Maandag 9 mei 2005
gedicht op achterkant ...

Waarom zuchten, waarom weenen,
Als ge naar mijn beddeken ziet.
Kan de Hemel u niet troosten?
Woont daar 't eeuwig welzijn niet?
Ach! kost g'eens de vreugde smaken,
Die ik geniet bij d'engelen zoet;
Hoe zoudt gij de Heer bedanken!
Vader ,Moeder, God is toch zo goed.
Zie het frissche rozenkroontje
Op uws kindjes hoofd gehecht,
'tZijn geen bloempjes die verslensen,
Wijl ze d'eeuwige vreugde vlecht.
Ja, 't zal eeuwig, eeuwig duren.
't Zalig lot, uw kind bereid;
Boven bij Gods troon herboren,
Kent de ziel noch smart ,noch tijd.
Ach, wou God u ook eens halen
Met mijn broers al in mijn woon,
En u 't loon der zaalgen schenken,
De onverwelkbare gloriekroon.
Stil dus dat wenen, droog die tranen,
Daar gij 't beddeke mee begiet,
Die m'u gaf , heeft m'u ontnomen.
Zeg: dat Godes wil geschied.
----Geloofd zij Jezus-Christus. Amen.
Als ge naar mijn beddeken ziet.
Kan de Hemel u niet troosten?
Woont daar 't eeuwig welzijn niet?
Ach! kost g'eens de vreugde smaken,
Die ik geniet bij d'engelen zoet;
Hoe zoudt gij de Heer bedanken!
Vader ,Moeder, God is toch zo goed.
Zie het frissche rozenkroontje
Op uws kindjes hoofd gehecht,
'tZijn geen bloempjes die verslensen,
Wijl ze d'eeuwige vreugde vlecht.
Ja, 't zal eeuwig, eeuwig duren.
't Zalig lot, uw kind bereid;
Boven bij Gods troon herboren,
Kent de ziel noch smart ,noch tijd.
Ach, wou God u ook eens halen
Met mijn broers al in mijn woon,
En u 't loon der zaalgen schenken,
De onverwelkbare gloriekroon.
Stil dus dat wenen, droog die tranen,
Daar gij 't beddeke mee begiet,
Die m'u gaf , heeft m'u ontnomen.
Zeg: dat Godes wil geschied.
----Geloofd zij Jezus-Christus. Amen.

























