OUTEN.
Achterneef Charles, trok met veel franje
Enkele jaren terug, voorgoed naar Spanje
Want, sprak hij, ik word liever gezellig warm oud
Dan dat ik hier als d’ anderen verslijt, kil en koud …

OUTEN.
Achterneef Charles, trok met veel franje
Enkele jaren terug, voorgoed naar Spanje
Want, sprak hij, ik word liever gezellig warm oud
Dan dat ik hier als d’ anderen verslijt, kil en koud …
Pijpenstelen.
PIJPENSTELEN.
Het regende pijpenstelen over het ganse land
Maar toch wilde het bij oprapen niet lukken
Want ondanks herhaaldelijk bukken
Had hij enkel natte vingers in zijn hand...

De blik is even leeg als zijn portefeuille, en daar hoeft hij, als hij er al een heeft, ze niet voor uit zijn jaszak te halen. Geen vraag, geen mededeling, geen verwachting…
Niets, alleen die dove, lege blik.
- Alexander komt uit het Oostblok, samen met zijn zwangere vriendin.
Ze zijn heel recent aangekomen en verblijven in een home voor vluchtelingen.
Bedoeling is dat ze politiek asiel aanvragen, want hij kan niet meer terugkeren
naar zijn vaderland, tenminste niet als hij wil blijven leven…
Woorden die achteraf waar bleken te zijn.
Ze spreken beiden noch Engels noch een andere West - Europese taal.
Als mensen onder elkaar willen wij hen helpen, en daarom zijn we hier.
De bleke man met de nietszeggende blik zit er wezenloos bij. Begrijpt niets van ons gesprek en geeft ook niet de indruk op enigerlei wijze geïnteresseerd te zijn.
- Zolang hij geen geldige papieren heeft dat hij hier kan blijven, krijgt hij ook geen arbeidskaart en mag hij dus niet werken. Het lijkt ons in ieder geval belangrijk dat hij zijn tijd op een gezonde manier kan invullen. Vroeger schilderde hij al eens, en wij hebben hem al een schilderij laten maken.
Een der dames haalt een opgerold doek uit haar tas, en ontrolt het textiel.
Een mooi schilderij bevestigt het kunnen van de onbekende, die nog steeds zijn hoofd in zijn schouders laat zakken. Als hij echter mijn blik onderschept nadat ik zijn werk heb gezien, is er een eerste teken dat duidt op interesse. Zijn ogen kijken me vragend aan. De werelden die ons scheiden, cultuur, taal en nog zoveel meer doen er op dit moment niet toe. Hier zit een mens in nood. Een asielzoeker heeft een gezicht gekregen en zal me nooit meer onberoerd laten.
- Mooi hé?…
Inderdaad mooi. Ik knik instemmend.
- Ik stel voor dat we Alexander van het nodige materiaal voorzien om aan de slag te kunnen gaan. Hij moet zorgen voor mooie en verkoopwaardige schilderijen, en ik doe mijn best om ze aan de klant te brengen, goed?
De dames glimlachen voldaan. Een eerste stap is gezet.
Alexander voelt aan dat er een positief resultaat in de lucht hangt.
De dames wijzen naar het doek en maken hem duidelijk dat er nog werken van hem verwacht worden. Hij maakt het internationaal gekende gebaar van de duim die schuift over zijn wijs- en middenvinger. Tegelijkertijd knikken de dames en ik, ja er valt geld mee te verdienen. Ik lees waarempel een kleine blik van tevredenheid in zijn ogen.
Een handdruk bezegelt de woordenloze afspraak. Een halfuurtje later verlaten de dames en hun gast de zaak. Met de nodige materialen. Ik voel dat het goed komt.

ALEXANDER.
Luciano Pavarotti is niet meer. Verwisselde op 6 september 2007 deze wereld voor het operagebeuren van de eeuwigheid. Hij zal er met open armen verwelkomd worden en zijn gezang zal nog vele horizonten kleuren.
In de schaduw van het leven nam ook Alexander Vishnikin afscheid van het aardse bestaan. Zonder veel ophef, zonder het kleinste krantenknipsel…
Maar zijn artistiek talent tooit muren van mensen die oog hadden voor de kunst van het hart. Zijn onvolprezen schilderwerken wekten bewondering, weekten emoties los…
De wil om te slagen werd echter gefnuikt door het karakter van onwillige varkensharen in de penselen die hij beroerde… Of toch veeleer door het gebrek aan flexibiliteit dat hij tentoonstelde tengevolge van zijn sterk veranderde levensomstandigheden… Van gerespecteerd legerofficier tot ongewaardeerde asielzoeker.
Alexander is niet meer. God hebbe zijn ziel, en de hemel heeft er een opmerkelijke kunstenaar bij!
Alles heeft zijn tijd, en voor alles is er een tijd.
Zo ook dient er plaats gemaakt te worden voor momenten van besef.
Zoals het besef dat eens de tijd die je nog rest, normaliter korter is dan de tijd die je reeds achter de rug hebt. Momenten waarop je kunt terugblikken, rekeningen kunt maken. Geen afrekeningen, neen, veeleer situatieschetsen van de watertjes die je tot dusver doorzwommen hebt. Van beekjes over kanaaltjes tot riviertjes. Om nog maar te zwijgen over de zee! Want daarin zal uiteindelijk alles uitmonden…
Ik herinner me alsof het gisteren was.
De twee vriendelijke dames die me gebeld hebben met de vraag of ik even tijd kan maken. Voor klanten maakt men altijd tijd! Zeker voor hen.
De begroeting is beleefd hartelijk.
De gast die hen vergezelt blinkt uit door afstandelijkheid!
Kil, gemiddelde postuur, kalend, zonder vertellende blik in de ogen.
Dit is dus Alexander. Nog jong, hooguit een jaar of 28.
Officier in het leger van een der Oostbloklanden.
Meermaals gedecoreerd, maar gevlucht uit zijn heimat omwille van het feit dat hij orders van de hogere legerleiding weigerde uit te voeren. Waarvoor begrip kon worden opgebracht! Meer dan begrip zelfs, maar dat doet hier niet terzake.
Gevlucht met zwangere levensgezellin. Stateloos, bezitloos, bijna haveloos, zij het wat kleren en een plat koffer van herinneringen die hier, in onze samenleving, weinig interesse konden wekken.
Kammen.KAMMEN.
Zij kamt haar haar
Met haar haarborstel
Hij echter gebruikt
Haar borstel niet
Omdat men anders op zijn kletskop
Allemaal rode strepen ziet!

OVERLEG.
Zij verkoos wit
Hij wilde grijs
Zij hield van Ma – drid
Hij meer van Pa – rijs !
Na de dagtaak.
NA DE DAGTAAK.
Seffens kom jij weer binnen
En samen met jou, al je zinnen
Over hoe en wat het was vandaag
En ik luister, en ik heb je graag
Om dan binnen enkele tijd
Als de woorden jezelf gaan vervelen
De warmte en gezelligheid
Van ons beider thuis te delen

ALLERGIE.
Daar heb je Jan
En ginder, dat is Ann
Hier zit mijn neef Yf
Te praten met zijn lief
Ken je haar nog, Inge
Zit met een maatje wat te zingen
En als straks de regering valt, zie
Staat aan het hoofd, ons aller – Guy …

KOOSNAAMPJES.
De een, dat was zijn schatje
De ander noemde hij “zijn katje”
De volgende dat werd zijn poesje,
Maar zijn mama lief,
Dat bleef zijn “moesje” !
Het einde.
LIJNTJE.
Het leven
Is een lijntje
Voor de een ’n lang
Voor de ander amper een kleintje
En waar de liefde
Het pad heeft gekruist
Daar zijn 2 lijntjes
Naar elkander toe verhuisd !
Geweld.
GEWELD.
Nog meer dan macht
Is onmacht een drijfveer
Tot geweld
En mocht dat al een keertje lukken
Wat is er eenvoudiger
Om dan de zwakkeren
Te onderdrukken ?

MOOIE WOORDEN.
Wellicht heb je het nimmer gehoord
Doch het allermooiste woord
Wordt vaak gesproken door
Een aandachtig luisterend oor…

ADEM.
Je kan
Er van balen,
Maar zelfs
Je adem
Moet je halen …
Gordelroos.
GORDELROOS.
Onze buurman, meneertje Windjes
Had geregeld kwebbel met zijn kindjes
In zijn auto was hij vaak razend boos
Als hij tot zijn dochter riep : draag je gordel Roos!

TOAST.
Traag
Heft hij het glas
Gevuld en ongeschonden
Als om goden te milderen
In ver vliedende hemelen
Maar geen ster knipoogt
Of een maan gebaart
Licht spottend lacht
De zilte nacht
Naar de weeën
Van een ongeboren dag…

VLINDERFANTJE.
Zo dartel als een vlinder bewegen
Dat is niet mijn allersterkste kantje
Daarvoor heb ik mijn gewicht wat tegen
Zo sprak het olijke olifantje
We zullen dus maar voluit zeggen
Het is het innerlijke dat telt
Daar kan ik me wel neer bij leggen
Als een vlindertje mij voorbijsnelt…

SCHOONHEID.
Zij zei : “Ware schoonheid leeft van binnen”
Opende een deurtje, krakend, met een schuinig slot
Waar hij binnentrad en rustte
Temidden van een ontiegelijke schat
Krassen zwegen op zijn gezicht
Verward, een gedachte dwaalde
Enkel daar van binnen
Daar alleen kon hij haar minnen
Haar lieven, houden
Van haar ware schoonheid
En nimmer voelde hij nog de oorlog
In zijn strijdend hoofd, want
Zij was de welgekomen engel
Die hem redde van zijn slagveld
Als een verdwaasde drenkeling
Aan de oevers van een glimlach…
Dankbaarheid
DANKBAARHEID.
Hij ging op zijn gatensokken heen
Amper nog vel over krakend been
Er zweefde een glimlach op zijn mond
Omdat zijn lief hem had verwend
En hem tot zijn laatste moment
Met de nodige humor ter zijde stond
Zo dankbaar om wat is geweest
Maakten zij beiden die ogenblikken
Van samen-zijn, nog tot een feest
Alle tederheid blonk in zijn ogen
Was in zijn stervende blik vervat
Dank je lieverd voor het vermogen
Tot lieven dat we samen hebben gehad

GEBED.
Zijn leven lang
Was een gebed
Hij bad tijdens het werken
Hij bad in bed
Het leven was voor hem
Een lange zonde
En zo raakte bij hem enkel
De wekker … opgewonden