26/04/2011 Klavertje drie in de Grensleie

We vertrokken met de bus vanuit Mariënborgh, na een fel gewaardeerde tussenstop aan de Park & Ride in Melsele, naar Wervik. Het weer was mooi, maar wel frisser dan de vorige dagen. Dat kon de sfeer echter niet bederven. Ons eerste bezoek was het nationaal tabaksmuseum in Wervik, waar we verwelkomd werden met een tas koffie en een heerlijk gebakje in de vorm van een tabaksblad. Het museum zelf is gedeeltelijk ondergebracht in een prachtig geklasseerde bakstenen stellingmolen, die gelijktijdig graan en lijnzaadolie kon produceren. We werden verdeeld in twee groepen en de gidsen vertelden ons de geschiedenis van de tabaksplant, de minuscule zaadjes, het telen, het verwerken tot tabak en het ontstaan van een werkelijke tabakscultuur in onze westerse wereld. Ook de tabaksteelt en - nijverheid in de omgeving van Wervik kwam aan bod. In de loop der tijden had tabak zowel een medicinale, als een religieus-maatschappelijke functie en werd het als genotsmiddel gebruikt. We werden geleid door een pijpengalerij, langs snuifraspen, snuifdozen - en potten in allerlei vormen en materialen. Langs allerlei rokersattributen, o.a. kauwtabakspotten, spuwpotten, asbakken, sigarenetuis, aansteekmateriaal, enz. … Verder zagen we reproducties van schilderijen met rokerstaferelen, een rokerskroeg, een tabaksfabriek en - winkel, allerlei vormen van reclame voor rookwaren.
Na dit interessante bezoek vertrokken we met de bus naar Menen, waar we bij “Deleu” een lekkere warme maaltijd aangeboden kregen.
Daarna vertrokken we met een gids voor een rit langs de Belgisch-Franse grens. We reden in Menen langs een gedempte Leiearm en ’t Schippershof, een gerestaureerde wonig uit de 17de eeuw naar de Hollandse kazematten van Menen. In opdracht van de Zonnekoning Lodewijk XIV maakte Vauban van Menen een versterkte stad. (1679-1689) Deels door de herhaaldelijke belegering van de stad en deels door bouwkundige ingrepen, bleven van de oorspronkelijke vestingen enkel de fundamenten bewaard. De huidige “Hollandse” vestingen (1817-1830) werden bovenop de fundamenten van de Vaubanversterking gebouwd. Menen lag toen aan de zuidgrens van het Koninkrijk der Nederlanden en diende tegen Frankrijk te worden beschermd.
Verder reden we door Halluin (Fr), Rekkem, Lauwe en Wevelgem en zagen er kerken, kleine werkmanswoningen, molens, de L.A.R.-haven, het monument van de seizoensarbeiders langs de E17, de oude sluizen op de Leie, de Guldenbergabdij en we brachten een bezoek aan het Duitse Kerkhof.
Het Deutscher Soldatenfriedhof van Menen is de grootste militaire begraafplaats van België uit de Eerste Wereldoorlog. Er rusten ruim 47.864 Duitse soldaten, gesneuveld tijdens de Grote Oorlog, maar ook enkele joden en vrouwen die voor het leger werkten. In het midden van het kerkhof staat een achthoekige herdenkingskapel die samen met de toegangspoort in 1957-‘58 werd opgetrokken. De oude eiken en kastanjebomen bezorgen de begraafplaats een serene sfeer.
Na dit bezoek zetten we onze reis verder naar Dadizele waar we in de Pompeschitter het pompeschitterbier konden proeven. Ook hier werden we in twee groepen verdeeld voor een bezoek aan de basiliek en het kasteeldomein
Dadizele was reeds in de 14e eeuw een bekend bedevaartsoord. De Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Dadizele is opgetrokken in neogotische stijl.De eerste steenlegging gebeurde op 8 september 1857. Paus Leo XIII kende het statuut van basiliek toe. Naast de Heilige Bloedkapel te Brugge is dit de enige basiliek in het bisdom Brugge. De basiliek verving een 15e-eeuwse laatgotische bedevaartskerk. Ze werd gebouwd ter gelegenheid van de afkondiging van het dogmaverklaring van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria in 1854 op initiatief van bisschop Joannes-Baptista Malou. Het 15e-eeuws albasten beeld van Onze-Lieve-Vrouw met Kind (genoemd: Onze-Lieve-Vrouw van Dadizele) is prominent in de kerk aanwezig. De basiliek wordt druk bezocht tijdens de bedevaarten in de maanden mei en september. In de crypte van de basiliek bevindt zich het praalgraf van Jan van Veerdeghem, die beter bekend is als Jan van Dadizele. Hij werd in 1479 tot ridder geslagen door aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk en werd in 1481 te Antwerpen op laffe wijze vermoord. Verder bezochten we het Rosarium en het park met het beeldje van Torreke de Pompeschitter.
Na dit bezoek genoten we nog in “de Historic” van een, volgens sommigen, “sobere” broodmaaltijd met paté en salade.
Rond 19 u. vatten we de terugtocht naar Mariënborgh aan. Gelukkig was er toch een afstapplaats aan de Kiss & Ride in Melsele en kon een interessante en zonnige dag prettig worden afgesloten.
Tuur.











































































































