Onmeetbaar. Van wetenschappelijk onderzoek kan men veel leren. Door alles uit elkaar te halen,…
Onmeetbaar.
Van wetenschappelijk onderzoek kan men veel leren.
Door alles uit elkaar te halen, te splitsen en te fragmenteren,
Te becijferen en te meten, want men wil de waarheid weten
Van al die moeilijke materie; van leven en de dood.
De betrokkenheid van wat wetenschappelijk wordt onderzocht
Is overal ter wereld bijzonder groot.
Het alles kunnen meten is tot wetenschap verheven,
Afstand, ontwikkeling, kennis en zelfs het denken,
Wat een materieel proces is, wordt gemeten.
En wat gemeten wordt, wordt vergeleken,
Het is lang, kort, groot, klein, grof, fijn, ietsje beter, best.
Alles wat gefragmenteerd kan worden door onze hersens,
Wordt gemeten, maar hoe staat het met de rest?
Fragmenteren leidt tot onderzoek van het kleine,
Terwijl men hoopt hierdoor inzicht in het "grote" te verkrijgen.
Maar inzicht krijgen heeft niets te maken met het "weten",
Men was even vergeten wat er werkelijk aan schort;
Dat het onmeetbare niet valt te meten,
Onze hersens schieten hier te kort.
Zolang er wordt gemeten kan de geest slechts functioneren
Binnen de grenzen van het meetbare,
Dit noemt men in het Westen
"De menselijke maat"
De vraag is of er iets bestaat
Wat die menselijke maat te boven gaat.
Omdat in te zien dient men vrij te zijn van angst,
Want men is bang voor de dag van morgen.
Ook over de pijn uit het verleden
Maakt men zich grote zorgen,
Omdat die zich in de toekomst mogelijk herhalen kan,
En vooral ook om te sterven is men bang.
Zo is men voortdurend met zijn angst in strijd,
Toch als de angst wordt gadegeslagen kan ze worden opgelost
Want de wortel van de angst is - het denken en de tijd.
Ik ben nu springlevend en ieder mag dit weten,
Maar ik ben bang voor wat misschien gebeuren kan,
En hiermee wordt "tijd" uitgemeten.
Hier inzicht in te hebben is van groot belang,
De angst verdwijnt vanzelf en men is dan niet meer bang
Ook niet van elkander.
Kan de geest dus vrij zijn van al dat passen en meten,
Ook in relatie met de ander?
Als men van al dat passen en dat meten is bevrijd,
Pas dan kan er iets nieuws gebeuren,
Er is hiervoor geen garantie, geen bewijs.
Dat moet men echter niet betreuren.
Immers men kan een berg beschrijven,
De vorm, de contouren, de schaduwen,
Men kan het schilderen bedrijven,
En er zelfs een gedicht over schrijven,
Maar dit alles is niet de berg zelf.
Men zal er heen moeten gaan
Om zelf de berg te zien staan.
Jomeij.
1995 Ochtend. Mediterend werd ik wakker En begon op te staan. Ik zwaaide mijn benen uit het bed, Zetten mijn v…
1995 Ochtend.
Mediterend werd ik wakker
En begon op te staan.
Ik zwaaide mijn benen uit het bed,
Zetten mijn voeten op de grond,
Keek uit het raam,
Pas toen viel het mij op, en dat was fijn,
Dat ik niet de stramheid van mijn spieren voelde,
Geen zenuw in mijn lijf, geen pijn.
Toen ik bedacht wat gebeurt hier nu,
Voelde ik tegelijkertijd weer mijn spieren
En de pijn daar waar ik mij had bezeerd.
En ik besefte dat ik weer "normaal" was,
En in mijn lichaam terug gekeerd.
Jomeij.
Op nieuw begreep ik dat door de tussenkomst van het denken mijn ervaring werd verstoord.
Deze ervaring duurde ongeveer 30 seconden. Bijna 15 seconden meer dan de twee vorige ervaringen.
Het is bekend dat hoop hebben in de toekomst en hoop geven aan iemand anders, die in een moeilijke situatie verkeert, kracht kan geven om do…
Het is bekend dat hoop hebben in de toekomst en hoop geven aan iemand anders, die in een moeilijke situatie verkeert, kracht kan geven om door te gaan. Kortom hoop geeft kracht.
Maar wat is hoop eigenlijk? Kijk ik in b.v. Kramers - woordenboek dan zie ik dat "hopen" wordt omschreven als: "verwachten en vertrouwen op de toekomst, het beste ervan hopen of hopen dat juist iets niet zal gebeuren."(meestal met twijfel)
Maar is er van "hoop" ergens een definitie te vinden? Misschien wel, maar ik heb er geen gevonden.
Dus probeerde ik zelf een definitie te formuleren aan de hand van een aantal voorbeelden met betrekking tot hoop. Hier volgen er een paar: Ik ben nu gezond en ik hoop niet ziek te worden;
Ik heb geen geld maar hoop binnen kort iets in de staatsloterij te winnen; Ik ben nu werkeloos maar ik hoop snel weer aan het werk te kunnen; Ik ben erg ziek, maar de artsen hopen dat de medicijnen aanslaan en ik gauw weer op de been ben.; Ik heb nog geen huis maar ik hoop er snel voor in aanmerking te komen.
Wat in de eerste plaats opvalt is dat men "in de hoop" uitgaat van het tegenovergestelde van een feitelijk waarneembare situatie. Zowel bij een situatie die bevredigend is, als bij een situatie die niet bevredigend is. Men maakt een tegenstelling. Het door het denken gemaakte, vermeende tegenstelling. Vermeende tegenstelling omdat deze niet feitelijk waarneembaar aanwezig is.
Tevens valt op, dat de gehoopte tegenstelling wordt verwoord en geeft dus als zodanig al aan, dat men de tegenovergestelde situatie kent. Men heeft er van gehoord of men kent de tegengestelde situatie uit persoonlijke ervaring. Vanuit het verleden dus en dat in het geheugen als herinnering is opgeslagen. Het verleden is in de herinnering aanwezig en deze projecteert men vervolgens naar de toekomst. Kortom; de toekomst is feitenlijk het verleden.
Laten we nu eens een definitie van hoop formuleren:
Hoop is: de projectie van een vermeende tegenstelling, van een feitelijk bestaande toestand naar de toekomst, toch is altijd het verleden.
Naar mijn beste weten heb ik hiermee een sluitende definitie geformuleerd.
Hoop.
Morgen zal het beter gaan,
Beter dan vandaag,
Er is nog niets verloren,
Het verleden kennen wij,
De toekomst blijft een vraag,
De hoop blijf gloren.
Het verleden is herinnering,
De toekomst fantasie, een door
Het denken gemaakte tegenstelling.
De toekomst is altijd het verlengde
En gebaseerd op het verleden,
Het is reeds het gekende.
Het staat in s'mensens geest gegrift,
Is kenmerk van wat men heeft geërfd,
Het is het conditionerings geschrift
Wat in ons bewustzijn is gekerfd.
Tegenstellingen zijn ontsnappingsmiddelen
Voor wat de mens heeft voortgebracht,
Hij klampt zich daaraan vast,
Tot hij het leven heeft volbracht.
Hoop betekent ook afhankelijk zijn,
En zie wat er uit voortkomt.
Maak een eind aan deze lijdenslijn
En ontdoe het bewustzijn van zijn inhoud,
Zoniet maken wij altijd weer dezelfde fout
En leren nooit van de geschiedenis.
Zie dit in,
En constateer dat dit de feitelijkheid is.
Koester geen hoop,
Niet voor jezelf en voor anderen,
Hoop niet dat de wereld kan veranderen,
Want men is alleen individueel in staat
Te ontdekken waarom het gaat.
"Inzicht in wat werkelijk is,
Is het belangrijkste gegeven.
Ban al wat "niet is" uit,
Al die tegenstellingen in je leven.
Jomeij.
Veiligheid. Het op zoek zijn naar veiligheid Is de zoektocht naar Psychologische geborgenhei…
Veiligheid.
Het op zoek zijn naar veiligheid
Is de zoektocht naar
Psychologische geborgenheid.
En ik denk, het is waar,
Als deze er niet is, komt ook
De fysieke veiligheid in gevaar.
De mens zoekt immers altijd
Naar liefde en geborgenheid.
Eerst bij de moeder, die dat heeft gegeven,
Maar ook later in gezin of groep,
En in de volksstam die wij
Tot natie hebben verheven
Blijft hij hier naar streven.
Psychologische veiligheid is een behoefte.
En als de mens die niet vinden kan
Zoekt hij weer een andere groep of stam.
Hij zoekt het in de religie, godsdienst en geloof,
Maar altijd ziet hij weer verdeeldheid,
Altijd ziet hij weer die kloof.
Overal in de wereld zoeken mensen
Naar geborgen zijn en veiligheid,
Dit is een van zijn grootste wensen,
Maar hij raakt die steeds weer kwijt.
Wat hij nog steeds niet ziet, is dat hij ergens
"Bij wil horen" uit oogpunt van zijn veiligheid,
En dat dit juist datgene is
Wat de mens van elkaar scheidt.
Het heeft zich over de hele wereld verspreid,
Al die verschillende geloven, dogma's, rituelen,
Politiek en nationaliteit.
Het denken heeft dit alles voortgebracht.
"Hoor nergens bij", want want het is waar,
Veiligheid is een illusie, en dit niet in te zien
Is het grote gevaar.
Het denken kent zo zijn limiet,
Veiligheid bestaat alleen
Als je de waarheid van de leugen ziet.
Jomeij.
Geweld. Voordat ik een gedicht plaats over geweld is het misschien wel goed om even na …
Geweld.
Voordat ik een gedicht plaats over geweld is het misschien wel goed om even na te denken wat geweld eigenlijk allemaal inhoudt. Welke inhoud geven we aan het woord geweld?
Hebben wij het over psychisch geweld? Hebben wij het over individuele geweldadigheden zoals liegen en bedriegen, pesten, intimideren of bij iedere gelegenheid een ander gezicht tonen in plaats van ons zelf te zijn, over misleiding?
Hebben wij het over willekeurig, zinloos geweld, zoals seksueel geweld of andere vormen van mannen-, vrouwen- en kinder mishandeling en onderdrukking? Hebben wij het over corruptie, stelen of over lasteren? Misschien over het moedwillig voort laten bestaan van de honger en armoede in de wereld? Of hebben wij het over oorlogsdreiging, oorlog of terrorisme?
En wat verstaan wij bijvoorbeeld onder zinvol geweld?
Moeten eigenlijk niet constateren dat er inderdaad allerlei vormen van geweld zijn en alle vraagtekens gewoon weglaten. Dat we sommige vormen van geweld al zo gewend zijn dat we ze als zodanig niet meer herkennen. En moeten we dan ook niet erkennen dat wij ons zelf er soms ook schuldig aan maken.
Geweld.
De wereld is vol geweld,
Eindeloos is de verwarring,
Geschillen tussen nationaliteiten,
Godsdiensten, rassen en zelfs
Over seksualiteit.
Al deze geweldadigheden
Is echter onze geschiedenis.
Het bestaat van het begin tot heden.
Wij hopen, bidden, smeken
En wij vechten,
Tegen oorlog en geweld,
Protesteren tegen alles wat ons kwelt.
Wij denken ons te weren en die
eeuwenlange geschiedenis te keren.
En daarom werken wij mede,
Ter meerdere glorie van de door ons
Bedachte tegenstelling, "Vrede"
Maar is het niet dezelfde beweging,
Die lijkt op die van eb en vloed,
"Ik en mijn omgeving".
Immers de mens heeft dit alles uitgebroed.
Wat in de wereld is, is ook in mij,
Ik ben die wereld,
En van verwarring en geweld niet vrij.
Ik kan die wereld niet behoeden
Voor wat ook is in mij,
Ik zal eerst moeten bevroeden,
Dat ik net zo schuldig ben als "zij".
Als ik niet radicaal wil veranderen,
Verandert er in de wereld niets.
Inzicht in het feit dat ik de wereld ben,
En mede schuldig, is het begin van iets.
Het behoort tot het menselijke instinct,
Dat haat beantwoord wordt met haat,
Woede met woede, geweld met geweld,
Er worden chemische reacties losgemaakt,
De zenuwen worden gekweld.
Maar bent u zich daarvan bewust,
Zonder daarop te reageren,
Is er bereidheid tot verandering,
En leergierigheid,
U liet zich niet verleiden door die ander
En kende geen afhankelijkheid.
Oorlogzucht en dreiging,
Is het gekende; het verleden.
Men denkt en hoopt op de toekomst
En op vrede.
Maar de geschiedenis herhaalt zich.
En mocht men na afloop van een oorlog
Denken dat men voor de vrede vocht:
Dit pad leidt alleen tot het gekende,
Men voelt zich altijd weer bedrogen en bekocht.
Jomeij.
In het gedicht "Inzicht" zie(30-03-2006) stelde ik dat de mens gewend is te denken in motieven. Hij heeft altijd wel een doel of ideaal. En …
In het gedicht "Inzicht" zie(30-03-2006) stelde ik dat de mens gewend is te denken in motieven.
Hij heeft altijd wel een doel of ideaal. En dat de meeste hiervan draaien om de macht en om het geld.
Maar denken wij er wel eens over na wat eigenlijk "de struktuur" van macht is?
Macht.
Velen hebben er al over nagedacht,
Naar ieders inzicht weer iets anders bedacht,
Toch de vraag die blijft:
"Wat is de struktuur van macht"?
Is het een ego strijd,
Komt het voort uit solidairiteit,
Of is macht puur, staat het op zichzelf
En heeft het geen struktuur?
Met ziet het in de hele wereld.
Het lijkt een maatschappelijk gegeven,
Men kan er niet omheen,
Macht hoort gewoon bij het leven
Roept bijna iedereen.
De mens wil graag bepalen en regeren,
Hij wil alles beheersen en beheren,
Zijn haan moet koning kraaien.
Hij moet het voor het zeggen hebben,
De gevolgen laten zich niet verdraaien,
En altijd weer wordt de mensheid opnieuw gekweld,
De uitkomst blijft zich steeds herhalen,
Door strijd, corruptie, oorlog en geweld.
Heeft de mens geen zeggenschap,
Is hij de zaak niet meester,
Is hij niet de autoriteit, heeft hij geen macht,
Dan voelt hij zich afhankelijk en onzeker.
Die onmacht voelt als het verlies van het ego,
En voor dat verlies is hij het bangst.
Wat ons dan helder wordt: "de struktuur van macht",
Dat is "de angst".
Jomeij.
Het vergeten nu. Getekend door de strijd te overleven, Zoekend naar geluk, Spijt van een verloren v…
Het vergeten nu.
Getekend door de strijd te overleven,
Zoekend naar geluk,
Spijt van een verloren verleden,
Fantaserend over de toekomst,
Gemiste tijd in het heden.
Het \"nu\"vergeten wij,
Dat tijdloze moment,
Waar het geluk te vinden is
En niet het lijden kent.
Waar niet de strijd wordt gevoerd
Te overleven,
De aanvaarding van dat wat is,
Is het gegeven.
Jomeij.
Waarnemen. Kan men waarnemen zonder denken, Kan men denken zonder bewustzijn, Kan men bewust zi…
Waarnemen.
Kan men waarnemen zonder denken,
Kan men denken zonder bewustzijn,
Kan men bewust zijn zonder veleden.
De woorden die men eerder hoorden,
Gegrift in het bewust zijn,
Voortgekomen uit de waarneming
Van het verleden,
Generaties lang doorgegeven.
Het is de conditionering
Die de waarnemer aan wat
Wordt waargenomen bindt.
Hij geeft er woorden aan
Die vast liggen in de herinnering
Waardoor hij het verleden hervindt.
En wat wordt waargenomen wil hij beheersen,
Onderdrukken en bewerken,
En wordt altijd gebonden aan tijd.
Neem dus waar zonder oude herinnering
Die zich onmiddelijk laat projecteren.
Waarneming zonder beweegredenen,
Zonder woorden valt te leren
Door aandachtig zijn en concentratie
Op "wat is"
Dan valt het denken weg en ook de tijd,
Dan is er geen herkenning, geen verleden
En blijft alleen het heden en het feit.
Jomeij.
1990. Uittreden. Nacht: mediterend met open oog Zie ik plotseling en onverwacht Kijkend naar het p…
1990. Uittreden.
Nacht: mediterend met open oog
Zie ik plotseling en onverwacht
Kijkend naar het plafond omhoog,
Mijzelf in stralende pracht
Hoog boven mij zwevend
Neerkijken op eigen lijf en leden.
En in een moment van sterfelijkheids besef
Begrijp ik dat ik ben uitgetreden.
En heb ik ooit gedacht
Dat ik een mens ontmoette,
Ik weet nu dat dit slechts zijn beeld was,
Dat ik vormde naar eigen beeld en gelijkenis.
Immers wat in het denken goed gedijt;
Het ik ben ik, en jij bent jij
Gaat verloren in de schoonheid van de "eenheid".
Dit gedicht heb ik geschreven na mijn nieuwe ervaring. …
Dit gedicht heb ik geschreven na mijn nieuwe ervaring.
Woorden.
Ik luisterde naar de woorden van de priester
En de woorden van de profeet.
Ik luisterde naar de woorden van de filosoof
Met de woorden van mijn vader
En mijn moeder in mijn hoofd.
Ik luisterde naar de woorden van de politicologen,
De therapeuten, de goeroes en de psychologen.
Ik luisterde naar al die leraren
Die mij altijd van alles verklaarden.
En ik was geneigd voor diepgaande vraagstukken
Oppervlakkige antwoorden te aanvaarden.
Nooit vroeg ik mij af \"draag ik het licht in mijzelf\"
Kan ik het stellen zonder lichtende voorbeelden
Als Jezus, Boeddha, enzovoort.
Waarom luisterde ik niet naar mijzelf,
Heb ik mijzelf nooit gehoord?
Kan ik niet mijn eigen leidsman zijn,
Ben ik zo ingedut en zonder enige geestelijke actie?
In slaap gesust door al die filosofen,
Priesters, leraren en theologen.
Ik luister nu naar mezelf en weet
Wijs geworden door ervaring
Zeker en gewis;
Er is geen licht
Zolang er nog een ego, nog een \"zelf \" is.