Hell’s Angels

Hell’s Angels
Er komt een man bij Sint-Petrus aan de hemelpoort.
Sint-Petrus vraagt hem of
hij tijdens zijn leven op Aarde ooit een goede daad gedaan heeft,
waardoor hij zonder twijfel inde hemel thuishoort.
'Ik kan mij wel zoiets herinneren', zegt de man.
'Ik passeerde een parking
langs de autosnelweg waar een groep Hell's Angels hadden halt gehouden en
bezig waren een paar vrouwen lastig te vallen.
Ik riep dus dat ze daar
moesten mee ophouden,
maar dat hielp niet echt.
Toen ben ik op de grootste
Hell's Angel toe gestapt, heb hem van zijn motor gesleurd,
hem op de grond gesmeten,
een slag op zijn neus verkocht en zijn neuspiercing uitgetrokken.
Toen heb ik naar de andere Hell's Angels geroepen:
'En nu oprotten jullie,
of ik leg jullie er allemaal naast!'
Sint-Petrus was onder de indruk en vroeg:
'Wanneer was dat precies?'
Antwoordt de man:
'Ongeveer twee minuten geleden.












