Naar de inhoud

Herinneringen en meningen

van een 90jarige oud-politicus jan verroken
akke.beakke.be
" niemands heer & niemands knecht " !

Archief

Over de Brabançonne

Over de Brabançonne

 

Franse versie: een mooi staatsnationalistisch liefdeslied?

Vlaamse versie:een slecht gecamoufleerd Vlaams strijdlied?

 

 

De tekst die volgt komt uit Wikipedia, met het voorzien voorbehoud:

Wat tussen (  ) staat is persoonlijk.

 

De Brabançonne is het nationaal volkslied van België. Het lied was oorspronkelijk in het Frans geschreven en later werd er ook een versie in het Nederlands en in het Duits geschreven.

 

(Het viel mij op dat er hier spraak is van een “versie” en niet van een vertaling. Hoe oud ik ook ben; ik had daar nooit op gelet. Wie wel?)

 

De Brabançonne werd geschreven door Jenneval wiens echte naam Louis Alexandre Dechet was. Hij was toneelspeler in de Brusselse Muntschouwburg waar in augustus 1830 de Belgische omwenteling begon.

 

(Die eerste Brabançonne was pro Oranje en de opstandelingen “fange”=”vuiligheid”)

 

Volgens de overlevering stelde hij de tekst samen tijdens een samenkomst in het café “L’Aigle d’Or”.In de strijd voor Belgische onafhankelijkheid werd Jenneval gedood.

De bijhorende muziek is gecomponeerd door François Van Campenhout. Jenneval wilde de grieven van de Belgen in enkele coupletten samenvatten en de Koning Willem 1 herinneren aan de verwachtingen van het volk.

 

In 1860 werd de tekst door de toenmalige Belgische eerste minister Charles Rogier aangepast waardoor de heftige aanvallen op de Nederlandse Prins van Oranje, (uit de tweede versie) van Jenneval, werden afgezwakt.

 

In 1926 preciseerde een rondschrijven van het ministerie van Binnenlandse Zaken dat enkel de laatste strofe van de tekst van Rogier als de officiële als de officiële versie van de hymne beschouwd moest worden.

 

( Mijn nieuwsgierigheid: wat stond er dan in die andere strofen?)

 

De huidige Nederlandstalige versie werd pas in 1938 (?) officieel goedgekeurd.

 

(Wat zat daar achter? Waarom zo laat?)

 

Vergelijk de Vlaamse versie van de Brabançonne met de Franse versie. Vergelijk de woorden in vetjes?

 

 

De Franse versie

 

O Belgique, o mère chérie, 

A toi nos coeurs, a toi nos bras,

A toi notre sang, o Patrie!

Nous le jurons tous, tu vivras!

Tu vivras toujours grande et belle

Et ton invinsible unite

Aura pour devise immortelle:

Le Roi, la Loi, la Liberté!

Aura pour devise immortelle

Le Roi, la Loi, la Liberté!

Le Roi, la Loi, la Liberté!

Le Roi, la Loi, la Liberté !

 

De Vlaamse versie

 

O dierbaar Belgie

O heilig land der Vaad’ren

Onze ziel en ons hart zijn u gewijd.

Aanvaard onze kracht en het bloed van onze ad’ren,

Wees ons doel in arbeid en in strijd.

Bloei, o land, in eendracht niet te breken;

Wees immer u zelf en ongeknecht,

Het woord getrouw, dat g’onbevreesd moogt spreken:

Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.

Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.

Voor Vorst, voor Vrijheid en  voor Recht.

 

____________________________________________

 

Vergelijkingen en bedenkingen

 

1)     Als men ze naar het volume van de teksten bekijkt, kan men   zich moeilijk voorstellen, dat ze in dezelfde melodie terecht kunnen. De Vlaamse tekst telt zowat 20 woorden meer en is 25% langer dan de Franse.

 

2) Als men ze naar inhoud en vorm bekijkt?

 

De Franse versie, die ik zowat voor de eerste keer in mijn leven aandachtig onder ogen zie, veel poëtischer. Het is een echt liefdeslied? Het klinkt zo smoor verliefd, dat men de rest van de wereld niet meer ziet.

 

 De Vlaamse versie klinkt meer retorisch, het is een slecht gecamoufleerd oud-flamingantisch strijdlied. De tekst had van iemand als Concience kunnen zijn. Oud-strijders van 1830, nog 100%Belgisch gezind, maar die met lede ogen moesten vaststellen hoe de Francofonie bourgeoisie bezig was met de Vlaamse meerderheid zo te verknechten, en  te koloniseren, dat het niet schoon meer was.

 

3)Als men ze naar het tegenstrijdig woordgebruik bekijkt, moet men ook wel enkele vaststellingen doen, waar niemand kan naast kijken?

 

a)     Eerste tegen strijdigheid.

Belgique, mère chérie > <het heilig land der Vaad’ren

 

België is in de  Franse tekst een zeer geliefde moeder, een “mère chérie”, de band kan toch  niet echter en hechter. En het is bvb voor de Franse Brusselaars nog waar ook. Was de eerste naam van het nationaal lied: La Bruxelloise En m.i.terecht, want zonder Brussel was er wellicht geen België en zonder België geen Fransgedomineerd Brussel

Het Vlaamse en het Waalse landsgedeelte zijn veel ouder dan Belgie, maar zonder Belgie, zeker zonder het bourgeois België van de eerste 100 jaar, was Brussel nu een Vlaamse stad.

In de Vlaamse tekst is Belgie het heilig land der Vaad’ren. Dat is nogal voor-Belgisch en dat land der Vaad’ren klinkt m.i. toch iets minder echt en hecht?

Noteer: in een verdere strofe van die zelfde Vlaamse Brabançonne staat, wat moet verstaan worden als het land der Vaad’ren?  Dat is”Van Haspengouw tot aan het Vlaamse strand”

 

b)     De tweede tegenstrijdigheid.

“unité”> <”eendracht”

 

In de Franse tekst gebruikt men de term “unité” en in de Vlaamse tekst staat “eendracht”en daarvoor moet ge minstens met twee zijn.

Om dit onderscheid te verstaan moet men eerst noteren, dat de tekst door Eerste Minister Rogier werd in 1860 ???

 

Even rondkijken.

In 1856 werd een Koninklijke Commissie opgericht om dat Vlaamse grieven ten onderzoeken.

De Commissie werd voorgezeten door een  Waal Jottrand.

Jottrand blijkt een man geweest te zijn, die open stond voor de Vlaamse zorgen en voor de sociale problemen. Hij maakte zels deel uit van een club met Marx Hij was een van de eerste verdedigers van het algemeen stemrecht, voor hem een van de voorwaarden om een einde te kunnen stellen aan de Vlaamse en sociale problemen.

Hij zou ook de man geweest zijn die in 1830 de Franse vlag, als opstandvlag, liet vervangen door de Brabantse (die de Belgische werd)

De Koninklijke Vlaamse Grieven-Commissie bestond uit 9 vertegenwoordigers, waaronder Conscience en David.

 

Toen de Commissie klaar was met haar verslag, weigerde Rogier, die intussen Eerste Minister geworden was, het verslag te laten drukken, ten gerieve van de parlementsleden.

Daartegen reageerde de Commissie in 1859 met zelf het verslag over de Vlaamse grieven te laten publiceren.

 

Hierop reageerde Rogier, nog in 1859, weer met een tegenverslag, met als kernargument, dat ingaan op de Vlaamse grieven een  gevaar waren voor de “unité” de “eenheid” van het land.

 

De Commissie vroeg immers dat alle officiële personen die in Vlaanderen van dienst waren “ook” Vlaams zouden kennen en dat vooral de onderofficieren en de lagere kaders van het leger, die te maken hadden met de soldaten, “ook” Vlaams zouden kennen en dat men in de pupillenschool van Lier ook het Vlaams zou onderwijzen.

 

Gezien vanuit deze tijd, was dit ongelooflijk weinig, Maar voor de regerende bourgeoisie van die tijd betekende dit een terugkeer naar de Hollandse tijd.

 

Hij had gelijk voor een soort land zoals hij het zag en dat alleen past voor een eentalig land. Maar hij zag niet dat een twee of meertalig land, nood heeft, om de vrede en goede samenwerking, nood heeft aan een aangepaste structuur.

 En de Commissie kon zoveel als ze wilde naar voorbeeld van Zwitserland e.a. verwijzen, dat  was voor hem als boter aan de galg.

En precies in die periode schreef hij een nieuwe tekst van de Brabançonne met daarin zijn “unite”, gebouwd op de complete miskenning van  het Vlaamse feit.

Maar hij had toen nog andere katten te geselen. Nog steeds was de vaart op de Schelde belast met een zware  Nederlandse tol. Om ter zake een redelijke kans te maken moest er iets gedaan aan de toon van wederzijdse verhoudingen. Om te beginnen moesten alle hatelijkheden tegen Oranje weg uit de Brabançonne van toen.

 

Zo werd de Brabançonne van Rogier, met zijn “eenheid” een oorlogsverklaring aan de Vlaamse ontvoogdingbeweging en een liefdesverklaring aan Holland, waaraan hij verder een hele strofe heeft gewijd. Ge moet eens lezen en luisteren naar de derde strofe van de Brabançonne van Rogier:

 

Ouvrons nos rangs à d’anciens frères

De nous trop longtemps désunis

Belges, Bataves, plus de guerres

Les peoples libres sont des amis

A jamais resserrons ensemble

Les liens de fraternité

Et qu’un me^me cri nous rassemble

Le Roi, la Loi, la Liberté.

 

En had hij gekund, het was bij geen liefdesverklaring gebleven, maar de Hollanders hadden er geen oren naar; ze voelden zich veiliger achter een neutraal België.

Ook dat was 1860 met de bedreiging van Napoleon 3 en van het opkomende Pruisen en Luxemburg dat te koop was en Vraag of 1830 geen stommiteit was geweest.

 

En toch is er iets waarvoor de Vlamingen,  de Fransman geboren Belg Rogier, dank verschuldigd blijven,  nl het is tijdens zijn regering, dat de eenheid van spelling werd ingevoerd;

 

 

Deze toelichting is wat lang uitgevallen; maar kon het anders?

 

In de Vlaamse tekst staat “eendracht” i.p.v. “unité”

Voor de Franse tekst van de Brabançonne wonen er in dit land alleen maar Belgen en de enige officiële taal en de taal van de overheid is Frans. Dat staat wel niet in de grondwet;voor het Frans is dat niet nodig. De grondwet is daar alleen voor de Vlamingen, en ze zullen eerst de grondwet moeten veranderen voor zij gelijke rechten krijgen?

Tevoren was het taalgebruik in België vrij, alleen hield de vrijheid van de Vlamingen op waar de vrijheid van de Francofoon begon en die was alom tegenwoordig, niet alleen in Wallonië en Brussel, maar zelfs in Vlaanderen.

Voor de Vlaamse tekst zijn er twee soorten Belgen, Vlamingen en Walen, en het probleem is de “eendracht”

Die Vlamingen vergeten dat de Vlamingen en de Walen maar stiefkinderen zijn van la mère en zelfs veel ouder dan la mère patrie, en dat er ook nog de echte kinderen van “la mère  Belgique”zijn NL de Francofone Belgen; en die staan voor “unité”en die Vlamingen met hun pretentie van gelijke rechten en gelijkbehandeling zijn een vervelende hypotheek op de “unité”

Neen, zegt de Vlaamse versie, het probleem is de “eendracht” tussen de taal en cultuurgemeenschappen, die moeten leren met elkaar en niet naast elkaar te leven, binnen dezelfde grenzen?

Vandaar dat de derde strofe van de VLaamse versie sluit met het Refrein :

Zolang een Belg,’t zij Waal of Vlaming leeft.

Zolang een Belg, ’t zij Waal of Vlaming leeft

Zolang een Belg, ’t zij Waal of Vlaming leeft

 

Voor zekere Francofonen bestaan er geen Vlamingen en Walen en die vervelende woorden komen ook niet voor in de Franse tekst niet voor; Die werden veel later voor het eerst ontdekt door Destrée. Voor de Francofone versie bestaan er alleen Belgen, en de echte Belgen, voor hen, zijn Francofoon.

 

c)     De derde tegenstrijdigheid?

La Loi> <Recht

De Franse versie van de Brabançonne zweert bij de wet, la Loi. Dit

wordt in de Vlaamse versie vervangen  door het Recht. En dat is ver van hetzelfde.

Ten tijde van Rogier, had bijna 90% van de bevolking geen burgerrechten, zeker geen kiesrecht. Dit alles werd voorbehouden voor nauwelijks iets meer dan 1% van de bevolking. De constituante werd verkozen door nauwelijks 30.000 kiezers. De volgende keer werden  zelfs de kwaliteitskiezers uitgesloten, nl degenen die wel hadden mogen kiezen op basis van gedane studies, zonder dat zij zich op  hun fiscale status konden beroepen.

België werd een puur Burkiaanse staat, waar de vooruitgang zich beperkte tot het feit, dat de regering zich niet alleen moest verantwoorden voor de koning, maar vooral het parlement , in dit geval voor een selectie, de top, van “landed  en moneyed men” , de rijkste en de grootgrondbezitters. De wet, la loi, dat was zij en zij alleen.

 

Al de anderen waren louter recht-loze onderdanen of ondergeschikten. Neveneffect: vandaar dat zowel de  sociale ontvoogdingsbewegingen als de communautaire ontvoogdingsbewegingen, buiten het parlement ontstonden en minstens tot 1893 moesten wachten om parlementair, d.i. met impact op de wet en de wet  naar het recht te doen luisteren. Wat daarna vlotter ging met het sociale rechtverwerven dan met het communautaire recht, wegens de industriële massa’s en hun betere syndikeerbaarheid en mobiliseerbaarheid.

Het is ook in deze context dat gij de oproep moet plaatsen die alleen in de Vlaamse versie voorkomt  en niet in de Franse?

Deze alleenstaande oproep luidt:

“Wees immer uzelf en ongeknecht”

 

Overdreef ik wanneer ik stelde, dat de Vlaamse versie van de Brabançonne een slecht gecamoufleerd flamingantisch strijdlied was? Vervang het woord België door Vlaanderen en ge zijt er beter aan toe dan met de Vlaamse Leeuw.

Voor wanneer een echt gemeenschappelijk nationaal lied?

Laten wij onze geschillen thuis uitvechten, maar niet over de hele wereld uitdragen o. a. via de podia van alle mogelijke sportmanifestaties.

Zolang wij geen echt gelijkwaardige tvankst voor het ganse land kunnen voorleggen ‘is there something wrong in this country’

En zingen we beter iet anders.

(Vriendschappelijk opgedragen aan de Heer Leterme.)

 

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door jan verroken om 10:41 Reageer op dit bericht Stuur door

Alain Destexhe senateur MR

le Mouvement Flamand Expliqué aux Francophones

Le mouvement flamand a joué un rôle fondamental dans la transformation de la Belgique. Pour comprendre la position flamande sur Bruxelles, les ("facilités" et BHV), il est nécessaire d'en revenir à I'histoire. Or, cette histoire tellement actuelle, peu de francophones la connaissent.

La frontière Iinguistique, I'unilinguisme en Flandre, le bilinguisme intégral à Bruxelles : toutes ces revendications plongent leurs racines dans le mouvement flamand qui naÎt après 1830.

Saviez-vous que la traduction officielle de la Constitution ne date que de 1967 ? Que I'université de Gand n'est devenue flamande qu'en 1930 ? Que le mouvement walion est né à ... Bruxelles, Gand et Anvers en réaction aux revendications flamandes et que ce sont les francophones qui se sont opposés au bilinguïsme de la Belgique ? Aujourd'hui, en Flandre, les revendications des " flamingants " ont gagné tous les partis.

Une histoire du mouvement f1amand de 1830 à nos jours pour mieux comprendre la crise actuelle.

Alain Destexhe est sénateur MR et député bruxellois. Ex-secrétaire général de Médecins Sans Frontières, universaliste, il s'efforce de maintenir des ponts entre les communautés de notre pays.

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jan verroken om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Tien vragen - tien antwoorden.

Tien vragen, tien antwoorden.

 

 

1) Wat was er zo belangrijk aan Leuven Vlaams?

2) Wat moet er gebeuren met BHV?

3) Wat denkt gij over de Europese Unie?

4) Wat denkt gij over de veroordeling dor de Raad van             

Europa?

5) Hoe ziet gij de Vlaamse identiteit ?

6) Wat is uw mening over de relatie Brusselaars, Walen en Franstaligen?

7) Wat is uw mening over Brussel?

8) Of ik pessimist ben?

9) Of dit geen valse problemen zijn waar niemand van wakker ligt?

10) Of ik dan een oplossing heb?

 

Al deze vragen werden mij via email gesteld.

 

Hoe zoudt gijzelf deze vragen beantwoorden?

 

----------------------------------------------------------------

Hier mijn antwoorden

 

 

1) Wat was er volgens u zo belangrijk aan  Leuven Vlaams?

 

Vind gij het niet normaal dat die Franse universiteit in haar eigen taalgebied zou gevestigd worden. Dit betekende niet alleen een  grote aanwinst voor Wallonië maar ook voor het Vlaamse landsgedeelte, dat hiermee verlost werd van nooit aflatende wrijvingen, misverstanden en  onruststokerij.

 

Het spijt me ten zeerste, dat zulks niet kon gerealiseerd door een rustig, vriendelijk en constructief en Christelijk dialoog onder Christenen als een unieke win/win operatie.

Ik ben er thans gelukkig om dat de verstandhouding en de samenwerking tussen de twee universiteiten veel beter loopt, dan ooit tevoren.

 

Ik ben daarbij zeer tevreden dat terzelfder tijd, de zelfstandigheid van de VUB een feit werd?

 

Ik moet de eerste pleidooi nog horen, zowel te Leuven zoals te Brussel,  voor een terugkeer naar de vroegere toestand ?

 

2) Is er een oplossing voor BHV.

 

Mijn voorkeur gaat naar een oplossing binnen de regels van de Grondwet en aanpassing van de grenzen van de kiesdistricten aan de Gemeenschapsgrenzen en bij voorkeur

Le retour à l’ordre naturel des choses

a) als Waals kiesdistrict, Waals Brabant + Brussel

b) als Vlaams kiesdistrict, Vlaams Brabant = Brussel

Noteer: de situatie  in eenklank brengen met de grondwet gaat met een gewone meerderheid, daarvan afwijken eist een speciale meerderheid,inbegrepen een dubbele, meerderheid.

 

 

3)  De Europese Unie

 

Laat ze rustig veder evolueren stap voor stap, naar een stevige Europese Confederatie.

Het is puur tijd en energie verloren om naar een federatie te streven.

O.a. de Engelsen zult ge nooit meekrijgen, ze zijn al te zeer gebonden aan hun Gemenebest en dit bestaat alleen in functie van Engeland, of beter van het U.K. De rest van Europa heeft daar niets mee te maken. En de Engelsen zouden het niet nemen indien de rest van Europa zich met het gemenebest zou gaan bemoeien.

 

4) Wat denkt gij over de veroordeling door de Raad van  Europa?

 

De Raad van Europa is de Europese  Unie niet, maar een ruimer los verband. B) deze instantie is niet bevoegd om ons te veroordelen,.

 Niemand kan zinnig en constructief oordelen over de Belgische Communautaire problemen, wanneer hij de ganse wordingsgeschiedenis van de communautaire problematiek in dit land niet kent, en niets weet over het tot stand komen van de taalwetgeving van de jaren 60. waarbij men uiteindelijk aanvaard heeft, dat in Vlaanderen dezelfde regels zouden gelden, zoals die in Wallonië ononderbroken werden toegepast sinds 1830 tot vandaag? Noch min noch meer.

 

Dat een zekere Francofonie de Raad van Europa, een verzameling onbevoegden, als klankbord zoekt te gebruiken kunnen wij niet beletten, maar ik wacht vol nieuwsgierige spanning op hun uitleg, waarom integratieregels  die onafgebroken voor Wallonië gelden, daar goed en in Vlaanderen slecht zouden zijn.

 

Indien België naar een regeling met eentalige  gebieden is  geëvolueerd, dan was dit 100% de Waalse keuze.

De Vlamingen, ja de Flaminganten hebben steeds geijverd voor meer tweetaligheid?

Maar er kan in dit land, vanwege het centraal bestuur, niet langer spraak zijn van twee verschillende maten en gewichten. Het is hoog tijd dat men stopt met de eeuwig compromitterende compromissen op de rug van de Vlamingen en dat men in de plaats daarvan gaat zoeken  naar een eerbaar ver-“gelijk”

 

Veel belangrijker dat een onrijp advies van de Raad van Europa is, dat de taalwet destijds werd goedgekeurd door het Hof van de Rechten van de Mens te Straatsburg , met alleen een misverstand over de vraag of het arrondissement van de randgemeenten deel uitmaakte van het Vlaamse Gewest, wat sindsdien wettelijk en grondwettelijk werd bevestigd.

 

Een Zwitserse onderzoeksgroep moest wel vaststellen dat België, met een Vlaamse meerderheid, thans feitelijk paritair bestuurd wordt.

 

Zolang een Francofone kaste, die in België een sociale taalgrens in het leven riep tussen hen en het zogeheten gewone volk en op basis van nauwelijks iets meer dan 1% kiesgechtigden,zolang die kaste Francofones de Flandre, het staatsburgerschap monopoliseerde, werden wij,op sociaal en communautair gebied,  bestuurd als een wingewest, zoniet als een kolonie.

Wij moeten hiervoor niet met de vinger wijzen naar Wallonië en Brussel; sinds 1830 kwam de parlementaire meerderheid steeds uit Vlaanderen?

 

----------------------------------------------------------------------------

 

5) Over mijn identiteitsgevoel?

 

Wat mijn identiteitsgevoel en de Vlaamse cultuur- eigenheid betreft, dat is voor mij nogal een gelaagd begrip, in zijn geheel het resultaat allerhande historische wederwaardigheden, herinneringen binnen de grenzen van een bepaald grondgebied dat men vrij recentelijk  Vlaanderen is gaan noemen en waar ik mij, tegenover de bevolking ten zeerste betrokken voel en verantwoordelijk in de mate van  mijn mogelijkheden.

Het is een van mijn vuistregels: met alle respekt voor de koning en de staatslieden, maar zij zijn mijn Vaderland niet; ” Mijn Vaderland dat zijn de Mensen”

 

6) Wat is uw mening over de relatie tussen Francofone Brusselaars, Walen en Franstaligen?

 

 

 

 

 

Wat de relatie tussen de Francofone Brusselaars, Walen en Franstaligen betreft daar ben ikzelf zeer nieuwsgierig naar. Ik heb de tijd nog meegemaakt dat een Francofone Brusselaar het een belediging van voor Waal genomen te worden en dat wij ons meer op ons gemak vonden  tegenover een Waal, die toen nooit zou aanvaard voor Brusselaar genomen te worden. Wij wensen de Walen al het goede dat wij aan Vlaanderen wensen.

Wij hopen van hen, dat ze zich uiteindelijk niet zullen laten mobiliseren om aan Vlaanderen regels te laten opdringen, die ze zelf nooit hebben aanvaard, zolang België bestaat.

Wat de Franstaligen in het algemeen betreft, dat zijn ook mensen. Ik heb er alleen last mee wanneer ze de Vlamingen van uit de hoogte bekijken of zich als kolonisten gedragen.

 

7) Mijn mening over Brussel?

 

Maar Brussel is voor mij een amalgaam geworden, waar  de gewezen Belgen nog nauwelijks de helft van de bevolking uitmaken en ik volg nieuwsgierig hoe ze daar mee omgaan.

Maar wat Brussel betreft voel ik mij in de eerste plaats verbonden met het Vlaamse bevolkingsdeel en met de politiek van de Vlaamse Gemeenschap aldaar.

 

Ik wil niet veralgemenen, want veralgemenen is liegen, maar een groot deel van de communautaire misverstanden in dit land werden vooral door een zekere Brusselse Francofone zelfgenoegzaamheid verwekt, ze functioneerden als eeuwige splijtzwam en ze aarzelden nooit daarvoor de nationale symbolen te misbruiken. Ze hebben al te veel en al te dikwijls de Belgische Vlag en de Francofone versie van de Brabançonne misbruikt om de Vlaamse ontvoogdingsbeweging te beschadigen

 

Overal in de wereld kan een politiek van imperialisme en  beroep op kolonisten alleen tot politieke miserie leiden? Waarom zou het anders zijn in België ingevolge dat eeuwig herbeginnen met le tres grand Bruxelles en het kolonisme  in de Rand. Als België ooit uiteenvalt dan zal dit vooral hun verdienste zijn.

 

8) Of ik een pessimist ben?

 

Of ik pessimist ben ? Ik weet het niet.

Ik kijk altijd terug naar de tijd van de taalwetten en de grondige voorafgaande besprekingen in de parlementaire commissie van de Kamer, waar iedereen nieuwsgierig naar mekaar luisterde  . Een historisch feit, in een commissie waar de stemgerechtigde meerderheid uit Francofonen  bestond en onder leiding stond van twee Francofone Ministers.

 

Helaas moest, ook toen, une certaine Francofonie het feest bederven en in de soep spuwen met die onuitvoerbare rommelimprovisatie voor de rand.

Zolang België bestaat hebben de ontelbare Vlamingen die zich in Wallonië vestigden zich moeten aanpassen, werd zelfs het Vlaams  als tweede taal in onderwijs geweigerd? Waar haalt men het moreel recht vandaan om voor het Vlaamse landsgedeelte andere regels te claimen dan voor Wallonie? Waar halen zij het recht om te stellen, dat er in Vlaanderen plaats moet gemaakt voor kolonisten?

 

Er is m. i. maar een goed samenlevingsmodel voor België nl. gelijkheid en wederkerigheid tussen Vlaanderen en Wallonië en een hoofdstedelijk gebied  waar ze zich gerespecteerd weten en zich kunnen thuis voelen.

 

9) Of dit geen valse problemen zijn waar niemand van wakker ligt?

 

Ik ken dat oud liedje over de “valse problemen”. Weet ge wat  “valse problemen”  zijn in dit land? Dat zijn de problemen van de anderen. En dan verschiet men dat Vlaamse kiezerskorps iets meer dan vermoeid optreedt, dat van langs om meer Vlaamse mensen het beu worden  en nu reeds 45% kiest voor een zelfstandig Vlaanderen, los van België?----

  en dat in een land waar,volgens sommige zeer geleerde specialisten, geen 5% van de bevolking  wakker ligt van de communautaire problematiek? Wat als het 10% wordt?

 

10) Of ik daarvoor een oplossing ken?

 

 

Wanneer gaat men zich eens zakelijk ernstig bezinnen over art. 35 van de Grondwet en positief samen bekijken wat wij samen moeten en kunnen doen, zonder dat de ene zich door de andere bevoogd weet.

Zoals iedereen kan zien, ik ben met deze idee niet eens origineel.

Al de rest lijkt mij tijdverlies, zoniet louter vluchtmisdrijf.

 

Toegegeven dat procedureel de grondwettelijke lat hiervoor zeer hoog gelegd werd en de voorafgaande realisatie van een positief en constructief gespreksklimaat veronderstelt.

De vraag is: kan dit zonder nog een voorafgaande scherpe crisis?
cfr Leuven?

 

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Geschreven door jan verroken om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Mijn Vaderland

 

      Ik ben voorstander

 

 Van Art. 35 van de grondwet,     

 

Van een Verenigd Koninkrijk België

 

      met Brussel als Hoofdstad.

 

 

Noteer dat Vlaanderen in 1970,  bij het tot stand komen van de cultuurraden, lijk de Walen, ook uit Brussel weg wou. De Walen kozen als hoofdstad Namen en de Vlamingen Mechelen.

 Ik behoorde tot degenen, die terug wilden naar Brussel.

Ik ben niet tegen Brussel, maar ik wel tegen een anti-Vlaams Brussel. Ik ben niet tegen de Francofonen, maar wel tegen Francofonen, die er van uitgaan dat het koloniaal tijdvak van Vlaanderen nog steeds niet voorbij is.

 

Mijn oplossing voor België is bovendien 100% grondwettelijk.

Ze staat reeds in de grondwet geformuleerd in art 35;

Het werd goedgekeurd  door meer dan 2/3 van de stemmen en met meer dan de helft van de stemmen in beide taalgroepen.

 

En alle ministers en alle parlementsleden in functie hebben  publiek de eed afgelegd, die luidt als volgt:

 

“Ik zweer de grondwet na te leven.

 

En wat zegt art.35 ?

 

De federale is slechts bevoegd voor die aangelegenheden die de Grondwet en de wetten, krachtens de Grondwet zelf uitgevaardigd, haar uitdrukkelijk toekennen.

De Gemeenschappen of de Gewesten zijn wat hen betreft, bevoegd voor de overige aangelegenheden en op de wijze bepaald door de wet.  Deze wet moet worden aangenomen met de meerderheid bepaald in art.4 laatste lid

 

En wat staat in  art.4, laatste lid?

 

De grenzen van de vier taalgebieden kunnen niet worden gewijzigd of gecorrigeerd dan bij een wet, aangenomen met de meerderheid van stemmen in elke taalgroep van elke Kamer, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van elk taalgroep aanwezig is en voor zover het totaal van de ja-stemmen in beide taalgroepen  twee derden van de uitgebrachte stemmen bereiken.

 

Niet gemakkelijk, maar de moeite waard. 

Het kan pas als alle kampen terug met hun voeten op de grond staan. Hopelijk zonder voorafgaande grote of rampzalige institutionele crisis.

 

Mijns inziens wordt het dat of de scheiding. Ik kies voor art. 35, het zogezegd confederaal model.

 

Er bestaan geen buitenlandse modellen? Juist, maar er bestaat ook maar één België, Het is een oplossing sui generis

 

Er bestaan ook geen buitenlandse modellen van het zogeheten  Belgisch federalisme, een federalisme zonder hiërarchie in de wetgeving?

 

En dat is goed voor België en daarover gaat het ?

Alleen zijn de bevoegdheden van de Gewesten niet groot om nog beter te kunnen  garant staan voor alle materiële zorgen van de Vlaamse mensen.

 

Noteer mijn  vaderland dat zijn niet de partijen of de ministers of de Koning, In een goed bestuurd land zijn dat, voor mij, de dienaars van het algemeen belang van de mensen van de mensen die dit land bewonen, maar zij zijn niet mijn vaderland.

Mijn vaderland dat zijn de mensen?

 

Wellicht draaien de bestuurders, op zijn Belgisch, nog een tijd rond de pot, maar daar zijn m.i.-als de crisis lang genoeg geduurd heeft, of als de eeuwige treuzelaars het land volledig geruïneerd hebben, maar twee duurzame oplossingen, nl. een soort

confederalisme of separatisme.

 

Jan Verroken

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door jan verroken om 11:54 Reageer op dit bericht Stuur door

Was het verzet tegen Egmont geen vergissing?

 

 

 

 

 

 

 

 

Was het verzet tegen Egmont een vergissing?

 

Of het is niet waar dat Egmont helemaal dood is.

 

Deze vraag wordt de laatste tijd veel gesteld en dan meestal beperkt tot het verzet tegen het inschrijvingsrecht.

 

Met het inschrijvingsrecht wilde men aan de Francofonen die in Vlaams Brabant woonden en zich niet wensten met de Vlaamse gemeenschat samen te leven (zich niet wilden integreren) het recht geven om zich fictief te domiciliëren in een hoofdstedelijke gemeente, teneinde hen de mogelijkheid te geven bij verkiezingen voor een francofone lijst te stemmen.

En ik geef graag toe, dat ik die bedenking zou kunnen delen indien men er toen had bijgevoegd, dat zulks geen negatieve invloed zou gehad hebben op de verhouding van het aantal Vlaamse gekozenen binnen de agglomeratie, zoals men later gedaan heeft met de Europese verkiezingen, wat Vlaams Brabant betreft. Maar dat was  niet het geval? Dat is één.

 

En twee. In mijn verzet tegen Egmont heb ik nooit naar het inschrijvingsrecht verwezen; dat was eerder het punt van de Brusselse Vlamingen; En ze hadden in de context van toen gelijk.

 

Het Egmontpakt

 

Maar vooraf nog dit. Ik heb, bij de in-overwegingneming van het Egmontontwerp door de Kamer, niet tegengestemd maar mij onthouden. Ik stemde niet voor om andere grieven dan het inschrijvingsrecht en niet tegen omdat daar ook veel positieve perspectieven instaken.

 

Bij elk communautair disput, stelde ik mij steeds de vraag: moest een gelijkaardig probleem zich in Wallonië stellen, hoe zou men daar reageren en waarom moeten wij altijd als extremisten en nog veel lelijker gescholden worden, als wij precies hetzelfde doen wat zij, in ons geval, zouden doen?

 

Dat een eerbaar vergelijk mogelijk is blijkt uit de taalwet; zoals die uit de parlementaire commissie gekomen is? Een commissie waarin de meerderheid van de stemgerechtigde leden Francofoon waren en een commissie onder leiding van twee Francofone Ministers nl. Gilson en Larock.

Ongelukkiger wijze kwam daarna Hertoginnedal en de aloude Belgische traditie wou, dat de staatslieden daar eerst nog een paar ezelsoren moesten aan naaien. Of om een beeld van vader Eyskens te gebruiken; dat men een paard in een kemel omtoverde.

Het heeft Minister Gilson niet geholpen; de volgende verkiezing werd hij, voor de rest van zijn leven, van de Brussels francofone lijst geschrapt.(over extremisme gesproken?).

 

Wat mij dan wel bezonder dwars zat? Laat mij mijn verhaal doen, in telegramstijl.

(Het zal toch nog lang genoeg uitvallen.)

 

Het Egmontpakt kwam tot stand op een maandag. De dinsdag ben ik, zonder enig vooroordeel, in de Tweekerkenstraat, het partijhoofdkwartier. Een onderhandelaar zegt mij dat er nog geen tekst bestaat? Het liep er zo af dat hij mij stond te beliegen; ik zat lelijk in nesten. Ik was toen hoofdredacteur van een gewestelijk weekblad De Ronsenaar,

 het Weekblad der Vlaamse Ardennen. Ik stelde me voor dat de lezers verwachtten, dat ze bij het eind van de week iets over het pakt zouden vernemen.

Op mijn terugweg naar het station kom ik voorbij het huis van de parlementaire redactie van De Gazet van Antwerpen. Daar zetelt Karel De Witte, een man van één stuk.

Een kopje koffie kan geen kwaad.

Zijn antwoord: wij hebben het stuk, onder voorbehoud van “embargo tot zaterdag” Dat betekent dat we voor zaterdag niets publiceren.

Zaterdag is de dag waarop alle betrokken partijen congresseren met uitzondering van VU. Daar hoefde geen tekeningske bij. De VU met de rug tegen de muur. Hun affiches hingen hier en daar nog aan de muren;”gedaan met geven en toegeven” Zou het buigen of barsten worden?

 En Karel, als ik er mij toe verbindt dat er voor zaterdag niets verschijnt? Afgesproken, maar uw artikel verschijnt dan ook tegelijkertijd in De Gazet van Antwerpen. Wat mij dwong de tekst dubbel aandachtig te lezen?

 

Donderdag: Gemeenschappelijke vergadering van CVP Senatoren en Kamerleden om het congres van Zaterdag te Gent voor te bereiden.

 

Een goede uiteenzetting vanwege de onderhandelaars. Quasi geen vragen uit de vergadering. Niemand vraagt naar de tekst van het akkoord. Het zou zeker iedereen verwonderd hebben indien ik ook mijn vraagje niet had gesteld. Het was niet mijn bedoeling daar zwaar op te wegen; het was nog geen wetsontwerp en wellicht zou iedereen scherper gaan kijken na de Congressen. Ik wou toch wel weten of er andermaal geen grondige wijzigingen voorzien waren aan de taalwet, waarop ik een antwoord kreeg, dat de ganse vergadering moest gerust stellen. Ik wou het wel zeker weten en las een paar zinnen uit het pakt voor.

Dat was er teveel aan. Niet alleen om de inhoudelijke vraag, maar: hoe komt het dat wij geen tekst hebben en sommigen wel. Het groeide uit tot een verontwaardiging en grote namen voelden zich als kleine kinderen behandeld. Men eiste de  schorsing van de vergadering tot iedereen in het bezit zou zijn  van de tekst van zogeheten pakt. Bezorg ons de tekst en diensten van de senaat zullen wel klaren, dat wij snel allemaal een tekst hebben.

En zo geschiedde. Van veel discussie kwam er echter niet veel meer in huis. Iedereen wou kennelijk eerst de tekst gelezen hebben. De tekst verdween in de binnenzak of in de boekentas. Ze zouden hem thuis eens rustig lezen in het vooruitzicht van het Congres van aanstaande zaterdag..

 

Op het Congres van Gent

 

Op de parlementairen na kende niemand de tekst. En dat zal wel bij alle congressen van de andere betrokken partijen zo geweest zijn om de risico4s van de gedocumenteerde kritiek zo klein mogelijk te houden. Op het congres van Gent kreeg ik ruim de tijd om mijn argumentatie te ontwikkelen voor een aandachtig publiek.

 Een paar goedmenende collega’s susten dat het maar om voorlopige teksten ging en nog niet over wetteksten, dat in de tussentijd nog veel mogelijk was. Anderen vonden dat ik wel mijn best gedaan had, maar dat het toch aan ons niet was om het akkoord op te blazen; dat moesten maar liever overlaten aan de partij met de slogan: “gedaan met geven en toegeven”? En die zouden pas morgen congres hebben?

 

Ik geniet wel de faam van een zeer goed geheugen te hebben, maar wat mijn argumentatie van toen was, daarvoor zou ik mijn tekst moeten terug vinden en die zit sinds enkele jaren in het archief te Antwerpen of te Leuven. Wat ik wel weet dat ik geen woord over het inschrijvingsrecht heb gerept, dat liet ik liever aan de Brusselse Vlamingen.

In ieder geval stemde toen meer dan een vierde van de stemgerechtigden tegen het akkoord. Niet overrompelend maar in de context van toen, toch een niet te miskennen signaal.

 

Het Egmont wetsontwerp voor de Kamercommissie.

-       Het was de tijd van de karwats en het aquarium-

 

Het pakt geraakte, met de “karwats”  toch ook door het congres van de VU,waar men aanvankelijk  de gevolgen op langere termijn heeft onderschat. Dit zou het begin van het einde inluiden voor de VU of beter voor de versplintering ervan.

 

En eindelijk kwam men ook klaar met de vertaling van het pakt in een wetsontwerp. Zou de junta van de partijvoorzitters er eveneens in lukken  dit eveneens door het parlement te jagen? Of zou het parlement voldoende zelfrespect opbrengen en willen en durven stellen: wij en niemand anders zijn bevoegd voor de wetgevende macht? Of gaat het zich echt laten muilbanden,deze keer niet door de uitvoerende macht; maar door een officieuze van  club partijvoorzitters, die al gauw in de wandelgangen de bijnaam kreeg van de Junta.

 

Er werd wel een buitengewone speciale parlementaire commissie opgericht. Dit was geen nieuwigheid. Het was de regel dat een dergelijke zou voorgezeten door de voorzitter van het parlement,  die meestal na de openingsvergadering, zich liet vervangen door de, in de te behandelen materie, meest beslagen ondervoorzitter.

Op dat ogenblik was ik eerste ondervoorzitter. Ik zou het erg gevonden hebben, als voorzitter niet aan de commissie debatten te kunnen deelnemen.

 Maar ik vond het wel grof, dat door de aanduiding van een lid van junta van de partijvoorzitters, men als het ware het parlement wou muilbanden.

Ik moet hier wel direct aan toevoegen, dat zulks niet het geval is geweest, integendeel.

 

Het aquarium

 

Men had er immers iets anders op gevonden. Men zou de parlementsleden zolang en zo dikwijls laten tussenkomen als

Ze het zinvol vonden, maar de makers van het pakt zouden niet deelnemen aan het debat, niet reageren en op niets en aan niemand antwoorden.

Het komt me voor dat er niet veel verbeelding  nodig is om te begrijpen hoe provocatief dit werkte. Achteraf kan men wel invullen,dat zulks gebeurde om te vermijden dat er tegenstrijdige uitleg zou gegeven worden, waarna men de ene tegen de andere zou kunnen uitspelen. Het was al risicovol genoeg dat men de toelichting overliet aan een minister en aan een staatssecretaris,die de totstandkoming van het pakt niet hadden meegemaakt.

 

Tegenover de vergadering sloegen de aanwezige juntaleden

Een gek figuur; soms  zag men wel hun mond opengaan maar er kwam geen geluid uit, zo lijk bij de vissen in een aquarium. Het werd dan ook al gauw mondgemeen: wij gingen niet naar de vergadering, maar naar het aquarium.

Hun zwijgen had natuurlijk het averechts effect.

 

Andere methodes waren, dat men de zogeheten besprekingen liet doorgaan in volle zomervakantie. Wie weet konden de parlementsleden zo mede onder druk komen te staan van hun gezin. dat met vakantie wou ?

Het begon aanvankelijk met dagenlange vergaderingen   om te eindigen in de ene nachtvergadering na de andere.

 

Een parlementair verslag dat beperkt werd tot 600 blz.,

Met het volume van een dikke telefoonboek.

 

Er waren natuurlijk veel soorten van tussenkomsten:tussenkomsten ten gronde en er werd ook een heel stuk gefilibusterd, meestal van uit de oppositie zo als dit in alle parlementen ter wereld gaat. Er werd gepleit van uit een conservatieve hoek,  vanuit Waals, Brussels en Vlaams standpunt. Vanuit de oppositie waren vooral de liberalen aan zet en dan nog, niet bepaald het soort dat bekend stond voor zijn Vlaams reflex. Met het gevolg dat men mij er ook op wees. Waarop ik slechts een antwoord had: “ Als de kiekens het snot in de kop krijgen, helpt alleen nog blauwen alluin”

Wat mezelf betreft , ik heb wel geen 500 amendementen ingediend, maar toch een heel pak. Stuk voor stuk heb ik ze eerst kritisch laten bekijken door een paar Vlaamse collega’s uit de eigen partij die zich voorlopig wel onderworpen aan de partijdiscipline,  

Zo herinner ik mij dat ik, gedurende enkele  dagen, gans het wetsontwerp heb doorwerkt en amendementen heb geformuleerd, samen met e,en socialist Michiel Vandenbussche, die ik nog kende uit tijd van Leuven Vlaams en die later soialistish volksvertegenwoordiger werd o.a. in het Brussels parlement.

 Het was niet mijn  gewoonte om onbeslagen, onvoorbereid en ongecontroleerd  op glad ijs te gaan. Via mijn contacten met anti-Egmonters kan ik ook getuigen dat het vals is te stellen dat het verzet hoofdzakelijk gedragen werd door louter taalflaminganten, integendeel vele autonomisten reageerden uit vrees dat men langs de ingeslagen weg zou vastlopen  en zij konden niet overweg met de geheimdoenerij, de zelfgenoegzaamheid en de dwangmentaliteit van de Egmonters.

 

Een echt parlement heeft niet alleen het recht,maar de heilige plicht te weten waarover het gaat, alvorens het aan om het even welke maatregel zijn goedkeuring geeft. Een echt parlement heeft niet het recht katten in zakken te kopen, noch te verkopen.

 

Lees het rapport, als ge echt nog wilt weten.

 

Als ge echt wilt weten en de discussie hierover wilt heropenen,  herlees dan eerst het parlementair verslag.

Maar is er wel een valabel verslag? Het werd opgesteld door een notabel VU-lid Baert en er bestaan alleen een beperkt aantal proefdrukken van, in eerste instantie bestemd voor de leden van de parlementaire commissie. Maar die kwam nooit tot het proeflezen en dus niet tot de  goedkeuring.

Ik heb mijn exemplaar al ,een tijd geleden geschonken aan de heerVerdoodt en het berust dus in vrede in het Vlaams archief te Antwerpen. Het ligt daar trouwens niet alleen. Daar heb ik ook een pak volledige stenografische verslagen kunnen bijvoegen, waarover ik kon beschikken dank zij Fernand De Bondt, destijds Staatsecretaris voor de Hervorming van de Instellingen, wat  mij moest toe laten het ontwerprapport kritisch te lezen.

Ik moet er wel nog aan toevoegen, dat de junta van partijvoorzitters, buiten de parlementaire vergadering nog een poging gedaan heeft om hun oorspronkelijk dictaat nog enigszins bij te sturen, o.a. door de akkoorden van Stuyvenberg, die mee in de Parlementaire Commissie verwerkt werden.

 

BHV een kwalijke nageboorte van Egmont

 

En wie scherp achteruit wil kijken zal ook moeten toegeven  dat de huidige BHVmiserie een kwalijke rest is van de Egmontaffaire. In Egmont hadden het alternatief aanvaard: Ofwel Franse lijsten in Vlaams Brabant, ofwel het inschrijvingsrest

In dergelijke debatten is er maar één goede vuistregel, nl: Hoe zouden den Walen reageren, indien zij ooit,wat Wallonië betreft, met een gelijkaardig probleem zouden geconfronteerd worden?

Een dergelijk debat zou geen vijf minuten duren.

 

 En waarom is voor Vlaanderen goed wat voor Wallonië niet goed is?

Waarom steeds twee maten en twee gewichten?

Waarom verwaarloosd men systematisch te vergelijken om zo tot “een eerbaar vergelijk” te komen in plaats van die eeuwige compromitterende compromissen?

 

Een voorbeeld van Waalse reactie in vergelijkbare omstandigheden

 Voorafgaand aan Hertoginnedal kwam Theo Lefevre naar de Vlaamse CVP-fractie met het voorstel om acht Vlaamse gemeenten bij Brussel te voegen.

Hem werd geantwoord daar ook drie Waalse bij te voegen, dit op basis van de kiezerslijsten, waar toen nog de geboorte plaats van de kiesgerechtigden in voorkwam en waaruit bleek dat in die gemeenten een 20% inwijking werd vastgesteld.

Resultaat? De dag daarna was het ganse aanhechtingsvoorstel van de tafel verdwenen?

Wel kwamen op de volgende kiezerslijsten de geboorteplaatsen ?

Wanneer gaan eens de regel leren toepassen: “Fas est ab hoste doceri” Wanneer gaan we eens bij de Walen naar school gaan? En een definitief einde stellen aan de politiek van twee maten en twee gewichten. Het is daaraan dat België kapot gaat.

 

Terug naar BHV, de kwalijke nageboorte van Egmont

Noteer; in België bestaat er al lang geen Belgisch parlement meer maar wel een bicommunautair parlement.

 De Francofonen waren eisende partij in functie van een grendelgrondwet, dubbele meerderheden enz. Probeer dat eens ongedaan te maken? Ge zult ze zien steigeren?

 

Een logisch en grondwettelijk gevolg was dat de kiesdistricten

moesten georganiseerd binnen de Gemeenschapsgrenzen.

En wat gebeurd er?

Kort na het terzielegaan van Egmont krijgen wij de eerste Europese verkiezingen.

Tot voor kort waren de Provincies de basiseenheid. Gezien er deze keer  waren er slechts twee kiesdistricten voorzien, een Vlaams en een Frans . Het Frans kiesdistrict omvat Wallonie en Brussel, zegge binnen de Gemeenschapsgrenzen. En normaal zou men een voor Vlaanderen  dat het kiesdistrict mogen verwachten binnen de Vlaamse Gemeenschapsgrenzen,blijft nl. Vlaanderen en Brussel

Strikt genomen moet men Halle Vilvoorde niet splitsen,ook grondwettelijk niet; men moet alleen de kiesdistricten aanpassen aan de Gemeenschapsgrenzen.

 

Men had eens Waals Brabant bij het Vlaams kiesdistrict voegen?

 

Ten tijde van de Cultuurraden werd en twee keer, door het spel van apparentering binnen Brabant, een Vlaming verkozen in de Waalse raad. Ze zijn er nooit binnen gelaten, maar er manu militari uit geweerd en geen haan die erover kraaide?

 

En toen heeft in stilte,de Walen het kiesdistrict Brabant gesplitst? Geen sprake van compensatie of andere gehelen?

 

 Maar voor Vlaams Brabant moest men de gemeenschapsgrenzen overschrijden, niet met Brussel,

maar met Wallonië en het is daar dat het schoentje nijpt?

 

En daar was geen ander achterscherms argument voor dan het verwerpen van Egmont en meteen van het inschrijvingsrecht?

Ik ben toen nog wel naar de tribune gestapt om de Vlaamse collega’s erop te wijzen dat ze bezig waren met een verminkt Vlaanderen naar Europa te gaan, dat De Walen, en terecht!!, nooit zoiets zouden aanvaarden.

Maar de Vlamingen waren crisismoe. Ik heb toen enkele reacties genoteerd zo in den aard van – het begint altijd zo-: ge hebt ten gronde gelijk MAAR ziet dat de regering valt? En dat verandert toch niets aan het aantal Vlaamse gekozenen, dat ligt toch al vast in de wet, én degenen die voor een Franstalige lijst stemmen zouden toch niet voor ons stemmen enz. In een woord, ze waren crisismoe. Zelfs op VU-banken bleef het deze keer muisstil. Ook daar was men crisismoe.

 

De Walen zijn dat nooit of hun staatslieden zijn vroeger bij de zaak en zouden nooit zulke voorstellen laten tot stand komen. Zij voorkomen de crisisbij het opstellen van de teksten.

Het is zulke staatslieden die wij nodig hebben.

Ze passen de gulden regel toe: voorkomen is beter dan genezen.

 

En sindsdien zitten we  met BHV, met dat bekakt kind van Egmont, op onze schoot. Het is dus niet waar,Karel, dat Egmont helemaal dood is.

 

Jan Verroken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door jan verroken om 20:06 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Monseigneur Léonard

Knack Magazine 18/07/2008 

Bisschop doet oproep aan de Franstaligen

 

In een opmerkelijke bijdrage in het in Nederland uitgegeven Katholiek Nieuwsblad zegt de Naamse bisschop mgr. Léonard dat de Franstaligen afstand moeten nemen van hun linguistisch superioriteitscomplex als ze willen dat België blijft bestaan.

 

Volgens Léonard moeten de Franstaligen meer doen dan Belgische vlaggen in de straten hangen.

 

'Elk volgens eigen sociale rol moeten ze de taal en de cultuur van hun noorderburen leren kennen en ervan leren houden. Dat is de prijs die betaald moet worden wat persoonlijke verantwoordelijkheid betreft, als ze willen dat België een toekomst heeft', aldus Léonard in zijn column.

 

De bisschop, een Waal die de Nederlandse taal en Vlaamse cultuur waardeert, wijst erop dat de Franstalige Belgen de Vlaamse eisen vaak aanvoelen als agressie.

 

Maar volgens Léonard mogen ze nooit vergeten dat Vlaanderen eeuwen heeft moeten vechten om zijn taal en cultuur gerespecteerd te krijgen. Lange tijd was Vlaanderen slachtoffer van Franstalige arrogantie. De Belgische Staat heeft gedurende een eeuw bijgedragen tot de actieve verfransing van Vlaanderen.

 

'Nu het de welvarendste regio van het land geworden is, wil Vlaanderen duidelijk zijn culturele eigenheid en taalkundige autonomie bevestigen", aldus de Luikse bisschop in zijn column.

 

bron : Knack.Be 18/07/2008 

http://www.knack.be/nieuws/belgie/bisschop-doet-oproep-aan-de-franstaligen/site72-section24-article20166.html

 

Hoe vind je dit bericht? 18 stemmen
Geschreven door jan verroken om 12:24 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Brussel, Halle, Vilvoorde

Brussel-Halle-Vilvoorde, één Vlaamse Kieskring.

Splitsen is hier het verkeerde woord.

 

Ongrondwettelijk is als de Franstalige gemeenschap verkiezingen organiseert in een ééntalig Vlaams gewest

Of wanneer de Vlaamstalige gemeenschap verkiezingen organiseert in het ééntalig  Franstalig gewest.

 Maar dat laatste moesten wij eens proberen? Daar zou meer dan één Guillemin station aan diggelen vliegen?

 

Minstens drie grondwettelijke oplossingen, zonder splitsing van het “Vlaams” kiesdistrict BHV

 

1) B-H-V behouden als Vlaams kiesdistrict.

     Brussel als tweetalig gebied is tevens een Frans kiesdistrict.

 

2) Brussel, Leuven, Halle, Vilvoorde, Vlaams kiesdistrict, met name Vlaams Brabant.

      Tweetalig Brussel is tevens een Franstalig kiesdistrict.

 

3) Vlaams Brabant + Brussel : Vlaams kiesdistrict.

    Waals Brabant + Brussel: Frans kiesdistrict.

    ( Dit voor de symmetrie en de wederkerigheid)

 

Wat was en is er verkeerd aan de huidige regeling? Waarom is ze al ongrondwettelijk?  Nog eens omdat de Franstalige gemeenschap geen verkiezingen mag organiseren in het Vlaams gewest.

Zoals de Vlaamse gemeenschap geen verkiezingen mag organiseren in het Franstalig gewest?


Dit betekent:niet splitsen, maar aanpassen, conform de Grondwet


Maar de vorige regering wikkelde het kind in de doeken van een eventuele grondwetherziening en nam de vlucht.

Laat ons beginnen met de bestaande grondwet toe te passen. 


Ge kunt b.v. ook Nijvel, zoals Halle en Vilvoorde, bij het huidige kiesdistrict Brussel voegen, inbegrepen de Vlaamse lijsten?

Een prachtig initiatief terwille en ter ere van het ene dierbaarVaderland? Ongrondwettelijk?

Wat dan? Maar de Vlamingen zijn voor dezelde houding fanatiekelingen?

 

Een voorbeeld? Tot tweemaal toe werd een Vlaming verkozen in de Waalse gewestraad. De laatste was Toon van Overstraeten. Voor hem was dit het geval met Vlaams-liberale dame.

Brabant was toen nog een unitaire provincie. Door het spel van de apparentering kon een Vlaming in Waals Brabant (waar veel monddode Vlamingen woonden) verkozen.


En wat gebeurde er?

a) Om te beginnen werd de toegang tot de vergadering hen manu militari belet? En de Vlamingen stonden er stom op te kijken?

 

b) Eerst werd de apparentering afgeschaft, zonder compensaties

 

c)Daarna werd Brussel-Nijvel gesplitst, , zonder compensaties?

 

De Vlamingen hadden eens moeten voorwaarden stellen of weigeren, die fanatiekers?

 

Maar wat doet ge dan met de Rand? Hetzelfde als b.v. met Moeskroen.

 

De Rand maakt deel uit van Vlaanderen, lijk Moeskroen deel uitmaakt van Wallonië? En de faciliteiten veranderen daar niets aan.

 

Maar waar haalt gij die vergelijking, hoor ik al zeggen?


 

Moeskroen
was oorspronkelijk een Waalse stad van ongeveer 8000 inwoners. In de periode van één generatie werden het een heel stuk meer dan 30.000, dit als gevolg van het feit, dat duizenden Vlaamse dompelaars zich daar kwamen vestigen, om in Frankrijk te gaan werken.

En hoe werden zij door de Francofone administratie onthaald? Gewoon als niet-bestaande. Zelfs wanneer Moeskroen wettelijk tweetalig werd.

 

Daar is nog meer.
Na de oorlog waren er nog 500 Davidsfondsers en 500 Priester Daens-vrienden en de Stad was wettelijk tweetalig.

En wat gebeurde er?
 Niettegenstaande de stad toen wettelijk tweetalig was en nog in Westvlaanderen lag werden, én door het dierbaar Vaderland én door onze moeder de H.Kerk, de Vlaamse scholen of afdelingen gesloten.

(uitz. de Broeders) en de laatste Vlamingen werden monddood gemaakt, op risico van bij het minste initiatief voor Duits gescholden te worden.


De Rand 

De zogeheten Brusselse Francofonie van de rand, heeft zich wetens en willens, en niet door armoe gedreven, in het Vlaams landsgedeelte gevestigd, waar ze zich zonder moeite zich konden aanpassen, vermits in alle Brussels scholen het aanleren van de Vlaamse taal wettelijk verplicht was.

 

En het zijn niet de faciliteiten die daar iets aan veranderen.

De wettelijke faciliteitenscholen zijn op zijn minst adaptatiescholen ( in Wallonië integratiescholen) en zijn gemaakt om aan de kinderen van Franstalige inwijkelingen in  de Rand Vlaams te leren, zoals ze in Moeskroen gemaakt zijn om aan de kinderen van de Vlaamse inwijkelingen Frans te leren en niet omgekeerd?


Zoals de Vlamingen zich niet als kolonisten kunnen gedragen in Wallonië, zo kunnen de Brusselse tweetalige niet als kolonisten gedragen in de Rand?

 

Dit werd via het Harmelcentrum door het parlement in 1962/63 zo beslist in een Parlementaire Commissie waar de Francofone in de meerderheid waren? Zoals ik vroeger in een blog-bericht, met de namen erbij, heb aangetoond.

 

Bij wat voorgaat dient vermeld, dat zulks gebeurde onder het gezag van twee Franstalige Ministers Gilson en Larock.


 
En als België thans ingedeeld is o.a. in twee administatief eentalige gewesten, ongeacht anderstalige inwijkelingen, dan gebeurde dit op eis van de Walen? En de Vlamingen sloten zich daarbij aan, gezien de wederkerigheid de regel was in deze wet

Zo werd die regeling in de parlementaire commissie eenparig, plechtig en rechtstaand goedgekeurd.

Op het nipperke werd de Brabançonne niet gezongen.

 

Het Historisch Kantelmoment.

 

Het kantelmoment was het socialistisch taalcongres van 1929, waar eigenlijk het “Compromis des Belges” van Huismans-Destrée werd bijgestuurd, in de zin van absolute eentaligheid.

Ik vertaal: rond Charleroi alleen wonen 20.000 a 30.000 Vlamingen (dus meer dan de inwoners in de stad Charleroi)

Als wij de tweetaligheid zouden toestaan, zal een leger van Vlaamse onderpasterkes en nonnen afdalen naar het hartje van Wallonië om hier de taalstrijd in te voeren. Wij willen geen bilinguisme, geen macedoine maar unilinguisme.

 

En wij aanvaarden hetzelfde voor Vlaanderen, met inbgrip van een Vlaamse Universiteit  te Gent.

 

En wat met de Vlaamse Francofonen? Dat die bourgeois, die zich boven hun eigen Volk verheven hebben (en verantwoordelijk zijn voor de sociale taalgrens), dan maar de taal van hun volk leren.

 

Geen twee maten en twee gewichten

 

En gezien er in dit land geen sprake kan zijn van twee maten en twee gewichten, werd over de bestuurlijke eentaligheid van Vlaanderen, mee door de Walen beslist.

 

(Met dank voor dit laatste) .
 
De zakelijke waarheid is, dat de zogezegde Francofonen van Vlaanderen 100 jaar lang het Vlaamse Landsgedeelte in een volksvreemde taal hebben bestuurd, op dezelfde manier als men een kolonie bestuurt, (Vlaanderen de eerste Belgische Kolonie)


Ik weet ook, de huidige generatie heeft daar noch schuld of verdienste aan.

Maar er zou toch eens iemand, met het nodige gezag, aan Di Rupo mogen uitleggen, dat hij er beter aan zou doen aan zijn Francofonen van Vlaanderen te zeggen, dat zich beter zouden gedragen als de duizenden en duizendenVlamingen in Wallonië?

Misschien kan hij dan uit eigen beweging er een vraag aan toevoegen: “Of het niet aangewezen ware dat de Francofonie van dit Land zich niet eens zou willen verontschuldigen voor al de miskenningen en vernederingen, die zij in de loop van de Belgische geschiedenis aan de Vlaamse mensengemeenschap heeft aangedaan??

 

Zouden die twee zaken kunnen gebeuren, dan waren de

Positieve gevolgen voor een communautaire verstandhouding nauwelijks te overschatten?

Ik zwijg dan nog over de gevolgen voor het moreel profiel van hemzelf?

 

 

Voor mij waren in Vlaanderen de taalontvoogding en de sociale ontvoogding de twee helften van eenzelfde ontvoogdingsbeweging, eenzelfde strijd.

 

Daarom heb ik het steeds gehouden bij de formulering   de “Vaamse Ontvoogdings-Beweging” i.p.v. de “Vlaamse Beweging”

 

 

En voor Wallonië weigerde men, ook toen, zelfs het Vlaams als tweede taal in de wet op te nemen, om ze te vervangen, voor de oorlog door (?) en na de oorlog door het (?).

 

Op eis van de Walen, werd de ganse administratie van dit land, van hoog tot laag, opgebouwd op basis van eentaligen, met al de gevolgen vandien? Ten goede en ten kwade?

 

 

En wat met de Europese kieswet?

 

Ook de Europese kieswet is ongrondwettelijk.

De Europese kieswet is gebouwd op de twee gewesten, met de twee lijsten in het tweetalig gewest Brussel-Hoofdstad.

Maar was eenvoudig; daar moest een compromis bij te pas komen, en Halle Vilvoorde werd ook bij Waals gewest gevoegd, dat zodoende grensde tot bijna aan de grenzen van Aalst.

 Dat is wat ik noem, waar een eerbaar vergelijk zo voor de hand lag, een compromitterend compromis, dat niets oplost, maar een nieuw probleem en een nieuwe conflictmaterie in de wieg legt, ten gerieve van de volgende generaties.

Gelukkig kan men hier zeggen dat het geen invloed heeft op het aantal verkozenen.

 

Maar ook de Europese Kieswet blijft ongrondwettelijk, daar de Francofonie niet het recht heeft .verkiezingen te organiseren binnen de grenzen van het Vlaams gewest.

Waarom moet dit?

Omdat het zelfrespect van de Vlamingen niet

geloofwaardig klinkt, is er ook geen ruimte voor wederzijds respect? Ge moet eens proberen om een stuk van een stuk Wallonië bij het Vlaams gewest te voegen?

Hoe vind je dit bericht? 25 stemmen
Geschreven door jan verroken om 20:59 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

beste lezers

Beste lezers

 

Wil mij verontschuldigen voor het ietwat lan wegblijven; ik heb een klein haperingske gehad met mijn gezondheid.

Binnen hoogstens een paar dagen ben ik er weer.

 

Het beste

 

Jan Verroken

Hoe vind je dit bericht? 12 stemmen
Geschreven door jan verroken om 20:13 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

beste lezers

Beste lezers

 

Wil mij verontschuldigen voor het ietwat lan wegblijven; ik heb een klein haperingske gehad met mijn gezondheid.

Binnen hogstens een paar dagen ben ik er weer.

 

Het beste

 

Jan Verroken

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door jan verroken om 20:08 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Herinneringen en meningen

↑ Terug naar de berichten