Vandaag

Heb de voorbije nacht heel slecht geslapen.Telkens kwam de gedachte aan mijn man voorbij.
Vanavond is het voor de laatste keer dat ik hem zal zien.
Dat begint nu pas tot mij door te dringen.
Nu kon ik nog naar het rouwcentrum.
Nu kon ik nog een goedendag gaan zeggen tegen mijn man.
En dan zei ik gewoon : tot morgen.
Nu begin ik te beseffen dat ik dat straks niet meer kan zeggen.
Er komt geen morgen meer.
Morgen neem ik afscheid in een dienst.
Ik zal morgen mijn man niet meer zien.
Ik zal hem morgen niet meer zien zoals ik hem altijd heb gekend.
Levenslustig , genietend , zingend , plannen makend , behulpzaam , .............
Morgen is de kist dicht en staat zij te midden van ons.
Morgen rijdt een auto de kist weg zonder mij.
Morgen kom de auto terug zonder kist
Morgen is er alleen nog as.
Morgen beginnen alle herrinneringen naar boven te komen.
Die herrinneringen, nee niet morgen , die zijn er vandaag al.
Die waren er gisteren al.
Die zullen de komende dagen nog meer naar boven komen.
Die mensen van het rouwcentrum ....
Die mensen hebben ongelooflijk veel geduld met mij gehad en nog.
Die mensten blijven even vriendelijk.
Die mensen doen alles wat in hun macht ligt.
Voor die mensen is niets te veel.
Ongelooflijk.
Nu is ook het bidprentje volledig in orde.
De dienst staat zo goed als op punt.
En ik begin met de minuut ; meer en meer te beseffen dat het voorgoed afscheid nemen steeds dichterbij komt.
Nog amper enkele uren.
Ik weet niet wie dit leest maar ik ben dankbaar dat ik het mag neerpennen.
Ik ben dankbaar dat een machine mij niet tegenspreekt.
Ik ben dankbaar dat op dit moment ; dat niemand tegen mij zegt : waar zij de gij mee bezig.
Ik ben dankbaar om het een beetje van mij af te mogen schrijven.
Zelfs nu , op dit moment.
Het doet ongelooflijk veel deugd om mijn verdriet met een pen (toetsenbord) te kunnen neerschrijven.



