Vrijdag 26 mei 2006
Onmeetbaar.
Onmeetbaar.
Van wetenschappelijk onderzoek kan men veel leren.
Door alles uit elkaar te halen, te splitsen en te fragmenteren,
Te becijferen en te meten, want men wil de waarheid weten
Van al die moeilijke materie; van leven en de dood.
De betrokkenheid van wat wetenschappelijk wordt onderzocht
Is overal ter wereld bijzonder groot.
Het alles kunnen meten is tot wetenschap verheven,
Afstand, ontwikkeling, kennis en zelfs het denken,
Wat een materieel proces is, wordt gemeten.
En wat gemeten wordt, wordt vergeleken,
Het is lang, kort, groot, klein, grof, fijn, ietsje beter, best.
Alles wat gefragmenteerd kan worden door onze hersens,
Wordt gemeten, maar hoe staat het met de rest?
Fragmenteren leidt tot onderzoek van het kleine,
Terwijl men hoopt hierdoor inzicht in het "grote" te verkrijgen.
Maar inzicht krijgen heeft niets te maken met het "weten",
Men was even vergeten wat er werkelijk aan schort;
Dat het onmeetbare niet valt te meten,
Onze hersens schieten hier te kort.
Zolang er wordt gemeten kan de geest slechts functioneren
Binnen de grenzen van het meetbare,
Dit noemt men in het Westen
"De menselijke maat"
De vraag is of er iets bestaat
Wat die menselijke maat te boven gaat.
Omdat in te zien dient men vrij te zijn van angst,
Want men is bang voor de dag van morgen.
Ook over de pijn uit het verleden
Maakt men zich grote zorgen,
Omdat die zich in de toekomst mogelijk herhalen kan,
En vooral ook om te sterven is men bang.
Zo is men voortdurend met zijn angst in strijd,
Toch als de angst wordt gadegeslagen kan ze worden opgelost
Want de wortel van de angst is - het denken en de tijd.
Ik ben nu springlevend en ieder mag dit weten,
Maar ik ben bang voor wat misschien gebeuren kan,
En hiermee wordt "tijd" uitgemeten.
Hier inzicht in te hebben is van groot belang,
De angst verdwijnt vanzelf en men is dan niet meer bang
Ook niet van elkander.
Kan de geest dus vrij zijn van al dat passen en meten,
Ook in relatie met de ander?
Als men van al dat passen en dat meten is bevrijd,
Pas dan kan er iets nieuws gebeuren,
Er is hiervoor geen garantie, geen bewijs.
Dat moet men echter niet betreuren.
Immers men kan een berg beschrijven,
De vorm, de contouren, de schaduwen,
Men kan het schilderen bedrijven,
En er zelfs een gedicht over schrijven,
Maar dit alles is niet de berg zelf.
Men zal er heen moeten gaan
Om zelf de berg te zien staan.
Jomeij.
Van wetenschappelijk onderzoek kan men veel leren.
Door alles uit elkaar te halen, te splitsen en te fragmenteren,
Te becijferen en te meten, want men wil de waarheid weten
Van al die moeilijke materie; van leven en de dood.
De betrokkenheid van wat wetenschappelijk wordt onderzocht
Is overal ter wereld bijzonder groot.
Het alles kunnen meten is tot wetenschap verheven,
Afstand, ontwikkeling, kennis en zelfs het denken,
Wat een materieel proces is, wordt gemeten.
En wat gemeten wordt, wordt vergeleken,
Het is lang, kort, groot, klein, grof, fijn, ietsje beter, best.
Alles wat gefragmenteerd kan worden door onze hersens,
Wordt gemeten, maar hoe staat het met de rest?
Fragmenteren leidt tot onderzoek van het kleine,
Terwijl men hoopt hierdoor inzicht in het "grote" te verkrijgen.
Maar inzicht krijgen heeft niets te maken met het "weten",
Men was even vergeten wat er werkelijk aan schort;
Dat het onmeetbare niet valt te meten,
Onze hersens schieten hier te kort.
Zolang er wordt gemeten kan de geest slechts functioneren
Binnen de grenzen van het meetbare,
Dit noemt men in het Westen
"De menselijke maat"
De vraag is of er iets bestaat
Wat die menselijke maat te boven gaat.
Omdat in te zien dient men vrij te zijn van angst,
Want men is bang voor de dag van morgen.
Ook over de pijn uit het verleden
Maakt men zich grote zorgen,
Omdat die zich in de toekomst mogelijk herhalen kan,
En vooral ook om te sterven is men bang.
Zo is men voortdurend met zijn angst in strijd,
Toch als de angst wordt gadegeslagen kan ze worden opgelost
Want de wortel van de angst is - het denken en de tijd.
Ik ben nu springlevend en ieder mag dit weten,
Maar ik ben bang voor wat misschien gebeuren kan,
En hiermee wordt "tijd" uitgemeten.
Hier inzicht in te hebben is van groot belang,
De angst verdwijnt vanzelf en men is dan niet meer bang
Ook niet van elkander.
Kan de geest dus vrij zijn van al dat passen en meten,
Ook in relatie met de ander?
Als men van al dat passen en dat meten is bevrijd,
Pas dan kan er iets nieuws gebeuren,
Er is hiervoor geen garantie, geen bewijs.
Dat moet men echter niet betreuren.
Immers men kan een berg beschrijven,
De vorm, de contouren, de schaduwen,
Men kan het schilderen bedrijven,
En er zelfs een gedicht over schrijven,
Maar dit alles is niet de berg zelf.
Men zal er heen moeten gaan
Om zelf de berg te zien staan.
Jomeij.
Geschreven door Jomeij om 00:00
Reageer op dit bericht

