De trouwe haan


De trouwe haan
Mijn lieve,zoete kippetjes
verloren eens hun haan.
Ze hadden hem warempel
toch niemendal gedaan.
Wat treurden toen mijn kippetjes,
dat hij was weggegaan,
die brave,die trouwe,
die allerbeste haan.
Maar bij mijn lieve kippetjes,
kwam tocht weerom de de haan.
Hij was maar eens gaan kuieren,
een eindje daar vandaan.
Wat juichten toen mijn kippetjes,
wat haalden zij hem aan,
die brave,die trouwe,
die allerbeste haan.
En mijn lieve kippetjes,
die brachten voor hun haan
wat zij maar konden vinden,
van korreltjes tot graan.
En toen hij 't eten had gedaan,
ging boven op het hok hij staan,
en ving tot vreugde der kippetjes
zijn kuukleku weer aan,
die brave, die trouwe,
die allerbeste haan.





























