Naar de inhoud

Kronieken van Leest

bij Mechelen
akke.beakke.be

Wijzigingen - Aanvullingen

1965 – Luc Plasqui volgde Luc De Keersmaeker op als koster te Leest

Luc Plasqui, geboren in Hombeek op 22/12/1941, had een Hombeekse koster-orgelist als vader en als grootvader.
In 1965 en op vraag van Pastoor Coosemans werd Luc, die tot drukker opgeleid was, wellicht omdat zijn vader ook drukker was, koster-orgelist in Leest. Maar na amper vier maanden werd hij soldaat. Tijdens zijn legerdienst verving Leo Hellemans (°Leest 1937), kleinzoon van koster-orgelist Louis Hellemans, hem als orgelist.
Na zijn legerdienst –pastoor Coosemans was opgevolgd door pastoor Lornoy en de dagelijkse mis was naar de avond verplaatst- bleef Luc wel orgelist maar minder vaak was hij nog koster : alleen nog ’s zondags en voor alle plechtige vieringen. In 1990 mocht hij zijn zilveren kostersjubileum vieren.
Ondertussen was Luc (op 2 juli 1969) getrouwd met Maria Phlippo uit Merksem, zij was een achternicht van de Hombeekse pastoor F. De Ridder. Het paar kreeg vier kinderen. Behalve als koster werkte Luc –tot 1999 samen met zijn broer Herman die tot dan ook koster-orgelist en drukker in Hombeek was- ook als begrafenisondernemer en drukker. Van dan af oefende uitsluitend Luc nog die taken uit, tot hij (in 2007) als zelfstandig drukker op pensioen ging. In Leest bleef hij wel orgelist én begrafenisondernemer, dit laatste ook voor de omliggende dorpen.” (“De Sint-Niklaasparochie in Leest”, Wilfried Hellemans)

Toen Luc in 1985 zijn 20-jarig kosterschap vierde leverde Georges Herregods ter gelegenheid van dit jubileum een bijdrage voor “De Band” over de verschillende generaties kosters te Leest (te lezen in deze Kronieken bij het jaar 1830). Voor de redactie van het maandblad van Milac was dit ook een reden om deze koster aan de tand te voelen :

Luc PLASQUI 20 jaar Koster

-Hoe ben je eigenlijk koster geworden ?
-Op zekere dag kwam pastoor Coosemans, die ik toen nog niet goed kende, me vragen om koster te worden te Leest. ‘k Heb lang getwijfeld, ‘k had niet voorzien van koster te worden, kwam enkel met Posse Leest ne keer hier, maar heb dan uiteindelijk toch toegezegd onder invloed van ons moeder die zegde : ‘Ge moet dat doen, dan zijt ge alle twee ’t zelfde (broer Herman is ook koster en drukker te Hombeek).’ Vergeet ook niet dat de Plasqui’s ongeveer een eeuw lang koster zijn te Hombeek. Als kleine jongen werd ik reeds betrokken bij het kosterambt. We maakten zeer veel plezier bij het luiden van de klokken, deze moesten immers 3 maal per dag in gang getrokken worden met het grote zeel. Als de elektriciteit uitviel, en dat gebeurde in die tijd wel eens meer, moesten wij als jonge gasten drie missen lang gaan trappen om de blaasbalg in gang te houden van het orgel, zodat ons vader kon spelen.
-Waar heb je uw opleiding gehad ?
-Ik heb eerst privé piano- en muzieklessen gevolgd bij Gaston Van den Bergh, ondertussen voor drukker geleerd, een jaar publiciteit in Brussel en dan nog 2 jaren Lemmensinstituut in Mechelen. -En hoe verliep het in ’t begin ?
-In ’t begin was dat volledig koster zijn, alles gereed leggen, orgel bespelen, alles weer wegleggen, enz.. Alle dagen ’s morgens om zes uur de klok luiden en dan de mis, ’s zondags wel drie missen. Maar na vier maanden moest ik bij ’t leger, Leo Hellemans verving me dan zolang, en na mijn legerdienst was E.H. Lornoy de nieuwe pastoor. De mis was dan om 7 uur ’s avonds, dat gaf problemen met mijn werk als drukker, en zo is er een praktische regeling afgesproken die nu nog altijd loopt. Ik bespeel het orgel en voor lijkdiensten en huwelijken speel ik nog een beetje koster.
-Wie is eigenlijk je werkgever en betaalt hij goed ?
-Ah, ’t is niet meer gelijk vroeger, mijn grootvader kon er nog van leven, mijn vader al niet meer, maar toen waren ze nog bedienden van de kerk. Nu is het de kerkfabriek die mij betaalt per prestatie en vermits het aantal prestaties nog weinig is, is er ook niet veel te verdienen.
-Je hebt er nu reeds 20 jaar opzitten, hoeveel er nog bij ?
-‘k Blijf het graag doen, het is ook nog de enige gelegenheid voor mij verder aan muziek te doen, ‘k kan het zo wat onderhouden. Een nadeel is wel dat je altijd ter beschikking moet zijn, vooral op de hoogdagen als veel mensen al eens weg gaan, wordt er juist op mij gerekend. Vroeger 20-25 jaar geleden, was dat nog veel erger, mijn vader moest alle dagen van het jaar zonder uitzondering in de kerk zijn. Alleen goede vrijdag gold als verlofdag voor de koster.
-En het zingen Luc, waar heb je dat geleerd ?
-Ik heb altijd goed kunnen zingen, als kleine gast al in ’t school, zong ik direct met de groten mee in ’t koor. ’t Gregoriaans heb ik later in ’t Lemmensinstituut geleerd, dat toen nog veel meer op kerkmuziek was afgestemd.
-Voor later een opvolger tussen de kinderen ?
-Dat kan, zullen we afwachten; onze Johan en Kathleen leren piano en spelen soms al op ’t orgel. Al onze kinderen spelen graag muziek, ’t zit nu eenmaal in de familie langs de twee kanten.
-Valt het je soms niet zwaar ?
-Ja, zwaar kan het soms wel zijn, bv. met de goede week en Pasen, dan zijn er veel diensten. Zwaar kan het ook worden, emotioneel dan, bij lijkdiensten voor mensen die je persoonlijk goed gekend hebt, vooral als het jonge mensen zijn, neen routine wordt dat niet, het doet je dan wel iets.
-En het kerkkoor, hoe staat het daar mee ?
-Wel, dat is een groot probleem, onze kern is te klein, en vooral ’t Gregoriaans is een probleem, er zijn te weinig mensen die het nog kunnen en willen zingen. Ze vinden het een beetje oudmodisch. Voor Kerstmis en Pasen wordt er speciaal gerepeteerd en met meerdere mensen goed gezongen, maar voor de rest van het jaar is het maar zwakjes en zouden we gerust versterking kunnen gebruiken.
Ondertussen wijst Maria ons de prachtige, ingekaderde foto aan, die Luc als verrassingsgeschenk van het kerkkoor ontving voor zijn twintig jaar trouwe dienst. De mooi genomen foto toont Luc spelend op het kerkorgel.
-En het orgel ?
-Dat is in geen goede staat meer. ’t Gevolg is dat alleen ik er praktisch nog kan op spelen omdat ik de zwakke plekken er van ken en weet wat ik wel en niet mag gebruiken. Ik voel en hoor direct als iemand anders er op gespeeld heeft en dat is omdat het orgel niet meer in orde is.
We vernemen ook dat Luc reeds vele jaren, naast drukker en koster, ook nog begrafenisondernemer is. Hij vertelt dat het ook gebeurt dat mensen zelf op voorhand hun eigen begrafenis komen regelen. Ook dat hij de mensen van Leest leert kennen door de doodsbrieven die hem regelmatig verbazen : ‘tiens, is die de zuster van die ?’ Hij leert ermee hoe al die families aaneen hangen.
Nog lang zouden we kunnen vertellen over Luc’s activiteiten maar ’t is hoognoen geworden en tijd om te stoppen. In extremis vertelt Maria ons nog over Luc’s hobby’s : wijnen en vogels…met miswijn begonnen Luc ?” (‘DB’, november ’85)

Zijn echtgenote Maria Phlippo schonk hem vier kinderen : Johan, Kathleen, Lieveke en Philippe.

Foto’s :

-Luc Plasqui als deelnemer aan de stoet van eeuweling Stanne Van den Broeck in 1980.
-Luc, gekiekt in Londen, anno 1994.
-In 2011 aan de kerk van Leest.
-Koster Luc Plasqui zoals de meeste Leestenaars hem aan het werk hebben gezien.
-Een rouwkaartje van Drukkerij Plasqui, de begrafenisonderneming van de familie.



2725619-7e92cb55a5aee7e280b9f73227484d0d.jpg

2725619-4368caa7a079e6dbf31d9ca0bcb58b6c.jpg

2725619-160ab70cf09e8fa91e5bfdfe138a0fb4.png

2725619-759eef0a6762569028509fd0caf844c0.jpg

2725619-2491d3b86bed974fa1bd397da4f6bd14.jpg
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:42 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1964 – 25 december : Toneelavond B.J.B.-Meisjes

Zaal “Ons Parochiehuis” in de Kouter. Deuren 18u30. “Tante kiest een man”. Ook dans en rytmiek. Inkom : 25 frank.

1964 – 31 december : Bevolking

Op 31 december telde Leest 1875 inwoners.

Aanvullingen 1964. 

Schoolfeest meisjesschool.

-Foto afkomstig van Krista Jacobs (°1958), een kleindochter van Remi de barbier uit het dorp en Sidonie Geerts. Zijzelf staat ook op de foto met enkele andere jaargenoten van 1958.
V.l.n.r. :Leen Verschueren, Albert Peeters (Alemstraat), Krista Jacobs (Molenstraat), Patrick D’Hollander (Winkelstraat) en Karin De Laet (Scheerstraat).

-Hetzelfde schoolfeest met kinderen die geboren zijn in 1957.
V.l.n.r. : onbekend, Linda D’Hollander (Winkelstraat), Liliane Van Praet (Alemstraat), Leen De Prins (Kleine Heide) en Marleen Gobien (Juniorslaan). (Foto : Liliane Van Praet)

- Op de foto ook de zus van Krista Marina Jacobs (°1960).

-Foto’s uit het schoolfeest van de meisjesschool in 1964. Op deze foto staat het oudste zusje Jacobs (°1957).

-Foto’s van de familie De Laet uit de herberg ‘In den Bareel’ met dank aan Gerda De Laet.

Vervolgt met 1965.



2725525-528a852041e95b090fea6d43e48b05e0.jpg

2725525-a07e3638623bce07d6f4e793d2ba4139.jpg

2725525-bb6293c050fb936a0e760b6c5ad1fd8e.jpg

2725525-9ccda33fa6221ac5f83358bfe87093cc.jpg

2725525-7d7f875b02e51998cee92756ce82a322.jpg

2725525-2107acb81b08a35df4f3fab3bbca8934.jpg

2725525-1034d9073b94a9a05a307c285479a6dd.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 15:58 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1964 – 18 december : Overlijden van Frans Coeckelbergh

Frans was te Leest geboren op 22 april 1891 en hij overleed er op 18 december. Hij was gehuwd met Sophia Solie die hem vier kinderen schonk : Emiel (Gehuwd met Leonie Vermoesen), Edward (Gehuwd met Melanie Daelemans), Jozef (Gehuwd met Angèle De Wit) en Mariette (Gehuwd met Emiel Polfliet).
Frans was Oudstrijder 1914-18, Bestuurslid van de N.S.B. afdeling Leest, Ridder in de Leopoldsorde, Ridder in de Kroonorde en drager van het Oorlogskruis met Palm en andere Vaderlandse onderscheidingen. In het julinummer van “De Band” uit 1956 verscheen een boeiend interview met deze Oudstrijder :

Interview met Oudstrijder Frans COECKELBERGH

“Alhoewel het loten reeds tot het verleden behoorde toen Frans werd opgeroepen om het vaderland te dienen waren er toch nog velen die door de mazen van het net konden glijden en zich vrijmaken van legerdienst. Maar bij mij was hier geen sprake van zegt Frans want niettegenstaande ik de oudste en mijn moeder weduwe was, moest ik in 1911 optrekken om mijn dienstplicht te vervullen. Hij werd binnengeroepen te Berchem bij het 6e Linieregiment. Nu mogen de soldaten wel boffen want met 2 maand opleiding komen zij er van af, maar in onzen tijd was dat 6 maand en dan moet ge weten dat voor ons Vlamingen alle bevelen in de Franse taal werden gegeven en als er waren welke deze niet verstonden bracht dat nog een hele boel moeilijkheden mee, aldus Frans.
En hoe is uwen dienst verder verlopen Frans ? Die werd gevuld met wachten kloppen, marsen en maneuvers doen, het ergste van al was, dat wij als onze 15 maanden om waren nog niet mochten afzwaaien want in tussentijd was er in de Borinage een wilde staking uitgebroken, die ons nog 4 maanden langer onder de wapens hield zodat ik slechts in mei 1913 afzwaaide.
Op 28 juli 1914 werd ik terug opgeroepen om ten strijde te trekken tegen onze Duitse vijand en trokken wij na een viertal dagen de Duitser tegemoet om eerst slag te leveren te Rotselaar waar wij voor de overmacht van de aanvaller moesten wijken naar Haacht, waar we de vijand nogmaals duchtig repliek gaven en waar ik een van de kritiekste ogenblikken van de oorlog meemaakte. Even verhalen, we moesten ’s nachts een kasteel te Haacht gaan bezetten maar van het ogenblik dat we de poort openduwden werden we verrast door een bel die plots aan ’t bellen sloeg en toen we het kasteel verder wilden onderzoeken ondervonden wij dat we onmogelijk tot de bovenverdiepingen konden toegang krijgen, onze verrassing werd nog groter toen we plots beschoten werden door de Duitsers die zich verscholen hadden op de kamers, en stond ons niets anders te doen dan de wijk te nemen en de artillerie er op af te sturen, deze maakte met kasteel en Duitsers korte metten.
Na elke slag moesten wij terug naar Lier om onze troepen in slagorde te brengen. Van daar moesten wij naar Katelijne Waver waar we weer slag leverden, maar de Duitser beschoot met zwaar geschut het fort dat wij te verdedigen hadden. Hij slaagde er in het poedermagazijn in brand te schieten, zodat vele van onze Belgische soldaten in brandende toortsen werden herschapen en er een gruwelijke dood vonden. Niettegenstaande deze tegenslag hielden we nog een volle dag stand om dan ten gevolge van de slechte ravitaillering te moeten aftrekken naar Lint waar we nogmaals gevechten moesten leveren tegen de Duitse mitrailleurs die zich in de bomen verscholen hadden en ons aldus konden beschieten terwijl we in de grachten verder kropen. Van zodra wij dat in de gaten hadden losten wij salvo’s in de bomen, de Duitsers aldus verplichtend van de wijk te nemen en niet voor lang echter, want spoedig kregen ze versterking en moesten wij aftrekken naar de Redoute van Deurne, waar de Duitsers twee dagen later eveneens aankwamen en na enkele uren bezit namen van de Redoute. Met pak en zak zijn wij dan door de brandende stad Antwerpen getrokken, waar zelfs de Schelde in vuur en vlam stond. Dan maar steeds verder achteruit naar Sint Niklaas waar we op de trein stapten en naar Oostende gevoerd werden. U moet nu niet gaan denken dat we deze transport meemaakten in comfortabele wagens ! Neen, op verre na niet, we werden in beestenwagens geduwd en rijden maar om van uit Veurne te voet naar Ramskapelle te trekken, wat ook nog gepaard ging met tal van moeilijkheden o.a. te Nieuwpoort waar de Duitsers in een bietenveld verstopt lagen en ons van daar uit beschoten. Telkenmale er zich een van onze soldaten durfde vertonen werd hij onmeedogend neer gekogeld. Zo zijn wij dan te Ramskapelle aangekomen waar we voor goed de slag aan de IJzer hebben begonnen door eerst de reeds over de IJzer gekomen Duitsers, ten koste van zeer veel mensenlevens, terug te drijven. In dat gevecht zijn voor de eerste maal Senegalezen tussen gekomen. Senegalezen zijn werkelijk wreedaardige kerels die op sommige ogenblikken geen onderscheid maakten tussen vriend of vijand en die met de dolk tussen de tanden tot de vreselijkste daden in staat waren. Zo heb ik met mijn eigen ogen gezien, nog steeds aldus Frans, dat één van die mannen enkele dagen na deze slag nog steeds met de kop van een Duitser, die hij tijdens het gevecht afgesneden had, in zijn zak rondliep.
Deze eerste slag aan de IJzer heeft geweldig veel doden gevergd. Overal waar wij kwamen lagen wel honderden lijken en krengen. Wij waren zodanig afgemat dat wij door het Frans leger afgelost werden en veertien dagen mochten gaan uitrusten om van dan af een vaste sector aan de IJzer toegewezen te krijgen. Zo hebben wij vier jaar lang geploeterd en gevochten in water en slijk...”

De plechtige lijkdienst had plaats op dinsdag 22 december 1964 te 11 uur in de parochiekerk van de H. Niklaas te Leest. Daarna volgde de begrafenis in de familiegrond op het gemeentekerkhof van Leest.

Foto’s :

-De Oud-Strijders van Leest bij de aanstelling van burgemeester E. Verschueren. Op de tweede rij met hoed Frans Coeckelbergh.

-Enkele herinneringen aan zijn begrafenis.

-Zijn kleinzoon Jos Coeckelbergh heeft het embleem van de oudstrijders op de grafzerk opnieuw wat bijgeschilderd en er een QR-code aan toegevoegd verwijzend naar het artikel en enkele documenten uit het archief te Evere.



2724425-6e8573bdd5a7a6d60a7c6199beec69ef.jpg

2724425-e2889342d1a747f606308859635daf49.jpg

2724425-b4347ee04ae014fe6a338302aa948c8f.jpg

2724425-3d4dacfb8ddd41aabc08772c174abe44.jpg

2724425-1f1517e1a7996fbcc1ee1bd8ea817b02.jpg

2724425-0b7d6b06bbe1819732504b176e0f9b14.jpg

2724425-ae92c24adc19c348c9ba0d6be488b2e9.JPG

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:25 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1964 – Decembernummer “De Band” : “Kerstmanneke in het uitstalraam”

“Wel gij oud grijs manneke,
Waar komt u eindelijk vandaan.
Om ook in ons klein maar goed landeke
te komen dienen als een soort reklaam.
Komt ge soms uit het nabije Oosten
of van een andere verre vriend,
ons kunt ge niet komen troosten
wij zijn met zulke vodden niet gediend.
’t Is wel spijtig dat er onder onze mensen
ook nog naieven zijn,
die het Kerstfeest in die richting wensen
en dat doet ons aan ’t harte toch wel pijn.
Voor ons zijt ge van gener waarde,
een pop zonder de minste betekenis.
Al willen sommigen hier op aarde
Een vals beeld doen geven aan Kerstmis.
Alle mensen van goeden willen deze raad
gaat voorbij, waar zulk een manneke staat.”
          Kamiel De Wit.

1964 – Decembernummer “De Band” : Winterperiode Chiro

Aan de Ouders - Onafgezien het feit dat door de Chiro-leiding onderstaande reeds werd medegedeeld, menen wij er goed aan te doen nogmaals ter kennis te brengen dat door het intreden van de Winterperiode de zondagsvergaderingen voor de onderscheiden groepen als volgt werd vastgesteld voor wat het einde ervan betreft : de vergadering voor de Burchtknapen zal uiterlijk eindigen om kwart na vijf. Voor de Knapen is de sluitingstijd vastgesteld op zes uur. Voor de Kerels eindigt alles om 9 uur. De Chiroleiding wil absoluut vermijden dat Chirojongens na de vergadering nog zouden blijven rondslenteren op terrein, lokaal of op het dorpsplein en ja…ook op het kerkhof. De ouders weze meteen verwittigd dat eventuele uitvluchten uit den boze zullen zijn.

1964 – Decembernummer “De Band” : Gemeenteraadsverkiezingen

Ten titel van inlichting geven we hieronder de naam van de verkozenen ingevolge de gemeenteraadsverkiezingen van 11 oktober 1964 en welke vanaf 1 januari 1965 het gemeentebestuur zullen vormen :

Lijst nr. 1 – B.S.P. Lijst      nr. 2 Sinte Cecilia      Lijst nr. 3 – Gemeentebelangen

Lauwers L.                        Verschueren E.                  De Prins Fr.

                                        De Prins F.                        Van der Hasselt R.

                                        Geens J.                           Verbruggen Alf.

                                        V.d.Heuvel H.

                                        Lauwers A.

1964 – Decembernummer “De Band” : Verboden zand te strooien

Herinnering : we willen langs deze weg meedelen dat het verboden is zand te strooien op de openbare weg ter gelegenheid van processies of huwelijken. Zulks in het belang van het verkeer. Men neme hiervan nota.

1964 – december : KWB-Sinterklaas bezocht voor de eerste keer de kinderen van Leest

In 1964 ging de KWB van Leest voor de allereerste keer rond met Sinterklaas en Zwarte Piet en ze maakten vele kinderen blij. (foto onderaan)

1964 – Decembernummer “De Band” : KROO Kpl Henri LAMBERTS vanuit Gent

“Hier dan ook eindelijk een brief van mij. Eerst en vooral moet ik u allen hartelijk danken voor de wekelijkse post van ‘Zondagsvriend’. Het is werkelijk enig voor zulke kleine gemeente als Leest die zo een Milac-vereniging heeft. Oprecht hartelijk gefeliciteerd. Nu ook een paar woordjes over mij. Reeds drie maanden binnen en hier in het Gezondheidscentrum van Gent moet ik nu nog een maand opleiding krijgen voor dat we naar een definitieve eenheid gaan. We krijgen hier onze opleiding van algemene zorgen om dan later gespecialiseerd te worden. Mijn specialisatie bestaat in het bedienen als radioloog-operator (sic). Geleerd woord voor niets, maar ja ge moet hier doen wat dat ze zeggen hé ! Het leven is hier verder om zo te zeggen ‘zeer goed’. Licht werk, goed eten en ‘zwaar bier’. Langs deze weg doe ik dan de groeten aan alle militairen op het ogenblik onder de wapens, aan alle Milac-vrienden en alle Leestenaren…en in het bijzonder aan al de muzikanten van Sint Cecilia en hun chef. Ook nog aan al de familieleden en de toekomstige verloofde (het moest eens waar zijn). Ik ga nu stoppen want we mogen seffens de 9 km lopen. Plezant zulle !”

-Henri Lamberts vanuit Brussel, 1965 : “Hier ben ik dan, het heeft wel een paar weken geduurd, maar ja het is ditmaal van uit Brussel.. We zitten hier namelijk in het Militair Hospitaal van Brussel. Wij zijn hier vrijdag morgen aangekomen met 10 Vlamingen en 10 Walen. Voordat we in Gent vertrokken hebben we nog een paar lastige dagen voor de boeg gekregen. Vooral de twee laatste. Namelijk een paar droppings, een van 15 km gewoon met de kaart en een van 7 km met de radio, dan nog oefeningen met de brancard in het veld, over grachten en prikkeldraad, door bossen en weiden. In feite een schoon ding om moe van te worden. We zijn slechts eenmaal met de buik plat in een gracht gevallen, maar ja, achteraf bekeken is het ook eens grappig. Dan de laatste week nog een 16-tal examens. Daarbij nog twee dagen bivak, t.t.z. opslaan van hospitaaltenten, 2 droppings met radio en daarbij nog slecht weer, plezant zulle ! Natuurlijk moest ook het afscheid van Gent gevierd worden. Het heeft wel 4 dagen geduurd, maar tot daar toe, dat mag nu toch wel ! Eerst woensdag een afscheidsavond met onze vier chefs, dan 3 kapiteins, de dokter en de korpsoverste. Een gezellige avond met natuurlijk een drinkpartij. Dan de volgende dag op het bivak, een bierzak, weeral van ’t zelfde. Terug in de kazerne moest er daar eveneens afscheid genomen worden hetgeen twee dagen in beslag nam en daarna was het gedaan. Dat was alles in Gent. Maar nu hier in Brussel. Het is gewoon ongelooflijk hier, zeer goed eten, lichte dienst, ja, en ’s avonds. Onze dag wordt hier als volgt ingedeeld. ’s Morgens opstaan om kwart na zeven, t.t.z. zonder appel, dan wassen en eten, alles op de kamer, dat is nogal een luxe zulle ! We slapen namelijk met 5 op een kamer . Om verder de gaan over onze dienst; beginnen om 8 uur (theoretisch), praktisch om 9u30 en tot 1 uur ’s middags. Wij moeten hier natuurlijk de plakken ontwikkelen in de radiografie, niet veel hoor, een 500-tal per voormiddag. Dan ’s namiddags vanaf 2 uur tot 5 uur alles in orde brengen voor de volgende dag. Dat zal dan ver alles zijn dat ik nu te zeggen heb.”

N.v.d.r. redactie : buiten de groeten aan alle andere soldaten die we moeten overbrengen geven we ook zijn nieuw militair adres : KROO Kpl Lamberts Henri, Militair Hospitaal Dienst R X, Kroonlaan 145 Brussel 5.”

1964 – 11 december : De waterpomp in de jongensschool was stuk

Waarnemend schoolhoofd Constant Huysmans schreef volgende brief naar het gemeentebestuur: “Hiermede ben ik zo vrij U ervan in kennis te stellen dat de waterpomp der Gemeenteschool uit oorzake van sleet stuk is en geen water meer kan geven. Alzo is de school voor dagelijkse schoonmaak der borden aangewezen op de bereidwilligheid der geburen. Voor mededeling, C. Huysmans, waarnemend schoolhoofd.”

Foto’s – Bijvoegsels :

-Bezoek van de KWB-Sint-Niklaas. De foto komt uit de verzameling van Marina De Wit.
Bovenaan van links naar rechts : begeleiders Frans Verschuren, Juul Boonen en Louis Solie. Onderaan van links naar rechts : Zwarte Piet Theofiel “Fille” De Prins, Sinterklaas Jan “Zjang” De Wit en onderpastoor Verbist.

-Constant Huysmans schreef een brief naar het gemeentebestuur.



2724117-006c5ec44845bd0f7efc9cf601811a0a.jpg

2724117-3b3f99b9f780a1615cdcd20974b7ec78.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 11:27 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1964 – 11 november : Veldrit Niel
Van deze cyclocross in Niel vonden we enkel de koersuitslag terug. (Foto onderaan)
Naast Leestenaar Frans Croon, op de 19de plaats, botsten we op een hoop bekende namen : Eric De Vlaeminck, Roger De Clercq, René De Rey, Rolf Wolfshohl, Albert Van Damme, Renato Longo…

1964 – 22 november : Jan De Decker gaf zijn nieuw adres op per brief
Vanuit Berchem stuurde Jan De Decker (medestichter van Milac Leest en de Jongenschiro) een brief (zie onderaan) naar de gemeente met zijn nieuwe adresgegevens :
“Waarde vriend, vermits het mij voorlopig niet mogelijk is naar het gemeentehuis van Leest te komen, laat ik U schriftelijk mijn nieuw adres kennen : Zonnebloemstraat 26 Berchem (Antwerpen), i.p.v. Tiendeschuurstraat 5 Leest.
Mag ik U tevens vragen mij dringend een uittreksel uit mijn geboorteakte te bezorgen ? Hartelijk dank bij voorbaat. N.B. Te Leest ben ik ingeschreven in boek I, blad 222.”

1964 – 28 november : Overlijden van Amandus Van Steen
Mandus Van Steen was te Leest geboren als zoon van Frans (°Steenhuffel) en Regina Daes (°Rumst) op 3 augustus 1896. Hij overleed er op 28 november 1964.
Amandus was weduwnaar van Joanna Pelagia Van Dam. “…hij was een brave, werkzame, eenvoudige en rechtzinnige man en hield zich verwijderd van het kwaad. Voor velen was hij een raadgever, een ware vader. Hij voelde zich gelukkig en blij goed te kunnen doen voor anderen. Nuttig heeft hij zijn dagen doorgebracht, kalm en gelaten ging hij de dood tegemoet zodat zijn afsterven een stichtend voorbeeld voor allen was. Bezorgd om anderen leed te besparen hield hij voor hen zijn eigen leed verborgen en verdroeg alles in stilte. Vaarwel teergeliefde kinderen, beminde bloedverwanten , heb dank voor al de liefde en genegenheid mij toegedragen…”

Bijvoegsels en foto’s :

-De uitslag van de veldrit in Niel.

-De brief van Jan De Decker met zijn adreswijziging;

-De huwelijksfoto van Mandus en Joanna Pelagia Van Dam.

-Het huwelijk van de zuster van Mandus, Alice met Frans Keulemans, bracht alle kinderen nog eens samen. De fijne snit van hun kostuum-op-maat is een stilzwijgende reklame voor het huis “Van Steen”. In 1925 maakte Frans u een kostuum, met stof en al, voor 175 frank (dixit Miene van Spoelders). Kleermaker Frans Van Steen kwam van Steenhuffel en zijn vrouw kwam van Rumst. Ze woonden toen op de Kouter, juist voor de grot. Ze hielden er de herberg “De Lusthof”. Vooraan zit Mandus naast zijn zuster Marie, vader Frans Van Steen, moeder Virginie Daes, Theofiel en Adolfien Van Steen.
Op de tweede rij : Pelagie Van Dam (vrouw van Mandus), Emiel Couderé (man van Marie), de jonge trouwers Alice Van Steen en Frans Keulemans, Jozefien Ceuppens (gehuwd met Theofiel Van Steen) en August Verlinden (gehuwd met Adolfien Van Steen).
Op de laatste rij : Kamiel De Wit en zijn vrouw Eveline Van Steen, Louis Van Steen en zijn vrouw Germaine Van Hoorenbeeck, Albert Van Steen en zijn vrouw Emma Van Eycken.
Vader en moeder Van Steen verlieten Leest in 1934 en verhuisden naar Puurs. Hun zonen Mandus en Fiel Van Steen deden de stiel van hun vader voort : de eerste te Leest, de tweede te Hombeek. (“LG”, blz. 306) -

-Mandus tussen twee van zijn dochters.

-Mandus in 1948 tijdens een Paasmaandag naast Frans De Laet.

-Dorpstraat 1955 : links was de winkel, zij verkochten er o.a. ondergoed, en de kleermakerij van de familie van Mandus en zijn echtgenote Pelagie “Sie” Van Dam. Rechts was hun café. Pelagie was het jaar voordien (in 1954) reeds overleden en Mandus bleef over met 5 kinderen nog thuis en 3 reeds gehuwd. De jongste, Ariëlle, was toen nog geen 9 jaar. Op de foto staan Karel De Ridder, Elza Van Steen en Renaat De Ridder. Fons Van Steen en Wiske (?). Maria Van Steen, Michel Sneyers en Toon Sneyers. Frans Van Steen, Angèle De Kempeneer en Odette Van Steen. Hilde Van Steen. Marcella De Jongh en Mille Van Steen. Magda Van Steen en Mandus Van Steen. Op de vensterbank Arlette Van Steen (dochter van Frans) en haar tante Ariëlle Van Steen.

-De doodsbrief van Mandus Van Steen.



2722462-778852179e0f92ce24fc2d2da2a36df1.jpg

2722462-4a5546a66b23dd1e28974f8ffa980682.jpg

2722462-e38944469c5541a5f7a7647e4258e4f5.jpg

2722462-38037b128ce2c01f591ffc1df8007527.jpg

2722462-4a0e35ce8b2f051c3f6fcd347804c4da.jpg

2722462-6a66c520f2e82714637f12eb71e44392.jpg

2722462-3d6c55458008a41134c03d278305b981.jpg

2722462-e0decf6e7f34ec4676298db3e2afbc9f.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:57 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1964 - 25 oktober : Kristus-Koningsfeest Chiro

1964 – Novembernummer “De Band” : Sergeant Milicien Jan TEUGHELS
-Arlon, 1964 : “Eindelijk is’t er van gekomen. Zes weken zijn voorbij, gelukkig voor mij voorbij gevlogen. Dagen voor ik binnen moest had ik niet het minste benul van wat het leger mij kon bieden. Nu weet ik er wel ’t een en ’t ander over. Veel had ik er nochtans over horen vertellen en ik moet eerlijk zeggen dat het bij ons gans anders is dan hetgeen men er mij over vertelde. Is het misschien omdat we hier in een school zitten, het werkelijk anders is dan in een gewone kazerne ? Volgens mij is dat wel de reden. De meeste jongens zijn collega’s, o.a. vijf jongens die met mij hun diploma behaalden zijn hier gekazerneerd. Dat is zeker de reden dat we mekaar zo goed verstaan. Zes maanden zal ik hier mijn kaki-broekjes verslijten. Daarna nog zes maanden naar Duitsland om er als sectie commandant de tijd door te brengen. Natuurlijk brengt dat een strenge opleiding van zes maanden met zich mede. Buiten de dril, marsen en droppings die elke soldaat krijgt hebben we nog de lessen die wel een halve uurrooster in beslag nemen. Daarom vallen de marsen veel ’s avonds, met het gevolg dat we weinig vrije tijd hebben. Vorige week waren er o.a. drie marsen naar Lagland (ongeveer 8 km) en terug. De derde dag, bij de derde mars, waren er van de 40 slechts 18 vertrekkers. Allemaal hadden we pijn aan de voeten en benen. Vorige week was dat niet het geval en nu deze week nog minder, vermits we volgende maandag over acht dagen naar Brussel moeten gaan defileren ter gelegenheid van het bezoek van de Koning van Noorwegen. Moesten er nu ook zoveel naar de dokter lopen zou dat voor de baasjes ook niet meevallen. Verder had ik mij de gebouwen voorgesteld, omringd met hoge muren met glasscherven en ramen met ijzeren grendels in. Wel, hier is het net omgekeerd. De kazerne is slechts enkele jaartjes oud en ge kunt ze gemakkelijk verlaten. Natuurlijk mag dat niet altijd, maar voor de liefhebbers is het geen kwestie van over muren kruipen. Van de kost mogen we in ’t geheel niet klagen. Slechts éénmaal liet het te wensen over, maar als het zo blijft zijn w’er over tevreden. Onze kamer is gevuld met vier onderwijzers, twee agenten, één licenciaat en één architect. Het zijn dus 8 jonge kerels, blozend van vreugd als er een briefje van ’t liefje is en die ook wel eens grappen durven uithalen. Vorige week bijvoorbeeld maakten we samen een briefje op voor de verloofde van onze architect. Buiten weten van deze laatste. Ze schreef volgens hem te weinig en we schreven dat de oorzaak is dat hij nu aan drank verslaafd is. Alleen haar brieven konden hem redden ! Ik ben eens benieuwd wat het antwoord aan kamer 64 zal zijn. Nu mag ik de redactie niet vergeten te bedanken voor het geregeld ontvangen van haar tijdschriften. Ik ben er geweldig over tevreden. Ik hoop niets meer dan dat de mensen uit Leest de Milac steunt. Ook uw kinderen moeten misschien eens soldaat worden en die zullen er dan ook zeer blij en dankbaar voor zijn. Aan alle vrienden een goeie dag en tot volgende brief.”

-Jan Teughels van uit Aarlen, in “De Band” van december 1964 : “Als een soldaat op zaterdag en zondag niet naar huis mag betekent dat voor hem rust en tijd om brieven te schrijven. Ook Milac vergeet ik niet van uit Aarlen. We mogen zeggen dat onze opleiding na 3 maand en half weg is. Gelukkig wacht ons na deze periode meer vrije tijd. Vele avonden zijn wij op het terrein, hebben we droppings of zijn we verplicht naar een didactische film te gaan kijken. De laatste maand hebben we verschillende momenten meegemaakt. Einde eerste fase betekende voor ons test. Op een dropping van 35 km kregen we op vijf plaatsen testen. In groepjes is dat wel plezierig, maar niet als individueel. Toch is er voor mij een schone zijde aan vermits ik een natuurliefhebber ben sta ik er hoe langer hoe meer in bewondering voor. Vooral de herten met hun lawaai en gevechten zijn merkwaardig in deze tijd vermits het de paringstijd is voor deze dieren. Eekhoorntjes en vossen zijn hier ook nog veelvuldig van de partij. Verder hebben we ook al met enige “oorlogsspullen” gespeeld. Als ’t maar spel was. Ik was telkens blij als de bommen ontploft waren. Zo schoten we met een echte ennergabom naar een tank op 75 m. Met de blindicide bedroeg de afstand 200 m. Dit laatste bleef tot nu toe beperkt tot vuurkogels. De offensieve en defensieve granaten waren ook al van de partij. De tanks die hiervoor gebruikt worden zijn er die in de laatste wereldoorlog kapot zijn geschoten. Denk maar eens aan Bastogne, dat hier slechts enkele km vandaan is. De schietoefeningen worden alzo op dit terrein aangepast aan de plaats waar de tanks zich bevinden. Nu is het herfst. De laatste dagen zijn we verscheidene malen kletsnat en vol slijk hier ’s nachts toegekomen. Maar enkelen moesten ze gaan zoeken. Ze waren in Luxemburg verzeild geraakt. Achteraf kan men er wel eens mee lachen. In alle geval niet op die ogenblikken. Na het volgend weekeinde hebben we onze testen in Marche-les-Dames. Gisteren hadden we reeds een oefening in het naar beneden komen van rotsen en het overschrijden, met een paar touwen, van een vallei. Dit was niet ver van een kazerne. Over de hoogte van de rotsen wordt er van alles verteld. Wat het juist is zal ik in een volgende brief schrijven. Al zovelen voor mij hebben het gedurfd, waarom ik niet ? Nu nog het antwoord en de reactie op die brief. Vooreerst moet ik u schrijven dat het meisje in kwestie van Holland is en op ’t ogenblik ergens in Zwitserland werkt. “Heikneuters” als aanspraaktitel vond ik heel tof. Het eerste gedeelte vond ik zodanig mooi geschreven dat de jongen geen vrees moet hebben om naar een meisje te schrijven. Niemand van de meisjes zou negatief antwoorden. Wij zijn, volgens haar, hier ook niet op onze plaats. We kunnen met zeven nog niet een persoon goed opvoeden. Wat zouden we dat alleen met 10 jongens kunnen, schrijft ze. En zo stond die brief vol met “steken onder water”, als men het zo mag noemen. Wat ook goed was, is dat wij die brief hadden ontvangen voor dat die architect er een had gekregen. Ge moest dat gezicht gezien hebben als hij dat geschrift zag ! Ik bedank de redactie voor de post die ik regelmatig ontvang en stuur de groeten aan alle vrienden.”

-Jan Teughels vanuit Arlon, 1965 : Om u even nog te doen denken aan het dagelijks leven van de troep heb ik een onderwerp uitgezocht : PATROUILLE BIJ NACHT. ’s Middags koos de luitenant vier jongens uit die de rol van sectie-commandant moesten spelen, om, als overste de sectie te leiden. Daar ik deze maal één van die vier was kan ik u er wat meer over vertellen. In de namiddag bracht een jeep ons op de juiste plaatsen in het terrein om alles te verkennen. De twee patrouille-commandanten : L en B, moesten een goede en kortst mogelijke volgweg kiezen. Die van de sectie-hinderlaag moest zijn manschappen zodanig plaatsen op een kruispunt, dat de patrouille lopers er ongetwijfeld in een val liepen om hen alzo verder te sturen naar de sectie die in verdediging lag. Ik, als sectie-commandant van deze laatste, zocht de gekozen hoekjes op het terrein uit met goede dekkingen en een ruim waarnemingsveld. Om het moreel te vergroten zette ik hen twee aan twee. Twee met de telefoon lagen een honderd meter voorop en bij het minste gerucht of bij de minste beweging die er kwam moesten ze ons waarschuwen. De M-schutter en zijn bevoorrader bevonden er zich een honderd meter rechts van. De andere vijf en ik lagen er een eindje achter, in de breedte opgesteld, zodanig dat de vijand onvermijdelijk door de sectie hinderlaag in een zak werd gedreven. Iedere leider beschikte over een radio, zodanig dat men met behulp van codewoorden omtrent hoofdpost, hinderlaag en verdediging met mekaar in contact kon komen. Om 7 uur gaf de radio het bericht “begin oefening !’ Iedereen had zijn werk : de telefoon werd geplaatst en beproefd, geweren en M. werden geladen ; de manschappen zorgden er voor dat hun stelling comfortabeler uitgebouwd werd, want ze moesten er een tijdje in vertoeven. Achter ons waren er twee gepantserde voertuigen met infrarood licht opgesteld. Om dit op te speuren beschikt de vijand over natascopen. Een uur wachten, wachten…Niets te horen ! Ring, ring ! Ja, ’t spel ging beginnen. Twee slachtoffers liepen in de voorziene zak. De voorposten hadden opdracht gekregen niet te vuren vooraleer de achterlijn het deed. Als ze ver genoeg waren vlogen er rode vuurlichten uit de lopen. De vijand vluchtte…weg waren ze. Enkele honderden meters van ons verwijderd waren de jongens van de sectie-hinderlaag hun lopen aan ’t warm stoken. Daar de vijand van de voorziene weg was afgeweken trachtten ze hen uit alle macht op het rode pad te krijgen en…het lukte. Na een kwartierke wachten was het voor de tweede maal de bel van de telefoon die ons uit een halve slaap deed ontwaken. Het leek haastig te zijn, ja, want het waren er wel acht die op ons afkwamen. Onopgemerkt liepen ze de waarnemingsposten voorbij en een enorm geknal van geweerschoten ging de donkere lucht in. Ze dachten dekking te zoeken. Daar ze spoedig merkten dat het onbegonnen werk was omwille van het kale terrein, riep hij : ‘achteruit’. De voorpost had er op hun terugweg twee, door list, weten te doen struikelen, zodat we hen gemakkelijk te pakken kregen. We hadden een buit. Dat was voor ons het voornaamste. De rest wist te ontsnappen. Hoe weet ge nu in het donker of het een vijand is ? Wel daarvoor is er een afgesproken, dubbel paswoord in de sectie onderling. De eerste van ons die iemand zag zei : ‘Max’. Het antwoord moest ‘Maft’ zijn, anders was het een vijand, dan moest er een knallend rood antwoord van ‘Vuur’ op volgen. Ondertussen deed de hinderlaag nog steeds haar werk. Enkelen waagden nog kansen om door te dringen, maar moesten helaas voor hen, steeds vluchten. Niemand bereikte ons objectief : de gepantserde voertuigen. Als het elf uur was volgden enkele witte vuurpijlen, achter elkaar, de hoogte in, wat voor ons ‘einde oefening’ betekende, terugtocht naar de kazerne en een korte nacht. Alles is maar oefening en spel. De patronen zijn er met los poeder in. Wat geen spel was is, dat we in de kazerne vernamen dat er een jongen, bij ’t vluchten, tegen een boom was aangelopen. Nu, na een week, ligt die sukkelaar nog steeds in het hospitaal te Brussel. ’t Zal in ’t vervolg wel minder spel en meer oefeningen worden, denk ik. Aan alle lezers de meeste groeten en tot volgend schrijven.”

-Jan Teughels vanuit Arlon, 1965 : “Ook al ben ik de laatste tijd veel thuis geweest, toch ga ik mijn steentje voor Milac bijdragen. Voor veertien dagen hadden we, zoals ik reeds schreef, onze testen van durf te Marche-les-Dames. In deze brief zal ik daar wat meer over vertellen. ’s Maandags lagen we pas om twee uur in bed. Om vier uur dertig moesten we er uit, want we mochten zeker onze trein naar Namen niet verspelen. Een Touring-bus bracht ons op een indrukwekkende plaats naast de Maas. Vele tenten, schoon op een rijtje, stonden er opgesteld. Ertussen een spoorlijn met zeer druk verkeer. Achter ons lagen de hoog schrikwekkende rotsen, waar we onze tijd gingen op doorbrengen. Om te beginnen trokken ze met ons op een 50 m hoge rots waar we van een touw schuin naar beneden moesten glijden. In Agadir moesten we in donkere gangen met hindernissen. Menigeen was er met lieve balkjes in contact gekomen, dat was wel aan neus en gezicht te zien. Anderen liepen er, net zoals ik, met hun voeten tegen, waarvan het gevolg was dat we in lieve plasjes terecht kwamen. Van een 70 m hoge rots moesten we al glijdend aan een touw naar beneden. Een plank die geen halve meter breed was en een lengte van 6 m had gaf de verbinding tussen twee rotsen, over een ravijn van 80 m diepte. Slechts ene van het peloton weigerde. Na aanmoedigingswoorden van de luitenant is hij er toch overgeraakt. Verder hadden we nog de wedstrijd in rubberen boten op de Maas. Was dat een geklets en geplas… Verder is er ook een kolonel op bezoek geweest. Enige artiesten durfden het aan, uit een helikopter boven de Maas, langs een touw van 200 m naar beneden te glijden. Slechts één misstapte toen hij in een rubberen boot stapte en dat in een weer, waar ’s morgens het ijs op de ruitjes van de tenten stond… (Noot : de rest is onleesbaar) “

-Jan Teughels vanuit Antwerpen-Luchtbal, 1965 : “Een half jaar heb ik er naar getracht, en ’t is zo ver. Voor enkele dagen heb ik mijn matras omgedraaid ! Buiten alle verwachtingen heb ik een garnizoenskeuze in België mogen doen en samen met negen andere makkers hebben we de 29 januari een laatste leger goeiendag gezegd aan dat kleine, maar voor ons onvergetelijk stadje. Of we tevreden waren omdat we in Jemelle de richting Brussel mochten nemen hoef ik u niet te schrijven. Zelfs daar sleurden we met veel plezier onze pakken naar een ander spoor om onze nieuwe eenheid, in het 6de op de Luchtbal te vervoegen. Vooraleer ik daar meer over vertel ga ik nog wat over onze laatste opleidingsdagen vertellen. Naar gewoonte doorstonden we ook de zeer zware raid. Dinsdag avond werden we op 70 km van Arlon gedropt. Na een ganse nacht marcheren, schuiven, kruipen, glijden, enz. zijn we omstreeks 6 u. te Ortho, onze eindpost, aangekomen. Alles te samen was dat een 25 km. Ik heb daar juist wel veel werkwoorden gebruikt, maar ik kon er nog meer schrijven want op de bergen was het glibberig wegens de smeltende sneeuw en de rappels en beklimmingen waren niet uitgesloten. Slechts 1 uurtje hebben we, in de loop van de dag, in onze slaapzak, op de grond, gerust. ’s Avonds om 7 uur werden we opnieuw gedropt. Nu waren het slechts 15 km. Langs een open brug van 30 meter staken we de Ourthe over en deze hebben we 2 km gevolgd. Door bossen, weiden, heuvels, moerassen baanden we ons een weg. Hierop was de tijd wel vooruit gevlogen, want bij het einde van het bos was de klok 4 uur vooruitgegaan. Van het eindpunt voerden ze ons met camions naar Libramont waar we nog van een drie uur rust genoten en om er ’s anderendaags onze strepen te gaan ontvangen. De overheden aanschouwen het als zijnde een grote plechtigheid. Voor hen misschien wel, maar wat baatte dat ? Vermoeid als we waren haalden we nauwelijks onze pas. En eten dat we die dag klaargemaakt hebben ! Alles : aardappelen, ajuin, groenten, vlees, eieren enz. was ter onzer beschikking maar we moesten het dan ook zelf klaarmaken. Gelukkig ziet een hongerige maag niet zo nauw en lust ze alles. Het lastigste was wel afscheid nemen van de vrienden. Een half jaar hebben we samen geleefd, dag in dag uit mekaar geholpen, nu moeten we op ons eigen benen, de ene hier, de andere elders, de rol van sectie-commandant overnemen. Inderdaad, hier zeggen ze niet zo en zo, nu kan ik het zelf zeggen en dat is minder interessant. Maar ja, alles moet men leren en nu, na een 10-tal dagen gaat het al veel beter. Aan allen de beste groeten en mag ik vooral Milac bedanken voor het geschenk dat ik mocht in ontvangst nemen. Sgt. Mil Teughels Jan, 6D Linie bataljon, 1ste compagnie Kamer 178, Kazerne Kol. Housmans Antwerpen(Luchtbal).”

-Jan Teughels vanuit Antwerpen, 1965 : “Reeds twee maanden en half vervul ik de rol van sectie-commandant in de kazerne Housmans op de Luchtbal. Vooreerst werd ik ingeschakeld bij het kader van anciens, die vorige maand opnieuw de intrede in het burgerleven hebben gedaan. Dat kader bestond slechts uit drie reservisten. Ook al betrof het een ganse compagnie, toch moest men steeds zoeken dat men karweimannen nodig had. Haast iedereen had zijn vaste dienst. Voor drie weken heb ik hen tot aan het station geleid vanwaar ze hun laatste groet brachten, die het einde van hun militaire dienst betekende. Ondertussen zijn wij, reservisten, bijgezet bij de actieven om een nieuwe lichting op te leiden. Het zijn geen rekruten meer, want, hun Leeuw is reeds plechtig ingeruild voor een ‘Brabo’. Nu zijn we pas terug van een tiendaags kamp in Vogelsang. Meestal hadden we schietoefeningen met Fal, Falo en Energa. Er zijn ook vele namiddagen besteed aan ‘close combat’ of ‘lijf aan lijf gevecht’, hindernisbaan en granaatwerpen. Natuurlijk zijn de droppings ook te vernoemen. De eerste keer, bij nacht, dropten ze mijn sectie zo maar 5 km van het juiste vertrekpunt. Onmiddellijk ondervond ik dat we van het juiste pad waren en rond twee uur pikten ze ons op om naar de blok Sint Joris te voeren. Heb ik dan gepanikeerd zeg ! Gelukkig lag het verwijt niet bij mij, wel bij hem die ons verkeerd dropte. Zo waren ook nog drie andere secties het slachtoffer van dit gebeuren. Een paar van hen hebben ze ergens op enkele km van Monchau weergevonden. Gelukkig is de dropping van zaterdag, over ongeveer 30 km volledig gelukt. Na tien dagen zijn w’er midden in een sneeuwlandschap vertrokken naar onze heimat in Antwerpen, waar de dagelijkse bezigheden voor mij nog honderd dagen verder gaan. Ik dank allen voor de post die ik ontving en stuur tevens mijn beste groeten.”

-Jan Teughels vanuit Antwerpen, 1965 : “Twaalf maanden is een lange tijd ; niet voor u als buitenstaanders, maar wel voor ons, de drommels gekleed met het kakigoed. Gelukkig zijn er voor mij reeds meer dan elf voorbijgevlogen en vertoef ik hier slechts voor enkele dagen meer als super-ancien in het bataljon. Ook al zijn wij nu anciens, toch denken de lichtingen die na ons zijn binnen gegaan hetzelfde. Waren we trouwens ook zo niet een paar maanden geleden ? Het is een geluk voor ons dat we reeds lang dat optimistisch gevoel bezaten, al was het maar om te denken dat de tijd niet zo lang duurt dan in werkelijkheid wel duurt. Wel, de laatste maanden heb ik het in mijn soldatenleven zeer goed gehad : op het schietkamp in Leopoldsburg bracht ik mijn tijd door met administratieve werkjes op het bureel van de Commandant. De tijd was ook meerdere malen gevuld met wacht te kloppen. De drie laatste binnen de veertien dagen. Deze week hadden we nog een nachtdropping, enkele km voorbij de Citadel te Namen. Waarschijnlijk de laatste maal dat ik in de maneschijn een dropping gekregen heb. Nat kwamen we in het kamp en de vermoeienis gaf ons vlug een diepe slaap in de tentjes. Volgende week wacht ons nog een laatste schietkamp dat weer in Leopoldsburg plaats heeft. Ongeveer een maand geleden ben ik, samen met vijf andere onderofficieren, miliciens, naar Vogelsang geweest om er deel te nemen, als scheidsrechter, aan een schietwedstrijd van Koning Albert. Vermoeid dat we terugkwamen, zeg. Om het uur moesten we twintig minuten een schutter vergezellen om gedane fouten aan te tekenen. Volgens de Kolonel was het zo zwaar dat we er nog een rustdag op de woensdag bij kregen. Hiervan maakten we natuurlijk gebruik om de mooie streek van het heuvelachtige Rhurlandschap te bewonderen. Met autostop deden we enkele kleine dorpjes aan. Het was een omgeving van toeristische aantrekkingskracht. Mag ik nu in deze brief, die wellicht de laatste zal zijn, Milac nogmaals danken voor de lectuur me tijdens dat ganse jaar trouw en regelmatig toegezonden, vooral tijdens de Ronde van Frankrijk wanneer me iedere dag het dagblad werd toegezonden. Op een paar maal te na gesproken, heb ik iedere maand voor De Band een brief geschreven. Ik ben er zeker van, als alle kaki mannen het zo deden dat de Band, nu reeds een voorbeeld voor velen, nog meer succes zou mogen boeken. Hoe vaak stonden er slechts een paar brieven in ? En waren we niet met 10 of meer soldaten ? Mannen, kom eens buiten, en steek eens de handen uit de mouwen, en dank aan het, uw soldatenblad, de schakel tussen kazerne en thuis. Nogmaals, hartelijk dank, de beste groeten en wens aan ieder milicien een spoedig afzwaaien toe.”

Jan Teughels is een zoon van Louis (“Lowieke van Dore”) en van Tille Absillis uit de Blaasveldstraat. Hij huwde op 12 juli 1969 met Erna Verhaegen, enige dochter van Jan Verhaegen-Cleynhens uit Hever-Schiplaken, die hem twee zonen schonk : Johan en Noël. Jan gaf les in de gemeenteschool en was zoals de meeste mannen van zijn familie een handige Harry, zo bouwde hij na zijn huwelijk eigenhandig en haast helemaal alleen zijn villawoning in de Pastoor de Heuckstraat.

Foto’s :
-Jan Teughels na zijn legertijd.
-Meester Jan met één van de vele klasjes die bij hem gepasseerd zijn.
-Met zijn gezin : zoontjes Noël en Johan en echtgenote Erna.
-Zijn woning die hij eigenhandig heeft gebouwd.



2721899-6729bbcc7db693baf6cb1ec232b0e03c.png

2721899-8d26a87957253d5a2ccac3a2cf652478.jpg

2721899-ddb5cf7ac7c26bcd2eb1763bf53c33c2.jpg

2721899-2d8943b049b19e722437db3c6d1675f4.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:23 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1964 – 11 oktober : Gemeenteraadsverkiezingen

Verkiezingen van 1964

In 1964 viel de fanfare Arbeid Adelt bij gebrek aan eensgezindheid uit elkaar en ze gingen naar de verkiezingen met de naam “Gemeentebelangen”.
Deze gemeenteraadsverkiezing kregen de twee traditionele Leestse partijen het gezelschap van een voor Leest nieuwe lijst, de Socialistische Partij. Dit zorgde voor enkele problemen binnen de groep van de Blekken omdat voor 1964 heel wat socialisten op kandidaten van de Blekken hadden gestemd.

Op de lijst van de socialisten (BSP lijst nr.1) kwamen op L. Lauwers, A. De Schouwer, Fierens, A. De Smedt, G. Van der Elst, F. Put, F. Van Baelen, Verbist en J. Verbergt.

De Gemeentebelangen (lijst nr 3) met : F. De Prins, R. Van der Hasselt, L. Selleslagh, L. Hellemans, K. Leemans, Van den Brande, E. Lamberts, F. Huys en A. Verbruggen.

De Blekken, (lijst St. Cecilia nr 2) kwamen op met Emiel Verschueren, F. De Prins, J. Geens, Henrik Van den Heuvel, A.F. Lauwers, F. De Decker, J. Huyghe, J. Vloeberghen en V. Robijns.

De uitslag : de Blekken haalden 5, Gemeentebelangen 3 en de socialisten 1 zetel.
Voor de Socialistische Partij werd Louis Lauwers verkozen.
Voor de Blekken waren dat Emiel Verschueren, Henri Van den Heuvel, Frans August Lauwers, Ferdinand De Prins en Juul Geens.
Voor de Sussen werden Frans De Prins, Raymond Verhasselt en Alfons Verbruggen verkozen.

Oud-burgemeester Emiel Verschueren verliet de politiek na deze verkiezingen en zou in de raad worden opgevolgd door Frans De Decker. Die was echter kort na de verkiezingen overleden en daardoor kwam Jef Vloeberghen als tweede opvolger in de gemeenteraad.
Vanaf 1965 werd Frans August Lauwers burgemeester. Tijdens zijn eerste ambtsperiode waren Henri Van den Heuvel en Ferdinand De Prins schepenen.

Bijgevoegd :

-Zeer belangrijke nota.

-Voorstelling van de lijsten met hun respectievelijke kandidaten.

-Voorstelling van de Gemeentebelangen, lijst 3.

-Uitnodiging voor een kiesmeeting van de Socialisten.

-Bedanking van de winnaars en een uitnodiging voor hun overwinningsfeest.



2721071-b83a4375944064aa652af433f7d8a6f6.jpg

2721071-bd4e93e46e5b9c279e31b9a8ddcf64a1.jpg

2721071-44ec804658cc60477c2d7b86fd2bbf82.jpg

2721071-6b0f13ca66cdc863c3da3b3f112401cc.jpg

2721071-f52f6c73a2547499f49f72d4e901749c.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:59 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1964 – 7 september : Milac-Avond
Om 20 uur in het Parochiehuis met Theo Van den Bosch en Suzy Marleen. Verder met de conferencier-animator Bert Joris, de zangeres Jetty Ost, de internationale muzikale fantaisist Stanny Stijn, Rik Piers de nieuwe Radio en T.V.-ster en het orkest “Univers”.

1964 – Oktobernummer “De Band” : Ongevallen
-Auto over kop : Twee personenwagens, respectievelijk toebehorend aan Verbruggen uit Leest en Corbeel uit St.Kat.Waver kwamen uit een tegenovergestelde richting en botsten op elkaar op de Grote Baan te Heffen. Het voertuig van laatstgenoemde sloeg over kop en de bestuurder werd hierbij licht gewond.

-Botsing tegen paal : In de Blaasveldstraat reed E. De Win (foto onderaan) met zijn wagen tegen een betonpaal. Het voertuig werd tamelijk erg beschadigd en diende weggesleept te worden. De bestuurder kwam er met de schrik af.

-Tegen stilstaande auto: In de Dorpstraat reed G. Vloebergh tegen een aldaar geparkeerde wagen. Enkel materiële schade.

-Fietser tegen bromfietser: In de Winkelstraat had een aanrijding plaats tussen de fietser Jan Fierens uit Leest en de bromfietser Herman Van Utterbeek uit O.L.Vr. Waver. Deze laatste werd licht gewond.

-Dwaze streek : Na het bijwonen van de H.Mis en het opstappen naar huis toe werd mevrouw weduwe Verlinden in de Kouter door een drietal schoolgaande kinderen omver gereden. Zij liep hierbij een ontwrichting aan de pols op en kloeg over pijnen aan de ledematen.
Voor wanneer gaat het eens ophouden met de dwaze streken van schoolgaanden, en wanneer zal daartegen eens drastisch opgetreden worden vermits het anders toch niet schijnt te helpen.

-Erge Val : Op de hoek van de Kouter en Dorpstraat viel op een onverklaarbare wijze mevrouw M. Lauwers ten gronde. Zij kwam met het voorhoofd op de stenen terecht en liep een diepe hoofdwonde op. De bijgeroepen geneesheer gaf haar de nodige verzorging.

-Nog een aanrijding : Te Kapelle-o-d-Bos had er een aanrijding plaats tussen de drie gebroeders De Donder uit Leest enerzijds en de autobestuurder F. Croonen. De broers werden slechts licht gewond.

-Val bij turnen: Tijdens de turnoefeningen in het Sint Theresiacollege te Kapelle-o-d-Bos deed Marc Beterams (foto onderaan) een val waardoor hij zijn schouder ontwrichtte en een inwendige kneuzing aan het sleutelbeen opliep. Na verzorging door een plaatselijke dokter en na verpleging in een kliniek kon hij huiswaarts keren.

1964 – 4 oktober : Kwaadwillige beschadiging koetswerk auto
Het koetswerk van de pas herschilderde Renault Ondine van Louis Selleslagh (foto onderaan) (°Kapelle o/d Bos 10/8/1938), wonende Alemstraat 17, werd aan het café Verschuren op de Juniorslaan zwaar beschadigd. Met een scherp voorwerp werd de ganse rechterkant diep ingekrast en ook het kofferdeksel was er erg aan toe. De schade werd vermoedelijk toegebracht uit politieke wraak omdat Selleslagh zich kandidaat had gesteld voor de komende gemeenteraadverkiezingen van 11 oktober a.s.

1964 – 8 oktober : Feest van de B.J.B.-meisjes
“Door de zorgen van de B.J.B.-meisjes werd op 8 oktober een parochiaal feest gehouden met als hoogtepunt het oplaten van ballons, gezien in het kader van een wedstrijd met o.a. een vliegtuigreis voor twee personen aan de winnaar. Deze actie welke ten zeerste dient geprezen omwille van de voorgenomen actie voor de Ontwikkelingslanden, heeft zeker belangstelling verwekt. Eerlijkheidshalve moet er aan toegevoegd worden dat meerdere bewoners der gemeente geen bezoek ontvingen van BJB-meisjes voor het aanbieden van een kaart ten bedrage van 7 frs, en zulks zeer spijtig is.” (“DB”, december ’64)

1964 – 9 oktober : Speciaal dansfeest in zaal Ste Cecilia
Met het orkest Ray Debrae en zijn Romancers.

Foto’s :
-Ernest De Win reed tegen een betonpaal.
-Links Marc Beterams met enkele Chiro-makkers : Frans Lamberts, Luc Lauwers en Jef Van den Heuvel. Marc ontwrichtte zijn schouder bij een val.
-De Ondine van Louis Selleslagh werd beschadigd.



2720521-74f543b87641a555d2c97f506c650db7.jpg

2720521-a552059ddee15bf131b37f8f258bceda.jpg

2720521-af673f36b1e9fecfb5fd3deda8efa757.png
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:41 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1964 – Septembernummer “De Band” : Soldaat Willy SILVERANS
“Burcht : liet ons door middel van een pittig bericht zijn afzwaai weten, zulks ten gevolge van een besmettelijke ziekte opgedaan op 1 juli 1963 en hersteld op 27 juni van dit jaar.” In dezelfde periodiek van augustus : Welkom thuis “Zwaaide af op 27 juni l.l. militiaan Silverans Willy wat met tegenzin gebeurde ; de ouderdomsgrens mag echter niet overschreden worden. Iedere Belg is gelijk voor de wet, vastgelegd door de Grondwet. Welkom thuis.”

Willy Silverans zou op zijn 46ste op een fietspad aangereden worden door een zware container. Hij was op slag dood. Hij liet een zoon achter die net gehuwd was en een dochter van 17.

1964 – Woensdag 2 september : Aangereden
Op woensdag 2 september werd de 7-jarige Erwin Van Nobelen bij het oversteken van de Kleine Heide aangereden door de personenwagen bestuurd door Cyriel De Smet. Gelukkig bleef alles beperkt tot lichte kneuzingen bij het kind en te verwaarlozen blikschade. (DB)

1964 – 4 september : Diefstal van 10 bakken spinazie
Landbouwer Victor Robijns (°Kapelle op/den Bos 14/9/1895), wonende Leest Alemstraat nr. 29, zette gisteravond tien bakken spinazie klaar om door zijn zoon en groentenhandelaar Jan opgehaald te worden. Vanmorgen waren die allemaal verdwenen. De spinazie had een marktwaarde van 700 frank en de bakken, eigendom van Jan Robijns, kostten 30 frank per stuk. Volgens de garde was dit de derde diefstal deze maand van op de straat geposteerde veldvruchten.

                                                        Victor Robijns 

Victor Robijns ‘Torre van de Kets’ overleed in de ‘Heergracht’ te Mechelen op 21 januari 1985 : “…zijn warme hartelijkheid, zijn eenvoud, zijn liefdevolle werkkracht, zijn meeleven met anderen…” (uit zijn gedachtenisprentje) Hij was gehuwd met Maria Ludovica Alewaters (°Leest 07/01/1897, +Mechelen 28/11/1971) en de grootvader van o.a. Stan Gobien. Een interview uit 1984 verscheen in januari 1985 in ‘Caecilia’, het tijdschrift van het Muziekverbond van België. Een week nadat het interview was verschenen, overleed Victor Robijns. Voor de tweede wereldoorlog was hij bestuurslid van de fanfare St.-Cecilia en als dusdanig woordvoerder voor de muzikanten.

Victor ROBIJNS en de sfeer van toen…

“Aan de Alemstraat te Leest woont Victor Robijns, in gans Leest beter bekend als ‘Torre van de Kets’, en momenteel (Noot : 1985) het oudste lid (thans erelid) van de kampioenenfanfare Kon. Fanfare ‘Sint-Cecilia’ van Leest-Mechelen. Toen we daar kwamen, zat hij in een zetel zijn middagdutje te doen. Hij ontwaakte al toen we de deur openden. Eerst was hij niet zo te vinden voor een vraaggesprek, maar na een tijdje vertelde hij vrijuit !
-Hoe ben je bij de Leestse fanfare gekomen ? -’t Was in 1919. Ik trouwde in Leest en daar waren het ‘Blekken’. Ikzelf kom uit Kapelle-op-den-Bos en daar speelde ik bij de fanfare ‘De Vrije Vlaamse Zonen’, de ‘Sussen’ van Kapelle. Na mijn huwelijk ben ik dan ook muzikant geworden bij ‘St.-Cecilia’ Leest.
-Bracht dat toen geen strubbelingen mee ? We bedoelen ‘Blek’ zijn in Leest en ‘Sus’ zijn in Kapellen-op-den-Bos ?
-Iemand van den Triest (gehucht in Kapellen-op-den-Bos waar het geboortehuis van Victor staat) zei me toen eens dat hij het niet serieus vond dat ik muzikant geworden was bij de ‘tegenpartij’ in Leest. Ik heb hem toen gewoon gezegd dat ik geen ruzie wilde met mijn vrouw en dat ik nu in Leest woonde. Daarmee hebben ze er in Kapelle niets meer durven over zeggen. ’t Strafste van de zaak was dat ik in Leest meespeelde op het instrument van de Sussen van Kapelle. Dat was ook iets speciaals met dat instrument. Vlak voor de oorlog van 1914-18 had ik een nieuw instrument gekregen. De andere muzikanten moesten in 1914 hun instrument inleveren. Omdat het mijne een nieuw was, mocht ik het zelf houden. Ik heb het zelfs meegenomen op de ‘vlucht’. Het hing over mijn schouder. Onderweg heb ik er nog dikwijls muziek mee gemaakt. Na de oorlog waren al de ingeleverde instrumenten naar de vaantjes. ’t Mijne niet en zo moest ik wel in twee fanfares meespelen. In 1922 ben ik ermee gestopt in Kapelle. Ik was de laatste maanden niet zoveel meer naar de repetitie geweest ginder en toen kwamen ze vragen of ik nog wel kwam. Ik heb dat instrument toen afgegeven. De Leestse fanfare heeft voor mij toen een andere bugel gekocht.
-Hoe zag de Leestse fanfare er toen uit ? -Helemaal anders dan nu ! Er waren zo’n 20 tot 25 muzikanten, meer niet ! Maar er waren toen wel vijfmaal meer ereleden. Als we dan opstapten, liepen er zo’n honderd ereleden achter ‘het muziek’ aan. Aan wedstrijden deden we niet mee ! Wel aan festivals. Ik herinner me nog een festival in Heffen. We waren, toen we moesten optreden, juist geteld met twee muzikanten, allebei bugelspelers, nl. Ston Busschots en ikzelf. Later is ‘Waar’ Lemmens er bijgekomen en dan nog een paar andere muzikanten. Ook in zulke omstandigheden gaven wij het niet op ! Dat zouden de muzikanten van nu niet meer durven, geloof ik ! Maar ja, de muziek is ook erg veranderd…
-Hoe waren de repetities ? -Ze hadden plaats in een café. Alles werd opzij geschoven en dan repeteerden wij. Meestal allemaal danskens, walsen en marsen. Af en toe een groter stuk, maar dat viel niet zo in de smaak. Wij speelden om onszelf en om de mensen te amuseren. In de zomer speelden de muzikanten van de Alemstraat ’s zondags buiten ! Toen zaten we in de gracht! Dat was heel plezant ! De mensen kwamen dan bij ons zitten en luisterden heel de namiddag. Op de repetities werd heel wat gedronken. Plezier maken kwam bij ons voor muziek maken. Nu is dat wel anders ! Elke tijd heeft zo zijn eigenaardigheden !
-Je speelde voor je plezier. Waarom waren er toen zoveel ereleden in vergelijking met het aantal muzikanten ? -De mensen waren toen lid om aan de teerfeesten te kunnen meedoen. De teerfeesten van de Leestse fanfare waren iets speciaals. Ik was bestuurslid geworden omstreeks 1925. Een paar jaar later moest er in het bestuur iemand de belangen van de muzikanten behartigen en ik werd daarvoor uitgekozen. Een goede week voor de teerfeesten trokken we toen naar een veehandelaar. We kochten daar dan een koe, een os of een stier. Deze werd dan in Leest geslacht en met de teerfeesten opgegeten. We kochten ooit eens in Nieuwenrode een stier van meer dan 800 kg. Die hebben we niet opgekregen.
-Hoe verliepen de teerfeesten dan ? -De teerfeesten duurden drie volle dagen. Iedereen werkte de weken daarvoor zo hard dat die dagen er wel afkonden. We begonnen ’s zondags na de hoogmis met ons jaarlijks teerfeest. Toen gingen we ‘kop’ of biefstuk eten. Daarna deden we zoveel mogelijk cafés aan. Omstreeks 4 uur ’s namiddags waren we terug en dan begonnen we te eten. Na ’t eten was er bal. De boeren (toen het merendeel van de plattelandsbevolking) moesten echter eerst nog naar huis om de koeien te gaan melken. Wij hebben er ooit eens een autobusje voor ingelegd. Als we in de stal gedaan hadden, trokken we terug naar het dorp. Het bal duurde daar tot ’s morgens vroeg. Een orkest huurden we niet. We hadden ons eigen orkest en we speelden onze bals zelf. Er is zelfs een tijd geweest dat we twee orkesten hadden. Iedereen danste met iedereen. Ouderen met jongeren, bijna tot op de draad versleten mannen en vrouwen met jonge springers. De ouderen leerden de jongeren dansen. Wie met de ‘Blekken’ een jaar had meegeteerd, kon dan ook dansen ! De tweede en de derde dag (maandag en dinsdag) kwamen ze samen in de Alemstraat omstreeks de noen. Sommigen zaten al in de cafés te wachten vanaf 10 uur. Dan trokken we zo weer via de Heide naar het Dorp. Er waren toen minstens 25 cafés ! Dan was er weer een feestmaal en terug een bal. De derde dag aten we meestal de overschot op of aten we stoofvlees met aardappelen. Na de derde dag was iedereen het eten moe en zelfs het drinken. Of toch bijna iedereen…
-Als er zoveel cafés waren, liep dan alles wel goed af ? -’t Gebeurde geregeld dat – wanneer het grootste deel van de fanfaremensen al in ’t Dorp waren – er nog muzikanten en ereleden op de Heide zaten te pintelieren. Die kwamen er dan wel later door. De dirigent en het bestuur hadden steeds de grootste moeite om iedereen buiten te krijgen uit die cafés. Met de teerfeesten van toen had iedereen een stuk in de kraag, maar toen was het ook niet zo gevaarlijk op straat : auto’s reden er bijna niet.
-Wanneer stopte je als muzikant ? -Feitelijk bij het begin van de oorlog van 1940-45, maar mijn laatste jaar als muzikant was 1937, denk ik. Toen mijn oudste zoon, onze Louis, muzikant geworden is, ben ik ermee gestopt. Ik heb na de oorlog wel eens geprobeerd, maar ’t ging niet zo goed meer want tijdens de oorlog hadden we geen noot meer mogen blazen van de Duitsers. Ik ben dan erelid geworden en ik ging steeds mee als er wat te doen was. Nu kan ik dat ook niet meer…
-Anekdotes uit de tijd van vroeger ? -Ja, veel, maar ik vind ze zo direct niet…Ik speelde in 1919 nog in Kapelle-op-den-Bos. Daar speelden echter ook nog andere Leestenaars mee, onder andere Louis Spoelders. Hij speelde trombone en als hij in vorm was, liet hij zijn instrument kletteren dat heel Kapelle daverde. Louis moest eens alleen spelen en hij kon het heel goed. De chef (Andries) zei : ‘Spoelders, ge blaast koper !’ Toen zei Louis kwaad : ‘Chef, ik ben potfer nen Blek !’ Tumult natuurlijk, want zo iets durven zeggen op de repetitie van de Sussen was toen een straffe toer ! Als er bij ons iemand van de fanfare kwam, haalde mijn vrouw (ons Wis) een fles cognac of ‘elixir d’Anvers’ boven. En die mannen gingen dan meestal pas verder als de fles leeg was of ’t scheelde niet veel…Met wat de wijkmeesters van voor de oorlog kwamen vertellen, moest ge dan goed oppassen. Die gingen in dergelijke omstandigheden van huis tot huis en overal kregen ze ten minste een goede druppel. Aan het eind van hun rondgang kwam er dan niet veel serieus meer uit, maar de leden waren wel zo slim de volgende dag aan elkaar te vragen wat de wijkmeester had verteld en hoe laat het was toen hij op bezoek kwam. Sommige wijkmeesters deden als het mogelijk was maar één of twee bezoeken per dag en zo konden ze de hele week of nog langer van huis weg… Rik De Bruyn speelde ook mee in de fanfare. Ik speelde bugel solo en Rik van ’t Kot moest 3de bugel spelen van de chef. Omdat ik wist dat Rik de beste muzikant was van de fanfare kon ik dat niet langer verdragen. Toen heb ik op de repetitie tegen Nante van den Toebak (de dirigent) gezegd : ‘Zet die kleine maar naast mij. Hij speelt ons allemaal onderste boven ! Ik wil dat dat gezever nu gedaan is !’ En nog dezelfde repetitie mocht Rik bugel solo spelen. Met de ‘verhuizingen’ (eens per maand op zondag een muzikale wandeling met cafébezoek) kwamen er soms muzikanten bij ons thuis eten. ’t Was soms zo erg dat ze de pensen uit de kelder gingen halen. In die tijd was dat de gewoonste zaak van de wereld. Ons Wis maakte wel veel kabaal als er zoiets gebeurde, maar tegenhouden deed ze die mannen toch niet. Nu zoudt ge dat niet meer moeten proberen om uit iemands kelder wat te halen ! In onze tijd waren we tevreden met wat we hadden. Als er niets meer was, konden we niets meer verdelen en ook niets meer weggeven. Hadden we niet zoveel weelde als nu, we hadden wel meer plezier. De goede oude tijd was meestal wel een harde tijd en misschien ook niet zo goed : er was meer armoede, er stierven meer kinderen en jonge mensen. Maar…als we werkten, werkten we hard. Als we dronken, dronken we een serieuze hoeveelheid. Als we plezier maakten, dan was dat echt plezier en duurde dat tot ’s morgens vroeg. Nu zijn de tijden veranderd en ook de mensen… De mensen van mijn soort (degenen die geboren zijn voor 1900) zijn zo stilaan aan ’t verdwijnen. Met nog een paar schieten we op dit ogenblik in de fanfare over… ’t Wordt nooit meer zoals het vroeger is geweest ! Gelukkig voor het een en spijtig voor het ander… Tot daar het gesprek met Victor Robijns, de kranige ‘Torre van de Kets’. Hij deed ons zowaar heimwee krijgen ! Heimwee naar de solidariteit van vroeger, naar het echt plezier en de echte vreugde, naar de mensen van toen die elkaar echt hielpen. Misschien komt dit alles nog eens terug ?”

Foto’s :
-Gedachtenisprentje en doodsbrief van Willy Silverans.
-Erwin Van Nobelen als volwassene.
-Victor Robijns.
-Drie bugelspelers : Victor Robijns (links), Edward Lemmens en Gaston Busschot.



2720282-d6e54c8ca6a8084271694f5e21c07567.jpg

2720282-3bf879bbebb685327b832fcce0597e49.jpg

2720282-84c923b46a29d6a48761eb9bd61dc821.jpg

2720282-39322a4f2836d167e4db9c5eb96b1480.jpg

2720282-0a79f3cfaeec9db64a8e01e405c2b953.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:11 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1964 – Septembernummer “De Band” : Ordonnans Eduard SPOELDERS
-Probsteierwald, 1964 : Hier een eerste briefje van een nieuwe soldaat. Ik ben wel al een maand binnen maar dit na een opleiding in Turnhout en het is er niet van gekomen om te schrijven. Hier is alles met mij goed en ben goed gearriveerd, begin nu aan een nieuwe maand opleiding en dan nog 10 maanden dienst en ik ben er van af (waar een mens durft aan denken hé !). Ik ben met Robert De Rooster binnengekomen, maar ik heb hem maar één keer gezien en van zijn adres weet ik ook niets af, het zou interessant zijn indien ik Robert zijn adres had. Hier op mijn kamer ligt nog een soldaat van Hombeek : Fierens Robert. Ik sluit dit briefje, want ik ga wat rusten en misschien wat slapen, want het is typisch voor een soldaat, want ze zeggen : ‘een soldaat ligt te velde, hetgeen ik al dikwijls ondervonden heb in Turnhout. Ik doe nog een goeie dag en bijzonder aan andere soldaten, dorpsgenoten en aan de K.W.B.-ers.”

-Probsteierwald, 1964 : “Hier weer wat nieuws van een ‘Bleuke’ die van zondag af ‘Ancien’ is, het is te zien, want we zijn van 5 h 30 op en heb nu 9 h en we hebben alleen nog maar gegeten, dat is natuurlijk een goed begin van onze 11 maanden dienst als serieuze militaire dienst. Dus zondag begint onze instructie, dit is een maand zwaar werk. Verleden week hebben we in de garage gewerkt, dit was natuurlijk ‘reuze’ (veel kijken en weinig werken-ook een kunst). Nu over de omgeving hier, we zitten tussen 2 stadjes, het ene Esweiller op 5 km van het kamp en Stalberg ook op 5 km afstand van hier, bijgevolg is er van uitgaan geen sprake maar toch zijn we zaterdag en zondag weg geweest. Resultaat : zondag zo stijf als een plank en niet veel plezier gemaakt. Met vieren hebben we besloten in het kamp te blijven en uit te slapen, een zaak waarmee ne soldaat zijn dienst moet doorbrengen. Over het eten, een bijzondere factor; dit is hier goed, zeer goed. Met mij zelf is het uitstekend, natuurlijk liever thuis, maar dat komt ook. Het programma van elke dag : 5h30 opstaan, appel, 6 h kopje koffie drinken en dan ochtendcross, t.t.z. wandelen, 6 h 30 eten, in militaire termen ‘boeffen’, dan karwei of bed opmaken. 7 h 30 begin dagtaak, 12h15 eten, 13h30 verder werken, 5 h eindigen? 6 h 15 eten, 6 h 30 vrij, 10 h avondappel, 10h30 lichten uit. Ik eindig, want ik schreef daar juist 10h30 lichten uit. Nog een goede dag aan alle vrienden en kennissen, vooral aan de soldaten.”

-Eduard Spoelders, BSP 2 BSD (in “De Band” van november 1964) : “Hier weer wat nieuws van de “verdediger” van het vaderland. Ik schrijf verdediger, ja, ik heb dat woord al dikwijls gehoord van de officieren, dus ik gebruik het ook, ik ben toch ook militair. Wel, met mij gaat alles goed, zelfs heel goed, want ik heb hier goed eten en slapen, het laatste bijzonder, ge weet het wel hé ! Mijn tweede maand opleiding is ook weeral achter de rug, dus het zwaarste van het leger is voorbij, daar ben ik vast van overtuigd. Nu sta ik alle dagen, behalve zaterdag en zondag, in de garage. Ik heb al heel wat bijgeleerd, zoals b.v. ergens onder of achter liggen te “maffen” in ABN “slapen”. En hoe gaat het daar bij jullie in Leest, het verre, kleine maar in mijn ogen het grote, heerlijke Leest ? U kunt het wel begrijpen wanneer men twee maanden van huis weg is, dat men zo iets of wat (veel) heimwee begint te krijgen. Maar kom. Eens komt de tijd van het weerzien, dan kom ik terug om rustig mijn avonden te slijten rond de haard van het ouderlijk huis en terugdenken aan de tijd van “Geef acht ! Voorwaarts mars!” Ja die tijd die komt en het begin daarvan is 19 oktober wanneer ik voor 8 dagen naar huis kom, om even uit te blazen van twee en halve maand soldaat spelen. Ik schrijf “soldaat spelen”, misschien in uw oren niet erg juist, maar naar mijn mening is het hier dikwijls een speeltuin, en vooral de vorige maand in onze opleiding, men noemde dat “de maand om van een jongen, een stevige soldaat te maken”, nochtans bij mij zijn ze daar niet in gelukt en zal het ook niet lukken, want eens dat ik thuis zal zijn zal ik het terug rap gewoon worden, daar ben ik van overtuigd. Nu ben ik uitgeschreven het is 09u15, ik ga mijn bed opmaken, nog een beetje eten en dan slapen tot morgenvroeg 06u15 ; ze wekken ons wel om 6 uur maar dan draai ik me nog eens om, ’t is te goed in ’t bed na de zware dagtaak (schoon hé) en ’s morgens is het nog beter onder de dekens. Robert De Rooster liet me ook weten content te zijn. Beste vrienden, ik sluit, wens u nog allen het beste, aan de redactie hartelijk dank voor de weekbladen die me regelmatig toegezonden worden. Soldaten, vrienden en K.W.B.-ers een goede dag.”

-BPS 2 BSD (datum onbekend) : “Eindelijk weer wat nieuws van een ‘arme soldaat’ die zijn vaderland zo goed mogelijk moet dienen. Van het vaderland te dienen zal wel niet veel in huis komen, want we kosten toch maar 12,5 fr. Als er in Leest kandidaten zijn, ze zijn altijd welkom. De condities : 12,5 fr per dag, sigaretten goedkoper, schoon volk in Stolberg en nog meer van die voordelen. Doch wanneer men soldaat is weet men dat het best, ik heb nu al een beetje ondervinding, doch rechtuit gezegd, in het leger leert men man worden, men wordt er gehard tegen het ongure weder, dat laatste hebben we al een beetje ondervonden, zo een beetje (1/2 h) in de regen rondlopen, resultaat ’s anderendaags een verkoudheid. Voorts wordt men hier niet ‘echt’ ziek, zodat men ‘altijd’ bereid is het vaderland te dienen, schoon gezegd hé ! Maar daar denk ik niet te veel aan, ik doe mijn plicht goed, hetgeen van een soldaat verwacht wordt, en daar blijf ik ook bij, want wie werkt er nu graag voor 12,5 fr per dag, van 6 h tot 18 h, ik toch niet, u ook wellicht niet. Och ja, we hebben hier weer iets speciaals voor amusement, een hond, de adjudant van de Cie, heeft die verleden week van kleine Duitse jongens gekregen. Resultaat, elke avond met die hond gaan wandelen, zodat hij zijn behoefte zou kunnen voldoen. Amaai ! Die bomen !”

-Probsteierwald, 1965 : “Hier komt eindelijk weer wat nieuws van een ordonnans, niet van Napoleon, noch van de kapitein, doch wel ordonnance onderhoud van wagens. Zelf werk ik niet aan de wagens, doch wel aan de onderdelen, o.a. carburators, delco’s en dergelijke. Ik had nog nooit aan zulke onderdelen gewerkt, dus het was me volkomen vreemd ; de eerste dagen ging het moeilijk, doch nu na 2 à 3 maanden is dit alles kinderspel geworden. Ik kan dus een besluit trekken, ik heb het hier goed. Echt, het is hier goed, weinig tucht, koper kuisen hoeven we niet te doen, alleen om een defilee te doen moet alles natuurlijk zuiver zijn. Nu dinsdag hebben we bataljonsfeesten, we zijn al een week bezig met te drillen, ’s morgens een half uurtje, elke dag dus dat is ook geen erg. Nog iets, over veertien dagen waren we van piket, en het wilde juist lukken dat er brand uitbrak in de keuken, en dat om elf uur ’s avonds. We werden uitgenodigd om zo vlug mogelijk bij de brand te zijn. Dat uitnodigen werd natuurlijk met groot lawaai gedaan, en we waren dan ook verplicht in een minimum van tijd op de plaats des onheils te zijn. Natuurlijk was rond de keuken algemene paniek, veel volk, zodanig dat de massa, de brandweerlieden ons duchtig in de weg liepen. Nu hetgeen brandde waren twee ovens waarin vlees aan het ‘bakken’ was, natuurlijk was het vet vlees zodanig dat het veel vuur en rook maakte, en in de omgeving er een onaangename reuk waar te nemen was. Maar kom, alle krachten bij mekaar genomen en na een half uur, drie kwart uurs konden we ons terug ter ruste leggen. Van slapen kwam er echter niets meer in huis, het piepen van het bed hoorde ik nog lange tijd. Dat is ongeveer al het nieuws dat te melden was. Ja…wist ge al, dat we tijdens de nacht eruit moesten, zo om de maand. Daarmee ga ik maar sluiten met de wens, dat heel Leest het goed maakt, ik kom jullie vervoegen op 22 december, dus weer iets van het beste. Nog de goede dag aan al de vrienden en kennissen alsmede aan al de K.W.B.-ers.”

-Probsteierwald, 1965 : “Ik stel het goed hier in Prob, want er wordt van een verdediger van het vaderland gevraagd dat hij alle uren van de dag het vaderland moet kunnen dienen, dus het besluit is ‘alles O.K.’. Het is vandaag zondag, en meteen de tweede rustdag van de drie, want de 15 november, naamdag van de koning, heeft er nog een dagje bijgedaan. Ge kunt nu wel zeggen, drie dagen niets doen ? Wel dan ben u volkomen mis; gisteren hebben we met de ganse compagnie een erehaag moeten gaan vormen in de kerk van Stolberg voor de hogere pieten die naar een plechtigheid kwamen ter ere van de koning ; onze opdracht was in de kerk op twee rijen te gaan staan, in geef acht (maar een vol uurtje), op het hoofd de helm, om de schouders ons wapen, gelukkig was het een Vigneron, d.i. een licht automatisch wapen, doch het was niet zo licht meer om dragen na een uur recht te staan. Maar kom, alles is normaal verlopen en we hebben dan nog de gelukwensen gekregen van de kapitein. Die plechtigheid was voor de middag, ’s namiddags wachtte dus de wacht op, 24 uur aub, ook gene vette hoor ! En deze wacht was nogal zwaar, vermits er in het kamp gisteren een grote diner was. Ik had wacht van 3 tot 5 uur verleden nacht en dan reden er nog wagens buiten natuurlijk… Ik zou bijna iets vergeten. Gisteren middag hebben we een speciale diner gekregen, luister welk menu : kip met kroketten en appelmoes, hesp met witloof, en…een heildronk op de koning. De voorziene drank was wijn, maar met tafelbier was het ook wel. Binnen anderhalve maand kom ik naar huis, en nu sluit ik met de beste groeten aan alle vrienden en kenissen en zeker mijn collega’s soldaten niet te vergeten. Tot een volgende maal.”

-Probsteierwald, (datum niet vermeld ) : “Terug heb ik een beetje tijd gevonden, hm ! Om jullie wat nieuws en soldatennieuws voor te schotelen. Met de ordonnans, dus met mij is het goed, hoe kan het anders, want het leger heeft onlangs weer meer subsidies gekregen voor de soldatenkost. Nu het nieuws hé : eergisteren zijn er hier in onze compagnie, dus de 21 Ord. Zeventig heropgeroepenen binnengekomen, een deel soldaten, om juist te zijn 58, 10 onderofficieren dus KROO en 2 officieren K.R.O. dit alles in het teken van de ‘compagnie op oorlogsvoet’. Natuurlijk die wederopgeroepenen trekken het zich niet erg aan, ik zou ook zo zijn, nu loopt de ene soldaat de andere omver in onze compagnie. Nu nog wat anders : deze morgen, en dit om 5 h 30 komt de sergeant van de week met het verheugende nieuws op de kamer : ‘jongens opstaan, quik-terrain’. Ge moet niet vragen hoe we lachten, hm, amaai mijn voeten. Het schoonste was nog zonder eten te gaan werken, natuurlijk, want alle wagens moesten nog geladen worden en dus was alles gedaan om 7 h en dan konden we met de voertuigen, nog steeds zonder eten, naar het munitie-depot rijden, waar we tevergeefs gewacht hebben op verdere orders. Ja, dan de camions afladen en daarna eindelijk konden we gaan eten ; het was iets na 10 h. Ge moet nu niet vragen hoe al die jongens hongerig waren, en die lege magen op het eten ‘gevlogen’ zijn. Nu om terug te komen op de oorlogsoefeningen van volgende week; schieten met M 50 Blenderside en Energa, en dit naar Vogelsang, waar een groot terrein is waar tanks op crossen. Dan verplaatsing naar een klein dorpje op een 100 tal km van hier. ’t Zal weer plezant worden. Zo, dit is weer alles voor vandaag, ik wens heel Leest nog het allerbeste en vooral mijn medemakkers, amigo’s, confraters.”

-Probsteierwald, 1965 : “Hier komt weer eens (en eindelijk is het er van gekomen) een brief uit het verre Duitsland, van een eenzame soldaat doch een soldaat die zijn plicht vervult zoals het hoort (hetgeen ik denk is, dat er al vijf maand achter de rug zijn, en dat zonder straffen, nogal een soldaat hé ?) en vooral aan heel Leest een Zalig en Gelukkig Nieuwjaar, en nog heel veel voorspoed voor de gemeente. Met mij gaat het hier goed, ik ben nu al bekomen van Nieuwjaar te vieren, het is de eerste maal in mijn leven dat ik zo een Nieuwjaar meemaak, echt zoveel plezier (en drank met sterren). Ik had het mij heel anders voorgesteld, echt, onder soldaten kan men plezier beleven. Zo nog iets gisteren avond hebben er twee, de ene van hier, en de andere van Mechelen, hun haren laten knippen, kom, we hebben het zelf gedaan. Alles moest er af en proper dat ze waren, hun hoofd blonk er van, het schoonste, we hadden de toelating van de officier van wacht en de sergeant van weekdienst, dus waren we gedekt. Hebben we gisteren avond gelachen. U kunt het zich wel indenken, iedereen was haarkapper, het stak toch niet nauw, met drie man aan één hoofd was geen aardigheid, en het komt in de gazet. We hebben van die mannen een foto gemaakt met daarbij een machtige titel : ‘Anti-Beatle actie’ te Probsteierwald, mooi hé ? Ja, vrienden, zo’n zaken komt men alleen bij het leger tegen, zoals ge nu wellicht weet, er is kameraadschap op onze kamer. Nu, wat anders, en niet zo heel grappig ! ‘Ik sta op wacht’ zegt het soldatenliedje. Maar nu sta ik op wacht en wel voor 27 uur, natuurlijk kan ik wel slapen, maar toch, dikwijls moeten we naar buiten om de voertuigen te controleren, en het regent hier al heel de dag, dus ‘gene vette’. Maar kom, morgen namiddag slaap ik dan heel rustig in mijn bedje of zoals u noemen wilt, bij ons heet het ‘strozak’ of ‘vlooiennest’. Nu eens wat anders : het eten of ‘den boef’ wel die is hier goed, dat is ook alles, maar nu de volgende 2 of 3 maanden zal het niet zo vet meer zijn, want dan komen er bleukens binnen om hun opleiding te doen, en die moeten ook eten en ze zijn dan nog niet veel gewoon, daarbij die jongens (wij noemen ons mannen) moeten werken, wij ook moeten werken, maar wat ik doe is heel interessant voor mij, dus ik heb er alle nut bij mijn werk goed te doen. Leestenaren, ik ga nu sluiten, het is 11 h 30. Ik wens jullie nog het beste, nog de goeiendag aan iedereen en vooral aan de K.W.B.-ers. Tot ziens.”

-Probsteierwald, 1965 : “Nu ik een beetje bekomen ben van twee dagen oorlog voeren voor het behoud van de vrede in de wereld, zal ik hier een reportage schrijven over de manier waarop een ordonnance oorlog voert. Verleden donderdag, dus de eerste april, een mooie dag om op oorlogspad te gaan niet ? zijn we vertrokken om onze makkers te helpen in de wrede strijd. Ikzelf was bij de voorhoede, en ben vertrokken met een camion met nog acht personen om 7 h 30 ongeveer. Ons doel was Jülich waar we op de kolonne moesten wachten die er een half uur na onze aankomst doorkwam. Ge moet niet vragen welke indruk we gaven op de bevolking, om ons zo te laten bekijken, want we waren tof hoor ! In volledige gevechtskledij, dus smoke, rugzak, gasmasker, wapen en helm. Dus wanneer de colonnes gepasseerd waren ‘crosten’ wij daarachter, naar onze tweede bestemming, een dorpje op 4 km van Düren, we moesten het dorpje innemen en beschermen tegen de vijand, echt leuk hoor. Dan een lekker zonnetje op ons, van innemen en beschermen was natuurlijk niet veel sprake, alleen slapen, rusten en eten. Alleen hadden we een beetje veel last van de ‘Deutsche Jügend’. Ik stond ‘pardon’ ik zat op wacht, doch ik heb meer in de camion gezeten en geslapen dan de wacht te verzekeren, ja, en niemand heeft er iets van gezegd. We zijn in het dorpje gebleven tot ’s avonds om dan naar onze bestemming te rijden, ergens over de Rijn, à 5 km voorbij Keulen ; het was daar goed, alleen een beetje last van de everzwijnen die het stro ongeveer uit onze strozakken kwamen eten, enfin, zo erg was het niet, doch die lieve beestjes liepen toch gedurig rond de tenten. In de tenten was het alles behalve warm en veel kans hadden we niet om te slapen, want om 5 h ’s morgens werden we met het alom bekende wijsje gewekt : ‘alarm’, we stappen uit ons bed, pardon, we stonden recht en natuurlijk waren we aangekleed en dan maar lopen naar onze put…Ja, zo heeft het dan een voormiddag geduurd, gedurig werden we aangevallen en schoten we terug, natuurlijk was alles los poeder, doch het maakt veel lawaai en dat geeft toch de indruk. ’s Namiddags zijn we dan teruggetrokken, na de vijand zegevierend verslagen te hebben, want, echt, we lagen in goede stellingen, want normaal konden we maar verslagen worden door grote overmacht van de vijand, en het was dan ook voorzien dat de vijand niet sterk was. Zo, nu weten jullie ook uit de eenheidstest wat het te betekenen heeft, want dat was het of wat dachten jullie wel ? Ook geen aprilgrap, neen, neen, alles wat u leest is echt gebeurd, alhoewel ik wel eens graag fantaseer. Ik sluit nu en hoop dat iedereen het goed stelt in mijn dorp. Nog de beste groeten aan alle K.W.B.-ers en collega’s soldaten of concurrenten, want ik ben alleen geloof ik van heel Leest die ordonnance ben. Dat is nogal een eer hé ? Nog 114 dagen.”

-Probsteierwald, 1965 : “Jullie kunt zich nu wel de vraag stellen, die ene uit de Kouter is zeker gesneuveld ! Bijlange niet, want ik ben stillekens goed aan ’t aftellen (nog 70). Dat betekent voor mij dat er al 10 maanden voorbij zijn en nog twee maand voor de boeg. Voorts gaat hier alles zijn gewone gang, evenwel zal de dag van gisteren (een zaterdag in mei) een grote dag blijven in onze compagnie. Ja, gisteren heeft de C.S.M. eenheidscommandant ons een grote opdracht gegeven, wellicht te zwaar voor onze jonge schouders. Nog eventjes geduld mensen, wat meer uitleg zal u wijzer maken. In en rond onze blokken heerst er een grote reinheid, die wel door ons gewaardeerd wordt doch niet door de ‘groentjes’, die hier in ons kamp hun opleiding volgen…ja, die mannen vonden niet beter dan regelmatig over de grasperken te lopen, net of er was anders geen plaats. Natuurlijk valt zulks niet in de smaak en onze vriend C.S.M. zegde ons, ‘ieder die over het gras loopt geeft ge maar een doping’. En zo komt het dat we reeds 11 dopingen hebben moeten uitvoeren, en of die nu in werk of uitgangskledij zijn dat is voor ons om ’t even. En dat was het weer voor ditmaal…tot ne volgende keer, maar alvorens afscheid te nemen, nog de beste groeten aan de Leestenaren, vooral de K.W.B.-ers en mijn wapenbroeders en De Band, die ik nog veel succes toewens en bedankt voor de post die steeds welkom is.”

Foto’s :
-De kazerne van Plobsteierwald.
-De kazerne anno 2017 (Foto Bruno Verschaeren)



2720151-70c823537d573613301046172f14f58a.jpg

2720151-baea640dc5d9ed3da612ff1949680c0f.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 11:03 Reageer op dit bericht

Meer van Kronieken van Leest

↑ Terug naar de berichten