Over Sint-Niklaas en zijn mirakels
OVER SINT-NIKLAAS EN ZIJN MIRAKELS
(Gustje keert terug naar Dendermonde en heropent zijn café “De oude tinnen pot” op de Grote Markt.)
38 jaar heb ik den rol van Nicodemus St. Niklaas, Sinte Marte en Kobuske vervuld en bezoeken gebracht bij al de kinderen in de volgende scholen; zusters der Maricolen, den aria, College zusters van liefde Grembergen, Lebbeke alsook oud mannen en vrouwen, scholen Appels, Audegem, St. Vincentius Dendermonde, antiekes werkmanskring, in t’ groen huis, congregatie, kinderen in Aalst, volkshuis Lebbeke, volkshuis Dendermonde, Roxy, waar we zijn gevierd geweest bij ons 25 jarig bezoek, scholen in St. Gilles, scholen in Baesrode, congregatie alsook in de casino bij de liberalen Heeren Van Damme en Van Praet, alsook drie dagen huiselijk bezoek bij de kinders van de stad, St. Gilles, Lebbeke, Grembergen.
Dit waren mijn schoonste tijden maar ook mijne lastigste dagen, want eenmaal St. Niklaas en Nicodemus gekleedt dachte we werkelijk dat we heilige waren en soms van 14 uur s’ namiddags tot 1 uur s’ nachts kwam er niets meer over onze lippen en was er soms iemand die ons iets presenteerde t was nog niet uitgesproken of St. Niklaas was daar al: Mr of Mw, verbod van den Allerhoogste en Zwarte Piet moest soms tegen wil en dank toestemmend knikke.
(…) T’ was een jaar dat er veel zieken in de stad waren en te weinig zusters in t zwart zustershuis (…) na ons jaarlijks gebruik voldaan te hebben, vroeg moeder Overste: St. Niklaas, ge gaat toch Kerstdag vieren, mag ik U t’ volgende vragen, we zitten hier met zooveel zieken en te weinig noviskes, zoudt ge eens een goed woordje voor ons willen doen.
Nicodemus, neemt er nota van, t’ is t eerste dat ge op uw rapport moet voorbrengen, en t’ mirakel was gebeurd: t’ volgend jaar kwam moeder Overste bij ons bezoek met elf Noviskes, ziedaar St. Niklaas, dat is uw werk.
Dat was het eerste maar niet het laatste mirakel, t’ volgend jaar waren we op bezoek bij de kinderen van Glorie Steppé in de Brusselschestraat. De jongste was eenige dagen met tandpijn en omwonden met watte. St. Niklaas gebaarde van niets en begon met de grootste t ondervragen, tot wanneer hij bij de kleinste kwam.
Ne ziekene Madame
och ja hij is al eenige dagen met geweldige tandpijn,
is hij braaf?
den braafste van den hoop.
eet hij goed.
de meeste van allen.
leert hij goed?
den beste en heeft spijt dat hij niet ter school kan gaan.
St. Niklaas kwam dichter en dichter schoof de watte op zij, legde zijn 2 vingers op de wang en zei, we zullen eens zien, t’ zal wel gedaan zijn en t was gedaan. s’ anderendaags ginge we zien, t was ne cigare winkel, en moeder zei: St. Niclaas, g’ hebt een mirakel gedaan, de kleine is al naar school, van als ge uwe 2 vingers op zijn kaak had gelegd, is de pijn verdwenen geweest Bij t buitengaan komt doktor Verbelen voorbij (…) en hij antwoord seffens: dit is mogelijk, dat is sujestie, die kleine heeft zijn gedachte op de echte Klaas gezet en t’ wonder was gebeurd.
t’ volgende was
bij Vermeulen te St Gilles, het dochtertje was gebrekkelijk t’ schoonste kindje
dat we ooit hadden tegengekomen. blozende wangen gelijk appeltjes, t’ was om in
te bijten, het had vernomen dat Klaas de ronde deedt in Dendermonde en zou toch
zoo gaarne St Niklaas eens zien en mee spreken. en de moeder sprak Charles
Moens aan die Gustje Mestag verwittigde en t’ komplot was gauw beslist. T’ was
den derden dag van ons ronde, juist slecht weder, t’ sneeuwde geweldig, we
hadden beloofd te komen, dus we waren verplicht nen auto te nemen. De klein lag
in ne leren zetel in de salon nevens de venster. hoorde de clakson, t’
stilstaan van den auto, daarna t’ binnen treden van Nicodemus, Cardinaal en St.
Niklaas. Ze deed haar best om recht te staan, doch moeder moest haar helpen. en
t eerste wat ze zegde was: St. Niklaas, wat ben ik gelukkig dat Ge gekomen zijt,
mag ik U iets vragen a.u.b. Ik weet dat ge met Kerstdag terug in den hemel zijt,
zoudt ge dan eens wille vragen aan ons lieven Heer, O.L.Vr., St. Pieter, St.
Paulus en de andere Heiligen opdat ik toekomend jaar mijn nieuwjaarbriefje zou
kunnen aflezen staande op mijn twee voetjes zooals de andere kinderen. De
Cardinaal die ook een gebrekelijk kindje had, moest al wenend uit de plaats gaan
alsook Klaas. en Nicodemus moest het woord nemen en beloofde dat het eerste
gevraagde in mijn rapport zou staan, daarna hernam St. Niklaas en vernam door
moeder dat de klein toch zoo braaf was en goed eete enz. enz.
en wat zoudt ge
nu toch wille van St. Niklaas, want mijne Nicodemus brengt van avond al het
gevraagde bij de brave kinderen naar huis, dan reiden we naar Brussel en
vertrekken we van boven op de colonne de Congres naar den hemel.
Al wat ge
brengt, is goed, maar een zwart popje zou ik gaarne hebben,
t’ wilde nu lukke dat
er nog een zwart popje in den auto was gebleven en toen ik er mée binnen kwam,
kon ik de vreugde van dit kindje niet weergeven, t’ was gestatig omhelze en
tegen het hart drukken.


























