germain droogenbroodt
als een voorbijganger ben ik nu, wandelaar
die met de weifelstok der blinden
in de leegte tast en langs de kantlijn
van tastbaar leven schrijdt
alleen het woord, als weemoed nu
leidt nog zijn eigen leven
en stroomt als donker bloed
door de lethargie der dagen
nog adem ik,
met de weeklacht van de wind
en overleef in een web van winterwoorden
die de tijdspin met de kille uren weeft
die zonder jou zijn heengegaan
ik heb de tijd, het uurglas omgekeerd
opdat het zand niet nutteloos verzwindt
maar tussen droom en werkelijkheid
de tegentijd, de weg naar jou toe vindt
winterwoorden uit tussen de stilte van je lippen




