

De Witte molen, of Eenhoorn
Iedereen zal het wel met me eens zijn dat het lijkt of je naar een verloren gelopen oerbewoner kijkt in de 21ste eeuw, en zich afvragen hoe in hemelsnaam dit pronkstukje, bijna 3 eeuwen oud, hier is verzeild geraakt.
We gaan dus even beginnen met U te verklaren waarom hij hier eenzaam en verlaten over de stroom staart, met vastgeketende wieken, stram wenende ziel. Het was ooit de bedoeling rond de molen een mini Bokrijkje van de polder te stichten met een werkende molen en authentieke boerderijen en stallingen, maar de aalmoezen waren op, onteigeningen hadden alle financiële middelen uitgeput en daardoor staart de eens zo fiere molen nu eenzaam en verlaten wakend als het vredesbeeld richting Schelde te kijken.
Een wit gekalkt graf, want blijkbaar is de binnenkant dringend aan enkele hoognodige klusjes toe. Zo gaat het gerucht dat de hele kap bij de minste wenteling, als een kaartenhuisje zou instorten. Reden, een openstaande rekening, en een verdwenen balk.
Ik hoop dat zeker niet meer te moeten aanschouwen, geboren en getogen in zijn schaduw zou het een nieuw drama zijn voor de resterende oud Lillonaren en mijzelf.
Het hedendaagse Lillo is in geen enkel opzicht nog vergelijkbaar met het LINDELO uit de verre geschiedenis, bijna 500 jaar geleden. De laatste grote veranderingen hebben zich rond de jaren 1960 afgespeeld.
Het huidige Lillo is slechts een voorschoot van wat ooit een bloeiend en onbeschrijflijk mooi polderdorp was. De windmolen maakte ooit deel uit van het centraal gelegen deel van het dorp, Berendrecht, Stabroek maar ook richting Antwerpen lag verbonden via de richting Kruisschans. Je kan je wel indenken dat deze windmolen de meest vreemde soms vriendelijke, soms ongewenste reizigers zag voorbijstapten. Net zoals de Lillonaren deelde hij in de klappen van oorlogsgeweld, natuurrampen en was hij slachtoffer tijdens de teloorgang van Lillo.Waarschijnlijk was het zijn waardevolle verleden dat hem heeft gered van de totale vernieling, en heeft men hem een tweede kans gegeven zes meter hoger en +/- 1000 meter richting Schelde. Of is hij enkel een trofee zoals de kerk van Austruweel, die de macht der veroveraars aantoond.Spijtig dat hij niet kan praten, geen grootvader zou zijn kinderen de verhalen kunnen brengen die onze eenhoorn heeft beleefd en gevoeld.
Zo zou hij zeker tot in detail de uniformen kunnen beschrijven van de verschillende legers en naties die in en naar alle richtingen marcheerden tijdens hun veldtocht.Hij zou u kunnen gidsen door 300 jaar. De tientallen jaren die hij onder water heeft gestaan, en als enig gebouw overeind bleef toen Belgie zijn overwinning vierden op de Nederlanders, en hoe die uit militair stadpunt de Lillo polders lieten onderlopen door een dijk door te steken, waardoor de Schelde 2 x daags de vruchtbare gronden verder verdronk.
De witte molen bleef gelukkig net buiten de schootsafstand van de kanonnen op Lillo fort wat nog 9 jaar bezet zou worden door de Nederlanders. En sinds hij begin jaren 1960 verhuisde naar zijn huidige standplaats zag hij de chemische en petrochemische fabrieken steeds verder uitbreiden en moderniseren.
En nu ook het laatste vergezicht wat hem reste door de veroordeling van Doel en de linkeroever is nu echt een einde gekomen aan de schone polders ten noorden van Antwerpen. De Eenhoorn dankte zijn naam aan het feit dat op het dak van de kap, een metalen afbeelding van paard met een hoorn op het hoofd is geplaatst, welke dienst deed als windwijzer. (zie foto in de marge) Voor de molenaar uit die tijd een broodnodig instrument. Het verhaal van de witte molen begint in 1735, wanneer Johan Van De Sande, gehuwd met Maria Verheyen, de robuste stellingmolen optrekken in rode baksteen.
De eerste molennaar die de molenwieken deed draaien was Roevens Dillis, de stiel zou later woren verder gezet door zijn kinderen en kleinkinderen.
Dat de grond in de Lillose polder van goede kwaliteit was is te merken aan het feit dat zich rond de molen een wijngaard bevond die echter door de overstroming van 1784-1785 volledig vernield werd. De zure nasmaak van het zoveelste militair conflict in deze regio dat zorgde dat de polders onderwater werden gezet om alzo het fort buiten bereik van de vuurmonden te houden bij een belegering.
Hij trotseerde de watersnood van 1747, 1784, 1809, 1814, 1830 en 1953.
Dat het leven voor iedereen hard kon zijn bewijst de dood van een driejarig dochtertje van de molenaar (Roevens Johanna Maria) op 14 mei 1831 wanneer de zeedijk over 200 meter doorbrak als gevolg van een onkundig gebruikte sluis naast het fort en de polders opnieuw ten prooi vallen aan de watergoden. De laatste slag die de bezetters van het fort behaalde was de strooptocht die hielden op 8 december 1932 wanneer zij de volledige draagbare inhoud van de molen roofden. In 1875 werd de Eenhoorn, door erfenis, eigendom van molenaar Jan Baptist Roevens-Gijsen.
Als eigenaar werd hij in 1885 opgevolgd door molenaar Louis Spruyt-Vandenbosch. Door erfenis kwam de molen in 1920 op naam van Jozef De Jongh-Spruyt, landbouwer te Lillo. die hem dan ook na de 2de wereldoorlog en zware beschadigingen (door Engels kannonnenvuur en vliegende bommen),ten spijt, weer in zijn oude glorie hersteld, en hem tot 1966/67 in de wind keerd. Blijkbaar heeft het dank zij een op 13 october 1943 verschenen besluit welke de molen als monument liet beschouwen, er toe geleid hem nog een volledige restauratie toe te kennen.
De molen werd in 1957 hersteld door molenmakers Caers uit Retie en Jansen uit Geel en op 7 maart 1957 werd de hernieuwde molen plechtig ingehuldigd.
Dan word hij eigendom van de stad Antwerpen, een totoaal verkeerde inschatting deed hem aan de Scheldelaan belanden, waar hij tot op heden nog steed is te bewonderen.
In 1966 kocht deze de molen aan voor een bedrag van 6.847.000 frank. Ze lieten hem door de firma "De Vos" uit Lommel in een plaaster kleedje zetten, verzaagde hem in stukken, nummerde de onderdelen en plaatste de wentelaar in 1967 op de eerder genoemde Scheldelaan.
Deze verplaatsing alleen kostte 3.629.000 frank aan de stad Antwerpen.
Op 18 augustus 1967 verscheen het koninklijk besluit tot verplaatsing, maar reeds op 20 februari 1967 was men met de afbraak begonnen.
Op 10 juni 1967 draaide hij voor het eerst op zijn nieuwe standplaats.
Ik ben in zijn schaduw geboren, zijn houten knarsende geluiden, groen geverfde ramen deuren, witte mantel en sierlijke windwijzer, ze zijn een stukje uit mijn jeugd, en moeilijk te vergeten.
Windkracht, was door de eeuwen een van de meest gebruikte natuurfenomeen om de mens behulpzaam te zijn. Meer en meer verschijnen opnieuw meer gestroomlijnde formule I modellen op goed gelegen plaatsen om de toekomst te voorzien van zuivere elektriciteit. Geen molenstenen, maar transformators zorgen nu dat het graan wordt bewerkt en uiteindelijk als brood in een zakje bij de bakker ligt, de moderne ingenieur, operator en pc bedieners die deze wieken in de juist richting doen draaien, zijn eigelijk een soort nieuwe molenaars.
En de molens zijn in aantocht, hemelhoge zacht draaiende reuze schroeven, ze worden in elke open vlakte het beeld van de toekomst. Ja, we zullen er aan moeten wennen.
De Lillonaar moest zelfs wennen aan een nieuw leven, wennen aan het idee dat hij nooit nog zijn bruisende dorp zou weerzien.
Het krakende en monotone draaien van de metershoge tandwielen die er voor zorgden dat de molenstenen hun plettende arbeid verrichten. Ze zijn niet meer van deze tijd, Ze werden aangedreven door de molenwieken welke de zuid en westenwinden als krachtbron gebruikte om de al dan niet omspannen wentelaars te laten draaien. Heren in maatpakken hadden echter hun oog laten vallen op de gronden ten noorden van Antwerpen, de industriële vooruitgang was begonnen, petrochemische en andere industrie zochten expansie en lieten hun genietroepen de zaak vlakken. Letterlijk en figuurlijk platwalsen. In de rug gedekt door de politiek was ontkomen geen optie. Pakken wat je kreeg, of de champetter met de rijkswacht klaarde de klus.
Verblind door de hoge lonen, zouden de toegeworpen aalmoezen snel worden vergeten, dacht men in Brussel en Antwerpen. En zij stuurden hun nieuwe molenaars naar de eerste linie.
En die kwamen van verre, uit landen die 15 jaar eerder de 2de wereldbrand op de zelfde grond hadden uitgevochten, en nu met diploma’s, tittels, kennis en zonder slag of stoot hun vuurspuwende honderd meter hoge schouwen en installatie’s in onze polder plaatsten. Geburen zijn het geworden.
Geen veldheer heeft ooit van te voren een zo alles vernietigende veldslag gepland en gewonnen op het grondgebied van Lillo als deze bezetters, zes meter hoge onvruchtbare grond is over een massagraf van gevoelens gespoten. De noeste boer, knecht en cafébaas, allen hadden zij de laatste grote oorlog overleefd, het meest getroffen gebied in de polderdorpen door V bommen * En de terugtrekkende Duitse troepen die ontscheepte in het fortje alles stalen wat los en vast zat. Met de moed der wanhoop bouwden zij een nieuw bestaan. Tot zij in 1953 opnieuw een dramatische nachtmerrie te verwerken kregen. De Schelde trachtte de gronden die zij honderden jaren geleden had prijsgeven terug te winnen op de mens. Mijn ouders hadden in 1951 in Lillo Kruisweg hun eigen stulpje gebouwd en werden die bewuste nacht wakker van het kloppende geluid dat de moor, die op de stoof stond, maakte telkens hij met de deining tegen de schouw botste. Toen mijn vader zonder licht de trap afholde pardoes in het water stapte, en alzo de vreselijke schade die de natuurramp had teweeggebracht aan den lijve ondervond, wist hij dat opnieuw een zware tijd zou aanbreken. Diezelfde nacht nog hielp hij als boerenzoon mee de trekpaarden uit de ondergelopen weilanden en stallen te evacueren. Een levensgevaarlijke taak door de vele metersdiepe sloten en prikkeldraden die onzichtbaar waren in het nachtelijke duister en slijkerige water.
De nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari 1953, zou niet alleen de Lillonaren treffen. Een dagenlange noordwesterstorm beukte op de Schelde en belette bij eb zo dat het water kon weerkeren naar de zee.( door de aantrekkingskracht, en stand van de maan verplaatst de watermassa op de aarde zich en ontstaan eb en vloed)
Het Springtij bij volle maan, bezorgt in normale omstandigheden al meer dan genoeg kopzorgen aan de oeverbewoners, maar in deze extreme omstandigheden werd een nieuwe pagina geschreven in het leven van vele mensen waaronder de Lillonaren.
Ook zij werden van verliezen niet gespaard, Mevr. Grosfeld en Madame Post werden door de kracht van het wassende water verrast en later ontzield weergevonden. Het was een harde noot die velen moesten kraken. Sommige verloren in deze nacht hun hele veestapel.
Opnieuw vochten deze minzame mensen hun weg naar heropbouw, samen hand in hand streden zij zich door hun tsunamie. Maar met hun eigenzinnig karakter, en in een samenhorigheid die blijkbaar in onze moderne wereld is verdwenen, bouwden zij samen terug hun dorp en polders, en lieten opnieuw de Belgische trekpaarden grazen, hooiden samen ettelijke velden, en smeden weer de band der poldernaren.
Op maandag 9 februari 1953 bracht Koning Boudewijn de Lillonaren een bezoek, stak hen een riem onder het hart bracht troost en steun aan de getroffen gezinnen.
Waarschijnlijk heeft de toenmalige vorst Koning Boudewijn onze molen zien staan op zijn originele standplaats eveneens getroffen door het donkere water, maar heeft hij zelf nog geen weet gehad van de plannen die op korte termijn de sterke ruggen, lachende lippen en nooit kapot gekregen poldernaren zouden verdrijven.
Want toen het slijk uit hun huizen was gepoetst, en de vochtigheid uit de muren was gedroogd, nam in Lillo het onoverwinnelijk leger de macht in handen. ze moesten verdwijnen en zo plaats te maken voor de toekomst en Het einde van de Lillonaar. Nu en dan zie je op zonnige dagen de gerimpelde oude bedevaarders weerkeren naar hun chemisch opgeloste roots. Met tranen in de ogen vertellen zij de meest ongelooflijke verhalen van toen, doch zij sterven langzaam uit. Hun kleinkinderen worden zonder de wetenschap der polderwetten grootgebracht. Geen wuivende korenaren meer geen zuivere lucht, geen houterig geknars of heldere waterlopen met kikkers of dikkopjes.
Alleen het fort en de molen doen terugdenken aan de tijd van toen, een reis van vele eeuwen.
* Aantal V bommen gevallen in de polderdorpen en vergelijking met Antwerpen.
|
+Antwerpen |
ß459 |
|
+Lillo |
ß143 |
|
+Stabroek |
ß 80 |
|
+Zandvliet |
ß 70 |
|
+Hoevenen |
ß 50 |
|
+Ekeren |
ß 49 |
|
+Berendrecht |
ß 42 |
Info:
zie in de marge bij de geplaatste linken





1 reactie op dit bericht
De Eenhoorn en Sint Anneke
moet idd gezegd dat het slecht gesteld is met het onderhoud....
Het stilzwijgend leven is echter volkomen te wijten aan een
stadsbestuur met een visie die niet staat voor een "levende molen",
net zoals de molen van St. Anneke zal het de instanties een zorg
zijn wat gebeurd met de betreffende molens en zijn ze liever
kwijt dan rijk..................................
Parels voor de zwijnen' om het maar zo te zeggen en ieder weet
wie hierde ambtelijke zwijnen zijn!!