Wat word ik hier moe van !


En daar gaan we weer ... ... ...
Waarom blijft mijn vader nu toch denken dat iedereen voor hem moet wijken ?
Dat iedereen alles tegen hem moet komen vertellen.
Hij heeft het al zo moeilijk.
Voor mijn moeder heb ik nog meer spijt.
Waarschijnlijk ,
door een onnozel iets ,
zal er een vriendschap van toch wel ongeveer 20 jaar kapot gaan.
Waarom moet alles toch zo moeilijk zijn ?
Waarom kan het toch allemaal niet wat gemakkelijker gaan ?
Goede vrienden hebben niet gezegd dat hun wekelijkse marktpraatje werd verschoven naar een andere gelegenheid.
Hun cafeetje ging in verlof !
Ook de cafébaas had hen niet ingelicht !
Wat een ramp ... ... ...
De zaak ging in verlof ,
en mijn vader wist van niets !
Al de andere klanten wisten het wel ,
volgens hem ,
alleen hij niet !
De wereld was te klein.
Ja , mijn ouders hebben hun trappistje en hun koffie gedronken.
Tuurlijk ,
maar gans alleen.
Ik wist het ook en heb het niet gezegd.
Ik kan toch niet weten dat hij ook de berichtjes die aan deuren en ramen hangen , niet leest !
Mensen wat een heibel.
Ik word daar zo moe van .
Al die heibel !
Voor wat ?
Voor niets .
En het ergste is ; dat ik niet kan helpen , niets kan doen .
Want ,
alleen mijn vader heeft gelijk . . . . . . . .
Als ik dan nog ter plaatse zou zijn geweest had ik misschien nog wat kunnen redden.
Maar ik kan toch niet helpen als ik in de tuin bezig ben ?
Ik kan me toch ook niet in honderd stukken kappen om overal te gaan sussen en bemiddelen ?
Wat word ik hier moe van . . .

















