1916 – 16 mei - Gemeenteraadszitting :
Albert Pieter Vital Roosen werd lid van het Weldadigheidsbureel benoemd, in
vervanging van Mr Pingnet, ontslaggever.
“...de Raad besluit éénparig, machtiging te vragen om van het Bureel van
Weldadigheid van Leest te mogen ontlenen, de som van 2.000 franks, aan 4%
’s jaars, om te kunnen voorzien in de betaling der wedden van onderwijzers,
gemeentebedienden en werklieden, onderhoud- en inrichtingskosten van de
Duitse Gendarmeriewacht, toelage aan het plaatselijke Hulpkomiteit en
vernieuwing der vernietigde registers van den burgerlijke stand.
Gemelde som zal terugbetaald worden, één jaar na het sluiten van den vrede.”
1916 – 18 mei : De militaire Gouverneur van de provincie Antwerpen doet het bericht
aanplakken “dat er aan de zwijnen geene aardappelen als voedsel meer mag
toegediend worden.”
1916 – Zondag 21 mei – L’Information (Brussels dagblad) :
“Sedert enkele weken moeten heel wat arbeiders- en burgergezinnen het zonder
aardappelen stellen.
Het is niet omdat wij in België een tekort hebben aan deze knollen maar wel
omdat hamsteraars er stocks van opgeslagen hebben en de waren slechts willen
afstaan tegen betaling van buitenissige prijzen.
Men verkoopt iedere dag, min of meer in ’t geheim, grote hoeveelheden van 60
tot 65 frank per 100 kg, hetzij 60 tot 65 centiemen per kilo, wat aan deze eerlijke
zwarthandelaars een opbrengst oplevert van 500 tot 550 percent.
Is dit geen schandalige uitbuiting ?
Is dit geen echte diefstal ?
En dat gebeurt zomaar ongestraft zonder dat de politie er een stokje voor steekt.
In zulke omstandigheden kunnen alleen de rijken zich veroorloven aardappelen
te eten en zij die er het meeste behoefte aan hebben moeten het zonder stellen.
Na de laatste oogst werden er statistieken opgemaakt en, met inbegrip van de
verzendingen vanuit Nederland, waren er in België voldoende aardappelen tot de
volgende oogst.
Men stelde toen een maximumverkoopprijs vast en de weinig of niet begoede
bevolking verheugde er zich over aardappelen te kunnen kopen aan redelijke
prijzen. Maar men heeft geteld zonder rekening te houden met de vlugheid van de
hamsteraars. Deze hielden hun voorraden verborgen en wachten het gunstigste
opgenblik af om buitensporige prijzen te vragen.
Wie triomfeert er nu ? Wie maakt er zich nu rijk ?
Wie stuurt de vastgestelde maximumprijzen naar de maan ?
Dat zijn de hamsteraars !
En iets wat hen dit jaar zo goed gelukt is zullen ze vast en zeker volgend jaar
herbeginnen.” (’t Vaartland nr.2-1976)
1916 – 2 juni : Burgemeester Bernaerts verzocht de “Oelzentrale”, rue des Colonies 54 te
Brussel, om levering van “10 liters naphte”, ten voordele van schrijnwerker
Noldus Teughels.
De “naphte moest dienen tot in werking stelling van eenen motor, teneinde
bevolen werk door de Duitsche overheid te kunnen uitvoeren”.
Dat werk betrof de afsluitingen en versieringen rond de graven van Duitse
soldaten op het kerkhof van Leest.
1916 – 5 juni :
“...vanaf heden zal te Leest geraffineerde en broodsuiker verkocht worden aan
0,95 c per kg en gekristalliseerde suiker en grezen suiker aan 85 centiemen den
kilogram.
In deze prijzen zijn begrepen de onkosten van vervoer van Mechelen naar Leest,
aankoopprijs van papieren zakken en onkosten van uitverkoop.” (GA)
1916 – “Op den 12 juni is de brug, uitsluitelijk voor voetgangers bruikbaar liggende over
de vernielde Zennebrug te Leest, door het overgaan van het paard van Jan Bt De
Vleeshouwer, landbouwer uit Londerzeek, beschadigd geworden.
De herstelling kostte de gemeente 13,25 fr, bedrag dat door De Vleeshouwer in de
gemeentekas dient gestort te worden via Mr Teughels, gemeenteontvanger.”
(Brief gemeentesecretaris naar gemeente Londerzeel)
1916 – 1 juli : De gemeente Leest betaalde 14 frank uit aan arbeiders van Mechelen voor
het opgraven van de lijken van Duitse soldaten.
1916 – Op 13 juli ontving de weduwe Petrus Frans Alewaters-Van Winghe uit de
Alemstraat volgend bericht van de burgemeester :
“...bij deze doen ik u kennen dat volgens de bestaande Duitsche verordening, de
erfgenamen of naastbestaanden van eenen overledenen, verplicht zijn, van het
eenzelvigheidsbewijs van den overledene binnen de 3 dagen na het overlijden in
te leveren op het Duitsche pasbureau te Mechelen.”
1916 – De 10de augustus, rond vijf uur ’s morgens, werd de woning en inboedel van de
landbouwer Antoon Stoop uit de Kapellestraat door brand vernield.
De oorzaak van de brand was onbekend.
1916 – 17 augustus : “...het is streng verboden aan de Leestse maalders om vanaf heden
nog graan te malen. De opschorting van het maalverbod zal later medegedeeld
worden.”
Dit verbod kwam uiteraard van de Duitse bezetter. (GA)
1916 – Op 22 augustus deed Frans Apers uit de Tisseltbaan aangifte van verrotting en
verdroging van 31 aren aardappelbeplantingen.
Deze beplanting was gedaan op uitgehakte bosgrond. (GA)
Karel Selleslagh uit de Alemstraat werd bestolen. Van zijn veld verdween 500 kg
aardappelen.
1916 – Op 22 augustus telde men te Leest 330 zwijnen. (GA)
1916 – 24 augustus : Bede van de burgemeester aan de Provinzial Ernte Kommission om
toelating tot het malen van graan, van het oogstjaar 1915 :
“...door het sluiten van den stoomgraanmolen in onze gemeente door de Duitsche
overheid worden het grootste deel der landbouwers belet, dewelke nog oud graan
in bezit hadden, in hunnen broodvoorraad tot voeding te voorzien.
Daar de gemeente 6.600 kg meer graan geleverd heeft dan er wezentlijk moest
geleverd worden zoo is er volkomen voldaan door onze gemeente en het sluiten
van onze stoomgraanmolen bedreigt ten onrechte de voeding der landbouwers










