boeren - groot grondbezitters in de vruchtbare valleien van de Kempen en in de polders. Naar het einde van de 19-de eeuw toe zullen zij, bij een opkomende industrie, deels noodgedwongen, in grote mate de landbouwstiel inruilen voor een meer industriële bedrijvigheid. Ofwel trekken zij naar de Antwerpse metropool om er vooral in de haven tewerkgesteld te worden, ofwel profiteren zij van een naar de "suburbs" uitdeinende industriële bedrijvigheid. En in de Kalmthoutse regio zal de zandexploitatie daarbij inderdaad ook een rol spelen, alhoewel niet de enige. Ook de steenbakkerijen, de boomkwekerij van de Van Geertenhof, de touwslagerij, de spoorweg en noem maar op doen hun duit in 't zakje.. 

 

De ouderlijke woning van het gezin Teysen -  Claessens, waar Anna Cornelia haar jeugd doorbrengt, situeert zich in het Noord-Brabantse Putte ten oosten van de baan van Antwerpen naar Bergen-op-Zoom in de onmiddellijke omgeving van de Oude Postbaan van Putte naar Roosendaal, die in de buurt van de Paalberg de Kalmthoutse Heide dwarst,  en niet ver van de Grensstraat, die Nederlands Putte scheidt van het Belgische Putte-Kapellen.  Anna Cornelia ontdekt dan ook al heel vlug op jeugdige leeftijd de Kalmthoutse heide en maakt daarenboven kennis met een grillige staatsgrens.

 

De daglonerhuisjes zijn hier in die tijd kleine huisjes langsheen de zandwegen die van de dorpen naar de heide lopen.  Zij staan los van elkaar en worden omgeven door een klein stukje grasland voor schaap of geit en eventueel een bijkomend lapje grond voor aardappel- of roggeteelt. Deze daglonerhuisjes vinden hun oorsprong in de oorspronkelijke wolvenhutjes, die opgetrokken zijn uit hout, brem, stro of eventueel riet. Later werkt men dan met houten stijlen waartussen  leem en rijswerk wordt verwerkt. Finaal worden het bakstenen huizen met strooien of rieten daken.

 

Dergelijke typische daglonerhuisjes laten ook bij ons in Kalmthout her en der en met de nodige verbeelding nog enkele minieme sporen na, o.m. in de Frans Raetstraat, de Boonsstraat, de Korte (Zwarte)Heuvelstraat, de Bareelstraat en omgeving , op de Venetiaanse Heide, langsheen het Heiken ... . Doorheen de tijd zijn zij door de autochtone Kalmthoutenaars tot eigentijdse woningen omgebouwd of de plaats gaan ruimen voor buitenverblijven van metropolitanen, die daarna vaste residenties zijn geworden.
 

Poëzie +

 

( uit)  Werkmanskind  (Kamiel Top).

Jij bent geboren op een avond, kind,

geboren onder ’t ruisen van de bomen :

er woei een zachte, zwoele zomerwind,

die als gezant der verten scheen te komen.

…………………………………………..

 

Je deed je moeder leed voor de eerste maal,

en las voor ’t eerst vergeven in haar ogen,

van liefde glanzend , o, die ogentaal,

die oude taal, die nimmer heeft gelogen!

…………………………………………

 

Je vader dronk kontent een extra-pint;

en is beschonken weer naar huis gekomen.

Je bent geboren op een avond,  kind ;

En had als deel het zingen van de bomen.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Volgende week 28 juli weer een Kalmthouts Broodje :
II/8. De keet van moeder Kee/Een grillige staatsgrens.                                     Awdoe.

 

Geschreven door Jan Caluwaerts om 00:00 Reageer op dit bericht

II/8 De keet van moeder Kee/Een grillige Staatsgrens.

Reeds tijdens haar jonge jaren maakt Anna Cornelia Teysen kennis met een grillige staatsgrens.

Ook in het land van Kempen en Polder heeft de grens tussen België en Nederland pas vaste vorm gekregen na de Belgische onafhankelijkheid.

 

In Anna Cornelia's moederdorp Putte loopt deze grens dwars door de dorpskern. Men onderscheidt er dan ook een Nederlands Putte en een Belgisch Putte ( het Belgische Putte is daarenboven nog verder opgedeeld in een Putte-Kapellen en een Putte-Stabroek). Sommige straten worden door de grens middendoor gedeeld.

 

Deze grens is niet zo maar tot stand gekomen. Zij grijpt ondermeer terug naar gegevens uit een soms heel ver verleden. Zo zijn in haar contouren afbakeningen herkenbaar van het oude markizaat van Bergen-op-Zoom, de middeleeuwse heerlijkheid Essen-Kalmthout-Oost-

Huybergen, de historische baronie van Breda en het land van Ekeren. Zij refereert daarenboven naar het strijdtoneel ten velde tussen het protestantse noorden en het katholieke zuiden tijdens de godsdienstoorlogen in de Nederlanden. Zij valt terug op de Vrede van Munster die een einde stelt aan die godsdienstoorlogen, maar ook voorgoed aan het oude markgraafschap Antwerpen, ontstaan uit het eeuwenoude land van Rijën, één van de Parels aan de kroon van het “Edele Brabant Were Di”. En uiteraard hebben, zoals hierboven reeds gesteld, ook de schermutselingen die in 1830 de Belgische onafhankelijkheid vooraf zijn gegaan een rol gespeeld bij het uittekenen van deze grens.

 

Is het oude markgraafschap Antwerpen, reeds op basis van het Verdrag van Munster, opgesplitst tussen Noord en Zuid dan is er in het hart van de mensen toch een bepaalde eenheid blijven bestaan. Vooral in de grensgemeenten komt deze eenheid op sociaal en cultureel vlak sterk tot uiting, zo ook ten noorden van Antwerpen. Het sociaal-culturele leven is er grensoverschrijdend. De Noord-Brabantse Putters, die van Putte-Kapellen en die van Putte-Stabroek refereren in het dagdagelijkse leven, in hun sociaal-culturele doen en zelfs in hun sociaal-economische houding naar gemeenschappelijke wortels die teruggaan naar het verre verleden. Trouwens wij in Kalmthout moeten ook niet vergeten dat onze voorouders destijds met paard en kar hun landbouwproducten in de allereerste plaats niet naar de Antwerpse zondagsmarkt maar naar die van Bergen-op-Zoom hebben afgevoerd. En hoe dikwijls hebben diezelfde voorouders daarna tevergeefs ook niet zitten zagen voor een boerentram naar het westen. De Kalmthoutenaar van weleer at in de week weliswaar Kempens roggebrood, maar de zondag was een volkoren of wit Polders tarwebrood altijd welkom in de Kalmthoutse boerenkeuken.. 

 

En het kan niet ontkend, ook in de genen van Anna Cornelia Teysen sluimert nog het erfgoed van het oude Markgraafschap Antwerpen en het Brabants hertogdom. En het opgaan van een zichzelf ontdekkend jong meisje Anna Cornelia in een wilskrachtige, zelfbewuste en liefhebbende moeder Kee zal daar geen verandering in brengen.

 

Poëzie +

Kantiek

(Bert Peleman)

 

Dit is het volk der beide Breugels:

het boerenvolk, dat bloedt nog bodem schendt,

dat trots aan zwaarfluwelen teugels,

de paarden naar de jaarmarkt ment.

 

Dit is het volk van Jeroen Bosch,

dat boet en blootvoets beevaart gaat,

maar voor een bruiloftmaal de vette os

al zingende voor het haardvuur braadt.

 

Dit is het volk van Rembrandt en van Brouwer,

dat arm geplunderd, om geen aalmoes vraagt,

maar sterk en op zijn donkere schouwer

het gerstenbier bij hecto’s draagt.

 

Dit is het volk van Memling en Metsijs,

dat peilt de zin der eeuwigheid

en onder wolken, Scheldegrijs,

met zijn processies door de velden schrijdt.

 

Dit is het volk van Rubens en Vandijck,

Het boerenvolk dat in zijn vuisten klemt

Het asseschrijn van Klaas verkoolde lijk

En bij de opmars feestfanfaren stemt.   

Actua +
_______

- Het Natuur Educatief Centrum De Vroente organiseert nog een hele zomer lang doorheen onze Kalmthoutse groene regio een fietstocht voor volwassenen van 50 km. en een fietstocht voor kinderen van 25 km., telkens gekoppeld aan een quiz over natuurgegevens die men onderweg tegenkomt. Fietsroute en quizvragen zijn voor de twee tochten aangeduid op deelnemingsformulieren die men op de balie van het NEC De Vroente (Putse steenweg, 129, Kalmthout) gratis kan bekomen. En er zijn voor beide initiatieven prijzen te winnen!

- Kalmthout is niet alleen een groene gemeente, maar ook een sportieve gemeente. En eens te meer won onze veldrijder Kevin Pauwels verleden zondag het Belgisch kampioenschap voor mountenbiken. Zijn vurige fans, burgemeester Lukas Jacobs en companen op kop, waren er als de kippen bij om hem maandagavond in de raadzaal van het Kalmthoutse gemeentehuis in de bloemen te zetten. Doe zo voort Kevin.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Volgende week Zaterdag 4 augustus weer een Kalmthouts broodje :  II/9. De keet van moeder Kee/ Met vader op de heide.                                                                               Awdoe.


                             
                                                                                                    

Geschreven door Jan Caluwaerts om 00:00 Reageer op dit bericht

II/9. De keet van moeder Kee/Met vader op de heide.

Vader Teysen is een verwoede zondagswandelaar. En ook voor de dagloners uit de streek is de zondag heilig. Alleen de huiselijke dieren worden gevoederd. Voor de rest wordt er die dag niet gewerkt.

De Kalmthoutse heide is vader's uitverkoren wandelterrein. En al heel vlug zijn de opgroeiende kinderen zijn onafscheidelijke kompanen tijdens de wekelijkse trips.

 

Anna Cornelia leert snel de meest verborgen dierenvluchtwegen van de immense vroente ontdekken. De vluchtwegen van ree, konijn en talrijke andere heidebewoners doorkruisen de buntbossen . Zij zetten zich verder in de struik- en dopheidevelden, lopen doorheen de rietlanden of onder een paar eenzame grove dennen of witzilverberken op een duinrug. Langsheen de stuivende zandheuvels worden de dierensporen daarbij heel zichtbaar.

 

Vader is op deze wandelingen voor de kinderen een onderwijzer van de heide. Zo vertelt hij ondermeer dat tussen  de twee voorste en de twee achterste tenen van de voetafdrukken van een vos een strooitje of een takje kan worden gelegd, terwijl dat bij een gelijkaardige voetafdruk van een hond niet kan . Wanneer hij de kinderen de grote ingang van een konijnenhol aanwijst, vraagt hij hen telkens ook op zoek te gaan naar de kleinere vluchtuitgangen, die meestal verborgen zitten onder de afhangende heidestruiken. Een andere keer toont hij hen hoe het kleine lieve zonnedouwtje  zonder genade kan zijn als de speels vliegende blauwe libel blijft plakken aan zijn kleverige stengeltjes, zodat deze vleesetende plant zijn prooi onverbiddelijk de dood kan injagen. Hoe heeft vader het weer verwoord ? : “... de ene zijn dood is de andere zijn brood ...”. De kleinen worden daar stil bij.

 

En vader vertelt hen nog veel meer. Zo groeit Anna Cornelia, reeds op jeugdige leeftijd en voor zij het zelf beseft,  uit tot een volwaardige heidekenster. Wanneer zij later in de Kambuus de dienst uitmaakt kunnen zelfs de natuurverkenners van haar nog heel wat leren over het reilen en zeilen op de Kalmthoutse heide.

 

Maar voor de jonge Anna Cornelia Teysen is zuivere natuurkennis niet voldoende. De heide is veel meer voor haar. Anna Cornelia ondergaat de Kalmthoutse heide in hart en nieren. Zij wordt erdoor gefascineerd.

 

Zo komt zij in de Lente in de ban van veenpluis, pitrus, zonnedauw en gele lis. En met verwondering ontdekt zij reeds heel vroeg in april de groene sprietjes van de nieuwe generatie pijpestrooitjes, door de Kalmthoutse en Putse boeren "den bunt" genoemd. Met een beetje heimwee in het hart ziet zij daarboven de rosse oude " bunt " afknakken. Maar het kleine stervormige heidespurrieke, dat op de voet van de zandheuvel schittert, brengt haar dan weer vreugde.

 

Ontroerend heerlijk wordt het als onder de grove den moeder ree en haar kroost onverwacht te voorschijn treden, of als hoog in de lucht, als een koning zo rijk, de eenzame buizerd zweeft.

En telkens weer schrikken bij het opvliegen van een onvermoede fazant uit de struikhei hoort er ook bij.

 

Het Grote Meer, het Droomeiland, het Meurisseven, de Vossenbergen, ja zelfs de gevaarlijke moerassen van de verder afgelegen Nol hebben op de duur geen geheimen meer voor een stilaan naar de volwassenheid groeiende jonge meid.

 

Maar waar Anna Cornelia finaal het meest van houdt, is van op de hoge duin, de wijde vlakte schouwend, te luisteren naar  die grootse stilte, die op de Kalmthoutse heide naar eeuwigheid voert.

 

Met de volwassenheid  komt er echter stilaan ook een einde aan de ongebreidelde wandelingen van Anna Cornelia op de Kalmthoutse heide .De plicht roept. En voor de dochter van een dagloner betekent dat destijds zonder twijfel dienster spelen.

 

Poëzie +

 

De Wolken (Martinus Nijhof).

 

Ik droeg nog kleine kleren, en ik lag          

lang uit met moeder in de warme hei,

de wolken schoven boven ons voorbij

en moeder vroeg wat ‘k in de wolken zag.

 

En ik riep : Skandinavië, en eenden,

daar gaat een dame, schapen met een herder.

de wolken werden woord en dreven verder,

maar ‘k zag dat moeder met een glimlach weende

 

Toen kwam de tijd dat ‘k niet naar boven keek,

ofschoon de hemel vol van wolken hing,

ik greep niet naar de vlucht van ’t vreemde ding

dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.

 

Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide

en wijst me wat hij in de wolken ziet,

nu schrei ik zelf en zie in het verschiet

de verre wolken waarom moeder schreidde.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Volgende week Zaterdag 11 augustus e.k. weer een Kalmthouts Broodje :
II/10. De keet van moeder Kee/Een volwassen daglonersdochter.                Awdoe!

Geschreven door Jan Caluwaerts om 00:00 Reageer op dit bericht

II/10.De keet van moeder Kee/De volwassen daglonersdochter.

In haar prille volwassenheid gaat ook Anna Cornelia Teysen de kost verdienen als dienster. De ene keer is zij meid bij een welstellende boerenfamilie in de Scheldepolders. De andere keer verzorgt ze dan weer de kinderen van een gezin uit de gegoede burgerij. Nog een andere keer functioneert zij als kokkin op een schip. En zelfs opdienster spelen  in één van die beruchte Kempense jenevercafés behoort niet tot de onmogelijkheden.

 

In die tijd is het gebruikelijk dat meiden, naast hun eerder schamele dagvergoeding, ook kunnen genieten van een gratische kost en inwoon. De menigvuldige functies die door Anna Cornelia Teysen uitgeoefend zijn geworden hebben voor gevolg gehad dat ze meermaals van woonst is veranderd. Van haar kleinzoon, wijlen Ward Jacobs, weten we uit zijn kortverhaal over de Kambuus dat ze wel 25 maal is verhuisd. En de Ward zou de Ward niet geweest zijn moest hij er geen plezante anekdote aan hebben toegevoegd. Zo vertelt hij : “Wat mij het meest is bijgebleven is dat ze me vertelde dat ze op de Zandvlietse heide heeft gewoond. Daar woonde toen niets dan stropers, strandjutters, garnaalvissers en bedelaars van beroep. Als je daar de kiekens hoorde kakelen, dan waart ge al te laat om de eieren te rapen. Dan waren ze er mede de pist in”.

 

Als dochter van een oorspronkelijke landbouwersdagloner uit een toen nog gesloten agrarische gemeenschap in het noordwesten van de Kempen behoort Anna Cornelia Teysen tot de vrouwelijke loten van een taai ras. Zo getuigt onze Kalmthoutse heemkundige, professor doctor  Jozef  Goossenaerts zaliger, over de landbouwersvrouwen in 't algemeen uit onze regio o.m.het volgende :  “ Als kind krijgen zij kostbare voorbeelden van wilskracht, eenvoud, soberheid en werkzaamheid. Wat we ook niet mogen vergeten is dat in die tijd in onze Kempen een dozijn kinderen ter wereld brengen de gewoonste zaak van de wereld is. En toch is de landbouwersvrouw geen zeep- of zaagtrien. Zij heeft geen sterveling nodig om voor haar kroost pannenkoeken of  "boekerdepap"(= pap van boekwijt) te maken. Zij laat het daarenboven niet aan haar hart komen. Ook al moet zij daarom geen zotte kloof zijn. Zij is een hard werkende vrouw, een toeverlaat voor haar kinderen, een onmisbare steun voor haar man.” 

En het mag gerust gesteld worden : zoals twee druppels water op elkaar gelijken, zo weerspiegelt de benadering van professor Goossenaerts ook het karakter van een moeder Kee in wording. Wel moeten we daar nog de uitdrukkelijk volkse intelligentie aan toevoegen van een vrouw die van wanten weet en het gebrek aan een schoolse opleiding op hoger niveau weet te compenseren door waardevolle synthesissen in gebalde uitspraken, ook al was dat in vele gevallen mede onder de vorm van moppen, raadsels en speelse dubbelzinnigheden. Wat we daarbij ook niet mogen vergeten is dat een welbepaalde belangloze behulpzaamheid steeds ten gronde lag aan het doen en laten van moeder Kee. En niet alleen Kalmthoutse en Putse boeren, maar ook de Delaunnois, de Lamorinières, de Meurissen en de Strijbossen zullen hiervan later, in de Kambuustijd, enthousiast getuigen.   

 

Als in de tweede helft van de 19-de eeuw ook in de Kempen de crisis in de landbouw toeslaat, blijft dit ook voor de jongere daglonersvrouwen niet zonder gevolg.  Komen de mannen  terecht in de industrie, hetzij in de grootstad, hetzij in één van de opkomende plaatselijke nijverheden, dan zwermen de volwassen dochters, die eerst meid, dienster of kinderoppas spelen bij vooral rijkere boeren, daarbij meer en meer uit  als dienster met kost en inwoon bij de burgerij in de aanpalende gemeenten van een uitdijnende metropool. Ook Anna Cornelia ontsnapt hier niet aan.Zo komt ze finaal terecht in een familie van een wapenmaker, een genationaliseerde Duitser uit Trier, die zijn diensten aanbiedt aan het Belgische leger : de familie Franciskus Schmitz. De familie verblijft op dat ogenblik in de gemeente Stabroek op een boogscheut van Nederlands Putte.

 

 

Pöezie +.

Het buitenmeisje  ( Virginie Loveling  1870)

Zij vroegen of ze tevreden was,

In de stad tevreden en daar.

Het jonge meisje knikte ja,

Zij waren zo goed voor haar!

                                                                                                                                              .

Zij knikte ja, zij zweeg en ging,

In de kelderkeuken staan,

En zag omhoog door ’t vensterraam,

Op straat de voeten gaan.

 

Toen dacht zij aan het groene veld,

En aan haar ouders hut :

Daarover waait hoog de populier,

En de vlierboom staat aan de put.

 

Het geitje op ’t grasplein, ginds verre de kerk,

En de lucht oneindig blauw ;

Haar moeder haspelt aan ’t open raam,

En haar vader zit op ’t getouw.

 

De wiedsters in ’t veld en de leeuwrik omhoog,

 O lag zij bij hen in het vlas !

En zat zij te peinzen, toen vroegen zij haar,

Of zij tevreden was.

 

Zij waren zo goed en zo vriendelijk met haar,

Zij kon niet zeggen : “Neen.”

Maar ’s avonds als zij slapen ging,

Toen weende zij alleen.


actua +
----------
- Het College van burgemeester en schepenen deelt mede dat het gemeentelijk zwembad zal gesloten zijn van 15 t/m 31 augustus voor een grote onderhoudsbeurt. Burgemeester Lukas Jacobs en zijn mensen vragen hiervoor begrip : grote onderhoudsbeurten zijn onontbeerlijk voor de veiligheid en de hygiëne van de talrijke kinderen en volwassenen die van het gemeentelijk zwembad gebruik maken. Zo komen van bij de aanvang van het schooljaar trouwens ook heel wat schoolkinderen, niet alleen van Kalmthout maar ook van buiten de gemeente, het zwembad wekelijks in groep bezoeken.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Volgende zaterdag weer een Kalmthouts Broodje :
II/11.De keet van moeder Kee/Wapenmaker Franciskus Schmitz.         Awdoe!

 

Geschreven door Jan Caluwaerts om 00:00 Reageer op dit bericht

II/11.De keet van moeder Kee/Wapenmaker Franciskus Schmitz.

Op een bepaald ogenblik treedt Anna Cornelia Teysen als hulpkracht in dienst bij de familie Schmitz . Meer bepaald wordt zij belast met de verzorging van de zieke Mevrouw Schmitz, die bedlegerig is.De familie Schmitz is van Duitse origine.

 

De heer des huizes, Franciskus Schmitz, is in 1824 geboren in het Rijnlandse stadje Trier, dat zich situeert in dat unieke, door de toeristen zo fel gegeerde, dal van de Moezel. Nergens is de natuur zo natuurlijk, zo romantisch intiem, als langsheen die telkens weer uitdeinende bedding van deze bijrivier van de Rijn. Daarenboven is Trier, één van de oudste steden van Duitsland, ook historisch zeer boeiend. Reeds in 16 voor Christus stichtte de vermaarde Romeinse keizer Augustus deze stad. En ze werd de hoofdstad van het West-Romeinse rijk. De Porta Nigra, de Basilica, het amfitheater, de dom en nog zovele andere monumenten verwijzen vandaag nog door naar de grootsheid van het eens zo machtige Romeinse rijk. Wat we daarbij ook niet mogen vergeten is dat het geboortehuis van niemand minder dan van Karel Markx in Trier staat waar het vandaag dienst doet als museum. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat vandaag toerisme de grote troef is van Franciskus Schmitz geboortestad. 

Van beroep is Franciskus Schmitz wapenmaker. Hij is zeer beslagen in zijn vak en stelt zich in de uitoefening ervan zeer creatief op. Hij krijgt dan ook de kans zich als wapenmaker te manifesteren binnen het Belgische leger. Hierin ligt de reden waarom hij zich als Belg laat nationaliseren.Maar in de regio van Kempen en Polder ten noorden van Antwerpen zal hij met zijn wapenmakerijbedoening voor de mensen ook heel wat nuttig werk verrichten.Zo heeft hij bij ons in Kalmthout heel wat diensten bewezen aan de doorwinterde leden van de aloude Kolveniersgilde, waar het schieten met geweer of buks sinds jaar en dag een boeiende tijdsverdrijving is geweest en waar de tijdens de vrije dagen intens gebruikte wapens dan toch af en toe aan een ernstige opknapbeurt toe waren .  

 

Vanuit zijn beroepsbezigheid is hij erin geslaagd zijn talenten te verzilveren en heeft zich als welgestelde burger gevestigd in het Scheldepolderdorp Stabroek waar Anna Cornelia Teysen hem, als verzorgster van zijn zieke vrouw, leert kennen.

 

Na een lange aanslepende ziekte bezwijkt Mevrouw Schmitz hieraan finaal. De wijze waarop Anna Cornelia zijn vrouw heeft verzorgd heeft bij Franciskus Schmitz een bepaalde genegenheid doen ontstaan. Schmitz is immers een heel gevoelige man. Zo zou volgens enkele geschriften zijn intieme kennissenkring hem zelfs "Tere " Schmitz noemen. Maar dit schijnt door enkele van zijn nakomelingen toch erg in vraag te worden gesteld. Het zou daar eerder om een overtijpingsfout gaan. Oorspronkelijk zou er "Pere" Schmitz hebben gestaan. En in sommige druklettersystemen ligt de visualisatie van de hoofdletters T en P inderdaad dicht bijeen. In de streek van de Moezel ontmoeten de Romaanse en Germaanse culturen daarenboven elkaar zodat het Franse woord "Père" er op zijn Duits ook als "Pere" kan worden uitgesproken. En Franciskus Schmitz is tenslotte meermaals vader geweest.


Al heel vlug blijkt echter dat ook Anna Cornelia een bepaalde genegenheid voelt voor werkgever Schmitz . Na de dood van Mevrouw Schmitz mondt de wederzijdse genegenheid finaal uit in een onverbreekbare liefde.  Zij treden in het huwelijk en krijgen samen zes kinderen. Drie kinderen, Stanislas,Joannes Baptist en Hyppolith, sterven al heel vlug na hun geboorte. De drie anderen, Benjamin Richardus  Xaverius , Maria Theresia Dagmar en Anna Maria stoten door naar de volwassenheid. In de Kalmthoutse volksmond gaat het daarbij respectievelijk over "den" Ben, Dagmar en Marie.

 

 

 Pöezie +

 

(uit)  Gij wast aan mij gelijk de winde  (Karel van de Woestijne).

Gij wast aan mij gelijk de winde

Die wentelt om een koren-aar,

dus zal ik aan mijn wang bevinden

de zoete streling van uw haar.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Volgende zaterdag 25 augustus weer een Kalmthouts broodje :
II/12. De keet van moeder Kee/ Het Rozenberghof.                               Awdoe!

Geschreven door Jan Caluwaerts om 00:00 Reageer op dit bericht

II/12.De keet van moeder Kee/Het Rozenberghof.

Na hun huwelijk gaan Moeder Kee en Franciskus Schmitz  zich finaal in Kalmthout vestigen.

In eerste instantie wordt het een doorgangswoning in de Driehoekstraat in de omgeving van de pastorij.
 
Maar met de ingesteldheid van een zakenman als Franciscus Schmitz moet er meer op de plank liggen. 

Het wordt een ongelooflijk imponerend Rozenberghof langsheen de oude weg naar 't Hillo. Vandaag zouden wij het Rozenberghof kunnen situeren bij de aanvang van de  Gommaar Van Geelstraat langs de kant van de manège, recht tegenover het gebouw van de " Diesterweg ", met aan de overkant de insprong van de Hollekelderstraat. Maar het oorspronkelijke gebouw is ondertussen al lang vervangen door appartementen en garageboxen.

Franciskus Schmitz laat het Rozenberghof bouwen in 1893. Het wordt een typisch eclectische fin-de-siècle villa.  Achter het Rozenberghof situeert zich in die tijd een prachtig ven waarop men kan bootje varen. Maar Schmitz, die een kolos van een man is, gaat er iedere morgen een duik in nemen. Bij vriesweer slaat hij daarbij het ijs stuk met een bijl. In kalmthout verwerft hij dan ook de bijnaam van “de ijsbeer”.

 

Naast het Rozenberghof als rechtstreekse woongelegenheid investeert Franciscus Schmitz in  Kalmthout nog  in een tweede eigendom. Deze eigendom luistert naar de naam van het of  ons  “ Nestje”.Hij situeert zich volgens enkele bronnen in de Kijk-Uitstraat, links tegenover de erin uitmondende Cuylitshofstraat. De riante uitgebreide woonst die er nu achter het groen der struiken en bomen van het dichte sparren- en schaarbos verscholen ligt was als dusdanig in de tijd van Schmitz nog niet aanwezig. Het zou toen nog zijn gegaan om één of ander klein hoevebouwke langsheen de nu afgeschafte servitudewegel die de Kijk-Uit, toen nog de Lange Nieuwe straat, met de zandwegel, die later de Kinderwelzijnsstraat zou worden, verbindt.

Vooral de grondeigendom zal in het geval van 't "Nestje" voor Schmitz van belang zijn geweest. Gronden gelegen in de omgeving van een steeds belangrijker wordende "ijzeren weg" naar het Noorden enerzijds en de onmiddelijke nabijheid van de Withoefse heide anderzijds laten daar immers geen twijfel over bestaan. 

Het zal vooral heideschilder en natuurliefhebber Emiel Maeyens, één van de volgende eigenaaars, zijn die later de  niet tot de verbeelding sprekende bouwconstructie door bij- en aanbouw zal omvormen tot het imposante gebouw dat er nu nog staat.

Merkwaardig is wel dat ook in de buurt van dit gebouw een ven aanwezig is. Een sportieve Franciskus Schmitz moest klaarblijkelijk, onder alle omstandigheden, in het verfrissend water kunnen springen.

 

Eigendommen verwerven in Kalmthout heeft in de ogen van Franciskus Schmitz trouwens ook nog twee bijkomende goede redenen : eerstens is er de nabijheid van de familie van moeder Kee, maar vervolgens is er ook de spoorweg Antwerpen - Roosendaal - Rotterdam die de Antwerpse metropool  mede in het onmiddellijke bereik brengt, hetgeen ook voor de praktijk van een zakenman – wapenmaker als Franciskus Schmitz niet onbelangrijk is. 

 

Maar helaas, eens te meer slaat het noodlot onverwacht toe. Uit zijn eerste huwelijk heeft Schmitz kinderen die in de Duitse heimat woonachtig zijn. Over hen is in Kalmthout omzeggens niets geweten.Voor één van hen stelt hij zich financieel borg in een belangrijke aangelegenheid. De betrokkene kan echter achteraf zijn verplichtingen niet nakomen en Schmitz moet er voor opdraaien. Zo verliest hij een totaal aan “ hebben en houen “ .

Maar Schmitz is een vechter en daar bovenop een creatief denker. Hij geeft zich niet gewonnen en vat het plan op om met zijn gezin in de Kambuus in te trekken. Niet alleen in de Kambuus intrekken trouwens, maar haar daarenboven om te vormen tot een rendabel logements-,eet- en drankhuis voor een op de Kalmthoutse heide bij de aanvang van de twintigste eeuw snel toenemend aantal heidetoeristen, zodat zijn gezin verder over een valabel levensinkomen zou kunnen beschikken.

Poëzie +
----------
Het Huis (naar Aard Van der Leeuw)
---------------------------------------------
Dit huis heeft de rust van de maagdelijke duinen,
Gebroken, noch verstoord,
Het ligt in het nest van zijn kleurige tuinen,
Al bracht de grond het voort.

En waarlijk, het werd ook gewonnen,geboren,
Een edele kunstenaarsdroom
Bevruchtte als het zaad dat zich menkt met de voren.
Het steenblok  en de boom.

En zo uit die paring, dat innigst verzamen,
is toen de bouw gegroeid
Die nu, tussen boomkruinen, grassen en bramen
Gelijk hun hoeder bloeit.
 
Vaak zit hij uren te turen
In zijn droom, die het schiep
Naar 't blozende dak en de rozige muren,
Alsof zijn kind daar sliep.

Actua +
----------
- De kinderen van de "Kalmthoutse Kindergemeenteraad" konden er niet over zwijgen : "Mijnheer de burgemeester, wanneer komt nu toch die kanjer van een speeltuin waar wij , tussen 't spelen door, een ijsje of een pannekoek kunnen nuttigen"? En burgemeester Lukas Jacobs kon het niet langer aanhoren.Verleden woensdag gebeurde het dan : meer dan 300 kinderen drumden holder de bolder doorheen de nieuw aangelegde droomspeeltuin van de gemeente Kalmthout in het gemeentelijk park van het Strijboshof. En wat de kindjes nog meer enthousiasmeerde : het gemeentebestuur bood hen op die openingsdag een gratis ijsje aan. Ouders en grootouders zijn er steeds welkom met hun kleinsten.Tusen haakjes, er zijn afzonderlijk een peuterzone en een kleuterzone voorzien. 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Volgende zaterdag 1 september 2012 weer een Kalmthouts broodje :
II/13.De keet van moeder Kee/De Kambuus wenkt.                                          Awdoe.

Geschreven door Jan Caluwaerts om 09:52 Reageer op dit bericht

II/13.De keet van moeder Kee/De Kambuus wenkt.

Bij de overgang van de 19-de naar de 20-ste eeuw gaat het snel tussen de Kambuus- en Wilgenduinen.


De zandafvoerders hebben, met uitzondering van de ouder wordende eenzaat,  werkleider Bastin,  de Kambuus verlaten. Bastin heeft met het Kalmthouts gemeentebestuur en de Grote Belgische Centrale nv. afspraken gemaakt om in de Kambuus te mogen blijven wonen.

 

Ook Sus Van Tilburg en zijn familie , inclusief vader en moeder Teysen, verlaten de Kambuus voor de Oude Kroon in de Heidestatiestraat. Hij zal er aan de overkant, tussen de huidige ingang van het Willy Vandersteenplein en de Withoeflei in 1902 één van de eerste hotels van Kalmthout-Heide oprichten : het hotel De Kroon.

 

Bij de familie Schmitz-Teysen echter gaat de gezondheid van Franciskus.plots fel achteruit. Het ondergane faillissement doet hem zeker geen goed. Met een wankelende gezondheid en bezorgd over de toekomst van zijn gezin neemt Franciskus Schmitz nog contact op met de heer Bastin. De gewezen werkleider van de zandafvoerders is voor hem en moeder Kee immers geen onbekende. Hij slaagt er vrij vlug in van de heer Bastin te bekomen dat hij er zich niet tegen zou verzetten dat zijn gezin in de Kambuus mag intrekken. Meer nog, het kan er zelfs een broodwinning  opbouwen  rond de ontvangst van heidetoeristen. Bastin zelf, maar ook schoonbroer Sus Van Tilburg willen mede instaan om de Kambuus daartoe in te richten. 

 

Wel stelt de heer Bastin als uitdrukkelijke voorwaarde dat hij eveneens in de Kambuus mag blijven wonen.

En om de zaak helemaal veilig rond te krijgen doet achteraf ook de Kalmthoutse burgemeester Lucien Bareel zijn duit in het zakje :  voor de grond waar de Kambuus op een betonnen sokkel is ingeplant en de nodige grond daar rond zal de familie aan de eigenaar, de gemeente Kalmthout, een symbolische frank per jaar betalen. Dit contract met de gemeente geldt voor honderd jaar. Wel bevat de overeenkomst een dwingende clausule , nml. dat wanneer de familie of de nakomelingen  er ooit weggaan zij er nooit meer mogen terugkomen.

Zo is de kambuus op weg naar een bestemming van taverne en logementshuis.

 

Helaas de gezondheid van Franciskus Schmitz gaat er op korte tijd zo fel op achteruit dat hij er aan ten onder gaat.

 

Moeder Kee moet het finaal met haar drie kinderen alleen gaan runnen in de Kambuus. Wel kan ze hierbij verder rekenen op de steun van haar familie en van de heer Bastin.

 

Meester Vorsselmans doet in het heemkundig tijdschrift Calmpthoutanië uitschijnen dat moeder Kee in 1902 start met de uitbating  van de Kambuus. Hoogst waarschijnlijk gaat het hier om de officiële registratie van de intrede van moeder Kee en haar kinderen in de Kambuus. Officiële registraties gaan in die tijd immers ontzettend traag.

 

Haar drie kinderen hebben in 1902 de leeftijd bereikt van 20 jaar voor Ben (Benjamin, Richardus,Xaverius Schmitz), 16 jaar voor Dagmar (Maria, Térésia, Dagmar Schmitz) en  11 jaar voor Marie of Mieke (Anna Maria Schmitz). Het hoeft geen betoog dat moeder Kee op die leeftijden ook zeker al heel wat hulp heeft van Benjamin en Dagmar. Voor Mieke wenkt nog steeds de school. Op wie moeder Kee ook nog flink kan rekenen voor hulp bij de uitbating van de Kambuus is op haar jongere zuster Carolina. 

 

Poësie  +

 

(  uit  )  Gesprek voor het inslapen  (Karel Jonckheere)

 

Ach, niet de dood alleen is afscheid van het leven

maar elke droom die sterft maakt ons verkleumd en oud,

en hij die eenzaam is en met het leed vertrouwd

weet dat geen enkele god wat heen is weer kan geven.

Actua +
---------
- Open Monumentendag 2012 ook in Kalmthout ! Het thema luidt dit jaar : Het monument in functie van muziek, woord en beeld. De gemeentelijke cultuurraad en de gemeentelijke cultuurdienst, de muziekacademie Muzarto van Essen/Kalmthout, de Kalmthoutse tekenacademie Pigment en het natuureducatief centrum De Vroente van de Vlaamse gemeenschap zetten hun beste beentjes voor. De Kalmthoutse heide, de voormalige jongensschool van Nieuwmoer, het oude postgebouw op de Heuvel en de oude pastorij "monumenteren" en bejubelen als het ware hun herbestemming in functie van "Muziek, woord en beeld".Open monumentendag 2012 vindt plaats op zondag 9.9.e.k..  Programma en uurregeling : raadpleeg de gemeentelijke nieuwsbrief "Tussen Hei en Maatjes " of de gemeentelijke website " cultuur@kalmthout.be" .

- Tussen haakjes op open monumentendag zullen in het NEC DE VROENTE ook voor de laatste dag nog de muziekboxen functioneren voor de kleinen. En niets is zo aangrijpend als een kind, met een luisterend oor aan de hoorn, plots begint te dansen en te zingen van : " één, twee, drie, vier,hoedje van, hoedje van, één , twee , drie, vier, hoedje van papier ". Zulke spontane levensvreugde van het jonge leven mogen ouders en grootouders zeker niet missen. Naast de open monumentendag op 9.9 e.k. ook nog voor de laatste maal met de kleinen kinderliedjes aanhoren in het NEC DE VROENTE!
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Volgende week weer een Kalmthouts broodje :
II/14. De keet van moeder Kee/Wegwijzers naar de Kambuus.(1)              Awdoe.

Geschreven door Jan Caluwaerts om 13:12 Reageer op dit bericht

Meer van Kalmthoutse Broodjes

↑ Terug naar de berichten