bladerbed
De uilen gluren door het bos
eerst één oog en dan twee
gewekt door zacht geluid
van het groene bed met mos
waar een koppeltje neervleit
Het bladerdek schudt vastberaden
alle druppels van zich af
als kreten door de kronen gaan
en het stel zich onbespied blijft wanen
terwijl bosbewoners zich gaan vragen
en vanuit hun schuilen blijven waken
Het bosbed trilt heel ritmisch waar
Het diep verscholen in de glooiing
alles verhullend maar ook niets
aan de verbeelding overlaat
En zie: de specht een boompje verder
roffelt in hetzefde tempo mee
zijn holte in een oogwenk klaar

