Zondag 26 maart 2006
Uitrekselsels uit de toespraak van Hirsi Ali.
Alhoewel over Mevr Ali veel kan gezegd worden, en niet altijd positief
als je de artikelen mag geloven, kan je er niet omheen dat haar kruistocht
tegen de Islam vanuit een intern gezichtspunt wordt gevoerd, met andere
woorden, ze spreekt met kennis van zaken. Als je dan de literatuur van
de mevrouw (wiens naam me nu niet te binnen schiet) die undercover op
zoek ging naar Moslimextremisme in Molenbeek ernaast legt dan vraag je
je toch af wanneer onze politici eens wakker gaan worden.
Ayaan Hirsi Ali is lid van de Nederlandse Tweede Kamer voor de liberale VVD. Toespraak gehouden in Berlijn op 9 februari 2006.
De volledige tekst van haar toespraak heb ik ontvangen via Piet De Pauw
"Ik sta hier om het recht op beledigen te verdedigen. Het is mijn overtuiging dat de kwetsbare onderneming genaamd democratie niet kan bestaan zonder vrije meningsuiting, in het bijzonder in de media. Journalisten mogen de plicht om vrijuit te spreken, die mensen in andere continenten wordt ontzegd, niet overboord gooien. Ik ben van mening dat het correct was om de cartoons over Mohammed in Jyllands-Posten te publiceren en dat het juist was om ze te herpubliceren in andere kranten verspreid over geheel Europa.
Laat me de geschiedenis van deze affaire nog eens samenvatten. De auteur van een kinderboek over de profeet Mohammed kon geen illustratoren vinden voor zijn werkstuk. Hij stelde dat illustratoren zichzelf censureerden uit angst voor represailles van moslims die stellen dat niemand ooit ergens de profeet mag afbeelden. Jyllands-Posten besliste om dit te onderzoeken. Zij waren terecht van oordeel dat zo'n zelfcensuur grote gevolgen kan hebben voor het democratisch bestel. Het was hun plicht als journalisten om de tekeningen van de profeet Mohammed te bestellen en te publiceren.
De kranten en tv-zenders die de moed niet hadden om hun publiek de karikaturen te tonen in deze cartoonaffaire, moeten zich schamen. De intellectuelen die deze beslissing namen leven van de vrije meningsuiting maar accepteren tegelijk censuur. Ze verbergen hun geestelijke mediocriteit achter nobel klinkende principes zoals 'verantwoordelijkheid' en 'gevoeligheid'.
Vandaag wordt de open samenleving uitgedaagd door het islamisme, toegeschreven aan een man genaamd Mohammed Abdullah, die in de zevende eeuw leefde en die beschouwd wordt als een profeet. Vele moslims zijn vredelievende mensen, het zijn heus niet allemaal fanatici. Voor zover het mij aangaat hebben zij alle recht om gelovig en trouw aan hun overtuiging te zijn. Maar binnen de islam bestaat er een radicale islamistische beweging die de democratische vrijheden verwerpt en hen wil vernietigen. Deze islamisten proberen andere moslims ervan te overtuigen dat hun manier van leven de beste is. Maar als hun tegenstanders de misvattingen in de leer van Mohammed trachten aan te duiden worden ze ervan beschuldigd agressief te zijn, godslasterlijk, maatschappelijk onverantwoord of zelf islamofoob of racistisch.
Ik meen dat de profeet een fout maakte door zichzelf en zijn ideeën boven de kritische reflectie te plaatsen.
Ik meen dat de profeet een fout maakte door de vrouw te willen onderwerpen aan de man.
Ik meen dat de profeet een fout maakte door te verordenen dat homo's moeten vermoord worden.
Ik meen dat de profeet Mohammed een fout maakte toen hij zei dat afvalligen moeten worden gedood.
Hij zat fout toen hij zei dat overspeligen moeten worden afgeranseld en gestenigd en dat de handen van dieven moeten worden afgehakt.
Hij zat fout toen hij zei dat zij die sterven voor de zaak van Allah beloond zullen worden in het paradijs.
Hij zat fout toen hij stelde dat een voldragen samenleving kon worden gebouwd op zijn ideeën alleen.
De profeet zei en deed ook goede dingen. Hij moedigde liefdadigheid aan. Maar ik wens de stelling te verdedigen dat hij onrespectvol en ongevoelig omging met degenen die het niet met hem eens waren. Ik denk dat het juist is om kritische tekeningen en films te maken over Mohammed. Het is noodzakelijk om boeken te schrijven over hem zodat gewone burgers kunnen worden onderwezen over Mohammed".
Einde citaat.
Ayaan Hirsi Ali is lid van de Nederlandse Tweede Kamer voor de liberale VVD. Toespraak gehouden in Berlijn op 9 februari 2006.
De volledige tekst van haar toespraak heb ik ontvangen via Piet De Pauw
"Ik sta hier om het recht op beledigen te verdedigen. Het is mijn overtuiging dat de kwetsbare onderneming genaamd democratie niet kan bestaan zonder vrije meningsuiting, in het bijzonder in de media. Journalisten mogen de plicht om vrijuit te spreken, die mensen in andere continenten wordt ontzegd, niet overboord gooien. Ik ben van mening dat het correct was om de cartoons over Mohammed in Jyllands-Posten te publiceren en dat het juist was om ze te herpubliceren in andere kranten verspreid over geheel Europa.
Laat me de geschiedenis van deze affaire nog eens samenvatten. De auteur van een kinderboek over de profeet Mohammed kon geen illustratoren vinden voor zijn werkstuk. Hij stelde dat illustratoren zichzelf censureerden uit angst voor represailles van moslims die stellen dat niemand ooit ergens de profeet mag afbeelden. Jyllands-Posten besliste om dit te onderzoeken. Zij waren terecht van oordeel dat zo'n zelfcensuur grote gevolgen kan hebben voor het democratisch bestel. Het was hun plicht als journalisten om de tekeningen van de profeet Mohammed te bestellen en te publiceren.
De kranten en tv-zenders die de moed niet hadden om hun publiek de karikaturen te tonen in deze cartoonaffaire, moeten zich schamen. De intellectuelen die deze beslissing namen leven van de vrije meningsuiting maar accepteren tegelijk censuur. Ze verbergen hun geestelijke mediocriteit achter nobel klinkende principes zoals 'verantwoordelijkheid' en 'gevoeligheid'.
Vandaag wordt de open samenleving uitgedaagd door het islamisme, toegeschreven aan een man genaamd Mohammed Abdullah, die in de zevende eeuw leefde en die beschouwd wordt als een profeet. Vele moslims zijn vredelievende mensen, het zijn heus niet allemaal fanatici. Voor zover het mij aangaat hebben zij alle recht om gelovig en trouw aan hun overtuiging te zijn. Maar binnen de islam bestaat er een radicale islamistische beweging die de democratische vrijheden verwerpt en hen wil vernietigen. Deze islamisten proberen andere moslims ervan te overtuigen dat hun manier van leven de beste is. Maar als hun tegenstanders de misvattingen in de leer van Mohammed trachten aan te duiden worden ze ervan beschuldigd agressief te zijn, godslasterlijk, maatschappelijk onverantwoord of zelf islamofoob of racistisch.
Ik meen dat de profeet een fout maakte door zichzelf en zijn ideeën boven de kritische reflectie te plaatsen.
Ik meen dat de profeet een fout maakte door de vrouw te willen onderwerpen aan de man.
Ik meen dat de profeet een fout maakte door te verordenen dat homo's moeten vermoord worden.
Ik meen dat de profeet Mohammed een fout maakte toen hij zei dat afvalligen moeten worden gedood.
Hij zat fout toen hij zei dat overspeligen moeten worden afgeranseld en gestenigd en dat de handen van dieven moeten worden afgehakt.
Hij zat fout toen hij zei dat zij die sterven voor de zaak van Allah beloond zullen worden in het paradijs.
Hij zat fout toen hij stelde dat een voldragen samenleving kon worden gebouwd op zijn ideeën alleen.
De profeet zei en deed ook goede dingen. Hij moedigde liefdadigheid aan. Maar ik wens de stelling te verdedigen dat hij onrespectvol en ongevoelig omging met degenen die het niet met hem eens waren. Ik denk dat het juist is om kritische tekeningen en films te maken over Mohammed. Het is noodzakelijk om boeken te schrijven over hem zodat gewone burgers kunnen worden onderwezen over Mohammed".
Einde citaat.

