WEEK 1 DAG 3: JEZUS WORDT BEKEND
|
Dag 3 - 3 maart 2017 - 40 dagen Marcus
|
WEEK 1 DAG 3: JEZUS WORDT BEKEND|
Dag 3 - 3 maart 2017 - 40 dagen Marcus
|
WEEK 1 DAG 2 : JEZUS WORDT BEKEND|
Dag 2 - 2 maart 2017 - 40 dagen Marcus
|
WEEK 1 DAG 1 : JEZUS WORDT BEKENDDag 1 - 1 maart 2017 - 40 dagen Marcus
Dan de woestijn waarin Johannes preekt en mensen doopt, in de Jordaan. Diezelfde rivier moest het volk Israël oversteken om het land Kanaän binnen te gaan (Jozua 3). Hun verhaal in het beloofde land begon toen pas echt. En ten slotte het citaat uit Jesaja 40:3. Hiermee begint weer een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Israël. Na jaren van ballingschap, ver van hun thuisland en van de God die dat land aan hen beloofd had, krijgt het volk een nieuwe kans. God zelf komt naar hen toe, door de woestijn – de troosteloze plek waar hun leven nu al zo lang op lijkt. BRON: Ontdek het op debijbel.nl »
Vragen of opmerkingen?
|
DE MENS IS EEN ZONDAAR|
BRON: R.GAYTANT, Voorganger Tel. 058 / 52.22.11. Biblespace 2006 |
EEN OOG VOOR EEN OOG, EEN TAND VOOR EEN TAND| In Matheus 5 vers 38 staat: Gij hebt gehoord, dat gezegd is: Oog om oog, en tand om tand. 39 Maar Ik zeg u, dat gij den boze niet weerstaat; maar, zo wie u op de rechterwang slaat, keert hem ook de andere toe; Iemand op de wang slaan betekende in die tijd dat als je deze met de rug van je hand op de wang sloeg dat je deze openbaar beledigde. En daar stond een straf op volgens de Joodse geschriften van 400 munten als je dus iemand op deze wijze beledigde door op de rechter wang te slaan. Jezus zei dus ook tegen de Discipelen die dus uitgaan ja als je dus zult gaan dan gaan die dingen gebeuren dat ze je gaan beledigen omdat je mij gaat volgen en dingen gaat doen die Ik doe…. Ga dan niet je RECHT zoeken , ga je dan niet daartegen verdedigen. Het gaat hier niet over iemand slaat je, nu dan moet je maar nog een keer laten slaan. Het gaat hier dus over iets heel anders. De Here Jezus heeft het hier over een oog voor een oog en een tand voor een tand in vers 38. Kent u die uitdrukking; een oog voor een oog en een tand voor een tand?? Die ken je toch en heb je wel al eens gehoord he? Je hoort het of leest het wel eens in het nieuws he? Een oog voor een oog en een tand voor een tand… en dan zie dat de mensen daar iets bij gaan invullen want ze stellen zich daar iets bij voor…Dus iemand slaat mijn oog eruit of klopt het blauw, wat doe ik dan? Ik sla hem een oog eruit of klop het eveneens blauw…ja toch? Denken wij niet zo? De tekst die de H Jezus hier aanhaalt en zegt jullie hebben gehoord dat gezegd is Oog om oog, en tand om tand ..dat staat dus ECHT in het oude testament of zeg maar het eerste testament hoor. Dus Jezus haalt hier iets aan wat de mensen zeiden. Jezus heeft het hier niet of die tekst al of niet in de bijbel staat maar wel over WAT doen we ermee??? En wat is de betekenis van dit vers? Om dit in de bijbel te begrijpen moeten we de regels in acht nemen en kijken en ons de vraag stellen waar komt die tekst vandaan en in welk verband of context staat die tekst eigenlijk om deze te kunnen verklaren en de betekenis te weten te komen. En dan blijkt het dat de tekst oog om oog en tand om tand dat het in 3 gedeelten in het eerste testament voorkomt. In Exodus 21, Leviticus 24 en in Deuteronomium 19 Als we even terug kijken in Exodus 21 vers 24 dan staat daar , een oog voor een oog een tand voor een tand een hand voor een hand een voet voor een voet en zo gaat het nog even door.. Wat betekend dat nu toch?? Wat ,maar wat zou dat nu toch echt maar dan ook echt betekenen??? Is dat nu echt een wreed gebod dat de Here God nu aan Israël geeft? Betekend dat nu over het feit dat ik mij hier echt zou moeten wreken?? Zo ergens iets van een beleid van, lap ik mep gewoon maar terug? Ik denk het niet beste , in een van de gedeelten waar we deze tekst tegen komen is in Leviticus 19 Daar zien we dat de Here God heel gericht tegen Israël zegt dat we ons niet mogen wreken in vers 17 staat er . U zult GEEN wrok tegen iemand koesteren, of in een andere vertaling staat wees niet haatdragend, maar openlijk de onderlinge geschillen bij leggen. De rechter, en NIET jijzelf zal in zo een geval iemand schuldig verklaren. Je zult niet wraakzuchtig en haatdragend zijn tegenover je volk maar je naaste liefhebben als jezelf want Ik ben de Heer. Als we dus een probleem hebben met een ander zoals bijvoorbeeld dat iemand mij een blauw oog stompt en dat ik een tijd lang niets kan zien, als vb. Wat zegt nu de bijbel daarvan? Dan mag je ten eerste niet zelf gaan wrok koesteren tegen die persoon. Dat staat dus in dat eerste testament. En verder wordt er gezegd dat je OPENLIJK dat geschil moet bijleggen. En hoe ging dat toen als je een geschil had met iemand dan had je getuigen nodig en als het om een grotere zaak ging dan ging je daarvoor naar de rechter. Iedere stad had een kleine groep en een grote groep rechters. Je had 3 rechters en je had 23 rechters die laatsten waren voor de grote misdaden zeg maar zware misdrijven waar de doodstraf op kon staan. Dus voor een klein geval ging je dus naar de 3 rechters toe. Jeruzalem had trouwens nog een grotere raad van 71 rechters, het Sanhedrin dat was bv voor als er een valse profeet was dan moest die daar voorkomen. Wat zien we hier? Je mag niet zelf bepalen welke straf er moet komen maar de rechters bepalen dit wat er aan de hand is. De bijbel zegt dus nergens dat je het recht in eigen handen mag nemen en dat is zeer belangrijk ander krijg je van die Italiaanse toestanden he. Iemand slaat iemand van een familie dood, die familie wederom slat er ook iemand dood…enz. Denk je nu echt dat het eerste testament zo dwaas is en dat de Here God dat aan de Israëlieten gaat leren? Naar het schijnt hebben de Israëliërs hetzelfde temperament als de Italianen. Het is dus een hele andere boodschap die de Here geeft en zegt dus Ik wil niet dat jullie wraak nemen en een wrok hebben in jullie hart en wat er vergoed moet worden daar bepalen de rechters over. Bovendien zegt de Heer “Mij komt de wraak toe en de vergelding” dat is dus mooi geregeld. We gaan weer terug naar de tekst “Oog om oog en tand om tand” in Exodus 21 Om die tekst te begrijpen moeten we dus zeggen “Wat is de context waarin die tekst staat” in vers 18 nu staat er” wanneer mannen met elkaar vechten, en de één slaat de ander met een steen of met de vuist, en stel dat die ander daar niet van sterft, maar te bed moet liggen en later weer kan lopen met een stok. Dan hoeft de man die de klap gaf niet gestraft te worden. Maar hij moet wel een vergoeding betalen voor de tijd dat de man in bed moest liggen en dus niet kon werken. Hij moet betalen voor zijn behandeling en verzorging. Hier zien we al het eerste van wat er staat in de context “oog om oog en tand om tand” dus de schade die er ontstaat wanneer mensen een letsel oplopen , dingen die mensen elkaar aandoen dan zegt de bijbel hier als jij die ander schade veroorzaakt dan moet je daarvoor zorgen dat alle schade vergoed zal worden… dan gaat het verder in vers 20 staat er wanneer iemand zijn slaaf met een stok slaat zodat die sterft dan moet de dader gestraft worden maar als de slaaf nog enkele dagen leeft, dan hoeft de dader niet worden gestraft. Want de slaaf is immers zijn eigendom. En zo kun je nog verschillende verzen doorlezen. Zo zie je dat de rechters moeten toezien op de betaling. Dus een zaak mogen we nooit zelf uitvechten, neen , er moeten rechters zijn die er op toezien dat het ordelijk volgens de regels geschied. Er staat even verder in : Stel dat 2 mannen vechten en één van hen raakt een vrouw die in verwachting is. Als daardoor haar kind dood geboren wordt, maar zijzelf sterf niet ,dan moet de dader een boete betalen aan haar man. Haar man mag bepalen hoeveel de dader moet betalen. Hij moet het bedrag betalen aan de rechters en deze betalen het aan de man. Maar als ze zelf nu ook sterft dan moet de dader het volgende betalen: zijn leven voor een leven, een oog voor een oog, een tand vr een tand, een hand vr een hand, een voet vr een voet, een brandwond voor een brandwond, een wond vr een wond, een buil vr een buil. Wanneer we dus spreken over een oog om een oog, dan spreken we over een schade vergoeding, ja, en wat deed de rechter dan als ik een blauw oog had en ik kon daardoor een week lang niet werken… dan bepaalde de rechter wat dat blauwe oog voor mij betekende als ik dus een week geen inkomsten had dan betekende dat de waarde van mijn rechter oog in munten werd omgezet en dat de dader dat oog moest vergoeden met een aantal munten…dat betekend “een oog voor een oog” Iedereen denkt maar aan vergelding en wraak maar hier gaat het om een schade vergoeding. Gods woord de bijbel is er vroeg bij door te zeggen dat er rechters moeten zijn in alle steden maar ook dat als je schade veroorzaakt bij iemand dat er ook een vergoeding tegenover moet staan. Daar waren regels voor die we in de Joodse geschriften terug vinden die werden in die tijd toegepast. Er werden alle factoren bekeken die aan de oorzaak lagen van een letsel en daarop bepaalde de rechter de vergoedingen. Alle gevolgen van de daad moesten vergoed worden ..vandaar de tekst “een oog vr een oog; een tand vr een tand ,een blaar vr een blaar enz…. Dus, als we naar de mensen luisteren naar de uitleg van deze teksten dan berust dat op zelf rechter spelen en op wraak nemen… oog om oog en tand om tand. Maar als we de tekst in de context zien hebben we het hier met een heel ander standpunt te doen. We moeten dus die bijbel teksten zorgvuldig onderzoeken want het werpt een geheel andere kijk op de omstandigheden. Wat we veroorzaakt hebben moeten we terug rechtzetten. Hebben we iemand verdriet aangedaan ..dan horen we onze verantwoordelijkheid op te nemen en het te vergoeden, het goed te maken, het heeft alles te maken met SCHADEVERGOEDING….. |
DAG 28 ADVENT|
Dag 28 24 december Advent 2016
MATTHIJS DE JONG Matthijs werkt als bijbelwetenschapper bij het |
GEZEGEND KERSTVEEST| Maar de engel zei: ‘Jullie hoeven niet bang te zijn, want ik breng jullie goed nieuws. Het hele volk zal daar blij mee zijn. Vandaag is jullie redder geboren: Christus, de Heer. Hij is geboren in Betlehem, de stad van David. -- Lucas 2:10-11 (Bijbel in Gewone Taal) |
DAG 27 ADVENT|
Dag 27 23 december Advent 2016
MATTHIJS DE JONG Matthijs werkt als bijbelwetenschapper bij het |
dag 26 advent|
Dag 26 22 december Advent 2016
MATTHIJS DE JONG Matthijs werkt als bijbelwetenschapper bij het |
DAG 25 ADVENT|
Dag 25 21 december Advent 2016
MATTHIJS DE JONG Matthijs werkt als bijbelwetenschapper bij het |
DAG 24 ADVENT|
Dag 24 20 december Advent 2016
MATTHIJS DE JONG Matthijs werkt als bijbelwetenschapper bij het |
DAG 23 ADVENT| Dag 23 19 december Advent 2016
Uitkijken naar de komst van Jezus
Koning voor altijd In het Oude Testament noemt God de koning uit de familie van David soms zijn ‘zoon’ (2 Samuel 7:14, Psalm 2:7 en Psalm 89:27-28). Maar bij Jezus krijgt dit woord ‘zoon’ een nieuwe lading. Hij is méér dan een gewone koning uit de familie van David. Dat blijkt uit het vervolg van Lucas 1. Je kunt het al zien aan het slot van Gabriëls woorden: ‘Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ Als je in het Oude Testament zoekt naar een koningschap zonder einde, dan kom je niet uit bij de koning uit de familie van David, maar bij het koningschap van God zelf (Psalm 45:7 en Micha 4:7). Wat betekent het voor jou, dat Jezus voor altijd koning is? MATTHIJS DE JONG Matthijs werkt als bijbelwetenschapper bij het |
Rouwverwerking|
Voor het verwerken van een rouwproces |
DAG 22 ADVENTDag 22 18 december Advent 2016
Uitkijken naar de komst van Jezus
Zacharias
11 Opeens verscheen hem een engel van de Heer, die aan de rechterkant van het reukofferaltaar stond. 12 Zacharias schrok hevig bij het zien van de engel en hij werd door angst overvallen. 13 Maar de engel zei tegen hem: ‘Wees niet bang, Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen. 14 Vreugde en blijdschap zullen je ten deel vallen, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen. 15 Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer, en wijn en andere gegiste drank zal hij niet drinken. Hij zal vervuld worden van de heilige Geest terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is, 16 en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen.
(Lucas 1:11-16, Nieuwe Bijbelvertaling)
De rijkdom van de belofte
Zacharias is aangewezen om als priester het wierookoffer te brengen in de tempel, het huis van God. Als hij daar is om zijn heilige werk te doen, staat er opeens een engel voor hem. Het is de engel Gabriël, die altijd dicht bij God is. Gabriël brengt een boodschap namens God. En die boodschap is het beste nieuws dat Zacharias kan krijgen.
Wie de Bijbel een beetje kent, hoort in bijna elke zin van Gabriël een echo uit het Oude Testament. De verhoring van het gebed om een kind (1 Samuel 1:17), de bijzondere geboortes uit Genesis (bijv. Genesis 17:19), de bestemming van het kind (Rechters 13:4, Jeremia 1:5) en de aankondiging van de heilige taak van Johannes (Maleachi 3:23-24).
In de boodschap van de engel klinkt de bijzondere geschiedenis van de heilige boeken door. Nu gaat gebeuren waar al die eeuwen naar is verlangd. Het beslissende moment in de geschiedenis van God met zijn volk is gekomen. De vraag die op Zacharias afkomt, is: ‘Ben je er klaar voor?’ En eigenlijk is dat een vraag voor iedereen die de Bijbel openslaat: ‘Ben je klaar voor de nieuwe tijd?’
MATTHIJS DE JONG
Matthijs werkt als bijbelwetenschapper bij het
Nederlands Bijbelgenootschap
DAG 21 ADVENTDag 21 | 17 december | Advent 2016
Uitkijken naar de komst van Jezus
Eeuwige heerschappij
13 In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. 14 Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.
(Daniël 7:13-14, Nieuwe Bijbelvertaling)
Als een mens
Daniël droomt. Wat hij voor zich ziet, is angstaanjagend: wilde beesten met vleugels, horens en ijzeren tanden, monsters die alles verslinden en vertrappen; een oude man op een troon, met een baard van vuur; een rivier van vuur waar een van die beesten in verdwijnt…
Maar dan verandert de sfeer van de droom. Geen beesten meer, geen verwoesting en geen vuur. Gewoon een mens. Gewoon? Niet helemaal: deze mens wordt koning over de hele schepping. En hij brengt rust, vrede en… menselijkheid.
Diezelfde menselijkheid proef je in wat we met Kerst vieren: een kind in een voederbak, met herders als kraambezoek. Niet de machtige koning die Daniël voor zich zag, maar wel iemand die rust en vrede brengt. In Marcus 14:62 past de volwassen Jezus de tekst uit Daniël op zichzelf toe. Ook op dat moment doet niets denken aan een indrukwekkend figuur die op de wolken rijdt en over de hele schepping regeert. Ook daar is Jezus heel kwetsbaar: hij staat tegenover de hogepriester, omringd door mensen die hem willen doden. Maar weer herinnert één ding aan de tekst in Daniël: de sfeer van rust en menselijkheid die van Jezus uitgaat, te midden van al het geschreeuw en gescheld.
Hoe vind jij rust als de wereld om je heen raast? Hoe kun je die rust vandaag bewust opzoeken?
ANNE-MAREIKE SCHOL-WETTER
Anne-Mareike werkt als bijbelwetenschapper bij het
Nederlands Bijbelgenootschap
DAG 20 ADVENTDag 20 | 16 december | Advent 2016
Uitkijken naar de komst van Jezus
Een nieuw koninkrijk
44 Maar ten tijde van die koninkrijken zal de God van de hemel een rijk laten opkomen dat nooit te gronde zal gaan en dat nooit op een ander volk zal overgaan. Het zal al die koninkrijken verbrijzelen en vernietigen, maar zelf zal het eeuwig bestaan – 45 precies zoals u zag dat er een steen van de berg losraakte zonder dat er een mensenhand aan te pas kwam, en het ijzer, brons, leem, zilver en goud verbrijzelde. De grote God heeft de koning laten weten wat er in de toekomst te gebeuren staat. De droom is waar, en de uitleg betrouwbaar.’
(Daniël 2:44-45, Nieuwe Bijbelvertaling)
Grote dromen
In de tijd van de profeet Daniël staat het Joodse volk zwaar onder druk. Ze mogen hun geloof niet belijden en niet leven volgens de wetten van Mozes. Net zoals eerdere profeten droomt Daniël van een toekomst waarin God merkbaar zal ingrijpen. Zijn dromen zijn zelfs nog groter dan die van de meeste andere profeten. Volgens Daniël zorgt God er niet alleen voor dat de verhoudingen tussen de volken veranderen. Dat is wel te zien aan het beeld uit Daniëls droom: de steen die God heeft losgemaakt, maakt een einde aan alle menselijke koninkrijken. God schept een heel nieuwe werkelijkheid!
Een paar eeuwen later, in de tijd van de overheersing door de Romeinen, hebben de gelovigen het weer zwaar. En weer staat een grote dromer op: Johannes. Uiteindelijk, zo legt Johannes uit, gaat het niet om de menselijke machtsstrijd door de eeuwen heen. Het gaat om degene die daar een einde aan maakt. Daniël beschrijft hem als een verpletterende steen. Maar voor Johannes ziet hij er anders uit: als een lam. Ondanks zijn kwetsbare uiterlijk is dat lam, Jezus Christus, machtiger dan alle menselijke koninkrijken (Openbaring 17:14).
Soms word je overweldigd door het dagelijkse nieuws: een oorlog, een crisis, rampen… Probeer het nieuws vandaag eens door de ogen van Daniël en Johannes te zien. Wat verandert er?
ANNE-MAREIKE SCHOL-WETTER
Anne-Mareike werkt als bijbelwetenschapper bij het
Nederlands Bijbelgenootschap
DAG 19 ADVENTDag 19 | 15 december | Advent 2016
Uitkijken naar de komst van Jezus
Een nieuwe koning
9 Juich, Sion,
Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!
Je koning is in aantocht,
bekleed met gerechtigheid en zege.
Nederig komt hij aanrijden op een ezel,
op een hengstveulen, het jong van een ezelin.
10 Ik zal de strijdwagens uit Efraïm verjagen
en de paarden uit Jeruzalem;
de bogen worden gebroken.
Hij zal vrede stichten tussen de volken.
Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee,
van de Rivier tot de einden der aarde.
(Zacharia 9:9-10, Nieuwe Bijbelvertaling)
Steeds weer een ezel
Wat doet een koning op een ezel? Hoort een koning niet op een paard te zitten, of een ander dier dat macht en gezag uitstraalt? Toch rijdt Salomo onderweg naar zijn kroning op een ezel (1 Koningen 1:23-40), en volgens Zacharia komt zelfs Gods grote koning op een ezel aanrijden.
Voor de profeet heeft dat een bijzondere betekenis. Paarden werden in zijn tijd vooral ingezet voor de oorlog. Veel Judeeërs zijn op dat moment uit de ballingschap teruggekeerd naar Jeruzalem en de tempel is herbouwd. Toch is er nog geen echte vrede: nog steeds is een buitenlandse heerser de baas in Juda. De koning waarvan Zacharia droomt, moet daar een einde aan maken. Geen strijdwagen mag meer te zien zijn in Israël.
Jezus lijkt onderweg naar Jeruzalem aan de woorden uit Zacharia 9 te denken: hij laat een jonge ezel halen als rijdier (Matteüs 21:1-9). De mensen langs de kant ontvangen hem blij: ze herkennen in hem de koning die in de profetie van Zacharia beloofd is, de koning die eindelijk de Romeinen zal wegjagen. Maar Jezus blijkt een ander soort vrede te brengen. Hij ruimt niet de strijdwagens van de Romeinen uit de weg, maar helpt zijn volgelingen om met hun eigen innerlijke strijdwagens, hun eigen wrok en verlangen naar macht, af te rekenen.
De grote droom van vrede tussen de volken begint heel klein, met steeds weer de keuze voor vriendelijkheid in plaats van strijdwagens. Kun jij vandaag ook iets kleins doen dat de vrede dichterbij brengt?
ANNE-MAREIKE SCHOL-WETTER
Anne-Mareike werkt als bijbelwetenschapper bij het
Nederlands Bijbelgenootschap
DAG 18 ADVENTDag 18 | 14 december | Advent 2016
Uitkijken naar de komst van Jezus
God komt!
9 Beklim een hoge berg, vreugdebode Sion,
verhef je stem met kracht, vreugdebode Jeruzalem,
verhef je stem, vrees niet.
Zeg tegen de steden van Juda: ‘Ziehier jullie God!’
10 Ziehier God, de HEER!
Hij komt met kracht, zijn arm zal heersen.
Zijn loon heeft hij bij zich, zijn beloning gaat voor hem uit.
11 Als een herder weidt hij zijn kudde:
zijn arm brengt de lammeren bijeen,
hij koestert ze, en zorgzaam leidt hij de ooien.
(Jesaja 40:9-11, Nieuwe Bijbelvertaling)
Een nieuw begin
In Jesaja 40 begint een nieuw hoofdstuk – niet alleen in het bijbelboek, maar ook in de hele geschiedenis van Israël. Het volk is op dat moment in ballingschap: de Israëlieten wonen al jaren gedwongen in Babylonië. Het koninkrijk Juda bestaat niet meer, Jeruzalem is verwoest, en God lijkt heel ver weg.
Maar dan staat er een profeet op. Hij spreekt krachtige woorden: ‘troost’, ‘vreugde’, ‘vrees niet’, ‘God komt!’ Zijn boodschap klinkt onwerkelijk. Zou het echt…? Mogen we naar huis? Wil God weer onze herder zijn? ‘Ja,’ zegt de profeet vol overtuiging, ‘jullie tijd van thuisloos ronddwalen is voorbij.’
Eeuwen later, in de tijd van Jezus, is het beeld van de herder nog even krachtig. Weer lijken de mensen op verdwaalde schapen, zonder een herder die hun leven leidt. Deze keer is het Jezus die als herder optreedt. Hij kijkt vol medelijden naar de mensen. Hij geeft hun onderwijs en voedsel (Marcus 6:34-43) en uiteindelijk geeft hij zelfs zijn leven (Johannes 10:11). Zo brengt hij hen voor altijd thuis, bij God.
Wat roept het beeld van de herder bij je op? Voel je je weleens als een verdwaald schaap? Of juist als een lam in de armen van de goede herder?
ANNE-MAREIKE SCHOL-WETTER
Anne-Mareike werkt als bijbelwetenschapper bij het
Nederlands Bijbelgenootschap
DAG 17 ADVENTDag 17 | 13 december | Advent 2016
Uitkijken naar de komst van Jezus
Een gebroken belofte?
36 Eens heb ik dat bij mijn heiligheid gezworen,
nooit breek ik mijn woord aan David.
37 Zijn dynastie zal altijd voortleven,
zijn troon voor mij staan als de zon,
38 als de maan die standhoudt voor eeuwig,
trouwe getuige aan de hemel.’ sela
39 Toch hebt u hem verstoten en verworpen,
uw toorn over uw gezalfde uitgestort,
40 het verbond met uw dienaar versmaad,
zijn kroon vertrapt en ontwijd.
(Psalm 89:36-40, Nieuwe Bijbelvertaling)
Aanklacht
Psalm 89 begint met een lofzang op Gods macht en zijn trouw aan het huis van David. Maar dan wordt de schrijver ingehaald door de werkelijkheid. Juda is veroverd, Jeruzalem verwoest, en de bevolking weggevoerd. En de nakomeling van David die altijd op de troon zou zitten? De laatste koning uit de lijn van David is ook weggevoerd, en al zijn zonen zijn gedood.
De psalmschrijver worstelt hiermee, dat kun je lezen vanaf vers 39. Zijn worsteling heeft niets te maken met de politieke ontwikkelingen. Nee, hij is vooral enorm teleurgesteld in God: ‘God heeft toch beloofd om Davids nakomelingen altijd te steunen? Hoe heeft het dan zo vreselijk mis kunnen gaan?’ De schrijver pakt al zijn woede en verdriet bij elkaar en gooit die God voor de voeten. Laat God maar eens uitleggen hoe het zit met zijn belofte!
God blijft stil.
Jaren, soms eeuwen later geven andere stemmen antwoord – stemmen die de zoon van David op een nieuwe manier uitleggen, minder letterlijk, en meer als visioen voor een verre toekomst (bijvoorbeeld Jesaja 11:1-10). Uiteindelijk zien de eerste christenen in Jezus de koning die Gods oude belofte komt vervullen. Maar de aanklacht van de psalmschrijver blijft staan. Die herinnert ons eraan dat we soms maar weinig begrijpen van Gods plannen, en dat beloftes niet altijd direct vervuld worden.
Herken je je in de worsteling en de aanklacht van de psalmschrijver? Wat heb je nodig om toch weer vol verwachting naar de toekomst te kijken?
ANNE-MAREIKE SCHOL-WETTER
Anne-Mareike werkt als bijbelwetenschapper bij het
Nederlands Bijbelgenootschap
DAG 16 ADVENTDag 16 | 12 december | Advent 2016
Uitkijken naar de komst van Jezus
Sion
13 De HEER heeft Sion verkozen
en als woonplaats begeerd:
14 ‘Dit is, voor altijd, mijn rustplaats,
hier verlang ik te wonen.
15 Ik zal Sion met voedsel zegenen,
De armen brood geven in overvloed
16 en de priesters met eer bekleden.
Zijn getrouwen zullen juichen van vreugde.
17 Hier breng ik Davids huis tot aanzien,
hier ontsteek ik een lamp voor mijn gezalfde.
(Psalm 132:13-17, Nieuwe Bijbelvertaling)
Gods woonplaats
Psalm 132 is een van de pelgrimsliederen. Dat zijn liederen die de mensen onderweg zongen als ze voor een feest naar de tempel in Jeruzalem reisden. Vaak gaat het in die liederen over Sion. Oorspronkelijk was dat alleen de naam van een heuvel in Jeruzalem waar de burcht van David op stond (2 Samuel 5:7). Later kreeg de naam ‘Sion’ een bredere betekenis. Ook de stad waar een nakomeling van David over Israël regeerde en waar God in de tempel te midden van zijn volk woonde, werd toen Sion genoemd.
In Psalm 132 lees je hoe prachtig Sion is, en hoe veilig en tevreden iedereen is die er woont. Die veiligheid heeft niets te maken met hoge muren of sterke wapens. Het is zo’n bijzondere plek omdat God hier dicht bij de mensen is.
De schrijver van 1 Petrus neemt dat beeld over en gebruikt het voor Jezus. Jezus is voor hem de eerste steen van een nieuwe tempel in Sion. Dan gaat het niet meer om een tempel van dode stenen, hoe prachtig ook, maar om een bouwwerk van levende stenen, de gelovigen. Een plek waar God voor altijd zal wonen (1 Petrus 2:4-6).
Heb jij ook zo’n veilige plek waar je God kunt ontmoeten? Hoe ziet die eruit?
ANNE-MAREIKE SCHOL-WETTER
Anne-Mareike werkt als bijbelwetenschapper bij het
Nederlands Bijbelgenootschap