Naar de inhoud

Vijf eeuwen familie Martens

akke.beakke.be

Archief

4.2. Hoodstamlijn Joannes Martens (vervolg)

4.1 Hoofdstamlijn

Joannes Martens (1656-1729 ) (vervolg) zv Guilliame

Burgemeester en grondeigenaar te Bellem

4.2.1 Evolutie van het gezin

Bij het begin van de achtiende eeuw, na de geboorte van Carel op 1 december 1704, bestond het gezin van Jan of Joannes Martens en zijn tweede echtgenote Janneken De Vliegher uit vijf zoontjes( Guilliame, Pieter, Joos, Jacob en Jan) uit het eerste huwelijk en twee zoontjes(Frans en Karel) uit het tweede huwelijk. In het verder leven volgden blijde en droevige gebeurtenissen elkaar op: huwelijken, geboorten en begrafenissen.

Op 26 september 1706 stierf Jan, de jongste zoon uit het eerste huwelijk, amper 16 jaar jong.

Op 2 maart 1715 trouwde de 28-jarige zoon Joos of Judocus met Pieternella Lamme, dochter van Jan en Pieternella Van Vynckt. Ze vestigden zich aanvankelijk op de wijk Veldeken te Nevele en korte tijd later op de wijk Reybroek te Hansbeke. De eerste kleinkinderen werden geboren: Joanna(°Nevele 31-08-1716) en Jan(°Hansbeke 25-03-1717). Jan Martens werd peter van Joanna en zijn tweede vrouw werd meter van kleinzoon Jan.

Enkele jaren later volgden twee begrafenissen. Pieter, zoon uit het eerste huwelijk, overleed te Bellem op 10 augustus 1720. Hij was 35 jaar en ongehuwd. Een maand later, op 27 september, stierf de schoondochter Pieternella Lamme te Hansbeke. Zoon Joos Martens hertrouwde te Ursel op 25 juli 1722 met Maria Ledeganck, dochter van Frans en Petronella Aerens.

Op 30 juni 1723 huwde de 41-jarige en oudste zoon Guilliame te Kanegem met Joanna D’Huyvetter, weduwe van Frans Van Overbeke, dochter van Frans en Joanna De Roo.

Vervolgens worden vier kleinkinderen geboren, namelijk twee in het gezin Joos Martens-Ledeganck en twee in het gezin Guilliame Martens-D’Huyvetter: Frans(°Hansbeke 11-08-1726), Agnes(°Kanegem 04-03-1725), Jacob(°Hansbeke 21-03-1725) en Brigitta(°Kanegem 01-06-1728).

Het jaar 1725 bracht nogmaals verdriet: de zoon Joos Martens stierf te Hansbeke op 26 mei, slechts 41 jaar oud. Zijn jongste zoontje Jacob sterft enkele maanden later op 25 october.

Jan Martens was ondertussen 70 jaar geworden, zijn tweede echtgenote 65. Drie volwassen zonen waren nog ongehuwd: Jacob, Frans en Carel.

En dan ineens viel het gordijn. Joanna De Vliegher overleed op 1 februari 1729 en Jan Martens stierf op 18 november van hetzelfde jaar:

Die 18 9bris 1729 obiit Joannes Martens viduus Joannae De Vlieger, aetatis suae preterpropter anno 75 consuetis ecclesiae sacramentis praemunitus, et sepultus est in ecclesia(3). Ze werden te Bellem in de kerk voor het O.L. Vrouwaltaar begraven.

Hun ruitvormige grafzerk in wit marmer droeg in de top een gevleugeld engelenkopje en in het onderste hoekpunt een doodshoofd met twee gekruiste doodsbeenderen als memento mori, ook een banderol met R.I.P. Deze grafzerk ging verloren ingevolge de kerkbrand die door Duitse soldaten in de nacht van 10-11 september 1944 werd aangestoken(info Roger Defruyt).

Het grafschrift luidde:

                                 Hier light

                           Begraven den Eersaeme

                          Jan Martens fs Guilliame

                     in syn leven Burgemr deser prochie

                     van Bellem overl den 18 9 bre 1729

                    en syn huysvr Joe Joanna De Vleighere

                        fa Jaspart overl den 1 february

                           1729 in huwelycke geproct

                           7 kinderen waervan noch 2

                               in leven te weten

                                 Frans en Carel

                                     R.I.P.

Korte tijd na het overlijden van hun ouders stapten de drie toen nog ongehuwde zonen in het huwelijksbootje:

- Frans, te Bellem op 16-01-1730 met Petronilla Van Maldeghem, dochter van Jan en Maria Steyaert.

- Jacob, te Ursel op 20-02-1730 met Joanna Ledeganck, jongere zus van zijn schoonzus Maria Ledeganck.

- Carel, te Bellem op 27-10-1733 met Maria Anna Steyaert, dochter van Jacob en Joanna Steyaert.

4.2.2 Evolutie van de beroepsactiviteiten

Nadat Jan als boer op het Kerkegoed zijn vrouw verloor en hertrouwd was met Joanna De Vliegher, zegde hij in 1702 na een termijn van 12 jaar de pachtovereenkomst op. Op 26 augustus 1702 overleed zijn moeder Tanneken Steyaert en de toen reeds 74-jarige Guilliame Martens liet meteen het landbouwbedrijf aan zijn zoon over. Zo werd Jan een grote grondgebruiker op de noordzijde van de vaart te Bellem.

Jan Martens verscheen op 12 september 1702 voor de schepenbank van Bellem. Hij deelde aan de aanwezige wethouders mee dat hij in het sterfhuis van zijn moeder enige erfgenaam was en dat hij de op hem verstorven erfgronden ten lanbouck vande prochie tsijnen hoofde heeft doen stellen. Hij verklaarde verder onder solemneelen eede dat hij voortaan zijn domicilie had op de noordzijde van de vaart(en er het landbouwbedrijf van zijn vader overnam). Dientengevolge zou hij bijdragen in alle pointynghen ende ommestellynghen soo aen de ma(jestei)t van Spaingnen, als (inde) contributie vande hoochmoghende heeren staeten der vereenigde provintien ende alle ander, neffens de insetenen der selve noortsijde vande vaert(4). Deze verklaring onder eed lijkt verwonderlijk, maar omstreeks dezelfde tijd was het niet duidelijk wie de door de Hollanders geëiste contributie moest betalen: het hele dorp of alleen de noordkant van Bellem( D. De Reuck).

De integrale tekst van de verklaring van Jan luidt als volgt:

Compareerde, voor bailliu burchmeester ende schepenen vande prochie ende baronije van Bellem ende Schurvelt hier onder genoempt, in persoone Jan Martens fs Guilliame inwonder der voorn. Prochie, te kennen gevende dat sijne moeder onlanckx binnen de voorn. Prochie is comen te overlijden, ende dat hij thaeren sterfhuyse hoir unyck is bedeghen, ende dat sijnen vaeder wonende op deselve prochie op de noortsijde vanden bruchsche vaert aldaer haudende groot ghebruyck van lande, hij comparant inde selve qualiteyt van hoir sijne successie vande selve sijne moeder moet anveerden sijne verstorven erfgronden, dewelcke hij ten lantbouck van dese prochie tsijnen hoofde heeft doen stellen, ende dat hij comparant ghevolghentlich onder sollemneelen eede heeft verclaert soo hij doet bij deesen aldaer op de hofstede vanden selven sijnen vaeder gheleghen binnen dese prochie op de voors, noortsijde vande vaert van nu ende voor alsdan te kiesen hauden ende nemen sijnen domicilie tot ghebruyck vande selve sijne opghestelde landen, ende daer over te contribueren in alle pointynghen ende ommestellynghen soo aen de ma(jestei)t van Spaignen als contributie vande hoochmoghende heeren staeten der vereenigde provintien ende alle ander, neffens de insetenen der selve noortsijde vande vaert der voorn. Prochie, ten welcken effecte den comparant heeft ghedaen ende versocht desen wettelicken act om hem te valideren naer behooren ende hiervan acte uut te geven,

acte bij onsen greffier onder den seghel van saecken, aldus ghedaen ter maenynghe van Martinus Rootsaert bailliu, G(uillia)m Vander Hulst b(urghemeester), Joos Verheye ende P(iete)r Langheraert schepenen in vierschaere den 12 7bre 1702

Ond(erteecken)t Jan Martens

G. Vander Hulst

tmerck van Joos Verheye

M. Rootsaert

tmerck van Pr Langeraert

Deze bedrijfsovername, ingaand vanaf kerstavond 1702, omvatte de ouderlijke hofstede op de oostkant van de Leystraete, 31 partijen land en 3 partijen bos met een reële oppervlakte van 50 gemeten en 167 roeden(ca 22,50 ha), geprijsd aan een belastbare oppervlakte van 40 gemeten en 35 roeden, hetzij aan een gemiddelde kwaliteitscoëfficient van 0.79(5).

Al deze landerijen lagen op de noordzijde van de vaart: drie partijen land in de haeltermeerschen, de crommen gavere, het rosse gaverken, een partij land in de bachte cloosters, de hooghe piete, de kesselaerebosch, het waeterganckin, de gavere, de meersch, het groot stick(335 roeden), het langhe stick, de cleene beke, de beckgavere, de hulshaeghe, het gaverken, de neerenbilck, de hooghe beecke meers ofte bijle, het royken, de nieuwe meers, het groot stick(341 roeden), het braemstick, een partij land in de gavers, het raepstick, het jan bruynstick, een partij land aan de pamelaersbosch, de kesselaere(454 roeden), het colbrantstick, de michiel(843 roeden), twee partijen kerckenbosch en het heirstick.

In de loop der jaren breidde Jan Martens zijn landbouwbedrijf verder uit. Op kerstavond 1719 omvatte het 84 gemeten en 294 roeden(ca 38 ha), hetzij een hofstede, 54 partijen land en 6 bossen(met een gemiddelde kwaliteitscoëfficient van 0.78).

Bij de reeds vernoemde partijen(waarvan een vijftal aan derden overgelaten werden) waren toegevoegd: het hoogh bilckxen, de vier gemeten, nog een partij land in de haeltermeerschen, het haeltermeerschbilckxen, een partij land int habotersvelt, nog een bosch, de baspaepen, een stuk erf uit een hofstede, de michiel(541 roeden), de kesselaere(286 roeden), nog drie partijen in de gavers, de binnevijver, de grote stede, het michielken, de cleene piete, de piete, de hooghe piete, twee partijen land int haeltervelt, een partij land in de bachte cloosters, de leensvoort, nog een bosch, de grooten joncker, de cleenen joncker, het cleen jonckerken, het potstick, de corthals, de pluymstede en de langhe bilck(6)(RAG,f OB, nr 2, p 331r-334v).

In zijn laatste levensjaar gebruikte Jan nog steeds 78 gemeten en 153 roeden grond(ca 35 ha).

4.2.3 Grondeigenaar

Erfgronden

Als enige erfgenaam verwierf Jan Martens alle bezittingen van zijn ouders Guilliame Martens en Janneken Steyaert. Aangezien hij meerderjarig was, werd in het sterfhuis van zijn moeder(1702) en van zijn vader(1708) wellicht geen staat van goed opgemaakt zodat een opsomming van zijn erfgronden niet voorhanden ligt. Deze erfgronden worden alvast opgesomd in de twee akten van verkaveling die na zijn overlijden werden opgemaakt, de ene tussen de kinderen van zijn eerste huwelijk daterend 21-01-1730, de andere tussen de kinderen uit het tweede huwelijk daterend 25-01-1730. Er werden ook staten van goed opgesteld daterend 04-09-1730 en 09-09-1730 respectievelijk in het sterfhuis van zijn tweede vrouw en bij zijn overlijden. Al deze documenten blijven evenwel onvindbaar. Een (onvolledige) lijst van de erfgronden kon nochtans aan de hand van recentere stukken worden opgesteld.

Jan Martens kwam vooreerst in bezit van de eigendommen die zijn vader Guilliame erfde in het sterfhuis van zijn ouders Pieter Martens en Tanneken Steyaert, evenals van de eigendommen die zijn moeder Janneken in het sterfhuis van haar ouders Pieter Steyaert en Lievina De Wispelaere had geërfd:

-sterfhuis Martens-Steyaert: de ouderlijke hofstede ten oosten van de Leystraete 785 roeden, de crommen gavere 574 roeden, het rosse gaverken 210 roeden, en vermoedelijk ook nog twee partijen land in de haeltermeerschen respectievelijk 295 en 189 roeden, een zeker deel in een partij land in de bachte cloosters 880 roeden, de hooghe piete 545 roeden, en een zeker deel in de kesselaerbosch 105 roeden.

-sterfhuis Steyaert-De Wispelaere: het langhe stick 394 roeden in de gaverwijk, de mersch 347 roeden palend ten zuiden aan de leye, het groot stick 335 roeden en eenen gaver 423 roeden ten zuiden van het aeltervelt, alle drie in de leensvoortwijk, de nieumeersch 285 roeden en het royken 191 roeden, beide in de stekelbesenwijk, de nerenbilck 502 roeden en de kesselaeren 454 roeden.

Jan Martens erfde ook de gronden die zijn ouders tijdens hun huwelijk gekocht hadden: 161 roeden landts in een behuysde hofstede gelegen daerment nompt swaegershulle, de achterste beke 590 roeden, de hulshaeghe ca 400 roeden, het beckgaverken ca 300 roeden, het achterste gaeverken ca 300 roeden, het groot stick 347 roeden, de baspape ca 2 gemeten, de helft in 2 partijen bos ghenaempt den kerckenbosch groot int gheheele 656 en 224 roeden, de keerselaer 417 roeden, het colbrantstuck 3 gemeten en 24 roeden, de michiel 2 gemeten en 213 roeden, het

raemstuck 507 roeden, het waeterganckstuck 284 roeden, de kesselaere ca één gemet en het hairstuck 336 roeden.

Deze erfgronden vindt men trouwens terug onder de landerijen die Jan Martens gebruikte(6), alsook onder de bezittingen die zijn kinderen in het sterfhuis hebben geërfd(7).

Grondaankopen

Noeste arbeid heeft Jan Martens geen windeieren gelegd. In de loop der jaren kocht hij een drietal hofsteden en verscheidene partijen zaailand, meers of bos die hij meestal zelf gebruikte en deels aan derden verpachte.

Op 11 april 1686 kocht hij van zijn tante Janneken Martens fa Pieter (weduwe Baudewijn Heytens) een partij land ter grootte van 333 roeden ghenaempt het haeltermeersbilckxen met het striepken, gelegen te Bellem op de noordzijde van de vaart, palend ten zuiden aan den waterloop. Zij had deze partij geërfd ten sterfhuyse van haeren vaedere ende moedere. De kostprijs bedroeg vijfthien ponden grooten vlaems vrij suyver gelt ende ses grooten voor den armen van Bellem. De onderhandse koopakte werd gesloten in tegenwoordigheid van J(aecques) Steyaert en Guilliame Du Prez. De verkoopster, die in Ingelmunster woonde, procureerde Danneel Huybrecht om in haar naam vuyt erfven te gaen. De overeenkomst werd op 24 januari 1687 te Bellem geregistreerd(8).

Op 24 april 1693 verkocht Jan Goethals fs Gillis, pachter van de korenwindmolen te Aalter, soo over hem als over sijne minderjaerighe broeders en zusters aan Jan Martens voor 55 ponden groten twee partijen land, de mersch 300 roeden en het ayvelleken 200 roeden, en de helft van een huys met de erfve daermede gaende, gelegen te Bellem op de noordzijde van de vaart. Het erf, 100 roeden groot, op de oostkant van de straat, werd toen gepacht door Pieter De Cloet. De wederhelft ervan hoorde toe aan Pieter en Jacques De Decker(9).

Op 2 juli 1698 kocht Jan Martens van Joos Verbecke fs Jan een partij land het wynckelaere, 300 roeden groot, gelegen te Zomergem bij de pauwelbosschen binnen het rechtsgebied van de heerlijkheid van de Woestijne(10).

Op 11 januari 1701 verkochten Pieter De Decker fs Joos en Barbel Verhuyst, weduwe van Jacques De Decker, het recht ende derde deurgaende part van een ceucken met een camerken van noorden daer an met ontrent 100 roeden erfve aan Jan Martens voor 5 ponden en 10 schellingen groten. Het goed, waarvan de overige delen in bezit waren van N. Vliegher en de wezen Passchier De Wispelaere, lag op de noordzijde van de vaart te Bellem daer men tnoempt swaegershulle(11).

Een woonhuys staende tot Bellem op de vaert op cheyns vanden Leybarme bij den meulen met d’erfve daermede gaende, scheedende met daeghe vanden cheyns van wijlent Sr Jan De Smet werd op verzoek van Janneken Du Prez(gehuwd met Joos Steyaert fs Jan) en haar minderjarige broer Marten(bevoogd door zijn zwager), wezen van Marten Du Prez verwekt bij Joosijne Claeys, openbaar verkocht. De koop werd op de eerste zitdag door Adriaen Van Nieuwenburch op 19 ponden groten ingesteld, op de tweede zitdag door Jan Martens tot 23 ponden groten verhoogd en zonder verdere verhoging op de derde zitdag(01-04-1710) aan hem toegewezen. Baudewijn De Clercq was toen pachter(12).

Op 14 januari 1711 kocht Jan Martens twee partijen land van Adriane(gehuwd met Jan Claeys) en Jan Martens, kinderen van Pieter Martens en Sara De Suttere. D’eene genaempt de vier gemeten was ongeveer twee gemeten groot, ende dander genaempt het hoochbilckxen, ongeveer één gemet groot, paalde ten noorden aan de straat. Hij betaalde hiervoor 88 ponden groten courant gelt en een permissie pistole(13).

Op 15 februari 1711 verkochten Arent De Keer fs Arent en Janneken De Wispelaer fa Passchier, zijn huisvrouw, twee partijen land aan Jan Martens. Deze partijen lagen

te Bellem op de noordzijde van de vaart. De eerste, het rot, paalde ten zuiden aan de leybarme en was 444 roeden groot. De tweede, den bau, met een oppervlakte van circa 300 roeden, grensde ten oosten aan den waterloop. De koopprijs bedroeg 40 ponden groten(14).

Marten en Marie De Zutter en de wezen van hun broer Pieter De Zutter( namelijk Jan, Janneken, Lievijne gehuwd met Tobias De Clercq, en Passchijntien gehuwd met Lieven Van Ooteghem) waren elk voor een derde gerechtigd in het sterfhuis van Jan De Zutter en Joosijntien De Wispelaere. Op 16 augustus 1711 verkochten ze aan Jan Martens de volgende eigendommen:

- een behuysde hofstede mettenhuyse schuere boom ende ander catheyl ende erfve daermede gaende aan de zuidkant van de straete

- een partij land ghenaempt de michiel

- een partij land ghenaempt het belle vijverken

- een partij land ghenaempt den langhen bilck

- een partij helsbosch ghenaempt het gaeverken

- een partij land ghenaempt alsvooren en

- twee partijen land d’een aan d’ander ghenaempt de bachte cloosters

Deze onroerende goederen, gelegen te Bellem op de noordzijde van de vaart, waren bezet in eerste orde met een rente van 48 ponden grooten capitaels tot profijt van Maximiliaan Rouffon; in tweede orde met een jaarlijkse rente van 20 schellingen groten(den penninck XVIne) aan Daniël Thijsebaert, pastoor te Ekkergem en tevoren pastoor te Bellem, en in derde orde met een jaarlijkse rente van 3 ponden 12 schellingen groten aan de erven van Guilliame Martens(15). De transaktie vond plaats voor omme ende midts de capitaelen vande voornoemde renten met alle de verloopen croosen en opleg van 14 ponden groten, hetij in totaal voor 136 ponden groten(16). Jan Martens sloot met Marten en Marie De Zutter, die de voornoemde

hofstede bewoonden en de bellevijver, de langhen bilck en de bachte cloosters in gebruik hielden, een pachtovereenkomst voor 6 jaar aan 5 ponden groten per jaar.

Op verzoek van Heindrick Chombach tot ’s Hertoghenbosch, vader ende voocht over sijnen eenighen onderjaerighen sone gheprocreert bij Marie Crayenest fa Christiaen werd te Bellem een openbare verkoping gehouden van partijen van lande de voorseyde Jo(ckvrouw)e toeghecommen bij vercavelynge ten sterfhuyse van haeren vaeder, ghepasseert voor Carel Van Hulle notaris publick tot Somerghem residerende de XVIIen septembre 1707. Christiaen Crayenest had deze partijen verworven door aankoop van Passchier Clayssens, geregistreerd op 21-03-1689. Guilliame Steyaert fs Joos en Jan Martens fs Guilliame als commanten van Jacques Steyaert de Jonghe kochten gezamenlijk in deze veiling op 24 december 1711 elf partijen zaailand, gelegen te Bellem op de noordzijde van de vaart, te weten:

- een partij land ghenaempt de brausbeke, 733 roeden

- een partij land ghenaempt den binnevijfver, 315 roeden, palend ten zuiden aan den bachten steyaert en ten noorden aan de groote stede

- een partij land ghenaempt de groote stede, 399 roeden, oost de swijnsputte, zuiden binnevijfver

- een partij land ghenaempt de cleyne stede, 320 roeden, noord sheerenstraete

- een partij land ghenaempt het machielken, 273 roeden, zuid den bachten steyaert

- een partij land ghenaempt de groote piete, 571 roeden, oost het kerckenstick, west de Leystraete, noord de cleene piete

- een partij land ghenaempt de cleene piete, 147 roeden, oost de piete ofte droogaert, zuid de groote piete, west de Leystraete

- een partij land ghenaempt de piete ofte droogaert, 514 roeden, zuid het kerckenstick, west de voorgaende pieten

- een partij land ghenaempt de bachten steyaert, 629 roeden, west het kerckenstick, noord den binnevijfver en de machielken ende andere

- een partij land ghenaempt d’hooghe piete, 240 roeden en

- een partij land ghenaempt den westbilck, 382 roeden, oost een dreefken.

De totale koopsom bedroeg 325 ponden grooten sterck wisselgeldt. Ze moest ten daeghe van de erfvenisse neergeteld worden in handen van Guilliame Bogaert, griffier van Ursel, die daartoe gemachtigd was(17). Van deze elf landerijen, die toen gebruikt werden door Jaecques Weynant en de weduwe van Charles D’avust, werden in 1712 zes door Jan Martens in gebruik genomen, namelijk den binnenvijfver, de groote stede, het machielken, de cleene piete, de piete en dhooghe piete(18). Wellicht waren het deze zes partijen die hem, in onderling akkoord met Guilliame Steyaert, waren toegewezen.

Op 29 october 1713 verkocht Philip Vercruysse fs Philip aan Jan Martens een partij bos, 290 roeden groot, gelegen te Bellem op de zuidkant van dheerstraete voor 10 ponden en 10 schellingen groten. De verkoper liet zich bij de registratie voor de wet van Bellem vertegenwoordigen door Adriaen Van Nieuwenburch(19).

Op 3 november 1715 vond in het wethuis van Bellem een openbare verkoping plaats van landerijen die toebehoorden aan Jenne Therese Van Aerde, weduwe van Niclays Ballas, en aan Lambert Defaulx, weduwnaar van Isabella Van Aerde. Jesse Therese en Isabella Van Aerde waren dochters van Philip en Isabella Monica Van Ouverwaele. Jan Martens kocht op deze veiling drie partijen land voor de globale som van 126 ponden groten:

- een stuck landts genaempt den grooten joncker, 737 roeden, noordoost den leybarm, zuidwest het cleyn jonckerken

- een stuck landts genaempt het cleyn jonckerken, 240 roeden, noordoost den grooten joncker, zuidwest het langhe stick

- een stuck landts ghenaempt het cleen jonckerken, 306 roeden, noordoost het langhe stick(20).

Op 24 januari 1716 onderschreven Pieter De Smet en zijn echtgenote Marie Susanna Bauwens fa Anthone ter greffie der prochie ende baronie van Laerne, lande van Dendermonde een akte betreffende de verkoop aan Jan Martens van 3 partijen land voor 40 ponden groten courant ghelt, te weten:

- een partij land gheleghen binnen de prochie Aelter daer men tnoemt den meulenschoot, 2 gemeten groot salvo justo

- een partij land ghenaempt d’ aeltervelden, gelegen te Bellem, groot ontrent een half bunder, noort sheerenstraete

- een partij slaghbosch, gheleghen te Bellem, 400 roeden.

De partijen werden toen gebruikt door Marijn Van Niesse(21).

Op 24 october 1716 compareerden ter studie van Christiaen Goormachtich, notaris te Brugge, Carel De Blieck jongman(verkoper) en Jan Martens(koper). In tegenwoordigheid van Jan De Suttere en Alexander Woutters sloten ze er een koopcontract aangaande twee partijen zaailand de corthals, 465 roeden, en de pleunisstede, 410 roeden, gelegen te Bellem. Carel De Blieck kwam in het bezit van deze partijen eendeels bij vuytgrootinge jegens sijn broeders en susters ende anderdeels bij coope jegens Jan Steyaert sijnen oom. De koopsom bedroeg 75 ponden groten vlaems wisselgelt en 300 bussels hout dhelft mutsaert ende fasseel die door de koper aan de verkoper moesten geleverd worden(22).

Ten huize van Guilliame De Baets Tavernier tot Beecke vond de openbare verkoping plaats van een partij land ghenaempt het potstick, 400 roeden groot, noord den cnocht, oost en zuid Jan Verlé met het pot ende kerckenboschstick. Het land lag te Bellem ten noorden van de vaart in de gaverwijck. In deze grond waren gerechtigd: Pieternelle Joos fa Lieven(weduwe van Jan Landuyt fs Christiaen), Laurens Buysse fs Lieven tot Adegem(weduwnaar van van Joosijntien Landuyt fa Christiaen), Daneel De Brauwere te Ursel(weduwnaar van Maria Landuyt fa Christiaen) en Joris Goethals fs Jan te Oostwinkel(echtgenoot van Pieternelle van Mullem). De te koop gestelde gronden werden ingesteld op 22 ponden groten en na herhaaldelijke verhogingen uiteindelijk op 28 november 1716 toegewezen aan Jan Martens voor 31 ponden groten(23).

Andries Slock, meerderjarige wees gheboren tot Brussel St Andriesdagh 1693, soone van Marten Slock ende van Martine De Weduwe, welcken Marten soone was van Joos Slock ende Marie Du Prez, biervoerder ende poortere der stede van Brugghe verkocht op 13 februari 1718 aan Jan Martens het vierde paert onverscheen ende onverdeelt met sijn oom en moeyen Guilliame, Pitronelle en Anna Slock van een partij land ghenaempt den hulsdonck, 800 roeden groot, gelegen te Bellem op de noordzijde van

de vaart en palend ten zuiden aan de leybarm. Koopprijs: 20 ponden groten courant ghelt(24).

Op 18 mei 1722 verkocht Jan(C)Steyaert fs Jaecques aan Jan Martens een partij zaailand genaempt het Aeltervelt, 627 roeden groot, gelegen te Bellem in de bachte cloosterwijck ter noortzijde vande vaert voor 15 ponden groten courant ghelt. De koop werd gesloten in de herberg van Jacob Verhelst te Bellem. Jan Steyaert had de partij enkele jaren vroeger(op 08-10-1716) gekocht van Lieven Buysse(25).

Tenslotte kocht Jan Martens op 4 februari 1727 in een openbare veiling voor de wettelijcke gebannen vierschaere van Bellem eene behuysde ende beschuerde hofstede van de vaguen ende geabandonneerden sterfhuyse van Joannes De Wispelaere fs Arnout. Deze onbewoonde hoeve, 300 roeden groot, met huysaige, schueraige, stallijnge, boomen ende haeghen daer op staende en een bilcxken van suyden an thof lag op de noordzijde van de vaart inden binnenwijck. Ze was gehypothekeerd met eene rente van één pond thien schellijnghen grootten tsjaers in proffijte van Joos De Wispelaere thuwelijck hebbende Marie Clays fa Geeraert. De te coope geveylde goederen werden op de eerste zitdag, 17 december 1726, inghestelt bij Joannes Steyaert fs Jaecques voor de somme van vijftich ponden grootten maar nog ten selven daghe verhooght met drij ponden grootten door Jan Martens(26).

Gronden in ruil

Alle landerijen die door Jan Martens tijdens zijn eerste en tweede huwelijk gekocht werden lagen op de noordkant van de vaart, hetgeen van een bepaalde visie getuigt. De meest vruchtbare gronden lagen immers ten noorden van de Brugse vaart. Bovendien bevonden de meeste erfgronden zich daar. Het is duidelijk dat een concentratie van de bedrijfsgronden in een beperkte radius rondom de ouderlijke hoeve in de Leystraete nagestreefd werd. Aan elkaar grenzende partijen werden tot één akker samengevoegd, zoals de crommen gavere en het rosse gaverken, de twee delen van het groot stick en de drie verschillende partijen de kesselaer.

De twee hiernavolgende permaties van zaailand werden wellicht vanuit hetzelfde standpunt bekeken.

Op 7 maart 1714 ondertekende Jan Martens met Jan Verlé fs Joos een onderhands ruilcontract. Hij deed afstand van een partij zaailand, genaamd het wynckelaere, groot 300 roeden, gelegen te Zomergem bij de Pauwelsbosschen ofte censmeirschen

onder dheerlickhede vanden lande vande Woestijne langs de noordkant van de straete van Bellem naer Somergem ofte vierweegsche. Hij had dit land op 2 juli 1698 van Joos Verbeke fs Jan gekocht. Hij krijgt in ruil een partij land, genaamd den kesselaere, gelegen te Bellem in den leensvoortwijck op de noordzijde van de vaart(27).

Op 7 januari 1721 mangelden dezelfden opnieuw onroerend goed. Jan Martens cedeerde aan Jan Verlé de corthals, 465 roeden groot, gelegen op de noordzijde van de vaart in den spennantwijck en palende ten westen aan een lantstraetien. Hij had die partij op 24 october 1716 gekocht van Carel De Blieck. Jan Verlé verliet een partij land genaempt het hayvel ofte aeltermeers, 442 roeden groot, gelegen te Bellem in de leensvoortwijck, ten noortsijde vande vaert, die hij op 16 februari 1718 van Pieter De Vos gekocht had(28).

Renten en pachten

Benevens het kapitaal dat in landbouwgrond geïnvesteerd werd, beschikte Jan Martens nog over liggend geld dat hij aan derden tegen de gangbare intrest uitleende.

Op 14 juli 1689 leende hij aan zijn tante Janneken fa Pieter, weduwe Baudewijn Heytens te Ingelmunster, 16 ponden groten vlaams aan ene rente van xx schellingen grooten tsjaers losselick den pennyng XVIne(aan 6.25%). Zijn tante stelde twee partijen land als borg, haar aencommende bij deele ende successie van haeren vaeder ende moeder, namelijk het waeterganckstuck groot ontrent een gemet en het braemstuck groot ontrent 500 roeden ofte beth meer palende ten noorden aan den lysenbulck(29). Toen Janneken deze partijen op 19 mei 1698 aan Guilliame Steyaert verkocht, liet haar broer Guilliame deze verkoop bij naerhede niet doorgaan(30). Hij betaalde haar de geboden koopsom(60 ponden groten vlaams), verminderd met de vernoemde schuld van 16 ponden en de verschuldigde intresten die aan zijn zoon Jan vereffend werden, en verwierf de akkers per erfenisse van 14 juli 1689(31).

Met ingang van 9 juli 1708 leende Jan Martens aan zijn oom Jan De Pestele fs Joos, wonende te Nevele, 100 ponden grooten vlaems in goeden ghevalueerden permissie wisselbaeren gelde ouden cours, te weten de patacons an acht schellyngen grooten tstuck. Dienaangaande werden enige partijen van lande ende bosch gheleghen binnen de prochies van Lootenhulle ende Hansbecke gehypothekeerd. De jaarlijkse rente den pennyck XVIne bedroeg ses ponden vijf schellyngen.

Op 4 december 1714 leende Jacob Royaert, fs Lieven en Janneken Herschap, wonende te Bellem, 24 ponden groten aan Jan Martens aan een jaarlijkse intrest van anderhalf pond. Jacob stelde als borg zijn part in een behuysde hofstede aan de oostzijde van de Leystraete(bewoond door Pieter Claeys, zijn stiefvader) en in de partij den leensvoort grenzend ten zuiden aan de leybarm. Reeds op 3 october 1715 betaalde hij het ontleende kapitaal terug, samen met een verschuldigde intrest van 1 pond en 2 schellingen groten(32).

Jan Van Caepenberghe, wonende op een behuyst hofstedeken gelegen te Bellem op de noordzijde van de vaart langs de noordkant van de straat in de bachte cloosterwijck, kreeg met ingang van 15 april 1714 van Jan Martens 8 ponden groten in leen, maar verzuimde de verschuldigde rente te betalen. Toen de achterstallige intresten 3 ponden groten beliepen, werd ter zake een regeling getroffen. Voor de wet van Bellem werd op 9 januari 1720 een schuldbekentenis geregistreerd ten bedrage van 11 ponden groten, bezet op het vernoemde hofstedeken, lopende aan een jaarlijkse intrest van 13 schellingen 9 groten(6.25%)(33).

Op 26 februari 1721 leende Jan Martens aan Philip Van Caseele fs Jaecques, gehuwd met Lievijne Christiaen, 40 ponden groten aan een jaarlijkse intrest van 2 ponden groten(5%). De ontlener vereffende daarmee 21.10.0 ponden groten van de vuytgrootinghe jegens de gemeene hoirs ten sterfhuyse van Jan Christiaen en betaalde 18.10.0 ponden groten aan Joos Christiaen als coopsomme(van de helft van 5 delen van 7) van de hofstede die hij bewoonde. Deze hofstede, gelegen ten noorden ven de leybarm, werd dienvolgens gehypothekeerd, evenals de partijen land de breemeers en de piete, gelegen ten noorden van den mostplas of straete op de noordzijde van de vaart(34).

Met ingang van 2 januari 1727 leende Jan Versluys fs Jan van Jan Martens 12 ponden groten courant gelt(den schellynck aen seven stuyvers stuck) aan een jaarlijkse rente van 12 schellingen groten(5%). Hij stelde zijn behuysde en beschuerde hofstede met den huyse schuerken overbuer boomen ende haeghen, die hij van de erfgenamen van Jan Termont gekocht had, als borg(behoudens een gedeelte dat toebehoorde aan zijn kinderen gewonnen bij Janneken Du Prez, zijn eerste vrouw). Deze hofstede stond in de gaverwijck op de noordzijde van de vaart en paalde ten zuiden aan de straat(35).

Naast renten had Jan Martens ook een zeker inkomen van pachten van de bebouwde eigendommen of delen van behuisde erven, die hij niet voor eigen gebruik maar met het oog op de toekomst van zijn opgroeiende zonen had gekocht. Jacob en Frans vestigden zich, na hun huwelijk, inderdaad in de aangekochte hofsteden terwijl Carel, de jongste, de ouderlijke woonst bleef bewonen.

4.2.4 Notabele en Burgemeester

Tussen 1682 en de eeuwwisseling had Jan Martens achtereenvolgens te Bellem de ambten bekleed van armmeester, kerkmeester, gildemeester en schepen. Korte tijd na het neerleggen van zijn schepenambt, verhuisde Jan Martens van de zuidkant van het dorp naar de ouderlijke woning op de noordzijde van de vaart.

Tijdens de moeilijke jaren van de Spaanse Successie-oorlog, die vanaf 1702 onze gewesten teisterde, werd hij als één van de principaelste insetenen ende grootte ghebruyckers van de noordkant van het dorp regelmatig bij de besluitvorming betrokken(D. De Reuck). Hij was stellig aanwezig op 10 augustus 1702 toen de Bellemse schepenbank met de principaelste insetenen beraadslaagden over een dreigbrief die de Hollandse contributie-ontvanger Herbert Briel vanuit Sluis op 19 juni 1702 naar Bellem gezonden had(36).

Ook op 30 november 1703 vroegen de wethouders aan de vier belangrijkste boeren op de noordzijde van de vaart(waaronder Jan Martens) advies betreffende een aanmaning van de Hollandse legeroverste Lader te Sluis om hem eveneens met een geldsom te bedenken(37). Jan Martens nam ook deel aan de bespreking in het wethuis op 31 mei 1705 toen de schepenbank besliste ook generaal Spar een geschenk aan te bieden.

Op 6 juli 1705 bespraken de wethouders en de notabelen van de noordkant van Bellem nogmaals de afpersingspraktijken van de Hollandse legerleiding. Ze bekrachtigden dienaangaande een resolutie die ook door Jan Martens als notabele werd ondertekend(38).

Hij was er ook bij toen de notabelen met de wethouders op 1 augustus 1706 vergaderden over de brief van het kasselrijbestuur te Gent met de contributiebeschikkingen waaraan Bellem moest voldoen. Een deel van de gevraagde geldsom moest reeds op 3 augustus te Gent betaald worden. Men besloot de helft van het bedrag te lenen. Jan Martens werd verzocht het geld voor te schieten en eveneens de betaling te doen(39).

Na het overlijden van Joos Verlé, burgemeester, koos de heer Baron by syn schriftelick bescheet van 11 december 1711 Jan Martens als opvolger voor het burgemeesterambt. Deze compareerde op 22 december daaropvolgend voor de vierschaar van Bellem en Schuurvelde, legde den ghewonnelicken ende gherequireerde eet af en werd door Marten Rootsaert, baljuw, als burgemeester aangesteld(40).

Ook tijdens het mandaat van Jan Martens als burgemeester werd Bellem betrokken bij de perikelen van de Successie-oorlog, die pas in 1713 eindigde.

Om te vermijden dat garnizoenen te Bellem zouden komen kamperen, besloten de wethouders, in overleg met enkele notabelen, de legerbevelhebbers eenighe courtoisie aan te bieden. Eén na één lieten de legeroversten weten dat de gratificatiën hen bijzonder welgevallig zouden zijn. Zo werden ondermeer Marten Rootsaert, baljuw, en Jan Martens, burgemeester, door de schepenbank en de principaelste ghebruykers ende insetenen( in vergadering in het wethuis op 5 april 1712) naar Brugge, Damme en Sluis gezonden om er de goedgunstigheid van de militairen af te smeken(41).

Jan Martens bekleedde het burgemeestersambt tot aan de wetsvernieuwing van 22 januari 1715. Toch verdween hij niet uit het bestuurlijk leven van Bellem. Als audt burgemeester bleef hij aandachtig de bestuurlijke activiteiten volgen. Zo nam hij, als notabele ende groote insetene, op 28 juli 1715 deel aan een vergadering van de schepenbank, toen de verpachting van de belasting overgedaan werd omdat de inning ervan, volgens sommigen, niet aan een herbergier mocht toevertrouwd worden(in casu Adriaen Van Nieuwenburgch, waard in het schepenhuis, die met de 50e penning het voordeligste bod gedaan had). Deze netelige situatie werd opgeklaard toen Jan Martens zich uiteindelijk met de 61e penning tevreden stelde(42).

Ook op 22 februari 1724 was hij, samen met de wethouders en andere notabelen, nog eens aanwezig op een vergadering betreffende het al dan niet samenstellen van een nieuw landboek(43).

4.2.5 Samenvatting

Jan Martens stamde uit een voorname boerenfamilie, verspreid in de zuidelijke grenszone van het Meetjesland. Zijn voorvaderen waren welstellende landbouwers met een aanzienlijk grondbezit. Ze bekleedden een vooraanstaande plaats in het sociaal, parochiaal en politiek leven van het dorp waar ze woonden.

Jan Martens, een geboren Bellemnaar, kwam uit een gezin met 4 kinderen. Twee broertjes stierven zeer jong en een jongere zus bezweek in het kraambed. Zijn vader was een bemiddeld landbouwer, grondbezitter, notabele, kerkmeester, schepen en uiteindelijk burgemeester van Bellem.

Als enige erfgenaam zag de toekomst van Jan Martens er rooskleurig uit. Hij leek voorbestemd om het landbouwbedrijf van zijn ouders over te nemen. Op de boerderij van zijn vader plukte hij de eerste vruchten van zijn arbeid en getuigde, als minderjarige, alvast van een zekere zelfstandigheid en gedrevenheid door het bebouwen van een tweetal akkers voor eigen rekening.

Hij huwde met een rijke boerendochter uit Hansbeke, woonde aanvankelijk wellicht in de ouderlijke tweewoonst terwijl hij uitzag naar een gelegenheid om te Bellem een belangrijk pachtgoed over te nemen. Hij pachtte het Kerkegoed gedurende een termijn van 12 jaar.

In zijn gezinsleven kende hij voor- en tegenspoed. Hij treurde om het verlies van zijn eerste vrouw, hertrouwde, verloor pasgeboren en volwassen kinderen en verheugde zich over de geboorte van kleinkinderen.

Hij vestigde zich mettertijd op de noordzijde van de vaart, in de voetstappen tredend van zijn vader. Hij breidde de ouderlijke hoeve verder uit tot een landbouwbedrijf met een areaal van ruim 35 ha. Hij trachtte daarbij het euvel te verhelpen van grondversnippering, ondoelmatige vorm en verspreide ligging van de percelen door doelgerichte aankopen van centraal gelgen gronden, mangelen van percelen en samenvoeging van aanpalende akkers tot een groter geheel.

Hij bezat talrijke eigendommen, erfgronden uit het ouderlijk sterfhuis en aangekochte gronden die hij meestal zelf gebruikte. Als goede huisvader was hij bezorgd om de toekomst van zijn zonen. Hij kocht voor hen een drietal behuisde erven.

Als kerkmeester en gildemeester van de broederschap van O.L.Vrouw van de H. Rozenkrans manifesteerde hij zijn katholieke overtuiging. Zijn inzet als armmeester getuigde van zijn sociale bewogenheid. Door de aanstelling eerst als schepen en later als burgemeester erkende men zijn begaafdheid, zijn geschiktheid en zijn hoedanigheid als leidende figuur in het bestuur van het dorp. Op latere

leeftijd werd hij als grote gebruiker, als grote gelande en als notabele geraadpleegd in bestuurlijke aangelegenheden, betrokken bij de besluitvorming en gewaardeerd om zijn wijselijk advies.

Men mag concluderen dat Jan Martens in het maatschappelijk en bestuurlijk leven te Bellem het maximum bereikt heeft niettegenstaande moeilijke sociaal-economische omstandigheden ingevolge oorlogstroebelen. Weliswaar werd hij door het lot een eind geholpen, als zoon en enige erfgenaam van welstellende ouders, begenadigd met een klakende gezondheid zoals blijkt uit de hoge ouderdom die hij behaalde. Maar hij bleef eerst en vooral een gedreven landbouwer, in hart en ziel verbonden met de aarde, zon- en regen. Zelfs in zijn laatste levensjaar runde hij nog steeds, samen met zijn ongehuwde zonen, één der grootste landbouwbedrijven uit de regio.

Wat een schrijnend verschil met zijn oom, Jan Martens, die een ander toekomstbeeld nastreefde maar als boomkweker en waard in de herberg Haltebij te Bellem al zijn hebben en houden verloor.

De talrijke kinderen van Joannes speelden niet meer dezelfde politieke rol als hun vader. Deze rol zou pas later opnieuw op de voorgrond treden te Hansbeke met afstammelingen van zijn zoon Judocus en Livina Lamme en met afstammelingen van zijn zoon Carel met Marie Anna Steyaert.

Na Joannes geraakte het patrimonium ook meer verdeeld, niet enkel tussen zijn erven te Bellem, maar ook bij zonen met landbouwbedrijven te Hansbeke (Judocus), Kanegem (Guilliame) en Ursel (Jacob).
Geschreven door Laurent Martens om 18:50 Reageer op dit bericht

4.3. Hoodstamlijn Judocus Martens (1686-1725)

4.2 Hoofdstamlijn

Judocus Martens (1686-1725 ) zv Jan

4.3.1 Het gezin

Judocus of Joos werd geboren te Bellem op 9 november 1686 omstreeks 4 uur ’s morgens, als derde kind van Joannes en Janneken Maenhout. Uit de doopakte blijkt dat hij twee dagen later te Bellem gedoopt werd door pastoor D.L. Thysebaert(44).

Anno Domini 1686 die 10 novembris infrascriptus/baptizavi Judocus filium Joannis Martens et/ Joannae Maenhout conjungum, natum hrei hora 4a/ matutina ; suscepterunt Guillielmus Goethals et Maria Weylant.

D.L. Thysebaert, pastor

In het jaar des heeren 1686 op 10 november heb ik, ondergetekende, gedoopt Judocus zoon van Joannes Martens en Joanna Maenhout, echtgenoten, gisteren geboren om 4 uur ’s morgens.

Toen Judocus geboren werd woonden zijn ouders wellicht nog in de ouderlijke tweewoonst ten noorden van de vaart. Er waren reeds 2 oudere broertjes en zijn vader Jan was armmeester te Bellem. Toen moeder Janneken Maenhout in 1691 stierf waren er 5 jongens tussen 8 en 1 jaar oud. Datzelfde jaar pachtte zijn vader het Kerkegoed aan de zuidkant van het dorp. Judocus is 8 jaar wanneer zijn vader in 1694 hertrouwt met Joanna De Vliegher. Tussen 1695 en 1701 worden 4 kinderen dood geboren en overlijdt een halfzusje een maand na de geboorte. Na het overlijden van grootmoeder Tanneken Steyaert(+1702) neemt vader Jan het ouderlijk bedrijf aan de noordzijde van de vaart over en het ganse gezin, dus ook Joos, verhuist mee.Dan volgt de geboorte van 2 gezonde halfbroertjes: Frans(°1702) en Carel(1704). In 1706 overlijdt zijn jongere broer Jan.

Gezinsfiche

Judocus Martens                 Petronilla Lamme

fs Joannes                               fa Jan

° Bellem 09-11-1686                       ° Hansbeke 1694

                  1X Hansbeke 02-03-1715

                                          + Hansbeke 27-09-1720

Kinderen

1. Joanna

° Nevele 31-08-1716

+ 1784

2. Joannes

° Hansbeke 25-03-1719

+ Hansbeke 23-01-1801

Judocus Martens   2X Ursel 25-07-1722    Maria Ledeganck

                                              fa Franciscus

                                              ° Ursel 31-07-1700

+ Hansbeke 26-05-1725                         + Ursel 16-11-1761

3. Franciscus

° Hansbeke 11-08-1723

+ Varsenare18-08-1783

4. Jacobus

° Hansbeke 01-03-1725

+ Hansbeke 25-10-1725

4.3.2 Huwelijk met Petronilla Lamme

Judocus trouwde op 2 maart 1715 te Hansbeke met de rijke boeredochter Petronilla Lamme (45). Zijn vader Jan Martens, die als getuige optrad, was net afgetreden als burgemeester van Bellem.

1715

Prehabita dispensatione super tribus bannis/ contraxerunt coram me infrascripto matrimonium/ hac secunda martii Judocus Martens et/ Petronilla Lamme; testes fuerent Joannes/Martens et Petronilla Van Vynckt. Ita est/

J.F. Lamme decanus dist. Dons(amus)

pastor in Hansbeke

Met vooraf bekomen dispensatie over de drie roepen sloten voor mij ondergetekende een huwelijksverbond op deze tweede maart, Judocus Martens en Petronilla Lamme; getuigen waren Joannes Martens en Petronilla Van Vynckt; Het is zo.

J.F. Lamme deken van het district Deinze

pastoor in Hansbeke

Pastoor Lamme was in 1711 tot deken van Deinze benoemd, maar hij bleef op de priesteraige ten zuiden van de kerk te Hansbeke wonen. De pastorie werd reeds vermeld in 1543, maar het stenen pastoorshuis dat door bisschop Antoon Triest werd omschreven als zeer gerieflijk en goed uitgerust, werd in 1624 gebouwd. Het betreft het geklasseerd maar thans vervallen gebouw naast de kerk.

Het echtpaar Judocus Martens-Petronella Lamme vestigde zich aanvankelijk te Nevele, vermoedelijk in een hofstedeken op de wijk Veldeken. Hun oudste dochter Joanna werd op 31 augustus 1716 te Nevele geboren. Reeds in 1717 verhuisden zij naar Hansbeke. Zij vestigden zich wellicht op een hofstede in de toenmalige Broeckstraat, later Boerestraat genoemd. Volgens het Lantboeck der Parochie Hansbeke gemeten ten jaere 1700 werd Hansbeke in 4 wijken ingedeeld: Kercke en Voorde, Roo en Sande, Reybroeck en Ceuppendonck en Hamme en Velde, zoals in kaart gebracht door de landmeter Meysman.

Volgens hetzelfde Lantboeck behoorde de in de Broeckstraat gelegen hofstede toe aan Gheeraert Maenhout, schoonvader van Joannes Martens en dus moederlijke grootvader van Judocus. De hoeve was slechts 1.150 roeden (of 1.72 ha) groot. In 1717 heeft het jonge echtpaar Judocus Martens-Petronilla Lamme blijkbaar een deel van deze dubbel behuisde hoeve betrokken, met een oppervlakte van 580 roeden of 0.87 ha. Ze gebruikten er echter 20 partijen land, meers en bos, gezamenlijk circa 30 gemeten groot(46).

Op 25 maart 1719, ’s middags, wordt een zoontje, Joannes, geboren te Hansbeke. Reeds ’s namiddags wordt hij gedoopt door onderpastoor L. Demeyere, met als meter Joannes Lamme(grootvader langs moeders zijde) en als peter Joanna De Vliegher, tweede vrouw van grootvader Joannes.

Anderhalf jaar later, op 27 september 1720 omstreeks 16 uur, overleed Petronilla. De 34-jarige Judocus Martens bleef achter met een dochtertje van 4 en een zoontje van 1 jaar oud. Dat Petronilla uit een rijke en invloedrijke familie stamde blijkt ook uit het feit dat haar naam voorkomt op de beperkte lijst van kerklijken, dit zijn personen die binnen de kerk begraven werden te Hansbeke(47). Ook haar vader Jan Lamme en haar broer Geraert(1699-1729) zijn vermeld bij de kerklijken.

De 2 kinderen Martens-Lamme hebben na de dood van Judocus blijkbaar een tijd bij hun maternele grootouders Jan Lamme en Pieternella Van Vynckt gewoond.

Haar kinderen zullen de hoeve De Meren erven, eigendom van de familie Lamme die zo in het bezit komt van de familie Martens.

Families Lamme, De Brauwer en Sutterman

Door het eerste huwelijk van Judocus Martens met Petronilla Lamme komt niet enkel een eerste binding tot stand tussen de stam Martens en de stam Lamme, maar later ook met de families Sutterman en De Brauwer. Deze vier families spelen een beduidende rol in de Hansbeekse politiek, en hebben een binding langs de kleinkinderen van Jan Lamme en Livina De Meyere:

- hun kleindochter Petronella Bogaert huwt met Olivier De Brauwer, en hun achterkleindochter Maria De Brauwer zal huwen met stamvader Joannes Martens, zoon van Judocus(zie verder);

- hun kleindochter Livina Lamme, dochter van Jan en Pieternella Van Vynckt, huwt met Petrus Sutterman en hun kleindochter Maria Rosa Sutterman zal ook huwen binnen de stam Martens, door haar huwelijk met Carel Martens(zie verder);

- hun kleindochter Petronilla Lamme, zus van Livina, huwt met stamvader Judocus Martens;

- Maria Martens, kleindochter van Carel Martens zal door haar huwelijk met Serafien Van Vynckt opnieuw de binding maken met de familie Van Vynckt.

In ‘Mensen van Vlees en Bloed’ wordt melding gemaakt van stamvader Gheert Lamme als schepen van de heerlickhede ende vierschaer van Hansbeke, die op 4 januari 1625 samen met baljuw Lieven Van Kerrebroeck en burgemeester Jan Van Hulle de 60-jarige Arendt Dobbelaere ondervraagt betreffende een onbetaalde overname. Jan Van Hulle verklaarde dat hij bij ende present is gheweest alwaer Jaecques Martens en Baudewijn Maenhoudt in haerlieden leven ghepresen ende ghextimeert hebben seker vette haut ende graenen, staende op diversche partijen van lande die besayt waren bij Jonas Van Kerrebrouck als afgaende pachter. Dit wijst er op dat er een eeuw voor het huwelijk van Judocus en Pieternella te Hansbeke reeds kontakten waren tussen hun voorouders. Gheert is immers de overgrootvader van Pieternella Lamme.

Personen in parenteel van Gheert LAMME

I.1 M LAMME, Gheert

II.1 M LAMME, Jan                                      15-09-1676 Hansbeke

II.2 V De MEYERE, Livina                               23-01-1679 Hansbeke

III.2 V LAMME, Anna                1659                23-04-1706 Hansbeke

III.1 M BOGAERT, Christoffel 14-02-1655 Nevele         03-01-1721 Hansbeke

IV.2 V BOGAERT, Petronella   08-01-1701 Hansbeke       25-05-1760 Hansbeke

IV.1 M De BRAUWER, Olivier   04-05-1678 Nevele         23-03-1724 Hansbeke

V.1 V De BRAUWER, Maria F.   22-04-1724 Hansbeke       19-06-1806 Hansbeke

V.1 M MARTENS, Joannes       25-03-1719 Hansbeke       08-02-1744 Hansbeke

VI.1 V MARTENS, Joanna Cath. 15-01-1745 Hansbeke       05-02-1745 Hansbeke

VI.3 V MARTENS, Regina Petr. 07-06-1746 Hansbeke       13-12-1830 Hansbeke

VI.2 M Vander VENNET, Joannes06-09-1754 Hansbeke       24-10-1829 Hansbeke

VII.1 V Vander VENNET, Joanna04-11-1776 Hansbeke       22-11-1776 Hansbeke

VII.2 V Vander VENNET, Maria 28-11-1777 Hansbeke       24-11-1859 Hansbeke

VII.3 M Vander VENNET, Petrus      1780 Hansbeke       24-05-1788 Hansbeke

VII.4 M Vander VENNET, Carolus21-01-1784 Hansbeke      23-08-1831 Hansbeke

VII.5 M Vander VENNET, Jan Bap30-06-1786 Hansbeke      09-06-1788 Hansbeke

VII.6 V Vander VENNET, Anna C.17-12-1788 Hansbeke      16-10-1794 Hansbeke

VI.4 M MARTENS, Jacobus Joann.05-09-1748 Hansbeke      20-04-1794 Hansbeke

VI.5 V MAENHOUT, Livina Cathar13-09-1751 Hansbeke      01-01-1834 Hansbeke

VII.7 M MARTENS, Carolus F.   27-06-1777 Hansbeke      10-03-1791 Hansbeke

VII.8 M MARTENS, Petrus Franc.15-12-1778 Hansbeke      17-03-1852 Merendree

VII.10 V MARTENS, Carolina    30-06-1781 Hansbeke      07-07-1817 Bellem

VII.9 M Van VYNCKT, Carolus F.23-10-1776 Bellem        29-05-1863 Bellem

VII.11 V MARTENS, Joanne Maria06-01-1783 Hansbeke      11-01-1783 Hansbeke

VII.12 MARTENS, xxx           09-12-1783 Hansbeke      09-12-1783 Hansbeke

VII.15 V MARTENS, Maria Anna  23-10-1786 Hansbeke         na 1847 Merendree

VII.16 M MARTENS, Judocus F.  30-11-1788 Hansbeke      24-01-1846 Merendree

VII.17 M MARTENS, Regina      08-08-1790 Hansbeke      11-05-1873 Merendree

VII.18 M MARTENS, Monica      27-10-1792 Hansbeke      30-05-1862 Merendree

VI.7 V MARTENS, Norbertina    08-03-1751 Hansbeke      09-02-1821 Hansbeke VI.6 M MAENHOUT, Judocus F.   18-09-1748 Hansbeke      22-04-1829 Hansbeke

VII.20 V MAENHOUT, Maria Anna 07-07-1786 Hansbeke      13-12-1863 Hansbeke

VII.19 M MAENHOUT, Gerardus F.05-08-1787 Hansbeke      12-10-1863 Hansbeke

VII.21 M MAENHOUT, Petrus Joan29-10-1787 Hansbeke      18-11-1846 Hansbeke

VII.22 V MAENHOUT, Anna Cathar28-03-1790 Hansbeke      03-01-1791 Hansbeke

VII.23 M HANSSENS, Augustinus 10-07-1792 Nevele        07-01-1887 Hansbeke

VII.24 V MAENHOUT, Carola     15-12-1791 Hansbeke      12-02-1861 Nevele

VII.25 V MAENHOUT, Maria Ther.24-09-1793 Hansbeke

VI.9 V MARTENS, Joanna Petron.20-10-1752 Hansbeke      19-04-1831 Aalter

VI.8 M HALLAERT, Jan Baptist 24-02-1743 Aalter         09-05-1813 Aalter

VII.26 M HALLAERT, Karel     28-08-1786 Aalter

VII.28 V HALLAERT, Regina    06-02-1790 Aalter         08-02-1790 Aalter

VI.10 M CACKAERT, Joseph     09-02-1753 Nevele

VII.29 M CACKAERT, Joannes   17-08-1789 Nevele         17-08-1789 Nevele

VI.12 M MARTENS, Petrus Franc10-03-1756 Hansbeke       29-11-1756 Hansbeke

VI.13 M MARTENS, Carolus Fran26-10-1757 Hansbeke       05-03-1759 Hansbeke

VI.14 V MARTENS, Carolina    05-04-1761 Hansbeke       31-07-1837 Hansbeke

VI.16 V MARTENS, Rosalina    23-06-1763 Hansbeke          na 1813 Hansbeke

VI.15 M Van HOVE, Jacobus F. 23-04-1764 Hansbeke       12-02-1813 Hansbeke

VI.17 M MARTENS, Carel       12-01-1766 Hansbeke       26-12-1837 Hansbeke

VII.30 V MARTENS, Eugenie    18-03-1808 Hansbeke       14-08-1845 Hansbeke

VII.32 M MARTENS, Petrus-Fran04-03-1810 Hansbeke       30-01-1900 Hansbeke

VII.33 V Van Der PLAETSE, D.C06-09-1831 Nevele         13-07-1859 Hansbeke VIII.26 M MARTENS, xxx       01-07-1859 Hansbeke       01-07-1859 Hansbeke

VII.34 V CODDENS, Eugenie    29-09-1836 Bellem         18-10-1898 Hansbeke

VIII.28 V MARTENS, Maria P.P. 29-04-1864 Hansbeke      05-12-1950 Hansbeke

VIII.27 M Van VYNCKT, Serafien14-09-1822 Bellem        05-03-1890 Hansbeke

III.3 M LAMME, Jan            31-01-1662 Hansbeke      06-04-1740 Hansbeke III.4 V Van VYNCKT, Pieternell14-02-1662 Hansbeke      01-01-1742 Hansbeke

IV.4 V LAMME, Livina          19-04-1689 Hansbeke

IV.3 M SUTTERMAN, Petrus      24-05-1687 Hansbeke

V.2 M SUTTERMAN, Boudewijn

V.3 V De PAUW, Joanna

VI.18 V SUTTERMAN, Maria Rosa 12-01-1771 Hansbeke      14-09-1850 Hansbeke

IV.6 V LAMME, Petronilla            1694 Hansbeke      27-09-1720 Hansbeke

IV.5 M MARTENS, Judocus       09-11-1686 Bellem        25-05-1725 Hansbeke

V.4 V MARTENS, Joanna         31-08-1716 Nevele        11-01-1784 Aalst

V.5 M MARTENS, Joannes        25-03-1719 Hansbeke      23-01-1801 Hansbeke

IV.7 M LAMME M, Geraert             1699               21-03-1729 Hansbeke

IV.9 V LAMME, Joanna

IV.8 M LOONTJENS, Joseph

Families Sutterman

Livina Lamme,oudste zus van Petronella, zorgt voor een band met de familie Sutterman, door haar huwelijk met Petrus, burgemeester van Hansbeke. Twee generaties vroeger was reeds een eerste band Sutterman-Martens ontstaan door het huwelijk van Sara Martens met Joos Sutterman. Dit zijn de grootouders van Petrus Sutterman. Maria Rosa Sutterman, kleindochter van Petronilla Lamme, kwam in de hoofdstamlijn Martens door haar huwelijk met Carel. Haar betachterkleindochter Maria Martens, kleindochter van Maria Rosa en afstammeling van Petronella Lamme, zal door haar huwelijk met Serafien Van Vynckt,aan het einde van de XIXe eeuw, nog een band vastleggen.

Personen in parenteel van Petrus SUTTERMAN

I.1 M SUTTERMAN, Petrus       23-05-1687 Hansbeke       15-04-1773 Hansbeke

I.2 V LAMME, Livina           19-04-1689 Hansbeke       12-06-1719 Hansbeke

II.1 M SUTTERMAN, Jan Baptiste15-03-1712 Hansbeke       25-09-1772 Hansbeke

II.2 V MAENHOUT, Maria        17-01-1708 Hansbeke       15-05-1778 Hansbeke

II.3 V SUTTERMAN, Petronilla        1714 Hansbeke       15-02-1786 Gent

II.4 V SUTTERMAN, Maria Anna  30-09-1715 Hansbeke

II.5 M SUTTERMAN, Pieter Frans22-04-1718 Hansbeke       24-07-1721 Hansbeke

II.6 M SUTTERMAN, Boudewijn

II.7 V De PAUW, Joanna        14-03-1728 Bellem         08-09-1794 Hansbeke

III.2 V SUTTERMAN, Maria-Ther.11-06-1766 Hansbeke

III.1 M MOENS, Lieven-Bernard            Wondelgem

III.4 V SUTTERMAN, Maria Rosa 12-01-1771 Hansbeke       14-09-1850 Hansbeke

III.3 M MARTENS, Carel        12-01-1766 Hansbeke       26-12-1837 Hansbeke

III.5 M SUTTERMAN, Jan Baptist                                1806 Hansbeke

III.6 M SUTTERMAN, Pieter-Jacob                         08-08-1840 Hansbeke

I.3 V De SMET, Joanna               1699                17-07-1741 Hansbeke

II.8 V SUTTERMAN, Joanna      16-11-1721 Hansbeke       17-11-1721 Hansbeke

II.10 V SUTTERMAN, Barbarina  xx-xx-1723

II.9 M LOONTIENS, Jozef

II.11 M Van RUYMBEKE, Ignace

II.12 M SUTTERMAN, Joos       01-04-1725 Hansbeke       26-04-1794 Oostroz.

II.14 V SUTTERMAN, Livina     15-12-1730 Hansbeke

II.13 M De SCHUYTER, Pieter   11-05-1730 Hansbeke

II.15 V SUTTERMAN, Marie Rosa 17-03-1733 Hansbeke

II.16 M SUTTERMAN, Bernard    11-05-1734 Hansbeke       11-12-1735 Hansbeke

II.17 M SUTTERMAN, Bernard Fr.18-07-1736 Hansbeke       05-09-1772 Hansbeke

II.18 M SUTTERMAN, Joos Andreas17-10-1737 Hansbeke      30-06-1818 Hansbeke

II.19 M SUTTERMAN, Domien Frans 22-06-1739 Hansbeke     25-09-1739 Hansbeke

I.4 V DANNEELS, Joanna          21-08-1722 Hansbeke     18-07-1769 Hansbeke

II.21 V SUTTERMAN, Joanna P.    10-06-1748 Hansbeke

II.20 M BRAET, Jan Baptiste

Petrus Sutterman(1687-1773) werd in 1718 eigenaar van Goed ter Elst en zijn oudste zoon Jan Baptiste vestigde er zich in 1740. De betekenis van Petrus en Jan Baptiste voor Hansbeke en voor de stam Martens wordt afzonderlijk besproken in bijlage.

4.3.3 Huwelijk met Maria Ledeganck en vroegtijdig overlijden van Judocus

Judocus hertrouwt te Ursel op 25 juli 1722 met Maria Ledeganck, dochter van Franciscus fs Guille en Petronilla Arens, geboren te Ursel op 31 juli 1700. Haar vader, Franciscus Ledeganck, was landbouwer en burgemeester van Ursel ’t Gentse. Jacob Martens, broer van Judocus, en Joanna Ledeganck, zus van Maria, waren getuigen bij het huwelijk. Beide getuigen zullen 8 jaar later in het huwelijk treden.

Maria Ledeganck vestigt zich bij Judocus te Hansbeke waar op 11 augustus 1723 haar zoontje Francies Martens geboren wordt. Op 1 maart 1725 volgt de geboorte van Jacobus.

Op 25 mei 1725 sterft Judocus, slechts 40 jaar oud. De overlijdensakte vermeld evenwel verkeerdelijk dat Judocus ongeveer 36 jaar was.

1725

vigesima sexta maii circa/ meridiem obiit Judocus/ Martens actatis suae anno/ trigesima sexto vel circiter/

J.F. Lamme pastor/ in Hansbeke

dec(anus) Dons(amus)

De zesentwintigste mei omstreeks de middag overleed Judocus Martens in het zesendertigste jaar of daaromtrent van zijn leeftijd.

J.F.Lamme,pastoor in Hansbeke Deken van Deinze

Het was dezelfde deken van Deinze, J.F. Lamme, die het eerste huwelijk had ingezegend en die 10 jaar later het overlijden van Judocus registreerde.

Volgens de staat van goed, daterend van 2 october 1727 en opgemaakt in het sterfhuis, hield Joos Martens twee paarden, een veulen, vijf koeien, twee runderen, een kalf, twee varkens en zeven biggen. Hij was gerechtigd in de hofstede die hij bewoonde en in een dertigtal partijen grond gelegen te Hansbeke, Bellem, Lotenhulle en Nevele, die hij grotendeels zelf gebruikte. Deze onroerende goederen kwamen uit de nalatenschap van Geeraert Maenhout en Maria De Pestel, grootouders langs moederszijde(48). Judocus was klaarblijkelijk een van de personen uit Hansbeke die ook buitenpoorter was van de heerlijkheid van Ursel ’t Vrije. De schepenen van Ursel ’t Vrije hadden van rechtswege bevoegdheid over de sterfhuizen van de buitenpoorters en waren ondermeer gerechtigd tot het opmaken van de inventaris van roerende en onroerende goederen, baten en last in het sterfhuis. Hogervermelde staat van goed dd 2-10-1727 van Judocus Martens (fs Jan en Janneken Maenhout), weduwnaar van Petronilla Lamme (fa Jan) en echtgenoot van Maria Ledeganck (+ Hansbeke 25-05-1725) is terug te vinden in het fonds van Ursel (49).

Minder dan 4 maanden later hertrouwt zijn weduwe met de 23-jarige Petrus Van Vynckt. Joanna en Jan Martens, de twee kinderen uit het eerste huwelijk van haar overleden man Judocus, verblijven slechts een korte tijd bij hun stiefmoeder, en worden nadien opgevangen bij hun grootouders langs moederszijde, met name Jan Lamme en Petronilla Van Vynckt(50). Op 25 october 1725, dus 6 maanden na haar tweede huwelijk, sterft het 10 maanden oud zoontje van Maria Ledeganck, Jacobus Martens. Drie staten van goed in het fonds Ursel, twee daterend van 21 juli 1736(51) en een van 23 juli 1739 (52), hebben betrekking op rekeningen van voogden van de wezen van Judocus Martens:

- rekeningen door Jacques en Carel Martens, voogden van de wezen van Judocus Martens bij Petronilla Lamme en Maria Ledeganck;

- rekeningen door Jan Lamme, grootvader en voogd van de wezen van Judocus Martens bij Petronilla Lamme;

- rekening over de wezen van Judocus Martens bij Petronilla Lamme.

Tussen juli 1726 en april 1940 kreeg Maria Ledeganck nog tien kinderen met Petrus Van Vynckt. Zij werden allen te Hansbeke geboren. Op latere leeftijd keerde Maria samen met haar tweede man terug naar haar geboortedorp Ursel, waar beiden overleden. Hun namen komen voor op een lijst van afsittende vrijlaeten van Ursel die in 1736 bij missive vermaent werden tot het overbrengen ende betaelen hemlieden settinghe van ses grooten sjaers om als vrijlaeten van Ursel ’t Vrije dezelfde voorrechten te behouden als de poorters van ’t Brugse Vrije, alhoewel zij te Hansbeke woonachtig waren.

4.3.4 Familie Ledeganck (bijlage 4.3)

Uit het parenteel van Guille Ledeganck blijkt dat twee dochters van zijn zoon Franciscus huwden met twee zonen van stamvader Joannes Martens en Joanna Maenhout. Ter gelegenheid van het huwelijk van Judocus met Maria Ledeganck op 25 juli 1722 heeft zijn jongere broer Jacobus, die toen reeds 35 jaar oud was, zeker de 13-jarige Joanna Ledeganck, zus van Maria, leren kennen. Zij zullen pas 8 jaar later, in 1730, in het huwelijk treden.

Na het overlijden van haar man Judocus Martens op 26 mei 1725 blijft Maria Ledeganck achter met haar twee kinderen van minder dan twee jaar oud, alsook met de twee kinderen uit het eerste huwelijk van Judocus, zes en negen jaar oud. De 25-jarige weduwe Maria hertrouwt reeds op 9 september 1725 te Hansbeke met de 23-

jarige Petrus Van Vynckt(° Hansbeke 4-12-1702 + Ursel 30-05-1767), zoon van Christoffel en Livina De Deckere. Ze kregen nog tien kinderen die allen te Hansbeke geboren worden, vermoedelijk op een hofstede in de Broeckstraat. Het echtpaar is pas later verhuisd naar Ursel, het geboortedorp van Maria, waar beiden overleden zijn.

Stam Karel Lodewijk Ledeganck

Maria en Joanna Ledeganck hebben een gemeenschappelijke stamvader met Karel Lodewijk Ledeganck, namelijk Guille Ledeganck, vader van Franciscus en van Pieter. Uit het huwelijk van Franciscus met Petronilla Arens werden de zussen Maria en Joanna geboren, die met de broers Judocus en Jacobus Martens trouwden. Pieter Ledeganck huwde op 25 maart 1705 te Ursel met Judoca D’Hondt en is de betovergrootvader van de dichter Karel Lodewijk Ledeganck(1805-1847), tijdgenoot van Petrus Francies Martens.

Jan Baptist Ledeganck, zoon van Pieter, huwde te Ursel op 7 december 1735 met Joanna Maria De Neve. Pieter Jacobus Ledeganck, zoon van Jan Baptist, huwde te Ursel op 28 februari 1764 met Judoca Lippens. Jan Ledeganck, zoon van Pieter, huwde te Adegem op 4 juli 1795 met Joanna Judoca Coddens. Hij was onderwijzer en kleine winkelier te Eeklo. Zijn echtgenote Joanna “was een dier aertsvaederlijke huysvrouwen wier geslacht schijnt uitgestorven te zijn, en die den vromen pater Poorters en den wijzen vader Cats van buiten kenden”. Hun zoon Karel-Lodewijk Ledeganck werd op 9 november 1805 geboren in een groot gezin te Eeklo en overleed te Gent op 16 maart 1846( bijlage 4.3).
Geschreven door Laurent Martens om 19:20 Reageer op dit bericht

4.4. Andere afstammelingen van Jan Martens

4.4 Andere afstammelingen van Jan Martens en hun generatiegenoten

Naast de hoofdstamlijn met Judocus Martens zijn er van de Bellemse burgemeester Jan Martens ook nog afstammelingen van zijn zonen Guilliame en Jacobus.

Petrus(1684-1720) is ongehuwd overleden te Bellem toen hij 35 jaar oud was. Zijn overlijden op 10 augustus 1720 situeert zich een maand voor de dood van zijn schoonzuster Petronilla Lamme, de eerste vrouw van zijn broer Judocus.

Van Joannes(1689-1690) werd geen overlijdensakte teruggevonden, maar hij stierf wellicht tussen 26 november 1689 en 15 februari 1690, periode waarin in het parochiaal overlijdensregister van Bellem geen enkel afsterven wordt vermeld, wat zeer onwaarschijnlijk is en vermoedelijk te wijten aan de nalatigheid van de pastoor of onderpastoor. In ieder geval zal voornoemde Joannes wel binnen het jaar gestorven zijn vermits op 15 februari 1690 te Bellem een zesde zoon van Joannes Martens en Joanna Maenhout geboren wordt, die opnieuw Joannes wordt genoemd. Deze tweede Joannes stierf op 16-jarige leeftijd.

Guilliame en Jacobus Martens kregen meerdere afstammelingen.

Uit het tweede huwelijk met Joanna De Vlighere werd de oudste dochter Joanna Catharina Theresia geboren op 10 augustus 1696 en onmiddellijk na de geboorte gedoopt door de vroedvrouw Gerarda Willems.Joanna overleed 1 maand na de geboorte.

Beide zonen, Francies en Carolus, kregen afstammelingen.

4.4.1 Guilliame Martens (1682-1753) zv Jan

Het oudste kind van Joannes Martens en Joanna Maenhout, genoemd naar de voornaam van zijn grootvader, werd reeds op 15 september 1682 te Bellem geboren, 6 maanden na het huwelijk van zijn ouders. Guilliame Martens, zijn grootvader aan vaderszijde was peter en Maria De Pestele, zijn grootmoeder langs moederszijde, was meter.

Guilliame Martens was 40 toen hij op 30 juni 1723 te Kanegem trouwde met Joanna Francisca D’Huyvetter, dochter van Frans en van Joanna De Roo. Zij was de 36-jarige weduwe van Franciscus Van Overbeke en had reeds 4 kinderen uit dit eerste huwelijk, allen geboren te Kanegem: Catharina Theresia(°23-02-1714), Joannes(°24-02-1715), Joanna Francisca(°01-01-1718) en Godeliva(°29-03-1721). Zij was bovendien in verwachting van een vijfde kindje dat op 16 januari 1724 te Kanegem postuum werd geboren. Wellicht was dit de reden waarom het huwelijk reeds binnen de twee maanden plaats greep na het overlijden van Franciscus Van Overbeke te Kanegem op 4 mei 1723.

Het blijft een open vraag hoe het komt dat een 40-jarige rijke boerezoon uit Bellem trouwt met een weduwe met 4 kinderen en in verwachting van een vijfde. Hoe hebben zij elkaar leren kennen in een tijd dat de afstand tussen Bellem en Kanegem nog meestal te voet werd afgelegd? Het echtpaar woonde gedurende enkele jaren te Kanegem waar nog twee dochters, Anna en Brigitta, werden geboren. Nadien vestigde Guilliame zich te Hansbeke waar zijn vrouw in 1744 op 58-jarige leeftijd stierf. Guilliame stierf er in 1753 op 73-jarige leeftijd.

Voor haar twintigste verjaardag huwde zijn jongste dochter Brigitta op 21 februari 1748 met de 23-jarige Petrus D’Huyvetter, zoon van Lieven. De gehuwden vestigden zich te Hansbeke en nauwelijks een maand later baarde zij er op 24 maart 1748 een zoon Guillelmus. Er zouden nog 11 kinderen volgen, waarvan er 8 jong stierven. Ging het om inteelt? Dit blijkt nochtans niet uit de huwelijksakte.

De oudste dochter Anna Martens huwde op 23 februari 1751 met Judocus De Rycke uit Nevele, zoon van Joannes en Marie Van Doorne. Zij vestigden zich te Nevele, waar in het parochiaal geboorteregisters 2 kinderen met de naam Petrus werden ingeschreven. De oudste stierf kort na de geboorte.

Toen Guilliame Martens in 1753 overleed had hij slechts 1 kleinkind in leven,Baldinus D’Huyvetter. Korte tijd later zou Petrus De Rycke geboren worden te Nevele en er zouden nog één zoontje en twee dochtertjes overleven te Hansbeke, bij de familie D’Huyvetter.

Personen in parenteel van Guillaume MARTENS

I.1 M MARTENS, Guillaume        15-09-1682 Bellem       18-11-1753 Hansbeke

I.2 V D'HUYVETTER, Joanna F.          1687              01-11-1744 Hansbeke

II.2 V MARTENS, Anna Maria Agnes04-03-1725 Canegem      01-03-1774 Nevele

II.1 M De RYCKE, Petrus Judocus 10-03-1725 Nevele       15-01-1785 Nevele

III.1 M De RYCKE, Petrus F.     05-03-1752 Nevele             1752 Nevele

III.2 M De RYCKE, Petrus F.     04-04-1755 Nevele

II.4 V MARTENS, Brigitta Jacoba 21-06-1728 Canegem      21-02-1784 Hansbeke

II.3 M D'HUYVETTER, Petrus            1725              02-11-1792 Hansbeke

III.3 M D'HUYVETTER, Guillelmus 24-03-1748 Hansbeke

III.4 V D'HUYVETTER, Joanna B.  08-06-1750 Hansbeke     12-07-1750 Hansbeke

III.5 M D'HUYVETTER, Livinus    16-12-1751 Hansbeke     28-01-1752 Hansbeke

III.6 M D'HUYVETTER, Balduinus  02-02-1753 Hansbeke     24-10-1782 Hansbeke

III.7 V D'HUYVETTER, Catharina  15-09-1755 Hansbeke     18-02-1760 Hansbeke

III.8 V D'HUYVETTER, Joanna F.  25-02-1758 Hansbeke

III.9 V D'HUYVETTER, Maria      29-01-1760 Hansbeke     08-02-1760 Hansbeke

III.10 V D'HUYVETTER, Livina C. 07-07-1761 Hansbeke     08-10-1762 Hansbeke

III.11 M D'HUYVETTER, Jan Bapt. 19-07-1763 Hansbeke     24-10-1763 Hansbeke

III.12 V D'HUYVETTER, Livina C. 31-12-1764 Hansbeke     21-02-1765 Hansbeke

III.13 M D'HUYVETTER, Petrus F. 05-10-1766 Hansbeke

III.14 V D'HUYVETTER, Joannes   19-05-1769 Hansbeke     30-05-1769 Hansbeke

4.4.2 Jacobus Martens (1687-1767) zv Jan

Jacobus was 43 jaar oud wanneer hij op 9 november 1687 huwde met de 20-jarige Joanna Ledeganck, jongere zus van Maria Ledeganck, tweede echtgenote van zijn inmiddels overleden broer Judocus. Het echtpaar vestigde zich aanvankelijk te Ursel en later te Bellem. Zij kregen 10 kinderen. De oudste zoon Benedictus Martens vestigde zich te Ursel, waar zijn zoon Jan geboren werd. Jan huwde met Ferdinanda Ornelis uit Aalter en heeft zich daar later ook gevestigd. Angelus zette er de stam Martens verder met zijn kinderen Elisa, August en Theophiel.

Omstreeks 1905 zijn de nog ongehuwde August en Theopfiel Martens uitgeweken naar Amerika.Na zijn dochter Elisa Martens, die huwde met Jules Boute, verdween de naam Martens uit deze familietak, althans in Vlaanderen. In de XXe eeuw dragen de afstammelingen van deze tak de volgende namen: Cottignie, Heeckhout, De Reviere en Boute en wonen zij te Kortrijk, Oostrozebeke en Aalter(zie XXe eeuw).

Personen in parenteel van Jacobus MARTENS

I.1 M MARTENS, Jacobus            07-12-1687 Bellem     02-06-1767 Bellem

I.2 V LEDEGANCK, Joanna           18-11-1709 Ursel      07-10-1788 Bellem

II.1 M MARTENS, Benedictus        28-09-1743 Ursel      09-02-1812 Ursel

II.2 V D'HONDT, Suzanna Carolina             Ursel      10-04-1796 Ursel

III.1 M MARTENS, Jan Francies     04-11-1790 Ursel      10-10-1846 Aalter

III.2 V ORNELIS, Ferdinanda       04-03-1801 Aalter      19-12-1875 Aalter

IV.1 M MARTENS, Angelus           23-04-1837 Ursel       29-10-1912 Aalter

IV.2 V SAEY, Sophia               06-07-1837 Knesselare 25-01-1916 Assenede

V.2 V MARTENS, Elisa Maria        08-03-1873 Aalter     16-08-1938 Aalter

V.1 M BOUTE, Jules                05-08-1858 Aalter     12-04-1934 Aalter

VI.2 V BOUTE, Helena Celesta      13-03-1893 Aalter     05-12-1939 Oostroz.

VI.1 M COTTIGNIE, Julien          10-04-1891 Oostrozebeke

VII.1 M COTTIGNIE, Noël           23-12-1923 Oostroz.

VII.2 V SEVENOO, Anita            30-03-1932 Roeselare

VIII.1 M COTTIGNIE, Kristian      10-11-1956 Kortrijk

VIII.2 V COTTIGNIE, Lieve         20-02-1959 Kortrijk

VIII.3 M COTTIGNIE, Jan           10-11-1962 Kortrijk

VII.3 M COTTIGNIE, Jos            27-03-1926 Oostrozebeke

VII.4 V HEECKHOUT, Rosa           15-01-1928 Oostrozebeke

VIII.4 M COTTIGNIE, Patrick       17-01-1960 Kortrijk

VIII.5 M COTTIGNIE, Luc           19-04-1961 Kortrijk

VII.6 V COTTIGNIE, Rolanda        10-12-1929 Oostrozebeke

VII.5 M HEECKHOUT, Frans          11-08-1930 Oostrozebeke

VIII.6 M HEECKHOUT, Frank         07-09-1962 Kortrijk

VIII.7 V HEECKHOUT, Koen          20-05-1964 Kortrijk

VI.3 M BOUTE, René                07-10-1894 Aalter       12-10-1894 Aalter

VI.4 V BOUTE, Martha Margareta    03-11-1897 Aalter       27-07-1899 Aalter

VI.6 V BOUTE, Maria               11-06-1900 Aalter

VI.5 M De REVIERE, René           10-06-1892 Aalter

VII.7 M De REVIERE, Jules Emile   18-11-1939 Aalter

VI.7 V BOUTE, Angelique           21-11-1902 Aalter       18-03-1903 Aalter

VI.8 M BOUTE, Emiel               29-08-1906 Aalter

V.3 M MARTENS, August             14-08-1876 Aalter                  U.S.A.

V.4 M MARTENS, Theofiel           21-01-1879 Aalter                  U.S.A.

4.4.3 Francies Martens(1702-1740) zv Jan

De oudste zoon van Jan en Joanna De Vligere huwde op 16 januari 1730 te Bellem met Petronilla Van Maldeghem, dochter van Jan en Maria Steyaert. Zij bleven te Bellem wonen en kregen er 4 kinderen: Carel-Frans, Ignatius, Jacobus en Joanna-Maria. Francies was amper 38 jaar oud toen hij stierf. Zijn weduwe Joanna, met 4 kinderen beneden 10 jaar, hertrouwde te Bellem op 2 januari 1742 met Martinus Van Hulle, waarmee zij nog een zoon en een dochter kreeg.

Personen in parenteel van Francies MARTENS

I.1 M MARTENS, Francies            23-01-1702 Bellem     16-09-1740 Bellem

I.2 V Van MALDEGHEM, Petronilla    10-08-1704 Bellem     16-03-1785 Bellem

II.1 M MARTENS, Carel-Frans        25-11-1731 Bellem     21-12-1790 Gent

II.2 M MARTENS, Ignatius                 1733 Bellem

II.3 V WILLEMS, Suzanna

III.1 M MARTENS, Pieter                  1759                  1801

II.4 V DIERICKX, Maria Catharina

III.2 M MARTENS, Albert                  1786                  1848

III.3 V VERMEIRE, Joanna St Joris-ten-Distel

III.5 V MARTENS, Jacoba                  1793                  1845

III.4 M De WAEGENAERE, Francies

III.7 V MARTENS, Sophia                  1801

III.6 M STOFFERIS, Pieter

II.5 M MARTENS, Jacobus                  1736 Bellem

II.7 V MARTENS, Joanna-Maria             1739 Bellem

II.6 M BEYENS, Pieter

De oudste zonen Carel-Frans en Ignatius zullen zeer verschillende wegen bewandelen: Carel-Francies wordt prior van het Augustijnenklooster te Gent en Ignatius wordt herbergier te Bellem, belandt gedurende 10 jaar in de gevangenis en sticht een tweede gezin waarvan de kinderen een generatie jonger zijn dan de kinderen uit zijn eerste gezin.

Ignatius Martens(1733-na 1801) herbergier

Van Ignatius Martens, tweede zoon van Francies en Petronilla Van Maldeghem, was slechts 7 jaar oud toen zijn vader Frans overleed. Uit zijn eerste huwelijk met Suzanna Willems had hij een zoon Pieter. Ignatius was herbergier in een seer schoon huys ende erve wesende gepriviligeerde herberghe genaemt de herdt geleghen binnen de prochie van Bellem teghen de vaert recht over de brugghe(53). In 1766 had Ignatius de herberg De Hert gekocht van Rosa-Petronella De Waele, weduwe van Jan Duprez.

Ignatius werd voor een periode van 10 jaar gecolloqueert in het correctiehuys binnen de stadt Ghendt wegens aantastelijkheden tegenover een deurwaarder op 2 juni 1772. Dit verklaart wellicht waarom vanaf januari 1773 ene Pieter Claeys tavernier werd in De Hert.

Nadien volgt zijn tweede huwelijk met Maria Dierickx en krijgt hij nog twee dochters Jacoba(1793-1845) en Sophia(°1801) en een zoon Albert Martens(1786-1848) die zou huwen met Joanna Vermeire uit Sint Joris-ten-Distel. Deze drie kinderen zijn een generatie jonger dan zijn oudste zoon Pieter die op de leeftijd van 42 jaar overleed, in hetzelfde jaar dat zijn jongste half-zus geboren werd.

Herberg De Hert werd gebouwd aan de brug over de Brugse vaart en wordt in De Geschiedenis van Bellem vermeld met Pieter Van Kerrebrouck als waard in 1669. Deze herberg bestaat nog in 2006 onder dezelfde naam. In 1686 werd zij samen met een hofstede door Olivier Heytens en Adriaeneken Van Kerrebrouck verkocht aan Marten Duprez voor 950 gulden.

Carel-Frans Martens(1731-1790) pater augustijn en prior

Carel-Frans werd geboren te Bellem op een hofstede ten noorden van de Brugse vaart, als oudste zoon van Frans en Petronilla Van Maldeghem. Zijn grootvader Jan Martens was burgemeester van Bellem(zie ook Stam Martens,Jg 3, nr 2, pp 3-8).

Carel-Frans was slechts 9 jaar oud wanneer zijn vader overleed. Uit de Staet ende Inventaris in baeten ende commeren bleven ende bevonden ten sterfhuyse, gepresenteerd op 31 december 1740 aan bailliu, burchmeestere ende schepenen van de hertoghdomme, ambachte, prochie ende heerelickhede van Ursel, oppervooghden der weesen blijkt dat het gezin zeer welstellend was en meerdere eigendommen bezat, gelegen in Zomergem, Hansbeke, Nevele, Bellem en Aalter(57).

Wellicht was Carel-Frans bijzonder begaafd, kreeg hij de gelegenheid tot verdere studies en voelde zich tot kloosterling en priester geroepen. Nadat hij zijn humaniorastudies had beeindigd, trad hij in october 1752 op 20-jarige leeftijd in het Augustijnenklooster te Gent. In een “octroy” van 16 october 1753(58) wordt vermeld dat hij alsnoch minderjaerigh, naer voorgaende studie, door eenen christelijken iver gedreven zijnde, sigh met consent ende voorwete van zijn familieleden hadde begeven in het clooster der eerwaerde P.P. Augustijnen binnen de stadt van Ghendt, met een oprechte goede intentie ende voordacht vanden prieserlijken staet ende religie der selven P.P. Augustijnen aldaer t’ anveirden, tot soo verre dat hij binnen corte dagen staet om geprofest te worden.

Deze professie had plaats in het Augustijnenklooster te Gent op 23 october 1753, hetzij na één jaar noviciaat. De door Carel-Frans eigenhandig geschreven en ondertekende professie-akte is bewaard gebleven in het oud professieboek van het Gents Augustijnenklooster(56). Ze luidt als volgt:

In nomini domini nostri Jesu Christi Benedicti.Amen.

Anno nativitatis ejusdem millesime septingentesimo quinquagesimo tertio die 23 octobris.

Ego frater Carolus Franciscus Martens, filius legitimus Francisci Martens et Petronillae Van Meldeghem, parochiae Bellem, facio professionem, et promitte obedientiam Deo omnipotenti, et Beatae Mariae semper Virgini, et Beato Patri Augustino, et tibi Reverendo admodum Patri, fratri Petro Verkinder hujus conventus Gandavensis Priori, nomine ac vice Reverendissimi Patris Magistri Francisci Xaverii Vasquez, totius ordinis fractrum Eremetarum Sancti Patris Augustini Prioris Generalis, et successorum ejus Canonice intrantium, et vivere sine Propio, et in Castitate secundum hanc Regulam ejusdem Sancti Patris Nostri Augustini usque ad mortem.

Nec vi, nec metu, sed sponte hanc professionem feci.

Frater Carolus Franciscus Martens

Vertaling:

In de naam van onze gezegende Heer Jezus Kristus, Amen

De 23e october van het jaar 1753 na J.C.

Ik, broeder Carolus Franciscus Martens, wettige zoon van Franciscus Martens en Petronella Van Maldeghem, van de parochie van Bellem, leg mijn professie af, en beloof gehoorzaamheid aan de almachtige God, en aan O.L. Vrouw altijd Maagd, en aan de Heilige Vader Augustinus, en aan U, Zeereerwaarde Vader, broeder Petrus Verkinder, prior van dit Gents convent, in de naam en in de plaats van de Eerwaarde Pater Vader overste Magister Franciscus Xaverius Vasquez, Algemeen Overste van gans de congregatie der paters eremijten van de Heilige Vader Augustinus, en van zijn opvolgers die rechterlijk zullen verkozen worden, en beloof te leven zonder persoonlijk (bezit) en in zuiverheid volgens deze regel van onze zelfde Heilige Vader Augustinus, tot aan mijn dood.

Noch onder druk, noch onder vrees, maar spontaan leg ik deze professie af.

Broeder Carolus Franciscus Martens

Professie van Frater Carolus-Franciscus Martens als Augustijn in 1753

Overgenomen uit “Land van de Woestijne” Jg 9 (1986), nr 1, p 26

De akte wordt eveneens ondertekend door Phle Page, notaris publicq tot Ghendt residerende die in een randschrift woordelijk verklaarde:

Bij ende present te sijn gheweest als wanneer pater Carolus Franciscus Martens heeft ghedaen sijne professie ende dat uyt sijnen eyghen vrijen ende liberen wille, soo mij ghebleken heeft, actum den 23 octobre 1753.

Petronilla Van Maldeghem en haar tweede man Marten Van Hulle hadden met de eerwaerden Pater Prior ende Religeusen toen een overeenkomst gesloten nopende de cloosterlijke Dotte ende studie met de voordere accessoire oncosten(54). Deze schenking bedroeg twee hondert ponden grooten courant.

Aangezien Carel-Frans volgens het slot van de staet van goede, opgemaakt bij het overlijden van zijn vader, slechts recht had over vaderlijke mobilaire weese pennyngen ten bedrage van circa 75 ponden, waren zijn moeder en stiefvader bereid de ontbrekende geldsom voor te schieten, onder voorwaarde hiervoor jaarlijks een interest in rekening te mogen brengen van circa 5 ponden courant.

Carel-Frans had eveneens gevraagd zijn leven lang te mogen genieten van eene lijfrente van acht ponden grooten courant gelt sjaers, uyt consideratie, dat hij met het aenveirden den voorseyden religeusen staet, alle sijne gevallen vaderlijke ende toecommende te vallen moederlijke goederen verliet ende afgonck aen ende in proffijte van sijne broeders ende susters.

Vermits de verschuldigde intrest en de lijfrente, samen circa 13 ponden, niet volledig konden worden opgebracht met de pachten van de eigendommen die aan Carel-Frans bij het overlijden van zijn vader waren overgegaan, beloofden Pieternella Van Maldeghem en Marten Van Hulle ook dit tekort bij te tellen. Bij het overlijden van Pieternella Van Maldeghem zouden deze jaarlijkse afrekeningen vanzelfsprekend in mindering gebracht worden op het moederlijk aandeel van Carel-Frans.

Op 20 december 1755 werd Carel-Frans priester gewijd. Gedurende een zekere periode, vermoedelijk tussen 1773 en 1781, was hij prefekt van het kollege der Augustijnen te Gent. In het archief van het bisdom te Gent, fonds Augustijnen, nr 35(55), berust nog van hem als prefekt van het kollege een verzoekschrift aan de bisschop van Gent, om de betaling te bekomen van 14 stuivers per jaar voor studenten die op het kollege met een beurs van het Seminarie studeerden. Dit document is niet gedateerd, maar zou alleszins verzonden zijn na de opheffing van de Jesuietenorde op 21 juni 1773 door paus Clemens IV, toen ook in onze streken de Jesuietenkolleges verdwenen. Vermoedelijk dateert het verzoekschrift van omstreeks 1777.

Pater Carel-Frans Martens werd op 4 mei 1781 in het provinciaal kapittel te Gent gekozen tot prior van het Gents klooster.

Wegens de keizerlijke decreten van Jozef II werd op 18 juni 1782 in het augustijnenklooster te Brussel opnieuw een kapittel gehouden waarop ook Carel-Frans Martens, prior te Gent, aanwezig was. In het Augustijnenklooster van Mechelen, Provincialia nr 5(59), waarin de acta van de provinciale kapittels van 1739 tot 1793 werden gekopieerd, wordt Pater Martens immers op bladzijde 303 onder de aanwezigen vermeld: Adm. R.P. Carolus Martens, Prior Gandensis. Deze vermelding houdt meteen de bevestiging in dat Carel-Frans Martens in het vorig kapittel van 4 mei 1781 inderdaad als prior werd benoemd. De notulen hiervan bevinden zich in het archief van het augustijnenklooster te St Truiden(60).

Op een tussenkapittel te Edingen op 12 mei 1784 werd Carel-Frans Martens, die toen nog prior te Gent was, eveneens aangeduid als vierde definitor van de Vlaamse-Belgische Augustijnenprovincie (toen wegens de keizerlijke decreten van Jozef II consultator genoemd) ter vervanging van de overleden definitor Pater Petrus Zeeus uit Diest. In het bestuur van de provincie werd de provinciaal geholpen door vier definitoren, die uiteraard in het provinciaal bestuur een voorname functie bekleedden. In het register van het Mechels klooster op bladzijde 311 werd hieromtrent vermeld:

Ante omnia, praemissis praemittendis, servatisque servandis, loco Adm. R.P. Petri Zeeus defuncti a praelaudatis tribus P.P. Consultatoribus in quartum Consultatorem per secreta scrutinia, tribus, id est omnium votis, electus est Adm. R.P. Carolus Martens Prior Gandensis, quem absentum Adm. R.P. Visitator Generalis per litteras confirmativ.

Vertaling:

Vooraf, voor alle andere punten van de dagorde, met in achtneming van alle voorschriften werd, in plaats van de overleden Z.E. pater Petrus Zeeus, door voornoemde drie consultatoren, d.i. met alle stemmen, tot vierde Consultator gekozen Z. E. pater Carel Martens, prior van het Gentse klooster. De afwezige werd door Z.E. pater Algemene Visitator schriftelijk op de hoogte gesteld.

Had Pater Martens in zijn functie als prior teveel van zijn krachten gevergd? Had het hem totaal ontredderd dat zijn jongere broer Ignatius, herbergier in een seer schoon huys ende erve wesende gepriviligeerde herberghe genaemt den herdt geleghen binnen de prochie van Bellem teghen de vaert recht over de brugghe voor een periode van 10 jaar werd gecolloqueert in het correctiehuys binnen de stadt Ghendt? Carel-Frans Martens werd immers in 1784 ziek. Hij plaatste nog als prior zijn handtekening onder een pachtbrief van het Gents Augustijnenklooster, gedateerd op 9 mei 1784, d.i. dus 3 dagen voor het kapittel van Edingen op 12 mei 1784 waar hij niet aanwezig was.

Ten tijde van het tussenkapittel was hij mogelijks nog gezond vermits men hem de taak van definitor, naast zijn prioraat te Gent, toevertrouwde. Zijn afwezigheid te Edingen kan wel een eerste aanduiding zijn van zijn gezondheidsproblemen. Pachtbrieven van 31-7-1784, 20-8-1784, 14-10-1784 en 20-1-1785 werden niet meer door hem ondertekend maar door de afgevaardigde Frater Jacobus Vollaert en andere, terwijl een pachtbrief van 24-2-1786 door Frater Petrus van Rossen als waarnemend prior werd genaamtekend(61). Prior Martens moet derhalve omstreeks 12 mei 1784, en zeker voor 31 juni 1784, zwaar ziek geworden zijn zodat hij zijn functie van prior niet meer kon vervullen.

Zijn ziekte was echter niet van lichamelijke maar wel van geestelijke aard, zoals blijkt uit een Catalogus Nominem R.R. Patrum Augustinianorum Conventus Gandensis opgesteld op 13 juni 1786 door Frater Petrus van Rossen, waarnemend prior, waarin hij samen met de overige paters van het Gentse klooster wordt vermeld: R.P. Carolus Martens, aetatis 56, natus in parochia de Bellem, impos mentis(E.P. Carolus Martens, 56 jaar, geboren in de parochie Bellem, geestesziek)(62).

Pater Martens was dan ook vanzelfsprekend wegens zijn ziekte afwezig op het kapittel te Leuven op 20 juni 1786, waar hij als prior en definitor had moeten deelnemen. De akte van het kapittel, gekopieerd in het register van Mechelen(63), vermeld op bladzijde 324: Carolus Martens, Prior Gandensis, ob infirmitatem absens(Carel Martens, prior te Gent, wegens ziekte afwezig). Op dit kapittel werd de waarnemende prior, Pater Petrus van Rossen, geboortig van Vrasene, als zijn opvolger aangeduid.

De laatste levensjaren van Carel-Frans Martens zullen wellicht moeilijk geweest zijn. Hij stierf in het Augustijnenklooster te Gent op 21 december 1790, 59 jaar oud. In het bewaard gebleven overlijdensregister van het klooster werd geschreven:

Anno 1790, die 21 Decembris, obiit R.R. Carolus Martens, ex Bellem, collegii quondam praefectus, et conventus hujus prior, aetatis suae anno 59, religiosae vitae 38, sacerdotii 35(64).

Vertaling:

In het jaar 1790, 21 december, overleed E.P. Carolus Martens, uit Bellem, eertijds prefect van het college en prior van dit convent, 59 jaar oud, 38 jaar kloosterling, 35 jaar priester.

Deze gegevens worden ook vermeld in A. Keelhoff ‘Geschiedenis van het klooster der Eerw. Paters Eremijten Augustijnen te Gent, 1864, bladzijde 267(65):

1790. 21 december, P. Carolus Franciscus Martens, geboren te Bellem: in het jaer 1781 werd hij Prioor te Gent en eenige maanden nadien Directeur van het kollegie. 59-38-35.

Deze laatste tekst is blijkbaar foutief wat betreft de periode waarin Pater Martens prefekt was aan het Gentse Augustijnenklooster.

4.4.4 Carolus (1704-1770) zv Jan

Carolus huwde te Bellem op 27 october 1733 met Maria Steyaert, dochter van Jacobus en Joanna Steyaert. Hun 9 kinderen werden te Bellem geboren.

Hun dochter Maria Catharina huwt te Bellem met Pieter Van Vynckt, dit is wellicht de Pieter Van Vynckt die omstreeks 1751 en 1764 burgemeester was te Ursel voor t’Gentsche Vrije. Maria en Pieter hebben op hun beurt een zoon Carolus die huwt met Carolina Martens uit Hansbeke, dochter van Jacob Martens en Livina Maenhout(zie verder afstammelingen van Jan Martens en Maria Francisca De Brauwer). Carolina is slechts 36 jaar wanneer zij sterft. Van haar 8 kinderen waren er nog slechts 5 in leven, minder dan 11 jaar oud. Haar man Carolus hertrouwde met Theresia Lippens uit Ursel. Theresia en Carolus kregen een zoon Serafien die zal huwen met de 42 jaar jongere Maria Martens, dochter van Petrus-Francies uit de hoofdstamlijn(zie verder afstammelingen in XIXe en XXe eeuw).

Personen in parenteel van Carolus MARTENS

I.1 M MARTENS, Carolus        01-12-1704 Bellem        19-06-1770 Bellem

I.2 V STEYAERT, Maria Anna    10-03-1710 Bellem        23-12-1795 Bellem

II.2 V MARTENS, Joanna              1736                      1794

II.1 M Van HECKE, Marten

II.3 M MARTENS, Jan Carel           1744                      1826

II.4 V De VOS, Joanna

III.2 V MARTENS, Agnes              1786                      1863

III.1 M De BAETS, Jozef

II.6 V MARTENS, Maria Catharina     1747

II.5 M Van VYNCKT, Pieter F.

III.3 M Van VYNCKT, Carolus F.23-10-1776 Bellem         29-05-1863 Bellem

III.4 V MARTENS, Carolina     30-06-1781 Hansbeke       07-07-1817 Bellem

IV.1 V Van VYNCKT, Regina     11-12-1806 Bellem

IV.2 V Van VYNCKT, Maria Ther.27-01-1808 Bellem         16-10-1884 Hansbeke

IV.3 V Van VYNCKT, Amelia     24-04-1809 Bellem         13-07-1816 Bellem

IV.4 V Van VYNCKT, Rosalia    23-02-1811 Bellem         24-10-1875 Hansbeke

IV.5 M Van VYNCKT, C.L.       08-06-1813 Bellem         06-04-1894 Hansbeke

IV.6 M Van VYNCKT, Petrus     12-09-1814 Bellem         05-12-1814 Bellem

IV.7 M Van VYNCKT, xxx        21-11-1815 Bellem         21-11-1815 Bellem

IV.8 V Van VYNCKT, Eugenie    04-07-1817 Bellem         22-07-1817 Bellem

III.5 V LIPPENS, Theresia           1785 Ursel          11-08-1865 Bellem

IV.9 V Van VYNCKT, xxx        16-07-1821 Bellem         16-07-1821 Bellem

IV.10 M Van VYNCKT, Serafien  14-09-1822 Bellem         05-03-1890 Hansbeke

IV.11 V MARTENS, Maria P.P.   29-04-1864 Hansbeke       05-12-1950 Hansbeke

IV.12 M Van VYNCKT, Edwardus  24-04-1824 Bellem         02-06-1890 Bellem

IV.13 V Van VYNCKT, Maria Paul04-08-1827 Bellem         28-08-1915 Bellem

II.8 V MARTENS, Jacoba              1749                       1843

II.7 M Van PAEMEL, Jan Frans

De afstammelingen van Carolus Martens zijn te Bellem en Hansbeke te zoeken onder de namen Van Hecke, Van Vynckt, Van Paemel en De Baets.

4.4.5 Generatie VII in parenteel van Stoffel Martens

Generatiegenoten van Judocus Martens (betachterkleinkinderen van Jacob)

In de databank van de stam Martens is informatie beschikbaar betreffende 43 personen in generatie VII uit het parenteel van Stoffel, geboren te Bellem en te Hansbeke. Het betreft personen van dezelfde generatie als Judocus Martens en zijn echtgenotes Petronilla Lamme en Maria Ledeganck. Het zijn 19 achterkleinkinderen en aangetrouwden van Jan Martens en Barbara Speeckaert en 24 achterkleinkinderen van Pieter Martens en Anna Steyaert. Meerdere hiervan worden besproken in het overzicht van de XVIIIe eeuw.

De naam Martens komt nog 16 maal voor op deze lijst. Te Hansbeke loopt de lijn Sutterman verder , evenals deze van de herbergiers en brouwers Vande Putte en Mijnsberghe waarvan voorouders huwden met dochters Martens.Te Bellem zijn er vooral de 6 kinderen van Joannes Martens en Joanna Maenhout.In deze generatie maakt de hoofdstamlijn Martens, met Judocus, de binding met de familie Lamme en terug de overstap van Bellem naar Hansbeke. Voor deze beperkte groepen zijn de geboortejaren begrepen tussen 1672 en 1722 en zijn de overlijdens te situeren tussen 1690 en 1785.

VII.1 M SUTTERMAN, Petrus      23-05-1687 Hansbeke      15-04-1773 Hansbeke

VII.2 V LAMME, Livina          19-04-1689 Hansbeke      12-06-1719 Hansbeke

VII.3 V De SMET, Joanna              1699               17-07-1741 Hansbeke

VII.4 V DANNEELS, Joanna       21-08-1722 Hansbeke      18-07-1769 Hansbeke

VII.5 V MARTENS, Joanna

VII.6 M MARTENS, Joannes

VII.7 M MARTENS, Carolus

VII.8 V MARTENS, Anne Marie

VII.9 V VANDE PUTTE, Susanne         1674 Hansbeke

VII.10 V VANDE PUTTE, Maria    29-09-1675 Hansbeke

VII.11 M VANDE PUTTE, Frans    01-10-1677 Hansbeke

VII.12 M VANDE PUTTE, Jan      21-03-1681 Hansbeke

VII.13 V VANDE PUTTE, Pieternel13-07-1685 Hansbeke

VII.14 M Van VOOREN, Arnold

VII.15 V MIJNSBERGHE, Maria    14-05-1672 Hansbeke

VII.16 V MIJNSBERGHE, Joanna   14-05-1672 Hansbeke

VII.17 V MIJNSBERGHE, Petronill13-01-1676 Hansbeke

VII.18 M MIJNSBERGHE, Anna-Isab08-03-1678 Hansbeke

VII.19 M MIJNSBERGHE, Guilliame25-01-1681 Hansbeke

VII.20 M MARTENS, Guillaume    15-09-1682 Bellem       18-11-1753 Hansbeke

VII.21 V D'HUYVETTER, Joanna F.      1687              01-11-1744 Hansbeke

VII.22 M MARTENS, Petrus       17-11-1684 Bellem       10-08-1720 Bellem

VII.23 M MARTENS, Judocus      09-11-1686 Bellem       25-05-1725 Hansbeke

VII.24 V LAMME, Petronilla           1694 Hansbeke     27-09-1720 Hansbeke

VII.25 V LEDEGANCK, Maria      31-07-1700 Ursel        16-11-1761 Ursel

VII.26 M MARTENS, Jacobus      07-12-1687 Bellem       02-06-1767 Bellem

VII.27 V LEDEGANCK, Joanna     18-11-1709 Ursel        07-10-1788 Bellem

VII.28 M MARTENS, Joannes      09-02-1689 Bellem       v15-2-1690 Bellem

VII.29 V MARTENS, Joannes      15-02-1690 Bellem       26-09-1706 Bellem

VII.30 V MARTENS, Joanna C.T.  10-08-1696 Bellem       13-09-1696 Bellem

VII.31 M MARTENS, Francies     23-01-1702 Bellem       16-09-1740 Bellem

VII.32 V Van MALDEGHEM, Petron.10-08-1704 Bellem       16-03-1785 Bellem

VII.33 M MARTENS, Carolus      01-12-1704 Bellem       19-06-1770 Bellem

VII.34 V STEYAERT, Maria Anna  10-03-1710 Bellem       23-12-1795 Bellem

VII.35 V STEYAERT, Marie Anna

VII.36 M Van SPEYBROECK, Judoc.01-07-1679 Bellem

VII.37 V Van HULLE, Gerarda

VII.38 M WILLE, Pieter

VII.39 V MARTENS, Christina          1705                    1757

VII.40 M LICOENS, Jan

VII.41 V MARTENS, Catharina          1708                    1773

VII.42 M BULTINCK, Jan

VII.43 V MARTENS, Joanna             1706                    1780

Geschreven door Laurent Martens om 19:48 Reageer op dit bericht

4.5 Hoofdstamlijn Joannes Martens (1719-1801)

4.5 Hoofdstamlijn

Joannes Martens( 1719-1801 ) zv Judocus

4.5.1 Zijn jeugd

Joannes of Jan werd geboren te Hansbeke op 25 maart 1719 omstreeks de middag en reeds ’s namiddags gedoopt door onderpastoor L. De Meyere. Hij was de zoon van Judocus en Petronilla Lamme. Peter en meter waren Jan Lamme, zijn grootvader langs moederszijde, en Joanne De Vligere, de tweede vrouw van zijn paternele grootvader Joannes. Bijna 3 jaar vroeger, op 31 augustus 1716, was reeds een dochter Joanna geboren.

Zijn moeder Petronilla overleed op 27 september 1720, toen Jan slechts anderhalf jaar oud was. Bijna twee jaar later hertrouwde zijn vader Joos met Anna Maria Ledeganck, gevolgd door de geboorte van twee halfbroertjes Francies en de jong overleden Jacob. Vader Joos stierf op 26 mei 1725 en nadat hun stiefmoeder hertrouwt was woonden de weesjes Joanna en Joannes bij hun maternele grootvader Jan Lamme.

In 1729 werd de erfenis van de overleden grootvader Jan Martens, oud-burgemeester van Bellem, geregeld. De 10-jarige Jan, zijn zus Joanna en hun halfbroer Francies erfden in het sterfhuis van hun grootvader zeven partijen land, een woonhuisje staende op cheyns vanden Leybaerm bij den meulen van Bellem en de helft van eene behuysde hofstede,op de oostzijde van de Leystraete te Bellem, met de aanpalende partij land den michiel(66).

Toen hun maternele grootouders Jan Lamme en Petronilla Van Vynckt overleden, deelden Joanna en Jan Martens volgens de verkaveling van 26 juli 1740 uit de nalatenschap, elk voor de helft, ondermeer een hofstede op de westzijde van de

Nevelestraat te Hansbeke met de aanpalende akkers den meiren ofte meirman en den lijskensacker respectievelijk ten noorden en ten zuiden van het erf. Toen Jan 21 jaar werd, was hij reeds behoorlijk begoed.

4.5.2 Zijn huwelijk en gezin

Joannes huwde te Hansbeke voor pastoor J. Herman op zaterdag 8 februari 1744, ongeveer 25 jaar oud, met de bijna 20-jarige Maria Francisca De Brauwer, enige dochter van Olivier en Petronella Bogaert. Getuigen bij het huwelijk waren Joseph Loontiens, tweede echtgenoot van Joanna Lamme, zus van Jan zijn overleden moeder Pieternella Lamme, en Petronilla Bogaert, moeder van Maria Francisca.

De kwartierstaat maakt duidelijk dat Jan Martens en Maria Francisca De Brauwer bloedverwanten van de derde graad in zijlijn waren. Zij hadden een gemeenschappelijk overgrootouderpaar, namelijk Jan Lamme en Livina De Meyer. Deze waren enerzijds de maternele grootouders van de moeder van de bruid en anderzijds de paternele grootouders van de moeder van de bruidegom. Jan Martens en Maria Francisca De Brauwer waren andersweers. Ze waren kleinkinderen respectievelijk van Jan Lamme en Anna Lamme, broer en zuster. Derhalve moest dispensatie aangevraagd en bekomen worden.

Transscript van een huwelijksakte uit het parochiaal huwelijksregister van Hansbeke nr 7, blz. 162:

8va februarii 1744 petita et obtenta prius dispensatione super impedimento tertii consanguinitatis graduae (quo sese contingebant Joannes Martens et Maria Francisca De Brauwer) a reverendissimo admodum domino officiali diaecesis Gandavensis utpote facultate ipsi concessa ab illustrissimo ac reverendissimo domino Luca Melchiori tempi archiepiscopo Nicomediensi Bruxellis nuntio apostolico 4ta februarii 1744, in super habita dispensatione super tribus bannis antenuptialibus supra nominate Joannes Martens et Maria Francisca De Brauwer subditi nostri contraxerunt matrimonium coram me infrascripto et testibus Josepho Loontiens et Petronilla Bogaert.

Joannes Herman, deservitor

Vertaling

Op 8 februari 1744, na een eerste dispensatie aangevraagd en bekomen hebbend over het beletsel van bloedverwantschap in de 3e graad (waarin zich bevonden Joannes Martens en Maria Francisca De Brauwer) van de zeer eerwaarde heer officialis van het bisdom Gent krachtens de macht die hem werd verleend door de hoogeerwaarde heer Lucas Melchiori tijdelijk aartsbisschop van Nicomedia apostolisch nuntius te Brussel de 4e februari 1744, eveneens bekomen hebbend dispensatie over de drie roepen voor het huwelijk van genoemde Joannes Martens en Maria Francisca De Brauwer, hebben onze onderdanen een huwelijksverbond gesloten voor mij ondertekende en de getuigen Jozef Loontiens en Petronilla Bogaert.

Uit dit huwelijk werden 11 kinderen geboren: 7 meisjes en 4 jongens.

Gezinsfiche

Joannes Martens Maria Francisca De Brauwer

fs Judocus              en          Petronilla Lamme
                                     fa Livinus en Petronella Bogaert

° Hansbeke 25.03.1719                 ° Hansbeke 22.04.1724

                   x

                   Hansbeke 08.02.1744

+ Hansbeke 23.01.1801                 + Hansbeke 19.06.1806

Kinderen

1. Joanna Catharina

° Hansbeke 15.01.1745

+ Hansbeke 05.02.1745

2. Regina Petronelle                 Joannes Franciscus Vander Vennet

° Hansbeke 07.09.1746                 fs Carolus en Joanna Van Kerrebroeck

                                      ° Hansbeke 06.09.1754

                            x

                     Hansbeke 20.06.1775

+ Hansbeke 13.12.1830                 + Hansbeke 24.10.1829

3. Jacobus Joannes                   Livina Catharina Maenhout

° Hansbeke 05.09.1748                 fa Joannes en Maria Francis. Haerens

                                      ° Hansbeke 13.09.1751

                            x

                      Hansbeke 24.09.1776

+ Hansbeke 20.04.1794                 + Hansbeke 01.01.1834

4. Norbertina                        Judocus Franciscus Maenhout

° Hansbeke 08.03.1751                  fs Petrus en Serafie De Deckere

                                        ° Hansbeke 18.09.1748

                            x

                     Hansbeke 19.04.1785

+ Hansbeke 09.02.1821                   + Hansbeke 22.04.1829

5. Joanna Petronilla                  Jan Baptist Hallaert

° Hansbeke 20.10.1752                   fs Petrus en Livina De Neve

                                        ° Aalter 24.02.1743

                            x

                     Hansbeke 06.09.1785

+ Aalter 19.04.1831                     + Aalter 09.05.1813

6. Maria Petronilla                    Joseph Caeckaert

° Hansbeke 14.01.1754                    fs Bauduyn en Joanna Meganck

                                         ° Nevele 09.02.1753

                            x

                      Hansbeke 08.04.1788

+ Nevele 19.08.1789

7. Petrus Franciscus

° Hansbeke 10.03.1756

+ Hansbeke 29.11.1756

8. Carolus Franciscus

° Hansbeke 26.10.1757

+ Hansbeke 05.03.1759

9. Carolina

° Hansbeke 05.04.1761

+ Hansbeke 31.07.1837

10.Rosalia Jacobus                          Franciscus Van Hove

° Hansbeke 23.06.1763                        fs Jacobus en Suzanne De Neve

                                              ° Hansbeke 23.04.1764

                               x

                         Hansbeke 18.05.1808

+ xx.xx.1813                                  + Hansbeke 12.02.1813

11.Carolus                                  Maria Rosa Sutterman

° Hansbeke 12.01.1766                        fa Boudewijn en Joanna De Pauw

                                               ° Hansbeke 12.01.1771

                                                                                    x

                         Hansbeke 22 04.1807

+ Hansbeke 26.12.1837                          + Hansbeke 14.09.1850

Van de 11 kinderen zijn er 3 jong gestorven en bleef 1 dochter ongehuwd. Tussen 1775 en 1808 zijn de 7 andere kinderen gehuwd te Hansbeke. Joanna volgde haar man naar Aalter en Maria volgde haar man naar de wijk Veldeken te Nevele.

Joannes Martens en Francisca De Brauwer kregen 30 kleinkinderen. Toen Joannes op 23 januari 1801 te Hansbeke stierf op zijn erf langs de steenweg op Nevele, op de gezegende leeftijd van 82 jaar en na 57 jaar huwelijk, was hij een zeer rijke landbouwer. Zijn vrouw Francisca stierf ruim 5 jaar later, op 19 juni 1806. Ook zij werd 82 jaar.

4.5.3 Zijn bedrijf

Wegens het vroegtijdig overlijden van zijn ouders had Joannes, toen hij als 25-jarige op 8 februari 1744 in het huwelijk trad, reeds tweemaal geërfd van zijn grootouders. Zij vestigden zich op het hof De Meren, waarvan de geschiedenis terugggaat tot omstreeks 1700. In Stam Martens, Jg 2, nr 3(1971) wordt deze geschiedenis geschetst, alsook in Het Land van Nevele, Jg 20, nr 3, bij de bespreking van begijntje Joanna Martens, zus van Joannes, die een zilveren ampulleschaal schenkt aan de kerk van Hansbeke.

Omgebouwde hofstede De Meren (2005)

Aan de westerzijde van de steenweg naar Nevele, aan de rand en ten zuiden van Hansbekedorp, ligt een hofstede waarop gedurende bijna 300 jaar afstammelingen van de familie Martens woonden. De gebouwen staan afzonderlijk en zijn ingepland in U-vorm. De langwerpige woning is met de zijgevel naar de steenweg gekeerd, de voorgevel naar het zuiden. Tegenover het woonhuis staat het wagenhuis (thans afgebroken) en achteraan op het hof, volgens de richting zuid-noord evenwijdig aan de steenweg, liggen de schuur en de stallingen. Volledig afgezonderd, dicht bij de steenweg, stond een klein gebouwtje: het ovenbuur.

Het erf wordt vermeld in het Lantboeck der prochie van Hansbeke of Metinghe Boeck van de generale prochie van Hansbeke, soo van landen meerschen bosschen als andersints, opgemaakt in 1700 door Meester Joos Meysman, gezworen landmater, in opdracht van de heren Bailliu, Burghemeester, Schepenen ende Notabele Ghemeyntenaeren van Hansbeke. Meysman heeft de prochie Hansbeke op eene caerte figurative uitgetekend en ingedeeld in vier weycken ofte beloopen namelijk Kercke en Voorde, Roo en Sande, Reybroeck en Ceuppendonck, Hamme en Velde.

In dit landboek, dat berust in het Rijksarchief Gent, wordt de hofstede vermeld onder nummer 366 in de wijk Roo en Zande. De hofstede of partij land wordt erin vernoemd als De Meren. Ze is één gemet en zes roeden groot of 306 roeden(1 roede=15m2). In 1700, bij het opmaken van het landboek, was het erf eigendom van een zekere Sanderlinck en verpacht aan Cornelis Bayens. Als pachters worden nog aangegeven: Jan Baeyens in 1701 en Joos Bayens in 1703.

In 1729 is de hofstede blijkbaar eigendom geworden van Jan Lamme en was in 1730 verpacht aan Jacques Van Maldegem. Jan Lamme is de vader van Pieternella die op 2 mmart 1715 huwde met Judocus Martens. Joanna en Joannes zijn hun kinderen. Na het overlijden van Pieternella Lamme op 27 september 1720 hertrouwde Judocus met Maria Ledeganck en de kinderen Joanna en Joannes uit zijn eerste huwelijk werden rechtstreekse erfgenamen van Jan Lamme.

Jan Lamme stierf te Hansbeke op 6 april 1740. Volgens de verkaveling of verdeling der goederen van 26 juli 1740, ten sterfhuise van Jan Lamme, is het hof De Meren toegekomen aan Joannes Martens en zijn oudere zus Joanna, elk voor de helft. Ze erfden o.a. bovendien:

-eene partije land genaemt De Meiren ofte Meirman, paelende oost de straete naar Nevele, suyt de hofstede (De Meren) groot 477 roeden

-eene partije land genaemt Den Meiren ofte Meirman, paelende oost de straete naar Nevele, suyt de voorgaende partije, groot 360 roeden

-eene partije land genaemt Lystenacker, abouterende oost de straete naar Nevele, noord de hofstede (De Meren) groot 409 roeden.

Joanna Martens was toen reeds in het Groot Begijnhof te Gent binnengetreden. Joannes huwde op 8 februari 1744 met Maria Francisca De Brauwer en vestigde zich hetzelfde jaar op de hofstede De Meren.

In 1740 bestond deze hofstede enkel uit den huyse, oven, boomen ende haegen. Samen met zijn zuster-begijntjen, die toen voor de helft in de onkosten kwam, heeft Joannes Martens vermoedelijk bij of kort na het betrekken van de hofstede nieuwe werken laten uitvoeren voor een bedrag van 33 ponden, 13 schellingen en 8 grooten. Deze werken bestonden in het bouwen van eene nieuwe schuere, stallen, waegenhuys, hovenbuer ende oven. Het wagenhuis, waarvan het oorspronkelijk geraamte tot bij de afbraak nog in een vrij goede staat bewaard was gebleven, was een merkwaardige constructie waarvan de balken van de gebinten met vergaringen en houten tappen aan elkaar waren verbonden.

Het Goed ter Elst, een andere hofstede ten oosten van Hansbekedorp, aan de steenweg naar Merendree, die later ook eigendom wordt van de familie Martens (zie hoofdstamhouder Emiel Martens) heeft omstreeks dezelfde periode belangrijke bouwwerken gekend, vermits daar 1753 ingebijteld werd in een steunbalk van de woning.

Omstreeks 1760 verkocht begijntje Joanna haar gemene helft in alle de edifitien ende catheylen van De Meren voor dertig pond grooten. Nadien heeft Joannes een deel van het audt slecht woonhuys afgebroken ende gebauwe, een nieuw steenen woonhuys bestaende in keuken, twee kaemers, twee vauten ende twee kelders. Het betreft hier het oostelijk gedeelte van de bestaande woning. In één van de zolderbalken, thans aan het gezicht onttrokken door een valse zoldering, zou het jaartal 1760 te vinden zijn.

Naderhand, , bij uytgrootynge van 28 juli 1767, cedeerde Joanna eveneens haere generaele vaderlijcke goederen ende gronden van erven met alle de edifitien ende catheylen daer op staende ende medegaende, gestaen ende gelegen soo binnen de prochie van Hansbeke als binnen de gonne van Lootenhulle Nevel ende Bellem voor de som van 385 ponden 12 schellingen. Joannes moest deze koopsom niet neertellen maar beloofde aan zijn zus-begijntje een jaarlijkse kapitaalrent van 15 ponden 8 schellingen 9 grooten te betalen, met ingang van kerstavond 1766(67).

Volgens de Staet ende Inventaris in baeten ende commeren van 3 september 1784, waarin ook de kinderen van de reeds overleden halfbroer Francies rechthebbend waren, werd Joannes na het overlijden van Joanna te Aalst op 11 januari 1784 volle eigenaar van de door hem bewoonde hofstede en van de eigendommen komende van zijn moederszijde. Joannes was toen al 65 jaar oud. Volgens deze staat van goed bestonden deze eigendommen, gelegen te Hansbeke uit een hofstede abouterende suyt den dorpwegh naer Lotenhulle, west het Clynckaertstraetjen, de grond van een behuysde ende beschuerde hofstede langs de Nevelestraat en acht partijen land: den Meiren ofte Meirman verdeeld in twee percelen, de Lijskensacker, de Nieuwenthuyn, het Hoveken, de Smetdriesch, de Potstaecke en den Hul.

In 1797 heeft Joannes Martens tenslotte het overblijvend deel van het oud woonhuis afgebroken en heeft aan de westgevel van het nieuw gedeelte van de woning gebouwd een woonhuys bestaende in eene keuken, vautte, kelder, schotelhuys, swynskot ende vertrek.

De historiek van deze hofstede werpt een duidelijk licht op de bekommeringen en de ondernemingsgeest van Joannes Martens. Bezorgd om de bloei van zijn landbouwbedrijf heeft hij, kort na zijn huwelijk, niet het audt slecht woonhuys verbouwd, maar eerst de schuur en de stallingen opgetrokken, samen met het

ovenbuur en de oven om in hun dagelijks brood te kunnen voorzien. Na verloop van jaren, tijdens dewelke hij meerdere partijen land heeft aangekocht, is hij uiteindelijk in twee fasen overgegaan tot het vernieuwen van de woning. In tegenstelling tot de meeste voorouders uit de hoofdstamlijn, heeft Joannes blijkbaar geen plaatselijk openbaar mandaat vervuld. Dit wordt opniew anders met zijn zoon Petrus-Francies en meerdere van zijn afstammelingen.

Na het overlijden van Joannes Martens te Hansbeke op 23 januari 1801, en van zijn echtgenote Maria Francisca De Brauwer op 19 juni 1806, beide gestorven op voornoemde hofstede, is deze hofstede met de aanpalende partijen land, samen 2 ha 32 a 80 ca of 1552 roeden, volgens de verkaveling der goederen van de overledenen op 12 maart 1807 overgegaan aan hun ongehuwde dochter Caroline die in 1837 zou overlijden.

De verdere geschiedenis van De Meren komt later aan bod. Hier toch enkele feiten op een rij:

- op 10-9-1835 wordt broer Carel Martens, die het Goet ter Elst uitbaat, eigenaar van De Meren, die hij verpacht aan August Hanssens (grootvader van Emiel Hansssens, echtgenoot van Maria Martens, en overgrootvader van Maria De Waele, echtgenote van Marcel Martens);

- op 28-10-1850 , na het overlijden van Maria Rosa Sutterman, weduwe van Carel, wordt de hofstede eigendom van hun oudste zoon Petrus-Francies die deze hofstede ook betrekt nadat zijn broer Joannes Francies , gehuwd met Maria Paulina Van Nieuwenhuyse, op Goet ter Elst bleef wonen;

- op 14-10-1893 gaat Petrus-Francies over tot de verdeling van goederen en laat De Meren onverdeeld over aan zijn minderjarige kinderen Charles, Irma en René, die later uit onverdeeldheid zijn getreden;

- René Martens, jongste zoon van Petrus, baat De Meren verder uit met zijn echtgenote Leontine Van Hoecke na hun huwelijk op 2 januari 1903;

Elisa Martens, dochter van René en Leontine, huwt met Maurice Verhelst en neemt het bedrijf kort voor de tweede wereldoorlog over. Maurice en Elisa werden de laatste beroepslandbouwers op De Meren.
Geschreven door Laurent Martens om 18:27 Reageer op dit bericht

4.6. Andere afstammelingen van Judocus Martens

4.6 Andere afstammelingen van Judocus Martens en generatiegenoten van Joannes

4.6.1 Joanna Martens(1716-1784) begijn dv Judocus

Joanna Martens, dochter van Judocus en Pieternelle Lamme, werd op 31 augustus 1716 te Nevele geboren, vermoedelijk op een hofstedeken in de wijk Veldeken. Ze werd er dezelfde dag gedoopt door pastoor Adriaan Neerinckx. Peter en meter waren Jan Martens, haar grootvader, en Petronilla Van Vynckt, haar grootmoeder langs moeders zijde:

1716: Die 31 augusti baptizavi Joannam fa Judoci Martens et Petronilla Lamme conjugum, natam eodem die circa sextam matutinam, susceperunt Joannes Martens et Petronilla Van Vynckt(68).

Vanaf 1717 woonde ze met haar ouders op een hofstede te Hansbeke in de toenmalige Reybroeckstraat, nu Boerestraat. Ze gebruikten er 20 partijen land, meers en bos, gezamenlijk circa 30 gemeten groot(69). Janneken was pas 4 jaar oud toen haar moeder stierf en was nog geen 9 jaar toen ze ook haar vader, die hertrouwd was met Maria Ledeganck, verloor.

Samen met haar jongere broer Jan heeft het weesmeisje alleszins gedurende een zekere tijd ingewoond bij haar maternele grootvader en voogd Jan Lamme te Hansbeke(70), wellicht ook in de periode dat haar tante Joanna Lamme, na het vroegtijdig overlijden van haar eerste man Joos Van Vynckt, terug thuis was komen wonen. Joanna werd vermoedelijk ergens op school geplaatst, zoals zou blijken uit een rekening van deze voogd, gepresenteerd op 21 juli 1736 aan de heren Bailliu ende Schepenen van de prochie ende ambachte van Ursel appendantsche vanden lande vanden vrijen, s’weesens oppervooghden. In deze rekeningen vindt men inderdaad het volgende:

…volgens notitie en(de) specificatie bij den rendant (Jan Lamme) gehauden, hebben de weesen gecost van scholgelt, taeffelcosten, kleeden en(de) reeden, de somme van vijfenveertigh ponden acht schellyn(gen) thien gr(ooten), sonder er inne te begrijpen de taeffelcosten van(den) tijdt de selve met den rendant hebben gewoont…

Janneken is op de leeftijd van 19 jaar binnengetreden in het Groot Begijnhof van Sinte Elisabeth te Gent en woonde in het Convent “Ten Hove”. Dit blijkt uit een rekening, eveneens van 21 juli 1736, voorgelegd aan de vernoemde wethouders door Jacques en Carel Martens, paternele ooms en voogden van de wezen, waarin staat dat Joanna hedent eenigen tijdt haer heeft begeven in het groot begijnhof binnen Gent ende aldaer aengenomen den regel van S(in)te Elisabeth, tot soo verre dat sij hedent eenigen tijdt is gekleet en(de) gestedt, tot becostynge van alle twelcke de rendanten aen haer hebben g’advanceert tot 54 ponden 19 schellyngen 8 grooten(71).

Ook haar grootvader Jan Lamme had aan Janneken, bij haar intrede in het begijnhof, een som van 19 ponden voorgeschoten. Het begijntje bezat nochtans (of was gerechtigd in) verschillende eigendommen, gelegen te Hansbeke, Lotenhulle, Nevele en Bellem, die ze geërfd had.

Na haar intrede in het begijnhof en vooralsnog als minderjarige wees, richtte ze zich, met instemming van haar voogden, in een verzoekschrift tot de wethouders van Ursel waarin zij vroeg, samen met Juffrouw Catherine Biebuyck van het voornoemde convent, haar goederen te mogen beheren. De wethouders van Ursel hebben aan dit verzoek gevolg gegeven en hun toestemming laten neerschrijven in een acta emancipatie van Joanne Martens filia Juducus, begintien in thof van Sinte Elisabeth te Gent, gedateerd 21 juli 1736(72).

Verzoekschrift

Aen mijnheren Bailliu, Burghemeestere ende Schepenen vande prochie ende ambachte van Ursel appendantsche vanden lande vanden vrije, supplierende verthoont reverentelick joanna martens filia judocus et petronelle lamme, aut ontrent de 20 jaeren, begintien in het hof van Sinte Elisabeth tot Gent in het convent ten hove, dat sij door haeren auderdom ende capaciteyt haer teenemael bequaem is vindende, omme beneffens de jouffrauw van het convent tot derigeren en(de) administreren haere goederen ende revenuen, gecomen bij devolvatie van haer moeder ende vader, mitsgaeders grootvader Jan Martens, dogh alsoo hetselve door haere voorseyde minoriteyt niet wel ende can nochte en vermagh te gebeuren sonder prealabel consent van haere respective vooghden ende uedele heeren oppervooghden, heeft sij geradigh gevonden haer te keeren tot uedele voornoemde heeren, de selve oodtmoedelick biddende believen gedient te wesen, considerende de redenen voorschreven, de suppliante te stellen buyten vooghdije ende te maecken haer selfs, omme benevens de voornoemde jouffrauwe van het convent hare goederen te dirigeren ende administreren, soo sij daer van deught ende eere wilt behaelen, ende tot teecken dat haere vooghden ende naeste bestaende vrienden daer inne consenteren hebben sij dese beneffens de suppliante onderteeckent, met versouck van danof acte in forma, twelcke doende, ende waeren onderteeckent joanna martens, jan lamme, guilliame martens, jacobus martens, franciscus martens ende carel martens.

Joanna Martens verbleef nog in het Groot Begijnhof te Gent op 23 juli 1739, als door Jan Lamme opnieuw een rekening, betreffende geïnde landpachten en intresten in het voordeel van de wezen, werd voorgelegd aan de voogden en oppervoogden. Haar familiale gebondenheid en gehechtheid aan de grond van haar voorouders heeft haar er wellicht toe gebracht omstreeks 1740 voor de helft tussen te komen in de onkosten van de nieuwe bouwwerken die haar broer Jan op de hofstede De Meren te Hansbeke liet uitvoeren, waarvan zij hem daarna omstreeks 1760 haar gemene helft in alle de edifitien ende catheylen voor dertig ponden grooten heeft verkocht. Bovendien heeft zij aan haar broer Jan haere generaele vaderlijcke goederen ende gronden van erven met alle de edifitien ende catheylen daer op staende ende medegaende, gestaen ende gelegen soo binnen de prochie van Hansbeke als binnen de gonne van Lootenhulle Nevel ende Bellem verkocht voor de som van 85 ponden 12 schellingen bij uytgroetynge van 28 juli 1767.

Testament

Op latere leeftijd verbleef joffrouwe Joanne Martens in het begijnhof te Aalst, waar ze op 1 september 1777, 61 jaar oud, haar laatste wil neerschreef. De letterlijke tekst van dit merkwaardig testament, aangevuld met punctuaties, hoofdletters en voorzien van nieuwe alinea’s om de leesbaarheid te verhogen, luidt:

Ick onderschrevene, Joanne Martens, geestelijcke dochter, woonende ten huyse van S(ieu)r Gasp(ar)t Vander Moesen binnen deze stadt Aelst, declarere door dese:

dat het is mijnen uyttersten wille begraven te worden in de parochiale kercke deser stadt, in eene kiste van hard hout, voor den noen met eenen lijckdienst van eene solemnele misse in t’ musicque, met voorgaende vigilie,

dat mijn lijk sal vergeselschapt worden door twee van elk der biddende Orders met ’t Silvere Cruys, ende de beste vaenen van den H. Roosencrans, die van H. Cruys en van de Geloovige Zielen.

datter tot laeffenisse mijnder ziele sullen gecelebreert worden, corts naer mijne begraefenisse, 700 (asjeblief) missen door die priester, de welke mijnen executeur van desen mijnen uyttersten wille sal gelieven aen te stellen,

item sullen gegeven worden twaelf keirssen, ider van een pondt wit was, waer van ses sullen dienen op den autaer ende ses aen de lijkbaere,

item 12 p(onden) wit wasch, in keirssen, voor den autaer van den H. Roosenkrans, aen welken autaer sal gegeven worden mijnen gauden rinck,

voorders is mijnen wille dat er, naer mijn overleyden, sal aen arme menschen uytgedeylt worden, vier sacken terwe verandert in brood,

ook datter sal gegeven worden aen mijnen biechtvader, die mij in mijne laeste siekte sal bijstaen, eene doble goude souveniine,

item aen de dienstmaegt van S(ieu)r Vander Moesen, die mij mijne laeste siekte sal eenigen dienst bewijsen, 24 guldens

eens ende aen executeur van desen mijnen uyttersten wille, volgens redens voor sijnen salaris,

tot welke fonctie ik stelle M(eest)r Emmanuel J. Stevens, hem authoriserende om het voors(ey)t uyt te wercken.

Actum in Aelst desen Ien septembre 1777.

Dit testament was eigenhandig ondertekend door het begijntje Joanne Martens, alsmede door de testamentaire getuigen Mattias Van Zeebroeck en Emmanuel J. Stevens. Gaspar Van Der Moesen(°1708) bij wie Joanna inwoonde, was sans alliance en Emmanuel Stevens was de zoon van zijn zuster Catherine Van Der Moesen. De genealogie van deze families werd gepubliceerd in Filiations de familles de la Flandre(Gent,1875) door A. De Vlaminck.

Joanna Martens stierf zes en een half jaar later te Aalst op 11 januari 1784, 67 jaar oud, en werd er ’s anderdaags begraven(73):

Anno 1784 Januarii 12, sepulta est Joanna Mertens f. Judoci(devota) obiit 11 huj. hora 1 noctis. D. Vandevoorde dec. Pastor.

Haar eigendommen worden beschreven in de Staet ende Inventaris in baeten ende commeren bleven ende bevonden ten sterfhuyse gedateerd 3 september 1784, en werden verdeeld tussen haar broer Jan wonende op de hofstede De Meren te Hansbeke en de kinderen van haar overleden halfbroer Francies die achtereenvolgens gewoond had te Beernem, Ruddervoorde en Varsenare. De laatste wilsbeschikkingen van het begijntje werden uitgevoerd hetgeen blijkt uit een paragraaf van de vernoemde Staet ende Inventaris …: … ende beroerende s’ overledens kleederen ende lijnwaeden, mitsgaeders meubelen ende effecten, alle de selve sijn op den 9en Maerte lestleden bij venditie vercocht geworden, met het import van welke ende met s’overledens comptante pennyngen betaelt sijn geworden de doodt ende andere schulden haeren sterfh(uys)e regarderende, mitsgaeders de testamentaire lasten… . Volgens de rekenynghe ende respective acquiten die werden voorgelegd bleef er na deze openbare verkoping een geldoverschot van circa 12 ponden. Het batig saldo tussen de baten en lasten in het sterfhuis van begijntje Joanna Martens tenslotte bedroeg ruim 200 ponden grooten. Gelukzalig begijntje Martens.

Donatie van een zilveren ampullenschaal

In “Het Land van Nevele”, Jg 20, nr 3, pp 236-246 publiceerde Albert Martens een artikel waaruit blijkt dat begijntje Joanna Martens in 1745, samen met haar tante Joanna Lamme, een massief zilveren ampullenschaal en ampullen schonk aan de kerk van Hansbeke. Deze schenking wordt beschreven in het “Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen” van C. Vandenbussche en R. Renard(1975). De ampullen zijn twee practisch identieke schenkkannetjes voor water en wijn bij de mis, 16 cm hoog. Zij hebben een spitse voet, een korte stam en een conische buik met oor, brede tuit en kegelvormig klapdeksel. Op het deksel staat een ring met de letter V(ino) voor het ene, met de letter A(qua) voor het andere kannetje. De ampullen zijn met allerlei symmetrische figuren versierd. De ovaalvormige ampullenschaal, 37 op 27 cm, heeft een brede gegraveerde kraag met gedreven rand, verfraaid met vier grote en vier kleine axiaal-geplaatste schelpmotieven.

Dit kerkelijk cultusobject van enige artistieke en oudheidkundige waarde behoort tot de bijzonderste kunstschatten van de parochiale kerk van Hansbeke. Het wordt in de eucharistieviering slechts uitzonderlijk bij plechtigheden gebruikt. Het edelsmeedwerk werd in 1744-1745 vervaardigd door de goud- en zilversmid Michiel De Grave van Gent, toegetreden tot de Gentse gilde der goud- en zilversmeden op 1” juli 1738 (dezelfde edelsmid vervaardigde ook cultusobjecten voor de parochiale kerken van Waarschoot, Bassevelde, Baarle-Drongen, Sleidinge en Oost-Eeklo).

Op de onderzijde van de schaal komen, benevens een proefsteek, de volgende merken voor: het meestermerk van Michiel de Grave bestaande uit de gekroonde initialen DG, een gekroonde G als merk van de stad Gent en de letter A als dekanale stempel ter goedkeuring van de zilverlegering. Op de kannetjes zijn geen merken aangebracht.

Dat de ampullen met bijhorende schaal aan de parochiale kerk van Hansbeke geschonken werden blijkt uit de latijnse inscriptie in kapitaalletters op de onderzijde van de schaalboord:

DONO DEDERUNT JOANNA LAMME ET JOANNA MARTENS.

Dit inschrift verleent aan het kunstwerk, boven zijn ambachtelijke en artistieke waarde, een sociaal-historische betekenis. Het deelt iets mede van de levende menselijke achtergrond waarin de voorwerpen tot stand kwamen en geschonken werden. De donatrices van dit kerkelijk cultusobject- tante en nicht- waren getogen Hansbekenaren.

Joanna Lamme(°1703 +1745), dochter van Jan en Petronilla Van Vynckt en jongere zus van de met Judocus Martens getrouwde Petronella Lamme, was pas twintig jaar oud toen zij te Landegem op 7 september 1723 trouwde met Joos Van Vynckt. Haar man overleed 10 weken later, op 11 december 1723. Het echtpaar woonde op een hofstede te Landegem binnen de jurisdictie vande Lande ende Baronie van Nevel(74), maar Joos Van Vynckt was ook nog eigenaar van twee andere hofsteden. Joanna ging echter opnieuw inwonen bij haar ouders te Hansbeke, waar zij op 26 mei 1724 een postume zoon Judocus Franciscus baarde. Zoon Judocus Van Vynckt stierf op 1 oktober 1728, 4 jaar oud. Joanna hertrouwde op 25 januari 1729 met Jozef Loontiens, waarmee zij 3 kinderen kreeg waarvan slechts een dochter volwassen werd. Deze dochter Joanna Loontiens was 14 jaar toen haar moeder stierf op 42-jarige leeftijd te Hansbeke op 6 januari 1745. Bij testament(75) schonk zij volghens haere vuyterste begheirte een geldsom van vijftigh guldens aan de kerk van Hansbeke tot (het) maecken (van) eene silvere schincktailliore. De zilveren ampulleschaal werd blijkbaar nog hetzelfde jaar door de zilversmid Michiel de Grave vervaardigd.

Op 15 januari 1745, amper een week na het overlijden van Joanna Lamme, verving de 13-jarige Joanna Loontiens, dochter van de pas overleden Joanna Lamme, als ‘meetje-lap’ de echte meter begijntje Joanna Martens bij het doopsel van Joanna Catherina Martens, eerste kindje van haar broer Jan Martens en Maria Catherine De Brauwer. Het was in die dagen van droefheid voor het heengaan van haar geliefde tante en van blijdschap om de geboorte van haar nichtje, dat het begijntje Joanna Martens de aanvullende geldsom gaf voor de zilveren misampullen die, gelijkertijd door Michiel de Grave vervaardigd, geschonken door haar tante, een harmonisch stel vormden.

Laatste begijntje

Onder de titel “Laatste begijntje Klein Begijnhof gestorven” verscheen in De Standaard van 13 januari 2005 een kort artikel waarbij het overlijden gemeld werd van de 91-jarige Hermina Hoogewijs die in 1934 verhuisde van Kalken naar het Klein Begijnhof. Door haar overlijden kwam een einde aan bijna 8OO jaar verblijf van begijnen in het begijnhof aan de Lange Violettestraat. In hetzelfde artikel wordt gesteld dat in januari 2003 grootjuffrouw Josepha Goethals van het Groot Begijnhof van Sint-Amandsberg overleed. De vestiging in Sint-Amandsberg ontstond pas in 1874, dus 100 jaar na het overlijden van begijntje Joanna Martens, nadat de bewoners van het Sint-Elisabethbegijnhof verdreven werden van hun oorspronkelijke stek op het einde van de Burgstraat te Gent.

4.6.2 Francies Martens(1723-1783) zv Judocus

Francies Martens, zoon van Judocus en Maria Ledeganck, halfbroer van het begijntje Joannes en van hoofdstamvader Joannes Martens, werd te Hansbeke geboren op 11 augustus 1723.

Nog voor hij ten volle twintig jaar oud was huwde hij de 8 jaar oudere Isabella Versluys, geboren te Beernem op 29 maart 1715 als dochter van Joannes en Christina Van Poucke. Isabelle was weduwe van Jan Beuselynck fs Jacques met wie zij een 5-jarige dochter Anne Marie(°1738) en een 4-jarig zoontje Joannes(°1739) had. De ondertrouw van Francies en Isabella had plaats te Beernem op donderdag 18 juli 1743, de trouw eveneens te Beernem op woensdag 24 juli daaropvolgend;

Uit dit huwelijk zijn twee dochters geboren: Joanna te Beernem op 20 september 1744 en Victoria Cornelia te Ruddervoorde, waar haar ouders zich gevestigd hadden, op 21 februari 1751. Deze stamlijn gaat met de twee dochters van Joanna(Rosa en Anne Marie) verder onder de naam Visioen. Victoria Martens is slechts 16 wanneer zij sterft te Varsenare. Haar moeder Isabella was kort na de geboorte van Victoria gestorven te Ruddervoorde, slechts 37 jaar oud.

Personen in parenteel van Francies MARTENS

I.1 M MARTENS, Francies       11-08-1723 Hansbeke    18-08-1783 Varsenare

I.2 V VERSLUYS, Isabella Clara29-03-1715 Beernem     30-12-1752 Ruddervoor

II.2 V MARTENS, Joanna        20-09-1744 Beernem

II.1 M VISIOEN, Benedictus

III.1 V VISIOEN, Rosa

III.2 V VISIOEN, Anne Marie

II.3 V MARTENS, Victoria C.  21-02-1751 Ruddervoorde 15-03-1766 Varsenare

I.3 V STEELAN(d)T, Anna Maria08-11-1730 St Andries   12-11-1797 Jabbeke

II.5 V MARTENS, Isabella Cl. 02-07-1754 Ruddervoorde 28-05-1823 Jabbeke

II.4 M MESTDAGH, Joannes     20-04-1750 Snellegem    14-03-1808 Snellegem

III.3 V MESTDAGH, Joanna Ther22-12-1776 Jabbeke

III.4 M MESTDAGH, Hieronymus 05-03-1779 Jabbeke      05-05-1780 Jabbeke

III.5 M MESTDAGH, Joannes B. 17-03-1782 Jabbeke      23-04-1782 Jabbeke

III.6 MESTDAGH, xxx          09-06-1784 Jabbeke      09-06-1784 Jabbeke

III.7 M MESTDAGH, Pieter Jac.03-09-1785 Jabbeke

III.8 V MESTDAGH, Monica     23-12-1787 Jabbeke      13-01-1790 Jabbeke

III.9 M MESTDAGH, Philippus  20-10-1789 Jabbeke      05-03-1809 Jabbeke

III.10 V MESTDAGH, Regina Charles  1795 Jabbeke      20-10-1815 Jabbeke

II.6 M MARTENS, Petrus Franc.07-02-1757 Varsenare    09-07-1773 Varsenare

II.7 V MARTENS, Rosa         05-05-1759 Varsenare    03-12-1759 Varsenare

II.8 M MARTENS, Joannes Franc02-11-1760 Varsenare    28-11-1760 Varsenare

II.10 V MARTENS, Anna Maria  03-06-1762 Varsenare    17-04-1814 Jabbeke

II.9 M De ROO, Ignatius      01-12-1759 Jabbeke      25-05-1831 Jabbeke

III.11 V De ROO, Anna Maria  25-01-1789 Jabbeke

III.12 V De ROO, Isabella    03-05-1791 Jabbeke

III.13 V De ROO, Sophia Ther.07-10-1798 Jabbeke

III.14 M De ROO, Franciscus        1801

III.15 V De ROO, Colette     26-01-1809 Jabbeke      24-10-1835 Jabbeke

II.11 M MARTENS, F.J.        01-02-1765 Varsenare    15-02-1765 Varsenare

II.13 V MARTENS, Joanna Ther.27-02-1766 Varsenare    25-01-1828 Jabbeke

II.12 M KERKAERT, Emmanuel   27-05-1765 Jabbeke      12-06-1836 Jabbeke

III.16 V KERCKAERT, Maria Th.15-02-1787 Jabbeke      07-03-1842 Jabbeke

III.17 V KERCKAERT, Regina   20-03-1789 Jabbeke      13-09-1790 Jabbeke

III.18 V KERCKAERT, Barbara  06-03-1791 Jabbeke

III.19 M KERCKAERT, Casimarus16-09-1797 Jabbeke

III.20 V KERCKAERT, Monica   24-12-1799 Jabbeke

III.21 V KERCKAERT, Anna     11-01-1802 Jabbeke

III.22 M KERCKAERT, Emmanuel 28-11-1803 Jabbeke

III.23 M KERCKAERT, Jacques  28-03-1807 Jabbeke

II.14 M MARTENS, Joannes     13-02-1769 Varsenare     10-09-1807 Oudenburg

II.15 M MARTENS, Josef Ludov.19-03-1772 Varsenare     08-04-1773 Varsenare

II.16 M MARTENS, Petrus Jacob04-05-1774 Varsenare

Francies Martens was slechts 29 jaar oud toen hij als weduwnaar achterbleef. Op 4 maart 1753, slechts 2 maanden na het overlijden van zijn eerste echtgenote, hertrouwt hij te St Andries-Brugge met de 22-jarige Anna Steelan(d)t, dochter van Bertinus en Rosa Spints. Uit dit tweede huwelijk werden 10 kinderen geboren: 6 jongens en 4 meisjes. De helft van hun kinderen overlijdt vroegtijdig. Drie van de dochters krijgen afstammelingen.

Dochter Isabella Martens, wellicht genoemd naar de eerste vrouw van Francies, huwde te Varsenare op dinsdag 16 mei 1775 met Joannes Mestdagh, zoon van Joannes en Joanna Jarkens. Uit dit huwelijk zijn minstens 9 kinderen geboren te Jabbeke, waarvan minstens 6 stierven voor de volwassen leeftijd.

Dochter Anna Martens huwde te Jabbeke op donderdag 26 januari 1786 met Ignatius De Roo, kleermaker, zoon van Adrianus en Maria Nasschaerts. Uit dit huwelijk werden te Jabbeke minstens 6 kinderen geboren, waarvan zeker één vroegtijdig stierf.

Joanna Martens huwde op dezelfde dag als haar zus Anna te Jabbeke op donderdag 26 januari 1786 met Emmanuel Kerkaert, schoenmaker en later veldwachter te Jabbeke, zoon van Petrus en Jacoba Wittinck. Uit dit huwelijk werden minstens 8 kinderen geboren te Jabbeke, waarvan zeker één vroegtijdig overleed.

Men stelt vast dat 3 van de 6 zonen van Francies zeer vroeg, na enkele dagen of maanden, overleden. Petrus Franciscus was slechts 16 toen hij stierf. Joannes stierf te Oudenburg op 38-jarige leeftijd, maar ongehuwd. De zesde en jongste zoon Petrus Jacobus was slechts 10 jaar toen zijn vader Francies overleed. Hij was maar liefst 30 jaar jonger dan zijn oudste halfzus Joanna. Het is niet bekend of hij nakomelingen kreeg. Mogelijk is de naam Martens van de stam Martens-Steelandt uitgestorven.

Op 18 augustus 1783 overlijdt Francies Martens te Varsenare op 60-jarige leeftijd. Zijn 53-jarige weduwe Anna Maria Steelandt hertrouwde te Varsenare op dinsdag 27 januari 1784 met Petrus De Fraeye. Petrus was gedoopt te Schoore en woonachtig te Oudenburg. De huwelijksakte vermeldt dat Petrus ongeveer 24 jaar oud was. Dit was wel een bijzonder jonge man voor Anna, of is hier een fout in de akte geslopen? Over dit huwelijk is verder niets meer achterhaald, ook niet of de twee nog ongehuwde zonen bij hun zeer jonge stiefvader zijn gebleven. Anna Maria Steelandt overleed op 12 november 1797 te Jabbeke in de woning van haar dochter Joanna Martens op de leeftijd van 67 jaar.

De samenhang in de familie van Francies Martens was derhalve bijzonder complex: zijn eerste echtgenote Isabella Versluys had uit haar eerste huwelijk twee kinderen met de naam Beuselynck. Er werden vervolgens twee dochters Martens-Versluys geboren. Nadien volgden 10 kinderen uit het huwelijk Martens-Van Steelandt. Tenslotte kwam er na het overlijden van Francies nog een huwelijk De Fraeye-Van Steelandt. Francies zelf was trouwens opgegroeid in een komplexe familie: hij was geboren uit de familie Martens-Ledeganck, met nog een broer Jacobus, maar hij had een halfbroer en een halfzus-begijntje uit het eerste huwelijk van zijn vader Judocus met Petronilla Lamme. Na het overlijden van zijn vader Judocus kreeg hij nog 6 halfzussen en 4 halfbroers uit het tweede huwelijk van zijn moeder Maria Ledeganck met Petrus Van Vynckt.

4.6.3 Generatie VIII uit parenteel van Stoffel

Generatiegenoten van Joannes

Bij de generatiegenoten van Joannes Martens en Maria Francisca De Brauwer zijn 23 personen gekend in de afstamming van de Hansbeekse tak van baljuw Jan Martens : 21 achterkleinkinderen en hun echtgenoten uit het huwelijk van Joos Sutterman en Sara Martens en één achterkleindochter van Frans Vande Putte en Susanne Martens. In de afstamming van de Bellemse tak van Pieter Martens zijn 28 personen opgenomen, alle achterkleinkinderen van burgemeester Guilliame Martens en Joanna Steyaert.

VIII.1 M SUTTERMAN, Jan Baptiste  15-03-1712 Hansbeke  25-09-1772 Hansbeke

VIII.2 V MAENHOUT, Maria          17-01-1708 Hansbeke  15-05-1778 Hansbeke

VIII.3 V SUTTERMAN, Petronilla          1714 Hansbeke  15-02-1786 Gent

VIII.4 V SUTTERMAN, Maria Anna    30-09-1715 Hansbeke

VIII.5 M SUTTERMAN, Pieter Frans  22-04-1718 Hansbeke  24-07-1721 Hansbeke

VIII.6 M SUTTERMAN, Boudewijn

VIII.7 V De PAUW, Joanna          14-03-1728 Bellem    08-09-1794 Hansbeke

VIII.8 V SUTTERMAN, Joanna        16-11-1721 Hansbeke  17-11-1721 Hansbeke

VIII.9 M LOONTIENS, Jozef

VIII.10 V SUTTERMAN, Barbarina          1723

VIII.11 M Van RUYMBEKE, Ignace

VIII.12 M SUTTERMAN, Joos         01-04-1725 Hansbeke  26-04-1794Oostrozeb.

VIII.13 M De SCHUYTER, Pieter     11-05-1730 Hansbeke

VIII.14 V SUTTERMAN, Livina       15-12-1730 Hansbeke

VIII.15 V SUTTERMAN, Marie Rosa   17-03-1733 Hansbeke

VIII.16 M SUTTERMAN, Bernard      11-05-1734 Hansbeke  11-12-1735 Hansbeke

VIII.17 M SUTTERMAN, Bernard Frans18-07-1736 Hansbeke  05-09-1772 Hansbeke

VIII.18 M SUTTERMAN, Joos Andreas 17-10-1737 Hansbeke  30-06-1818 Hansbeke

VIII.19 M SUTTERMAN, Domien Frans 22-06-1739 Hansbeke  25-09-1739 Hansbeke

VIII.20 M BRAET, Jan Baptiste

VIII.21 V SUTTERMAN, Joanna P.    10-06-1748 Hansbeke

VIII.22 M De VLIEGHER, Jan              1690           07-02-1754 Hansbeke

VIII.23 V Van VOOREN, Joanna      04-04-1695 Hansbeke  02-04-1756 Hansbeke

VIII.24 M De RYCKE, Petrus Judocus10-03-1725 Nevele    15-01-1785 Nevele

VIII.25 V MARTENS, Anna Maria Agnes04-03-1725 Canegem  01-03-1774 Nevele

VIII.26 M D'HUYVETTER, Petrus            1725          02-11-1792 Hansbeke

VIII.27 V MARTENS, Brigitta Jacoba 21-06-1728 Canegem  21-02-1784 Hansbeke

VIII.28 V MARTENS, Joanna          31-08-1716 Nevele   11-01-1784 Aalst

VIII.29 M MARTENS, Joannes(hoofdst)25-03-1719 Hansbeke 23-01-1801 Hansbeke

VIII.30 V De BRAUWER, Maria F.     22-04-1724 Hansbeke 19-06-1806 Hansbeke

VIII.31 M MARTENS, Francies        11-08-1723 Hansbeke 18-08-1783 Varsenare VIII.32 V VERSLUYS, Isabella Clara 29-03-1715 Beernem  30-12-1752 Rudderv.

VIII.33 V STEELAN(d)T, Anna Maria  08-11-1730 St Andries12-11-1797 Jabbeke

VIII.34 M MARTENS, Jacobus         01-03-1725 Hansbeke25-10-1725 Hansbeke

VIII.35 M MARTENS, Benedictus      28-09-1743 Ursel   09-02-1812 Ursel

VIII.36 V D'HONDT, Suzanna Carolina           Ursel   10-04-1796 Ursel

VIII.37 M MARTENS, Carel-Frans    25-11-1731 Bellem   21-12-1790 Gent Aug.

VIII.38 M MARTENS, Ignatius             1733 Bellem

VIII.39 V WILLEMS, Suzanna

VIII.40 V DIERICKX, Maria Catharina

VIII.41 M MARTENS, Jacobus              1736 Bellem

VIII.42 M BEYENS, Pieter

VIII.43 V MARTENS, Joanna-Maria         1739 Bellem

VIII.44 M Van HECKE, Marten

VIII.45 V MARTENS, Joanna               1736                 1794

VIII.46 M MARTENS, Jan Carel            1744                 1826

VIII.47 V De VOS, Joanna

VIII.48 M Van VYNCKT, Pieter F.

VIII.49 V MARTENS, Maria Catharina      1747                 1747

VIII.50 M Van PAEMEL, Jan Frans

VIII.51 V MARTENS, Jacoba               1749                 1843

Binnen de generatie van Joannes Martens en Maria Francisca De Brauwer treedt in de afstamming van Jacob Martens vooral de familienaam Sutterman op de voorgrond met 14 personen, alle geboren te Hansbeke. In de lijst van 51 personen van de zelfde generatie komt de naam Martens ook 14 maal voor, verdeeld over Bellem, Hansbeke en Ursel.

Andere familienamen die samengaan met afstammelingen Martens zijn hier Maenhout, De Pauw, Van Vooren, Versluys, Steelandt,D’Hondt, Willems en De Vos. In de mannelijke lijn zijn er Van Paemel, Van Vynckt, Van Hecke, Beyens, D’Huyvetter, Loontiens, De Rycke, De Vliegher, Braet, De Schuyter en Van Ruymbeke.

Hansbeke is de dominante gemeente, maar uit de plaats van overlijden kon toch een zekere ruimtelijke spreiding vastgesteld worden: naast de buurgemeenten Nevele en Bellem zijn daar ook Gent, Oostrozebeke, Aalst, Varsenare, Jabbeke, Ruddervoorde en Ursel. Het zijn vooral de afstammelingen van de Bellemse tak die verhuisd zijn naar andere gemeenten, of die teruggekeerd zijn naar Hansbeke. Uit deze lijst zijn slechts 2 personen met de naam Martens geboren en overleden te Hansbeke: Joannes Martens in de hoofdstamlijn, zoon van Judocus en Petronilla Lamme, en Jacobus Martens, zoon van Judocus en Maria Ledeganck, die overleed toen hij 7 maand oud was.

Geschreven door Laurent Martens om 18:47 Reageer op dit bericht

4.7. Andrer afstammelingen van Joannes Martens

4.7 Andere afstammelingen van Joannes Martens(1719-1801)

Na Jan Martens wordt de hoofdstamlijn verder gezet door de jongste zoon Carel of Carolus Martens, die pas bij het begin van de XIXe eeuw in het huwelijk treedt en derhalve pas in het volgend hoofdstuk besproken wordt. Voor de oudere kinderen van Jan verloopt hun hoofdaktiviteit reeds overwegend tijdens de XVIIIe eeuw.

Joanna Catharina(1745), oudste dochter van Joannes en Maria Francisca De Brauwer, leefde slechts 3 weken. Hun zevende kind Petrus(1756) stierf na een half jaar en hun achtste Carolus(1757) overleed anderhalf jaar na zijn geboorte en nummer negen, Carolina(1761-1837) bleef ongehuwd. Hun jongste dochter Rosalina Martens was 44 jaar oud toen zij op 18 mei 1808 te Hansbeke trouwde met de 44-jarige Jacobus Franciscus Van Hove, zoon van Jacobus en Suzanne De Neve. Zij kregen geen kinderen en Rosalina overleefde haar echtgenoot die reeds op 12 februari 1813 te Hansbeke overleed, slechts 48 jaar oud.

Behalve langs de hoofdstamlijn van de jongste zoon Carel, zijn de kleinkinderen van Jan Martens geboren uit de huwelijken van Regina, Jacobus, Norbertina, Joanna en Maria. Vermits Jacobus geen kleinkinderen had met de naam Martens, is de hoofdstamlijn van Jan Martens enkel overgegaan naar de afstammelingen van zijn zoon Carel.

4.7.1 Regina Petronella Martens(1746-1830 ) dv Joannes

Op 20 juni 1775 huwde de 29-jarige Regina Martens te Hansbeke met de 20-jarige Jan(Joannes Franciscus) Vander Vennet, zoon van Carel en Joanna Van Kerrebrouck. Zij woonden op een hofstede in de Hammestraat te Hansbeke, waar zes kinderen geboren werden, waarvan slechts één jongen, Carolus, en één meisje, Maria Rosa, de volwassen leeftijd bereikten.

Regina en Jan waren bloedverwanten van de vierde graad zijlinie. Zij hadden gemeenschappelijke betovergrootouders.

Personen in genealogie van Carolus Vander VENNET

I.1 M Vander VENNET, Carolus

I.2 V Van KERREBROECK, Joanna M.

II.1 M Vander VENNET, Joannes F. 06-09-1754 Hansbeke   24-10-1829 Hansbeke

II.2 V MARTENS, Regina Petronelle07-06-1746 Hansbeke   13-12-1830 Hansbeke

III.1 V Vander VENNET, Joanna C. 04-11-1776 Hansbeke   22-11-1776 Hansbeke

III.2 V Vander VENNET, Maria Rosa28-11-1777 Hansbeke   24-11-1859 Hansbeke

III.3 M Vander VENNET, Petrus          1780 Hansbeke   24-05-1788 Hansbeke

III.4 M Vander VENNET, Carolus F.21-01-1784 Hansbeke   23-08-1831 Hansbeke

III.5 M Vander VENNET, Jan Bapt. 30-06-1786 Hansbeke   09-06-1788 Hansbeke

III.6 V Vander VENNET, Anna C.   17-12-1788 Hansbeke   16-10-1794 Hansbeke

Toen Regina op 13 december 1830 te Hansbeke op de wijk Hamme overleed,in het jaar van de Belgische onafhankelijkheid en één jaar na haar man, was zij 84 jaar oud.

Haar zoon Carolus bleef ongehuwd en zou het jaar nadien sterven. Enkel haar dochter Maria Rosa Vander Vennet, die eveneens ongehuwd bleef, overleefde haar moeder tot 1859 toen zij stierf op de wijk Hamme waar zij geboren was. Daarmee was deze familietak uitgestorven.

4.7.2 Jacobus Joannes Martens(1748-1794) zv Joannes

Gezin en parenteel

Jacobus huwde op 28-jarige leeftijd op 24 september 1776 te Hansbeke met de 25-jarige Livina Catharina Maenhout. Livina en haar zus Marie-Christina waren dochters van Joannes Maenhout en Maria Francisca Haerens en ook haar grootouders Jan en Livijne Sutterman zijn bekend en kregen nog een andere binding met de stam Martens.

Personen in parenteel van Jacobus Joannes MARTENS

I.1 M MARTENS, Jacobus Joannes   05-09-1748 Hansbeke  20-04-1794 Hansbeke

I.2 V MAENHOUT, Livina Catharina 29-12-1756 Hansbeke  01-01-1834 Hansbeke

II.1 M MARTENS, Carolus F.       27-06-1777 Hansbeke  10-03-1791 Hansbeke

II.2 M MARTENS, Petrus Franciscus15-12-1778 Hansbeke  17-03-1852 Merendree

II.4 V MARTENS, Carolina         30-06-1781 Hansbeke  07-07-1817 Bellem

II.3 M Van VYNCKT, Carolus F.    23-10-1776 Bellem    29-05-1863 Bellem

III.1 V Van VYNCKT, Regina       11-12-1806 Bellem

III.2 V Van VYNCKT, Maria Theres.27-01-1808 Bellem    16-10-1884 Hansbeke

III.3 V Van VYNCKT, Amelia       24-04-1809 Bellem    13-07-1816 Bellem

III.4 V Van VYNCKT, Rosalia      23-02-1811 Bellem    24-10-1875 Hansbeke

III.5 M Van VYNCKT, C.L.         08-06-1813 Bellem    06-04-1894 Hansbeke

III.6 M Van VYNCKT, Petrus       12-09-1814 Bellem    05-12-1814 Bellem

III.7 M Van VYNCKT, xxx          21-11-1815 Bellem    21-11-1815 Bellem

III.8 V Van VYNCKT, Eugenie      04-07-1817 Bellem    22-07-1817 Bellem

II.5 V MARTENS, Joanne Maria     06-01-1783 Hansbeke  11-01-1783 Hansbeke

II.6 MARTENS, xxx                09-12-1783 Hansbeke  09-12-1783 Hansbeke

II.7 M MARTENS, Joannes          09-12-1784 Hansbeke  01-12-1785 Hansbeke

II.9 V MARTENS, Maria Anna       23-10-1786 Hansbeke  21-03-1860 Merendree

II.8 M LAMBRECHT, Judocus        04-03-1779 Hansbeke  17-09-1843 Hansbeke

III.9 V LAMBRECHT, Rosalia       08-04-1820 Hansbeke  24-04-1820 Hansbeke

III.11 V LAMBRECHT, Francisca    10-03-1822 Hansbeke  18-12-1869 Hansbeke

III.10 M De SCHUYTER, Pieter Jos.12-05-1811 Hansbeke  01-04-1885 Hansbeke

IV.1 M De SCHUYTER, Henri         11-04-1855 Hansbeke 16-01-1909 Hansbeke

IV.2 V De SCHUYTER, Leontine            1861          21-04-1931 Hansbeke

III.13 V LAMBRECHT, Monica        03-10-1824 Hansbeke 05-04-1903 Merendree

III.12 M De SEILLE, Charles-Jean  09-11-1829 Aalter   06-10-1895 Merendree

III.14 M LAMBRECHT, Josephus      10-02-1826 Hansbeke 19-04-1839 Hansbeke

II.10 M MARTENS, Judocus F.       30-11-1788 Hansbeke 24-01-1846 Merendree

II.11 M MARTENS, Regina           08-08-1790 Hansbeke 11-05-1873 Merendree

II.12 V MARTENS, Monica           27-10-1792 Hansbeke 30-05-1862 Merendree

Personen in parenteel van Jan MAENHOUT

I.1 M MAENHOUT, Jan               31-01-1664 Hansbeke

I.2 V SUTTERMAN, Livijne          07-09-1669 Hansbeke

II.1 M MAENHOUT, Joannes          06-06-1705 Hansbeke 01-02-1785 Hansbeke

II.2 V HAERENS, Maria Francisca         1719 Merendree01-07-1761 Hansbeke

III.2 V MAENHOUT, Livina Catharina13-09-1751 Hansbeke 01-01-1834 Hansbeke

III.1 M MARTENS, Jacobus Joannes  05-09-1748 Hansbeke 20-04-1794 Hansbeke

III.3 V MAENHOUT, Marie-Christina

Door het huwelijk van Maria Anna Martens met Judocus Lambrecht, en meer bepaald langs hun dochter Francisca Lambrecht, kwam later een band tot stand met de familie De Schuyter. Pieter Josef De Schuyter, echtgenoot van Francisca Lambrecht, en vooral hun zoon Henri, speelden bij het einde van de XIXe en het begin van de XXe eeuw een rol in de Hansbeekse gemeentepolitiek. Deze familie bouwde Zandekapel(zie verder). Een andere dochter Carolina Martens bracht door haar huwelijk met Carolus Van Vynckt een eerste band tussen de families Martens en Van Vynckt tot stand. In de XIXe eeuw zal Maria Martens, dochter van Petrus, door haar huwelijk met Serafien Van Vynckt een tweede band tot stand brengen.

Monica Martens, de jongste dochter van Jacobus en Livina Maenhout werd geboren te Hansbeke op 27 october 1792, vier weken na het begin van de republikeinse tijdrekening. Zij werd derhalve geboren in de maand Vendémiaire van an 1. Op 31 december 1805 kwam een einde aan de 12 jaar dat de republikeinse kalender de officiële Franse kalender was. In ‘Mensen van Vlees en Bloed’ komt een waar gebeurt verhaal voor dat betrekking heeft op Livina Maenhout en haar jongere zus Marie-Christina.

Een Salomonsoordeel(1774)

Op 1 juli 1761 overleed de 42-jarige Maria-Francisca Aerens, echtgenote van Joannes Maenhout, landbouwer. Hij bleef achter met vijf minderjarige dochters, waarvan de oudste 17 jaar en de jongste 5 jaar oud was. Pieter Lamme, zwager gehuwd met Joanna-Maria Aerens en wonend te Nevele, werd als maternele deelvooght aangesteld.

In 1774 hield de toen 69-jarige Joannes Maenhout, met behulp van zijn twee jongste dochters Maria-Christina en Livina, het landbouwbedrijf nog steeds op gang. De deelvoogd, Pieter Lamme, was echter van mening dat de meisjes alsnoch seer weynigh ter schoole gegaen hadden ende mitsdien weynigh ervaeren waren inde lecture, schrijven, nayen eta gelijck sij behooren te leeren ende onderwesen te sijn. Blijkbaar nam hij zijn plicht als voogd zeer ter harte want hij drong vriendelijk bij de oude boer aan om de weesmeisjes (Livina was inmiddels 23 jaar oud) te laeten uytwoonen ter scholen in cloosters ofte sevire plaetsen, maar de vader wimpelde de herhaalde verzoeken af.

Pieter Lamme wende zich vervolgens tot de wethouders van Hansbeke, van ambtswege oppervoogden van de wezen. Hij verscheen op 13 april 1774 in gebannen wettelijcke vierschaere ter maenynge van Sieur Frans Braet bailliu, waarbij ook Pieter Van Kerrebrouck burgemeester, Pieter De Schuyter schepen en de halstarrige landbouwer Joannes Maenhout aanwezig waren. De deelvoogd vertelde aan de schepenbank over zijn herhaaldelijk en tevergeefs verzoek. Hij verklaarde bovendien dat de weeskinderen door de hen langs moederszijde achtergelaten eigendommen als seer wel voorsien van middelen mochten beschouwd worden en dat hun vader jaerlycx van sweesen goederen proffitende volgens recht ende costume ghehouden was de meisjes te leeren verstant ende wijsdom naer hun staet, als ander saecken, van welspreekentheyt alwaer tselfs de fransche taele. Hij vroeg dat de wethouders in het familiegeschil zouden willen tussenbeide komen en de in gebreke blijvende vader zouden gebieden zijn kinderen op school te plaatsen.

Ondervraagd door de vierschaar antwoordde de oude Maenhout, die zich als een conservatieve landsman gedroeg, dat hij zijn wezen in de prochie noch van over eenigh tijt heeft ter schole laeten gaen om te leeren in de schole lesen schrijven ende naeyen en oock dat sij redelijck connen lesen schrijven ende naeyen gelijck lantslieden maer en behouven te connen. Hij voegde er aan toe dat hij zijn dochters bij hem thuis wenste te houden om in sijne viduiteyt bij hem te blijven leeren, obserevieren de menargie inde lantsbauwerije zoals hij bij sijn ouders heeft gedaen sonder oyent thebben uytgewoont. Tevens beklemtoonde hij dat de meisjes op de hoeve niet gemist konden worden wegens zijn gebrechigheyt ende aude van bij de 70 jaeren, daer sonder hij de lantbauwerije soude moeten abandoneren ende thuyshouden staecken.

De wethouders hielden hun beslissing in beraad. Na het advies te hebben ingewonnen van rechtsgeleerden, postulerende inde Raede van Vlaenderen, vroegen zij aan de landbouwer, in gebannen vierschaere den 18 meye 1774, hen den staet ende bewijs van goederen (ten sterfhuyse van sijne huysvrouwe gemaecht ende gedaen) voor te leggen teneinde zich te kunnen informeren over de sociale toestand van de betrokkenen.

Na inzage van de bedoelde familiepapieren en andermaal met advijs van rechtsgeleerden werd de oppositie van de vader op de wetsvergadering van 12 oktober 1774 door de wethouders afgewezen. Ze velden als wijze raadslieden een Salomonsoordeel en gelastten Joannes Maenhout de weesen par toure, d’een vooren d’ander naer, te stellen in een clooster alwaer men pensionairen is haudende, tot het becommen hunner nodige educatie, dit respectievelijck voor den tijdt van een jaer en alf. De hiermee gepaard gaande kosten ten bedrage van ongeveer vierentwintigh ponden grooten bij jaere dienden vereffend te worden met de revenuen van de moederlijke goederen van de wezen.

De in dit Salomonsoordeel(1774) betrokken baljuw Frans Braet,zoon van Jan en Joanna Vande Walle alsook zijn broer Gillis Braet en verder Theresa Braet, dochter van Gillis en ook nog Pieter Braet, schoonvader van Gillis en Joseph Braet, zoon van Pieter, spelen een rol in meerdere merkwaardige gebeurtenissen die geschetst worden in ‘Mensen van Vlees en Bloed’. Daarom geeft een schets van deze familie,

gevolgd door 4 ware verhalen, een sprekend beeld van het Hansbeekse dorpsleven in de XVIIIe eeuw( bijlage 4.4 familie Braet). Naast een getuigenis omtrent de verdrinking van een meisje, zijn er betwistingen voor de vierschaar aangaande het recht tot begrazing van een landweg, het sluiten van een verboden jeneverkroeg en een herbergruzie.

Twee jaar na het Salomonsoordeel(1774) van de vierschaar voorgezeten door baljuw Frans Braet huwde de betrokken dochter Livina Maenhout met Jacobus Martens, zoon van Joannes. Samen kregen zij 10 kinderen, waarvan er 4 vroegtijdig overleden. In 1783 kregen zij zelfs twee kinderen die beide datzelfde jaar overleden: Joanne Maria werd op 6 januari geboren en overleed 5 dagen later terwijl op 9 december een naamloos kind dood geboren werd. Nog een jaar later, op 9 december 1784, werd Joannes geboren, maar hij overleed toen hij net geen jaar oud was. De oudste zoon Carolus-Franciscus stierf op 10 maart 1791, op 13-jarige leeftijd. Omstreeks diezelfde tijd, in een verkoopakte In de herberg Reibroek aan Pieter Langeraert, geregistreerd op 24 mei 1791, komt de naam Jacob Martens voor in de plaatsbeschrijving van deze herberg: “… scheedende langs den noortoostkant met eenen gemeenen wal ofte gracht vanop den noortwesthoek tot ontrent het huys ande aldus vervolgende tusschen de hofstede competerende aen Jacobus Martens causa uxora met eene regte linie tot jegens de straete, suyt de straete lopende van Hansbeke naer Lootenhulle…”.

Jacobus en Livina bleven te Hansbeke wonen, waar Jacobus reeds stierf op 20 april 1794, amper 45 jaar oud. Zijn weduwe Livina was toen slechts 43 jaar en bleef achter met 6 ongehuwde kinderen tussen 16 en 2 jaar oud. Toch was ze zeer welstellend. Uit de jaarlijkse lijst van de gemeentebelastingen die tijdens het Hollands Bewind door het gemeentebestuur moest worden aangelegd blijkt dat de weduwe van Jacob Martens in 1819 met een geraamd jaarinkomen van 350 gulden het hoogste inkomen had van alle ingezetenen van Hansbeke. Haar schoonbroers Jan Van Der Vennet-Martens en Carel Martens stonden op de derde en vierde plaats. In 1830 kwam zij op de tweede plaats, na de kasteelbewoner Eugeene of Egidius Dujardin en voor haar schoonzus Regina Martens, weduwe van Frans Van Der Vennet. Marie-Jeanne Dujardin, dochter van Eugeene, trad in 1827 in het huwelijk met Charles-Joseph De Seille en hun zoon Charles-Jean huwde met Monica Lambrecht, dochter van Marie Anna Martens.

Vier kinderen bleven ongehuwd, ook nadat hun moeder te Hansbeke gestorven was op 1 januari 1834, 82 jaar oud:

- Petrus Franciscus was 73 jaar oud wanneer hij op 17 maart 1852 te Merendree stierf als rentenier. Hij bleef ongehuwd;

- Judocus Franciscus stierf op 24 januari 1846 te Merendree, op 57-jarige leeftijd. Hij was zaakwaarnemer. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 25 october 1932 was de 44-jarige Judocus Franciscus of Joos-Francies Martens kandidaat voor het ambt van burgemeester te Hansbeke. Hij behaalde 35 stemmen en werd daardoor nipt verslagen door Charles-Joseph De Seille.

- Regina, grondeigenaarster, overleed eveneens te Merendree op 11 mei 1873, 82 jaar oud;

- Monica, de jongste dochter, was 69 jaar toen zij op 30 mei 1862 overleed te Merendree als rentenierster.

Blijkbaar zijn deze vier vrijgezellen samen gaan wonen bij hun broer Judocus die zaakwaarnemer was en zich voor of omstreeks 1834 in de Kerkwijk te Merendree vestigde. Het is bekend dat de jongste dochter Monica, samen met haar zus Maria Anna die weduwe geworden was na het overlijden van haar man Judocus Lambrecht, op 10 juli 1847 van Hansbeke naar Merendree verhuisde, na het overlijden van hun broer Judocus.Twee dochters van Jacobus en Livina stichtten een gezin en kregen nakomelingen.

Jacobus-Joannes Martens, en vooral zijn weduwe Livina Catharina Maenhout, waren zeer welstellend. De erfenis zal overgaan op de kinderen van Van Vynckt-Martens te Bellem en op de 2 overlevende dochters van het gezin Lambrecht-Martens te Hansbeke. Alles bleef binnen de familie. Er was niet enkel de hoger beschreven bloedverwantschap tussen Jan Martens en Maria Francisca De Brauwer, ouders van Jacob, maar bovendien waren Jacob Martens en zijn echtgenote Livina Maenhaut bloedverwanten van de derde en vierde ongelijke zijlinie.

Gheert Maenhaut (°Hansbeke 25-07-1631) x Maria De Pestel (° Nevele ca 1633)

¯

¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬®®®®®®®®®®®®®

¯ ¯

Jan Martens x Joanna Maenhaut Jan Maenhaut x Livina Sutterman

(°03-12-1656) ¯ (°24-11-1657) (°31-01-1664) ¯ (°07-09-1669)

Judocus Martens x Pieternella Lamme Jan Maenhaut x M. F. Haerens

(°09-11-1686) ¯ (° ca 1694) (°06-06-1705)¯ (°ca 1719)

Jan Martens x M.F. De Brauwer ¯

(°25-03-1719)¯ (°22-04-1724) ¯

Jacob Martens (°Hansbeke 04-09-1748) x Livina Maenhaut (°Hansbeke 29-12-1756)

Carolina Martens dv Jacobus

Carolina Martens was 25 toen zij op 13 augustus 1806 te Hansbeke huwde met de 29-jarige Carolus Franciscus Van Vynckt uit Bellem. Carolus was de zoon van Pieter Franciscus Van Vynckt (wellicht de Pieter die omstreeks 1751 en 1764 burgemeester was te Ursel voor ’t Gentsche Vrije) en Maria Catharina Martens. Carolina ‘s schoonmoeder, Maria Catharina Martens, was een afstammelinge van de aanverwante Bellemse stam Martens. De gehuwden vestigden zich te Bellem op de wijk Pauwelshoek waar Carolina overleed op 7 juli 1817, slechts 36 jaar oud, in het kraambed van haar achtste kind Eugenie. Vier kinderen werden volwassen: Regina die begijn werd te Brugge, Maria Theresia die op 76-jarige leeftijd overleed te Bellem,Rosalia werd 64 jaar oud en de enige zoon Carolus-Ludovicus Van Vynckt was 80 jaar oud toen hij op 6 april 1894 overleed te Hansbeke.

Na het overlijden van Carolina Martens zal Carolus Van Vynckt hertrouwen met Eugenie Lippens uit Ursel, dochter van Pieter Jacobus en Joanna Maria De Wispelaere. Uit dit tweede huwelijk werden nog 4 kinderen geboren te Bellem: een naamloos doodgeboren kind(16-07-1821), Serafien(14-09-1822), Edward(24-04-1824) en Maria Paulina(04-08-1827).

Serafien Van Vynckt, zoon uit dit tweede huwelijk en halfbroer van de kinderen van Carolina Martens, zal later huwen met Maria Martens, kleindochter van Carel Martens( zie XIXe en XXe eeuw). Serafien en zijn zoon Charles Van Vynckt zullen in de XIXe en de XXe eeuw een rol spelen in de gemeentepolitiek van Hansbeke.

Maria Anna Martens dv Jacobus

Maria Anna Martens was reeds 33 jaar toen zij op 20 december 1819 te Hansbeke huwde met de 40-jarige Judocus Lambrecht, landbouwer-eigenaar, zoon van Carolus en Marie Anne Maenhout en kleinzoon van Gillis Lambrecht en Petronella Bogaert. De Lambrechts behoorden tot een welstellende en voorname landbouwers-familie. Opeenvolgende generaties runden een middelgroot landbouwbedrijf op de wijk Ro (nu Rostraat 29) te Hansbeke. Zo was Gillis Lambrecht achtereenvolgens kerkmeester en burgemeester. Twee zonen van hem, Emmanuel en Jan-Frans, werden priester en twee dochters, Catharina en Regina, traden in het Groot-Begijnhof Sint-Elisabeth te Gent. Volgens het register van de gemeentebelastingen van Hansbeke kwam Maria Anna Maenhout, weduwe van Bernard Lambrecht en schoonmoeder van Maria Anna Martens, in 1819 op de vijfde plaats inzake belastbaar inkomen, na de weduwe van Jacob Martens, en ook na kasteelheer Jan Baptist Van de Woestijne, Jan Frans Van Der Vennet en Carel Martens. Ook in 1830 komt zij voor op plaats 5. Maria Maenhout en haar man Bernard Lambrecht waren verwanten van de derde en vierde graad ongelijke zijlinie.

Van de 4 kinderen van Judocus Lambrecht en Maria Anna Martens werden enkel Francisca en Monica volwassen. Toen hun vader stierf op 17 september 1843 was Francisca 21 en Monica 19 jaar. Door het huwelijk van Francisca met Pieter Josef De Schuyter, zoon van Carolus en Pieternella Rosa Wille, en ook door hun zoon Henri De Schuyter komt een binding tot stand van de stam Martens met twee generaties De Schuyter die een rol speelden in de lokale politiek. Nog meldenswaardig: dezelfde Pieter De Schuyter was weduwnaar van Eugenie Martens(1808-1845), zus van Petrus-Francies en Eugenie Coddens( zie XIXe en XXe eeuw).

Personen in parenteel van Gillis LAMBRECHT

I.1 M LAMBRECHT, Gillis                 1692          11-02-1783 Hansbeke

I.2 V BOGAERT, Petronella         08-01-1701 Hansbeke 25-05-1760

II.1 M LAMBRECHT, Bernard Carolus 29-12-1736 Hansbeke

II.2 V MAENHOUT, Marie Anne       21-11-1746 Hansbeke 31-05-1827 Hansbeke

III.1 M LAMBRECHT, Judocus        04-03-1779 Hansbeke 17-09-1843 Hansbeke

III.2 V MARTENS, Maria Anna       23-10-1786 Hansbeke 21-03-1860 Merendree

IV.1 V LAMBRECHT, Rosalia         08-04-1820 Hansbeke 24-04-1820 Hansbeke

IV.3 V LAMBRECHT, Francisca       10-03-1822 Hansbeke 18-12-1869 Hansbeke

IV.2 M De SCHUYTER, Pieter Josef  12-05-1811 Hansbeke 01-04-1885 Hansbeke

V.1 M De SCHUYTER, Henri          11-04-1855 Hansbeke 16-01-1909 Hansbeke

V.2 V De SCHUYTER, Leontine       xx-xx-1861          21-04-1931 Hansbeke

IV.5 V LAMBRECHT, Monica          03-10-1824 Hansbeke 05-04-1903 Merendree

IV.4 M DESEILLE, Charles-Jean     09-11-1829 Aalter   06-10-1895 Merendree

V.3 M DESEILLE, Charles-Jean      18-09-1866 Merendree10-10-1866 Merendree

IV.6 M LAMBRECHT, Josephus        10-02-1826 Hansbeke 19-04-1839 Hansbeke

Na het overlijden van haar vader op 17 september 1843 verhuisde de nog ongehuwde Monica Lambrecht op 10 juli 1847 met haar moeder naar Merendree en ze werden er ingeschreven als particulier. Ze bewoonden een dubbelhuis in de Kerkwijk, gelegen tegenover het kerkhof en het klooster (nu Merendreedorp 31).Een dienstmeid woonde bij hen in. Monica was 35 jaar en nog steeds ongehuwd toen haar moeder te Merendree op 23 maart 1860 stierf. Ze bleef in het ouderlijk huis wonen. Ze bezat te Hansbeke verscheidene eigendommen met een gezamenlijke oppervlakte van 1,5 ha : een huis met tuin en een nabijgelegen partij zaailand op Rokouter, een partij zaailand ten noorden van de Molenstraat, twee huizen met tuin, boomgaard en een partij land ten oosten van de Boerenstraat nabij de viersprong op Reibroek, en nog twee partijen land nabij de viersprong op Dale. Op 23 november 1864, ze was toen 40 jaar, huwde ze te Merendree met de 35-jarige Charles-Jean Deseille (of De Seille). Haar man was zaakwaarnemer, ontvanger-administrateur en sinds 1861 gemeenteraadslid te Hansbeke.

Charles-Jean Deseille was geboren in een voorname familie. Zijn vader Charles-Joseph Deseille was slechts 26 wanneer hij in de Hollandse tijd bij K.B. van 5 juli 1818 tot burgemeester van Hansbeke werd benoemd. Hij verhuisde in 1825 naar Aalter waar hij het burgemeestersambt bekleedde tot 1830 en waar zijn oudste zoon Charles-Jean geboren werd. Hij huwde in 1827 met Marie-Jeanne Dujardin, enige dochter van Egidius en Maria-Josepha De Vos die in de Voordestraat te Hansbeke een kasteel bewoonden ( nu Voordestraat 7). Charles-Joseph Deseille vestigde zich omstreeks 1838 opnieuw te Hansbeke in het kasteel van zijn schoonouders. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 25 october 1832 was hij er met een nipte meerderheid van 37 stemmen (precies de helft van de stemmen plus één) tot burgemeester gekozen, tegenover 35 stemmen voor Joos-Francies Martens. Op 16 januari legde hij in handen van de competente overheyd den vereischten eed af. Na een tijdelijke schorsing door de gouverneur met ingang van 16 november 1833, wegens halstarrigheid na procedurefouten bij de benoeming van een gemeentesecretaris, gaf hij zijn ontslag. Pieter-Jan Schaubroeck volgde hem op als plaatsvervangend burgemeester. Charles-Joseph Deseille overleed in 1858, zijn vrouw in 1891. Hun grafsteen en die van het echtpaar Dujardin-De Vos, bevindt zich onder het derde kerkvenster in de zuidgevel van de Sint-Petrus- en Pauluskerk te Hansbeke. Hun zoon Timor werd notaris.

Personen in parenteel van Egidius DUJARDIN en Charles-Joseph DESEILLE

I.1 M DUJARDIN, Egidius

I.2 V De VOS, Maria-Josepha

II.2 V DUJARDIN, Marie-Jeanne                               1891 Hansbeke

II.1 M DESEILLE, Charles-Joseph 09-09-1791 Sleidinge  17-08-1858 Hansbeke

III.1 M DESEILLE, Charles-Jean  09-11-1829 Aalter     06-10-1895 Merendree

III.2 V LAMBRECHT, Monica       03-10-1824 Hansbeke   05-04-1903 Merendree

IV.1 M DESEILLE, Charles-Jean   18-09-1866 Merendree  10-10-1866 Merendree

III.3 M DESEILLE, Timor         24-04-1844 Hansbeke   11-11-1910 Gent

III.4 V De GRAET, Josepha

Grondeigenaar Charles-Jean Deseille zetelde van 1861 tot 1865 in de gemeenteraad. Hij was blijkbaar populair bij de stemgerechtigden vermits hij bij de verkiezingen van 30 october 1860 100 van de 104 uitgebrachte stemmen kreeg. In mei 1865 verhuisde hij naar Merendree zodat hij krachtens artikel 57 van de gemeentewet ophielt raadslid te zijn. In Merendree bewoonde het echtpaar Charles-Jean De Seille-Monica Lambrecht het ouderlijk renteniershuis in de Kerkwijk. Ze hadden een dienstmeid en een dienstknecht-koetsier. Monica baarde er op 18 september 1866 een zoontje Charles-Jean dat na 28 dagen, op 10 october, overleed. Charles-Jean, echtgenoot van Monica, overleed te Merendree op 6 october 1895.

Albert Martens verwijst er naar dat volgens een mondelinge overlevering de weduwe Monica Lambrecht aan een erge oogkwaal leed en wellicht daarom naar Zandekapelletje te Hansbeke, gebouwd door Pieter Sutterman, op bedevaart kwam. Daar werd de H. Coleta aangeroepen tegen oogziekten. Zo zou zij de belofte gedaan hebben om daar een nieuwe Mariakapel te laten bouwen in plaats van het bouwvallig bedehuisje. Zo kwam in 1901 de huidige Zandekapel tot stand. Het oude kapelletje, gebouwd door Pieter Sutterman op grond van het toenmalige Goed ter Elst, stond op grond die eigendom was van de weeskinderen van Charles Bruggheman en Marie-Clemence De Schuyter. Hun voogd Henri De Schuyter, halfbroer van Marie-Clemence, was zeker een goede kennis van Monica vermits zijn moeder Francisca Lambrecht een oudere zus was van Monica. Twee jaar na het bouwen van de kapel stierf Monica te Merendree.

Doodsprentje van Monica Lambrecht

4.7.3 Norbertina Martens(1751-1821 ) dv Joannes

Op 19 april 1785 huwde de 34-jarige Norbertina Martens te Hansbeke met de 36-jarige Judocus Franciscus Maenhout, landsman en zoon van Petrus en Serafie De Decker. De gehuwden waren bloedverwanten in de derde en de vierde graad vermengd.Zij woonden op de wijk Reybroeck, Carmenhoek te Hansbeke.

Uit dit huwelijk werden tussen 1786 en 1793 vijf kinderen geboren te Hansbeke. De jongste dochter Maria Theresia werd begijntje. De oudste zoon Petrus Joannes bleef ongehuwd en stierf als rentenier op 59-jarige leeftijd. Anna Catharina was slechts 281 dagen oud toen zij stierf.

Hun oudste dochter Maria Anna Maenhout was 44 jaar oud toen zij op 11 juni 1831 te Hansbeke huwde met de 43-jarige landbouwer Gerardus Francies Maenhout, zoon van Georgius en Rosa Jacoba Steyaert. Zij kregen geen kinderen. Gerard Francies Maenhout was na de Belgische onafhankelijkheid van 1837 tot 1848 gemeenteraadslid te Hansbeke( zie XIXe eeuw).

Toen Norbertina Martens overleed op 9 februari 1821,70 jaar oud, had zij 4 kleinkinderen in leven uit het huwelijk van haar dochter Carola Maenhout met August Hanssens. Carola Maenhout was geboren te Hansbeke op 15 december 1791, dus nog net voor het jaar 1 van de republikeinse kalender die werd ingevoerd met ingang van 22 september 1792, dag waarop de Franse republiek werd uitgeroepen.

Personen in parenteel van Petrus MAENHOUT

I.1 M MAENHOUT, Petrus

I.2 V De DECKER, Serafie

II.1 M MAENHOUT, Judocus F.  18-09-1748 Hansbeke    22-04-1829 Hansbeke

II.2 V MARTENS, Norbertina   08-03-1751 Hansbeke    09-02-1821 Hansbeke

III.2 V MAENHOUT, Maria Anna 07-07-1786 Hansbeke    13-12-1863 Hansbeke

III.1 M MAENHOUT, Gerardus F.05-08-1787 Hansbeke    12-10-1863 Hansbeke

III.3 M MAENHOUT, Petrus J.  29-10-1787 Hansbeke    18-11-1846 Hansbeke

III.4 V MAENHOUT, Anna Cath. 28-03-1790 Hansbeke    03-01-1791 Hansbeke

III.6 V MAENHOUT, Carola     15-12-1791 Hansbeke    12-02-1861 Nevele

III.5 M HANSSENS, Augustinus 10-07-1792 Nevele      07-01-1887 Hansbeke

IV.1 M HANSSENS, Edwardus    13-06-1826 Nevele

IV.2 M HANSSENS, Carolus L.  04-07-1827 Nevele      11-01-1916 Hansbeke

IV.3 M HANSSENS, Bruno       10-12-1828 Nevele      21-07-1864 Hansbeke

IV.4 V HEYDE, Rosalie        13-01-1825 Hansbeke    01-04-1897 Hansbeke

V.1 M HANSSENS, Cornelius    09-04-1860 Hansbeke    05-08-1864 Hansbeke

V.2 M HANSSENS, Emiel        12-12-1862 Hansbeke    08-04-1909 Hansbeke

V.3 V MARTENS, Maria P.P.    29-04-1864 Hansbeke    05-12-1950 Hansbeke

V.4 V HANSSENS, Virginia T.  16-01-1864 Hansbeke    13-07-1864 Hansbeke

IV.5 M HANSSENS, Edwardus F.  17-09-1830 Nevele     10-08-1889 Nevele

IV.6 V Van HEULE, Clementina  26-10-1838 Nevele

V.6 V HANSSENS, Maria Virginia19-01-1880 Nevele     14-10-1913 Nevele

V.5 M De WAELE, Charel        16-11-1872 Poesele    09-01-1938 Nevele

VI.9 V De WAELE, Maria Rosalie 22-02-1906 Nevele    21-06-1997 Hansbeke

VI.8 M MARTENS, Marcel Joseph  18-09-1903 Hansbeke  23-05-1989 Hansbeke

V.7 M HANSSENS, Kamiel               1870 Nevele

V.8 V BONAMIE, Emma                  1873 Hansbeke

V.9 M HANSSENS, Jan

V.10 V VERRIJSSEL,

V.11 V MAENHOUT, x

V.13 V HANSSENS, x

V.12 M LOONTJENS, Hildefons

V.15 V HANSSENS, x

V.14 M De SMET, Theoduul

V.17 V HANSSENS, x

V.16 M VERHELST, Adolf

IV.8 V HANSSENS, Maria Virginie   20-09-1832 Nevele

IV.7 M VEREECKEN, Jan Baptist     26-07-1810 Evergem

IV.9 M HANSSENS, Petrus           24-09-1??? Hansbeke

III.7 V MAENHOUT, Maria Theresia  24-09-1793 Hansbeke


Op 9 april 1825 huwde de 33-jarige Carola Maenhout, met de 32-jarige August Hanssens uit Nevele, zoon van Josefus en Joanna Catharina Van Rentergem. Hun eerste zoontje Edward werd geboren te Nevele op 13 juni 1826. Zij krijgen in totaal 6 kinderen. Zoals vader August zal ook de tweede zoon Carolus een rol spelen in de Hansbeekse gemeenteraad (zie XIXe eeuw). Van de kinderen van Bruno Hanssens wordt enkel Emiel volwassen. Door het huwelijk van Emiel, achterkleinzoon van Norbertina Martens, met Maria Martens, weduwe van Serafien Van Vynckt, zal andermaal een verbinding met de stam Martens tot stand komen (zie XIXe en XXe eeuw). De afstammelingen van Emiel Hanssens hebben dus twee stammoeders Martens: Maria en Norbertina. Ook aan deze zijde van de stam zijn 3 generaties gemeenteraadsleden en/of schepenen te vinden: eerst August, daarna Carolus en tenslotte Emiel Hanssens.

Uit het huwelijk van Edward Hanssens met Clementina Van Heule werden zes kinderen geboren die afstammelingen kregen. Hun dochter Maria Virginia Hanssens trad in het huwelijk met Charel De Waele. Zij kregen drie kinderen waarvan de oudste dochter Maria huwde met Marcel Martens, zoon van Emiel Martens. Bij het huwelijk van Marcel Martens en Maria De Waele was Emiel Hanssens reeds 20 jaar overleden en Marcel zal wellicht de tweede echtgenoot van zijn tante Maria niet of nauwelijks gekend hebben. Misschien wist hij toen niet eens dat zijn eveneens overleden schoonmoeder Virginia Hanssens een nicht was van Emiel Hanssens en dat meteen een derde binding Martens-Hanssens tot stand kwam.

4.7.4 Joanna Petronilla Martens (1752-1831) dv Joannes

Op 6 september 1785 huwde de 32-jarige Joanna Martens met de 42-jarige Jan Baptist Hallaert uit Aalter. Hij was de zoon van Petrus en Livina De Neve. Hij vestigde zich als landbouwer te Aalter, waar een zoon en twee dochters geboren werden. De tweede dochter Regina overleed 2 dagen na haar geboorte. Joanna Martens was 79 jaar oud toen zij in 1831 te Aalter overleed. Zij was toen reeds 18 jaar weduwe.

Personen in parenteel van Petrus HALLAERT

I.1 M HALLAERT, Petrus

I.2 V De NEVE, Livina

II.1 M HALLAERT, Jan Baptist      24-02-1743 Aalter    09-05-1813 Aalter

II.2 V MARTENS, Joanna Petronilla 20-10-1752 Hansbeke  19-04-1831 Aalter

III.1 M HALLAERT, Karel           28-08-1786 Aalter

III.2 V HALLAERT, Maria Theresia  18-01-1788 Aalter

III.3 V HALLAERT, Regina          06-02-1790 Aalter    08-02-1790 Aalter

Wellicht is het van deze familie Hallaert dat sommigen een eeuw later uitweken naar Detroit. Deze tak is ook verwant met de familie Bruggeman uit Aalter, familie waarvan een zoon Julien en een dochter Anna in 1958 te Hansbeke in het huwelijk traden met respectievelijk Arlette en Carlos Martens, en aldus opnieuw een binding met de stam Martens tot stand brachten.

4.7.5 Maria Petronilla Martens (1754-1789 ) dv Joannes

Op 8 april 1788 trad de 35-jarige Maria Petronilla te Hansbeke in het huwelijk met de 35-jarige Joseph Cackaert uit Nevele, zoon van Bauduyn en Joanna Meganck. Zij vestigden zich te Nevele, wijk Veldeken. Joseph en Maria Petronilla waren bloedverwanten in de vierde graad zijlinie. Zij hadden gemeenschappelijke betovergrootouders.

Op 17 augustus 1789 werd haar zoontje Joannes geboren, maar het kind stierf dezelfde dag. Ook Maria Petronilla stierf twee dagen later in het kraambed. Dit was meteen het einde van deze tak van de stam Martens.

Personen in parenteel van Bauduyn CACKAERT

I.1 M CACKAERT, Bauduyn

I.2 V MEGANCK, Joanna

II.1 M CACKAERT, Joseph          09-02-1753 Nevele

II.2 V MARTENS, Maria Petronilla 14-01-1754 Hansbeke    19-08-1789 Nevele

III.1 M CACKAERT, Joannes        17-08-1789 Nevele 17-08-1789 Nevele

II.3 V Van RENTERGEM, Maria A.J. 10-12-1767 Nevele

III.2 M CACKAERT, Mauris         26-12-1797 Nevele

III.3 V CACKAERT, Marie Therese  15-08-1799 Nevele

III.4 M CACKAERT, Bernard        29-05-1801 Nevele

III.5 M CACKAERT, Joseph         28-10-1805 Nevele

III.6 V CACKAERT, Marie Therese  25-03-1807 Nevele

Op 3 maart 1791, bijna 3 jaar na het overlijden van Maria Petronilla, hertrouwde Joseph Cackaert met Maria Van Rentergem, dochter van Jan en Joanna Sutterman. Uit dit tweede huwelijk werden te Nevele nog vijf kinderen geboren, waaronder ook Marie Thérèse Cackaert(° Nevele 1799).

Op 8 september 1810 werd nog een Maria Theresia Cackaert geboren te Nevele wijk Veldeken, namelijk de latere echtgenote van Joannes De Waele en overgrootmoeder van Maria De Waele die door haar huwelijk met Marcel Martens deel uitmaakt van de hoofdstamlijn Martens. Het lijkt waarschijnlijk maar is niet aangetoond dat het hier om dezelfde familie Cackaert gaat, verwant aan Joseph Cackaert, echtgenoot van Maria Petronilla Martens.

Personen in parenteel van Maurice CACKAERT

I.1 M CACKAERT, Maurice               1783 Nevele

I.2 V Van Der PLAETSE, Catharina      1788 Nevele

II.2 V CACKAERT, Maria Theresia 08-09-1810 Nevele

II.1 M De WAELE, Joannes              1801 Poesele

III.1 M De WAELE, Joannes Bapt. 04-03-1838 Poesele    04-11-1918 Vynckt

III.2 V BAFORT, Marie Theresia  23-01-1841 Poesele    28-02-1927 Poesele

IV.1 M De WAELE, Charel         16-11-1872 Poesele    09-01-1938 Nevele

IV.2 V HANSSENS, Maria Virginia 19-01-1880 Nevele     14-10-1913 Nevele

V.2 V De WAELE, Maria Rosalie   22-02-1906 Nevele     21-06-1997 Hansbeke

V.1 M MARTENS, Marcel Joseph         18-09-1903 Hansbeke         23-05-1989 Hansbeke
Geschreven door Laurent Martens om 11:08 Reageer op dit bericht

4.8. Andere tijdgenoten uit de XVIIIe eeuw

4.8 Andere tijdgenoten uit de XVIIIe eeuw

4.8.1 Afstammelingen van stamlijnen Martens uit XVIIe eeuw

Afstammelingen van hoofdstamlijn Jacob Martens(1590-1646 ), baljuw

De oudste zoon Jan werd, evenals zijn vader, baljuw van Hansbeke. De kinderen uit zijn huwelijken met Barbara Speeckaert en Elisabeth Rijckaert zorgden voor een uitgebreid nageslacht, waarvan sommigen ook nog tijdens de XVIIIe eeuw konden gevolgd worden.

Kinderen en familie van Gheeraert Martens zv Jacob

Clausijntjen Martens(+1660), dochter van Gheeraert en kleindochter van Jacob huwde in 1659 met Boudewijn Maenhaudt en stierf in het kraambed. Hier zijn dus geen afstammelingen in de XVIIIe eeuw. Haar man trad evenwel nog tweemaal in het huwelijk: in 1662 met Maria De Muynck en in 1667 met Petra Braet.

Kinderen en kleinkinderen van Jacques Martens zv Jacob

Zoon Jacques Martens en Joanna Coppens hadden drie minderjarige kinderen toen Jacques overleed. Zijn zoon Mattheus Martens(1667-1703) kreeg zes kinderen uit zijn huwelijk met Catharina Schatteman te Hansbeke. Na haar overlijden krijgt hij te Bellem met zijn tweede vrouw Joanna Standaert nog vier kinderen die de naam Martens dragen.

Kinderen en kleinkinderen van Suzanna Martens dv Jacob

Suzanna’s dochter Joanna Vande Putte(1651-1681) huwde met de brouwerszoon Nicolaus Mijnsberghe. Hun dochter Maria Mijnsberghe(°1672) huwde op haar beurt met Arnold Van Vooren. Joanna Van Vooren(1695-1756), achterkleindochter van Suzanna Martens, krijgt te Hansbeke twee jongens en twee meisjes uit haar huwelijk met Jan De Vliegher(1690-1754). De oudste zoon Carel-Adriaen De Vliegher trouwt met Pieternella De Wever. Jan De Vliegher was uitbater van de herberg In het Land van Nevele aan de Brugse vaart te Hansbeke. Jan De Vliegher had deze herberg in cheynpacht van de baron van Nevele en voerde er belangrijke verbeteringswerken uit (zie hoofdstuk 3). Susanna’s oudste zoon Frans Vande Putte(1647-1693), die de herberg In Mechelen uitbaatte, kreeg twee jongens en twee meisjes uit zijn huwelijk met Elisabeth Maenhout en nog eens een dochter uit zijn tweede huwelijk met Catharine De Crets.

Familie van Francisca Martens dv Jacob

Door het huwelijk van Francisca Martens(1631-1391) met Jacques Braet komt een familiale band tot stand met de familie Yserman en later ook met de familie Lefebure. De acht kinderen uit het huwelijk van Jan Yserman en Isabella Yserman zijn alle geboren in het begin van de XVIIIe eeuw. In ‘Mensen van Vlees en Bloed’ wordt uitvoerig een verhaal besproken uit 1701 waarbij de aangetrouwde familie van Francesca Martens betrokken is. Janneken Arents, echtgenote van Jan Yserman en dus schoondochter van Elisabeth Braet(wiens broer Jacques gehuwd was met Francesca Martens), legt er getuigenis af bij een merkwaardige gebeurtenis.

Een soldatenkind(1705)

Gillis Van Vynckt, zoon van Frans en Maria Van Renterghem, geboren te Hansbeke op 21 juni 1660, was wagenmaker. Hij huwde circa 1686 met Elisabeth Goethals die reeds overleed toe zij pas 26 jaar was. In 1690 hertrouwde hij met Maria Van Hove, geboren te Hansbeke op 24 maart 1663, dochter van Pieter en Maria Van Hulle. Omstreeks 1700 woonde Gillis Van Vynckt in een hofstede op de zuidoostelijke hoek aan de driesprong te Reibroeck. Hij overleed op 23 januari 1702. Zijn tweede vrouw, die zeven kinderen ter wereld bracht, bleef achter met vijf minderjarige weesjes.

Drie jaar later, op 8 februari 1705, baarde de weduwe een onwettig kind van het mannelijk geslacht dat op dezelfde dag door onderpastoor Ferdinand Colman met de naam Frans gedoopt werd. Er werd in het dorp gefluisterd dat Frans Van Vynckt, zoon van Jacques en neef van wijlen Gillis Van Vynckt, de biologische vader was. Ook de doopheer vermelde in de doopakte een zekere Frans als de vermeende vader. De boreling overleed ’s anderdaags en werd in de overlijdensakte ditmaal als bastaardzoon van Frans Van Vynckt geregistreerd.

Teneinde hieromtrent de ware toedracht te achterhalen werd op 28 juli daaropvolgend (nogal laattijdig) op verzoek van baljuw Pieter De Muynck door Pieter Sutterman, burgemeester, Pieter Vande Veire en Pieter De Langhe schepenen, een enqueste ende beleet van oorconden ghehauden. De wethouders ondervroegen drie vrouwen die mogelijk bij de bevalling geassisteerd hadden.

Janneken De Buck, 28 jaar oud, huysvrauwe van Jan Van Speybrouck, die voordien bij weduwe Van Vynckt dienstmaerte was, verklaarde dat zij inderdaad inde maent february heeft gheweest ten huyse van Marie Van Hove alswanneer deselve is verlost van kinde. Ze voegde er echter aan toe dat zij de kraamvrouw in aerbeytsnoot sijnde niet en heeft hooren segghen nochte declareren dat het kint saude verweckt sijn bij Frans Van Vynckt fs Jaecques ofte iemant anders. Ze zie ook nog ghehoort thebben dat het is gheweest den ghemeenen faeme ende gheruchte dat het kint den voornoemden Frans Van Vynckt saude toebehoren, sonder dat iemant anders erin is betuyght gheworden den vader te wesen.

Janneken Arents, 50 jaar oud, huisvrouw van Jan Yserman zv Gheert, buurvrouw die dezelfde vragen diende te beantwoorden, beweerde bij de bevalling niet tegenwoordig geweest te zijn. Ze wist dat Frans Van Vynckt als biologische vader vernoemd werd doch had ook soùwijlen hooren segghen dat het een fusselierskint saude sijn.

Vanzelfsprekend werd ook Tanneken Van Loocke, 52 jaar oud, huisvrouw van Servaes Van Nieuwkercke, vroenvrauwe emmers doende de functie ervan, op het matje geroepen. Ze verklaarde Marie Van Hove na de bevalling bezocht te hebben en er het kint ghevonden thebben sonder dat sij het selve heeft ontfanghen. Ze had het boorlingske ghedreghen naer de kercke om ghedoopt te worden. De weduwe had haar niet ghedeclareert wie den vader was maar gezegd: Sij legghen mij soldaten ende ick en hebbe gheenen man. Waren deze vertrouwelijke woorden een onrechtstreekse bekentenis dat het kind door een ingekwartierde soldaat verwekt was?

Dit gebeuren doet er aan herinneren dat de Brugse vaart tijdens de Spaanse Successieoorlog een verdedigingslinie vormde tegen de invallen van de Hollanders. Te Hansbeke frekwenteerden toen soldaten onder bevelhebber Marchalck. Burgemeester Pieter Sutterman, die het verhoor mede afnam, is de vader van Boudewijn Sutterman en grootvader van Maria Rosa Sutterman , latere echtgenote van hoofstamhouder Carel Martens.

Afstammelingen van hoofdstamlijn Pieter Martens (1602-1653) zv Jacob

Ook van de afstammelingen van Pieter Martens konden naast de hoofdstamlijn van zijn zoon Guilliame, nog meerdere vertakkingen gevolgd worden in de XVIIIe eeuw. Onderstaand schema is vooral uitgewerkt voor de afstammelingen te Bellem: Guilliame, Pieter en Jan. Ook van de dochter Janneken zijn de afstammelingen in Ingelmunster gekend.

Kleinkinderen van Pieter Martens(1636-1677) zv Pieter

Tijdens de tweede helft van de XVIIIe eeuw zijn er in deze stamlijn te Bellem drie afstammelingen met de naam Martens, maar uitsluitend in de vrouwelijke lijn: Christina, gehuwd met Pieter Wille, Catharina gehuwd met Jan Licoens en Joanna, gehuwd met Jan Bultinck. Arnoldus Martens, zoon van Pieter en kleinzoon van Pieter stierf in 1720, Anna in 1717, Adriana in 1758 en Jan in 1758.

Personen in parenteel van Pieter MARTENS

I.1 M MARTENS, Pieter     31-03-1636 Bellem      01-08-1677 Bellem

I.2 V De SUTTERE, Sara    29-10-1634 Bellem      16-07-1710 Bellem

II.1 M MARTENS, Arnoldus  22-07-1663 Bellem      15-03-1720 Bellem

II.2 V Du PREZ, Catharina       1672             21-03-1740 Bellem

III.2 V MARTENS, Christina      1705                   1757

III.1 M WILLE, Pieter

III.4 V MARTENS, Catharina      1708                   1773

III.3 M LICOENS, Jan

II.3 V MARTENS, Anna      24-08-1665 Bellem      07-10-1717 Bellem

II.5 V MARTENS, Adriana   23-03-1669 Bellem      04-11-1758 Bellem

II.4 M CLAEYS, Joannes    14-04-1664 Bellem      13-10-1719 Bellem

II.6 M MARTENS, Jan             1672                   1758

II.7 V MATTHYS, Joanna

III.6 V MARTENS, Joanna         1706                   1780

III.5 M BULTINCK, Jan

Kleinkinderen van Jan Martens(1644-1709), zn van Pieter

Jan, waard van Haltebij, huwde driemaal en kreeg elf kinderen, maar verdere informatie over de volgende generatie van zijn kleinkinderen is niet beschikbaar.

Kleinkinderen van Joanna Martens(°1633), dochter van Pieter

Janneken had vijf kinderen waarvan minstens twee, met de naam Heytens, nog leefden tijdens de XVIIIe eeuw. Zij woonden te Ingelmunster.

Personen in parenteel van Boudewijn HEYTENS

I.1 M HEYTENS, Boudewijn    08-06-1673 Ingelmunster

I.2 V MARTENS, Janneken     15-03-1633 Bellem     na8-6-1673 Ingelmunster

II.1 V HEYTENS, Maria       20-05-1650 Gent H. Ma 03-10-1651 Bellem

II.2 V HEYTENS, Maria Cath. 04-08-1661 Ingelmunster

II.3 M HEYTENS, Joos        07-11-1667 Ingelmunster

II.4 V Vanden BUSSCHE, Joan.20-03-1665 Zwevezele  12-03-1730 Zwevezele

II.5 M HEYTENS, Petrus      08-12-1670 Ingelmunster

II.6 M HEYTENS, Jan         07-03-1673 Ingelmunst 23-09-1729 Ingelmunster

II.7 V MERVEILLE, Joanna                          28-06-1743 Ingelmunster

II.9 V HEYTENS, Livina                 Bellem     11-03-1729 Ingelmunster

II.8 M LOBBESTALL, Nicolaas

II.10 M KINT, Jacob

II.11 M HEYTENS, Jan                    Ingelmunster         Ingelmunster

Afstammelingen van hoofdstamlijn Guilliame (1628-1708) zv Pieter

De afstammelingen van Guilliame gaan uitsluitend door langs de hoofdstamlijn van zijn zoon Jan(1650-1720)en verder langs zijn kinderen Guilliame, Joos, Jacob, Francies en Carel die in de XVIIe eeuw werden geboren en tijdens de XVIIIe eeuw overleden.

Afstammelingen van Joannes Martens(1656-1729) en stamlijn Joos Maenhout (bijlage 4.5) tijdens de XVIIIe eeuw

Het parenteel met de afstammelingen van stamhouder Jan Martens(1656-1729) uit Bellem en Joanna Maenhout(1656-1691) uit Hansbeke, kleindochter van Joos Maenhout, behelst de namen van 125 personen die alle geleefd hebben tijdens de XVIIIe eeuw.

De spreiding van de geboortedata illustreert de leeftijdsverschuivingen tussen en binnen de opeenvolgende generaties. De geboortedata van de kinderen en aangetrouwde kinderen van Jan Martens en Joanna Maenhout varieert tussen 1684 en 1709, deze van hun kleinkinderen tussen 1716 en 1743, van hun achterkleinkinderen tussen 1744 en 1801 en van de volgende (onvolledige) generatie, tussen 1776 en 1837.

Guilliame Martens, de oudste zoon van Jan en Joanna Maenhout, en ook zijn vrouw Joanna D’Huyvetter, zijn overleden te Hansbeke maar hun beide dochters werden geboren te Canegem. Hun kleinkinderen woonden te Nevele en te Hansbeke.

Hoofdstamlijnhouder Judocus Martens huwde met de Hansbeekse Petronilla Lamme, waar zij zich ook vestigden. Hun dochter Joanna, begijntje, overleed te Aalst. Hun zoon en hoofdstamlijnhouder Jan bleef te Hansbeke met zijn vrouw Maria De Brauwer. Meerdere afstammelingen van Jan en Maria De Brauwer blijven te Hansbeke. Uitzonderingen zijn Carolina die huwt met Carolus Van Vynckt te Bellem, Joanna die huwt met Jan Baptist Hallaert en waarvan de kinderen te Aalter geboren worden, en Maria die huwt met Joseph Cackaert.

Francies, zoon uit het tweede huwelijk van Jan met Maria Ledeganck, krijgt kinderen en kleinkinderen uit zijn twee huwelijken die gespreid zijn over meerdere gemeenten, vooral in West-Vlaanderen: Varsenare, Ruddervoorde, Jabbeke, Snellegem en Oudenburg.

De afstammelingen van Jacobus Martens, zoon van Jan en Joanna Maenhout, zijn dan weer verspreid over Ursel, Aalter, Assenede en Bellem.

4.8.2 Voorouders verwante families van Stam Martens in XIXe eeuw

In de hoofdstamlijn is Maria Rosa Sutterman(1771-1850), echtgenote van Carel Martens(1766-1837) op 12 januari 1771 te Hansbeke geboren als dochter van Boudewijn en Joanna De Pauw. Haar grootvader Petrus(°24-05-1687) ,burgemeester, en haar grootmoeder Livina Lamme(°1689) werden te Hansbeke geboren aan het einde van de XVIIe eeuw. Haar voorouders werden reeds besproken bij de XVIIe eeuw.

Ook de grootouders en ouders van Serafien Van Vynckt(1822-1890) en schoonouders van Maria Martens(1864-1950) overbruggen de XVIIIe eeuw te Bellem. Bovendien komt daarbij reeds een dubbele binding tussen de families Martens en Van Vynckt tot uiting (zie verder XIXe eeuw). Carolina Martens(1781-1817), de eerste echtgenote van Carolus Van Vynckt zv Pieter, was een dochter van Jacobus Joannes Martens en Livina Catharina Maenhout. Maria Catharina Martens(°1747), echtgenote van Pieter Van Vynckt en grootmoeder van Serafien Van Vynckt was een dochter van Carolus Martens en Marie Anna Steyaert.

Personen in parenteel van Pieter Franciscus Van VYNCKT

I.1 M Van VYNCKT, Pieter F.

I.2 V MARTENS, Maria Catharina         1747

II.1 M Van VYNCKT, Carolus F.    23-10-1776 Bellem      29-05-1863 Bellem

II.2 V MARTENS, Carolina         30-06-1781 Hansbeke    07-07-1817 Bellem

De voorouders van Dorothea Van Der Plaetse, eerste echtgenote van Petrus-Francies Martens , hebben hun roots tijdens de XVIIIe eeuw te Nevele.

Personen in parenteel van Petrus Van Der PLAETSE

I.1 M Van Der PLAETSE, Petrus

I.2 V VLERICK, Maria

II.1 M Van Der PLAETSE, Bernard   27-11-1794 Nevele    31-03-1876 Hansbeke

II.2 V VYNCKE, Sophie

III.2 V Van Der PLAETSE, D.C.     06-09-1831 Nevele    13-07-1859 Hansbeke

III.1 M MARTENS, Petrus-Francies  04-03-1810 Hansbeke  30-01-1900 Hansbeke

IV.1 M MARTENS, xxx               01-07-1859 Hansbeke  01-07-1859 Hansbeke

III.3 M Van der PLAETSE, August              Hansbeke

III.4 V VERSTRAETEN, Adelaïde

De voorouders van Emma Mestdagh, echtgenote van Emiel Martens, waren in de XIXe eeuw verspreid over Hansbeke, Meigem, Merendree en Landegem

Personen in parenteel van Judocus MESTDAGH

I.1 M MESTDAGH, Pieter

II.2 V BATSLé, Marie

II.1 M MESTDAGH, Judocus         12-05-1757 Hansbeke  28-03-1819 Hansbeke

II.2 V De MEYER, Francisca             1767 Drongen   11-02-1835 Hansbeke

III.1 M MESTDAGH, Bernardus      23-11-1794 Hansbeke  26-01-1875 Meigem

III.2 V De DECKER, Francisca     07-10-1798 Vinkt     30-01-1863 Meigem

IV.1 M MESTDAGH, Constant        04-05-1832 Meigem    14-04-1913 Hansbeke

IV.2 V CATHOIR, Rosalia          12-03-1849 Merendree 28-10-1918 Aalter

IV.2 V MESTDAGH, Emma            17-03-1878 Landegem  30-05-1964 Hansbeke

IV.1 M MARTENS, Emiel            22-05-1871 Hansbeke  09-05-1955 Hansbeke

Personen in parenteel van Joannes CATHOIR

I.1 M CATHOIR,Joannes                        Bellem

I.2 V VAN HOLSBEKE, Joanna       27-06-1740 Hansbeke  14-07-1815 Merendree

II.1 M CATHOIR, Pieter           03-01-1770 Merendree 17-04-1830 Merendree

II.2 V DE COSTER, Anna           03-09-1776 Merendree 06-07-1811 Merendree

III.1 M CATHOIR, Carel                 1813 Merendree 06-05-1892 Hansbeke

III.2 V MARTENS, Joanna Maria    02-02-1814 Merendree na 1892

IV.1 V CATHOIR, Rosalia          12-03-1849 Merendree 28-10-1918 Aalter

De voorouders van Maria De Waele, echtgenote van Marcel Martens, waren gevestigd te Nevele en Poesele. De familie Hanssens wordt elders besproken.

Personen in parenteel van Francies De WAELE

I.1 M De WAELE, Francies         omstr 1774 Poesele

I.2 V LEDEGANCK, Monica

II.1 M De WAELE, Joannes               1801 Poesele

II.2 V CACKAERT, Maria Theresia  08-09-1810 Nevele

III.1 M De WAELE, Joannes Baptist04-03-1838 Poesele   04-11-1918 Vynckt

III.2 V BAFORT, Marie Theresia   23-01-1841 Poesele   28-02-1927 Poesele

IV.1 M De WAELE, Charel          16-11-1872 Poesele   09-01-1938 Nevele

IV.2 V HANSSENS, Maria Virginia  19-01-1880 Nevele    14-10-1913 Nevele

V.2 V De WAELE, Maria Rosalie    22-02-1906 Nevele    21-06-1997 Hansbeke

V.1 M MARTENS, Marcel Joseph     18-09-1903 Hansbeke  23-05-1989 Hansbeke

Personen in parenteel van Bernard BAFORT

I.1 M BAFORT, Bernard            omstr 1759 Nevele

I.2 V MORTIER, Jeanne Marie      omstr 1788 Poesele

II.1 M BAFORT, Jean Baptiste     23-03-1813 Poesele

II.2 V Van Der PLAETSE, Rosalia  21-05-1812 Poesele

III.2 V BAFORT, Marie Theresia   23-01-1841 Poesele   28-02-1927 Poesele

III.1 M De WAELE, Joannes Baptist04-03-1838 Poesele   04-11-1918 Vynckt

4.8.3 Familie De Backer

De verst bekende voorouder van Josette De Backer(°1937), echtgenote Laurent Martens, is Petrus De Backer die voor 1609 werd geboren te Mariakerke bij Gent. De hoofdstamlijn werd te Wondelgem voortgezet door zijn zoon Geeraerd De backere(zie XVIIe eeuw) en vervolgens door diens zoon Lieven.

Personen in parenteel van Lieven De BACKERE

III.9 M De BACKERE, Livinus   31-12-1687 Wondelgem    16-08-1729 Wondelgem

III.10 V De WEVERE, Marie

IV.2 M De BACKER, Geeraerd    09-04-1716 Wondelgem

IV.3 M De BACKER, Pieter            1718 Wondelgem    07-04-1726 Wondelgem

IV.5 V De BACKER, Elisabeth   29-02-1720 Wondelgem          1779 Wondelgem

IV.4 M VEREECKEN, Judocus

IV.6 M De BACKER, Livinus     12-11-1722

IV.7 M De BACKER, Joannes     28-09-1725 Wondelgem    31-10-1781 Wondelgem

IV.8 V APERS, Anna Maria ex Lochristi

V.1 M De BACKER, Jan Baptist  10-06-1763 Wondelgem          1778 Wondelgem

V.2 M De BACKER, Balduinus    09-10-1766 Wondelgem          1767 Wondelgem

V.3 M De BACKER, Pieter Franc.10-06-1768 Wondelgem

V.4 M De BACKER, Livinus Jos. 28-10-1771 Wondelgem

V.5 V TEIRLINCK, Ludovica Oostakker

V.6 M De BACKER, Jacobus      01-10-1775 Wondelgem     01-09-1824 Oostakker

V.7 V De BACKER, Joanna Ther. 23-06-1778 Wondelgem     22-11-1778 Wondelgem

IV.9 V De BACKER, Petronilla  17-04-1729 Wondelgem

Livinus(Lieven) De backere(°31-12-1687 +1729)

In de derde generatie van deze stamlijn worden 6 kinderen geboren uit het huwelijk van Lieven De backere (of soms De Backer) met Marie de Wevere. Zij zijn op 23 september 1714 getrouwd te Wondelgem met als getuigen Gerardus de backere(misschien de broer van zijn grootvader) en Petronilla de Wevere. Lieven is dan 27 jaar.

Livinus overlijdt op 16 augustus 1729, slechts 43 jaar oud. Hij wordt begraven in de kerk te Wondelgem, wat er op wijst dit hij een zeker maatschappelijk aanzien had verworven. Van Marie De Wevere wordt geen begrafenis vermeld in de parochieregisters van Wondelgem. Wellicht is zij elders gaan wonen. Vermits zij bij het overlijden van Lieven achterbleef met 5 kinderen tussen 5 maand en 13 jaar is het mogelijk dat zij hertrouwde.

Gezinsfiche

Livinus De backere        X        Marie de Wevere

° Wondelgem 31-12-1687                ° Wondelgem 23-09-1714

+ Wondelgem 16-08-1729

Kinderen

1. Geeraerd De Backer

° Wondelgem 09-04-1716

2. Pieter De Backer

° Wondelgem 1718

+ Wondelgem 07-04-1726

2. Elisabeth De Backer   x   (Judocus Vereecken)

° Wondelgem 29-02-1720

+ Wondelgem 1779

3. Livinus De Backer

° Wondelgem 12-11-1722

4. Joannes De Backer    x     Anna Maria Apers

° Wondelgem 28-09-1725         °Oostakker 18-10-1757

+ Wondelgem 31-10-1781

5. Petronilla De Backer

° Wondelgem 17-04-1729

Peters en meters

Geeraerd: Gerardus de backer en Petronilla de Wevere

Pieter : Petrus de Wevere en Anna De Backer

Elisabeth:gedoopt sub conditione na nooddoopsel door Livina Stockman

Livinus De Clercq en Isabelle Mestdagh

Livinus: Livinus Grootaert en Georgia de Wevere

Joannes: Joannes debacker en Petronella De Pau

Joannes(Jan Baptist) De Backer(°28-09-1725 +31-10-1781)

Joannes, in de vierde generatie, is getrouwd te Oostakker toen hij 32 jaar oud was. De bruid Anna Maria Apers (soms Hapers) is nochtans niet terug te vinden in de geboorteregisters van Oostakker. In de doopakte van één van haar kinderen staat wel te lezen dat zij ex Lochristi is, maar daar kan geen doopakte van haar gevonden worden.

Dit echtpaar kreeg 6 kinderen die geboren werden te Wondelgem. Joannes De Backer was 56 jaar toen hij stierf. Zoals zijn vader werd ook hij in de kerk begraven de dag na zijn overlijden. Zijn oudste zoon Jan Baptist was toen reeds gestorven, slechts 15 jaar oud en de jongste dochter Joanna had slechts 5 maanden geleefd. De weduwe Anna Apers bleef achter met 4 kinderen tussen 6 en 13 jaar.

Gezinsfiche

Joannes De Backer    X     Anna Maria Apers

° Wondelgem 28-09-1725        °Oostakker 18-10-1757

Kinderen

1. Jan Baptist De backer

° Wondelgem 10-06-1763

+ Wondelgem 1778

2. Balduinus De backer

° Wondelgem 9-10-1766

3. Pieter Francies De backer    x     Livina Maria De Groote

° Wondelgem 10-06-1768

4. Livinus Joseph De Backer     x     Ludovica Teirlinck

° Wondelgem 28-10-1771                 °Oostakker 4-5-1797

5. Jacobus De backer

° Wondelgem 01-10-1775

+ Oostakker 01-09-1824

6. Joanna Theresia De backer

° Wondelgem 23-06-1778

+ Wondelgem 22-11-1778

Peters en meters

Jan Baptist : gedoopt sub conditione

Gerardus De Backer en Joanna Hapers

Balduinus : Balduinus Hapers en Elisabeth De Backer

Pieter Francies: gedoopt sub conditione

Gerardus De Backer en Joanna Hapers

Livinus Joseph : gedoopt sub conditione

Livinus De Backer en Joanna Hapers

Jacobus : Jacobus Hapers en Isabella De Bruyne

Joanna Theresia: Judocus Vereecken en Adriana Stevens

Van Jacobus is bekend dat hij als ongehuwd landsman in de Rijckestraat te Oostakker woonde toen hij overleed. Zijn broer Pieter Francies was hierbij getuige. Pieter Francies De Backer is de vader van Judocus, de grootvader van Desiré, de overgrootvader van Karel en de betovergrootvader van Josette De Backer, echtgenote van Laurent Martens.

Geschreven door Laurent Martens om 11:28 Reageer op dit bericht

4.9. Bijlagen

4.8 Bijlagen

Bijlage 4.1 Analfabetisme te Hansbeke

Aan de hand van de parochiale huwelijksakten van Hansbeke(1779-1796) maakte Albert Martens in 1972 een peiling naar het analfabetisme omstreeks het einde van de XVIIIe eeuw. We moeten evenwel slechts terug gaan tot net voor de eerste wereldoorlog toen van D. Starcke een vlugschrift verscheen met de intussen legendarisch geworden titel Arm Vlaanderen, waarin een schrijnend beeld wordt geschetst o.m. van het lage ontwikkelingsniveau van de Vlamingen.

Gaan we terug tot de XVIIIe eeuw dan waren er zeer velen die niet eens hun naam konden schrijven en als bewijs van kennisneming noodgedwongen met een eenvoudig kruisje tekenden. Terwijl het hanteren van de pen uiteraard nog geen voldoende maatstaf is nopens de preciese ontwikkelingsgraad van de personen die hun naam konden schrijven, kan toch geoordeeld worden dat zij die als handtekening een gewoon kruisje plaatsten, ongetwijfeld tot de groep van analfabeten behoorden die noch lezen noch schrijven konden. Representatief materiaal kan hieromtrent gevonden worden in de parochieregisters.

Ingevolge de besluiten van het Concilie van Trente in 1563 werden in de Nederlanden schoorvoetend door de parochiegeestelijkheid registers aangelegd waarin data en bijzonderheden betreffende dopen, huwelijken en overlijdens opgetekend, maar deze registers werden op uiteenlopende en onvolledige wijze bijgehouden. Nog in 1778, onder Jozef II, werden dienaangaande in het Edict van 6 augustus, uitgevaardigd door de Oostenrijkse regering in de Nederlanden, de vroegere voorschriften hernomen en aangevuld. In de huwelijksakten dienden o.m. naam, voornaam, geboorte- en woonplaats van de trouwers en van de getuigen vermeld te worden. De akte moest in twee registers ingeschreven worden en bovendien door de pastoor en de betrokken personen ondertekend worden. Analfabeten zouden een merkteken plaatsen. Indien het gevraagde dubbel liet gedeponeerd werd, zou de in gebreke blijvende pastoor van overheidswege beboet worden tot het betalen van 50 gulden. Deze strafmaatregel hielp blijkbaar vermits vanaf 1779 de parochieregisters op een gedetailleerde manier werden bijgehouden.

De parochiepriester vergewiste zich vooraf van de kunde of onkunde van de optredende personen zodat, naargelang van de bevindingen, in de akten allerhande formuleringen voorkomen zoals:

‘interrogati an scribere possent, responderunt omnes quod non’

‘interrogati an possent scribere, responderunt pater et matrina quod non’

‘interrogati an scribere possent, responderunt sponsa et una testium quod non’

‘solus sponsus scribit’

‘omnes scribunt excepta secunda teste’ e.a.

Voor degenen die hun naam niet konden schrijven, werd onderaan de akte een ruimte voorbehouden waar ze een kruisje plaatsten naast de passende aanduiding ‘chirographus (of signum) sponsa’, ‘chirographus secunda teste’…

Door de organieke wet op de burgerlijke stand, daterend van 20-25 september 1792, werden alleen de ambtenaren van de burgerlijke stand bevoegd verklaard om akten op te maken. De toepassing van die wet werd in ons land tijdens de Franse overheersing bevolen door het Dekreet van 29 Prairal an IV(17 juni 1796).

De van 1779 tot 1796 ondertekende doop- en huwelijksakten verschaffen als zodanig bewijskrachtige gegevens i.v.m. de meest elementaire geletterheid van een zeer talrijke groep personen.

De bestuurlijke richtlijnen van 1778 werden voor de parochieregisters te Hansbeke vrij stipt nageleefd door Jan Van Baelen, pastoor-deken. Onderstaande huwelijksakte van 30 april 1785, met vertaling, illustreert dit (1).

Trigesima Aprilis 1785, factis tribus proclmationibus bannorum antenuptialium, contraxerunt matrimonium coram me infrascripto, Bernardus Willems ex hac parochia habitans in Oostcamp et Maria Joanne Canoot ex Nevel habitans in hac parochia

minorennis consentiente et presente matre tutrice Maria Joanna Verhelst, testibus Joanne de Rijcke habitante in Oostcamp et Maria Joanna Verhelst habitante in Nevel, interrogati an possant scribere responderunt sponsa et secunda testis quod non.

J. Van Baelen, pastor

Bernardus Willems

Joannes De Rijcke

signum sposa +

signum secunda teste +

Vrije vertaling

Nadat de 3 voorhuwelijkse afroepingen hadden plaatsgehad zijn in aanwezigheid van de ondertekende op 30 april 1785 gehuwd: Bernardus Willems van deze parochie, wonend in Oostkamp, en de minderjarige Maria Joanna Canoot van Nevele, wonend in deze parochie, met instemming en in tegenwoordigheid van haar moeder en voogdes Maria Joanna Verhelst, en de getuigen Joannes De Rijcke, wonend in Oostkamp, en Maria Joanna Verhelst, wonend in Nevele; ondervraagd of ze konden schrijven antwoordden de bruid en de tweede getuige ontkennend.

Uit het tabellarisch overzicht blijkt dat de Hansbeke tussen 20 april 1779 en 16 juli 1796, in een periode van circa 18 jaar, 239 huwelijken ingeschreven werden waarbij 965 personen (487 mannen en 478 vrouwen) betrokken waren.

Aantal huwelijken per jaar te Hansbeke (1779-1796)

Bij deze 965 personen zijn er 702, of 72.7% ongeletterden die met een kruisje tekenen. Bij de mannen blijken 60.2% ongeletterden tegenover 85.6% bij de vrouwen.

mannen vrouwen

geletterd 35.8% 14.4%

ongeletterd 64.2% 85.6%

Er zijn goede redenen om aan te nemen dat deze resultaten vrij representatief zijn voor het platteland in Vlaanderen aan het einde van de XVIIIe eeuw. Het hoog percentage analfabeten kan aan meerdere factoren toegeschreven worden. Het dorpsonderwijs werd van ouds door de parochiegeestelijkheid georganiseerd en bleef in hoofdzaak een geloofsonderricht dat zich meestal beperkte tot het aanleren van gebeden en de catechismus. Elementaire vakken zoals lezen, schrijven en rekenen waren soms van ondergeschikt belang. Door eeuwenlange vreemde overheersing bestond bovendien een algemene verwarring en verwaarlozing, wat zeker niet bevorderlijk was voor de geestelijke verrijking van de bevolking. De schrale bezetting van de bestaande dorpsscholen werd ook voor een deel verklaard door de sociale noden van de bevolking, waarbij opgroeiende kinderen zo vlug mogelijk ingeschakeld werden voor het levensonderhoud.

Enkel kinderen uit de gegoede stand konden voortgezet onderwijs genieten in één of andere (stads)school. Een nader onderzoek naar de identiteit van enkele zogenaamd geletterden te Hansbeke toonde inderdaad aan dat ze behoorden tot vooraanstaande en welstellende boerenfamilies. Anderzijds waren leden van een zelfde familie vaak allen geletterd (of ongeletterd).

Dat er vooral meer ongeletterde vrouwen dan ongeletterde mannen zijn is geen toeval. Het aantal schoolgaande meisjes lag lager dan het aantal schoolgaande jongens. De zienswijze dat dochters zich enkel in typisch vrouwelijke bezigheden dienden te bekwamen wordt duidelijk geillustreerd in de Staet ende verclaers van de goede, opgemaakt op 21 maart 1620 na het overlijden van voorvader Jacob Martens, baljuw te Hansbeke. Hij liet 9 kinderen achter waarvan de oudste vier gehuwd en de overige, vier jongens en een meisje, minderjarig waren. In de inventaris werd ingelast dat de weduwe Lievine Clays tegenover de voogden de verplichting op zich nam haere knechten te doen leeren leesen ende schriven ende de walsche tale, omme hemlieden te manne commende te behelpen, ende ook het meyskin te doen leren hemden nachtdoucken ende dierghelyck tsyden ofte scheppen ende connen nayen om oock haer selfs vrauwe synde te connen behelpen(2).

Een gelijkaardig voorbeeld vindt men omstreeks 1770 bij de oude Joannes Maenhout, landbouwer en weduwnaar van Maria Francisca Haerens, die op herhaaldelijk verzoek van de deelvoogd, Pieter Lamme, ook een voorouder, weigerde zijn dochtertjes te laeten uytwoonen ter scholen in cloosters ofte sevire plaetsen niettegenstaande de meisjes alsnoch seer weynigh ter schoole gegaen waren ende mitsdien weynigh ervaeren waren inde lecture, schrijven, naeyen etc. Volgens zijn overtuiging hield hij de meisjes op het erf om bij hem te blijven leeren, wercken, observieren, de menargie inde lantsbauwerije.

Wanneer het beschikbaar cijfermateriaal voor Hansbeke gegroepeerd wordt in drie perioden van telkens zes jaar, kan vastgesteld worden dat het analfabetisme bij de mannen met 7.2% daalde, terwijl de afname bij de vrouwen slechts 2.2% bedroeg. De relatieve achterstand van de vrouwen werd dus nog groter.

Analfabetisme te Hansbeke per 6 jaar in %

Bijlage 4.2 De Vlaamse landbouw van de XVIe tot de XVIIIe eeuw

uit Stam Martens, jg 2, nr 2, pp12-14

Om een idee te krijgen omtrent de Vlaamse landbouw van de 16e tot de 18e eeuw, wanneer de voorouders van Petrus-Francies Martens(1810-1900) reeds landbouwbedrijven uitbaatten te Bellem of Hansbeke, kan men niet veel te weten komen van de Vlamingen uit die tijd vermits zij weinig op papier hebben gezet. Immers in 1823 schreef Van Aelbroeck dat de boerestiel niet geleerd wordt in boeken maar te velde, met een ploegstaart in de hand, door gedurigen arbeid, oplettendheid en ondervinding.

Niettemin weten wij dat de Vlaamse landbouw op een voor die tijd hoog peil stond vermits meerdere buitenlanders op bezoek kwamen om hier de stiel te leren. Het is dan ook vooral uit Engelse, Duitse en Franse bronnen dat men iets kan leren over de geschiedenis van de Vlaamse landbouw.

Terwijl in de ons omliggende landen het drieslagstelsel nog werd toegepast, met rogge in het eerste jaar, gevolgd door zomergraan in het tweede jaar en braakland in het derde jaar, was in Vlaanderen het braakland reeds grotendeels verdwenen in de 16e eeuw. Dit was mogelijk door toedienen van stalmest en door het verbouwen van allerlei nieuwe gewassen. Reeds in de 15e eeuw is er in het Gentse sprake van de teelt van rapen, eerst als voeding voor de mensen en later als veevoeding. Ook klaver komt voor van bij het begin van de 16e eeuw.

De vlasteelt verspreidde zich reeds over het ganse Vlaamse land tijdens de 14e en de 15e eeuw en was toen een relatief belangrijke teelt. De teelt van boekweit, bestemd voor pannenkoeken, boekweitpap of voedergraan, was vrij belangrijk op de armen zandgronden van de 16e tot de 18e eeuw. Aardappelen daarentegen werden in Vlaanderen pas voor het eerst verbouwd in de 17e eeuw, terwijl de eigenlijke uitbreiding ervan pas gebeurde na 1750. Toen waren de graanprijzen zodanig gestegen dat het brood als basisvoedsel te duur werd en in de volksvoeding vervangen werd door de goedkopere aardappelen. Wellicht waren Joannes Martens(1719-1801) en Carolus Martens(1766-1837) de eerste stamvaders Martens die aardappelen verbouwden.

De opbrengsten van de teelten en het vee lagen evenwel ver beneden het huidig peil. In de 16e eeuw was een opbrengst van 1 ton graan per hectare helemaal niet slecht en de gemiddelde jaarproduktie van een melkkoe moet in de buurt van 1.000 liter gelegen hebben.

Het grootste aantal landbouwers waren zogenaamde keuterboeren, met minder dan 4 ha, alhoewel een normale boerderij toen reeds meer dan 10 ha telde. Zeer grote bedrijven, zelfs met 100 of meer ha, kwamen ook reeds voor en waren veelal de eigendom van kloosters. De keuterboeren hielden slechts 1 of 2 koeien en op de graanbedrijven waren ook zelden meer dan 5 koeien, hoewel in de veestreken bedrijven bestonden met mleer dan 20 runderen. In de 16e eeuw hield elk hof van betekenis een kudde schapen. Op de meeste bedrijven werden een paar varkens gehouden, uitsluitend voor eigen slacht.

Koeien en ossen werden als trekkracht gebruikt, maar de iets grotere bedrijven beschikten toch over paarden. Er bestonden reeds primitieve ploegen, maar veel gronden werden omgespit in plaats van geploegd. De Brabantse ploeg, die een prototype geworden is voor de ploeg over de ganse wereld, werd bij ons uitgevonden maar dat was pas bij het begin van de 18e eeuw. Joannes Martens(1719-1801) was misschien de eerste stamvader Martens die er mee werkte.

De pik, ook een Vlaamse uitvinding die reeds in de 14e eeuw vermeld werd, heeft niettemin pas in de 17e en 18e eeuw haar volle uitbreiding gekend. Toen werd er met veel lof over geschreven omwille van de grote arbeidsbesparing die er door mogelijk gemmakt werd. Voordien werd het graan kort onder de aren afgesneden met een sikkel, zodat achteraf het stro nog moest afgemaaid worden met de zeis. Het dorsen gebeurde nog met de vlegel en vormde de winterbezigheid op alle bedrijven. Zelfs in de 18e eeuw slorpte het dorsen nog meer dan de helft van de tijd op van een dagloner op een graanbedrijf.

Hoe het met het landbouwinkomen gesteld was is niet zo goed gekend, maar toch weet men dat er goede en slechte tijden waren. De eerste helft van de 16e eeuw was een krisisperiode voor de landbouw, maar vanaf 1550 tot de eerste helft van de 17e eeuw verbeterde de toestand voor de boeren, vooral wegens de gunstiger graanprijzen. Een minder goede periode tot 1690 werd gevolgd door een lichte verbetering tot omstreeks 1720, om nadien terug te vervallen in een zware agrarische krisis tot 1740. Tenslotte beleefde Joannes(1719-1801) opnieuw een periode die veel gunstiger was voor de boeren.

Bijlage 4.3 Families Ledeganck , Martens en Van Vynckt

Uit het parenteel van Guille Ledeganck blijkt dat twee dochters van zijn zoon Franciscus huwden met twee dochters van stamvader Joannes Martens en Joanna Maenhout. Ter gelegenheid van het huwelijk van Judocus met Maria Ledeganck op 25 juli 1722 heeft zijn jongere broer Jacobus, die toen reeds 35 jaar oud was, de 13-jarige Joanna Ledeganck, zus van Maria, leren kennen. Zij zullen pas in 1730 huwen.

Personen in parenteel van Guille LEDEGANCK , Judocus MARTENS(1686-1725) en Jacobus MARTENS(1687-1767)

I.1 M LEDEGANCK, Guille

II.1 M LEDEGANCK, Franciscus

II.2 V ARENS, Petronella

III.2 V LEDEGANCK, Maria       31-07-1700 Ursel       16-11-1761 Ursel

III.1 M MARTENS, Judocus       09-11-1686 Bellem      25-05-1725 Hansbeke

IV.1 M MARTENS, Francies       11-08-1723 Hansbeke    18-08-1783 Varsenare

IV.2 V VERSLUYS, Isabella Clara29-03-1715 Beernem     30-12-1752 Ruddervoor

V.2 V MARTENS, Joanna          20-09-1744 Beernem

V.1 M VISIOEN, Benedictus

VI.1 V VISIOEN, Rosa

VI.2 V VISIOEN, Anne Marie

V.3 V MARTENS, Victoria Cornel.21-02-1751 Ruddervoor  15-03-1766 Varsenare

IV.3 V STEELAN(d)T, Anna Maria 08-11-1730 St Andries  12-11-1797 Jabbeke

V.3 V MARTENS, Isabella Clara  02-07-1754 Ruddervoor  28-05-1823 Jabbeke

V.4 M MESTDAGH, Joannes        20-04-1750 Snellegem   14-03-1808 Snellegem

VI.3 V MESTDAGH, Joanna Theres.22-12-1776 Jabbeke

VI.4 M MESTDAGH, Hieronymus    05-03-1779 Jabbeke     05-05-1780 Jabbeke

VI.5 M MESTDAGH, Joannes B.    17-03-1782 Jabbeke     23-04-1782 Jabbeke

VI.6 MESTDAGH, xxx             09-06-1784 Jabbeke     09-06-1784 Jabbeke

VI.7 M MESTDAGH, Pieter Jacob  03-09-1785 Jabbeke

VI.8 V MESTDAGH, Monica        23-12-1787 Jabbeke     13-01-1790 Jabbeke

VI.9 M MESTDAGH, Philippus     20-10-1789 Jabbeke     05-03-1809 Jabbeke

VI.10 V MESTDAGH, Regina Charles  xx-1795 Jabbeke     20-10-1815 Jabbeke

V.6 M MARTENS, Petrus Francis  07-02-1757 Varsenare   09-07-1773 Varsenare

V.7 V MARTENS, Rosa            05-05-1759 Varsenare   03-12-1759 Varsenare

V.8 M MARTENS, Joannes Francies02-11-1760 Varsenare   28-11-1760 Varsenare

V.10 V MARTENS, Anna Maria     03-06-1762 Varsenare   17-04-1814 Jabbeke

V.9 M De ROO, Ignatius         01-12-1759 Jabbeke     25-05-1831 Jabbeke

VI.11 V De ROO, Anna Maria     25-01-1789 Jabbeke

VI.12 V De ROO, Isabella       03-05-1791 Jabbeke

VI.13 V De ROO, Sophia Theres.07-10-1798 Jabbeke

VI.14 M De ROO, Franciscus    xx-xx-1801

V.11 M MARTENS, F.J.          01-02-1765 Varsenare    15-02-1765 Varsenare

V.13 V MARTENS, Joanna Ther.  27-02-1766 Varsenare    25-01-1828 Jabbeke

V.12 M KERKAERT, Emmanuel     27-05-1765 Jabbeke      12-06-1836 Jabbeke

VI.16 V KERCKAERT, Maria The. 15-02-1787 Jabbeke      07-03-1842 Jabbeke

VI.17 V KERCKAERT, Regina     20-03-1789 Jabbeke      13-09-1790 Jabbeke

VI.18 V KERCKAERT, Barbara    06-03-1791 Jabbeke

VI.19 M KERCKAERT, Casimarus  16-09-1797 Jabbeke

VI.20 V KERCKAERT, Monica     24-12-1799 Jabbeke

VI.21 V KERCKAERT, Anna       11-01-1802 Jabbeke

VI.22 M KERCKAERT, Emmanuel   28-11-1803 Jabbeke

V.14 M MARTENS, Joannes       13-02-1769 Varsenare    10-09-1807 Oudenburg

V.15 M MARTENS, Josef Ludovic.19-03-1772 Varsenare    08-04-1773 Varsenare

V.16 M MARTENS, Petrus Jacob  04-05-1774 Varsenare

IV.4 M MARTENS, Jacobus       01-03-1725 Hansbeke     25-10-1725 Hansbeke

III.3 M Van VYNCKT, Petrus    04-12-1702 Hansbeke     30-05-1767 Ursel

IV.5 V Van VYNCKT, Joanna M.  21-07-1726 Hansbeke

IV.6 V Van VYNCKT, Livina Mon.16-12-1728 Hansbeke

IV.7 V Van VYNCKT, Theresia   24-01-1730 Hansbeke

IV.8 M Van VYNCKT, Joannes L. 04-05-1732 Hansbeke

IV.9 V Van VYNCKT, Judocus    17-01-1734 Hansbeke

IV.10 V Van VYNCKT, Anna Maria31-01-1735 Hansbeke

IV.11 V Van VYNCKT, Petronella15-04-1736 Hansbeke

IV.12 M Van VYNCKT, Petrus Ja.26-11-1737 Hansbeke

IV.13 M Van VYNCKT, Ignatius  09-03-1739 Hansbeke

IV.14 V Van VYNCKT, Maria Joan11-04-1740 Hansbeke

III.5 V LEDEGANCK, Joanna     18-11-1709 Ursel       07-10-1788 Bellem

III.4 M MARTENS, Jacobus      07-12-1687 Bellem      02-06-1767 Bellem

IV.15 M MARTENS, Benedictus   28-09-1743 Ursel       09-02-1812 Ursel

IV.16 V D'HONDT, Suzanna Carolina    xxx Ursel       10-04-1796 Ursel

V.17 M MARTENS, Jan Francies  04-11-1790 Ursel       10-10-1846 Aalter

V.18 V ORNELIS, Ferdinanda    04-03-1801 Aalter      19-12-1875 Aalter

VI.24 M MARTENS, Angelus      23-04-1837 Ursel       29-10-1912 Aalter

VI.25 V SAEY, Sophia          06-07-1837 Knesselare  25-01-1916 Assenede

VII.2 V MARTENS, Elisa Maria  08-03-1873 Aalter      16-08-1938 Aalter

VII.1 M BOUTE, Jules          05-08-1858 Aalter      12-04-1934 Aalter

II.3 M LEDEGANCK, Pieter      06-02-1721 Ursel

II.4 V D'HONDT, Judoca        29-04-1678 Ursel       03-05-1712 Ursel

III.6 M LEDEGANCK, Jan Baptist           Ursel       21-11-1778 Ursel

III.7 V De NEVE, Joanna Maria 24-06-1709 Ursel       22-02-1784 Ursel

IV.17 M LEDEGANCK, Pieter Jacobus        Ursel       14-02-1804 Adegem

IV.18 V LIPPENS, Judoca       17-11-1737 Ursel       05-07-1804 Adegem

V.19 M LEDEGANCK, Jan         22-02-1773 Adegem      10-05-1839 Eeklo

V.20 V CODDENS, Joanna Judoca 21-09-1771 Ursel       07-11-1836 Eeklo

VI.26 M LEDEGANCK, Karel Lod. 09-11-1805 Eeklo       19-03-1847 Gent

VI.27 V De HOON, Virgina                                   1890 Gent

VII.3 V LEDEGANCK, Clara

VII.4 M COGEN, Eugéne

VIII.1 V COGEN, Anna                1867

VIII.2 M De WEERDT, Maurice

Na het overlijden van haar man Judocus Martens op 26 mei 1725 blijft Maria Ledeganck achter met haar twee kinderen van minder dan twee jaar oud, alsook met de twee kinderen uit het eerste huwelijk van Judocus, zes en negen jaar oud. De 25-jarige weduwe Maria hertrouwt reeds op 9 september 1725 te Hansbeke met de 23-

jarige Petrus Van Vynckt(° Hansbeke 4-12-1702 + Ursel 30-05-1767), zoon van Christoffel en Livina De Deckere. Ze kregen nog tien kinderen die allen te Hansbeke geboren worden, vermoedelijk op een hofstede in de Broeckstraat. Het echtpaar is pas later verhuisd naar Ursel, het geboortedorp van Maria, waar beiden overleden zijn.

Stam Karel Lodewijk Ledeganck

Maria en Joanna Ledeganck hebben een gemeenschappelijke stamvader met Karel Lodewijk Ledeganck, namelijk Guille Ledeganck, vader van Franciscus en van Pieter. Uit het huwelijk van Franciscus met Petronilla Arens werden de zussen Maria en Joanna geboren, die met de broers Judocus en Jacobus Martens trouwden. Pieter Ledeganck huwde op 25 maart 1705 te Ursel met Judoca D’Hondt en is de betovergrootvader van de dichter Karel Lodewijk Ledeganck(1805-1847), tijdgenoot van Petrus Francies Martens.

Jan Baptist Ledeganck, zoon van Pieter, huwde te Ursel op 7 december 1735 met Joanna Maria De Neve.

Pieter Jacobus Ledeganck, zoon van Jan Baptist, huwde te Ursel op 28 februari 1764 met Judoca Lippens.

Jan Ledeganck, zoon van Pieter, huwde te Adegem op 4 juli 1795 met Joanna Judoca Coddens. Hij was onderwijzer en kleine winkelier te Eeklo. Zijn echtgenote Joanna “was een dier aertsvaederlijke huysvrouwen wier geslacht schijnt uitgestorven te zijn, en die den vromen pater Poorters en den wijzen vader Cats van buiten kenden”(W. Ledeganck in “Ons Heem” Jg XII, nr 6, p 173). De toenmalige burgemeester van Eeklo staat als orangist bekend.

Hun zoon Karel-Lodewijk Ledeganck werd op 9 november 1805 geboren in een groot gezin te Eeklo. Als kind is hij een bepaalde tijd spoeler geweest bij een linnenwever, maar toen had hij blijkbaar reeds een duidelijke lees- en schrijfdrift.Hij wordt ontdekt door Karel Vervier, gewezen bankier, daarna ontvanger, dichter en orangist. Die biedt Karel de gelegenheid op het stadhuis te gaan werken als "expeditionaris”, een bescheiden plaatsje, wat hem toeliet op eigen houtje verder te studeren. Ledeganck wordt lid van de “maatschappij voor Nederlandse letterkunde”. Hij stelt zijn eerste nog houterige pennenvruchten op. Hij studeert muziek, componeert zelfs, en is als 20-jarige al een geziene figuur in het Meetjeslandse Vlaams-culturele wereldje.

Komt dan 1830, het Koninkrijk der Nederlanden verdwijnt, de Belgische staat ziet het levenslicht. De orangistische burgemeester wordt afgezet en Eeklo krijgt er een belangrijk burger bij: Jan-Frans Willems, de latere ‘vader der Vlaamse beweging’. Willems is om zijn orangisme als belastingsontvanger in Antwerpen afgezet en naar het veel kleinere Eeklo gedegradeerd. Ledeganck werd door Willems en Vervier flamingant en grootnederlander.

In het begin der jaren 30 vervult Ledeganck verschillende functies: ambtenaar in Oudenaarde, griffier in Kaprijke en plaatsvervangend vrederechter. Zijn ambitie reikte verder. Hij had al op zijn eentje Latijn en Grieks gestudeerd en vatte in 1833 aan de Gentse universiteit de studie van de Rechten aan. Niet zo vanzelfsprekend voor de onbemiddelde jongeman. Men vertelt dat hij, als hij kursus wilde volgen, te voet van Eeklo naar Gent(20 km) trok en ’s avonds te voet naar huis terugkeerde om dan ’s nachts te studeren. In augustus 1835 mocht hij zich doctor in het Romeins en Modern Recht noemen.

In 1836 werd hij vrederechter in Zomergem. Op 4 februari 1840 huwt hij te Kaprijke met Virgina De Hoon. In 1838 werd hij lid van de Provinciale Raad van Oost-Vlaanderen en hield aldaar in 1840 de allereerste rede in het Nederlands. Resultaat: met de gemeenten zou de provincie briefwisseling voeren in de door henzelf verkozen taal. Ledeganck begon ook meer te dichten.

Intussen werkte hij, verbeten en rusteloos, aan wat hij toen als zijn hoofdopdracht beschouwde: de éérste integrale Nederlandse vertaling van het Burgerlijk Wetboek.Die kwam er in 1842 en werd herhaaldelijk herdrukt. In 1842 wordt hij provinciaal opzichter van het Lager Onderwijs voor de provincie Oost-Vlaanderen. In 1844 wordt hij samen met Hendrik Conscience lid van het ‘Nederlandsch letterkundig Genootschap’ te Leiden, en in 1845, alweer met Conscience, krijgt hij de eretitel van ‘geaggregeerd hoogleraar’ aan de Gentse universiteit.

“Zijn blijvende faam dankt Karel Lodewijk Ledeganck hoofdzakelijk aan een breed opgezette nationale trilogie “De drie Zustersteden”(1846), zijn zwanezang en het hoogtepunt van zijn dichterlijke bedrijvigheid. De stoere, zeer rythmische ode aan Gent, de elegische zangerige strofen aan de doode maged Brugge, de jubelende hulde aan Antwerpen brachten hun dichter onmiddellijk een populariteit zoals geen Vlaams poëet voor noch na hem heeft bereikt”(J.F.J. Heremans in ‘Gedichten van K.L. Ledeganck met eene Levensschets des dichters’ Gent 1856 p X). Jan Heremans noemde Ledeganck ook de geliefkoosde zoon van Vlaanderen.

Een paar citaten over Gent:

gij zijt niet meer, gelijk weleer,

De trotsche wereldstad die koningen deed beven,

gij zijt niet meer dat leeuwennest,

dat wijd geducht gemenebest dat tot de wereld sprak,

het hoofd fier opgeheven.

Of nog

blijf steeds uw Vlaamsche oorsprong waard

wees Vlaamsch van hert en Vlaamsch van aard.

De gezondheidstoestand van Ledeganck ging verder achteruit, maar hij bleef dichten tot op zijn sterfbed. Vier dagen voor zijn dood schreef hij nog dit Gent-gedicht:

’t wie kent die stad waar alles nog van Vlaanderens grootheid spreekt

waar ontrouw, walscheid en bedrog, van schande nog verbleekt?

Die schone stad is ons bekend, ’t is Vlaanderens hoofdstad Gent

Op 19 maart 1846 overleed hij, en op de Sint-Amandsbergse Campo Santo werd hij begraven, vlak bij het monument van zijn mentor J.F. Willems.

Te Eeklo werd een halve eeuw na zijn dood een standbeeld van Karel-Lodewijk Ledeganck opgericht, gebeeldhouwd door Julius Lagae die ook het Rodenbachbeeld in Roeselare en het Guido Gezellebeeld in Brugge ontwierp. De inhuldiging bracht een massa volk op de been, tot en met kroonprins Aalbrecht (de latere koning Albert I) die er een Vlaamsche toespraak hield.

Standbeeld van K L Ledeganck te Eeklo

Ook meerdere straten, ondermeer te Gent, dragen de naam van Karel-Lodewijk Ledeganck. Zijn kleindochter Anna Cogen(°1867) huwde met Maurice De Weert die schepen werd van de stad Gent. Als schilderes is zij gekend onder de naam Anna De Weert. Vanaf omstreeks 1896 woonde Anna ’s zomers in Hof ter Neuve te Afsnee aan de Leie. Het is nu nog een schitterend buitenverblijf aan de Veurestraat , verbouwd van een voormalige hoeve met een oude XVIIe eeuwse kern.

Bijlage 4.4 Families Braet te Hansbeke

De in het Salomonsoordeel(1774) betrokken baljuw Frans Braet,zoon van Jan en Joanna Vande Walle alsook zijn broer Gillis Braet en verder Theresa Braet, dochter van Gillis en ook nog Pieter Braet, schoonvader van Gillis en Joseph Braet, zoon van Pieter, spelen een rol in meerdere merkwaardige gebeurtenissen die geschetst worden in ‘Mensen van Vlees en Bloed’. Daarom even een schets van deze familie, gevolgd door deze 4 ware verhalen die tekenend zijn voor het Hansbeekse dorpsleven in de XVIIIe eeuw.

Vooreerst een verhaal waarbij een dienstknecht van Pieter Braet betrokken is.

Een op zijn recht staande landbouwer(1747)

Roelant Maes, landman, pachtte sinds 1738 de hofstede gelegen langs de oostkant van de doorenbuschstraete en ten oosten palende aan het laeckstraetje loopende van de doorenbuschstraete suytwaert op al drayende naer de eystackers ligghende ten suyden ende tsenve straetien. Hij gebruikte ondermeer ook het eeckstuck, een partij land langs de oostkant van het laeckstraetje alwaer hij van wederzijden (aen)ghelant was.

Graskanten langs straten en veldwegen werden toen blijkbaar volgens costume door de aangelanden als wei- en hooiland gebruikt.

Landbouwer Maes had reeds herhaaldelijk bij de baljuw Frans Braet en bij de officier Pieter Trioen geklaagd dat het gars in het laeckstraetje loopende naer d’eystackers van tijdt afgheten ende gepatureerd wierdt op de kanten waar hij aangelande was. De baljuw en de officier hadden hem telkens beloofd dat sij daer op reflectie souden nemen doch dat sij diesalvens niet en conden ageeren ende calaigne doen sonder daer ontrent ghetuyghen thebben of ten minstens het sight.

Dienvolgens had Maes menighmael het laeckstraetjen ghefrequenteerd en op 1 augustus 1746 gezien dat Lieven Germain, koewachter van Christoffel Lambrecht, tussen drie en vier uur met twee coeybeesten het gars in het straetjen heeft gepatureerd, en Lieven Dobbelaere hiervan getuige was.

Uiteindelijk werd op 14 juni 1747 hieromtrent een enqueste gehouden. De 30-jarige arbeider Lieven Dobbelaere zv Jan verklaarde dat hij ontrent de ougstmaent van 1746 smorgens de horte vruchten van Roelant Maes is gaen picken staende op een partije lant het eeckstuck ghelegen op de oostcant van het laeckstraetjen alwaar zijn werkgever opdifferente plaetsen ende namelijck achter sijn hofstede van wederzijden ghelant was als pachter ende ghebruycker. Om 7 à 8 uren ’s morgens kwam Lieven Germain, koewachter van Christoffel Lambrecht wonende in de omwalde hofstede op de noordkant van de Voordestraat(nu Voordestraat 4), langst ende vande noorteynde van ’t laeckstraetjen met twee coeybeesten die hij leyde yder in een seel, waarschijnlijck om te gaen wachten naer Lambrechts lant ofte elders. Terwijl zij een weynigh tijt in cautenantie ghetreden zijn, hadden de koeien omstreeks het hofgat van boer Maes eenigh gars afgeweet ende daer mede maer een moment tijt doende geweest sijn, maar twee ofte drij beten.

Lieven Germain zv Alex 18jaar, dienstknecht bij Pieter Braet, zegde dat hij van 3 mei 1746 tot 3 mei 1747 bij Christoffel Lambrecht leerjongen van weven en koewachter was. Hij bekende dat hij in of ontrent de ougstmaent 1745, in de voormiddag tussen 7 en 8 uur twee coeybeesten elck in een seel langst het laeckstraetjen naer d’eystackers van boer Lambrecht gedreven heeft om de selve coeyen aldaer te wachten. Gecommen sijnde achter d’hofstede van Roelant Maes omstreeks het hofgat had Lieven Dobbelaere, die op het eeckstuck tarwe aan het pikken was, tot hem geroepen sonder dat hij tsenve verstont.Daarom vroed hij:”Wat roept gij,Lieven”. Lieven zij:”Is ulieden vlasch ghesleten”, waarop hij dan antwoorde: “Neen, wij slijten van daghe, gheheel den dagh”, sonder dat tusschen hen voordere redens sijn verhandelt.

Tijdens dit kort onderhoud stond de koewachter met sijn coeyen stille om de vraege te anhooren, die door die occasie een weinig tijd int gras langs het straatje hebben gebeten. Op dat ogenblik kwam Roelant Maes uit het hofgat die hem vermaande:”Waer om wacht gij u coeyen daer” waarop hij antwoordde: “Ick en wachte daer niet, boer Maes”, waarop de landbouwer repliceerde:”’t Is wel, ick neem kennisse, ick gae naer Pieter Trioen”. Lieven Germain ontkende tijdens de enqueste evenwel dat hij de koeien in het laeckstraatje liet grazen ofte daer toe van sijnen meester eenigh last ghehadt om sulcx te doen.

Volgens de getuigenissen van deze twee dienstknechten ging de klacht van boer Maes(die zich blijkbaar over het uur van de feiten vergiste) om een bagatel. De verklaringen van Pieter Braet op 6 september en van Joannes Van Bastelaere op 14 september 1747 waren daarentegen zeer bezwarend. Pieter Braet zv Gheert,60j, landman, was eigenaar van enkele partijen land aan weerszijden van het laeckstraatje en passeerde bijna dagelijks langs die veldweg. Twee of drie jaren geleden had hij gezien dat Pieter Cooman, toen dienstknecht bij Christoffel Lambrecht, de koeien van zijn meester in het straatje liet grazen en ook Lieven Germain, die bij hem in dienst kwam, had in 1746 hetzelfde gedaan.

Joannes Van Bastelaere zv Lieven 52j landsman pachtte van Frans Poelman een partij land de laeckt en kwam ook dikwijls langs het laeckstraatje. Hij had in 1744 gezien dat Pieter Cooman de koeien van boer Lambrecht sonder seelen door het straatje dreef en er de graskanten liet afgrazen.

Gillis Braet , zoon van schipper Jan en Joanna Vande Walle, huwde op 29 november 1721 met Livina Braet, dochter van Pieter(molenaar) en Petronilla Van Maldeghem. Uit dit huwelijk werden 15 kinderen geboren. In 1764, 12 jaar na het overlijden van Gillis, woonde weduwe Braet met haar zieke 23-jarige dochter Theresa op een behuyst hofstedeken ende erfve langs de oostkant van de Doorenbuschstraete. Theresia was vanover lange jaeren ende tijdelijck overvallen geweest met de sessen.

Verdronken in een wal(1764)

Op zaterdagavond, 3 maart 1764, kwam Joanna Germain, jongedochter die bij de weduwe Braet inwoonde, bij Pieter Sutterman zv Pieter, audt burchmeester en de leenman, aankloppen. Ze vertelde ontredderd dat Theresia niet thuys en was bij haer moeder die sieck lagh met de roose.

De ex-burgemeester, 77 jaar oud, vreesde dat het ziekelijk meisje mogelijk in de wal gevallen was, die achter hun huis lag. Hij ging hulp halen bij Pieter De Vogelaere zv Jan, 38 jaar oud, molenaar, die tegenover het huis van de weduwe Braet woonde. Zij spoedden zich naar de wal en vonden er inderdaad de ongelukkige dochter in het water. Frans Braet, baljuw van de heerlijkheid en maternele oom van het meisje, werd verwittigd en kwam onverwijld ter plaatse. Men droeg het dode meisje in het huis van haar moeder. Omstreeks 9 uur werd het stoffelijk overschot door de wethouders aanschouwd en in hun tegenwoordigheid door chirurgijn Jacob Vander Sickel onderzocht. Theresia Braet werd in de kerk begraven.

Frans Braet, als baljuw, was ook bevoegd voor het toezicht op herbergen.

Een verboden jeneverkroeg(1777)

Bij haere Majesteits placcaeten ende naementlijck het decreet vanden 5 september 1722, was het ten strengste verboden brandewijnen te debiteren met cleene maeten buyten de geoctroyeerde herbergen.

Marten De Vos, insetene der prochie ende heerelijckhede van Hansbeke, scheen zich aan dit verbod niet te storen. Hij werd, bij requeste vanden 12 maert 1777, door baljuw Frans Braet betrocken ter causen dat hij als cantynier tsijnen huysse hadde anveirt alle soorten van persoonen, die hij bedient hadde van brandewijnen met cleene maeten, ende aldaer te laeten saete hauden. Dergelijke toestanden konden niet gedoogd worden omdat in sulcke huysen dickwijls groot ramour ende desorders gebeuren, tot stoornisse van het publicq, tot sonderlynge opde sondaegen als heylichdaegen.

Marten De Vos, die beboet werd, verklaarde in wettelijcke vierschaer op 16 juli daaropvolgend, ten overstaan van de baljuw, burgemeester en schepenen, om voordere costen t’ontgaen sig daerjegens niet te willen opposeren als sijnde wel ende ten rechten betrocken. Hij beloofde ootmoedig van sulcx niet meer te doene.

Joseph-Frans Braet(°1746), broer van Pieter en oom van de verdronken Theresia, is in 1762 getuige van handgemeen in het wethuis.

Een handgemeen in het wethuis(1782)

De herberg tegenover de kerk, sinds 1740 bewoond door Lucas Lampaert, werd in 1773 verbouwd tot een breedhuis met bovenverdieping. Vanaf toen zetelde er de schepenbank van de heerlijkheid Hansbeke. Op zondag 10 maart 1782 werd er in het nieuw wethuis duchtig gevochten. Omstreeks 7 uur ’s avonds ontstond in de schepenkamer een twist waarbij bakker Ramond Ide, vergezeld van Pieter Braet jongman, beide wonende te Bellem, betrokken was.

Joseph-Frans Braet zv Pieter 36 jaar zag dat Ide aan Frans Provijn zv Pieter eenen slach gaf zodat de hoet van sijn hooft viel. Gheeraert Standaert zv Pieter, burgemeester van de heerlijkheid van Hansbeke, die op de voute met een gezelschap kaart speelde, riep de bakker bij hem met het doel de ruzie te sussen. Na een kort verblijf op de voutekamer ging Ide naar de keuken. Korte tijd nadien kwam hij in groote haeste wederom naar de opkamer, achtervolgd door verscheidene personen. Toen hij hen van de voute wilde steken vlogen de gebroeders Provijn hem in het haar. Ze sprongen ook op Benedict Vande Voorde zv Andries die hen het vechten trachtte te beletten. Ide heeft de broers dan met zijn vuisten geslagen tot het bloed van hen afdroop.

In de late avond klopten Pieter en Frans Provijn aan bij Jan-Francies Vander Sickel 29 jaar, chirurgijn te Hansbeke. De wondheler verbond hun kwetsuren om het bloed te stelpen en visiteerde hen ook nog eens ’s anderdaags.

Twee jaar na het Salomonsoordeel(1774) van de vierschaar voorgezeten door baljuw Frans Braet huwt de betrokken dochter Livina Maenhout met Jacobus Martens, zoon van Joannes. Samen krijgen zij 10 kinderen, waarvan er 4 vroegtijdig overlijden. In 1783 kregen zij zelfs twee kinderen die beide datzelfde jaar overleden: Joanne Maria werd op 6 januari geboren en overleed 5 dagen later terwijl op 9 december een naamloos kind dood geboren werd. Nog een jaar later, op 9 december 1784, werd Joannes geboren, maar hij overleed toen hij net geen jaar oud was. De oudste zoon Carolus-Franciscus stierf op 10 maart 1791, op 13-jarige leeftijd.

In 1996 publiceerde André Braet uit Erembodegem “ De Braetroute” waarin ondermeer de voorouders van de familie Braet te Hansbeke besproken worden, van Pieter Braet (1470-1540) tot Pieter Braet (1724-1788). Vanaf 1694 werd de Hansbeekse molen uitgebaat door de familie Braet. Pieter Braet was molenaar en baljuw (1718-1724) en de volgende molenaar Frans was baljuw tot 1788.

Geschreven door Laurent Martens om 11:58 Reageer op dit bericht

5.8. Archieven

5.8 Archieven

(1) RAG, fds Hansbeke modern, reg 7

(2) RAG, fHM, bundel 116, staat van behoeftigden, reg 7

(3) RAG, fHM, bd 69, zitting armbestuur van 24-03-1836

(4) RAG, fHM, rekeningen Welvaartsbureel

(5) RAG, fHM, bd 69, staten van behoeftigheid

(6) RAG, fHM, bd 69, reg 7, f 56v, gemeenteraadszitting 15-04-1844

(7) RAG, fHM, bd 69, reg 04v, gemeenteraadszitting 09-12-1844

(8) Kerkarchief Hansbeke, Liber Memorialis van Hansbeke, p 31

(9) RAG, fHM, reg 66, f 4v, zitting armbestuur 17-09-1848

(10)RAG, fHM, reg 66, f 8v, zitting armbestuur 13-09-1848

(11)RAG, fHM, bd 69

(12)RAG, fds Hansbeke, modern, reg 4, p 20v-23r

(13)RAG, fds Hansbeke, modern, reg 6, p 16v ev

(14)RAG, fds OH, nr 1182

(15)RAG, fds OH, nr 99, p 76r-80r

(16)RAG, fds Oud Hansbeke, nr 104, p 87v,88r

(17)RAG, fds Oud Hansbeke, nr 104, p 169r, v

(18)RAG, fds HM, nr 7, p1r, raadszitting 01-09-1836

(19)RAG, fds HM, nr 71, p40r, schepenboek 26-10-1839

(20)RAG, fds HM, nr 7, p24v, raadszitting 11-01-1840

(21)RAG, fds HM, nr 7, p75r, raadszitting 17-01-1846

(22)RAG, fds HM, nr 8, p 122v, raadszitting 15-03-1864)

(23)RAG, fds MH, nr 73, p 28v, schepenboek

(24)RAG, fds HM, nr 8, p 12v, raadszitting 05-10-1848

(25)RAG, fds HM, nr 73, p 62r, schepenboek 17-10-1851

(26)RAG, fds HM, nr 8, p 40v, raadszitting 21-01-1852

(27)RAG, fds HM, p 81v, raadszitting 18-04-1858

(28)RAG, fds HM,nr 8, p 12r, raadszitting 05-01-1864

(29)RAG, fds HM, nr 8, p 122v, raadszitting 15-03-1864

(30)RAG, fds HM, nr 9, p 39r, raadszitting 17-01-1870

(31)RAG, fds HM, nr 9, p 148r, raadszitting 12-02-1879

(32)RAB, Pa, Grv, nr 2/6285/1

(33)RAG, fds HM, nr 75, p 180, raadszitting 19-12-1895

(34)RAG, fds HM, nr 75, p 299, raadszitting 14-03-1903

(35)RAB, Pa Grv, nr 2/7902/20

(36)RAG, f HM, bundel 116, staat van behoeftigen dd. 17-06-1818

(37)RAG, f HM, bd 69, zitting armbestuur 24-03-1838

(38)RAG, f HM, bd 116, rekeningen Welvaartsbureel

(39)RAG, f HM, bd 69, staten van behoeftigheid

(40)RAG, f HM, reg 7, f 56v, gemeenteraadszitting 15-04-1844

(41)RAG, f HM, reg 7, f 64v, gemeenteraadszitting 09-12-1844

Geschreven door Laurent Martens om 00:00 Reageer op dit bericht

4.10. Bronnen

4.10 Bronnen

Bastiaen, Filip, De Reuck, Dirk, Hoste, Ivan en Stockman, Luc (1994)

Geschiedenis van Bellem

Aalter: Gemeentebestuur


Braet, André (1996)

De Braetroute

Aalst-Erombodegem: eigen beheer André Braet


De Reuck, Dirk(1986)

Het bestuur van een plattelandsgemeente in de kasselrij van de Oudburg. Bellem(1672-1795)

RUG: licentiaatsverhandeling


De Vlaminck, A. (1875)

Filiations de familles de la Flandre

Gent


Heremans, J.F.J. (1856)

Gedichten van K.L. Ledeganck met eene levensschets des dichters

Gent


Keelhoff, A. (1864)

Geschiedenis van het klooster der Eerw. Paters Eremijten Augustijnen te Gent


Lindemans, Paul(heruitgave 1994)

Geschiedenis van de landbouw. Deel II

Antwerpen: Genootschap voor Geschiedenis en Volkskunde


Martens, Albert (1969)

Stamvaders van Petrus-Francies Martens

Stam Martens.Mededelingsblad voor de families Martens en aanverwanten, Jg 1, nr 1, pp 5-7.


Martens, Albert(1970)

Overgrootouders van Petrus-Francies Martens

Stam Martens, Jg 1, nr 3, p 3-7


Martens, Albert(1970)

Gezin van Francies Martens, fs Judocus en Maria Ledeganck

Stam Martens, Jg 1, nr 4, pp 6-8


Martens, Albert (1970)

Het gezin van Joannes Martens, betovergrootvader van Petrus-Francies Martens

Stam Martens, Jg 2, nr 2, pp 1-5


Martens, Albert (1970)

Verwantschap tussen Maria Ledeganck, echtgenote Judocus Martens, en de dichter Karel Lodewijk Ledeganck

Stam Martens, Jg 2, nr 2, pp 5-6


Martens, Albert (1971)

Guilliame Martens, fs Pieter, als ‘wethouder’

Stam Martens, Jg 2, nr 3, pp 3-5.


Martens, Albert (1971)

Hof “De Meren”

Stam Martens, Jg 2, nr 3, pp 10-12


Martens, Albert (1971)

Begijntje Joanna Martens filia Judocus

Stam Martens, Jg 3, nr 1, pp 1-4


Martens, Albert (1971)

Een schermutseling met een soldaat

Stam Martens, Jg 3, nr 1, pp 7-9


Martens, Albert (1971)

Carel-Frans Martens, pater Augustijn (Bellem 1731-Gent 1790)

Stam Martens, Jg 3, nr 2, pp 3-8


Martens, Albert (1972)

Peilingen naar het analfabetisme omstreeks het einde van de XVIIIde eeuw aan de hand van de parochiale huwelijksakten van Hansbeke (1779-1776)

http://home.planetinter.be/lvnevele/artikelen/1972_4.htm


Martens, Albert (1973)

Uit voorbije eeuwen: Ambachten te Hansbeke. Smid.

http:// home.planetinter.be/vnevele/artikelen/1973_3b.htm


Martens, Albert (1989)

Joanna Lamme en Joanna Martens, Donatrices van een zilveren ampulleschaal en ampullen aan de kerk van Hansbeke, anno 1745

Het Land van Nevele, Jg 20, nr 3, pp 236-246


Martens, Albert (1990)

Guilliame Martens(1628-1708) Burgemeester te Bellem

Land van de Woestijne, Jg 13, nr 3 en 4, pp 9-17


Martens, Albert (1992)

Mini-kwartierstaten van Jan Martens(1719-1801) en Maria-Francisca De Brauwer(1724-1806)

Mensen van Toen, Jg 2, nr 3, pp 70-73


Martens, Albert (1992)

Grafschrift van Jan Baptiste Sutterman(1712-1772) en van zijn huisvrouw Marie Maenhout (1708-1778)

Mensen van Toen, Jg 2, nr 4, pp 100-102


Martens, Albert (1993)

De Sint-Petrus en –Pauluskerk te Hansbeke(1793-1993). Architectuur en kunstpatrimonium.

Het Land van Nevele, Jg 24, nr 3, pp 161-267


Martens, Albert (1996)

Vrijlaten van Ursel, woonachtig in het Land van Nevele, anno 1736

Mensen van Toen, Jg 6, nr 1, pp 12-14


Martens, Albert (1996)

Staten van goed in het fonds Ursel van personen uit het Land van Nevele(Hansbeke, Landegem).

Mensen van Toen, Jg 6, nr 1, pp 15-20


Martens, Albert (1997)

Jan Martens(1656-1729) Burgemeester te Bellem

Land van de Woestijne, Jg 20, nrs 1 en 2, pp 17-47


Martens, Albert (1998)

De Mariakapel op de wijk Zande te Hansbeke

Het Land van Nevele, Jg 29, nr 1, pp 27-67


Martens, Albert (2001)

Hansbeke in 1700

Uitgave Oud-Hansbeke


Martens, Albert (2002)

Mengelingen uit de oude parochieregisters van Hansbeke 1624-1796

Uitgave Oud-Hansbeke


Martens, Albert (2003)

Mensen van vlees en bloed. Hansbeke 1619-1791

Uitgave Oud-Hansbeke


Martens, Albert (2003)

Huwelijken tussen bloedverwanten te Hansbeke (1651-1796)

De Levensboom, Jg 16, nr 1, pp 9-15


Martens, Albert (2004)

Herbergen en herbergiers te Hansbeke

Uitgave Oud-Hansbeke


Martens, Laurent(1970)

De Vlaamse landbouw van de 16e tot de 18e eeuw

Stam Martens, Jg 2, nr 2, pp 12-14


Notteboom, Hugo (1997)

Karel Lodewijk Ledeganck … vereeuwigd

Appeltjes van het meetjesland, nr 48, pp 221-260


Raes, Roeland (2005)

Karel-Lodewijk Ledeganck-flamingant en grootnederlander

http://voorpost.org/historic/afbeeldingen/ledeganck.jpg


Sanderus (1735)

Verheerlijkt Vlaandre, I deel Boek III

Leiden-Rotterdam


Stockman, Luc

Geschiedenis van Bellem


Vandeputte, Omer (1983)

Nederlands. Het verhaal van een taal.

Lauwe : Stichting Ons Erfdeel

Geschreven door Laurent Martens om 10:21 Reageer op dit bericht

Meer van Vijf eeuwen familie Martens

↑ Terug naar de berichten