|
23/3 De oorlog tussen Israël en Iran is pas net begonnen - Niburu
Terwijl officiële verklaringen spreken over een "bijna verslagen" vijand en hoge onderscheppingspercentages, vertellen de kraters in Dimona en Arad een ander verhaal. De "Zwarte Sjabbat" van 21 maart 2026 heeft het Israëlische veiligheidsgevoel op zijn grondvesten doen schudden.
Wie dacht dat de raketvoorraad van Teheran na drie weken oorlog uitgeput zou zijn, komt bedrogen uit. Alle tekenen wijzen op een scenario waar experts al jaren voor waarschuwen: een regionale uitputtingsoorlog die maanden, zo niet jaren, kan gaan duren.
Wekenlang domineerde het beeld dat de gezamenlijke Israëlisch-Amerikaanse operatie Epic Fury de Iraanse tanden had getrokken. Maar de recente voltreffers in het zuiden van Israël bewijzen het tegendeel. Met meer dan 150 gewonden en verwoeste woonwijken in steden die als "veilig" werden beschouwd, is de realiteit hard binnengekomen.
De suggestie dat Iran "door zijn raketten heen is", lijkt een strategische miscalculatie of bewuste desinformatie. Iran beschikt over het grootste ballistische arsenaal in het Midden-Oosten. Hoewel honderden installaties zijn vernietigd, laten de aanvallen op Dimona zien dat Teheran nog steeds in staat is om complexe, zware barrages af te vuren die zelfs de meest geavanceerde schilden zoals de Arrow-3 kunnen penetreren.
Het grootste gevaar voor Israël is momenteel niet een invasie, maar een economische en militaire rekensom die in het nadeel van Israël uitvalt:
Een Iraanse raket of drone kost een fractie van de onderscheppingsraket die nodig is om hem neer te schieten. Berichten dat de Israëlische voorraad interceptors "kritiek laag" is, worden door de overheid ontkend, maar het feit dat de luchtmacht nu selectief moet zijn in wat ze neerhaalt, spreekt boekdelen.
Door het gebruik van clustermunitie dwingt Iran de Israëlische defensie om honderden kleine doelen tegelijk te verwerken. Dit is een bewuste poging om het systeem te "overbelasten" tot het punt van falen.
Iran voert de druk in de straat van Hormuz niet alleen militair op, maar ook economisch. Door de vitale scheepvaartroute te blokkeren en de olieprijs op te drijven, gokt Teheran erop dat de internationale steun voor Israël zal afbrokkelen naarmate de wereldwijde economische pijn toeneemt.
De Israëlische legerleiding claimt dat de campagne "op de helft" is, maar de geschiedenis van conflicten in deze regio leert dat een "bufferzone" in Libanon of een luchtoorlog tegen Iran zelden een duidelijk eindpunt heeft. Het sturen van extra divisies naar de Libanese grens en de aangekondigde escalatie tegen Iraanse kernfaciliteiten deze week suggereren dat beide partijen zich ingraven voor de lange termijn.
Voor de gewone burger in Tel Aviv, Dimona of Arad betekent dit een nieuwe, bittere realiteit: de schuilkelder is niet langer een tijdelijk ongemak, maar een vast onderdeel van het dagelijks leven.
De oorlog van 2026 is geen snelle chirurgische ingreep gebleken, maar een frontale botsing tussen twee machten die weigeren te knipperen.
Iran is verre van verslagen; het heeft zijn strategie simpelweg aangepast naar een langzame, pijnlijke uitputting.
Voor Israël is de vraag niet meer wanneer de overwinning wordt behaald, maar hoe lang de samenleving en de defensie-infrastructuur stand kunnen houden in deze nieuwe, permanente staat van oorlog.
|