Dinsdag 19 februari 2008
300 jaar historie rond Tolhuysch aan leidsevaart

|
|
| [dwn] | Het Tolhuysch aan de Haarlemmertrekvaart | [up] |
Het oorspronkelijk aan het begin van de vliet gelegen tolhuis werd door de metselaar Dirck Jans Treurniet uit Noordwijk opgetrokken voor de prijs van 31 stuivers voor 1000 te metselen stenen.
Het tolhuis in Heemstede werd gelijkertijd opgetrokken in augustus 1657 door Jan Pieters van Brederode uit Warmond voor de prijs van 34 stuivers voor 1000 te metselen stenen.
Het 'Tolhuysch' aan de 'Haerlemsche Treck-Vaert' in Oegstgeest is uit de as herrezen. Decennia lang verpauperde de bij velen bekende enclave, maar gelukkig is het ingrijpend gerestaureerd en. Het 'Tolhuysch' kan weer eeuwenlang mee en leidt inmiddels een "tweede leven" als bedrijfskantoor (oude tolgaarderhuis) en een prestigieus restaurant (het oude stalgedeelte).
De plek waar nu chef-kok Erik Jansen furore maakt met zijn restaurant Het Tolhuysch, barst van de historie. Het 'Tolhuysch' – de naam zegt het natuurlijk al wel – heeft eeuwenlang gefungeerd als de plek waar op het land én op het water tol werd geheven. Niet uit luxe, maar uit pure nood. Met het tolgeld kon bijvoorbeeld het onderhoud van de brug worden onderhouden. Zo dienden motorfietsen en vaartuigen rond 1950 7,5 cent te betalen om de weg, dan wel het water bij het 'Tolhuysch' te mogen passeren. Automobilisten betaalden het dubbele.
De Leidse Vaart, het water langs het 'Tolhuysch', werd gegraven in 1657 op kosten van de steden Leiden en Haarlem, met de bedoeling als trekschuitverbinding te fungeren. De karakteristieke tolpalen, waarop de wapens van beide steden prijken, dateren uit 1701. Het hoofdgebouw is ongeveer 350 jaar oud, de stal veel "jonger": zo’n 200 jaar.
Eeuwenlang vormde het weggetje tussen de tolpalen de enige officiële verbinding tussen Haarlem en Leiden. En tot 1988 liep de Haarlemmertrekvaart (officieel de S54) langs het 'Tolhuysch', dwars door de tolpalen. Die hadden natuurlijk veel te lijden: in de jaren tachtig wurmden dagelijks 4000 automobilisten en 2500 scholieren zich er doorheen. Pas daarna werd de zo druk bereden asfaltweg pal naast de enclave geopend en verrees de monumentale muur, die het monument van het verkeer moest scheiden.
Waar de meeste hekken en tolhuizen in de regio zijn verdwenen, kan iedereen nu van "ons" 'Tolhuysch' genieten. Waar het de laatste decennia een kwijnend bestaan leidde omdat er anderhalve eeuw niets aan onderhoud was gedaan, prijkt het nu fier en ook vanaf de weg goed zichtbaar. Het complex is grondig gerestaureerd; projectontwikkelaar Menno Smitsloo heeft er jarenlang zijn ziel en zaligheid ingelegd en daarbij niet op een "tolcent" meer of minder gekeken. Waarbij in het oog werd gehouden dat het gebouw "boers" van opzet is; voor luxe en verfraaiing was immers nooit geld.
Geen steen bleef onberoerd en ook het 200 meter lange jaagpad, alsmede een nieuwe oude boomgaard, zijn pronkstukjes. Natuurlijk is ook de oude "Tolhuysch"-naam in ere hersteld.
Zonder één eurocent te betalen kunnen gasten er hun bootje aanleggen of auto parkeren om in de tot restaurant verbouwde koeienstal te dineren.
Bezoek ook : http://www.leidsevaart.nl






steden te realiseren, zagen Leyde en Haerlem hun kans schoon. Na enig gedelibereer over de voorwaarden (uitsluitend personen-, post en klein pakketvervoer) kon het graafwerk, na publicatie van de aanbesteding op 27 februari 1657, in Vogelenzang was men al eerder in september 1656 begonnen i.v.m. de daar aanwezige strandwal, een aanvang nemen. Het werk werd in “parcken” aanbesteed en men werkte dus op verschillende plaatsen tegelijkertijd. De trekvaart werd bijna dertig kilometer lang, met een diepte van circa anderhalf tot twee meter en een breedte die varieerde tussen de vijftien en twintig meter. Het graven van de vaart was handwerk. Als we daar rekening mee houden, moeten we zeggen dat het graafwerk verbluffend snel voltooid was. Al op donderdag, 1 november 1657 voer de eerste trekschuit van Leiden naar Haarlem.