Vulling
later
hoe we het wilden
het zomaar kon zijn
zou je dit nog weten
als je achterom
de kans ziet liggen
zou je nog
als je mij ziet lopen
zij aan zij
of was ik niet meer dan
invulling bij gebrek aan
en loop jij
ook
Vullinglater
hoe we het wilden
het zomaar kon zijn
zou je dit nog weten
als je achterom
de kans ziet liggen
zou je nog
als je mij ziet lopen
zij aan zij
of was ik niet meer dan
invulling bij gebrek aan
en loop jij
ook
Eenzame strijdjouw doel duidelijk
vrijheid in het groen
bereiken
geen kracht genoeg
geen macht om te bewegen
je bezweek
nou slijt jij
jouw verdere leven
buigzaam
over water
wat kon ik doen
even één
herken je me
de volgende maal?
De cellistde muziek
de juiste tonen
hem aangewaaid
vanuit een ver verleden
stromen binnen
ankeren
verankeren
in zijn genen
niet anders kan hij
bevlogen spelen
zoals zijn vader
als diens vader
zijn gezicht strak
verwachtingsvol nagekeken
steeds vergeleken
Gedicht gemaakt naar een kunstwerk van Rudy Baeten,
te vinden op www.belart.be/nl/cellos.htm
humor verkeersbord
Ik heb de lucht gekust

ik zag lucht
als landschap
zo weids
zelfs torens waagden het niet
aan de rand te knagen
de horizon vervaagde
werd traag land
ik zag leven
in de witte wolken
soms slechts pluk of streep
meestal taferelen
waarin draken dreven
of goden in hun karren
paarden bezweepten
ik zag vormen veranderen,
enorm verdonkeren,
zwaar geladen water
dat zich over land zou storten
de lucht dorst te barsten
in zijn dreiging
maar in de avond
droogde hij roodkleurig op
kwam tot rust
en ik trok hem mee
naar de zee
waar ik hem
heb gekust
lichtvervuilingin het herfstbos
ver van de paden
waar de laarzen
zompig wegzakken
in het sterrenmos
raakte hij hen
met een lichte flits
waarmee hij ze
onsterfelijk maakte
maar dat zei hen niks
hun lila kopjes
met franjehoeden
hoog op hun steel
bogen licht in verweer
geplopt door het mos
het blad nog los
op het gespreide dak
deed zoveel licht
een beetje zeer
-
Humor verkeersbord
fotogedicht 1
Van ganser harte
verwacht niet je te kunnen tooien met
de slagpennen van een grauwe gans
zij laat zich niet zomaar kortwieken
maar plaats haar op een ganzenbord
ze omzeilt de put, trotseert het lot,
de doolhof, en zegeviert altijd
laat haar maar gaan
laat haar maar grazen
de brandgans maakt geen vuur
ze waarschuwt slechts
witte ganzen kan je wel benaderen
die vliegen niet over de hagen
ze zijn al jaren vleugellam
Naar aanleiding van dit gedicht, maakte ik een bijbehorend fotogedicht.
Zo werkt hijDe poëet schrijft onderweg
op bierkarton of kassabon
of vloeipapier men zegge
dat het snel verwatert elke
flard of dinggedachte,
elk verzonnen luisterwoord
zo voedt hij het geheugen
met wat hij ziet en hoort.
En komt hij thuis dan slaat hij
op knoppen en op letters
of ook wel moedwillig in de wind
als hij geen voeding of ‘t onleesbaar vindt
of het geheugen het denken weigert
Druk in de weer met een balans
wikt en weegt hij nogmaals elke kans
tot iedere metafoor tevreden is
hij schippert in een veilige haven
laat reacties zijn vermoeden staven
of niet
Afhechten|
terwijl ze nog een mouw eraan vast wilde knopen met een lijn die ononderbroken hoorde te zijn steeds golfde en draaide totdat zij bedacht |
Elk zwart wordt langzaam grijs|
daar onder de berk, zie je al dat werk voor haar gevleugelde vrienden? de wind slaat mijn lange haren zoef, een limousine zwaait |
bladerbedDe uilen gluren door het bos
eerst één oog en dan twee
gewekt door zacht geluid
van het groene bed met mos
waar een koppeltje neervleit
Het bladerdek schudt vastberaden
alle druppels van zich af
als kreten door de kronen gaan
en het stel zich onbespied blijft wanen
terwijl bosbewoners zich gaan vragen
en vanuit hun schuilen blijven waken
Het bosbed trilt heel ritmisch waar
Het diep verscholen in de glooiing
alles verhullend maar ook niets
aan de verbeelding overlaat
En zie: de specht een boompje verder
roffelt in hetzefde tempo mee
zijn holte in een oogwenk klaar
CuracaoCuraçaos suikerdiefje
In ruil voor haar prachtige kleuren en muziek
plaatste ik een schoteltje suiker
op ons terras
en ze wist direct
waar dit voor was.
Vloog af en aan
en twinkelde: “ik geniet.”
Was het wellicht daarom
dat zij op onze laatste vakantiedag
naast het restje suiker
een donsveertje
achterliet?