Laat mij...............

"Laat mij droef en treurig wezenniemand zal mij ooit genezen
diepe ligt de wonde ,dààr,
zwijg en laat mij, laat mij maar..."
(G.G.)

Laat mij...............
"Laat mij droef en treurig wezen
gedichtje
Als de zon ooit onderging,
gedichtje
Afscheid nemen doet zo pijn
Prentje
Prentje

En toch telkens weer
zullen wij je tegenkomen.
Zeg nooit: het is voorbij.
Slechts je lichaam werd ons ontnomen,
niet wie je was en ook niet wat je zei.
zijkanten
Wil hier even op wijzen dat de zijkanten deels H.Prentjes zijn en deels communieprentjes....
Prentje

Rust nu maar uit,
je hebt je strijd gestreden,
je hebt het meer dan moedig gedaan
wie kan begrijpen wat je hebt geleden,
wie kan voelen wat je hebt doorstaan.
N.Benschop
tasje koffie
Nu eventjes een tasje koffie gaan drinken ........
Achterkant
oma
getekend door kinderen

Opa in ziekenbed :
Omdat er liefde was tussen ons,
bestaat er geen "voorbij".
Er is méér dan
alleen heimwee
dat overblijft.....
Nieuwe paus
Onze nieuwe Paus :Benedictus XVI................Joseph Ratzinger
vader en dochter
paardemolen
getekend door kinderen
Vandaag start ik met u prentjes te tonen die door kinderen getekend zijn .Dat kan voor hun mama zijn ,broer ,zus papa oma ,opa ,vriendje ,enz....
zomaar
Nog even voor ik vertrek.........
Cortewalle
Hier heb ik vanmorgen de eendjes eten gegeven.....Ben wat vroeger terug gekomen om deze foto nog rap te plaatsen ,heb ze van de markt meegebracht....
Dinsdag...marktdag
Goede morgen ....vind het maar niets te warm vandaag....seffens naar Cortewalle ,het oude brood aan de eendjes voeren ...dan verder naar de markt .....vanmiddag nog maar eens op controle bij de dokter ..zal niet veel tijd meer over hebben vandaag om hier het vervolg van mijn prentjes te plaatsen ..maar er is altijd nog een dag..en nog een ......
Bloemen

Heb juist boodschappen gedaan ,
en ontdekt dat pelariums of geraniums ,
in heel Beveren al op hun plaats hingen .
Dan word het tijd dat ik ook eens plantjes
ga halen , dacht echter dat
voor de ijsheiligen de plantjes niet buiten mochten?
Ach luister toch eens lieve Heer!

Kinderlijk Geloof.
=============
Daar trok weleer een godsgezant
Door dorp en stad van Engeland,
Verkondigde daar Jezus' leer,
Bracht menigeen ten schaapstal weer.
Eens sprak hij voor een kindrenschaar
Van Jezus, die op het hoogaltaar
In't gouden tabernakel woont,
En zich zoo minzaam toont.
Strak luistrend zat de lieve jeugd;
Op elk gelaat blonk hemelvreugd,
In menig oog een heldre traan;
Zo innig waren ze aangedaan.
De leering eindt--men gaat naar huis,
Één knaapje blijft bij 't missiekruis,
En gaat, als niemand zich meer toont,
De kerk weer in waar Jezus woont.
Omzichtig treed hij in, en ziet,
Of nergens iemand hem bespiedt.
"Ja" fluistert hij: "nu maar gegaan,
'k Klop zachtjes daar bij Jzus aan!"
Maar hoe hij de armpjes rekken moog'
Het gouden deurtje was te hoog...
Wat nu?...Voor 't kind is 't geen bezwaar...
Het klautert boven op 't altaar.
't Is stil...tik,tik...'t klopt aan en hoort--
Daar binnen klinkt geen enkel woord.
"Maar,Jezus, 'k leerde nog zoo juist,
Dat Gij in 't tabernakel huist?"
En 't klopt al harder, harder aan,
Misschien had Jezus 't niet verstaan.
"Spreek, lieve Heer,och spreek nu toch!
Gij zijt hier--waarom zwijgt Gij nog?"...
"Och Jezus, spreek een enkel woord,
Ik ga vanhier niet ongehoord!
Mijn Jezus, 'k min U toch zoo zeer,
Ach, luister toch eens ,lieve Heer!"
Owonder! Hij die 't schuldloos kind
Zoo vaderlijk, zoo godlijk bemint,
Niet langer, neen, schijnt Jezus doof
Voor 't kloppen van dat sterk geloof.
"Ja" spreekt Hij, "hier is Jezus 'woon;
Ik rust hier op een gouden troon,
En hoor naar elk vol meedelij,
Spreek kindeken, wat wildet gij?"
"Och Jezus, vader is zoo kwaad,
Zodat hij vloekt en ons zoo slaat.
Sterft vader zoo, dan moet Gij wel
Hem eeuwig straffen in de hel!"
"Mijn Jezuslief, Gij zijt zoo zoet,
Maak vader ook weer braaf en goed,
Opdat hij eens voor eeuwig blij
Bij U en mij en moeder zij."
En Jezus treft die kinderbèe,
"Ga knaapje," zegt Hij, "ga in vrêe,
Ik zorg dat vader zich bekeer,
Ga maar getroost naar moeder weer."
En 't kind gelooft dat zoete woord,
't Klimt af, en spoed zich huiswaarts voort,
En huppelt straks aan moeders zij,
O als een engeltje zoo blij.
Maar 's avonds kwam bij 't schemerlicht,
De vader van het lieve wicht
Half schuchter naar het kerkgebouw,
Het hart vermorseld door berouw.
Daar knielt hij voor Gods Priester neer,
Gods Priester geeft hem de onschuld weer
Dan snelt hij naar zijn gade en kind,
Waar hij nu ware vreugde vindt.