Woensdag 4 april 2007
Opheffen Eerste Kamer onjuist.
Vervolg: opheffen Eerste Kamer.
Argumenten Bert van den Braak.
Politici moeten eens ophouden met de discussie over het opheffen van de Eerste Kamer. Er is nog nooit een meerderheid geweest voor het afschaffen hiervan. Ik acht het nuttiger om het bestaan van de Eerste Kamer als feit te aanvaarden en vandaar uit te bezien welke nuttige rol die Kamer kan spelen.
Er zijn wel degelijk positieve argumenten voor een tweekamerstelsel. Onze parlementaire democratie wordt immers alleen maar sterker als daarin "checks and balances" zijn ingebouwd. De Eerste Kamer kan zo nodig corrigerend optreden. Zolang dat met terughoudendheid gebeurt, levert dat geen problemen op.
Opvallend is dat in de partijen die tegenstander van de Eerste Kamer zijn, de waardering voor de senaat vaak groeit bij de leden als ze daar zelf zitting in hebben. Dat gold bij de PPR voor Bas de Gaay Fortman, bij de PvdA voor Erik Jurgens en bij D66 voor Jan Vis en Jan Terlouw.
In het verleden heeft de Eerste Kamer enkele malen ongelukkige wetgeving voorkomen, zoals de invoering van een huurbelasting in 1968, de Nabestaandenwet van staatssecretaris Ter Veld, de verdeling van Rotterdam in wijkgemeenten en samenvoeging van Hengelo en Enschede. Recentelijk werd de splitsing van de energiebedrijven dankzij de Eerste Kamer in de ijskast gezet. Niet veel, maar dat geeft juist aan dat de Eerste Kamer geen "hindermacht" is.
Ook, aldus van den Braak, heeft de Eerste Kamer indirecte invloed. Een voorbeeld hiervan is dat tijdens het kabinet - Balkenende 2 de Eerste Kamer bij diverse ingrijpende wetsvoorstellen belangrijke toezeggingen aan het Kabinet wist te ontlokken. ( Wie daarvan kennis wil nemen, raadplege www.toezeggingen.nl). Als voorbeelden kunnen worden genoemdde Wet Werk en Bijstand, de regeling van Vut en Pensioen en de Zorgverzekeringswet.
Dat betekend niet dat er geen kantekeningen te maken zijn bij het functioneren en vooral de verkiezing van de Eerste Kamer. Soms brengt de indirect gekozen Eerste Kamer de direct gekozen Tweede Kamer min of meer in een dwang positie om een voorstel te wijzigen.
Bovendien ontbreekt een conflictregeling. Aangezien de Staten, de kiescolleges van de Eerste Kamer, niet ontbindbaar zijn, is het voorleggen van een conflict aan de kiezers evenmin mogelijk. Ongelukkig is ook dat de Eerste Kamer "getrapt"wordt gekozen. Dat maakt voor de kiezers en positieve keuze bij de Statenverkiezingen erg lastig.
Daarna gaat van de Braak in op het feit dat het soms goed is dat de Tweede Kamer niet het laatste woord spreekt, maar dat er vóór burgers nieuwe wet - en regelgeving krijgen opgelegd, nog een heroverweging plaats vindt. Dat biedt kans om vragen te stellen over de doelmatigheid van de nieuwe wetgeving, over de uitvoerbaarheid en over de wijze waarop het overgangsrecht is geregeld. Bovendien hebben de burgers ( en organisaties) de mogelijkheid om nog eventuele bezwaren naar voren te brengen.
Voor alle staatkundige oplossingen geld dat er altijd voor - en nadelen zijn: een ideaal stelsel bestaat niet. Dat geld ook voor mogelijke alternatieve voor de Senaat. Voor een correctief referendum geldt bijvoorbeeld dat je dat niet te vaak kunt organiseren.
Zolang de Eerste Kamer een behoedzame rol blijft spelen is er geen reden om haar bestaan ter discussie te stellen. Los van het praktische feit dat die discussie toch tot niets zou leiden. Aldus van den Braak.
En met deze laatste opmerking van hem ben ik het roerend eens. Misschien moet er dan ook een totaal andere discussie op gang worden gebracht, maar daarover volgende week meer.
Argumenten Bert van den Braak.
Politici moeten eens ophouden met de discussie over het opheffen van de Eerste Kamer. Er is nog nooit een meerderheid geweest voor het afschaffen hiervan. Ik acht het nuttiger om het bestaan van de Eerste Kamer als feit te aanvaarden en vandaar uit te bezien welke nuttige rol die Kamer kan spelen.
Er zijn wel degelijk positieve argumenten voor een tweekamerstelsel. Onze parlementaire democratie wordt immers alleen maar sterker als daarin "checks and balances" zijn ingebouwd. De Eerste Kamer kan zo nodig corrigerend optreden. Zolang dat met terughoudendheid gebeurt, levert dat geen problemen op.
Opvallend is dat in de partijen die tegenstander van de Eerste Kamer zijn, de waardering voor de senaat vaak groeit bij de leden als ze daar zelf zitting in hebben. Dat gold bij de PPR voor Bas de Gaay Fortman, bij de PvdA voor Erik Jurgens en bij D66 voor Jan Vis en Jan Terlouw.
In het verleden heeft de Eerste Kamer enkele malen ongelukkige wetgeving voorkomen, zoals de invoering van een huurbelasting in 1968, de Nabestaandenwet van staatssecretaris Ter Veld, de verdeling van Rotterdam in wijkgemeenten en samenvoeging van Hengelo en Enschede. Recentelijk werd de splitsing van de energiebedrijven dankzij de Eerste Kamer in de ijskast gezet. Niet veel, maar dat geeft juist aan dat de Eerste Kamer geen "hindermacht" is.
Ook, aldus van den Braak, heeft de Eerste Kamer indirecte invloed. Een voorbeeld hiervan is dat tijdens het kabinet - Balkenende 2 de Eerste Kamer bij diverse ingrijpende wetsvoorstellen belangrijke toezeggingen aan het Kabinet wist te ontlokken. ( Wie daarvan kennis wil nemen, raadplege www.toezeggingen.nl). Als voorbeelden kunnen worden genoemdde Wet Werk en Bijstand, de regeling van Vut en Pensioen en de Zorgverzekeringswet.
Dat betekend niet dat er geen kantekeningen te maken zijn bij het functioneren en vooral de verkiezing van de Eerste Kamer. Soms brengt de indirect gekozen Eerste Kamer de direct gekozen Tweede Kamer min of meer in een dwang positie om een voorstel te wijzigen.
Bovendien ontbreekt een conflictregeling. Aangezien de Staten, de kiescolleges van de Eerste Kamer, niet ontbindbaar zijn, is het voorleggen van een conflict aan de kiezers evenmin mogelijk. Ongelukkig is ook dat de Eerste Kamer "getrapt"wordt gekozen. Dat maakt voor de kiezers en positieve keuze bij de Statenverkiezingen erg lastig.
Daarna gaat van de Braak in op het feit dat het soms goed is dat de Tweede Kamer niet het laatste woord spreekt, maar dat er vóór burgers nieuwe wet - en regelgeving krijgen opgelegd, nog een heroverweging plaats vindt. Dat biedt kans om vragen te stellen over de doelmatigheid van de nieuwe wetgeving, over de uitvoerbaarheid en over de wijze waarop het overgangsrecht is geregeld. Bovendien hebben de burgers ( en organisaties) de mogelijkheid om nog eventuele bezwaren naar voren te brengen.
Voor alle staatkundige oplossingen geld dat er altijd voor - en nadelen zijn: een ideaal stelsel bestaat niet. Dat geld ook voor mogelijke alternatieve voor de Senaat. Voor een correctief referendum geldt bijvoorbeeld dat je dat niet te vaak kunt organiseren.
Zolang de Eerste Kamer een behoedzame rol blijft spelen is er geen reden om haar bestaan ter discussie te stellen. Los van het praktische feit dat die discussie toch tot niets zou leiden. Aldus van den Braak.
En met deze laatste opmerking van hem ben ik het roerend eens. Misschien moet er dan ook een totaal andere discussie op gang worden gebracht, maar daarover volgende week meer.
Geschreven door Jomeij om 17:21
Reageer op dit bericht

