
Archief

Fietsroute van 18 km in het kanton

Federale Verkiezingen - 10 juni 2007
Vanuit het kanton Herk-de-Stad hadden zich slechts 5 kandidaten,
waarvan 4 vrouwen, op een verkiezingslijst, voor kamer of senaat, geplaatst.
En eigenaardig genoeg, allemaal inwoners van de gemeente Herk-de-Stad.
Halen of Lummen stelden geenenkele kandidaat ter beschikking.
Hiervan bekleden er reeds enkelen een politiek mandaat:
Magda Ramaekers als Eerste Schepen en Voksvertegenwoordiger bij de Vlaamse regering,
Mark Vanleeuw als schepen en Hilde Bartolomivis als Limburgs provincieraadslid.
Op de huidige lijsten stonden:
Caroline Van Gutshoven op de niet zo aantrekkelijke 20ste plaats effectief van het CD&V/nva
en bij Open VLD Mark Vanleeuw op de 5de opvolgersplaats bij de senaat.
Bij de kamer bekleedde SPA/Spirit Magda Ramaekers de 2de opvolgersplaats,
Karolien Grosemans de 5de opvolgersplaats van het CD&V/nva
en Hilde Bartolomivis de 5de opvolgersplaats van het Vlaams Belang.
Naamstemmen Senaat:
Carol. Van Gutshoven : 30.073 (Vlaanderen) - (71)
11.335 (Limburg) - (22)
1.257 (Kanton) - (4)
Mark Vanleeuw : - (Vlaanderen) - (nv)
4.437 (Limburg) - (nv)
1.092 (Kanton) - (6)
Naamstemmen Kamer:
Magda Ramaekers : 8.613 (Limburg) - (44)
2.292 (Kanton) - (2)
Karolien Grosemans : 11.179 (Limburg) - (34)
1.377 (Kanton) - (5)
Hilde Bartolomivis : 5.759 (Limburg) - (72)
326 (Kanton) - (41)
(nv=niet vermeld bij top 100)
Vissterfte in Mombeek na reiniging citernes bij brouwer Alken-Maes


In de Mombeek in Alken, die uitmondt in rivier de Herk, drijven honderden dode vissen. Onderzoek wees uit dat het beperkte zuurstofgehalte door de lage waterstand in de beek en lozing van afvalwater bij brouwerij de oorzaak vormden. De brouwerij had de nodige milieuvergunningen en toestemming om citernes te reinigen. De lokale politiezone kanton Borgloon stelde een proces-verbaal op en verwittigde de milieudienst van de gemeente Alken. (belga/hln)
Nonnen en soeurs... Kloostrofobie te Herk-de-Stad


Het resultaat is een kanjer van 345 bladzijden, boordevol originele documenten en met meer dan 650 foto's, die aantonen hoe de Groot-Herkse bevolking verbonden was met haar klooster. ''De zusters ursulinen in Herk-de-Stad, In dienst van God en van de gemeenschap'' luidt de titel.
,,Het boek is het relaas van een congregatie die in 1851 naar Herk kwam om er gratis onderricht te bieden aan de arme kinderen'', vertellen de auteurs Paul Bonneux, Annie Leemans, Georges Niesen, André Smeets, Raoul Tips en Jan Van Duffel. ,,Daarnaast hadden de zusters een betalend Franstalig pensionaat, dat in heel België en zelfs tot in Amerika en Australië toe, leerlingen rekruteerde.''
Onder de mensen
,,Aanvankelijk waren drie huizen op de markt het toneel van hun activiteit, maar in 1878 betrokken ze het prachtige klooster aan de Diestse Poort. Vanaf dat ogenblik bloeide de kloostergemeenschap. Het aantal gediplomeerde zusters nam toe, waardoor de ursulinen lagere scholen in Donk, Rummen, Kermt en ten slotte in Schakkebroek konden overnemen. Overal was hun contact met de bevolking zeer intens, een typisch eigenheid van de ursulinen: zij leven niet achter kloostermuren maar onder de mensen.''
,,Voorts bevat het boek waarnemingen van de zusters en wat zich in Herk en omgeving afspeelde tijdens beide wereldoorlogen, interessante gegevens die met herinneringen en foto's van oudere Herkenaren werden aangevuld. De ursulinen beleefden de verdere ontwikkeling van hun scholen tot wat ze nu zijn. Het boek bundelt eveneens ooggetuigenverslagen van leraars en leerlingen van die scholen, van interne Vlaamse leerlingen vanaf 1926 tot de jaren '80 en van Engelstalige en Zwitserse leerlingen gedurende de hele vorige eeuw. Ten slotte brengt het boek het succesverhaal van de Sint-Ursulakliniek, het revalidatiecentrum en de uitbreiding van hun residentie voor oudere zusters tot een RVT met opvang van leken. Wie het boek doorbladert, beseft dat de ursulinen een weldaad zijn geweest voor Herk-de-Stad. Zij werden na de tweede wereldoorlog de grootste werkgevers dankzij hun scholen en hun kliniek'', aldus de zes auteurs.
Het boek kost 15 euro en werd gedrukt in een oplage van 400 exemplaren. Boeken bestellen kan in gemeenschapscentrum De Markthallen, markt 2 3540 Herk-de-Stad (013-35.99.50 of de.markthallen@herk-de-stad.be. Het boek is beschikbaar vanaf 21 april. (Paul Pans) (Nieuwsblad)
Geschiedenis Schulen in stripverhaal


Piet Rymen is een Schulense autochtoon, gedreven conservator van het natuurreservaat Schulensbroek, schatbewaarder van de kerkfabriek, marathonloper en financieel auditeur bij de NMBS-Holding. Cartoonist Dré Mathijs geeft les aan de Stedelijke Kunstacademie van Hasselt. Glas in lood, schilderen en creatief bezig zijn met keramiek zijn Dré erg lief.
Anekdoten
'We produceerden naar aanleiding van de herdenking van de eerste vermelding van Schulen in 1107 een stripverhaal met weetjes en anekdoten uit het Schulens verleden', vertellen Piet en Dré. 'De speelse tekeningen verhelderen de eerder korte teksten, zodat het een luchtig geheel blijft. Dat is ook de bedoeling. Wij willen zo laagdrempelig mogelijk werken en de vele inwijkelingen en hun kinderen wat kennis over hun streek meegeven. Het was niet de bedoeling de geschiedenis van Schulen te schrijven, dat is reeds eerder gebeurd. Wel wilden we enkele minder gekende wetenswaardigheden onder de aandacht brengen. Bijvoorbeeld de middeleeuwse plaatselijke wetten of keuren, de gebruiken in de schuttersgilden en het parochiaal leven in de twintigste eeuw. De uitgave kreeg de steun van de Vlaamse Gemeenschap en van het Contactforum van Erfgoedverenigingen.'
Deelnemers aan de activiteiten in het kader van 900 jaar Schulen krijgen het leuke werkje gratis. Daarnaast wordt het te koop aangeboden voor 1 euro, onder meer in het gemeenschapscentrum De Markthallen in Herk-de-Stad en in een nog te zoeken verdeelpunt in Schulen.
Piet Rymen en Dré Mathijs maakten al meerdere stripverhalen, onder meer Schalks Geschetste Geschiedenis van Herkenrode, Schaakmat aan afvalduivel en Schulensmeer te Beschermen Schat, waarvan vijfduizend exemplaren de deur uitgingen en ondertussen een verzamelaarsitem werd. Schulen door de eeuwen heen is een hebbedingetje voor Ieders Schulens gezin.
Fotogeniek - week 13 - anders

Schakkebroek - Kerk

Halen - Slag der Zilveren Helmen

Zwarte Duivels contra Duitse Doodskophuzaren.
door Wiel Beijer
Op de achtergrond de "IJzeren Winning". Het huidige museum.
In en rond het Belgisch-Limburgse plaatsje Halen woedde op 12 augustus 1914 de énige slag in de eerste wereldoorlog die de Belgen zonder hulp van de geallieerden wisten te winnen van de Duitse agressors. En werd wat later de Slag der Zilveren Helmen genoemd. “Deze slag was tevens de laatste grote cavaleriecharge in West-Europa die met de blanke sabel en met lansen werd uitgevochten. Na Halen was het gedaan met de paarden”, vertelt museumuitbater Julien Stroobants.
Hij runt met zijn gezin het museum "Slag der Zilveren Helmen". Het museum toont de privé-verzameling van vader Jozef Stroobants. Die begon na de tweede wereldoorlog alles te verzamelen wat met die slag uit 1914 te maken heeft en dat resulteerde in 1960 in een heus museum. De verzamelwoede van Josef Stroobants hield verband met het feit dat hij geboren was op de hoeve IJzerwinning, die midden op het slagveld lag en waar op een dag zelfs twee Belgische soldaten door het slaapkamerraam moesten vluchten omdat beneden Duitse soldaten in de keuken binnenvielen. “ De hoeve lag precies tussen het Belgische kanonvuur vanaf Metteberg en de Duitsers in het dal van Velpe bij Halen.
Het was in velerlei opzichten een bijzondere slag, waarbij, afgezien van veel soldaten, ook tussen de 400 en 500 paarden sneuvelden, weet Julien Stroobants van zijn vader.
“De mensen uit het dorp moesten de paarden opruimen en daarbij vonden ze vele blinkende helmen – de Pickelhaubes van de Duitse soldaten. De naam "Slag der Zilveren Helmen" heeft de pastoor August Cuppens van Loksbergen verzonnen. Hij maakte een gedicht over de slag. Hij noemde ze "Slag der Zilveren Helmen", naar de Gulden Sporenslag van 1302 bij Kortrijk.”
Zesduizend Belgische soldaten streden rond Halen tegen vijfduizend Duitsers die waren opgerukt via Vise, Tongeren en Hasselt.
De Belgen werden aangevoerd door generaal De Witte, die na de succesvolle slag door koning Albert in de adelstand werd verheven en zich generaal-baron De Witte de Haelen mocht noemen. “De sterke zet van de generaal was dat hij de ruiters van hun paarden liet afstijgen.
Ze moesten niet met van bamboe gemaakte lansen de vijand bestrijden, omdat ze dan een makkelijke prooi zouden zijn voor de Duitse machinegeweren, maar schietend vanaf de grond strijden totdat er hulp van de infanterie uit Tienen zou komen.
De Duitse cavalerie voelde zich superieur aan de Belgen en wilde in oude stijl met getrokken sabel storm lopen. De Duitsers maakten liefst acht van deze stormritten. De laatste met 900 ruiters, maar ze konden het niet winnen van de Belgen en leden grote verliezen.
De Duitsers trokken zich daarop terug achter de rivier de Gete, terwijl de Belgen zich eveneens terugtrokken om ingezet te worden bij Antwerpen. Daardoor konden de Duitsers acht dagen later ongestoord optrekken”, vertelt Julien Stroobants, die naast het behoorlijk grote en vooral complete museum een houthandel runt.
Lopend door het museum wijst hij op een van de vele etalagepoppen gestoken in een origineel uniform uit die oorlogsdagen. “Het is een karabinier–wielrijder.
Ze werden de Zwarte Duivels genoemd en hadden een opgevouwen fiets op hun rug. De Duitse tegenhanger, wat betreft angstaanjagende naam, waren de Doodskops huzaren.
Zij droegen een grote doodskop op hun hoofddeksel.” Verderop staat een pop in Gidsenuniform. Wij kennen het harmonie–orkest der Belgische Gidsen, dat jarenlang geleid werd door de dirigent Norbert Nozy. “Die kwam uit Halen”, zegt Julien Stroobants niet zonder trots.
Een Paassfeertje









