Naar de inhoud

Jef Vergif

Kritische kijk op het nieuws
akke.beakke.be
Politieke satire, kritisch en vol humor, met teksten, beeld en geluid

Archief

Emérence en Prudence

Emérence en Prudence

oudjes.jpg

Emérence en Prudence.

Hun dossiers zagen er ongeveer hetzelfde uit. Allebei de dames waren 92 jaar oud, ze waren ook even groot en bijna even zwaar, beiden hadden ze een zwak hart, zaten ze in een rolstoel en vergden ze veel zorg. Die zorg werd verstrekt door het personeel van het Rusthuis waar ze alle twee verbleven sedert een vijftal jaar, wegens ernstige vermindering van hun mobiliteit en zelfredzaamheid.
Toch zou niemand het in zijn hoofd halen Emérence en Prudence met elkaar te verwisselen. Daarvoor was het verschil in uitstraling veel te groot. Terwijl Emérence er bijna altijd opgewekt en vriendelijk uitzag, viel bij Prudence het norse meestal het eerste op. Zo open en sociaal de eerste, zo gesloten en niet aanspreekbaar de tweede.
Emérence had vijf kinderen grootgebracht, van wie de oudste, 'ons Moniekske’, haar steeds thuis had verzorgd tot het echt niet meer ging. Monique kwam vaak op bezoek en deed wat ze kon om haar moeder, die steeds een ‘fier madammeke’ was geweest, haar persoonlijkheid te laten behouden. Monique was zeer handig en vindingrijk en kon zo van een eenvoudig koopje, een aangepast kledingstuk te voorschijn toveren, dat niet alleen netjes maar ook praktisch was. Het personeel was er haar zeer dankbaar voor.
Prudence was jong weduwe geworden. Haar man en zoon waren verongelukt bij hetzelfde verkeersongeval. Misschien verklaarde dit ten dele haar zelf gezochte eenzaamheid en bitterheid.
Om de maand kreeg ze bezoek van een neef, die ook haar petekind was. Hij behartigde haar belangen en zorgde ervoor dat ze niets tekort kwam. In het begin kwamen zijn vrouw en kinderen nog mee. Maar door de houding van Prudence, die hen onvriendelijk behandelde en zelfs beschuldigde van diefstal, werden deze bezoeken  enkel nog als plicht aangevoeld met Nieuwjaar en op haar verjaardag. De neef deed werktuiglijk zijn plicht, bleef correct, maar kon ‘van die hele tante Prudence geen hoogte meer krijgen’.
De personeelsleden van het Rusthuis deden hun best om Prudence te begrijpen en in te volgen, maar kregen er ook een punthoofd van.
Op een dag kwam Monique haar moeder opzoeken. Ze had een pakje bij met twee nieuwe bloezen erin, weer een opgeknapt ‘soldeke’, waarmee ze haar moeder wou verrassen. Het diensthoofd hield haar echter tegen; haar moeder was ernstig ziek geworden, de dokter was al langsgekomen en vreesde dat haar einde ging naderen. Monique bleef de hele tijd bij haar moeder waken, tot ze zachtjes overleed.
Samen met het personeel bracht ze alles in orde voor de begrafenis en daarbij vroeg ze heel voorzichtig: “zouden jullie die nieuwe blauwe bloes kunnen gebruiken om mijn moeder op te baren en die andere met bloemetjes, ja …geef die maar aan dat mevrouwtje …ik geloof dat ze Prudence heet…ze heeft wel ongeveer dezelfde maat als mijn moeder. En enkel als ze wil hoor, ik wil haar niet kleineren. Maar ze ziet er zo triestig uit, misschien fleurt ze er een beetje mee op.”
Zo geschiedde. Op een dag gaf een verzorgster Prudence haar wekelijks bad, waartegen ze zich zoals gewoonlijk heftig maar tevergeefs verzette. Prudence had blijkbaar een aangeboren schrik van water en kleren die in de was gaan verslijten te vlug.

Toevallig bracht de kapster van het Rusthuis diezelfde dag haar haren in orde en .. ook toevallig morste Prudence tomatensoep op de bloes die ze aanhad. De verzorgster achtte dit het geschikte moment, haalde de nieuwe bloes te voorschijn en vroeg quasi naïef aan Prudence of ze deze bloes wou aandoen. Prudence reageerde met gegrom dat door de verzorgster als een ‘ja’ werd gehoord en werd met de bloemetjesbloes aan in haar rolstoel gehesen en naar de tuin gebracht.
Het diensthoofd dat passeerde kreeg Prudence in het oog en zei heel spontaan: “ Oh mevrouw Prudence, wat ziet u er vandaag goed uit. Zo mooi heb ik u nog nooit gezien…”
Cindy, zo heette het diensthoofd, had immers ondervonden dat een echt gemeend compliment de meeste mensen opbeurt. Zo had ze een onvermoed tekentalent ontdekt bij de heer Verhaegen, die sindsdien mee voor menukaartjes zorgde. Ook kon ze zo mevrouw Keppens er steeds opnieuw toe overhalen heel mooie feesttafels te dekken en de heer Smets zong mee in het koor nadat hij de nodige bevestiging had gekregen.
Maar bij Prudence pakte het heel anders uit. Ze nam de woorden van het diensthoofd zeer kwalijk, ze raakte er helemaal van overstuur en bleef drie dagen in haar bed liggen. ‘Wat ze wel dachten, zeggen dat zo’n ziek mens als zij er goed uit zag. Ze durfden nog al eens, ze waren nog veel te jong, ze snapten niet wat ze allemaal al mee had gemaakt…’
De dokter kwam langs en verstond het ook niet. De neef kwam op bezoek en vloog na een paar minuten buiten. Prudence schold de jonge verzorgsters het hoofd vol en eiste verzorging door het diensthoofd.
Een heel moeilijke week ging voorbij, en het humeur van Prudence evolueerde van ‘uiterst slecht’ tot ‘gewoon niet goed’. De bloes in kwestie kwam gewassen en gestreken voor goed in de kast te hangen.
Ondertussen was Emérence begraven en had men aan haar dochter niets durven zeggen over Prudence.

Cindy, het diensthoofd, wist wel dat niet iedereen op dezelfde manier reageert. Toch had ze de hele week lopen tobben en piekeren over wat ze verkeerd zou kunnen gedaan hebben.
Heel toevallig kwam ze, een tijdje later, in een tekst het woord ‘statussymbool’ tegen. Dit woord bleef in haar hoofd hangen al wist ze niet waarom. Plots viel haar ‘frank’ of is het nu ‘haar euro’. Jawel , dit was misschien de oplossing voor het raadsel Prudence. Prudence had een status nodig en vond die in het ‘patiënt’ zijn, en een patiënt ziet er niet zo goed uit en wordt op veel vlakken helemaal anders behandeld als een ‘gezonde’. Alles wat wees naar gezondheid deed afbreuk aan haar identiteit, die voor alles gestoeld was op een sukkel zijn en ook een slachtoffer.Van die rol genoot ze.
Vermits er toch nooit een echt definitief antwoord op de ‘waaromvraag’ omtrent het gedrag van Prudence zou komen, nam Cindy maar aan dat haar idee dan toch misschien een redelijke uitleg aanbracht.
Van dan af kon ze weer beter slapen.

Kievit

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Jef Vergif om 09:45 Reageer op dit bericht

Zone 30

Zone 30 kan niet zonder Intelligente Snelheidsaanpassing (ISA)

octopus.jpg

Zone 30-maatregelen zoals wegversmallingen, verkeersdrempels, zebrapaden zonder verkeerslichten, waarschuwingen, octopusjes en andere dikwijls kostelijke zaken, helpen niet of totaal onvoldoende om autobestuurders te overtuigen niet sneller dan aangegeven te rijden.

In Vilvoorde bewees op 2 september op een doorslaggevende manier voor de zoveelste keer wat hierboven staat. Ter hoogte van het atheneum, waar de weg versmald was om kinderen veilig naar school te brengen, reed een chauffeur tegen meer dan 100 per uur een moeder en haar vijfjarig kindje aan op het trottoir. De moeder overleefde dit moorddadig besturen niet en het kindje vecht nog voor zijn leven. Men mag daar maar 50 km per uur rijden...

Tevens bewijzen tal van metingen dat meer dan de helft van de autobestuurders in de zone 30 de aangegeven snelheid niet respecteren, en sommigen reden tot dubbel en meer te snel!

Waarom hoort men geen enkele mobiliteitsminister verwijzen naar de enige deugdelijke oplossing, de Intelligente snelheidsaanpassing (ISA). Dat is een apparaatje dat in iedere auto kan aangebracht worden, reageert op satellietgegevens en dat de snelheidsgegevens in elk dorp in elke straat kan doen respecteren.

Proeven in het buitenland en ook bij ons in Gent, bewijzen dat ISA daar uitstekend voor geschikt is (zie ook het artikel 'De Week van de Zachte Weggebruikers' van mei 2006 dat u terugvindt bij ons archief onderaan).
Men kan dat doen op meerdere wijzen: het gaspedaal voelt stroever aan bij het overschrijden van de aangegeven snelheid, men hoort en ziet in de auto waarschuwingen dat het te snel gaat, en in zeer kwetsbare gebieden, zoals rond scholen en bejaardentehuizen, kan men het gewoon onmogelijk maken dat de aangegeven snelheid overschreden wordt.

Dat alles zonder kostelijke maatregelen voor de gemeenten die hun straten en pleinen, niet meer moeten omploegen.

Waarom ook de Voetgangersbeweging, die dit weet, in haar knap Octopusplan voor zone 30 bij scholen, daar niets over zegt, is totaal onbegrijpelijk.
Net zoals ook, eens te meer, het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid, dit niet als alternatief naar voor schuift.
Onbegrijpelijk en eigenlijk ook totaal onverantwoord!

Jef Vergif

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Jef Vergif om 15:15 Reageer op dit bericht

Ziekenhuisbacterie

Ziekenhuisbacterie tegen Vergrijzing!

mrsa.jpg

Vroeger heb ik een beetje spottend gedaan rond een mogelijke oplossing voor de ‘Ziekenhuis-bacterie’ (zie artikel 'Ziekenhuisbacterie een neus gezet!' in Jef Vergif N° 3, Januari 2006), maar deze zeer ernstige katastrofe voor senioren, vooral die lichamelijk verzwakken, is helemaal niet om te lachen! Dat geldt trouwens voor alle mensen met verminderd of onvoldoende opgebouwd afweersysteem.

Er woeden twee soorten ziekenhuisbacteriën in ons land: MRSA en MREA in het medisch jargon. Het gaat om ziektekiemen die in enkele jaren tijd haast volledig resistent werden tegen antibiotica, vooral door overmatig en ondoelmatig gebruik van deze geneesmiddelen.
Belangrijk om weten is dat in Nederland en in de Scandinavische landen dit probleem zo goed als niet bestaat, als gevolg van een goed antibioticabeleid.
 
‘Anti’ betekent tegen, 'biotica' komt van het Griekse ‘Bios’ = leven. Dus in deze voor het vernietigen van ziekmakende bacteriën.
Een goed antibioticabeleid staat dus voor: alleen bij noodzaak en specifiek gericht.


Federale minister van Volksgezondheid, Rudy Demotte (PS) zegt dat de jaarlijkse dodentol oploopt tussen 2500 en 3000 als gevolg van de ziekenhuisbacterie. Vijf tot tien procent van alle patiënten in een ziekenhuis raakt besmet, dat levert ieder jaar zowat 110.000 infecties op. Demotte lanceerde een campagne ter bevordering van handhygiëne van dokters en verplegend personeel, die hier en daar min of meer, goed opgevolgd wordt.
Ondertussen is het een feit dat ook in tal van rust- en verzorgingstehuizen die bijna ongeneeslijke kwaal opduikt.
Eigenlijk weet men niet goed welke ziekenhuizen (en rust- en verzorgingstehuizen) te kampen hebben met de bacterie. Of waar de bacterie niet huishoudt!

Vandaar dat Inge Vervotte, de Vlaamse minister van Volksgezondheid (ook in deze speelt de ingewikkelde Belgische situatie haar rol, of de bacterie onderscheid maakt tussen Walen, Brusselaars, Duitstaligen en Vlamingen, valt te betwijfelen) met de ziekenhuizen is overeengekomen om ziekenhuisinfecties verplicht te registreren.
Op 9 februari van dit jaar zou een concreet voorstel voor die registratie- en inspectie-procedures voorgelegd worden tussen de ziekenhuizen en de Vlaamse overheid.
Tot op heden is daar weinig of niets meer van te vernemen.

In ‘De Standaard’ van 11 januari 2006 zegt medisch wetenschapper Luc Bonneux, Het heeft me altijd verbaasd hoe groot de kwaliteitsverschillen tussen ziekenhuizen zijn. Sommigen doen het heel goed, de meeste doen erg hun best, enkele zijn abominabel slecht.

Maar patiënten weten niet welke en ook huisartsen weten het meestal niet.

In België heb je toegang tot de beste medische zorg ter wereld, maar je moet wel weten waar je moet zijn.

Prof. Herman Goossens, microbioloog, zegt in een berichtgeving van reporter Tom Cochez op 11 januari 2006, onder meer:
"De ziekteverzekering mag dan al kreunen onder de vergrijzing en de medisch-technologische (r)evolutie, elk doosje antibiotica dat over de toonbank gaat, wordt nog steeds terugbetaald door de ziekteverzekering.
We hanteren een pervers systeem. In andere landen werkt men met budgetten voor anti-biotica. Ziekenhuizen hebben er dan alle belang bij om dit geneesmiddel enkel voor te schrijven wanneer het echt nodig is. Ziekenhuizen werven microbiologen aan om een verantwoord antibioticabeleid te voeren. Dat loont ook financieel.
In België besta ik niet als microbioloog en heet ik gewoon klinisch bioloog. Belgische ziekenhuizen hebben er dan ook geen enkel belang bij te besparen op antibiotica, integendeel zelfs.
Het mangelt niet alleen aan politieke moed om een budgettering voor antibiotica door te drukken, ook artsen en de farmaceutische industrie zijn forse tegenstanders. De medische wereld schreeuwt moord en brand bij elke poging om de ‘therapeutische vrijheid’ aan banden te leggen, en ook de farmaceutische industrie ziet een budgettering en teruglopende verkoop van antibiotica niet zitten.
Zo kampen we met een stevig probleem: de industrie wil nu al niet meer investeren in nieuwe antibiotica. Ze verdienen pakken meer geld met andere geneesmiddelen zoals antidepressiva, die vaak maandenlang geslikt worden.
Dat België achterop hinkt in de bestrijding van ziekenhuisbacteriën, heeft alles te maken met het antibioticabeleid in ons land.

Ondertussen is het een dieptriestige beleving: je gaat als oudere mens in de kliniek om één of andere medische ingreep te ondergaan en te herstellen. Maar al te dikwijls geneest men u daar niet, je krijgt er een langdurige ziekte bij, waarbij je veel geluk moet hebben om het er levend af te brengen.
Daarenboven moet men bij je thuiskomst als je nog thuis komt gedurende enige tijd alles grondig ontsmetten, wil je uw medebewoners niet aansteken met die moordende bacterie.

En komt het nu omdat het meestal gaat over verzwakte oudere mensen, maar wel een hele massa, dat er zo weinig echt beweegt in de politieke wereld in de, hoogstnodige, strijd tegen die dodende bacterie?
Of zou dat een deel van de oplossing zijn om de groeiende vergrijzing in te krimpen?

Jef Vergif

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Jef Vergif om 00:00 Reageer op dit bericht

Reacties

Reactie artikel: Van Brempt

                                                                                                                                               

Heel interessant: zowel uw brief aan Kathleen Van Brempt, want het is goed dat zij toch weet dat de mensen niet van deze reclame houden. Ook haar antwoord: ik ben blij te horen dat ze een soort raad van wijzen gaat instellen.  Mij is niet helemaal duidelijk of de bond van Trein-Tram-Busgebruikers vertegenwoordigd zal zijn in deze raad - het lijkt me van niet, omdat Van Brempt zegt dat hun opmerkingen zullen worden vertolkt door De Lijn. Dat is wel jammer dat het publiek er niet rechtstreeks zou bij worden betrokken. Zij moeten immers op die reclame kijken. als je haar antwoordt, zou je dit misschien kunnen suggereren eventueel? 

Een tweede opmerking betreft de bekendheid van deze beleidsmaatregel. Ik denk dat vele mensen hier toch wel blij mee zullen zijn (dat er een beleid rond komt waar vroeger chaos heerste). Het is allicht een stap in de goede richting.   Mocht je haar schrijven, kan je dan ook vragen wanneer ze plant rond dit beleid ruchtbaarheid te geven? Dan zal ze wellicht van vele burgers nog goede tips krijgen, maar dat kan het beleid alleen maar ten goede komen!  Ik vind het positief dat zij er zelf mee bezig is, en ook dat ze u een volledig antwoord heeft gegeven. Van Brempt heeft hier in Antwerpen een hele goede reputatie, ook op karakterieel gebied om het zo te zeggen (geen dikke nek). En het hart op de juiste plaats (geen valse socialist). Ik weet niet of deze reputatie terecht is, maar deze brief wijst toch op een democratische instelling enigszins. 

Groetjes  Margo.

 

Beste Margo,

Dank voor uw schrijven.

Ik vond uw brief goed genoeg om die ook rechtstreeks naar minister Van Brempt zelf door te sturen.

Jef Vergif.

                                                                       

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jef Vergif om 00:00 Reageer op dit bericht

Receptje: ajuinringen

Ajuinbeetje (bijna) zonder politiek

Jef de Chef

Heb ik al verteld dat ik tegen mijn binnenste zelf spreek (ik heb mijn alter ego ‘Godfer’ genoemd, omdat er al te dikwijls vloeken bij te pas komen)? Ach iedereen doet dit, hoe eenzamer (dikwijls hoe ouder) hoe meer. Kijk maar naar de chauffeurs, al vloeken die meestal op de onkunde, de ongelooflijke stommiteiten van hun collega’s; ze gebruiken daarbij ook lichaamstaal, enfin vingertaal, vooral met de middenvinger.

Maar ik wil het over iets zeer eenvoudig, uitermate lekker en toch origineel hebben: Ajuinringen, zo klaargemaakt dat ze, eens verorberd toch niet zwaar terug naar boven borrelen.
Dit gerecht is, opgesmikkeld, wonderlijk genoeg zelfs in intiem gezelschap niet te ruiken.
Ajuin kost niet veel, is zeer gezond, helpt zo ’t schijnt tegen te veel suiker en tal van andere kwalen. Dat de dokters het niet voorschrijven is uit schrik om een massa klanten, pardon, patiënten te verliezen, vermoed ik.
Er zijn tal van soorten, allemaal anders en allemaal buitengewoon goed. - “Gelijk onze politiekers, bedoelt ge”. - “Zwijg Godfer, dit gaat heel gesmeerd zonder”.
Pel en snij een grote ui in ringen van een tongdikte in rust. Zet ze in een potje geschikt voor de microgolf, giet daar dan droge of de wat zoetere medium sherry over tot de onderste ringen zowat (ver)dronken zijn, de bovenste moeten door de boel een paar keer om te draaien ook hun deel krijgen. Eerlijk behandelen dus.
-“Lach niet Godfer, dit gaat hier over een gerecht, niet over het Recht”.

Dan zet ge dit geestrijke gedoe in de microgolf. Zet het ding aan op middelgrote kracht, geef drie minuten en draai de schijfjes onderste boven en dan opnieuw op halve kracht drie minuten. Nu zouden de ajuinringen precies bijtgaar moeten zijn, dus niet boterzacht maar à dent zoals de Fransen zo welsprekend zeggen.
Ja vanzelfsprekend gaat dat, iets minder goed, ook in een pannetje met dikke bodem op een gewoon, maar wel likzacht vuurtje. Ge moet dan wel rekenen op ruim tien minuten vooraleer de ringskes om te keren, en even lang langs de ommekant. Bijtijds ook eens met een vork testen aub.
Ge hebt boerenpaté gekocht, wildpaté is ook goed, maar het eerste past hier beter.
-“Boeren boven, gelijk altijd”. –“Stil nu Godfer”.
Neem grof brood, tarwe, rogge of gemengd, de boterhammen dik smeren met paté, druk daarin zoveel uiringen als mogelijk en laat het u smaken. Ge zult er bij smakken, geloof me!
Natuurlijk kunt ge ook magere platte kaas, of kwark smeren in plaats van paté, dan nog zal die ajuin meer dan deugd doen. Maar mijn voorkeur kent ge nu.-“Uw voorkeur heeft u godfer al dikwijls bedrogen”.
“Godfer, het gaat nu eens niet over politiek, daarbij politiekers weten niets over lek-mijn-lipje eten dat eenvoudig, goedkoop en toch gezond is.”
-“Ben godfer benieuwd, hoe ge dit stukje gaat ondertekenen?”

Jef de Chef, Godfer.

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door Jef Vergif om 01:19 Reageer op dit bericht

Reukske

Een donker reukske

Alles wordt gewoonte. Zelfs de vreemdste dingen lijken na een tijd normaal.
Allé, toen ik een schoolmeisje was in Sint-Niklaas, was er aan mij veel meisje en weinig schools. Op mijn zestiende kregen ze mij er met geen stokken meer binnen. En nu, nu ik bijna dertig ben, een man heb, twee kinderen en twee katten, samen met een intense belangstelling voor Derdewerelddingen, nu is schoolgaan voor mij routine geworden.
Maar ik moet er wel voor oprijden, alle dagen van Sint-Niklaas naar Brussel, waar ik in de Sociale School de lessen volg. Geloof het of niet, maar niets is bekwaam mij daar weg te houden. Geen schreiende kinderen ’s nachts, of, zoals het nu weer was, ook geen bronstig kattengejank.

In het station van de Wase hoofdstad zie ik mijn dagelijkse reisgezel Antonio, een Colombiaanse vluchteling, die eveneens naar Brussel trekt om daar Nederlands te leren. Er was nergens anders plaats en er zijn trouwens te weinig subsidies voor.
Zoals iedere gewone mens al weet, wordt er in deze kostelijke tijd bij de verkeerde lui bespaard.
O ja, ik heb Spaans geleerd in de avond-school en dat komt goed van pas voor mijn contacten met politieke vluchtelingen die, voor diegenen die ze zien wil, ook in onze kontreien vereenzamen en wat verloren lopen.

We stapten in de vroege ochtend in de trein die ons in deze natte wintertijd, als eerste reizigers met open ramen en natte banken, koud en vochtig opnam. Rillend voelden we het grote verschil tussen eerste en tweede klasse bijzonder goed aan.
We sloten de ramen, droogden de banken af en terwijl de gewone medepassagiers – in Sint-Niklaas een tweetal leraressen die ook tot Brussel moesten – binnenkwamen, zaten we huiverend op het vertrek te wachten.

Ik stopte de natte zakdoek in mijn open-staande boekentas naast mij op de bank, en probeerde via de Spaanse woordenvloed van Antonio de treinmiserie te vergeten.
We reden en in Temse, de eerste stopplaats van onze boemel waar zich een drietal reizigers bij ons voegden, begonnen wij de verwarming te voelen. Tevens drong er een sterker wordende geur – stank is eigenlijk een juister woord – in mijn neusgaten.
Maar net als daarstraks de vochtige kou, wilde ik die niet tot mij laten doordringen. Ja, jawel dat kan. Het is zoiets als die crisis van tegenwoordig. De topleiding van het land en zelfs de vakbondsleiders, lijken die toch ook maar zeer moeizaam te willen beseffen.

Maar wij waren echter maar net opnieuw beginnen rijden toen plots klaar en duidelijk in onvervalst Sint-Niklaas’ dialect, de zin klonk: ”Azoe hier stinken seg, was da noo?”
Ik keek nu toch even op en zag de twee leraressen verdacht verder onder mekaar fezelen, terwijl ze beschuldigend keken naar mij, nee naar Antonio. Maar die scheen er niets van te merken en vertelde in zijn rad Spaans verder over de methoden die ze toepasten om gemakkelijk Nederlands te leren. We stopten in Bornem, Puurs en in Willebroek liep dan, zoals altijd, ons compartiment vol. Ik nam dan ook de boekentas van naast mij en zwierde hem op de open bagageruimte voor mij, boven de hoofden van de twee schooljuffrouwen.
Het was ondertussen al lekker warm geworden in de trein. De kille klammigheid van een beetje geleden deed de warmte nog prettiger aanvoelen. Ook de stank leek te verminderen.
Alles scheen echt behaaglijk te worden zoals wij het graag hebben en zo rap vanzelf-sprekend vinden.

Eventjes zweeg Antonio en ik ook, daardoor was het contrast zo groot toen diezelfde Wase scherpe stem luid zei: ”Seg, dienen bruine heed hem zekers nie gewassen? Is ’t niet schandaolig gelek as dat die vremde luizen ons hier allemoal kommen verpesten?”
Er viel een harde stilte. Ik voelde het bloed naar mijn hoofd stijgen van schaamte en woede. Ik zag dat Antonio – die de woorden wel begreep, dat wist ik goed genoeg – integendeel bleek werd toen hij de smerige bedoeling doorkreeg. Rondkijkend van de ene naar de andere reiziger, zwijgend kroppend, inwendig vloekend over de domme lompigheid van die lerares, vielen mijn blikken op mijn tas boven haar hoofd.
En plots wist ik het!

Natuurlijk, God, ik had het al eerder kunnen weten. Ik vloog recht, greep de boekentas, trok hem verder open en stak er mijn gezicht in en dan, dan hield ik hem opengesperd onder de neus van dat mens dat kinderen moest opleiden. – “Hier!!” riep ik, “hier zit de stank madam!” Walgend trok die haar hoofd terug. Maar ik hield niet af en terwijl Antonio mijn arm greep, slaagde ik er toch in om de tas bijna over haar hoofd te krijgen. – “Ruikt ge ’t?” schreeuwde ik, “ja steek er uw snuffel maar eens goed in, dan weet ge ’t zeker. Het is namelijk mijn loopse kater die er vannacht in gepist heeft. Mijn Vlaamse kater in mijn Vlaamse boekentas madame. En ‘dienen bruinen’ heeft zich wél gewassen, hoor!”
Ik was gewoon razend. Antonio echter probeerde mij sussend naast zich te trekken, toch voegde ik er nog aan toe: ”Weet ge madame, wat er nu nog meer stinkt? Wel, dat is uw rot racisme, en vergeet dat niet meer, nooit meer!”.

De lerares, met een tomaatrode kop slikte krampachtig, maar blijkbaar toch niet haar lesje, want ze stond recht, greep de arm van haar collega en zei: ”Kom.”
Ze verdwenen in een ander compartiment.
Echt waar, ik had de indruk dat op slag de stank veel draaglijker werd, menselijker, als ik dat van kattenpis mag zeggen.

J. V.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Jef Vergif om 01:14 Reageer op dit bericht

Dodelijk fijn stof

Dodelijk fijn stof

masker.jpg

In een nota van de Europese Commissie stond dat fijn stof - stofdeeltjes van minder dan 10 micrometer - verantwoordelijk is in Europa voor 370.000 vroegtijdige sterfgevallen per jaar. In België zou het gaan om 11.000 vroegtijdige overlijdens.

Dit zeer fijn stof wordt vooral uitgestoten door auto's, schepen en industrie.
De venijnige miniscule stofdeeltjes nestelen zich vooral in de longen van de mensen met dus zeer kwalijke gevolgen.
Niet alleen de overlijdens dienen hierbij vernoemd, maar ook het onmeetbare lijden dat die dood voorafgaat en het enorme verdriet voor het verlies. Daar komt nog bij dat de economische schade niet te onderschatten is.
Daarom heeft Europa ook Richtlijnen uitgevaardigd die de grenswaarden voor dit fijn stof vastleggen. Er is een jaargrenswaarde van 40 microgram fijn stof per kubieke meter en een daggrenswaarde die niet meer dan 35 dagen per jaar mag overschreden worden. Vanaf 2010 worden die normen nog verstrengd tot een jaargrenswaarde van 20 microgram per kubieke meter en mag de daggrenswaarde nog slechts zeven keer per jaar overschreden worden.

Vlaanderen, wat doet Vlaanderen?

In ons gewest haalt men die normen helemaal niet. Uit metingen van de Vlaamse Milieumaatschappij bleek dat in 2004 van de meetstations er 7 procent de jaargrens overschrijdt. Voor de daggrens is dat zelfs in 83 procent het geval.
Vandaar dat de ministers Peeters en Tobback, bevoegd voor deze materie, samen de strijd - of wat daar voor doorgaat - gaan aanbinden.
Bijkomende actie is nodig, zegt Peeters heel strijdvaardig, maar maar, we moeten er ons wel van bewust zijn dat Vlaanderen in deze geen geïsoleerd eiland is. 70 tot 80 procent van de fijnstofconcentraties zouden afkomstig zijn van bronnen uit het buitenland. Hij stelt dan conreet voor om milieuvriendelijke voertuigen fiscaal aantrekkelijk te maken. Dat voorstel zal hij aanvullen met een bijkomende bonus voor een roetfilter
Ik, zegt Tobback, ga geen subsidies toekennen om oudere wagens een roetfilter te geven. Ik ga pleiten voor het vervroegd - in 2007 inplaats van 2008 - toepassen van de reeds sterk, door Europa, verstrengde emissienormen.

En zou er nu eens geen minister van onze vele regeringen, of zeg maar een politieke partij zijn, die pleit voor het afzetten van motoren van stilstaande auto's en bussen?
Ze stinken en ze verpesten niet enkel het milieu maar het heeft daarenboven ook geen enkele zin, en het kost geld op de koop toe!

J. V.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Jef Vergif om 01:10 Reageer op dit bericht

Chinezen opvrijen

Chinezen opvrijen

chineesj.jpg

Zegt één van onze vele (een veelvoud van wat er op de foto staat) bezoekende parlementairen, die zijn naam niet op de website wil:
"Maar zeg, hoe doen ze dat ze bij jullie zo prachtig en krachtig, de mensen meer dan 12 uur per dag laten werken voor een appel en een ei, zonder vakbonden veiligheid- of milieuzorgen?"
"Ha, hi chi-chi", antwoordt na een buiging een Chinese collega, die ook onbekend wenst te blijven: "Dat gaat via ons aangepast chi-chi communisme, dan werken de mensen gewoon uit vaderlandsliefde. Al de anderen zijn landverraders en die zijn daar niet goed van."
Na drie buigingen lispelt de parlementaire Chinees: "O grote wijze, mag ik u vragen hoe jullie dat klaarspelen om met zoveel edel volk ons land te bezoeken op kosten van uw ministaatje?"
Onze aangesproken 'wijze' bezoeker antwoordt: "Maar dat is simpel hoor: Ons landje heeft een oppervlakte van 32.545 km², ik weet het China is 295 keer groter, maar wij hebben dat verdeeld in drie gewesten, we hebben zes, een half dozijn ja, regeringen, plus dan nog 10 provincies. Vandaar dat wij veel bezoekers kunnen sturen. Knap he?"
"Hi chi chi ha mai" zei de Chinees bewonderend buigend zonder ophouden.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Jef Vergif om 01:07 Reageer op dit bericht

Kruiswoordraadsel

Politieker Gekruist

Een woordje uitleg: u kan het kruiswoordraadsel als volgt invullen. U plaatst uw cursor in een vakje. Dan ziet u net boven het kruiswoordraadsel de opgave. Het rode vakje en de grijze vakjes geven aan op welke plaats het gezochte woord moet komen. Het antwoord typt u gewoon in. U kan doorheen het rooster bewegen met de pijltjestoetsen, of met de muis. Als u alles correct hebt ingevuld, ziet u de foto verschijnen van de politicus die wij zoeken.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jef Vergif om 00:53 Reageer op dit bericht

Volksliedje

Vogeltje dat niet kon kakken - Volksliedje

vink.jpg

Er was een beestje, 't was een vogeltje dat niet kon kakken.
D'r was een pluimke aan dat poepke blijven plakken.
Het riep ai ai en ook oei oei, en 't zei goddomme.
Hoe is dat pluimpke aan mijn poepke toch gekomen?

Pertang, 't had gisteren op dat standbeeld nog gezeten;
Leopold de tweede twee keren volgescheten!
Maar nu: ai ai en ook oei oei en nondidomme.
Hoe is dat pluimpke aan mijn poepke toch gekomen?

En onder avond, want dat beestje kon goed schijten,
was't op een bontjas, dat valt niet te verwijten.
Maar nu: ai ai en ook oei oei en nondidomme.
Hoe is dat pluimpke aan mijn poepke toch gekomen?

Nog deze morgen, gij gaat het niet geloven;
de mis was uit en het moest juist daarboven.
Maar nu: ai ai en ook oei oei en nondidomme.
Hoe is dat pluimpke aan mijn poepke toch gekomen?

Ha ha! 't was dat vinkske, zo'n lief binkske in d' hoge takken,
waarmee ons vogelke te dicht was blijven plakken.
Ai ai, oei oei, het was zo goed om van te dromen.
Zo is dat pluimke aan dat poepke dan gekomen.

Maar 't zag daar een plaske en 't liet zijn gatje er in zakken.
En met een ferme scheet bleef 't pluimpke niet meer plakken.
Het vliegt weer hoog en laag en soms ondersteboven.
Pas toch maar op want het mikt ook naar d' ogen!

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door Jef Vergif om 00:29 Reageer op dit bericht

Meer van Jef Vergif

↑ Terug naar de berichten